gereformeerd leven in nederland

14 september 2020

Loof de HEERE, mijn ziel!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Psalm 103 is een troostpsalm voor Gods kinderen. Want Gods verbond wordt aan de orde gesteld. U weet wel: dat verbond waarover God in Genesis 17 zegt: “Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn”[1]. De God van hemel en aarde verbindt zich aan Zijn volk. Niet maar voor even, maar voor altijd!
Daar zingt Psalm 103 over:
“Maar de goedertierenheid van de HEERE
is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.
Zijn gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen,
voor wie Zijn verbond in acht nemen
en aan Zijn bevelen denken om ze te doen.
De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd,
Zijn Koninkrijk heerst over alles”[2].

Van eeuwigheid tot eeuwigheid – voor ons is dat misschien een wat vaag begrip. Het is onvoorstelbaar: wij hebben er geen beeld bij.
Het wordt wellicht iets grijpbaarder als we beseffen dat in Deuteronomium 32 hetzelfde grondwoord – olam – staat: “Denk aan de dagen van vroeger tijd; let op de jaren van generatie op generatie”[3]. Datzelfde grondwoord komen we ook tegen in Prediker 12: “de mens gaat immers naar zijn eeuwig huis”[4].
Kortom: God is er altijd. God is overal! Hij is er op het moment van onze geboorte. Hij is er op ons sterfbed, en eindeloos ver daarna[5].

Gods verbond in acht nemen. Wat is dat?
Dat is: weten dat er door het werk van God vergeving is. Anno Domini 2020 is dat: beseffen dat er, door het werk van de Heiland verlossing is. Dat is: geloven dat er, door Goddelijk ingrijpen, genezing is van ziekten en handicaps. Dat is: nu en voor eeuwig genieten van Gods goedertierenheid. Dat is: zekerheid hebben over Gods trouw. Dat is: zich realiseren dat er ontferming is, ook als er in het leven van alles gebroken en opgebroken is.
Dat is: Gods wet eerbiedigen en daarmee leven. Natuurlijk – van de eerbied voor Goddelijke regels zien we nu nog maar een klein begin.
Daarentegen is Gods trouw volmaakt. Magistraal! 

Het is duidelijk: in Psalm 103 staat de schijnwerper vol op het werk van God, onze Here.
Het is belangrijk om dat vast te houden.

Waarom? Omdat er tegenwoordig heel veel aandacht is voor de Bijbellezer. In het Reformatorisch Dagblad van donderdag 10 september komt dr. Arie Zwiep aan het woord. Dr. Zwiep is universitair hoofddocent Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam[6]. In het Reformatorisch Dagblad zegt hij: “Hermeneutiek begint daarom al voor je de Bijbel openslaat. We zijn al ‘voorgeprogrammeerd’ door tal van factoren, zoals opvoeding, traditie en kerkelijke achtergrond. We lezen de Bijbel nooit neutraal en dat hoeft ook helemaal niet. Maar het is wel belangrijk om je dat te realiseren en je bewust te zijn van je eigen blinde vlekken. Pas in de twintigste eeuw is de positie van de lezer bij het begrijpen van de Bijbel ontdekt. Zonder lezer heeft de tekst geen betekenis”.
Nee, we lezen de Bijbel nooit neutraal, dat is waar.
Maar om de goedertierenheid van de Here kunnen we niet heen.
En het verbond? Dat is voor Gods kinderen van het grootste belang, omdat daar Gods trouw zo mooi te zien is.
Arie Zwiep zegt ook: “De historische verankering van de Bijbel moeten we niet loslaten. Anders verval je al snel in esoterisch gewauwel. Je kunt van een Bijbeltekst niet alles maken. De ene interpretatie is geloofwaardiger en steekhoudender dan de andere. Je moet er ook voortdurend rekening mee houden dat de ander weleens gelijk zou kunnen hebben. Dat mis ik in huidige debatten. Die debatten zijn in de regel erg voorspelbaar en zijn vaak alleen maar pogingen het eigen gelijk te bevestigen”. Maar hoe zit het dan met het gezag van de Schrift? “De vraag is dan wat je precies met gezag bedoelt. Ook al geloof ik dat de Bijbel op een bepaalde manier gezaghebbend is, dan nog ontslaat mij dat niet van de plicht de teksten kritisch te onderzoeken. Het kan geen reden zijn om kritische vragen uit de weg te gaan. Integendeel, zou ik zeggen. Het spoort er juist toe aan, want er staat veel op het spel”[7].

Zeker – altijd weer moeten wij ons uiterste best doen om de Bijbel zorgvuldig uit te leggen.
Maar Psalm 103 maakt glashelder dat we bij het lezen van Gods Woord op scherp moeten staan. Het gaat er namelijk niet in de eerste plaats om dat wij onze blijdschap laten zien. Het draait niet om onze levensvreugde. De vraag is niet of wij wel voldoende opgetogenheid tonen bij het horen over Gods beloften.
Nee – in Psalm 103 openbaart God zich als liefdevol Vader, en als lankmoedig Heerser over heel de wereld!

De kerk mag de God van de hemelse heerlijkheid bewonderen. En de kerk mag het vervolgens hardop zeggen: wij horen bij Hem. Wij mogen het zonder terughoudendheid bekend blijven maken: onze God heeft het over ons te zeggen!
Ach ja – onze omstandigheden komen dan op de tweede plaats. De waarde van de ‘Westerse leesbril’ waarmee we de Bijbel lezen is niet al te hoog. Ons persoonlijk welbevinden heeft niet de allerhoogste prioriteit. Welnee. Het gaat om de glorie van de grote God, die ook vandaag nog wonderen doet.

God is er altijd. God is overal! Hij is er bij onze geboorte. Hij is er op ons sterfbed, en eindeloos ver daarna. Laat een ieder daarom maar instemmen: “Loof de HEERE, mijn ziel!”[8].

Noten:
[1] Genesis 17:7 en 8.
[2] Psalm 103:17, 18 en 19.
[3] Deuteronomium 32:7.
[4] Prediker 12:5.
[5] Psalm 103:17 werd geciteerd in de advertentie waarin het overlijden van Pieter Willem Suurmond bekend werd gemaakt. P.W. Suurmond (geb. 1933) overleed op maandag 7 september 2020. Hij was jarenlang ouderling en scriba van de toenmalige Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) te Groningen-Helpman. Zijn werk in de kerk is voor velen van grote waarde geweest.
[6] Zie over A.W. Zwiep https://research.vu.nl/en/persons/aw-zwiep (Engelstalig) . Geraadpleegd op vrijdag 11 september 2020.
Het werk van dr. Zwiep kwam op deze plaats al eens eerder voor het voetlicht. Zie mijn artikel ‘Geloven als een kind’; hier gepubliceerd op maandag 3 juni 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/06/03/geloven-als-een-kind/ .
[7] “Hermeneutiek is een mijnenveld”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 10 september 2020, p. 3.
[8] Psalm 103:22 b.

4 september 2020

In genade aangenomen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Minister Grapperhaus heeft een misstap begaan: tijdens de feestelijkheden bij zijn huwelijk overtrad hij de ‘corona-regels’ die hij als minister van justitie en veiligheid aan den volke oplegt en vervolgens handhaaft.
De foto’s toonden aan dat hij handen schudde en mensen omarmde.
Grapperhaus ging door het stof. En dat is ook wel nodig. Als een minister zich al niet aan belangrijke maatregelen houdt die hijzelf afkondigt, waar gaan wij dan heen? Hij hoort immers het goede voorbeeld te geven?

De hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, Sjirk Kuijper, schreef: “Is de anderhalvemetermaatregel niet meer geloofwaardig als de minister van Justitie zich er op enig moment, ondanks de beste voornemens, even niet aan hield? Zo werkt dat natuurlijk niet. De overtreding door Grapperhaus zal als drogreden worden opgelepeld door mensen die toch al niet in het gevaar van corona geloven. Niemand verliest het geloof in een regel alleen omdat de minister hem in een moment van onbedachtzaamheid heeft overtreden”[1].
Schrijver dezes gelooft niet zo in dat moment van onbedachtzaamheid.
De minister heeft willens en wetens de regels overtreden. En dat is heel verkeerd. Daarmee is zijn gezag flink aangetast. Punt.
Misschien heeft hij er op gerekend dat de foto’s van zijn huwelijk niet openbaar zouden worden. Nou, dat is dan heel naïef.

Ontegenzeglijk is het waar dat het handhaven van de anderhalve-meter-regel bij tijd en wijle erg moeilijk is. Daarom is een zekere zachtmoedigheid bij de handhaving van die regel heel gepast. Die zachtzinnigheid werd, waar het ging om boetes en dergelijke, in de afgelopen tijd her en der node gemist!

Hoe dat zij – de hele geschiedenis rond de falende gezagsdrager brengt ons bij het begin van Psalm 130:
“Een pelgrimslied.
Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE;
Heere, hoor naar mijn stem.
Laat Uw oren opmerkzaam zijn
op mijn luide smeekbeden.
Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let,
Heere, wie zal staande blijven?
Maar bij U is vergeving,
opdat U gevreesd wordt”[2].

Psalm 130 is een pelgrimslied. Het is een lied voor kerkmensen die onderweg zijn. Het is een lied dat gezongen wordt door mensen die – om zo te zeggen – rechtstreeks vanuit het leven naar de kerk gaan.
En dat is heel goed. Gods kinderen moeten, als zij de gelegenheid hebben, naar de kerk gaan. Daar wil de Here Zijn kinderen ontmoeten. Daar wordt Zijn Woord verkondigd. Daar worden Gods beloften van vergeving en eeuwig leven geproclameerd.

Vergeleken bij de Here schrompelen mensen weg. Sterker nog – voor Hem zijn wij niet meer dan stofjes aan een weegschaal.
Mensen zijn zondig. Van zichzelf zijn zij een en al vuil. Te smerig om aan te pakken. Als zij aan zichzelf overgeleverd zijn maken zij er binnen de kortst mogelijke tijd een zootje van. Van zichzelf zijn zij de moeite niet waard om voor de Here te verschijnen. Nee, dat geldt echt niet alleen voor minister Grapperhaus.

Maar er is redding! De Nederlandse Geloofsbelijdenis formuleert dat onder meer als volgt: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchisedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”[3].

Bij de Here is vergeving. Opdat Hij gevreesd wordt. In ons aller leven is dat belangrijk. Want de eerbied voor de Here opent de deur naar de toekomst. Wie de Heer van hemel en aarde dient ontvangt beloften over de opstanding van het leven en een eeuwig leven. Dat zijn, om zo te zeggen, de beste bewijzen van Zijn genade.

Minister Grapperhaus trok afgelopen donderdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer het boetekleed aan. De oppositiepartijen pakten hem hard, en soms bijna onbarmhartig, aan. Gelukkig kan de minister nu weer verder met zijn werk.
Maar als het goed is werkt het nieuws over dat debat ook als een spiegel voor alle toeschouwers. Voor ons dus.
Het hele land viel, om zo te zeggen, over Ferdinand Bernhard Joseph Grapperhaus heen. Maar de Here heeft alle reden om Zijn complete schepping af te danken!
Ook voor ons geldt: God heeft ons in genade aangenomen!

En laten wij het maar beseffen: er komt een prachtige toekomst aan. Daarom zeggen wij met Psalm 130:
“Laat Israël hopen op de HEERE,
want bij de HEERE is goedertierenheid
en bij Hem is veel verlossing.
Ja, Hij zal Israël verlossen
van al zijn ongerechtigheden”[4].

Noten:
[1] “Geloofwaardig gedrag”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, donderdag 3 september 2020, p. 3.
[2] Psalm 130:1-4.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[4] Psalm 130:7 en 8.

28 augustus 2020

Doen wat onze hand vindt om te doen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wij leven in een tijd die bol staat van COVID-19. De mensen raken, zo lijkt het, enigszins gewend aan de dreiging van dat virus; en ook aan de verwachting dat dat nog wel enige tijd rond zal waren. Er wordt druk gediscussieerd. Wat is noodzakelijk? In welke regio’s moeten overheidsmaatregelen genomen worden? Wat is waar, en wat is onzin?
De gewone burger probeert op te pikken wat van belang is.
Intussen gaat het kerkelijk seizoen binnenkort weer van start. De broeders en zusters organisatoren hebben de eerste voorbereidingen alweer getroffen. Zoals altijd.
Hoe zal het dit seizoen gaan?
Wat voor bijzondere dingen zullen we nu weer gaan beleven?
Wat er ook gebeurt, de God van hemel en aarde brengt Zijn volk naar de toekomst.
De dichter van Psalm 77 belijdt dat ook:
“U leidde Uw volk als een kudde
door de hand van Mozes en Aäron”[1].

De dichter van Psalm 77, Asaf, denkt terug aan buitengewoon moeilijke en zeer benauwde tijden. Hij vroeg zich indertijd af: stoot de Here Zijn volk voor altijd af? En: houdt Zijn goedheid op? En: vergeet God eenvoudigweg om genadig te zijn?
Asaf draait er niet omheen: voor zijn idee is de Here veranderd. Er heeft een hemelse beleidswijziging plaatsgevonden. Asaf neigt ertoe om zich daarover te beklagen.
Maar dan stijgt hij boven zijn problemen uit.
Hij kijkt terug op de geweldige daden die de heilige God in het verleden heeft gedaan. Hij wijst met name op de bevrijding van Egypte en de doortocht door de Schelfzee.

Psalm 77 is een psalm die er niet om liegt: Asaf lijkt God wel kwijt. De Here lijkt in velden of wegen te bekennen. En toch…
Asaf adresseert zijn klachten en zijn terugblik aan de Here. Hij gaat naar de Verbondsgod toe. Hij zegt niet: ‘God doet niks. Laat dan maar. Dan los ik het zelf wel op’. Nee, Hij gaat naar de Here toe.

Asaf wijst op Mozes en Aäron.
Als wij Mozes en Aäron noemen raken wij meteen een gevoelig punt. Mozes is van nature namelijk geen groot spreker. Misschien heeft hij een spraakgebrek. Of misschien is hij geen vrijmoedige prater. Aäron wordt Mozes’ woordvoerder en eerste assistent.
Leest u maar even mee in Exodus 4.
“Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Mozes en Hij zei: Aäron, de Leviet, is toch uw broer? Ik weet dat hij uitstekend spreken kan. Bovendien, zie, hij trekt u tegemoet. Zodra hij u ziet, zal hij zich van harte verblijden. Dan moet u tot hem spreken en hem de woorden in zijn mond leggen. Ikzelf zal met uw mond en zijn mond zijn en u leren wat u doen moet. En hij zal voor u tot het volk spreken. Dan zal het zó zijn: Hij zal voor u tot een mond zijn en u zult voor hem tot een god zijn”[2]. Een exegeet noteert hierbij dat die uitdrukking: hij zal u tot een god zijn duidelijk maakt “dat Mozes en Aäron zich tot elkaar verhouden zoals God en een profeet (…): Mozes zal zijn woorden in Aärons mond leggen, die dan ook niet meer dan een woordvoerder is. Zo wordt nog eens benadrukt dat het meegaan van Aäron Mozes niet van zijn roeping ontslaat”[3]. Dat zien we terug in Exodus 7: “Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik heb u voor de farao tot een god gemaakt en uw broer Aäron zal uw profeet zijn”[4].

Psalm 77 eindigt met het werk van Mozes en Aäron.
Mozes, een prater van niks, is Gods instrument om Zijn volk te bevrijden. En Aäron, de begaafde spreker, wordt – om zo te zeggen – de directeur van Mozes’ voorlichtingsdienst.
De Heilige Geest wijst ons erop dat het God Zelf die ons een plek in dit aardse leven geeft.
Wellicht zouden wij ons een betere plek toebedelen. Een hogere plaats. Dan zou je nog een wat zien…
Misschien zouden wij wel graag, bijna onmerkbaar, een beetje naar de achtergrond verschuiven. Omdat ons de geestelijke spankracht ontbreekt om leiding te geven. Omdat wij onszelf niet, of niet meer, tot grote dingen in staat achten.
De dichter van Psalm 77 leert ons om ons over zulke dingen niet druk te maken. In Psalm 77 leren we dat God ons mogelijkheden geeft. Hij geeft ons de kracht om de dingen te doen die op onze weg geplaatst worden. ‘Doe nu’, zegt Gods Geest, ‘maar gewoon wat uw hand vindt om te doen. Meer hoeft niet. Maar minder ook niet’.

Het kerkelijk seizoen gaat weer van start. Dat gebeurt in een wereld waarin nog heel veel in het teken staat van COVID-19.
Wat hangt ons boven het hoofd?
Niemand die dat zeggen kan.
Misschien hebben kerkmensen wel de neiging om te klagen: waarom zet God nu toch zo’n sterke rem op het werk van de kerk? Dit kan toch de bedoeling niet wezen?
Laten wij Asafs voorbeeld maar volgen. Laten we maar terugkijken op Gods grote daden in het verleden. Laten we letten op Mozes en Aäron, in Psalm 77. Laten we onze taak maar gewoon verrichten. Dan komt het goed[5].

Noten:
[1] Psalm 77:21.
[2] Exodus 4:14, 15 en 16.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 4, noot 17; geraadpleegd op dinsdag 25 augustus 2020.
[4] Exodus 7:1.
[5] De titel van dit artikel is ontleend aan Prediker 9:10: “Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat”.

20 augustus 2020

De paden op, de lanen in?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Regeer ons zo door uw Woord en Geest, dat wij ons steeds meer aan U onderwerpen”. Dat is, zo zegt de Heidelbergse Catechismus, ons gebed als we ‘Uw koninkrijk kome’ bidden[1]. Onderwerpen – dat is even schrikken! Onderwerpen is immers een ouderwets woord. Het is een begrip dat, om zo te zeggen, naar gezag ruikt. Is dat aantrekkelijk in de evangelisatie? En in de kerk zelf? Het antwoord lijkt van stonde aan duidelijk: nee. Want wij redden ons graag zelf. Op z’n tijd willen we graag geholpen worden. Maar het tijdstip en de aard van die hulp bepalen we liefst zelf.
Intussen blijft de Catechismus het zeggen: leer ons om ons aan U te onderwerpen.  

De dichter van Psalm 119 zingt ook iets dergelijks:
“Och, waren mijn wegen zo vast
om Uw verordeningen in acht te nemen!”[2].

De bekende theoloog Dietrich Bonhoeffer zei eens: “Het gebod van Jezus is zwaar, onuitsprekelijk zwaar, voor hen die proberen zich ertegen te verzetten. Maar voor wie bereid zijn zich eraan te onderwerpen, is het juk zacht en is de last licht”[3]. Daar zit veel waarheid in. Wie meegaand is, oftewel: met Jezus Christus meegaat en Hem volgt, heeft een relatief gemakkelijk leven. Wie voortdurend in verzet is, spendeert een hoop nutteloze energie. Wie de wetten van God eerbiedigt maakt het leven aanzienlijk minder zwaar.

De dichter van Psalm 119 maakt er geen geheim van: zijn stappen zijn onvast. Hij raakt nogal eens van de weg. Modern gezegd: hij is vaak van ’t padje af. Hij doet nogal eens dingen die God niet hebben wil. Hij is vaak bezig op eigen gezag.
En dat is in 2020 niet anders. Niet zelden gaan we gedachteloos onze eigen gang. Lang niet alles wat wij doen is bij God te verantwoorden. 

Met het zicht op Psalm 119 is het leerzaam een column van de heer Van der Vlies uit 2019 te memoreren. U weet wel: het vroegere Tweede Kamerlid voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. In juli 2019 schreef hij een column in het Nederlands Dagblad. Hij schreef onder meer het volgende.
“In een halve eeuw kan er veel veranderen. Soms zelfs zó snel en radicaal dat het niet te volgen en bij te houden is. Neem nou de stevige vrijgemaakt-gereformeerde zuil van de tweede helft van de vorige eeuw. Wat nu voor waar wordt gehouden en gepassioneerd wordt verdedigd, was toen (welhaast) ondenkbaar. Tante zou er zeer van ondersteboven zijn geraakt als ze dat allemaal zou hebben meegemaakt. Dat het imago de enige zuivere kerk te zijn nagenoeg is verdwenen, mag inderdaad winst heten. De zuil is opengebroken, geestelijke verwantschap over kerkmuren heen erkend. Dat is een spannend proces geweest en dat is het nóg.
De vraag is altijd waar een dergelijk proces precies eindigt. In dit ondermaanse hebben we altijd van doen met ‘wisselende tonelen’, maar hoe gaan we om met ‘wat vast en zeker is’? In Psalm 119 komen we die noties tegen. In de context van liefde tot Gods dienst en zijn Wet. Daar ben je heel je leven mee bezig. Met vallen en opstaan.
De vraag is wél of we tijdens onze levensloop langzaamaan niet iets wezenlijks kwijtraken”.
En:
“Kerken komen tot andere inzichten en passen hun spelregels met betrekking tot bijbeluitleg aan wat in de samenleving nog te dragen is. Het is natuurlijk laakbaar om dan vanouds verwante kerken verstarring te verwijten, als zij bij de al eeuwen gangbare schriftuitleg en ethische opvattingen blijven. Het verstaan van de Heilige Schrift komt al gauw in geding bij kwesties die de minste niet zijn: vrouw in het ambt, praktiseren van homoseksualiteit. Dat geding concentreert zich op de knellende vraag wat het gezag van de Bijbel voor ons betekent. Die vraag dient te worden beantwoord tegen het licht van Schrift en authentiek gereformeerde belijdenis, inclusief de kerkhistorische lijnen die getrokken werden vanuit de katholiciteit van de kerk van de Reformatie. In zijn boek ‘De gedenkbalk van het Grote Huis’ laat dr. Ewald Mackay zien dat belangrijke hervormers uit de zestiende eeuw zich gelegen lieten liggen aan wat ‘de belangrijkste leraars en voorvechters die de kerk heeft’ hebben nagelaten. We staan in een traditie! Daar moeten we ons aan gelegen laten liggen.
Kan of mag er dan nooit iets veranderen? Een oude wijsheid stelt dat we moeten reformeren om gereformeerd te blijven. Dat zal waar zijn. Maar dat doen we in gezamenlijkheid met en verbondenheid aan hen die dezelfde gereformeerde confessie belijden, óf we doen het niet. Het luistert nauw. De teloorgang van onze cultuur, immigratie, duurzaamheid, klimaat en dergelijke zijn belangwekkende en inspirerende thema’s. De tonelen zullen blijven wisselen, maar indringende vraag is of ‘onze stand vast blijft’. Dat is vereist. In Hém te zijn verankerd”[4].
Einde citaat.

Van der Vlies wijst op Psalm 119. De psalm van “Och, waren mijn wegen zo vast”. Er zijn heel wat kerkelijke wegen onvast.
Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat traditie voor alles gaat. Maar wel dat Gereformeerden, ja ook Gereformeerden, de voortdurende neiging om van de rechte weg af te wijken en zonder veel vijven en zessen de paden en de lanen in te trekken. Ongewild ontstaat een kerkelijke variant van dat aloude lied:
“De paden op, de lanen in,
vooruit met flinke pas
met stralend oog en blijde zin
en goed gevulde tas.
De zonne lacht ons vrolijk toe
Ons groet der voog’lenzang
En wij worden vast niet moe”[5].
Gereformeerden weten dat zij steeds maar bij God weg willen lopen. Het is een ellende! Gereformeerden moeten daarom geregeerd worden. Met vaste hand. Zij moeten leren onder Gods gezag te leven.
Nee, die opstellers van de Heidelbergse Catechismus waren zo gek nog niet!

Noten:
[1] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 48, antwoord 123.
[2] Psalm 119:5.
[3] Geciteerd via http://www.josdouma.nl/plantagekerk/preekkracht/PreekKracht%2020140810.pdf; geraadpleegd op maandag 17 augustus 2020.
[4] Bas van der Vlies, “Snel veranderd”. Column in: Nederlands Dagblad, donderdag 25 juli 2019, p. 13.
[5] Dit oude marsliedje staat onder meer in de bundel “Kun je nog zingen, zing dan mee! 100 algemeen bekende schoolliederen”. – samenstellers: J. Veldkamp en K. de Boer. – Groningen: P. Noordhoff, 1911. – derde, vermeerderde, druk. – p. 47.

17 augustus 2020

Een dringende oproep

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De uitverkiezing door God is geen populair onderwerp. In 2020 al helemaal niet. Immers – zodra het woord ‘uitsluiting’ valt gaan de haren van velen overeind staan. Voor we ’t weten zijn we racistisch. Zo gaat dat in 2020.

Onze belijdenisgeschriften spreken tamelijk uitgebreid over Gods verkiezingswerk. Neem nou de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
“Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade verkoren heeft in Jezus Christus, onze Here, zonder ook maar enigszins hun werken in rekening te brengen. Rechtvaardig, doordat Hij de anderen laat in hun val en verderf, waarin zij zichzelf gestort hebben”[1].

Uitgekozen mensen zijn uit louter genade uitverkoren.
Als het daarom gaat, komt Psalm 65 in ons blikveld. Dat is één van de Schriftbewijzen onder de hierboven geciteerde belijdenistekst.
“Welzalig is hij die U verkiest en doet naderen,
die mag wonen in Uw voorhoven;
wij worden verzadigd met het goede van Uw huis,
met het heilige van Uw paleis”[2].

Psalm 65 is een Verbondspsalm. Gods uitverkorenen brengen offers, en de hemelse God is ook volop actief. Het verbond is dus, om eens een oude uitdrukking te gebruiken, tweezijdig in zijn bestaan.
De Verbondsgod vergeeft zonden. Zijn beleid is rechtvaardig. Zijn reddingswerk is geweldig; dat mislukt nooit! Zijn activiteit is wereldomvattend; het is absoluut niet aan een regio gebonden.
Waar zien wij dat? Psalm 65 geeft het antwoord: in de natuur. Door Gods oneindige kracht vallen de bergen niet om. Hij stilt stormen op zee. Door Zijn toedoen worden opstandige volken weer rustig. Er groeit graan. Er is water op aarde. Er is gras. En er is vee dat van dat gras genieten kan.
Zo wordt ons dat in Psalm 65 geschilderd. De schepping ontrolt zich. En de God van hemel en aarde zegt: ‘Kijkt u daar maar naar. Geniet er maar van. Dan weet u wie Ik ben. Dan weet u hoe Ik werk’.

Nu het over de natuur gaat, is het belangrijk om te beseffen dat we de laatste jaren relatief vaak met extreem weer te maken hebben. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut leert ons: “De nieuwswaarde van extreem weer neemt toe. De maatschappij wordt kwetsbaarder en weerextremen leiden steeds vaker tot rampen of grote schade. Veel extreme gebeurtenissen zijn nog te zeldzaam om direct met het broeikaseffect in verband te brengen. Computerberekeningen laten zien dat het klimaat in de 21e eeuw extremer wordt. Extreem koude winters worden zeldzamer en hittegolven komen vaker voor”[3].
In het Reformatorisch Dagblad werd onlangs het volgende geschreven.
“Dit jaar zal de boeken ingaan als het heetste ooit. De dip in de CO2-uitstoot door tal van lockdowns doet daar niets aan af. Wereldwijd zet de klimaatverandering door, met gevolgen die er niet om liegen.
De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt gestaag. Het klimaat verandert langzaam maar zeker. De WMO, de weerafdeling van de VN, verwacht dat de gemiddelde temperatuur op aarde over vijf jaar minstens 1 graad hoger ligt dan pre-industriële temperatuur (1850-1900). Maar er bestaat ook een gerede kans dat de temperatuur dan minstens 1,5 graad is gestegen.
Dat lijkt allemaal nog wel mee te vallen. En het past ook nog binnen de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Maar de gevolgen pakken nu al desastreus uit voor grote gebieden op aarde. Daar stijgt de temperatuur veel harder dan het wereldwijde gemiddelde van 0,18 graden per tien jaar”.
En:
“De extremen worden steeds extremer. Zo’n veertig jaar geleden kwamen extreme temperaturen van 60 graden Celsius wereldwijd een- of tweemaal per jaar voor, momenteel is dat 25 tot 30 keer.
Sinds de jaren ‘50 van de vorige eeuw stijgt het aantal hittegolven. En die duren ook steeds langer. Zo kende het Middellandse Zeegebied een opvallende toename van het aantal hittegolven van 2 naar 6,4 per decennium, aldus het Australische centrum voor klimaatextremen CLEx in een persbericht. Maar de ernst daarvan blijkt pas goed wanneer de warmte van de afzonderlijke hittegolven wordt ‘opgeteld’. Het CLEx stelde daarom vorige maand een nieuwe graadmeter op: de cumulatieve hitte. Daaruit blijkt dat de cumulatieve warmte stijgt, en dat de stijging steeds sneller verloopt”[4].
Ook Gereformeerden mogen zich afvragen: hoe komt het toch dat wij steeds vaker met extreem weer te maken hebben? Wij behoren dan onder meer zeggen: de Here wijst met nadruk op Zijn verbond. Hij is het die de gang van de natuur regelt. Hij is het die het evenwicht in de natuur behoudt. En ja, Hij hoeft maar een klein tikje te geven; dan is de hele boel totaal uit balans. De God van hemel en aarde wijst, om zo te zeggen, met een priemende vinger naar de natuur. En Hij proclameert: Ik denk aan Mijn verbond, u ook?

Zeker in deze tijd heeft de almachtige God een dringende boodschap voor de wereld: ‘Kom toch bij Mij. Bij Mij is een schuilplaats die optimale veiligheid biedt. Ik kies de Mijnen uit. Nog altijd roep Ik ieder die bij Mij hoort bij elkaar. Dat blijf ik doen tot de Jongste Dag. Ik blijf roepen tot al Mijn kinderen bij elkaar zijn. Kom toch bij Mij!’.

Er staan mooie woorden in Psalm 65:
“U kroont het jaar van Uw goedheid,
Uw voetstappen druipen van overvloed,
zij bedruipen de weiden van de woestijn.
De heuvels omgorden zich met vreugde.
De velden zijn bekleed met kudden,
de dalen zijn bedekt met koren;
zij juichen, ook zingen zij”[5].
Het is een prachtig natuurtafereel, geschilderd in prachtige taal. Maar de boodschap van Psalm 65 is niet een en al lieflijkheid. Het is een dringende oproep aan heel de wereld: bekeer u tot Mij, blijf bij Mij en luister naar Mij! 

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 16.
[2] Psalm 65:5.
[3] Geciteerd van https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreem-weer ; geraadpleegd op donderdag 13 augustus 2020.
[4] Bart van den Dikkenberg, “Gevolgen van klimaatverandering elk jaar ernstiger”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 11 augustus 2020, p. 18 en 19.
[5] Psalm 65:12, 13 en 14.

10 augustus 2020

Wat is wijsheid?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De vraag boven dit artikel zweeft, zeker in coronatijd, boven de markt. Wat moeten we doen met de anderhalve-meter-regel? Wat moet er worden gedaan met de mondkapjes, en wanneer dan? Er wordt, soms heftig, over gediscussieerd. Men denkt er het zijne van. Meningen staan niet zelden diametraal tegenover elkaar. Men zou er tureluurs van worden.

Job zegt in hoofdstuk 28 van het Bijbelboek dat naar hem genoemd is:
“De wijsheid dus, waar komt zij vandaan,
en waar is de plaats van het inzicht?
Zij is bedekt voor de ogen van alle levenden,
en voor de vogels in de lucht is zij verborgen.
Het verderf en de dood zeggen:
Met onze oren hebben wij slechts een gerucht over haar gehoord.
God begrijpt haar weg,
en Hij kent haar plaats.
Want Hij ziet tot aan de einden der aarde,
Hij ziet onder heel de hemel,
terwijl Hij de kracht van de wind bepaalt,
en de wateren meet met een maat.
Toen Hij een verordening maakte voor de regen,
en een weg voor het weerlicht van de donder –
toen zag Hij haar, en peilde haar.
Hij stelde haar vast en ook onderzocht Hij haar.
Maar tegen de mens heeft Hij gezegd:
Zie, de vreze des Heeren, dat is wijsheid,
en zich afkeren van het kwade is inzicht”[1].
Dus: God weet hoe het zit. God doorziet de wijsheid. Hij peilt de wijsheid. Een exegeet noteert: “Op eigen kracht kan de mens geen wijsheid verkrijgen. Noch diepzinnige filosofieën, noch bestudering van verborgenheden, maar alleen een godvruchtige levenswijze leidt tot wijsheid”[2].

Wijs redeneren is mooi. Filosoferen is prachtig. Naar jezelf kijken, al of niet op een afstandje, kan heel nuttig wezen. Maar ten langen leste moeten wij ons toch echt tot God wenden!

Job 28 wordt door sommige uitleggers beschouwd als een algemeen intermezzo van het boek Job. De verteller bouwt rust in na de felle protesten van Job en de hevige wanhoop waaraan hij ten prooi is.
Anderen zeggen: dit lied is wel van Job zelf. Hij spreekt hier niet over zijn eigen situatie. Hij laat zijn emoties even voor wat die zijn.
Een exegeet schrijft: “…de tekst van het boek zelf pleit er eerder voor Jobs slotpleidooi niet te beschouwen als het begin van de monologen, maar als de afsluiting van de betogen (…). Niet alleen wijst het afsluitende onderschrift in de slotwoorden van hoofdstuk 31 in die richting, maar vooral de vermelding van het verdere zwijgen van de vrienden in Job 32:1 pleit hiervoor. Zo maakt de tekst zelf duidelijk dat de hoofdstukken 28-31, ondanks dat ze het karakter dragen van een monoloog, nog steeds deel uitmaken van de betogen(…) en daarvan de afsluiting vormen, als een soort nawoord”[3].

De geïnteresseerde Bijbellezer hoort in Job 28 bekende klanken.
Het hoofdstuk doet bijvoorbeeld denken aan Psalm 29:
“De stem van de HEERE klinkt over de wateren,
de God der ere dondert”[4].
En aan Psalm 103:
“De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij.
Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meer
en zijn plaats kent hem niet meer”[5].
En aan Spreuken 1: “De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning”[6].
En aan Jesaja 40: “Wie heeft de wateren met de holte van zijn hand opgemeten, of van de hemel met een span de maat genomen, of het stof van de aarde met een maatbeker gevat, of de bergen gewogen in een waag, of de heuvels op een weegschaal?”[7].
En aan Jesaja 49: “Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”[8].
Uit het bovenstaande blijkt wel dat in het nawoord van Job ook de weerklank van andere Schriftgedeelten te horen is.
In dat nawoord blijkt Job een helicopterview te hebben!

In onze tijd acht men u wijs als u een integrale aanpak heeft.
Het linkse opinieblad Vrij Nederland publiceerde in augustus 2018 een artikel over wijsheid[9]. Daarin stond geschreven: “De basis voor onderzoek naar wijsheid werd in 1978 gelegd door de Amerikaanse psychologe Vivian Clayton. Aan de hand van interviews en een jarenlange literatuurstudie concludeerde ze dat wijsheid de som is van een besluitvormingsproces waarin kennis, analyse, reflectie en compassie gelijk opgaan. Onderzoekers als zij hebben het in dit verband over ‘het integratieve aspect’ van wijsheid, waarmee wordt bedoeld het op één lijn brengen van verstand en gevoel als je voor lastige kwesties staat. Volgens andere wetenschappers maakt ook deugdzaamheid deel uit van wijsheid: het goede willen nastreven voor een ander en de maatschappij in zijn geheel. (…) De onderzoekers van het Berlijnse Wijsheidsproject dat begin jaren tachtig van start ging, gingen het kamerstelsel in van mensen die als wijs te boek stonden, en maakten notities wat er aan gemeenschappelijks in de vertrekken te vinden was. Wijsheid, zo concludeerden ze, was ‘expertise in de fundamentele pragmatiek van het leven’, een diepgaand besef van waar het leven uiteindelijk om gaat en de veelvoudige manieren om dat goede leven in zijn veelvormige aspecten ook te bereiken”.

Maar daarbij moet u wel uw eigen doel in het oog houden. Wat wilt u met uw activiteit bereiken?
“Om enigszins wijs te doen, hoef je niet in de filosofie gepromoveerd te zijn. Soms is het genoeg, stellen psychologen Barry Schwartz en Kenneth Sharpe in hun boek Practical wisdom (2010), om het doel van een situatie in het oog te houden; jezelf de vraag te stellen: wat is mijn uiteindelijke doel met wat er in deze specifieke situatie van mij gevraagd wordt?”.

De vraag is uiteraard wat dit alles in de praktijk oplevert. Welnu, dat is tamelijk teleurstellend: “De erkenning van de beperking van je kennis en kunde, het weten dat je niks weet, staat centraal in het wijsheidsdenken. Eskens noemt dat ‘de socratische houding’, naar de Griekse filosoof die een paar millennia geleden voetgangers op het plein waar hij zat over hun vooronderstellingen ondervroeg.
In de mystieke literatuur, bijvoorbeeld die over christelijke en joodse spiritualiteit, kom je dan al snel uit bij het ‘transcendente’, en het ondoorgrondelijke van Gods wegen. Samengevat door Goethe als ‘Hoe verder de vooruitgang van kennis, hoe dichter we het onpeilbare naderen’. Het motto van De wijsheid van het niet weten; voorbij de illusie van zekerheden (2017), een boek van de Amerikaanse psychoanalytica en Talmoed-onderzoekster Estelle Frankel, is een uitspraak van rabbijn Yehudah Bedersi: ‘Het ultieme doel van kennis is te weten dat we het niet weten’. Gek genoeg moet je daar een leven lang voor leren”.

Hoe moet dat verder?
Het komt op geloof aan: God begrijpt de weg van de wijsheid, en Hij kent haar plaats. Zo zegt Job dat. De kerk mag het proclameren: wie wijs wil worden, moet naar God toe!

Wat is wijsheid? Die vraag zweeft nog altijd boven de markt. Zeker in coronatijd. Eenvoudige oplossingen zijn er niet. Maar wie echte toekomst hebben wil, moet tot God gaan.

Noten:
[1] Job 28:20-28.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Job 28.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; artikel ‘Opbouw Job’.
[4] Psalm 29:3 a.
[5] Psalm 103:15 en 16.
[6] Spreuken 1:7.
[7] Jesaja 40:12.
[8] Jesaja 49:6 b.
[9] Het artikel ‘Wijsheid: wat is het en hoe verkrijg je het?’. Het artikel is gedateerd op 14 augustus 2018. Geciteerd van https://www.vn.nl/wijsheid/ ; geraadpleegd op zaterdag 8 augustus 2020.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.