gereformeerd leven in nederland

18 juli 2019

Kerkelijke eenlingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We horen het vaak om ons heen: vader en moeder die problemen in de kerk verschillend taxeren. De één vindt het allemaal zo erg niet. De ander acht de problemen veel ernstiger.
Binnen een huwelijk kan dat zomaar verwijdering geven.
Dat is moeilijk.
Man en vrouw gaan op zoek naar een tussenweg die voor beiden aanvaardbaar is. Maar het blijft bijna altijd wringen. Want geloof en kerkkeus zijn, als het er op aankomt, heel persoonlijke dingen.

Laten we deze vader en moeder maar even in het oog houden. We noemen hen vader en moeder Van Hierboven.

Nu we deze situatie in beeld hebben, mogen we elkaar wijzen op Psalm 27:
“Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,
dát zal ik zoeken:
dat ik wonen mag in het ​huis​ van de HEERE,
al de dagen van mijn leven,
om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen
en te onderzoeken in Zijn tempel.
Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
op de dag van het onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn ​tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots”[1].

Psalm 27 is gecomponeerd door David. En het valt meteen op: de psalmist spreekt hier in het enkelvoud. Wat anderen ook denken, hij wil naar de kerk. Hoe anderen de situatie ook taxeren, hij wil bij de Here wezen!
En hij weet: de Here ziet mij. Hij beseft: ik ben maar een eenling, maar de Here houdt mij wel degelijk in de gaten. Hij realiseert zich: er zijn allerlei drukdoenerige mensen om mij heen, maar de Here weet precies wat ik doe.
Laat dat ook maar een troost wezen voor de kerkelijke eenlingen van vandaag!

Nee, het is niet zo dat daarmee de problemen meteen geheel en al opgelost zijn.
We kunnen rustig zeggen dat vader Van Hierboven Psalm 27 zingt. Maar dat wil moeder Van Hierboven waarschijnlijk ook wel doen. Alleen maar – op zondag zingen zij Psalm 27 op verschillende plaatsen.
Zegt u nu zelf: samen zingen is veel mooier.
Echter – voor vader en voor moeder Van Hierboven geldt: de Here hoort Psalm 27 in stereo. Dat lukt mensen niet. Maar God lukt het wel. En Hij kan in harten kijken. Hij kent onze onzekerheden. Hij weet van de hobbels. Van de teleurstelling. Van het stille verdriet. En van de tranen.
Ook dat kan eenlingen tot troost strekken: de Here hoort ons loven, prijzen en bidden. Het maakt niet uit waar we ons bevinden; Hij hoort het altijd en overal!

Er staan twee heel belangrijke woorden in Psalm 27:
* zoeken
* onderzoeken.
Wie Psalm 27 zingt, laat daarmee blijken dat bij hem of haar werk in uitvoering is. Het geloof is geen status quo. Het geloof is geen unit die we ons hele leven met ons meedragen. Het is niet zo dat het geloof een talisman is – zolang je ‘m maar bij je hebt is er niks aan de hand. Zo zit het niet.
Nee, er moet gezocht worden. En er moet onderzocht worden.
Dat geldt voor vader Van Hierboven. En het geldt net zo goed voor moeder Van Hierboven. Beiden moeten zoeken en onderzoeken. En zij moeten elkaar in kennis stellen van de resultaten van hun speurtocht. Zij moeten met elkaar praten over de resultaten van hun research. Zij mogen elkaar blijven tonen wat de Here in hun leven doet.
David leert ons in Psalm 27: geloof is niet iets waarbij je voldaan achterover leunt.

Achterover leunen – dat doet de God van het verbond ook niet.
Hij biedt een schuilplaats. Hij biedt, om zo te zeggen, een safehouse[2].
Hij zet Zijn kinderen op een plek neer waar kwaadwillende mensen er niet bij kunnen; op een hoge rots namelijk
Kortom – de God van hemel en aarde staat garant voor de bescherming van de bevolking die Hij met Zijn eigen bloed gekocht heeft!

Bij dat alles moeten wij, wat betreft Psalm 27, nog tenminste één ding registreren.
Er is één huis van de Here.
Er is één tempel.
Er is één hut.
Er is één tent.
En dus is er ook maar één kerk.
Geen twee. Of drie. Of honderd.
Bij hun zoektocht mogen vader en moeder Van Hierboven nooit vergeten dat hun verschil in kerkkeus een gevolg is van de zonde op deze aarde. Natuurlijk – dat is een droevige conclusie. Maar het zou verkeerd zijn om op dit punt om de hete brij heen te draaien.

Laat de dichter van Psalm 27 vader en moeder Van Hierboven nu toch met alle moeilijkheden zitten? Zo van: we moeten samen naar de kerk; maar dat doen we niet en dat is zondig…?
Zeker – wij moeten onze zonden blijven benoemen. Maar dat is niet de hoofdboodschap van dit kerklied.
In Psalm 27 leert vader en moeder Van Hierboven wat het adres is waar zij altijd, hun hele leven lang, met hun problemen naar toe moeten gaan. De familie Van Hierboven, en wij allen, moeten leren bidden:
“HEERE, leer mij Uw weg,
leid mij op een geëffend pad”[3].
Laat de God van hemel en aarde onze Routeplanner maar wezen!

Laten wij ons even voorstellen dat vader en moeder Van Hierboven hun leven lang kerkelijk gescheiden blijven.
Hoe moet dat dan verder?
De dichter van Psalm 27 zegt:
“Wacht op de HEERE,
wees sterk
en Hij zal uw ​hart​ sterk maken;
ja, wacht op de HEERE”[4].
Wij allen – vader en moeder Van Hierboven incluis – moeten beseffen dat sommige problemen op deze aarde niet worden opgelost.
Maar de Here ziet al Zijn kinderen.
Hij ziet ook de gelovige mensen die, als gevolg van de zonde die op aarde rondwaart, kerkelijke eenlingen geworden zijn.
Laten wij in die situatie, samen met vader en moeder Van Hierboven en alle andere kerkelijke eenlingen, die prachtige woorden uit Openbaring 22 maar repeteren: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan”[5].

De God van hemel en aarde brengt Zijn kinderen eens bijeen.
Ja, ook als zij zich tot hun laatste dag op aarde in verschillende kerkverbanden bevinden!

Noten:
[1] Psalm 27:4 en 5.
[2] Dat is een huis dat gebruikt wordt om iemand te laten onderduiken.
[3] Psalm 27:11 a.
[4] Psalm 27:14.
[5] Openbaring 22:12, 13 en 14.

5 juli 2019

Psalm 139 in 2019

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Psalm 139 behoort, in zekere zin, tot de tophits van de Gereformeerde wereld. U weet wel:
“Al is er nog geen woord op mijn tong,
zie, HEERE, U weet het alles.
U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij”[1].
De mens kent zijn plaats. Hij belijdt Zijn kleinheid tegenover de grote God.

Maar er is iets anders dat nog veel belangrijker is.
De hemelse God kent ons.
Het was de Gereformeerde predikant B. Holwerda (1909-1952) die in een preek over Psalm 139 eens opmerkte: “Nu moet ge vooral niet haastig zeggen: dat is nogal logisch. Als de HEERE dwars door je heenkijkt, dan weet Hij natuurlijk ook alles van je. Want daarmee hebt ge dat prachtige Bijbelse woord ‘kennen’ opeens verminkt. Natuurlijk, we kunnen hier gaan spreken over Gods alwetendheid. Doch alwetendheid zonder meer is een verschrikking. Weten is als zodanig nog zonder belangstelling en zonder liefde. Doch als ge in de bijbel van Gods ‘kennen’ leest, pas dan op. Dat betekent heus niet, dat Hij van alles op de hoogte is en dat Hem niets ontgaat. Maar het betekent voorál, dat Hij zich ervoor interesseert, dat Hij meeleeft, dat Hij bewógen is. Zo koud als ‘weten’ is, zo wárm is ‘kennen’”[2].

Dat is voor al Gods kinderen geweldig nieuws.
Soms heeft de sleur van het alledaagse ons te pakken.
Op andere momenten worden we opgeschrikt door een ongeluk, door ziekte, door het overlijden van een geliefde.
In al die situaties voelen we ons soms gekortwiekt. De Here God beperkt onze mogelijkheden, onze energie en ons zicht op de gebeurtenissen in de wereld.
Maar één ding moeten we goed onthouden: onze God staat paraat. Zijn mogelijkheden zijn onbeperkt, Zijn energieniveau is immer onverminderd hoog, Hij ziet scherp wat er in de wereld gebeurt!

Dat insluiten ziet er wat dreigend uit.
Is het dan toch waar wat de mensen zeggen? Is de kerk toch een woud van regeltjes en voorschriften?
Nee. Het Hebreeuwse woord dat hier staat – sartani – betekent: beveiliging aan alle kanten; Gods kinderen worden door Hem omhuld. Sartani betekent: de beste Lijfwacht die er is, is 24/7 voor u beschikbaar.
Het is in onze tijd belangrijk om dat alles te blijven belijden.

Waarom?
Omdat Psalm 139 vandaag de dag op verrassende momenten opduikt.

Een nieuw boek over transgender en geloof heet ‘Wondermooi, zoals u mij gemaakt hebt’[3].
“Seksuele diversiteit is zo door God bedoeld”, zo wordt gezegd.
En:
“Transpersonen hebben vaak veel moeite zichzelf te accepteren. Het biologische geslacht waarmee ze zijn geboren strijdt met de genderidentiteit zoals zij die zelf ervaren. Het kan een zaak van leven of dood zijn en in deze psalm ervaren transgenderpersonen de reddende hand van God”[4].

In het boek gaat het onder meer het verkleedverbod uit Deuteronomium 22, over de uitspraken van Jezus in Mattheüs 19 en over de doop van de eunuch door Filippus in Handelingen 8. Ook belangrijk is Galaten 3: in Christus zijn er geen Joden of Grieken, slaven of vrijen, mannen of vrouwen.

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?
De Schepper van hemel en aarde heeft mensen geschapen. De mensen hebben gaven en talenten. Maar zij kennen hun strijd in het alledaagse leven. Zij hebben hun tekortkomingen. En hun handicaps.
Het is de bedoeling dat juist die strijd, die tekortkomingen, die handicaps, die beperkingen naar God wijzen. Immers – Hij neemt Zijn kinderen in bescherming en vernieuwt hen.
In Zijn genade neemt Hij de gevolgen van de zonde weg. Dat is mogelijk geworden door het werk dat Jezus Christus, de Heiland, volbracht heeft.
De volmaaktheid komt eraan!
Is seksuele diversiteit door God bedoeld?
Nee, dat is niet zo.
Als dat wel zo was, had Hij er ons in Zijn Woord toch reeds mee geconfronteerd?
De strijders, de mensen met een beperking mogen in koor getuigen: ooit worden wij perfect; ongelooflijk, maar waar!

Nu het om deze dingen gaat, is het goed om het Gereformeerde formulier voor de heilige doop te citeren: “…de doop bevestigt en verzegelt ons de afwassing van onze zonden door Jezus Christus. Wij worden immers volgens het bevel van Christus gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken. Want Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”[5].
God neemt Zijn kinderen aan, met huid en haar. Zij hebben een eeuwig verbond met God!
God neemt hen niet aan zoals zij hier op aarde zijn. Er is vernieuwing nodig!
De apostel Paulus schrijft niet voor niets: “En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij ​bidden​ zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen”[6].

Moeten we niet meevoelen met transgenders?
Jawel. Dat moet wel.
Maar het moet helder zijn dat wanneer de psychologische identiteit als man of vrouw in tegenspraak is met het door de Schepper ‘toegewezen’ biologische geslacht, daarin een oproep klinkt voor ieder die het horen wil: zoek uw identiteit in Christus!
Er is een ombuigingsoperatie nodig!

Weet u nog hoe Psalm 139 eindigt?
“Doorgrond mij, o God, en ken mijn ​hart,
beproef mij en ken mijn gedachten.
Zie of er bij mij een schadelijke weg is
en leid mij op de eeuwige weg”[7].
Al Gods kinderen moeten die eeuwige weg op. Hetero’s. Mensen met een seksuele geaardheid. En ja, ook transgenders. Samen op weg naar de volmaaktheid!

Noten:
[1] Psalm 139:4, 5 en 6.
[2] De preek dateert uit 1939. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
“HEERE, Gij doorgrondt en kent mij.
David heeft:
1. beleden de rijkdom van die werkelijkheid;
2. geleden onder het verzet tegen die werkelijkheid;
3. gebeden om de vervulling van die werkelijkheid”.
[3] De gegevens van dit boek zijn: J. Molenaar en anderen (red.). “Wondermooi, zoals U mij gemaakt hebt – Handreiking voor gelovige transgender personen en werkers in de kerk”. – KokBoekencentrum, 2019. – 200 p.
[4] “Eerste boek over transgender en geloof”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 22 juni 2019, p. 20 en 21.
[5] Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen – Gereformeerd Kerkboek-1986. – citaat van p. 512 en 513.
[6] Romeinen 8:26.
[7] Psalm 139:23 en 24.

27 juni 2019

Gods trouw omsloten door onze lof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De samenleving holt achteruit. In de ogen van Gereformeerde mensen althans. In kabinetsmaatregelen wordt steeds minder rekening gehouden met Gods Woord. De samenleving wordt steeds onchristelijker.
Waar gaat het heen?

Dat ligt, zoals dat dan heet, in de schoot van de toekomst verborgen.
Wat we wel weten is dat het vroeger weinig beter was.

Israël denkt er bij de Schelfzee niet aan dat de Here het volk kan redden en dat het heel goed mogelijk is dat de Egyptische farao het onderspit delft.
De Here grijpt in. Hij zorgt er Hoogstpersoonlijk voor dat Zijn volk niet in de pan gehakt wordt.

Natuurlijk is Israël dankbaar.
Dat is logisch.
Wie is er niet blij als zijn leven, om zo te zeggen, opnieuw begint?
Maar ach… hoe gaat dat?
De dankbaarheid slaat al gauw om in ongerustheid, en in revolutie.

Het volk denkt collectief: in de woestijn komen we om!
Het volk denkt: God is afwezig; komaan, laten we een gouden kalf maken – zo zorgen we er zelf voor dat God weer dichtbij komt.
Op enig moment komt het zover dat God zo woedend is op Zijn volk dat Hij Zich voorneemt om al die Israëlieten in vredesnaam maar uit te roeien. Dat dat voorkómen wordt, komt omdat Mozes voor Zijn volksgenoten in de bres springt.

En als we dat allemaal hebben gehad, blijkt het ganse volk ontevreden over Kanaän – het land dat God voor Zijn volk vrij gaat maken.
Bovendien blijkt Baäl-Peor, de afgod van de Moabieten, reuze aantrekkelijk. Baäl-Peor, dat betekent: heer van de bres[1]. Een bres is een opening in een muur. Het lijkt wel of de Israëlieten een opening naar een andersoortige toekomst zien!

Israël klaagt bij Meriba over gebrek aan water. Alsof de Here niet bij machte is om daar in een oogwenk iets aan te doen!

Israël trekt Kanaän binnen. En kijk nu toch eens, wat wonen daar veel vriendelijke en heel lieve mensen! Zij zijn zo lief dat je gerust met hen trouwen kunt…
Alleen maar – dat is niet de dienstorder van God. Want Hij heeft gezegd: roei dat volk uit! Waarom? Omdat het belangrijk is dat de dienst aan God alle aandacht krijgt; het heeft geen zin om je daarbij te laten afleiden door de leuke ‘godsdienst’ van de buren.

Dat alles laat God beslist niet over Zijn kant gaan. Het volk wordt gestraft. En niet zo’n klein beetje ook. Er volgen vele jaren in ballingschap.

Men zou denken: dit is het dan. En misschien ook: wat zijn die Israëlieten toch hardleers. Of ook: dat Oudtestamentische volk leert het nooit!
Maar er is meer.
Want God is trouw aan Zijn verbond. Hij laat Zijn volk nooit in de steek.

Daarom blijft voor Gods volk van alle tijden en plaatsen maar één ding over: God loven en prijzen om Zijn trouw.

Wellicht denkt u: waar haalt die weblogscribent dat toch allemaal vandaan?
Welnu, wij kunnen het bovenstaande terugvinden in Psalm 106.
Al die geschiedenissen staan beschreven in Gods Woord.

Wie – met een schuin oog op het kerkelijk leven in Nederland – Psalm 106 leest, vat hopelijk weer enige moed.

Er zijn veel gelovigen in Nederland. Maar zij vinden op verschillende plaatsen onderdak.
Van baptisten tot Gereformeerde Gemeenten in Nederland: gelovigen gaan op heel veel verschillende plaatsen naar de kerk.
Er zijn vele discussies in Nederland. Over de doop, over belijdenis doen, over de vrouw in het ambt…
Er wordt gefuseerd. Tussen Gereformeerd-vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden. En wellicht op termijn ook tussen De Gereformeerde Kerken in Nederland en de Gereformeerde Kerken Nederland. Maar is dat naar Gods wil? Is het verantwoord?

Laten we nog eens terugkeren naar Psalm 106.
Het was professor drs. H.J. Schilder (1916-1984) die over dit kerklied eens opmerkte: “Evenwel, die Psalm 106 met zijn droef relaas kan ons toch ook al voorzichtig maken. Immers, dat lied kent — al die sombere herinneringen ten spijt — wel degelijk zijn roem en lof. Met lóf vangt het aan: Halleluja, looft de Heere, want Hij is goed. En het einde is dienovereenkomstig. Niet slechts als een liturgisch slot, maar ook als conclusie en doel van de gehele psalm, wanneer verlossing uit actuele ellende (verstrooiing, ballingschap) wordt begeerd ‘opdat wij uw heilige naam loven, ons beroemen in uw lof’ (…). Het één sluit het ander toch blijkbaar niet uit, het zondenregister verhindert niet de roem op Gods goedertierenheid in de voortgang der historie”[2].

Psalm 106 is een gebed.
De dichter vraagt zijn God om in te grijpen.
“Denk aan mij, HEERE, naar het welbehagen in Uw volk;
zie naar mij om met Uw heil,
zodat ik het goede van Uw uitverkorenen mag zien,
mij mag verblijden met de blijdschap van Uw volk,
mij mag beroemen met Uw eigendom”[3].
En:
“Verlos ons, HEERE, onze God,
breng ons bijeen vanuit de heidenvolken,
opdat wij Uw ​heilige​ Naam​ loven
en ons beroemen in Uw lof”[4].
De dichter vraagt zijn God om Israël weer terug te brengen uit de ballingschap.
De psalmschrijver kijkt naar de geschiedenis van Israël. En hij ziet het scherp – wij hebben er met z’n allen een rommeltje van gemaakt. En de psalmist beseft ook: de zaak komt pas weer op orde, als de Here ons – om zo te zeggen – oppakt en weer op onze plaats zet.

Als het gaat om kerkelijke verdeeldheid, houden we ons vaak om de lieve vrede stil. Je kunt niet altijd maar op het scherpst van de snede opereren.
Als het op fuseren aankomt, vragen rechtgeaarde Gereformeerden zich af: brengt dit alles ons dichter bij God, of niet? Er wordt getelefoneerd, ge-e-maild, gepraat en vergaderd. En de één is nog bezorgder dan de ander.

En misschien zeggen we wel zachtjes tegen onszelf: geloven is mooi, maar wat zit er soms een hoop gedoe omheen!
In een dergelijke situatie moeten we maar naar Psalm 106 kijken. Laten we de kerkgeschiedenis in herinnering brengen en Gods trouw zien. En de trouw van onze Verbondsgod mogen wij omsluiten met onze lof!

Noten:
[1] Zie https://christipedia.miraheze.org/wiki/Baäl-Peor ; geraadpleegd op zaterdag 22 juni 2019.
[2] H.J. Schilder, “Het schrift dat niet verslijt – opstellen over het Oude Testament”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1983. – p. 143.
[3] Psalm 106:4 en 5.
[4] Psalm 106:47.

4 juni 2019

Oproep aan kerk en wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Psalm 3 is een morgenlied.
Maar de dichter David gaat in dat kerklied fors tekeer. Hij staat duidelijk onder grote druk.
Leest u maar even mee.

“Sta op, HEERE,
verlos mij, mijn God,
want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen,
de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.
Het heil is van de HEERE;
Uw ​zegen​ is over Uw volk”[1].

De psalm slaat op de geschiedenis die in 2 Samuël 15-18 beschreven is.
Iemand typeert de situatie als volgt: “Wat Absalom had gedaan, was het organiseren van een complete burgeroorlog. In 2 Samuël 15:1-6 lezen we namelijk dat hij op een slinkse wijze het volk achter zich probeert te krijgen en zo ‘het hart van de mannen van Israël stal’ (…). De opstand beperkte zich echter niet tot het gewone volk, maar Absalom had zelfs aanhangers aan het hof van zijn vader David zelf. David moet begrepen hebben dat hij het vertrouwen aan het verliezen was, zelfs van zijn persoonlijke adviseurs (…). Kortom: een goed georganiseerde staatsgreep die gevolgd zou worden door een burgeroorlog”[2].
De aanleiding voor het schrijven van Psalm 3 is dus een coup in het koningshuis. Overigens duurt de opstand niet lang. Absalom komt om, en David keert terug naar Jeruzalem.

Die psalm zingen wij nu ook nog.
Compleet met de regels:
“Sta op, verlos mij HEER!
U hebt uw naam ter eer,
gesmaad de goddelozen.
U toont uw grote macht,
verbrijzelt door uw kracht
de tanden van de bozen”[3].

Goddelozen – dat zijn, zo merkt een exegeet op, “mensen die tegen de God van Israël ingaan (…) en tegen zijn gezalfde koning (…). ‘Op de kaak slaan’ kan een beledigende slag zijn, (…), maar hier is een inslaan van de kaken bedoeld waardoor de tanden verbrijzeld worden, (…). Daarmee worden de vijanden machteloos, maar kunnen ze ook niet meer lasteren”[4].
De vijanden worden machteloos. En sprakeloos, tevens!

Wat moeten wij daar vandaag mee?
De oplossing staat in de psalm zelf: het gaat om de eer van God. Hij behoort de eer te krijgen die Hem toekomt. Zijn reputatie moet voorop staan. Zijn werk moet kunnen doorgaan. En dat kan ook. Als God het nodig acht maakt Zijn kracht mensen tandeloos en machteloos.

In Psalm 3 draait het, zoals zo vaak in de Bijbel, ten diepste om de eer van God.
Kijk maar eens wat Hij doet!
Zie maar eens welke activiteit Hij ontplooit!
Hij komt voor Zijn volk op. Hij beschermt Zijn volk. En individuele leden van dat volk ervaren dat ook zo. David zingt:
“U echter, HEERE, bent een ​schild​ voor mij,
mijn ​eer; U heft mijn hoofd omhoog.
Met mijn stem riep ik tot de HEERE,
en Hij verhoorde mij vanaf Zijn ​heilige​ berg.
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,
want de HEERE ondersteunde mij”[5].

Geldt dat vandaag nog?

Ja, wij geloven dat dat zo is.
Om met een bekend gezang te spreken: “Het werk der eeuwen dat zijn Geest omspant, / volvoert Zijn hand”![6]
Er zijn wel mensen die hardop twijfelen over Gods kracht. Dat verdonkeremanen ze in volzinnen als: ‘Als ongelovige ben ik diep en onherstelbaar gekwetst in mijn afwezige religieuze gevoelens door al die godslastering van fundamentalisten”[7].
Zo’n spreker krijgt niet meteen kaakslagen. Hij wordt ook niet op andere wijze aangevallen.
Maar waarom grijpt God dan niet in?
De Here geeft Zelf het antwoord op die vraag.
In Psalm 103 bijvoorbeeld:
“Barmhartig​ en ​genadig​ is de HEERE,
geduldig en rijk aan goedertierenheid”[8].
En in 2 Petrus 3 bijvoorbeeld: “De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Maar de dag van de Heere zal komen als een ​dief​ in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden”[9].

Vandaag de dag maken mensen zich druk over kleine en grote dingen, die soms bijna luguber zijn:
* heeft majoor Marco Kroon bij een aanhouding door de politie een agent een kopstoot gegeven, of toch niet?[10]
* wij moeten, naar men zegt, ‘van het gas af’. En ja, voor crematoria moet dat ook gelden; “want een doorsnee crematie kost zo’n 55 kuub gas”[11].
Psalm 3 maakt echter een tegenstelling in het groot: het gaat van kaakslagen naar heil; van kapotte tanden naar Gods zegen voor Zijn kinderen.
In Psalm 3 wordt de antithese getekend. De tegenstelling tussen kerk en wereld dus.
David zet zijn lezers voor de keus.
De Heilige Geest roept de kerk op om Hem niet te verlaten.
De heilige God geeft de wereld de tijd om de zaak op een rij te zetten, en vervolgens een levensreddende keus te maken. In Psalm 3 doet Hij de oproep: kies voor het heil dat Ik u aanbied!
Laten Gods kinderen maar bidden dat nog velen tot dat inzicht zullen komen. En verder? Verder mogen wij het aan God overlaten. Net als David, indertijd:
“Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,
want de HEERE ondersteunde mij”[12].

Noten:
[1] Psalm 3:8 en 9.
[2] Geciteerd van http://www.jmpauw.nl/23-bijbelstudie/psalmen/115-psalm-3 ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[3] Psalm 3:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Geciteerd uit onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 3.
[5] Psalm 3:4, 5 en 6.
[6] Dit zijn de laatste twee regels van Gezang 31:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] De formulering is van kinderboekenschrijver Guus Kuijer. Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/5082/het-goede-ware-en-schone-guus-kuijer.html ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[8] Psalm 103:8.
[9] 2 Petrus 3:9 en 10.
[10] Zie hierover https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/marco-kroon-verbaasd-over-handelen-defensie-1.1572460 ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[11] “DWF is innovatief in cremeren”. In: Nederlands Dagblad, maandag 3 juni 2019, p. 18.
[12] Psalm 3:8.

27 mei 2019

Eer en glorie in Psalm 8

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is eind mei 2019.
Het leven kabbelt voort.
Natuurlijk – er zijn Europese verkiezingen.
Maar er is ook de dagelijkse drukte.
De week heeft zo z’n routines.
Zo gaat dat in het bestaan van alledag. En dat is goed. Het is uiteindelijk niet gezond om voortdurend op adrenaline te leven.

En dan opeens is er dat schokkende bericht.

“Elke dag sterven er in Venezuela enkele honderden mensen. De een wordt getroffen door de hongerdood. De ander overlijdt omdat er geen medicijnen meer zijn. Dagelijks worden er gemiddeld 73 mensen vermoord. Er geldt maar één wet: het recht van de sterkste. Als er geen eten meer tussen het afval zit, wordt het gestolen. Hele wijken zijn roofgebieden voor bendes.
Venezolanen staan al dagen in kilometerslange rij om te tanken.
“Wat in Venezuela gebeurt is een van de grootste menselijke tragedies zonder oorlogsgeweld”, zegt Kenneth Rogoff, professor economie aan de Harvard University en voormalig chef-econoom bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). “Dit zal de komende decennia hét voorbeeld zijn van desastreus beleid”[1].

Dat betekent dat er in Venezuela per week minstens 1400 mensen omkomen. Per maand zijn dat er zo’n 5600. En verder? Er worden vijfhonderd moorden in de week gemeld. En Venezuela blijft een volstrekt rechteloos land.
Venezuela heeft, naar men meldt, een grote schuld uitstaan bij Rusland.
De Verenigde Staten zouden gaarne zien dat Rusland minder invloed krijgt in Venezuela. Dat land in het verre noorden van Zuid-Amerika is namelijk een olierijk land.
Een correspondente van de NOS zegt: “Er is een kleine mini koude oorlog gaande tussen de Verenigde Staten en Rusland”. En: “Het Pentagon heeft laten weten dat ze op dit moment niet bezig zijn met een oorlog in Venezuela”[2].

Deze erbarmelijke wantoestand brengt ons vandaag bij Psalm 8:
“Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?
Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de ​engelen
en hem met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”[3].

Toegegeven – die eer en glorie zijn soms ver te zoeken.
Maar we hoeven er niet omheen te draaien: de mens is onderkoning van de schepping.
Dat is de status die de God van hemel en aarde aan de mens gegeven heeft.
Die status moet het uitgangspunt zijn als we met onze medemensen omgaan.
Die status moet het beginpunt wezen als we voor elkaar zorgen.
Ten diepste is dat het grote probleem in Venezuela.
Van dat probleem lijken Rusland en Amerika zich niet bewust. En als zij zich dat wel realiseren weten ze dat goed te verbergen!

Inderdaad – de eer en glorie van de mens zijn soms ver te zoeken. En dat is geen nieuws.
Job had er in hoofdstuk 19 ook al mee te maken:
“Van mijn ​eer​ heeft Hij mij beroofd,
en de ​kroon​ van mijn hoofd heeft Hij weggenomen.
Hij heeft mij aan alle kanten afgebroken, zodat ik ten onder ga,
en heeft mijn hoop losgetrokken als een boom”[4].

Maar hoe zit dat dan met die eer en glorie? Is dat ten principale een volstrekt misplaatste vorm van grootspraak?
Zeker niet!
Job laat verderop in hoofdstuk 19 namelijk zien dat grootspraak niet aan de orde is. Ik citeer weer:
“Ik weet echter: mijn Verlosser leeft,
en Hij zal ten laatste over het stof opstaan.
En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben,
zal ik uit mijn vlees God aanschouwen.
Ik zelf zal Hem aanschouwen,
en mijn ogen zullen Hem zien, niet een vreemde;
mijn nieren bezwijken van verlangen in mijn binnenste”[5].

De dichter van Psalm 8 zegt: U hebt de mens “met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”.
Maar daar begint hij niet mee.
En hij eindigt er ook niet mee.
Want de inzet van de Psalm luidt:
“HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel”[6].
En de laatste regels van de Psalm zijn:
“HEERE, onze Heere,
hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!”[7].
In dit kerklied hebben we te maken met Goddelijke glorie die op de mens afstraalt. De mens staat midden tussen het magnifieke licht dat de Heer van hemel en aarde schijnen laat!

Kent u het volkslied van Venezuela?
De eerste regels daarvan luiden:
“Gloria al bravo pueblo
que el yugo lanzó
la ley respetando
la virtud y honor”[8].
Glorie aan de dappere mens, zingt men in Venezuela. Verder zingt men onder meer over het respecteren van de wet. En over deugd en eer.
Dat klinkt allemaal geweldig. Vroom, bijna.

Maar het háált het niet bij Psalm 8.
Want de triomf van onze God gaat boven alles uit.
Dat mogen gelovigen in Venezuela weten.
En Gods kinderen in Nederland, Duitsland, Canada, Zuid-Afrika of waar ook ter wereld mogen het ook nooit vergeten!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.hln.be/nieuws/buitenland/uitgehongerde-dochter-19-sterft-voor-ziekenhuis-in-armen-van-moeder-venezuela-is-de-hel-geworden~ab4fe387/ ; geraadpleegd op vrijdag 24 mei 2019.
[2] Zie https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2282899-internationale-bemoeienis-bij-het-conflict-in-venezuela.html ; geraadpleegd op vrijdag 24 mei 2019.
[3] Psalm 8:4, 5 en 6 a.
[4] Job 19:9 en 10.
[5] Job 19:25, 26 en 27.
[6] Psalm 8:2.
[7] Psalm 8:10.
[8] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Gloria_al_bravo_pueblo ; geraadpleegd op vrijdag 24 mei 2019.

15 mei 2019

Gods Woord en LHBT

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Gereformeerde mensen weten het: de Here kijkt door ons heen![1]
Hij weet precies wat ons bezig houdt. Hij weet welke kant het met ons op gaat.
Psalm 139 zegt het zo:
“Al is er nog geen woord op mijn tong,
zie, HEERE, U weet het alles.
U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij”[2].

Aan die grootsheid zijn wij, om zo te zeggen, gewend in de kerk. Meer precies: wij realiseren ons dat dit alles nimmer zullen doorzien. Altijd kijken wij, als kleine mensjes, tegen de Here op. Wij kijken omhoog. Wij knipperen tegen het scherpe licht.
En diep in ons hart beseffen wij het: aan het analyseren van deze situatie komen wij op deze aarde nimmer toe. Dat wordt nooit wat. Dat is iets wat pas in de hemel aan de orde komt. En dan is die analyse niet meer nodig…

En één ding weten gelovige mensen zeker: onze identiteit ligt eerst en vooral in Christus.
Wij worden, schrijft Paulus in Romeinen 3, “om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus[3].

Paulus vraagt in Romeinen 6: “Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?”[4]. Paulus stelt in Romeinen 6: “Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere”[5].

Petrus schrijft in 1 Petrus 5: “Vrede zij u allen, die in Christus Jezus bent”[6].
In Christus Jezus vinden we onze bescherming.
Onze afscherming ook – wij worden niet zomaar omver geblazen door allerlei beweringen en stellingen die de wereld ons in de oren toetert. Paulus schrijft aan de christenen in Efeze: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen”[7].

Dat pantser hebben we in deze wereld hard nodig.
Men dringt allerlei onchristelijke gedachtegangen aan ons op. Men leeft goddeloos.
Dat is met name te zien in het domein van de seksualiteit en op het terrein van de LHBT.

Die sfeer staat, in het algemeen genomen, ver van Gereformeerde mensen af.
Maar er zijn momenten waarop we toch met de invloed ervan te maken krijgen.

De NOS berichtte onlangs: “Het hoofdpodium van Paradiso heeft zaterdagavond plaatsgemaakt voor een catwalk. Voor het vijfde jaar op rij staat Superball op het programma, een internationale wedstrijd voor dragqueens. ‘Acht Europese draghouses strijden tegen elkaar in de rondes lip sync, dance off en catwalk’, vertelt organisator Peter van Vught. De winnende dames gaan er vandoor met een eretitel, een award en waardebonnen voor make-up”.
En voor alle duidelijkheid: “Een draghouse bestaat uit een dragmoeder die dragkinderen onder haar hoede heeft genomen. ‘Het is soms moeilijk om in je eentje je eerste stappen te zetten als dragqueen’, legt Ma’MaQueen uit. ‘Als je bijvoorbeeld voor het eerst als man een BH gaat kopen, is het fijn als er iemand met je mee gaat. Maar dragmoeders helpen ook met make-up en kleding’” [8].

Bent u daar nog?

Laat ik bij het bovenstaande twee opmerkingen maken.
1.
Een dragqueen is iemand in die in zijn/haar gedrag op humoristische wijze een discussie op gang wil brengen over mannen- en vrouwenrollen[9].
2.
Het gaat in dit alles vooral om een ‘zoektocht naar identiteit’. “Als man zijn er strikte gendernormen waar je je aan moet houden. Je hoort je niet vrouwelijk te kleden of vrouwelijk te gedragen. Ik voelde me daar jarenlang heel beperkt door”.
In het bovenstaande voelt de spreker zich als persoon niet compleet.

Gelovigen leven in Christus.
Zij leven met een pantser om zich heen. Gods kinderen zijn niet aaibaar en onaantastbaar.
Dat geldt voor al Gods kinderen.

Dat geldt zeker ook voor onze broeders en zusters die te kampen hebben met gevoelens in de LHBT-sfeer. Laten we hun strijd in dit leven overigens niet onderschatten!
Maar ook zij mogen weten dat zij in Christus zijn. Ook zij hebben gaven die zij in de kerk mogen inzetten. Ook zij hebben denkkracht en daadkracht.
En natuurlijk blijven er dan vragen over. Zoals:
* Moet ik mijn hele leven alleen blijven?
* Wat vraagt de Here van mij, in mijn bijzondere omstandigheden?
* Heb ik bijzondere gaven?
* De Here heeft mij geschapen, met gevoelens en al; hoe moet ik Hem met die gevoelens eren?
Hoe dat alles – ook deze broeders en zusters mogen leven en werken in de kerk.
Ook voor hen geldt:
“U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij”.
Voor dat woord ‘insluiten’ mogen wij ook lezen: ‘gebonden aan’. Met andere woorden: de Heiland heeft Zich ook aan deze broeders en zusters verbonden. De God van hemel en aarde heeft een verbond met hen gesloten. Daarom mogen ook deze broeders en zusters tegen zichzelf zeggen: ik sta er niet alleen voor; ik voel Zijn hand dagelijks op mijn hoofd!

Laten we wel wezen: in dit leven voelt niemand zich helemaal compleet. Maar de Here zegt tegen de Bijbellezers van 2019, in Colossenzen 2: “En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht”[10].
Alle gelovige kinderen hebben toegang tot de Goddelijke volheid[11]!

Iemand zei: “Toen ik in Rotterdam ging studeren, kwam ik in aanraking met drag. Het is voor mij een zoektocht naar mijn eigen identiteit. Ik weet nu waar ik ben en waar ik voor sta. Dat had ik zonder drag nooit gehad”[12].
Daarachter ligt een wereld waarin vrijwel alles met humor aangepakt wordt. Maar dat betreft dan wel humor waarbij men zichzelf permanent lijkt te overschreeuwen. Men suggereert: pak het leven maar een beetje losjes aan; en wees vooral jezelf.
In de kerk gaat het anders.
Daar gaan we zingen. Misschien maar heel zacht en een beetje onzeker. Maar toch…
“Ik loof het wonderbaar beleid
waarmee U mij hebt toebereid”[13].

Noten:
[1] De afkorting LHBT, die onder meer in de titel van dit artikel wordt gebruikt, is de afkorting van: lesbienne, homo, biseksueel, transgender. Men komt ook wel de afkorting LHBTI tegen. De I staat voor intersekseconditie; mannelijke en vrouwelijke kenmerken zijn verenigd in één persoon.
[2] Psalm 139:4, 5 en 6.
[3] Romeinen 3:24.
[4] Romeinen 6:3.
[5] Romeinen 6:11.
[6] 1 Petrus 5:14.
[7] Efeziërs 6:16.
[8] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2284174-dansende-diva-s-in-paradiso-drag-is-meer-dan-een-man-met-een-pruik-op.html ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ik-wil-laten-zien-dat-lhbt-ers-een-verrijking-zijn-voor-de-kerk~be3031b0/ ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[10] Colossenzen 2:10.
[11] Zie hierover de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Colossenzen 2:10.[12] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2284174-dansende-diva-s-in-paradiso-drag-is-meer-dan-een-man-met-een-pruik-op.html ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[13] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 139:6; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.