gereformeerd leven in nederland

23 juni 2022

Bij het protest der boeren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Veehouders hebben het in onze tijd zwaar te verduren. Er is, vanuit de leunstoel bezien, weinig perspectief voor de boeren. Na de schaalvergroting en de innovatie is het nu – vanwege het stikstofbeleid – tijd voor schaalverkleining. De agrariërs voelen zich zeer onrechtvaardig behandeld. Een boer zegt: “En dan te bedenken dat er een oorlog woedt en er een hongersnood op de loer ligt”.
Men spreekt over emissie-reductiedoelstellingen.
De regering heeft een kaart gemaakt. Die kaart veroorzaakt commotie en emotie. Iemand schrijft: “Het kaartje met ‘richtinggevende emissiereductiedoelstellingen’ dat de commotie veroorzaakt, bevat precieze getallen van 12, 47, 58, 70 en 95 procent. De waarden tot 58 procent zijn gebaseerd op het halen van bepaalde ammoniakreductiedoelen; die van 70 en 95 procent op heel hoge reductie in de buurt van Natura 2000-gebieden. De effectiviteit van die aanpak is nergens onderbouwd”.
En:
“Maar een benadering met minder grote verschillen in reductiepercentages (bijvoorbeeld in vier klassen van 20 tot 70 procent) in grotere deelgebieden is om meerdere redenen verstandiger dan de huidige aanpak van zeer precieze reducties in veel deelgebieden met grote verschillen op heel korte afstand. De ondergrens van 20 procent is met relatief eenvoudige en betaalbare maatregelen te halen zonder het inkrimpen van de veestapel. De hogere percentages komen dan in gebieden met een toenemende opgave.
Minder klassen en grotere gebieden zijn ook logisch gezien de grote opgaves die er liggen op het gebied van klimaat, wat veel minder een regionale opgave is. Ten slotte zal het ook juridisch tot minder hoofdbrekens leiden. Ook bij deze aanpak is het overigens onvermijdelijk dat de boerensector in gebieden met de hoogste reductiedoelstelling moet inkrimpen. Want innovatie en techniek alleen zijn niet voldoende”[1].

De schrijver van deze weblog is geen boer. Hij is slechts een meelevende en zeer geïnteresseerde buitenstaander.
Duidt het schrijver dezes daarom niet euvel als hij opschrijft dat het huidige regeringsbeleid en staaltje van onnadenkend paniekvoetbal is. De regering beseft dat zij in het verleden te vaak en op teveel gebieden schaalvergroting heeft toegestaan. De bedrijfsvoering moest diervriendelijker worden.
Vanwege de stikstofcrisis moet er nu hard ingegrepen worden.
Hoe en waar doet de regering dat? Zij doet dat, zo lijkt het, in de sectoren die het makkelijkst aan te pakken zijn. Het aanpakken van sectoren als de luchtvaart en het wegtransport is klaarblijkelijk veel moeilijker.
Is het een wonder dat de agrariërs zich onrechtvaardig behandeld voelen?

De protesten van de boeren brengen ons vandaag bij Psalm 104:
“Zij allen wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.
De heerlijkheid van de Heere zij voor eeuwig,
laat de Heere Zich verblijden in Zijn werken”[2].

Wie geeft ons het voedsel voor elke dag? De boer? Psalm 104 leert ons dat God ons het voedsel geeft. De boeren en alle andere leveranciers die in de agrarische sector werkzaam zijn zijn met z’n allen instrumentarium in Gods hand. Vanuit de hemel worden ook de landbouwers aangestuurd.
God doet Zijn hand open.
God doet soms Zijn hand dicht.
Als de Koning van de kosmos Zich terugtrekt is heel de schepping tot de ondergang gedoemd.
Als de Koning van hemel en aarde Zijn Geest erop uitstuurt gebeuren er wonderen. Scheppingswonderen!

Wat staat de burgers in deze wereld te doen?
Wij moeten de Heer van hemel en aarde laten gloriëren. Wij moeten Hem eren waar en wanneer dat maar mogelijk is. De vraag is: doen we dat, zoals dat gisteren gebeurde, door een grote demonstratie in Stroe, op de Veluwe? Feit is dat zo’n demonstratie opvalt, ook in regeringskringen. Maar zou het beleid daardoor een grote verandering ondergaan? Nee. Het meeste beleidswerk gebeurt in vergaderzalen. Het meeste beleidswerk gebeurt in ordelijk overleg. Over beleidszaken moet goed nagedacht worden. En daarna moet er zo eerlijk mogelijk gehandeld worden. 

Laten wij de Here bidden om wijsheid voor regeerders.
Laten wij de Here bidden om rust voor de agrariërs.
Laten wij de Here bidden om ons te verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben.
Laten wij erkennen dat onze God de enige oorsprong van al het goede is. Hij moet ons rust geven. Hij moet ons wijsheid geven. Hij moet ons de kracht geven om door te gaan.
Wij moeten onze keuzes in het leven zo maken dat de hemelse God er blij van wordt, zegt Psalm 104.
Laten wij ons vertrouwen stellen op onze goede God.
Laten wij bidden om Gods zegen[3].

Noten:
[1] Wim de Vries, “Maak kabinetsplannen voor emissiereductie uitvoerbaar”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 20 juni 2022, p. 20,21.
[2] Psalm 104:27-31.
[3] In deze alinea gebruik ik Zondag 50, antwoord 125 uit de Heidelbergse Catechismus.

16 juni 2022

De kerk blijft overeind

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Psalm 29 is een boodschap aan de wereld. En met name wel aan de machtigen der aarde. De mensen die het in deze wereld voor het zeggen hebben worden, vóórdat zij de samenleving gaan beschouwen en regeren, naar de kerk geleid. Leest u maar mee:
“Geef de Heere, machtige heersers,
geef de Heere eer en macht.
Geef de Heere de eer van Zijn Naam,
buig u voor de Heere neer in Zijn heerlijke heiligdom”.
Wie met  het oog op de toekomst leiding geven wil moet in de kerk beginnen. Wie daar zijn start maakt, weet zeker dat alles goed komt. Wil dat zeggen dat alles gaat op de manier die wij ons voorstellen? Zeker niet. Maar we weten wel dat Hij de Almachtige is, en dat onze overlevingskans 100 procent wezen zal![1].

Onze God is de Koning van de kosmos. Wij zien dat in de natuur. Het klimaat verandert. Iemand schrijft: “Toenemende hittegolven, droogtes en overstromingen raken mens, dier en plant nu al. En dat zal alleen maar toenemen als de opwarming doorzet. De gemiddelde wereldwijde opwarming sinds 1850 is nu 1,1 graad, stijgt rond 2030 waarschijnlijk naar 1,5 graad en komt mogelijk uit op zo’n 3 graden. Ongeveer 3,3 tot 3,6 miljard mensen leven in een regio die zeer gevoelig is voor klimaatverandering. Het rapport identificeert 127 belangrijke risico’s van klimaatverandering die op middellange (na 2040) en lange termijn (na 2080) meer dan verdubbelen”.
Een wetenschapper stelt: “Het wetenschappelijk bewijs is ondubbelzinnig: klimaatverandering is een bedreiging voor het menselijk welzijn en de gezondheid van de planeet”. Het wordt, zo stelt men, tijd voor gezamenlijke en wereldwijde actie. Laten wij, zo zegt men overijverig, een leefbare toekomst veiligstellen!
Nu is het niet voor niets dat Gereformeerden al jaren spreken over rentmeesterschap. En op de cultuuropdracht: de ontplooiing van de schepping in Gods dienst. Verantwoord beheer is niet altijd: meer, meer, meer… Verantwoord omgaan met Gods maaksel wil heel vaak zeggen dat we onze consumptie moeten beperken.
Maar er is geen reden tot paniek[2].

Want in Psalm 29 noteert de schrijver van dit kerklied verder:
“De stem van de Heere klinkt over de wateren,
de God der ere dondert;
de Heere is op de grote wateren.
De stem van de Heere is vol kracht,
de stem van de Heere is vol glorie.
De stem van de Heere breekt de ceders,
ja, de Heere verbreekt de ceders van de Libanon.
Hij doet de Libanon huppelen als een kalf
en de Sirjon als een jonge, wilde os.
De stem van de Heere hakt vurige vlammen uit de wolken.
De stem van de Heere doet de woestijn beven,
de Heere doet de woestijn Kades beven.
De stem van de Heere doet de hinden jongen werpen
en ontschorst de wouden”.
De natuur, en al wat daarin en daarop is, is geen mechanisme dat uit zichzelf voortrolt. Reeds in de jaren ’70 van de vorige eeuw schreef iemand: “Bedenkend dat Gods eer ons voornaamste oogmerk moest zijn, blijft het daarnaast onze plicht te wijzen op de hand Gods in de natuur. Juist in onze tijd, nu men de natuur autonoom acht, los van een hogere Macht, is dit zo belangrijk. Laten we in verwondering stilstaan bij de wijsheid die uitblinkt in de schoonheid van vorm en kleur, in plan- en doelmatigheid van al het geschapene, in de onderlinge samenhang en afhankelijkheid der schepselen”. De natuur is voor velen een zelfstandige en onafhankelijke grootheid. Welnu, daartegenover behoren Gereformeerden te belijden dat God, om zo te zeggen, de hemelse Hovenier en Faunabeheerder is. Hij heeft alles in de hand![3]

De dichter van Psalm 29 gaat na Zijn wandeling in de natuur terug naar de kerk. Maar hij houdt wel zicht op de geuren en de kleuren buiten de deur. Want:
“…in Zijn tempel zegt eenieder: Hem zij de eer!
De Heere troont boven de watervloed,
ja, de Heere troont als Koning voor eeuwig.
De Heere zal Zijn volk kracht geven,
de Heere zal Zijn volk zegenen met vrede”.
Te midden van een natuur die het leven voor mensen soms heel moeilijk maakt, moet de kerk blijven beseffen dat de Here in de kerk vrede geeft. Na het natuurgeweld in de vorige verzen van Psalm 29 treedt nu de rust in. De kerk ontvangt vrede. Gods volk mag delen in Zijn kracht. Dat motief komen wij ook tegen in Psalm 68:
“O God, U bent ontzagwekkend vanuit Uw heiligdommen;
de God van Israël, Hij geeft het volk kracht en sterkte.
Geloofd zij God!”
En ook in Psalm 89:
“Want U bent het sieraad van hun kracht;
door Uw welbehagen zal onze hoorn opgeheven worden”.
Psalm 29 is een boodschap aan de machtigen der aarde. En verder aan ieder die het horen wil. Die boodschap luidt: de kerk blijft te midden van bedreigingen vanuit natuur en cultuur, overeind. Want Gods verzamelde volk kan rekenen op Zijn eeuwige kracht![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Psalm 29:1,2.
[2] In deze alinea citeer ik uit: Michiel Kerpel, “Klimaatontwrichting beïnvloedt leven van miljarden mensen”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 28 februari 2022, p. 11.
[3] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Psalm 29:3-9a. En verder uit: F.J. Kwetters, “Biologie nu – Gods hand in de natuur”. In: Criterium, onderwijskontaktblad op gereformeerde grondslag, vrijdag 1 december 1972, p. 3-6.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 29:9 b,10,11, Psalm 68:36, Psalm 89:18. En verder gebruik ik: Dr. Jochem Douma, “Psalmen – Commentaar op Psalm 1-41”. – Kampen: Uitgeverij Brevier, 2013. – p. 228.

1 juni 2022

Exclusief voor de kerk!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De Heilige Geest van God gaat altijd met ons mee. Hij woont in ons hart. Daar stuurt Hij ons leven aan. Hij is een exclusief geschenk voor de kerk. Door God Zelf geschonken.
Wat is het voornaamste werk van de Heilige Geest? Antwoord: troosten.
Leest u maar mee in Johannes 14.
“Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht. En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn”[1].

Er gaat dus een Trooster met ons mee. Dat is prachtig nieuws. In onze wereld is namelijk te allen tijde een trooster nodig.

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 69. David roept het uit:
“Smaad heeft mijn hart gebroken en ik ben zeer zwak;
ik heb gewacht op medeleven, maar het is er niet,
op troosters, maar ik heb ze niet gevonden”.
Psalm 69 is een afwisseling van pleidooien en klachten. De dichter roept zijn God op tot actie. David kan zichzelf niet meer redden. Hij is ernstig verzwakt. Zijn vijanden keuren hem geen blik waardig. Het enige wat hem toegeschoven wordt is giftig eten en zure drank. Zo gebeurt dat met Christus, onze Heiland ook. Dat lezen we in Mattheüs 27: “En gekomen bij de plaats die Golgotha genoemd wordt, wat Schedelplaats betekent, gaven zij Hem wijn vermengd met gal te drinken; maar toen Hij die geproefd had, wilde Hij niet drinken”.
David geeft zijn leven over aan God.
Dat moeten wij ook doen. Wat dat betreft is er in 2022 nog niets veranderd. Bij tijd en wijle zitten wij stampvol met vragen. Waarom gaat het zoáls het gaat? Kan dat niet anders?
Laten wij bedenken dat Jezus Christus ons heeft getoond wat volledige overgave is. Dat lukt ons niet. Maar Hij heeft al onze zonden gedragen. Daarvan wil de Trooster ons iedere dag overtuigen![2]

Laten wij elkaar ook attenderen op Prediker 4. Daar worden we geconfronteerd met de keiharde realiteit van deze wereld: “Opnieuw zag ik al de onderdrukking die er onder de zon plaatsvindt. En zie, de tranen van de onderdrukten; zij hadden echter geen trooster. Aan de kant van hun onderdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen trooster”.
De NOS beschreef onlangs de verdrietige werkelijkheid van 2022: “Voor het eerst in de geschiedenis zijn wereldwijd meer dan 100 miljoen mensen op de vlucht, zegt de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Nieuwe golven van geweld en conflicten hebben het cijfer de afgelopen tijd volgens de VN tot een ‘bizarre mijlpaal’ gebracht”.
Wat een droefenis!
Wat kunnen gewone kerkmensen bij al die immense problemen doen? Antwoord: zij kunnen bidden. Zij kunnen zich wenden tot de almachtige God van deze wereld. Dat dringende advies geeft de Prediker in hoofdstuk 12 ook: “De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad”.
Vrees God: dat is een passend devies voor alle wereldburgers.
En natuurlijk is er ook dat oordeel dat God gaat vellen. Maar daarvoor hoeven door God gekochte mensen niet bang te zijn. Daarvan wil de Trooster ons iedere dag overtuigen![3]

Nahum is een profeet die voorspelt dat God voor altijd een einde maakt aan de macht van goddeloze mensen. Mensen die God negeren zullen merken dat hun heerserszucht wordt gebroken door de God van hemel en aarde. Nahum heeft een boodschap voor Ninevé: “Ik zal weerzinwekkende dingen op u werpen, u te schande maken en u te kijk zetten. Dan zal het gebeuren dat allen die u zien, bij u vandaan zullen vluchten en zeggen: Ninevé is verwoest! Wie zal haar zijn medeleven betuigen? Waar zal ik troosters voor u zoeken?”.
Ach nee, met het zoeken van troosters voor Ninevé kan men wel ophouden. Dat wordt niets meer[4].

Gods volk – dat heeft een Trooster. Ja, een Trooster met een hoofdletter T. Dat is ook vandaag een blijde Boodschap. Door God gekochte mensen hebben hun Trooster altijd bij zich. Tot in eeuwigheid, zegt Johannes 14. De Heilige Geest vertelt ons dat we geen vrees voor het oordeel hoeven hebben.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “De gelovigen en uitverkorenen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zoon van God zal hun naam belijden voor God, zijn Vader, en zijn uitverkoren engelen, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen”.
Daar werkt de Trooster naar toe.
Daar ligt de bedoeling van Zijn dagelijks werk in ons.
Daarvan wil de Trooster ons iedere dag overtuigen!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Johannes 14:15-17.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 69:21, Mattheüs 27:33,34.
[3] In deze alinea citeer ik Prediker 4:1, Prediker 12:13,14. Verder citeer ik van https://nos.nl/artikel/2429880-voor-het-eerst-meer-dan-100-miljoen-mensen-op-de-vlucht ; geraadpleegd op dinsdag 24 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Nahum 3:6,7.

27 mei 2022

Uit de crisis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is Hemelvaartsdag geweest. Wij beseffen het eens te meer: Jezus Christus is voor ons naar de hemel gegaan. Hij is daar onze Advocaat. En Hij is ook onze Woning-voorbereider. Wat een troost!

In dit artikel kijken we nog even verder naar het evangelie van de Hemelvaartsdag. Daartoe nemen wij ons uitgangspunt in Hebreeën 9: “En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, zo zal ook Christus, Die eenmaal geofferd is om de zonden van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder zonde gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[1].

Voor iedereen komt er een moment dat hij of zij sterft. Na dat sterven komt het oordeel van God over het leven dat de gestorvene op aarde heeft geleid. Het leven komt in de crisis.
Hoezo?
Wij moeten beseffen dat voor het Nederlandse woord ‘oordeel’ in het oorspronkelijke Grieks krisis staat. Krisis – dat wil zeggen: beoordeling, gericht, oordeel. Alle gestorvenen, of zij nu in Christus’ verlossingswerk geloven of niet, komen in de crisis!
Dat moment van sterven op aarde brak ook aan voor onze Here Jezus Christus. Het oordeel over Zijn werk pakte uiterst positief uit. God de Vader kon maar tot één conclusie komen: Mijn Zoon heeft heel gehoorzaam gedaan wat Hij moest doen. Vader zorgde daarom voor de opstanding van Zijn Zoon. De Redder van ons leven besteeg Zijn troon.

Zo kwam Zijn leven uit de crisis.
Zo komt ons leven uit de crisis.
Om met Philippenzen 2 te spreken: “En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader. Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”.
Zo komen wij in de situatie waarover wij in Psalm 25 zingen:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt.
Zie mij schuldig voor U staan,
Heer, vergeef mijn overtreden,
neem mij om uws naams wil aan,
groot zijn uw barmhartigheden”[2].

Christus’ lijden, sterven en opstanding zijn kernpunten uit de heilshistorie van deze wereld. Die kernpunten mag de kerk nooit vergeten!
In deze wereld raken heel wat dingen in de vergetelheid. Mensen kunnen niet alles bewaren. En dat doen ze ook niet. In verband daarmee kwam minister-president Rutte vorige week nog in het nieuws.
Het Nederlands Dagblad meldde onder meer: “Premier Mark Rutte bestrijdt dat hij de wet heeft overtreden bij het jarenlang wissen van sms-berichten, maar zijn uitleg roept grote twijfels op bij de Tweede Kamer en deskundigen. De wet schrijft deugdelijke archivering voor, een oude Nokia is dan geen excuus”.
En:
“De talloze sms’jes die Rutte door de jaren heen vernietigde waren volgens de premier niet relevant dan wel persoonlijk van aard. De ‘inhoudelijke berichten’ stuurde hij naar eigen zeggen trouw ter archivering door naar zijn ambtenaren, voordat hij ze wiste van zijn telefoon”.
Welnu, de heilshistorie wordt niet gewist.
Toch wordt er ten bate van mensen wel iets gewist.
Wij zingen daarover in Psalm 103:
“Hij is een God van liefde en genade,
barmhartigheid en goedheid zijn de daden
van Hem die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist”.
Onze schuld is betaald. Onze straf is door de Heiland gedragen![3]

Straf en oordeel – ja, ook die die zijn onlosmakelijk aan Hemelvaartsdag verbonden. Er zijn wel theologen die ons anders willen doen geloven. Ze flirten bijvoorbeeld een beetje met de alverzoening. De theoloog Reinier Sonneveld doet dat in zijn boek ‘Het vergeten evangelie’. Daarin staat onder meer geschreven: “Daarom geloof ik in een leven-na-de-dood waarin oordeel is en we een proces van verzoening ingaan”. Sonneveld heeft het oog op de alverzoening. Want die verzoening geldt voor “allemaal. […] En zo zullen wij […] bij God zijn en de tijd krijgen om te genezen”.
Laten wij zonder omwegen blijven zeggen: onze schuld is betaald. Dat is het Evangelie!
En daarom mogen wij onbekommerd de woorden van Psalm 143 zingen:
“O Here, hoor naar mijn gebeden,
zie mij als smeek’ling tot U treden,
verhoor mij, God, die trouw betoont,
die ieder richt naar recht en reden,
die boven ons als koning troont”[4].

Noten:
[1] Hebreeën 9:27,28.
[2] In deze alinea citeer ik Philippenzen 2:8-13. En verder Psalm 25:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “Twijfel aan uitleg premier Rutte over gewiste sms’jes”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 19 mei 2022, p. 1.
[4] De gegevens van het bedoelde boek zijn: Reinier Sonneveld, “Het vergeten evangelie: het geheim van Jezus verandert alles”. – Amsterdam: Buijten & Schipperheijn (imprint: Motief), 2019. – 296 p. Het citaat staat op p. 244. In deze alinea gebruik ik: dr. G.A. van den Brink, “Flirten met de alverzoening”. In: Kruispunt, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 februari 2019, p. 14. En: dr. G.A. van den Brink, “Notie van straf in juridische zin ontbreekt”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 7 maart 2019, p. 19. Verder citeer ik Psalm 143:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 maart 2022

Biddag 2022: vraag om wijsheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“CPB: koopkracht daalt mogelijk door oorlog”, aldus kopt het Nederlands Dagblad op woensdag 2 maart. Daaronder staat te lezen: “De oorlog in Oekraïne gaat gevolgen hebben voor de koopkracht van een hoop Nederlanders”. Gevreesd wordt “dat niet alleen de energieprijzen, maar bijvoorbeeld ook die van voedselproducten gaan stijgen als gevolg van de Russische aanval op Oekraïne. ‘Op den duur kan de inflatie zich verbreden naar bijvoorbeeld een loon-prijsspiraal. Dan kom je in een scenario, zoals in de jaren zeventig, waarin forse ingrepen nodig zijn om de inflatie omlaag te krijgen. Dat heeft grote economische gevolgen”[1]

Het bovenstaande maakt eens te meer duidelijk dat we in een onzekere tijd leven. In zo’n tijd is het vandaag Biddag voor gewas en arbeid. Wij bidden tot de Here om ons voedsel te geven, en werk. Het Gereformeerde volksdeel gaat naar de kerk. In de gemeenschap van de heiligen wordt gebeden om arbeidskracht en eten.
Er is veel te bidden. Ook voor mensen die leven in gebieden waar geen voedsel is; of heel weinig, wellicht. Aan de oostflank van Europa zijn oorlog en onrust aan de orde van de dag. Vele duizenden mensen zoeken een goed heenkomen.
Wat is wijsheid, in deze omstandigheden?

Wijsheid – daar vraagt Salomo in 2 Kronieken 1 ook om. Enkele verzen uit dat Schriftgedeelte vormen het uitgangspunt voor dit artikel.

Wat gebeurt er in 2 Kronieken 1?
God verschijnt aan Salomo.
Wij lezen: “Nu dan, HEERE God, laat Uw woord tot mijn vader David bewaarheid worden! Ú hebt mij immers koning gemaakt over een volk, talrijk als het stof van de aarde. Geef mij nu wijsheid en kennis, zodat ik voor de ogen van dit volk uitga en inga, want wie zou over dit grote volk van U kunnen rechtspreken? Toen zei God tegen Salomo: Omdat dit in uw hart geweest is en u geen rijkdom, bezittingen en eer gevraagd hebt, of het leven van wie u haat, of zelfs niet een lang leven gevraagd hebt, maar wijsheid en kennis voor uzelf gevraagd hebt, zodat u over Mijn volk, waarover Ik u koning gemaakt heb, zou kunnen rechtspreken, daarom is de wijsheid en de kennis aan u gegeven. Verder zal Ik u rijkdom, bezittingen en eer geven, zoveel als de koningen vóór u niet gehad hebben en zoveel als de koningen na u niet zullen hebben”[2].

Salomo vraagt niet om rijkdom. Hij vraagt ook niet om eer en respect. Hij vraagt om wijsheid.
Het zou goed zijn als wij op deze Biddag Salomo’s goede voorbeeld gaan volgen.
Er is, zeggen wij vaak tegen elkaar, veel aan de hand in de wereld.
Dat alles kunnen wij niet overzien.
Wij begrijpen er ook maar heel weinig van.
Gods Woord rept vaak over grote daden van de Heere. Maar die zien wij lang niet altijd. Die zien wij in ieder geval zelden of nooit onmiddellijk. Alleen daarom al is het nodig dat wij om wijsheid van de Here vragen. Laat Salomo’s keuze ook de onze zijn!

Salomo vraagt ook om kennis. Hij heeft een helder inzicht nodig om Gods recht in Israël voluit te kunnen laten gelden.
Zulke kennis, zulk inzicht is ook in onze eeuw hard nodig.
Zeker in Europa hebben we te maken met gevaren en problemen.
Hoe gaat het met de energievoorziening? Hoe duur worden onze boodschappen in de supermarkt? Hoe kunnen wij de vele vluchtelingen uit Oekraïne opvangen? Dat zijn een paar van de vragen die ons bezig kunnen houden. En er zijn nog veel, heel veel meer.
Laten wij maar om kennis en inzicht bidden!

Als wij 2 Kronieken 1 lezen komt er ook veel troost tot ons.
De God van het verbond geeft Salomo drie toegiften: rijkdom, bezittingen en eer.
Nu zijn wij in de kerk niet allemaal rijk. In de kerk zit niemand op een ereplaats. God is groot, voor Hem zijn wij slechts kleine mensen. Job heeft dat ooit als volgt onder woorden gebracht: “Wie is hij, zegt U, die Mijn raad verbergt zonder kennis? Zo heb ik verkondigd wat ik niet begreep, dingen die te wonderlijk voor mij zijn en die ik niet weet”. Maar wat wij wel weten is dit: de Here houdt ook ons nauwlettend in het oog.
Niet voor niets zegt David in Psalm 40:
“Heere, mijn God, veel zijn Uw wonderen, die Ú hebt gedaan,
en Uw gedachten, die U over ons hebt.
Men kan ze voor U niet uiteenzetten.
Zou ik ze verkondigen en uitspreken,
dan zijn ze zó machtig veel dat ik ze niet kan tellen”.
De God van hemel en aarde heeft alle macht in de hemel en op de aarde.
Daarom kan in Mattheüs 6 gesteld worden: “Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.
En in Mattheüs 7: “Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden. Of is er iemand onder u die zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt? Of als hij hem om een vis vraagt, zal hij hem een slang geven? Als u, die slecht bent, uw kinderen dan goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven aan hen die tot Hem bidden”.
In 2 Kronieken 1 krijgt Salomo alles om een wijze en invloedrijke koning te wezen.
In 2022 krijgen wij vast en zeker alles wat wij nodig hebben om onze God op een goede en verantwoorde wijze te dienen[3].

En wat houdt dat dan in?
Asaf maant ons in Psalm 82:
“Doe recht aan de geringe en de wees,
bewijs de ellendige en de arme gerechtigheid”.
En de dichter van Psalm 112 zegt:
“Goed gaat het een man die zich ontfermt en uitleent
hij behartigt zijn zaken volgens het recht”.
En:
“Hij zal voor geen kwaad gerucht vrezen
zijn hart is standvastig, hij vertrouwt op de Heere”.
En:
“Hij deelt mild uit, hij geeft aan de armen
zijn gerechtigheid houdt voor eeuwig stand,
zijn hoorn zal met eer opgeheven worden”
Nee, de kerk kan niet alle leed van de wereld op haar nek nemen. Maar laten wij doen wat wij kunnen doen, met de middelen die God ons geeft[4].

Noten:
[1] Geciteerd uit: “CPB: koopkracht daalt mogelijk door oorlog”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 2 maart 2022, p. 5.
[2] 2 Kronieken 1:9-12.
[3] In deze alinea citeer ik Job 42:3, Psalm 40:6, Mattheüs 6:31-34 en Mattheüs 7:7-11.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 82:3 en Psalm 112:5,7,9.

28 februari 2022

God denkt aan Zijn verbond

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er zijn van die momenten dat wij ons leven overzien. Wij kijken van een afstandje naar ons bestaan. Dat doen we op verjaardagen. En ook op andere hoogtijdagen.
Hoe typeren wij ons leven?
Hoe karakteriseren wij ons bestaan?
Schrijver dezes doet dat vandaag, op zijn 60e verjaardag, met woorden uit Psalm 105:
“Hij denkt aan Zijn verbond voor eeuwig,
aan de belofte die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties,
aan het verbond dat Hij met Abraham gesloten heeft”.
Deze woorden brengen ons bij een psalmvers dat vaak wordt gezongen na een doopsbediening:
“God zal zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig zijn verbond gedenken.
Wat Hij beloofd heeft, blijft van kracht
tot in het duizendste geslacht
’t Verbond met Abraham, zijn vrind,
bevestigt Hij van kind tot kind”[1].

In een commentaar bij deze psalm staat geschreven: “De psalm bezingt de geschiedenis van Israël vanaf de verbondssluiting met Abraham tot aan de intocht in Kanaän, zoals beschreven is in de boeken Genesis tot Jozua. Het lied concentreert zich op de beschrijving in Genesis 15 tot Exodus 17 en beschrijft vooral de daden van de Here in de geschiedenis”[2].

Over dat verbond lezen wij in het formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen onder meer: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede”.
En:
“Omdat elk verbond twee delen heeft, namelijk een belofte en een eis, worden wij door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid”.
En:
“De doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”.
God heeft dus een verbond met schrijver dezes. En met nog heel veel andere mensen![3]

Hij verbindt onze levensgeschiedenis aan de Zijne. Samen met Hem wandelen we door het leven. Dat geeft rust. En standvastigheid.

Hoe functioneert van Psalm 105 dat verbond in het dagelijks leven?
Laten we er eens een levensgeschiedenis bij nemen.
In het leven van de schrijver van deze blog is er een lichamelijke handicap die gaandeweg verergert. Daarom zijn er onvervulde dromen: onderwijzer worden, of dominee. Nee, dat zat er niet in.
In 2010/2011 kwam het tot een afkeuring voor beroepsarbeid in de maatschappij. Er werd afscheid genomen van het secretariële werk bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Daarmee is het verhaal echter nog lang niet uit. Er was en is in de kerk nog veel arbeid te doen. Als kerkenraadslid. Als scriba van De Gereformeerde Kerk Groningen. Als plaatsvervangend voorzitter van de redactie van het Gereformeerd familieblad De Bazuin.
Onvervulde dromen?
Ach – laten we de zaken nuchter bekijken. De schrijver eet, goed beschouwd, van twee walletjes: hij werkte in het universitaire onderwijs, en is nog altijd actief in de kerk. Onderwijs en kerk, ze maken allebei deel uit van het leven van deze blogger.
Bij al zijn werk is de ondersteuning van zijn echtgenote onmisbaar – soms letterlijk.
En ja, ook de echtgenote van de schrijver heeft te maken met ernstige lichamelijke handicaps. Maar er is ook voor haar alle gelegenheid om zich in de kerk in te zetten.
Hoe paradoxaal dat ook klinken moge: juist die handicaps zorgen ervoor dat er tijd is voor werk in de kerk. Heel veel dingen zijn niet mogelijk, of heel moeilijk realiseerbaar. Maar werken in de kerk: dat kan wel.
De Here doet Zijn verbond gestand. Ook in het individuele leven van een schrijver. God zorgt ervoor dat Zijn werk doorgaat. De energie van die scribent in die Groningse werkkamer wordt daarbij ingezet.

Laten wij terugkeren naar Psalm 105.
De Nederlands Gereformeerde predikant W. Smouter schrijft over deze psalm onder meer: “Het onaardse, het wonderlijke aan deze psalm is dat heel de geschiedenis volkomen rimpelloos wordt beschreven. Israëls verleden lijkt enkel glans en majesteit en schoonheid te zijn geweest. Als een glimmend gepoetst stuk metaal, waarvan wij zouden zeggen: bij nader toezien breekt die glans toch wel uiteen in een craquelé met vrij diepe groeven (…) Het punt is alleen: als het goed is hebben we wel een pretentie. Namelijk dat de gemeente van Christus geregeerd wordt uit de hemel en dat Christus zich een gemeente vergadert van het begin der wereld tot aan het einde”.
Dominee Smouter beschrijft het geheim van Psalm 105 als volgt: “De onaardse glans is in werkelijkheid een bovenaardse glans. Het is het licht van Gods majesteit, dat hier als een gerichte lichtbundel op Israëls geschiedenis valt. Hier wordt niet over Israël, maar puur over God gezongen”.
Dat heeft de dominee scherp gezien.
Laat dat zingen over Gods volk het doel van ons aller leven wezen![4]

De inzet van Psalm 105 is wel bekend:
“Loof de Heere, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken”.
Dat bekend maken is dagelijks werk. Het geschiedt op deze plaats. En bijvoorbeeld ook in De Bazuin. En bidden? Ja, dat doen wij ook elke dag.
De psalmist zingt in Psalm 105:
“Beroem u in Zijn heilige Naam,
laat het hart van wie de HEERE zoeken, zich verblijden.
Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.
Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft,
aan Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond”.
Gods aangezicht voortdurend zoeken? Dat lijkt wat overdreven. Wij doen, zoals dat heet, ook wel dingen voor onszelf.
Daar komt bij dat wij Gods oordelen het liefst een beetje in het vergeethoekje drukken. Maar dat is echt niet de bedoeling. Want even verder staat het nog een keer:
“Hij is de Heere, onze God,
Zijn oordelen gaan over heel de aarde”.
Dat oordeel staat diametraal tegenover het verbond waarin God heel veel mensen opgenomen heeft. Psalm 105 is een niet mis te verstane oproep om aan de goede kant te blijven staan![5]

Het leven van de schrijver kende tot nog toe natuurlijk teleurstellingen.
Er was ook verdriet. Om het overlijden van familieleden. Verdriet om het verlaten van een Gereformeerde kerk (vrijgemaakt). Verdriet vanwege het verlies van lichamelijke mogelijkheden.
Maar daarnaast waren er veel zegeningen. Gereformeerd onderwijs; en dat terwijl in de jaren ’70 van de vorige eeuw de mytylschool heel vaak in beeld was voor mensen met lichamelijke beperkingen. Deelname aan het Gereformeerd kerkelijk leven, met bestuursfuncties en al. En een heel gelukkig huwelijk, waarin veel liefde en gezelligheid is.
Wie het leven van de schrijver wil typeren mag het zo zeggen: God zal eeuwig zijn verbond gedenken!
Zo gaat de schrijver van dit artikel samen met zijn echtgenote de toekomst in.
Laten wij hopen dat dat voor veel, heel veel lezers gelden mag!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Psalm 105:8,9a. Uit het Gereformeerd Kerkboek 1986: Psalm 105:5.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 105.
[3] Geciteerd uit het formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 512 en volgende.
[4] In deze alinea citeer ik van https://www.smouter.net/docs/psalm105-kerkgeschiedenis.htm ; geraadpleegd op dinsdag 22 februari 2022.
[5] In deze alinea citeer ik Psalm 105:1,3,4,5 en 7.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.