gereformeerd leven in nederland

27 mei 2019

Eer en glorie in Psalm 8

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is eind mei 2019.
Het leven kabbelt voort.
Natuurlijk – er zijn Europese verkiezingen.
Maar er is ook de dagelijkse drukte.
De week heeft zo z’n routines.
Zo gaat dat in het bestaan van alledag. En dat is goed. Het is uiteindelijk niet gezond om voortdurend op adrenaline te leven.

En dan opeens is er dat schokkende bericht.

“Elke dag sterven er in Venezuela enkele honderden mensen. De een wordt getroffen door de hongerdood. De ander overlijdt omdat er geen medicijnen meer zijn. Dagelijks worden er gemiddeld 73 mensen vermoord. Er geldt maar één wet: het recht van de sterkste. Als er geen eten meer tussen het afval zit, wordt het gestolen. Hele wijken zijn roofgebieden voor bendes.
Venezolanen staan al dagen in kilometerslange rij om te tanken.
“Wat in Venezuela gebeurt is een van de grootste menselijke tragedies zonder oorlogsgeweld”, zegt Kenneth Rogoff, professor economie aan de Harvard University en voormalig chef-econoom bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). “Dit zal de komende decennia hét voorbeeld zijn van desastreus beleid”[1].

Dat betekent dat er in Venezuela per week minstens 1400 mensen omkomen. Per maand zijn dat er zo’n 5600. En verder? Er worden vijfhonderd moorden in de week gemeld. En Venezuela blijft een volstrekt rechteloos land.
Venezuela heeft, naar men meldt, een grote schuld uitstaan bij Rusland.
De Verenigde Staten zouden gaarne zien dat Rusland minder invloed krijgt in Venezuela. Dat land in het verre noorden van Zuid-Amerika is namelijk een olierijk land.
Een correspondente van de NOS zegt: “Er is een kleine mini koude oorlog gaande tussen de Verenigde Staten en Rusland”. En: “Het Pentagon heeft laten weten dat ze op dit moment niet bezig zijn met een oorlog in Venezuela”[2].

Deze erbarmelijke wantoestand brengt ons vandaag bij Psalm 8:
“Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?
Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de ​engelen
en hem met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”[3].

Toegegeven – die eer en glorie zijn soms ver te zoeken.
Maar we hoeven er niet omheen te draaien: de mens is onderkoning van de schepping.
Dat is de status die de God van hemel en aarde aan de mens gegeven heeft.
Die status moet het uitgangspunt zijn als we met onze medemensen omgaan.
Die status moet het beginpunt wezen als we voor elkaar zorgen.
Ten diepste is dat het grote probleem in Venezuela.
Van dat probleem lijken Rusland en Amerika zich niet bewust. En als zij zich dat wel realiseren weten ze dat goed te verbergen!

Inderdaad – de eer en glorie van de mens zijn soms ver te zoeken. En dat is geen nieuws.
Job had er in hoofdstuk 19 ook al mee te maken:
“Van mijn ​eer​ heeft Hij mij beroofd,
en de ​kroon​ van mijn hoofd heeft Hij weggenomen.
Hij heeft mij aan alle kanten afgebroken, zodat ik ten onder ga,
en heeft mijn hoop losgetrokken als een boom”[4].

Maar hoe zit dat dan met die eer en glorie? Is dat ten principale een volstrekt misplaatste vorm van grootspraak?
Zeker niet!
Job laat verderop in hoofdstuk 19 namelijk zien dat grootspraak niet aan de orde is. Ik citeer weer:
“Ik weet echter: mijn Verlosser leeft,
en Hij zal ten laatste over het stof opstaan.
En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben,
zal ik uit mijn vlees God aanschouwen.
Ik zelf zal Hem aanschouwen,
en mijn ogen zullen Hem zien, niet een vreemde;
mijn nieren bezwijken van verlangen in mijn binnenste”[5].

De dichter van Psalm 8 zegt: U hebt de mens “met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”.
Maar daar begint hij niet mee.
En hij eindigt er ook niet mee.
Want de inzet van de Psalm luidt:
“HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel”[6].
En de laatste regels van de Psalm zijn:
“HEERE, onze Heere,
hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!”[7].
In dit kerklied hebben we te maken met Goddelijke glorie die op de mens afstraalt. De mens staat midden tussen het magnifieke licht dat de Heer van hemel en aarde schijnen laat!

Kent u het volkslied van Venezuela?
De eerste regels daarvan luiden:
“Gloria al bravo pueblo
que el yugo lanzó
la ley respetando
la virtud y honor”[8].
Glorie aan de dappere mens, zingt men in Venezuela. Verder zingt men onder meer over het respecteren van de wet. En over deugd en eer.
Dat klinkt allemaal geweldig. Vroom, bijna.

Maar het háált het niet bij Psalm 8.
Want de triomf van onze God gaat boven alles uit.
Dat mogen gelovigen in Venezuela weten.
En Gods kinderen in Nederland, Duitsland, Canada, Zuid-Afrika of waar ook ter wereld mogen het ook nooit vergeten!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.hln.be/nieuws/buitenland/uitgehongerde-dochter-19-sterft-voor-ziekenhuis-in-armen-van-moeder-venezuela-is-de-hel-geworden~ab4fe387/ ; geraadpleegd op vrijdag 24 mei 2019.
[2] Zie https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2282899-internationale-bemoeienis-bij-het-conflict-in-venezuela.html ; geraadpleegd op vrijdag 24 mei 2019.
[3] Psalm 8:4, 5 en 6 a.
[4] Job 19:9 en 10.
[5] Job 19:25, 26 en 27.
[6] Psalm 8:2.
[7] Psalm 8:10.
[8] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Gloria_al_bravo_pueblo ; geraadpleegd op vrijdag 24 mei 2019.

15 mei 2019

Gods Woord en LHBT

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Gereformeerde mensen weten het: de Here kijkt door ons heen![1]
Hij weet precies wat ons bezig houdt. Hij weet welke kant het met ons op gaat.
Psalm 139 zegt het zo:
“Al is er nog geen woord op mijn tong,
zie, HEERE, U weet het alles.
U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij”[2].

Aan die grootsheid zijn wij, om zo te zeggen, gewend in de kerk. Meer precies: wij realiseren ons dat dit alles nimmer zullen doorzien. Altijd kijken wij, als kleine mensjes, tegen de Here op. Wij kijken omhoog. Wij knipperen tegen het scherpe licht.
En diep in ons hart beseffen wij het: aan het analyseren van deze situatie komen wij op deze aarde nimmer toe. Dat wordt nooit wat. Dat is iets wat pas in de hemel aan de orde komt. En dan is die analyse niet meer nodig…

En één ding weten gelovige mensen zeker: onze identiteit ligt eerst en vooral in Christus.
Wij worden, schrijft Paulus in Romeinen 3, “om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus[3].

Paulus vraagt in Romeinen 6: “Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?”[4]. Paulus stelt in Romeinen 6: “Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere”[5].

Petrus schrijft in 1 Petrus 5: “Vrede zij u allen, die in Christus Jezus bent”[6].
In Christus Jezus vinden we onze bescherming.
Onze afscherming ook – wij worden niet zomaar omver geblazen door allerlei beweringen en stellingen die de wereld ons in de oren toetert. Paulus schrijft aan de christenen in Efeze: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen”[7].

Dat pantser hebben we in deze wereld hard nodig.
Men dringt allerlei onchristelijke gedachtegangen aan ons op. Men leeft goddeloos.
Dat is met name te zien in het domein van de seksualiteit en op het terrein van de LHBT.

Die sfeer staat, in het algemeen genomen, ver van Gereformeerde mensen af.
Maar er zijn momenten waarop we toch met de invloed ervan te maken krijgen.

De NOS berichtte onlangs: “Het hoofdpodium van Paradiso heeft zaterdagavond plaatsgemaakt voor een catwalk. Voor het vijfde jaar op rij staat Superball op het programma, een internationale wedstrijd voor dragqueens. ‘Acht Europese draghouses strijden tegen elkaar in de rondes lip sync, dance off en catwalk’, vertelt organisator Peter van Vught. De winnende dames gaan er vandoor met een eretitel, een award en waardebonnen voor make-up”.
En voor alle duidelijkheid: “Een draghouse bestaat uit een dragmoeder die dragkinderen onder haar hoede heeft genomen. ‘Het is soms moeilijk om in je eentje je eerste stappen te zetten als dragqueen’, legt Ma’MaQueen uit. ‘Als je bijvoorbeeld voor het eerst als man een BH gaat kopen, is het fijn als er iemand met je mee gaat. Maar dragmoeders helpen ook met make-up en kleding’” [8].

Bent u daar nog?

Laat ik bij het bovenstaande twee opmerkingen maken.
1.
Een dragqueen is iemand in die in zijn/haar gedrag op humoristische wijze een discussie op gang wil brengen over mannen- en vrouwenrollen[9].
2.
Het gaat in dit alles vooral om een ‘zoektocht naar identiteit’. “Als man zijn er strikte gendernormen waar je je aan moet houden. Je hoort je niet vrouwelijk te kleden of vrouwelijk te gedragen. Ik voelde me daar jarenlang heel beperkt door”.
In het bovenstaande voelt de spreker zich als persoon niet compleet.

Gelovigen leven in Christus.
Zij leven met een pantser om zich heen. Gods kinderen zijn niet aaibaar en onaantastbaar.
Dat geldt voor al Gods kinderen.

Dat geldt zeker ook voor onze broeders en zusters die te kampen hebben met gevoelens in de LHBT-sfeer. Laten we hun strijd in dit leven overigens niet onderschatten!
Maar ook zij mogen weten dat zij in Christus zijn. Ook zij hebben gaven die zij in de kerk mogen inzetten. Ook zij hebben denkkracht en daadkracht.
En natuurlijk blijven er dan vragen over. Zoals:
* Moet ik mijn hele leven alleen blijven?
* Wat vraagt de Here van mij, in mijn bijzondere omstandigheden?
* Heb ik bijzondere gaven?
* De Here heeft mij geschapen, met gevoelens en al; hoe moet ik Hem met die gevoelens eren?
Hoe dat alles – ook deze broeders en zusters mogen leven en werken in de kerk.
Ook voor hen geldt:
“U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij”.
Voor dat woord ‘insluiten’ mogen wij ook lezen: ‘gebonden aan’. Met andere woorden: de Heiland heeft Zich ook aan deze broeders en zusters verbonden. De God van hemel en aarde heeft een verbond met hen gesloten. Daarom mogen ook deze broeders en zusters tegen zichzelf zeggen: ik sta er niet alleen voor; ik voel Zijn hand dagelijks op mijn hoofd!

Laten we wel wezen: in dit leven voelt niemand zich helemaal compleet. Maar de Here zegt tegen de Bijbellezers van 2019, in Colossenzen 2: “En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht”[10].
Alle gelovige kinderen hebben toegang tot de Goddelijke volheid[11]!

Iemand zei: “Toen ik in Rotterdam ging studeren, kwam ik in aanraking met drag. Het is voor mij een zoektocht naar mijn eigen identiteit. Ik weet nu waar ik ben en waar ik voor sta. Dat had ik zonder drag nooit gehad”[12].
Daarachter ligt een wereld waarin vrijwel alles met humor aangepakt wordt. Maar dat betreft dan wel humor waarbij men zichzelf permanent lijkt te overschreeuwen. Men suggereert: pak het leven maar een beetje losjes aan; en wees vooral jezelf.
In de kerk gaat het anders.
Daar gaan we zingen. Misschien maar heel zacht en een beetje onzeker. Maar toch…
“Ik loof het wonderbaar beleid
waarmee U mij hebt toebereid”[13].

Noten:
[1] De afkorting LHBT, die onder meer in de titel van dit artikel wordt gebruikt, is de afkorting van: lesbienne, homo, biseksueel, transgender. Men komt ook wel de afkorting LHBTI tegen. De I staat voor intersekseconditie; mannelijke en vrouwelijke kenmerken zijn verenigd in één persoon.
[2] Psalm 139:4, 5 en 6.
[3] Romeinen 3:24.
[4] Romeinen 6:3.
[5] Romeinen 6:11.
[6] 1 Petrus 5:14.
[7] Efeziërs 6:16.
[8] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2284174-dansende-diva-s-in-paradiso-drag-is-meer-dan-een-man-met-een-pruik-op.html ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ik-wil-laten-zien-dat-lhbt-ers-een-verrijking-zijn-voor-de-kerk~be3031b0/ ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[10] Colossenzen 2:10.
[11] Zie hierover de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Colossenzen 2:10.[12] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2284174-dansende-diva-s-in-paradiso-drag-is-meer-dan-een-man-met-een-pruik-op.html ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[13] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 139:6; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

8 mei 2019

Harde maatregelen in Psalm 94

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.
Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,
verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel”[1].

Dit artikel begint met woorden uit Psalm 94.
De dichter van dat kerklied is vol dankbaarheid. De Here greep net op tijd in. Net toen hij overweldigd werd door een beangstigende kluwen van gedachten bood de God van hemel en aarde troost.
Wat een timing!
Wat een precisie!
Ja, de Schepper van alle dingen heeft nog aandacht voor Zijn werk. Anno Domini 2019 zegt Hij niet: ‘laat dat stelletje losbollen op aarde het maar uitzoeken, Ik houd Mij er verre van’.
Nog altijd is het zo dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen ons uit Zijn Vaderhand worden gegeven[2].
Daar kan geen klimaatbeleid tegenop!

Over klimaat gesproken: het geestelijk klimaat van de omgeving waarin de dichter zich bevindt is ernstig vervuild. Een paar trefwoorden maken dat snel duidelijk:
* machtsmisbruik
* verregaande arrogantie
* doden van weduwen, wezen en vreemdelingen.
De dichter waarschuwt: ‘Mensen, zo moet het niet. En doe niet net alsof de Here er niets van merkt en er niks aan doet. God is notabene Schepper van alle dingen; Hij is best in staat om misstanden aan te pakken!’.
Wie luistert naar God vindt, zo betoogt de psalmschrijver, rust in een slechte tijd.
En het is zeker: de hemelse Heer laat Zijn volk niet in de steek!
De dichter kan daar zelf van getuigen.
Als de Here niet tussenbeide was gekomen had hij het niet meer kunnen navertellen!

Wat moeten wij, vandaag de dag, met Psalm 94 beginnen?
Ons leven loopt geen gevaar als wij ons geloof belijden.
Toegegeven – er zijn terreinen waar christenen en hun opinies worden weggedrukt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan homoseksualiteit, en alles wat daar omheen zit. Wie, vanwege Gods wetten en regels, het ten diepste niet verantwoord vindt dat dat homo’s en lesbiennes een homoseksuele relatie praktiseren, wordt boos aangekeken. Daar kun je in 2019 niet meer mee aankomen.
Het is echter duidelijk: in Nederland is de godsdienstvrijheid nog relatief groot.

Intussen moeten wij verder kijken dan onze neus lang is.
Wie in de wereld rondkijkt, ontdekt dat er ten aanzien van de vrijheid van godsdienst slecht nieuws is.
In de afgelopen dagen werd gemeld: “De godsdienstvrijheid wereldwijd is in het jaar 2018 verder verslechterd. Dat meldt de Duitse nieuwsdienst Idea, op basis van het jaarverslag van de Amerikaanse commissie voor internationale religievrijheid te Washington.
Het rapport noemt een aantal ‘landen van bijzondere zorg’. De lijst van deze landen is niet gewijzigd in vergelijking met een jaar eerder. Godsdienstvrijheid wordt nog steeds het meest genegeerd in zestien landen, te weten: China, Eritrea, Iran, Myanmar, Noord-Korea, Saudi-Arabië, Sudan, Turkmenistan, Tadzjikistan, Oezbekistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Nigeria, Pakistan, Rusland, Syrië en Vietnam.
In nog eens twaalf landen komen schendingen van de godsdienstvrijheid voor, maar niet in die mate dat deze landen voorkomen op de lijst met ‘landen van bijzondere zorg’. Die twaalf landen zijn: Afghanistan, Azerbeidzjan, Egypte, Bahrein, Cuba, India, Indonesië, Kazachstan, Laos, Maleisië, Irak en Turkije.
Het Amerikaanse rapport wijst expliciet nog op een land als Iran, waar de vervolging van christenen in 2018 aanzienlijk is toegenomen”[3].

Natuurlijk kunnen we zeggen: komaan, er zijn momenteel 196 internationaal erkende onafhankelijke staten[4]. Als zo’n dertig daarvan niet deugen, dan valt het nog mee.
Echter – die opsomming van een kleine dertig landen is, om het zo maar te zeggen, de lijst van de ergste gevallen. De realiteit van alledag is ongetwijfeld nog vele malen goddelozer!

Wij moeten beseffen dat revolutie tegen de God van hemel en aarde wijd verbreid is.
De Schepper wordt miskend.
De Creator van deze wereld krijgt niet de eer die Hem toekomt.
En dat is in de meest letterlijke zin van het woord doodzonde!

Er is, zo signaleert de dichter van Psalm 94, in de wereld een strijd gaande. Een fel gevecht.
Goddelozen die op de “zetel van het verderf” zitten
“spannen samen tegen de ziel van de rechtvaardige,
onschuldig ​bloed​ verklaren zij schuldig”[5].
Hier staan goddelozen staan tegenover Godvrezenden.
Hier staat geloof staat tegenover ongeloof.
Hier staan eigenwijze mensen staan tegenover kerkmensen die van genade leven.
De wereld blijkt in twee kampen verdeeld, en de scheidslijn is scherp afgetekend!
Maar hoor wat de psalmist zegt: “Maar de HEERE is mij een veilige vesting geweest”[6].
Als de dichter nog eens terugkijkt, kan hij het ronduit zeggen: bij de Here vond en vind ik bescherming!
De psalmist gaat verder: “mijn God is mij tot een rots, mijn toevlucht”[7].
Zeg niet dat die dichter oude taal bezigt, waarmee je vandaag niet meer aan kunt komen. Zeg al helemaal niet dat die dichter volstrekt ouderwets is. Want in het Nieuwe Testament vinden we een echo van Psalm 94. In Hebreeën 6 namelijk. Het is de bedoeling, zegt de Hebreeënschrijver, dat gelovige Bijbellezers een sterke troost ontvangen. Gods beloften stáán nog steeds. Gods eed is nog altijd geldig. Wij mogen ons getroost weten – zegt Hebreeën 6 – “wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden”[8].
Onze toevlucht nemen tot God – nee, dat is niet uit de mode. Dat is niet achterhaald. Dat is niet antiek. Integendeel!

Psalm 94 eindigt met de dood.
Met een roemloos einde.
Misdadigers worden uit de weg geruimd. Leest u maar mee:
“Hij zal hen in hun slechtheid ombrengen,
de HEERE, onze God, zal hen ombrengen”[9].
Nee, dat is geen vergissing.
In Openbaring 2 wordt gedreigd met een zelfde straf als bekering uitblijft. Ik citeer: “En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar ​hoererij​ zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd. Zie, Ik werp haar te ​bed, en breng hen die ​overspel​ met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar ​kinderen​ zal Ik door de dood ombrengen, en alle ​gemeenten​ zullen weten dat Ik het ben Die nieren en ​harten​ doorzoekt, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken. Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voor zover zij deze leer niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de ​satan​ niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen dan deze: Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom. En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken”[10].

Als Beschermer van Zijn kerk neemt de Machthebber in hemel en op aarde harde maatregelen!

De wereld is vol machtsmisbruik. Vol arrogantie. Vol ten hemel schreiend onrecht. Vol dood en verderf.
En met de godsdienstvrijheid is het ook al niet best gesteld.
Maar voor de kerk geldt: houdt vast wat u hebt!
Want uiteindelijk zullen we kunnen zeggen:
“Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,
verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel”!

Noten:
[1] Psalm 94:18 en 19.
[2] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 27.
[3] “Vrijheid van godsdienst gaat verder achteruit”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 mei 2019, p. 2.
[4] Zie voor de lijst van die internationaal erkende staten https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_landen_in_2019 ; geraadpleegd op zaterdag 4 mei 2019.
[5] Psalm 94:21.
[6] Psalm 94:22 a.
[7] Psalm 94:22 b.
[8] Hebreeën 6:18.
[9] Psalm 94:23 b.
[10] Openbaring 2:22-26.

23 april 2019

Het geluk van de ware christen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Geluk zit, zoals bekend, niet in geld[1]. Genade en vrede van God: die kunnen ons blij stemmen.
Dergelijk geluk is van buitenaf vaak niet te zien. De Heilige Geest werkt aan zulk welzijn in het hart van gelovige mensen.
Daarom moeten wij niet te snel gaan roepen: hij of zij is een heel ongelukkig mens.

Schrijver dezes hoorde het jaren geleden eens zeggen: de vrouw die wij nu gaan begraven heeft een moeilijk leven achter de rug.
Daar was veel van waar. Overigens werd er zeer terecht niet bij gezegd: zij is reuze ongelukkig geweest.
De overledene was een gelovige vrouw die, toen zij nog leefde, te maken had met allerlei vormen van lijden. Lichamelijk en psychisch had zij het zwaar. Haar leven was verre van gemakkelijk. Maar was zij ongelukkig? Nee, dat was zij niet. Want zij was een kind van God.

In dit verband vraag ik graag uw aandacht voor Psalm 88.

De Ezrahiet Heman zingt over iemand wiens leven verzadigd is van rampen. Alle ongeluk lijkt opgestapeld in dat ene leven. Er komt een moment dat de man in kwestie volkomen krachteloos is. Zijn moment van overlijden lijkt met rasse schreden te naderen.
Zijn vrienden hebben hem verlaten. Zij vinden hem niet interessant meer.
De laatste regel van deze psalm luidt: “mijn bekenden zijn duisternis”[2]. Duisternis: dat is hier het laatste woord. De nacht heeft het laatste woord, zo lijkt het.

Maar het is niet waar.
Want terwijl hij de treurnis waarneemt zingt Heman:
“Zou U wonderen doen aan de doden?
Of zouden gestorvenen opstaan en U loven?
Zou er van Uw goedertierenheid in het ​graf​ verteld worden,
van Uw trouw in het verderf?
Zouden Uw wonderen bekend worden in de duisternis,
Uw ​gerechtigheid​ in het land van vergetelheid?”[3].
Gods eer wordt niet in het dodenrijk vergroot. Op het kerkhof is geen enkele dode die kan zeggen dat God groot is. In het land waar aardse activiteiten vergeten zijn is niemand die beweren kan dat God wonderen doet. Welnu, zo vraagt Heman in Psalm 88, dat kan de bedoeling toch niet wezen? Het gaat om het eerbetoon aan God.

Dus: vanuit de ellende wijst Heman op het alles overheersende belang van Gods eer.
Bij dit alles moeten wij ons realiseren dat Heman nog niet zoveel weet over de overgang van sterven naar opstanding als wij. Heman ziet de zaken nog in Oudtestamentisch perspectief.

Heman zegt dus niet: de ellende in de wereld is enorm groot; nu wil ik niks meer met God te maken hebben.
Integendeel, Heman ziet Gods hand in alle dingen die gebeuren. Heman spreekt zijn Heer zelfs aan met de titel: “God van mijn heil”[4].
Zo leert Heman aan alle Bijbellezers: mensen, schaamt u zich maar niet als u in uw gebeden niet veel verder komt dan de opsomming van uw problemen.
Heman onderwijst ons: u mag roepen tot de God van uw heil.
Gelovigen in de eenentwintigste eeuw moeten daarbij ook denken aan de Here Jezus Christus. Na Pasen staat het hen weer scherp voor de geest: de Zoon van God kreeg uiteindelijk veel meer te verwerken als Heman. Door Zijn lijden en sterven opent Jezus Christus de weg naar Vader in de hemel. Wij mogen het weten: de weg naar de hemel is open.

Vrij contact met God, vierentwintig uur per dag: daarin zit ten diepste het geluk van de ware christen.

In haar wandelen met God zat, naar mijn overtuiging, ook het diepste geluk van die overleden vrouw waarover het in dit begin van dit artikel gaat.

Er zijn in dit leven veel dingen die ons dwars kunnen zitten.
Er kunnen lichamelijke en psychische belemmeringen zijn.
Ook kunnen allerlei materiële zaken een donkere deken over het leven leggen. Denkt u maar aan plotseling ontslag bij het faillissement van een bedrijf. Denkt u ook maar aan alle problematiek rond schuldhulpverlening.
Er zijn situaties waarin we er helemaal geen gat meer in zien.
Laten we het dan maar bedenken: er is méér dan dit leven alleen. Net als Heman mogen we dan zeggen:
“Mijn oog is treurig van ellende;
HEERE, ik roep tot U de hele dag,
ik strek mijn handen naar U uit”[5].
En:
“Ik echter, ik roep tot U, HEERE,
mijn ​gebed​ komt U tegemoet in de morgen”[6].

Het oordeel over het geluk, of ongeluk, van de mensen in onze omgeving moeten wij maar niet te snel vellen. Dat kunnen die mensen zelf het beste aangeven.
Er komt een moment dat wij allen mogen rusten van onze moeiten. Onze werken volgen ons.
Als we in die verwachting wandelen met God, zullen er in ons leven altijd geluksmomenten blijven.

Notulen:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 28 april 2009.
[2] Psalm 88:19.
[3] Psalm 88:11, 12 en 13.
[4] Psalm 88:2.
[5] Psalm 88:10.
[6] Psalm 88:14.

16 april 2019

De paasboodschap van Psalm 126

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Volgelingen van Christus moeten keuzes maken[1]. Hun hele leven lang. Kiezen is niet makkelijk. Al was het alleen al vanwege de kerkelijke situatie in Nederland. De versnippering is groot. Als gewone burger heb je soms de neiging om te vragen: wie heeft er gelijk? En ook: waar moeten wij naar toe?

Als het om deze dingen gaat heeft Psalm 126 ons wel iets te zeggen.
Ik citeer:
“Een ​pelgrimslied.
Toen de HEERE de gevangenen van ​Sion​ terug deed keren,
waren wij als mensen die droomden.
Toen werd onze mond vervuld met lachen
en onze tong met gejuich.
Toen zei men onder de heidenvolken:
De HEERE heeft grote dingen bij hen gedaan!
De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan,
daarom zijn wij verblijd”[2].

Opvallend in deze psalm is de mate waarin Israël afhankelijk blijkt te zijn van de Here.
We zien de passiviteit van Israël:
– De Here deed terugkeren;
– de mond werd vervuld met lachen
– de tong werd gestuurd bij het juichen.

In dit Geestelijk lied is de terugkeer uit ballingschap het vertrekpunt.
Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Maar als het er op aankomt, is het de Verbondsgod die de zaak aan moet sturen. En dan gaan de mensen aan het werk.

Dat kon men zien. De mensen konden er niet blind voor blijven. De mensen moesten wel kijken. Of zij dat nu leuk vonden of niet.
Het viel zelfs de heidenen op. Uitgerekend de mensen die God niet volgen zeiden: moet je nou toch kijken wat daar gebeurt!

Psalm 126 spreekt ook in de tegenwoordige tijd.
Er zijn, als deze psalm geschreven wordt, grote problemen. Er gaat in het leven van alles verkeerd. Er moet een radicale koersverandering plaatsvinden. En de mensen weten het wel: de Here moet die koers verleggen. Dat kunnen wij niet zelf.

Er is een radicale koersverandering nodig:
“HEERE, breng een omkeer in onze gevangenschap,
zoals waterstromen in het zuiden”[3].
Het Zuiderland – dat is de Negev-woestijn. In de zomer is het er droog, dor en heet. Onherbergzaam land van het type: brandend zand en nergens water. Door de winterregens stromen de geulen echter vol. Bloemen en planten leven in een oogwenk op. Welnu, zo’n omkeer wordt in Israël vurig begeerd. Net als in een natuurfilm: alles is droog en dor en geel, en na een beste plensbui zie je alles groen worden. In zo’n film wordt dat natuurlijk wel eens versneld. En de dichter van Psalm 126 wenst klaarblijkelijk zulk versneld ingrijpen van God.

Vele Israëlieten hebben die wens ook in de mond genomen.
Psalm 126 is tenslotte een bedevaartslied: een lied dat men zong terwijl men onderweg was van of naar Jeruzalem.

Dat is voor ons allemaal verleden tijd.
Wat moeten wij er dan mee?

Herinneringen ophalen is lang niet altijd leuk.
Kijk alleen maar naar de kerkgeschiedenis. Daar wordt men niet blijer van: 1886, 1905, 1926, 1944, 1967, 2003, 2009…: ik hoef die jaartallen niet allemaal toe te lichten. Laat het genoeg zijn dat hier genoteerd staat dat al die jaartallen te maken hebben met conflicten om de waarheid.
Laten we wèl wezen – al dat geruzie: daar wil je toch liever niks mee te maken hebben? Dat stop je toch veel liever weg?

Maar waarom zingen we Psalm 126 dan nog?
Is dat niet ouderwets?
Is dat geen misplaatste psychologie waarmee voornamelijk pijnlijke herinneringen naar boven worden gehaald?
Toch niet.

Want Psalm 126 gaat ook over de toekomst:
“Wie met tranen ​zaaien,
zullen met gejuich maaien.
Wie het ​zaad​ draagt en dat ​zaait,
gaat al wenend zijn ​weg;
maar hij zal zeker terugkomen met gejuich,
en zijn ​schoven​ dragen”.

Dat zaaien gebeurt in treurnis. Maar hier is iets unieks aan de hand. De zaaier die hier doende is weet het zeker: wat ik hier aan het doen ben, garandeert een prima oogst. Echt: een geweldige oogst. Daar kan geen boer tegenop!

Waarom o waarom is die huilende zaaier nu eigenlijk zo blij?
Omdat hij zeker weet dat de toekomst in Gods handen ligt.
En dat laatste geldt zeker ook voor ons!

Alleen dáárom al mogen ook wij, als wij Psalm 126 zingen, nog wel iets verder kijken.
We weten het: ook de opstanding heeft alles met zaaien te maken.
Ik citeer een paar verzen uit 1 Corinthiërs 15.
“Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt en met wat voor lichaam komen zij terug? Dwaas, wat u ​zaait, wordt niet levend, als het niet gestorven is. En wat u ​zaait, daarvan ​zaait​ u niet het lichaam dat worden zal, maar een kale graankorrel, al naar het voorvalt, van tarwe of van een van de andere graansoorten.
God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend. En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt ​gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt”[4].
De verschillen zijn enorm!
De variatie is ongekend!
Onvoorstelbaar – maar het wordt waar!

Hoe dat gaat, dat weten wij niet.
Maar we weten wel dat het gebeurt. En we weten dat de eerste opstanding inmiddels heeft plaatsgevonden. En er komen nog meer opstandingen. Nog veel meer.
Nog maar eens 1 Corinthiërs 15: “Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in ​Adam​ sterven, zo zullen ook in ​Christus​ allen levend gemaakt worden”[5].

Die bedevaartgangers die Psalm 126 zongen, die wisten dat allemaal nog niet. In feite waren al die zangers, zonder dat zij het wisten, profeten.

Nu zingen wij Psalm 126.
En wij weten ook niet exact hoe dat in de toekomst allemaal precies gaat. En hoe het op de Jongste Dag wezen zal, dat weten we ook niet precies.
Het enige wat wij nu doen, dat is begraven. Wij zaaien een lichaam, in afwachting van die laatste Dag. Wij zingen Psalm 126.
En wij zijn profeten. Dat weten we. Mogen we hopen.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 11 april 2006.
[2] Psalm 126:1, 2 en 3.
[3] Psalm 126:4.
[4] 1 Corinthiërs 15:35-44 a.
[5] 1 Corinthiërs 15:20, 21 en 22.

14 maart 2019

Prachtig ornament van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De Here is ​Koning.
Met majesteit heeft Hij Zich bekleed;
de Here heeft Zich bekleed,
Hij heeft Zich met kracht omgord.
Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet”.

Hierboven staan de eerste woorden van Psalm 93[1].
Dat zijn voor de kerk troostwoorden. Wat er ook in de wereld gebeurt, de schepping eindigt niet in een ruïne. Nooit!

Het is belangrijk om die geloofskennis met grote regelmaat op deze weblog te verwoorden.
Immers – wat zijn er veel groepen en genootschappen die zich ‘kerk’ noemen!
Immers – wat is er veel frustratie en protest, ook op het kerkplein!

Psalm 93 zegt:
“Uw ​troon​ staat vast van oudsher,
van eeuwigheid zijt Gij”[2].

Psalm 93 brengt ons, naar we mogen hopen, tot het besef dat de God van hemel en aarde er altijd is. In het verleden, in het heden en zeker ook in de toekomst.
Dat is een les voor kerkmensen in de eenentwintigste eeuw.

Want hoe gaat dat tegenwoordig maar al te vaak?
Er gebeurt iets in de kerk dat sommigen niet zint. Er worden, naar hun inzicht, verkeerde besluiten genomen. Naar hun waarneming zijn verkeerde tendensen te zien.
En dan…
Dan splitsen een aantal gelijkgezinden zich af – zij maken een nieuw begin.
Zij gaan vervolgens het bestaan van ‘hun kerk’ ijverig rechtvaardigen.
En hoe doen zij dat? Antwoord: zij zetten zich af tegen de kerk.
Want daar is alles fout. Hij of zij deugt niet. Die of die ontwikkeling is helemaal fout.
Die gelijkgezinden lanceren een website. Tegenwoordig is dat tamelijk makkelijk. Zij kunnen met gemak laten zien wat er allemaal fout gaat. Zij kunnen aantonen dat men daar totaal op het verkeerde spoor zit.
Met andere woorden –
zij grossieren in negativiteit
in het aanwijzen van permanente imperfectie
in het benoemen van gebreken en tekortkomingen
in het opsommen van mankementen en onvolkomenheden.

Te midden van al die opschudding is de Here “geweldig in den hoge”[3].
Hij torent boven alles uit.
Hij ziet het gekrioel in kerkelijk Nederland. Hij hoort het eindeloos gepalaver. Hij weet welke oeverloze discussies er worden gevoerd.
In Psalm 93 wordt gewezen op de geluiden in en op de zee. De zee is nooit helemaal stil. Er is, om zo te zeggen, altijd wat te beleven. In dichterlijke taal klinkt dat zo:
“Stromen verheffen, o Here,
stromen verheffen hun stem,
stromen verheffen hun bruisen”[4].
Maar de Koning staat daarboven.
Hij is, om zo te zeggen, alles omvattend aanwezig.

Let er intussen op – er staat:
“Met majesteit heeft Hij Zich bekleed;
de Here heeft Zich bekleed,
Hij heeft Zich met kracht omgord”.
Dus – dat heeft Hijzelf gedaan. En waarom? Omdat er niemand boven Hem staat. Helemaal niemand. Er gaat niets boven God!
Hij is volop actief.
Positief present.
De Schepper van hemel en aarde is eeuwig en altijd in vol bedrijf.

En alleen daarom al moeten wij in de kerk ook altijd de positieve insteek kiezen.
Wij moeten niet vertellen hoe het niet moet.
Wij moeten in al ons doen en laten aantonen wat er wel gedaan dient te worden.

Psalm 93 zegt daarover:
“Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar,
de ​heiligheid​ is uw ​huis​ tot ​sieraad,
o Here, tot in lengte van dagen”[5].

In deze dolgedraaide wereld moeten wij blijven zeggen: de Bijbel staat recht overeind.
Gods Woord bepaalt onze normen en waarden, ook anno Domini 2019.
Gods Woord moeten we blijven naspreken. Onze belijdenisgeschriften helpen ons daarbij.

Maar wat betekent ‘de ​heiligheid​ is uw ​huis​ tot ​sieraad’ precies?

Heiligheid
– dat wil volgens Exodus 15 zeggen:
“Wie is als Gij, onder de ​goden, Here,
wie is als Gij, heerlijk in ​heiligheid,
vreselijk in roemrijke daden,
wonderbaar in uw doen?”[6].
De hemelse God is, om het zo uit te drukken, van de buitencategorie. Hij staat aan de top. Hij is een klasse apart. Hij is onvergelijkbaar goed.

Uw huis
– de Statenvertaling tekent daarbij aan: “Versta hier niet zozeer het uiterlijk gebouw des tempels of des tabernakels, als de levende stenen, te weten de gelovigen, die de ware kerk Gods zijn”.
Gods kinderen nemen in die ware kerk hun plaats in.
Ware kerk, wat betekent die term ook al weer? De Nederlandse Geloofsbelijdenis legt het uit: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden”[7].

Sieraad
– De Statenvertaling schrijft erbij: “Te weten, waarmede Gij uwe kinderen heiligt en versiert”. Dus: Gods heiligheid is het luisterrijke ornament van de kerk. Gods heiligheid is het juweel van Gods kinderen[8].

Aldus komen we in de sfeer waarin 1 Petrus 2 naadloos past: “…laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een ​heilig​ priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[9].
Kortom – in de gewone dingen van het leven moeten Gods kinderen zich altijd afvragen of zij bruikbaar en aangenaam werkmateriaal zijn voor de Koning van de kosmos.

En eigenlijk is dat helemaal geen nieuws.
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee B. Holwerda zei het al, toen hij op zondag 29 juli 1945 preekte over Psalm 93. Dat was dus vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Laat ik met Holwerda’s formuleringen dit artikel mogen besluiten.
Ik citeer:
“Wat is het gebod in de kerk? Eenheidsstreven? O nee, doe wat recht is voor de Here. Niet de grootte van de kerk is beslissend, maar haar heiligheid. In de politiek en vakorganisatie: eenheid? Een breed verband, om ons te laten gelden? De heiligheid is uw huis tot sieraad.
Heiligheid, juist dan als de wereld op de kop staat en een vloedgolf ons dreigt mee te sleuren. Politiek bereiken we wat, niet als we een breed blok krijgen op brede basis, doch als we de heiligheid van de tempel bewaren. En sociaal al evenzo: de grote organisatie doet het niet, God draagt ons door de stormen heen en over de vloeden heen. Voor ons is er maar één ding: de tempel van God is eeuwig onaantastbaar, wij hebben die slechts heilig te houden.
Nu komt de zelfbeproeving: gelooft u dat Gods getuigenissen getrouw zijn? Durft u het vandaag aan, ook in deze wereld, met het Woord alleen?
Nu komt de zelfbeproeving: wat is de eis van het ogenblik? Machtsvorming, eenheid, of zegt u ook nu nog en op elk terrein nog: de heiligheid is uw huis tot sieraad?
Want alleen wie het laatste belijdt en aan de heiligheid zich verpandt, die heeft de stijl van Gods scheppingsweek vastgehouden. Die zingt ook in de onrust van deze tijd het lied van de voorsabbat: de Here is Koning. Uw troon is van eeuwigheid en tot eeuwigheid”[10].

Noten:
[1] Psalm 93:1.
[2] Psalm 93:2.
[3] Psalm 93:4 b.
[4] Psalm 93:3.
[5] Psalm 93:5.
[6] Exodus 15:11.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[8] Geciteerd van https://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Ps93.htm ; geraadpleegd op dinsdag 12 maart 2019.
[9] 1 Petrus 2:5.
[10] De preek over Psalm 93 heeft als thema en verdeling:
De belijdenis van het Koninkrijk van God in deze wereld.
Deze belijdenis houdt in:
de erkenning van:
1. De grondslag van het Koninkrijk van God in de schepping
2. De voortgang van het Koninkrijk van God in de geschiedenis
3. De zegepraal van het Koninkrijk van God in de voleinding.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.