gereformeerd leven in nederland

17 september 2019

Gods toorn en de Verbondsernst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Wie onder ons kan verblijven bij een verterend vuur? Wie onder ons kan verblijven bij een eeuwige gloed?”. Dat zijn woorden uit Jesaja 33[1].

Als de profeet dat zegt is hij trouwens niet origineel.
Denkt u maar aan Deuteronomium 4: “Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God”[2]. En aan Deuteronomium 9: “Daarom moet u heden weten dat het de HEERE, uw God, is Die voor u uit de Jordaan overtrekt, een verterend vuur”[3].

Ook in het Nieuwe Testament wordt niet om de toorn van God heen gedraaid.
Laten wij elkaar wijzen op Johannes 3: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[4]. De vraag hoe wij in het leven staan heeft onder meer te maken met Gods toorn!

Laten wij nog een ogenblik naar Deuteronomium 4 kijken.
“Voeg niets toe!, waarschuwt Mozes.
Knabbel er niet een stukje van af!, vermaant Mozes Israël.
Want, zegt hij, u weet best dat de Here hard kan ingrijpen. Hij kan zelfs Zijn tegenstanders doden; dat hebt u zelf gezien.
Als u zich aan Gods geboden houdt, zullen de volken in de omgeving zeggen: wat een wijs en verstandig volk is dat!
Denk erom, zegt Mozes, vergeet die geboden niet. Stop ze niet weg. God heeft u Zijn geboden gegeven. Dat zijn verbondswoorden. Dat verbond is van blijvende betekenis”[5].

Dat verbond zien we op heel wat plaatsen in Gods Woord terug. In de Psalmen bijvoorbeeld.
Denkt u alleen maar aan Psalm 25:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt.
Zie mij schuldig voor U staan,
HEER, vergeef mijn overtreden,
neem mij om uws naams wil aan,
groot zijn uw barmhartigheden”[6].
En:
“Gods vertrouwlijk’ omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont,
daar de HEER aan zijn beminden
zijn verbondsgeheimen toont”[7].

De toorn van God heeft alles te maken met Gods verbond. Dat verbond is een kwestie van belofte en eis. Aan Zijn eis kunnen mensen nimmer voldoen. Wij zijn afhankelijk van Goddelijke vergeving, vanwege het werk van Jezus Christus.

Als wij in de kerk spreken over de toorn van God, moeten wij onmiddellijk het verbond met Hem in beeld brengen.
De verleiding is groot om elkaar aan te kijken en te vragen: wat is de toorn van God eigenlijk?, om vervolgens al snel op licht blijmoedige toon te zeggen: God is liefde; in Zijn toorn negeert Hij ons niet – wat heerlijk!
Hoe waar dat laatste ook zijn mag, dat betekent vervolgens niet dat we ons met een jantje-van-leiden van het leven met God af kunnen maken! Zo van: Hij gaat met ons mee, en verder gaan we maar onze eigen gang.
De toorn van God is in de kerk een Verbondszaak.

Terecht schrijft iemand: “In het Oude Testament is de toorn van God een Goddelijke reactie op menselijke zonde en ongehoorzaamheid. Afgoderij was vaak de aanleiding voor Goddelijke toorn. Psalm 78:56-66 beschrijft de afgoderij van Israël. De toorn van God richt zich consequent op degenen die Zijn wil niet volgen (…). De profeten van het Oude Testament schreven vaak over een toekomstige ‘dag van razernij’ (…). Gods toorn tegen zonde en ongehoorzaamheid is volledig gerechtvaardigd omdat Zijn plan voor de mensheid heilig en volmaakt is, zoals God Zelf ook heilig en volmaakt is. God verschafte ons een mogelijkheid om Zijn Goddelijke gunst te verkrijgen – berouw – waarmee Gods toorn van de zondaar afgeleid wordt. Wie dat volmaakte plan afwijst, wijst Gods liefde, genade, barmhartigheid en gunst af, en roept Zijn rechtvaardige toorn over zich af”[8].

De toorn van God is een Verbondszaak.
Alleen daarom al is de toorn van God een zaak die levenslang impact heeft.
In Psalm 78 worden zaken uit de geschiedenis van Israël gememoreerd. Zeg maar: de Oudtestamentische kerkgeschiedenis komt aan de orde.
En daar staat dan:
“Hij sloeg Zijn tegenstanders vanachter,
Hij deed hun voor eeuwig smaad aan[9].
Een kind van God dat Zijn verbond negeert heeft daar voor eeuwig last van!

Wij leven in een tijd waarin de toorn van God niet al te veel aandacht krijgt.
Meestal hebben we al meer dan genoeg aan onze eigen sores.
En zegt u nou zelf: u bent al blij als uw kinderen gelovig blijven en met een zekere regelmaat een kerkdienst bezoeken.
Iemand geeft in het Nederlands Dagblad een treffende kenschets van de sfeer in onze tijd: “Mensen hoppen tegenwoordig maar van baan naar baan, van kerk naar kerk en van blad naar blad. De meeste van onze kinderen lezen het ND ook niet, maar als ouders zijn mijn man en ik allang blij dat ze nog geloven”[10].
De typering is raak. Maar dat betekent niet dat het verbond maar stilletjes achter de coulissen moet verdwijnen!

Zeker, in Romeinen 5 lezen wij: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn”[11].
Inderdaad – die troost blijft recht overeind staan.

Maar in een tijd van kerkelijke oppervlakkigheid, in een samenleving waarin diepgang zelden aan de orde blijkt, is het goed om de Verbondsernst eens te benadrukken.

Noten:
[1] Over Jesaja 33 schreef ik in mijn artikel ‘Jesaja 33 geeft de burger moed’, hier gepubliceerd op maandag 16 september 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/09/16/jesaja-33-geeft-de-burger-moed/ .
[2] Deuteronomium 4:24.
[3] Deuteronomium 9:3 a.
[4] Johannes 3:36.
[5] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘God raakt ons nooit kwijt’; hier gepubliceerd op dinsdag 16 juli 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/16/god-raakt-ons-nooit-kwijt/ .
[6] Psalm 25:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 25:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Geciteerd van https://www.gotquestions.org/Nederlands/toorn-van-God.html ; geraadpleegd op donderdag 12 september 2019.
[9] Psalm 78:66.
[10] Dat zegt Mieke Wubs-Janssen uit Roden. In: “Ik vind de feuilleton zo spannend”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 12 september 2019 (rubriek ‘De lezer’), p. 21.
[11] Romeinen 5:8 en 9.

9 september 2019

Fris

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Ruim vijfenzeventig jaar is het nu geleden: de Vrijmaking van 1944. Men gaat terugkijken. En vooruitkijken, mogen we hopen. Want men kan wel bekijken wat het resultaat van de Vrijmaking was; en het is heel goed om dat te doen. Maar de meest prangende vraag is uiteraard wie er in 2019 op die Vrijmaking voortbouwen, en hoe die bouwers dat dat doen.
Die laatste vraag blijft in dit artikel overigens liggen.
De focus ligt ergens anders.

In het Nederlands Dagblad van zaterdag 31 augustus jl. wordt uitgebreid aandacht aan het thema Vrijmaking toen / de kerk nu.

Men constateert: “…twee predikanten stonden twintig jaar lang in het dorp. Het gemeenteleven zakte in. Tot een van hen werd losgemaakt, de ander met emeritaat ging en er een vacature kwam”[1].

De formulering van hierboven geeft te denken.
In een paar zinnen suggereert men dat die twee dominees vervallen types waren. Sullig. Ouderwets. Niet bij de tijd. En dus zakte het gemeenteleven in. Het was weinig meer dan een plumpudding. Men had de neiging om er een bordje bij te zetten: Implosiegevaar!!
Wat een opluchting dat dat harkerige duo eindelijk uit beeld was! Op naar de moderne wereld!
Kortom – toen dat gedateerde duo verdwenen was werd men pas echt vrijgemaakt. Er kwam een nieuwe vrijheid. Men herademde. De levensruimte nam onmiddellijk met een oneindig aantal vierkante kilometers toe. Een nieuwe levensvreugde zinderde door de kerk.

Daarbij vergeleken is de Bijbel een boek van het jaar nul.
Nou ja, zo’n veertig auteurs schreven de Bijbel in een periode van zo’n 1500 jaar[2]. Het grootste deel van het Boek der Boeken werd zo’n 2500 jaar geleden geschreven[3].
Er zijn mensen die zeggen: dat boek kan onderhand wel bij de museumstukken. In een vitrine of zo. Keurig openliggend. Maar daarenboven ongebruikt.

Wacht eens even.
In Psalm 92 lezen we iets opvallends:
“De rechtvaardige zal groeien als een palmboom,
hij zal opgroeien als een ​ceder​ op de Libanon.
Wie in het ​huis​ van de HEERE geplant zijn,
die mogen groeien in de voorhoven van onze God.
In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen,
zij zullen fris en groen zijn,
om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is;
Hij is mijn rots en in Hem is geen ​onrecht”[4].
Pardon?
Wat staat daar?
Zijn oude mensen groen en fris?
Hoe hebben we ’t nu? Immers – oude mensen zijn helemaal niet zo flitsend. Enkelingen daargelaten zien we bij senioren aftakeling, lichamelijk en soms ook mentaal. Hoezo fris?
Zij zijn fris “om te verkondigen, dat de Here waarachtig is”. Onze God blijft, om zo te zeggen, altijd fris. En dat mogen en moeten ouderen blijven zeggen!
De bewoordingen van de Evangelieverkondiging zijn bij oudere predikanten niet altijd even modern. Zij staan op de preekstoel niet te shinen; predikanten zien er soms niet zo flitsend meer uit en klinken ietwat bedaagd.
De bewoordingen van de Evangelieverkondiging zijn niet episch. De prediking is niet steeds van topkwaliteit.
In de Evangelieverkondiging komt niet naar voren dat de dominee op de preekstoel een heleboel skills heeft; capaciteiten of kwaliteiten.
In de Evangelieverkondiging klinkt niet om ’t andere woord de kreet ‘whoop, whoop’. Er wordt niet standaard gejuicht[5].
Maar de God van hemel en aarde is altijd fris. Hij is nota bene bezig aan een totale vernieuwing van de wereld!

Het gemeenteleven in dat dorp van hierboven zakte in. Het werd een duffe boel. En dat was, aldus suggereert het Nederlands Dagblad, de schuld van die ouwe dominees. Die hadden al veel eerder het veld moeten ruimen.
Tja.
Waarom eigenlijk?
Omdat die bijna-geëmeriteerde dominees nooit preekten over Spreuken 11? U weet wel:
“Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal ten val komen,
maar de rechtvaardigen zullen groeien als loof”[6].
Of misschien omdat die bijna-geëmeriteerde dominees nooit preekten over Jeremia 17? U weet wel: “Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is. Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop”[7].

Het ND schrijft: “…twee predikanten stonden twintig jaar lang in het dorp. Het gemeenteleven zakte in”.
De ene dominee werd losgemaakt en de ander ging met emeritaat.
Daarna woei er eensklaps een frisse wind door de kerk.
Tjonge!

Hoe fris waren de kerkgangers in dat dorp, in Bergentheim eigenlijk?
Ergens ruiken die zinnetjes in het ND een beetje onfris.

Noten:
[1] “Van vrijgemaakt naar veelkleurig”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 31 augustus 2019, p. 10-13. Citaat van pagina 10.
[2] Zie https://bijbel.eo.nl/kennismaken/het-ontstaan-van-de-bijbel ; geraadpleegd op maandag 2 september 2019.
[3] Zie: G. Dijkgraaf, “Het ontstaan van de Bijbel (1)”. In: De Saambinder – kerkelijk orgaan van de Gereformeerde Gemeenten – , 11 januari 1990, p. 6 en 7.
[4] Psalm 92:13-16.
[5] Voor de in deze alinea gebruikte moderne termen, zie https://www.harpersbazaar.com/nl/cultuur-reizen/a6114/woorden-pubers-pubertaal-puberwoorden/ ; geraadpleegd op maandag 2 september 2019.
[6] Spreuken 11:28.
[7] Jeremia 17:7 en 8 a.

5 september 2019

Psalm 40 in de drugseconomie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De florerende drugseconomie heeft in Amsterdam nagenoeg vrij spel. Bij de overheid ontbreekt het aan kennis, regie en uithoudingsvermogen om criminelen en hun handlangers de pas af te snijden”. Aldus bericht het Nederlands Dagblad op donderdag 29 augustus 2019.
Er staat bij:
”In Amsterdam, bekend om zijn cultuur van tolerantie, worden veel drugs gebruikt. Dat blijkt onder meer uit onderzoeken naar het rioolwater en naar de uitgaanscultuur in de stad. Daarnaast is de stad sinds de jaren zeventig uitgegroeid tot een belangrijke marktplaats voor internationale drugshandel, aldus de onderzoekers. Onder meer vanwege de goede verbindingen met de rest van de wereld: door de lucht, over zee en over de weg. Bovendien maken de financiële en de digitale infrastructuur de stad aantrekkelijk voor criminelen uit de hele wereld”.
En:
“Het is niet voor het eerst dat er alarmerende conclusies over georganiseerde misdaad in Amsterdam worden getrokken. In 1996 verscheen er al een analyse van wetenschappers Frank Bovenkerk en Cyrille Fijnaut. Daarin concludeerden zij onder meer dat ‘wat begon als een wereld van flower power’ deels veranderde in een ‘omvangrijke en keiharde drugsmarkt’.
Onder meer naar aanleiding van die analyse uit 1996 werden er projecten gestart en maatregelen genomen om deze ontwikkeling tegen te gaan. Volgens Tops en Tromp [de heren die het recente onderzoek hebben verricht] ebde het enthousiasme voor de projecten langzaam weg. ‘Projecten komen, projecten gaan. We zien projecten die gericht zijn op individuen, op gebieden, op fenomenen’, schrijven ze in het onderzoek.
Allemaal nuttig, stellen ze. Maar een gezamenlijke strategie van de overheidsdiensten is volgens hen in Amsterdam niet sterk ontwikkeld.
Gemeentelijke diensten, hulpverlening, Rijk en politie werken vaak langs elkaar heen bij de aanpak van drugscriminaliteit, concluderen Tops en Tromp. Door die gefragmenteerde manier van werken (en soms ook door wet- en regelgeving) bereikt informatie dikwijls niet de diensten voor wie die relevant is”[1].

Waarom gebruiken mensen drugs?
Wie naar een antwoord op die vraag zoekt, komt woorden tegen als: ontspanning, rustgevend, slaapmiddel en kalmeringsmiddel[2].
Met drugs bewerkstelligt men dus een tijdelijke vlucht uit de werkelijkheid. Men gaat op zoek naar leegte. Naar het Rustgevende Niets.
Voor drugsbaronnen en dergelijke lieden is bovendien hebzucht aan de orde. En machtswellust, tevens.
Mensen raken – kortom – verstrikt in een web van verslaving, van criminaliteit, van geldzucht.

Wie naar de maatschappij kijkt, is daar niet verbaasd over. De wereld is hard. De overheid faalt op onderscheiden punten.
Dan ga je je troost elders zoeken. Bij degelijke mensen. Bij betrouwbare instanties. Alleen maar – degelijke mensen en betrouwbare instanties lijken er steeds minder te zijn.

Dit alles zo zijnde mogen wij elkaar op Psalm 40 wijzen.

Psalm 40 is een lied van David.
In dat kerklied zet hij uiteen dat hij vurig tot God gebeden heeft. En de Here luisterde naar David. De hemelse God werd volop actief; Hij trok David omhoog uit een zeer diep dal. David werd, om zo te zeggen, uit het drijfzand van de ellende getrokken; hij kreeg weer vaste grond onder de voeten!
Daarom, zingt David, is het nu tijd voor een nieuw lied. Want het is eens te meer bewezen: je kunt op God vertrouwen! De God van hemel en aarde is een Steunbeer waar je van op aan kunt – het is heerlijk om met Hem te leven!
De activiteit van God hangt, om zo te zeggen, aan elkaar van weldaden en wonderen. Het zijn er zoveel dat je ze eigenlijk niet op een rij kunt zetten. Nee, de Here werkt niet hap-snap; zeker niet.
En daarom wil de Here in de Godsdienst van Zijn kinderen ook geen hap-snap-beleid. Het brengen van allerlei offers is niet genoeg. Nee, heel het aardse bestaan moet aan God gewijd zijn. Alles moet in het teken staan van de eer aan God.
Welnu – dat is precies wat David wil doen. Dat is precies wat David zijn luisteraars wil leren. Davids mond loopt er van over. Iedereen, ja iedere wereldburger moet het horen: God is betrouwbaar. Iedereen moet het horen: God luistert naar je als je in het gebed naar Hem toe gaat!
David vraagt heel expliciet om Gods bescherming. En dat is nodig ook. Want David weet het: mijn leven staat bol van de zonde. David weet het: in mijn leven zijn tekortkomingen en zonden aan de orde van de dag. Goed beschouwd is het leven van David – zeker als hij Psalm 40 componeert – tamelijk hopeloos. Gods trouwe hulp is hard nodig!
Voordat je ’t weet gaan de mensen zeggen: ‘Nou, die God van David is geen knip voor de neus waard. En David? Hem kunnen we met een paar goede wapens zonder veel moeite om het leven brengen’.
Het is duidelijk – dit is exact wat David niet wil. Welnee! De mensen moeten juist zeggen: ‘De God van David doet magnifieke dingen. Wát een goede God is dat!’.
Even zo goed weet David het zeker: de Here zal Hem helpen! En daarom bidt Hij nogmaals dringend: Here, red mij!
Dat is Psalm 40.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën betrekt Psalm 40 op Jezus Christus. Hij doet dat als volgt: “Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de ​zonden​ wegneemt. Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en ​graanoffer​ hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereedgemaakt. Brandoffers​ en offers voor de ​zonde​ hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de ​boekrol​ is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God”[3].
De Hebreeënschrijver wil maar zeggen: de Heiland is voor de zonden gestorven. Voor de zonden van David, jazeker. Maar ook voor de zonden van heel de wereld.
De Heiland draagt een structurele oplossing aan: verlossing van alle schuld – er is betaald!
Zo moeten wij, vanuit Psalm 40, de lijn dóórtrekken.

Nederland in het algemeen, en Amsterdam in het bijzonder, is een knooppunt van de internationale drugshandel.
Hoe kan het zo van kwaad tot erger gaan?
Bij de beantwoording van die vraag is er één sleutelwoord: Woordverlating. Met andere woorden: dit krijg je ervan als je bij God wegloopt. Oftewel: dit krijg je ervan als je Gods wet negeert, en zelf oplossingen zoeken gaat!

Wat te doen aan de florerende drugseconomie?
Begin maar eens bij Psalm 40!

Noten:
[1] “Vrij spel voor drugscriminelen in Amsterdam”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 29 augustus 2019, p. 4 en 5.
[2] Zie hiervoor https://www.jellinek.nl/vraag-antwoord/waarom-worden-drugs-gebruikt/ ; geraadpleegd op donderdag 29 augustus 2019.
[3] Hebreeën 10:4-7.

8 augustus 2019

De instructies van Psalm 43

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,
mij brengen tot Uw ​heilige​ berg
en tot Uw woningen,
zodat ik kan gaan naar Gods ​altaar,
naar God, mijn blijdschap, mijn vreugde;
en ik U met de ​harp​ kan loven,
o God, mijn God!”[1].

Voor heel wat mensen, met name voor heel wat ouderen, is het bovenstaande een passage uit een zeer geliefde psalm. U weet het vast wel: de regels komen uit Psalm 43.
Men kent veelal een berijmde versie:
“Dan ga ik op tot uw altaren,
tot U, o bron van zaligheid”[2].
Of ook:
“Dan ga ik op tot Gods altaren,
Tot God, mijn God, de bron van vreugd;
Dan zal ik, juichend, stem en snaren
Ten roem van Zijne goedheid paren,
Die, na kortstondig ongeneugt
Mij eindeloos verheugt”[3].

De Psalmen 42 en 43 horen volgens veel exegeten bij elkaar. Boven Psalm 42 staat dat het een onderwijzing is. De dichter geeft les aan zijn toehoorders. Psalm 43 is dus niet zomaar een sentimenteel lied. Het is niet bedoeld als een smartlap voor de kerk. Nee, het betreft hier onderwijs.

De dichter leeft te midden van mensen die zijn vertrouwen op God volstrekt bespottelijk vinden. Wat zegt men tegen zulke mensen? Meestentijds zet men niet al te veel. Want bijna alles wat opgemerkt wordt voorzien opposanten met een verbijsterende onmiddellijkheid van het meest cynische commentaar dat denkbaar is.

Daarbij komt dat de dichter zich door God verlaten voelt: “waarom verstoot U mij?”[4].
Maar de componist zegt er meteen bij: zo kan ik niet verder. Hij vraagt de Here om licht en om waarheid.

Laten wij eerst naar dat licht kijken[5].
De schrijver van dit kerklied vraagt in feite om levenskracht. En om nieuwe moed. Denkt u hierbij maar aan Psalm 27:
“De HEERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?
De HEERE is mijn ​levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?”[6].
De kerkliedschrijver vraagt dringend om de onmisbare zegen van de Here. Als er iets in het leven nodig is, dan is het wel Gods genade. Dat zien wij terug in Psalm 67:
“God zij ons ​genadig​ en zegene ons;
Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten”[7].
Het licht functioneert als de mantel van de hoge God. Dat blijkt uit Psalm 104:
“Loof de HEERE, mijn ziel.
HEERE, mijn God, U bent zeer groot,
U bent met majesteit en ​glorie​ bekleed.
Hij hult Zich in het licht als in een ​mantel”[8].

De dichter van Psalm 43 vraagt ook om Gods waarheid.
Dat begrip ‘waarheid’ staat in rechtstreekse verbinding met het recht van God. Mozes zingt in Deuteronomium 32:
“Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”[9].
‘Waarheid’ heeft daarom ook te maken met de oprechte intenties van Gods kinderen. Zij willen in het leven steeds met de Here wandelen. Let u, als het hierom gaat, maar op de karakteristiek die Salomo geeft van het leven van zijn vader David. In 1 Koningen 3 zegt Salomo: “ U hebt aan Uw dienaar ​David, mijn vader, grote goedertierenheid bewezen, zoals hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in trouw, in ​rechtvaardigheid​ en in oprechtheid van ​hart​ bij U. En U hebt dit grote blijk van goedertierenheid aan hem bewezen dat U hem een zoon gaf die op zijn ​troon​ zit, zoals op deze dag”. In de Statenvertaling staat het zo: “Gij hebt aan Uw knecht David, mijn vader, grote weldadigheid gedaan, gelijk als hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in waarheid, en in gerechtigheid, en in oprechtheid des harten met U; en Gij hebt hem deze grote weldadigheid gehouden, dat Gij hem gegeven hebt een zoon, zittende op zijn troon, als te dezen dage”[10].
Dat begrip ‘waarheid’ wijst ook op Gods rechtvaardig oordeel. De profeet Jeremia zegt in hoofdstuk 10: “De HEERE God is echter de Waarheid, Hij is de levende God, een eeuwig ​Koning. Voor Zijn grote toorn beeft de aarde, de heidenvolken kunnen Zijn gramschap niet verdragen”[11].

De dichter van Psalm 43 zegt in feite: voorzien van Gods licht en gewapend met Zijn waarheid kunnen wij optimaal de Here dienen!

Psalm 43 is een geliefde psalm van veel ouderen.
Geen wonder ook – men wil het adagium van de dichter overnemen. Mensen uit oudere generaties willen het aan jongeren meegeven: voorzien van Gods licht en gewapend met Zijn waarheid kunnen wij optimaal de Here dienen!
Zo geven de ouderen in de kerk les aan de jongeren.

Waarom haal ik Psalm 43 vandaag naar voren?

Onlangs vond er een samenkomst plaats bij de begrafenis van een oude broeder. De orde van de samenkomst was opgesteld door de kinderen. In de samenkomst overdacht men Psalm 43.
De sfeer in de bijeenkomst werd bepaald door de beleving van kinderen en kleinkinderen[12]. Dat is, in zekere zin, logisch. Immers – kinderen en kleinkinderen dienen de dood van vader te verwerken; zij moeten op deze aarde verder.
Feit is echter dat men – voor het besef van nogal wat aanwezigen in de bijeenkomst – slechts met grote moeite aansloot bij de leefwereld en de stijl van vader.
Er werd vooral geredeneerd vanuit het eigen gevoel.
De symboliek van de aanwezige bloemen kwam tamelijk uitgebreid aan de orde.
Opa werd toegesproken: ‘Dag opa, weet u nog wel hoe mooi u het vond dat…’.
Dat is, op z’n zachtst gezegd, opmerkelijk; en met name als men de drieënveertigste psalm overdenken gaat. Immers – nogmaals –: mensen uit oudere generaties willen aan jongeren meegeven dat zij, voorzien van Gods licht en gewapend met Zijn waarheid, Hem in alle omstandigheden kunnen dienen!

Wie dan vooral spreekt vanuit het eigen gevoel en de symboliek der bloemen, verlegt het accent in de bijeenkomst. Kort door de bocht: het gaat van de inhoud van Gods Woord naar de emotie van de mens. Dat kan en mag de bedoeling beslist niet wezen!

Nee, Psalm 43 is niet slechts een kerklied vol jeugdsentiment.
Het is meer.
Veel meer.
Dat moge helder wezen.

De onderliggende boodschap van dit artikel is duidelijk: laten kinderen, kleinkinderen en andere nabestaanden bij begrafenissen de overledene zoveel mogelijk recht doen; zeker ook als het om het geloofsleven van de overledene gaat.
En – laten de nabestaanden vooral ook Gods Woord voluit laten spreken!

Noten:
[1] Psalm 43:3 en 4.
[2] Psalm 43:4; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 43:4; berijming uit 1773.
[4] Psalm 43:2 a.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.debijbel.nl/blog/wat-zegt-de-bijbel-over-licht ; geraadpleegd op zaterdag 3 augustus 2019.
[6] Psalm 27:1.
[7] Psalm 67:2.
[8] Psalm 104:1 en 2 a.
[9] Deuteronomium 32:4.
[10] 1 Koningen 3:6.
[11] Jeremia 10:10.
[12] De samenkomst werd door de kinderen van de overledene geleid.

29 juli 2019

Oproep in de hitte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de afgelopen week was het heet. Bloedheet. Er kwam een nieuw hitterecord: 40,7 graden. Zo warm is het in Nederland nog nooit geweest.
Heel Nederland had het er druk mee.
Nynke de Jong, columniste in het Algemeen Dagblad, werd een beetje moe van al die drukdoenerij.
Zij noteerde: “De hijgerige berichtgeving rond de hitte-hysterie stoorde me een beetje”.
En:
“De live-uitzending van de Tour werd onderbroken door een hitterecord. In Deelen, in Gelderland, zou een temperatuur van 41,7 graden Celsius gemeten zijn. De microfoons van Herbert en Maarten werden dichtgeschoven om stante pede naar de journaalstudio in Hilversum te schakelen.
Dionne Stax noemde het getal 41,7. Gerrit Hiemstra zei dat ze het nog aan het onderzoeken waren. Vlak daarvoor was het in Deelen nog maar 35 graden. Hoe kon de temperatuur zó snel oplopen? Ik gokte op een frituurpan vol frikandellen naast de thermometer.
De hitte-hysterie was compleet. De wedstrijd over wáár het hitterecord verbroken zou worden, werd verslagen alsof het de eerste marathon op natuurijs betrof”[1].

Even voor ons beeld: dat getal 41,7 bleek niet te kloppen. In werkelijkheid was het 40,7 graden.

In een situatie als deze komen er allerlei verhalen los over de klimaatverandering.
Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) stelt: “Door menselijk toedoen is het in de afgelopen 130 jaar 0,9 °C warmer geworden op aarde. De zeespiegel is sinds die tijd met 20 centimeter gestegen”[2].

Echter – vrijwel niemand spreekt over de proclamatie van de God van hemel en aarde.
Gods kinderen mogen niet vergeten wat David hen in Psalm 24 leert:
“De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat,
de wereld en wie er wonen”[3].

Dat woord ‘bevat’ klinkt wellicht een beetje technisch.
In de Statenvertaling lezen we: “De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid”.
Alle mensen, dieren en andere schepselen hebben een eigendomsstempel op: gecreëerd door de Schepper der wereld.
En uit al die op aarde krioelende schepselen kiest Hij bepaalde mensen uit om in te lijven bij Zijn volk.
Laten wij elkaar wijzen op Exodus 19: “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn ​verbond​ in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij”[4].
En op Deuteronomium 10: “Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te dienen, met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel, en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede? Zie, van de HEERE, uw God, is de hemel, ja, de allerhoogste hemel, de aarde en alles wat erop is”[5].
De Here heeft mensen uitgekozen.
“Deze uitverkiezing”, zo leren in Dordrecht vergaderde geleerden uit voorbije eeuwen ons, “is een onveranderlijk voornemen van God, waardoor Hij voor de grondlegging van de wereld uit het hele menselijke geslacht – dat door eigen schuld de oorspronkelijke gerechtigheid verloren en zich in zonde en ondergang gestort heeft – een vast en groot aantal mensen in Christus tot het heil heeft uitgekozen”[6].
Psalm 24 is een kerklied dat gezongen wordt tegen de achtergrond van de uitverkiezing.

In de kerk zingen wij:
“De aarde is, met al wat leeft,
met al wat zij aan schatten heeft,
het wettig eigendom des HEREN”[7].
En dan mogen kerkmensen er blijmoedig bij denken:
“Van alle goeden en bozen
heeft de Here ons uitgekozen!”.
Dan wordt Psalm 24 een lied van vreugde, dat kerkmensen graag aanheffen. De militia Christi, de keurtroepen van de hemelse Heer, vormen al zingend een erewacht voor de Creator van deze wereld!

Het gaat er om dat de Here Zelf op de aarde wonen wil. En Hij wenst Zijn kinderen om Zich heen te hebben.
“Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?
Wie zal staan in Zijn ​heilige​ plaats?
Wie ​rein​ is van handen en zuiver van ​hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert”[8].
De Schepper van heel de kosmos roept heel de wereld, de kerk incluis, op heilig te leven. Tot eer van God. Ter meerdere glorie van Hem!

De aarde is door God geschapen. Hij is de Maker van de woonplaats der mensen. Door de jaren heen pleegt Hij onderhoud aan Zijn creatie. Ook in de zomer van 2019. Ook op de heetste dagen van het jaar.
Wie goed luistert, hoort de oproep: mensen, luister naar Mij en leef voor Mij!

Welnu, in de kerk doen we niets liever!
In de kerk kunnen we daarom met recht verder zingen in Psalm 24:
“De HERE heeft hem heil bereid,
Hij schenkt aan hem gerechtigheid,
zijn zegen doet Hij hem ontvangen.
Dit is ’t geslacht dat naar Hem vraagt,
’t is Jakobs volk dat God behaagt.
Uw aanschijn zoekt het met verlangen”[9].

Zo wordt hitte-hysterie glorieus gezang!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.ad.nl/binnenland/de-hijgerige-berichtgeving-rond-de-hitte-hysterie-stoorde-me-een-beetje~a3119054/ ; geraadpleegd op vrijdag 26 juli 2019.
[2] Geciteerd van https://www.knmi.nl/producten-en-diensten/klimaatverandering ; geraadpleegd op vrijdag 26 juli 2019.
[3] Psalm 24:1 b.
[4] Exodus 19:5.
[5] Deuteronomium 10:12, 13 en 14.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 7.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 24:1 in de berijming van het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Psalm 24:3 en 4.
[9] Psalm 24:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

18 juli 2019

Kerkelijke eenlingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We horen het vaak om ons heen: vader en moeder die problemen in de kerk verschillend taxeren. De één vindt het allemaal zo erg niet. De ander acht de problemen veel ernstiger.
Binnen een huwelijk kan dat zomaar verwijdering geven.
Dat is moeilijk.
Man en vrouw gaan op zoek naar een tussenweg die voor beiden aanvaardbaar is. Maar het blijft bijna altijd wringen. Want geloof en kerkkeus zijn, als het er op aankomt, heel persoonlijke dingen.

Laten we deze vader en moeder maar even in het oog houden. We noemen hen vader en moeder Van Hierboven.

Nu we deze situatie in beeld hebben, mogen we elkaar wijzen op Psalm 27:
“Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,
dát zal ik zoeken:
dat ik wonen mag in het ​huis​ van de HEERE,
al de dagen van mijn leven,
om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen
en te onderzoeken in Zijn tempel.
Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
op de dag van het onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn ​tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots”[1].

Psalm 27 is gecomponeerd door David. En het valt meteen op: de psalmist spreekt hier in het enkelvoud. Wat anderen ook denken, hij wil naar de kerk. Hoe anderen de situatie ook taxeren, hij wil bij de Here wezen!
En hij weet: de Here ziet mij. Hij beseft: ik ben maar een eenling, maar de Here houdt mij wel degelijk in de gaten. Hij realiseert zich: er zijn allerlei drukdoenerige mensen om mij heen, maar de Here weet precies wat ik doe.
Laat dat ook maar een troost wezen voor de kerkelijke eenlingen van vandaag!

Nee, het is niet zo dat daarmee de problemen meteen geheel en al opgelost zijn.
We kunnen rustig zeggen dat vader Van Hierboven Psalm 27 zingt. Maar dat wil moeder Van Hierboven waarschijnlijk ook wel doen. Alleen maar – op zondag zingen zij Psalm 27 op verschillende plaatsen.
Zegt u nu zelf: samen zingen is veel mooier.
Echter – voor vader en voor moeder Van Hierboven geldt: de Here hoort Psalm 27 in stereo. Dat lukt mensen niet. Maar God lukt het wel. En Hij kan in harten kijken. Hij kent onze onzekerheden. Hij weet van de hobbels. Van de teleurstelling. Van het stille verdriet. En van de tranen.
Ook dat kan eenlingen tot troost strekken: de Here hoort ons loven, prijzen en bidden. Het maakt niet uit waar we ons bevinden; Hij hoort het altijd en overal!

Er staan twee heel belangrijke woorden in Psalm 27:
* zoeken
* onderzoeken.
Wie Psalm 27 zingt, laat daarmee blijken dat bij hem of haar werk in uitvoering is. Het geloof is geen status quo. Het geloof is geen unit die we ons hele leven met ons meedragen. Het is niet zo dat het geloof een talisman is – zolang je ‘m maar bij je hebt is er niks aan de hand. Zo zit het niet.
Nee, er moet gezocht worden. En er moet onderzocht worden.
Dat geldt voor vader Van Hierboven. En het geldt net zo goed voor moeder Van Hierboven. Beiden moeten zoeken en onderzoeken. En zij moeten elkaar in kennis stellen van de resultaten van hun speurtocht. Zij moeten met elkaar praten over de resultaten van hun research. Zij mogen elkaar blijven tonen wat de Here in hun leven doet.
David leert ons in Psalm 27: geloof is niet iets waarbij je voldaan achterover leunt.

Achterover leunen – dat doet de God van het verbond ook niet.
Hij biedt een schuilplaats. Hij biedt, om zo te zeggen, een safehouse[2].
Hij zet Zijn kinderen op een plek neer waar kwaadwillende mensen er niet bij kunnen; op een hoge rots namelijk
Kortom – de God van hemel en aarde staat garant voor de bescherming van de bevolking die Hij met Zijn eigen bloed gekocht heeft!

Bij dat alles moeten wij, wat betreft Psalm 27, nog tenminste één ding registreren.
Er is één huis van de Here.
Er is één tempel.
Er is één hut.
Er is één tent.
En dus is er ook maar één kerk.
Geen twee. Of drie. Of honderd.
Bij hun zoektocht mogen vader en moeder Van Hierboven nooit vergeten dat hun verschil in kerkkeus een gevolg is van de zonde op deze aarde. Natuurlijk – dat is een droevige conclusie. Maar het zou verkeerd zijn om op dit punt om de hete brij heen te draaien.

Laat de dichter van Psalm 27 vader en moeder Van Hierboven nu toch met alle moeilijkheden zitten? Zo van: we moeten samen naar de kerk; maar dat doen we niet en dat is zondig…?
Zeker – wij moeten onze zonden blijven benoemen. Maar dat is niet de hoofdboodschap van dit kerklied.
In Psalm 27 leert vader en moeder Van Hierboven wat het adres is waar zij altijd, hun hele leven lang, met hun problemen naar toe moeten gaan. De familie Van Hierboven, en wij allen, moeten leren bidden:
“HEERE, leer mij Uw weg,
leid mij op een geëffend pad”[3].
Laat de God van hemel en aarde onze Routeplanner maar wezen!

Laten wij ons even voorstellen dat vader en moeder Van Hierboven hun leven lang kerkelijk gescheiden blijven.
Hoe moet dat dan verder?
De dichter van Psalm 27 zegt:
“Wacht op de HEERE,
wees sterk
en Hij zal uw ​hart​ sterk maken;
ja, wacht op de HEERE”[4].
Wij allen – vader en moeder Van Hierboven incluis – moeten beseffen dat sommige problemen op deze aarde niet worden opgelost.
Maar de Here ziet al Zijn kinderen.
Hij ziet ook de gelovige mensen die, als gevolg van de zonde die op aarde rondwaart, kerkelijke eenlingen geworden zijn.
Laten wij in die situatie, samen met vader en moeder Van Hierboven en alle andere kerkelijke eenlingen, die prachtige woorden uit Openbaring 22 maar repeteren: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan”[5].

De God van hemel en aarde brengt Zijn kinderen eens bijeen.
Ja, ook als zij zich tot hun laatste dag op aarde in verschillende kerkverbanden bevinden!

Noten:
[1] Psalm 27:4 en 5.
[2] Dat is een huis dat gebruikt wordt om iemand te laten onderduiken.
[3] Psalm 27:11 a.
[4] Psalm 27:14.
[5] Openbaring 22:12, 13 en 14.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.