gereformeerd leven in nederland

26 oktober 2018

Twee premiers en wij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Op 14 februari jl. overleed Ruud Lubbers, eertijds minister-president.
Op 20 oktober jl. kwam er een einde aan het aardse leven van Wim Kok, eertijds eveneens premier.
Het waren allebei mannen van statuur. Mannen met grote verdiensten. Mannen met eredoctoraten.
Misschien kijkt u er wel wat scheef naar. Zo van: stel je toch eens voor dat ik zo’n vooraanstaande positie had gehad. Stel je voor dat ik zoveel macht had. Wat zou er dan veel moois gebeuren! Wat zou er in mijn omgeving dan veel opknappen!

Hoe belangrijk die mannen ook zijn geweest, kerkmensen moeten beseffen dat hun God nog meer macht heeft. Daar komt bij dat Goddelijke macht blijvend is.

Laten wij elkaar wijzen op Jesaja 24.
Daarin lezen we: “De volle maan zal rood worden van schaamte, de gloeiende zon zal beschaamd worden, als de HEERE van de legermachten zal regeren op de berg Sion, en in Jeruzalem; en voor Zijn oudsten zal er heerlijkheid zijn”[1].

In dat hoofdstuk lezen we over het Goddelijk oordeel over de aarde.
Er is sprake van verwoesting[2]. De stad – symbool voor heel de aarde – ligt in puin[3].
Daarna lijkt de sfeer om te slaan: er is grote bewondering voor de kracht en majesteit van de Here. Schijn bedriegt echter. Want de goddelozen gaan ondertussen hun gang. Uiteindelijk gaan zij, goed beschouwd, ook hun ondergang tegemoet[4].

Met betrekking tot Jesaja 24 las ik onder meer de volgende typeringen:
* Het oordeel treft de hele aarde
* Alle vreugde is verdwenen
* Nergens bescherming of houvast
* Oordeel over hemel- en aardbewoners
* De HEERE regeert in Jeruzalem[5].

Jesaja is een profeet.
Een woordvoerder van God dus.
Hij laat zien wat er gebeurt als Jezus Christus naar de aarde terugkomt. Jesaja heeft dus het zicht op Christus’ wederkomst.
In Johannes 5 zegt Jezus: “Hij [dat is de Vader] heeft Hem [dat is Zijn Zoon] ook macht gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Zoon des mensen is. Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis”[6].

De God van hemel en aarde zal voor eeuwig regeren.
De zon en de maan zullen hun lichtgevende functie beëindigen. Zij gaan zich zelfs schamen, zegt Jesaja in hoofdstuk 24.
Waarom?
Omdat hun licht schril afsteekt tegen het overweldigende licht van God. Leest u maar mee in Openbaring 21: “Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar ​lamp. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. En haar ​poorten​ zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn”[7].

In Mattheüs 24 wordt het einde van de tijd zo samengevat: “En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de ​stammen​ van de aarde ​rouw​ bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid”[8].

Rudolphus Franciscus Marie Lubbers –
Willem Kok –
dat waren belangrijke mensen voor Nederland. De Here had hen met grote gaven gesierd. Ze hebben goede daden verricht. En ook foute dingen. Er zijn ook zaken die verkeerd úitgepakt hebben.
Hoe dat zij, kerkmensen mogen verheugd zijn dat onder deze premiers de godsdienstvrijheid groot gebleven is.
De Here zal ook over hun werk oordelen.
Later zal ook blijken of hun noeste leidinggevende arbeid meer dan een voetnoot in de geschiedenis wezen zal.

En wij?
Nee – de namen van de meesten van ons komen niet in de geschiedenisboekjes terecht.
Het merendeel der Gereformeerde mensen heeft geen vooraanstaande positie.
Maar voor ons allemaal geldt de profetie van Jesaja 24, de kenschets van Mattheüs 24 en de apocalyptische tekening van Openbaring 21.
Ieders
werk wordt beoordeeld.
Het werk van R.F.M. Lubbers.
De bezigheden van W. Kok.
Maar ook de arbeid van A.B. Klaassen.
En de verrichtingen van C.D. Pietersen.

Voor al Gods kinderen is dat even stimulerende als troostvolle woord in Openbaring 14 opgeschreven: “Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen”[9].

Noten:
[1] Jesaja 24:23.
[2] Jesaja 24:1-6.
[3] Jesaja 24:7-13.
[4] Jesaja 24:14-20.
[5] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS2033.pdf ; geraadpleegd op maandag 22 oktober 2018.
[6] Johannes 5:27, 28 en 29.
[7] Openbaring 21:22-25.
[8] Mattheüs 24:29 en 30.
[9] Openbaring 14:13.

27 april 2015

Uw barmhartigheid kome over mij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

De heer A.A.M. van Agt – minister-president van Nederland van 1977 tot 1982 – merkte tijdens het op zaterdag 11 april jongstleden gehouden congres van het Christen Democratisch Appel op dat hij van mening is “dat in Nederland een ‘geest van repressie, hardheid en terugslaan’ rondwaart, die ‘veel te sterk is geworden’”[1].
Een sfeer van verdringing en onderdrukking, van hardheid en agressie – dat klinkt niet best!
Wat staat de kerk in zo’n maatschappij te doen[2]?

Nu het hierom gaat wijs ik u graag op een woord uit Spreuken 22:
“Beroof de geringe niet, omdat hij arm is,
en vertreed de ellendige niet in de poort;
want de HERE zal hun rechtsgeding voeren
en hun berovers van het leven beroven”[3].

Vandaag wil ik iets schrijven naar aanleiding van die Schriftwoorden.

Het komt mij voor dat het voor de kerk in deze tijd van belang is om de barmhartigheid in het oog te houden.
En dan mogen ouden, zieken, zwakken en andere nooddruftigen het zich in de kerk herinneren: de Here zal ons rechtsgeding voeren. De barmhartigheid die wij betonen, hebben wij geleerd uit Zijn Woord. Want de Here heeft ons laten zien dat we leven van Zijn vergevingsgezindheid. Onze barmhartigheid heeft daarom geen intermenselijk karakter. Het heeft te maken met ons leven in het verbond met God.

Dat zien we, om een voorbeeld te noemen, ook in Deuteronomium 24. Ik citeer:
“Gij zult de arme, behoeftige dagloner niet hard behandelen, hetzij hij behoort tot uw broeders, hetzij tot de vreemdelingen, die zich in uw land, in uw steden zullen bevinden. Op de dag zelf zult gij zijn loon uitbetalen, de zon mag daarover niet ondergaan, omdat hij behoeftig is en er dus naar uitziet – opdat hij niet over u tot de HERE roepe en gij u bezondigt”[4].
Het staat allemaal in het kader van ons leven met de Here.

Ik keer terug naar Spreuken 22.
Eigenlijk, zo leren we daar, komt barmhartigheid vanzelf. Als we maar op de juiste manier tegen mensen aan kijken. Het gaat, zeg maar, om onze visie op de mens. We moeten steeds onthouden dat we schepsel zijn. Daar begint Spreuken 22 dan ook mee:
“Rijken en armen ontmoeten elkander;
hun aller Maker is de HERE”[5].
Barmhartig zijn: dat gaat min of meer vanzelf als we echt rekening houden met onszelf en anderen.
Dat blijkt ook uit Spreuken 28. Ik citeer:
“Een betrouwbaar man heeft veel zegen,
maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft”[6].
Tachtig uur of meer werken om veel geld te verdienen? Of om jezelf te ontwikkelen in allerlei vrijwilligerswerk? Daar draait niet alles om. De vraag is: zijn wij betrouwbaar, of niet? Want een betrouwbaar man ontvangt veel zegen. En de jakkeraars krijgen straf. Straf, notabene!

Ons aller Maker is de Here.
We horen het nog wel eens vragen: die vreemde verdeling tussen rijk en arm in de wereld, had God dat nu niet een beetje anders kunnen doen? En eerlijk is eerlijk: als op ons televisiescherm beelden uit Afrika voorbij schuiven, dan zijn er heel wat momenten dat ons dat wat doet. Als we de verhalen en de foto’s in de krant zien, dan worden we daar niet vrolijk van.
Maar daar moeten we de Here geen verwijten over maken. We moeten elkaar maar eens helder vertellen hoe de zaken werkelijk staan.
Vandaag doe ik dat eens met woorden uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
“Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zo gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen.
Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron. Zij wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven, niet om de gelovigen zorgeloos in de zonde te laten voortleven, maar om hen door het besef van deze verdorvenheid dikwijls te doen zuchten van verlangen, uit het lichaam, dat in de macht van de dood is, verlost te worden”[7].
Ons aller Maker is de Here.
Als het goed is brengt die wetenschap:
* ons tot het besef dat ook wij met erfzonde behept zijn;
* ons terug bij Gods genade en barmhartigheid.

In Spreuken 22 is niet alles lieflijk en zacht.
“… de HERE zal hun rechtsgeding voeren
en hun berovers van het leven beroven”.
Hier is geen sprake van een roze wolk.
Nee, er is sprake van een uitverkoren volk!
En dat uitverkoren volk wil gewoonweg niets liever dan weg uit de baaierd van zonden en tekortkomingen, van teleurstellingen en van lijden.

Maar we weten het: de God van het verbond komt voor Zijn uitverkorenen op. En zo kan het in Psalm 68 gebeuren dat we horen over een glorieuze zegetocht:
– “God staat op, zijn vijanden worden verstrooid,
zijn haters vluchten voor zijn aangezicht.
Gelijk rook verdreven wordt, verdrijft Gij hen” –
en meteen daarna bemerken dat de Here wel degelijk oog heeft voor de minder draagkrachtigen in de samenleving:
“Hij is de vader der wezen en de rechter der weduwen,
God in zijn heilige woning;
God, die eenzamen in een huisgezin doet wonen”[8].
Er zijn nog wel meer plaatsen in de Bijbel waar we éénzelfde tegenstelling zien. Denkt u alleen maar aan Psalm 146: de verdrukten krijgen recht; hongerigen ontvangen brood[9].

Laten we nog even bij dat CDA-congres gaan luisteren.
Ook oud-premier R.F.M. Lubbers verhief daar zijn stem. U weet het misschien nog wel: de heer Lubbers was tussen 1982 en 1994 eerste minister van ons land. Hij sprak: een adequate samenvatting van het begrip ‘christendemocratie’ is “dat mensen boodschap aan elkaar hebben”[10]. En de heer J.P. Balkenende, die tussen 2002 en 2010 vier kabinetten leidde, zei: “het gaat ten diepste niet om geld, maar om wat je bijdraagt aan de samenleving”, en: “het gaat niet om ‘ik en het hier en nu’, maar om ‘wij en later’”[11].
Dat klinkt prachtig.
Maar het klopt niet helemaal.
Want in ons leven moet het eerst en vooral om de Here gaan. De dienst aan Hem maakt ons barmhartig. De liefde voor Hem maakt ons betrouwbaar. Nee, de perfectie zullen wij in dit leven niet bereiken. Maar als wij een beroep blijven doen op Gods genade, mogen we er zeker van wezen dat de Here ons eens van alle aardse zonden en tekortkomingen verlossen zal.

In de kerk hebben we een boodschap aan elkaar. Nou en of.
Maar het begint ergens anders. Het begint bij Iemand anders. De Here God heeft een Boodschap aan ons.
Die Boodschap zal culmineren in eeuwige heerlijkheid. Dat is een magnifiek perspectief!
Zing het daarom maar: wij hebben een plaats “te midden van de vromen.
God kent de weg van wie rechtvaardig is,
maar bozen komen om in duisternis”[12][13].

Noten:
[1] Zie: “Het gaat niet om wat je krijgt, maar om wat je bijdraagt”. In: Nederlands Dagblad (maandag 13 april 2015), p. 3.
[2] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat artikel is gedateerd op donderdag 27 april 2006.
[3] Spreuken 22:22 en 23.
[4] Deuteronomium 24:14 en 15.
[5] Spreuken 22:2.
[6] Spreuken 28:20.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[8] Achtereenvolgens citeer ik Psalm 68:2, 3 a, 6 en 7 a (onberijmd).
[9] Zie Psalm 146:7, 8 en 9 (onberijmd).
[10] Zie voor meer informatie over hem http://nl.wikipedia.org/wiki/Ruud_Lubbers .
[11] Meer informatie over hem is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Peter_Balkenende en http://www.parlement.com/id/vg09lljrp5z5/j_p_jan_peter_balkenende  .
[12] Psalm 1:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[13] De titel van dit artikel ontleen ik aan Psalm 119:77:
“Uw barmhartigheid kome over mij, opdat ik leve,
want uw wet is mijn verlustiging”.

Blog op WordPress.com.