gereformeerd leven in nederland

3 december 2019

Racisme afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het zingt weer door het zwerk: racisme.
Een citaat uit een bericht van de NOS, gedateerd op maandag 18 november 2019: “Racisme in het voetbal is niet alleen een probleem van de tribune, zoals voetballer Ahmad Mendes Moreira gisteren in extreme vorm meemaakte tegen FC Den Bosch. Uit onlangs verschenen onderzoek van het Mulier Instituut en de Erasmus Universiteit blijkt dat voetballers met een multiculturele achtergrond vanuit allerlei hoeken worden gediscrimineerd: door medespelers, trainers en clubmanagement”[1].
Donkere mensen zitten momenteel nogal eens in de hoek waar de klappen vallen.

Het lijkt erop dat onder dat bij dat racisme de afwijkende culturen en gedragspatronen van vluchtelingen en asielzoekers een rol spelen. Is het verbazing? Narrigheid over allerlei veranderingen die te snel gaan? Angst misschien?
Hoe dat zij – Vluchtelingenwerk Nederland meldt ons: “In 2018 vragen 20.353 mensen asiel aan in Nederland. In 2017 zijn dat er 14.716. Het grootste deel daarvan is afkomstig uit Syrië (2.956 personen) en Iran (1.869). 6.463 mensen herenigen zich in 2018 als nareiziger met hun familielid in Nederland”.
En:
“586.530 asielzoekers vragen in 2018 bescherming in een EU-land. Ruim een kwart daarvan wordt opgevangen in Duitsland. Frankrijk vangt 20% op. 14% van de asielzoekers is Syriër. In 2017 vragen nog 654.900 asielzoekers bescherming en in 2016 ruim 1,2 miljoen”.
Verder:
“In 2018 zijn er meer mensen op de vlucht dan ooit. De VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR becijferde dat er 70,8 miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Het vorige recordjaar was 2017 (68,5 miljoen). 6,7 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht. Ruim de helft van de vluchtelingen is jonger dan 18 jaar. 84% van de vluchtelingen wereldwijd wordt opgevangen in een ontwikkelingsland”[2].

Nu het over deze dingen gaat, is het goed om te letten op de profeet Jona.

De geschiedenis is wel bekend.
Het is ongeveer 800 voor Christus[3]. Jona moet gaan prediken in Ninevé, de hoofdstad van het machtige en agressieve Assyrische rijk. Het is simpel en duidelijk: daar heeft Jona geen zin in.
“Het woord van de HEERE kwam tot ​Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht. Maar ​Jona​ stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE”[4].
Jona wil zich blijkbaar niet inlaten met onreine volken.

Uiteindelijk gaat Jona toch naar Ninevé.
De inzet van Jona 3 is helder: “Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot ​Jona: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. Toen stond ​Jona​ op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE. Ninevé was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee. En ​Jona​ begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!”[5].

Er gebeurt een wonder!
Ninevé bekeert zich!
Daarop redt de God van hemel en aarde de Ninevieten van hun ondergang: “Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg ​berouw​ over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”[6].

En daar is Jona het duidelijk niet mee eens: “Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van ​Jona en hij ontstak in woede. Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een ​genadig​ en ​barmhartig​ God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die ​berouw​ heeft over het kwaad. Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven”[7].
Jona is woedend. ’t Was in Ninevé jarenlang een goddeloze bende. Jarenlang was het meest heidense bolwerk dat wij ons kunnen voorstellen… Zij bekeren zich nu. En wat denkt u? De Ninevieten blijven toch leven. ’t Is toch ongelijk verdeeld in de wereld!
Maar de Here zegt: “Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel ​vee?”[8].

De historie van Jona en Ninevé maakt ons duidelijk dat onze God niet aan racisme doet. Hij werkt overal ter wereld; en Hij grijpt krachtig in. Onze God is machtig en Hij is zeer vergevingsgezind.

Iemand schrijft: “…Nergens zegt God dat Israël zich superieur mag voelen en gedragen tegenover andere volken. Hij heeft juist aan Abraham beloofd dat door hem alle volken gezegend zullen worden. Hij wil iedereen in zijn liefde en genade laten delen. Dat laatste is voor veel Israëlieten een moeilijk verteerbare gedachte. Zeker als het gaat om de Assyriërs, een van de wreedste volken van de oudheid. Waar ze komen, laten ze een spoor van verwoesting, marteling en moord na. Zij hebben de ondergang van het tienstammenrijk op hun geweten. De ultieme vijand, die mag je toch wel haten?”.
En:
“De les voor Jona, voor Israël en voor ons is dat God ons oproept om zelfs onze vijand Gods genade te gunnen, net als onze vrienden! Jona krijgt van de heidenen nog een les: de niet-Joodse zeelieden en de inwoners van Ninevé laten in hun daden en in hun gebeden zien dat zij beter begrijpen wie de HEER is dan Jona zelf”[9].

Geloof en racisme – nee, die horen niet bij elkaar. De geschiedenis van Jona bewijst het.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2311045-racisme-in-voetbal-gaat-veel-verder-dan-geschreeuw-op-tribune.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[2] Geciteerd van https://www.vluchtelingenwerk.nl/feiten-cijfers/cijfers-over-vluchtelingen-nederland-europa-wereldwijd ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[3] Zie voor deze datering https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jona ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[4] Jona 1:1, 2 en 3.
[5] Jona 3:1-4.
[6] Jona 3:10.
[7] Jona 4:1, 2 en 3.
[8] Jona 4:11.
[9] Geciteerd van https://holyhome.nl/dhs-032.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.

5 juni 2018

Gehoorzaam en eendrachtig

* Racisme
* Discriminatie
* Haat zaaien
dat zijn drie termen in het nieuws van onze tijd regelmatig langskomen.
Weldenkende mensen worden daar een beetje narrig van. En een beetje verdrietig, ook. Waar is de voorkómendheid van vroeger gebleven?
De beleefdheid?
De hoffelijkheid?

Ik citeer drie zinnen uit een recent nieuwsbericht:
1.
“Het kabinet gaat de aanpak van discriminatie uitbreiden. Volgens coördinerend minister Ollongren van Binnenlandse Zaken blijft een krachtige aanpak nodig, ondanks een teruglopend aantal meldingen”.
2.
“De straf voor het aanzetten tot haat en discriminatie van mensen om ras, geloof of seksuele voorkeur wordt dan verdubbeld van maximaal een naar twee jaar”.
3.
“Daarnaast verkent het kabinet de mogelijkheid om ‘hate crime’ in de wet op te nemen”[1].

Hate crime, dat betekent: de misdadiger kiest een slachtoffer uit omdat hij of zij bij een bepaalde groep hoort, bepaalde geslachtskenmerken heeft of vanwege afkomst en ras.

Misschien dat u nu gerustgesteld uw schouders ophaalt. Zo van: in de kerk komt dat niet voor. Wij hoeven het daar dus niet over te hebben. Valt dát even mee!
Maar dat gaat te snel.
Als het in de wereld regent, druppelt het immers in de kerk.

En laten we er maar niet omheen draaien: kerkmensen staan soms scherp tegenover elkaar. We zingen in Psalm 122:
“Vraagt vrede voor Jeruzalem.
Dat wie u liefheeft en bemint,
binnen uw muren vrede vindt”,
maar in sommige situaties is het tegendeel het geval[2]. Rond kerkscheuringen zijn er soms scherpe tegenstellingen, die niet zelden naar buiten komen in een ronduit onfatsoenlijke behandeling van elkaar. Hoe begrijpelijk dat soms ook is, het kan zeker niet worden goedgepraat!

Het repeteren van Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus is, ook in de kerk van vandaag, geen overbodige luxe.
U weet wel: in het zesde gebod eist God “dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen. Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen of moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren”[3].
Daar wordt bij aangetekend:
“Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is”[4].

Dat zesde gebod – “U zult niet doodslaan” – gaat nog meer spreken als wij Leviticus 19 er even bij halen: “U mag onder uw volksgenoten niet met lasterpraat rondgaan, u mag uw naaste niet naar het leven staan. Ik ben de HEERE.
U mag in uw ​hart​ uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen ​zonde​ op hem laadt.
U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste ​liefhebben​ als uzelf. Ik ben de HEERE”[5].

Over bovengenoemd Schriftgedeelte schreef ik een paar jaar geleden:
“Leviticus 19: daarin wordt ons de heiligheid in heel het bestaan getekend.
Leviticus 19: dat is een Schriftgedeelte dat midden in het leven staat.
Leviticus 19: dat is niet bepaald een hoofdstuk voor mensen met een boekje in een hoekje. Het is geen kapittel voor zijlijnfiguren.
In Leviticus 19 gaat het over toverij.
En over rouwgebruiken.
En over perversiteit.
En over occultisme.
En dan… opeens gaat het over de sabbat. En over de tempel. Over de kerk, dus. En over de kerkdienst. Midden tussen de perversiteit en het occultisme!
“Mijn sabbatten zult gij houden en voor mijn heiligdom eerbied hebben: Ik ben de HERE”
Vanuit onze wilde werkelijkheid komen wij, om zo te zeggen, in één stap bij de levensheiliging”[6].

Heiliging van het leven, dat betekent: het leven is gewijd aan God. Alles wat we doen staat in het teken van leven met de Heer.
Ambtsdragers in de kerk hebben daarin een speciale taak In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat die als volgt omschreven: “Wij aanvaarden dus alleen wat kan dienen om eendracht en eenheid te bevorderen en te bewaren, en allen te doen blijven bij de gehoorzaamheid aan God”[7].
Eendracht gezocht, dus.
Eenheid gevraagd.
Iedereen moet doen wat God vraagt. Eenvoudig. En zonder mopperen.
Als er discussies zijn, is de vraag: wat wil God dat wij in deze situatie gaan doen? Als het goed is geven ambtsdragers leiding bij het zoeken naar antwoorden op die vraag.

Het komt mij voor dat orthodox Gereformeerden in Nederland zich die vraag veel vaker moeten stellen.
Nee, ik heb niet speciaal het oog op een of meerdere kerkverbanden.
Maar wij weten allemaal dat boosheid over allerlei gebeurtenissen in het kerkelijk leven soms leidt tot evenzovele intochten als uittochten van kerkleden.
En ja, wij weten allen dat teksten die als bemoediging bedoeld waren, soms zomaar als opruiing kunnen worden bestempeld.

Als u het mij vraagt zijn wij postmodernistischer als wij denken.
U weet het misschien: postmoderne mensen koesteren wantrouwen tegen grote verhalen die de waarheid claimen[8]. Er is sprake van twijfel en relativering. En vooral: iedereen leeft op zijn eigen stukje grond en in zijn persoonlijke werkelijkheid[9].
Wat is het gevolg daarvan?
Antwoord: je vertrouwt alleen maar meer op jezelf. En ach, misschien ook wel op een paar andere mensen om jou heen. Maar daarmee houdt het dan wel op.

Iemand schreef eens in een publicatie over het postmodernisme: ”Het zoeken van waarheid is niet alleen een zaak van correct observeren en verstandelijk redeneren, maar ook van het hart, van gewoonten en karakter, van gehoorzaamheid aan de hele wet van Christus”.
En ook: “Waarheid moet dus niet alleen verkondigd, maar ook uitgebeeld worden door hen die haar belijden. En dit houdt de noodzaak van nederigheid in, een nederigheid die gefundeerd is in de erkenning dat we niet beter zijn dan onze ongelovige naasten. We delen in de schuld en zonde van de wereld; we vallen allen onder Gods oordeel en zijn allen afhankelijk van zijn genade”[10].

Wij moeten nederig zijn.
Wij zijn allen afhankelijk van Gods genade.
Dat zouden gelovige mensen van 2018 eens wat vaker moeten bedenken.

Wij moeten ons ook realiseren dat wij zondig zijn.
En ja, dat gaat gedurende ons aardse leven niet veranderen.
Wij mogen en moeten vertrouwen op Jezus Christus. En op Zijn verlossingswerk.

Het voltooien van dat werk is een zeer zware taak geweest.
Jezus Christus is gelasterd.
Gehoond.
Bespot.
Wij lezen daar iets over in Mattheüs 26: “…ten slotte kwamen er twee valse getuigen, die zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan de ​tempel​ van God afbreken en hem in drie dagen opbouwen. En de ​hogepriester​ stond op en zei tegen Hem: Antwoordt U niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar ​Jezus​ zweeg. En de ​hogepriester​ antwoordde Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de ​Christus​ bent, de ​Zoon van God. Jezus​ zei tegen hem: U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen op de wolken van de hemel”[11].

Jezus Christus heeft Zijn verlossingswerk op aarde inmiddels geheel afgerond.
En in Mattheüs 26 sprak Hij er al over: in de hemel werkt Hij verder, ten bate van al Zijn kinderen.

Wie dit alles beseft, zal ook al gauw bedenken hoe belangrijk het is om zachtmoedig te blijven, en broeders en zusters in alle rust tegemoet te treden.

Natuurlijk, meningsverschillen zullen altijd blijven bestaan.
Maar het aantal ‘ontploffingen’ kan worden beperkt.
En laten wij wel wezen: zo hóórt dat, in de kerk.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2229215-kabinet-breidt-aanpak-van-discriminatie-uit.html ; geraadpleegd op maandag 21 mei 2018.
[2] Het citaat komt uit Psalm 122:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 105.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 106.
[5] Leviticus 19:16, 17 en 18.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘Eerbiedige eredienst’, hier gepubliceerd op 16 juni 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/06/16/eerbiedige-eredienst/
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 32.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Postmodernisme ; geraadpleegd op maandag 21 mei 2018.
[9] Zie hierover ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Postmoderne_filosofie ; geraadpleegd op maandag 21 mei 2018.
[10] Geciteerd uit: Frederika Oosterhoff, ”Het Postmodernisme in bijbels licht” (Woord & Wereld nr. 62). – Uitgeverij Woord en Wereld, © 2004. – p. 97.
[11] Mattheüs 26:61-64.

15 juni 2016

Racisme en discriminatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Raciale discriminatie is “elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming die ten doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening, op voet van gelijkheid, van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, of op andere terreinen van het openbare leven, teniet te doen of aan te tasten, dan wel de tenietdoening of aantasting daarvan ten gevolge heeft”[1].

Iedereen praat tegenwoordig over racisme. Op gevaar af dat ik op diverse tenen trap, deel ik u mee het onderhavige thema een typisch geval van een hype te vinden.
Bij Sinterklaas en Zwarte Piet, in de buurt van vluchtelingen, rond homo’s en lesbiennes, in verband met mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking, bij de politie: bijna overal in Nederland hangt, naar het lijkt, een waas van racisme en discriminatie. Of de angst daarvoor.

Racisme en discriminatie: we moeten er, schijnt het, allemaal zo nodig iets van vinden. En wij moeten er allemaal iets over zeggen.
Stel je voor dat je je stilhoudt!
Dan ben je een nitwit: iemand die minder weet dan u en ik verwachten.
Een slapjanus.
Een onbeduidend typje dat schrikkerig en wereldvreemd is.
Een conservatief die niet meegaat met zijn tijd.
Een vreemde eend in de bijt.
Kortom: een wereldburger zonder ruggengraat.
Welnu, vandaag maak ik enkele gedachten over het genoemde thema openbaar. Misschien helpen die u, geachte lezers, enkele meters verder in het leven. Je weet maar nooit[2].

De Schepper van hemel en aarde geeft alle mensen in Genesis 1 dezelfde eigenschap: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen”[3].

Een uitlegger noteert daarbij het volgende.
“Deze inleiding over Gods zelfberaad – dat tot nu toe niet genoemd is – legt de nadruk op het bijzondere dat nu geschapen wordt, de mens. Het beeld Gods geeft de bijzondere positie van de mens aan en is de toerusting om – als onderkoning van God – de opgelegde taak te kunnen vervullen: het beheer over de aarde en de dieren.
In de loop van het boek Genesis blijkt uitvoeriger wat het mens-zijn inhoudt: God spreekt met de mens, de mens dient en aanbidt Hem. De mens heeft gedachten, kan nadenken over verleden, heden en toekomst, en hierover spreken. Allerlei aspecten van de persoonlijkheid van de mens, in onderscheid van de dieren, hangen hiermee samen.
Het voorrecht gemaakt te zijn naar het beeld van God is niet beperkt tot de eerste mensen en is ook niet geheel verloren gegaan met de zondeval in hoofdstuk 3. In Genesis 9:6 worden immers blijvende consequenties getrokken: de doodstraf voor hem die zich aan een medemens vergrijpt. Daarmee wordt duidelijk dat het beeld van God niet alleen de mens in het paradijs betreft, maar de blijvende positie is van de mens in de schepping en de relatie die God met de mens heeft.
Bij de zondeval is de relatie tussen God en mens verstoord, maar niet geheel verbroken. Het Nieuwe Testament geeft ten aanzien van het beeld Gods aan, dat het nodig is vernieuwd te worden – Colossenzen 3:10 – en de nieuwe mens aan te doen die naar de wil van God geschapen is – Efeziërs 4:24 –”[4].

Al die verschillende mensen zijn allen beeld van God.
Zij behoren allen onderkoning van de schepping te wezen.
Dat zijn zij lang niet allemaal. Massa’s mensen laten die taak liggen. Als zij allen, hoofd voor hoofd, hun taak zouden verrichten konden we pas goed zien hoe veelzijdig onze God is.
Daarin zit ons fundamentele tekort.
Racisme heeft eerst en vooral te maken met het ten onrechte laten verschrompelen van Gods eer.

Laten we even door onze Bijbel bladeren.
Hoe leren wij, al lezend, racisme te bestrijden en racisten tegen te spreken?
Ik noem enkele Schriftgegevens.

God is niet partijdig. Dat leren we bijvoorbeeld in Deuteronomium 10: “Want de Here, uw God, is de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt”[5].

Jezus leert ons in Mattheüs 25 om alle mensen – wie zij ook zijn, waar zij ook vandaan komen – met achting te behandelen: “Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend? Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze minsten niet gedaan hebt, hebt gij het ook aan Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven”[6].
De zorg voor minder bedeelden is een belangrijke taak van de kerk!

Die kerk manifesteert zich wereldwijd.
Het verzoeningswerk van Jezus Christus is niet alleen maar iets voor Joden. Nee, de hele wereld heeft ermee te maken. Kijkt u maar in Efeziërs 2: “…thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft”[7].

Op de keper beschouwd is heel de wereld afhankelijk van het reddingswerk van onze Here Jezus Christus.
Jacobus wijst ons er daarom terecht op dat wij bij het omgaan met en verzorgen van mensen niet mogen uitgaan van rangorde of belangrijkheid.
Ik citeer: “Mijn broeders, houdt uw geloof in onze Here der heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van aanzien des persoons. Want stel, er kwam in uw vergadering een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding, en gij zoudt opzien tegen de man met de prachtige kleding en zeggen: neem gij hier deze goede plaats, maar tot de arme zoudt gij zeggen: ga gij daar staan, of ga beneden bij mijn voetbank zitten, zoudt gij dan geen onderscheid maken onder elkander en optreden als rechters, die zich door verkeerde overwegingen laten leiden?”[8].

Trouwens, wij worden in de eerste brief van Johannes niet voor niets gemaand om te pleiten op het werk van Jezus Christus: “Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld”[9].

Ach, er zou nog veel meer te noemen zijn.
Maar het komt mij voor dat de lijn die de Heilige Schrift ons uittekent nu wel duidelijk is.

Wat mij betreft is ‘racisme’ een thema dat dicht in de buurt komt van een mode-onderwerp.
In elke natie, in elke bevolkingsgroep, komen we keurige mensen tegen; maar daar zijn ook mannen, vrouwen en kinderen die onaangepast, stijlloos, vervelend of agressief zijn.
Altijd weer is de vraag: wilt u uw Schepper dienen, of niet?
Als het zoeken van een antwoord op die vraag ons dagelijks bezighoudt hebben we geen tijd voor racisme of discriminatie.
De kerk heeft wel wat anders te doen! Niet dan?

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Racisme ; geraadpleegd op maandag 6 juni 2016.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.gotquestions.org/Nederlands/racisme-Bijbel.html ; geraadpleegd op maandag 6 juni 2016.
[3] Genesis 1:26 en 27.
[4] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 1:14-31.
[5] Deuteronomium 10:17.
[6] Mattheüs 25:42-45.
[7] Efeziërs 2:13 en 14.
[8] Jacobus 2:1-4.
[9] 1 Johannes 2:1 en 2.

25 maart 2014

Antwoord aan meneer Wilders

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Meneer Wilders heeft, zo menen heel veel mensen, een grens overschreden. In het Nederlands Dagblad van maandag 24 maart viel te lezen: “Wilders belegde zaterdag een persconferentie over de problemen binnen zijn partij. Een dag eerder stapten twee PVV’ers uit de Tweede Kamerfractie. Ook leden van diverse Statenfracties van de PVV en van de fractie in het Europarlement stapten op, evenals een gekozen raadslid in Den Haag. Raadsleden in Almere hebben afstand genomen van de PVV-leider.
‘Ik weet niet waar het eindigt’, zegt Wilders over de exodus uit zijn partij. Hij stelt niet te weten of er meer PVV-politici rondlopen met het plan te vertrekken, en kan dat niet uitsluiten. ‘Ik ben inmiddels voorzichtig. Ik stond hier al een paar keer met een antwoord, waarna ik het niet bij het rechte eind bleek te hebben’.
De PVV-leider hoopt dat zij blijven, maar heeft geen garanties gevraagd. Hij benadrukt niet te stoppen met de partij, ook niet als er meer partijgenoten opstappen. ‘Ik ga door, of ik nu dertien, tien of vijf zetels overhoud’”.

Excuses maken wil hij niet.
“Ik heb niet gezegd dat alle Marokkanen het land uit moeten, of dat ze allemaal niet deugen. En ik maak geen excuses voor iets dat ik niet heb gezegd”[1].

Wilders is, in strikte zin, geen racist. Hij maakt geen onderscheid op grond van ras of afkomst.
Maar hij suggereert wel nadrukkelijk dat hij op z’n minst wantrouwend kijkt naar mensen die voorgeslacht hebben in bepaalde landen, zoals Marokko.

Een echte fascist is meneer Wilders misschien ook niet.
Maar het is ontegenzeglijk waar dat hijzelf, en zijn Partij voor de Vrijheid, wel aan het fascisme doen denken.
Het fascisme is de tegenstander van politieke partijen, zowel ter linker- als ter rechterzijde van het spectrum.
In het fascisme houdt men van veel machtsvertoon.
In het fascisme ziet men vaak autoritaire structuren: er staat één man aan het hoofd.
In het fascisme is nationalisme een groot goed.
Fascisten verrichten grote inspanningen om het eigen volk te midden van andere staten te doen overleven[2].

Wat kunnen Gereformeerden van deze dingen zeggen?
Bijvoorbeeld het volgende.

De Here Jezus heeft de zonen van Zebedeüs erop gewezen dat zij niet moeten heersen, maar dienen.
In Mattheüs 20 kunnen we lezen: “Gij weet, dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en de rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn; gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen”[3].
In de kerk dienen we elkaar. Als wij daar gezag hebben, is dat gegeven autoriteit. Het is invloed die alleen maar kan bestaan omdat de Zoon des mensen Zijn lijden volbracht heeft. Het is macht die zich voortdurend spiegelt aan de manier waarop de Heiland werkt.

In de in Mattheüs 23 opgenomen rede tegen de schriftgeleerden en Farizeeën zegt Jezus: de kerkelijke leidslieden doen van alles “om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de synagogen, en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus”[4].
In de kerk vereren we mensen niet. We vergapen ons niet aan dominees, en volgen hen niet.
In de kerk schrijven we elkaar niet af. En we mogen zeker niet suggereren dat we sommige kerkleden in de hoek zetten waar de klappen vallen.
Want Eén is onze Meester. En dat is niet meneer Wilders. Zeker niet.

Graag wijs ik u er op dat het heil van de Here vanaf het begin van de Bijbel voor alle volken bedoeld is.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Genesis 18: “En de HERE dacht: zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen? Abraham immers zal voorzeker tot een groot en machtig volk worden en met hem zullen alle volken der aarde gezegend worden”[5].
In Lucas 24 zegt Jezus Christus tegen Zijn discipelen: “Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem”[6].

Meneer Wilders probeert met een grote woordenvloed indruk te maken op de wereld om hem heen.
Heel wat mensen adoreren hem. Sprakeloos zijn ze bijna. En ze zijn verheugd, omdat iemand de boosheid over het onrecht in de wereld omzet in woorden.

De kerk moet zich echter niet vergissen.
Mensen als meneer Wilders staan, als het er op aan komt, diametraal tegenover de Here en Zijn kerk.
En ja, de kerk heeft een antwoord. Een antwoord dat altijd geldig blijft. In leven, en in sterven.
Dat antwoord is: Jezus Christus, en die gekruisigd[7].

Noten:
[1]
Zie: Sjoerd Mouissie, “Ook Wilders weet niet hoe het afloopt met de PVV”. In: Nederlands Dagblad, maandag 24 maart 2014, p. 3.
[2] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Fascisme .
[3] Mattheüs 20:25-28.
[4] Mattheüs 23:5-10.
[5] Genesis 18:17 en 18.
[6] Lucas 24:46 en 47.
[7] Zie 1 Corinthiërs 2:2: “Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd”.

Blog op WordPress.com.