gereformeerd leven in nederland

27 juli 2020

Aan God alleen de eer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Ik zie God niet meer als een witte man”. Aldus Shelton Telesford. “Lang dacht ik dat Jezus wit was”. Shelton is muzikant, voorganger in de Chapel Avenue te Almere en relatiebeheerder bij Youth for Christ. In het Nederlands Dagblad zegt hij: “Jezus is voor mij heel lang een wit persoon geweest. Zo zie je Hem afgebeeld op schilderijen en plaatjes bij kinderverhalen. Onbewust groei je op met het idee dat Hij er in ieder geval niet uitziet als jij. Ergens krijg je dan het idee dat je minder bent en een stap harder moet zetten om bij Jezus te mogen komen.
Nu ik volwassen ben, ook in mijn geloof, zie ik God niet meer als een witte man. Met de gedachte dat Jezus zwart zou zijn geweest, heb ik ook niets. Kijk naar de mensen om je heen en je ziet dat ze zwart, wit, dik, dun, kort en lang zijn. Zo is onze God, veelkleurig”[1].

Men is geneigd om geestdriftig te zeggen: laten wij handen schudden. Toegegeven – nu COVID-19 over de wereld gaat is dat geen goed plan. Maar dat gepraat over zwart en wit en eventueel andere kleuren moet, wat schrijver dezes betreft, met onmiddellijke ingang verboden worden.
Onlangs werd aan een Nederlandse vrouw, die oorspronkelijk uit Burundi komt, gevraagd wat zij van het racisme vond. Zij sprak kort en bondig: ‘Mijn bloed is rood, en God heeft ons allemaal gemaakt’. En dat was dat. Zij voegde eraan toe: ‘Heel wat christenen worden vermoord om hun geloofsovertuiging!’ Inderdaad – en daar wordt slechts mondjesmaat over gesproken.

Gods Woord heeft een kleurrijke boodschap vol vermaning, aanmoediging, en troost: “Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE. Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol”[2].

Wat is de boodschap van Jesaja 1?
Het volk van God meent religieuze plichtplegingen te kunnen combineren met goddeloosheid. Iemand schrijft: “Het onreine volk camoufleert zijn gebrek aan relatie en oprechtheid door een groot ceremonieel op feestdagen (…). Daarom verbergt God zich zodat Hij het gebed niet hoeft aan te zien, en daarom ook hoort Hij niet”.
Men zou denken: nu volgt er een zwaar oordeel. Een langdurige straf. Het volk zal lange jaren te maken krijgen met Gods woede. Want dit kan niet zo!
Maar nee.
De God van het verbond komt met een andere boodschap. Namelijk deze: wie Mij gehoorzaamt, ontvangt vergeving. Oftewel: wie Mijn wetten en regels eerbiedigt heeft toekomst. Maar wie denkt het zonder God af te kunnen moet er op rekenen dat de dood dichtbij is. Er is geen toekomst meer voor mensen die de Verbondsgod wensen te negeren!
Dus –
het zit ‘m niet in zwart of wit, of bruin of rood. De kwestie is: God eren of God negeren!
Ten diepste zien wij hier de kloof tussen kerk en wereld – de antithese.

De kerk heeft overigens geen patent op die antithese.
Want die komt bijvoorbeeld ook in de literatuur voor. Hildebrand schrijft in zijn ‘Camera Obscura’: “Medicijnen en vrouwen waren zijn grootste antipathieën, en hij was gewoon te beweren, dat hij zonder de laatste wel leven en zonder de eerste wel sterven kon”[3].
De antithese vinden wij ook in een gedicht van de theoloog en dichter P.A. de Genestet (1829-1861):
“Doe ik mijn oogen toe,
Dan wil ik ’t wel gelooven;
Doch als ik ze open doe
Komt weer de Twijfel boven”[4].
De antithese zien wij in de politiek. Daar duidt de term op het onderscheid tussen christelijke en seculiere partijen.
Met enig recht kan men zelfs zeggen: ook in zwart-wit zit een antithese.
Antithese is dus niet een typisch woord voor de kerk en het kerkplein.
Maar die tegenstelling is daar wel heel belangrijk!

Ruim een jaar geleden schreef de Christelijke Gereformeerde predikant F.W. van der Rhee: “Wat is (…) onze roeping vandaag? De tijd van de verzuiling ligt achter ons. In een zuil kun je je opsluiten en afzonderen, met eigen scholen, eigen verenigingen, eigen kranten en eigen politieke partijen. Daarvoor in de plaats is een grotere openheid en toenadering tot de wereld rondom de kerk gekomen. Dat lijkt me winst. Het doet namelijk recht aan de roeping om de wereld in te gaan en het evangelie uit te dragen. Zout heeft alleen dan zijn functie, als het daadwerkelijk gebruikt wordt.
Tegelijk dringt de Bijbelse boodschap ons ook tot afzondering. De kerk moet een grens hebben, een afbakening. Die afbakening lijkt me de eredienst te zijn: daar waar de plaatselijke gemeente samenkomt rondom het geopende Woord van God, zich door dat gezaghebbende Woord laat leren en onderwijzen, zich ook in ethisch opzicht daardoor laat leiden, en de drie-enige God eert om Zijn deugden. Het zal een heen-en-weer beweging moeten zijn: uitgezonden de wereld in, maar ook telkens weer terugkerend binnen de muren van de gemeente, waar broeder- en zusterschap bij de opening van het Woord het zout op kracht houdt”[5].

Mensen zijn zwart, wit, dik, dun, kort en lang. Mensen zijn veelkleurig; niet alleen wat betreft hun huidskleur. Intussen moet de kerk het in al haar doen en laten blijven proclameren: geef God de eer en besef dat de hemelse heerlijkheid voor Gods kinderen snel nadert.
Tussen kerk en wereld gaapt een diepe kloof. Die antithese staat ook in 2020 nog recht overeind.
Soli Deo gloria – alleen aan God de eer!

Noten:
[1] “Lang dacht ik dat Jezus wit was”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 23 juli 2020, p. 24 – rubriek Houvast.
[2] Jesaja 1:18.
[3] Hildebrand is een pseudoniem van Nicolaas Beets. ‘Camera Obscura’ is een bundel humoristische verhalen. Het citaat komt uit het verhaal ‘Vrienden-hartelijkheid’. Geciteerd van https://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/beets/index.html ; geraadpleegd op donderdag 23 juli 2020.
[4] Geciteerd uit P.A. de Genestet, “Complete gedichten”. – uitgegeven in 1912 – tweede druk. – p. 316.
[5] Geciteerd uit: F.W. van der Rhee, “Christelijk leven: het hoofd in de hemel, de voeten op aarde”. In: De Wekker – officieel orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland –, vrijdag 24 mei 2019, p. 6-9.

10 juli 2020

De hoofdtaak van alle mensen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

“Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.
Halleluja!”.
Dit artikel begint met het laatste vers van de laatste psalm in de Bijbel[1].
In bovenstaande woorden is onze levenstaak samengevat. Wij weten wat ons te doen staat. Wij realiseren ons wat de koers in ons leven wezen moet.
Wij beseffen tevens dat dit een opdracht is die aan alles en iedereen op deze aarde gegeven is. Inderdaad, die taak wordt niet door iedereen uitgevoerd. Maar dat is wel de bedoeling!

Iemand schrijft: “Als het om zingen gaat, om het loven en prijzen van de Here vinden we genoeg aanwijzingen in de Bijbel om daarvoor ‘alles uit de kast te halen’. Na alles wat er ons aan geestelijke rijkdom in de psalmen wordt gegeven en geleerd, is deze laatste psalm het grote Amen daarop. Het boek der psalmen leidt ons door de diepste diepten van het menselijk bestaan om ons hier, uiteindelijk, te voeren naar de hoogste hoogte: de lofprijzing van God. Er wordt niet meer geleerd, uitgelegd of onderwezen”[2].

En nee, we hoeven ons niet in te houden. Bijvoorbeeld vanwege onze twijfel – leven met God, helpt dat echt? Of vanwege onze schaamte – zo van: ik heb in mijn leven zo weinig aan God gedacht…, of: ik heb in het leven zo weinig met Hem gewandeld.
God loven? Dat mag altijd! Ook als er van alles aan ons leven mankeert.

Die lof is trouwens geen soloactie. Want de psalmschrijver zegt: Loof God in zijn heiligdom.
Het eren van God is typisch iets voor de kerk. Samen zingen tot Gods eer, dat is een kernactiviteit van Zijn kinderen. In de kerk, daar gebeurt het.
Natuurlijk, thuis zingen is uitstekend. Maar samen verhogen we Gods lof. Wij maken die lof in gezamenlijkheid groter, breder en dieper.

Die lof is tevens een voorbereiding op onze hemelse activiteit. De psalmist wijst daar ook op: “loof Hem in Zijn machtig hemelgewelf”[3]. En inderdaad, die kant gaat het op. Zie Openbaring 4: “Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt!”[4]. En Openbaring 5: “U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie”[5].
Het hoogtepunt van onze lof komt nog!

De wereld moet Gods lof zingen, zo leert ons Psalm 150. En de kerk behoort daarin voorop te gaan. Dat is de hoofdtaak van de kerk. Die lof is profetisch. Want in en met die lof wijst de kerk op de toekomst. Wie eeuwig leven wil, moet Zijn toevlucht bij de Heiland zoeken. Wie zich verheugt op een feest dat nimmer eindigt, moet naar de kerk gaan!

Die profetische kracht van de kerk staat momenteel ter discussie. Een viertal scribenten schreef onlangs: “Gesteld dat we vandaag te maken hebben met een oordeel, dan is de keerzijde daarvan: zelfkritiek, een belangrijk kenmerk van profetie” (..) Als je al kunt spreken over een oordeel, wat zou de reden dan zijn dat God zo spreekt? ‘Wees maar voorzichtig in het duiden’, stellen de schrijvers. ‘Wat betreft het profetisch spreken zaten we er in de 20e eeuw meestal naast of kwamen we te laat’. Als voorbeelden noemen ze, naast de Jodenvervolging, kolonialisme en racisme. De vraag die dan rijst: ‘Is er een bepaald defect in ‘onze’ theologie, waardoor zulke blinde vlekken konden ontstaan en blijven bestaan?’.
De auteurs sluiten af met de hoop die er voor de kerk is. ‘Wat mogen we hopen? Als de crisis van de kerk is dat zij zo verwereldlijkt is, dan is het geen vreemde gedachte dat God ons momenteel uitschudt. Op het gevaar af dat we als zwartkijkers te boek komen te staan: onze hoop is aangevochten. Het is een heimelijke hoop, op een meesterzet, dat de Levende Zelf in ons midden komt, als de nood het hoogst is’”[6].  

In het bovenstaande vallen zware woorden. Over de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Over kolonialisme: de neiging van staten om gebieden te bezetten uit economische en strategische overwegingen, met name in Europese landen. Over racisme: de gedachte dat sommige rassen verheven zijn boven andere.
Nu moeten wij ronduit toegeven dat de zonde in ons aller hart diepgeworteld is. Maar laten wij daarbij niet nalaten om op te merken dat Psalm 150 ons moeiteloos boven dergelijke dilemma’s uit tilt.
Immers – iedere wereldburger, dichtbij en veraf, wordt ertoe geroepen om God te loven. Weg met het kolonialisme dus!
Immers – iedere wereldburger, waar hij ook woont en van welke afkomst hij ook is, moet eigenlijk zijn hoofdtaak kennen: God de eer geven die Hem toekomt. Weg met het racisme dus!
Aldus staat de kerk antithetisch in de wereld: de kloof tussen geloof en ongeloof wordt gaandeweg breder, totdat hij zeer breed geworden is.

Tenslotte –
Het boek van de Psalmen begint met de twee wegen:
“Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt”[7].
En het boek eindigt met de lofprijzing:
“Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.
Halleluja!”.
Iemand noteerde daarbij: “Hier komt de grote cirkel van het psalmboek rond. Want wie voluit Psalm 150 kan zingen, weet precies waarom hij in Psalm 1 gelukkig te prijzen, te feliciteren was. Alle eer aan God!”.
Waarvan akte!

Noten:
[1] Psalm 150:6.
[2] Geciteerd van https://www.zoeklicht.nl/artikelen/het+geloofsvertrouwen+in+de+psalmen++ps+150_1921 ; geraadpleegd op donderdag 9 juli 2020. De woorden werden geschreven door Feike ter Velde.
[3] Psalm 150:1.
[4] Openbaring 4:8.
[5] Openbaring 5:9.
[6] Ds. C. Blenk, dr. C.M.A. van Ekris, ds. E.K. Foppen en K. van Noppen, “Kerk in Nederland moet profetisch spreken”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 8 juli 2020, p. 1 en 24.
[7] Psalm 1:1 en 2.

19 juni 2020

Uit alle naties, stammen, volken en talen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“In de kerkelijke liturgie komt het woord ‘rassen’ nog voor. Dat is achterhaald. Het verdient aanbeveling die tekst te wijzigen”.
Aldus een Duitse journalist. Die journalist is ook jezuïet. Eertijds was hij hoofd van de Duitstalige afdeling van Radio Vaticaan.
Hij schrijft ook: “In de grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland komt het woord ‘ras’ voor, net als in de Oostenrijkse, en beide met dezelfde intentie om discriminatie te bestrijden. In Oostenrijk gaat het ook om de toegankelijkheid van openbaar onderwijs voor iedereen.
Maar kan dat nog? Mag je vandaag de dag nog over ras spreken? Moeten we dat niet veranderen?
Met dit openbare debat in deze Duitstalige landen in mijn achterhoofd, struikelde ik de afgelopen week over het woord ‘ras’ op een plek waar ik het niet vermoed had.
Ik ben er geen fan van om eucharistische gebeden te veranderen door ze te onderwerpen aan eigen voorkeuren of ideeën. Maar toen het woord ‘ras’ daar ineens opdook, heb ik spontaan en instinctief van ‘afkomst’ gesproken”[1].

Wat zal men van deze dingen zeggen?
Hier is een hardnekkig misverstand in het spel. Men doet het voorkomen alsof alle mensen gelijk zijn. Dat is niet zo. Alle mensen zijn gelijkwaardig. Maar zij zijn niet gelijk.
Onze altoos wijze God heeft de mensen verschillend geschapen. In verschillende kleuren. Met onderscheiden gaven. Mensen uit Afrika zien er anders uit als Nederlanders. Aziaten hebben duidelijk een andere herkomst dan – laten we zeggen – Duitsers. Er zijn heel verschillende mensen op de wereld.
Wij moeten het woord ‘ras’ maar afschaffen, suggereert die journalist.
Een ras – dat is, zo zegt een woordenboek: “een groep van individuen, van een andere groep onderscheiden door een aantal erfelijke en lichamelijke overeenkomsten”[2].
Het woord ‘ras’ duidt, om zo te zeggen, diversiteit aan. Het duidt op de schier eindeloze variatie die de Schepper in Zijn creatie heeft gelegd.
Het probleem zit ‘m niet in het woord ‘ras’. Het probleem is de manier waarop mensen met die verschillen omgaan.

Wat gebeurt er veelal in deze wereld?
Antwoord: men is op mensen gefocust. Men let op wat mensen doen. Men analyseert het menselijk handelen. En men vraagt zich af: hoe kunnen wij deze misstand wegdoen? Of ook: hoe kunnen wij een mentaliteitsverandering bewerkstelligen?
Voor veel mensen gaat die verandering niet snel genoeg. Er moet wat gebeuren!, roepen zij. En ze beginnen een actiegroep. ‘Kick out Zwarte Piet’ bijvoorbeeld. Nederland wordt beter, proclameert men[3].

Zeker – racisme moet teruggedrongen worden. Maar op plaats één van de prioriteitenlijst moet iets anders staan.
Wat dan?
Dat kunnen wij afleiden uit Openbaring 7[4]. Daar kunnen wij lezen: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!”[5].
Een totaalopgave van het aantal mensen dat Johannes ziet kan niet worden gegeven. Het aantal is niet te tellen. Maar in Openbaring 7 is crowd management niet nodig. Het is namelijk de vervulling van één van Gods beloften. De belofte van Genesis 15, waar de Verbondsgod tegen Abram zegt: “Zo talrijk zal uw nageslacht zijn”[6]. Het werk van de Heer van de kosmos komt tot een hoogtepunt! In heel de kerkgeschiedenis zien we Hem daarmee aan het werk. Kijkt u maar in Deuteronomium 1, waar Mozes tegen zijn volksgenoten zegt: “De HEERE, uw God, heeft u talrijk gemaakt, en zie, u bent heden zo talrijk als de sterren aan de hemel”[7]. En in 1 Koningen 3, waar Salomo belijdt: “Uw dienaar is te midden van Uw volk geplaatst, dat U verkozen hebt, een groot volk, dat vanwege de menigte niet geteld of geschat kan worden”[8].
De God van hemel en aarde creëert voor Zichzelf een volk dat ongelooflijk groot is. Dat volk komt uit alle naties, stammen, volken en talen. Mensen van allerlei ras staan voor hun Schepper. Zij vormen een hemelse eenheid. De overwinnende kerk staat voor haar Aanvoerder. Heel die menigte, afkomstig uit alle hoeken en gaten van de wereld, doet dienst voor de troon van God. Dat is eredienst. Eredienst in optima forma.
In Openbaring 7 worden verschillende accenten gelegd. In eerste instantie gaat het over de afkomst: “En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten. Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Manasse waren er twaalfduizend verzegeld…” – enzovoort[9]. In tweede instantie gaat het om het eindresultaat: alle volken staan samen voor hun Schepper. Het is duidelijk: alle uitverkorenen zijn door de verdrukkingen heen geloodst.
Wat moet er op plaats één van onze prioriteitenlijst staan? Antwoord: vertrouwen op de God van hemel en aarde. Hij, de God van genade en vrede, kiest mensen van alle rassen om bij Zijn volk te gaan behoren. Hij, de God van alle goedertierenheid, zorgt ervoor dat alle racisme de wereld uitgaat. Wij “verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont”. Herkent u 2 Petrus 3[10]?

Moet het woord ‘ras’ uit het kerkelijk spraakgebruik verdwijnen? Ach, het zou best kunnen. Maar laten wij niet net doen alsof wij – als ‘ras’ uit het woordenboek is weggestreept – in één pennenstreek een levensgroot probleem hebben opgelost.
Want wij moeten ons concentreren op het werk dat onze God aan het doen is. Hij vergadert Zijn volk. Uit alle naties, stammen, volken en talen – jazeker. Dat doet Hij ook vandaag!

Noten:
[1] Bernd Hagenkord, “Haal ‘rassen’ uit het kerkgebed”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 18 juni 2020, p. 11.
[2] Zie https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/ras# ; geraadpleegd op donderdag 18 juni 2020.
[3] Zie bijvoorbeeld https://www.nederlandwordtbeter.nl/projecten/zwarte-piet-is-racisme-campagne/kozp/ ; geraadpleegd op donderdag 18 juni 2020.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – p. 213-217.
[5] Openbaring 7:9 en 10.
[6] Genesis 15:5 b.
[7] Deuteronomium 1:10.
[8] 1 Koningen 3:8.
[9] Openbaring 7:4, 5 en 6.
[10] 2 Petrus 3:8.

8 juni 2020

Alles in Christus’ naam

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Ja ja, de apostel Paulus durft wel!
In Colossenzen 3 schrijft hij: “En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem”[1].
Alles nog wel!
We hebben heel vaak nogal wat verantwoordelijkheden. Daarnaast doen wij in ons leven ontelbaar veel routineklusjes. Van afwas tot stofzuigen, en weer terug.
Paulus schrijft onbekommerd: doe alles in Jezus’ naam… is dat niet wat veel gevraagd?

Paulus schrijft aan de christenen in Colosse. Wat is de situatie daar?
In een bekende internetencyclopedie staat onder meer geschreven: “Paulus had van Epafras goed nieuws gekregen over de gemeente in Kolosse, maar het bleek ook dat er dwaalleraren in Kolosse actief waren. Deze dwaalleraren verkondigen een vorm van ascese en wetticisme. Volgens Paulus gaat het om ‘holle en misleidende theorieën’ -2:8- en hij betoogt dat deze dwaalleer met zijn ‘raak niet, smaak niet, roer niet aan’ -2:21- niet biedt wat het volgen van Christus wel biedt, namelijk echte kennis en verlossing.
Over de precieze aard van de dwaalleer waar de brief zich tegen richt lopen de meningen van uitleggers uiteen. Mogelijk was er sprake van een soort Joods mysticisme, waarbij in ieder geval ook engelenverering een rol speelde. De Joodse component van de dwaalleer komt onder andere naar voren in de aandacht voor het onderscheid in voedsel en voor de Joodse feestdagen. Enigszins opmerkelijk is dat de kwestie van de besnijdenis, die Paulus elders -onder andere in de brief aan de Galaten- zo fel bekritiseert, nauwelijks aan de orde komt in de brief aan Colossenzen. Mogelijk stelden de dwaalleraren de besnijdenis van tot het christendom bekeerde heidenen niet verplicht en was het daarom niet nodig voor Paulus om hier uitgebreid aandacht aan te besteden”[2].

Waar gaat het in Colossenzen 3 om?
Kerkmensen moeten, schrijft Paulus, op de hemel gericht zijn. Wij hebben een magnifieke leefgemeenschap met Christus. Hij is altijd aanwezig. Juist daardoor kan ons leven zich op een prachtige wijze ontplooien.
Aardse verlangens komen daarom altijd op het tweede plan. Seks, hebzucht, driftbuien, roddel… – dat past allemaal niet bij het leven met Christus.
Wat past daar dan wel bij? Antwoord: medelijden, goedheid, bescheidenheid, vriendelijkheid, geduld, verdraagzaamheid, vergeving, dankbaarheid en lof aan God.
Ziet u dat? Dat zijn hele aardse dingen.
Nee, het gaat niet om kwalitatief uitstekende mystiek, of iets van dien aard. Leven in de leefgemeenschap met Christus, dat doen wij hier en nu. Dat doen wij met beide benen in de maatschappij van 2020.

Leven met of zonder Christus: dat mogen we met recht een hemelsbreed verschil noemen.
In het algemeen kunnen we zeggen dat mensen die God niet bij heel hun bestaan betrekken tamelijk selectief zijn als het gaat om respect voor het leven.
Zij zeggen: black lives matter – zwarte levens doen er toe, die zijn belangrijk. Black lives matter – die slogan hoort men veel in demonstraties tegen racisme[3]. En inderdaad, zwarte levens zijn belangrijk. Net als witte levens trouwens.
Intussen is abortus overal in de wereld aan de orde van de dag. In een artikel uit februari 2019 staat geschreven: “Jaarlijks vinden wereldwijd meer dan 25 miljoen illegale en vaak gevaarlijke abortussen plaats. En dat kost elke dag 130 vrouwen het leven, aldus de WHO. Meer dan zeven miljoen vrouwen per jaar hebben behandeling nodig voor complicaties van een illegale abortus”. Boven dat artikel staat, bijna triomfantelijk: “Abortuscijfer daalt. Wereldwijd”[4]. Laten wij er maar haastig bij noteren dat abortus iets is dat geen enkele vrouw zoekt. Achter een abortusbehandeling zit, ook in Nederland, niet zelden onnoemelijk veel leed! Hoe dat zij: over al die abortussen hoor je bijna niemand. Hoezo respect voor het leven?
En wat te denken van euthanasie? De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst meldt ons: “Als voldaan is aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen kunnen artsen euthanasie verrichten of hulp bij zelfdoding verlenen. Dit kwam in 2018 ruim 6.000 keer voor”[5]. Zeker: “Voor het eerst in dertien jaar tijd is het aantal euthanasiegevallen in 2018 gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE)”[6]. Maar toch…
Negeerders van God worden zomaar selectief als het over respect voor het leven gaat.
Bij Gereformeerden is dat anders. En dat moet ook anders zijn.
In heel ons aardse bestaan hebben we één schuilplaats: Jezus Christus, onze Heiland. Wij leven in Christus: Hij biedt ons het kader voor het christelijke leven.   

Doe alles in de naam van uw Heiland, schrijft Paulus. Wij leven op gezag van Jezus Christus.
Daarom hebben wij respect voor het leven. Daarom leven wij eerbied-ig. Wij wandelen met Hem naar de toekomst. Op weg naar het eeuwig leven.
De Amerikaanse uitvinder en zakenman Ray Kurzweil gelooft dat mensen door een bepaald dieet te volgen lang genoeg kunnen blijven leven om te kunnen profiteren van een technologische ontwikkeling waardoor ze onsterfelijk worden[7]. Maar wij, kinderen van God in 2020, zijn al uit de dood opgestaan. Om met Paulus in Colossenzen 3 te spreken: “u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God”[8].

Doe alles in de naam van Jezus Christus – nee, dat is voor Gods kinderen niet teveel gevraagd!

Noten:
[1] Colossenzen 3:17.
[2] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Brief_van_Paulus_aan_de_Kolossenzen ; geraadpleegd op woensdag 3 juni 2020.
[3] Zie bijvoorbeeld: “Kort, maar krachtig protest”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 4 juni 2020, p. 2.
[4] Geciteerd van http://www.worldsbestnews.nl/abortuscijfer-daalt-wereldwijd/ ; geraadpleegd op donderdag 4 juni 2020.
[5] Geciteerd van https://www.knmg.nl/web/file?uuid=299f228c-a607-49c5-a9dc-c614cabd36b8&owner=5c945405-d6ca-4deb-aa16-7af2088aa173&contentid=77394&elementid=2417709 ; geraadpleegd op donderdag 4 juni 2020.
[6] Zie https://nos.nl/artikel/2279970-voor-eerst-in-13-jaar-minder-euthanasiemeldingen-onduidelijk-waardoor.html ; geraadpleegd op donderdag 4 juni 2020.
[7] Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/47582/de-toekomst-in-10-inzichten-2-eeuwig-leven.html en https://nl.wikipedia.org/wiki/Raymond_Kurzweil ; geraadpleegd op donderdag 4 juni 2020.
[8] Colossenzen 3:3.

3 december 2019

Racisme afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het zingt weer door het zwerk: racisme.
Een citaat uit een bericht van de NOS, gedateerd op maandag 18 november 2019: “Racisme in het voetbal is niet alleen een probleem van de tribune, zoals voetballer Ahmad Mendes Moreira gisteren in extreme vorm meemaakte tegen FC Den Bosch. Uit onlangs verschenen onderzoek van het Mulier Instituut en de Erasmus Universiteit blijkt dat voetballers met een multiculturele achtergrond vanuit allerlei hoeken worden gediscrimineerd: door medespelers, trainers en clubmanagement”[1].
Donkere mensen zitten momenteel nogal eens in de hoek waar de klappen vallen.

Het lijkt erop dat onder dat bij dat racisme de afwijkende culturen en gedragspatronen van vluchtelingen en asielzoekers een rol spelen. Is het verbazing? Narrigheid over allerlei veranderingen die te snel gaan? Angst misschien?
Hoe dat zij – Vluchtelingenwerk Nederland meldt ons: “In 2018 vragen 20.353 mensen asiel aan in Nederland. In 2017 zijn dat er 14.716. Het grootste deel daarvan is afkomstig uit Syrië (2.956 personen) en Iran (1.869). 6.463 mensen herenigen zich in 2018 als nareiziger met hun familielid in Nederland”.
En:
“586.530 asielzoekers vragen in 2018 bescherming in een EU-land. Ruim een kwart daarvan wordt opgevangen in Duitsland. Frankrijk vangt 20% op. 14% van de asielzoekers is Syriër. In 2017 vragen nog 654.900 asielzoekers bescherming en in 2016 ruim 1,2 miljoen”.
Verder:
“In 2018 zijn er meer mensen op de vlucht dan ooit. De VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR becijferde dat er 70,8 miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Het vorige recordjaar was 2017 (68,5 miljoen). 6,7 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht. Ruim de helft van de vluchtelingen is jonger dan 18 jaar. 84% van de vluchtelingen wereldwijd wordt opgevangen in een ontwikkelingsland”[2].

Nu het over deze dingen gaat, is het goed om te letten op de profeet Jona.

De geschiedenis is wel bekend.
Het is ongeveer 800 voor Christus[3]. Jona moet gaan prediken in Ninevé, de hoofdstad van het machtige en agressieve Assyrische rijk. Het is simpel en duidelijk: daar heeft Jona geen zin in.
“Het woord van de HEERE kwam tot ​Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht. Maar ​Jona​ stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE”[4].
Jona wil zich blijkbaar niet inlaten met onreine volken.

Uiteindelijk gaat Jona toch naar Ninevé.
De inzet van Jona 3 is helder: “Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot ​Jona: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. Toen stond ​Jona​ op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE. Ninevé was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee. En ​Jona​ begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!”[5].

Er gebeurt een wonder!
Ninevé bekeert zich!
Daarop redt de God van hemel en aarde de Ninevieten van hun ondergang: “Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg ​berouw​ over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”[6].

En daar is Jona het duidelijk niet mee eens: “Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van ​Jona en hij ontstak in woede. Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een ​genadig​ en ​barmhartig​ God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die ​berouw​ heeft over het kwaad. Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven”[7].
Jona is woedend. ’t Was in Ninevé jarenlang een goddeloze bende. Jarenlang was het meest heidense bolwerk dat wij ons kunnen voorstellen… Zij bekeren zich nu. En wat denkt u? De Ninevieten blijven toch leven. ’t Is toch ongelijk verdeeld in de wereld!
Maar de Here zegt: “Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel ​vee?”[8].

De historie van Jona en Ninevé maakt ons duidelijk dat onze God niet aan racisme doet. Hij werkt overal ter wereld; en Hij grijpt krachtig in. Onze God is machtig en Hij is zeer vergevingsgezind.

Iemand schrijft: “…Nergens zegt God dat Israël zich superieur mag voelen en gedragen tegenover andere volken. Hij heeft juist aan Abraham beloofd dat door hem alle volken gezegend zullen worden. Hij wil iedereen in zijn liefde en genade laten delen. Dat laatste is voor veel Israëlieten een moeilijk verteerbare gedachte. Zeker als het gaat om de Assyriërs, een van de wreedste volken van de oudheid. Waar ze komen, laten ze een spoor van verwoesting, marteling en moord na. Zij hebben de ondergang van het tienstammenrijk op hun geweten. De ultieme vijand, die mag je toch wel haten?”.
En:
“De les voor Jona, voor Israël en voor ons is dat God ons oproept om zelfs onze vijand Gods genade te gunnen, net als onze vrienden! Jona krijgt van de heidenen nog een les: de niet-Joodse zeelieden en de inwoners van Ninevé laten in hun daden en in hun gebeden zien dat zij beter begrijpen wie de HEER is dan Jona zelf”[9].

Geloof en racisme – nee, die horen niet bij elkaar. De geschiedenis van Jona bewijst het.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2311045-racisme-in-voetbal-gaat-veel-verder-dan-geschreeuw-op-tribune.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[2] Geciteerd van https://www.vluchtelingenwerk.nl/feiten-cijfers/cijfers-over-vluchtelingen-nederland-europa-wereldwijd ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[3] Zie voor deze datering https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jona ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[4] Jona 1:1, 2 en 3.
[5] Jona 3:1-4.
[6] Jona 3:10.
[7] Jona 4:1, 2 en 3.
[8] Jona 4:11.
[9] Geciteerd van https://holyhome.nl/dhs-032.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.

5 juni 2018

Gehoorzaam en eendrachtig

* Racisme
* Discriminatie
* Haat zaaien
dat zijn drie termen in het nieuws van onze tijd regelmatig langskomen.
Weldenkende mensen worden daar een beetje narrig van. En een beetje verdrietig, ook. Waar is de voorkómendheid van vroeger gebleven?
De beleefdheid?
De hoffelijkheid?

Ik citeer drie zinnen uit een recent nieuwsbericht:
1.
“Het kabinet gaat de aanpak van discriminatie uitbreiden. Volgens coördinerend minister Ollongren van Binnenlandse Zaken blijft een krachtige aanpak nodig, ondanks een teruglopend aantal meldingen”.
2.
“De straf voor het aanzetten tot haat en discriminatie van mensen om ras, geloof of seksuele voorkeur wordt dan verdubbeld van maximaal een naar twee jaar”.
3.
“Daarnaast verkent het kabinet de mogelijkheid om ‘hate crime’ in de wet op te nemen”[1].

Hate crime, dat betekent: de misdadiger kiest een slachtoffer uit omdat hij of zij bij een bepaalde groep hoort, bepaalde geslachtskenmerken heeft of vanwege afkomst en ras.

Misschien dat u nu gerustgesteld uw schouders ophaalt. Zo van: in de kerk komt dat niet voor. Wij hoeven het daar dus niet over te hebben. Valt dát even mee!
Maar dat gaat te snel.
Als het in de wereld regent, druppelt het immers in de kerk.

En laten we er maar niet omheen draaien: kerkmensen staan soms scherp tegenover elkaar. We zingen in Psalm 122:
“Vraagt vrede voor Jeruzalem.
Dat wie u liefheeft en bemint,
binnen uw muren vrede vindt”,
maar in sommige situaties is het tegendeel het geval[2]. Rond kerkscheuringen zijn er soms scherpe tegenstellingen, die niet zelden naar buiten komen in een ronduit onfatsoenlijke behandeling van elkaar. Hoe begrijpelijk dat soms ook is, het kan zeker niet worden goedgepraat!

Het repeteren van Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus is, ook in de kerk van vandaag, geen overbodige luxe.
U weet wel: in het zesde gebod eist God “dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen. Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen of moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren”[3].
Daar wordt bij aangetekend:
“Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is”[4].

Dat zesde gebod – “U zult niet doodslaan” – gaat nog meer spreken als wij Leviticus 19 er even bij halen: “U mag onder uw volksgenoten niet met lasterpraat rondgaan, u mag uw naaste niet naar het leven staan. Ik ben de HEERE.
U mag in uw ​hart​ uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen ​zonde​ op hem laadt.
U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste ​liefhebben​ als uzelf. Ik ben de HEERE”[5].

Over bovengenoemd Schriftgedeelte schreef ik een paar jaar geleden:
“Leviticus 19: daarin wordt ons de heiligheid in heel het bestaan getekend.
Leviticus 19: dat is een Schriftgedeelte dat midden in het leven staat.
Leviticus 19: dat is niet bepaald een hoofdstuk voor mensen met een boekje in een hoekje. Het is geen kapittel voor zijlijnfiguren.
In Leviticus 19 gaat het over toverij.
En over rouwgebruiken.
En over perversiteit.
En over occultisme.
En dan… opeens gaat het over de sabbat. En over de tempel. Over de kerk, dus. En over de kerkdienst. Midden tussen de perversiteit en het occultisme!
“Mijn sabbatten zult gij houden en voor mijn heiligdom eerbied hebben: Ik ben de HERE”
Vanuit onze wilde werkelijkheid komen wij, om zo te zeggen, in één stap bij de levensheiliging”[6].

Heiliging van het leven, dat betekent: het leven is gewijd aan God. Alles wat we doen staat in het teken van leven met de Heer.
Ambtsdragers in de kerk hebben daarin een speciale taak In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat die als volgt omschreven: “Wij aanvaarden dus alleen wat kan dienen om eendracht en eenheid te bevorderen en te bewaren, en allen te doen blijven bij de gehoorzaamheid aan God”[7].
Eendracht gezocht, dus.
Eenheid gevraagd.
Iedereen moet doen wat God vraagt. Eenvoudig. En zonder mopperen.
Als er discussies zijn, is de vraag: wat wil God dat wij in deze situatie gaan doen? Als het goed is geven ambtsdragers leiding bij het zoeken naar antwoorden op die vraag.

Het komt mij voor dat orthodox Gereformeerden in Nederland zich die vraag veel vaker moeten stellen.
Nee, ik heb niet speciaal het oog op een of meerdere kerkverbanden.
Maar wij weten allemaal dat boosheid over allerlei gebeurtenissen in het kerkelijk leven soms leidt tot evenzovele intochten als uittochten van kerkleden.
En ja, wij weten allen dat teksten die als bemoediging bedoeld waren, soms zomaar als opruiing kunnen worden bestempeld.

Als u het mij vraagt zijn wij postmodernistischer als wij denken.
U weet het misschien: postmoderne mensen koesteren wantrouwen tegen grote verhalen die de waarheid claimen[8]. Er is sprake van twijfel en relativering. En vooral: iedereen leeft op zijn eigen stukje grond en in zijn persoonlijke werkelijkheid[9].
Wat is het gevolg daarvan?
Antwoord: je vertrouwt alleen maar meer op jezelf. En ach, misschien ook wel op een paar andere mensen om jou heen. Maar daarmee houdt het dan wel op.

Iemand schreef eens in een publicatie over het postmodernisme: ”Het zoeken van waarheid is niet alleen een zaak van correct observeren en verstandelijk redeneren, maar ook van het hart, van gewoonten en karakter, van gehoorzaamheid aan de hele wet van Christus”.
En ook: “Waarheid moet dus niet alleen verkondigd, maar ook uitgebeeld worden door hen die haar belijden. En dit houdt de noodzaak van nederigheid in, een nederigheid die gefundeerd is in de erkenning dat we niet beter zijn dan onze ongelovige naasten. We delen in de schuld en zonde van de wereld; we vallen allen onder Gods oordeel en zijn allen afhankelijk van zijn genade”[10].

Wij moeten nederig zijn.
Wij zijn allen afhankelijk van Gods genade.
Dat zouden gelovige mensen van 2018 eens wat vaker moeten bedenken.

Wij moeten ons ook realiseren dat wij zondig zijn.
En ja, dat gaat gedurende ons aardse leven niet veranderen.
Wij mogen en moeten vertrouwen op Jezus Christus. En op Zijn verlossingswerk.

Het voltooien van dat werk is een zeer zware taak geweest.
Jezus Christus is gelasterd.
Gehoond.
Bespot.
Wij lezen daar iets over in Mattheüs 26: “…ten slotte kwamen er twee valse getuigen, die zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan de ​tempel​ van God afbreken en hem in drie dagen opbouwen. En de ​hogepriester​ stond op en zei tegen Hem: Antwoordt U niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar ​Jezus​ zweeg. En de ​hogepriester​ antwoordde Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de ​Christus​ bent, de ​Zoon van God. Jezus​ zei tegen hem: U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen op de wolken van de hemel”[11].

Jezus Christus heeft Zijn verlossingswerk op aarde inmiddels geheel afgerond.
En in Mattheüs 26 sprak Hij er al over: in de hemel werkt Hij verder, ten bate van al Zijn kinderen.

Wie dit alles beseft, zal ook al gauw bedenken hoe belangrijk het is om zachtmoedig te blijven, en broeders en zusters in alle rust tegemoet te treden.

Natuurlijk, meningsverschillen zullen altijd blijven bestaan.
Maar het aantal ‘ontploffingen’ kan worden beperkt.
En laten wij wel wezen: zo hóórt dat, in de kerk.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2229215-kabinet-breidt-aanpak-van-discriminatie-uit.html ; geraadpleegd op maandag 21 mei 2018.
[2] Het citaat komt uit Psalm 122:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 105.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 106.
[5] Leviticus 19:16, 17 en 18.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘Eerbiedige eredienst’, hier gepubliceerd op 16 juni 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/06/16/eerbiedige-eredienst/
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 32.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Postmodernisme ; geraadpleegd op maandag 21 mei 2018.
[9] Zie hierover ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Postmoderne_filosofie ; geraadpleegd op maandag 21 mei 2018.
[10] Geciteerd uit: Frederika Oosterhoff, ”Het Postmodernisme in bijbels licht” (Woord & Wereld nr. 62). – Uitgeverij Woord en Wereld, © 2004. – p. 97.
[11] Mattheüs 26:61-64.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.