gereformeerd leven in nederland

19 november 2019

Liefde in een ge-regel-d leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Heb elkaar lief! Dat is in Johannes 15 het dienstbevel van Jezus voor Zijn leerlingen.
Menselijke genegenheid staat bij Gods kinderen echter niet op zichzelf. Die is niet de bron van die liefde.
God de Vader heeft Zijn Zoon lief. En van daaruit kunnen Jezus’ leerlingen ook elkaar liefhebben.

Liefde voor elkaar – dat klinkt een beetje soft. In onze wereld zijn u en ik al snel de onderliggende partij als wij te lief en te zacht zijn.
Maar nee – dat is in Johannes 15 de bedoeling niet.
Want Jezus zegt: “Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn ​liefde​ blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn ​liefde​ blijf”[1].
Jawel – de wet van God komt er aan te pas. Liefde is niet zweverig. Liefde is niet: glimlachend boven de wereld hangen, om van een afstandje te kijken wat het gewoel en gekrioel der mensen zoal oplevert. Echte liefde blijkt uit een ge-regel-d leven: een leven naar Gods wet.
Dat maakt de Here blij. En dat stemt ook de discipelen verheugd. Het gaat erom dat die blijdschap volkomen wordt. Plerothei staat er. Dat wil zeggen: helemaal vol worden. Of ook: vervuld zijn ván.

Men kan vragen: is dit niet een ideaalbeeld?
Men kan zeggen: dit is prachtige theorie, maar in de praktijk kun je er niets mee.
Maar Jezus zegt er nog iets bij. Dat is dit: “Niet u hebt Mij ​uitverkoren, maar Ik heb u ​uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft”[2].
Uitverkorenen hebben God en elkaar lief. Dat is het levensdoel van door God uitgekozen mensen. Het is hun bestemming. Het is de missie van Gods kinderen.
Jezus zegt: bidt maar – alles wat u voor het geven van die liefde nodig heeft, ontvangt u uit Gods hand. Geheid. Vast en zeker.
Dus: de liefde die u in de christelijke kerk proeft, werd eerst van Hogerhand ontvangen.

Als alles goed gaat is de kerk een bolwerk van liefde op deze aarde.
Toegegeven – het Neêrlandse kerkelijk terrein van 2019 laat maar al te vaak iets anders zien.
Maar Johannes 15 draait er niet omheen: uitverkorenen hebben God en elkaar lief. Dat liefdevolle optreden staat vaak in fel contrast met het gedruis in de wereld.
Het Nederlands Dagblad van maandag 18 november 2019 meldt: “In zuidelijk Afrika dreigen 45 miljoen mensen het komende half jaar slachtoffer te worden van voedselonzekerheid. Ook in Jemen en de Centraal-Afrikaanse Republiek is de nood hoog. De ramp is te voorkomen als de wereld snel in actie komt, meldt het Rode Kruis.
Door het jarenlange gewapende conflict in Jemen lijden volgens de hulporganisatie 3,2 miljoen inwoners aan acute ondervoeding. Ook in de Centraal-Afrikaanse Republiek hebben veel inwoners door een burgeroorlog nauwelijks te eten.
In zuidelijk Afrika is de voedselzekerheid van 45 miljoen inwoners van landen als Zimbabwe, Zambia, Angola en Lesotho in het geding. Droogte en overstromingen vormen hier de oorzaak. Veel oogsten zijn mislukt en reserves raken op”[3].
Een gewapend conflict
Een burgeroorlog
Daar hebt u het. Op deze aarde is op heel veel plekken de liefde ver te zoeken. Het is bijten of gegeten worden. In heel veel situaties pakken de mensen elkaar keihard aan.
Droogte…
Overstromingen…
Waar komen die vandaan? Wat is de diepste oorzaak van die natuurrampen?
Als de mensen God links laten liggen, komt God met Zijn attentieseinen. Hij proclameert dag en nacht de liefde die Hijzelf uitstraalt. Hij roept de mensen op: ‘Mensen, heb Mij lief. Toon van daaruit liefde voor elkaar!’.

Ziet u hoe de dagelijkse actualiteit samenhangt met de uitverkiezing?
Als de God van hemel en aarde niet wordt geëerbiedigd, gaat het met de wereld zomaar de verkeerde kant op. Natuurlijk, soms lijkt het aardig goed te gaan. En dan zeggen de mensen: de mensen hebben nog altijd een goede kern in zich…

Mensen vertellen allerlei verhalen rond het bestaan van de mens.
Een jaar of zes geleden schreef professor Ivan Wolffers bijvoorbeeld: “Zijn we van nature goed of slecht? En hoe kom je er achter? Om dit soort dingen te onderzoeken wordt de speltheorie gebruikt. Je laat mensen eindeloos vaak spelletjes doen en analyseert of de bully’s winnen of de samenwerkers. Vorig jaar leken in die spelonderzoeken de gemeneriken en egoïsten nog te winnen. Weg illusies dat het nog goed komt met de wereld.
Dit jaar keken onderzoekers Adami en Hintze er nog eens naar. Ze konden zich niet voorstellen dat egoïsten altijd winnen, dat samenwerking verdwijnt en de sluwe en slechte individuen overblijven. Gezellig. Ze lieten de computer honderdduizenden spelletjes doen met twee soorten spelers, egoïsten en samenwerkers. De ZD-theorie blijkt nooit te kunnen kloppen voor de evolutie. Die blijkt alleen op te gaan als de egoïst de andere spelers kent. Dan past hij zijn strategie namelijk snel aan. Hij wint van de samenwerkers, maar niet van de andere egoïsten. Daar komt nog iets bij: de niet-egoïsten leren er op den duur door en veranderen hun strategie ten opzichte van de egoïsten. De conclusie moet volgens de onderzoekers daarom luiden dat samenwerking de basis vormt voor de evolutie en niet egoïsme”[4][5].
Is samenwerking de basis van het aardse bestaan?
Is evolutie het fundament van het leven op aarde?
Johannes 15 leert ons heel wat anders: God is de Schepper en Onderhouder van deze aarde. En: God geeft Zijn kinderen ruim voldoende mogelijkheden om in deze wereld iets van Gods liefde te laten zien.

Heb elkaar lief!
Dat is een dringende boodschap in Johannes 15. Die boodschap is, om zo te zeggen, de echo van Johannes 13: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar ​liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u ​liefde​ onder elkaar hebt”[6].
Jezus is in Johannes 15 heel duidelijk: “Dit gebied Ik u: dat u elkaar liefhebt”[7].
De kerk mag het aan de wereld laten zien: in onze leefomgeving zindert Gods liefde door het zwerk!

Noten:
[1] Johannes 15:10.
[2] Johannes 15:16.
[3] “Voedselonzekerheid dreigt voor miljoenen mensen”. In: Nederlands Dagblad, maandag 18 november 2019, p. 1.
[4] Geciteerd van https://joop.bnnvara.nl/opinies/zijn-we-van-nature-goed-of-slecht ; geraadpleegd op maandag 18 november 2019.
[5] Zie voor meer informatie over Ivan Wolffers https://www.ivanwolffers.nl/over-ivan/ ; geraadpleegd op maandag 18 november 2019.
[6] Johannes 13:34 en 35.
[7] Johannes 15:17.

14 november 2018

Refrein van de aansporing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.
Dat is een zin die in het Bijbelboek Ezechiël meer dan twintig keer voorkomt. Die woorden klinken dreigend. Ze zullen ervan lústen – het volk Israël, Juda en de volken die Israël dwarsgezeten hebben!
Ezechiël zegt het in hoofdstuk 6, 7, 12, 24, 25, 26, 28…. enzovoort – steeds weer klinkt dat woord: “Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.

Tussen 593 en 571 voor Christus brengt Ezechiël allerlei onheilsboodschappen. En steeds weer is daar dat alarmerende keervers.

Israël en Juda storten in.
Ezechiël legt uit dat de verwoesting en de ballingschap in feite een straf zijn. Een straf van God op de zonden van Zijn volk. Met name de afgoderij is een gruwel in Gods oog!
Iemand schrijft: “Ezechiël gebruikt ook vaak vergelijkingen. Sommige daarvan zijn bijna schokkend om te lezen. In Ezechiël 16 wordt God beschreven als minnaar van Jeruzalem (Jeruzalem wordt daarin beschreven als vrouw). Jeruzalem is niet trouw aan God, maar heeft seks met allerlei mannen (afgoden). In hoofdstuk 23 lees je ook zo’n soort vergelijking. Het is alsof de profeet gedacht heeft: ik zeg het heel duidelijk. Als ze het nu nog niet snappen, weet ik het ook niet meer”[1].

Het lezen van het Bijbelboek Ezechiël is niet altijd even vreugdevol. Al die oordelen over Israël en de omringende volken roepen trieste beelden op. Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon, Egypte: ze worden allen uitgebreid toegesproken.

Het is bekend dat sommige mensen Ezechiël liever niet aan tafel lezen. Al dat bloed, al dat geweld, al die oorlogstaal – daar wordt niemand blij van.

Toch is het van enig belang dat wij de profetie van Ezechiël kennen.

Die zin ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ heeft een oproep in zich. Namelijk deze: erken nu toch dat de Here God is. Hij heeft de macht in hemel en op aarde.
Natuurlijk – daar dachten ze in Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon en Egypte anders over. Maar ze zijn er inmiddels achter gekomen dat de Here de waarheid spreekt!
En ook Gereformeerden van 2018 mogen het zich realiseren: de God van het verbond is de Almachtige; Hij bestuurt heel de wereld!

Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben: dat is eerst en vooral het refrein van de aansporing tot erkenning van de Here.
Stelt u zich voor dat u iedere dag een kapittel van de profetie van Ezechiël leest. Dan zult u op een gegeven moment zeggen: ja ja, dat weten we nu wel – alweer oordeel, alweer gericht… En wellicht vraagt u zich vertwijfeld af waarom wij dit alles tot ons moeten laten doordringen.
Met name de hoofdstukken 6 tot en met 32 zijn doordrenkt met onheil, rampen, ellende en ongeluk.
De mensen vragen: kan het niet wat minder? Slechts tot weinigen lijkt het door te dringen dat de Here het klaarblijkelijk nodig vindt om in Zijn Woord zoveel aandacht te geven aan rampspoed en tegenslag.
“Hij weet hoe mensen zijn.
Hij doorgrondt hun daden,
weet wat zij beraden,
kent hen, groot en klein”[2].
Met andere woorden – de Here kent Zijn volk langer dan vandaag. En Hij waarschuwt ook de kerk van vandaag: pas goed op u zelf! En Hij vraagt: u weet toch wel dat de zonde nog op de loer ligt?
Wij zien het om ons heen: criminaliteit, kortzichtigheid, natuurrampen, oorlog, ontucht, onwil… – u kunt het rijtje van trammelant en tragiek ongetwijfeld zonder moeite aanvullen.
En de vraag is: blijven wij op de Here vertrouwen, op Hem die zo machtig is dat Hij Zijn volk altijd en overal beschermen kan?

Die bekende woorden ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ hebben ook nog een andere betekenis.
Er zit ook troost in.
Want één ding is zeker: er komt een tijd dat alles en iedereen zal moeten erkennen dat onze God alle macht heeft, in de hemel en op de aarde.
Openbaring 6 spreekt daarover.
Leest u maar even mee. “En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle ​slaven​ en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?”.
Op die dag zal blijken dat de mensen die door de eeuwen heen Jezus Christus hebben gevolgd toch gelijk gehad hebben.
Op die dag zal blijken dat de trouwe kerkgangers van alle tijden het bij het rechte eind hebben gehad.
Op die dag zal blijken dat degenen die de God huns levens prijzen, biddend Hem hun dank bewijzen aan de goede kant staan[3].

In deze tijd hebben we te maken met een maatschappij waarin God zeker nog niet vergeten. Des zondags stromen er nog heel wat kerkgebouwen vol.
Maar naast het christelijke geloof zijn er nog talloze religieuze stromingen. Dergelijke religiositeit noemt Ezechiël afgoderij.
Dat moet je tegenwoordig uiteraard niet meer zeggen.

Ach – de wereld komt er nog wel achter.
Laten we ons in de kerk maar oefenen in de geloofszekerheid van Psalm 42:
“O mijn ziel, zozeer verslagen,
waarom bent u zo ontrust?
Hoop op God, uw heil zal dagen,
vind weer in zijn lof uw lust.
Ook al treft u smaad en spot,
uw verlosser is uw God.
Hoop op Hem, en zie naar boven
ik zal God, mijn God weer loven”[4].

Noten:
[1] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-ezechiel ; geraadpleegd op vrijdag 9 november 2018.
[2] Dit zijn regels uit Psalm 33:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] De formulering van deze zin gaat terug op Psalm 42:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 42:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 oktober 2018

Hooggestemd Schriftgedeelte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Efeziërs 1 schrijft Paulus over dat “wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[1].

Dat klinkt groots.
Te hoog.
Wij kunnen er niet bij.
Wij leven in een wereld vol teleurstellingen. Er is lichamelijke pijn; soms lijkt het wel alsof we niet vooruit kunnen, maar ook niet achteruit. Er zijn mentale deuken, vanwege gebeurtenissen in het verre verleden of juist in de tijd die net achter ons ligt.
Dat is deprimerend, soms.
Wat kun je in die situatie met Efeziërs 1 beginnen?

Paulus schrijft over allesoverheersende grootheid van Zijn kracht.
Dat klinkt beangstigend.
Dictatoriaal.
Alsof wij platgedrukt worden.

Maar zo is het niet.
Want die kracht is er ten bate van gelovigen.
Zij zien Zijn macht.
Zij merken hoe sterk Hij is.
Zij geloven dat Hij Zijn macht inzet om hen een schitterend leven te geven.
Gelovigen worden niet platgedrukt.
Nee, gelovigen krijgen de ruimte. Hier op aarde. En straks, in de hemel, wordt het nog veel mooier!

Hoe kan dat dan?
In ons leven zijn heel wat teleurstellingen, tegenvallers en vijandelijkheden. Heel wat daarvan nemen wij mee het leven in, simpelweg omdat wij er niets aan te doen is.
De belangrijkste vijand kunnen wij niet overwinnen; de dood namelijk.
Dat hoeft ook niet.
Want die is al overwonnen. Door de Heiland namelijk. Toen Hij die triomf behaald had, ging Hij gloriërend de hemel in.
Welnu – de overwinning van de dood garandeert de zegepraal over alle machten in de wereld. Onze Here Jezus Christus is alle krachten, alle energieën de baas. Iedereen die iets voorstelt moet het afleggen tegen het Hoofd van de kerk. Alle machtsblokken worden weggebroken. Alle aardse overwicht wordt door Jezus Christus omgezet in onmacht.

Wie dichtbij die Machthebber wil wezen, moet in de kerk zijn.
Daar is Hij het Hoofd.
Daar is het veilig.

Er zijn tegenwoordig heel wat mensen die dat met een korrel zout nemen. Of met twee korrels zout. Of zelfs met een bergje zout.
Het scheppingsverhaal klopt niet, zeggen ze dan. Of bijvoorbeeld: het verhaal van de ark deugt niet. Met de kennis van nu weten we dat…, en dan komt er een heel verhaal.
Het opvallende van dergelijke betogen is dat men heel vaak precies weet hoe het niet zit. Maar de daaropvolgende vraag veroorzaakt niet zelden ongemakkelijke stiltes: hoe zit het dan wel? Oftewel: wat is het alternatief?

Een logisch relaas kan men echter niet houden.
Dat wordt op schrijnende wijze duidelijk als er ergens op aarde een ramp geschiedt.
Neem bijvoorbeeld de aardbeving en een vloedgolf in het noordwesten van het Indonesische Sulawesi – ook wel Celebes genoemd – , op vrijdag 28 september jongstleden.
De verwoesting was groot.
Er vielen vele, zeer vele doden. Meer dan negentienhonderd!
Wie dan vraagt: wat is de oorzaak van de ramp in Sulawesi? krijgt wellicht een theorie voorgeschoteld.
Wie vraagt: hoe had men die ramp kunnen voorkomen? krijgt geen antwoord. Of hooguit een nietszeggende reactie.
Want wie valt bij zo’n catastrofe niet stil? Wie is niet geheel en al sprakeloos?

Met de blik op die verschrikkelijke omstandigheden blijft de kerk bij het Evangelie: de Heiland biedt redding en bescherming.
In de kerk blijven we met Psalm 43 belijden:
“ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer”[2].

Maar is dat niet onzegbaar arrogant?
Is dat eigenlijk niet vals zingen tegen beter weten in?

Nee – toch niet.
Want hoe weten we in de kerk dat dat Evangelie werkelijk redding biedt?
Antwoord: de Heilige Geest getuigt in ons hart dat de Bijbelse geschriften van God zijn[3]. Er zullen mensen zijn die zeggen: dat is geen argument. Maar dat antwoord heeft alle recht van bestaan, alleen al omdat andere theorieën nooit voldoende onderbouwd zijn.
Met 1 Johannes 5 mogen wij zeggen: “En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is”[4].
En wij kunnen met de Hebreeënschrijver instemmen: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].

Terug nu naar Efeziërs 1.
Het citaat waarmee dit artikel begint, eindigt met: “… de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”.
De kerk is, als het goed is, gevuld mét en vervuld ván Christus, de Heiland.
En Christus is de volheid van God.

Wat kunnen wij in deze wereld met Efeziërs 1 beginnen?
Kunnen wij daar eigenlijk wel wat mee?
Functioneert Efeziërs 1 nog wel, vandaag de dag?

Zeker wel!
Want weet u wat er in Efeziërs 1 gebeurt?
Daar is Paulus in gebed.
Kijkt u maar mee: Daarom “houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn ​gebeden​ aan u denk, opdat de God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen…”[6].
Ja – Paulus is in gebed!
Dat is het geheim.
Als het uit onszelf moet komen… – nee, dan wordt dat niets met die hooggestemdheid van Efeziërs 1.
Dan zakken we weg.
Dan zweeft een legioen vraagtekens in de lucht.
Dan ligt de wanhoop op de loer.
Efeziërs 1 bindt het ons op het hart:
* blijf in contact met God!
* bidt tot Hem, opdat wij overeind blijven in deze roerige wereld
* wandel met God, op weg naar de toekomst met Hem!

Efeziërs 1 – dat is een hooggestemd Schriftgedeelte.
Niettemin is het een kapittel dat volop onze aandacht verdient!

Noten:
[1] Efeziërs 1:19-23.
[2] Psalm 43:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Letterlijk staat er in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”.
[4] 1 Johannes 5:6 b.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] Efeziërs 1:16, 17 en 18.

1 oktober 2018

God is oppermachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met ernstige verkeersongelukken hebben wij bijna elke dag te maken.
Sommige gebeurtenissen blijven echter in het collectieve geheugen hangen.

Het volgende bericht, gedateerd op 20 september 2018, is daar een voorbeeld van.
“Bij een ongeval met een elektrische bakfiets op een spoorwegovergang bij Oss zijn donderdagochtend vier kinderen in de leeftijd van 4 tot 11 jaar om het leven gekomen. Een vijfde kind en een volwassen begeleider zijn zwaargewond geraakt en liggen in het ziekenhuis. Zij zijn nog niet buiten levensgevaar. De politie bevestigt dat het gaat om in totaal drie betrokken gezinnen, van een gezin zijn drie kinderen betrokken bij het ongeval”[1].

Het nieuws bleef haken. De media sprongen er en masse op. Niet alleen Oss was geëmotioneerd, nee – het ganse land leefde mee.
Het was dan ook droevig nieuws. Heel droevig.

De burgemeester, mevrouw Buijs-Glaudemans, sprak meelevende woorden.
Eén uitspraak van haar citeer ik hier. Namelijk deze: “Geloof begeleidt je op je weg door het leven heen. Kerken zijn plekken waar je op belangrijke momenten in het leven naartoe gaat”[2].

Het bovenstaande is zonder twijfel waar.
Maar de vraag is wel: waarom ga je op minder belangrijke momenten niet naar God toe?
Hij heeft namelijk te allen tijde de oppermacht, op de aarde en in de hemel.

Een mooi voorbeeld daarvan staat in Mattheüs 17: “Maar om hun geen aanstoot te geven: ga naar de zee, werp een ​vishaak​ uit, en pak de eerste ​vis​ die bovenkomt. Doe zijn bek open en u zult een stater vinden. Neem die en geef hem aan hen voor Mij en voor u”[3].

Op basis van verschillende Bijbelgedeelten “moesten in de tijd van Jezus alle volwassen mannelijke Israëlieten (ouder dan 19 jaar), die ingeschreven waren in het bevolkingsregister, jaarlijks een halve sikkel (…) als ‘vrijwillige bijdrage’ aan tempelbelasting betalen. (…) Een didrachme (tweedrachmenmunt) was ongeveer het loon voor twee dagen werk”[4].
Van oude tijden zijn de priesters van die betaling vrijgesteld.
Dat zo zijnde zou je zeggen: dan is Jezus, Die veel belangrijker is dan de tempel, ook vrijgesteld.
Jezus wil echter geen ergernis geven.
Met de macht die Jezus eigen is, zorgt Hij ervoor dat Petrus een vis kan vangen die een stater in de bek heeft. Een stater is gelijk aan vier didrachmen. Met dat geld kan de tempelbelasting van Jezus en Petrus betaald worden.

Wonderlijk, vindt u ook niet?

In de laatste tijd dat Jezus op aarde is, zien wij meer wonderen waarin dieren een opmerkelijke rol spelen. Denkt u maar aan de ezelin die in Mattheüs 21 gereed staat voor Jezus’ intocht in Jeruzalem[5]. En aan de haan die in Mattheüs 26 precies op tijd drie keer kraait[6].
Die dieren bewijzen eens te meer dat heel de schepping met Gods macht te maken heeft.
Om het met woorden uit een bekend gezang te zeggen:
“Wat zou ooit zijne macht beperken?
’t Heelal staat onder zijn gebied!
Wat zijne liefde wil bewerken,
ontzegt Hem zijn vermogen niet”[7].

Onze God staat boven Zijn schepping. Hij schiep de aarde. En deze planeet bestaat nog steeds. Waarom is het belangrijk om ons dat te realiseren?
De Heidelbergse Catechismus geeft het antwoord: “Om in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar te zijn en voor de toekomst dit vaste vertrouwen te hebben in onze trouwe God en Vader, dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal. Want alle schepselen zijn zo in zijn hand, dat zij zich tegen zijn wil niet roeren of bewegen kunnen”[8].

Geloof is iets van elke dag.
Vertrouwen is er, als het goed is, levenslang.

Natuurlijk – in Oss barst het, ook nu nog, van de waaroms.
Maar daarbij is het belangrijk om te beseffen dat geloof niet alleen maar iets is dat behoort bij een bloemenzee en bij vloeiende tranen. Geloof functioneert, als het goed is, niet alleen als wij allen worden overmand door emoties. Nee, geloofswetenschap is er, naar wij mogen hopen, in alle omstandigheden.

Wie dat beseft zal ook wat sneller tot het inzicht komen dat er meer is dan Oss.
Nee, van dat drama in Oss doe ik niets af. Dat is verschrikkelijk. De ouders, andere familieleden en vrienden van de kinderen moeten leven met een groot verdriet. Vanaf heden is er veel glans van het leven af.
Elke dag is er weer die droefenis over die kinderen.
Maar er is meer ellende in de wereld.
Op zaterdag 22 september vond een familiedrama plaats in Papendrecht. Twee volwassenen en twee kinderen werden levenloos gevonden[9]… Ach, het is slechts één van de vele drama’s die zich in onze wereld voltrekken.

Door de media wordt soms op één drama gefocust.
Dat is begrijpelijk.
Maar Gereformeerde mensen moeten zich daardoor niet laten misleiden: de Here God kan ingrijpen, ook anno Domini 2018!
Nee, er komt geen vis langs zwemmen.
Er kraait geen haan op commando.
Er staat niet zomaar een ezel gereed waar je een ritje op kunt maken.
Maar wie het zien wil, weet dat God nog altijd wonderlijke dingen doet.
Onbegrijpelijke dingen soms – jazeker.
Hoe dat zij – in het geloof weten wij dat onze God met Zijn kinderen onderweg is naar een glorieuze toekomst. Dat is een toekomst waarin de liefde van God alles en iedereen zal beheersen.
Dat geloof mogen we belijden.
In Oss.
In Papendrecht.
Ja, overal ter wereld.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.bd.nl/oss/vier-kinderen-4-tot-11-jaar-omgekomen-bij-ongeval-op-spoor-in-oss-twee-zwaargewonden-nog-in-levensgevaar~a22f10de/ ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2251607-herdenkingsdienst-ongeluk-oss-op-8-oktober.html ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.
[3] Mattheüs 17:27.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 17:24.
[5] Mattheüs 21:2, 3 en 4: “Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij. En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen. Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de ​profeet…”.
[6] Mattheüs 26:75: “En meteen kraaide de haan; en ​Petrus​ herinnerde zich het woord van ​Jezus, Die tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. Toen ging hij naar buiten en huilde bitter”.
[7] Gezang 37:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[9] Zie https://nieuwsopbeeld.nl/2018/09/22/172380/ ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.

 

6 april 2018

Doorgeeftroost

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In deze wereld gaan heel wat dingen verkeerd. Communicatiestoornissen zijn aan de orde van de dag. Door de drukte van de dag vergeten we nog wel eens wat.
Zo ongeveer alles moet bespreekbaar worden gemaakt, vandaag de dag. Intussen zijn er nog heel wat achterkamertjes.
Trouwens – we moeten, zeggen de mensen, nodig een beetje ontstressen.

Mét dat al kan de moed ons zomaar in de schoenen zinken.
Wordt het nog wel eens wat met deze wereld?
Kunnen we eigenlijk nog wel fatsoenlijk verder op deze aarde, waarop alles en iedereen geteisterd wordt door diverse vormen van onheil?

Jazeker, dat kan!
Dat kan in ieder geval als wij elkaar woorden uit 2 Corinthiërs 1 voorhouden:
“Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden”[1].

Die troost is er ook als wij verdrukt worden.
Christenen zijn, door de eeuwen heen, altijd in de minderheid. Meestentijds zijn wij geen invloedrijke bevolkingsgroep. Wij moeten dus troost zoeken.

Maar er is meer.
Want er staat: God troost ons in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.
De troost van 2 Corinthiërs 1 is dus een doorgeef-troost.
De troost van God is niet bedoeld om ons ertoe te brengen onze betraande ogen met een zakdoek af te vegen en daarna weer over te gaan tot de droevige orde van de dag.
Nee, de troost mogen we doorvertellen. We mogen het tegen elkaar zeggen: Christus heeft voor ons geleden en Hij is weer opgestaan; daarom is er perspectief in ons leven.

In Corinthe hebben Gods kinderen ook met verdrukking te maken.
Trouwens, Paulus wordt er ook voor de rechter gesleept. De aanklacht luidt: “Deze man haalt de mensen over om God te dienen in strijd met de wet”[2]. Stadhouder Gallio wil er zijn vingers niet aan branden: “..als er een geschilpunt is over een woord, over namen en over de wet die onder u geldt, dan moet u het zelf maar zien; want ik wil over deze dingen geen rechter zijn”[3].
Maar juist in die donkere tijd komt de lichtheid van de Goddelijke troost scherper in beeld. De geloofszekerheid wordt dan gaandeweg groter.
Alleen daarom al kan Paulus noteren: “En onze hoop voor u is vast, in de wetenschap dat u, zoals u deelhebt aan het lijden, zo ook deelhebt aan de vertroosting”[4].
Maar daarmee is het verhaal niet uit.
Want Paulus heeft in Asia met hevige, levensbedreigende vervolging te maken gehad. Met name wel in Efeze, de hoofdstad van Asia. Dat blijkt in 1 Corinthiërs 16: “Ik zal echter tot ​Pinksteren​ in Efeze blijven, want daar is voor mij een grote en krachtige deur geopend, en er zijn veel tegenstanders”[5].
Al die ellendige oppositie en dat voortdurende onraad heeft Paulus bijkans tot wanhoop gedreven. De beproeving, was zo noteert de apostel zelfs “boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten. Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen…”[6].

Wat is nu toch het nut van al die rampen? Wat moet je aanvangen bij narigheid en tegenspoed?
Wij moeten, zo wekt Paulus alle Bijbellezers op, vertrouwen op God!
“Hij heeft ons uit zo’n groot doodsgevaar verlost, en Hij verlost ons nog. Op Hem hebben wij de hoop gevestigd dat Hij ons ook verder verlossen zal”.
Zo staat het er.
Met andere woorden: reddingen uit het verleden geven garanties voor de toekomst!

En de mensen om Paulus heen?
En de mensen om ons heen?
Kunnen zij nog iets doen? Kunnen zij in deze deplorabele omstandigheden nog iets betekenen?
Jawel.
Want Paulus laat blijken dat “u ons ook mede te hulp komt door het ​gebed, opdat door velen dankzegging voor ons gedaan wordt voor de genadegave die door velen tot ons is gekomen”[7].
“Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[8]. En ja, dat geldt ook in 2 Corinthiërs 1.

Als we 2 Corinthiërs 1 lezen, mag het adagium ‘Houdt moed!’ het motto van ons leven wezen. Jazeker, het wordt nog wel wat met deze wereld. Want de Here verlost ons nog steeds.
Velen moeten in hun dagelijkse bestaan omgaan met problemen. Met kommer en kwel. Maar juist in die situaties worden gelovigen getraind om te volharden in hun geloof.
En het is zeker – dat laatste gaat lukken. Immers: reddingen uit het verleden geven garanties voor de toekomst!

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 1:3 en 4.
[2] Handelingen 18:13.
[3] Handelingen 18:15.
[4] 2 Corinthiërs 1:7.
[5] 1 Corinthiërs 16:8 en 9.
[6] 2 Corinthiërs 1:8 en 9.
[7] 2 Corinthiërs 1:11.
[8] Jacobus 5:16.

14 november 2016

Smart maakt soms sterk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Sommige mensen verbazen zich erover dat christenen door het lijden dat zij meemaken een sterker geloof krijgen[1].
De algemene verwachting is namelijk dat mensen die veel moeiten in hun leven moeten doormaken, zich van God zullen afkeren. Maar dat blijkt lang niet altijd waar.

Het was in 2007 dat de neerlandica Bettine Siertsema met een gevoel van lichte verbijstering promoveerde. Haar dissertatie cirkelde rond het ‘waarom’ van het lijden[2][3].

Ik citeer uit een editie van het Nederlands Dagblad: “Tot haar eigen verbijstering ontdekte neerlandicus dr. Bettine Siertsema dat veel christenen die in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp zaten, hun geloof in God niet verloren, maar er juist in versterkt werden”.
“Ze veronderstelde dat mensen na verblijf in een concentratiekamp hun geloofsopvattingen op z’n minst zouden heroverwegen. Maar dat bleek voor christenen niet op te gaan, ‘eerlijk gezegd tot mijn verbijstering, schrijft Siertsema. ‘Het is juist opvallend hoe vaak christenen hun geloof slechts bevestigd en bewezen zien door hun kamp­ervaringen’, aldus de neerlandicus, ‘Niemand vertelt (of toont) door de kamperervaringen tot andere inzichten te zijn gekomen’. Sterker nog: ‘Vaker komt het in deze teksten voor dat het geloofsleven in het kamp intensiever wordt en het geloof van meer betekenis wordt voor de schrijver’”.

“Zij concludeert dat veel van de christenen die later over hun kampervaringen schreven – veelal geschoolde theologen – de overtuiging hadden ‘dat hun verblijf in het kamp door God gewild is om het goede werk dat zij daar kunnen doen in de verkondiging van het Woord en/of de toediening van de sacramenten’”.
De neerlandica zelf snapte die redenering indertijd niet.
In een persoonlijk nawoord schrijft de promovenda: “De vaste overtuiging (…) dat God persoonlijk heeft ingegrepen om hen te laten overleven, vind ik in het licht van de velen die omgekomen zijn – alleen al de één miljoen kinderen – eerlijk gezegd een onsmakelijke en onfatsoenlijke duiding van de gebeurtenissen, hoezeer ik ook de dankbaarheid kan begrijpen waar die visie ongetwijfeld mee samenhangt”[4].

Dus: het geloof in een machtige God die door lijden heen werkt, wekt weerzin.
Geloven in een God die door zwaar lijden heen werkt? Dat doe je toch niet?

Doctor Siertsema schrijft erbij: “Ik voel mij nu meer thuis in een oecumenische, vrijzinnige geloofsgemeenschap waar de aandacht voor de joodse wortels van het christendom groot is. Gods almacht is een element dat voor mij niet meer leeft (…) evenmin als de verzoening van onze zonden door Jezus’ offerdood aan het kruis. Ook van een stellig geloof in een hiernamaals is bij mij geen sprake meer; op dit punt is er alleen niet-weten, hooguit een zekere hoop…”.
Bettine lijkt eigenlijk te denken dat er voor dat geloof een psychologische verklaring is: het geloof hielp de mensen in het concentratiekamp om zich mens te blijven voelen. Men moet toch een zekere waardigheid hoog houden, nietwaar?

Bettine Siertsema is er, jaren geleden al, door combinatie en deductie achter gekomen dat de Gereformeerde middenorthodoxie – de term is van Bettine – niet voldoet. U weet hoe dat gaat: een slimme meid is op haar toekomst voorbereid; maar daar moet je dan wel zelf iets voor doen.
Echt geloof? Dat wordt dan al gauw reuze irritant.

Graag wijs ik u in dit verband op Deuteronomium 8.

In dat hoofdstuk wordt er op gewezen dat de tocht door de woestijn nodig is geweest om de Israëlieten te leren dat zij volledig afhankelijk zijn van God.
Ik citeer: “Gedenk dan heel de weg, waarop de HERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden. Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kendet en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat”[5].
Lijden moet dus tot verootmoediging leiden.
In de woestijn leert Israël dat er meer is dan het brood der aarde. Uiteindelijk leeft iedereen van Gods Woord.
Die levensles mogen ook wij ons eigen maken.

Als wij dat doen, kunnen wij met de dichter van Psalm 34, David, zeggen:
“Vreest de HERE, gij, zijn heiligen,
want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek.
Jonge leeuwen lijden ontbering en honger,
maar wie de HERE zoeken,
hebben geen gebrek aan enig goed”[6].
De vreze des Heren, het dienen van Hem, verlegt de horizon, zo betoogt David:
“Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige,
maar uit die alle redt hem de HERE;
Hij behoedt al zijn beenderen,
niet één daarvan wordt gebroken”[7].

Gaan rampen aan Gods kinderen voorbij?
Ach – wij weten wel beter. Wij hebben er allemaal wel eens mee te maken. Maar de kwestie is dat kinderen van God verder kijken dan aardse tegenspoed. Zij weten dat de hemelse vrede door niemand afgepakt kan worden.

Kinderen van God leven Woordelijk: met en vanuit Gods Woord. De woorden die Zijn uitverkorenen uitspreken zijn op een Goddelijke wijze gespeld. De gebeurtenissen in ons leven zijn door Hem geprioriteerd en gerangschikt.
Dat ik dat zo formuleer heeft een reden. Psalm 34 is, evenals bijvoorbeeld Psalm 9 en Psalm 25, gebouwd op het Hebreeuwse alfabet. Het is een letterdicht: in het Hebreeuws begint elk vers van deze psalm met een volgende letter van het alfabet[8]. Laat ik het zo mogen zeggen: het leven van Gods kinderen is van A tot Z beveiligd!

Ergens, in een hoekje van mijn hart, voel ik een kruimeltje medelijden met mensen als Bettine.
Eigenlijk hoop ik van ganser harte dat de promovenda inmiddels meer inzicht gekregen heeft.
Want eigenlijk kijken zij, en vele anderen, op een eenzijdige wijze naar het menselijk leven. Terwijl de apostel Paulus ons, geïnspireerd door Gods Geest, leert om de zaak altijd van twee kanten te bekijken.
Kijkt u maar in Romeinen 8: “Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden”[9].
De hoop op die heerlijkheid kan al ons leed verzachten. En Paulus schreef er bij: “Maar hoop, die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding”[10].
Hier op aarde zie ik veel ellende en lijden. En soms is dat ronduit vreselijk.
Je zou er haast de ogen voor sluiten. Maar dat moeten wij niet doen. Want als wij Gods Woord lezen, dan vernemen we dat er voor Gods kinderen een heerlijkheid is waarbij alle problemen die ik waarnam, met fabuleuze snelheid verschrompelen.

Concluderend zou ik de les van het lijden vandaag willen samenvatten met vijf V’s. Er is nodig:
* verootmoediging
* vreze des Heren
* volharding
* het vooruitzicht van de verheerlijking.

Toen Bettine zo’n tien jaar geleden haar dissertatie af had was zij verbijsterd.
Ware gelovigen mogen echter zonder enige reserve verheugd zijn!

En daarmee is de antithese weer neergezet.
Want hier staat geloof tegenover ongeloof.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 15 november 2007.
[2] De gegevens van de bovenbedoelde dissertatie zijn: Bettine Siertsema, “Uit de diepten. Nederlandse egodocumenten over de nazi concentratiekampen”. – Vught: Skandalon Boeken, 2007. – 668 p. Het betreft een handelseditie van een dissertatie die indertijd werd verdedigd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
[3] Zie voor meer informatie over Bettine Siertsema http://www.fgw.vu.nl/nl/over-de-faculteit/medewerkers/medewerkers-q-s/g-siertsema/index.aspx ; geraadpleegd op zaterdag 29 oktober 2016.
[4] De omgekeerde waaromvraag”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 14 november 2007, p. 2.
[5] Deuteronomium 8:2 en 3.
[6] Psalm 34:10 en 11.
[7] Psalm 34:20 en 21.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld: “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v. – deel 4, p. 152; kanttekening 11 bij Psalm 34:6.
[9] Romeinen 8:18.
[10] Romeinen 8:24 en 25.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.