gereformeerd leven in nederland

28 juni 2018

De wijsheid van het Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In het Bijbelboek 1 Corinthiërs draait het vaak om wijsheid[1].

Dat betreft geen wijsheid van woorden. Nee, het is Evangelie[2].
Het is dus de blijde Boodschap over Jezus Christus, die voor alle zonden betaald heeft. De blijde Boodschap: u heeft toegang tot de hemel als u gelooft dat de Here Jezus u van de angst en de pijn van de hel verlost heeft[3].
De wijsheid van God zie je door Zijn daden. Onze Heiland ging over tot actie, en dat is onze redding geweest.

Paulus schrijft: “Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen”[4].
De vraag is natuurlijk waar dat dan staat.
We vinden het terug in Jesaja 29: “…daarom, zie, ga Ik verder met wonderlijk te handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaar; want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan en het verstand van zijn verstandigen zal zich verbergen”[5].
In Jesaja 29 wordt een oordeel over Gods volk uitgesproken. Het citaat komt uit een stuk waarin het over Juda gaat. De mensen uit Juda willen God niet zien. En zij willen ook niet luisteren. Godsdienst is een lege vorm geworden. Het is er nog wel, maar het stelt weinig meer voor. Alles gaat keurig volgens de patronen, maar het hart is er niet bij.
De Here zegt: er zullen dingen gebeuren die zelfs voor wijzen en geleerden volstrekt onnavolgbaar zijn!
Met andere woorden: je kunt tijdens studieavonden van een Bijbelstudievereniging nóg zo hard studeren; het is honderd procent zeker dat je er met je verstand nooit helemaal bij kunt!

Het gaat in de kerk niet in de eerste plaats om kennis of wetenschap. In de kerk moet het Woord van God gepreekt worden. Zuiver. Niet met een grote woordenvloed, maar to the point. En vervolgens moeten wij eenvoudigweg geloven[6]. Dat geloof moeten we versterken, bijvoorbeeld tijdens studieavonden.

Christus is de wijsheid van God. In Persoon[7]. Onze Heiland is wijsheid en kracht in één.
Bij mensen is dat nogal eens anders. Krachtpatsers zijn meestal geen professor, en andersom.
Maar Jezus Christus is alles in Eén. Totaal ideaal!

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1 ook nog: “Uit Hem bent u in ​Christus​ ​Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en ​gerechtigheid, ​heiliging​ en verlossing”[8].
Dat is een hele mond vol.
Wat staat daar eigenlijk?
1.
God is een rots. Hij staat voor recht, alles wat Hij doet is perfect[9]. Gerechtigheid is, om zo te zeggen, een wezenskenmerk van Hem. Nee, die gerechtigheid zit niet in ons. Maar omdat Jezus Christus en Zijn Geest zo onverbrekelijk aan ons verbonden zijn, wordt die gerechtigheid toch een deel van ons. Onbegrijpelijk, ongelooflijk maar waar!
2.
Zo wordt ook heiliging een deel van ons.
Dat blijkt ook uit Colossenzen 1: “En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om u ​heilig​ en smetteloos en onberispelijk voor Zich te plaatsen, als u tenminste in het geloof blijft”[10]. Heilig​ en smetteloos en onberispelijk voor God – wie eerlijk naar zichzelf kijkt, die weet: dat wordt nooit wat. Maar we moeten ook niet naar onszelf kijken. We moeten onze blik op de Heiland richten.
Heiliging is niet in de eerste plaats een activiteit van ons; het betekent dat God in ons leven druk aan het werk is!
3.
De Redder van het leven verlost ons uit dit aardse leven.
Hij tilt ons boven aardse janboel, wanordelijkheid en zwijnenstal uit.

Wie zich voorneemt een sluitende definitie van de door God gegeven wijsheid te geven, krijgt het moeilijk. Wanneer is de omschrijving perfect? Wanneer omvat de omschrijving echt alles?
Een goede definitie is eigenlijk niet te geven.
Maar dat is feitelijk geen wonder. Want die wijsheid is volgens 1 Corinthiërs 2 een musterion. U herkent ongetwijfeld het Nederlandse woord ‘mysterie’.
De apostel Paulus schrijft: “Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid”[11].
Een uitlegger noteert daarbij: “De goddelijke wijsheid was door God “vóór de eeuwigheden voorbeschikt tot onze heerlijkheid. God heeft Zich dit plan dus reeds voor de schepping van de wereld voorgenomen (…), sterker nog: de schepping van de wereld maakt er deel van uit. Zijn heilsplan heeft als doel (…) ‘de heerlijkheid’ van de gelovigen, de heerlijkheid die zij bij de wederkomst van de Here Jezus zullen ontvangen”[12].

Om de Goddelijke wijsheid te kunnen accepteren hebben wij Gods Heilige Geest nodig.
Wij krijgen onderwijs van de Heilige Geest. Dat onderwijs gaat over de geschenken van God.
In 1 Corinthiërs 2 staat daarover: “Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de ​Heilige​ Geest​ ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken”.
In de kerk mogen we dus gerust zeggen: hier krijgen we speciaal onderwijs. De Heilige Geest is onze Leraar.

Paulus kent zijn Bijbel. Want hij schrijft: “de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: Hij vangt de wijzen in hun sluwheid”[13].
Dat staat inderdaad geschreven. In Job 5 namelijk[14].
Mensen kunnen heel slimme plannen bedenken. Maar de hemelse God bepaalt uiteindelijk wat er wel en wat er niet gebeurt!

Uit het voorgaande wordt duidelijk dat één gelovige nooit op z’n eentje Gods oneindige wijsheid kan laten zien. We hebben elkaar nodig.
Daarom citeer ik tot slot van dit artikel enkele woorden uit 1 Corinthiërs 12: “Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest”[15].

Noten:
[1] In dit artikel neem ik mijn uitgangspunt in het Bijbelboek 1 Corinthiërs. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[2] 1 Corinthiërs 1:17: “Want ​Christus​ heeft mij niet gezonden om te ​dopen, maar om het ​Evangelie​ te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het ​kruis​ van ​Christus​ zijn inhoud niet verliest”.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 44: ik mag er “in mijn felste aanvechtingen zeker van zijn en er rijke troost uit putten, dat mijn Here Jezus Christus mij van de angst en pijn van de hel verlost heeft”.
[4] 1 Corinthiërs 1:19.
[5] Jesaja 29:14.
[6] 1 Corinthiërs 1:21: “Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven”.
[7] 1 Corinthiërs 1:24: “Maar voor hen die geroepen zijn, zowel ​Joden​ als Grieken, prediken wij ​Christus, de kracht van God en de wijsheid van God”.
[8] 1 Corinthiërs 1:30.
[9] Zie hierover ook https://beam.eo.nl/artikel/2016/10/wat-zegt-de-bijbel-over-gerechtigheid/ ; geraadpleegd op zaterdag 16 juni 2018.
[10] Colossenzen 1:21, 22 en 23 a.
[11] 1 Corinthiërs 2:7.
[12] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 2:7.
[13] 1 Corinthiërs 3:19.
[14] Job 5:12 en 13.
[15] 1 Corinthiërs 12:7 en 8.

24 mei 2017

De hemelen doorgegaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Morgen zal het, Deo Volente, Hemelvaartsdag zijn. Wij herdenken de dag waarop Jezus Christus, nadat Hij zijn verlossingswerk op aarde voltooid had, Zijn plaats op de troon in de hemel innam.

Hij is de hemelen doorgegaan!
Bijna triomfantelijk noteert de schrijver van de brief aan de Hebreeën het in zijn vierde hoofdstuk: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde.
Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[1].

Wat betekent dat?
Dat betekent in ieder geval: de weg naar de hemel is in gebruik genomen.
Onze Heiland heeft de weg geopend. En Hij was de eerste gebruiker van die weg.
Op aarde en in de hemel wordt het geproclameerd: de weg is open.
Het wordt verkondigd: er is niemand die die weg ooit weer af kan sluiten; nee, ook de duivel niet.
Het wordt rondgebazuind: Jezus Christus is langs de nieuwe weg gekomen; en er komen nog veel meer weggebruikers aan – let maar eens op!

Vroeger moest de priester op de Grote Verzoendag in de tempel het voorhangsel passeren, op weg naar het heilige der heiligen.
Leest u maar mee in Leviticus 16: “Verder moet hij van het ​altaar​ voor het aangezicht van de HEERE een vuurschaal vol vurige kolen nemen, met beide handen vol fijngestoten geurig reukwerk, en dit binnen het voorhangsel brengen.
Hij moet dan het reukwerk op het vuur leggen voor het aangezicht van de HEERE, zodat de wolk van het reukwerk het verzoendeksel, dat boven de getuigenis is, bedekt en hij niet zal sterven”[2].
De Hebreeënschrijver legt in hoofdstuk 9 uit: “In het tweede deel echter ging alleen de ​hogepriester​ eenmaal per jaar binnen, niet zonder ​bloed, dat hij voor zichzelf offerde en voor de afdwalingen van het volk.
Daarmee maakte de ​Heilige​ Geest​ dit duidelijk dat de weg naar het ​heiligdom​ nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste ​tabernakel​ nog in gebruik was”[3].
En:
“Maar toen is ​Christus​ verschenen, de ​Hogepriester​ van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte ​tabernakel​ gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.
Hij is niet door ​bloed​ van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen ​bloed​ eens en voor altijd binnengegaan in het ​heiligdom​ en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”[4].

Het wordt luidkeels bekendgemaakt: iedere mag er door zondige mensen gebeden geworden om vergeving van de zonden. En iedereen weet wat Christus aan het kruis heeft gezegd: ‘Het is volbracht’[5]!
En daarom is Psalm 103 altijd geldig:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[6].

God de Vader heeft blijkens Hebreeën 1 tegen de Zoon gezegd: “Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht”[7].
De stem van de Heiland gaat nu met gezag de hemelen door. En het is duidelijk: Zijn heerschappij gaat boven alles uit.
Gods kinderen komen goed terecht.

In de Nederlandse samenleving is dat, dunkt mij, ook vandaag een Evangelie dat klinkt als een klok!

Een paar weken geleden stond op de voorpagina van het Nederlands Dagblad te lezen:
“Ons rechtssysteem biedt steeds vaker geen goede oplossingen bij problemen als burenruzies, scheidingen en ontslagzaken.
Dat stelt het Haagse instituut HiiL in een nieuw rapport. HiiL adviseert wereldwijd overheden en bedrijven over de innovatie van rechtssystemen; in Nederland onder meer de Raad voor de Rechtspraak.
De rechtsproblemen die burgers het vaakst ervaren, monden vaker uit in slepende procedures, concludeert het instituut op basis van eigen data en literatuuronderzoek. Ieder jaar komen er in Nederland maar liefst 4,3 miljoen rechtsproblemen bij, zoals conflicten met buren, partners en bazen. Die problemen worden minder vaak opgelost (…).
De onderzoekers denken dat hun uitkomsten mede verklaren waarom zo veel mensen zich ‘niet gehoord’ voelen. Aanleiding voor de studie vormden ook de ontwikkelingen in 2016: de Brexit, de verkiezing van Donald Trump als president in de VS en het opkomende populisme in Europa.
‘Mensen voelen dat het niet goed gaat’, aldus het rapport, ‘en velen zijn van mening dat een gang naar de rechter niet helpt als ze een conflict hebben’. En dat is niet alleen beeldvorming, volgens de onderzoekers: mensen met ervaring met de rechtsgang oordelen negatiever dan mensen zonder ervaring. In een onderzoek kregen mensen de vraag of hun gang naar een advocaat of rechter hun probleem had opgelost. De scores waren matig: gemiddeld een 3 op een schaal van 1 tot 5”.
De onderzoekers denken dat het zogeheten ‘toernooimodel’ contraproductief werkt. Mensen worden tegenover elkaar gezet. De rechtsstaat polariseert, zeggen ze.
“Tot nu toe gaat ‘al het geld en alle energie naar meer van hetzelfde’, menen de onderzoekers: naar agenten, officieren van justitie, advocaten en rechters. ‘Juristen moeten intussen steeds harder werken om met niet goed werkende procedures problemen op te lossen”[8][9].

Mensen voelen zich genegeerd. Zij worden niet gehoord. De maatschappij wordt gaandeweg harder. Mensen voelen zich steeds vaker genoodzaakt om voor zichzelf op te komen. Onrecht is aan de orde van de dag.
Wat doe je als je helemaal vastloopt? Dan schakel je de media in. En als het ernstig is, zoek je juridische steun. Want je zult – koste wat het kost – gelijk krijgen!
Dat is de sfeer in Nederland.

In zo’n leefomgeving moeten Gereformeerde mensen bedenken wat de oorsprong van die verslechtering is. Dat is het doorwerken van de zonde. De zonde woekert door. De zonde ondermijnt het menselijk gevoel voor verhoudingen. De zonde vermeerdert onredelijkheid, onrecht en misstanden.

Krijgen Gods kinderen krijgen op deze aarde altijd gelijk?
Nee. Ook wij hebben te maken met onrechtvaardigheid en onbillijkheid.
En toch is er voor ons hoop.
En dat mogen wij ons eerst en vooral op de Hemelvaartsdag realiseren. Bij de Heiland is recht. Het onrecht in de wereld zal worden weggedaan.
Want Jezus is voor onze zonden gestorven.
En uiteindelijk is Hij de hemelen doorgegaan, en heeft op Zijn troon plaatsgenomen. De scepter van Zijn Koninkrijk is de scepter van het recht.

In een harde wereld is dat een boodschap die de vreugde op Hemelvaartsdag alleszins rechtvaardigt!

Noten:
[1] Hebreeën 4:14, 15 en 16.
[2] Leviticus 16:12 en 13.
[3] Hebreeën 9:7 en 8.
[4] Hebreeën 9:11 en 12.
[5] Johannes 19:30.
[6] Psalm 103:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[7] Hebreeën 1:8.
[8] “‘Rechtsstaat werkt polariserend’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 4 mei 2017, p. 1.
[9] De website van het instituut Hiil is te vinden op http://www.hiil.org/ ; geraadpleegd op donderdag 4 mei 2017.

14 maart 2017

Gekozen

Waarom behoren wij goede werken te doen? Aldus vraagt de Heidelbergse Catechismus.
Antwoord:
Wij doen goede werken om onze dankbaarheid te tonen. Ons doel is om God steeds te prijzen.
In Zondag 32 van dat oude leerboekje wordt dat zo geformuleerd: “Omdat Christus ons niet alleen met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, maar ons ook door zijn Heilige Geest vernieuwt tot zijn beeld, opdat wij met ons hele leven tonen, dat wij God dankbaar zijn voor zijn weldaden en opdat Hij door ons geprezen wordt”[1].

De Heidelberger draait er niet omheen: zo werkt dat in de kerk.
In Mattheüs 5 proclameert Jezus: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.
En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn.
Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken”[2].
Zo werkt dat als wij door God uitgekozen zijn, om zijn kinderen te wezen.

Als het om Zondag 32 gaat, komt onontkoombaar de uitverkiezing in beeld.

Over die uitverkiezing belijden we in de Nederlandse Geloofsbelijdenis:
“Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade verkoren heeft in Jezus Christus, onze Here, zonder ook maar enigszins hun werken in rekening te brengen. Rechtvaardig, doordat Hij de anderen laat in hun val en verderf, waarin zij zichzelf gestort hebben”[3].

Wij zien dus Gods barmhartigheid. God laat de door Hem geschapen wereld niet in de steek. Hij maakt waar wat Hij belooft. Door een grote vernieuwingsoperatie komt ons leven er heel anders uit te zien.
Morgen, woensdag 15 maart, zijn er in Nederland Tweede Kamerverkiezingen. Vele prominente politici verdringen zich in de media om vele tientallen beloften voor het voetlicht te brengen. Maar wat komt daarvan terecht? Ach, dat moeten we allemaal nog maar zien.
Maar zo is het bij de Verbondsgod niet. Eens gekozen blijft gekozen. Het vernieuwingsplan wordt doorgezet. Nee, daar merken we niet elke dag wat van. Soms ontdekken we iets dat in ons leven veranderd is. Gaandeweg, maar zeer duidelijk. En wij begrijpen wel: het hoogtepunt van die vernieuwing zien wij in de hemel. Dat is honderd procent zeker. We hebben geen politici nodig om dat geloof vast te houden.

Wij zien ook Gods rechtvaardigheid. Er worden heel wat mensen niet gered. Die mensen kunnen daar trouwens ook op geen enkele wijze rechten op laten gelden.
Maar des te schitterender komt Gods genade uit. Zondige mensen zijn, van zichzelf althans, volledig verloren. Het wordt niets meer met hen. Als er niets gebeurt, eindigen zij – om zo te zeggen – roemloos in een krottenwijk. En wat blijkt er gebeurd te zijn? De God van het verbond heeft geproclameerd: mijn kind, ik heb u op de lijst gezet. Ik heb het hokje voor uw naam rood gemaakt. Ik maakte het rood met Mijn bloed. Ik heb u gekocht. En Mijn heerlijke aankoop is reddend!

In onze belijdenisgeschriften wordt wel duidelijk dat het veel uitmaakt waar we als kerkmensen het accent op leggen.
Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om in de kerk te gaan zitten treuren over al die mensen die verloren gaan. Heel wat mensen kunnen die neiging niet onderdrukken. Met tranen in de ogen kijken zij naar hun vrienden in de wereld. Naar de buurman. Naar hun vrienden die nooit naar de kerk gaan. Naar hun collega’s. Enzovoort. Hoe moet het toch met al die goedwillende mensen verder?, zo wordt vertwijfeld gevraagd.
De Here leert ons het tranen plengen af.
Wij moeten – integendeel – blij blijven over het feit dat wij door de God van hemel en aarde uitverkoren zijn.
Om met de Dordtse Leerregels te spreken: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost[4].
Wij worden, met andere woorden, ertoe opgeroepen om goede mensen te zijn; goede mensen die goede werken doen.
Wij worden ertoe opgeroepen om ons door de reddende kracht van Jezus te laten beheersen.
Wij worden ertoe opgeroepen om standvastig te zijn. Laten wij volharden in het geloof!

Morgen, woensdag 15 maart, tijgen velen naar het stembureau om gebruik te maken van hun stemrecht.
Het is te begrijpen dat er heel wat stemmers zijn die niet veel vertrouwen in politici meer hebben. Wat moet je, zo vraagt men, met al dat gepraat? En bovendien – hangt de politiek uiteindelijk niet aan elkaar van de compromissen?
Tja…
Laten we, in en buiten het stemhokje, maar dankbaar wezen voor onze uitverkiezing. En laten we ons maar realiseren dat de God van het verbond compromisloos is. Eens gekozen blijft gekozen!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 32, antwoord 86.
[2] Mattheüs 5:14, 15 en 16.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 16.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.

1 juni 2015

Haat en antithese

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Laten we er niet omheen draaien: de titel van dit verhaal is niet bepaald hoopgevend[1]. Het is, om het maar ronduit te zeggen, geen goede inzet van een koffievisite.
Een kritische lezer vraagt wellicht: kan de schrijver van deze internetpagina niet wat vrolijkers bedenken?
Haat en antithese, het is meteen van dik hout zaagt men planken.
Een enkeling verzucht wellicht: heeft die schrijver energie teveel, of zo?

Haat en antithese.
Bij dat woordpaar kom ik uit als ik Spreuken 26 lees:
“Wie haat koestert, veinst met zijn lippen,
maar in zijn binnenste bergt hij bedrog.
Al spreekt hij met vriendelijke stem, geloof hem niet,
want zeven gruwelen zijn in zijn hart.
Al tracht de haat zich door bedrog te verbergen,
zijn boosheid komt in de vergadering wel aan het licht.
Wie een kuil graaft, zal erin vallen;
en wie een steen wentelt, op die zal hij terugrollen.
Een leugenachtige tong haat hen die zij kwelt,
en een gladde mond bereidt verderf”[2].

Wat heeft Spreuken 26 met de antithese van doen?
Wat kúnnen Gereformeerden in 2015 eigenlijk met Spreuken 26?
Is dat Schriftgedeelte heden ten dage wel toepasbaar in het Gereformeerde leven?
En kunnen wij ’t wel maken om met dit Schriftgedeelte de wereld in te gaan?
Hieronder licht ik u graag mijn zienswijze op dit Schriftgedeelte toe.

Wij kennen allemaal wel mensen met een vlotte babbel. Het zijn van die mensen die meestal net iets handiger zijn dan u en ik. En jazeker, wij kennen ook bedriegers. Maar om die bedrieglijke types nu meteen haters te noemen, dat gaat wel wat ver. Vinden wij.
Het aantal mensen dat wij haten is meestal niet zo groot. En andersom is dat hopelijk ook het geval.
Maar het staat er dan toch maar: haten!
En dat moeten we dus ook maar laten staan.

Het in Nederland bekende spreekwoord ‘Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in’ heeft – zoals hierboven duidelijk wordt – een Schriftuurlijke oorsprong.
Die zegswijze staat dus in verband met haat. Of wij dat nu leuk vinden of niet, of we dat te dol vinden of niet, zo is dat.
De Gereformeerd-vrijgemaakte oudtestamenticus Ohmann tekende daar eens bij aan ”… dat die haat, hoe lang ook verheimelijkt, vroeg of laat aan het licht komt, onder het volk Israël bekend wordt, of zelfs door een aanslag op het leven van de gehate persoon tot een strafzaak leidt. Hij die zo lang heeft geveinsd, kon zich niet meer bedwingen en moet voor de rechter verschijnen”[3].

Haat: dat is bij ons een woord van de overtreffende trap.
Maar het is een feit dat haat, om zo te zeggen, niet op de bovenste verdieping begint. Haat ontstaat in de catacomben van menselijke harten. En in de startfase is die haat nog zo rudimentair dat men het met goed fatsoen nog geen ‘haat’ noemen kan. Dan heet die antipathie. Of afkeer. Of iets dergelijks.
Even goed kan dat alles best een begin van haat zijn. Dat is in ieder geval het fundament van een scheidingsmuur; een harde wand waarin, naarmate de tijd vordert, het slaan van bressen bij tijd en wijle onmogelijk lijkt.

Spreuken 26 is, naar mijn inzicht, zeker ook onder kerkmensen toepasselijk.
Graag wijs ik u in dit verband op de bekende Latijnse spreuk principiis obsta: weersta het begin, smoor het kwaad in de kiem.
Hier staan we bij een belangrijke les voor ons bestaan: wie niet meteen bij het begin van zijn boosheid een Geestelijke correctie toelaat, gaat – voordat hij het zelf beseft – een heel verkeerde kant op!

De haat van Spreuken 26 is, als u het mij vraagt, ten principale een woord van de antithese.
Hierboven noteerde ik het reeds: naar mijn overtuiging moeten wij, ook in deze tijd, gewoon laten staan wat er staat.
Afkeer, rancune, vijandschap, wrok: dat alles heet bij de Verbondsgod van het begin af aan haat. Onze God doet, als het hierom gaat, niet aan nuances. En ook niet aan eufemismen als ‘diep onbehagen’, of ‘tegenzin’, of ‘een hekel hebben aan’. Trouwens, Zijn liefde heet ook van het begin af aan liefde.
In het kader van die liefde doet Hij wonderen. Hij heeft er zelfs Zijn eniggeboren Zoon voor over gehad om Zijn kostbare kinderen te redden.
De kerk proclameert, als het hierom gaat, duidelijkheid.
De kerk verkondigt het Evangelie, kort door de bocht en zonder omwegen. En dat is geen boodschap die een beetje van God en een beetje van onszelf is.
Ziet u hoe zwart-wit dat is?

Het is die compromisloze leefomgeving waarin, bijvoorbeeld, ook de schrijver van Hebreeën 4 ons brengen wil.
Uit Hebreeën 4 citeer ik: “Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten; en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen”[4].
Juist vanwege die kracht van Gods Woord moeten we goed weten wat we doen. Dat geldt voor kerkregeerders. Het geldt ook voor gewone mensen die in de kerk zitten. Het geldt voor de auteur van dit artikel. En het geldt evenzeer voor zijn lezers. We moeten ons met het gezicht naar God toe keren. Dagelijks. Zo moet dat in de gemeenschap der heiligen.
Juist vanwege die kracht van Gods Woord moeten kinderen van God elkaar altijd weer opzoeken.
We mogen geen deuren in het slot smijten.

We mogen het, als het over Schriftuurlijke principes gaat, wel scherp zeggen. Dat wel.
Immers: steeds weer moeten we in deze woelige wereld onze Here Jezus Christus volgen.
Daarbij moet het licht van Zijn Woord schijnen. Anders wordt het wel erg moeilijk om in Zijn spoor te blijven. Zijn Woord is een lamp voor onze voet. En dat licht is feller dan neonlicht. Om met Mattheüs 12 te spreken: “Wie met Mij niet is, die is tegen Mij, en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit”.

Dat bekende spreekwoord – ‘Wie een kuil graaft…’ – komt ook voor in Psalm 7. Daar is die uitdrukking een opstapje om Gods rechtvaardigheid te loven. Leest u maar even mee:
“…de vijand scherpt opnieuw zijn zwaard,
hij spant zijn boog en legt aan,
hij richt zijn wapens om te doden,
zijn pijlen zijn schichten van vuur.
Hij draagt verderf onder het hart,
zwanger van onheil baart hij bedrog.
Hij delft een put en diept hem uit,
maar valt in de kuil die hij zelf heeft gegraven.
Het onheil keert zich tegen hem,
het geweld komt neer op zijn eigen hoofd.
Ik zal de HEER om zijn rechtvaardigheid loven,
de naam van de HEER, de Allerhoogste, bezingen”[5].

Wie een kuil graaft, zal erin vallen: die woorden uit Spreuken 26 stellen ons, als u het mij vraagt, weer eens voor de keuze: voor of tegen God. Vervoegen we ons voortdurend bij de rechtvaardige Heer van hemel en aarde, of blijven wij steken in ons eigen onrechtvaardige rommeltje?

Die keuze moet duidelijk worden in de dagelijkse dingen.
Die keuze moet duidelijk worden in ons alledaagse spraakgebruik.

Noten:
[1]
Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 30 mei 2006.
[2] Spreuken 26:24-28.
[3] H.M. Ohmann, “Spreuken; Boek van de bijbel, Spiegel van de werkelijkheid”. – Uitgeverij Woord en Wereld, 2001 (Woord en Wereld; nr. 50). – p. 29.
[4] Hebreeën 4:12 en 13.
[5] Psalm 7:13-18.

8 mei 2012

Een hemelsbreed verschil

In de kerk klinkt een stevig Evangelie. Daar wordt halfslachtigheid nooit modern.

Dat is ook heel christelijk.
In Zondag 5 kunnen we lezen: “God wil dat aan zijn gerechtigheid wordt voldaan. Daarom moeten wij òf zelf òf door een ander volkomen betalen”[1].

Men kan zeggen: dat is streng. Keihard.
Wie dat zegt, kleurt deze afdeling van de Catechismus verkeerd in.
Want de Here doet niet aan slavernij. De hemelse God laat de blijde Bóódschap verkondigen. En die Boodschap is: Ik doe niet aan een halve oplossing; Ik schenk u verlossing.
In de kerk horen we geen slap verhaal. Gods Woord bewerkt in ons leven een fundamentéle verandering.
En dat doet Hij niet alleen zo omdat Hij rechtvaardig is. Maar vooral ook omdat Hij genadig is.

Rechtvaardigheid kunnen we in onze wereld op verschillende manieren laten blijken. Bijvoorbeeld:
1.
Mensen zijn reuze rechtvaardig, maar wel met de nadruk op ‘hard’. Aanzien des persoons: dat is er niet bij. De wandaden tellen. De situatie van de betrokken persoon is niet van belang.
2.
Mensen zijn rechtvaardig op een rustige manier. Wie echt rechtvaardig wil zijn, moet er echter serieus rekening mee houden dat hij lang niet probleemloos door het leven gaat. Daarom ontbreekt niet zelden de durf om altíjd rechtvaardig te zijn.
3.
Mensen zijn rechtvaardig en zij dragen dat ook uit. Voortdurend worden pogingen gedaan om het goede in een mens naar boven te halen. Als iemand zich slecht gedraagt, krijgt hij al gauw een nieuwe kans[2].
Dat is de rechtvaardigheid van déze wereld.

In de kerk krijgt rechtvaardigheid een Góddelijk accent. Dat is de nadruk van Psalm 103:
“Zover het oosten is van het westen,
zover doet Hij onze overtredingen van ons;
gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen,
ontfermt Zich de HERE over wie Hem vrezen.
Want Hij weet, wat maaksel wij zijn,
gedachtig, dat wij stof zijn”[3].
Bij de Here is onze situatie van groot belang; Hij is niet hard en meedogenloos.
De Here weet dat het niet helpt om mensen een tweede kans te geven. Altijd vallen zij weer terug in zonde.
Daarvoor is geen oplossing. Het enige redmiddel is: vérlossing. De enige Redder is “een Middelaar die een echt en rechtvaardig mens is en toch sterker dan alle schepselen, dat wil zeggen: die tegelijk echt God is”[4].
De God van hemel en aarde haalt Zijn kinderen uit de impasse.
Hij biedt geen oplossing. Zo van: als u uw straf uitzit, mag u de maatschappij weer in. Maar pas op: u heeft wel een strafblad…
Hij biedt verlossing: de Heiland werd voor onze zonden gestraft. De zonden worden ons nu niet toegerekend. Wij mogen vrijelijk naar Hem toe gaan. In het Verbondsverkeer bestaan geen belemmeringen meer.
Wie een strafblad heeft kan niet zomaar een visum aanvragen. Of een verblijfsvergunning. Of een wapenvergunning. Zo iemand kan niet zondermeer advocaat, docent, deurwaarder, beëdigd vertaler, politieagent of notaris worden[5].
Voor verloste mensen geldt echter: de weg naar de eeuwige toekomst is vrij!

Laten we nog wat verder rond kijken in onze wereld.

In de politieke arena is ‘rechtvaardigheid’ een begrip waarmee men mensen bij elkaar brengt. Laat ik in dat verband uitlatingen citeren van François Hollande, de socialist die afgelopen zondag – 6 mei – tot president van Frankrijk gekozen werd. In het Reformatorisch Dagblad van donderdag 3 mei stond te lezen: “Hollande zei ‘een president die mensen samenbrengt’ en ‘een rechtvaardige president’ te willen zijn. Volgens hem is een rechtvaardige president nodig, omdat veel mensen zijn getroffen door de crisis. ‘Rechtvaardigheid moet in het hart van de republiek zitten’, aldus Hollande. Hij zei fiscaal en sociaal rechtvaardig beleid te willen doorvoeren”[6].
Als ik het goed zie, heeft rechtvaardigheid vandaag ook vaak met mensenrechten te maken. Daarbij is bijvoorbeeld te denken aan de kwestie rond de Chinese activist Chen Guangcheng. Deze blinde jurist is de inzet geweest van enig diplomatiek getouwtrek tussen de Verenigde Staten en China. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, orakelde dat China “de verlangens van burgers naar waardigheid en rechtvaardigheid moet beantwoorden”[7].
Goddelijke rechtvaardigheid gaat niet uit van mensenrechten, maar van barmhartigheid voor allen die in Hem geloven.
In de kerk heeft ‘rechtvaardigheid’ een àndere dimensie.
Het eerste doel van Goddelijk recht en hemelse billijkheid is niet om mensen bij elkaar te brengen. De Here toont Zich barmhartig en rechtvaardig. Zo wil Hij de luisteraars van de blijde Boodschap laten beseffen dat zij zichzelf niet kunnen redden. Gods kinderen moeten, om zo te zeggen, niet in een plat land blijven rondlopen; ze worden ertoe gedrongen om te zeggen: het moet met ons een àndere richting uit.
Ons leven wordt op een hemels niveau gebracht!

In de kerk worden we gewezen op de reddingsactie van onze Zaligmaker. De Heiland, waarover de profeet Zacharia ooit zei: “Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong”[8].
Onze Here Jezus Christus liet, in zijn lijden en sterven op aarde, zien wat Goddelijke rechtvaardigheid inhoudt. Hij was nederig, jazeker. En Hij zegevierde als onze Redder.

Rechtvaardigheid in de wereld en rechtvaardigheid in de kerk: dat is een hemelsbreed verschil!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 5, antwoord 12.
[2] Zie hiervoor http://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/6833-test-ben-jij-rechtvaardig.html .
[3] Psalm 103:12, 13 en 14.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 5, antwoord 15.
[5] Zie over het strafblad http://nl.wikipedia.org/wiki/Strafblad .
[6] Zie “Harde strijd om Franse kiezer”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 3 mei 2012, p. 1.
[7] Zie “VS en China in de clinch om Chen”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 3 mei 2012, p. 7.
[8] Zacharia 9:9.

Blog op WordPress.com.