gereformeerd leven in nederland

22 februari 2018

Opdat wij het luisteren niet verleren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is vandaag precies vijfenveertig jaar geleden.
Op donderdag 22 februari 1973 staat in het Nederlands Dagblad een nieuwsbericht waar de volgende kop boven prijkt: “Kern eredienst is: Spreek Here, want uw knecht hoort!”[1].
En daaronder staat: “Wie de prediking wegneemt, snijdt de kern uit de eredienst. Daarom mag het ‘Spreek Here, want uw knecht hoort’, nooit worden vervangen door ‘Hoor Here, want uw knecht spreekt’”.

Dat statement is afkomstig van drs. K. Deddens. Hij spreekt op de Friese ouderlingenconferentie te Leeuwarden over ‘De liturgie in onze kerken’. Voor een goed begrip der lezers: dat zijn de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).

Wie het bovenstaande beziet, zit – wat mij betreft – meteen in de moderne maatschappij van 2018.
Luisteren naar een preek is voor heel veel mensen heden ten dage reuze ingewikkeld geworden. Want ach, zo’n preek is zo eenzijdig nietwaar? Mensen willen graag meepraten. Mensen willen direct reageren op wat zij horen, of hun reacties nu doordacht zijn of niet.
Luisteren – dat werkwoord schrijven wij tegenwoordig het liefst met kleine lettertjes.

Dominee Deddens keert zich in zijn lezing “tegen de opvatting dat de waarde van de kerkdienst niet afhangt van de preek, maar dat de liturgie het fundament van de kerkdienst vormt (…).
Ook de liturgische beweging denkt in deze richting en wil zelfs het altaar weer in de kerk halen.
Maar wie dat wil, zet de klok terug.
Immers de cultus van het oude Testament werd tot een einde gebracht door onze Here Jezus Christus en Zijn Kerk heeft naar Hebreeën 8:6 een altaar in de hemel waar Hij liturg is. Die liturgie gaat niet buiten ons om (Hebreeën 12). In de kerkdienst is de Here de eerste. Hij roept!”.

Daar valt de term ‘liturgische beweging’.
Die beweging komt van oorsprong uit de Rooms-katholieke kerk. Het beginpunt ligt zo rond 1903. Paus Pius X pleit in dat jaar voor een meer actieve deelname van kerkgangers aan de kerkmuziek.
Later komen ook in andere kerken liturgische bewegingen op gang. Onder meer in de Nederlands Hervormde Kerk komt veel aandacht voor vormgeving en rituelen. De doorwerking van dat gedachtegoed kunt u terugzien in het Liedboek voor de Kerken.

Nu is attentie voor liturgie in het geheel niet verkeerd. En zingen ter ere van God is prachtig werk. Maar bij dat nadenken over de vormgeving daarvan dient Gods Woord immer het uitgangspunt te blijven.
Als dat startpunt verandert, gaan de kerkdeuren ten langen leste dicht. Gaat u maar na: de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt): dat zijn allen kerken waar het Woord Gods steeds minder vaak klinkt.

De woorden van dominee Deddens blijken ook vandaag nog zeer behartenswaardig.

Nee, het is heel vaak niet zo dat men het geloof loslaat.
Welnee.
Men richt zich op Jezus en op de omgeving, heet het. Men is vol van Jezus en omarmt de omgeving[2].
Dat klinkt modern. Bij de tijd. Solide. Sociaal. Alleen maar: het Evangelie klinkt in de kerk. Daar verzamelt de God van hemel en aarde Zijn kinderen.
Aandacht voor de buurt is prachtig. Een open oog voor de omgeving is een alleszins goede zaak. Maar mét dat al mag de kerk nooit een buurthuis-plus worden. De kerk mag nooit een warme gemeenschap-met-de-Bijbel-als-toegevoegde-waarde worden.
En dat kan zomaar gebeuren als men aan de liturgie in de kerk gaat morrelen. Voordat wij ’t weten is menselijke inbreng reuze belangrijk geworden!

Het bovenstaande heeft alles te maken met de manier waarop u en ik tegen Gods volk aan kijken. Wat is het eigene van de kerk?
Dominee Deddens wijst daar ook op. Ik citeer: “Zijn verbondsvolk verschijnt op het appèl. Het komt samen om dienst – de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord leitourgia is: dienst, het volk ten baat – te verrichten. Die verbondsdienst betekent gemeenschapsdienst, want de gemeente is de bruid van Christus. Wie de samenkomsten der gemeente dus ziet als een godsdienstig samenzijn van een aantal mensen, komt terecht bij het conventikel en de sekte. Christus roept samen door middel van ambtsdragers en al hun handelen zal steeds weer getoetst moeten worden aan de lastbrief van de Schrift. Daarom is het dwaas om te zeggen, dat er meer liturgie moet komen en minder preek. De Vader spreekt immers in Christus”.

De zo vaak gezongen Psalm 105 wijst ons op onze taak:
“Vraagt naar de HEER en naar zijn sterkte
naar Hem die al uw heil bewerkte.
Zoekt dagelijks zijn aangezicht,
gedenkt al wat Hij heeft verricht.
Slaat acht op ’t oordeel van zijn mond
en vreest Hem, volk van Gods verbond”[3].
In die laatste versregel leren wij van het karakter van de kerk is: Verbondsvolk.

Nog één citaat uit het onderwijs van dominee Deddens.
“Uit Handelingen 2 blijkt, dat men bijeen kwam om te blijven bij de leer der apostelen, het breken van het brood, de dienst der gebeden, en de dienst der barmhartigheid. Maar in de loop der eeuwen werd de Woorddienst vervangen door de offerdienst, waarbij de ambtsdrager — die niet mag worden miskend — werd overschat. Het altaar kwam centraal te staan en de prediking ging zwijgen. Dit vond zijn dieptepunt in 1215, toen de leer van de transsubstantiatie officieel werd vastgesteld. Christus geeft dus, volgens Rome, elke dag een onbloedige herhaling van Zijn offer.
Door de Reformatie ging men echter weer zien, dat er maar één Middelaar Gods en der mensen is. Het Woord des Heren kreeg weer de centrale plaats en de sacramenten zijn tekenen en zegelen. De sacramenten werden dan ook bediend na de Woorddienst en het zogenaamde ‘grote gebed’ werd ook op dat tijdstip uitgesproken. Calvijn heeft steeds de volle aandacht gevraagd voor het Woord.
Ook in later eeuwen is men niet ontkomen aan sacramentalisme zoals bijvoorbeeld in de 18e eeuw toen de prediking ontaardde in het ‘verhelderen van het verstand’ en de kerk een ‘volksvergadering zonder tucht’ werd. Bij het liturgisch réveil van plusminus 1850 in Engeland, Frankrijk en Duitsland keerde men niet terug tot het hart van de eredienst. En elke reformatie van de eredienst zal steeds weer moeten beginnen bij de reformatie van de prediking. Het Woord des levens vraagt levende woorden”.

De Gereformeerde kerk is een lezende kerk: de Schrift ligt telkenmale open.
De Gereformeerde kerk is daarnaast een kerk met een scherp gehoor. Om met Psalm 85 te spreken:
“Toon ons uw heil en goedertierenheid;
ik ben o God tot luisteren bereid”[4]!

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, donderdag 22 februari 1973, p. 4.
[2] Zie hierover bijvoorbeeld: “Afscheid van een kerkherplanter”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 17 februari 2018, p. 11. In dat artikel gaat het over de Gereformeerd-vrijgemaakte Veenhartkerk te Mijdrecht.
[3] Psalm 105:3, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 85:2, Gereformeerd Kerkboek-1986.

26 juli 2017

Rome en reformatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Het schijnt dat de verschillen tussen Rome en de Reformatie zijn opgeheven. Enkele weken geleden stond dat in de krant.
Het geschilpunt tussen Rooms-katholieken en protestanten bestaat niet meer.
Hoera…???

Dat samengaan van Rome de en de reformatie komt overigens niet plotsklaps uit de lucht vallen. In 1990 werd al vastgesteld dat het geschil neerkwam op misverstanden over formuleringen en het foutief interpreteren van diverse denklijnen[1].

In de officiële gemeenschappelijke verklaring van de Lutherse Wereldfederatie en de Rooms-katholieke Kerk uit 1999 staat te lezen: “De twee dialoogpartners hebben zich verbonden om de studie van de bijbelse grondslagen van de leer van de rechtvaardiging voort te zetten en te verdiepen. Zij zullen bovendien zoeken naar een uitvoeriger gemeenschappelijk verstaan van de leer van de rechtvaardiging, dat verder gaat dan datgene wat in de Gemeenschappelijke Verklaring en de aangehechte stavende verklaring is behandeld.
Uitgaande van de bereikte consensus is voortzetting van de dialoog vereist in het bijzonder over de punten, die vooral zijn genoemd in de Gemeenschappelijke Verklaring zelf (…) als punten die een verdere verduidelijking nodig hebben om te komen tot de volledige gemeenschap tussen de kerken, een eenheid in verscheidenheid, waarin resterende verschillen zouden worden ‘verzoend’ en niet langer een verdeeldheid zaaiende kracht hebben. Lutheranen en [Rooms-]katholieken zullen hun pogingen voortzetten oecumenisch in hun gemeenschappelijk getuigen de boodschap van de rechtvaardiging te vertalen in woorden, die relevant zijn voor mensen van vandaag, en verband houden met zowel de individuele als de maatschappelijke interesse van onze tijd”[2].

Zou het intussen werkelijk wezen dat ook Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis na gaan spreken?
U weet wel: “Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[3].
Gaan de Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis naspreken? Ik geloof er niets van.

De vraag is natuurlijk: wie of wat is er dan veranderd?
Professor dr. H. van den Belt, bijzonder hoogleraar Gereformeerde godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt: “De diepgaande verschillen kun je niet afdoen als accentverschillen of wegverklaren met een verwijzing naar de toenmalige historische context of naar wederzijdse karikaturen. Als protestanten geneigd zijn om die verschillen te relativeren, is dat meestal een symptoom dat erop wijst dat de toe-eigening van de genade door het geloof alleen en de toerekening van de gerechtigheid van Christus bij die protestanten zelf wordt gerelativeerd”[4].
Daar hebben wij een belangrijk punt te pakken: veel mensen de zichzelf gereformeerd noemen hebben zoveel ingeleverd dat zelfs de Reformatie van 1517 onnodig was. Met de kennis van nu althans.

Er was eens een rooms-katholiek die zei: “Hiermee zitten we in het hart van het grote mysterie dat uiteindelijk helaas een conflict is geworden: het grote geheim van de menselijke vrijheid en Gods genadewerk. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, blijft een mysterie. Daarbij heeft de Katholieke Kerk echter – net als de eerste reformatoren trouwens – altijd volgehouden dat de genade inderdaad voorafgaat. Als ik geloof, is dat een verdienste van mij, maar dat is het uit genade Gods. Het is genade Gods én de menselijke medewerking, maar de genade is altijd eerst. Uit eigen kracht kan geen mens geloven”[5].
Ziet u wat daar staat?
Het is genade Gods én de menselijke medewerking”.

Bij de Rooms-katholieken komt er altijd iets of iemand bij.
Het is Schrift en traditie.
Het is genade en verdienste.
Het is Christus en roomse heiligen.

Hoe is het mogelijk dat vele Gereformeerden anno Domini 2017 wel akkoord kunnen gaan  met de genade Gods in combinatie met de menselijke medewerking?
Een predikant schreef daar eens over: “…niet het geloofsgehoor naar de Schrift als Gods Woord staat centraal, maar uiteindelijk het horen naar jezelf en je bestaan waarin je God kunt vinden. Deze lijnen zien we doorlopen naar de postmoderne mens en geloofsbeleving vandaag. We kunnen dat bijvoorbeeld zien in allerlei kerken waar steeds meer evangelische invloeden op te merken zijn. Hoeveel evangelische en opwekkingsliederen zijn er juist op gericht dat de mens zichzelf leert begrijpen, dat hij innerlijk bewogen raakt”[6].
Bij heel wat Nederlandse christenen komt er ook iets of iemand bij.
Het is Christus en de mens.
Het is Gods genade en menselijke bewogenheid.
Het is begrip van God en het doorgronden van de mens.

Rome en de Reformatie hebben elkaar, zo zegt men, eindelijk gevonden.
Maar nee, een hoeraatje is er voor mij niet bij.
Worden Rooms-katholieken eensklaps Gereformeerd? Nee, daar geloof ik niets van.

Laten wij, Gereformeerden van 2017, het maar houden bij de belijdenis van de Dordtse Leerregels:
“De kruisdood van Gods Zoon is het enige offer en de volledige betaling voor de zonde. De kracht en de waarde ervan zijn oneindig en daarom is deze dood meer dan genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen”[7].
En:
“De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen het evangelie zendt, moet zonder onderscheid deze belofte openlijk verkondigd worden met het bevel zich te bekeren en te geloven”[8].
En:
“Maar allen die echt geloven en door Christus’ dood van zonde en ondergang bevrijd en behouden worden, ontvangen deze weldaad alleen op grond van Gods genade. Deze genade, die God aan niemand verschuldigd is, heeft Hij hun in Christus van eeuwigheid gegeven”[9].

Noten:
[1] Zie https://www.nd.nl/nieuws/geloof/rome-en-reformatie-zijn-het-eens-wat-nu.2729118.lynkx ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[2] Geciteerd van http://www.oecumene.nl/files/Documenten/Eindtekst_Gemeenschappelijke_Verklaring_Rechtvaardigingsleer.pdf ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[4] “Onderscheid rechtvaardiging en heiliging onopgeefbaar”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 5 juli 2017, p. 2.
[5] Geciteerd van https://www.eo.nl/magazines/visie/artikel-detail/rome-en-reformatie-geding-om-gods-genade/ ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[6] De predikant in kwestie is ds. M. Dijkstra, op dit moment predikant van De Gereformeerde Kerken te Mariënberg en te Emmen/Assen. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1563 ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 3.
[8] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 5.
[9] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 7.

21 juli 2017

Kerkbouw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Onlangs kwam ik in een oud nummer van het Nederlands Dagblad een intrigerende kop tegen. Het was deze: “Christus’ kerkbouwend werk in deze wereld”.
Die kop stond boven een artikel in de rubriek ‘Voor de zieken’. Dat artikel werd geschreven door de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant M. Janssens (1899-1992)[1].

De dominee noteerde dingen die het ook vandaag waard zijn om te overdenken.
“De kerk: dat zijn wij”, zeggen de mensen.
“De kerk: dat ben jij”, roept het gepeupel, in een vertwijfelde poging de kerk dichterbij te brengen[2].
Dat Christus Zijn kerk bouwt, dat wordt niet vaak meer gezegd.
Het is daarom de moeite waard om enige aandacht te besteden aan het artikel van dominee Janssens.

Ik citeer:
“De Zoon van God gaat de wereld over. Door Zijn Woord en Geest gaat Hij voort overwinnende en om te overwinnen. Hij gaat naar alle windstreken der aarde.
Ook ging Hij naar de plaats waar U woont en werkt of op het ziekbed ligt.
Hij begon al direct na de verdrijving van de eerste mensen (die werkelijk naar Gods eigen Woord bestaan hebben) uit de hof van Eden. En Hij is er mee doorgegaan tot vandaag, en zal er mee doorgaan totdat de laatste door de Vader Hem gegevene zal zijn toegebracht. Daar kan niemand iets aan veranderen. Dat kan zelfs de satan niet stuiten, ook al roept hij al zijn duivelen te wapen.
Hij bouwt maar, Hij vergadert maar. Hij haalt zijn bouwstoffen overal vandaan. Uit ons land. Uit Brazilië, uit Curacao, uit Zuid-Afrika, uit West-Irian…”.

Wij lezen verder:
“Er is bij de Heere geen rassendiscriminatie. Daar weet de Heere niet van en daar wil de Heilige Geest niet van weten en daar mag de kerk dus ook niet van willen weten. Alle soorten mensen vergadert Hij tot Zijn kerk. Zo wordt het een schoon gebouw, een bewijs van de veelkleurige wijsheid Gods”.

Gereformeerden in Nederland hebben soms teveel de neiging kerken in het buitenland argwanend te bekijken. Zijn zij wel Gereformeerd genoeg? Hanteren zij dezelfde belijdenisgeschriften als wij? En zo niet, waarom dan niet?
Hoe gerechtvaardigd dergelijke vragen ook kunnen zijn, laten wij nooit vergeten dat de Here met Zijn kinderen in diverse delen van de wereld ook heel verschillende wegen gaat!

De kerk is geen club van familie of vrienden, schrijft dominee Janssens.
“De kerk is geen organisatie van gelijkgezinden, maar een vergadering van gelovigen in onze Heere Jezus Christus. De apostel Paulus zegt ook: één Heere, één geloof, één doop. Een geloof betekent hier: één geloofsinhoud. De kerk is geen mengsel van uiteenlopende geloofsinhouden maar van het enige heilige geloof waar van Judas zegt dat we er met alle kracht voor hebben te strijden”.

De kerk is derhalve geen organisatie die een groepscode gebruikt. Het ene gezin is het andere niet. Kerklid A. kan een heel andere insteek hebben als kerklid B, terwijl kerklid C. het weer heel anders aanpakt.
Dat geeft niet.
Zolang voor hen allen maar geldt: één Heere, één geloof, één doop!

En verder:
“En hier ligt dan ook de oorzaak van wat men veelal kerkscheuring noemt.
Ik zou hier liever spreken van kerkzuivering of kerkreformatie.
Kerkscheuring zou ik liever noemen het uiteengaan om bij-oorzaken, om persoonlijke zaken, om eergevoel of wat dan ook, om zaken dus die met de belijdenis, met die geloofsinhoud niet te maken hebben”.

Dominee Janssens legt hier de vinger bij een belangrijke kwestie.
Het gaat er om dat wij ons tot de Here bekeren.
Hoe vaak hebben de profeten daar niet toe opgeroepen? En het resultaat? Ach, het was vaak bedroevend.
Denkt u maar aan een Schriftgedeelte als Jeremia 35: “Ik zond tot u vroeg en laat al Mijn dienaren, de profeten, om te zeggen: Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg, en beter uw daden, ga geen andere goden achterna om die te dienen. Dan zult u in het land blijven dat Ik u en uw vaderen gegeven heb. Maar u hebt uw oor niet geneigd en naar Mij niet geluisterd”[3].
En aan Zacharia 1: “Wees niet als uw vaderen, tot wie de vroegere profeten gepredikt hebben: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Bekeer u toch van uw slechte wegen en van uw slechte daden. Maar zij luisterden niet en sloegen geen acht op Mij, spreekt de HEERE”[4].
De kwestie is in eerste instantie niet: wij moeten ons naar elkaar toe keren.
Nee, het punt is: wij moeten ons naar God toe keren; dan komt de kerkelijke gemeenschap als vanzelf.
Weg dus met de bij-oorzaken!
Weg met dat eergevoel!

Wij moeten met het gezicht naar God gaan staan.
En moeten wij verder dan nog van alles doen?
Nee.
De Heilige Geest gaat aan het werk. Leest u maar mee in 2 Corinthiërs 3: “Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt”[5].

“De Zoon van God gaat de wereld over”, schrijft dominee Janssens.
Dat doet Hij in 2017 nog altijd.
Laten wij het maar blijven geloven: Christus bouwt Zijn kerk!

Noten:
[1] In: Nederlands Dagblad, vrijdag 16 juni 1972, p. 4. Te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie bijvoorbeeld http://www.hofpleinkerk.nl/actueel/nieuws/bericht:de-kerk-dat-zijn-wij.htm ; geraadpleegd op zaterdag 3 juni 2017.
[3] Jeremia 35:15.
[4] Zacharia 1:4.
[5] 2 Corinthiërs 3:18.

29 juni 2017

Vrome veteranen?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Onlangs belde een oudere vriend van ons. Hij is een lezer van deze weblog. ‘Je probeert ons nog steeds over te halen’, zei hij grinnikend. ‘Maar ach, er is overal wel wat’.

U begrijpt: het ging over de kerk. En over datgene wat er met betrekking tot de kerk op deze blog geschreven wordt.

Nu begrijp ik wel een beetje hoe mijn vriend er tegenaan kijkt.
Hij is een gelovige en goedwillende zeventiger.
Iemand die in zijn leven, in zijn gezin en in zijn werk al heel wat heeft meegemaakt.
Mijn vriend wil Gereformeerd blijven. Zonder opsmuk. Zonder poespas.

‘Jij schrijft nog zoals het vroeger was’, zei mijn vriend.
Daar ben ik blij om.
Blijf lezen, zou ik zeggen.

Toch bevredigt mij het bovenstaande niet helemaal.
Vaak denk ik aan mijn grootouders.
En aan mijn ouders.
Dat zij zich in de jaren ’40 van de vorige eeuw vrijmaakten deden zij niet voor de lol.
Dat deden zij, omdat zij heel duidelijk zagen wat er aan de hand was. Dat deden zij omdat zij boos waren over wat er, met name  in de prediking, werd gezegd of gesuggereerd.
Maar makkelijk was dat niet. Zeker niet.

Net zo min als het vandaag makkelijk is.
Voor veel mensen is de kerkelijke situatie vandaag wat minder duidelijk.
Dat komt onder meer door de leervrijheid die er vandaag vaak is. Als u progressief wilt wezen, is dat prima. Als u wat conservatiever bent uitgevallen is dat ook goed.
Er is niemand die u daarop aanvalt. Als u er een goed verhaal bij hebt, wordt dat al snel geaccepteerd. Men bewondert dat ook – u staat tenminste ergens voor!

Maar het is juist dat kiezen dat soms zo zwaar valt.
Want ach, overal is wat voor en wat tegen. Het is niet allemaal zwart of wit. Er zijn ook vijftig tinten grijs. Of misschien zestig. Je weet nooit.

Afgelopen zaterdag, 24 juni, was het veteranendag. U weet het vast wel: “De dag is een eerbetoon aan alle Nederlandse veteranen, waarbij erkenning en waardering voor hen centraal staat”[1].
Die veteranendag brengt mij vandaag tot de vraag: moet u een kerkelijke veteraan wezen om Gereformeerd te blijven? Een klerikale vechtjas? Een vrome vuurvreter?

In dit verband vraag ik vandaag uw aandacht voor Richteren 18.

De situatie in dat hoofdstuk is dat de stam Dan naar een nieuw grondgebied zoekt. De hele stam verhuist van het zuiden naar het verre noorden.
Een exegeet schrijft: “De reden voor de migratie is dat de Danieten grondgebied zoeken om zich te vestigen, want dit is hun nog niet toegevallen (…). Dit betekent niet dat het nog niet zou zijn toegewezen. Dit is wel gebeurd: hun gebied ligt tussen Juda en Efraïm, ten westen van Benjamin (…) Het is echter nooit in bezit genomen. De poging van de Danieten om het toegewezen grondgebied te veroveren op de Amorieten is grotendeels mislukt, waarna ze zelf zijn verjaagd (…). Ze zoeken een oplossing”[2].
Het ware zo mooi geweest als een door God aangestelde koning in deze zaak had kunnen rechtspreken. Maar nee, er is geen koning in Israël.
En daarom neemt men het recht in eigen hand.
En vervolgens gaat het van kwaad tot erger.

Ik citeer nu het laatste deel van Richteren 18.
“Zij hadden dus meegenomen wat Micha had gemaakt, alsook de ​priester​ die hij had gehad, en kwamen in Laïs, bij een rustig en onbezorgd volk, en zij sloegen hen met de scherpte van het ​zwaard. En de stad verbrandden zij met vuur.
En er was niemand die hen redde, want het lag ver van Sidon vandaan en zij hadden niets met andere mensen van doen. Het lag in het dal dat bij Beth-Rechob ligt. Daarna herbouwden zij de stad en gingen er wonen.
Zij gaven de stad de naam Dan, naar de naam van hun vader Dan, die een zoon van Israël was. Vroeger was de naam van de stad echter Laïs.
En de Danieten richtten het gesneden beeld voor zich op. En Jonathan, de zoon van Gersom, de zoon van Manasse, hij en zijn zonen, waren ​priesters​ voor de ​stam​ van de Danieten, tot op de dag dat het land in ballingschap werd gevoerd.
Zo richtten zij het gesneden beeld voor zich op dat Micha gemaakt had, al de dagen dat het ​huis​ van God in Silo was”[3].

Wat is de sfeer in Richteren 18, en in de Schriftgedeelten er om heen?
Die exegeet van hierboven noteert: “De wetteloosheid in Richteren 17 lijkt in Richteren 18 overtroffen te worden met nog grotere wetteloosheid. Een zilverdiefstal binnen één gezin, iets wat de dief wil terugdraaien, leidt tot afgoderij en diefstal door een hele stam van hetzelfde zilver in de vorm van een godenbeeld. Een priester verwijst een stam niet naar het toegewezen grondgebied, maar de stam brandt op maximale afstand daarvandaan een grondgebied naar keuze af. De spiraal van wetteloosheid en kwaad wordt uitdrukkelijk verbonden aan de afwezigheid van een koning. Zonder koning, zonder gezag en geestelijke orde, geldt de wet van de sterkste. Zonder koning dreigen anarchie en godsdienstig verval en het einde is nog niet in zicht, zoals blijkt uit de laatste episode in het boek”.

Waarom vraag ik uw aandacht voor Richteren 18?
Dat is niet omdat ik alle zoekende gelovigen als goddelozen wil afschilderen. Zeker niet.
Het gaat me er om dat we in dit gedeelte van de Heilige Schrift zo duidelijk een spiraal naar beneden zien.

Die spiraal kunnen u en ik, als wij goed kijken, altijd in de kerk zien.
Om met mijn vriend te spreken: er is overal wel wat.
Maar als het Woord van God losgelaten wordt, gaat de afdaling supersnel. En ik weet het zeker: mijn vriend is een der eersten om dat toe te geven.

Saillant detail in Richteren 18 is dat de Danieten zelf op zoek gaan naar een nieuw grondgebied. Ze willen zichzelf redden.
Wat dat betreft zijn de Danieten reuze modern.
Maar als mensen zichzelf willen redden gaat het fout.
Dan is deformatie zomaar aan de orde van de dag.

Nu kunnen we zeggen: reformeren is niet iets voor oude mensen.
Mag ik daar een beetje besmuikt om grinniken?
In De Gereformeerde Kerk Groningen werd laatst mededeling gedaan van de onttrekking van een echtpaar. Hij is 63, zij 62 jaar. Op dezelfde dag stelden twee echtparen zich onder opzicht en tucht van de kerkenraad. Het ene echtpaar is jong. Hij is 30, zij is 23. Het andere echtpaar is een stuk ouder; hij is 86 en zij 85.
Daarmee wil ik maar zeggen dat reformeren niet een kwestie van leeftijd is. Het is een kwestie van het toepassen van Gods Woord, ook als het om de kerkkeuze gaat.

Het gaat er niet om dat u een veteraan bent.
Daarmee bedoel ik in dit verband: iemand die al veel heeft meegemaakt in de kerk. Iemand die al jaren meedraait. Een oudgediende.
Het gaat er wel om dat u doet wat God van u vraagt. En dat kan ook betekenen dat u van kerkplek verandert.

‘Je probeert ons nog steeds over te halen’, zei mijn vriend.
En ja, dat zal wel zo óverkomen.
Maar de bedoeling is dat ik menselijke redeneringen steeds zal toetsen aan Gods Woord.
Aan Gods kinderen is dat wel besteed.
Hoop ik.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_Veteranendag ; geraadpleegd op vrijdag 9 juni 2017.
[2] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Richteren 18.
[3] Richteren 18:27-31.

31 mei 2017

De essentie van reformatie

‘Refo moet aan infuus van reformatie’. Aldus een grote kop in het Reformatorisch Dagblad[1].

Daaronder is onder meer het volgende te lezen.
“Protestanten, rooms-katholieken, dopers. Hoe krijg je die verschillende stromingen bij elkaar?” Antwoord: “door een authentieke vroomheid, geworteld in Christus”.
“Ik denk dat dé tegenstelling tegenwoordig niet tussen rooms-katholiek en protestant is, maar tussen orthodox-Bijbels en vrijzinnig”.
Dat wordt gezegd bij de presentatie van een publicatie van dr. K. van der Zwaag. Twee dikke banden zijn het. ‘Reformatie vandaag’ heet het lijvige werk[2].

Neem mij niet kwalijk – de boven geciteerde uitspraken lees ik met een zweem van een glimlach rond mijn lippen.
Als u dit artikel gelezen hebt begrijpt u waarschijnlijk wel waarom.

Reformatorischen moeten reformeren.

Wie zijn die reformatorischen eigenlijk?
Daarover schreef ik al eens: “…de aanduiding ‘reformatorischen’ staat voor een ratjetoe.
Wanneer we spreken over reformatorischen hebben we soms te maken met mensen die redeneren vanuit hun eigen bevindelijkheid en beleving. Anderen kijken wat anders tegen leer en leven aan.
Bij sommigen lijkt de traditie bijna heilig te zijn. Anderen veroorloven zich in veel dingen een wat meer hedendaagse aanpak.
Bij reformatorischen zien we, als het om wereldmijding gaat, nogal wat gradaties. De verschillen komen, bijvoorbeeld, naar voren in het gebruik van internet en e-mail binnen gezinnen en scholen.
Bij reformatorischen is, naar mijn idee, het kerkbesef niet zo groot. Als de kerk wél reuze belangrijk was zou men – naar mijn oordeel – meer werk maken van kerkelijke eenheid”[3].
Welnu, al die verschillende reformatorischen moeten zich reformeren.
Dat klinkt heel deftig.
Maar het is zo logisch als wat.
Wij kennen toch die spreuk ‘Ecclesia reformata semper reformanda’? Dat wil zeggen: de kerk die gereformeerd is moet steeds weer gereformeerd worden.
Laat ik het zo mogen zeggen: wie echt bij de Verbondsgod hoort en zich aan Hem toevertrouwt, moet zich telkens weer naar Hem toe keren. Er is bekering nodig.
En laten we ’t maar zuiver stellen: zondige mensen moeten zich allemaal bekeren.

Er is vroomheid nodig. Totale toewijding dus[4].
Over vroomheid heb ik wel vaker geschreven. Ik gaf bijvoorbeeld eens de navolgende verduidelijking:
“Vroom in de zin van Job 1; u weet wel: ‘Er was in het land Uz een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad’.
Vroom in de zin van Lucas 2; u weet wel: ‘En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de heilige Geest was op hem’.
Vroom in de zin van Lucas 8; u weet wel: ‘Dat zaad in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding’.
Vroom in de zin van Titus 1; u weet wel: ‘Want een opziener moet onberispelijk zijn als een beheerder van het huis Gods (…) gastvrij, met liefde voor wat goed is, bezadigd, rechtvaardig, vroom, ingetogen, zich houdende aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen’.
Vroomheid is niet wetenschappelijk te meten. Vroomheid kent geen objectieve maatstaven. Vroomheid is geen kwestie van keurige statistiekjes. Vroomheid komt dichtbij, het is een zaak van het alledaagse leven”[5].
Ik schreef ook:
“Hoe kunnen we echte vroomheid herkennen?
Wat mij betreft luidt één van de antwoorden die op deze vraag mogelijk is als volgt: vroomheid herken je aan de bereidheid om over de uitverkiezing te spreken.
Heel veel mensen hebben, als ik het zo zeggen mag, heel vrome praat over zich. Maar zodra je vraagt: ‘bent u uitverkoren?’ schuift er een wolk voor de zon. ‘Dat weet ik nog zo net niet hoor…’. Aarzelingen zijn troef. Plotsklaps zweven er allerlei vraagtekens in de lucht.
Toch is het goed om te beseffen dat vroomheid begint met het feit dat de Here heeft gezegd: ‘Ik heb Mij aan u verbonden, u bent van Mij’[6].
Vroomheid moet, zo wordt gesteld, authentiek zijn.
Zoals die dus vroeger was. Zoals die in zijn meest originele vorm bestond.
Vroomheid heeft ook het aspect van betrouwbaarheid in zich. Aan de vroomheid hangt, om zo te zeggen, een certificaat van echtheid[7].
Laten we samen echter vaststellen dat onechte vroomheid niet bestaat. Met andere woorden: vroomheid die niet authentiek is komt in de buurt van toneelspel. Zo simpel ligt dat.

Orthodox-Bijbels.
Dat is: aan de Heilige Schrift vasthoudend. Heel wat mensen menen dat orthodoxie een zekere starheid met zich meebrengt. Maar dat is niet waar.
Wij mogen met een gerust hart concluderen dat onorthodox-Bijbels niet bestaat.
Zou er trouwens iets tegen wezen om de tegenstelling te vereenvoudigen tot Schriftuurlijk en on-Schriftuurlijk? Daar wordt het, denk ik, allemaal wel wat makkelijker van.

Van der Zwaag zegt: “Ik denk dat dé tegenstelling tegenwoordig niet tussen rooms-katholiek en protestant is”.
Van der Zwaag heeft gelijk als hij stelt dat die tegenstelling anno 2017 niet meer zo scherp is aangezet.
Maar we moeten ons geen oren laten aannaaien.
Want wat is de betekenis van de eucharistie? “Het sacrament van de eucharistie is rijk aan betekenis. Wanneer de priester het grote dankgebed uitspreekt met daarin de woorden die Jezus bij het laatste avondmaal heeft gezegd, worden door de kracht van die woorden en door de heilige Geest het brood en de wijn ‘geconsacreerd’: ze veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus, zonder dat dat zichtbaar is. Ook wordt het kruisoffer van Jezus opnieuw tegenwoordig gesteld, maar nu op een bloedeloze manier. Daardoor krijgen mensen in het heden opnieuw deel aan Christus’ verlossende werk”[8].
Als u het mij vraagt is de hiervoor gegeven betekenis gewoon on-Schriftuurlijk.
De eucharistie lijkt wel vroom, maar het is het niet.
De eucharistie ziet er heel authentiek uit, maar is het niet.

Nu is het niet mijn bedoeling om een publicatie van bijna 1700 pagina’s in één artikel af te doen.
Maar ik wil wel verschillende typeringen terugbrengen tot de kern:
* reformatorisch
* authentiek
* vroom
* orthodox-Bijbels
* de on-Schriftuurlijke leer der Rooms-katholieken.
Dat gedaan hebbende kan, wat mij betreft, ronduit worden gezegd: soms leidt geleerdheid tot aanduidingen die er heel statig uit zien, maar in de grond van de zaak kunnen worden herleid tot een eenvoudige tweedeling: voor of tegen Christus.

Terug naar Christus en Zijn Woord: dat is de essentie van reformatie. Ook vandaag.

Noten:
[1] Reformatorisch Dagblad, woensdag 11 mei 2017, p. 2 en 3.
[2] De gegevens van deze publicatie zijn: Klaas van der Zwaag, “Reformatie vandaag. 500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit”. – Apeldoorn: Uitgeverij De Banier, 2017. – twee banden, respectievelijk 876 en 823 p.
[3] Ik citeer uit mijn artikel ‘Evangelisch-reformatorisch’, hier gepubliceerd op woensdag 27 juni 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/06/27/evangelisch-reformatorisch/ .
[4] Zie de definitie op https://www.woordenboeken.nu/betekenis/nl/vroomheid ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.
[5] Zie mijn artikel ‘De taak van Gereformeerde theologen’, hier gepubliceerd op woensdag 26 juni 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/06/26/de-taak-van-geref-theologen/ .
[6] Zie mijn artikel ‘Niet bij vrome momenten alleen’, hier gepubliceerd op woensdag 17 juli 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/07/17/niet-bij-vrome-momenten-alleen/ .
[7] Zie de definitie op https://www.woordenboeken.nu/betekenis/nl/authentiek ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.
[8] Geciteerd van http://www.venstersopkatholiekgeloven.nl/hoofdartikelen/viering-van-de-eucharistie/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.

22 mei 2017

Gezond leven

Binnen de Evangelische Kirche in Deutschland is een brochure verschenen over de actuele betekenis van de Reformatie in 1517[1].
Het Nederlands Dagblad berichtte erover. En wel als volgt:
“De protestantse Duitse volkskerk (EKD) heeft een brochure opgesteld waarin ze de actuele betekenis van de in 1517 begonnen Reformatie samenvat en bij de tijd brengt.
De brochure, die ook in het Engels is vertaald, is afgelopen week gepresenteerd en kent als slogan een vers uit Paulus’ brief aan Titus (hoofdstuk 2, vers 12). De slogan legt de nadruk op christelijke navolging: leef bezonnen, rechtvaardig en vroom.
(…)
Wanneer de brochure de betekenis ervan naar nu doortrekt, wordt benadrukt dat geloof een gave van God is. Geloof volgt niet uit het handhaven van kerkelijke doctrines, rituele handelingen of morele opvattingen, zo wordt geschreven. En zo worden tot slot de Duitsers, die dit jaar op Hervormingsdag 31 oktober vrij zijn, opgeroepen genadig en gastvrij te zijn, en om zelfkritisch en oecumenisch de Reformatie te vieren”[2].

De brochure wijst op een tekst uit Titus 2.
Ik citeer de tekst in zijn verband:
“Want de zaligmakende ​genade​ van God is verschenen aan alle mensen,
en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, ​rechtvaardig​ en godvruchtig te leven,
terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus”[3].

Het is alleszins de moeite waard om de bovenstaande woorden wat nader te overdenken.

Die tekst begint met het woord ‘want’. Paulus gaat dus een goede reden geven voor een christelijk leven.
Welke reden is dat?

In het voorgaande schrijft hij over christelijke levenswandel. Daarbij is ‘gezond’ een centraal woord.
“Wijs hen daarom streng terecht, opdat zij gezond zullen zijn in het geloof”[4].
“Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past. De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de ​liefde, in de volharding”[5].
En:
“spreek een gezond woord, boven alle kritiek verheven, zodat de tegenstander beschaamd zal staan en niets kwaads van u te zeggen heeft”[6].
Het geloof geeft energie. De leer over Jezus Christus maakt mensen levenslustig. Het Evangelie geeft kracht om liefdevol met de mensen in onze omgeving om te gaan. Het perspectief dat Gods Woord biedt, ontwikkelt bij gelovige mensen doorzettingsvermogen om het geloof levend te houden, ook bij tegenslagen.

Wilt u van dat laatste een voorbeeld?
In het Nederlands Dagblad stond onlangs een bericht over een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant die om gezondheidsredenen met emeritaat is gegaan. Zijn afscheidspreek draaide om het thema ‘de mens wikt, maar God beschikt’.
Ik citeer uit de weergave van de afscheidspreek van de dominee: “In 2007 stonden Mieke en ik klaar om opnieuw naar Zuid-Afrika te gaan. De nood was hoog. Het zendingsteam riep ons. We waren er nodig. Ons ticket was zelfs al geboekt, op 10 augustus.
Op 10 augustus lag ik op de operatietafel in het UMC Utrecht. Een hersentumor. Zuid-Afrika? Ik dacht ’t niet, zei de Geest. Nee, nog niet.
In april 2008 mochten we alsnog gaan. Niet in mijn kracht of bouwend op jarenlange ervaring. Als zwakke mens met parkinson. De genade van God, die is pas sterk!
Probeer het maar. Volgen zonder vragen. In jouw unieke situatie. Ambtsdrager of gemeentelid. Homo of hetero. Getrouwd of single. Gezond of ziek. Laat je leiden”[7].
De dominee die dit heeft gezegd, is ziek. En toch is hij, in zekere zin, gezond!

Maar wat is nu precies de goede reden voor ons christelijk leven?
Dat is deze: Gereformeerd leven doen wij in het perspectief van de hemel. Paulus spreekt immers over zaligmakende genade.
Mensen die zich voortdurend reformeren bereiden zich op een heerlijk hemelleven voor. Dat betekent dat zij allerlei dingen van deze wereld links laten liggen. En als ze wel van mensen en dingen uit de wereld gebruik maken, dan doen zij dat met mate. Met al die mensen en dingen gaan zij, als het even kan, verstandig om.
Zij staan in goede verhouding tot hun medemensen.
Zij kennen hun eigen grenzen.

Ingetogen leven wordt in deze wereld steeds moeilijker. Alles moet uitbundig. Je moet zo nu en dan flink uit je dak kunnen gaan. Het leven moet een feestje wezen. Smile and enjoy, roept men ons toe.
Gereformeerden leven gematigd. Kalm. Enigszins terughoudend zelfs.
Weet u waarom?
Omdat zij weten dat Christus terugkomt op de wolken.
Paulus schrijft dat de genade van God te zien is voor alle mensen. Het leven van alle wereldburgers komt nu in een heel ander licht te staan. Iedereen kan de glans van het nieuwe leven zien, midden in deze wereld.
Welnu, Johannes schrijft in Openbaring 1 dat iedereen Christus’ terugkomst zal zien. Leest u maar mee: “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen ​rouw​ over Hem bedrijven. Ja, ​amen.
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige”[8].

Geloof is niet: keurig leven volgens diverse kerkelijke regeltjes.
Geloof is niet: elke zondag netjes een dichtgetimmerde liturgie afwerken.
Geloof is niet: netjes leven volgens een groepscode die vastligt, en die nimmer verandert.
Zeker niet!
Geloof is: energiek leven om ons aan God te geven. Wandelend met Hem, omdat Hij ons heeft liefgehad. Met Hem is het begonnen.
Hij is het Einde. Maar met Hem eindigt ons leven nooit.
Dat vooruitzicht houdt ons gezond. Ook al zijn wij ziek.

Noten:
[1] De gegevens van deze brochure zijn: “Das Reformationsjubiläum 2017 feiern”. – Hannover: Evangelische Kirche in Deutschland, 2017. –  40 p. Te downloaden via http://www.ekd.de .
[2] “Duitse kerk actualiseert Reformatie”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 2 mei 2017, p. 7.
[3] Titus 2:11, 12 en 13.
[4] Titus 1:13.
[5] Titus 2:1 en 2.
[6] Titus 2:8.
[7] “Boosheid om gedwongen vertrek dominee”. In: Nederlands Dagblad, maandag 1 mei 2017, p. 7 (rubriek: Kerk – Blogs en bladen).  Zie hiervoor ook https://boereninbergen.wordpress.com/2017/04/23/volgen-zonder-vragen/ ; geraadpleegd op dinsdag 2 mei 2017. De predikant in kwestie is T. de Boer, tot voor kort predikant te Bergen op Zoom.
[8] Openbaring 1:7 en 8.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.