gereformeerd leven in nederland

4 augustus 2021

Zij stromen samen…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In het huis van God gaat het om het kerkvergaderend werk van de Here. Hij verzamelt Zijn kinderen en brengt ze bij elkaar. Dr. A. Kuyper was er in de tijd van de Doleantie al duidelijk over: “Niemand mag veracht of buitengesloten. Geen klauw mag achterblijven!” Slechts de belijdenis “mag saâmvergaderende macht wezen, en waar die belijdenis op de lippen en in het leven is, daar hooren we, wat ook dusverre ons scheidde, daar hooren we onlosmakelijk saâm. Daar en daar alleen is de kerke onzes Heeren”1.
De oproep ‘Gereformeerden, verenigt u!’ laat niets aan duidelijkheid te wensen over.

Die oproep is ook vandaag actueel. En het is wellicht bekend: door De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) wordt aan vereniging gewerkt. In een in december 2019 door de GKN gepubliceerd document worden de volgende fundamentele notities geschreven:
“a. Alle gelovigen zijn geroepen de eenheid van de kerk te onderhouden (onder anderen artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis)
b. Met de wederzijds uitgesproken herkenning zijn er geen fundamentele gronden die het samen gaan in één kerkverband in de weg staan en het voortzetten van de gesprekken tussen beide kerkverbanden verhinderen
c. In de gemeente van Christus behoort alles in goede orde te gebeuren (onder anderen artikel 1 van de Gereformeerde kerkorde).
d. Naast veel wat overeenkomt zijn er inhoudelijk en organisatorisch ook zaken in de praktijk van beide kerkverbanden, die van elkaar verschillen. Over deze zaken zullen afspraken moeten worden gemaakt om te komen tot een samenleven in één kerkverband.
e. In een aantal kerken in beide kerkverbanden liggen moeiten en pijnpunten vanwege ervaren aangedaan onrecht. Aan zeer dat er ligt en door broeders en zusters wordt meegedragen mag niet voorbij worden gegaan”2.

Met name de twee laatstgenoemde punten vragen nog veel aandacht.
Een aantal praktische zaken heeft soms ook een Schriftuurlijke achtergrond. En zegt u nu zelf: zodra Gods Woord in beeld komt is zorgvuldig werken en nauwkeurig luisteren van het hoogste belang.
Moeiten en pijnpunten zijn er zeker. En die zullen er altijd blijven. De kunst is om die te benoemen, maar vervolgens ook in gezamenlijkheid het moment te kiezen waarop men zeggen kan: ‘We houden erover op’.
Hier is een woord uit Spreuken 17 van toepassing:
“Wie de overtreding toedekt, zoekt liefde,
maar wie de zaak weer oprakelt, maakt scheiding tussen de beste vrienden”.
Dat betekent dus niet dat velen zich mokkend en mopperend terugtrekken in hun hok. Integendeel. Als het goed is willen mensen elkaar vergeven.
De Here Jezus Christus leert de kerk bidden, en zegt er meteen wat bij: “Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen. Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven”.
Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven”. Jezus spreekt in één adem door. Wie leert bidden moet meteen leren vergeven.
De apostel Paulus schrijft in Colossenzen 3: “Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen”4. Zo kunnen moeiten en pijnpunten echt worden verzacht!

Als de vereniging van Gereformeerde kerken voltooid is, is dat geen eindpunt. Waarom niet?
Die vraag kunnen we beantwoorden door de Gereformeerd-vrijgemaakte dr. W.G. de Vries (1926-2006) aan het woord te laten.
Het gaat, merkte De Vries eens op, in de kerk niet alleen om prediking en vroom vermaan. “Er moet ook op worden toegezien dat, door het persoonlijk aandringen van het Woord, door persoonlijke vermaningen en het uitoefenen van de kerkelijke tucht, gehóór gegeven wordt aan Gods Woord. De vrucht daarvan is, dat er een zichtbare gemeenschap ontstaat in verband met het Avondmaal dat als tafel des Heren heilig moet worden gehouden door de kerkelijke tucht. De taak van de prediking wordt immers niet slechts vervuld, wanneer de leer alleen maar geformuleerd wordt; daarom is aan het ambt meteen verbonden het recht en de plicht van opzicht en tucht. Het is niet voldoende dat de kerk Gods Woord ‘heeft’, ze dient het ook in ere te houden, want het kan niet zonder vrucht blijven”5.

Als de vereniging van Gereformeerde kerken voltooid is blijft er dus werk aan de winkel. Altijd weer moet de kerk gereformeerd worden. Steeds weer is er bekering nodig. Want Gereformeerden zijn gewone mensen; zij hebben voortdurend de neiging om met de rug naar God toe te gaan staan.

Laten wij bidden om doorgaande reformatie. Dan hebben wij alle recht om Psalm 68 te blijven zingen:
“O Israël, u dankt uw macht
alleen aan God, die u gedacht;
blijf Hem dan ook gedenken.
Heer, toon uw kracht, houd ons in stand,
dan brengen U van elke kant
de koningen geschenken.
Zij stromen samen van alom,
want, Here, naar uw heiligdom
gaat uit hun sterk verlangen.
Ter wille van uw tempel, Heer,
brengt U Jeruzalem tot eer,
daar zult U lof ontvangen”6.

Noten:
1 Geciteerd via: D. Deddens en M. te Velde (red.), “Vereniging in wederkeer – opstellen over de Vereniging van 1892”. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 1992. – p. 32.
2 Geciteerd van https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2021/07/4.02-Gesprek-DGK-GKN.pdf ; geraadpleegd op donderdag 29 juli 2021.
3 Spreuken 17:9.
4 In deze alinea citeer ik Mattheüs 6:9-15 en Colossenzen 3:13.
5 In deze alinea citeer ik: W.G. de Vries, “De kerk: pijler of puinhoop?” – Ermelo: Uitgeverij Woord en Wereld, 1989 [serie: Woord en Wereld; 9]. – p. 25.
6 Psalm 68:11 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

14 mei 2021

Voortbouwen op het bestaande fundament

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er zijn tijden geweest dat men in de kerk vaak sprak over ’doorgaande reformatie‘. Dat betekent: in alle situaties van het leven funderen wij onze keuzes en beslissingen op Gods Woord.
Het is goed om dat begrip weer eens naar voren te halen1.

Reformeren heeft iets van een zoektocht.
Wat vraagt de Here van ons?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Knoop (1891-1974) schreef eens: wij moeten terug naar de Schrift. Hij formuleerde dat indertijd als volgt: “… de reformatie der kerk roept tegelijkertijd en onmiddellijk om de reformatie van heel het leven. Haar consequenties moeten onderzocht, en zoo ze gevonden zijn, ook aanvaard en toegepast worden. Zeker, niet altijd is het ons direct duidelijk waar er, noch ook in welk opzicht er in de samenlevingsverbanden van Woordverlating, en dus van deformatie, sprake is. Daar zijn allerlei oorzaken voor, die ik nu niet bespreken kan. In elk geval staat dit wel vast dat we, om dat te kunnen zien, altijd weer en altijd meer terug moeten naar de Schrift. Zonder ophouden hebben wij ons geloovig-biddend in haar te verdiepen. Wie dat geloovig en biddend doet, die krijgt, naar Gods beloften, te doen met het wonder der Schrift. En dat wonder der Schrift is, dat er dan poorten opengestooten worden, waardoor we licht hebben en al meer licht verkrijgen. Want dan opent zich Gods Woord. En de opening van Gods Woord geeft licht. En dat wonder der Schrift is, dat dan de dingen transparant, doorzichtig worden, zoodat hun werkelijkheid zich aan ons ontsluit. Maar dan leeren we ook zien den weg, dien we hebben te gaan”2.

Waar moeten we dus de antwoorden zoeken op de vragen waarmee dit artikel begint? Antwoord: in Gods Woord. Er is één gulden regel. Die luidt: als wij in Gods Woord studeren ontvangen wij meer duidelijkheid over de wereld om ons heen en over onze eigen manier van doen.
Er worden grote lijnen zichtbaar.
Wij ontdekken waar het naar toe moet met ons leven.

Een belangrijk kenmerk van doorgaande reformatie is dat de kennis van de historie van kerk en wereld wordt verbonden met de actualiteit van de dag.
In een herdenkingsboek over de Vrijmaking schreef prof. dr. J. Kamphuis (1921-2011) eens: “…tegelijk leefde sterk het bewustzijn dat met de gereformeerde theologen van vroeger tijd en van de vorige eeuw niet het laatste woord was gezegd. Er kwamen nieuwe vraagstellingen in een nieuwe tijd. Vraagstellingen, die serieus genomen moesten worden en waarbij men niet meer uitkwam met vroegere arbeid. Daarvan werden ook, juist in het kader van nieuwe vraagstellingen, zwakke plekken zichtbaar“.
Er mag en moet antwoord gegeven worden op de vragen die wij voelen opkomen als we vandaag de kranten lezen. Er is reactie nodig op de zaken die heden ten dage in de samenleving spelen.
Daar is durf voor nodig. Gevraagd: mensen met lef!
Natuurlijk, telkens als wij in actie komen worden er ook fouten gemaakt. Misschien taxeren wij sommige dingen geheel verkeerd. Dat kan best gebeuren. Echter, dergelijke gebreken moeten ons niet mistroostig maken. Wij gaan toch altijd weer terug naar de Bijbel? A. Janse (1890-1960), eertijds een bekend publicist in de Gereformeerde wereld die in het dagelijks leven hoofdonderwijzer was in het Zeeuwse Biggekerke, noemde dat “reformatorisch wederkeerend spreken“3.
In onze vraagstellingen krijgt de Heilige Schrift het eerste en het laatste woord.

Daarom moeten we, als wij nadenken over doorgaande reformatie, ook niet het idee koesteren dat er iets nieuws gaat gebeuren.
Er wordt slechts voortgebouwd op zaken die in het verleden reeds werden opgebouwd.
Laat het duidelijk wezen: met doorgaande reformatie is er niets nieuws onder de zon. Het is gewoon Gereformeerd.

Nu het over deze dingen gaat, mogen wij elkaar wijzen op woorden uit Deuteronomium 30: “Hij zal u goeddoen en u talrijker maken dan uw vaderen“4.
Gods kinderen worden talrijk gemaakt, zei Mozes. Wellicht hebben wij thans de neiging om te protesteren: jaja, hoezo talrijk? Is de kerk feitelijk niet heel klein, momenteel? Hoeveel Gereformeerden zijn er eigenlijk nog in Nederland?
Ach – laten wij maar niet te klein denken van Gods werk. Hij is wereldwijd actief. Wij kunnen niet overzien waar Zijn Geest nijvere arbeid verricht. De Hebreeënschrijver formuleert zelfs onbekommerd: “En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, zo zal ook Christus, Die eenmaal geofferd is om de zonden van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder zonde gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid“5. Er zijn blijkbaar heel wat mensen die Hem verwachten! De Heiland redt ontelbaar veel mensen!

Mozes zegt in Deuteronomium 30 meer. Bijvoorbeeld dit: “De HEERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nageslacht besnijden, om de HEERE, uw God, lief te hebben met heel uw hart en met heel uw ziel, zodat u leven zult“6. Met andere woorden: het is de Here God Zélf die Zijn Woord zorgzaam in onze harten legt. Hij geeft ons een hart dat voor Hem open staat. Hij geeft ons een luisterend oor.

In Deuteronomium 30 wordt ook duidelijk dat het een kwestie van leven of dood is. De Here zegt tegen mensen die Hij uitverkoren heeft, dat ze echt een keuze moeten maken: “Ik roep heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u: het leven en de dood heb ik u voorgehouden, de zegen en de vloek! Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht…“7.
Onze God geeft grote verantwoordelijkheden aan Zijn kinderen.
“Ik roep heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u“, proclameert Mozes. Dat betekent ten diepste: de hele schepping kijkt toe hoe de kerk leeft. Jan en alleman kijkt toe om te zien hoe Gods kinderen kiezen, en wat dat dan voor gevolgen heeft.
Vandaag lijkt er op dat punt weinig te zijn veranderd. Gereformeerde mensen zijn er weinig meer. Maar er wordt nog steeds naar hen gekeken. Ach ja – als die Gereformeerden zo strikt willen leven, vooruit dan maar. Maar ja, wat kun je er nou mee? En we zien het de mensen bijna denken: heeft het nog wel zin om zo rechtlijnig Gereformeerd te doen?
Zeker, dat heeft zin.
Want Christus is gekomen. Hij heeft voor ons aan het kruis geleden.
De Here God heeft ons Zijn Woord gegeven. En Hij zegt ook op vrijdag 14 mei 2021: mensen, kies het leven!

Vroeger waren er de profeten en de Oudtestamentische middelaars.
Vandaag zijn er ambtsdragers die tot taak hebben om het Woord uit te leggen en in de huizen tot gelding te brengen.
En we mogen elkaar verder helpen, het leven in.
Het is, wat dit betreft, van belang om Openbaring 2 scherp voor ogen te houden: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat“8.

De beloften die in dat Schriftgedeelte worden gedaan zijn nog altijd geldig.
Zelfs voor ootmoedige gelovigen in kleine kerkjes in de lage landen bij de zee.

Noten:
1 Dit artikel is gebaseerd op (het laatste deel van) de lezing ’Van reformatie tot overwinning‘. De lezing werd door mij te Emmen gehouden op vrijdag 19 september 2008.
2 Ds. H. Knoop, “Om den voortgang der Reformatie”; openingsartikel in het Maandblad van de Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag, jaargang 1, oktober 1946. Opgenomen in: “Er staat geschreven… er is geschied – jubileumbundel van de Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag, uitgegeven ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Bond”, © 1986. – p. 10.
3 J. Kamphuis, “Voortgaande reformatie”. In: D. Deddens en M. te Velde (red.), “Vrijmaking – Wederkeer; vijftig jaar Vrijmaking in beeld gebracht 1944-1994”. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 1994. – p. 117-127. Citaten van p. 121.
4 Deuteronomium 30:5 b.
5 Hebreeën 9:27 en 28.
6 Deuteronomium 30:6.
7 Deuteronomium 30:19.
8 Openbaring 2:7.

31 oktober 2019

Agur roept om reformatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag is het Hervormingsdag. Maarten Luther publiceerde op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-Katholieke Kerk; dat is vandaag 502 jaar geleden. Uiteindelijk leidde het protest van Luther tot de Reformatie; hij brak met de kerk in Rome.

Waar gaat het op Hervormingsdag ten diepste om?
Antwoord: “Het Woord – zij zullen ’t laten staan
wat zij ook ondernemen”[1].
Met andere woorden: men moet zeer zorgvuldig met Gods Woord omgaan. Of ook: laat staan wat er staat, en verkondig – op basis van de Bijbel – geen dingen die nergens in Gods Woord te vinden zijn.

Om het met Spreuken 30 te zeggen:
“Voeg niets toe aan Zijn woorden, anders zal Hij u straffen,
omdat u een leugenaar zou blijken te zijn”[2].

Dat zijn woorden van Agur.
Over Agur, en over zijn werk werd op deze internetpagina reeds eerder geschreven. Als volgt.

“Wie is Agur? Dat weten we niet precies. Sommige uitleggers menen dat het Salomo is. Anderen zeggen dat het een broer van Lemuël betreft. U weet wel: Lemuël, de man die in Spreuken 31 wordt vermeld.
De naam Agur betekent: verzameld. Is het de schuilnaam voor de opsteller van deze spreuken?
Wie hij ook is: wij mogen ons door hem laten onderwijzen.
Agur laat een godsspraak horen.
Het Hebreeuwse woord dat voor ‘godsspraak’ wordt gebruikt, duidt op onderwijs van de Here Zelf. Hetzelfde woord zien wij terug in 2 Koningen 9: ‘Toen zei Jehu tegen Bidkar, zijn officier: Pak hem op en werp hem op het stuk land van Naboth uit Jizreël. Want denk eraan dat, toen ik en u naast elkaar achter zijn vader ​Achab​ reden, de HEERE deze ​profetie​ over hem uitsprak: Zo waar als ik gisteravond het ​bloed​ van Naboth en het ​bloed​ van zijn zonen gezien heb, spreekt de HEERE, zal Ik u dat op dit stuk land vergelden, spreekt de HEERE. Nu dan, pak hem op en werp hem op dat stuk land, overeenkomstig het woord van de HEERE . Dat is een dreigement dat in opdracht van de Here wordt uitgesproken”[3].
Het woord ‘profetie’ kan ook worden vertaald als ‘last’.
Kortom – Agur geeft op last van Zijn Opdrachtgever Goddelijk onderwijs.

Agur vraagt om een Godsdienstig en evenwichtig leven. Een leven waarin eerlijkheid hoog in het vaandel staat. Een leven zonder rijkdom; hij mocht eens gaan denken dat hij zich wel zonder God kan redden. Een leven waarin geen armoede is; anders gaat hij wellicht stelen, en dat gaat tegen Gods wet in.

Door het onderwijs van de Here heeft Agur een helder inzicht verkregen in de menselijke psyche.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die – als het even kan – niets met hun familie te maken willen hebben.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die vinden dat zij het in ’t leven prima doen. Zulke mensen worden mét de dag arroganter.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die op allerlei gebieden zo hard zijn dat zij anderen totaal kapot maken. Zulke mensen zijn in staat mensen tot de grond toe af te branden.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die altijd maar némen – zij zuigen andere mensen uit. Zij willen meer personeel meer geld, meer macht… als het maar veel is.
Er zijn, zo zegt hij, heel wat dingen in de wereld die wij niet begrijpen.
Er is, zo zegt hij, ontrouw in het huwelijk. Er is corruptie, onrechtvaardigheid en verdorvenheid.
De natuur om hem heen? Agur vindt die, in één woord, prachtig. Maar om nou alle bewegingen en processen in de schepping te volgen… – nee, dat is geen doen.

Te midden van al dat aards gewoel houdt Agur staande: “Voeg niets toe aan Zijn woorden”. In een ingewikkelde wereld heb je aan Gods Woord genoeg. Meer Goddelijks is niet nodig. Met de Bijbel kunnen wij ’t prima doen.

Agur roept om een ommekeer.
In een wereld met miljoenen vluchtelingen zegt Agur ook vandaag: verkijk u niet op al die migranten; zij laten ons zien hoe groot onze zonde is!
In een wereld waarin dagelijks schier oeverloos wordt gediscussieerd in talkshows op radio en televisie zegt Agur ook vandaag: sluit u maar af voor de wereldse woordenvloed, concentreer u simpelweg op het Woord van uw God.
In een wereld waarin men zich druk maakt om salarissen van werkers in de zorg en van onderwijzend personeel zegt Agur ook vandaag: zoek uw rijkdom bij God en Zijn Woord.
In een wispelturige wereld waarin de Amerikaanse president Trump sancties aan Turkije oplegt en vervolgens net zo hard weer intrekt, zegt Agur ook vandaag: Gods Woord is onveranderlijk; schuil maar bij Vader!

Het staat nog altijd in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Het is verboden aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen (…). Daaruit blijkt duidelijk dat wat daarin geleerd wordt, volmaakt en in alle opzichten volledig is”[4].

Te midden van al het aards gedruis wordt anno Domini 2019 nog altijd Agurs oproep tot reformatie gehoord.
Laten wij God danken.

Noten:
[1] Dit zijn de eerste twee regels van Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Spreuken 30:6.
[3] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘Vertrouwend vragen’, hier gepubliceerd op maandag 25 juli 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/07/25/vertrouwend-vragen/ . Het citaat uit 2 Koningen 9 werd in het aangehaalde artikel weergegeven in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951. In dit stuk werd de Herziene Statenvertaling gebruikt.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.

22 februari 2018

Opdat wij het luisteren niet verleren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is vandaag precies vijfenveertig jaar geleden.
Op donderdag 22 februari 1973 staat in het Nederlands Dagblad een nieuwsbericht waar de volgende kop boven prijkt: “Kern eredienst is: Spreek Here, want uw knecht hoort!”[1].
En daaronder staat: “Wie de prediking wegneemt, snijdt de kern uit de eredienst. Daarom mag het ‘Spreek Here, want uw knecht hoort’, nooit worden vervangen door ‘Hoor Here, want uw knecht spreekt’”.

Dat statement is afkomstig van drs. K. Deddens. Hij spreekt op de Friese ouderlingenconferentie te Leeuwarden over ‘De liturgie in onze kerken’. Voor een goed begrip der lezers: dat zijn de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).

Wie het bovenstaande beziet, zit – wat mij betreft – meteen in de moderne maatschappij van 2018.
Luisteren naar een preek is voor heel veel mensen heden ten dage reuze ingewikkeld geworden. Want ach, zo’n preek is zo eenzijdig nietwaar? Mensen willen graag meepraten. Mensen willen direct reageren op wat zij horen, of hun reacties nu doordacht zijn of niet.
Luisteren – dat werkwoord schrijven wij tegenwoordig het liefst met kleine lettertjes.

Dominee Deddens keert zich in zijn lezing “tegen de opvatting dat de waarde van de kerkdienst niet afhangt van de preek, maar dat de liturgie het fundament van de kerkdienst vormt (…).
Ook de liturgische beweging denkt in deze richting en wil zelfs het altaar weer in de kerk halen.
Maar wie dat wil, zet de klok terug.
Immers de cultus van het oude Testament werd tot een einde gebracht door onze Here Jezus Christus en Zijn Kerk heeft naar Hebreeën 8:6 een altaar in de hemel waar Hij liturg is. Die liturgie gaat niet buiten ons om (Hebreeën 12). In de kerkdienst is de Here de eerste. Hij roept!”.

Daar valt de term ‘liturgische beweging’.
Die beweging komt van oorsprong uit de Rooms-katholieke kerk. Het beginpunt ligt zo rond 1903. Paus Pius X pleit in dat jaar voor een meer actieve deelname van kerkgangers aan de kerkmuziek.
Later komen ook in andere kerken liturgische bewegingen op gang. Onder meer in de Nederlands Hervormde Kerk komt veel aandacht voor vormgeving en rituelen. De doorwerking van dat gedachtegoed kunt u terugzien in het Liedboek voor de Kerken.

Nu is attentie voor liturgie in het geheel niet verkeerd. En zingen ter ere van God is prachtig werk. Maar bij dat nadenken over de vormgeving daarvan dient Gods Woord immer het uitgangspunt te blijven.
Als dat startpunt verandert, gaan de kerkdeuren ten langen leste dicht. Gaat u maar na: de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt): dat zijn allen kerken waar het Woord Gods steeds minder vaak klinkt.

De woorden van dominee Deddens blijken ook vandaag nog zeer behartenswaardig.

Nee, het is heel vaak niet zo dat men het geloof loslaat.
Welnee.
Men richt zich op Jezus en op de omgeving, heet het. Men is vol van Jezus en omarmt de omgeving[2].
Dat klinkt modern. Bij de tijd. Solide. Sociaal. Alleen maar: het Evangelie klinkt in de kerk. Daar verzamelt de God van hemel en aarde Zijn kinderen.
Aandacht voor de buurt is prachtig. Een open oog voor de omgeving is een alleszins goede zaak. Maar mét dat al mag de kerk nooit een buurthuis-plus worden. De kerk mag nooit een warme gemeenschap-met-de-Bijbel-als-toegevoegde-waarde worden.
En dat kan zomaar gebeuren als men aan de liturgie in de kerk gaat morrelen. Voordat wij ’t weten is menselijke inbreng reuze belangrijk geworden!

Het bovenstaande heeft alles te maken met de manier waarop u en ik tegen Gods volk aan kijken. Wat is het eigene van de kerk?
Dominee Deddens wijst daar ook op. Ik citeer: “Zijn verbondsvolk verschijnt op het appèl. Het komt samen om dienst – de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord leitourgia is: dienst, het volk ten baat – te verrichten. Die verbondsdienst betekent gemeenschapsdienst, want de gemeente is de bruid van Christus. Wie de samenkomsten der gemeente dus ziet als een godsdienstig samenzijn van een aantal mensen, komt terecht bij het conventikel en de sekte. Christus roept samen door middel van ambtsdragers en al hun handelen zal steeds weer getoetst moeten worden aan de lastbrief van de Schrift. Daarom is het dwaas om te zeggen, dat er meer liturgie moet komen en minder preek. De Vader spreekt immers in Christus”.

De zo vaak gezongen Psalm 105 wijst ons op onze taak:
“Vraagt naar de HEER en naar zijn sterkte
naar Hem die al uw heil bewerkte.
Zoekt dagelijks zijn aangezicht,
gedenkt al wat Hij heeft verricht.
Slaat acht op ’t oordeel van zijn mond
en vreest Hem, volk van Gods verbond”[3].
In die laatste versregel leren wij van het karakter van de kerk is: Verbondsvolk.

Nog één citaat uit het onderwijs van dominee Deddens.
“Uit Handelingen 2 blijkt, dat men bijeen kwam om te blijven bij de leer der apostelen, het breken van het brood, de dienst der gebeden, en de dienst der barmhartigheid. Maar in de loop der eeuwen werd de Woorddienst vervangen door de offerdienst, waarbij de ambtsdrager — die niet mag worden miskend — werd overschat. Het altaar kwam centraal te staan en de prediking ging zwijgen. Dit vond zijn dieptepunt in 1215, toen de leer van de transsubstantiatie officieel werd vastgesteld. Christus geeft dus, volgens Rome, elke dag een onbloedige herhaling van Zijn offer.
Door de Reformatie ging men echter weer zien, dat er maar één Middelaar Gods en der mensen is. Het Woord des Heren kreeg weer de centrale plaats en de sacramenten zijn tekenen en zegelen. De sacramenten werden dan ook bediend na de Woorddienst en het zogenaamde ‘grote gebed’ werd ook op dat tijdstip uitgesproken. Calvijn heeft steeds de volle aandacht gevraagd voor het Woord.
Ook in later eeuwen is men niet ontkomen aan sacramentalisme zoals bijvoorbeeld in de 18e eeuw toen de prediking ontaardde in het ‘verhelderen van het verstand’ en de kerk een ‘volksvergadering zonder tucht’ werd. Bij het liturgisch réveil van plusminus 1850 in Engeland, Frankrijk en Duitsland keerde men niet terug tot het hart van de eredienst. En elke reformatie van de eredienst zal steeds weer moeten beginnen bij de reformatie van de prediking. Het Woord des levens vraagt levende woorden”.

De Gereformeerde kerk is een lezende kerk: de Schrift ligt telkenmale open.
De Gereformeerde kerk is daarnaast een kerk met een scherp gehoor. Om met Psalm 85 te spreken:
“Toon ons uw heil en goedertierenheid;
ik ben o God tot luisteren bereid”[4]!

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, donderdag 22 februari 1973, p. 4.
[2] Zie hierover bijvoorbeeld: “Afscheid van een kerkherplanter”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 17 februari 2018, p. 11. In dat artikel gaat het over de Gereformeerd-vrijgemaakte Veenhartkerk te Mijdrecht.
[3] Psalm 105:3, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 85:2, Gereformeerd Kerkboek-1986.

26 juli 2017

Rome en reformatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Het schijnt dat de verschillen tussen Rome en de Reformatie zijn opgeheven. Enkele weken geleden stond dat in de krant.
Het geschilpunt tussen Rooms-katholieken en protestanten bestaat niet meer.
Hoera…???

Dat samengaan van Rome de en de reformatie komt overigens niet plotsklaps uit de lucht vallen. In 1990 werd al vastgesteld dat het geschil neerkwam op misverstanden over formuleringen en het foutief interpreteren van diverse denklijnen[1].

In de officiële gemeenschappelijke verklaring van de Lutherse Wereldfederatie en de Rooms-katholieke Kerk uit 1999 staat te lezen: “De twee dialoogpartners hebben zich verbonden om de studie van de bijbelse grondslagen van de leer van de rechtvaardiging voort te zetten en te verdiepen. Zij zullen bovendien zoeken naar een uitvoeriger gemeenschappelijk verstaan van de leer van de rechtvaardiging, dat verder gaat dan datgene wat in de Gemeenschappelijke Verklaring en de aangehechte stavende verklaring is behandeld.
Uitgaande van de bereikte consensus is voortzetting van de dialoog vereist in het bijzonder over de punten, die vooral zijn genoemd in de Gemeenschappelijke Verklaring zelf (…) als punten die een verdere verduidelijking nodig hebben om te komen tot de volledige gemeenschap tussen de kerken, een eenheid in verscheidenheid, waarin resterende verschillen zouden worden ‘verzoend’ en niet langer een verdeeldheid zaaiende kracht hebben. Lutheranen en [Rooms-]katholieken zullen hun pogingen voortzetten oecumenisch in hun gemeenschappelijk getuigen de boodschap van de rechtvaardiging te vertalen in woorden, die relevant zijn voor mensen van vandaag, en verband houden met zowel de individuele als de maatschappelijke interesse van onze tijd”[2].

Zou het intussen werkelijk wezen dat ook Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis na gaan spreken?
U weet wel: “Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[3].
Gaan de Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis naspreken? Ik geloof er niets van.

De vraag is natuurlijk: wie of wat is er dan veranderd?
Professor dr. H. van den Belt, bijzonder hoogleraar Gereformeerde godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt: “De diepgaande verschillen kun je niet afdoen als accentverschillen of wegverklaren met een verwijzing naar de toenmalige historische context of naar wederzijdse karikaturen. Als protestanten geneigd zijn om die verschillen te relativeren, is dat meestal een symptoom dat erop wijst dat de toe-eigening van de genade door het geloof alleen en de toerekening van de gerechtigheid van Christus bij die protestanten zelf wordt gerelativeerd”[4].
Daar hebben wij een belangrijk punt te pakken: veel mensen de zichzelf gereformeerd noemen hebben zoveel ingeleverd dat zelfs de Reformatie van 1517 onnodig was. Met de kennis van nu althans.

Er was eens een rooms-katholiek die zei: “Hiermee zitten we in het hart van het grote mysterie dat uiteindelijk helaas een conflict is geworden: het grote geheim van de menselijke vrijheid en Gods genadewerk. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, blijft een mysterie. Daarbij heeft de Katholieke Kerk echter – net als de eerste reformatoren trouwens – altijd volgehouden dat de genade inderdaad voorafgaat. Als ik geloof, is dat een verdienste van mij, maar dat is het uit genade Gods. Het is genade Gods én de menselijke medewerking, maar de genade is altijd eerst. Uit eigen kracht kan geen mens geloven”[5].
Ziet u wat daar staat?
Het is genade Gods én de menselijke medewerking”.

Bij de Rooms-katholieken komt er altijd iets of iemand bij.
Het is Schrift en traditie.
Het is genade en verdienste.
Het is Christus en roomse heiligen.

Hoe is het mogelijk dat vele Gereformeerden anno Domini 2017 wel akkoord kunnen gaan  met de genade Gods in combinatie met de menselijke medewerking?
Een predikant schreef daar eens over: “…niet het geloofsgehoor naar de Schrift als Gods Woord staat centraal, maar uiteindelijk het horen naar jezelf en je bestaan waarin je God kunt vinden. Deze lijnen zien we doorlopen naar de postmoderne mens en geloofsbeleving vandaag. We kunnen dat bijvoorbeeld zien in allerlei kerken waar steeds meer evangelische invloeden op te merken zijn. Hoeveel evangelische en opwekkingsliederen zijn er juist op gericht dat de mens zichzelf leert begrijpen, dat hij innerlijk bewogen raakt”[6].
Bij heel wat Nederlandse christenen komt er ook iets of iemand bij.
Het is Christus en de mens.
Het is Gods genade en menselijke bewogenheid.
Het is begrip van God en het doorgronden van de mens.

Rome en de Reformatie hebben elkaar, zo zegt men, eindelijk gevonden.
Maar nee, een hoeraatje is er voor mij niet bij.
Worden Rooms-katholieken eensklaps Gereformeerd? Nee, daar geloof ik niets van.

Laten wij, Gereformeerden van 2017, het maar houden bij de belijdenis van de Dordtse Leerregels:
“De kruisdood van Gods Zoon is het enige offer en de volledige betaling voor de zonde. De kracht en de waarde ervan zijn oneindig en daarom is deze dood meer dan genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen”[7].
En:
“De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen het evangelie zendt, moet zonder onderscheid deze belofte openlijk verkondigd worden met het bevel zich te bekeren en te geloven”[8].
En:
“Maar allen die echt geloven en door Christus’ dood van zonde en ondergang bevrijd en behouden worden, ontvangen deze weldaad alleen op grond van Gods genade. Deze genade, die God aan niemand verschuldigd is, heeft Hij hun in Christus van eeuwigheid gegeven”[9].

Noten:
[1] Zie https://www.nd.nl/nieuws/geloof/rome-en-reformatie-zijn-het-eens-wat-nu.2729118.lynkx ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[2] Geciteerd van http://www.oecumene.nl/files/Documenten/Eindtekst_Gemeenschappelijke_Verklaring_Rechtvaardigingsleer.pdf ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[4] “Onderscheid rechtvaardiging en heiliging onopgeefbaar”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 5 juli 2017, p. 2.
[5] Geciteerd van https://www.eo.nl/magazines/visie/artikel-detail/rome-en-reformatie-geding-om-gods-genade/ ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[6] De predikant in kwestie is ds. M. Dijkstra, op dit moment predikant van De Gereformeerde Kerken te Mariënberg en te Emmen/Assen. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1563 ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 3.
[8] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 5.
[9] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 7.

21 juli 2017

Kerkbouw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Onlangs kwam ik in een oud nummer van het Nederlands Dagblad een intrigerende kop tegen. Het was deze: “Christus’ kerkbouwend werk in deze wereld”.
Die kop stond boven een artikel in de rubriek ‘Voor de zieken’. Dat artikel werd geschreven door de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant M. Janssens (1899-1992)[1].

De dominee noteerde dingen die het ook vandaag waard zijn om te overdenken.
“De kerk: dat zijn wij”, zeggen de mensen.
“De kerk: dat ben jij”, roept het gepeupel, in een vertwijfelde poging de kerk dichterbij te brengen[2].
Dat Christus Zijn kerk bouwt, dat wordt niet vaak meer gezegd.
Het is daarom de moeite waard om enige aandacht te besteden aan het artikel van dominee Janssens.

Ik citeer:
“De Zoon van God gaat de wereld over. Door Zijn Woord en Geest gaat Hij voort overwinnende en om te overwinnen. Hij gaat naar alle windstreken der aarde.
Ook ging Hij naar de plaats waar U woont en werkt of op het ziekbed ligt.
Hij begon al direct na de verdrijving van de eerste mensen (die werkelijk naar Gods eigen Woord bestaan hebben) uit de hof van Eden. En Hij is er mee doorgegaan tot vandaag, en zal er mee doorgaan totdat de laatste door de Vader Hem gegevene zal zijn toegebracht. Daar kan niemand iets aan veranderen. Dat kan zelfs de satan niet stuiten, ook al roept hij al zijn duivelen te wapen.
Hij bouwt maar, Hij vergadert maar. Hij haalt zijn bouwstoffen overal vandaan. Uit ons land. Uit Brazilië, uit Curacao, uit Zuid-Afrika, uit West-Irian…”.

Wij lezen verder:
“Er is bij de Heere geen rassendiscriminatie. Daar weet de Heere niet van en daar wil de Heilige Geest niet van weten en daar mag de kerk dus ook niet van willen weten. Alle soorten mensen vergadert Hij tot Zijn kerk. Zo wordt het een schoon gebouw, een bewijs van de veelkleurige wijsheid Gods”.

Gereformeerden in Nederland hebben soms teveel de neiging kerken in het buitenland argwanend te bekijken. Zijn zij wel Gereformeerd genoeg? Hanteren zij dezelfde belijdenisgeschriften als wij? En zo niet, waarom dan niet?
Hoe gerechtvaardigd dergelijke vragen ook kunnen zijn, laten wij nooit vergeten dat de Here met Zijn kinderen in diverse delen van de wereld ook heel verschillende wegen gaat!

De kerk is geen club van familie of vrienden, schrijft dominee Janssens.
“De kerk is geen organisatie van gelijkgezinden, maar een vergadering van gelovigen in onze Heere Jezus Christus. De apostel Paulus zegt ook: één Heere, één geloof, één doop. Een geloof betekent hier: één geloofsinhoud. De kerk is geen mengsel van uiteenlopende geloofsinhouden maar van het enige heilige geloof waar van Judas zegt dat we er met alle kracht voor hebben te strijden”.

De kerk is derhalve geen organisatie die een groepscode gebruikt. Het ene gezin is het andere niet. Kerklid A. kan een heel andere insteek hebben als kerklid B, terwijl kerklid C. het weer heel anders aanpakt.
Dat geeft niet.
Zolang voor hen allen maar geldt: één Heere, één geloof, één doop!

En verder:
“En hier ligt dan ook de oorzaak van wat men veelal kerkscheuring noemt.
Ik zou hier liever spreken van kerkzuivering of kerkreformatie.
Kerkscheuring zou ik liever noemen het uiteengaan om bij-oorzaken, om persoonlijke zaken, om eergevoel of wat dan ook, om zaken dus die met de belijdenis, met die geloofsinhoud niet te maken hebben”.

Dominee Janssens legt hier de vinger bij een belangrijke kwestie.
Het gaat er om dat wij ons tot de Here bekeren.
Hoe vaak hebben de profeten daar niet toe opgeroepen? En het resultaat? Ach, het was vaak bedroevend.
Denkt u maar aan een Schriftgedeelte als Jeremia 35: “Ik zond tot u vroeg en laat al Mijn dienaren, de profeten, om te zeggen: Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg, en beter uw daden, ga geen andere goden achterna om die te dienen. Dan zult u in het land blijven dat Ik u en uw vaderen gegeven heb. Maar u hebt uw oor niet geneigd en naar Mij niet geluisterd”[3].
En aan Zacharia 1: “Wees niet als uw vaderen, tot wie de vroegere profeten gepredikt hebben: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Bekeer u toch van uw slechte wegen en van uw slechte daden. Maar zij luisterden niet en sloegen geen acht op Mij, spreekt de HEERE”[4].
De kwestie is in eerste instantie niet: wij moeten ons naar elkaar toe keren.
Nee, het punt is: wij moeten ons naar God toe keren; dan komt de kerkelijke gemeenschap als vanzelf.
Weg dus met de bij-oorzaken!
Weg met dat eergevoel!

Wij moeten met het gezicht naar God gaan staan.
En moeten wij verder dan nog van alles doen?
Nee.
De Heilige Geest gaat aan het werk. Leest u maar mee in 2 Corinthiërs 3: “Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt”[5].

“De Zoon van God gaat de wereld over”, schrijft dominee Janssens.
Dat doet Hij in 2017 nog altijd.
Laten wij het maar blijven geloven: Christus bouwt Zijn kerk!

Noten:
[1] In: Nederlands Dagblad, vrijdag 16 juni 1972, p. 4. Te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie bijvoorbeeld http://www.hofpleinkerk.nl/actueel/nieuws/bericht:de-kerk-dat-zijn-wij.htm ; geraadpleegd op zaterdag 3 juni 2017.
[3] Jeremia 35:15.
[4] Zacharia 1:4.
[5] 2 Corinthiërs 3:18.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.