gereformeerd leven in nederland

8 juni 2017

Met eigen ogen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Over het calvinistisch arbeidsethos werd in het verleden nog wel eens wat lacherig gedaan.
Cultuurmandaat? Ach, dat was een typisch christelijk woord.

Welnu, laten christenen zich, als het hier om gaat, nergens voor schamen.
In december 2016 verscheen namelijk een boek met de titel ‘Reformatorische meisjes en honderd andere managementcolumns’[1].

Een recensent schreef daarover:
“Blijkbaar zijn reformatorische meisjes niet alleen op straat blikvanger. In de column gaat het trouwens niet over hun uiterlijk, maar over de attitude. Ze worden neergezet als SGP-meiden”.
En:
“Christenen willen graag getuigen, en uit deze column blijkt wat het effectiefst is: getuig door je attitude, door je oogopslag, door een onbevangen ontmoeting met niet-christenen, door een dienstbare houding”.
En:
“Wie (…) het gesprek over geloof wil voeren, kan leren van de smartphoneverkoper, die figureert in de column ‘Overtuigen is de slechtste vorm van overtuigen’. De verkoper trok zijn klant niet over de streep door discussie of argumentatie, maar door te vertellen over zijn eigen positieve ervaringen met deze smartphone. Mensen zijn anno 2017 gevoeliger voor ervaringen dan voor argumenten. Sociale bewijskracht heet dat. Dan moet je als christen natuurlijk wel iets te vertellen hebben”[2].

Die recensent heeft een punt. Dat is zeker.
Maar er moet toch wel wat meer zijn.
Om dat nader te overwegen lijkt het mij goed dat wij elkander op 2 Kronieken 29 wijzen.

In dat Schriftgedeelte voert koning Hizkia een reformatie door.
Laten wij iets lezen van de dingen die hij zegt: “…onze vaderen zijn ontrouw geweest en hebben gedaan wat slecht was in de ogen van de HEERE, onze God, en hebben Hem verlaten. Zij hebben hun ogen van de ​tabernakel​ van de HEERE afgewend, en hebben Hem de rug toegekeerd.
Ook hebben zij de deuren van de voorhal gesloten, de ​lampen​ gedoofd en het reukwerk niet in rook laten opgaan. En het ​brandoffer​ hebben zij in het ​heiligdom​ aan de God van Israël niet gebracht.
Daarom rustte de grote toorn van de HEERE op Juda en Jeruzalem. Hij heeft hen overgegeven tot een schrikbeeld, tot verwoesting en tot een aanfluiting, zoals u met uw eigen ogen ziet”[3].

Er is sprake geweest van secularisatie. Van deformatie, zelfs.

En de schrijver van de Kronieken neemt uitgebreid de tijd om te beschrijven hoe Hizkia een reformatie doorvoert. Zo belangrijk is dat.
Soms lijkt het net alsof de wereld van aanzienlijk meer belang is dan de kerk. Welnu, zegt de Kroniekenschrijver, niets is minder waar!

De kerkdeuren zijn gesloten, zegt Hizkia.
De tempeldienst is beëindigd. Godsdienst speelde lange tijd slechts een kleine rol in de activiteiten van Gods volk.
Dat leverde een debacle op. De maatschappij zakte steeds verder af.
Hizkia heeft daar oog voor en wijst de mensen om hem heen erop: u hebt met uw eigen ogen gezien waar dat toe geleid heeft!

Met eigen ogen in Hizkia’s tijd
De priesters en de Levieten hebben de afgang gezien. Wij lezen echter niet dat ze er iets aan hebben gedaan. Wij lezen, bijvoorbeeld, niet dat zij gepoogd hebben de sluiting van de tempel te voorkomen. Hebben zij de maatschappelijke afgang proberen te voorkomen? Of hebben ze het allemaal maar laten gebeuren?

Met eigen ogen in onze samenleving
De collega’s op de werkvloer zien met eigen ogen de attitude van medewerkers uit de reformatorische hoek. De collega’s zien de blik waarmee de reformatorischen de wereld inkijken. De collega’s merken dat reformatorischen niet meteen allerlei vooroordelen over hun medemensen hebben. De collega’s ontdekken hoe dienstbaar reformatorischen over het algemeen zijn.
Die reformatorischen worden heus wel gewaardeerd. Het zijn positief ingestelde collega’s waar je van op aan kunt. Soms worden zelfs columns over hen geschreven.
Dat is mooi.
En het is prachtig dat kinderen van God naar Zijn Woord willen leven. En dat getuigen, dat moeten zij blijven doen. Die neiging tot dienstbaarheid moeten zij vooral niet onderdrukken!
Maar daarmee is toch niet alles gezegd.
Wij lezen in 2 Kronieken 29 ook over Gods uitverkiezing. Leest u maar mee:
“Nu is het in mijn ​hart​ een ​verbond​ te sluiten met de HEERE, de God van Israël, zodat Zijn brandende toorn zich van ons afkeert.
Mijn zonen, wees nu niet nalatig, want de HEERE heeft u uitgekozen​ om voor Zijn aangezicht te staan om Hem te dienen, om voor Hem dienaars te zijn, mannen die ​reukoffers​ brengen”[4].
Met andere woorden: je kunt wel met je ogen kijken, maar er is Goddelijk ingrijpen nodig om een ommekeer te bewerkstelligen.

De wereld kijkt met eigen ogen naar gelovigen
Onze medemensen kijken naar christenen. En misschien wel vooral naar reformatorischen. Zij kijken naar gelovige mensen. En toch zien zij het niet. Zij zien de drijfveer niet. En als zij die wel zien, dan doen ze niks met hun waarnemingen.
Er is meer nodig dan de eigen ogen van mensen.
Wat dan?
In 2 Kronieken 29 staat het er bij: “Hizkia​ dan en heel het volk verblijdden zich over wat God voor het volk tot stand gebracht had, want dit was onverwachts gebeurd”[5].

Het is prachtig dat christenen opvallen in de wereld.
Laten zij maar naar Gods wil leven.
Laten zij maar getuigen van Gods daden in hun al of niet roerige bestaan.
Maar laten zij vooral in gebed gaan. Laten zij God vragen om grote dingen tot stand te brengen.
Laten zij maar blij zijn omdat zij bij God mogen horen.
Laten zij maar kijken met eigen ogen, omdat God hen zicht op de werkelijkheid geeft. En laten zij hun eigen ogen maar sluiten, om tot God te bidden.
Meer hoeven zij niet te doen. Echt niet.

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: Bram Wattel en Remko Iedema, “Reformatorische meisjes en honderd andere managementcolumns: de beste columns van Bram Wattel en Remko Iedema”. – Eindhoven: Uitgeverij Pepijn, 2016. – 200 p.
[2] Steef Post, “Refomeisjes als rolmodel”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, woensdag 17 mei 2017, p. 11.
[3] 2 Kronieken 29:6, 7 en 8.
[4] 2 Kronieken 29:10 en 11.
[5] 2 Kronieken 29:36.

31 mei 2017

De essentie van reformatie

‘Refo moet aan infuus van reformatie’. Aldus een grote kop in het Reformatorisch Dagblad[1].

Daaronder is onder meer het volgende te lezen.
“Protestanten, rooms-katholieken, dopers. Hoe krijg je die verschillende stromingen bij elkaar?” Antwoord: “door een authentieke vroomheid, geworteld in Christus”.
“Ik denk dat dé tegenstelling tegenwoordig niet tussen rooms-katholiek en protestant is, maar tussen orthodox-Bijbels en vrijzinnig”.
Dat wordt gezegd bij de presentatie van een publicatie van dr. K. van der Zwaag. Twee dikke banden zijn het. ‘Reformatie vandaag’ heet het lijvige werk[2].

Neem mij niet kwalijk – de boven geciteerde uitspraken lees ik met een zweem van een glimlach rond mijn lippen.
Als u dit artikel gelezen hebt begrijpt u waarschijnlijk wel waarom.

Reformatorischen moeten reformeren.

Wie zijn die reformatorischen eigenlijk?
Daarover schreef ik al eens: “…de aanduiding ‘reformatorischen’ staat voor een ratjetoe.
Wanneer we spreken over reformatorischen hebben we soms te maken met mensen die redeneren vanuit hun eigen bevindelijkheid en beleving. Anderen kijken wat anders tegen leer en leven aan.
Bij sommigen lijkt de traditie bijna heilig te zijn. Anderen veroorloven zich in veel dingen een wat meer hedendaagse aanpak.
Bij reformatorischen zien we, als het om wereldmijding gaat, nogal wat gradaties. De verschillen komen, bijvoorbeeld, naar voren in het gebruik van internet en e-mail binnen gezinnen en scholen.
Bij reformatorischen is, naar mijn idee, het kerkbesef niet zo groot. Als de kerk wél reuze belangrijk was zou men – naar mijn oordeel – meer werk maken van kerkelijke eenheid”[3].
Welnu, al die verschillende reformatorischen moeten zich reformeren.
Dat klinkt heel deftig.
Maar het is zo logisch als wat.
Wij kennen toch die spreuk ‘Ecclesia reformata semper reformanda’? Dat wil zeggen: de kerk die gereformeerd is moet steeds weer gereformeerd worden.
Laat ik het zo mogen zeggen: wie echt bij de Verbondsgod hoort en zich aan Hem toevertrouwt, moet zich telkens weer naar Hem toe keren. Er is bekering nodig.
En laten we ’t maar zuiver stellen: zondige mensen moeten zich allemaal bekeren.

Er is vroomheid nodig. Totale toewijding dus[4].
Over vroomheid heb ik wel vaker geschreven. Ik gaf bijvoorbeeld eens de navolgende verduidelijking:
“Vroom in de zin van Job 1; u weet wel: ‘Er was in het land Uz een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad’.
Vroom in de zin van Lucas 2; u weet wel: ‘En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de heilige Geest was op hem’.
Vroom in de zin van Lucas 8; u weet wel: ‘Dat zaad in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding’.
Vroom in de zin van Titus 1; u weet wel: ‘Want een opziener moet onberispelijk zijn als een beheerder van het huis Gods (…) gastvrij, met liefde voor wat goed is, bezadigd, rechtvaardig, vroom, ingetogen, zich houdende aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen’.
Vroomheid is niet wetenschappelijk te meten. Vroomheid kent geen objectieve maatstaven. Vroomheid is geen kwestie van keurige statistiekjes. Vroomheid komt dichtbij, het is een zaak van het alledaagse leven”[5].
Ik schreef ook:
“Hoe kunnen we echte vroomheid herkennen?
Wat mij betreft luidt één van de antwoorden die op deze vraag mogelijk is als volgt: vroomheid herken je aan de bereidheid om over de uitverkiezing te spreken.
Heel veel mensen hebben, als ik het zo zeggen mag, heel vrome praat over zich. Maar zodra je vraagt: ‘bent u uitverkoren?’ schuift er een wolk voor de zon. ‘Dat weet ik nog zo net niet hoor…’. Aarzelingen zijn troef. Plotsklaps zweven er allerlei vraagtekens in de lucht.
Toch is het goed om te beseffen dat vroomheid begint met het feit dat de Here heeft gezegd: ‘Ik heb Mij aan u verbonden, u bent van Mij’[6].
Vroomheid moet, zo wordt gesteld, authentiek zijn.
Zoals die dus vroeger was. Zoals die in zijn meest originele vorm bestond.
Vroomheid heeft ook het aspect van betrouwbaarheid in zich. Aan de vroomheid hangt, om zo te zeggen, een certificaat van echtheid[7].
Laten we samen echter vaststellen dat onechte vroomheid niet bestaat. Met andere woorden: vroomheid die niet authentiek is komt in de buurt van toneelspel. Zo simpel ligt dat.

Orthodox-Bijbels.
Dat is: aan de Heilige Schrift vasthoudend. Heel wat mensen menen dat orthodoxie een zekere starheid met zich meebrengt. Maar dat is niet waar.
Wij mogen met een gerust hart concluderen dat onorthodox-Bijbels niet bestaat.
Zou er trouwens iets tegen wezen om de tegenstelling te vereenvoudigen tot Schriftuurlijk en on-Schriftuurlijk? Daar wordt het, denk ik, allemaal wel wat makkelijker van.

Van der Zwaag zegt: “Ik denk dat dé tegenstelling tegenwoordig niet tussen rooms-katholiek en protestant is”.
Van der Zwaag heeft gelijk als hij stelt dat die tegenstelling anno 2017 niet meer zo scherp is aangezet.
Maar we moeten ons geen oren laten aannaaien.
Want wat is de betekenis van de eucharistie? “Het sacrament van de eucharistie is rijk aan betekenis. Wanneer de priester het grote dankgebed uitspreekt met daarin de woorden die Jezus bij het laatste avondmaal heeft gezegd, worden door de kracht van die woorden en door de heilige Geest het brood en de wijn ‘geconsacreerd’: ze veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus, zonder dat dat zichtbaar is. Ook wordt het kruisoffer van Jezus opnieuw tegenwoordig gesteld, maar nu op een bloedeloze manier. Daardoor krijgen mensen in het heden opnieuw deel aan Christus’ verlossende werk”[8].
Als u het mij vraagt is de hiervoor gegeven betekenis gewoon on-Schriftuurlijk.
De eucharistie lijkt wel vroom, maar het is het niet.
De eucharistie ziet er heel authentiek uit, maar is het niet.

Nu is het niet mijn bedoeling om een publicatie van bijna 1700 pagina’s in één artikel af te doen.
Maar ik wil wel verschillende typeringen terugbrengen tot de kern:
* reformatorisch
* authentiek
* vroom
* orthodox-Bijbels
* de on-Schriftuurlijke leer der Rooms-katholieken.
Dat gedaan hebbende kan, wat mij betreft, ronduit worden gezegd: soms leidt geleerdheid tot aanduidingen die er heel statig uit zien, maar in de grond van de zaak kunnen worden herleid tot een eenvoudige tweedeling: voor of tegen Christus.

Terug naar Christus en Zijn Woord: dat is de essentie van reformatie. Ook vandaag.

Noten:
[1] Reformatorisch Dagblad, woensdag 11 mei 2017, p. 2 en 3.
[2] De gegevens van deze publicatie zijn: Klaas van der Zwaag, “Reformatie vandaag. 500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit”. – Apeldoorn: Uitgeverij De Banier, 2017. – twee banden, respectievelijk 876 en 823 p.
[3] Ik citeer uit mijn artikel ‘Evangelisch-reformatorisch’, hier gepubliceerd op woensdag 27 juni 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/06/27/evangelisch-reformatorisch/ .
[4] Zie de definitie op https://www.woordenboeken.nu/betekenis/nl/vroomheid ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.
[5] Zie mijn artikel ‘De taak van Gereformeerde theologen’, hier gepubliceerd op woensdag 26 juni 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/06/26/de-taak-van-geref-theologen/ .
[6] Zie mijn artikel ‘Niet bij vrome momenten alleen’, hier gepubliceerd op woensdag 17 juli 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/07/17/niet-bij-vrome-momenten-alleen/ .
[7] Zie de definitie op https://www.woordenboeken.nu/betekenis/nl/authentiek ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.
[8] Geciteerd van http://www.venstersopkatholiekgeloven.nl/hoofdartikelen/viering-van-de-eucharistie/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.

15 september 2016

Reformatorische Kerk

Kent u de Reformatorische Kerk in Nederland?
Die bestaat niet.
Maar als het aan dr. W. Fieret ligt komt die er wel[1]. Dat liet hij blijken tijdens een minisymposium ter gelegenheid van het veertigjarig ambtsjubileum van ds. J.J. van Eckeveld, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Zeist[2][3].

Er zijn mensen die dat pleidooi krachtig steunen.
Anderen zeggen zuinig dat de tijd daarvoor niet rijp is. Wanneer het moment dan wel geschikt is, wordt niet helemaal duidelijk.
Nog weer anderen zeggen dat Gods oordeel over de kerken ligt. ‘Dat is onze schuld’. Maar als er dan toch eenheid komt, dan alleen maar onder “het levendmakende Hoofd”[4].

Naar aanleiding van dat fenomeen RKN wil ik hier enkele woorden schrijven.

Laat ik het eerst over dat woord ‘reformatorisch’ hebben. Dat woord gaat terug op de Reformatie in 1517. Maar het heeft nu de klank van: behorend bij de bevindelijk-gereformeerden.
Tegen die beperking maak ik bezwaar. Het woord ‘reformatorisch’ moet een brede betekenis hebben.
U bent reformatorisch als u de verzoening door voldoening belijdt.
U bent reformatorisch als de vergeving van de zonden belijdt.
U bent reformatorisch als u Gods Woord naspreekt, en zegt dat u eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil van God gekregen heeft; niet vanwege eigen prestaties, maar omdat God u genadig is.
Gewone Gereformeerden zijn dus ook reformatorisch.

Een ander punt.
De term Reformatorische Kerk in Nederland is niet spiksplinternieuw.
In de jaren ’80 van de vorige eeuw sprak men wel van de Verenigde Reformatorische Kerk in Nederland. Dat was de tijd dat de RPF in opkomst was, de Reformatorisch Politieke Federatie[5].
Laten wij dus niet net doen alsof het idee van een RKN reuze modern is.

Intussen opteer ik voor de term ‘Gereformeerde kerk’.
Daarin zien we wat duidelijk wat de kerk heeft te doen.
Allen die de Here in geest en in waarheid willen dienen moeten steeds ge-re-formeerd worden. De gelovigen moeten zich elke dag bekeren. Het kerkvolk moet zich naar de God van hemel en aarde toekeren. Ieder godsdienstig mens behoort deemoedig en blijmoedig voor de Here te staan.
Met de term ‘reformatorisch’ gaat men terug op de reformatie van 1517. Maar dat is toch wat statischer.
Terecht schreef iemand: “Daarom zal de kerk vandaag de dag scherp moeten letten op veranderingen in de samenleving, de cultuur, de beeldcultuur en de manier van denken, leven en beleven. Ze zal daar op een Bijbelse en pastorale manier mee willen omgaan. Dat kan betekenen dat ze in verzet gaat tegen de tijd, zoals W. Aalders dat duidt, omdat ze weigert de kostbare schat van Schrift en belijdenis op te geven. Het kan ook inhouden dat ze zichzelf indringend de vraag stelt welke accenten ze moet benadrukken en welke vormgeving het geschiktst is om postmoderne jongeren en ouderen met het aloude, volle Evangelie echt te bereiken”[6][7]. Met andere woorden: in al haar doen en laten moet de kerk reageren op de actuele toestand in de wereld.
Woordverkondiging mag nooit klinisch, nooit steriel wezen.

Kan het met die nieuwe Gereformeerde Kerk – zeg maar even: de RKN – wel wat worden?
Men kan natuurlijk zeggen: nee, dat wordt nooit wat. Er zijn zoveel liggingsverschillen. En bovendien, ook hier geldt: zoveel hoofden, zoveel zinnen.
Maar ik denk aan de opdracht van Mattheüs 28. Die citeer ik vandaag uit de Herziene Statenvertaling: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”[8].
Alles wat de Jezus Christus geboden heeft, moeten wij in acht nemen. Van dat laatste zijn kinderen van God doordrongen. En zij mogen weten dat Hij erbij is.

In verband met die Reformatorische Kerk zei een predikant: “Ik heb op zondag mijn eigen kansel. En wij hebben veel vacante gemeenten die ik op de vrije zondagen mag dienen. Ik zie het niet tot mijn roeping behoren om onze eigen vacante gemeenten te verlaten en op andere kansels te gaan staan”[9].
Dat ruikt mij net iets te veel naar een opinie van het type ‘hier heb ik geen zin in’. Naar mijn smaak gaat een dergelijke formulering rechtstreeks tegen Mattheüs 28 in.

Overigens denk ik in dit verband ook aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ik citeer: ”Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil. Daarom moet ieder zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard; men onderwerpt zich aan haar onderwijzing en tucht, buigt de hals onder het juk van Jezus Christus en dient de opbouw van de broeders overeenkomstig de gaven die God aan allen verleend heeft, als leden van eenzelfde lichaam”[10].
Zolang allerlei menselijke willetjes en weetjes, details en dingetjes in de weg zitten worden mensen niet gehoorzaam. Ook ambtsdragers niet. Zij moeten eerlijk antwoord geven op de vraag: wat vraagt de Here van ons? En daarna moeten zij doen wat Hij zegt.

Bij die “onderwijzing en tucht” wordt in het Gereformeerd Kerkboek-1986 verwezen naar Hebreeën 13: “Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen, want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen”[11].
Ambtsdragers – predikanten inbegrepen –  moeten wakker zijn.
Zij bewaken mensen, opdat zij niet de verkeerde kant op lopen.
Zij moeten het Gods kinderen voorhouden: dit vraagt de Here van ons, vandaag. Zonder omhaal van woorden. En zonder omwegen.
Die voorgangers hebben een grote verantwoordelijkheid. Later zal de God van hemel en aarde hen expliciet vragen hoe zij die verantwoordelijkheid vorm hebben gegeven.
Voorgangers moeten daarom geen zure types wezen. En andere kerkleden ook niet. Want daar heeft niemand iets aan.

Meer kerkelijke eenheid in Nederland?
Daar ben ik vóór.
Maar dan zullen allerlei menselijke beletsels en belemmeringen uit de wereld moeten worden geruimd.
En alle betrokkenen moeten met onmiddellijke ingang bekende verzen uit Hebreeën 13 als levensmotto nemen: “De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, bevestige u in alle goed, om zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehagelijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”[12].

Noten:
[1] “Wim Fieret (1950) groeit op in het Zeeuwse Oostburg. Hij leert voor onderwijzer op de Driestar in Gouda, studeert in de avonduren geschiedenis en promoveert op de SGP in de periode 1918-1948. Hij start z’n loopbaan op de Ds. Aangeenbrugschool in Terneuzen en stapt in 1976 over naar het Van Lodenstein College in Amersfoort, als leraar geschiedenis. Fieret vervult daar diverse directiefuncties. In 2011 wordt hij lector identiteit op het Hoornbeeck College. Sinds gisteren (bedoeld is: 1 januari 2015, BdR) is Fieret met pensioen. Hij woont in Wouden­berg, is getrouwd, heeft zeven kinderen en veertien kleinkinderen, en behoort tot de Oud Gereformeerde Gemeenten”.
Deze beschrijving is afkomstig van http://www.rd.nl/vandaag/binnenland/dr-wim-fieret-jongeren-inspireren-mij-1.440277 ; geraadpleegd op woensdag 14 september 2016.
[2] Het minisymposium had als thema: Dienaar des Woords in de kerk van 2016.
[3] “Dr. Fieret: Elkaar vinden rond kern”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 12 september 2016, p. 9.
[4] “Eenheid kerk moet aangelegen punt zijn”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 13 september 2016, p. 3.
[5] Zie daarover bijvoorbeeld: C.S.L. Janse, “Vragen bij een naam”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 20 februari 2016, p. 5.
[6] Prof.dr. A. Baars, “Zichtbare kerk in gevaar”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 17 mei 2014, p. 5.
[7] Zie over W. Aalders https://nl.wikipedia.org/wiki/Wim_Aalders ; geraadpleegd op woensdag 14 september 2016.
[8] Mattheüs 28:19 en 20.
[9] Dat zei dominee A. Kort, predikant van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[11] Hebreeën 13:17.
[12] Hebreeën 13:20 en 21.

9 mei 2016

Vroom vooruitzicht?

In ‘De Wekker’ – orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken – schrijft dominee P.L.D. Visser dat het goed zou zijn als er een nota “CGK 2034” kwam.

“Ds. Visser noemt zijn bijdrage een ‘vingeroefening’: ‘CGK 2034, met een knipoog naar 1834, het jaar van de Afscheiding’. Hij stemt in met de analyse in de PKN-nota dat de kerken zich in een overgangstijd bevinden, met als kenmerken een seculiere samenleving, individuele keuze, netwerksamenleving, digitale revolutie en globalisering.
Ds. Visser werpt de vraag op welke zaken voor de CGK van belang zijn richting het jaar 2034. Hij constateert dat mensen zich niet meer langdurig binden aan een instituut en de nadruk leggen op individuele keuzes. ‘Ik zie hier een spanning optreden: in de kerkelijke vergaderingen is het eigene van de CGK bepalend, terwijl dat eigene op het grondvlak weinig gewicht in de schaal legt’.
Ds. Visser pleit voor een CGK-nota die een richting wijst voor de kerken om Christus te volgen in deze eeuw. ‘Een richting die katholiek is, reformatorisch, missionair, trouw aan het verbond en met aandacht voor hedendaagse vormen van catechetische toerusting voor groot en klein’”[1].

Katholiek, dat betekent: algemeen, over heel de wereld.

Wat is de betekenis van het woord ‘reformatorisch’?
“Iemand formuleerde als centrale uitgangspunten voor de reformatorische wereld:
* “De mens is zondig en heeft verzoening nodig
* Verzoening krijg je door geloof in Jezus Christus
* Dit geloof is een gave van God, 100% genade
* De wereld is het gebied van satan: mijding”.
Maar dat woord ‘reformatorisch’ heeft ook iets vaags. Er zijn heel bevindelijke mensen, maar ook mensen die wat verder van die bevindelijkheid af staan. Het kerkbesef is bij reformatorischen vaak niet al te groot.
Reformatorisch: dat is feitelijk een containerbegrip. Het is een paraplu waar van alles onder staat[2].

Dat woord ‘missionair’ is een tijd lang heel erg in geweest.
Een protestantse theoloog zei eens: “In deze tijd van neergang is er voor gemeenten alle reden na te denken over wat het betekent getuige van Jezus te zijn. Kerken hebben de roeping wegen te vinden om het getuigenis te vernieuwen.
Daarom verbind ik het thema van kerksluiting ook uitdrukkelijk met de missionaire opdracht van de kerk. Je moet niet wachten tot het moment dat de laatste het licht uitdoet.
Al in een vroeg stadium, als de financiële middelen teruglopen en het potentieel aan leidinggevenden minder wordt, moet je als kerk nadenken over je toekomst. De opheffing van een kerk biedt missionaire kansen”.
Het getuigenis moet dus vernieuwd worden.
Het klinkt een beetje flauw, maar daar is weinig nieuws aan. Want in Ezechiël 18 kunnen wij lezen: “Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt, van u weg, en vernieuwt uw hart en uw geest. Waarom toch zoudt gij sterven, huis Israëls?”[3].
Vernieuwing heeft alles te maken met bekering.
Moderne bewoordingen zijn natuurlijk toegestaan. Maar de kwestie is dat wij, om zo te zeggen, met ons gezicht naar God toe gaan staan. Ons leven moet aan Hem toegewijd wezen.
Wanneer zijn wij werkelijk missionair? Antwoord: als wij een heilig volk zijn[4]!

Dominee Visser spreekt over ‘trouw aan het verbond’.
Die uitdrukking brengt ons bij Jozua 24. Jozua zegt daar: “Welnu, vreest dan de Here en dient Hem oprecht en getrouw; doet weg de goden die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde der Rivier en in Egypte, en dient de Here. Maar indien het kwaad is in uw ogen, de Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult: òf de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, òf de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!”[5]. Jozua roept dus op tot een keuze. En hij doet in het openbaar geloofsbelijdenis. Dat is wat de Here van ons vraagt, ook vandaag.
Die uitdrukking brengt ons ook bij 1 Samuël 12. In dat hoofdstuk staan de woorden waarmee de richter en profeet Samuël afscheid neemt van het volk Israël: ” …De Here zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. De Here heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken. Wat mij betreft, het zij verre van mij, dat ik tegen de Here zou zondigen door op te houden voor u te bidden; ik zal u de goede en rechte weg leren. Vreest slechts de Here en dient Hem trouw met uw ganse hart, want ziet, welke grote dingen Hij onder u gedaan heeft. Maar indien gij toch kwaad doet, zult gij zowel als uw koning weggevaagd worden”[6]. Samuël maakt duidelijk dat de Here trouw is. En ook dat het gebed een uitgelezen manier is om in nauw contact met God te blijven. Dan wordt de levensweg niet kronkelig, hoeveel hobbels er ook in de weg blijken te zitten. Het is belangrijk, zegt Samuël, om de historie te kennen; enige kennis van de kerkgeschiedenis is zeker geen luxe. En als u kwaad doet? Dan blijft er niets van u over! Wellicht denken wij dat het, anno Domini 2016, zo’n vaart niet lopen zal. Maar de Bijbel leert ons van alles over de antithese: de kloof tussen kerk en wereld. Het is dus zaak om attent te zijn.
Het gaat, kort samenvattend, om
* de keuze voor God, omdat Hij ons eerst uitverkoren heeft
* het openbaar belijden van Gods trouw
* het blijven bidden
* het doorzien van de kerkgeschiedenis
* ons permanente vertrouwen op de presentie en werkzaamheid van God.

Dat alles moet ook aan de jeugd worden doorgegeven. In de catechisatielessen. En tijdens verenigingsavonden.
En ja, dat mag gewoon in hedendaags Nederlands.

Tenslotte nog dit.
Dominee Visser knipoogt naar 1834. Dat vind ik heel goed.
Als de dominee en wij allen dan maar beseffen dat daarmee de tegenstellingen verscherpt worden.
Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte professor J. Kamphuis die naar aanleiding van de Acte van Afscheiding eens schreef over “een uiterst scherpe antithese (…), die van ‘waar’ òf ‘vals’. Die scherpe tegenstelling is typerend voor de Afscheiding van ’34! We hebben hier niet met een terloopse opmerking te maken. De hele Acte wordt er in feite door beheerst.
Voor velen, die overigens graag hun sympathie voor of ook hun geloofsverbondenheid met de broeders van de Afscheiding betuigen, ligt hier het struikelblok!”[7].

De vingeroefening van de Christelijke Gereformeerde dominee Visser is zeker interessant.
Maar eerlijk gezegd twijfel ik er aan of er in een nota over de CGK richting 2034 veel nieuws zal staan.
En àls er al nieuws in staat, ben ik benieuwd hoe antithetisch dat nieuws zal wezen.

Noten:
[1] “CGK hebben richtingwijzer tot 2034 nodig”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 29 april 2016, p. 1.
[2] Zie mijn artikel ‘Evangelisch-reformatorisch’; hier gepubliceerd op woensdag 27 juni 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/06/27/evangelisch-reformatorisch/ .
[3] Ezechiël 18:31.
[4] Zie mijn artikel ‘Bekering of missionaire bombarie?’; hier gepubliceerd op donderdag 22 september 2011. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2011/09/22/bekering-of-missionaire-bombarie/ .
[5] Jozua 24:14 en 15.
[6] 1 Samuël 12:22-25.
[7] D. Deddens en J. Kamphuis (red.), “Afscheiding-Wederkeer; Opstellen over de Afscheiding van 1834”. – Haarlem: Vijlbrief, 1984. – derde druk. – p. 96. De cursiveringen zijn van professor Kamphuis zelf.

27 juni 2012

Evangelisch-reformatorisch

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Het hangt in de lucht: de behoefte om het kerkelijk leven opnieuw te etiketteren.
Twee etiketten springen daarbij momenteel in het oog: ‘evangelisch’ en ‘reformatorisch’.

Natuurlijk weet ik niet hoe het ú vergaat.
Maar wat mij betreft is de betekenis van de benaming ‘evangelisch’ wel zo’n beetje duidelijk. Er zit een wereld van Pinkstergroeperingen en charismatische stromingen achter.
Allerlei gezelschappen, van klein tot groot en van diverse snit, mogen als ‘evangelisch’ worden aangeduid. In die wereld is van alles mogelijk. Men kan er, zo bleek onlangs, zelfs een voorganger hebben die feitelijk nog maar een kind van een jaar of elf is[1].

Persoonlijk vind ik het woord ‘reformatorisch’ echter een wat vage term.
Reformatorischen zijn, voor mijn begrip, gelovigen die zich – kerkelijk gezien – in de orthodoxe hoek bevinden. Soms zijn ze ook bevindelijk. Bij tijd en wijle kan men veel van hen leren. Maar het is, geloof ik, wel oppassen geblazen.

Eertijds heette de reformatorische wereld gesloten te zijn. Onder druk van de stormachtige ontwikkelingen rond internet gaan die circuits echter steeds vaker open[2].
Reformatorischen hechten veel waarde aan erediensten. In die diensten neemt het orgel nog altijd een grote plaats in.
Reformatorischen hebben een eigen stijl[3]. Bijvoorbeeld als het gaat om de uiterlijkheid in de godsdienst: denkt u maar aan de hoeden die door vrouwen worden gedragen. Maar ook in het dagelijkse leven zijn reformatorische mannen en vrouwen vaak wel te herkennen: donkere pakken en rokken gelden welhaast als onderscheidingstekens. En over vrouwen gesproken: een smaldeel der reformatorischen bewaakt streng de plaats van de vrouw in de maatschappij; ‘laat de vrouw op de juiste plaats’, zo wordt gezegd.
Mensen in de reformatorische wereld zijn zich er sterk bewust van dat zij rentmeesters zijn. Op aarde is, zo merkt men op, alles tijdelijk. Wij staan in een lange geschiedenis; de Here God heeft in die historie onbetwist de leiding.
Reformatorischen hebben een open oog voor de wereld. De heren Van der Staaij en Dijkgraaf – Tweede Kamerleden voor de Staatkundig Gereformeerde Partij – zitten, als het daar om gaat, op een vooruitgeschoven post. Zij hebben bestuurlijke invloed. Het komt mij voor dat er in de orthodoxe hoek véél leidinggevende figuren zitten. Zou dat komen omdat zij zo principieel en vasthoudend zijn? Dat zou natuurlijk best kunnen.
Wellicht is die maatschappelijke betrokkenheid ook te verklaren uit het feit dat bij reformatorischen relatief weinig televisietoestellen te vinden zijn. Menselijkerwijs gesproken scheelt dat een hoop tijd. Bij al die activiteiten in de samenleving wordt Gods Woord vaak geciteerd, of op een andere manier gebruikt. Daarin verschilt men, bijvoorbeeld, nogal van het Leger des Heils. De heilssoldaten zijn volop actief in de samenleving, maar noemen de Bijbel niet zo expliciet.

In het woord ‘reformatorisch’ zit natuurlijk het woord reformatie. In de kerkelijke wereld denken we dan meestal aan de Reformatie van 1517.
Logischerwijs kan men vervolgens zeggen dat alle kerken die zich met die Reformatie verbonden voelen ‘reformatorisch’ mogen heten.

Maar zo simpel ligt dat niet. Welnee[4].
Neem nu de Christelijke Gereformeerde Kerken. Er zijn CGK’s waar men onbekommerd het Liedboek voor de Kerken gebruikt. Men zingt er ritmisch. In die kerken dragen vrouwen zonder hartzeer een lange broek. In ándere CGK’s zijn zulke dingen volstrekt ondenkbaar.
Ook is er de Hersteld Hervormde Kerk, de kerk die ontstond na grote meningsverschillen over de vorming van de Protestantse Kerk in 2004.
Laten wij thans de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk niet vergeten. Binnen de Bond zijn er de bevindelijken. Maar er zijn, als ik dat zo zeggen mag, ook wat lossere Bonders.
En dan zijn er de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), de Nederlands Gereformeerde Kerken en de ‘linkerflank’ van de CGK. Meestal duiden we die niet aan als reformatorisch. Sommigen voelen de neiging om die kerken orthodox-gereformeerd te noemen; maar dat is, als ik het goed weet, vooral een verlegenheidsterm.

Om het geheel nog ietwat ingewikkelder te maken meldt de internetencyclopedie Wikipedia dat het woord ‘reformatorisch’ sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw functioneert “als zelfaanduiding door organisaties uit de bevindelijk-gereformeerde zuil”.
Er staat bij: “Daarnaast waren er nog organisaties uit de periode van voor de bevindelijk-gereformeerde zuilvorming die zichzelf als reformatorisch aanduidden. Voorbeelden hiervan zijn de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, die sinds 2010 Stichting voor Christelijke Filosofie heet, en de van 1975 tot 2001 bestaande Reformatorische Politieke Federatie (RPF), een partij die een orthodox-gereformeerde en geen bevindelijk-gereformeerde grondslag had, maar ook veel evangelischen trok”[5].

Iemand formuleerde als centrale uitgangspunten voor de reformatorische wereld:
* “De mens is zondig en heeft verzoening nodig
* Verzoening krijg je door geloof in Jezus Christus
* Dit geloof is een gave van God, 100% genade
* De wereld is het gebied van satan: mijding”.

Het is duidelijk dat een Gereformeerd mens zich in veel van het bovenstaande wel kan vinden.
Niet voor niets hebben mijn vrouw en ik al jaren een abonnement op het familieblad Terdege; het familieblad dat tweewekelijks in reformatorische kring verschijnt.

Het zou, wat mij betreft, echter te ver gaan om te zeggen dat ik mij in reformatorische sferen thúis voel.
En waarom voel ik mij daar niet helemaal gelukkig?
Omdat de aanduiding ‘reformatorischen’ staat voor een ratjetoe.
Wanneer we spreken over reformatorischen hebben we soms te maken met mensen die redeneren vanuit hun eigen bevindelijkheid en beleving. Anderen kijken wat anders tegen leer en leven aan.
Bij sommigen lijkt de traditie bijna heilig te zijn. Anderen veroorloven zich in veel dingen een wat meer hedendaagse aanpak.
Bij reformatorischen zien we, als het om wereldmijding gaat, nogal wat gradaties. De verschillen komen, bijvoorbeeld, naar voren in het gebruik van internet en e-mail binnen gezinnen en scholen[6].
Bij reformatorischen is, naar mijn idee, het kerkbesef niet zo groot. Als de kerk wél reuze belangrijk was zou men – naar mijn oordeel – meer werk maken van kerkelijke eenheid. Als de kerk wél reuze belangrijk was zou men – naar mijn oordeel – de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk zo spoedig mogelijk opheffen. Soms krijg ik de indruk dat bij de reformatorischen de kerk ook een beetje het eigendom van ménsen is.

Nu maak ik graag nog een stapje naar de actualiteit van 2012.

Het is, denk ik, onder meer de hierboven beschreven variatie die ervoor zorgt dat velen tegenwoordig zo laconiek het combinatiebegrip ‘evangelisch-reformatorisch’ in de mond nemen.
De term ‘evangelisch’ zowel als het woord ‘reformatorisch’ fungeren in het spraakgebruik van onze tijd als verzamelnamen. Het zijn uitdrukkingen die sprekers en luisteraars er van harte toe uitnodigen om slechts de grote lijn in de gaten te houden. Wie te veel naar de details kijkt is een spelbreker. Zo’n studieus figuur mag niet meer meedoen – wég met die man!

Evangelisch-reformatorisch: dat is typisch zo’n woord waarbij ik me wat ongemakkelijk voel.
Dat komt, geloof ik, omdat het een containerbegrip is. Er zit een wereld achter van allerlei kerkelijke cultuurtjes. En van diverse menselijke gevoelens.
Evangelisch-reformatorisch: dat is typisch zo’n woord waarin de menselijke emotie somtijds prevaleert boven Gods wil en Zijn bevel.

Evangelisch-reformatorisch: dat is typisch zo’n woord dat wij, naar mijn inzicht, met een verbijsterende onmiddellijkheid moeten parkeren op de afdeling Klerikale Curiosa.
En wel in de hoek van de Al of niet Bewuste Ongehoorzaamheid.
Want daar hoort het thuis.

Noten:
[1] Zie bijvoorbeeld http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/elfjarige_jongen_wordt_voorganger_ik_weet_me_geroepen_1_655124 .
[2] Zie voor een sfeerimpressie van de reformatorische wereld http://www.ceesvdwal.nl/Cees_van_der_Wal_fotografie_en_ontwerp/Portfolio/Portfolio_files/Gewone_mensen_1.pdf .
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.nji.nl/nji/download/congressen/20120601Workshop_34_reformatorische_ouders.pdf .
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.kerkzoeker.nl/reformatorisch.html .
[5] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Reformatorisch .
[6] Zie hierover ook http://www.geref-onderwijsvereniging-zwolle.nl/uploads/Reformatorisch%20onderwijs,%20een%20alternatief.pdf .

Blog op WordPress.com.