gereformeerd leven in nederland

26 januari 2018

Regeerbare wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het lezen van oude kranten werpt soms nieuw licht op de actualiteit.
Neem nu het volgende.

Op dinsdag 23 januari 1973 geeft het Nederlands Dagblad een verslag van de jaarvergadering van het landelijk verband van GPJC’s: de Gereformeerde Politieke Jeugdstudie Clubs.
De jaarvergadering werd toegesproken door P. Jongeling, fractieleider van het Gereformeerd Politiek Verbond in de Tweede Kamer. De heer Jongeling sprak indertijd behartenswaardige woorden.

“‘Jullie gaan een tijd tegemoet als eens Jeremia: nu rennen we nog tegen de voetgangers, maar straks tegen de paarden. De jonge garde moet daarom tot het uiterste bewapend zijn door geloof en politieke kennis om die strijd aan te kunnen’. Dit zei de heer Jongeling, fractieleider van het GPV in de Tweede Kamer tot de ruim honderd jongeren die de jaarvergadering van het landelijk verband van GPJC’s bijwoonden.
Ons land staat aan de grens van de onregeerbaarheid, stelde de heer Jongeling vast op basis van het resultaat van de kabinetsformatie tot dusver. Als oorzaak daarvan zag hij, dat het ons volk ontbreekt aan een gemeenschappelijke doelstelling die het aaneensmeedt. In dit opzicht is er een duidelijke parallel met twee eeuwen geleden toen ons volk ook verdeeld raakte door partijschappen. Oorzaak daarvan was dat de grondtoon van de reformatie binnen ons volk verzwakte en de prediking van de kerk verslapte. ‘God heeft een twist met Nederland’, constateerde Willem V terecht.
Vandaag gaat de geestelijke hersenspoeling veel harder als gevolg van de snellere communicatie”[1].

Nederland is onregeerbaar geworden. Dergelijke geluiden hoort men vandaag de dag wel meer.
In september 2015 schreef iemand: “Het is al een bekende teneur, maar hij werd vandaag weer eens bevestigd bij de laatste peiling van Maurice de Hond: Nederland is onregeerbaar geworden”.
En:
“Die stand van zaken is min of meer structureel, want het is de laatste twee jaar al zo. Dat zorgt ervoor dat er een volstrekte verlamming is gekomen in de Nederlandse politiek. Een met de dag minder populair kabinet, dat in de Eerste Kamer al een minderheidskabinet is geworden, maar dat maar blijft zitten omdat ieder alternatief door de zittende politici nog meer gevreesd wordt. Het sukkelt maar door. Het komt niet tot principiële standpunten”.
Verder:
“Alleen echt leiderschap kan daar iets aan veranderen. Visionair leiderschap”[2].

Nederland is schier onregeerbaar geworden, klagen nogal wat leidinggevenden. En dat zal wel waar wezen.
Maar het is duidelijk: een relativerende noot is hier op zijn plaats. Want dergelijke opmerkingen hebben al wel vaker geklonken.

Intussen is het waar: vooral door het internet, inclusief Twitter, is de communicatie in de aardse samenleving in onze tijd zo grillig en onvoorspelbaar geworden dat het gezegde ‘regeren is vooruitzien’ langzaam aan betekenis lijkt in te boeten.
Hoe moet dat toch verder met dat regeren? En is er eigenlijk nog wel perspectief?

“God heeft een twist met Nederland”, zei Willem V van Oranje-Nassau in 1795 bij zijn vlucht naar Engeland.
In zijn handboek zou Groen van Prinsterer later schrijven: “De ware bron van onze ongelukken ligt in de nationale zonden en ongerechtigheden. God heeft een twist met Nederland en wie zal oprichten als God ter neer werpt?”[3].

Het komt mij voor dat Groen van Prinsterer ons de juiste weg wijst: naar het Woord van God, namelijk.

Het bovenstaande overziende, denk ik aan Openbaring 5: “En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en ​priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde”.
Uit Openbaring 5 leren wij dat we goede moed kunnen houden in een zondige wereld terwijl de heilige God de macht heeft.
Nee, het is niet zo dat de God van hemel en aarde in Zijn toorn Zijn complete schepping wegvaagt. In dit Schriftgedeelte wordt duidelijk dat er Eén is die de wereld redt. Het Lam heeft de dood overwonnen. Zijn lijden en opstanding opent de weg naar een toekomst met God. Naar een heerlijkheid die niet in aardse taal te beschrijven is.
Lofliederen klinken!
Gezang barst los!
Engelen, ouderlingen, ja de ganse schepping zingt mee!

Mensen op aarde hebben al vaak gezegd dat samenlevingen moeilijk of niet regeerbaar worden. En men kan het garanderen: zulke opmerkingen zullen nog vaak te horen wezen.
Openbaring 5 dringt er bij op aan om het niet te vergeten: er komt een moment dat Gods kinderen zullen meeregeren. Niet alleen maar over Nederland. Welnee. Zelfs Europa is nog te klein. Wij gaan regeren over heel de wereld!

Het gegeven van ons regentschap komt in de Openbaring van Johannes overigens wel vaker voor.
Ik wijs u op Openbaring 3: “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[4].
En op Openbaring 20: “Zalig en ​heilig​ is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen ​priesters​ van God en van ​Christus​ zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang”[5].
En op Openbaring 22: “En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[6].

Het wordt er bij ons ingepompt:
* de wereld wordt regeerbaar
* en kinderen van God hebben in dat regeren een belangrijk aandeel!
De samenleving wordt, als u het mij vraagt, steeds moeilijker regeerbaar.
Gezien vanuit de invalshoek der goddelozen zal er zelfs een moment komen dat wanhopig geconcludeerd wordt: hier is geen beginnen meer aan.
Maar gelovige mensen verliezen de moed niet.
Want zij weten het: vanwege het werk van de Heiland loopt de wereld niet vast. De weg naar de hemel is open. Dankzij Jezus Christus, de Redder der wereld!

Noten:
[1] “Nederland staat aan de grens van de onregeerbaarheid”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 23 januari 1973, p. 5.
[2] Geciteerd van https://nl4nl.wordpress.com/2015/09/27/nederland-is-onregeerbaar-geworden/ ; geraadpleegd op vrijdag 19 januari 2018.
[3] Geciteerd via: prof. A.Th. van Deursen, “De visie van Groen op God, Nederland en Oranje (1)”. In: Protestants Nederland nr. 1 (januari 2008), p. 15-19. Citaat van p. 19.
[4] Openbaring 3:21.
[5] Openbaring 20:6.
[6] Openbaring 22:5.

26 oktober 2017

Nieuwe regering

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Vandaag treedt in Nederland een nieuw kabinet aan, Rutte-III. Een kabinet waarin de grote verschillen in Nederland zijn samengeklonterd. ChristenUnie, D66, VVD en CDA moeten het samen rooien.
Op een site van het dagblad Trouw staat te lezen: “Mocht er al enthousiasme zijn geweest over deze coalitie, dan verdwijnt die momenteel als sneeuw voor de zon”[1].

Het Reformatorisch Dagblad van dinsdag 24 oktober meldde: “Volgens formateur Rutte krijgt Nederland ‘een mooi kabinet’. Dat zei de liberaal gisteravond nadat hij een groot aantal bewindslieden van ‘zijn’ toekomstig kabinet had gesproken. Maar of Rutte III mooier is dan Rutte I en II? Daarover deed hij geen uitspraak: ‘Ik houd van alle kinderen’.
De toekomstige regering zal volgens de premier bestaan uit goede ministers, maar geen brandschone heiligen”[2].

Ach nee, de geestdrift druipt er niet af.
Nederland is diep verdeeld. Alleen daarom al hangt het kabinet, goed beschouwd, aan elkaar van compromissen. Discussies moeten vooral niet te fundamenteel worden. Anders knalt de boel uit elkaar.

Je zou als Neêrlandse burger een enthousiaster kabinet wensen. Maar wij geloven dat wij deze regering hebben ontvangen van onze God in de hemel.

Artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis leert ons: “Wij geloven dat onze goede God om de verdorvenheid van het menselijk geslacht geboden heeft, dat er koningen, vorsten en overheden zullen zijn. Hij wil namelijk dat de wereld geregeerd wordt door wetten en staatsregelingen, zodat de ongebondenheid van de mensen bedwongen wordt en alles in goede orde onder hen toegaat”.
Nederland mag geen chaos worden.
Er moet goede orde zijn.
Daarom moet de overheid betrouwbaar wezen. Zij moet voor al haar burgers zorgen. Met name wel voor de meest kwetsbare groepen, zoals mensen met een beperking en armen.
Nederland moet veiligheid bieden. Daarom moet de defensie op orde zijn. De politie moet waakzaam en dienstbaar wezen; naar mijn indruk mankeert er aan dat laatste nog wel het een en ander.
De kerk wijst af “allen die overheid en gezag verwerpen, de rechtsorde omver willen werpen” en allen “die de goede zeden die God onder de mensen heeft ingesteld, verstoren”.
Wat wil de Here dat kerkmensen zullen doen, in deze situatie?
Laat ik een vijftal zaken noemen.

1.
Iedereen “welke positie hij ook heeft, [is] verplicht zich aan de overheid te onderwerpen, belasting te betalen, haar eer en eerbied te bewijzen, haar gehoorzaam te zijn in alles wat niet in strijd is met Gods Woord, en voor haar te bidden dat de Heer haar bestuurt op al haar wegen, zodat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid”.
Ja, dat is ook artikel 36.
Van de kerk mag worden verwacht dat zij voor de regering bidt. Laten we maar ronduit zeggen dat dat niet altijd voor de hand ligt. Sommige beslissingen voelen voor grote aantallen mensen onrechtvaardig; denkt u maar aan de eenverdieners, als het om belastingen gaat. De bescherming van het leven staat – onder meer vanwege abortus en euthanasie – ernstig onder druk. En om niet meer te noemen: burgers ergeren zich niet zelden aan bureaucratie en ‘Oost-Indische doofheid’ van overheidsinstellingen.
Niettemin wordt ons gebed gevraagd. We mogen de Here vragen om Nederland zo te leiden dat de kerk in alle vrijheid bijeen kan komen en activiteiten kan ontplooien. We moeten de Here smeken om zo in harten te werken dat overheidsmaatregelen goed uitpakken voor alle kinderen van God, in Nederland en daar buiten.

2.
In de gewone dingen van het leven moeten kinderen van God Zijn geboden eerbiedigen.
Dus bijvoorbeeld:
* niet vloeken
* occulte praktijken mijden
* verslavingen bestrijden en voorkomen
* niet roddelen
* liefde en respect voor andere mensen tonen.
Dat alles wordt gaandeweg belangrijker naarmate er onder Nederlandse burgers meer verdeeldheid heerst. Dat is zeker ook van belang in een Nederland waarin steeds meer en steeds vaker moet worden samengewerkt met buitenlanders of met mensen van niet-Nederlandse afkomst.

3.
Wij behoren goed voor elkaar te zorgen.
Nederlandse burgers worden steeds ouder, eenzamer en hulpbehoevender. Daarom blijft het een reuze actueel onderwerp: zorgen voor elkaar!
Alle media praten ons bijna plat over het tekort aan personeel in de zorg.
Kerkmensen zullen moeten beseffen dat de liefde die God ons geeft aan de mensen in onze omgeving doorgegeven dient te worden. In onze tijd kunnen we dat, naar het mij voorkomt, zonder bezwaar verheffen tot een kerntaak van de kerk.
Bent u zelf lichamelijk zwak geworden? Geen nood! Een e-mailtje of telefonisch meeleven kan ook geweldig helpen. Mondeling advies, ondersteuning en bemoediging kunnen van grote waarde wezen.

4.
Ook in een tijd als de onze is het van belang om naar de Here God te luisteren.
Koning Hizkia krijgt, als het daarom gaat, in Jesaja 39 de wacht aangezegd.
De koningen Sallum en Jojakim krijgen er in Jeremia 22 van langs vanwege hun totaal verkeerde politiek.
De Here God toornt in Amos 4 en in Amos 6 tegen hen die asociaal en egoïstisch te werk gaan[3]. Ook in een tijd als de onze is het van belang om een rechtvaardig sociaal beleid te voeren.
Nee, Gods Woord is heus niet ouderwets als het over regeren gaat.

5.
Dit artikel eindigt met een citaat uit Gods Woord. Namelijk uit Romeinen 13. Daar noteer ik nu niets meer bij. Gelet op het bovenstaande kan dat citaat nu wel voor zichzelf spreken.
“Geef dus aan allen wat u verschuldigd bent: belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eer aan wie eer toekomt.
Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.
Want dit: U zult geen ​overspel​ plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf.
De ​liefde​ doet de naaste geen kwaad. Daarom is de ​liefde​ de vervulling van de wet.
En dit te meer, omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken.
Want nu is de zaligheid dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd en de dag is nabijgekomen. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen”[4].

Noten:
[1] Zie https://www.trouw.nl/democratie/rutte-iii-kruipt-piepend-en-krakend-naar-de-start~a8b1bb6b7/ ; geraadpleegd op woensdag 25 oktober 2017.
[2] “Dag 224: Grapperhaus snelle leerling, bewindslieden niet heilig en Dijkhoff kroonprins”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 24 oktober 2017, p. 4.
[3] Zie over het bovenstaande: W.Chr. Hovius, “Politiek en de Bijbel”. In: Zicht – kwartaalblad van het wetenschappelijk instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij –, zaterdag 1 april 1989, p. 30-32. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[4] Romeinen 13:7-12.

12 oktober 2017

Tolerantie als norm?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het regeerakkoord dat op dinsdag 10 oktober 2017 werd gepresenteerd straalt een rotsvast vertrouwen in de toekomst uit. Dat is ook het motto van het akkoord: ‘Vertrouwen in de toekomst’.
Het trefwoord in dat akkoord is: ambitie.

In het regeerakkoord kunnen wij lezen: “In Nederland is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Tolerantie naar andersdenkenden is de norm en kerk en staat zijn gescheiden. In Nederland kun je kiezen welk geloof je wilt belijden, of om niet te geloven. Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken tot wie we zijn. Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen. Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid”[1].

“Tolerantie naar andersdenkenden is de norm”, zo wordt gesteld.
Dat klinkt goed. Maar dat betekent vandaag meestal dat je alle levensstijlen goed moet vinden. Tegen homoseksuele relaties moet je vooral geen bezwaar hebben. Samenwonen moet je aanvaarden.
En zo is er nog veel meer.

Nu zijn Gereformeerde mensen best tolerant. En wel in die zin dat zij begrijpen dat zij hun levensovertuiging niet aan anderen op kunnen leggen.

Maar die tolerantie is, als u het mij vraagt, niet de norm. Nee, het Woord van God is de maatstaf.
Daarbij denk ik aan 1 Johannes 2: “Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de ​liefde​ van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid”[2].
Gereformeerden hebben de ambitie de liefde van Vader uit te stralen.
Gereformeerden hebben de ambitie om te doen wat de Here welbehaaglijk is.
Gereformeerden hebben de ambitie om anderen daarin mee te nemen, omdat zij beseffen dat het doen van Gods wil tot heil is van iedereen. Dat geldt niet alleen voor het hier en nu. Dat heeft alles te maken met de toekomst. De hemelse toekomst, wel te verstaan.

Natuurlijk moeten er bij het regeren ook allerlei praktische besluiten genomen worden. Meningsverschillen zijn ook dan vaak aan de orde van de dag. Dat geeft niet. Gereformeerden gaan daar ook niet moeilijk over doen.
Maar laten we niet net doen alsof tolerantie het hoogste goed is.

Tolerantie, dat betekent: de bereidheid om andere mensen afwijkend te laten denken en handelen.
Tolerantie, dat betekent: bereidheid om dingen te verdragen die ergernis kunnen oproepen.
Tolerantie, dat woord duidt op verdraagzaamheid[3].

Gereformeerden, en alle andere rechtgeaarde christenen, willen volgens Gods geboden leven. Omdat God – de enige God die er in de hemel en op de aarde bestaat! – heilig is, zullen zij er alles voor doen om in dat leven te volharden.
Daarom zullen christenen er, bijvoorbeeld, wat van blijven zeggen als er in hun omgeving veel gevloekt wordt.
Daarom zullen zij, bijvoorbeeld, het gezin als basis van de samenleving blijven zien.
Daarom zullen zij, bijvoorbeeld, de zondagsrust altijd blijven praktiseren, en blijven bevorderen[4].

Nee, dat is niet modern.
Maar het is wel Schriftuurlijk, dat wel.

Is deze weblogschrijver nu een spelbederver?
Ach, het was net zo mooi. Vier partijen – VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – die 208 dagen heen weer gepraat hebben, en er uiteindelijk toch in slaagden om bij elkaar te komen. Tjonge!
Is deze weblogschrijver een zwartkijker? Een dwarsligger? De topper onder de vaderlandse pessimisten? Welnee.

Deze weblogschrijver is een Gereformeerde lezer van het regeerakkoord. Op de voorpagina prijkt het motto ‘Vertrouwen in de toekomst’.
Zeg, waar kennen we dat van? Misschien weet u het nog. Iets dergelijks stond ook in het vorige regeerakkoord. Kijkt u maar even mee. “VVD en PvdA delen een onverwoestbaar geloof in de toekomst, een rotsvast vertrouwen in wat Nederlanders samen voor elkaar kunnen krijgen en de diepe overtuiging dat ons land de komende jaren een stabiel en daadkrachtig kabinet nodig heeft om hiervoor kracht en energie vrij te maken”[5].

‘Vertrouwen in de toekomst’? Het spijt me, maar dat zegt mij niets. Ik bedoel maar: het zegt niets over de inhoud van het akkoord.
Bovendien: als het over de toekomst gaat, zullen we verder moeten kijken dan 2017 of 2021.
Laat voor ons allen een woord uit Spreuken 23 mogen gelden:
“Laat je ​hart​ niet jaloers zijn op de zondaars,
maar heel de dag blijven in de vreze des HEEREN.
Want juist dan is er toekomst,
en wordt je hoop niet afgesneden”[6].

Daar kunnen de regeerders van vandaag niet aan tippen.
Echt niet.

Noten:
[1] Regeerakkoord 2017-2021, p. 19. Te vinden via https://nos.nl/artikel/2197308-dit-is-wat-je-moet-weten-over-het-regeerakkoord.html ; geraadpleegd op woensdag 11 oktober 2017.
[2] 1 Johannes 2:15, 16 en 17.
[3] Zie http://www.encyclo.nl/begrip/tolerantie ; geraadpleegd op woensdag 11 oktober 2017.
[4] Zie hiervoor bijvoorbeeld Exodus 20:1-17.
[5] Geciteerd uit mijn artikel ‘Bewaring vereist’, hier gepubliceerd op donderdag 1 november 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/11/01/bewaring-vereist/  .
[6] Spreuken 23:17 en 18.

17 maart 2017

Politiek panorama

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

En? Bent u blij dat de Partij voor de Vrijheid bij de Tweede Kamerverkiezingen-2017 niet de grootste geworden is?
Het populisme is niet doorgebroken, zeggen de mensen opgelucht. Veel stemmers hebben, met andere woorden, begrepen dat maatschappelijke problemen niet altijd snel en eenvoudig kunnen worden opgelost[1].
Regeringsleiders in Europa herademen en gaan weer over tot de orde van de dag.
Gereformeerde mensen in Nederland mogen, dunkt mij, ook best een beetje blij wezen.

Op het televisiescherm zagen wij de rijen kiezers die op hun beurt stonden te wachten. Dat dat allemaal in Nederland mogelijk is mag een zegen heten. Een zegen van God! Alle burgers van Nederland krijgen de gelegenheid om hun politieke keuze kenbaar te maken. En er is niemand die zegt dat u iets verkeerds doet.
Laten wij maar eerlijk wezen: in heel veel landen is dat anders. Er zijn sommige regeringsleiders die allerlei karikaturen en leugens de wereld in helpen. De huidige Turkse president Erdogan bijvoorbeeld.
Dat de kerk in Nederland nog zoveel ruimte krijgt is een wonder van God. Laten wij dat maar zonder omwegen vaststellen. En laten wij de Here maar bidden dat die bewegingsvrijheid er blijven zal.

De VVD wordt de grootste partij met drieëndertig zetels, zij het dat ze een achttal zetels in moet leveren.
De PVV krijgt er vijf zetels bij, en komt uit op twintig.
De PvdA krijgt een genadeklap. Van de achtendertig zetels blijven er slechts negen over.
De Volkskrant schrijft: “..de duikeling in de volksgunst dateert al van het begin van de kabinetsperiode en kan Asscher niet speciaal worden aangerekend. Na Samsoms linkse campagne tegen ‘rechts rotbeleid’ in 2012, bekeerde de partij zich onder dezelfde Samsom subiet tot de vrije markt en de begrotingsdiscipline. Die U-bocht heeft de kiezer de PvdA nooit vergeven. Wat resteerde voor de progressieve herkenbaarheid waren schaduwgevechten met de VVD over kinderpardon en bed-bad-brood. Dat was leuk voor GroenLinks, en daar zijn de linkse kiezers dan ook uitgekomen”[2].

D66 krijgt, zoals het er nu uitziet, negentien zetels.
Dat is, wat mij betreft, zorgelijk.
We kennen D66 als de partij achter de uitbreiding van de koopzondagen. Indertijd zei D66-er Verhoeven: “De kern van ons voorstel is simpelheid. Die simpelheid haal je weg door weer allerlei belangen zoals zondagsrust, winkelpersoneel en kleine winkeliers erbij te gaan halen”[3]. Houdt het simpel, streep de zondagsrust weg als dat zo uitkomt; dat is het motto.
We kennen D66 als de partij die er naar streeft om 75-plussers de mogelijkheid te bieden uit het leven te stappen. Voordat wij ’t weten komen ouderen onder druk komen te staan om een eind te laten maken aan hun leven. De maatschappij moet ontlast worden, nietwaar?
De voorgaande dingen illustreren reeds voor een deel waarom ik over de winst van D66 enige zorg heb.
Daarbij komt dat D66 een heel beschaafde partij lijkt. Mensen als de heer Pechtold en de dames Dijkstra en Bergkamp zien er in de regel keurig uit. D66-ers zijn aardige mensen, heus waar. Maar juist vanwege de discrepantie tussen die nette uitstraling en de politieke maatregelen acht ik D66 een vermetele partij. Onaangenamer dan de PVV, eigenlijk. Want de PVV is helder. Je weet wat je eraan hebt. Gereformeerde mensen weten dat zij niet bij de PVV moeten wezen. Daarentegen is D66 netjes doch dubieus.
Als D66 mee gaat regeren is het voor christenen zaak om te waken!

VVD en D66 hebben gemeen dat zij allebei een zekere vrijheid voor ogen hebben. Die visie weerspiegelt de levenshouding van heel wat Nederlanders: u moet uw eigen leven vorm geven, en voor uzelf opkomen; marktwerking is een groot goed. Dat daarbij de zwaksten in het gedrang komen lijkt soms niet meer dan een vervelend bij-effect.
Gelet op deze stand van zaken is er voor de kerk in de komende jaren veel werk aan de winkel. Er moet, misschien nog wel zorgvuldiger als voorheen, gelet worden op de armen, op de zieken en op mensen met een beperking. De hulpbehoevenden en kwetsbaren zullen hulp nodig hebben. Het is onder meer aan de kerk om hen die te geven.

Intussen is de politieke versplintering pijnlijk zichtbaar.
De commentator van het Nederlands Dagblad schreef: “Nederland is gefragmenteerder dan ooit. We krijgen een veelkleurig kabinet, en de oppositie in de Kamer is een nog bonter dweilorkest. Dat belooft politiek boeiende jaren, met debatten die niet meer door één provocateur worden verlamd. Het intimiderende ‘Wilders-wordt-de-grootste’ effect is weggeëbd; de rest hoeft niet meer stoer te doen om hem te overtroeven”[4].
Wat mij betreft klinkt dat te technisch. Zeker, het is allemaal waar. Maar het moet kerkmensen er niet zozeer om gaan dat politiek boeiend blijft, maar dat de Here God wordt gediend.
Niet voor niets belijden wij in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat onze goede God om de verdorvenheid van het menselijk geslacht geboden heeft, dat er koningen, vorsten en overheden zullen zijn. Hij wil namelijk dat de wereld geregeerd wordt door wetten en staatsregelingen, zodat de ongebondenheid van de mensen bedwongen wordt en alles in goede orde onder hen toegaat”[5]. Daarbij wordt dan verwezen naar dat bekende woord uit Richteren 21: “In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen”[6].

Terecht schrijft het Reformatorisch Dagblad: “Nederland is vanmorgen wakker geworden in een rechts land”, schrijft Trouw donderdag. Best, maar dat is niet waar het een christen om te doen is”[7].

Alles zou in ons land in goede orde moeten toegaan, zo lezen wij hierboven.
Op dat terrein is er nog veel te doen.
De onderlinge sfeer tussen burgers is niet zelden gespannen. Bitter. Grimmig en kortaf. Barbaars en ietwat boosaardig. Met de tolerantie valt het in dit land momenteel vaak tegen. En wat kan daaraan worden gedaan?
Misschien voelen wij ons in het momentele politieke landschap wat verloren en machteloos. Laten wij dan 2 Petrus 2 lezen. Want dan is er troost. Leest u maar mee: “…als God de rechtvaardige Lot, die leed onder de losbandige levenswandel van normloze mensen, verlost heeft
(want deze rechtvaardige, die in hun midden woonde, heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden) –
dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden.
In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren”[8].

De God van het verbond, onze God, heeft de macht. Ook op vrijdag 17 maart 2017. En ver daarna. Ja, tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Zie de omschrijving op http://www.encyclo.nl/begrip/populisme ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[2] Zie http://www.volkskrant.nl/4474847 ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[3] “Geen normen opleggen rond koopzondag”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 23 oktober 2012, p. 1.
[4] “Rutte III”. Commentaar van Sjirk Kuijper in: Nederlands Dagblad, donderdag 16 maart 2017, p. 3.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 36.
[6] Richteren 21:25.
[7] Geciteerd van http://www.rd.nl/opinie/verkiezingen-hoogtij-in-den-haag-én-op-de-redactie-1.1383911 ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[8] 2 Petrus 2:7-10.

31 januari 2013

Het doel van aards koningschap

Vandaag, 31 januari, is Hare Majesteit Koningin Beatrix vijfenzeventig jaar geworden. Afgelopen maandagavond, 28 januari, kondigde zij om 19.00 uur ’s avonds haar abdicatie aan. Op 30 april van dit jaar zal Prins Willem-Alexander ingehuldigd worden. Vanaf die dag zal ons land dus een koning hebben.

Toen afgelopen maandagavond het nieuws van de troonsafstand bekend werd, leek de hele wereld opeens stil te staan.
De televisie bood op Nederland 1 een avondvullend programma waarin Koningin Beatrix en Prins Willem-Alexander centraal stonden. De volgende ochtend was het niet anders. Het WNL-televisieprogramma Vandaag de Dag stond geheel in het teken van het abdicatienieuws.
In mijn brein echode met zekere regelmaat één woord van achttien letters: mensverheerlijking.
Daarmee ontken ik niet dat ons staatshoofd goed werk heeft gedaan. Dat heeft zij wél: jarenlang was zij een stabiele factor in de Neêrlandse monarchie. Maar ik zeg ook dat, naar mijn smaak, de nadruk al te veel lag op de kwaliteiten van de mens Beatrix, Koningin der Nederlanden.

Want waar gaat het eigenlijk om als wij nadenken over de troonswisseling?
Wat mij betreft is de kernkwestie dat wij de hoop uitspreken dat “wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid”. Ongetwijfeld herkent u de formulering van 1 Timotheüs 2[1].
Voor kerkmensen moet zó’n leven prioriteit hebben.
Het ambt van koning of koningin staat, als het goed is, in dienst van zó’n levenssfeer. Eén van de belangrijkste taken van het koningshuis is immers: het bewaken van de godsdienstvrijheid.
De opgave voor de overheid, inclusief het staatshoofd, “is niet alleen zorg te dragen voor de openbare orde en daarover te waken, maar ook de heilige dienst van de kerk te beschermen, en te bevorderen dat het koninkrijk van Jezus Christus komt en het Woord van het evangelie overal gepredikt wordt, zodat God door ieder geëerd en gediend wordt, zoals Hij in zijn Woord gebiedt”. Aldus artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Het is die dienstbaarheid die bij een aardse koning of koningin hoort. Bij koningin Beatrix. En, naar Gereformeerde mensen in 2013 mogen hopen, ook bij koning Willem-Alexander.

In 1 Timotheüs 2 wordt voor koning het woord ‘basileus’ gebruikt[2].
In de Griekse wereld bezigde men dat woord indertijd ook wel als het over de Romeinse keizer ging.
Paulus neemt in dit Schriftgedeelte meteen ook alle àndere hooggeplaatsten mee. En de apostolische intentie is duidelijk: alle regeringsgezag wordt door God verleend; dat dient gerespecteerd te worden.

Wellicht komt de vraag op: is een stil leven in feite niet hetzelfde als een rustig leven?
Nee, dat is niet Paulus’ bedoeling.
Hij gebruikt in 1 Timotheüs 2 het woord eremos: rustig – met rust gelaten worden. En ook het woord hesuchios: rustig – een rust van binnenuit, die ontstaat als men niet lastig gevallen wordt. Het tweede is dus het gevolg van het eerste.
Het doel van het koningschap? Dat moet in ieder geval zijn dat iedereen de Here kan dienen. Vrijelijk, zonder angst. Openbaar, niet slechts achter de voordeur. In zichtbare daden, die navolging verdienen.

Wij moeten de Here bidden om blijvende gelegenheid tot het beoefenen van ware godsdienst.
In psalm 72 dicht David:
“Men vreze u, zolang de zon er is,
en zolang de maan er is, van geslacht tot geslacht”[3].
In een commentaar bij deze Psalm schreef Johannes Calvijn in 1557 dat in die woorden met name wordt gedoeld op de dienst aan God. Zo vermaant de dichter “de koningen tot plichtsbetrachting en spoort hij het volk aan tot gebed, omdat er niets voortreffelijker is dan om er met al onze wensen naar te streven de dienst en de eer Gods te bevorderen”[4].

Het bovenstaande moet, naar mijn stellige overtuiging, bij Gereformeerde mensen de boventoon voeren.

Wat voor koning zal Willem-Alexander worden?
Commentatoren op radio en televisie vertellen ons dat er waarschijnlijk wel wat veranderen zal aan het karakter van het koningschap in ons land. Het wordt, naar men zegt, ceremoniëler. Maar het is niet te verwachten dat de nieuwe koning slechts een lintjesknipper wordt.
Hoe dat zij: de koning blijft vooralsnog het staatshoofd. Hij heeft een samenbindende functie, jazeker. Hij moet een bruggenbouwer zijn, inderdaad.
Maar hij zal zich, gedurende heel zijn ambtsperiode, vooral moeten realiseren dat de overheid een dienares van God is[5]. Denkt u in dit verband maar aan Romeinen 13: “Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. Zij staat immers in dienst van God, u ten goede”[6].
Groen van Prinsterer schreef eens: “Wie de staat neutraal wil laten, laat hem steeds dieper wegzinken in de modder van het nihilisme en bereidt het zuivere heidendom voor”. En: “Alleen een overheid naar Gods Woord, waarin de grondslagen van recht en moraal, van gezag en vrijheid zijn neergelegd, biedt uitkomst”.
De Nederlandse regering is, zo schreef iemand enkele jaren geleden, een ‘hulp in de huishouding van de Heere’.
Dat is een typering die mij de moeite waard lijkt om te onthouden.

Graag ga ik nu nog even terug naar 1 Timotheüs 2. Want daar is meer dan die koningen en hooggeplaatsten. Er is meer dan een rustig leven.
Er staat namelijk ook: “Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen. Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd”[7].
Zóveel is wel duidelijk: de God van het verbond wil allerlei mensen redden. Joden en heidenen. Mensen van hoge komaf en burgers aan de onderkant van de samenleving. Al die mensen hebben te maken met de onmetelijke liefde van de hemelse Heer.
Die diepe genegenheid is gebleken in het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

Die blijde Boodschap mag de kerk proclameren.
Overal op aarde.
Ook in Nederland.
Het is te hopen dat onze regering, daar ook in de toekomst, veel ruimte voor geven wil.
Laten wij de Here maar vragen of hij daartoe in de harten van de Nederlandse regering werken zal.
In de harten van alle ministers en staatssecretarissen.
In het hart van koningin Beatrix.
En ook in het hart van onze toekomstige Koning Willem-Alexander.

Noten:
[1] 1 Timotheüs 2:2.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Timotheüs 2:2.
[3] Psalm 72:5.
[4] Meditatie ‘God vrezen’. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 5 mei 2012, p. 2. De meditatie is van de hand van Johannes Calvijn en komt uit ‘Psalmen’; een publicatie uit 1557. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013c16047ba6d63c6546e414/god-vrezen/0 .
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dirk-Jan Nijsink, “Politiek mag je niet ‘koud’ laten”. In: Daniël, blad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, jg. 63, nr 23 (3 december 2009), p. 14 en 15. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013773cf99a19a9b67e84aaf/politiek-mag-je-niet-koud-laten/1 .
[6] Romeinen 13:2, 3 en 4.
[7] 2 Timotheüs 2:3-6.

10 december 2012

Geloof bij de haard?

Religie hoort achter de voordeur. Het is iets voor bij de haard. Het is een meditatiethema tijdens het rustmoment in uw fauteuil of sta-opstoel.
Volgens de regering tenminste.

Dat kan worden afgeleid uit berichten als de volgende.
“Het kabinet staakt de financiering van kleine religieuze omroepen als IKON/Zendtijd voor Kerken en RKK. Kerkgenootschappen moeten zendtijd voortaan zelf betalen. Religie hoort daarmee volgens dit kabinet achter de voordeur, reageert directeur Jan Slagter van omroep MAX.
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maakte donderdag bekend vanaf 1 januari 2016 niet langer te willen opdraaien voor de financiering van de kleine religieuze omroepen. Jaarlijks levert dat een besparing van 14 miljoen euro op”[1].

Men kan zeggen: er is geen gewoon geen geld meer voor. De portemonnee is leeg.
Maar het is opvallend dat de bekostiging van kleine religieuze omroepen helemáál ophoudt. Als het aan het kabinet ligt, althans.

Vanuit de regering wordt gezegd: “De publieke omroep is van ons allemaal, van 17 miljoen kijkers om het zo maar te zeggen (…) Het gaat uiteindelijk om het algemeen belang, om het totaal”.
En:
“Ik wil de discussie aan met Hilversum om te kijken wat de kern is van de publieke taak van het omroepbestel. Een publieke omroep met alleen maar moeilijke en ingewikkelde programma’s voor de elite, wordt in mijn ogen te smal. En bij een publieke omroep die alleen maar doet wat de commerciëlen doen, kun je je afvragen: waarom gaat daar nog belastinggeld naartoe?”.
De regering wil minder versnippering in het bestel. “Als je sowieso naar minder budget gaat voor de publieke omroep, moet je je afvragen of je aandacht wilt besteden aan levensbeschouwing door kerkdiensten van verschillende religieuze stromingen uit te zenden, of dat je misschien één programma maakt over de rol van religie in onze samenleving”[2].

Een commentator in het Reformatorisch Dagblad karakteriseerde de sfeer als volgt: “Geloof is een keuze en voor de kosten daarvan mag de maatschappij niet opdraaien”.
De scribent noteerde er bij: “Natuurlijk is het zo dat geloven iets mag kosten. Dat zou eens niet zo zijn. Wat je lief is, is je – ook financieel – iets waard. Maar daar gaat het hier niet om. In het moderne denken wordt geloven steeds meer gezien als een hobby waarvoor je kunt kiezen. En daar betaal je zelf dan maar voor.
Dat een geloofsovertuiging consequenties heeft voor het functioneren in de maatschappij wordt steeds meer betwist. Daar zit het probleem”[3].

In een kort commentaar op deze kwestie schreef mijn vader, H.P. de Roos, onder meer: “Zo zien we de eindtijd zich al verder toespitsen, naar de profetie van Openbaring 11. En hebben wij slechts deze tijd van verzoeking voor Gods troon te brengen, opdat niemand daarin overstag zal gaan en verloren zijn voor Gods Koninkrijk”[4].

Mijn vader maakte een notitie die mij de moeite waard lijkt om wat nader te worden uitgewerkt.
Dat wil ik vandaag graag doen.

Wat staat er in Openbaring 11[5]?

In dat Schriftgedeelte introduceert de Geest van God twee getuigen.
Dat woord ‘getuigen’ brengt ons in de sfeer van een rechtszaak. Er zijn dan ook twee getuigen: het vonnis in de zaak is – in lijn met Deuteronomium 19 – rechtsgeldig[6].
In feite stelt de Here een ultimatum: dit is de laatste kans om genade te ontvangen.
De twee getuigen hebben een boetekleed aan. Dat boetekleed heeft, in zekere zin, ook de functie van rouwgewaad. Twaalfhonderdzestig dagen lang klinkt de oproep om Gods geboden te eerbiedigen.
In Openbaring 11 staat: “Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan”. Hier wordt de kérk vertegenwoordigd. En het is volstrekt duidelijk: wat die twee getuigen zeggen, dat is tot op de laatste letter waar.
De kerk gaat rond in de wereld. En die rondgang staat, blijkens het vervólg van Openbaring 11, rechtstreeks in verband met Gods oordeel: Gods kinderen worden ten langen leste beloond, en goddelozen vinden uiteindelijk de dood[7].

In de stad waar de twee getuigen rondlopen wordt het snel donker.
Want alle aanwezige heidenen maken de duisternis steeds dieper. De mensen zien geen hand meer voor de ogen.
Het juiste zicht op de gebeurtenissen in de stad gaat ontbreken. De samenhang in de stad verdwijnt. Dat is geen wonder. In het donker kun je elkaar niet zien. Dus gaat iedereen door elkaar lopen. Men roept naar elkaar, om zich te oriënteren. Maar de zoekende mensen vinden elkaar niet echt. En als ze elkaar wél vinden is het ontplooien van gerichte activiteiten bijkans onmogelijk.

In de stad brandt nog één lamp. Dat is de lamp van de twee getuigen.
Het is belangrijk om te zien dat de twee getuigen kandelaren en olijfbomen zijn. Ze produceren, om zo te zeggen, hun eigen olie. Zij hoeven in die donkere stad niet op zoek naar brandstof. Want die dragen zij altijd bij zich.

De verklaring van deze tekst gaat terug op Zacharia 4.
Ik citeer: “De engel die met mij sprak, kwam terug en wekte mij zoals men iemand uit de slaap wekt. Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? Daarop antwoordde ik: Ik zie daar een kandelaar, geheel van goud, met een oliehouder aan zijn top; hij heeft zeven lampen, en telkens zeven toevoerbuizen voor de lampen erbovenop; en twee olijfbomen steken boven hem uit, de ene rechts en de andere links van de oliehouder. Ik hernam en vroeg de engel die met mij sprak: Wat betekent dit, mijn heer? Toen gaf de engel die met mij sprak, mij ten antwoord: Weet gij niet, wat dit betekent? Ik zeide: Neen, mijn heer. Hij antwoordde mij: Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel: niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen”[8].
De kerk krijgt door de Geest van God steeds weer de energie om het Evangelie te verkondigen.

De wereld maakt wellicht snode plannen om de kerk te beschadigen, of zelfs geheel weg te werken.
Dergelijke plannen zijn echter tot mislukken gedoemd.
Hoe ik dat zo zeker weet?
Omdat ik in Openbaring 11 lees: “En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zó de dood vinden. Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen”[9].

Dat klinkt hoopvol.
Maar de werkelijkheid lijkt anders.
Als de twee getuigen hun boodschap hebben gebracht, worden zij namelijk vermoord.
En waarom? Antwoord: wat de goddeloze stedelingen betreft moet de kerk worden uitgeroeid. Elke herinnering aan geloof en religie dient grondig te worden uitgewist. En alle ándere wereldburgers vinden dat ook reuze interessant.
Alle mensen willen op aarde – op ‘hun’ planeet – zélf imponerende dingen doen.
Als alle religieuze zaken uit de wereld zijn, dan lijkt het overal in de wereld wel Sinterklaas. “En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden”[10].
Echter: er wordt te vróeg feest gevierd.
Want die vermoorde getuigen krijgen van God hun levensadem terug. Zij gaan op hun voeten staan.
De hemelse God laat het zien: Ik heb het laatste Woord!
Hij toont het onweerlegbaar aan: de overwinning is aan Mij, en aan Mijn kinderen.

Over Openbaring 11 zou meer te zeggen zijn.
Maar de grote lijnen zijn nu wel duidelijk.

In het begin van dit artikel ging het over het regeringsstandpunt: religie hoort achter de voordeur.

Gelovigen kunnen, als het om deze dingen gaat, vaststellen: de regering laat zich gebruiken als instrument van Gods tegenstanders om geloof en religie uit de samenleving te bannen.

Een eventuele tegenwerping van regeringszijde dat dat niet de bedoeling is, lijkt mij weinig geloofwaardig.
Daarvoor is de bezuiniging veel te rigoureus.

De regering kan zeggen: religieus getinte radio- en tv-uitzendingen juichen wij van harte toe; u kunt die bij andere omroepen onderbrengen.
Dat is een mooi verhaal.
Maar vanuit de regering wordt simpelweg gezegd: “In het vorige kabinet is al een en ander in gang gezet als het gaat om de publieke omroep. Dat ging ook al gepaard met een eerste bezuiniging van zo’n 200 miljoen, waarvan 127 miljoen uiteindelijk geland is bij de publieke omroep. En in het nieuwe regeerakkoord zit daar nog eens een extra slag overheen van 100 miljoen”[11].
Hoe creatief moeten omroepen eigenlijk zijn om geloof en religie in het publieke omroepbestel te kunnen behouden?

Wat is de roeping van de kerk in deze tijd?
Het antwoord is eenvoudig: de kerk moet het Evangelie blijven verkondigen; in woord en daad.
Gereformeerden zullen er mee moeten rekenen dat ze weinig gehoor krijgen. Oók als de bovengenoemde regeringsmaatregelen worden verzacht. Immers: de sfeer waarin men denkt en de uitgangspunten van waaruit men werkt, die veranderen niet.

In deze situatie is het voor Gereformeerden belangrijk om te volharden in hun geloof.
Het Evangelie moet worden geproclameerd. Onverkort. Zonder omwegen.
En niet alleen omdat de Here die verplichting aan Zijn kerk gegeven heeft.
Er is nog een andere reden. Als de kerk mensen naar de mond gaat praten en slechts een ‘horizontaal evangelie’ brengt, heeft de regering in komende jaren een extra argument om met een zekere voldaanheid vast te stellen dat de door haar genomen beslissing de juiste was.

De Here is de almachtige Koning, die het altijd en overal te zeggen heeft.
De kerk moet het blijven verkondigen: “…alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe”[12].
De kerk mag haar Heer steeds loven en danken. Om het met Openbaring 11 te zeggen: “Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard”[13].

De heerlijke waarde van dat koningschap zal steeds meer blijken.
Of men dat nu wenst te zien, of niet.

Noten:
[1] Zie http://www.refdag.nl/nieuws/binnenland/kabinet_trekt_stekker_uit_ikon_zvk_1_697133 .
[2] Zie http://www.refdag.nl/nieuws/politiek/interview_dekker_publieke_omroep_is_van_iedereen_1_697261 .
[3] Zie http://www.refdag.nl/opinie/commentaar/commentaar_nauwelijks_nog_preken_in_de_ether_1_697215 .
[4] H.P. de Roos, “Kort opgemerkt”, volgnummer 118, gedateerd donderdag 6 december 2012.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring: profetie vanaf Patmos”. – Kampen, Uitgeverij Kok, 2000. –  p. 258-268.
[6] Deuteronomium 19:15: “Eén enkele getuige zal niet tegen iemand kunnen optreden ter zake van enige ongerechtigheid of zonde, welke ook, die hij begaan mocht hebben; op de verklaring van twee of drie getuigen zal een zaak vaststaan”.
[7] Openbaring 11:18: “…uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven”.
[8] Zacharia 4:1-6.
[9] Openbaring 11:5 en 6.
[10] Openbaring 11:10.
[11] Zie http://www.refdag.nl/nieuws/politiek/interview_dekker_publieke_omroep_is_van_iedereen_1_697261 .
[12] Johannes 3:16.
[13] Openbaring 11:17.

Blog op WordPress.com.