gereformeerd leven in nederland

15 juni 2018

Stevig Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Laat de kerk ontspannen onderzoek doen naar de groter wordende plaats van religie en spiritualiteit buiten de kerkmuren. De kerk moet haar eigen vormen en opvattingen niet krampachtig aanpassen, maar blijven geloven in de eeuwenoude tradities.

Aldus mevrouw dominee Epema[1].
De dominee is gepromoveerd op de theorieën van een Canadese filosoof.
Die filosoof heet Charles Taylor.

Die Canadese geleerde zegt: er zijn twee tegenpolen:
* klassiek geloof in God
* modern atheïsme.

Maar er is meer.
Een geleerde theoloog legde de denkbeelden van Taylor nader uit: “Wie gelooft, is zich altijd bewust van de mogelijkheid om niet te geloven en wordt daardoor beïnvloed. Wie atheïst is, kan zich niet werkelijk onttrekken aan de optie dat je ook zou kunnen geloven. In dat spanningsveld ontstaat een waaier aan mengvormen tussen klassiek godsgeloof en modern atheïsme. Tegelijk worden die twee polen in hun zuivere vorm zwakker”[2].

Er is één troost: de gerichtheid op het hogere is een menselijke eigenschap, zegt meneer Taylor. Dus: mensen zullen altijd omhoog blijven kijken.

Nu kun je natuurlijk omhoog kijken.
Maar de vraag is natuurlijk: wat verwacht je dan eigenlijk?
Wat geloof je eigenlijk?
En van wie/Wie verwacht je het?
Kortom: wat stelt het geloof inhoudelijk nog voor?
Dominee Epema zegt: “Mijn punt is dat er momenteel door kerken veel energie wordt gestoken in aantrekkelijke vormen en een aansprekende presentatie, terwijl er te weinig gebeurt met de vraag wat de transformaties die Taylor beschrijft, betekenen voor de inhoud van het geloof. Het gesprek over de inhoud zou in de kerk meer gevoerd moeten worden, ook met mensen buiten de kerkmuren. Volgens mij is het mooie van deze tijd dat mensen openstaan voor dit gesprek”.

Dus:
* bijna iedereen doet verwoede pogingen om de kerk aantrekkelijk te maken
* heel weinig mensen praten vandaag over de inhoud van hun geloof.

Als ik dit alles lees, kom ik uit bij Colossenzen 4.
Daar schrijft de apostel Paulus onder meer dit: “Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit. Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden”[3].

De brief is gericht aan christenen in Colosse, een stad in Turkije, ongeveer honderdzestig kilometer ten oosten van Efeze.
Paulus kent die christenen alleen maar van horen zeggen. Hij is er zelf niet geweest.

Paulus maakt zich zorgen over opvattingen die in de gemeente in Colosse worden verkondigd.
Daarom legt hij in het eerste deel het Evangelie van Jezus Christus en onze verlossing nog eens uit.
Hij is onze Schepper. Hij heeft een gemeente in Colosse. Een gemeente van mensen die verlost zijn van schuld. De zonde is in de kerk geen overheersende factor meer. En Paulus waarschuwt: laat niemand u van dat Evangelie af brengen! De christenen in Colosse, de Colossenzen moeten zich niet laten ompraten door allerlei filosofen en geleerd klinkende mensen die het beter lijken te weten.

Maar het is wel belangrijk om wijs en vriendelijk om te gaan met mensen die geen lid van de kerk zijn.
Wat de Colossenzen zeggen, moet welgevallig zijn. Het Evangelie mag op een prettige wijze worden ‘opgediend’. Opgepast dus voor lompheid. En voor tactloos gepraat. En voor onbehouwen gedoe. Dat past niet in de kerk.
De gesproken woorden moeten met zout smakelijk gemaakt worden. Dat betekent: geef God de belangrijkste plaats in uw leven. Leg maar uit dat het leven pas echt op smaak wordt gebracht met de troost van het Evangelie, zoals dat in de Bijbel staat.

Het is goed om te weten wat de diepste drijfveren zijn van de mensen om ons heen. Ook zij hebben hun principes en motieven.

Als u die kent, kunt u duidelijk aangeven wat de verschillen liggen.
Als u die kent, kunt u laten zien dat u bij de keuzes die u maakt wordt aangestuurd door de Heilige Geest van God. Door Zijn kracht slaagt u er steeds beter in om uw zondige aarde naar de achtergrond te duwen.

Dat levert stevigheid op.
Denkt u maar aan een omvangrijke boom. Een plataan bijvoorbeeld. Zo’n boom met een hele brede kruin, van een metertje of acht[4].
Paulus denkt blijkbaar ook aan zo’n boom. Want hij schrijft: “Zoals u dan ​Christus​ ​Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandel in Hem, geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent; wees daarin overvloedig, met dankzegging”[5].
Kortom:
wie goed geworteld is, waait niet bij de eerste windvlaag om;
wie stevig staat is niet meteen bang als het in of rond de kerk stormt.

Die Canadese filosoof, de heer Charles Taylor, constateert dat er een waaier aan mengvormen tussen klassiek godsgeloof en modern atheïsme is.
Dat klinkt heel sjiek.
Maar in feite is er maar één vraag die er toe doet: bent u voor of tegen Christus?
Paulus schrijft in Colossenzen 4: “Bid​ meteen ook voor ons dat God voor ons de deur van het Woord opent, om van het geheimenis van ​Christus​ te spreken”[6].
Paulus schrijft dus over één deur. Niet over twee of drie.
Paulus over het geheimenis van Christus. Daar is er echt maar één van.
Het is derhalve niet zo dat Christus via vele ongedachte wegen te bereiken is!

Wie met buitenstaanders spreekt, hoeft niet bang te zijn dat hij er meteen minder Gereformeerd om wordt.
En wie door de Heilige Geest wordt aangestuurd, zal in een dergelijk gesprek ook zeker wel de goede woorden vinden.

Maar Paulus schrijft in Colossenzen 4 wel: wees overvloedig, met dankzegging. Met andere woorden: breng de Here dank voor de mogelijkheden die Hij geeft, en houdt steeds contact met Hem.
Laten wij dat gebed nooit vergeten!

Noten:
[1] “Laat kerk over inhoud in gesprek gaan”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 31 mei 2018, p. 12.
[2] Ad de Bruijne, “Zinnig rechtzinnig” – column. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 maart 2018, p. 17.
[3] Colossenzen 4:5 en 6.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Plataan ; geraadpleegd op maandag 4 juni 2018.
[5] Colossenzen 4:6 en 7.
[6] Colossenzen 4:3.

29 januari 2018

Wees trouw in het geloof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Kent u de columnist en essayist Stephan Sanders?[1]
Stephan rekent zich tot degenen die in Jezus geloven.
Maar Stephan heeft, naar het lijkt, een knipperlichtrelatie met Hem.

Op de website van het dagblad Trouw kwam ik een artikel van Stephan tegen, dat gedateerd is op woensdag 17 januari 2018.
U moet weten: de columnist is nu een paar jaar aan het proefgeloven. Als jongen kwam hij wel in de kerk. Vervolgens veertig jaar in het geheel niet. En nu weer wel.

Ter oriëntatie geef ik een drietal citaten.

1.
“Als de postkoets. Zo voorbij is voor veel mensen religie, zeker de christelijke. Voor Zen en Boeddha willen ze nog wel een uitzondering maken. Vooral voor die beeldjes, zo leuk in de vensterbank”.
2.
“Het leven als de TGV: Amsterdam-Lyon in 5.43 uur. De weilanden, huizen en akkers flitsen aan je voorbij, en zo hoort dat ook te gaan met het verleden. Dat is van vroeger, zie hoe het landschap zich verdikt tot een streep; als de streep die je door het geloof hebt gehaald. Het blijft opmerkelijk, dat zo’n persoonlijke breuk meteen wordt gezien als algemeen geldig; dat niet alleen deze Nederlander afstand nam van zijn geloof, maar dat door hem en met hem en in hem heel de wereld dat deed – althans, het moderne, flitsende deel. Het vooruitgeschoven deel. Nederland.
Een halve eeuw geleden was dit een belangrijk deel van de Nederlandse identiteit: het geloof in God.
Nu geloof je als echte Nederlander heilig in Zwarte Piet”.
3.
“…Dit voortsnellende idee, dat religie toch ‘niet meer van deze tijd is’, alsof je het hebt over je eerste Nokia-mobieltje dat je bent kwijtgeraakt; ik hoor er altijd weer van op. Hoeveel vooruitgang is er de laatste tijd eigenlijk geboekt met de liefde, de vergeving; met broederschap, kunst in het algemeen en de dood in het bijzonder? We mogen dan steeds sneller gaan en harder, maar waarnaartoe? Of zelfs: waartoe? Zeer oude vragen, en toch altijd hyper-actueel.
Ik zelf heb, zoals u inmiddels weet, een forse radiostilte ingelast in mijn geloofsleven. Als jongen wel naar de kerk, toen meer dan veertig jaar niet, en nu alsnog. En overtuigder dan ooit, waarschijnlijk omdat ik alles opnieuw moest ontdekken, en nu ook pas zie wat toen voor mij verborgen bleef. Sommige boeken moet je ook niet op je dertiende willen lezen, die zijn te complex en jij bent te veel puber.
Ik wens iedereen zo’n nieuwe of hernieuwde kennismaking toe. De bozen en de gefrustreerden, die jaar in jaar uit hun geloofswrok met zich meetorsen. De nieuwkomers, die denken dat het niets is ‘voor ons soort weldenkende mensen’. En de gelovigen, die het stiekem een sleur is geworden.
Start of restart: klinkt dat bijdetijds genoeg?”[2].

Tot zover de citaten.

Hoe staat het nu eigenlijk met het geloof van deze columnist? Dat valt, wat mij betreft, niet precies te zeggen. Maar één ding is zeker: ik gun hem een levend geloof. En een heerlijk perspectief op de eeuwigheid!
Daarbij denk ik aan Johannes 14: “Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf”[3].

Laten wij bij dit alles niet vergeten dat er, op de keper beschouwd, een levensgroot verschil is tussen religie en geloof. Ik zet de beide begrippen even onder elkaar:
Religie:
“Onder religie (religare, Latijn voor verbinden) wordt meestal één van de vele vormen van zingeving, of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, verstaan. In bredere zin duidt het woord ‘religie’ op een meer algemene vorm van spiritualiteit, gevoelens, gedachten met betrekking tot de zin van het leven in relatie tot óf een macht…”[4].
Geloof:
“Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].
Het geloof geeft vaste grond onder de voeten. Religie zet de mensen slechts op drijfzand.

Stephan verbaast zich erover dat het christelijk geloof in Nederland zo snel werd weggezet en afgedankt. En inderdaad, dat is opmerkelijk.
Het is, meen ik, ten diepste alleen verklaarbaar als wij ons realiseren dat er een geest van dwaling heerst.
In 1 Johannes 4 wordt er als volgt over geschreven: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan. Hieraan leert u de ​Geest van God​ kennen: elke geest die belijdt dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de ​antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is”[6].
En:
“Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling”[7].

Stephan Sanders noteert: “Sommige boeken moet je ook niet op je dertiende willen lezen, die zijn te complex en jij bent te veel puber”.
Maar nu staan de zaken dus anders.
Als ik het goed begrijp, heeft het sterven van Stephans’ moeder daarbij als katalysator gewerkt[8].
Dat lijkt mij een attentiesein voor jongeren, inclusief pubers. En ook voor ouderen trouwens. Dat attentiesein wijst ons onder meer op het volgende:
* er komen momenten waarop de Here in ons leven ingrijpt
* er gebeuren soms dingen die ons aan het denken zetten
* wees trouw in de dienst aan de Here
* dan gaan je gedachten altijd de goede richting uit
* dan is er altijd uitzicht!

Stephan Sanders wil graag bij de tijd zijn. Hij schrijft over start en restart. Het ontbreekt er nog maar net aan dat hij op de resetknop heeft gedrukt.
Ik zou willen uitroepen: met Gods Woord ben je immer en altijd eigentijds. Dat Woord geeft rust.
Ook voor gelovigen van 2018 geldt dat woord uit Openbaring 2: “Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[9].

Noten:
[1] Zie voor meer informatie over Stephan Sanders https://nl.wikipedia.org/wiki/Stephan_Sanders ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[2] Geciteerd via https://www.trouw.nl/ ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[3] Johannes 14:11.
[4] Geciteerd van http://www.encyclo.nl/begrip/religie ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] 1 Johannes 4:1, 2 en 3.
[7] 1 Johannes 4:6.
[8] Citaat van https://visie.eo.nl/2016/12/stephan-sanders-probeerde-voor-een-jaar-de-kerk-uit/ : “Het geloof was er gewoon niet bij Sanders. Maar alles werd anders na het overlijden van zijn moeder, vertelt hij. ‘Die uitvaart, dat moet je de katholieken meegeven, dat kunnen ze ontzettend goed. In die tijd heb ik voorzichtig het idee toegelaten dat het geloof niet krankzinnig is’. Om het een kans te geven besloot hij een jaar geleden om wekelijks naar de kerk te gaan”.
[9] Openbaring 2:10 b.

7 juni 2017

Gods Geest zal ons onderwijzen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Niet zo lang geleden – het was op woensdagavond 17 mei – woonde ik het kennisonderzoek bij dat een aantal belijdeniscatechisanten van De Gereformeerde Kerk Groningen moest ondergaan.
Even waande ik mij terug in het jaar 1981. Ik besefte weer hoe spannend ik dat kennisonderzoek toen vond.

Toen het onderzoek was afgelopen werd er onder meer gezegd: welkom in de strijd.

Beide jonge kerkmensen beleden afgelopen zondag – Eerste Pinksterdag – in het openbaar hun geloof.
Dat is een wonder.
Een groot wonder.

Immers, die openbare geloofsbelijdenis werd afgelegd in een tijd waarin de religies ons zogezegd om de oren vliegen.

In een krant zegt iemand: “Ik vind de islam een raadsel, maar dat geldt voor meer dingen. Mensen zijn gemaakt om God te kennen. Wij zijn ongeneeslijk religieus. Zo kan ik de islam verklaren: het is een zoektocht naar God”.
En:
“Je kunt daarentegen de islam zien als een godsdienst die goed bij ons mensen past: de regels zijn duidelijk, er wordt haarfijn uitgelegd wat je van God moet doen”[1].
Dat lezende vraag ik mij af: moeten wij niet gewoon zeggen dat de islam in feite een afgoderij is? Nee, daarmee zijn moskeebezoekers niet afgeschreven; er zitten vast aardige mensen tussen. Maar laten we niet net doen alsof christenen en moslims eendrachtig naar Jezus kunnen kijken.

Op 23 mei jongstleden werd de glossy Mix gepresenteerd.
Flexibel geloven – daar gaat het in die glossy over.
Een bijbehorende website verkondigt: “Boeddha, Maria, een huisaltaar, gebedsvlaggetjes, een meditatiehoekje en een menora. Bij steeds meer Nederlanders zijn ze naast elkaar in huis te vinden.
De grenzen tussen religies vervagen, we willen ons niet meer binden aan één traditie en omarmen vele religieuze stromingen. We denken en doen ‘én-én’. We maken onze eigen MiX”.
Voor wie is MiX bedoeld?
“MiX is een eenmalige glossy voor een waaier aan nieuwsgierige, (zelf)bewuste zinzoekers van alle kleuren, leeftijden en achtergronden”[2][3].

Welkom in de strijd…
Dat is mooi gezegd.
Maar kunnen we wel overeind blijven als we zoveel godsdiensten om de oren gesmeten krijgen?

Toch wel.

Maar hoe dan?
Laten wij elkaar wijzen op woorden uit Johannes 14: “Maar de Trooster, de ​Heilige​ ​Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.
Vrede​ laat Ik u, Mijn ​vrede​ geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw ​hart​ niet in beroering raken en niet bevreesd worden”[4].

Die woorden richt Christus aan het adres van Zijn discipelen. En via die leerlingen spreekt Hij ook tegen Zijn kerk.
Wat de kerkmensen in eerste instantie niet in zich opgenomen hebben, komt later weer in het geheugen terug. De Heilige Geest zorgt ervoor dat het, om zo te zeggen, weer in het brein opduikt.

Jezus Christus zegt er wat bij: “Mijn vrede geef Ik u”.
De vrede van de wereld bestaat, bijvoorbeeld, uit het samen naar Jezus kijken. Maar de vrede waar de Heiland het over heeft betekent het einde van innerlijke deining, consternatie en onzekerheid. En daarbij komt een garantie: Vader is aanwezig. Het gebeurt nooit dat Hij even weg is.

In Johannes 14 bereidt Jezus Christus de discipelen voor op het naderende afscheid.
En inderdaad – de Heiland is nu niet meer op aarde.
Maar dat betekent voor de kerk niet dat zij nu enigszins sullig opereert in een onafzienbare leegte. Het betekent niet dat de kerk nu simpelweg iets over de Bijbel zegt, en daarmee uit. Nee, de kerk verkondigt troost. Troost van Vaderlijke presentie. Troost, omdat de Heilige Geest zich in de harten van Zijn kinderen heeft gezeteld.
En ja, dat geldt ook voor die belijdeniscatechisanten van hierboven.

Wat zullen die jonge mensen veel lezen!
Wat zullen die jonge gelovigen met ontzaglijk veel mensen contact maken in het leven!
Wat komen wij allen veel moeilijke dingen tegen in het leven!
Laten wij daarbij het volgende bedenken:
* belijdenis doen is niet zeggen: ik blijf bij de Heiland
* belijdenis doen is wel zeggen: de Heiland blijft bij mij. Door Zijn Heilige Geest!

Noten:
[1] “De spiegel die moslims aan christen voorhouden” – interview met professor Bernhard Reitsma. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 19 mei 2017, p. 6 en 7.
[2] Geciteerd van http://www.mix-glossy.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 19 mei 2017.
[3] De glossy werd uitgegeven door Amsterdam University Press te Amsterdam. – 80 p. De redactie werd gevormd door professor dr. Manuela Kalsky, bijzonder hoogleraar op de Edward Schillebeeckx leerstoel voor Theologie en Samenleving aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, en André van der Braak, hoogleraar Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
[4] Johannes 14:26 en 27.

9 februari 2016

Puur en duurzaam

Zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus is, voor veel mensen althans, een donkere Zondag. Er wordt over gesproken dat de pauselijke mis een vervloekte afgoderij is.
Afgoderij: dat is al erg.
Vervloekt: dat klinkt nog erger, nog zwaarder, nog keiharder.

Nu zullen we, ook als het om deze Zondag gaat, niet mogen vergeten dat die oude publicatie uit Heidelberg een troostboekje is. Het moet ons duidelijk worden dat we bij de God van het verbond terecht kunnen. Hij opent Zijn armen. Hij zegt: kom maar bij Mij.

Met het oog daarop vraag ik vandaag met name aandacht voor deze woorden uit Zondag 30:
“Voor wie is het avondmaal van de Here ingesteld?
Antwoord:
Voor hen die om hun zonden een afkeer van zichzelf hebben en toch vertrouwen dat deze hun om Christus’ wil vergeven zijn, en dat ook de overblijvende zwakheid door zijn lijden en sterven bedekt is; die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te versterken en hun leven te beteren”[1].

Het is belangrijk om de formulering uit ons troostboekje eens goed tot ons door te laten dringen.

We weten allemaal hoezeer de wereld van zonde doortrokken is.
Voor velen ziet de wereld er, om allerlei redenen, ook bijzonder donker uit. Niet zo lang geleden was er een nieuwsbericht waarin onder meer het volgende te lezen stond.
“Een op de tien mannen en een op de vijf vrouwen in Nederland worden ergens in hun leven getroffen door een depressie. Depressiviteit is ook de belangrijkste oorzaak van ziekteverzuim en kost op jaarbasis 1,5 miljard euro. Dat geld gaat op aan zorg en verlies van arbeidsproductiviteit.
Minister Schippers benadrukt dat het haar gaat om veel meer dan alleen het omlaag brengen van de kosten. ‘Niemand hoeft zich te schamen voor een depressie, we schamen ons toch ook niet voor een hernia? Laten we ons er samen sterk voor maken dat we ook op de werkvloer of op school een depressie bespreekbaar maken en ons niet laten leiden door vooroordelen. Hoe sneller we erbij zijn, hoe beter het is te behandelen en hoe sneller mensen weer kunnen meedoen’”[2].
Als we een dergelijk bericht tot ons door laten dringen zijn we wellicht geneigd om te knikken.
Het is een moeilijke wereld, inderdaad.
Het leven is niet makkelijk; zeker niet.
De problemen stapelen zich op – nou en of.
Maar daar gaat het in de Catechismus niet om!
Want daar leren we naar onszelf te kijken. Niet om een beetje te gaan zitten navelstaren. Of om, in een verloren hoekje, een potje te gaan zitten huilen.
Welnee!
Als we naar onszelf kijken, moeten we onze blik ook meteen van richting laten veranderen. Onze blik moet van beneden naar boven gaan. Naar Christus. Door Zijn lijden en sterven is vergeving van onze zonden gegarandeerd!

Zondag 30 is een ontspannende Zondag.
We belijden daar dat we begeren ons geloof te versterken en ons leven te beteren.
We gaan dus anders leven.
Maar dat is echt wat anders dan vriendelijk en vrolijk door de wereld fladderen.

Nu het hierom gaat wijs ik op een bijeenkomst van het Interreligieus netwerk In Vrijheid Verbonden; die vond plaats op maandag 25 januari jongstleden. Er was een ‘pelgrimage van de vrede’. Het Nederlands Dagblad schreef er een dag later over: “Christenen, joden, moslims, boeddhisten en hindoes liepen samen vanaf het plein bij de Dom naar het muziekcentrum. Zo wilden ze uitdrukken dat ze vreedzaam met elkaar willen leven en optrekken. Het weer werkte aangenaam mee: de wandeling werd verlicht door het zachte schijnen van een januarizonnetje, dat toeristen en stadsbewoners in een eerste voorzichtige voorjaarsroes bracht”.
“De werkelijkheid anno 2016″– zo stond er in die recente editie van het ND ook heel eerlijk bij – “is tamelijk rauw als het gaat om religieuze spanningen, de omgang met ‘moslimvluchtelingen’ of de botsing tussen geloof en seculier denken. Daar wees de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen ook op tijdens zijn openingswoorden in het bijzijn van Beatrix. ‘De wereld is er sinds 2005 niet echt beter op geworden’, drukte hij zich nog voorzichtig uit. ‘Soms lijkt het erop dat de slechte gewoonte om maatschappelijk bezien hele groepen in een hokje te plaatsen weer meer ingang vindt’”[3].
We kunnen niet om een harde conclusie heen: vriendelijk bedoeld pseudo-geloof helpt niet verder. Vrede is mooi. Verdraagzaamheid is prachtig. Maar Paulus leert ons in 1 Corinthiërs 11 waar het om gaat:
* wij moeten steeds blijven denken aan Christus’ verlossingswerk
* de inhoud en waarde van dat verlossingswerk behoren geproclameerd te worden
* de verkondiging van dat verlossingswerk zal doorgaan tot de Jongste Dag.
In de taal van 1 Corinthiërs 11 klinkt dat zo: “Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt”[4].
Zo staan de zaken er in de kerk voor.
En daarom…
Daarom hoeven wij niet zo nodig de eucharistie te vieren.
Eucharistie, dat betekent: “Het offer van Christus vormt met het offer van de eucharistie één enkel offer: “’De offergave is een en dezelfde: door het priesterlijk dienstwerk offert nu dezelfde die eertijds aan het kruis zichzelf ten offer opdroeg; alleen de wijze van offeren is verschillend’. ‘En omdat in dit goddelijk offer dat tijdens de mis voltrokken wordt, is dezelfde Christus, die zichzelf eenmaal op het altaar van het kruis op bloedige wijze offerde, aanwezig en wordt Hij op onbloedige wijze geofferd’”[5]. Ach nee, dat kan en hoeft helemaal niet meer!
En daarom…
Daarom hoeven wij geen interreligieuze projecten op te zetten. Want wij hoeven niet zo nodig iets van ons geloof te maken.
En daarom…
Daarom hoeven wij niet op zoek te gaan. Op zoek naar onszelf. Bijvoorbeeld in het boeddhisme. Of in het hindoeïsme. Welnee – hou maar op met zoeken!

Onze blik moet van beneden naar boven gaan. Naar Christus. Door Zijn lijden en sterven is vergeving van onze zonden gegarandeerd.
Die geloofswetenschap geeft rust.
Ontspanning.
Die geloofswetenschap zorgt ervoor dat we veel aardse zorgen kunnen loslaten.

Nee, Christus zien wij niet met onze lichamelijke ogen. Het altaar uit de Rooms-katholieke kerk wordt aan de kant gezet. Het Boeddhabeeld kan uit het interieur worden verwijderd.
Is dat niet kaal?
Welnee.
Integendeel.
Kerk en geloof: die zijn puur. Er is verder niets extra’s nodig. Er hoeft niets meer omheen.
De verbondsrelatie tussen Christus en Zijn kerk is het meest duurzame fenomeen in heel de wereld.
In die zin is de kerk heel modern. Heus waar.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 30, vraag en antwoord 81.
[2] Zie http://nos.nl/artikel/2082769-onderzoek-naar-depressie-bij-tieners-en-jonge-vrouwen.html . Geraadpleegd op maandag 25 januari 2016.
[3] Zie: Gerard ter Horst, “Vrede begint met samen wandelen”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 26 januari 2016, p. 2.
[4] 1 Corinthiërs 11:23-26.
[5] Zie http://www.gotquestions.org/Nederlands/Heilige-Eucharistie.html . Geraadpleegd op dinsdag 26 januari 2016.

29 oktober 2015

Diepgang

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Diepgang: als het goed is, is dat een kenmerk van Gereformeerde preken[1]. De prediking blijft niet steken bij dagelijkse dingen, maar steekt af naar de diepte.
In onze belijdenisgeschriften komen we veel diepgang tegen.
Een voorbeeld: Gods Zoon heeft geleden onder Pontius Pilatus, “is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel; op de derde dag opgestaan uit de doden; opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden”[2]. Diepgang betekent: we doen ons best om iets te laten zien van de dimensies waarin God denkt en werkt.

Als ik mij niet vergis, wordt dat woord ‘diepgang’ in de kerk wel eens een beetje gedachteloos gebruikt. We willen meer diepgang, zegt men. Maar wat men daar dan mee bedoelt blijft vaak in het midden.

De diepgang van een schip is, als ik het goed weet, de afstand tussen het wateroppervlak en de onderkant van de kiel. De ‘officiële’ diepgang wordt op een bepaalde plek van het schip gemeten.
Gereformeerde diepgang begint, dunkt mij, bij het volbrachte werk van Christus, de Zoon van God. Hij is neergedaald in de hel. Hij was ver weg. Maar Hij is ook weer opgestaan. In de kerk gaat het er om de gevolgen van Zijn werk in ons leven te belichten.
Die consequenties zijn er altijd. Die voortvloeisels bepalen de manier waarop we met de dingen in de wereld omgaan. Onze leefomgeving verandert voortdurend. Maar onze God is Dezelfde. Zijn openbaringswoord is volkomen. Er hoeft niets meer bij gezegd te worden. En er gaat ook niets meer af. Gods Woord geeft ons voldoende ‘munitie’ om antwoorden te geven op alle situaties die zich aan ons voordoen. En van kinderen van God mag verwacht worden dat we die antwoorden ook echt geven. Want wij zijn niet van de wereld. Maar we staan er wel middenin.

De drukte in onze wereld maakt het vandaag de dag moeilijk om diepgaand te studeren.

In het Reformatorisch Dagblad blikte niet zo lang geleden de psycholoog Maarten Burggraaf terug op de door hem verrichte arbeid. Hij heeft een lange loopbaan in de zorg en het onderwijs achter de rug.
Burggraaf draait er niet omheen: vergeleken met de jaren ’60 van de vorige eeuw is er veel veranderd.
De zielkundige typeert de kwestie zo: “Ze lazen veel, diepten onderwerpen uit. Ze groeiden op in een sterk verzuilde om­geving. Tegenwoordig is er minder diepgang. Jongeren weten weinig van veel dingen, ze handelen vluchtiger, wereldser ook. Dat komt door de moderne media”.
Het geweldig grote aanbod aan informatie verlokt al snel tot een zekere oppervlakkigheid. De psycholoog zegt: “Jongeren van nu blijven niet meer opgesloten in de zuil, en haken soms af. Maar ook vroeger werden er jongeren onkerkelijk. Tegenwoordig is ook de vraag belangrijk hoe we verantwoordelijk met de toegenomen weelde moeten omgaan. Elke tijd heeft zijn eigen vragen”[3].

Er valt in onze tijd veel te kiezen. En in de komende jaren zullen er alleen maar meer keuzes mogelijk zijn.
Juist in zo’n tijd is het belangrijk om ons te realiseren hoe wij onze keuzes maken. Wat is de basis waarop wij onze keuzes bepalen? Wat is onze levensrichting? Waar willen wij naar toe?
Vroeger riep de kerk op tot geloof in Jezus Christus. Dat is vandaag nog net zo. Maar het aantal verleidingen is wel explosief toegenomen. In deze prikkelende tijd wordt concentratie gevraagd; op Woord en prediking, namelijk.

We moeten er elkaar in dit verband op attenderen dat geloof iets heel anders is dan religie.
Religie is het geloof in allerlei goden. In het publieke domein draait op dat punt een meningencarrousel. Mijns inziens terecht zei iemand daarover: “Je hoort er weinig genuanceerde meningen, iedereen profileert vooral zichzelf”[4].
Geloof heeft te maken met het feit dat wij weten dat Gods Woord betrouwbaar is. We vertrouwen erop dat onze zonden vergeven zijn, door het verzoenende werk van onze Heiland. Uit het Woord van God leren wij wat dat voor ons dagelijks leven, hier en nu, betekent. Daar mogen we ons in verdiepen. Die studie levert diepgang op. En degelijkheid.

Van Polycarpus van Smyrna (70-156 na Christus) is het volgende gebed bekend:
“O Heere God,
laat mij sterven,
opdat ik ophoud
te sterven [in het hier en nu].

Want zolang wij hier leven,
voelen wij onophoudelijk
de prikkel van de dood,
zijn wij ziek en
sterven elke dag.

Maar wanneer we voor de wereld dood zijn,
dan leven wij pas echt en hoeven wij in eeuwigheid
niet bang te zijn voor gevaar en ook niet voor de dood.

Want onze dood in de tijd
betekent een einde van de dood
en de aanvang van het eeuwige leven.
Amen”.
Polycarpus zegt het ronduit: wanneer we voor de wereld dood zijn, dan leven we pas echt.
Dit gebed kan tot troost zijn voor zieken en ouderen, die het op deze aarde vaak zo moeilijk hebben[5].
Maar dat gebed leert ons ook: christelijke diepgang gaat uiteindelijk omhoog. Want echte diepgang legt het leven op koers naar de hemel.

Diepgang in ons leven: die komt er niet vanzelf.
Maar alles komt goed als wij ons houden aan de bondige instructie, bemoediging en troost van Spreuken 4:
“Mijn zoon, sla acht op mijn woorden,
neig uw oor tot mijn uitspraken;
laat ze niet wijken uit uw ogen,
bewaar ze diep in uw hart.
Want zij zijn leven voor wie ze vinden,
genezing voor hun ganse lichaam”[6].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 24 oktober 2005.
[2] Deze woorden komen uit de Apostolische Geloofsbelijdenis.
[3] Gijsbert Wolvers, “Murmelen op zolder”. In: PuntKomma, katern bij het Reformatorisch Dagblad, dinsdag 18 augustus 2015, p. 4. Ook te vinden op www.digibron.nl . Geraadpleegd op donderdag 8 oktober 2015.
[4] “Religie en theologie, een lastige relatie”. In: Reformatorisch Dagblad, 30 mei 2015, p. 15. Ook te vinden op www.digibron.nl . Geraadpleegd op donderdag 8 oktober 2015.
[5] Het gebed is te vinden in: M.A. van Willigen, “Naar U verlang ik”. In: De Waarheidsvriend, vrijdag 20 maart 2015, p. 21. Ook te vinden op www.digibron.nl . Geraadpleegd op donderdag 8 oktober 2015.
[6] Spreuken 4:20, 21 en 22.

27 oktober 2015

Gelovige eenvoud in Zondag 15

In Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus komen wij vertrouwde formuleringen tegen. Leest u maar mee: “Christus heeft heel de tijd van zijn leven op aarde, maar vooral aan het einde daarvan, de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht aan lichaam en ziel gedragen. Hij deed dit om door zijn lijden, als het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van het eeuwige oordeel te verlossen en Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven voor ons te verwerven”[1].
Van die woorden schrikken we niet op. We kennen ze al. We hebben ze reeds vaker gehoord.

Maar er zijn wetenschappers die er vragen bij stellen. Op wetenschappelijke wijze uiten zij hun verbazing en ongenoegen over deze gelovige eenvoud[2].
Sterker nog: zij denken dat het christelijk geloof gedoemd is te verdwijnen. Als er – bijvoorbeeld – buitenaardse intelligentie bestaat, haalt die meteen de Bijbel onderuit.

Er zijn geleerden die zeggen: wetenschappelijke ontdekkingen, technologische doorbraken en de evolutiegedachten van Charles Darwin zullen er voor zorgen dat zelfs de kerk er niet meer omheen kan: de Schrift is niet meer geloofwaardig.
Het probleem is natuurlijk dat iemand dan nog wel even uit moet leggen waarom de wereld zichzelf soms ijverig lijkt te vernietigen. Bovendien moet iemand dan ook nog een plausibele verklaring vinden voor al die oorlogen, aardbevingen, overstromingen en andere rampen die momenteel in de wereld plaatsvinden.

Sommige bestudeerde mensen gaan er van uit dat buitenaardse beschavingen op een aanzienlijk hoger niveau staan dan het menselijk vermogen.
Enig sluitend bewijs voor dergelijke stellingen is echter nog niet gevonden.

Erudiete geleerden roepen: hoe meer wetenschap en ontwikkeling, hoe meer religie en kerk zichzelf overbodig maken.
Maar als u het mij vraagt hebben wetenschap en techniek bij die mensen soms ook de status van geloof of religie.

Sommige deskundigen zeggen dat er een relatie is tussen religie en geweld. Je kunt dat al aan het taalgebruik zien, mompelen zij glimlachend. Noemde president Obama de strijd tegen IS niet een kruistocht? Nou dan!
Die geleerde mensen zien allerlei totalitaire regimes over het hoofd. In landen als de Sovjet-Unie van Stalin en het China van Mao was alles en iedereen ondergeschikt aan het staatsbelang. En die landen zijn verantwoordelijk voor heel wat massamoorden!

Laten wij nog een ogenblik terugkeren naar die buitenaardse intelligentie.
“Als de buitenaardsen nog enig geloof aanhangen, zullen we het onze snel verlaten en het hunne aannemen”, zei een wetenschapper eens nogal sceptisch.
Iemand anders zegt: “Maar stel dat God in zes dagen heeft geschapen, dan is er nog geen reden om aan te nemen dat God niet elders een scheppingswonder heeft verricht. God is vrij om buitenaardse intelligentie te scheppen. Want Hij is soeverein. De mensheid is niet het centrum van het universum. God is het centrum van alles. Het idee dat ook aliens een beeld en gelijkenis zijn van de glorie van God is een belangrijke aanmoediging om in zulke dingen te geloven”.

Wat moet een gelovig kind van God met zulke uiteenzettingen?
Wat zal ons antwoord op zulke gedachten wezen?

De grondvragen waar het om gaat zijn:
* geloven wij dat aan Jezus Christus, onze Heiland, alle macht in de hemel en op de aarde is gegeven?
* geloven wij dat hij ons in Zijn genade heeft verlost van de schuld van de zonde, en dat Hij ons klaarmaakt voor het eeuwige leven?

Nee, in de Bijbel wordt ons niets over buitenaardse wezens verteld. Maar zelfs al zóuden ze bestaan – dat geloof ik niet –, dan nog geldt: Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven wordt aan burgers van de aarde aangeboden.

Dit alles overpeinzend, wijs ik u graag op Jesaja 45. In dat Schriftgedeelte staat onder meer te lezen: “Zo zegt de Here: Het vermogen van Egypte en de koopwaar van Ethiopië – de Sabeeërs, die mannen van statige gestalte, zullen tot u overkomen en u toebehoren; zij zullen u volgen, in ketenen overkomen en zich voor u nederwerpen; zij zullen u smeken: Alleen bij u is God, en er is geen ander, generlei God.
Voorwaar, Gij zijt een God, die Zich verborgen houdt, de God van Israël, een Verlosser. Zij staan beschaamd en zijn ook te schande geworden, allen tezamen zijn zij smadelijk afgedropen, de makers van afgodsbeelden. Israël wordt door de Here verlost met een eeuwige verlossing; gij zult noch beschaamd staan noch te schande worden in alle eeuwigheid.
Want zo zegt de Here, die de hemelen geschapen heeft – Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de Here en er is geen ander”[3].
De Here gaf de aarde als woon- en leefplaats voor de mensen die Hij schiep. Daar gaat het om. Nee, ik geloof er niet veel van dat er buitenaardse wezens bestaan. Maar zelfs al zou dat wél zo wezen, dan is één ding volkomen zeker: er is maar één God. En Hem moeten alle leden van het menselijk geslacht dienen!

Ook attendeer ik u graag op woorden uit Romeinen 8: “Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam”[4].
De ganse schepping zucht. Als er al buitenaardse wezens bestaan – wat ik niet geloof, maar goed… – dan zuchten zij dus ook.

Wij verwachten de verlossing van ons lichaam.
Paulus zet er veelbetekenend bij: “In die hoop zijn wij behouden”[5].
Dat geloof moeten we in de kerk vasthouden. De wereld maakt daar allerlei verhalen omheen; wij moeten ons daar echter niets van aantrekken.

De aarde is in zijn huidige vorm niet onze definitieve woonplaats. De Hebreeënschrijver noteert in verband daarmee: “……wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige. Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden”[6].
Dat is onze taak vandaag.
Het is niet onze opdracht om allerlei theorieën te ontwerpen over buitenaards leven. De Here vraagt niet van ons om diverse evolutionair aandoende veronderstellingen te uiten.
Laten wij Psalm 15 maar repeteren. Dan weten we weer wie er naar de troon van de Verbondsgod mogen gaan:
“HEER, wie mag wonen in uw tent,
wie op uw heil’ge berg verkeren?
Die recht doet en uw wet niet schendt,
in heel zijn wandel U erkent
en waarheid in zijn hart wil eren”[7].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 15, antwoord 37.
[2] In het onderstaande gebruik ik: Bart van den Dikkenberg, “Buitenaards leven botst met de Bijbel”. In: PuntKomma, katern van het Reformatorisch Dagblad, woensdag 8 april 2015, p. 2 en 3. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[3] Jesaja 45:14-18.
[4] Romeinen 8:22 en 23.
[5] Romeinen 8:24.
[6] Hebreeën 13:14 en 15.
[7] Psalm 15:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.