gereformeerd leven in nederland

30 juni 2020

Duurzame relatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De relatieproblemen in Nederland rijzen de pan uit. Kinderen hebben gedragsproblemen, en komen soms in aanraking met de politie. Huwelijken stranden, ook al doen sommigen enorm hun best de boel bij elkaar te houden. Broers en zussen spreken elkaar niet vaak meer, omdat telkens blijkt dat de levensovertuigingen mijlenver uiteen liggen. Oude vaders en moeders, opa’s en oma’s hebben slechts oppervlakkig contact met kinderen en kleinkinderen; als het diepgaander wordt zijn kribbigheid en wrevel zomaar geboren.

Intussen zijn er mensen die gewoon Gereformeerd willen zijn. Zij leven naar Gods Woord. Rechttoe-rechtaan. Niettemin vragen zij zich wel eens af of ze niet ouderwets aan het worden zijn. De wereld gaat, bijna als een film, aan hen voorbij.
Misschien hebben zij wel eens het idee dat ze uitgerangeerd zijn. Functieloos. Onnut.

Laten wij – juist voor hen, maar tevens voor ons allen – in dit artikel enkele woorden uit Romeinen 8 naar voren halen. Namelijk deze: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[1].
Mede-erfgenamen van Christus! Misschien is er met heel veel van uw relaties wel wat mis. Maar deze relatie – die is prima. Weet u waarom? Omdat het hier ten diepste een verbondsrelatie betreft.

Het woord erfgenaam betekent in het Nieuwe Testament eigenlijk twee dingen:
* nabestaande op wie de erfenis overgaat
* de bezitter van een erfgoed.
Gods kinderen worden “bezitters van het eigendom (…) dat God hun toevertrouwt”[2].
Onze Here Jezus Christus, de Zoon van God, is de eerste erfgenaam. Zie de inzet van Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles”[3]. De Heiland heeft mensen uitverkoren om voor altijd bij Hem te horen. Hij heeft hen tot Zijn kinderen aangenomen. Daarom is het precies zoals Paulus het in Galaten 4 noteert: “… als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door Christus”[4].
Dat geldt voor aangenomen zonen en voor aangenomen dochters!

En wat is dan die erfenis?
Dat wordt in een bekend gezang mooi verwoord:
“Het Woord – zij zullen ’t laten staan,
wat zij ook ondernemen.
Hij gaat ons met zijn Geest vooraan,
Hij komt ons kracht verlenen.
Al staat de vijand klaar,
hoe groot ook het gevaar
voor leven, eer, gezin,
hij werft toch geen gewin:
wij erven ’t rijk des Heren”[5].

Daar hebt u het: wij erven de hemel en de aarde. Wij gaan met God meeregeren. Wij hoeven ons niet af te vragen: waar doe ik ’t allemaal voor? Of ook: waarom hou ik zo stevig vast aan Gereformeerd leven, aan kerkgang, aan Bijbellezen, aan wandelen met God? Want het antwoord op al die vragen hebben we al: we verheugen ons op een heerlijke plaats aan ’s Vaders rechterhand!

Wellicht voelt u zich wel eens weggezet als archaïsch en niet meer ter zake doende. Herinner u dan de woorden van 1 Petrus 4: “Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen. Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
De Heilige Geest woont in de harten van Gods kinderen. Laten wij het de Heidelbergse Catechismus maar gewoon nazeggen: ik geloof “dat Hij – dat is: Gods Heilige Geest – ook mij gegeven is, om mij door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, mij te troosten en eeuwig bij mij te blijven”[7].
Nee, inderdaad – Gods Geest gaat nimmer meer weg!

De God van hemel en aarde gaat met ons mee. Ons hele leven lang. Ja, ook als wij in de richting van onze laatste dag op aarde gaan. Onze sterfdag is niet het eindstation zegt Psalm 16:
“Gij, die mijn ziel van dood en graf bevrijdt,
behoedt mij als uw gunstgenoot voor ’t sterven:
ik zal, door U op ’t levenspad geleid,
de vreugde van uw aangezicht beërven”[8].
En ja, misschien zijn we – diep in ons hart – wel eens wat jaloers op de mensen die op ’t eerste gezicht wat ‘losser’ leven. Het gaat hen niet zelden goed, ze doen goede zaken in het leven. Maar weet u wat echte voorspoed is? Psalm 25 vertelt het ons:
“Wie heeft lust de HEER te vrezen
als het hoogst en eeuwig goed?
God zal zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wand’len moet.
Hij mag uit des HEREN hand
voorspoed op zijn weg verwachten.
Het door God beloofde land
erven ook zijn nageslachten”[9].
Wie dat weet gaat rustig z’n gang. Hij laat zich niet van de wijs brengen door honderdduizend uiteenlopende opinies die elkaar heel vaak tegenspreken. Want hij kent Psalm 37:
“Wie met zachtmoedigheid verdrukking dragen,
 zien uit naar vrede en beërven ’t land”[10].
En:
“Aan vromen is beloofd een duurzaam leven.
Hun huis blijft staan, zij erven heel het land”[11].

Jazeker, de relatieproblemen zijn soms reuze ingewikkeld. Maar de Verbondsrelatie blijft bestaan. Tot in eeuwigheid!  
 
Noten:
[1] Romeinen 8:16 en 17.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 8:17.
[3] Hebreeën 1:1 en 2 a.
[4] Galaten 4:7 b.
[5] Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Petrus 4:13 en 14.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53.
[8] Psalm 16:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Psalm 25:6; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 37:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[11] Psalm 37:12; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

16 juni 2020

Denken over demonstreren

Een ieder heeft wel eens de neiging om een spandoek op te hangen. Elk mens gevoelt bij tijd en wijle de drang om op te staan en een actie te beginnen.
Toch doen Gereformeerden dat niet zo snel.
Waarom niet?
Die vraag kunnen wij vanuit Gods Woord beantwoorden. Laten wij elkaar op enkele relevante Schriftgedeelten wijzen[1].

Als we nadenken over demonstreren en protesteren, behoren wij ons te spiegelen aan de manier van doen van Jezus Christus. Zijn werkwijze wordt in Mattheüs 12 aldus samengevat: “Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen allen. Hij verbood hun uitdrukkelijk bekend te maken wie hij was. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hier is de dienaar die ik mij gekozen heb, die ik liefheb en in wie ik vreugde vind. Ik zal hem vervullen met mijn geest, aan alle volken zal hij het recht verkondigen. Hij zal geen woordenstrijd aangaan en op straat zijn stem niet verheffen. Het geknakte riet breekt hij niet af, noch dooft hij de kwijnende vlam, totdat het recht dankzij hem overwint. Op zijn naam zullen alle volken hun hoop vestigen’”[2].
De Heiland proclameert het recht. Zijn recht. Het ware recht. Dat recht wordt de eeuwen door verkondigd. Jesaja deed dat al in hoofdstuk 42[3]. De echo van zijn profetie vinden wij in Mattheüs 12.
Menselijke demonstraties zijn niet zelden zaken van het ogenblik. Het zijn de opwellingen van het moment. Het zijn tijdelijke emoties die we uiten in marsen, in fakkeloptochten en in lakens met leuzen.
In demonstraties mikt men op het bewerkstelligen van oplossingen voor grote problemen. Die oplossingen zijn zo definitief mogelijk. Maar wij moeten altijd beseffen dat er een meer definitieve oplossing bestaat: het recht van de Here.
Dat leert Gereformeerden relativeren. Dat besef voorkomt dat zij bij elke bevlieging opstaan om naar een betoging te rennen.

Aan de christenen in Rome schrijft Paulus in Romeinen 8: “Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Want in de hoop zijn wij zalig geworden”[4].
Eigenlijk kunnen we in deze wereld wel aan het demonstreren blijven. Wij hebben te maken met de slavernij van het verderf. De hele schepping hunkert naar betere tijden. Er is sprake van barensnood. De weeën kondigen een heerlijkheid aan die er uiteindelijk voor zorgt dat ieder het lijden, alle bezwaarschriften en alle verzet ten spoedigste vergeten zal wezen. Maar inderdaad – nu zijn maatschappelijke problemen nog aan de orde van de dag. Dag in dag uit. Jaar in, jaar uit. Demonstreren – men kan wel aan de gang blijven.
En laten we wel wezen: Gereformeerden hebben wel meer te doen dan rondlopen met spandoeken en zo. Beroepsdemonstranten zullen zij nooit worden.
  
Intussen zijn Gereformeerde mensen wel strijdbaar. Maar dat betekent niet dat zij energiek opstaan om een potje te knokken. Nee, zij voelen en weten dat er aan hen getrokken wordt. Door Gods tegenstander namelijk. Immers – de duivel doet alle mogelijke moeite om Gods kinderen bij Hem vandaan te trekken.
Het betreft dus een strijd op hoog niveau. Dat leert Paulus ons trouwens ook in Efeziërs 6: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[5].
Wij moeten er dus rekening mee houden dat wij, om zo te zeggen, pionnen zijn in een gevecht op leven en dood. Er wordt om ons gevochten. De satan, de tegenstander van God, wil greep hebben op de kerk. En vervolgens zal hij de wereld nog wat steviger naar zich toe zich trekken.
Wij moeten Gods wapenrusting aantrekken om overeind te kunnen blijven in deze woelige wereld. Wij moeten het spandoek inwisselen voor een boek: Gods Woord. Menselijk gezien zou men zeggen: dat is een slechte ruil; als we in de pan gehakt willen worden moeten we ’t zo doen. Maar laten we niet vergeten dat Gods Woord het zwaard van de Heilige Geest is[6]. Met die bewapening kunnen we op weg naar de toekomst.

Gereformeerden blijven, als zij een oproep om te gaan betogen ontvangen, meestal thuis.
Alle eeuwen door zijn er op aarde honderdduizend redenen om betogingen te organiseren. Maar Gereformeerden komen, in het algemeen genomen, alleen uit hun fauteuil als mensen Gods Woord gaan bestrijden.
In onze wereld is dat merkwaardig. Mensen die vrijwel niet demonstreren? Dat is eigenlijk ongehoord. Want u en ik moeten voor onszelf opkomen; dat zeggen de mensen die niet verder kijken dan deze aarde.
Gereformeerden gedragen zich op dit punt anders dan ongelovigen. Ze blijven meestal in hun stoel zitten. Als het meezit schenken zij zichzelf nog een kop koffie in.
Gereformeerd gedrag ten aanzien van demonstraties? Dat is welhaast tegengesteld aan dat van de wereld. Zo kunnen wij rustig en instemmend Psalm 16 zingen:
“Ik prijs de HEER, die mij heeft onderricht
mijn hart blijft mij ook ’s nachts nog inzicht geven.
Ik stel de HEER steeds voor mijn aangezicht
en wankel niet, want Hij beschermt mijn leven.
Dus zal ik juichend U mijn vreugde tonen,
ja, zelfs mijn vlees zal immer veilig wonen”[7][8].

Noten:
[1] Dit artikel kan worden beschouwd als een vervolg op mijn artikel ‘Demonstreren – mag dat?’, hier gepubliceerd op maandag 15 juni 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/06/15/demonstreren-mag-dat/ .
[2] Mattheüs 12:15 b-21.
[3] Jesaja 42:1-4.
[4] Romeinen 8:20-24 a.
[5] Efeziërs 6:11, 12 en 13.
[6] Efeziërs 6:17: “En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord”.
[7] Psalm 16:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] In dit artikel gebruikte ik onder meer https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/21993/demonstreren/ .

15 juni 2020

Demonstreren – mag dat?

Wij waren de coronacrisis nog maar nauwelijks te boven, of er werd alweer gedemonstreerd. Tegen racisme, met name[1].

Demonstreren is een grondrecht. In de Nederlandse grondwet is een artikel opgenomen over vrijheid van vergadering en betoging: “Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden”[2].
Die bescherming van de gezondheid heeft – dat begrijpt u – op dit moment een bijzondere actualiteit.  

Ten aanzien van demonstraties heeft de burgemeester een bijzondere verantwoordelijkheid. Een deskundige die bij de Rijksuniversiteit Groningen werkzaam is noteert onder meer: “De burgemeester mag zich niet bemoeien met de inhoud. Sterker nog, als de -controversiële- inhoud van een demonstratie aanleiding geeft tot vijandige reacties en tegendemonstraties, is de burgemeester verplicht om zich in te spannen om de demonstratie toch door te kunnen laten gaan. Die inspanningsverplichting gaat zo ver dat hij, indien nodig, bij een demonstratie meer politie zal moeten inzetten dan bij een risicowedstrijd in het betaald voetbal. Als zelfs een zodanige politie-inzet wanordelijkheden niet kan voorkomen, pas dan kan de burgemeester overgaan tot een demonstratieverbod.
Betekent dit dan dat je alles maar mag roepen bij een demonstratie? Nee, dat niet, maar het is niet aan de burgemeester om hier wat aan te doen. Het is aan de officier van justitie om op te treden tegen individuele demonstranten die zich schuldig maken aan strafbare uitlatingen zoals haat zaaien en beledigen van een groep mensen. Dit kan echter enkel repressief. Tegen de demonstratie als zodanig mag niet worden opgetreden”[3].

Het is duidelijk: het demonstratierecht weegt zwaar!

Moeten Gereformeerden ook gaan demonstreren? Die gedachte kan zomaar opkomen. Er gebeuren in Nederland immers heel veel dingen die tegen Gods wet in gaan.
En als wij zeggen: ‘nee, wij gaan niet demonstreren’, waarom zeggen we dat dan?

Over die vraag kan men lange stukken schrijven.
Laten wij elkaar, nu deze vraag aan de orde komt, vooreerst op een drietal Schriftgedeelten wijzen.

1.
Laten we eerst een ogenblik naar Mattheüs 11 kijken.
Daarin legt Jezus eerst uit wat de taak van Johannes de Doper is. Door zijn prediking komt er een splitsing in de wereld: de mensen die de komst van Gods Koninkrijk verwelkomen en de mensen die zich tegen die komst verzetten. Die laatste groep zou, als het 2020 was geweest, met een spandoek op een markt hebben gestaan: ‘Weg met Jezus!’.
Jezus Zelf maakt duidelijk dat het met de groep-met-spandoek buitengewoon slecht af gaat lopen.
De Heiland aanvaardt eenvoudige mensen. Een-voudig: mensen die helemaal op Hem gericht zijn.
Daarom zegt Hij: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”[4].
Wie een-voudig op de Heiland en de hemel gericht is weet zich altijd gesteund. Voor wie met die geloofskennis gewapend is, wordt demonstreren veel minder belangrijk. Natuurlijk – soms is het aardse leven buitengewoon lastig. Ja, last-ig: het is een zware last. Maar onze Here Jezus Christus maakt die last lichter.
Daarom ligt demonstreren vanuit de Gereformeerde wereld niet zo voor de hand.

2.
Laten wij ook Romeinen 13 erbij nemen. De inzet van dat hoofdstuk is: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[5].
Als het gaat over demonstraties en protesten moeten we bedenken dat de overheid ons door God gegeven is. Nee, dat betekent niet dat we maar dociel in een hoekje moeten gaan zitten. Wij hoeven niet altijd stil te blijven als de regering iets bedenkt. Wij mogen gerust reageren als ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden en Provinciale Staten, burgemeesters en wethouders merkwaardige of foute beslissingen nemen. Maar als wij onze stem verheffen, zullen we altijd respect moeten hebben voor mensen die in onze samenleving leiding geven. Voor gewone burgers is dus het motto: houdt u aan de regels die de overheid stelt.

3.
Laten wij elkaar vooral ook attenderen op Handelingen 5. Daar zeggen Petrus en de andere apostelen: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[6].
De verbreiders van het Evangelie zijn gevangengenomen. Zij zijn gearresteerd en voor de kerkelijke rechtbank gesleept. En waarom? Omdat zij het Evangelie van Gods Zoon rondgebazuind hebben. De aanklacht is bondig en helder: “Hebben wij u niet ten strengste bevolen dat u in deze Naam niet zou onderwijzen? En zie, u hebt met deze leer van u Jeruzalem vervuld en u wilt het bloed van deze Mens over ons brengen”[7].
Gods Woord staat boven alle overheden. De Schepper van hemel en aarde heerst over keizers, koningen en alle andere gezagsdragers op aarde. Als wereldburgers door overheden gedwongen worden om tegen Gods Woord in te gaan, dan is protesteren geoorloofd. Als het Evangelie niet meer geproclameerd mag worden, dan is demonstreren een goede zaak.

In al deze dingen zal de God van het verbond ons leiden en steunen.
Daarom kunnen wij met Psalm 18 zingen:
“Omdat Gij mij het schild uws heils wilt reiken,
zal ik door U gesteund voor niemand wijken.
Als Gij U tot mij wendt en mij geleidt
word ik een held geharnast in de strijd”[8].

Noten:
[1] Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik onder meer: B.S. van Groningen, “Mag je demonstreren?”. In: Daniël, uitgave van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, vrijdag 14 mei 1982, p. 19, 20 en 21.
[2] Geciteerd uit de Nederlandse grondwet, hoofdstuk I, artikel 9. Zie https://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvkl1oucfq6v2/vgrnbkb31dzy ; geraadpleegd op donderdag 11 juni 2020.
[3] Geciteerd van https://www.rug.nl/rechten/recht-en-samenleving/projecten/mag-je-altijd-demonstreren-als-je-het-ergens-niet-mee-eens-bent_ ; geraadpleegd op donderdag 11 juni 2020. De betreffende deskundige is mr. dr. B. Roorda.
[4] Mattheüs 11:28, 29 en 30.
[5] Romeinen 13:1 en 2.
[6] Handelingen 5:29.
[7] Handelingen 5:28.
[8] Dit zijn de laatste regels van Psalm 18:10 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

29 mei 2020

Voortgestuwd door Gods Geest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Wij snellen naar de Pinksterdagen toe. Dan zullen wij de uitstorting van de Heilige Geest gedenken. Over diezelfde Geest schrijft Paulus in Romeinen 8: “Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn”[1].

Dat is een troostvolle tekst. Zeker in 2020.
Waarom?
Dat zal hieronder blijken.

Heel veel mensen zijn bezig met hun zelfbeeld. Wie ben ik? Wat kan ik? Wat is mijn doel in het leven? U kent die vragen vast wel. Therapeuten doen hun best kapotte zelfbeelden te repareren. ‘Je bent belangrijk!’, zeggen ze[2].
Met dat woord ‘belangrijk’ dienen we echter voorzichtig te zijn.
In de Heidelbergse Catechismus wordt in Zondag 3 gevraagd en geantwoord: “Maar zijn wij zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad? Antwoord: Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden”[3]. Met die belangrijkheid valt het blijkbaar wel mee. Sterker nog: ons bestaan is weinig meer dan flut en prut als Gods Heilige Geest niet ingrijpt.
Welnu, met Pinksteren grijpt Gods Geest wel in. Hij verandert levens. Hij maakt ons bestaan nieuw.
Het gaat er niet om dat men tegen ons zegt: ‘Je bent belangrijk’. Het gaat er wel om dat Gods kinderen begrijpen dat we het eigendom zijn van Jezus Christus en dat we ons leven aan Hem overgeven. We moeten overgave leren.  
Er zijn heel wat mensen die een hekel hebben aan zichzelf. ‘Ik ben niets waard’, zeggen ze in koor. Maar dat is onschriftuurlijk. Jezus zegt immers Zelf in Mattheüs 22: “U zult uw naaste liefhebben als uzelf[4]. De hersteld hervormde predikant R. van Kooten schrijft ergens: “Zelfliefde is het liefhebben van ons leven en van datgene wat God ons gaf en dat ondergeschikt aan de relatie van de liefde tot God”.

Welnu, de tekst uit Romeinen 8 waarmee dit artikel begint brengt ons leven in balans. Want daar zien we de Geest van God aan het werk.
De Geest voert ons mee naar God toe. Hij geeft ons, om zo te zeggen, voortdurend een duw in de rug. We krijgen niet zomaar een beetje begeleiding. Nee, we worden door Hem voortgedreven. Als dat niet gebeurt gaan wij namelijk binnen de kortste keren de verkeerde kant op; bij God vandaan dus.
Ago, staat er in het Grieks. Uit de Studiebijbel leren wij: “Het werkwoord ago betekent ‘voeren, leiden, brengen’. In het algemeen heeft ago betrekking op het ‘meevoeren’ van allerhande mensen en dieren, zoals een lam naar de slachtbank -Handelingen 8:32-, een ezel en veulen voor Jezus’ intocht -Mattheüs 21:7-, een vrouw ter veroordeling -Johannes 8:3- en Jezus Zelf, die door God als Redder tot Israël is gebracht -Handelingen 13:23-”.

Gods Heilige Geest is de Geest van adoptie. Wij zijn aangenomen kinderen. Laten we het zo zeggen: God laat ons niet in de smurrie liggen, maar neemt ons mee naar Zijn paleis. Worden we daar vervolgens op slag belangrijk van? Moeten wij tegen paleiskinderen zeggen: ‘Je bent belangrijk’? Nee, dat moeten wij niet doen. Dat is namelijk te kort door de bocht. Daarmee zeggen we te weinig. Want dan lijkt het net alsof wij zelf belangrijk zijn. Wij geven zo de suggestie dat wij van onszelf reuze gewichtig zijn. Maar Psalm 113 geeft de werkelijkheid weer:
“Wie onderligt in stof en slijk,
maakt God aan edelen gelijk”[5].
Daar staat het: God maakt ons aan edelen gelijk. Met andere woorden: wij mogen Hem geen moment uit het oog verliezen. Wij moeten Hem blijven noemen. Anders geven we voeding aan de gedachte dat wij onszelf belangrijk hebben gemaakt. Anders geven wij voeding aan het denkbeeld dat wij een prima prestatie leveren.

Gods Geest getuigt met ons mee. Er wordt wel eens gezegd dat christenen meer moeten getuigen. Maar Gereformeerden moeten tot in lengte van dagen blijven beseffen: op ons eentje lukt ons dat niet. Paulus schrijft dan ook in Galaten 4: “Nu, omdat u kinderen bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!”[6]
Het Pinksterevangelie is: God laat Zijn kinderen niet maar wat voortmodderen.
Het Pinksterevangelie is: Zijn Heilige Geest laat Zijn kinderen niet alleen.
Het Pinksterevangelie is: Zijn Heilige Geest stuurt ons aan. Het Pinksterevangelie is: wij staan er niet alleen voor, want Gods Geest woont altijd in ons.

Het is belangrijk om dat, met de Pinksterdagen in het vooruitzicht, rechttoe-rechtaan vast te stellen. Als wij tegen een man of vrouw uit onze omgeving zeggen: ‘jij bent belangrijk’, dan is Gods Heilige Geest daar altijd bij. Nee, er hangt nooit een bordje: ‘even afwezig; zo weer terug’.
Alleen dankzij Gods Heilige Geest kunnen wij zeggen: Abba, Vader. Zonder Hem waren wij nergens. Maar nu? Nu zijn wij, voortgestuwd door Geestelijke kracht, onderweg naar de heerlijkheid: een eeuwig zalig leven met Hem!
Die verwachting geeft de Pinksterdagen meerwaarde.

Noten:
[1] Romeinen 8:14, 15 en 16.
[2] Deze thematiek komt ook langs in mijn artikel ‘Narconomie versus nieuw leven’, hier gepubliceerd op woensdag 27 mei 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/05/27/narconomie-versus-nieuw-leven/
[3] Heidelbergse Catechismus, Zondag 3, vraag en antwoord 8.
[4] Mattheüs 22:39.
[5] Psalm 113:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Galaten 4:6.

26 mei 2020

Een tien met een griffel?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In deze periode zijn wij, ook in de lage landen bij de zee, afhankelijk van de corona-maatregelen die de regering afkondigt. Strenge regelingen, de handhaving van de naleving der bepalingen, de geleidelijke versoepeling van de voorschriften – de ganse natie luistert geconcentreerd naar de minister-president en naar de voorlichting die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) telkenmale geeft. De politie heeft handenvol werk. De buitengewoon opsporingsambtenaren maken overuren. Op allerlei plaatsen en in schier alle sectoren wordt naarstig gewerkt om de anderhalvemetersamenleving vorm te geven.
Minister-president Rutte zegt: “We hebben de ruimte verdiend, mensen mogen buiten weer samenkomen”[1].
Dat klinkt allemaal prachtig.
Zo van: wat hebben wij toch goed opgepast!
Zo van: dat hebben wij best wel knap gedaan, eigenlijk!
Zo van: een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw, voor de hele maatschappij.

Wij leven in Nederland in een goed geordende samenleving. En wij laten liefst geen gelegenheid voorbijgaan om – alleen maar in het voorbijgaan natuurlijk, met iets van gepaste nonchalance… – te accentueren dat wij de zaak keurig op een rijtje hebben.
Nou ja, dat virus – dat is best wel lastig. Bedreigend zelfs.
Maar we krijgen de zaak weer onder controle, zoveel is wel zeker.
Zelfs de Tweede Kamer vergadert weer. Wát een opluchting! En gaat over tot de orde van de dag[2].

Thans verplaatsen wij ons een ogenblik naar Schipborg. Kent u dat dorp? Het ligt vlak onder het Drentse Zuidlaren. Niet zo lang geleden was schrijver dezes daar. Samen met zijn echtgenote en een vriend vertoefde hij daar een korte wijle om te genieten van de buitenlucht. En van groen Drenthe, natuurlijk.
Op die zaterdagmiddag waren er nog een paar wandelaars. Zij allen genoten van hun zaterdagmiddagvrijheid.
Zouden al die mensen in God geloven? Het valt te vrezen van niet. Want de boodschap van Romeinen 3 voor heel de wereld: “Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd: namelijk gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid”[3].
Het Evangelie geldt voor genieters in Schipborg. Voor mensen elders in Europa. En voor wereldburgers in Azië, Afrika, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Antarctica en Australië. Ja, voor iedereen die op deze aarde leeft!

Nee, er is geen onderscheid. Iedereen mag dat geloven.
In de natuur kan men zien hoe God werkt. In die natuur zien we een onvoorstelbare diversiteit. De Schepper van hemel en aarde toont het voortdurend: zo werk Ik; dit is het resultaat van mijn Makersmacht. En dit is nog slechts het begin. In de hemel is het nog veel mooier.

Nee, er is geen onderscheid.
Alle mensen zijn zondig. Om het met de Psalmen 14 en 53 te zeggen:
“er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”[4].
In de wereld is het één en al dood en ellende. Er wordt gevloekt. Er wordt gescholden. De ene kritiek is nog feller dan de andere.
In vrede leven? Goed, tijdens de coronacrisis willen we dat wel proberen. Maar zodra het dreigingsniveau weer wat wordt verlaagd beginnen de discussies weer.

Wordt dat ooit anders? Het antwoord is even simpel als schokkend: nee, op aarde verandert dat niet meer.
En nee, er is geen onderscheid. Het is overal hetzelfde. In alle tijden. Op alle continenten.
Ieders schuld is even groot.

Maar voor iedereen geldt: gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven.
Met andere woorden:
* de vrijspraak van schuld is bestemd voor alle gelovigen.
* de vrijspraak van schuld strekt zich uit over alle gelovigen.
Dat is een boodschap voor rooms-katholieke zondaars, protestantse zondaars, islamitische zondaars, atheïstische zondaars en alle andere zondaars.

Waar gaat het vandaag om?
Hierom: wij allen moeten doordrongen zijn van Gods genade.
Met die genade gaan Gereformeerde mensen elke zondag na de kerkdienst huiswaarts: “De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen”[5].
Die genade strekt zich uit over de hele schepping. Ja, ook over de engelen. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis leren wij: “Sommigen van die engelen zijn uit die verheven staat waarin God hen geschapen had, in het eeuwige verderf gevallen, maar door Gods genade hebben anderen volhard en zijn in hun oorspronkelijke staat staande gebleven”[6].
Gelovige mensen mogen weten van Gods genadige vergeving van onze zonden. Wederom een citaat uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis: de zonde “wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven, niet om de gelovigen zorgeloos in de zonde te laten voortleven, maar om hen door het besef van deze verdorvenheid dikwijls te doen zuchten van verlangen, uit het lichaam, dat in de macht van de dood is, verlost te worden”[7].
Over de uitverkiezing zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade verkoren heeft in Jezus Christus, onze Here, zonder ook maar enigszins hun werken in rekening te brengen”[8].
God is ons genadig.
Menselijke verordeningen, hoe goed bedoeld ook, kunnen ons niet redden. Zelfs niet als die voorschriften vastgesteld zijn door premier Rutte en de beslissers om hem heen. En laat het duidelijk zijn: ten diepste verdienen we helemaal niets!

Mensen en dieren zijn afhankelijk van God. Heel de schepping bestaat vanwege Gods barmhartigheid.
Dat is een belangrijke les die wij moeten leren. Zeker ook in deze tijd.

Er zijn mensen die zeggen dat wij lessen uit de coronacrisis moeten trekken.
We worden met z’n allen te afhankelijk van China, zeggen ze.
Bedrijven moeten wendbaar zijn, zeggen ze. Ons aanpassingsvermogen moet vergroot worden.
Thuiswerken blijkt efficiënt en effectief. Het lost een deel van het fileprobleem op, zeggen ze.
Maar de belangrijkste les die de wereld moet leren is deze: alle wereldburgers moeten leren leven van Gods genade!

Noten:
[1] Zie https://www.ad.nl/politiek/rutte-we-hebben-de-ruimte-verdiend-mensen-mogen-buiten-weer-samenkomen~a799d6ed/ ; geraadpleegd op woensdag 20 mei 2020.
[2] Een motie is een middel waarmee een deelnemer aan een vergadering een bepaald punt onder de aandacht kan brengen van andere aanwezigen in de betreffende bijeenkomst. Men gebruikt moties veelal in de politiek. Dergelijke moties eindigen altijd met de woorden ‘en gaat over tot de orde van de dag’.
[3] Romeinen 3:21 en 22.
[4] Psalm 14:3 en Psalm 53:4.
[5] 2 Corinthiërs 13:13.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 12.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 16.

27 april 2020

Door moeilijke tijden heen gedragen

Koningsdag 2020 zal ons nog lang heugen. Niet omdat deze dag bol staat van het feestgedruis. Maar juist omdat velen, vanwege de omstandigheden, thuis blijven. Het programma “begint om 9.45 uur met het luiden van de klokken door het hele land. Om 10.10 uur begint op televisie een speciaal NOS-programma met een terugblik op voorgaande Koningsdagen.
Om 12.00 uur luidt de bel voor de digitale kleedjesmarkt, een vrijmarkt op internet. Kinderen zijn van harte uitgenodigd om een digitale brief aan de koning te sturen, waarin ze naast een felicitatie ook vertellen wat de coronacrisis met hen doet. De brieven worden gebundeld en ’s middags aan de koning aangeboden.
Het is de bedoeling dat de dag wordt afgesloten met een thuistoost. Om 16.00 uur heft iedereen het glas op de koning, die 53 jaar wordt”[1].
Als er al van uitbundigheid sprake is, dan is dat achter de voordeur.

Ruim een maand geleden zei Zijne Majesteit koning Willem Alexander in een televisietoespraak naar aanleiding van de crisis: “Wij mogen ook trots zijn op de deskundigen van het RIVM, de GGD’s en op alle andere instellingen en experts die ons op basis van wetenschappelijk onderzoek en ervaringskennis de weg wijzen. Zij staan onder hoge druk. Het is belangrijk dat we hun ons vertrouwen blijven geven en alle aanwijzingen opvolgen. Zij hebben maar één doel voor ogen en dat is dat wij samen zo goed mogelijk door deze crisis komen en dat de risico’s voor kwetsbare mensen zo klein mogelijk blijven.
We beseffen ook maar al te goed hoe onmisbaar de mensen zijn die voorkomen dat onze samenleving stilvalt. Mensen in de logistiek, de supermarkten, de schoonmaak, de ICT, het onderwijs, de kinderopvang, het openbaar vervoer, bij de politie en op al die andere plekken.
U ‘draagt’ ons door deze moeilijke tijd heen”[2].

In zekere zin heeft de vorst natuurlijk gelijk. Het is prachtig dat er in ons land zoveel deskundigheid is. De grote inzet van velen helpt ons de moeiten te dragen.

Maar er draagt nog Iemand mee. Iemand met een hoofdletter. Leest u maar mee in Romeinen 8: “En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij ​bidden​ zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen”[3].

Het is ronduit droevig dat contact met God en gebed tot God in het geheel niet in die televisietoespraak aan de orde kwamen.
Men kan zeggen dat in Nederland heel veel mensen wonen die niet in God geloven. Dat is waar.
Niettemin is de Bijbel het Woord voor de wereld. Paulus schrijft in datzelfde Romeinen 8: “Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe”[4]. Ja, heel de schepping is in nood. Heel de aarde is in de crisis.
Als Iemand dat weet is het wel de God van hemel en aarde!
Het is de taak van de landsvorst om op die Koning te wijzen.
Natuurlijk zullen dan velen zeggen: daar hebben wij niet om gevraagd…. Om Hem hebben wij toch niet gevraagd? Maar laten wij wel wezen: er is ook niemand die om de crisis heeft gevraagd, is het wel?

Koning Willem-Alexander had het moeten zeggen: “En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp”.
De schepping zucht.
De gelovigen zuchten.
Heel de kerk zucht.
En ja, de Heilige Geest zucht ook. Niet vanwege Zijn eigen zwakheid – natuurlijk niet. Maar wel vanwege de zwaktes in onze gebeden.

En daar raken wij een belangrijk punt: heel de schepping moet in het gebed met haar nood naar God toe gaan.
Het is de slogan van deze tijd: alleen samen krijgen wij corona onder controle. Eerlijk is eerlijk: dat is niet de sterkste slagzin van de laatste tijd; allesbehalve dat! COVID-19 komt pas onder controle als er een medicijn en een vaccin op de markt komen. Samen met de Nederlandse bevolking wil men een te snelle verspreiding van het virus onder controle krijgen, om te voorkomen dat er 100.000 mensen voor één ziekenhuis staan.
Maar dat daargelaten – de kwestie is: samen met de Here krijgt men het virus onder controle!
Wij moeten bidden tot God. Want Psalm 3 is waar:
“Sta op, verlos mij HEER!
U hebt uw naam ter eer,
gesmaad de goddelozen.
U toont uw grote macht,
verbrijzelt door uw kracht
de tanden van de bozen.
Bij God de HERE, is
mijn hulp en troost gewis”[5].

Koning Willem-Alexander zei in zijn televisietoespraak: “U allen zorgt ervoor dat ondanks de verlamming van het openbare leven, het hart van onze samenleving blijft kloppen. Alertheid, solidariteit en warmte: zolang we die drie vasthouden kunnen we deze crisis samen aan, ook als het wat langer gaat duren”.
Dat klinkt stoer. Maar COVID-19 laat nu juist zien dat mannen, vrouwen en kinderen zomaar van elkaar gescheiden kunnen worden; door een agressief virus dat door mensen overgedragen wordt
Intussen behoren Gereformeerden, ook vandaag, Gods Woord te laten spreken: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[6].
Onze God draagt ons naar de toekomst!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2330500-corona-maakt-van-koningsdag-dit-jaar-woningsdag.html ; geraadpleegd op maandag 20 april 2020.
[2] Geciteerd van https://www.koninklijkhuis.nl/documenten/toespraken/2020/03/20/toespraak-koning-willem-alexander-in-verband-met-het-coronavirus ; geraadpleegd op maandag 20 april 2020.
[3] Romeinen 8:26.
[4] Romeinen 8:22.
[5] Dit zijn regels uit Psalm 3:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Romeinen 8:28.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.