gereformeerd leven in nederland

21 juni 2022

Een wonder in de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Eenheid in de kerk? Het is lang niet altijd makkelijk om die te behouden.
Maar eigenlijk is dat geen wonder.
Jesaja zegt in hoofdstuk 65: “Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen, Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten. Tegen het volk dat Mijn Naam niet aanriep heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik”.
Het wordt duidelijk – wij hebben steeds weer een nieuwe aanmoediging nodig. Anders wandelen wij plompverloren achter onze eigen gedachten aan. Als ’t een beetje wil doen wij dat zelfs blijmoedig en met nauw verholen enthousiasme. Wij hebben zo onze gedachten over vrouwen in het ambt. En over gender. En over het huwelijk. En over het Heilig Avondmaal. En over nog veel meer.
Paulus haalt Jesaja aan in Romeinen 10: “En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk”.
Dat klinkt niet best. Mensen zijn van zichzelf niet zelden egoïstisch en eigenzinnig. Geloven in Jezus Christus? Dat doen wij nooit uit onszelf[1].

De Verbondsgod grijpt te Zijner tijd in: dus op het moment dat Hij de tijd rijp acht.
Hoe komt die ingreep precies tot stand? Er is niemand die dat precies zeggen kan. Maar feit is dat onze God ten diepste altijd genadig en lankmoedig is. Er komt een moment dat Zijn kinderen gaan bidden. Er komt een moment dat Gods kinderen enkel en alleen op God gaan vertrouwen. Dan zien wij in Jeremia 29 gebeuren: “Want zo zegt de Heere: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats. Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de Heere”.
Het gaat in ons leven lang niet altijd volgens het plan dat wij ontworpen hebben.
Soms laat God ons wachten.
In een dergelijke situatie moeten wij niet onmiddellijk gaan protesteren. Nee, wij moeten geduld oefenen. Dat vinden wij vaak moeilijk. Wij hebben niet zelden de neiging om mopperend en scheldend weg te lopen. En misschien denken wij stilletjes wel dat het een beetje onrechtvaardig is dat God niet doet wat wij zeggen…[2].

Als we het bovenstaande overzien is het een wonder dat er nog zoveel werk in de kerk gebeurt. Het is een wonder dat er nog mensen zijn die zich bij de kerk aansluiten. Het is een wonder dat er jongeren zijn die openbare geloofsbelijdenis willen doen. Het is een wonder dat Gereformeerden, wat er ook gebeurt, eenheid zoeken met broeders en zusters.

En er is voor dat laatste, dat zoeken van eenheid, alle reden. Want de God van het verbond heeft Zijn werkterrein in heel de wereld. Denkt u maar aan Mattheüs 28: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Overal ter wereld zoekt Hij mensen op die Hem niet kennen. Overal ter wereld komen mensen op Zijn naam te staan, terwijl zij voorheen nooit van Hem gehoord hadden.

Gods kinderen blijven, als zij eenmaal gevonden zijn, de God van het verbond ook zelf zoeken. En daarbij mogen zij elkaar nooit in de weg staan. David vraagt in Psalm 69 aan de Here: wilt U er voor zorgen dat ik nooit een obstakel voor andere mensen wordt op de weg naar U? Leest u maar mee:
“Laat door mij niet beschaamd worden
wie U verwachten, Heere, Heere van de legermachten;
laat door mij niet te schande worden
wie U zoeken, o God van Israël”.
Laten wij dat ook maar aan onze God vragen. Laten wij maar bidden dat wij bij de voortduur in staat blijven om onze broeders en zusters vriendelijk en vrolijk te bejegenen[3].

Het mag duidelijk zijn: wij kunnen vaak mopperen op de kerk, en op de Laodicea-mentaliteit. Laten wij echter maar blij wezen dat er nog zoveel gebeurt, en dat de Here nog zoveel mogelijkheden geeft!

Wat blijft er nu nog over?
Laten wij maar gaan bidden en zingen.
Bijvoorbeeld met de woorden van Psalm 105:
“Zingt, zingt de Heer uw vreugdezangen
laat onze God uw lof ontvangen
Beroemt u in zijn heil’ge naam
Laat wie Hem zoeken nu tezaam
hun hart verheffen tot zijn eer
en zich verblijden in de Heer”[4].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Jesaja 65:1 en Romeinen 10:20.
[2] In deze alinea citeer ik Jeremia 29:10-14 a.
[3] In deze alinea citeer ik Psalm 69:7.
[4] Psalm 105:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Een bewerking van dit artikel zal het voorwoord (‘Allereerst’) zijn in het Gereformeerd familieblad De Bazuin, editie 16-07 (juli 2022).

14 juni 2022

Gods Geest is dringend nodig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel gaan we eerst terug naar woensdag 1 juni 2022. Dat was de dag waarop Gino Verstraeten plotseling verdween uit een speeltuin in Kerkrade. Op zaterdag 4 juni werd zijn levenloze lichaam gevonden. De Telegraaf meldde: “Waar al voor gevreesd werd, is werkelijkheid geworden. Het lichaam dat zaterdag in de Opbraakstraat Geleen is gevonden is van de vermiste 9-jarige Gino, meldt de politie tijdens een persconferentie in Maastricht. Het lichaam is zaterdagochtend op aanwijzing van de verdachte 22-jarige man uit Geleen gevonden. De verdachte is een bekende van politie en justitie en zit in beperkingen. Hij kwam vrijdagochtend in beeld, volgens de politie door ’een optelsom van meerdere aspecten’”.
Limburg stond dagenlang op de kop. Er werd een zoektocht georganiseerd. Iedereen spande zich in om het jongetje te vinden. Het ganse land leefde mee. Alle media stonden er bol van.
Boven de samenleving leek in grote zwarte letters maar één woord te staan: ‘Waarom?’.
Waarom doodt een man een onschuldig kind?
Wat brengt hem ertoe om zoiets vreselijks te doen?
Wat gaat er in de verkrampte en verknipte geest van zo’n moordenaar om?
Zou zo’n man spijt achteraf hebben van zijn daad?
Zou zo’n man zelf kinderen hebben?
De vragen stapelen zich op.
De dagen na de vondst van Gino’s lichaam vierden wij Pinksteren. Wij dachten na over de uitstorting van de Heilige Geest en de consequenties daarvan voor de wereld. De Heilige Geest overtuigt ons van Gods liefde. De Heilige Geest geeft ons vanuit die liefde van God alle reden om elkaar lief te hebben.
Over die liefde schrijft de apostel Paulus in Romeinen 13.
“Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet”[1].

Gelovige mensen mogen en moeten Gods liefde uitstralen. Zij mogen iets van Zijn liefde doorgeven.
Wij zingen erover in Psalm 5:
“Wie bij U schuilt zal zich verblijden
en juichend zullen tot U gaan,
Wie onder uw bescherming staan.
Zij zullen U hun liefde wijden,
Uw naam belijden”.
En bijvoorbeeld ook in Psalm 63:
“Uw liefde is het hoogste goed
dat U, o God, mij hebt gegeven,
uw trouw is beter dan het leven,
U bent het die mij juichen doet”[2].

Dat is prachtig. Maar mensen hebben één groot probleem. Wij kunnen die liefdeswet nooit vervullen. Sterker nog, als wij naar onszelf kijken, vinden wij onszelf aanzienlijk belangrijker dan heel veel andere mensen. Wij moeten onze eigen boontjes doppen. Wij moeten onze eigen lusten volgen. Wij moeten zelf genieten.
Als wij naar onszelf kijken, moeten we ervan uitgaan dat we onszelf kunnen redden. Wij moeten ervan uitgaan dat wij ons leven zelfstandig vorm kunnen geven. Wie hulp nodig heeft toont tekens van zwakte. En dat is niet best. Het motto is: houd je eigen leven op de rit. Het adagium is: kom voor jezelf op en wees maar eigenzinnig. Het parool is: ga desnoods over lijken!
Welnu, dat laatste is precies wat er in Kerkrade en Geleen gebeurd is.

Wij mensen hebben correctie nodig. De koers van ons leven moet 180 graden worden verlegd. Wij moeten helemaal opnieuw beginnen. Iedere dag weer moet de Heilige Geest de richting van ons leven veranderen.
En dat doet Hij ook. Paulus heeft het in Romeinen 8 al betoogd: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest”.
Ziet u? Wat wij moesten doen heeft Gods Zoon gedaan. Jezus Christus heeft, toen Hij naar de hemel ging, Zijn Geest uitgestort. Hij is onze grote Corrector.
De Goddelijke Evangelieverkondiger gaat dagelijks met ons mee. Want Hij woont in ons hart![3]

Een Limburgs jongetje werd gedood.
Waarom?
Niemand kan dat tot op de punt en komma uitleggen.
Was het wrang dat de kerk, pal nadat het lichaam van die jongen werd gevonden, het Pinksterfeest vierde? Bij nader inzien valt dat mee. Natuurlijk – het is diep bedroevend dat dit gebeuren kon. Laten wij hopen dat de familie troost bij God kan vinden. Maar één ding is zeker: de misdaad die in Limburg werd begaan maakt aan de kerk des te duidelijker dat de Heilige Geest in het leven dringend nodig is.
Laten wij ons door Hem laten leiden.
Dan is er hoop voor de toekomst. Ondanks misselijkmakende misdaden.

Noten:
[1] Het citaat uit De Telegraaf komt van https://www.telegraaf.nl/nieuws/902475146/politie-bevestigt-gevonden-lichaam-is-van-gino ; geraadpleegd op dinsdag 7 juni 2022. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 13:8,9,10.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 5:9 en Psalm 63:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 8:3,4,5.

22 april 2022

Goed kneedbaar deeg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid”.
Dat schrijft de apostel Paulus aan de christenen in Corinthe. Dat doet hij in 1 Corinthiërs 5.
Wij moeten een nieuw deeg zijn. Het is bekend: deeg houdt van warmte. De vraag is dus: voelen we in de kerk de warmte van het Evangelie?[1]

‘Verwijder het oude zuurdeeg’, schrijft Paulus. Dat betekent in ieder geval dat wij geen slaven van de dood meer zijn. Nee, wij zijn kinderen van God voor het leven. Om met Romeinen 6 te spreken: “Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven”[2].
 
Dat zou je niet zeggen als je naar mensen kijkt.
De NOS meldde op zondag 17 april, Eerste Paasdag: “Bij confrontaties tussen Palestijnen en de Israëlische oproerpolitie op de Tempelberg in Jeruzalem zijn zeker zeventien Palestijnse gewonden gevallen, meldt hulporganisatie de Rode Halve Maan. Negen Palestijnen zijn opgepakt. De Israëlische politie betrad het terrein van de al-Aqsamoskee in Oost-Jeruzalem om de weg vrij te maken voor joodse bezoekers. Volgens de politie hadden Palestijnen stenen klaargelegd en barrières opgeworpen in afwachting van een confrontatie”.
Geloof levert maar al te vaak conflicten op. En agressie.  
Als wij dat constateren, ligt er meteen een vraag voor ons op tafel: laten wij ons confronteren met de levende Christus, die vrede maakt met Hem? Oftewel: geloven wij in de grote gevolgen van Christus’ eenmalige offer voor ons persoonlijke leven?[3]

Over die grote gevolgen schrijft Paulus in Romeinen 6.
Leest u maar mee: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”.
Wij worden zogezegd als nieuw!
Wandelen in een nieuw leven – dat klinkt in onze tijd enigszins irreëel. Een argeloze lezer van dit artikel vraagt wellicht: ‘Leeft de schrijver van die weblog onder een steen?’. Immers, op deze aarde is weinig als nieuw. De aarde is, menen velen, onderhevig aan ernstige slijtage. Ergens op het internet staat zelfs geschreven: “Een enorme blender met de aarde erin, en de stekker in het stopcontact. Eén druk op de knop en het is afgelopen met de mensheid. Dit schetst de situatie een beetje, waarin de aarde zich op dit moment bevindt. De mensheid leeft niet duurzaam en we lijken regelrecht op het einde van de aarde en onszelf af te stevenen. We gooien de aarde weg! Het is echter nog niet te laat, door nu te veranderen kunnen we dit proces nog omkeren en de stekker van de blender uit het stopcontact trekken!”[4].

Het bovenstaande ziet er buitengewoon dramatisch uit. Edoch, het is beslist niet waar.
In Genesis 9 belooft de Here namelijk: “Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde”. En: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”.
Niettemin is het wel realiteit dat iedereen en alles door de zonde is aangetast. En ja, onze lichamen raken versleten naarmate wij ouder worden.
En toch is het nieuwe leven er al. Wij zijn immers met Hem begraven door de doop in de dood?
Dat moeten we blijven geloven![5]

Inmiddels is de doop in beeld gekomen.
Van gedoopte mensen mag verwacht worden dat zij in een nieuw leven zullen wandelen. Daar bidden wij trouwens ook om na een doopsbediening: “Laat dit kind door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat het iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat het zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten”[6].

Laten wij elkaar, nu het over de doop gaat, wijzen op Mattheüs 28. In het begin van dat hoofdstuk lezen wij het Paasevangelie. U weet wel: “Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd”.
Jezus Christus is opgewekt. Zijn opstanding maakt de weg vrij voor veel meer opstandingen. Heel veel mensen mogen Hem volgen. Uiteindelijk krijgen al die door Hem uitgekozen mensen toegang tot de hemel. Dat Evangelie moet door de wereld gaan.
Welnu, daarom geeft Jezus aan het einde van datzelfde Mattheüs 28 ook het doopbevel: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”.
De kerk heeft een Woord voor de wereld – jazeker.
En die kerk bezit ook een kostbare belofte. Die staat in het laatste vers van Mattheüs 28: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Met andere woorden: door de wereld gaat een Woord, en Hij is er altijd bij. Voor eeuwig![7]

Het aardse leven van Gods kinderen is, als het goed is, een nieuw leven.
Laten wij in die wetenschap tenslotte nog even met een schuin oog naar 1 Corinthiërs 5 kijken.
Daar staat het: wij behoren een nieuw deeg te zijn.
Wij mogen het wel zó zeggen: de God van hemel en aarde kneedt ons. Hij maakt van ons ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Laten wij vooral zorgen dat wij goed kneedbaar blijven!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 5:7 en 8.
[2] Romeinen 6:6,7 en 8.
[3] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/artikel/2425499-zeker-zeventien-gewonden-bij-confrontatie-palestijnen-en-politie-op-tempelberg ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:4. Verder citeer ik van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[5] In deze alinea citeer ik Genesis 9:13 en Genesis 9:16.
[6] In deze alinea citeer ik uit het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek. Het citaat komt van p. 516.
[7] In deze alinea citeer ik Mattheüs 28:5,6,7,19 en 20.

24 maart 2022

Het gewone is een zegen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Oorlog, verwoesting, vluchtelingen – die drie woorden komen wij om de haverklap tegen in de krant. De gebeurtenissen buitelen over elkaar heen.
De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen is in de afgelopen weken ondergesneeuwd. Op maandag 14, dinsdag 15 en woensdag 16 maart vonden de verkiezingen plaats. Maar in het nieuws werden ze een beetje weggedrukt.
Columnist Hilbert Rozema schreef in het Nederlands Dagblad terecht: “Het alledaagse, dat is een zegen. Thuiskomen, sleutel omdraaien, deur opendoen, jas ophangen, thee zetten”. En ja hoor – als u geen thee wilt, mag koffie natuurlijk ook[1].

Het gewone is een zegen.
Als die constatering ergens geldt, dan is het wel in Romeinen 5.
Leest u maar mee: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven”.
Die tekst is voor gelovigen zo gewoon.
Maar die woorden betekenen een ommekeer in ons leven![2]

God had en heeft ons lief.
In Christus heeft Hij dat eens te meer bevestigd.
De Heiland is gestorven voor mensen die van nature bijzonder giftig zijn. Denkt u maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Over de erfzonde belijden wij: die “is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen. Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron”.
Wij zijn gerechtvaardigd.
Dat betekent: de voldoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus is onze gerechtigheid voor God. Wij kunnen zelf niets bijdragen aan de grote schoonmaak in onze levens. De Vader kijkt naar Zijn Zoon, en naar het werk dat Hij deed. Hij weet het: nu is het weer goed tussen Mij en Mijn kinderen.
Dus weten we echt honderd procent zeker dat Gods woede over onze zonden langs ons heen gaat. God de Vader kijkt langs ons heen naar Zijn Zoon. En Hij weet het: deze mensen zijn gekocht door het bloed van Jezus Christus.
Wij zijn verzoend door Jezus’ dood. Nu Jezus leeft is onze levensgarantie nog groter![3]

Wat er ook gebeurt: kinderen van God blijven in leven, ook al verlaten zij – als God het wil – dit aardse leven.

Achter de pijn van de problemen in deze woelige wereld straalt de troost van ons behoud!
Intussen is de nood schrijnend.
Buitenlandcommentator Jan van Benthem schrijft in het Nederlands Dagblad: de oorlog in Oekraïne loopt niet goed af. Er komt grover geweld aan. Aan de burgerslachtoffers, de chaos en vernietiging in Oekraïne liggen heel bewust gemaakte keuzes ten grondslag. President Poetin spreekt over de veiligheid van het moederland. Volgens de Russische president gaat het ‘zonder overdrijving’ om een zaak ‘van leven of dood voor ons land, voor onze historische toekomst als volk’.
Deskundigen zeggen: dit wordt een humanitaire catastrofe die groter is dan Europa in decennia heeft gezien.
Van Benthem formuleert het zo: “Europa moet zich voorbereiden op ingrijpende veranderingen, op het gebied van energie, voedselvoorziening, veiligheid en de opvang van vele miljoenen vluchtelingen. En dan is deze vraag de kern: wat is voor ons van grotere waarde: een welvarend, luxe leven, of opstaan voor het recht van onze naasten, onze Europese Oekraïense buren. En die andere, grote vraag: waarom doen we dat? Welke waarde hechten we, als deze crisis lang en ingrijpend zal blijken te zijn, aan dat oude, Bijbelse woord: ‘Heb uw naaste lief als uzelf’?”[4].

Jezus Christus heeft ons lief. Hij is voor ons gestorven, al ver voor een Russische leider in de eenentwintigste eeuw heel veel mensen deed sterven om zijn eigen ideaal door te drijven.
Jezus Christus is heel bewust het lijden ingegaan.
Jezus Christus ging niet op de vlucht. Hij maakte het lijden door, al ver voor een Russische leider willens en wetens miljoenen mensen op de vlucht joeg om het zogenaamde moederland te redden.
Jezus Christus stond op uit de dood.
Hij redde een ontelbare schade mensen van een wisse ondergang, al ver voor een Russische leider massa’s mensen naar een ontluisterend einde bracht. En voor al die massa’s geldt: zij staan niet op als Vladimir Vladimirovitsj Poetin daartoe het bevel geeft. Zij staan op als Jezus Christus terugkeert op de wolken.

Tot Zijn terugkomst blijven kerkmensen aan het werk.
Zij bekommeren zich om hun naasten.
Al was het alleen maar om hen voor een ondergang te behoeden, en hen mee te nemen naar een toekomst waarin er slechts één grondregel bestaat. Dat basisprincipe is: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus”.
Dat wonder wordt de gewoonste zaak op de nieuwe aarde![5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: Hilbrand Rozema, “(R)ussische winkel” – column in: Nederlands Dagblad, dinsdag 15 maart 2022, p. 2.
[2] In deze alinea citeer ik Romeinen 5:6-10.
[3] In deze alinea citeer ik woorden uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ook gebruik uit de Heidelbergse Catechismus: Zondag 23, antwoord 61.
[4] In deze alinea citeer ik: Jan van Benthem, “De Oekraïneoorlog loopt niet ‘goed’ af en Europa moet zich opmaken voor een harde realiteit”. – buitenlandanalyse in: Week10, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 12 maart 2022, p. 7.
[5] Romeinen 5:1.

27 januari 2022

Uitgestoken hand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Kent u het verhaal over de uitgestoken hand van minister-president Rutte?
Die steekt hij, naar eigen zeggen, op woensdag 19 januari 2022 uit tijdens het uitspreken van de regeringsverklaring, zeg maar: de presentatie van het beleid van het nieuwe kabinet Rutte-IV.
In het Nederlands Dagblad lezen we: “De AOW-uitkering voor ouderen komend jaar laten meestijgen met het minimumloon? Dat kan Rutte ‘niet toezeggen’. Compensatie voor duurdere boodschappen, de hogere energierekening en gestegen benzineprijzen? Dat vindt hij ‘lastig’ om nog dit jaar voor elkaar te krijgen. De rijkeren zwaarder belasten zodat de armen meer overhouden? Daarop wil Rutte zich ‘niet vastpinnen’. ‘Geef ons de kans om het uit te werken’, was Ruttes meest vergaande belofte woensdag tijdens het Tweede Kamerdebat over de regeringsverklaring. Daarbij zal hij letten op ‘wat realistisch kan’. Dat klonk heel wat zuiniger dan VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans, die een dag eerder nog in de Kamer eiste dat ‘iedereen’ er dit jaar in koopkracht op vooruitgaat. Rutte wil zover niet gaan. Het maakte dat de ‘uitgestoken hand’ die de premier tijdens het debat aanbood aan de oppositie nog niet met enthousiasme werd aangenomen”.
Daar hebben we die uitgestoken hand.
De oppositie mokt en murmureert.
Mevrouw Marijnissen van de Socialistiese Partij spreekt over de “zoveelste gebroken belofte van Rutte”. “Een uitgestoken hand? We hebben het niet gezien”.
Zo gaat dat als mensen met elkaar omgaan. Men heeft grote verwachtingen. En die worden nogal eens niet waar gemaakt. Je zou er haast moedeloos van worden![1]

In de Bijbel lezen we ook over uitgestoken handen. Dat zijn de handen die God naar Zijn volk uitsteekt. Over die uitgestoken handen schrijft Paulus in Romeinen 10.
Hoe schrijft hij daarover?
Dat zullen wij hieronder in een paar alinea’s zien.

‘Wat zou het toch mooi zijn als Israël zou worden gered! Eigenlijk wil ik niets liever’, verzucht de apostel Paulus in Romeinen 10.
Waarom wil Paulus dat zo graag? Welnu, Israël – de Oudtestamentische kerk – doet op z’n eigen manier zijn uiterste best om God te dienen. Gods volk wil de zaligheid verdienen door de dingen die men doet. Maar zo werkt dat echt niet, bezweert de apostel in Romeinen 10. Waarom niet? Omdat Jezus het einddoel is van de wet van Mozes. Om Hem is het allemaal te doen in de dienst aan God! Ieder die in Jezus gelooft, wordt vrijgesproken van zondeschuld.

In het Oude Testament – in Leviticus 18 – was de regel nog: “Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen. De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de Heere”.
Nu Jezus Christus voor onze zonden heeft betaald, is het zaak om ons oog op Hem te richten.
Welke kant moet je dan op kijken?
Omhoog?
Naar beneden?
Welnee, zegt Paulus. Hij is vlakbij. Zijn Heilige Geest woont in uw hart! En waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dus spreekt u ervan. U hebt de mond er over vol. Iedereen die gelooft dat Jezus Christus mensen een nieuw leven geeft wordt gered. Wie dat gelovig uitspreekt, krijgt perspectief op een gelukkig leven in de woonplaats van God. Iedereen die dat gelooft, weet het zeker: ik leef voor eeuwig en het wordt prachtig!
En dat geldt niet alleen voor Israël, welnee. Die boodschap is aan heel de wereld gericht[2].

Hoe horen alle wereldburgers die boodschap? Via een boodschapper uiteraard.
Zulke boodschappers heeft God in het Oude Testament heel vaak gestuurd. Maar al die Woordverkondigers praatten meestal tegen dovemansoren. Er waren heel wat mensen die die boodschap niet geloofden.
Je zou zeggen dat de Here Zijn handen van Zijn volk af zou trekken. Zo van: ‘Met dit volk kan zelfs Ik niks beginnen. Die natie zet Ik aan de kant. Het volk doet het maar zonder Mij’. Maar dat zegt Hij niet. Integendeel. Hij steekt Zijn hand naar Zijn volk uit!
In Romeinen 10 staat het zo: “Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk”[3].

In Romeinen 10 horen wij de echo van Jesaja 65: Ik heb mijn handen naar u uitgestoken!
En dat terwijl Gods volk op haar eigen manier religieus is. Maar dat heeft met echte Godsdienst niets te maken. Integendeel. God wordt er woedend van. Ja, Zijn toorn zal te merken wezen!
Maar Jesaja 65 toont ook iets anders: Israël zal niet totaal van de aardbodem verdwijnen. Er zijn nog mensen die God echt, welgemeend, met heel hun hart willen dienen. Zij zullen Gods zegen ontvangen.
En er is meer.
De Here gaat grote dingen doen.
Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde!
Met andere woorden: de handen die door God uitgestoken worden zijn vol. Vol met gaven. Vol met schatten.
Jazeker, onze God is vlakbij. Zijn Heilige Geest woont in uw hart! En waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dus spreekt u ervan. U hebt de mond er over vol. Iedereen die gelooft dat Jezus Christus mensen een nieuw leven geeft wordt gered.

De uitgestoken hand van premier Rutte is tot op heden onzichtbaar, zo wordt gezegd.
Dat moge zo zijn.
Maar in de kerk zien wij Gods uitgestoken handen.
En wie die handen ziet, die weet het: nu gebeurt er wat!

Noten:
[1] Geciteerd uit: “‘Uitgestoken hand? Niet gezien”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 20 januari 2022, p. 4.
[2] In deze alinea citeer ik Leviticus 18:5.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 10:20 en 21.

3 januari 2022

Veel heil en zegen gewenst!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Alle lezers van deze weblog wensen wij veel heil en zegen in het nieuwe jaar 2022!

Die wens wordt genoteerd in een wereld waarin nog altijd veel leed is. Vluchtelingen komen om op hun vlucht uit oorlogsgebied. Samenlevingen polariseren.
Ook in onze persoonlijke levens is er soms veel verdriet.
Neem bijvoorbeeld het seksueel misbruik. Mensen zijn soms levenslang beschadigd. Hun zelfbeeld ligt aan gruzelementen. Voortdurend zijn er de flashbacks. Steeds weer vragen slachtoffers zich af of zij zelf meer aan dat misbruik hadden kunnen doen. Enzovoort.
Of neem bijvoorbeeld de huwelijken waarin het niet meer gaat. De echtparen weten wel dat het anders moet, maar het werkt gewoon niet meer. Hoe moet dat toch verder?
Ach, wij weten het allemaal wel: de voorbeelden van hierboven kunnen met duizenden worden aangevuld.
Wat een hemelsbreed verschil met Genesis 1! In dat hoofdstuk treffen we zeven maal het woord ‘goed’ aan. Het begint met het licht: “En God zag het licht dat het goed was”. En het eindigt met: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”.
De schepping is prachtig!
Dan komt in Genesis 3 de zondeval. De mens moet het paradijs verlaten: “Daarom zond de HEERE God hem weg uit de hof van Eden, om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken”.
Ziet u de afgang?
Wat zijn wij diep gezonken![1]

Is het jaar 2022 eigenlijk nog wel de moeite waard om beleefd te worden?
Antwoord: jazeker wel!
Waarom dan?
Iedereen op deze wereld mag zich naar Hem toekeren. Iedereen op deze wereld mag Hem benaderen. En als God Zich over de door Hem uitgekozen mensen ontfermt, dan zijn zij veilig. Dan kan hen niks meer gebeuren. Sterker nog: ieder die in Hem gelooft, krijgt eeuwig leven. Jezus Christus kwam naar de aarde om onze zondeschuld te betalen. Gods Zoon kwam van Zijn hemelse troon af om ons te verlossen van smet en schuld. En laten we wel wezen: dat is nog maar het begin. Wij krijgen een definitieve woonplaats in de hemel.
Zullen wij elkaar daar herkennen? Het lijkt er wel op. Zie Lucas 16: “En Ik zeg u: Maak uzelf vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon, opdat zij u, als u gebrek lijdt, zullen ontvangen in de eeuwige tenten”. En: “Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd. En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot”. In de hemel zijn beperkingen nooit meer aan de orde. Wij hebben de beschikking over alles. Zeg het maar zo: alles en iedereen is in de buurt!
Aanklachten en beschuldigingen? Daar hoeven door God uitgekozen mensen niet bang voor te zijn. Zij worden altijd vrijgesproken. Dat staat bij voorbaat vast.
De liefde van Christus? Die zal voor ons altijd bloeien! Misbruik? Dat is uit de wereld. Wat doen we met kapotte huwelijken? Die vraag is niet meer van toepassing. Moeizame relaties? Ook al niet meer ter zake. En zo verdwijnen er duizenden, ja miljoenen ingewikkelde vraagstukken als sneeuw voor de zon[2].

Mogelijk kent u wel die zin uit Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus: “Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten”.
Met andere woorden: de liefde die Jezus Christus voor Zijn uitverkorenen heeft dooft nooit![3]

Liefde – daar is jan en alleman tegenwoordig naar op zoek.
“We hebben in deze coronacrisis Gods kracht, liefde en wijsheid nodig”, zegt een evangelische spreker. Hij heeft natuurlijk gelijk. Maar Gods kracht, liefde en wijsheid hebben wij natuurlijk ook nodig als er geen crisis is.
Welnu, Gods kinderen mogen het Paulus in Romeinen 8 nazeggen: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere”. Wie met vorenstaande woorden instemt ontvangt in dit nieuwe jaar gegarandeerd veel heil en zegen![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Genesis 1:4a, Genesis 1:31a en Genesis 3:23,24.
[2] In deze alinea gebruik ik Lucas 16:9, Lucas 16:22 en 23, Johannes 3:16 en Romeinen 8:31-34.
[3] In deze alinea citeer ik een zin uit antwoord 31 -Zondag 12- uit de Heidelbergse Catechismus.
[4] In deze alinea gebruik ik: ‘Laten we 2022 beginnen met bidden en vasten’. Mini-interview met Jan Pool. In: Nederlands Dagblad, maandag 27 december 2021, p. 5. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 8:38 en 39.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.