gereformeerd leven in nederland

12 mei 2022

Alle dagen Pinksteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Woont de Heilige Geest in ons hart? Mensen die weten dat zij door God gekocht zijn mogen daar volmondig ‘Ja!’ op zeggen. Maar voor heel veel mensen beginnen de problemen dan meteen. Want hoe weten wij dat de Heilige Geest in onze harten woont?
Voelen wij dat? Nee, in de regel niet.
Merken wij dat omdat ons leven elke dag een stukje beter wordt? Vaak niet.
Toch is de Heilige Geest dagelijks heel hard aan het werk.
De Heilige Schrift is er gekomen omdat mensen die door de Heilige Geest werden aangestuurd dat Woord hebben gesproken. Gods Geest zegt steeds weer tegen ons: ‘Ja, de Schrift is van God afkomstig!’. Die boodschap mogen wij doorgeven aan allen om ons heen[1]

God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus wonen in de hemel. Maar die majestueuze kracht is in ons bestaan volop aanwezig. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij dat onomwonden: “De Heilige Geest is de eeuwige kracht en macht, die uitgaat van de Vader en van de Zoon”. 
Wellicht zijn wij geneigd te vragen: waar zien wij die energie dan? Welnu, de Bijbel geeft een levensgroot voorbeeld: Maria wordt zwanger van Jezus, door de Heilige Geest[2].

In onze wereld worden wij bestookt met allerlei informatie. Soms worden die berichten heel geloofwaardig gebracht. Het klinkt allemaal zeer overtuigend. Intussen is de keuze reuze. Mede daarom hebben wij allemaal wel eens een moment van vertwijfeling. Hoe weten wij dat de Bijbel waar is? Hoe weten we eigenlijk zeker dat ons geloof echt is? Antwoord: omdat de Heilige Geest ons echt geloof geeft. Dat geloof is net een vuur. Als dat vuur van het geloof er eenmaal is wordt het gaandeweg groter. Wij kunnen het de Nederlandse Geloofsbelijdenis nazeggen: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt”.
Waarom is Gods Woord waar? Omdat God dat zegt! Zo simpel is dat[3].

De Heilige Geest woont in onze harten. En Hij verricht daar grootse arbeid. Hij zorgt er zelfs voor dat ons bestaan opnieuw begint. Ons leven wordt als nieuw. Dat klinkt ongeloofwaardig. Maar de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt het ons voor: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde”.
Slavernij??
Voor dat woord zijn velen in onze tijd een beetje allergisch geworden. Er is een heftige discussie geweest over een paneel van de gouden koets. ‘Hulde aan de koloniën’: enkele halfnaakte zwarte mannen en vrouwen bieden hun rijkdommen aan bij het koningshuis. En over zwarte piet: heeft het sinterklaasfeest een link met de slavenhandel?
Welnu, nu de Heilige Geest in onze harten woont is het in ons leven altijd bevrijdingsdag. Want Gods Geest bevrijdt ons van de slavernij van de zonde. De ketenen gaan los. Zeker, de zonde is nog altijd aanwezig. Maar dankzij de Heilige Geest zitten wij er niet meer aan vast[4].

Gods Geest zorgt er voor dat wij, verguld met het koninklijke zegel van de God van hemel en aarde, zorgvuldig bewaard worden tot de definitieve verlossing van de aardse zonde een feit is. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt dat aldus omschreven: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest”. Die geloofskennis gaat onder meer terug op Efeziërs 4: “En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing”. De Heilige Geest bewaart ons zeer zorgvuldig. Hij past op ons. Hij gaat met ons mee, overal waar wij gaan[5].   

De Heilige Geest is volop actief in de twee sacramenten, de heilige doop en het heilig avondmaal. Een buitenstaander zou kunnen zeggen dat de bediening van de sacramenten plechtige momenten oplevert. De doop kan men beschouwen als het moment dat de boreling kerklid wordt. De viering van het heilig avondmaal kan worden gevoeld als echte beleving van de kerkgemeenschap.
Maar de Nederlandse Geloofsbelijdenis is aanzienlijk minder oppervlakkig. Leest u maar mee. Onze goede God “heeft de sacramenten gevoegd bij het Woord van het evangelie, om ons door middel van onze zintuigen des te beter duidelijk te maken, zowel wat Hij ons door zijn Woord te verstaan geeft, als wat Hij van binnen in ons hart doet. Zo bekrachtigt Hij in ons het heil waaraan Hij ons deel geeft. Want de sacramenten zijn zichtbare tekenen en zegels van een inwendige en onzichtbare zaak. Door middel daarvan werkt God in ons door de kracht van de Heilige Geest. Daarom zijn de tekenen niet krachteloos en zonder inhoud, zodat zij ons zouden misleiden, want Jezus Christus is de waarheid ervan en zonder Hem zouden zij niets zijn”.
Gods Heilige Geest houdt grote schoonmaak in ons bestaan: “evenals het water waarmee de dopeling overgoten en voor aller ogen besprenkeld wordt, de onreinheid van het lichaam afwast, zo bewerkt het bloed van Christus hetzelfde van binnen, in de ziel, door de Heilige Geest”[6].

Niemand zag ooit Gods Heilige Geest.  Maar Gods kinderen mogen zonder terughoudendheid zeggen: Gods Heilige Geest woont in ons hart. Bij Gereformeerden is het alle dagen Pinksteren!

Noten:
[1] In deze alinea maak ik gebruik van de artikelen 3 en 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[2] In deze alinea citeer ik uit artikel 8 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Verder gebruik ik artikel 18 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[3] In deze alinea citeer ik uit artikel 22 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] In deze alinea citeer ik uit artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[5] In deze alinea citeer ik uit artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en uit Gods Woord Efeziërs 4:30.
[6] In deze alinea citeer ik uit de artikelen 33 en 34 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Een bewerking van dit artikel zal het voorwoord (‘Allereerst’) zijn in het Gereformeerd familieblad De Bazuin, editie 16-06 (juni 2022).

2 april 2021

Wij worden sterk door Christus’ werk

Nog even – dan is het Pasen. Wij gedenken dat Jezus Christus triomfeerde over de dood.
Het verhaal zou vandaag de voorpagina’s van de kranten halen: “…zie, twee mannen stonden bij hen – namelijk bij de vrouwen die met Jezus uit Galilea gekomen waren –, in blinkende gewaden. En toen zij zeer bevreesd werden en het gezicht naar de grond bogen, zeiden die tegen hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt”[1]. Op de begraafplaats gaat het licht op. Het kille kerkhof wordt de plaats van de ongelooflijke ommekeer. De deur naar de toekomst gaat open: de Heiland heeft de sleutel in handen. Zo staat dat ook in Openbaring 1: “En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf”[2].

Jezus Christus is ons vertrouwen waard!
Dat kunnen we van veel andere regeerders niet zeggen.
Wilt u een voorbeeld? Dat is niet moeilijk. Lees de krant maar.
“Verkenners schakelen zichzelf uit bij formatie” kopte het Nederlands Dagblad op vrijdag 26 maart jongstleden. En daaronder stond onder meer: “De gang van zaken rond de kabinetsformatie ‘verdient geen schoonheidsprijs’, vindt Kamervoorzitter Khadija Arib. Het begon donderdagochtend met verkenner Kajsa Ollongren (D66), die even na negenen naar buiten kwam snellen. Met een stapel papieren onder de arm verdween ze zonder iets te zeggen in haar auto. Ollongren was positief getest op corona, bleek achteraf. Vlak na haar vertrek kwam een foto naar buiten waarop het bovenste papier dat ze onder haar arm had, was te lezen. Hieruit bleek dat de ‘positie Omtzigt’ bij de aandachtspunten stond, met als toevoeging ‘functie elders’. Daarnaast zouden de ‘linkse partijen’ elkaar niet echt vasthouden, en was een ‘meerderheidspositie in de Eerste Kamer voor niemand een must’. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat deze informatie op straat zou belanden, maar het kwaad was geschied”[3].
Machtige mensen gaan bij tijden buitengewoon slordig met geheime stukken om. Parlementariërs zijn somtijds nogal onachtzaam en tamelijk onoplettend als het over hun collega’s gaat. Moet men de sfeer samenvatten als ‘hoe hoger, hoe harder’? Het lijkt er wel op.
Welnu, zo gaat het bij onze Here Jezus Christus niet.
Het gaat bij onze Heiland heel anders.
Onze God zegt niet: ‘jullie hebben er een rommeltje van gemaakt; ruim nu zelf de troep maar op’.
De hemelse Heer zegt niet: ‘U maakt er een bende van, u bent volstrekt ongeschikt om straks, in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, mee te gaan regeren’.
Nee, de Zoon van God overwint de dood en voltooit Zijn verlossingswerk!

De Redder is geweldig genadig.
Als geen ander begrijpt Hij dat Zijn werk voor gewone mensen niet te bevatten is.
Daarom laat Hij Zich na Zijn opstanding veel zien.
Denkt u maar aan Marcus 16. Daar verschijnt Hij aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven demonen uitgedreven heeft[4].
Denkt u ook maar aan die mannen die in Lucas 24 onderweg zijn naar Emmaüs. Zij zijn druk in gesprek als de Redder zich bij hen voegt[5].
Denkt u ook maar aan Johannes 20, waar Jezus opeens in de kamer staat waar de discipelen bij elkaar gekomen zijn. Een dikke week later is Hij er nóg een keer om het ongeloof van Thomas aan de kaak te stellen.
Denkt u ook maar aan Handelingen 1, waar Lucas schrijft over “veel onmiskenbare bewijzen, veertig dagen lang, waarbij Hij door hen gezien werd en over de dingen sprak die het Koninkrijk van God betreffen”[6].
Denkt u tenslotte ook maar aan Handelingen 13. Paulus proclameert in Antiochië: “God heeft Hem uit de doden opgewekt; en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen die met Hem opgegaan waren van Galilea naar Jeruzalem en die nu Zijn getuigen zijn bij het volk”[7].
Ja, de Heiland is heel genadig.
Jezus Christus maakt Zijn volk geen verwijten.
Gods Zoon ontplooit enkel en alleen positieve actie.
Het moge duidelijk zijn: ook in de eenentwintigste eeuw mag en moet het rondverteld worden: de Heer is waarlijk opgestaan!

Wellicht zijn wij geneigd om te zeggen: ‘De gebeurtenissen van toen zijn al eeuwen geleden. Maar wat merken we er nu van dat Christus echt is opgestaan?’ En: ‘Op welke wijze bereiden we ons voor op het tweede deel van ons leven, in de hemel?’.
Antwoord: dat doen we in de kerk. Aan het Heilig Avondmaal, bijvoorbeeld. Goed beschouwd is dat een feestmaal.
Waarom?
* Wij worden één met Jezus Christus.
* Wij krijgen zogezegd alle Goddelijke gaven en geschenken in de schoot geworpen.
* Christus’ verlossingswerk komt op onze rekening te staan.
* Haten wij de zonde? Voelen wij ons zwakkelingen?
Christus maakt ons sterk
door te wijzen op Zijn werk.
* Zo wordt in ons leven een kolossale vernieuwing doorgevoerd.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt het zo: wij vergissen ons niet “als wij zeggen dat wat door ons gegeten en gedronken wordt, het eigen en natuurlijke lichaam en het eigen bloed van Christus is. Maar de wijze waarop wij deze nuttigen, is niet met de mond, maar geestelijk, door het geloof. Zo blijft Jezus Christus altijd gezeten aan de rechterhand van God, zijn Vader, in de hemel en deelt Hij Zichzelf toch aan ons mee door het geloof. Bij dit geestelijke feestmaal geeft Christus ons deel aan Zichzelf met al zijn schatten en gaven en doet Hij ons zowel Zichzelf als de verdiensten van zijn lijden en sterven genieten. Hij voedt, sterkt en troost onze arme, verslagen ziel door ons te eten te geven van zijn lichaam, en verkwikt en vernieuwt haar door ons te drinken te geven van zijn bloed”[8].

Door de eeuwen heen zijn er een handvol sacramenten bij bedacht. De Rooms-katholieken kennen bijvoorbeeld:
* de doop.
* het vormsel – daarmee en daardoor wordt de Heilige Geest gegeven.
* de eucharistie – in de eucharistie veranderen, naar men zegt, bloed en wijn in het bloed en het lichaam van Christus.
* de biecht – dit sacrament geeft, zegt men, de gelegenheid om opnieuw met God verzoend te worden.
* de ziekenzalving. Gelovigen die oud of ziek zijn kunnen het sacrament van de ziekenzalving krijgen. Dit geeft kracht, vrede en troost. Het aardse lijden wordt zo verbonden met het lijden van Christus.
* de wijding – dit sacrament is er voor de mensen die hun werk voor alle gelovigen kunnen en willen waarmaken.
* het huwelijk – de huwelijksbelofte wordt in het openbaar uitgesproken voor God en de kerkgemeenschap[9].
Met sacramenten die de Here Jezus niet heeft ingesteld maken Gereformeerden korte metten. Zij belijden namelijk ook: “Daarom verwerpen wij als ontheiliging van de sacramenten alle toevoegingen en vervloekte verzinsels die de mensen erin aangebracht en ermee vermengd hebben. En wij verklaren dat men zich tevreden moet stellen met wat Christus en zijn apostelen ons voorgeschreven hebben en dat men daarover moet spreken zoals zij erover gesproken hebben”[10].

Laten wij – Gereformeerden van deze tijd – het ook op Goede Vrijdag en op Pasen 2021 maar gewoon bij Psalm 118 houden:
“De steen, dien door de tempelbouwers
veracht’lijk was een plaats ontzegd,
werd tot verbazing der beschouwers
ten hoeksteen door God zelf gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
door ’s HEREN hand alleen geschied.
Het is een wonder in onz’ ogen.
Wij zien het, maar doorgronden ’t niet”[11].

Noten:
[1] Lucas 24:4, 5 en 6.
[2] Openbaring 1:18.
[3] “Verkenners schakelen zichzelf uit bij formatie”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 26 maart 2021, p. 1.
[4] Zie Marcus 16:9.
[5] Zie Lucas 24:13, 14 en 15.
[6] Handelingen 1:3.
[7] Handelingen 13:30 en 31.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/diversen/111352-rooms-katholieke-kerk-de-zeven-sacramenten.html ; geraadpleegd op vrijdag 26 maart 2021.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[11] Psalm 118:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

31 maart 2021

Zicht op de eeuwigheid

De Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt de dingen bij de naam. Leest u maar mee: “Wij geloven dat onze goede God, omdat Hij met ons onverstand en de zwakheid van ons geloof rekening houdt, voor ons de sacramenten heeft ingesteld”[1].
Onverstand en geloofszwakheid: nou nou, die belijdenisschrijver durft wel!

Intussen blijkt de opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, Guido de Brès, met de beide benen op de grond te staan. De werkelijkheid is immers dat wij ons leven graag zelf vormgeven. Keuzes maken? Dat kunnen wij zelf wel. Denken wij. En intussen wandelen wij, al of niet ontspannen, bij God vandaan.

Preken zijn, door de jaren heen, vaak in bespreking. Een jaar of tien geleden schreef dominee W. Visscher, predikant in het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten: “Vind jij de preken op zondag ook moeilijk? Wat een ingewikkelde woorden allemaal. Gerechtigheid, wedergeboorte, Borg, en zo meer. Bovendien duurt de preek vaak ook lang: ongeveer een uur. En soms worden er ook ouderwetse woorden gebruikt. Preken zijn best lastig”[2].
Dat is van alle tijden. De sacramenten helpen mensen die niet zo makkelijk kunnen luisteren. De sacramenten zijn er voor kijkers. En voor mensen die met de handen werken en willen voelen.

Inderdaad – in de kerk heerst een lees- en luistercultuur. Maar dat wil niet zeggen dat de handwerkers vergeten worden. We hebben de heilige doop. En er is het Heilig Avondmaal. Het is alsof de Here zeggen wil: kijk maar! Voel maar! En proef maar!
God is liefde. Hij neemt hoofdarbeiders én handwerkers mee naar Zijn toekomst.

Hoe kunnen wij van die toekomst zeker zijn? Johannes 5 vertelt het ons: “Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven”[3]. Zo iemand leeft eeuwig. Het is al begonnen. En het houdt nooit meer op.
Wanneer wordt dat gezegd? Antwoord: vlak nadat Jezus in Bethesda een man genezen heeft die al achtendertig jaar ziek was[4]. Welnu, zegt Jezus dus impliciet, dat is nog maar het begin.
En ja, die doop en dat Avondmaal – die zijn ook nog maar het begin. Het wordt in de nieuwe hemel en op de aarde nog veel mooier. Het wordt daar onbeschrijflijk prachtig!

Ja, die kant gaan wij uit. Het geloof dat ons gegeven is geeft ons de toegangskaart tot Gods glorieuze omgeving. Ja, vol verwachting klopt daarom ons hart. Om met de apostel Paulus in Romeinen 5 te spreken: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”[5]. Wij mogen het ronduit en zonder terughoudendheid tegen elkaar zeggen: we gaan een schitterende toekomst tegemoet!
Met name tijdens de viering van het Avondmaal is het vaak heel stil in de kerk. Geen wonder – het Avondmaal is heilig. Het moment van de doop is, met name voor ouders, soms reuze spannend. Daar sta je voor het front. En de hele gemeente is erbij. Spannende momenten dus, jazeker. De doop is dan ook heilig. Maar daarbij moeten wij ons ook realiseren dat dit alles nog maar het begin is. Er komt eeuwig geluk aan. Eeuwige vrede is ons beschoren.
Het lijden, het sterven en de opstanding van de Here Jezus hebben geweldige gevolgen voor heel de mensheid. De eerste Goede Vrijdag en de eerste Paasdag: dat zijn, goed beschouwd, kantelpunten in de wereldgeschiedenis!

Mensen die door de Here Jezus Christus gekocht zijn, zijn helemaal opnieuw begonnen. Leest u maar mee in de tweede brief die Paulus aan de Corinthiërs schrijft: “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”[6]. Men kan, om zo te zeggen, de protesten horen aanzwellen. Nieuw? Hoezo nieuw? Wij, met ons onverstand en ons zwakke geloof zijn toch niet nieuw? Toch wel. Wij zijn nieuw geworden. Wij zijn totaal vernieuwd!
Paulus schrijft verder: “En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd”[7].

Wie in deze wereld rondkijkt, ziet al snel hoe hulpeloos wij zijn. Denkt u maar aan de klimaatverandering – hoe gaat het verder en wat kunnen we eraan doen? Denkt u ook maar aan COVID 19 en alles wat daarmee samenhangt – hoe kunnen wij deze pandemie bedwingen?

Dwars door dat alles heen gaat het Goddelijke vernieuwingswerk door. Het wordt ons in de preken verkondigd.
Wilt u het zien? Kijk maar naar de heilige Doop.
Wilt u er iets van proeven? Neem deel aan het Heilig Avondmaal.
Zo worden mensen vol onverstand wijs gemaakt.
Zo krijgen zwakke mensen een sterk geloof.
Zo gaan door God uitgekozen mensen verder op weg naar de eeuwigheid!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 33.
[2] Ds. W. Visscher, “Moeilijke preken”. In: Daniël – uitgave van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten – , donderdag 17 februari 2011, p. 13.
[3] Johannes 5:24.
[4] Zie Johannes 5:1-18.
[5] Romeinen 5:1 en 2.
[6] 2 Corinthiërs 5:17.
[7] 2 Corinthiërs 5:18 en 19.

20 februari 2018

Ingeschreven in Gods burgerlijke stand

De doop is niet zo populair vandaag. De mensen vragen liever: ‘bent u een christen?’ dan ‘bent u gedoopt?’.

Dat komt mede omdat gedoopte kinderen niet zelden eigen wegen gaan. Misschien hebt u wel zes, zeven kinderen ten doop gehouden. En waar zijn zij nu? Heel vaak zijn zij maar amper aanspreekbaar op hun doop. Want die kinderen hebben persoonlijke keuzes gemaakt. En ach, het hoe en waarom van die keuzes snappen pa en moe toch niet… – laat maar. Zo gaat dat toch?

Vandaag zet ik de doop graag weer eens in de schijnwerpers.
Wij moeten ons de troost van de doop vooral niet af laten nemen!

Eerst een paar citaten uit de Heidelbergse Catechismus.

Zondag 26
“Christus heeft het waterbad van de doop ingesteld en daarbij beloofd, dat ik met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben”[1].
Zondag 27
“God zegt dat niet zonder dringende reden. Want Hij wil ons daarmee leren, dat onze zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus weggenomen worden, evenals de onreinheid van het lichaam door het water. Maar vooral wil Hij ons door dit goddelijk pand en teken ervan verzekeren, dat wij even werkelijk van onze zonden geestelijk gewassen zijn, als ons lichaam met het water gewassen wordt”[2].

De doop is een waarborg.
Bij de Rooms-katholieken is de doop bijna een rituele wassing.
Maar in Gereformeerd Nederland is de doop een garantie.

De Zwitserse reformator Huldrych Zwingli (1484-1531) maakte er een herinneringsteken van. We moeten Gods beloften steeds in het hoofd houden, zei Zwingli. Op zichzelf is dat waar. Maar daarvoor is de doop niet bedoeld.
De doop is geen monument.
De doop is geen gedenkteken.
Zo vaak er wordt gedoopt, wordt het ons gegarandeerd:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des HEREN is bedekt.
De HERE rekent hem niet toe zijn zonden,
de ongerechtigheid in hem gevonden.
Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,
geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt”[3].

Jazeker – dat eerste vers van Psalm 32 geeft precies aan wat de kern van de doop is.
De doop betekent: geen straf meer.
De doop betekent: de schuld weggedaan.
Maar de doop betekent ook: blijmoedig voor de Here leven. Niet omdat dat onze eigen keuze is geweest. Maar omdat Hij Zijn kinderen uitverkoren heeft.

Laat ik op dit punt de in 1986 overleden Gereformeerd-vrijgemaakte predikant P.K. Keizer citeren.
In een oude preek – daterend van vóór 1949 – zegt hij: “Nee, de doopshandeling is en blijft een bééld, een téken, een wáárteken, een zegel, een garantie van de zaak. Maar de doopshandeling is niet een léég teken! Zij is een beeld, waaraan de zaak verbonden is!
Op welke wijze? Niet op de manier van een tovermiddel of automatiek, maar op sacramentele wijze. Zó, dat God ons bij de instelling van het beeld de zaak-zelf beloofd heeft”[4].

De doop is, anno 2018, voor velen iets waar men zelf voor kiest. Men zegt dan bijvoorbeeld:
“Ik wil jou van harte dienen
en als Christus voor je zijn.
Bid dat ik genade vind, dat
jij het ook voor mij kunt zijn”[5].
Maar dat is allemaal te menselijk. Zo’n tekst – hoe sympathiek en charmant ook – begint precies aan de verkeerde kant: aan onze kant namelijk.
De doop is niet onze gave aan God.
De doop is Gods garantie aan ons.

Iemand schreef eens: “In de doop komt de God van het verkiezend welbehagen Zelf tot ons en zegt Hij tot ons, dat we helemaal van Hem zijn — geheel Hem toegeëigend. Wie gedoopt is, is geen baas meer in eigen leven. Gods verkiezende liefde heeft haar eigendomsmerk op zijn leven gedrukt”. En: “we worden overgeschreven op de drievuldige Naam van de God des Verbonds, in Gods burgerlijke stand”[6].

De doop betekent: het is honderd procent zeker dat u ingeschreven bent in het hemelse boek van het leven.

Wie in die kaartenbak staat, blijft – als de betekenis hem daarvan duidelijk is – te allen tijde Vaderlandslievend. Hemel-lievend, zeg maar gerust. Wie ingeschreven is in Gods burgerlijke stand gaat zich daar ook naar gedragen. Hij geeft antwoord op zijn doop.
Want hij kent Openbaring 20: “En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken”[7].

En daarbij gelden dan die geruststellende woorden van Psalm 85:
“Gij waart goedgunstig voor uw land, o HEER,
in Jakobs harde lot bracht Gij een keer.
De schuld uws volks wilt Gij niet gadeslaan.
Gij hebt hun zonden uit uw boek gedaan”[8].
Daar staat het: de zonden zijn uit Zijn boek gedaan.
De zonden zijn weggestreept.
Geschrapt.
Uitgewist.
Daar is de doop de garantie van!

Schrijver dezes werd gedoopt op zondag 4 maart 1962.
Het werd indertijd eens en te meer duidelijk: deze jongen is ingeschreven in de burgerlijke stand van de hemel. Heel de toenmalige gemeente was er getuige van.
En anno Domini 2018 mag heel de kerk nog altijd uit volle borst zingen:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[9].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 26, antwoord 69.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 27, antwoord 73.
[3] Psalm 32:1, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Deze preek is onder meer te vinden op http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 15 februari 2018.
[5] Dit – oorspronkelijk Engelse – lied staat in de bundel Opwekkingsliederen-2015 als nummer 378.
[6] Geciteerd uit: Ds. G. Zomer, ds. M.K. Drost en ds. C.J. Smelik, “Gesterkt door genade”. – Groningen: De Vuurbaak, 1966. – p. 65 en 66.
[7] Openbaring 20:12.
[8] Psalm 85:1, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Psalm 103:4, Gereformeerd Kerkboek-1986.

6 februari 2018

Toonbeeld van de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Hebben het woord en de sacramenten beide als doel ons geloof te wijzen op het offer van Jezus Christus aan het kruis, als de enige grond van ons heil?
Antwoord:
Ja, want de Heilige Geest leert ons in het evangelie en bevestigt ons door de sacramenten, dat ons volkomen heil rust in het enige offer van Christus, dat voor ons aan het kruis gebracht is”.

Bovenstaande belijdenis is te vinden in Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus[1].

In de kerk doen we niet zoveel met plaatjes. In de kerkdienst althans niet. Sinds 1517 – het jaar van de Hervorming – hebben Gereformeerden niet zoveel met prenten en beelden.
Tijdens de catechisatielessen en de Bijbelstudie komen wel eens plaatjes langs. Dat gebeurt echter mondjesmaat. Want zegt u nu zelf: wij leven van het Woord.

Even goed zijn we in de kerk niet anti-visueel.
Want wij hebben de sacramenten.
Die laten zien dat ons volkomen heil het enige offer van Christus als basis heeft.
Zondag 25 wijst ons dus de weg naar Jezus Christus die aan het kruis gehangen heeft. Om met 1 Petrus 3 te spreken: “Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen”[2].
Het is belangrijk dat helder te zien.

Tegenwoordig hoort men, bijvoorbeeld in baptistische kringen, nog wel eens zeggen: ‘Ik heb mij laten dopen’. Daarbij gaat men uit van het eigen initiatief, en van de eigen beleving.
Ziet u ’t voor u?
Daar gaat een man in de kerkzaal naar voren. Hij meldt zich bij het doopvont. ‘Hier ben ik, ik heb besloten mij te laten dopen’. De zaal kijkt toe. Het wordt langzaam stiller. Men is onder de indruk. De ontroering kan men bijna voelen. De gedachten kan men bijna lezen: ‘Wat moedig van die man!’.

Maar dat is nu juist niet de bedoeling. Want het gáát helemaal niet om die man.
Jezus Christus is de grond waarop we in het leven staan.
Ziet u ’t voor u?
Misschien zegt u wel: nee, dat zie ik in het geheel niet voor mij.
Welnu, ook dat is heel begrijpelijk. Want dat eenmalige offer van Christus is voor ons onvoorstelbaar. Juist daarom zijn ons de sacramenten gegeven.

Wij leven in een beeldcultuur.
Ziet u ’t voor u?
U leest de krant. U kijkt naar de foto’s. Eentje met een tank en in elkaar geschoten huizen. Eentje met een aardverschuiving; een vrouw hangt in een stoeltjeslift boven kolkende modderstromen.
U kijkt naar het NOS-journaal. U ziet de beelden. Een aanslag met veel doden en gewonden. Een ontspoorde trein, met een aantal wagons naast de baan. Een verkeersongeluk; de weg ligt bezaaid met allerlei rommel, en ergens is een bloedvlek te zien.
U ziet dat voor u. En misschien denkt u wel: hier past de Heiland echt helemaal niet bij. Wellicht overpeinst u dat deze wereld te smerig is, en te bedorven om Hem in dit leven toe te laten.
Maar juist daarom zijn de sacramenten gegeven.
De Heiland is voor onze zonden gestorven. En Hij wil ons aan Zijn tafel ontvangen. Midden in deze wereld. Hij geeft ons de waardigheid om met Hem aan tafel te zitten. Midden in een kapotte wereld laat Hij het proclameren: de bruiloft van het Lam komt!

Wij zijn allen gedoopt in ​Christus​ ​Jezus. Wij zijn in Zijn dood ​gedoopt. Zo staat dat in Romeinen 6[3].
In Christus gedoopt, formuleert de apostel. Dat betekent: wij staan op Zijn naam, Hij reinigt ons van de zonden! In heel ons leven kunnen wij, om zo te zeggen, de signatuur van de Heiland zien. Zoals Paulus dat zegt in Galaten 3: “Want u allen die in ​Christus​ ​gedoopt​ bent, hebt zich met ​Christus​ bekleed”[4].
In Zijn dood gedoopt, noteert Paulus. Hij maakt ons één met Zijn dood en opstanding, betekent dat.
Dat is onvoorstelbaar.
Want het is niet zoiets als de nieuwste mode, met mooie kleuren, een prachtige snit en kleding die goed valt. Nee, het is niet iets van de buitenkant.
Gods Heilige Geest van Christus reformeert het leven van bovenaf en van binnen uit.
Dat zien wij niet.

Maar wij geloven het wel.

Hij maakt ons geschikt om te Zijner tijd permanent in Christus’ woonomgeving te verkeren. Die belofte ontvangen wij in de doop.
Bij het Heilig Avondmaal kunnen we iets zien van de sfeer in de toekomst:
* met z’n allen aan tafel bij de God van hemel en aarde.
* aan de rijkste dis die er ooit zal wezen!

Bij onze sacramenten gebruiken wij water, brood en wijn. Dat zijn vrij simpele, aardse producten. Maar in de hemel maken we kennis met uitgelezen uitgerechten, gerijpte wijnen. Daar zullen we voor eeuwig van genieten!
Dat zal een feest wezen!
Onvoorstelbaar!
Maar niettemin geloof-waardig Evangelie!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, vraag en antwoord 67.
[2] 1 Petrus 3:18 a.
[3] Romeinen 6:3: “Of weet u niet dat wij allen die in ​Christus​ ​Jezus​ ​gedoopt​ zijn, in Zijn dood ​gedoopt​ zijn?”.
[4] Galaten 3:27.

24 januari 2017

Versterkende sacramenten

Wat zijn de sacramenten in de kerk prachtig!
De heilige doop is het beginpunt van ieder kind dat uit gelovige ouders geboren wordt: de Here bezegelt Zijn verbond.
In het heilig avondmaal proclameren wij de dood van Jezus Christus. Hij stierf aan het kruis en betaalde zo de schuld voor onze zonden.
Twee sacramenten: twee tekens van Gods onwrikbare trouw!

In Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus belijden wij dan ook:
“Nu alleen het geloof ons aan Christus en aan al zijn weldaden deel geeft, waar komt dit geloof vandaan?
Antwoord:
Van de Heilige Geest, die het geloof in ons hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten”[1].

De sacramenten versterken ons geloof.

U ziet wel dat ik dat woord ‘versterken’ hierboven cursief heb gezet.
Ons geloof, dat door de Heilige Geest bewerkt wordt, krijgt een extra fundament.

Graag leg ik daar vandaag de nadruk op.

Als er een kindje gedoopt wordt, is de kerkzaal vaak voller dan anders. Er komen familieleden, soms van heinde en ver.
Als het Heilig Avondmaal wordt gevierd zien we dat kerkleden, wat vaker dan anders, in de kerkdienst aanwezig zijn. Mensen doen daar extra hun best voor. Er zijn kerken waar, na een Avondmaalsdienst, ouderlingen bij elkaar gaan zitten om de presentie door te nemen.
Waarom zou dat eigenlijk zo wezen?

Begrijpt u mij goed: die familieleden zijn van harte welkom. Maar dat zijn zij ook als er ‘gewone’ kerkdiensten worden belegd.
Het spreekt vanzelf dat ieder kerklid in een Avondmaalsdienst van harte welkom is, en daar geroepen wordt.
En nee, op zichzelf genomen heb ik niets tegen het doornemen van een presentielijst na een kerkdienst waarin het Heilig Avondmaal gevierd is.

Waar het mij om gaat is, dat in de praktijk van het kerkelijke leven een kerkdienst met sacramentsbediening door veel kerkleden belangrijker lijkt te worden geacht als een ‘gewone’ kerkdienst.
Dat acht ik niet juist.

De Heidelbergse Catechismus geeft als Schriftbewijs woorden uit Mattheüs 28. Namelijk de volgende: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”[2].
De doop is het begin.
In de jaren daarna wordt er onderwijs gegeven. Dat gebeurt in huiselijke kring. Tijdens de lessen in het catechisatielokaal. En hopelijk ook op de scholen. Dat onderwijs genieten wij feitelijk levenslang. Immers, iedere zondag wordt ons het Woord van God verkondigd; twee keer, als het even kan.
Welnu, die gewone ‘onderwijsdiensten’ zijn minstens net zo belangrijk als diensten waarin een sacrament wordt bediend.

Versterking van het geloof: dat is, om zo te zeggen, de verzamelaanduiding voor stimulansen om te volharden in het geloof.
Over zulke versterking lezen we ook wel in Gods Woord.
In Handelingen 14 bijvoorbeeld: “En nadat zij aan die stad het Evangelie verkondigd hadden en veel discipelen gemaakt hadden, keerden zij terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië,
en zij versterkten de zielen van de discipelen, spoorden hen aan in het geloof te blijven en zeiden dat wij door veel verdrukkingen in het Koninkrijk van God moeten ingaan”[3].
En in Romeinen 1 bijvoorbeeld. Daar schrijft de apostel Paulus: “Want ik verlang er vurig naar u te zien, om u in enige geestelijke genadegave te laten delen, waardoor u versterkt zou worden,
dat is te zeggen, om in uw midden samen bemoedigd te worden door het onderlinge geloof, zowel dat van u als dat van mij”[4].
En in 2 Petrus 1 bijvoorbeeld: “Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit meer struikelen.
Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.
Daarom zal ik niet nalaten u altijd aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en in de waarheid, die bij u is, versterkt bent”[5].
De God van het verbond zorgt op allerlei manieren voor versterking van ons geloof. Zijn zorgzaamheid blijkt door alle tijden heen!

Wat zijn de sacramenten in de kerk prachtig!
Die sacramenten zijn door onze Here Jezus Christus ingesteld, om ons bij de voortduur op Zijn grote genade te wijzen. Juist omdat Hij die sacramenten Zelf instelde, mogen we er veel waarde aan hechten. Ja, misschien moeten we er wel meer waarde aan geven dan aan sommige bemoedigingen die van ‘gewone’ mensen komen.

Maar laten we erediensten waarin Doop en Avondmaal worden bediend vooral niet veel belangrijker gaan vinden als ‘gewone’ kerkdiensten!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, vraag en antwoord 65.
[2] Mattheüs 28:19.
[3] Handelingen 14:11.
[4] Romeinen 1:11 en 12.
[5] 2 Petrus 1:10, 11 en 12.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.