gereformeerd leven in nederland

11 maart 2019

Blije kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Juda en Israël waren met velen, zo talrijk als het zand dat aan de zee is. Zij aten en dronken en waren blij”[1].
Dat is de typering van Salomo’s regering in 1 Koningen 4.

Betere karakteristiek van een land bestaat er toch niet? Kom daar vandaag eens om! Goed, de mensen in Nederland zijn, over het algemeen, gelukkig. Maar echt blij met het leven? Nee, dat niet.

In Juda en Israël is dat heel anders.
En dat terwijl er een tamelijk ingrijpende staatshervorming plaatsvindt.
Een exegeet noteert: “Salomo hervormt de staatkundige indeling van Israël grondig. Het rijk wordt verdeeld in twaalf districten die elk een maand lang inkomsten moeten leveren aan het hof (…) Zo moet heel Israël Salomo’s bestuursapparaat ondersteunen. Door het gezag in Jeruzalem te concentreren beperkt hij de autonomie van de stammen zelf”[2].
En nee, er komen geen protesten.
Iedereen is blij en tevree.
We schrijven ongeveer 972-932 vóór Christus[3]. En iedereen is blij. Bij Salomo, daar moet je wezen. Daar heb je een mooi leven. Daar zijn welvaart en welzijn aan de orde van de dag.

Echter, bij nader inzien ebt dat gevoel vrij snel weg.
Dat blijkt bijvoorbeeld wel in 1 Koningen 12: “Toen kwam Jerobeam, met heel de ​gemeente​ van Israël, en zij spraken tot Rehabeam: Uw vader heeft ons ​juk​ hard gemaakt; maakt u het harde dienstwerk voor uw vader en zijn zware ​juk, dat hij ons heeft opgelegd nu lichter, dan zullen wij u dienen.
Hij zei tegen hen: Ga en kom over drie dagen bij mij terug. En het volk ging weg. Koning​ Rehabeam pleegde overleg met de ​oudsten​ die bij zijn vader ​Salomo​ in dienst waren geweest, toen die nog leefde, en zei: Wat raadt u aan om dit volk te antwoorden?”[4].

Zeker, ongeveer in het midden van Salomo’s regeerperiode is er geen vuiltje aan de lucht.
Tenminste, zo lijkt het.
Maar de werkelijkheid is anders.

Want wie Gods Woord goed leest, merkt al snel dat Salomo zich niet in alles aan Gods wetten en regels houdt[5].
Leest u eerst maar mee in Deuteronomium 17: “Maar hij mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar ​Egypte​ om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren. Ook mag hij voor zichzelf niet veel vrouwen nemen, anders zal zijn ​hart​ afwijken. Hij mag voor zichzelf ook niet al te veel zilver en goud nemen”[6].
Vervolgens staat in 1 Koningen 4: “Salomo​ had ook veertigduizend paardenstallen voor zijn wagens, en twaalfduizend ruiters. Die opzichters verzorgden, ieder in zijn maand, het levensonderhoud van ​koning​ ​Salomo​ en van iedereen die tot de tafel van ​koning​ ​Salomo​ naderde. Aan niets lieten zij het ontbreken”[7].
In 1 Koningen 10 staat een uitgebreid verhaal over Salomo’s vermogen. Puissant rijk is hij! Vele strijdwagens heeft hij. En duizenden ruiters bovendien[8].
En tenslotte 1 Koningen 11. Dat Schriftgedeelte tilt Salomo echt van zijn voetstuk: “Koning​ ​Salomo​ had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de ​farao: ​Moabitische, ​Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen, uit de volken waarvan de HEERE tegen de Israëlieten had gezegd: U mag niet naar hen toe gaan en zij mogen niet bij u komen. Zij zouden ongetwijfeld uw ​hart​ doen afwijken, achter hun ​goden​ aan. Aan hen hechtte ​Salomo​ zich in ​liefde. Hij had zevenhonderd vrouwen – vorstinnen – en driehonderd bijvrouwen. Zijn vrouwen deden zijn ​hart​ afwijken. Het was in de tijd van ​Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn ​hart​ deden afwijken, achter ​andere ​goden​ aan, zodat zijn ​hart​ niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het ​hart​ van zijn vader ​David”[9].

Die luisterrijke Salomo is niet zo magnifiek als hij er uitziet!
Die sterke Salomo grossiert toch in zwaktes.
Wat een tegenvaller!
Juda en Israël zijn in 1 Koningen 4 reuze blij. Er is vrede. Hoogconjunctuur geeft de toon aan.
Het lijkt allemaal zo prachtig.
Maar de buitenkant is voos. Breekbaar. Frêle. Fragiel.
Wat blijft er over van de vreugde van 1 Koningen 4?

Anno Domini 2019 hoeft die blijdschap niet zachtjes weg te spoelen[10].
Dat wordt duidelijk als wij Micha 5 erbij nemen. Ik citeer: “En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af. Daarom zal Hij hen overgeven tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren, met de Israëlieten. Hij zal staan en hen weiden in de kracht van de HEERE, in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God. Zij zullen veilig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde[11].

Met andere woorden: dat koninkrijk van Salomo ziet er van buiten mooi uit, maar het is slechts een tijdelijk rijk.

Het eeuwige Koninkrijk wordt opgericht en ingericht door Jezus Christus, onze Heiland.
Het is dat Koninkrijk waarover het – bijvoorbeeld – in Mattheüs 12 gaat. Jezus zegt: “Maar als Ik door de ​Geest van God​ de demonen uitdrijf, dan is het ​Koninkrijk van God​ bij u gekomen”[12].
Het is dat Koninkrijk waarover het – bijvoorbeeld – in Marcus 1 gaat: “En nadat Johannes overgeleverd was, ging ​Jezus​ naar Galilea en predikte het ​Evangelie​ van het ​Koninkrijk van God, en Hij zei: De tijd is vervuld en het ​Koninkrijk van God​ is nabijgekomen; bekeer u en geloof het ​Evangelie”[13].

Zij aten en dronken en waren blij – zo ging dat in Juda en Israël.
De kerk in Nederland heeft ook alle reden om blij te zijn. Laten wij niet vergeten om dat met regelmaat te tonen!

Noten:
[1] 1 Koningen 4:20.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Koningen 4:1-20.
[3] Zie voor deze datering Prof. dr. C. van Gelderen, “De boeken der Koningen; opnieuw uit den grondtekst vertaald en verklaard”, eerste deel. – Kampen: J.H. Kok, 1926. – p. 19.
[4] 1 Koningen 12:3 b-6.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.bijbelgemeente.be/wp-content/uploads/2016/01/Koningen-Les-3-God-straft-Salomo.pdf ; geraadpleegd op donderdag 7 maart 2019.
[6] Deuteronomium 17:16 en 17.
[7] 1 Koningen 4:26 en 27.
[8] 1 Koningen 10:26.
[9] 1 Koningen 11:1-4.
[10] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.holyhome.nl/de%20theocratie%20in%20het%20oude%20testament.pdf ; geraadpleegd op donderdag 7 maart 2019.
[11] Micha 5:1, 2 en 3.
[12] Mattheüs 12:28.
[13] Marcus 1:14 en 15.

16 november 2018

Niet rijk met Salomo

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De laatste perikoop van 2 Kronieken 9 is gewijd aan de overweldigende rijkdom van Salomo.
Het begint allemaal met goud: “Het ​gewicht​ van het goud dat in één jaar voor ​Salomo​ binnenkwam, was zeshonderdzesenzestig talent goud”[1]. Voor de goede orde: dat is ongeveer twintigduizend kilo. Het is de opbrengst van landbouw, wijnbouw, olijfolie en veeteelt[2].
Overigens kan de genoemde hoeveelheid goud ook symbolisch zijn. Dan duidt die op grote overvloed.

Het is duidelijk dat de God van hemel en aarde de belofte die Hij in 2 Kronieken 1 heeft gedaan, heeft ingelost. U weet wel: “Toen zei God tegen ​Salomo: Omdat dit in uw ​hart​ geweest is en u geen rijkdom, bezittingen en ​eer​ gevraagd hebt, of het leven van wie u haat, of zelfs niet een lang leven gevraagd hebt, maar wijsheid en kennis voor uzelf gevraagd hebt, zodat u over Mijn volk, waarover Ik u ​koning​ gemaakt heb, zou kunnen rechtspreken, daarom is de wijsheid en de kennis aan u gegeven. Verder zal Ik u rijkdom, bezittingen en eer geven, zoveel als de koningen vóór u niet gehad hebben en zoveel als de koningen na u niet zullen hebben[3].

In 1924 schreef een uitlegger: “De Schrift verzwijgt ons ook den rijkdom van Salomo niet. Zijn inkomsten werden geschat op 666 talenten gouds, dat is minstens 30.000.000 gulden – volgens anderen zelfs 50.000.000 gulden – behalve wat hem nog gebracht werd door de schatplichtige koningen. Dit reuzencijfer stijgt nog, als men met de toenmalige waarde van het geld rekent. Het volk deelde in die welvaart des konings. Het at en dronk onder zijnen wijnstok en vijgeboom. Vele schatten stroomden in het land. Naar heinde en ver werden de karavanen gezonden om koopwaren te verhandelen. Zelfs voeren er schepen naar Ofir, het beroemde goudland in Zuid-Arabië, om vandaar goud te halen. Zoo rijk was Israël, dat zilver niet hooger werd geacht dan steen”[4].

Salomo is een koning van vrede en rijkdom. Het hele volk profiteert mee. Regenten en vorsten uit heel de wereld kijken bewonderend toe. Zij vragen zich af: hoe speelt Salomo het toch klaar om zo rijk te worden? en: wat is Israël toch een vredig land; wat voor politiek houdt Salomo erop na?

Hoe moeten wij tegen Salomo aankijken?
Laten wij bedenken dat Salomo een Oudtestamentische ‘voorafbeelding’ van Jezus Christus is.
Toegegeven: een Koning aan een kruis ziet er niet rijk uit. De priesters en de kerkleiders spotten in Mattheüs 27 dan ook: “Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Als Hij de ​Koning​ van Israël is, laat Hij nu van het ​kruis​ afkomen en wij zullen Hem geloven. Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon”[5].

Onze Heiland is in feite het tegenbeeld van Salomo. Kijkt u maar naar de beschrijving van Jesaja: “Gestalte of ​glorie​ had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben. Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ​ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht. Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze ​overtredingen​ verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld”[6].

Niettemin heeft de Heiland mensen gekocht.
U leeft, schrijft Petrus, in “de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[7].
Johannes schrijft in 1 Johannes 1: “…het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde”[8].

In 2 Kronieken 9 vinden we een uitgebreide beschrijving van Salomo’s rijkdom. Goud, zilver, paarden, geweldig veel bomen, macht: het komt in dat hoofdstuk allemaal langs.
Maar hoe rijk Salomo ook is: mensen verlossen uit de macht van de zonde kan hij niet. Mensen vernieuwen, dat kan Hij niet. Een weg bereiden naar God en Zijn troon, dat kan Salomo niet. Gods kinderen een plaats in de hemel geven, dat kan deze aardse vredevorst niet.

Ook het Nederland van 2018 kent heel rijke mensen. Als daar zijn: de families Brenninkmeijer (C & A), Van der Vorm (onder meer Cool Blue en Boskalis), De Rijcke (Kruidvat), Dreesmann (eertijds V & D) en Melchior (Eyelove brillen)[9].
Maar zelfs de rijkdom van al die families bij elkaar kan ons niet van de zonde afhelpen!

Eind oktober meldde de NOS: “Vorig jaar waren er voor het eerst in de geschiedenis meer miljardairs in Azië dan in de Verenigde Staten. Het aantal miljardairs in Azië, de VS en Europa steeg met 10 procent naar 1542. Dat blijkt uit een rapport over de rijkdom van miljardairs van financieel adviseur PwC en vermogensbeheerder UBS.
De stijging van het aantal miljardairs in Azië was explosief: 25 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Deze groei wordt voornamelijk verklaard door Chinese tech-ondernemers, die hun vermogen flink zagen toenemen.
Azië telde daardoor 637 miljardairs in 2017, tegen 563 in de VS. De miljardairs in de Verenigde Staten hebben samen nog wel meer geld dan de miljardairs in Azië. Dat komt doordat veel Amerikaanse miljardairs rijker zijn dan Aziatische miljardairs”[10].

Kinderen van God worden ooit nog rijker dan al die miljardairs bij elkaar.

Kijkt u maar mee in Openbaring 7: “Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn ​tent​ over hen uitspreiden. Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende ​waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen”[11].

Uiteindelijk worden we niet rijk met Salomo. Maar wel met Jezus Christus, onze Heiland!

Noten:
[1] 2 Kronieken 9:13.
[2] Zie de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij 2 Kronieken 9:13-28, noot 31.
[3] 2 Kronieken 1:11 en 12.
[4] Gereformeerd Jongelingsblad – orgaan van den Ned. Bond van Geref. Jongelingsvereenigingen op Geref. Grondslag, jg. 35 nr. 15 (vrijdag 12 december 1924). – Citaat van p. 233.
[5] Mattheüs 27:42 en 43.
[6] Jesaja 53:2-5.
[7] 1 Petrus 1:18 en 19.
[8] 1 Johannes 1:7.
[9] Zie http://www.quotenet.nl/Nieuws/Quote-500-2018-Dit-zijn-de-5-rijkste-families-218313 ; geraadpleegd op maandag 12 november 2018.
[10] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2256477-voor-het-eerst-meer-miljardairs-in-azie-dan-in-de-vs.html ; geraadpleegd op maandag 12 november 2018.
[11] Openbaring 7:14-17.

28 augustus 2018

Salomo en de Sloterdijkjes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het leven is, zeggen velen, een uitdaging.
Ga er tegen aan!
Maak er wat van!

Dat lijkt heel populair. Ordinair, óók wel een beetje.
Laten wij ons echter niet vergissen.
Ook in wetenschappelijke kringen roept men zulke dingen. Goed, men maakt er ingewikkelde theorieën omheen. Maar in de kern komt het niet zelden op hetzelfde neer.

Gelet op het bovenstaande wijs ik graag op het gedachtegoed van de filosoof professor dr. Peter Sloterdijk.
Sloterdijk – geboren in 1947 – is zoon van een Duitse moeder en een Nederlandse vader. Hij is één van de toonaangevende wijsgeren van onze tijd[1].

Voor Sloterdijk geldt dat het rationalisme van de Verlichting – feiten zijn belangrijk, de rest is bijzaak – heeft geleid tot cynisme.
Cynisme betekent in het jargon van deze filosoof: we weten dat sommige dingen verkeerd zijn, maar wij doen ze toch.
Hoe kun je zulk cynisme afremmen? Antwoord: met kynisme.
Kynisme is: het zichtbaar maken van de fundamentele mateloosheid en absurditeit van de behoeften[2].
De kynische mens is strijdbaar. Hij lacht om de werkelijkheid. Hij spot er mee. Hij speelt, om zo te zeggen, een spel met de realiteit van alledag[3]. De kynische mens zakt dus niet weg in onverschilligheid. De mens gaat energiek de strijd aan!
Iemand schreef: “Het gaat Sloterdijk erom goede doeleinden na te streven met goede middelen en niet zoals in het cynisme goede doelen nastreven met slechte middelen”[4].
Cynisme en kynisme: die woorden klinken bijna hetzelfde. En dat is de bedoeling ook. Want zo kun je laten zien dat de inhoud van beide begrippen uit dezelfde bron komt: de Verlichting, dus.

Eén ding weet de beroemde filosoof ondertussen zeker: van God moeten wij niets verwachten.
Sloterdijk weet “dat God de mensheid niet komt helpen: we moeten onze problemen zelf oplossen. En dat kunnen we ook: er bestaat verlossing in de technologie. Sloterdijk veroorzaakte in Duitsland controverse door zich nadrukkelijk uit te spreken voor de genetische verbetering van de mens”.
De befaamde wijsgeer wijst op de anticonceptiepil. Tegenwoordig kunnen wij het proces van conceptie tot geboorte zo ongeveer zelf sturen.
Als wij uiteindelijk in staat zijn om zelf mensen te scheppen die beter zijn dan wijzelf, dan is toch geweldig? Aldus Sloterdijk[5].

Uit het bovenstaande wordt wel duidelijk: de mens moet het zelf doen.
God is afgeserveerd. Het geloof is definitief en totaal aan de kant gezet.

Kunnen we de Bijbel dan maar beter dichtlaten?
Is de Bijbel een zeer gedateerd en derhalve buitengewoon ouderwets boek?
Zeker niet.
De Here geeft wijsheid. Die wijsheid is toepasbaar in het leven van alledag. De Here geeft inzicht. De manier waarop je werkt heeft alles te maken met de gaven die God jou geeft.
Dat kunnen wij, bijvoorbeeld, goed zien in het leven van Salomo.
En in 1 Koningen 5.

Je zou kunnen zeggen dat Salomo in de eerste hoofdstukken van 1 Koningen ook een uitdaging aangaat.

Bijbellezers weten het misschien wel: de boeken 1 en 2 Koningen vormden oorspronkelijk één geheel.
Ze behandelen de geschiedenis van het volk Israël vanaf de dood van koning David rond 970 voor Christus tot aan de troonsbestijging van koning Evil-Merodach, koning van Babel, zo rond 540 voor Christus.
De boeken beschrijven dus een periode van zo’n 400 jaar[6].

Salomo, de zoon van David, staat voor een enorme uitdaging. Hij gaat een tempel bouwen voor de Here.
In 1 Koningen 5 treft hij allerlei voorbereidingen.
Salomo maakt graag gebruik van de vriendschappelijke contacten die zijn vader David eertijds had. Hiram, de koning van Tyrus, was jarenlang een trouwe vriend van vader David geweest.
Tyrus is een stad aan de Middellandse zee, vol levendige handel, is gelegen in het gebied dat wij kennen als het zuiden van Libanon[7].
Salomo bestelt bij Hiram een grote partij cederhout. Voor het kappen van de ceders wordt een samenwerkingsverband gesloten tussen de personeelsleden van beide koningen. ‘De betaling wordt wel geregeld’, zegt Salomo. ‘Ik ga bij voorbaat akkoord met de voorwaarden die u daarbij stelt’.
Koning Hiram vindt het allemaal erg aangenaam. Het doet hem deugd dat zijn oude vriend David een wijze en voortvarende zoon blijkt te hebben. Hij werkt graag mee aan het grote project dat Salomo wil laten uitvoeren.
Het is een grootse onderneming. Duizenden, en nog eens duizenden mensen worden aan het werk gezet.

En midden in die projectbeschrijving staat dan: “De HEERE had ​Salomo​ wijsheid gegeven, zoals Hij tot hem gesproken had”[8].
Plompverloren staat het er. Terloops.
De Here had Salomo wijsheid gegeven. Geheel overeenkomstig de beloften die Hij in 1 Koningen 3 gedaan had.
En dat is in 1 Koningen 5 merkbaar!

Een commentator schrijft erbij: “In dit vers wordt nog eens duidelijk gezegd dat de HEERE Salomo wijsheid heeft gegeven. Alles komt van Hem. Salomo’s wijsheid blijkt uit zijn verbond met Hiram, om van hem goed materiaal en geschikte arbeiders voor de bouw van Gods huis tot zijn beschikking te krijgen. Zijn wijsheid blijkt ook uit de wijze waarop hij gebruik maakt van de arbeidskrachten”[9].
Salomo werkt in afhankelijkheid van de Here.
Salomo is geen Sloterdijk avant la lettre: goede doeleinden nastreven met goede middelen. Salomo is geen kynische mens: kom op, er tegenaan!
Salomo beseft: met de aanschaf van materiaal en de inzet van heel veel personeel ben ik er niet.
Salomo weet: ik ben een instrument van de Here.
Dat weet hij zeker.
Dat gelooft hij.
En ja, Gereformeerden geloven anno Domini 2018 nog steeds: wij zijn instrumenten in de handen van onze God.

Zeker, in de wereld om ons heen wonen ontelbaar veel Sloterdijkjes: mensen die zichzelf en hun omgeving uitdagen, desnoods tot hun achtentachtigste.
Zij zullen strijdbaar blijven. Creatief en vindingrijk tot hun dood!

Gereformeerde mensen hebben zulk een uitdaging niet zo nodig.
Want zij beseffen: onze God werkt altijd door!

In 1 Koningen 5 is Salomo druk doende met de organisatie van de bouw van het tempelcomplex.
In Efeziërs 2 beschrijft de apostel Paulus de bouw van een heel ander huis.
Een wereldomvattend huis
Een grootser huis.
Een eeuwig huis.
Dat komt kan er komen doordat Jezus Christus, onze Heiland, voor de zonden heeft betaald.
In Efeziërs 2 staat het zo: “En bij Zijn komst heeft Hij door het ​Evangelie​ ​vrede​ verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

De wijsheid die voor de bouw van dat huis nodig is, gaat alle wereldburgers boven de pet. Ja, ook de Sloterdijkjes.
Maar die heilige tempel wordt voltooid. Zeker weten!

Noten:
[1] Voor meer informatie over professor Sloterdijk zie onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Sloterdijk en https://www.groene.nl/artikel/wie-is-peter-sloterdijk ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Kritiek_van_de_cynische_rede ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[3] Zie https://www.boomfilosofie.nl/product/100-859_Kritiek-van-de-cynische-rede ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[4] Geciteerd van https://www.albertdebooij.nl/files/peter_sloterdijk_magazine_najaar_2009-3_95207af4.pdf ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[5] Zie https://www.filosofie.nl/peter-sloterdijk.html ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[6] Zie hierover bijvoorbeeld http://christipedia.nl/Artikelen/K/Koningen_(1e_boek.) ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[7] Zie voor meer informatie over Tyrus bijvoorbeeld https://christipedia.miraheze.org/wiki/Tyrus ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[8] 1 Koningen 5:12.
[9] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1663.pdf , pagina 64.
[10] Efeziërs 2:17-22.

7 december 2017

Advent met Salomo

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Koning Salomo is in mijn gedachten vaak een geweldenaar. Groot, wijs, machtig… Salomo is iemand die iets betekent in Gods koninkrijk. Salomo heeft bovendien op aarde veel te vertellen.

Dat alles overpeinzend is 1 Koningen 11 een flinke tegenvaller.
In eerste instantie althans.

“Koning​ ​Salomo​ had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de ​farao: ​Moabitische, ​Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen, uit de volken waarvan de HEERE tegen de Israëlieten had gezegd: U mag niet naar hen toe gaan en zij mogen niet bij u komen”[1].
En:
“Het was in de tijd van ​Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn ​hart​ deden afwijken, achter ​andere ​goden​ aan, zodat zijn ​hart​ niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het ​hart​ van zijn vader ​David, want ​Salomo​ ging achter Astoreth aan, de god van de Sidoniërs, en achter ​Milkom, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten. Zo deed ​Salomo​ wat slecht was in de ogen van de HEERE: hij volhardde er niet in de HEERE na te volgen, zoals zijn vader ​David”[2].

Het was in de tijd van Salomo’s ouderdom… – dat is een belangrijk detail.
Als u het mij vraagt, zien we vandaag soms eenzelfde ontwikkeling. Oude mensen worden niet zelden enigszins toegeeflijk. Ze gaan een beetje relativeren. Want ach, je kunt toch niet altijd aan de zijlijn blijven staan?
Hierover heb ik op deze internetpagina al wel eens eerder geschreven[3]. Maar het kan geen kwaad om nog eens te herhalen wat ik indertijd reeds schreef: “In 1 Koningen 11 zien we wat er gebeurt als wij Gods liefde een beetje nonchalant beantwoorden. Naarmate Salomo ouder wordt ziet hij steeds meer de betrekkelijkheid der dingen in. En daarin gaat hij te ver. Veel te ver.
God is liefde. Zijn liefde moet beantwoord worden. Daar past relativeringsvermogen niet bij”.

Laten wij 1 Koningen 11 nog eens wat nader bezien

Want juist in deze Adventstijd lijkt dit Schriftgedeelte mij van enig belang.
Wij leren om onze redding helemaal van Jezus Christus te verwachten. Hoe majestueus mensen er in onze tijd ook uit mogen zien, altijd geldt dat woord uit Psalm 146:
“Vertrouw niet op edelen,
op het mensenkind, bij wie geen heil is”[4].

Wie zich op mensen richt, raakt gaandeweg de vrijmoedigheid kwijt om naar God toe te gaan. Het contact verwatert een beetje. God is wel belangrijk – nou en of. Maar goede relaties op aarde mogen we, zo zeggen we dan zomaar, beslist niet uitvlakken.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën zegt daarentegen: “Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven, en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen”[5]. Wellicht heeft de Hebreeënschrijver voor een ongewenst soort wetticisme willen waarschuwen. Maar anno Domini 2017 mogen wij, dunkt mij, dat Schriftwoord ook wel wat breder trekken: wie zich, hoe omzichtig ook, aan het contact met en de zegen van de Here onttrekt, kan er op rekenen dat er kerkelijke onachtzaamheid intreedt.
Er is voortdurende volharding nodig: wij moeten blijven geloven dat heil van de Here komt.

Dat was al zo in de tijd van Habakuk.
In hoofdstuk 1 zegt de profeet: “…de goddeloze omsingelt de rechtvaardige, daarom komt het recht verdraaid tevoorschijn”[6].
Maar in hoofdstuk 2 lezen wij vervolgens: “Toen antwoordde de HEERE mij en zei: Schrijf het ​visioen​ op, grif het duidelijk in tafelen, zodat het in het snel voorbijlopen te lezen is. Voorzeker, het ​visioen​ wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven. Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven”[7].
Met andere woorden:
* soms lijkt de situatie hopeloos
* maar juist dan is geloof nodig.
En dat mogen we gerust met grote letters publiceren. In onze tijd zouden we zeggen: hang maar een spandoek aan de kerk! Oftewel, zorg maar voor neonverlichting rond de kerk: er is geloof en volharding nodig!

Paulus betuigt ons dat in Romeinen 1 nog eens met nadruk: “Want ik schaam mij niet voor het ​Evangelie​ van ​Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de ​Jood, en ook voor de Griek. Want de ​gerechtigheid​ van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”[8].

Koning Salomo was in mijn gedachten vaak een geweldenaar.
Maar ach, het wordt tijd om mijzelf te corrigeren.
Koning Salomo was een mens. Een mens die met grote gaven gesierd was. Maar evenzeer een mens die zondig was.
Ook voor Salomo’s zonden moest de Heiland betalen.

Schrijver dezes, en alle Gereformeerden rondom hem, moeten het maar gewoon bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis houden.
“Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[9].
Dat is de blijde Boodschap voor Gods kinderen. Ja, ook voor Salomo.

U hebt het ongetwijfeld reeds begrepen: 1 Koningen 11 roept ons op om de Adventsverwachting te koesteren!

Noten:
[1] 1 Koningen 11:1 en 2 a.
[2] 1 Koningen 11:4, 5 en 6.
[3] Zie mijn artikel ‘Tegen de toegeeflijkheid’, hier gepubliceerd op vrijdag 21 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/21/tegen-de-toegeeflijkheid/ .
[4] Psalm 146:3.
[5] Hebreeën 10:38.
[6] Habakuk 1:4.
[7] Habakuk 2:1-4.
[8] Romeinen 1:16 en 17.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.

1 december 2017

Feestelijk abcd van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Ja ja, die Israëlieten in de Bijbel weten wel wat feestvieren is!
Leest u maar mee in het slot van 1 Koningen 8: “In die tijd hield ​Salomo​ ook het feest, en heel Israël met hem, een grote menigte, vanaf Lebo-Hamath tot de Beek van Egypte, voor het aangezicht van de HEERE, onze God, zeven dagen en nog eens zeven dagen: veertien dagen”[1].

Die tijd is de periode van de inwijding van de tempel.
Het gebedshuis ter ere van de Here is gereed. Het gebed dat Salomo bij die gelegenheid uitspreekt is in extenso in de Heilige Schrift opgenomen[2].

Daarna zegent Salomo het volk. Die zegen is feitelijk een lofprijzing en een lijst van vrome wensen in één. Het volk heeft rust gekregen. De Here is actief aanwezig. En dan wordt de situatie als vanzelf vredig. De wereld wordt in alle opzichten harmonieus.
Salomo spreekt de wens uit dat de God van het verbond Zijn volk nimmer verlaten zal.
Salomo hoopt vurig dat de Here in harten blijft werken. Dan zullen de Israëlieten op de wegen van de Here wandelen.
Dan zal het recht zegevieren. In heel het land zullen billijkheid en eerlijkheid de toon aangeven.
Voor de Israëlieten is het daarom zaak om naar Gods geboden te leven.
Heel het bestaan moet een offer voor de Here wezen: een dankoffer voor Hem!
Dat staat het volk scherp voor ogen.
De capaciteit van de offerplaats schiet tekort. Er is gewoon te weinig ruimte.

En dan is het feest.
Veertien dagen feest.
Wij, westerlingen van 2017, vragen ons af: hebben die Israëlieten niets anders te doen? Kunnen zij zomaar twee weken vrij nemen? Moet er geen geld verdiend worden? Behoort de economie niet ordentelijk te blijven draaien?

In 1 Koningen 8 lezen we daarover niets.
Blijkbaar worden Bijbellezers van 2017 dringend verzocht om zich over dat soort dingen niet druk te maken.

Er is echter een ander punt dat ik vandaag wil aanstippen.

Dat is dit: in dit Schriftgedeelte leren we wat een christelijk feest is.
Sommige mensen zeggen dat kerkdiensten feestelijker zouden moeten vormgegeven. Het is, zeggen sommigen, in de kerk zo stijf. Bij het saaie af. Hoezo feestelijk?
Welnu, in 1 Koningen 8 leren we dat feestvieren in de kerk betekent:
* genieten van Gods presentie
* biddend contact hebben met de God van het verbond
* gelovig leven, geheel toegewijd aan de God van hemel en aarde.

Met het bovenstaande wil natuurlijk niet gezegd zijn dat preken saai moeten wezen.
Een psalmvers extra, een gezang meer – dat is heus geen bezwaar.
Maar laat niemand denken dat het in de kerk pas feest is bij veel toeters en tetters, bij massa’s bloemen en guirlandes, en bij dansjes en verheven handen.

Het is, dunkt mij, goed om dit alles te benadrukken op de eerste dag van de maand waarin, zo de Here wil, het Kerstfeest zal worden gevierd.

Daarover belijden wij in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij belijden dus dat God de belofte die Hij aan de vaderen gegeven had bij monde van zijn heilige profeten, vervuld heeft door zijn eigen, eniggeboren en eeuwige Zoon in de wereld te zenden op de door Hem bepaalde tijd. Deze heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen en is aan de mensen gelijk geworden (…) door echte menselijke natuur werkelijk aan te nemen met al haar zwakheden, uitgezonderd de zonde. Hij is ontvangen in de schoot van de gezegende maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. Hij heeft niet alleen de menselijke natuur aangenomen wat het lichaam betreft, maar ook een echt menselijke ziel om werkelijk mens te zijn. Want omdat de ziel evenzeer verloren was als het lichaam, moest Hij ze beide aannemen om beide te redden”[3].
Dat is een statige tekst.
Een hele mond vol, zeggen we dan tegenwoordig.

Maar laten we nu niet gaan zeggen: het Kerstfeest is in de kerk te ingetogen. Hang de vlag uit! Huur de fanfare in!
Feestvieren in de kerk is een zaak van abcd: aanbidding, bewondering, concentratie op God, dienst aan Hem.
Niet meer. Maar ook niet minder.

Noten:
[1] 1 Koningen 8:65.
[2] 1 Koningen 8:22-53.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 18.

10 juli 2017

Heerlijke wandeling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Een gelovig mens wandelt met God.
Salomo sprak er al over. In een gebed, waarvan de tekst in 2 Kronieken 6 opgenomen is, zegt hij: “HEERE, God van Israël, er is geen God zoals U, in de hemel of op de aarde, Die het ​verbond​ en de goedertierenheid houdt tegenover Uw dienaren, die met heel hun hart wandelen voor Uw aangezicht…”[1].

Jezus Christus volgen, met Hem naar de toekomst gaan: dat is de blijmoedige stimulans voor de kerkmens, ook anno Domini 2017. En daarbij geldt dan: voor ons is geloven een zeker weten – zoals: twee keer twee is vier – dat Jezus de Zoon van God is.

Wandelen met God: daarmee wordt totale wanhoop uitgebannen!

Niet zo lang geleden kwam het boek “Heilige onrust” uit. Dat boek werd geschreven door professor dr. F. de Lange, Frits voor zijn vrienden en kennissen. Hij is onder meer hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Groningen[2].

Naar aanleiding van dat boek zegt de schrijver: “Mijn vraag was: kan ik via die ‘pelgrim 2.0’ op het spoor komen hoe mensen vandaag religieus zijn? Zou hij me iets kunnen leren over God, over het leven, over wat ertoe doet?
Ik begin dus niet bij de christelijke traditie van de pelgrimage, om van daaruit de moderne pelgrim te beleren. Ik ga de omgekeerde weg”.

En verder:
“Nu zijn er veel mensen die met de kerkelijke leer niets meer hebben, maar wel zo’n pelgrimage doen. Ze gaan niet zomaar langeafstandswandelen; ze doen iets religieus. Ze voelen zich door iets geroepen om op pad te gaan. Daarin zie ik de kern van geloven terug en dat is iets fysieks: opstaan, in beweging komen, de ene voet voor de andere zetten”.

En ook:
“…als je herkent dat er iets in je leven is wat jou overstijgt, wat een beroep op je doet, dan zijn wij broeders en zusters”[3].

Jawel, zo kennen wij de hoogleraar weer!
Een paar jaar geleden zei hij namelijk al: “Ik ben een vrij theoloog die niet weet waar hij uitkomt. Maar volgens mij ben ik door en door religieus”.

En: “Onzekerheid is er constant. Die heeft te maken met de onwil om me vast te leggen. Ik wil een open blik houden voor wat er gebeurt. Zodra je jezelf niet meer kunt herzien, sta je niet meer open voor het nieuwe. Sommige fundamentele zekerheden nestelen zich wel in mijn leven. Ik vind zelfwording van mensen enorm belangrijk. Je moet je persoonlijke identiteit ontwikkelen, zonder schone schijn en los van de verwachtingen van anderen”[4].

Wanneer wij, met een schuin oog naar professor de Lange kijkend, ons gaan richten op 2 Kronieken 6 zien wij dat Salomo een huis voor de Here heeft gebouwd.
Als het grote werk af is, spreekt hij zijn volk toe. Hij houdt een lofrede die tegelijk een gebed is.
Waarom?
Omdat de Here woord gehouden heeft.
Hij was er bij, zegt Salomo. Zijn hand heeft onze handen gestuurd. Hij heeft ons kracht gegeven om het werk van de tempelbouw af te maken.

Wandelen met God – dat is in 2 Kronieken 6 niet: de ene voet voor de andere zetten, omdat u beseft dat er iets tussen hemel en aarde is. Welnee. Wandelen met God: dat is belijden dat onze activiteit in kerk en maatschappij van God moet komen.
Zoals het in de Dordtse Leerregels staat: dat is “een volstrekt bovennatuurlijke, zeer krachtige en tegelijk zeer liefdevolle, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking. Deze is naar het getuigenis van de Schrift, die ingegeven is door dezelfde God die dit bewerkt, niet minder krachtig dan zijn werk bij de schepping of de opwekking van doden. Daardoor worden allen bij wie God op deze bewonderenswaardige wijze in het hart werkt, volstrekt zeker en met kracht wedergeboren en gaan zij metterdaad geloven. En wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen; maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf. Daarom wordt terecht gezegd dat de mens zelf gelooft en zich bekeert door de genade, die hij ontvangen heeft”[5].

Zeg niet dat Salomo een unieke figuur is; de enige man die al zijn werk aan de Here toeschrijft. Laten we elkaar wijzen op woorden uit Handelingen 14, waar we over Paulus en Barnabas lezen: “En daarvandaan voeren zij naar Antiochië, waar zij aan de ​genade​ van God opgedragen waren voor het werk dat zij volbracht hadden.
Toen zij daar aangekomen waren, riepen zij de ​gemeente​ bijeen en deden er verslag van wat voor grote dingen God met hen gedaan had”[6].
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 15 ook: “Maar door de ​genade​ van God ben ik wat ik ben, en Zijn ​genade​ voor mij is niet tevergeefs geweest. Integendeel, ik heb mij meer ingespannen dan zij allen; niet ik echter, maar de ​genade​ van God, die met mij is”[7].
Kinderen van God weten dat zij door Hem geleid worden. En zij beseffen dat zij zo goed terecht komen.

Met heel ons hart wandelen met God – dat is niet iets vaags.
De profeet Micha zegt in hoofdstuk 6: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is
en wat de HEERE van u vraagt:
niets anders dan recht te doen,
goedertierenheid lief te hebben
en ootmoedig te wandelen met uw God”[8].
Onze Heiland draait er in Mattheüs 22 niet omheen: “U zult de Heere, uw God, ​liefhebben​ met heel uw ​hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Dit is het eerste en het grote gebod.
En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten”[9].

Ware Godsdienst is niet vaag en zweverig.
Leven met is God is concreet.
Het is duidelijk en bepaald.
Het is zeker.
Het is troostvolle realiteit!

Noten:
[1] 2 Kronieken 6:14.
[2] De gegevens van dat boek zijn: Frits de Lange, “Heilige onrust. Een pelgrimage naar het hart van religie”. – Utrecht: Uitgeverij Ten Have, 2017. – 200 p.
[3] “Geloven is opstaan, de ene voet voor de andere zetten” – vraaggesprek met Frits de Lange. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 2 juni 2017, p. 12 en 13.
[4] Zie mijn artikel “Rechtstreeks naar de toekomst”, hier gepubliceerd op dinsdag 17 december 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/12/17/rechtstreeks-naar-de-toekomst/ .
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 12.
[6] Handelingen 14:26 en 27.
[7] 1 Corinthiërs 15:10.
[8] Micha 6:8.
[9] Mattheüs 22:37-40.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.