gereformeerd leven in nederland

19 september 2018

Tumult om twee tieners

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Lili en Howick – de namen van die kinderen kent u wel. Zij dreigden te worden uitgezet naar Armenië. Op het allerlaatste moment werd dat voorkómen. De kinderen zijn al tien jaar in Nederland.
Er is een lang verhaal aan vooraf gegaan. Een heel lange historie. Een veel te lange geschiedenis.

Schrijver dezes is niet op de hoogte van asielprocedures. Het is zijn vak niet. Hij weet er te weinig van.

Maar hij weet wel dat in Leviticus 19 staat: “Wanneer een ​vreemdeling​ bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. De ​vreemdeling​ die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem ​liefhebben​ als uzelf, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God”[1].
De vreemdeling als ingezetene; zo ver moet het gaan. Dat is de taak van de kerk in het Oude Testament.

Het gaat in Leviticus 19 ook over respect voor ouderen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].
Vlak daarna wordt die bepaling over vreemdelingen vermeld.
De boodschap is helder: ondersteun kwetsbare groepen zoveel mogelijk.
De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we, wat dat betreft, in de laatste jaren te vaak geconfronteerd zijn met negatieve berichtgeving: de overheid laat heel wat steken vallen.
De kerk moet echter vooral ook kritisch naar zichzelf blijven kijken. Het welzijn van kwetsbare groepen moet in de werkplaats van de Heilige Geest een ‘hot issue’ wezen!

Wij leven momenteel in de Nieuwtestamentische tijd.
Kunnen en mogen wij die regel over de opvang van vreemdelingen in Leviticus 19 vandaag nog toepassen?
Zeker wel.
Jezus zegt in Mattheüs 5 zelfs: hebt uw vijanden lief. Met andere woorden: ga nog een stap verder!
In het verlengde daarvan mogen we ook opmerken: wees niet te bang dat u die gastvrijheid niet meer vol kunt houden; loop gerust een stap harder.
Waarom is dat zo belangrijk?
Omdat christenen, Gereformeerde mensen inbegrepen, ervan uit moeten gaan dat de verzorging van vreemdelingen alles te maken heeft met het eren van Jezus Christus.

Dat blijkt uit Mattheüs 25.
Daar wijst Jezus op de gang van zaken bij het laatste oordeel. De mensen zullen van elkaar worden gescheiden. En wat is de reden voor die scheiding? Jezus zegt: “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een ​vreemdeling​ en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de ​gevangenis​ en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een ​vreemdeling​ gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ​ziek​ gezien of in de ​gevangenis​ en zijn bij U gekomen? En de ​Koning​ zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[3].
Christenen werken voor hun Heiland als zij met vluchtelingen bezig zijn.
Christenen werken voor Jezus Christus als zij hun best doen om kwetsbare groepen te ondersteunen.

Dit alles overziende past het niet om vluchtelingen voortdurend maar aan het lijntje te houden. Het is niet goed om hen, gedurende lange jaren, een strohalm te geven waar zij zich aan vast kunnen houden.

Lili en Howick – vrijwel iedereen kent die voornamen. Hun achternamen zijn niet zo bekend. De reden daarvan ligt, mogen wij aannemen, in de sfeer van de privacy. En dat is goed.
Intussen zijn beide kinderen echter een symbool geworden.
Het volk ging mee in een soort positieve emotie waar alle nuances allengs uit verdwenen. ’Houdt de kinderen in Nederland; wat er ook gebeurt’ – dat was het algemeen gevoelen.
In zo’n situatie is de verleiding groot om niet teveel te gaan nadenken en simpelweg in te stemmen met de geëmotioneerde natie.
Laten we daar voorzichtig mee wezen.
Gereformeerden moeten zich maar eenvoudig houden aan de leefregel die Micha ons in hoofdstuk 6 leert: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[4].

Noten:
[1] Leviticus 19:33 en 34.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Mattheüs 25:35-40.
[4] Micha 6:8.

27 augustus 2018

Zekerheid in het leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er is niets zeker in het leven.
Die wijsheid houdt Tim Vreugdenhil, predikant binnen de Protestantse Kerk en ondernemer te Amsterdam, ons voor in het Nederlands Dagblad.

Hij spreekt onder meer over de vrijgemaakte wereld “met al die zekerheden. Daarin ben ik opgegroeid. Intuïtief wist ik echter: niks is zeker in het leven. Dat is mijn geloofsovertuiging. Mijn geloof in God is nooit weg geweest, maar tegelijk weet ik dat ik het morgen kwijt kan zijn. Ik kan een boek tegenkomen dat me overtuigt, of er gebeurt iets in mijn leven.
Zekerheid vind ik een stom woord. In de wereld van mijn jeugd hadden we de NAVO. De banken en de kerken leken er voor eeuwig te zijn. Dat is niet zo en dat is niet erg. De kerk is veranderd, maar als theoloog zie ik dat die verandering er altijd is geweest. Het gaat fout als je een bepaalde situatie gaat verabsoluteren”[1].

Vreugdenhil wil graag mensen raken.
Dat is hem gelukt.
Hij heeft schrijver dezes getroffen.

Is er niks zeker in het leven?
Zeker wel!

God is er.
Hij is mijn Beschermer. En mijn Verzorger. Alles wat ik nodig heb komt bij Hem vandaan.
Vreugdenhil zegt: “Mijn geloof in God is nooit weg geweest, maar tegelijk weet ik dat ik het morgen kwijt kan zijn. Ik kan een boek tegenkomen dat me overtuigt, of er gebeurt iets in mijn leven”.

In 1 Petrus 2 kunnen wij lezen: “Zie, Ik leg in Sion een ​hoeksteen​ die ​uitverkoren​ en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de ​hoeksteen​ geworden, en een steen des aanstoots en een struikelblok; voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ​ongehoorzaam​ te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn. Maar u bent een ​uitverkoren​ geslacht, een koninklijk priesterschap, een ​heilig​ volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent”[2].
Hier staat in ieder geval dit:
* gelovigen zijn geroepen mensen
* God is trouw
* God is niet wispelturig; Hij is onveranderlijk.
* mensen die eenmaal geroepen zijn, zet God niet aan de kant.

Dat geeft toch zekerheid?
Inderdaad – als je ongehoorzaam en ontrouw bent struikel je, om zo te zeggen, over de inhoud van Gods Woord. En ook over allerlei geloofszekerheden, wellicht.
Maar bij God geldt: eens gekozen, blijft gekozen!

Vreugdenhil zegt: “De kerk is veranderd, maar als theoloog zie ik dat die verandering er altijd is geweest. Het gaat fout als je een bepaalde situatie gaat verabsoluteren”.
Hoe komt het dat de kerk veranderd is?
Dat komt omdat mensen ontrouw zijn.
Maar steeds mogen we met Psalm 34 zeggen:
“Proef en zie dat de HEERE goed is;
welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt”[3].
U en ik – wij mogen altijd bij God aankloppen. Juist ook als wij vol vragen zitten. Dat is absoluut waar; ja, dat mogen wij gerust absoluteren!

Wat moeten jongeren in deze wereld doen?

Vreugdenhil zegt daarvan: “Oefen met commitment. Als je nu jong bent, ligt alles open. Je ouders zijn aardig, ruimdenkend, je mag doen wat je wilt. Mensen krijgen stress van al die opties en al die leegte. Dus is mijn advies: oefen met commitment. Verbind je ergens aan. Dan leer je hoe dat is, wat je zelf wilt. Je hebt dat ook nodig in de relaties die je aangaat met andere mensen. Spreek met jezelf af dat je drie keer op bezoek gaat bij een ouder iemand en kijk wat dat met je doet”.

Er zit veel goeds in dat advies.
Maar daarbij moeten wij niet vergeten dat God Zich eerst aan ons verbonden heeft.
Leest u maar mee in Efeziërs 1: “In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil[4].
Wij hebben te maken met Gods raadsbesluit. De bestemming van kinderen van God is reeds vastgelegd!
Het is inderdaad goed om gaandeweg te ontdekken wat je zelf wilt.
En jazeker, dat is hard nodig.
Maar alles begint bij God. Bij Hem kun je terecht, dag en nacht.
In de wereld om ons heen kom je veel onzekerheid tegen. Teleurstellingen zijn er in overvloed. Onrecht is bijna overal. Massa’s mensen lopen rond met al of niet verwerkt verdriet.
Maar uiteindelijk komt alles goed – is het niet op aarde, dan zal het in de hemel gebeuren. Paulus schrijft in Philippenzen 4: “Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door ​Christus​ ​Jezus”[5].

Er is niets zeker in het leven.
Aldus dominee Tim Vreugdenhil.
Dat klopt – althans voor zover dat over mensen gaat.

Toch is er één zekerheid in het leven.
Jezus Christus verkondigt die in Marcus 13: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan”[6].
Dat, geachte lezers, is een garantie die nooit wordt ingetrokken.

Noten:
[1] “Trigger-theoloog”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 11 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] 1 Petrus 2:6-10.
[3] Psalm 34:9.
[4] Efeziërs 1:11.
[5] Philippenzen 4:19.
[6] Marcus 13:31.

10 april 2018

Regenpak uit

“Wat is het opstaan van de nieuwe mens?
Antwoord: Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”[1].

Zo staat dat in Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.
Een optimistische tekst is dat, vindt u ook niet?
De Catechismus is geen zwartboek, dat blijkt maar weer!

Nu is het mooi om een aangenaam leven te hebben. Natuurlijk, er is altijd wel wat om over te mopperen. Er zijn steeds dingen waar u en ik ons zorgen over kunnen maken.
Maar voor velen van ons heeft het leven nog heel wat plezierige kanten.

Maar het allerbelangrijkste is toch dit: door God uitverkoren zijn!
Gelovige mensen hebben te maken met Gods genadige besluit. “Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven”[2]. Herkent u de Dordtse Leerregels?
Na de zondeval is de wereld besmeurd. Vies. Niet om aan te zien.
Te midden van al die vuilheid zegt de God van hemel en aarde: ik buig uw leven om; u wordt een schoonheid!
Dat is ongelooflijk. Niettemin is het waar. Is het niet mooi dat op deze manier de druilerigheid uit ons leven verdwijnt?

Als die aanhoudende regenachtigheid verdwenen is, zou ik willen uitroepen: doe het regenpak maar uit!

Bovenstaande woorden noteer ik met een schuin oog op Colossenzen 3: “Kleedt u zich dan, als uitverkorenen van God, ​heiligen​ en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld. Verdraag elkaar en ​vergeef​ de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook ​Christus​ u ​vergeven​ heeft, zo moet ook u doen. En kleedt u zich boven alles met de ​liefde, die de band van de volmaaktheid is”[3].

Het valt op dat Colossenzen geen uitnodiging is om met een boekje in een hoekje te gaan zitten. Nee, het is een invitatie om ons rap om te kleden. En wel met kleding die zacht aanvoelt.
Gereformeerden worden – als het goed is – nooit harde mensen. Zij worden nooit ondoordringbare types, waar geen land mee te bezeilen is. De God van het verbond vernieuwt ons leven, om zo te zeggen, met zachte materialen.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Groen (1906-1968) heeft in verband met Colossenzen 3 eens gezegd: “Maar in gehoorzaamheid zullen wij ingaan tot Gods cultuurmandaat, ons bij de schepping meegegeven, om de aarde te ‘bouwen’. En waar wij haar niet meer ‘bewaren’ kunnen, daar wij in de eerste Adam haar Satan in handen speelden, haar van nu voortaan in de Geestkracht van de tweede Adam aan de overste van deze wereld ontworstelen.
Want het ‘zoeken van de dingen, die boven zijn’ wil niet zeggen zich in de binnenkamer terugtrekken om daar met gevouwen handen zich over te geven aan stille meditatie en contemplatie – hetgeen op zijn tijd ook goed en zelf onontbeerlijk is – maar dan alleen om des te beter tot zijn cultuurtaak in het midden van deze wereld in staat bevonden te worden”[4].

Vernieuwing van ons leven is iets van elke dag.
Als ik mij niet vergis, is Colossenzen 3 al jarenlang een tamelijk populair Schriftgedeelte te dienen als vervanger voor het lezen van de Tien Woorden van het verbond in de zondagse kerkdienst. Dan zegt men: het verbond van de Sinaï geldt niet meer voor ons. En: dat verbond is voorbij en afgeschaft. Alsof Gods Woord niet één boek is!
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Francke (1908-1990) heeft daar al eens bij aangetekend: “De gehele zaak zit onzes inziens hierop vast, of wij al dan niet de eenheid van de Schriften, de eenheid van het verbond van God en de vervulling van Gods wet door de Christus willen handhaven”[5].
Vernieuwing is niet alleen iets van de zondag. De Heilige Geest werkt zeven dagen in de week. En dat is maar gelukkig ook!

In Colossenzen 3 staan opmerkelijke woorden: vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.
Dat zijn woorden die oplichten in een agressieve samenleving.
Laatst was het in het nieuws: “De politie heeft vorig jaar 9101 gevallen van verbaal of fysiek geweld tegen agenten geteld. Dat betekent dat gemiddeld elke dag 25 agenten tijdens de uitoefening van hun werk worden beledigd, bedreigd of met fysiek geweld te maken krijgen.
‘De daders zijn niet alleen jongeren in moeilijke wijken, zoals je misschien zou verwachten’, zei Ruud Verkuijlen van de Nationale Politie in het NOS Radio 1 Journaal. ‘Het is ook de harde werker op weg naar zijn werk die een bekeuring krijgt en het daar heel erg mee oneens is’”[6].

In zo’n maatschappij is het niet altijd makkelijk om de hartelijke vreugde van Zondag 33 in de praktijk te brengen.
Laten we Colossenzen 3 daarom maar vaak repeteren: “Zing voor de Heere met dank in uw ​hart”[7]. En wees niet bang: als u niet zo mooi zingt, dan mag neuriën ook gerust.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 33, vraag en antwoord 90.
[2] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[3] Colossenzen 3:12, 13 en 14.
[4] Dat zei dominee Groen in een preek over Zondag 18 van de Heidelbergse Catechismus.
[5] Dat zei dominee Francke in een preek over Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus. De betreffende preek is gedateerd op zondag 23 september 1962.
[6] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2224683-vorig-jaar-25-keer-per-dag-geweld-tegen-agent.html ; geraadpleegd op vrijdag 30 maart 2018.
[7] Colossenzen 3:16 b.

22 maart 2018

Overpeinzingen bij Psalm 139

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Want Ú hebt mijn nieren geschapen,
mij in de schoot van mijn moeder ​geweven.
Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;
wonderlijk zijn Uw werken,
mijn ziel weet dat zeer goed.
Mijn beenderen waren voor U niet verborgen,
toen ik in het verborgene gemaakt ben
en geborduurd werd in de laagste plaatsen van de aarde.
Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien,
en zij alle werden in Uw ​boek​ beschreven,
de dagen dat zij gevormd werden,
toen er nog niet één van hen bestond”.

Dat zijn woorden uit Psalm 139[1][2].

In het bovenstaande citaat gaat het over:
* Gods creatie
* onze laudatie
* hemelse registratie

Het gaat over Gods creatie: over Zijn schepping dus.

Het woord ‘laudatie’ betekent lofprijzing. In de academische wereld is het woord ‘laudatio’ bekend: de lof die een promovendus krijgt als zijn promotie achter de rug is. Het woord ‘laudatie’ gebruiken we niet vaak. Maar het is wel een Nederlands woord.

Al onze dagen zijn opgeschreven. Er is dus sprake van registratie in de hemel.

God kunnen we niet negeren, zegt David. Waar we ook zijn, altijd is Hij present. Reeds vanaf den beginne.
David leert ons dat we onze Schepper moeten eerbiedigen. Wij moeten Hem eren.
Maar David leert ons ook dat alle dagen van de wereld door de Here opgeschreven zijn. Hij weet precies wat er gebeurt, en wanneer!

Het Reformatorisch Dagblad schreef onlangs: “In zes dagen schiep God hemel en aarde in al zijn pracht. Die wonderschone schepping staat echter onder druk. Steeds vaker door toedoen van de mens. Zo trekken vervuiling, uitputting en de opwarming van de aarde diepe sporen op onze planeet”.
De boodschap die het RD wil geven is: “de mens dient de aarde als rentmeester op een verantwoorde, duurzame manier te bewaren”[3].

De hoofdredactie van voornoemd dagblad wees op woorden van Johannes Calvijn. Als volgt: “God heeft hem de aarde toevertrouwd ‘onder voorwaarde dat we tevreden zijn met een zuinig en matig gebruik ervan, we moeten ervoor zorgen dat er wat overblijft. Laat hij die beschikt over een akker, de jaarlijkse opbrengst daarvan zodanig gebruiken dat de grond geen schade lijdt door zijn verwaarlozing; maar laat hij zich inspannen om het te overhandigen aan zijn nageslacht zoals hij het ontvangen heeft, of zelfs beter’”[4].

Dit alles werpt, als u het mij vraagt, ander licht op Psalm 139.
Velen voelen bij het lezen van Psalm 139 ontroering opkomen. Wat zijn wij mooi gemaakt! Wat zijn wij toch kostbare schepselen!
En ja, dat laatste is ontegenzeglijk waar.
Maar in Psalm 139 gaat het niet in de eerste plaats over ons.
Alles draait om Gods macht.
Om Zijn scheppingsmacht.
Om de lof die Hij in onze monden legt.
Vanwege de leiding die Hij dagelijks heeft.

K. Schilder schreef eens: “…wanneer Genesis 1-3 een cultuuropdracht als Gods gebod voorstelt, dan gelooft een gereformeerde, dat dit een historische mededeeling is, bekleed met historische autoriteit. Dat derhalve een objectief gesproken Woord van God den wereldloop van den aanvang af heeft willen sturen en leiden ook door dit expresse bevel tot cultuur”[5].

In alle keuzes die wij maken, hebben wij te maken met Gods wijze leiding.
Bij alle dingen die wij doen, mogen wij bedenken dat God de wereld stuurt en ons tot activiteit stimuleert.

In dat kader moeten wij, anno Domini 2018, kijken naar de zorg voor onszelf en voor elkaar.

Een redacteur van het Nederlands Dagblad schreef onlangs met licht sarcasme: “We wisten dat het eraan zat te komen. De naoorlogse generatie heeft de leeftijd bereikt waarop de zorgvraag toeneemt. De afgelopen jaren stonden merkwaardig genoeg in het teken van de ‘herstructurering’ van de zorg – lees: bezuinigingen, reorganisaties. Er vlogen mensen uit, streekziekenhuizen werden opgedoekt, alles uit naam van Doelmatigheid.
En nu luidt het UWV de noodklok, ook daar kon je de klok op gelijkzetten. Komend jaar zijn er honderd- tot honderddertigduizend vacatures in de zorg te vervullen. Niemand weet hoe”.
En verder: “… dit los je dit niet op met regels, geld of scholing. Je gaat in de zorg werken als je je leven wilt wijden aan mensen die je nodig hebben. Waarom zou je je leven wijden aan een ideaal, als die wereld geregeerd wordt door rekenmachines en technocraten?”[6].

Wat is ons antwoord op de zorgen rond de zorg voor elkaar?

Dat antwoord vinden we alleen als we onszelf niet centraal zetten. We dienen te beseffen dat de mensen om ons heen hoofd voor hoofd schepselen van God zijn. Hij heeft alles gemaakt. Hij geeft ons een taak in de wereld, of wij nu 25 of 95 zijn. Natuurlijk, de ene klus is groot, de andere aanzienlijk kleiner. De God van het verbond belast ons niet boven vermogen. Maar onze taak ligt er. De cultuuropdracht mogen wij niet vergeten!

De lof op God is niet alleen een zaak van de zondagse kerkdienst.
Na de eerste dag der week volgen er nóg zes andere dagen. Dagen waarop we allerlei mensen en dingen kunnen verzorgen. Ieder op onze eigen plaats. Ieder met zijn eigen taak. Misschien is het, vanwege de omstandigheden, maar een klein taakje meer. Maar in al ons werk, of: in onze werkjes, kan de lof op God glanzen. Hij geeft ons de kracht om Hem te dienen. Op school. Bij het vakken vullen in de supermarkt. Bij een al of niet geslaagde deal in het zakenleven. In tijden van gezondheid. En in periodes van ziekte.
Altijd mogen we blijven zeggen: wij zijn in Gods hand.

Van dag tot dag zet Hij ons in, om Zijn schepping uiteindelijk klaar te maken voor een paradijselijke eeuwigheid.
Hoe zal die heerlijkheid er uit zien? Aardse woorden schieten te kort om die te beschrijven. Maar één ding is zeker: iedere dag brengt Gods kinderen een stap dichter bij die luisterrijke eeuwigheid.

Laten we daarom Psalm 71 maar meezingen, of desnoods meeneuriën:
“Ik hoop op U en zal U loven,
uw recht van dag tot dag
vermelden met ontzag.
Uw heil gaat elk begrip te boven.
Ik kan die grote schatten
niet tellen of bevatten”[7].

Noten:
[1] Psalm 139:13-16.
[2] Dit artikel is een uitwerking van gedachten na het beluisteren van een preek over Psalm 139:13-16. De preek werd gehouden door dominee M. Dijkstra uit Mariënberg, in een dienst van De Gereformeerde Kerk Groningen op zondagmorgen 11 maart 2018.
[3] Reformatorisch Dagblad, maandag 12 maart 2018, voorpagina.
[4] “Schepping” – commentaar in Reformatorisch Dagblad, maandag 12 maart 2018, p. 5.
[5] K. Schilder, “Over de Algemeene Genade – Antwoord aan Dr. O. Noordmans”. In: De Reformatie, jg. 16. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre. 1935-1936. – IV.
[6] Rien van den Berg, “Zorgzorgen” – redactioneel commentaar in: Nederlands Dagblad, dinsdag 13 maart 2018, p. 3.
[7] Psalm 71:8, Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 maart 2018

Arme wijsgeer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien en voor mij was zij groot:  Er was een kleine stad met weinig mensen erin. Een groot ​koning​ trok ertegen op en ​omsingelde​ die. Hij bouwde er grote bolwerken tegenaan. Daar trof men een arme, wijze man aan. Hij redde de stad door zijn wijsheid, maar geen mens dacht aan die arme man”.

De woorden die hierboven staan, zijn terug te vinden in Prediker 9[1].

Wie die woorden leest, kan zomaar vervuld worden van een zekere triestheid. Immers: er zijn mensen op de wereld, die heel wijs zijn. Maar die wijsheid valt niet op. Er is niemand die er gebruik van maakt.
Voor u en ik het weten zijn we totaal verbijsterd. Notabene, er is wijsheid in de nabijheid en iedereen – ja werkelijk iedereen – is er volledig blind voor. Dat is toch ergerlijk? Dat is toch ongelooflijk? Daar moet je iets aan doen. En wel zo snel mogelijk!

Ziet u de deplorabele, de zondige toestand van de wereld? Er zijn intelligente en verstandige burgers op deze wereld. En men kijkt gewoonweg langs hen heen.

Moeten wij vandaag bij die deprimerende conclusie blijven?

Driewerf neen!
Zeker niet!

Want de geschiedenis van die arme wijsgeer bepaalt ons er bij dat wij ons leven in de handen van de Here moeten leggen. Het is de Here die ons onze positie in het leven geeft.

Misschien zegt u wel: als ik terugkijk op mijn leven, dan had ik best nog wel wat meer kunnen doen.
Of: als ik mijn leven over kon doen, zou ik minder taken op mij nemen.
Wij moeten echter wel beseffen dat de Here ons inzet op de plaats waar Hij ons hebben wil. Onze Here is onnavolgbaar wijs. Hij telt alle omstandigheden mee: de situaties van vroeger, nu en later. Hij overziet ons ganse leven. Hij weet wat goed voor ons is!
De historie van de arme wijsgeer leert ons om tevreden te zijn met de plek die de God van hemel en aarde ons op aarde geeft.
Laten wij het ons maar eens realiseren:
* Het is goed dat wij in deze tijd leven
* Het is goed dat wij in Nederland leven. Of in Canada. Of in Suriname. De plek waar u woont is, als het puntje bij het paaltje komt, door de Here voor u gereserveerd.
* Het is goed dat wij talenten hebben gekregen. Voor het technische werk. Voor cijfermatige arbeid. Of voor schrijfwerk.
Ook hier geldt Psalm 118:
“Dit werk is door Gods alvermogen,
door ’s HEREN hand alleen geschied.
Het is een wonder in onz’ ogen.
Wij zien het, maar doorgronden ’t niet”[2].

Het bovenstaande is belangrijk.
Voor wij het weten horen wij tot de categorie der dwazen die alles zelf willen regelen, en geen gebruik wensen te maken van denkvermogen en intellect.  Iemand schreef in verband met Prediker 9 eens: “…dáár kan de Prediker niet bij. Dat je af en toe wegloopt voor de realiteit – begrijpelijk. Dat je de wijsheidsprediker deprimerend vindt en al dat gepieker zat bent, ook logisch. Maar dat je zelfs wijsheid weigert als die je echt kan helpen, dat slaat nergens op. En dat je dat dan ook nog zo slim van jezelf vindt! Hoe blind kun je wezen?
Hoe blind wil je wezen?”[3].

Laten wij ons leven maar vol vertrouwen in Gods hand leggen!

Hij is Degene die Zijn oordeel over al onze arbeid geven zal.
Dat lezen wij in Prediker 3: “De rechtvaardige en de goddeloze zal God oordelen”[4].
En in Prediker 11: “Verblijd u, jongeman, in uw jeugd, en laat uw ​hart​ vrolijk zijn in de dagen van uw jeugd. Ga in de wegen van uw ​hart en volg wat uw ogen zien, maar weet dat God u over dit alles in het gericht zal brengen”[5].
En in Prediker 12: “God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad”[6].

Het moment van Gods oordeel – dat is het ogenblik waarop openbaar wordt wie er in de wereld werkelijk wijs gehandeld heeft.

Vandaag de dag worden wij door de media bestookt met nieuws over criminaliteit en misdaad.
Daarnaast horen wij van alles over voetbal op allerlei niveaus.
En verder een beetje schaatsen en de trainingen van  autocoureur Max Verstappen… – ach, u kent het recept waarschijnlijk wel zo ongeveer.

In de kerk zitten aardig wat arme wijsgeren.

Niet zelden worden zij overschreeuwd door de wijsheid der wereld.
De Prediker zegt: “Wijsheid is beter dan wapentuig, maar één zondaar bederft veel goeds”[7]. En: “Een dode vlieg doet de zalf van de zalfbereider stinkend gisten. Zo doet ook een kleine dwaasheid met kostbare wijsheid en eer”[8].

Zo gaat dat in deze wereld.
Zo werkt dat op deze aarde.
Maar in de kerk kijken we verder. Daar zien wij het perspectief van Openbaring 7: “En alle ​engelen​ stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren. Zij wierpen zich vóór de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: ​Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[9].
Er komt een moment dat al Gods kinderen mogen schuilen bij Hem, die al onze zonden vergeeft. Dan zal Goddelijke wijsheid ons overkoepelen!
Wederom citeer ik Openbaring 7: “En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn ​tent​ over hen uitspreiden”[10].

Arme wijsgeren zullen rijke hemelburgers worden!

Noten:
[1] Prediker 9:13, 14 en 15.
[2] Psalm 118:8, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Rubriek ‘Stilgezet’. In: Nederlands Dagblad, donderdag 22 september 2016, p. 24.
[4] Prediker 3:17.
[5] Prediker 11:9.
[6] Prediker 12:14.
[7] Prediker 9:18.
[8] Prediker 10:1.
[9] Openbaring 7:11 en 12.
[10] Openbaring 7:14 b en 15.

9 maart 2018

Blij door Gods kracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!

Geachte lezers, ik zie u fronsen.
En ik zie u tevens denken: beste weblogschrijver, rustig aan maar… Want het leven is niet zo makkelijk. En in de kerk is het geen koekoek eenzang. Er is altijd wel wát: wrijving, gedoe… – ach, de daverende ruzies laten wij maar ongenoemd.

Toch laat ik die vreugde staan.
Midden in de ellende.
In Lucas 6 gebeurt dat namelijk ook. Kijkt u maar mee: “Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen. Verblijd u op die dag en spring op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel. Hun vaderen deden immers evenzo met de profeten”[1].

In Lucas 6 gaat het over de haat van mensen die wrok koesteren tegen Jezus’ discipelen. En over de mensen die tegen volgelingen van Jezus zeggen: ik wil niets met u te maken hebben. En over de mensen die zeggen: zij lopen achter Jezus aan, met die mensen kun je beter geen zaken doen. En over de mensen die zeggen: die volgelingen hebben oogkleppen op.

Wie merkt dat er zo over hem gepraat wordt, moet geweldig blij wezen.
En waarom?
Omdat er een luisterrijk hemelleven aan komt!

Vandaag de dag is er nog wel eens sprake van schade, schande en smaad. Denkt u maar aan die affaires rond het seksuele misbruik bij internationale hulporganisaties als Oxfam Novib en het Rode Kruis.
Maar al die zaken wordt door het gepeupel maar al te vaak snel vergeten.
Uit het Nederlands Dagblad citeer ik: “Bij recente affaires laten de cijfers zien dat de Nederlander redelijk snel vergeet welke organisatie de commotie heeft veroorzaakt’, vertelt de adviseur. Als voorbeeld noemt hij KWF Kankerbestrijding. In 2013 kwam aan het licht dat de voorzitter van de KWF-wieleractie Alpe d’HuZes in het verleden betaald werd met geld uit het Alpe d’HuZes-fonds. De onthulling veranderde echter niets aan de populariteit van KWF, dat sinds 2010 altijd op de eerste plaats van de honderd sterkste merken heeft gestaan. Ook recente financiële schandalen bij stichting ALS en KNGF Geleidehonden leverden geen deuk in hun imago op”[2].
In deze kortzichtige wereld zijn schade, schande en smaad zaken die van relatief korte duur zijn.

In Lucas 6 worden we gewaarschuwd: de haat tegen christenen blijft altijd bestaan. In alle tijden blijven er mensen die zeggen: wij blijven het liefst bij die kerkmensen vandaan; bij hen moet je niet wezen.
Immer en overal moeten we rekening houden met afkeer en minachting.

Nu kunnen we zeggen: ach, met die haat valt het een beetje mee.
Wij moeten ons daar echter niet op verkijken. Want:
1.
De koopzondagen worden hoe langer hoe meer gemeengoed. SGP-kamerlid Bisschop zei niet zo lang geleden: “Onderzoeken over de kwetsbaarheid van winkeliers en werknemers worden eenvoudig weggewuifd omdat ‘het’ zo goed is voor de economie en omdat ‘men’ het zo graag wil”. En: “De SGP laat zich niet meeslepen door argumenten als: je kunt het toch niet tegenhouden. Laat mensen maar eens zien onder wat voor juk (kleine) ondernemers doorgaan en hoeveel werknemers tegen hun zin op zondag werken”[3].
Voorstanders van koopzondagen stellen gestreng: u mag niet bepalen of op zondag gewerkt mag worden en of winkelen al dan niet geoorloofd is.
2.
Ook op christelijke scholen wordt het lijden en sterven van Jezus Christus naar ons toe gebracht in musicals, passiespelen en wat daar verder volgt.
Dat Gereformeerden hard roepen dat dat niet de bedoeling kan zijn maakt klaarblijkelijk weinig uit. Het gebeurt toch.
Kortom: onder de dekmantel van beschaafde antipathie worden allerlei dingen die de meerderheid des volks goed acht, in alle rust uitgevoerd.
Ook in onze tijd is de haat tegen Gods kinderen aan de orde van de dag. Het mag alleen niet zo heten. Men noemt dat bijvoorbeeld: mening van de meerderheid. De argumenten klinken soms reuze redelijk, maar de weerzin druipt er bij tijd en wijle van af.

Gereformeerden zijn soms geneigd om treurig hun hoofd te schudden om vervolgens op droevige toon te vragen: in welke wereld leven wij?
Uit Lucas 6 leren wij dat dat de verkeerde vraag is.
Want de vraag zou moeten zijn: in welke wereld zullen wij leven? Het staat er immers: “uw loon is groot in de hemel”.

Maar er is toch wel meer.
Want in Lucas 18 zegt Jezus tegen zijn discipelen: “Voorwaar, Ik zeg u dat er niemand is die huis of ouders of broers of vrouw of ​kinderen​ verlaten heeft om het ​Koninkrijk van God, die niet het veelvoudige zal terugontvangen in deze tijd, en in de wereld die komt, het eeuwige leven”[4].

Ziet u dat?
De God van hemel en aarde geeft ook vreugde in deze tijd.
In Gods Woord zien wij dat ook terug.
In Handelingen 5 bijvoorbeeld: “Zij dan – dat zijn de apostelen – gingen weg uit de tegenwoordigheid van de Raad en waren verblijd dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam schandelijk behandeld te worden”[5].
Die blijdschap is gegeven. Voor de kerkelijke rechtbank staan, daar wordt niemand blij van. Maar in Handelingen 5 zijn de discipelen verheugd dat zij, ondanks alles, het Evangelie hebben kunnen verkondigen.
Dat de kracht van God afkomstig is, blijkt nog wat duidelijker in Handelingen 16. Ik citeer: “En omstreeks middernacht baden ​Paulus​ en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen. En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de ​gevangenis​ bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los”[6].
Vanuit de hemel worden kinderen van God krachtig ondersteund!

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!
Nee, die blijdschap krijgen we niet als we op onze eigen geloofsenergie rekenen.
Ja, die vreugde ontvangen wij wel als wij, ook in de concrete situatie anno Domini 2018, op onze God blijven vertrouwen!

Noten:
[1] Lucas 6:22 en 23.
[2] “Gever vergeet affaires snel”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 2 maart 2018, p. 2.
[3] Hannah Neele, “Shoppen op zondag steeds normaler”. In: katern Accent, onderdeel van het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 24 februari 2018, p. 12 en 13.
[4] Lucas 18:29 en 30.
[5] Lucas 5:41.
[6] Handelingen 16:25 en 26.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.