gereformeerd leven in nederland

14 november 2019

De conclusie van Job

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Naakt ben ik uit de buik van mijn moeder gekomen
en naakt zal ik daarheen terugkeren.
De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen;
de Naam van de HEERE zij geloofd!”.
Dat zegt Job als hem zo ongeveer alle bezittingen afgenomen zijn[1].
Het is prachtig als wij dat kunnen belijden. Toegegeven – heel vaak krijgen we dat niet zomaar uit onze mond. Als de communicatie tussen zorginstellingen weer eens niet deugt, bijvoorbeeld. Als wij rouwen om een overleden familielid, bijvoorbeeld. Ach – wie kent er geen tegenspoed?
Toch zal de conclusie van Job uiteindelijk ook door ons moeten worden overgenomen. En laten we maar eerlijk zijn: als onze moeilijkheden langzaamaan minder groot worden lukt het vaak wel om te zeggen: ‘de naam van de Here zij geloofd!’.

Die belijdenis van Job 1 is het eerste Schriftbewijs bij een zin uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Want zijn macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zó te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig”[2].

‘God geeft kracht naar kruis’, zeggen de mensen. En dat is waar. Echter, een predikant – het was dominee van Lingen – schreef bij die uitdrukking eens: “Maar waar worden zij gevonden, die gewillig lijden, die de slaande hand des Heeren zegenen, die roemen niet alleen in de hope der heerlijkheid, maar ook in de verdrukkingen”[3]. Gewillig lijden, daar zijn wij niet zo goed in. Soms zijn wij sterk; dan lukt het. Soms zijn wij droevig gestemd; dan blijft er van die meegaandheid meestentijds weinig over. Hier geldt: oefening baart volgzaamheid.
En dat is zeker nodig. Want als wij die belijdenis uitspreken, eren we daarmee onze Schepper. Wij eren de Man die ons geschapen heeft. Wij eren de Man die ons gaven gaf en tegenslag. Wij eren de Man die ons talenten gaf en beperkingen.

De Nederlands Gereformeerde predikant H. de Jong publiceerde in 2015 een boekje met als titel ‘De overste van deze wereld’[4]. Daarin wees hij erop dat wij de duivel serieus moeten nemen. De overste der wereld is op onze planeet buitengewoon invloedrijk. Wolken schuiven soms voor de zon; zo slaagt de duivel er soms in om ons het zicht op Verbondsgod te benemen. Mensen bidden: verlos ons van het kwade. Dat klinkt wat naïef. Begrijpen wij nog wel hoeveel kracht de satan heeft? De tegenstander van God heeft in deze wereld heel wat te vertellen!
Dominee de Jong heeft gelijk.
Het moet ons helder voor ogen staan: steeds weer wordt van Gods kinderen een keuze gevraagd. Wij moeten ons niet door de duivel laten meeslepen!

Antoine Bodar – u weet wel: die bekende Rooms-katholieke priester – noteerde eens: “Jobs bede (…) is actueler dan welke hype ook: De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.
God schenkt ons het leven, Hij ontneemt ons het leven. Altijd zij Hij in dankbaarheid om het leven geprezen. Wie het leven kan overgeven aan God en niet te zeer onder de indruk van eigen uniciteit blijft en weet heeft van de tijd van het komen en de tijd van het gaan, die komt geluk op het spoor en tevredenheid die vrede is”[5].
Bodar wijst terecht op ons zelfbeeld, onze eigen uniciteit. Over dat zelfbeeld maken veel mensen een hoop kouwe drukte. Ook in onze Bijbels staat nog altijd Genesis 9: “… naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt”[6]. Dat moet de typering van het christelijke leven zijn.
De belangrijkste vraag in ons leven is: willen we de leiding van ons leven in handen geven van onze barmhartige God?
Laten wij, als het hierom gaat, maar een voorbeeld nemen aan David in Psalm 131:
“HEERE, mijn ​hart​ is niet hoogmoedig,
mijn ogen zijn niet trots,
ook wandel ik niet in dingen
die te groot en te wonderlijk voor mij zijn.
Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust
en tot stilte gebracht,
als een ​kind​ dat de borst ontwend is, bij zijn moeder,
mijn ziel is in mij als een ​kind​ dat de borst ontwend is.
Israël, hoop op de HEERE,
van nu aan tot in eeuwigheid”[7].
Petrus heeft het in zijn eerste algemene brief trouwens ook over die baby’s. Leest u maar mee: “En verlang vurig, als pasgeboren ​kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien, indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is, en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[8].

“De Naam van de HEERE zij geloofd!”. Die stimulans geeft Job, ook anno Domini 2019 aan het kerkvolk. Aan het kerkvolk, inderdaad. Want: Gereformeerd – dat ben je, op de keper beschouwd, nooit alleen.
En wie op een bepaald moment moeite heeft om de belijdenis van Job in de mond te nemen, mag steun zoeken bij zijn broeders en zusters in de kerk.
Ja – dan blijft, ondanks alles, in de kerk altijd maar die juichkreet klinken: “De Naam van de HEERE zij geloofd!”.

Noten:
[1] Job 1:21.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[3] Bedoeld is dominee F.P.L.C. van Lingen (1832-1913). Deze predikant geldt als één van de grondleggers van de Christelijke Gereformeerde Theologische Universiteit Apeldoorn. Zie voor meer informatie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Frederik_Philip_Louis_Constant_van_Lingen .
[4] De gegevens van dit boek zijn: drs. H. de Jong, “De overste van deze wereld”. – Uitgeverij Van Wijnen, 2015. – 64 p.
[5] Antoine Bodar, “Kerk, houd het ideaal hoog”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 september 2011, p. 9.
[6] Genesis 9:6 b.
[7] Psalm 131:1b-3.
[8] 1 Petrus 2:2-5.

13 december 2018

Gekrakeel in de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In en rond de kerk is niet zelden een hoop geharrewar. Er wordt druk heen en weer gepraat. Soms gaat het fel tekeer. Kerkleden zijn, om het met licht sarcasme te zeggen, net echte mensen.
Omdat die kerkmensen ervan overtuigd zijn dat Gods Woord sturing aan heel het leven geeft, worden heel wat dingen principieel geladen. Ja, dat gebeurt soms ook als de zaken vooral praktisch van aard zijn.
Waarom gebeurt dat?
Omdat de tegenstander van God, de satan, nog altijd veel kracht heeft.

Dat is niet iets van 2018. Dat is niet iets dat eigen is aan onze hectische tijd.
Dat blijkt wel uit 2 Timotheüs 2.
Daar schrijft de apostel Paulus: “Een dienstknecht van de Heere moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen. Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, zodat zij tot erkenning van de waarheid komen en zij weer mogen ontwaken uit de strik van de ​duivel, door wie zij levend gevangen waren om zijn wil te doen”[1].

De strekking van Paulus’ statement is duidelijk. Hinderlijk duidelijk, wellicht zelfs.

Paulus laat zien dat achter al dat geharrewar vaak een verwoestende kracht schuil gaat. De energie van de duivel namelijk. Bekering is een vereiste. Epignosis staat er in het Grieks – er is diepe, doorleefde kennis van de waarheid nodig.
Met die waarheid is niet bedoeld: een afspraak met de gemeenschap om ons heen[2]. Het gaat om de waarheid die in Johannes 17 wordt aangeduid: “Heilig​ hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid”[3].
Met andere woorden – in allerlei discussies moeten we steeds weer terug naar de Bijbel. Wat staat daarin? Hoe moeten wij dat Woord toepassen in onze gedachtewisseling?
Ten diepste moet het ons altijd om Gods eer te doen zijn. Dan gaat het er dus niet meer om dat wijzelf gelijk krijgen.

In dit verband mogen we elkaar ook op 1 Thessalonicenzen 5 wijzen[4]. Daar schrijft Paulus onder meer: “Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn. Want zij die slapen, slapen ’s nachts en zij die dronken zijn, zijn ’s nachts dronken. Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en ​liefde, en met de hoop op de zaligheid als ​helm”[5].
De duivel sust ons graag in slaap.
De duivel ‘kneedt’ ons brein graag net zo lang tot er een tunnelvisie ontstaat: dit of dat kan alleen maar zus of zo zijn; een andere conclusie is er niet.
Wij blijven wakker als we gelovig blijven leven en werken.
Wij houden een brede blik als wij broeders en zusters liefdevol blijven bejegenen.
Wij worden voor kleinzieligheid behoed als wij het oog gericht houden op ons tweede vaderland: de hemel. We behoren verder te kijken als onze neus lang is!

Het is ook goed om de bladwijzer nog even bij 1 Petrus 4 te leggen. En wel met name bij deze woorden: “En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de ​gebeden”[6].
Houdt uw hoofd erbij, schrijft Petrus. Oftewel: laten we met z’n allen beseffen waar het naar toe gaat. De Here Jezus Christus, onze Heiland, komt terug!
Wij moeten rustig aan het werk blijven.
Wij behoren attent te blijven.
Met zo’n houding mogen we gerust naar de troon van God gaan. Wij mogen Hem bidden om voortdurende oplettendheid. Wij mogen Hem danken voor alle energie die Hij geeft. Wij mogen bidden om spoedige terugkomst van de Heiland.

Wie aan het werk is, heeft relatief weinig tijd om ruzie te maken.
Wie gaat bidden heeft geen tijd om zich met allerlei strubbelingen te bemoeien.
Daar wordt het een stuk rustiger van.

Eén citaat nog uit 2 Timotheüs 2: “En verwerp de dwaze en onverstandige strijdvragen, in het besef dat zij conflicten voortbrengen”[7].
Vandaag zouden we zeggen: waar zijn wij nou helemaal mee bezig?
Van een afstandje naar jezelf kijken – dat is soms zo gek nog niet.
Dat advies geldt, gelet op 2 Timotheüs 2, met name voor de ambtsdragers: de predikanten, ouderlingen en diakenen.
Daarmee wil niet gezegd zijn dat in de kerk een geitenwollen-sokken-sfeer moet ontstaan; zo nu en dan mogen en moeten er heus wel wat puntjes op de i worden gezet.
Maar onze opwinding moet wel proportioneel zijn. Als mensen het fundament dat gelegd is – dat is Jezus Christus – beschadigen, is het tijd voor actie[8]. Dan moeten we, met gebruik van deugdelijke argumenten, pal staan voor de Gereformeerde leer. Maar in heel veel andere situaties is het beter om eerst tot tien te tellen. In de kerk zouden wij dat laatste wat vaker moeten doen.

Noten:
[1] 2 Timotheüs 2:24, 25 en 26.
[2] Zie hiervoor mijn artikel ‘Uw wil doen is mijn lust’, hier gepubliceerd op 22 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/22/uw-wil-doen-is-mijn-lust/ .
[3] Johannes 17:17.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Timotheüs 2:24, 25 en 26.
[5] 1 Thessalonicenzen 5:6, 7 en 8.
[6] 1 Petrus 4:7.
[7] 2 Timotheüs 2:23.
[8] De formulering van deze zin preludeert op 1 Corinthiërs 3:11: “Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is ​Jezus​ ​Christus”.

16 oktober 2018

Troost in tijden van terreur

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Stelt u zich voor dat een welwillend familielid tegen u zegt: ‘Geef jouw rugzak met moeilijkheden en problemen maar aan mij. Dan heb je, als je op reis gaat, de handen vrij. En dat is nodig ook. Want ’t is onderweg echt levensgevaarlijk!… Als je onderweg bent moet je twee dingen bedenken: 1. wat er ook gebeurt, het komt goed – want ik blijf bij je en red je als de nood het hoogst is; 2. er zijn heel wat andere familieleden die dezelfde levensgevaarlijke reis maken’.
Zegt u nu zelf: dat is een nogal onwerkelijk verhaal, en – zacht gezegd – een buitengewoon opmerkelijke boodschap.
Bij nader inzien is dat verhaal echter niet zo gek.
Sterker nog: wij vinden die boodschap in de Bijbel. Nog sterker: het is het Evangelie van 1 Petrus 5.
Alleen maar: het betreft daar geen welwillend familielid. Want het is de God van hemel en aarde die Zijn kinderen Hoogstpersoonlijk bescherming biedt.

Leest u maar mee.
“Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de ​duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt”[1].

Dat op deze internetpagina vandaag aandacht voor deze tekst wordt gevraagd heeft een reden.

Het is namelijk die tekst waaraan prof. dr. Beatrice de Graaf – hoogleraar History of International Relations & Global Governance aan de Universiteit Utrecht – onlangs in een vraaggesprek refereerde.
In haar werk ligt de focus meestentijds op terrorisme en politiek geweld.
Overigens citeerde professor de Graaf in het gesprek de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951.

In een interview met het Algemeen Dagblad lezen wij onder meer: “Een vergelijking die door theologen wel is gebruikt, is die van D-day. De Duitsers zijn verslagen, je weet: er komt een einde aan de Tweede Wereldoorlog, maar ze halen nog wel uit. Het is na D-day dat de razzia in Putten plaatsvond. In de Bijbel staat heel mooi: ‘de duivel gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden’. Ook al sterven er mensen en ook al zijn er nog altijd oorlogen, het zal ophouden. Echt. Het stopt. En dat geloof – het is echt gelóóf – is de kern van het christendom; dat de machten van het Kwaad door Christus aan het kruis zijn overwonnen.
Luister maar eens naar de koptische christenen, wat zij hebben meegemaakt en hoe zij spreken over het geweld en de aanslagen, zegt ze. ‘Juist de slachtoffers van oorlog, genocide en aanslagen belijden vaak wat wij soms ondenkbaar vinden om uit te spreken: dat het Kwaad is overwonnen’”[2].

De duivel gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden – zo lezen wij dat in Gods Woord. Met andere woorden: de satan is de grootste grijpgrage en hebberige crimineel ter wereld!

De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee W. Vreugdenhil (1904-1984) zei eens in een preek: “In dat ene zinnetje wordt ons heel wat gezegd. Het gaat hier over de duivel, die machtige gevallen engel, die eenmaal een scheur in Gods schepping heeft getrokken en wiens opzet en doel het is, om die scheur door te trekken”.
En:
“In het Grieks staat voor het woord duivel: diabolos. En dit woord is weer afgeleid van een werkwoord, dat betekent: de dingen door elkaar heen werpen, verwarring stichten”[3].
Dat is precies wat de duivel momenteel doet –
de wereld wordt zo vaak en zoveel mogelijk in de war geschopt!

Hoe zorgen wij er in de kerk voor dat wij niet in de war raken?
Bijvoorbeeld door elkaar te wijzen op Openbaring 5. Met name op deze woorden: “En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie”[4].
En zij zongen… – dat zijn vier dieren en vierentwintig ouderlingen.
Die vier dieren vertegenwoordigen de hele bezielde schepping. De ouderlingen lijken de kerk van het Oude en Nieuwe Testament te representeren[5].
Heel de schepping, inclusief de kerk van alle tijden en alle plaatsen, proclameert het in Openbaring 5 luid en duidelijk: de Heiland heeft mensen gekocht met als oogmerk hen te redden.
Terreurspecialisten en andere geweldplegers krijgen geen vat op de kerk. Want de Heiland laat Zich Zijn eigendommen nimmer afpakken!

Misschien zijn er thans lezers die meewarig hun hoofd schudden.
Immers – hoeveel kerken gaan er in deze wereld niet plat?
En bovendien: hoeveel christenen worden er in deze wereld niet verdrukt, of zelfs omgebracht?

Toch mogen wij blijven zeggen: gelovige kerkmensen zijn beschermd. Hun beveiliging is volmaakt op orde.
Waarom kunnen we daar zo zeker van zijn?

Nu het hierom gaat wijs ik u eerst graag op woorden uit Jeremia 29.
Daar spreekt de Heer van hemel en aarde. Zijn woordvoerder Jeremia zegt: “Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van ​vrede​ en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij ​bidden​ en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw ​hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de HEERE…”[6].
Toegegeven – de beloften in Jeremia 29 slaan met name op de tijd na de ballingschap. Maar de door Jeremia gepredikte woorden maken volstrekt duidelijk welke intenties de Here met Zijn volk heeft.
En er is meer.
In Jeremia 32 lezen we namelijk: “Ik zal een eeuwig ​verbond​ met hen sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe. En Ik zal Mijn vreze in hun ​hart​ geven, zodat zij niet van Mij afwijken”[7].
En in Jeremia 50 ook nog: “In die dagen en in die tijd, spreekt de HEERE, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tezamen – al wenend zullen zij hun ​weg​ gaan – en zij zullen de HEERE, hun God, zoeken. Zij zullen vragen naar Sion, hun gezicht gericht op de weg daarheen. Zij zullen komen en bij de HEERE gevoegd worden met een eeuwig ​verbond, het zal niet vergeten worden”[8].
Ziet u dat? Jeremia spreekt over een eeuwig verbond. Over een verbond dat klaarblijkelijk ook vandaag nog geldt.
Het mag gezegd: niet voor niets staan die woorden ook vandaag nog in onze Bijbels!

Het leven van Gods kinderen wordt in de hemel op heerlijke wijze voortgezet.
En één ding is zeker: tussen het aardse leven en het luisterrijke hemelse bestaan zit geen enkele pauze. Het gaat zogezegd in één keer door: van aards gefröbel naar hemelse glorie.

Daarover spreken wij in Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus de Bijbel als volgt na:
“vraag: Welke troost geeft u de opstanding van het vlees?
Antwoord: Dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden, maar dat ook dit mijn vlees, door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig zal worden”.
En ja, in die Zondag 22 staat verder nog:
“vraag: Welke troost put u uit het artikel over het eeuwige leven?
antwoord: Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”[9].
De conclusie ligt voor de hand: misdadigers krijgen uiteindelijk geen grip op Gods volk.

Geweld en terreur zijn aan de orde van de dag. Terrorisme-experts doen hun best om dat alles te duiden en te beteugelen.
Jazeker, het kan best zo zijn dat dit alles ons bij tijd en wijle angstig maakt.
Laten we dan maar bedenken dat in 1 Petrus 5 ook geschreven staat: “Wees met nederigheid bekleed, want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij ​genade”[10].

Laten wij ons leven maar in handen leggen van de God van alle genade[11]. Want één ding is zeker:
De duivelse leeuw kan wel brullen…,
maar onze God gaat al Zijn beloften vervullen!

Noten:
[1] 1 Petrus 5:7, 8 en 9.
[2] Geciteerd van https://www.ad.nl/binnenland/terreurexpert-beatrice-de-graaf-ijdelheid-is-een-grote-zonde~a1ef608d/ ; geraadpleegd op donderdag 11 oktober 2018.
[3] De preek van dominee Vreugdenhil heeft als tekst: 1 Petrus 5:8 en 9.
[4] Openbaring 5:9.
[5] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 4.
[6] Jeremia 29:11-14 a.
[7] Jeremia 32:40.
[8] Jeremia 50:4 en 5.
[9] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, vragen en antwoorden 57 en 58.
[10] 1 Petrus 5:5.
[11] De uitdrukking komt uit 1 Petrus 5:10: “De God nu van alle ​genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in ​Christus​ ​Jezus, Hij Zelf moge u – na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen”.

2 mei 2018

De Trooster wijst op de waarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De duivel heeft veel macht in deze wereld.
Maar dat is wel kracht met een beperking.
Want de God van hemel en aarde is uiteindelijk veel sterker.

Zijn Heilige Geest is actief in deze wereld.
In Johannes 16 kondigt Jezus de komst van de Heilige Geest al aan.

De Heilige Geest: Wie is dat eigenlijk?
Voor velen is de Geest iets vaags, iets ongrijpbaars. Hij is er wel. Maar je ziet Hem niet. Wat moet je over Hem zeggen?
Het is belangrijk om ons te realiseren dat God uit drie Personen bestaat:
* de Vader: het begin van alle dingen
* de Zoon: het beeld van de Vader, de wijsheid, onze Verlosser
* de Heilige Geest: de eeuwige kracht van de Vader en de Zoon.
Die drie Personen zijn zelfstandig. Toch vormen zij samen één God[1].
Voor aardse mensen is dat niet te begrijpen. Drie personen in één? Dan is er psychisch iets helemaal fout. Maar bij God is dat alles geen probleem. Hij verenigt alle macht in de hemel en op de aarde!
Zo staat dat in de Bijbel. Dat moeten wij dus geloven.
Nee, dat is niet makkelijk. Wij kunnen dat niet op een rijtje krijgen. Maar die Drie-eenheid laat wel zien hoe heerlijk veelzijdig onze God is. Die Drie-eenheid laat zien hoe machtig God is!

In Johannes 16 is de boodschap van Jezus: Ik ga naar de hemel toe, maar Ik laat jullie niet alleen. De Trooster zal komen. De Trooster, dat is de Heilige Geest.

Jezus is in Johannes 16 bezig met een afscheidsrede. Die redevoering begint al in hoofdstuk 13[2].
Jezus vertrekt dus. Hij gaat de aarde verlaten. Maar de lege plaats zal worden opgevuld. Zijn leerlingen blijven niet treurig en verweesd achter. Want de Heilige Geest zal komen!

Wat komt de Geest doen?
In Gods Woord staat: Hij zal “de wereld overtuigen van ​zonde, van ​gerechtigheid​ en van oordeel:
van ​zonde, omdat zij niet in Mij geloven;
van ​gerechtigheid, omdat Ik heenga naar Mijn Vader en u Mij niet meer zult zien;
en van oordeel, omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is”[3].

Op deze plaats heb ik over Johannes 16 al eens geschreven:
“De Heilige Geest wijst op drie dingen:
* de zonde; het ongeloof wordt in allerlei vormen naar buiten gebracht
* de gerechtigheid; de Heilige Geest zal bewijzen dat Jezus het recht aan Zijn kant heeft
* het oordeel: de duivel is al geoordeeld; dat oordeel zal ook Jezus’ tegenstanders treffen”[4].

Het gaat mij in dit artikel vooral om dat derde: het oordeel over de duivel.

Die duivel is al geoordeeld, staat er.
Hoe kan dat? Dat oordeel moet toch nog worden voltrokken?
Dat klopt.
Maar als de Trooster – de Heilige Geest dus – aanwezig is, weet je ’t zeker: het oordeel over de duivel wordt ten uitvoer gebracht.

De duivel doet niets anders dan de wereld negatief beïnvloeden. De satanische machten komen pas goed los als mensen zich van God afkeren. In het rijk van de duivel vlamt de vreugde op als mensen elkaar lichamelijk en geestelijk zo ernstig mogelijk beschadigen. Voor de duivel komt de boel pas echt op gang als mensen in vijandschap met elkaar leven. Als er onvrede is. Als er wereldwijd oorlogen worden uitgevochten.

Daar verkijken we ons zomaar op. Dan staren we, bijvoorbeeld, met lichte verbijstering naar het NOS-journaal. En wij peinzen: wat mankeert deze wereld toch? Het ene is nog erger dan het andere. En dan denken we: hoe moet dit toch verder?

De duivel wil ons laten geloven dat hij aan de winnende hand is.
Maar niets is minder waar.
Want de duivel jaagt mensen met zijn onbehouwen kracht de dood in.
Jezus Christus geeft echter nieuw leven aan de mensen.
De lijst van zonden die wij deden en doen, is – legt Paulus aan de christenen in Colosse uit – aan het kruis genageld. Jezus Christus heeft voor al onze zonden betaald.
En wat die beestachtige duivel ons nu ook probeert wijs te maken, in alle tijden en op alle plaatsen geldt: “Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd”[5].

De duivel zaait dood en verderf. Soms worden we daar op harde wijze mee geconfronteerd.
Neem nu het volgende nieuwsbericht, dat vorige week dinsdag in de krant stond.
“In de Canadese stad Toronto zijn negen mensen om het leven gekomen toen een wit busje inreed op voetgangers. Zestien mensen raakten gewond. De bestuurder is enkele uren later door de politie opgepakt. Maandagavond laat was nog niets duidelijk over zijn motieven”[6].
Zegt u nu zelf: dergelijk nieuws went nooit.
Wij zijn wellicht geneigd om te zeggen: weer zo’n sociaal gestoorde die door het lint gaat. Het nieuws flitst met de snelheid van het licht de wereld over en in alle werelddelen zijn er mensen die hun hoofd schudden.
Laten wij echter niet vergeten dat hier de duivelse macht achter zit!

In die wereld lezen we over de Trooster, de Heilige Geest van God.
Dankzij Hem raken we op deze dynamische aarde de weg niet kwijt. We worden teruggeleid naar de Bijbel, het Woord van God.
Jezus zegt: “Maar wanneer Die komt, de ​Geest​ van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid…”[7].
Dat zegt Hij ook tegen de Bijbellezers van vandaag.

Noten:
[1] Zie: Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 8.
[2] De afscheidsrede begint in Johannes 13:31 en eindigt in hoofdstuk 16:33.
[3] Johannes 16:8-11.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Overtuigingskracht’. Hier gepubliceerd op maandag 1 augustus 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/08/01/overtuigingskracht/ .
[5] Colossenzen 2:15.
[6] Geciteerd uit: Nederlands Dagblad, dinsdag 24 april 2018, p. 1.
[7] Johannes 16:13.

1 mei 2018

Alle eer aan God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

‘Goede dienst toegewenst’. Die wens hoort u vast ook wel eens. We spreken ‘m uit als we elkaar, op weg naar de kerk, tegenkomen. ‘Goede dienst!’. We wensen elkaar concentratie op de preek; we hopen dat we niet worden afgeleid door eigen gedachten, of door gebeurtenissen in de omgeving.
‘Goede aandacht’, zei men eertijds ook wel. Als ik mij niet vergis, raakt die term enigszins uit de tijd.

Wat is eigenlijk een goede kerkdienst?
Dat is een dienst waarin God alle eer krijgt. Kerkgangers hoeven namelijk niet zo nodig lof toegezwaaid te krijgen. Integendeel.
Mensen zijn behept met zonden. Hun hele leven zit er vol mee. En toch was en is God trouw. Hij laat mensen niet links liggen. Hij heeft Zijn Zoon naar de aarde gestuurd om voor onze zonden te betalen. Nu is de weg naar God weer open. Zo heeft de Here Jezus Christus ons uit de greep van de duivel verlost. Jezus Christus was en is de Enige die daartoe in staat is!

Daarom: alle eer aan God!

En eigenlijk geldt dat niet alleen voor de kerkdienst.
Maar het geldt voor heel het leven. Dus ook op maandag, dinsdag… en zo verder.
Hoe gaat u om met iemand die ontzag verdient? Die behandelt u met respect. U wilt hem niet kwetsen. U wilt met eerbied behandelen. De term zegt het al: eer-bied; u wilt hem eer bieden.

Als wij dat bedenken, begrijpen wij ook wat beter waarom Zondag 36 in de Heidelbergse Catechismus staat.

Ik citeer:
“* Wat eist God in het derde gebod?
Antwoord:
Dat wij Gods naam niet lasteren of misbruiken door vloeken of door een valse eed en evenmin door onnodig zweren. Verder dat wij ons ook niet door zwijgen of toelaten aan zulke gruwelijke zonden mee schuldig maken. Kortom, dat wij de heilige naam van God alleen met ontzag en eerbied gebruiken, zodat Hij door ons naar waarheid beleden en aangeroepen en in al onze woorden en werken geprezen wordt.
* Is het lasteren van Gods naam door zweren en vloeken dan zo’n grote zonde, dat God ook toornt tegen hen die het vloeken en zweren niet zoveel mogelijk helpen tegengaan en verbieden?
Antwoord:
Ja zeker, want geen zonde is groter en wekt Gods toorn meer op dan het lasteren van zijn naam. Daarom heeft Hij op deze zonde de doodstraf gesteld”[1].

De naam van God wordt in onze samenleving vaak onnodig gebruikt.
Niet zozeer als een vloek.
Veel vaker als een uitroep van schrik.
Of omdat mensen met hun eigen falen geconfronteerd worden.

Onbewust zetten veel mensen er vaak ook nog een bezittelijk voornaamwoord voor. Bijvoorbeeld zo: ‘o mijn God’.
Is het dan zo dat de mensen die Gods naam nutteloos gebruiken niet in God geloven? Zeker niet. Sterker nog: dat gebeurt niet zelden door mensen die heel goed weten dat de God van hemel en aarde hun leven leidt. Het gebeurt nogal eens door mensen die met zekere regelmaat in gebed tot God gaan.
Opmerkelijk, vindt u ook niet?

Aan dat onnodige gebruik van Gods naam zit nóg een opvallend aspect.
Het is vrijwel nooit zo dat mensen de Godsnaam vervangen door een andere naam.
Niemand zegt: ‘o koning Willem!’.
Niemand zegt: ‘Merkel nog aan toe!’.
Niemand roept: ‘o Rutte!’.
Vrijwel altijd is de Godsnaam in geding. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd.
Hoe zou dat toch komen?
We zullen moeten bedenken dat er in deze wereld een strijd wordt gevoerd die veel intensiever is dan wij kunnen zien. Een onzichtbaar gevecht, bovendien.
Denkt u in dit verband maar aan Johannes 12, waar Jezus zegt: “Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden”[2].
En aan Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten”[3].
Ik wil maar zeggen: de duivel zit achter al dat onnodig gebruik van Gods naam. Dat alles maakt deel uit van de grote strijd tussen God en satan!

In de Heidelbergse Catechismus, dat oude boekje uit het Duitse Heidelberg, staat te lezen: “Verder dat wij ons ook niet door zwijgen of toelaten aan zulke gruwelijke zonden mee schuldig maken”.
Ach, laten we er maar niet omheen draaien.
Het is onbegonnen werk om in onze maatschappij wat te zeggen van elke vloek die te horen is. Maar als er zich een goede gelegenheid voordoet, mogen we best duidelijk zeggen hoe de zaken staan.

Laten wij ons er daarbij echter wel van bewust zijn dat heel veel mensen zich van geen kwaad bewust zijn als zij vloeken. Het is vaak in het geheel niet de bedoeling christenen te kwetsen.
Laten wij met de nodige tact optreden!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 36.
[2] Johannes 12:31.
[3] Efeziërs 6:12.

20 april 2018

De duivelse macht wordt gebroken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

We spreken niet graag over de duivel. Want Gods tegenstander woont in een duistere wereld. Dat is een omgeving waar wij onder geen beding deel van willen zijn.
En ja, het is volkomen duidelijk dat wij ons voor duivelse machten moeten hoeden.
Maar daarbij mogen wij nooit vergeten dat de God van hemel en aarde veel machtiger is dan alle satanische krachten bij elkaar!

Daarom vraag ik vandaag graag aandacht voor woorden uit Openbaring 20. Ik bedoel deze woorden: “En de ​duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse ​profeet​ reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[1].

Waar gaat het in Openbaring 20 over?
De duivel ontplooit zijn macht. Hij verzamelt zijn legers om op te trekken tegen het koninkrijk van God.
Maar wat gebeurt er met de duivel? Hij wordt in een poel van vuur en zwavel gegooid.
Dat is nou wat je noemt een roemloos einde!
De macht van de duivel blijkt in Openbaring 20 niets meer voor te stellen. Uiteindelijk loopt het voor de duivel en zijn criminele medewerkers op niets uit.

Over de geesten van de demonen lezen wij in Openbaring 16. Als volgt: “En ik zag uit de bek van de ​draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse ​profeet​ drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de ​oorlog​ van de grote dag van de almachtige God”[2].
Die demonen geven in Openbaring 16 dus het teken dat er gevochten moet worden.
Het tijdstip van de beslissende eindstrijd is aangebroken.

Dat blijkt echter een verloren strijd.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om ​oorlog​ te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn ​leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse ​profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het ​zwaard​ van Hem Die op het paard zat, namelijk het ​zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees”[3].

De God van hemel en aarde is, om het zo maar te zeggen, briljant en kolossaal.
Hij walst over de duivel heen. Van die duivel, en van zijn prestigieuze strijdmachten blijft vervolgens helemaal niets over.

En ja, dat gaat heel ver: de vogels eten de restjes op…

Dat is dan het roemloze einde van Gods tegenstander.
Vanaf het begin van de schepping misleidt de duivel zoveel mogelijk mensen.
In Openbaring 12 wordt hij op de aarde geworpen[4]. Daar zaait hij dood en verderf.
In Openbaring 20 wordt de duivel echter gearresteerd en geboeid. De satan wordt letterlijk aan de ketting gelegd.
Uiteindelijk komt hij dus in de hel terecht[5].

Die gang van zaken is al sinds lange tijd gepland.
In Mattheüs 25 spreekt Jezus over “het eeuwige vuur, dat voor de ​duivel​ en zijn ​engelen​ bestemd is”[6].

Het is, als u het mij vraagt, van belang om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Er zijn, ook in Nederland, heel wat mensen die heel rechtstreeks met de macht van de duivel te maken hebben. Zulke mensen hebben een trauma te dragen. Zij dragen schade uit heden en verleden mee. En je hóórt die mensen vragen: komt er nooit een einde aan deze ellende?
Laten wij ons niet vergissen.
Van buitenaf lijkt het met zulke mensen heel goed te gaan. Maar van binnen voeren zij een hevige strijd.
Voor al die mensen, en voor allen die het lezen willen, noteer ik hier: aan de macht van de duivel komt een definitief einde.
Laten wij dus maar uit de buurt van de duivel blijven. Laten wij ons maar maar de God van hemel en aarde toe keren. Laten wij Hem maar vereren, in al ons werk.
Uiteindelijk zal Hij ons dan een glorieuze plaats in de hemel geven. Een plaats die niemand kapot kan maken!
Is dat niet een rustgevende wetenschap?

Noten:
[1] Openbaring 20:10.
[2] Openbaring 16:13 en 14.
[3] Openbaring 19:19 en 20.
[4] Openbaring 12:9: “En de grote ​draak​ werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die ​duivel​ en ​satan​ genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn ​engelen​ werden met hem neergeworpen”.
[5] Zie hierover onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , pagina’s 279 en 280. Geraadpleegd op donderdag 12 april 2018.
[6] Mattheüs 25:41.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.