gereformeerd leven in nederland

4 maart 2019

Rentmeestersritme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij worden, naar het lijkt, allen verteerd door drukte. De ene agenda is nog blauwer dan de andere. Al dat gejaag en gejakker neemt heel wat arbeidsvreugd weg.

In zo’n situatie loont het om de Bijbel open te slaan.
En wat lezen we dan op de eerste bladzijde van die Bijbel? Onder meer dit: “Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken”[1].

Eerst zet ik even een puntje op de i.
De Schepper heeft Zijn werk voltooid. Het is van den beginne blijkbaar niet zo dat de evolutie in Genesis 1 en 2 een aanvang neemt!

Hoe dat zij –
Gods scheppingswerk is in Genesis 2 af. Dan neemt God enige tijd voor rust.
Dat ziet er wat merkwaardig uit.
In Exodus 31 lezen we ook iets dergelijks: “Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt”[2].
Is God in Genesis 2 en Exodus 31 moe? Is Hij eraan toe om even met Zijn werk te stoppen, om de zaak van een afstandje te bekijken?

De grondtekst betekent: God houdt op met scheppen[3].
Dat wil vervolgens niet zeggen dat God zich helemaal terugtrekt. Er wordt aan hemel en aarde onderhoud gepleegd. Jezus zegt in Johannes 5: “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook”[4].

Eén ding is wel duidelijk: het werk van God en de arbeid van mensen liggen dicht bij elkaar[5].
Ook wij mogen ophouden met werken. Wij doen dat op de eerste dag van de week, de zondag.
Het is zonneklaar: mensen hebben een weekritme. Mensen nemen pauze. Mensen nemen rust. Van den beginne is het zo geweest dat de mens zijn God op de voet volgt.
God slaat de maat.
Hij geeft ritme in het leven!

Er moet dus gewerkt worden. Niet als slaven. Niet als sloofjes die tot op de bodem van hun kunnen moeten gaan. Maar als mensen die dankbaar zijn dat God de maat van het leven aangeeft.
Binnen het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond is daarom vanouds terecht gezegd: staken is geoorloofd als doorwerken zonde is.

In december 1954 werd in het GMV-blad ‘Ambt en Plicht’ geschreven: “Wanneer wij alle geoorloofde middelen om in een verkeerde toestand in het arbeidsleven verbetering te brengen hebben aangewend en uitgeput. Dan zullen wij niet als laatste redmiddel tot de werkstaking de toevlucht nemen, doch dienen te berusten in God, Die naar Zijn wijsheid ons gehele leven beheerst en regeert en zonder Wiens wil ook deze dingen ons niet overkomen, met het aanhoudende gebed, dat Hij ons lot moge wenden, Hij, Die alle dingen machtig is en die ook het onrecht, dat mensen ons aandoen, kan breken”[6].

In Genesis 2 staat het zo eenvoudig: “daarop rustte Hij van al Zijn werk”. Er zit een grens aan het Goddelijk werk.
En daarin zitten een paar boodschappen voor ons:
* werken is nodig, maar rust is ook nuttig; zorg voor een goed evenwicht.
* God heeft de schepping zo gemaakt dat het voor mensen mogelijk is om te werken; van die mogelijkheden dient optimaal gebruik te worden gemaakt.
* in Genesis 2 wordt al duidelijk dat de geschapen mensen hun God volgen; anno Domini 2019 gaat de kerk achter de Heiland aan. Dat gebeurt in de gewone dingen van de dag. Zeker ook in het dagelijks werk.

De adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, Jurriën Dekker, schreef in november 2017 onder de kop ‘Goed werk’ goede woorden over werk.
Ik citeer: “Werk is er niet alleen om daarmee in je onderhoud te voorzien. Het is evenmin in de eerste plaats bedoeld om daarmee zin en betekenis aan je leven te geven. Ook werken christenen niet om almaar hoger te stijgen op de maatschappelijke ladder of steeds meer geld te verdienen. Werk is een roeping van God, waarmee Hij geëerd en gediend wil zijn, maar waarin we ook onze naasten dienen. God schiep de wereld. Hij onderhoudt die ook. En bij dat onderhouden schakelt Hij werkende mensen in. Ze moeten de aarde bebouwen en bewaren. Ze mogen heersen over Gods schepping, als rentmeesters”[7].

Laten we in de kerk maar arbeiden in het rentmeestersritme:
* werken zolang het kan en voor God verantwoord is
* rusten in Hem; dat is: loslaten, omdat na christelijke ontspanning het resultaat des te beter is.

Noten:
[1] Genesis 2:2 en 3.
[2] Exodus 31:17.
[3] Zie de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Genesis 2:2, noot 49.
[4] Johannes 5:17.
[5] Zie hierover de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Exodus 31:17.
[6] Geciteerd via: Joh. Francke V.D.M., “Over het recht en de plicht tot werkstaking – Een historisch overzicht”. – [Rotterdam]: Gereformeerd Sociaal en Economisch Verband, 1968. – p. 49.
[7] Jurriën Dekker, “Goed werk”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 18 november 2017, p. 7; rubriek: Welbeschouwd.

2 november 2018

Niets gebeurt bij toeval

Wij maken ons tegenwoordig nogal druk over de schepping. We vernietigen onszelf, zo roept men uit.
De Franse filosoof Bernard Stiegler zegt: “Het evenwicht dat altijd heerste op aarde, gaat verloren. De mens is een roofdier geworden, dat ook zichzelf kan vernietigen. De mens is een probleem voor de mens geworden: hij vernietigt de voorwaarden voor zijn eigen bestaan”.

Daar komt bij dat, zo zoetjes aan, sociale media ons toekomstbeeld gaan bepalen. Dat gebeurt bijna onmerkbaar. Maar toch.
Stiegler stelt: “Facebook en Google sturen onze verlangens, door te wijzen op de producten die we zouden willen kopen, door suggesties te doen voor virtuele vriendschappen. Ze voorkomen dat we onszelf in de toekomst projecteren, omdat die technologie dat al voor ons doet. Dat leidt tot een gevoel van vervreemding van jezelf, tot een nihilisme waarin niets meer van waarde is omdat ze door een algoritme voor ons berekenen wat ons verlangen zou zijn”[1][2].

Nu belijden we in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Vader door zijn Woord — dat is door zijn Zoon — de hemel, de aarde en alle schepselen uit niets heeft geschapen, toen het Hem goed dacht. Ook heeft Hij aan elk schepsel zijn wezen en gedaante gegeven en zijn eigen taak om zijn Schepper te dienen. Ook nu nog houdt Hij ze alle in stand en regeert ze overeenkomstig zijn eeuwige voorzienigheid en door zijn oneindige kracht, opdat zij de mens dienen, zodat de mens zijn God kan dienen”[3].
Die belijdenis bepaalt, als het goed is, de koers in ons leven.
Want daar zeggen we in feite: we laten ons niet door de techniek overheersen; de hoofdregel dat wij, met alles wat de schepping ons biedt, God dienen.

God geeft ons de beschikking over enorm veel dingen.
Hij geeft geweldig veel mogelijkheden om het geschapene te gebruiken en te exploreren. Jesaja zegt in hoofdstuk 40: “Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de ​Heilige. Sla uw ogen op naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun ​leger​ voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één”[4].
De Here roept ons op… nee, niet om de technische mogelijkheden van 2018 te bewonderen. We mogen en moeten zeggen: wat heeft de Schepper van hemel en aarde deze wereld toch prachtig gemaakt! Om met Jeremia 32 te spreken: niets is voor Hem te wonderlijk[5].
Wij moeten bovendien beseffen dat de Schepper alles heeft gemaakt wat mensen nodig hebben om Hem te dienen. Alles is door Hem in de aanbieding gedaan; wij mogen het geschapene tot Zijn eer gebruiken.

Als het gaat over de schepping denken wij vaak aan dingen. Aan materiaal.
Maar wie daarbij zou blijven staan, zou God ernstig tekort doen. Dan zou de Gods macht worden verkleind. Zijn manier van doen zou worden versimpeld.
De apostel Paulus wijst daarop als hij aan de christenen in Colosse schrijft: “Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de ​Eerstgeborene​ van heel de schepping. Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem”[6].
Het middenstuk van bovenstaand citaat maakt het duidelijk: de Heer van hemel en aarde regeert ook over verhoudingen tussen mensen.
Wij mogen en moeten dus ook tot Hem bidden als de verhoudingen beter moeten worden. Goede banden tussen mensen zijn evenzovele zegeningen van Hem.

De Schepper van hemel en aarde – onze goede God – zorgt voor het evenwicht dat nodig is om op deze aarde te leven.
Die balans wordt door natuurrampen en oorlogen ernstig verstoord.

Denkt u alleen maar aan de hongersnood in Jemen.
De NOS meldde op woensdag 24 oktober jongstleden: “In Jemen dreigt een hongersnood van ongekende omvang. (…) Op korte termijn zijn “14 miljoen mensen afhankelijk van voedselhulp om te overleven. Dat is de helft van de bevolking.
(…) De Verenigde Naties vreesden eerder dat hongersnood dreigt voor elf miljoen mensen in Jemen, maar het zijn er dus miljoenen meer. Zo’n acht miljoen Jemenieten krijgen nu hulp van de VN”.
En:
De dreigende hongersnood is ‘veel groter dan alles wat experts op dit gebied ooit in hun werkzame leven hebben gezien’. De afgelopen twintig jaar waren er twee hongersnoden van vergelijkbare omvang: in 2011 in Somalië en vorig jaar in Zuid-Sudan”[7].
Dat maken mensen van de schepping.
De aarde wordt kapotgemaakt omdat mensen de gaven van God, inclusief hun medemensen, gewoonweg de vernieling in jagen!
Dringt het tot u door wat er uiteindelijk gebeurt als mensen de geboden van God – de Heilige, de Schepper van Israël, onze Koning – totaal negeren?[8]

Dat is beangstigend!
Hebben de onheilsboodschappers die zeggen dat deze aarde tot de ondergang gedoemd is dan toch gelijk?
Nee. Hun ongeloof maakt hen blind voor de werkelijkheid die ook in onze tijd geldig is.
Die realiteit is deze: “Wij geloven dat deze goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, ze niet aan zichzelf heeft overgelaten, of aan het toeval of het lot heeft prijsgegeven, maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo leidt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking. (…) Zijn macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zó te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig. (…). Wij stellen ons ermee tevreden, dat wij leerlingen van Christus zijn, om slechts te leren wat Hij ons onderwijst door zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden. Deze leer schenkt ons een onuitsprekelijke troost, als wij erdoor leren verstaan dat ons niets bij toeval kan gebeuren, maar dat alles ons alleen overkomt door de beschikking van onze goedertieren hemelse Vader. Hij waakt over ons met een vaderlijke zorg…”[9].

We leven in een wereld waarin consumptie centraal staat.
Overal spreekt men over marketing: promotie, reclame en verkoop lijken het ritme van het bestaan aan te geven.
In die wereld moeten wij de boodschap van Openbaring 4 maar naspreken: “U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen”[10].
Dan verstilt het alarm over de schepping.
Dan wordt het weer rustig in ons hart.

Noten:
[1] De citaten van Stiegler zijn te vinden op https://www.filosofie.nl/nl/artikel/46588/de-mens-vernietigt-de-voorwaarden-voor-zijn-eigen-bestaan.html ; geraadpleegd op maandag 29 oktober 2018.
[2] Zie voor meer informatie over Bernard Stiegler https://nl.wikipedia.org/wiki/Bernard_Stiegler ; geraadpleegd op maandag 29 oktober 2018.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 12.
[4] Jesaja 40:25 en 26.
[5] Jeremia 32:17: “Ach, Heere! Zie, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekte arm. Niets is voor U te wonderlijk”.
[6] Colossenzen 1:15, 16 en 17.
[7] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2256171-hongersnood-dreigt-voor-14-miljoen-inwoners-van-jemen.html ; geraadpleegd op maandag 29 oktober 2018.
[8] De formulering van deze zin gaat terug op Jesaja 43:15: “Ik ben de HEERE, uw ​Heilige, de Schepper van Israël, uw ​Koning”.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[10] Openbaring 4:11.

31 juli 2018

Sterretjes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs hoorde ik een kleinkind dat haar opa verloor, op de radio iets zeggen als: ik zie altijd je sterretje staan[1].
Er is trouwens ook een boekje dat kleinkinderen helpt om afscheid van hun opa te nemen; dat boekje heet ‘Opa is een sterretje’[2].
Vertederend, vindt u ook niet? Kleinkinderen die hun opa zo missen – dat is erg droevig. Lege plekken op aarde kunnen zo schrijnen. Pijn in het hart…, daar kun je zo weinig aan doen.

Maar dat sterretje…
Feitelijk is dat onzin.
Natuurlijk staan er sterren aan de hemel. Maar het is niet zo dat elk van die sterren een overleden wereldburger vertegenwoordigt.
Het is een romantische gedachte. Maar de kerk moet er maar niet aan beginnen. Het is niet zo dat we een sterretje kunnen herkennen als zijnde het licht van opa X of oma Y.

Intussen wijst de Here Zijn kind Abram in Genesis 15 wel op de sterren: “zo talrijk zal uw nageslacht zijn”[3].
Een uitlegger noteert daarbij: “Wat Abraham niet kon, kan de Here wel: Hij telt de sterren en telt ze bij name (…). Met het blote oog kunnen 2000 tot 4000 van de miljarden sterren worden waargenomen”. En: “Vanuit archeologische vondsten is duidelijk geworden dat er in de tijd van Abram al geslepen lenzen waren en het is dus mogelijk dat de astronomen dat er veel meer sterren waren dan met het blote oog kunnen worden gezien”[4].
Kunnen wij overledenen dan toch in de sterren zien?
Zeker niet.
In de eerste plaats al niet omdat er veel meer sterren zijn dan we op aarde kunnen zien.
In de tweede plaats: met het nageslacht van Abraham wordt in de Bijbel het Joodse volk bedoeld, en in het verlengde daarvan: allen die geloven in Jezus Christus als hun Zaligmaker. De Hebreeënschrijver heeft op hen het oog als in hoofdstuk 2 schrijft: “Hij neemt het nageslacht van ​Abraham​ aan”[5].

Sterren zijn niet bedoeld om de herinnering aan wereldburgers van weleer levend te houden. Nee, die sterren bepalen ons bij de onaantastbare macht van de Schepper van hemel en aarde.
Elifaz, één van de vrienden van Job, spreekt er over in Job 22:
“Is God niet in de hoge hemel?
Zie toch de hoogste sterren, hoe verheven ze zijn”[6].
Zeg dus nooit: God heeft weinig met deze aarde te maken; Hij ziet niks en Hij hoort niks.
Of: wonderlijk toch – al die mensen van vroeger die nu in het luchtruim zweven…
In de kerk zeggen we: God heeft alle macht in hemel en op aarde; wie bij Hem hoort komt altijd goed terecht. Mensen die hun leven in de handen van de Here leggen, zullen een nieuwe woonplaats krijgen: de hemel. Daar is God Zelf het licht!

Nu wijs ik op Jeremia 31.
Daar gaat het over Gods onmetelijke kracht en energie.
Met die macht komt de hemelse God steeds weer terug bij Zijn volk. Die liefde is eeuwig.
En daarom stuurt God Zijn volk aan om weer bij Hem terug te komen.
Boosheid, woede, toorn – die duren bij God niet eeuwig. Maar Zijn liefde is onbreekbaar en onuitroeibaar.
Alle heidenvolken die denken: ‘nu is het afgelopen met Israël’ komen geheel bedrogen uit. De burgers van Gods prachtige natie worden weer bijeengebracht.

Dat volk mag nu weer met recht Verbondsvolk heten.
Nee, God is dat verbond heus niet vergeten!
Hij doet echt wat Hij zegt!
En waarom weten kinderen van God dat zo zeker?
Jeremia profeteert: “Zo zegt de HEERE, Die de zon tot een licht geeft overdag en de vaste orde van maan en sterren tot een licht in de nacht, Die de zee opzweept, zodat haar golven bruisen, HEERE van de legermachten is Zijn Naam. Als deze verordeningen ooit zouden wijken van voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, dan zou ook het nageslacht van Israël ophouden een volk voor Mijn aangezicht te zijn, alle dagen!”[7].
Met andere woorden:
* God houdt Zijn schepping in stand
* en dus blijft Israël ook bestaan; dat is nogal wiedes!

Sterren aan de hemel zijn niet bedoeld om de altoos durende aanwezigheid en attentie van meelevende familieleden te garanderen.
Nee, sterren demonstreren Gods almacht.
Daarom zegt een bekend lied terecht:
“Hoger dan de blauwe luchten
en de sterretjes van goud
woont de vader in de hemel
die van alle kinderen houdt”.
En inderdaad – die machtige God houdt niet alleen van kinderen, maar van ieder die op Hem vertrouwt!

Moeten we de sterren dan maar een beetje negeren?
Laten we dat maar niet doen.
Dat zeg ik met een schuin oog op Lucas 21. Daar staat namelijk: “En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. En het ​hart​ van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is”[8].
Met andere woorden:
* als Jezus Christus terugkomt op de wolken, kun je dat zien aan het gedrag van de hemellichamen
* dat zal voor veel mensen reuze beangstigend zijn
* maar Gods kinderen worden hoopvol
* want hun Heer komt eraan!

Let op de sterren en hun lichtende kracht
blijf maar hoopvol en bewonder Gods macht!

Noten:
[1] Dat was op dinsdag 17 juli 2018, op NPO Radio 4.
[2] De gegevens van dat boekje zijn: Tamara van den Akker, “Opa is een sterretje”. – Intes International, 2012. – 32 p.
[3] Genesis 15:5.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 15:5, voetnoot 8.
[5] Hebreeën 2:16.
[6] Job 22:12.
[7] Jeremia 31:35 en 36.
[8] Lucas 21:25-28.

30 juli 2018

De wereldhistorie volgens Psalm 104

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In de zomer ligt veel werk in de kerk stil[1].
Er is tijd voor bezinning. Gaat het goed met ons? Wandelen wij op de juiste weg?
En plotseling, als een donderslag bij heldere hemel, kan ook een vraag over onze omgang met God opkomen. Hoe wandelen wij, te midden van onze problemen, met God?

Over het antwoord op die vraag wil ik vandaag op deze plaats enkele woorden publiceren.
Mijn startpunt neem ik in het slot van Psalm 104:
“Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven,
ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang.
Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn,
ík zal mij in de HEERE verblijden.
De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,
de goddelozen zullen er niet meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel!
Halleluja!”[2].

De dichter van deze psalm heeft goed in de natuur rond gekeken. Hij zag het licht. En de hemel. Hij observeerde bovendien zeeën en oceanen.

De dichter weet dat er nimmer meer een zondvloed komen zal. Dat heeft de Here in Genesis 8 afgekondigd.
U kent die tekst misschien wel: “En ​Noach​ bouwde een ​altaar​ voor de HEERE; en hij nam van al het reine ​vee​ en van alle reine vogels, en bracht ​brandoffers​ op dat ​altaar. En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn ​hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer ​vervloeken​ vanwege de mens; de gedachtespinsels van het ​hart​ van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb. Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen ​zaaitijd​ en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden”[3].
In Genesis 9 heeft Hij, als teken bij Zijn proclamatie, de regenboog gegeven: “En God zei: Dit is het teken van het ​verbond​ dat Ik geef tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, alle generaties door tot in eeuwigheid: Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het ​verbond​ tussen Mij en de aarde. Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, dat Ik aan Mijn ​verbond​ zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten. Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig ​verbond​ tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is. God zei dus tegen ​Noach: Dit is het teken van het ​verbond​ dat Ik gemaakt heb tussen Mij en alle vlees dat op de aarde is”[4].

Dat alles wetend schrijft de psalmist met nieuwe geestdrift over zijn waarnemingen in de natuur.
Bergen, grasvelden, vogels, zon en maan: zij alle komen voorbij. De dichter heeft veel moois gezien.
De maker van Psalm 104 eindigt met de woorden die ik hierboven citeerde.
De zondaars zullen van de aarde verdwijnen. De mensen die God eren blijven uiteindelijk over. De Here doet op aarde prachtige dingen. Maar het allermooiste is: de paradijselijke situatie komt terug. Daar gaat het naar toe met de wereld.

Het komt mij voor dat we het bovenstaande goed moeten bedenken als we in ons leven problemen tegen komen. Die vraagstukken kunnen moeilijk zijn. Maar één ding is zeker: al die problemen gaan de wereld uit. Die problemen hebben het eeuwige leven niet. Maar Gods kinderen hebben dat wel.

De dichter van Psalm 104 wist het al: moeilijkheden praat je niet zomaar van de aarde af. Gods kinderen komen iedere dag mensen tegen die grove zonden doen. En ja, ook goddelozen kruisen het pad van christenen. Die prachtige schepping is daarom heden ten dage nooit helemaal gaaf. Maar er komt een grote ommekeer. Want God maakt Zijn werk af.

En waar blijven die goddelozen dan?
Dat heeft de man uit Psalm 104 er niet bij gezet. Er staat geen plaatsbepaling bij. Zo van: de mensen die zichzelf meenden te kunnen redden, gaan naar…
Ach – voor kinderen van God doet dat er niet zoveel toe. Want zij leven in de wetenschap dat het loven van God uiteindelijk het enige is dat overblijft.

De kerk dient met die lof nu al een begin te maken.
Vanuit de werkplaats van de Heilige Geest moet er voor gezorgd worden dat de Here blij kan blijven met Zijn werk.
Laten we niet te snel zeggen dat de wereld van vandaag eigenlijk een beetje minderwaardig is. Soms wordt dat wel eens gesuggereerd. Hier beneden is het niet, zegt men dan. Ik zou willen zeggen: hier beneden is het ook.

De maker van Psalm 104 hoopt vurig dat de Here blij blijft met de schepping. Want hij weet best wat er gebeurt als de blijdschap van de Here wegebt. Kijkt u maar mee:
“De heerlijkheid van de HEERE zij voor eeuwig,
laat de HEERE Zich verblijden in Zijn werken.
Aanschouwt Hij de aarde, dan beeft hij,
raakt Hij de bergen aan, dan roken zij”[5].
Psalm 104 zingt: laat het feest van de Here vooral doorgaan. En er wordt bij gezegd dat de psalmist zijn bedrage aan de vreugde van God leveren zal. Ooit zei een Gereformeerde dominee: “Schep vreugde in het leven! Ach nee, dat hoeft niet meer geschapen te worden, dat is reeds geschapen. Dat heeft God geschapen in den beginne en Hij geeft het nog elke dag”[6].
Op deze wijze, deze lof-waardige en lof-vaardige wijze, is de kerk op weg naar de Jongste Dag: de dag waarop de Here God levenden en doden oordelen zal.

Persoonlijk heb ik het idee dat Psalm 104 met name populair is in de vakantietijd.
We trekken met z’n allen de natuur in. We kamperen een eind weg. We wandelen of fietsen kilometers ver, en aldus genieten wij van alle mooie dingen die de natuur ons biedt. In dat plaatje kan Psalm 104 moeiteloos een plaats krijgen. Sterker nog, het is mooie preekstof voor een hete zomerdag.
Bij dat alles dienen we echter te bedenken dat de 104de Psalm opgenomen is in Gods liedboek voor de kerk. Het is een boodschap voor de kerk: blijf wandelen met Hem, en vergeet niet dat Gods werk doorgaat.
In Psalm 104 gaat het niet in de eerste plaats over mensen die genieten van de vormgeving van blaadjes, de kleurrijkdom der bloemetjes of de anatomie van bijtjes.
Het gaat om het werkplan van de Here God. De uitvoering van Zijn plan is gestart bij de schepping. Bij Genesis 1 dus. Bij de tenuitvoerlegging van dat plan gaat helemaal niets fout. Van vertraging is bij onze Verbondsgod geen sprake. Er zit lijn in de wereldhistorie. Het gaat van de schepping naar het einde van de tijd. Er is geen zinnig mens die dat tegenhouden kan.

Dat leren we trouwens ook uit andere Bijbelgedeelten.
Ik wijs u op woorden uit Psalm 115:
“De hemel, de hemel is van de HEERE,
maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven.
De doden zullen de HEERE niet prijzen,
evenmin al wie in de stilte neergedaald zijn.
Maar wíj zullen de HEERE loven,
van nu aan tot in eeuwigheid”[7].
Verder citeer ik de eerste verzen van Openbaring 19: “En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: ​Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en ​rechtvaardig, omdat Hij de grote ​hoer​ geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar ​hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft”[8].
Het is onontkoombaar: Gods werk gaat door. En Hij voert Zijn plannen helemaal uit.

Nu ligt er nog de vraag uit het begin: hoe wandelen wij, temidden van onze problemen, met God?
We mogen zeker weten dat de Here ons, zeker óók als wij in de penarie zitten, concentratie wil geven op de lijn die zich in de wereldhistorie aftekent. Dat is, zoals ik hierboven reeds schreef, de lijn van schepping naar het einde van de tijden.
Het is die lijn die de door de Heilige Geest geïnspireerde dichter van Psalm 104 wil tonen.
Het is die lijn die wij altijd, desnoods dwars door beproevingen heen, moeten blijven zien.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op woensdag 30 juli 2008.
[2] Psalm 104:33, 34 en 35.
[3] Genesis 8:20-22.
[4] Genesis 9:12-17.
[5] Psalm 104:31 en 32.
[6] Preek van Ds. G. Zomer (1925-1982) over Psalm 104:31-35. Opgenomen in: Ds. G. Zomer, “Uit liefde tot Sion”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak b.v., © 1983. – p. 18-25. Citaat van p. 23.
[7] Psalm 115:16, 17 en 18.
[8] Openbaring 19:1 en 2.

1 juni 2018

Actuele belijdenis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Hoe kun je de Bijbel samenvatten?[1]
Dat hebben al heel wat mensen zich afgevraagd. Zij schreven belijdenissen. Zo komen we aan onze belijdenisgeschriften.
In de kerk sluiten we ons bij die belijdenissen aan. Op die manier zoeken wij heel bewust verbinding met ware gelovigen uit alle tijden en op alle plaatsen.

Als wij nu, in 2018, een nieuwe belijdenis zouden moeten schrijven… wat zou daar dan in geaccentueerd worden?

Laat ik een paar zaken noemen.
Maar ik waarschuw u van te voren: een compleet lijstje is dit zeker niet.

1.
Het feit dat God de Schepper is van hemel en aarde. Hij creëerde de wereld in zes dagen.
Hoe dat precies is gegaan? Niemand van ons was erbij. En omdat de mensen dat gebrek aan kennis wilden opvullen, ontwierpen zij de evolutietheorie. In die theorie steekt het niet op een miljoentje of een miljardje. Die theorie staat diametraal tegenover het christelijk geloof.
2.
Het feit dat de mens van nature diep in de zonde weggezonken is. Hij is, om zo te zeggen, één grote brok zonde. Dat de mens toch tot iets goeds in staat is, is aan God te danken. Hij heeft deze wereld niet in de ellende laten zitten. Wat is God genadig!
3.
Het feit dat Jezus Christus onze enige Verlosser is. Wij verwachten het niet van intermenselijkheid. En ook niet van Allah. En ook niet van het Boeddhisme.
Bij dit alles komt nog dat wij Allah, Boeddha – of welke andere god ook – niet op één hoop vegen met onze God. De eenvoudige reden daarvoor is dat er feitelijk maar één God is. Andere goden zijn er niet.
4.
De troost dat onze Here Jezus Christus ons van zonde en schuld verlost. Als ergens Zijn grote liefde voor het menselijk leven uitkomt, dan is het wel daarin. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden”[2]. Daarin liet Hij Zijn volmaakte liefde zien.
Het is die liefde die in het menselijk leven weerspiegeld mag en moet worden. Daarom is het leven het alleszins waard om uit alle macht beschermd te worden. Van de conceptie tot aan de dood. Van eigenmachtig ingrijpen – door bijvoorbeeld abortus, euthanasie of moord in het criminele circuit – mag geen sprake zijn.
5.
Het feit dat volgelingen van Christus die liefde tonen in het gewone leven. Christenen staan, als het goed is, bekend om hun vriendelijkheid.
Daarnaast zijn christenen eerlijk en betrouwbaar. Bedrog is niet aan de orde. Met christenen kun je, om het zo maar te zeggen, zaken doen!
6.
Het feit dat volgelingen van Christus trouw zijn.
Trouw aan God en Zijn geboden.
Trouw aan de mensen om hen heen.
Huwelijkstrouw is daarom een groot goed.
Seksueel misbruik is uit den boze.
7.
Het feit dat de kerk een groots werk van God is. Tegenwoordig lijkt de algemene regel te zijn: iedereen kan een eigen kerkgenootschap beginnen. Maar dat is, goed beschouwd, nonsens.
De Dordtse Leerregels leren ons: “De uitverkorenen zullen – ieder op zijn tijd – bijeen vergaderd worden en zal er altijd een kerk van gelovigen zijn, die gefundeerd is in Christus’ bloed. Zij heeft Christus, haar verlosser, die voor haar, als een bruidegom voor zijn bruid, aan het kruis zijn leven gegeven heeft, standvastig lief, zij dient Hem met volharding en prijst Hem nu en in alle eeuwigheid. Amen”[3].
8.
Het feit dat de burgers van deze wereld in twee kampen verdeeld zijn: voor of tegen Christus. Het is van tweeën één: hemel of hel. Een grijs gebied is er niet.
Verhalen dat mensen als sterren in een heelal zweven zijn aantrekkelijke fantasieën. Die verhalen kloppen echter niet.
We zeggen wel eens: zij was een goed mens. Of: hij was een slecht mens. Ten diepste is de tegenstelling echter niet ‘goed of slecht’, maar ‘voor of tegen Christus’.

Wie het bovenstaande overziet, ontdekt ongetwijfeld elementen uit de apostolische geloofsbelijdenis. Ook andere belijdenisgeschriften komen langs.
En dat is de bedoeling ook. Want de kerk van nu staat op de schouders van het voorgeslacht. Zij gaat het wiel heus niet opnieuw uitvinden!

Er is wel eens geopperd dat er een belijdenistekst moet komen “die boven culturen uitgaat, breed gedragen wordt en niet tijdgebonden is”[4].

Ik kan u vertellen dat dat niets wordt.
Dat klinkt flauw en vervelend. Maar het lijkt mij toch een realistische kijk op het gelovig belijden in de eenentwintigste eeuw.
Immers, in de kerk moet iedere generatie in de context van zijn tijd het geloof belijden.
En: in de kerk moet iedere generatie de consequenties daarvan in de praktijk van alledag tonen.

Maar kan de belijdenis anno Domini 2018 niet heel kort zijn?
Bijvoorbeeld: ‘Jezus Christus, ja Hij alleen’?
Dat klinkt prima.
En inderdaad – de Heiland staat in de Bijbel centraal. Maar er staat toch nog veel meer in Gods Woord; dat mogen we niet vergeten. Laten we niet net doen alsof de kern van de Heilige Schrift op een geel Post It-plakkertje past.

Belijdenis doen van je geloof: dat is een kwestie van alle tijden.
De consequenties van het geloof laten zien: dat is, als het eropaan komt, een taak voor iedere dag.

Noten:
[1] In dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 18 juni 2009.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 9.
[4] Dat pleidooi werd gehouden door de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee R.C. Janssen. Zie: “Pleidooi voor een nieuwe belijdenis”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 17 juni 2009, p. 2.

16 mei 2018

Aanwezig van den beginne

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wij leven naar de Pinksterdagen toe.
Die Geest wordt op de eerste Pinksterdag uitgestort. De door Jezus Christus beloofde Trooster gaat met Zijn werk in de kerk beginnen. En dat zal de wereld gaan merken!
Maar dat wil niet zeggen dat de Heilige Geest in het Oude Testament niet actief was.

Dat merken we meteen in het begin van de Bijbel.
In het tweede vers van Genesis 1 komt de Heilige Geest al in beeld: “De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de ​Geest van God​ zweefde boven het water”[1].
Woest, dat wil zeggen: vormeloos en chaotisch.
Leeg: er is geen enkele vorm van leven; dat is afschrikwekkend.
Duisternis: voor de oosterling is duisternis iets verschrikkelijks; men verbindt die met de hel, met absolute godverlatenheid[2].
Echter: op dat desolate terrein is God er al wel. De Heilige Geest is in volle glorie aanwezig!

Over het hoe en waarom van de schepping wordt al decennialang gediscussieerd.
Hoe is dat gegaan?
Genesis 1 zet in met de mededeling: “In het begin schiep God de hemel en de aarde”[3].
Vlak daarna valt te lezen dat de Geest van God boven het water zweefde.
Hoe moet je dat lezen? Zit er een grote tijdsruimte tussen dat eerste en dat tweede vers? Daar is een uitgebreide theorie over: de gap-theory, in het Nederlands: de klooftheorie.
Er worden ons ook allerlei andere ingewikkelde vraagstukken opgedrongen.
Moet je in de evolutie geloven?
Gaan geloof in God en de evolutie samen, of kan dat niet?
Moet je zeggen: God is het begin van alles, maar daarna heeft Hij Zich teruggetrokken en daarna heeft de natuur zich op eigen kracht verder ontwikkeld?
Zo zijn er nog veel meer vragen te stellen.

Hoe moet je je de werkzaamheden van Gods Geest voorstellen?
Een uitlegger beschrijft het zo: “…de materie bevond zich in chaos, aangezien nog geen energie de materie beïnvloedde en orde schiep, dat gebeurde pas doordat de Geest Gods over de wateren zweefde. Dit zweven kunnen we interpreteren als het instellen van de natuurwetten”[4].

Hoe dat zij – één ding is zeker. Als de wereld geschapen wordt, is de Geest van God present.
Hij is er, volop actief.
Wat doet Hij daar, in Genesis 1?
Misschien kunnen we dat als volgt zeggen: de Heilige Geest zorgt er voor dat de woeste en lege aarde in stand kan blijven; Hij creëert de voorwaarden waardoor leven op aarde mogelijk wordt.
De Geest van God is blijkbaar onmisbaar in het werk van de schepping. Door Hem wordt leven op aarde mogelijk[5].

De beschrijving van de schepping in Genesis 1 en 2 is bedoeld om te tonen Wie God is.
Hij is oppermachtig.
Hij maakt iets uit niets.
En de Heilige Geest? Hij heeft, om zo te zeggen, een actieve rol bij de openingsacte van het Goddelijk scheppingswerk. Hij laat ons kennis maken met God. Vanaf het begin toont Hij wat Goddelijke zorg vermag.
En nóg altijd kunnen wij, als we goed kijken, iets van die zorg zien. Paulus schrijft in Romeinen 8 namelijk: “… zovelen als er door de ​Geest van God​ geleid worden, die zijn ​kinderen​ van God”[6].
De zorg van God komt tot uiting in onzichtbare dagelijkse leiding van Gods Geest. Niettemin is het wel duidelijke leiding!

Heel duidelijk komt de activiteit van de Heilige Geest ook naar voren in Psalm 104. Ik citeer:
“Hoe groot zijn Uw werken, HEERE,
U hebt alles met wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van Uw rijkdommen”[7].
En:
Alle schepselen “…wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem”[8].
Met andere woorden:
de Heilige Geest was en is betrokken bij het scheppingswerk dat op deze aarde gebeuren moet.

De hemelse God troont boven op deze aarde. Hij heeft, om met Mattheüs 28 te spreken, “alle macht in hemel en op aarde”[9].
Maar vanaf het eerste begin, in Genesis 1, is God erbij. De Heilige Geest is verzorgend bezig.
En ook vandaag gaat Zijn scheppingswerk nog door.

Dat blijkt ook uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Daarin staat te lezen: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt”[10].
Ook vandaag treedt de Heilige Geest scheppend en herscheppend op. De wisseling van de seizoenen bewijst dat; ook dáár heeft de Geest de hand in. In de kerk wordt het leven van gelovige mensen weer op koers gelegd; de Heilige Geest heeft er veel werk van.

De Heilige Geest zweefde boven het water, jazeker.
Maar zijn werk is allesbehalve zweverig!

Noten:
[1] Genesis 1:2.
[2] Zie hierover: W.J. op ’t Hof, “De geest op Gods wateren”. In: Kerkblad – uitgave van de Hersteld Hervormde Kerk, vrijdag 22 juni 2007, p. 265.
[3] Genesis 1:1.
[4] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/HB302.pdf ; geraadpleegd op donderdag 3 mei 2018.
[5] Zie: Ds. M.T. Al-Chalabi, “Woest en ledig” – meditatie. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 6 juli 2017, p. 5.
[6] Romeinen 8:14.
[7] Psalm 104:24.
[8] Psalm 104:27-30.
[9] Mattheüs 28:18 b.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.