gereformeerd leven in nederland

11 februari 2016

Identiteit, kleur, ligging…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is u, naar ik aanneem, genoegzaam bekend wat mijn kerkelijke identiteit is[1]. Ik ben Gereformeerd.

Heden ten dage is die aanduiding echter veelal onvoldoende.
U moet namelijk ook aangeven wat uw kleur is.
Kerkelijke kleur: wat is dat? Wel, die kleur duidt op de persoon die u bent.

Verder moet u weten dat het in onze tijd niet oké is om alleen maar te zeggen wat uw identiteit is en welke kleur u heeft. U moet – om zo te zeggen – achtereenvolgens aangeven wat uw identiteit, uw eigenheid en uw individualiteit zijn: daarbij gaat het om uw manier van Gereformeerd-zijn, uw kerkelijke kleur en uw klerikale ligging.
Nee, nee – Gereformeerd: dat is niet zomaar wat!

Ooit las ik in het Nederlands Dagblad woorden van de inmiddels geëmeriteerde Gereformeerd-vrijgemaakte hoogleraar M. te Velde. Hij sprak indertijd over de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Hij zei toen dat de werkelijkheid “laat zien dat gemeenten hun eigen kleur en ligging hebben. Die ruimte moet er volgens hem zijn. ‘Dan heb ik het over kleur, niet over de vraag of het nog langer gereformeerd is’. Het betekent volgens hem dat kerken elkaar niet beconcurreren of uitsluiten vanwege kleur en ligging”[2].
Alsof u een emmer leeg gooit. Vindt u ook niet?

Eigenlijk hoop ik maar dat ik goed lig in de kerk.
Wilt u iets weten over mijn kleur? Vooruit dan.
Mijn ziel is zwart van zonde; ik weet dat zeer wel.
En mijn toekomst is zonnig; geel, zo u wilt. Laat ik het zo maar samenvatten.

In de Bijbel gaat het trouwens niet in de eerste plaats over de ligging van kerkmensen. En ook niet over hun kleur.

Gods Woord begint met de scheppende Machthebber: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren”[3].
Gods Woord eindigt met diezelfde hoge God die scheppende kracht heeft: “De genade van de Here Jezus zij met allen”[4].
Wie goed kijkt ziet de drie-enige God aan het werk: Vader, Zoon en Heilige Geest. In de kerk is ruimte voor Hem.
En het is zo dat de Here – die scheppende Machthebber, die God die hoog boven alle schepselen troont – een plek voor ons creëert in de vergadering van Zijn kinderen. Waarom zeuren wij dan nog over ‘onze’ plek?

De Bijbel schetst ons twee wegen:
“Welzalig de man die niet wandelt
in de raad der goddelozen,
die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht”[5].
Laten wij attent zijn.
Er staat: “Welzalig de man die niet wandelt…”.
Er zijn veel mensen die zeggen dat wij open moeten staan voor Gods Woord. De suggestie is duidelijk: als wij open staan voor wat God zegt, dan komen Zijn woorden als vanzelf tot ons. Laten wij echter voor zulk een passieve opstelling waken!
Want in Psalm 1 gaat het, om zo te zeggen, over onze handbagage tijdens de wandeling door de wereld. Wat ligt boven in de rugzak?
* Instructies van goedwillende, maar opdringerige goddelozen?
of
* het gezaghebbende en koersbepalende Woord van God?

Daar valt het woord ‘gezaghebbend’. En daarmee raak ik aan een fundamenteel probleem dat zich – naar mijn idee – in onze dagen voordoet.
Velen zijn, om zo te zeggen, te eigen met Gods Woord geworden. Men acht de Bijbel een belangrijk en belangwekkend Boek. Zeker wel. Maar om nu te zeggen dat dat overal absoluut gezag heeft, dat gaat heel wat mensen veel te ver.
Want luister eens: God gunt ons onze individualiteit, zo verkondigt men met veel aplomb. Ik mag bij Hem komen zoals ik ben, zeggen de mensen, terwijl de vreugde in hun stem meetrilt.
“’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is”, zingen massa’s mensen in de kerk[6]. Nou dan!
Voordat u ‘t weet is God de vriend van al die mensen.
Voelt u dat daar iets fout gaat?

Gods Woord heeft gezag. En dat moet in de praktijk blijken.
Dat is mijn conclusie vandaag.
Dat is natuurlijk niets nieuws.
Maar het is goed om dat weer eens tot mij door te laten dringen. En u, als lezer, heeft daar wellicht ook nog wel wat aan.

Identiteit, kleur, eigenheid, individualiteit, personaliteit, persoonlijkheid, ligging: zo lang dit soort woorden veelvuldig in allerlei kerken te horen zijn is er reden voor argwaan. De denkrichting is dan niet zelden helemaal verkeerd.
Zulk woordgebruik leidt niet zelden tot Woordmisbruik.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 9 februari 2007.
[2] “Gezocht: vrijgemaakt-gereformeerde ontspannenheid”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 8 februari 2007, p. 2.
[3] Genesis 1:1 en 2.
[4] Openbaring 22:21.
[5] Psalm 1:1 en 2 (onberijmd).
[6] Gezang 37:1 (Gereformeerd Kerkboek)

11 januari 2016

Fijngevoeligheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , ,

Vandaag wil ik een paar woorden schrijven over fijngevoeligheid[1].
In de kerk zijn we in de regel niet zo fijngevoelig. Daarin verschillen we, zo valt te vrezen, niet zo heel veel van de wereld. De drukte van de dag maakt ons soms grof. Het werk dat in de kerk moet gebeuren, geschiedt naast onze dagelijkse bezigheden. Daarom kunnen we niet bij iedere punt en komma stil staan. Maar al die bedrijvigheid is niet zelden een bedreiging voor onze bedachtzaamheid.

Het is u ongetwijfeld genoegzaam bekend dat dat woord in de Bijbel voorkomt.
We vinden het in Philippenzen 1: “En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God”[2].

Daar staan ze vlak bij elkaar: kennis, liefde en intuïtie. We hebben ze alle drie even hard nodig.

In welk verband staat die fijngevoeligheid?
Daarover wil ik in drie korte alinea’s iets zeggen.

1.
Paulus schrijft dat hij de gemeente in Philippi op zijn hart draagt.
Dat betreft heel nadrukkelijk alle leden van die gemeente. Het staat er haast om het andere woord: u allen, u, allen. Paulus heeft dus het oog op iedereen. Niet op een paar mensen die hij wat beter kent. Hij let ook niet enkel en alleen op de mensen die pastorale hulp nodig gehad hebben. Nee, hij heeft heel de gemeente in het vizier.

2.
Paulus noteert verder het een en ander in verband met zijn verdediging en bevestiging van het evangelie.
Die termen doen aan de rechtspraak denken. Het evangelie is op zo’n manier gebracht dat niemand er meer omheen kan. Paulus is gevangen. Jazeker. En aangeklaagd. Dat ook. Maar aangeklaagd of niet: hij is advocaat van Gods blijde Evangelie. Iemand schreef: “de rechtsgeldigheid van het evangelie is komen vast te staan (…), is aan het licht gekomen”[3].

3.
En dan, opeens, gaat het in Philippenzen 1 over genade.
In een oogwenk is die hele rechtbank uit beeld.
Het gaat over Gods liefdadigheid: “Zó van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf, omdat ik u op het hart draag, daar gij allen, zowel bij mijn gevangenschap als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten zijt van de mij verleende genade”[4]. Tès charitos staat er: genade. De Verbondsgod is charitatief bezig door de Evangelieverkondiging aan Paulus toe te vertrouwen. En die Philippenzen krijgen diezelfde genade. Ze werken mee aan die verkondiging. De gemeente in Philippi staat bol van de charitas.
En Paulus brengt de Philippenzen in het gebed bij de Here: maak hen nog sterker; en nog liefdevoller.

Laat ik het bovenstaande simpel mogen samenvatten. Christelijke fijngevoeligheid heeft klaarblijkelijk raakvlakken met:
* de schatbewaarder van de Waarheid, ofwel: het collectief van de gemeente;
* de garantie van de Waarheid, ofwel: de zekerheid van de gemeente;
* totale overgave aan de verkondiging van de Waarheid, ofwel: de houding van de gemeente.

Jaren geleden is het al dat iemand klaagde: in de kerk moest eens wat vaker gepreekt en gesproken worden over fijngevoeligheid. Want die fijngevoeligheid, die raakt hoe langer hoe vaker uit beeld.
Dat is een beetje droevig.

Maar bij nader inzien is het eigenlijk wel logisch dat die fijngevoeligheid verdwijnt.
Want wat gebeurt er?

In veel kerkgenootschappen vallen gemeentes uit elkaar. Dominees worden los gemaakt. Gemeenten raken los van het kerkverband. In veel kerkelijke gemeenten is tweespalt. En als die er niet is, is er niet zelden sprake van al of niet onderhuidse spanningen. Dan kan de gemeente – jawel: heel de gemeente – geen goede schatbewaarder zijn. Dat staat als een paal boven water.

Paulus heeft het Evangelie zo gebracht dat niemand er meer omheen kan. Het staat zo vast als een huis. De storm steekt wellicht op. En de regen valt misschien met bakken tegelijk uit de lucht. Maar het huis stort niet in. Want het is op de rots gebouwd.
Maar:
* als zondag en zondagsrust voor christenen op z’n minst voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn…
* als christenen enige vrijheden hebben om te theoretiseren over de aard der waarheid in Genesis 1 tot en met 11…
* als christenen misschien wel moeten twijfelen aan de historiciteit van de geschiedenissen rond Job en Jona…,
ja dan stort dat huis vrij snel in. Dan is zijn val groot, om met Mattheüs 7 te spreken. Dan kan de gemeente – jawel: heel de gemeente – maar moeilijk vasthouden aan de garantie van de Waarheid. Dat staat als een paal boven water.

We leven in een tijd waarin velen datgene doen wat in hun eigen ogen goed is. Er zijn enorme verschillen in levensstijl. Het individualisme heeft op het kerkplein al duizenden verslagen. Te vrezen valt dat er nog tienduizenden onderweg zijn. Bij dit alles komt nog dat Schriftkennis bij velen vervaagt. En de kerkgeschiedenis is voor grote groepen gelovigen oneindig ver weg.
Dit alles is mijlenver verwijderd van de totale overgave van de gemeente– jawel: heel de gemeente – aan de Waarheid. Dat staat als een paal boven water.

Wellicht is iemand thans geneigd om te zeggen: ach, het is een soort slingerbeweging. In periode één zijn wij wat preciezer. In periode twee zijn wij, om zo te zeggen, wat rekkelijk. Ach, het gaat wat heen en weer, zo beweren sommigen. En vervolgens spreekt men de hartelijke hoop uit dat u wat relativeringsvermogen in huis heeft.
Wie aldus spreekt maakt zich er, naar het mij voorkomt, iets te makkelijk vanaf.
Want wat doet Paulus in Philippenzen 1?
Hij verwijst – notabene! – naar de wederkomst van Christus. Ik citeer nog even: “Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus”[5]. Dat staat er werkelijk.
Daarom moet u dat relativeringsvermogen maar elders inzetten.

En laten wij het niet vergeten: “…zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Dan zullen er twee in het veld zijn, één zal aangenomen worden en één achtergelaten worden; twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, één zal aangenomen worden, en één achtergelaten worden. Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt”[6].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 15 december 2006.
[2] Philippenzen 1:9, 10 en 11.
[3] Zie: Dr. L. Floor, “Filippenzen – Een gevangene over de stijl van Christus”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 1998. – p. 50-53. Citaat van p. 51.
[4] Philippenzen 1:7.
[5] Philippenzen 1:10.
[6] Mattheüs 24:37-42.

7 januari 2016

Het Evangelie van de boekrol

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Jeremia heeft, als ik het goed weet, het imago van een onheilsprofeet[1]. Het Bijbelboek dat naar hem genoemd is telt niet minder dan tweeënvijftig hoofdstukken. Het is dus geen boekje dat u en ik gemakkelijk over het hoofd zien. En het staat heus ook in de Bijbel van onze predikanten. Nu kan ik mij vergissen. Maar volgens mij wordt er relatief weinig uit Jeremia gepreekt.
Men kan zich afvragen waarom dat zo is. Wellicht is het boek, qua taal of stijl, erg ingewikkeld. Misschien vinden de dominees het boek te confronterend: voor zichzelf of voor hun gemeente.
Hoe dat zij: er zijn op z’n minst twee verontschuldigingen die men niet kan aanvoeren.
a.
Men kan niet met droge ogen beweren dat Jeremia een saai boek is. Niets is namelijk minder waar. Er valt van alles te beleven, als ik het zo zeggen mag.
b.
Men kan bovendien niet volhouden dat Jeremia niet zo erg actueel is. Dat is het wel degelijk.
Vandaag gaat het op deze internetplek over Jeremia 36. Wie het spannend wil maken kan boven dit stuk zetten: boeiende belevenissen rond een boekrol. Maar ik koos een voor een andere titel. Het zal u spoedig duidelijk worden waarom ik dat deed.
Eén ding is zeker: in verband met dat Schriftgedeelte is veel te zeggen. Zet u maar schrap.

Jeremia moest een boekrol vol schrijven met woorden van God. Op zichzelf was dat trouwens al bijzonder. Immers: Jeremia had al geprofeteerd. Hij had Gods oordelen al doorgegeven. Maar nu moest het allemaal ook worden opgeschreven. Al die ‘losse profetieën’ kwamen nu dus achter elkaar te staan. Jeremia had een secretaris, Baruch geheten. Diezelfde Baruch ging namens Jeremia naar de tempel om uit de boekrol voor te lezen. Jeremia zélf had namelijk een straatverbod; hij mocht niet in de tempel komen.

Daarna moest Baruch de inhoud van de boekrol nog een keer voorlezen toen een aantal hoge ambtenaren van Jojakim meeluisterde.
Die leden der ‘raad van state’ dachten er zo het hunne van. Proclameer deze woorden vooral niet, zeiden zij. Jeremia en Baruch moesten maar snel dekking zoeken. Want de tekst op die boekrol was buitengewoon onheilspellend! Er stond op dat de koning van Babel Israël compleet zou vernielen. Zijn aanwezigheid zou destructieve gevolgen hebben: alles zou plat gaan. En het hele volk zou worden vermoord: genocide noemen we dat tegenwoordig.
Wie wil zulke boodschappen horen? Niemand natuurlijk. Derhalve werd de boekrol zorgvuldig opgeborgen in het kantoor van de secretaris des konings. Want dit waren ronduit staatsgevaarlijke documenten!

Maar daarna werd alles toch ook aan de koning verteld. Geen wonder: het landsbelang was ermee gemoeid. Dan mag je je toch niet stilhouden?

Vervolgens moest de tekst van die boekrol nog een keer voorgelezen worden. Dat gebeurde door Jehudi, een bode van de koning.
Telkens als er een paar kolommen gelezen waren, sneed de koning van Juda – Jojakim – ze af en smeet ze in het vuur. Wat de omstanders ook zeiden, het hielp geen zier. Koning Jojakim hield zijn mes paraat. En het vuur bleef branden. Weg met die onheilswoorden! Hoezo landsbelang?

De struisvogelpolitiek van koning Jojakim hielp uiteindelijk echter niet.
Een poging om Jeremia gevangen te nemen mislukte jammerlijk.
Jeremia moest opnieuw een boekrol laten maken, met dezelfde tekst erop.
En de Here strafte Jojakim. Hij zou worden gedood. En een staatsbegrafenis zat er voor hem niet in. Sterker: dit koningshuis zou niet meer verder regeren.
Heel het volk moest boeten. Want er was niemand meer die naar de Here luisterde!
Tenslotte kwam de nieuwe boekrol er ook echt. En Gods Woord kwam er opnieuw op te staan. En nu nog uitgebreider. Zijn Woord was nu nog gedetailleerder!

Een spannende geschiedenis, vindt u ook niet?
Een geoefende bestsellerauteur heeft er – denk ik – weinig moeite mee om aan de hand van dit materiaal een goed verkopende thriller te schrijven.

Het komt mij voor dat wij al deze zaken Anno Domini 2016 niet voor kennisgeving aan kunnen nemen. In het kader van Jeremia 36 wil ik achtereenvolgens iets schrijven over:
1. de onfeilbaarheid van Gods Woord
2. de beloften binnen Gods Verbond
3. de gehoorzaamheid van Gods volk.

1.
Wie deze historie tot zich door laat dringen, heeft wellicht in eerste instantie de neiging om een beetje te gaan glimlachen. Gods Wóórd verbranden: dat lijkt iets uit vroeger eeuwen. Dat doen we zo niet meer. Zulke pyromanie, dat hoort bij sommige mensen waar, populair gezegd, psychisch iets helemaal mee mis is. Verstandige zielen doen dat in 2016 zo niet meer. Brandjes stichten: dat is ziekelijk.
Maar laten wij ons niet vergissen.
Ik geloof dat dat afgesneden Woord ook Gereformeerden nog wel iets te zeggen heeft.
Er zijn mensen die zeggen dat wij bepaalde Schriftgedeelten wellicht verkeerd interpreteren. Sommige gedeelten uit de Heilige Schrift kan men waarschijnlijk niet beschouwen als geschiedschrijving, zegt men dan. Die moeten u en ik meer literair bekijken. Misschien zijn het wel raamvertellingen: verhalen die ingebouwd zijn in een groter geheel; in het ‘kader’ wordt dan de reden genoemd om de eigenlijke historie te vertellen.
Het zijn onder anderen Gereformeerde theologen zijn die zulke dingen zeggen. Ze zeggen het niet zo hard. Ze omgeven hun stellingnames met woorden als ‘waarschijnlijk’, ‘wellicht’ en ‘mogelijkerwijs’. En wij horen ook een term als ‘de mogelijkheid van een metaforische uitleg’. Welnu, toen ik las over Jojakim moest ik aan zulke Godgeleerden denken. Waarom? Jojakim was aan het snijden in de boekrol waar woorden van God op stonden. Hij had in geen zin in al dat onheil. Hij snapte er niks van. Waar haalde Jeremia al die woorden toch vandaan? Die Jeremia was gewoon een lastpak. Jojakim wenste niet naar Gods Woord te luisteren. In het vuur met die boekrol! Dan waren ze er meteen van af.
Ik weet het wel: die Gereformeerde theologen willen niet van Gods Woord af. Helemaal niet. Ze gooien de Bijbel niet integraal op de brandstapel die klaargemaakt wordt voor de volgende oudejaarsdag. Maar inmiddels hanteren sommige Gereformeerde theologen wel het schrijversmes om sommige Schriftgedeelten duidelijk te markeren. Dat zijn die Bijbelgedeelten die zij niet helemaal doorgronden. En ze pakken een pen om in de kantlijn bij die Schriftgedeelten woorden te schrijven als ‘interpretatie mogelijk?’ of: ‘kadervertelling?’.
Voordat we het weten komen die theologen – en wij uiteindelijk ook! – een klein beetje in de buurt van Jojakim. Ze zetten een paar stappen in zijn richting. Onbewust misschien. Onbedoeld waarschijnlijk. Als ik het goed zie hebben die theologen éénzelfde probleem als Jojakim: ze zien niet precies wat de Here wil doen; de ratio, het verstand kan niet zegevieren.
De grote vraag die wij onszelf steeds weer behoren te stellen is: zullen wij nooit vergeten dat Gods Woord door de Heilige Geest geïnspireerd is? Het is het onfeilbare Woord van God. Van kaft tot kaft. Al Gods woorden komen uit!

2.
Een volgende kwestie die mij hier opvalt is de alles overheersende macht van Gods Woord. Zelfs als dat na voorlezing meteen wordt verbrand, heeft het allerlei gevolgen die op de duur voor iedereen merkbaar zijn. De plannen die de Verbondsgod heeft, worden werkelijk doorgezet.
Dat geldt niet alleen daar waar het gaat om Gods oordeel over Zijn ongehoorzame volk.
Het gaat nog veel verder. Er staat: “Daarom, zo zegt de HERE aangaande Jojakim, de koning van Juda: Hij zal niemand hebben, die op de troon van David is gezeten, en zijn lijk zal neergeworpen liggen in de hitte overdag en in de koude des nachts; Ik zal aan hem, zijn nakomelingen en zijn dienaren hun ongerechtigheid bezoeken, en Ik zal over hen en de inwoners van Jeruzalem en de mannen van Juda al de rampspoed brengen, waarvan Ik tot hen gesproken heb, zonder dat zij gehoor hebben gegeven”[2].
Wie dat leest, zou toch zeggen: ‘Nu loopt het dood. Alle hoop is thans vervlogen. Met Juda wordt het niets meer. En de Messias kunnen wij wel vergeten. Pak uw theologische boeken maar in. Berg uw Bijbeltje maar op. Het is afgelopen. Einde. Uit’.
Maar de Here redt! Wat Hij beloofd heeft blijft van kracht. De Heilige Geest verwerkt Gods Zoon. En de Zoon krijgt een plek in een geslacht uit Juda. Die oplossing is, om met 1 Corinthiërs 2 te spreken, in geen enkel mensenhart opgekomen[3].
Het is, kortom, de Here zelf die Zijn Verbondswoord waar maakt!

3.
De Here heeft te maken met een hardleers volk. Want de boekrol wordt verbrand. En de koning en al zijn vorsten staan er stoïcijns bij te kijken. Het staat er werkelijk: “Zij verschrokken niet en scheurden hun klederen niet, de koning noch een van zijn dienaren, die al deze woorden hoorden”[4]. In gewoon Nederlands betekent dat: het interesseert hen in het geheel niets. Geen klap. En wat doet de Here? Voor ons gevoel zou het logisch geweest zijn als de Here had gezegd: laat dan maar, Ik zoek andere mensen op waar Ik mee verder ga. Maar dat doet Hij niet. Hij laat een nieuwe boekrol maken, waar Zijn Woord nog uitgebreider op staat.
Dat Woord gaat over straf. Jazeker.
Mensen van buiten de kerk kunnen zeggen: is dit nu een heilsboodschap voor de kerk? Kan iemand daar in 2016 nog mee aankomen? Zelfs als die persoon in feite een tamelijk onbeduidend weblogschrijver in een koud kikkerland is? Het antwoord daarop luidt eenduidig en volmondig: jazeker, toch wel!
Want er staat nog meer in Jeremia 36. Ik citeer: “Misschien zal het huis van Juda luisteren naar al de rampspoed die Ik hun denk aan te doen, opdat zij zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en Ik hun ongerechtigheid en zonde vergeve”[5]. De kerk van vandaag moet de oren open hebben: er moet gelúisterd worden. En dan, ja dan is er vergeving.
De kerk mag met woorden van Psalm 130 zeggen:
“Als Gij, HERE, de ongerechtigheden in gedachtenis houdt,
Here, wie zal bestaan?
Maar bij U is vergeving,
opdat Gij gevreesd wordt.
Ik verwacht de HERE,
mijn ziel verwacht en ik hoop op zijn woord”[6].
We mogen het weten: God zet Zijn plannen door. Dat er boekrollen aan het vuur worden prijsgegeven doet daar niets aan af. De Verbondsgod demonstreerde dat in Jeremia 36 door een nieuwe boekrol vol te laten schrijven. En de boodschap was helder: wat Ik heb laten opschrijven, dat gaat werkelijk door.
Van de boodschap op die boekrol werd niemand blij.
Maar Gods kinderen van 2016 beseffen: we moeten op Zijn Woord blijven hopen. Jezus zei het zelf in Lucas 13: “Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen”[7]. Wij moeten blijven hopen, en blijven strijden. Dwars door alles heen. Dan komen wij niet verkeerd uit. Ook niet in de eenentwintigste eeuw. Uiteindelijk is dat het Evangelie van de boekrol.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 19 december 2006.
[2] Jeremia 36:30 en 31.
[3] Zie 1 Corinthiërs 2:7-10: “…wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God reeds van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.
Maar, gelijk geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord
en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.
Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods”.
[4] Jeremia 36:24.
[5] Jeremia 36:3.
[6] Psalm 130:3, 4 en 5 (onberijmd).
[7] Lucas 13:24.

28 december 2015

Dominee J.R. Visser en Gods navolgers

In het Reformatorisch Dagblad van donderdag 17 december 2015 staat een vraaggesprek met dominee J.R. Visser. “Ds. J.R. Visser zag geen andere mogelijkheid dan GKV verlaten”; aldus luidt de kop[1].

In het bericht is te lezen: “Hij staat bekend als een kritisch volger van de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Ds. Visser, tot begin november predikant in Dronten-Noord, roert zich al jaren in discussies over Schriftgezag, hermeneutiek en verschuivingen in de ethiek. Als representant van een groep behoudende vrijgemaakt gereformeerden wierp hij meer dan eens de vraag op of het nog langer mogelijk is om lid te blijven van de GKV, een veranderende kerk”.

Dominee Visser zegt onder meer: “Kort gezegd komt het erop neer dat in discussies over bijvoorbeeld echtscheiding, de vrouw in het ambt en homorelaties steeds vaker wordt gesteld: op grond van de Bijbel kunnen die dingen niet door de beugel, maar kijkend naar de situatie van nu kan het worden toegelaten, mits je redeneert vanuit de principes van de Bijbel.
Die principes zijn dan bijvoorbeeld zaken als rechtvaardigheid en liefde. Dat zijn natuurlijk op zichzelf goede zaken, maar we moeten ook willen buigen voor het Woord als het ons dingen ge- of verbiedt die juist haaks staan op wat maatschappelijk geaccepteerd wordt in onze geseculariseerde samenleving. Het Evangelie is tegendraads, dat was het al in de tijd van het Nieuwe Testament, en dat is het nog steeds”.

Het komt mij voor dat dominee Visser hier de vinger op een zere plek legt.
In het kerkverband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wil men nog wel vanuit Gods Woord redeneren. Maar daarbij is bij de voortduur het motto ‘blijf positief’! Zodra het over negatieve dingen gaat, haakt men af. Oordeel, toorn van God, vermaning, tucht: dat zijn woorden en termen die men liefst zo weinig mogelijk gebruikt. En de toepassing ervan is al helemaal een moeizame zaak.

En dat, geachte lezer, is ten diepste een ramp voor de kerk.
Want de zonde is in onze wereld een grote macht. Ook kerkmensen zijn er behept mee. Daar mogen we dus niet aan voorbij kijken. En dat laatste gebeurt in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) steeds vaker. Vanwege die positiviteit. Als we niet positief blijven, kunnen we de boodschap van de kerk ‘niet goed verkopen’.
Onder dat motto worden allerlei dingen goed gepraat die op basis van Gods Woord tuchtwaardig moeten worden geacht.
Als men zich eenmaal op het hellend vlak bevindt, gaat de neergang steeds sneller!

Uit het bericht in het Reformatorisch Dagblad blijkt dat er voor dominee Visser weinig anders op zat dan de GKv te verlaten.
“Het werd moeilijk voor me om te functioneren in de GKV. Ik was al vaker gevraagd door de GKN om een beroep te overwegen, maar had de boot altijd afgehouden. Op het moment dat duidelijk werd dat ik niet in Dronten kon blijven, bleek ook dat een beroep vanuit een andere GKV-gemeente er voorlopig niet in zat. Toen ik opnieuw benaderd werd door de GKN-gemeente in Zwolle, heb ik daarom aangegeven een beroep in overweging te willen nemen. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik de overstap heb gemaakt”.

Dat lezende vraag ik mij af of dominee Visser de leden van zijn vorige gemeente heeft opgeroepen om zich van de GKv af te scheiden.
In het Formulier voor de bevestiging van dienaren des Woords lees ik onder meer: “Zij verzorgen deze schapen van Christus door de verkondiging van het Woord, door de bediening van de sacramenten en door de dienst der gebeden. Zo wordt de kudde gevoed en op de rechte weg geleid”.
En:
“In de eerste plaats moeten zij het Woord van God zuiver en onverkort aan hun gemeente verkondigen.
En om niet meer te noemen:
“Zij zullen alle dwalingen en ketterijen met Gods Woord weerleggen, de onvruchtbare werken van de duisternis ontmaskeren en de gemeenteleden oproepen Gods navolgers te zijn en in het licht te wandelen[2].
Ja, ik weet wel dat een oproep tot reformatie in een individualistische tijd soms bijna misplaatst lijkt te zijn. Maar naar mijn inzicht moet een Gereformeerde predikant die oproep wel doen; luidkeels en zonder terughoudendheid!

Wederom citeer ik het Reformatorisch Dagblad.
“De predikant hoopt dat de GKN en de andere afsplitsing van de GKV, De Gereformeerde Kerken hersteld (DGK), op termijn nader tot elkaar komen. ‘Daarnaast gaat in de GKN de aandacht uit naar het opbouwen van een geordend kerkverband. In de begintijd ging de aandacht noodgedwongen vooral uit naar het leiden van de eigen gemeente. Nu er meer predikanten zijn en de gemeenten groeien, ontstaat de mogelijkheid om de zaken ook kerkordelijk beter te regelen. We willen ons wat dat betreft zo veel mogelijk aan de Dordtse Kerkorde houden’”.

Als het hierom gaat, sluit ik mij graag bij dominee Visser aan.
Het is bekend dat De Gereformeerde Kerken (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) juist op het punt van de kerkordelijkheid nogal van elkaar verschillen. Het is heel hard nodig dat DGK en GKN samen optrekken, juist ook om elkaar op dit punt te versterken en – waar nodig – te corrigeren. En nee, dat corrigeren van elkaar is geen schande. We hebben het allemaal nodig om steeds weer op de rechte weg geleid te worden. Laat daarbij dan eerst en vooral Gods Woord open gaan!

Het is niet moeilijk om ons voor te stellen hoe zwaar dominee Visser het in de afgelopen tijd heeft gehad.
En we horen niet zelden van gelovige broeders en zusters die aarzelend op de grens staan. Voor een kerkelijke overgang is moed nodig. Heel veel moed.
Maar het moet helder wezen: die moed wordt door de God van hemel en aarde gegeven. Laten wij bidden dat velen, gedreven door kracht van de God die een verbond met Zijn kinderen sloot, moedige navolgers van God zullen blijven. Laten wij bidden dat nog velen tot het besef komen dat de kerk de werkelijk Gereformeerd is, steeds weer Gereformeerd moet worden.

Noten:
[1] “Ds. J.R. Visser zag geen andere mogelijkheid dan GKV verlaten”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 17 december 2015, p. 2.
[2] “Formulier voor de bevestiging van dienaren des Woords”; Gereformeerd Kerkboek, p. 541-545. Citaten van p. 541 en 542.

23 december 2015

Houdt de antithese zichtbaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In dit artikel werp ik een blik in de kerkgeschiedenis. Die geschiedenis is vaak leerzaam.
Gaarne neem ik de lezers van deze internetpagina mee terwijl ik mijn blik laat ronddwalen.
Op mijn computerscherm zet ik een oude editie van het Nederlands Dagblad; namelijk die van woensdag 23 december 1970.

In de rubriek ‘Berichten van hier en daar’, op pagina 2, staat een bericht waar boven staat: “Palaver ’70 propageert Schriftkritiek i.p.v. Bijbel”.

Palaver ’70? Waar gaat dat over?
Iemand legt uit: “Palaver 1970: deze actie wordt in Nederland georganiseerd door de Stichting Jeugd en Bijbel, waarin K.B.S. en N.B.G. [= Katholieke Bijbelstichting en Nederlands Bijbelgenootschap, BdR] samenwerken. De bedoeling is: de jeugd te confronteren met de Bijbel. Het hoogtepunt van de actie wordt het Bijbel-popfestival in Utrecht, op 2 januari 1971. Om een gesprek over de Bijbel bij de jeugd op gang te brengen, gaf de Stichting Jeugd en Bijbel een Praatboek uit, een aantrekkelijk plaatjes-snuffel-denk-werkboek in vierkleurendruk”[1].

In die krantenkop staat ook de term Schriftkritiek.
Iemand omschrijft de betekenis van die term zo: “er is voor jou een instantie buiten de bijbel, die meer gezag voor je heeft, en die bepaalt wat je van de bijbelse boodschap wel of niet aanvaarden kunt. Je accepteert de bijbel, voor zover die past bij jouw norm”.
“Sommige vallen duidelijk op: een ‘bijbelgetrouw’ christen zal die zonder meer de deur wijzen. Andere soorten vallen veel minder op, en zijn daardoor des te gevaarlijker”.
“De meest bekende schriftkritiek is heel radicaal. Omdat de wetenschap heeft uitgemaakt dat de wereld miljoenen jaren oud is, kan Genesis 1 niet waar zijn. En de zondvloed niet.
Kunnen wonderen dan wel? Nou, eigenlijk ook niet. En de opstanding van Christus? Sommigen willen niet zover gaan om die ook te verwerpen – want wat houdt een christen dan nog over? Maar dat is inconsequent”.
We moeten Schriftkritiek overigens niet verwarren met tekstkritiek. Dat laatste begrip betekent: “proberen uit te zoeken wat de oorspronkelijke tekst van de bijbelboeken is. Dat kan in gelovige gehoorzaamheid gebeuren. Juist omdat de bijbel zo waardevol is, wil je zo goed mogelijk weten wat er staat”[2].

Laat ik nu eerst een citaat uit het Nederlands Dagblad geven.
Daarbij moet worden opgemerkt dat in het citaat een drukfout staat. Uit het zinsverband kan worden opgemaakt wat de scribent bedoelt. Tussen vierkante haken geef ik kleine aanvulling, zodat het citaat voor lezers begrijpelijk is en de drukfout in het voorbijgaan gecorrigeerd wordt.
“Een werkgroep van jongeren, verbonden met de Internationale Raad van Christelijke Kerken (ICCC) heeft een rapport gepubliceerd over de inhoud en doeleinden van Palaver ’70 het religieus popfestival op 2 januari in de Jaarbeurshallen te Utrecht.
In dit rapport komen zij tot de conclusie dat Palaver ’70 het gestelde doel, de Bijbel dichterbij brengen, niet zal bereiken. In plaats daarvan zal men volgestopt worden met de huidige Bijbelkritiek en met een vertolking van de Bijbel, waarin men de Bijbel zelf niet meer terug zal vinden. De gronden voor deze conclusie zijn:
1. “Het Praatboek is zo opgezet, dat de lezers vernieuwing en vrijheid wordt gebracht en gepreekt. Naast de meerdere godslasteringen staat het vol met [onchristelijke gedachten die men] vooral terugvindt in een zuiver horizontalistisch-semi-christendom.
2. Het Hulpmateriaal wil deskundige toelichting geven op dit Praatboek, maar bestaat op haar beurt uit nog verder uitgewerkte, moderne bijbelkritiek. Hier wordt ook volkomen voorbijgegaan aan de kern van de Bijbel, nl. Jezus Christus, Die kwam voor de zonden van de wereld en dat niemand Gode welgevallig kan zijn zonder geloof”.

Als ik het goed zie, sluit het bovenstaande naadloos aan bij de actualiteit van onze tijd.
Ook vandaag willen velen wel geloven. Maar men behoudt zich het recht voor aan sommige dingen geen geloof te hechten. Geschiedenissen met betrekking tot de schepping bijvoorbeeld.

In het laatste deel van het citaat hoort men woorden uit Hebreeën 11: “…zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken”[3].
Zoekenden: van dergelijke mensen zijn er tegenwoordig massa’s. In het Grieks staat daar echter ek-zetousin; het toevoegsel ek geeft een versterking aan[4]. Er is dus sprake van serieus zoeken. De zoeker speurt met passie; hij wil Christus vinden!
Dat is, om zo te zeggen, geen kwestie van een lang palaver, een langdurige bespreking. Uiteindelijk is het een zaak van gelovige Schriftlezing.

Ik lees verder in dat oude nummer van het ND.
Daarin staat geschreven: “Zeer opmerkelijk is, dat nergens in het materiaal wordt gesproken over Jezus Christus, als Verlosser van de zonden en de zondaar. Daarvoor in de plaats wordt gesproken over wereldvernieuwing en – verbetering, over de God van de onderdrukten (sociaal en politiek en niet vanwege hun geloof) en over de vrijheid als belangrijkste kenmerk. Als mensen dit inderdaad zullen overnemen en geloven zijn ze in geen geval voor Christus maar wel voor de wereld in religieuze gestalte gewonnen. En dat, terwijl hun wordt wijsgemaakt, dat dit nu Bijbels is”.

Gelovigen zijn, als zij alleen maar op zichzelf letten, geen wereldverbeteraars.
Men kan slechts iets verbeteren als het Woord van God open gaat. Paulus schrijft daarover in 2 Timotheüs 3 – ik citeer uit de Statenvertaling –: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is”[5].

Nog één citaat wil ik geven.
“Wat de mensen op het reli-popfestival geboden wordt, is een stuk heidendom in religieuze gestalte; niet Jezus Christus, maar popmuziek; niet de bijbel, maar socialistische en wereldgelijkvormige wereldverbetering wordt gebracht, niet de bekering en wedergeboorte van de zondaar, maar de verbetering en verandering van de mens-zonder-God wordt hen voorgehouden. Het is zonder meer Godslasterlijk wanneer men hieraan ook nog een God de Bijbel en Jezus Christus verbinden wil. Die vindt men er immers alleen maar totaal verminkt en geloochend in terug!”. In verband met wat hier gebeurt verwijst het rapport naar Kor. 11:13-15, Gal. 1:6-9 en 2 Thess. 2:10-12”.

De eerste Schriftverwijzing in de laatste zin van het hierboven genoteerde citaat duidt, neem ik zonder meer aan, op 2 Corinthiërs 11: “Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken”[6].
In Galaten 1 staat te lezen: “Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!”[7].
In 2 Thessalonicenzen 2 wordt ons voorgehouden: “Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid”[8].

Het oude ND-artikel brengt mij tot de conclusie dat we moeten oppassen voor harmonieus klinkende verhalen, die best wel iets christelijks hebben.

De tijd is voortgegaan.
We leven in 2015, en 2016 komt er aan.
Wij zien en horen om ons heen hoe de mensen worden meegesleept door allerlei mensen die aan hun luisteraars diverse vrome vertelsels opdringen. Heel vaak zit daar wel wat goeds in. Maar even zo goed is de tegenstelling met de wereld niet zelden verdwenen. De kloof tussen kerk en wereld probeert men meestentijds te verkleinen.

Met een schuin oog op het bovenstaande schrijf ik het zonder omwegen op: laten wij de antithese helder zichtbaar houden!

Noten:
[1] Zie http://www.vlaamsebijbelstichting.be/?p=4625 .
[2] Zie over Schriftkritiek en tekstkritiek http://home.planet.nl/~vreug242/schriftkritiek.htm .
[3] Hebreeën 11:6.
[4] Zie hiervoor de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 11:6.
[5] 2 Timotheüs 3:16.
[6] In 1 Corinthiërs 11:13-15 gaat het over de hoofdtooi van de vrouw. Hier is dus 2 Corinthiërs 11:13, 14 en 15 bedoeld.
[7] Galaten 1:6-9.
[8] 2 Thessalonicenzen 2:9-12.

13 november 2015

Als het Schriftgezag wordt aangetast

Onlangs grasduinde ik wat in enkele edities van het Nederlands Dagblad.
Ergens stond een krantenkop ‘Om de fundamenten’. Ik houd van zo’n opschrift. Het ruikt naar iets principieels. En u weet het: daar ben ik wel van.

Zo komt het dat wij ons thans verplaatsen naar zaterdag 21 november 1970.
Op de voorpagina van het Nederlands Dagblad staat een wat lang uitgevallen commentaar, dat begint in de linkerbovenhoek[1].

“De synode van Sneek, de hoogste vergadering van de gebonden Geref. kerken, heeft uitspraak gedaan over meer dan tweehonderd bezwaarschriften, die tegen de leringen van prof. Kuitert e.a. waren ingebracht. In het geding was het Schriftgezag, meer in het bijzonder toegespitst op datgene wat ons in Genesis 2 en 3 als goddelijke waarheid wordt verhaald. Volgens prof. Kuitert en diens medestanders – zulke medestanders bevonden zich ook onder de leden der synode – is Adam géén historisch persoon, maar een door de Joodse schriftgeleerden uitgedacht ‘leermodel’. Zoiets als ‘Elckerlyc’ uit het middeleeuwse spel van die naam: niet een bepaald historisch persoon, maar de-mens-in-het-algemeén, zoals hij staat tegenover God. De synode heeft wel een uitspraak gedaan, maar niet gekozen. Het werd een lang verhaal over ‘enerzijds-anderzijds’ , waarin Kuitert een tikje op de vingers kreeg en de verontrusten een klap op hun hoofd kregen, maar er gebeurt verder niets”.
Einde citaat.

In het commentaar gaat het over de synodaal-gereformeerde kerken.

De commentator wijst op Elkerlyc, een middeleeuws spel dat als moraal heeft dat elkerlyc – iedereen – voor God rekening en verantwoording van zijn aardse leven dient af te leggen.
Iedereen moet zich voorbereiden op de toegang tot de hemel. Dat kan men verwezenlijken door deugd met zich mee te dragen en zelfkennis te ontwikkelen. Door die zelfkennis kan Elkerlyc biechten, waardoor hij een beter mens wordt. Hij oefent zich in positieve eigenschappen: wijsheid, kracht en schoonheid bijvoorbeeld.
Als de dood uiteindelijk komt, is goedheid het enige dat overblijft. Eigenschappen kunnen veranderen, maar na de dood is goedheid het enige dat er nog toe doet.

Gebeurt er echt helemaal niets? Wordt het ondergraven van het Schriftgezag oogluikend toegestaan?
Ach, helemaal stil blijft het niet.
“Behalve dan dat enkele deputaten werden aangewezen die moeten trachten de kloof tussen mannen als Kuitert enerzijds en ds. Van Til anderzijds te overbruggen”.

Deputaten zijn, zoals u waarschijnlijk weet, commissieleden van een classis of synode.
Die deputaten doen vaak nuttig werk.
Maar eerlijk is eerlijk: deputaatschappen zijn soms ook doekjes voor het bloeden. Als een probleem dreigt te escaleren, stelt men een deputaatschap in. In de hoop dat het niet uit de hand loopt, natuurlijk.
Uit het bovenstaande leren we:
* als het om principiële zaken gaat kan een deputaatschap nuttig werk doen
* dat deputaatschap moet niet te lang bestaan; liefst niet meer dan een jaar of drie
* daarna moeten classes of synodes heldere uitspraken doen, waarin niet om de hete brij heen wordt gedraaid.

Wij lezen verder.

“In ‘Waarheid en Eenheid’ schreef ds. J.B. van Mechelen[2]:
‘In feite brengt dit besluit een grote mate van leervrijheid. Er is afwijking geconstateerd van synode-uitspraak, belijdenis en Schrift; en toch volstaat de synode met een deputaatschap voor het zoeken naar onderlinge eenheid, ook in die zaken, waar duidelijk verschil van mening openbaar werd. Zij acht zelfs de eenheid van het kerkelijk belijden niet op zodanige wijze in het geding, dat daarover thans nadere beslissingen zouden moeten worden genomen’.
Dit zijn dingen die ook óns aangaan. Niet alleen omdat het hier gaat over kerken en kerkmensen, waarmee wij tot ruim een kwart eeuw geleden nauw verbonden waren, maar vooral omdat de betrouwbaarheid van Gods Woord en de eer van Zijn Naam in het geding zijn. De moderne mens, ook als hij zich misschien nog christelijk noemt, heeft in de praktijk God dood verklaard. Met Hem behoeft men niet meer te rekenen. leder mag zeggen en doen wat hij wil, want God zwijgt toch, en grijpt niet in. Bestaat Hij wel? Maar Hij is de eeuwig Levende, de enige die leven in Zichzelf heeft. Hij is de Alziende, de Alwetende, de Alomtegenwoordige. Hij heeft alle haren van ons hoofd geteld. Hij kent onze diepste gedachten. Voor hem is er niets verborgen. Er kan ook geen kerkelijke vergadering bijeenkomen, of Hij is daar. Hij hoort wat daar over Zijn Woord en Zijn Wet wordt gezegd en Hij vertoornt zich schrikkelijk, wanneer zelfs christenmensen het gezag van dit Woord aantasten. Zouden wij er dan niet mee te maken hebben, wanneer het om Hèm gaat?”.

In kerkelijke vergaderingen is de God van het verbond aanwezig. Dat is helemaal waar.
We moeten beseffen dat de duivel, als het gaat om het onderuit halen van Christus’ werk, heel precies weet waar hij wezen moet. Met name ambtsdragers moeten zich daar altijd bewust van blijven!

Laten wij verder lezen.

“Laat men zichzelf en anderen toch niets wijsmaken! Kuitert en de zijnen willen van een historische Adam niet weten, omdat zij niet willen weten van een historisch paradijs, niet van een eerste mens die uit het stof der aarde door God is geschapen. De mens is, langs de weg van een miljoenen, of ais men wil miljarden jaren in beslag nemende evolutie, voortgekomen uit de oercel die zich ontwikkelde tot plant, tot vis, tot landdier, tot aap en uiteindelijk tot het tweebenige schepsel dat we de oermens noemen.

Tientallen eeuwen lang hebben wij de Bijbel verkeerd gelezen. De Heilige Geest heeft de Kerk niet geleid in alle waarheid. Eerst nu begint het juiste inzicht door te dringen. Het Oude Testament is eenvoudig de neerslag van Israëls vroomheidsbevindingen. In de historische boeken ervan zitten allerlei sagen en wonderverhalen verwerkt, die wij niet als letterlijke waarheid moeten aannemen. In het verleden heeft men deze fout gemaakt, maar wij, moderne mensen, moeten de Bijbel op ónze manier lezen, daarbij voorgelicht door het wetenschappelijk inzicht van uiterst progressieve professoren. Dit wil in feite zeggen dat wij de Bijbel gaan kneden naar het model dat overeenkomt met de nieuwste opvattingen van de jongste geleerden. En omdat wij uit het Woord God leren kennen, vormen wij ook Hem naar ons inzicht. Zó staan hier de zaken. Wie de fundamentsteen onder het gebouw laat weghalen, kan eerst nog wel de illusie koesteren dat het gebouw blijft staan, maar binnen zeer korte tijd zal het huis scheef zakken, zullen de muren gaan scheuren, zal het bouwwerk tot een bouwval worden.

Prof. Kuitert wil bij zijn beeldenstorm voor één voorhangsel nog halt houden. Aan de historische betrouwbaarheid van wat de Heilige Schrift leert omtrent de geboorte, het lijden en sterven, de opstanding en de hemelvaart van onze Heiland wil hij nog wel vasthouden. Het is in het kader van zijn opvattingen een inconsequentie. Waarom zijn die gedeelten van de Schrift wèl letterlijk waar en andere niet? Straks zal blijken dat radikale volgelingen van deze leermeester ook die laatste stap gaan doen. Men kan niet de historische werkelijkheid van de eerste Adam ontkennen en toch het Middelaarswerk van de tweede Adam volledig aanvaarden en eerbiedigen”.

De kwestie van de leer der evolutie is ook vandaag nog actueel.
De commentator wordt er welhaast sarcastisch van.
En dat is warempel geen wonder!

Bij dit alles realiseer ik mij eens te meer hoe belangrijk het is om principieel te denken.
In dezen denk ik aan mijn in april 2010 overleden moeder die aan haar zeven kinderen leerde: als je iets doet, bedenk dan wat er gebeurt als iedereen dat doet.
Dat geldt te meer voor broeders die in de kerk een vooraanstaande plaats ontvangen hebben. Juist theologen en kerkenraadsleden zullen zich steeds moeten afvragen: als ik op deze manier spreek en werk, kan de gemeente de Here morgen dan net zo goed dienen als vandaag? Of propageer ik een dwaalleer die talloze goedwillende gelovigen van het rechte pad afbrengt?

Eén citaat veroorloof ik mij nog.
“Niet enkel het Woord van God, maar evenzeer de Wet van God wordt op deze wijze krachteloos gemaakt. De vrijheids-, gelijkheids- en broederschapsidealen van de revolutie blijken geschikte instrumenten om het Koninkrijk Gods hier en nu te verwezenlijken”.

Dat citaat brengt ons nog vérder het verleden in. Naar de Franse Revolutie, namelijk. U weet wel: die politieke omwenteling aan het eind van de achttiende eeuw[3]
Dat citaat brengt ons vervolgens ook bij de Verlichting – één van de oorzaken van die revolutie –:  de periode waarin traditie wordt vervangen door de macht van het rationele denken[4].
Gereformeerde mensen zullen het zich moeten realiseren: als Gods Woord verstandelijk verklaard gaat worden, staat de revolutie levensgroot in de kerk!

Noten:
[1] “Om de fundamenten”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 21 november 1970, p. 1. Ook te vinden via www.delpher.nl . Geraadpleegd op zaterdag 24 oktober 2015.
[2] Dominee van Mechelen leefde van 1914 tot 2003.
Over hem schreef het Reformatorisch Dagblad indertijd: “In Urk is afgelopen dinsdag ds. J.B. van Mechelen, emeritus predikant van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, overleden. Hij was 88 jaar. Johannes Baptista van Mechelen werd op 23 mei 1914 geboren te Rotterdam. Hij groeide op in een gereformeerd gezin. In 1942 werd hij gereformeerd predikant. Hij diende de gemeenten van Roosendaal (1942), Oostburg (1949), Heinenoord (1963) en Urk (1969). In 1977 ging ds. Van Mechelen over naar de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. In 1979 ging hij met emeritaat. Ds. Van Mechelen was onder andere hoofddocent van wat nu heet de Reformatorische Hogeschool te Zwolle en hoofdredacteur van het blad ‘Waarheid en eenheid’. Zie:  “Ds. van Mechelen overleden”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 21 februari 2003, p. 2. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[3] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie . Geraadpleegd op zaterdag 24 oktober 2015.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Verlichting_(stroming) . Geraadpleegd op zaterdag 24 oktober 2015.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.