gereformeerd leven in nederland

6 mei 2019

Proces van splitsing en splijting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De kerk wordt vaak gezien als conservatief.
In de kerk vertelt men nog dezelfde dingen als – pak ‘m beet – vijftig jaar geleden.
Als je in de kerk steeds dezelfde dingen hoort, is het niet nuttig om daar te zijn.
Dat lijkt de redenering van heel wat medemensen.

Wie met die medemensen praat, lijkt niet zelden tegen een muur op te botsen.
Mensen die opgroeiden in gelovige gezinnen zijn nu niet meer bereikbaar.
In het beste geval zijn zij, in naam, nog lid van een kerk. Maar aan alles merk je: het geloof speelt in het gewone leven maar een beperkte rol.
En kerkgang? Nou ja… wat levert dat op? Is dat de tijdsinvestering waard?

Laten we maar eerlijk zijn: zulke situaties komen we bijna allemaal tegen in de kring van familie en vrienden.
U en ik worden daar verdrietig van.
U en ik zouden ’t zo graag anders willen zien!
U en ik voelen ons machteloos. Wij weten het allen wel: genade is geen erfgoed. Maar de teleurstelling, diep-weg in ons hart, blijft: die en die komen we waarschijnlijk niet in de hemel tegen…

Wij zijn niet de eersten die dit soort dingen beleven.
Sterker: deze dingen komen ook al in Gods Woord voor.
Jezus liep in Zijn tijd op aarde ook wel eens tegen een muur op.
In Mattheüs 13 bijvoorbeeld: “En Hij deed daar niet veel krachten vanwege hun ongeloof”[1].

Dat ongeloof vond Hij in… Nazareth!
Dat is, zoals bekend, de geboorteplaats van Jezus. En uitgerekend daar zijn de mensen afwijzend.
De mensen denken klaarblijkelijk: deze Jezus hebben wij nog als jongetje gekend. En Hij zou nu opeens de grote geleerde zijn, die ons wel even zegt hoe het moet? Kom nou toch!
Niettemin vragen de mensen zich af: waar heeft die Man Zijn wijsheid toch vandaan?
Conclusie –
dat zogenaamd moderne patroon waarmee dit artikel begint, blijkt al heel oud. Immers, in Jezus’ tijd reageren de inwoners van Nazareth negatief; maar nieuwsgierig zijn zij wel.

In Mattheüs 13 lezen we ook: “En Zijn zusters, zijn zij niet allen onder ons? Waar heeft Deze dan dit alles vandaan?”[2].
Een exegeet noteert hierbij: “De zusters van Jezus worden alleen hier en in de paralleltekst bij Marcus genoemd. We kennen hun namen niet. Omdat er over ‘allen’ wordt gesproken, moeten het er minstens drie zijn geweest. Moeten we uit het feit dat we in het Nieuwe Testament niet meer over de zusters horen, opmaken dat ze geen christen zijn geworden?”[3].
De tegenstellingen lopen dwars door families en vriendenkringen heen!

Eigenlijk is dat geen nieuws.
Jezus heeft het net gezegd: “Het Koninkrijk der hemelen is ook gelijk aan een ​net, uitgeworpen in de zee, dat allerlei soorten vissen bijeenbrengt. Als het vol geworden is, trekken de ​vissers het op de oever. Ze gaan zitten en verzamelen de goede vissen in ​vaten, maar de slechte gooien zij weg. Zo zal het bij de voleinding van de wereld zijn: de ​engelen​ zullen uitgaan en de slechten uit het midden van de rechtvaardigen afzonderen”. Ja, dat is ook Mattheüs 13[4].
Om het maar modern te zeggen: er is een proces van splitsing en splijting aan de gang. Daar wordt niemand vrolijk van. Maar het is wel de realiteit, ook in 2019.
Nee, de vraag is niet: wie is er star, en wie niet?
De vraag is: wie hoort er bij de Heiland, en wie niet?

Gelovige kinderen van God kunnen verbaasd kijken naar de wereld om zich heen.
En wellicht vragen zij zich, wellicht hoofdschuddend, af: waar is iedereen nu toch mee bezig?
Vergeet het niet – die realiteit is voorspelde werkelijkheid. Laten wij elkaar wijzen op Mattheüs 24: “Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten ​huwelijk​ geven, tot op de dag waarop ​Noach​ de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Dan zullen er twee op de akker zijn; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Er zullen twee vrouwen ​malen​ met de ​molen; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal”[5].

Zelfs als je jong bent, kun je soms denken: de wereld is een beetje gek geworden.
En jazeker, dat is waar.
Weet je hoe dat komt?
Omdat massa’s mensen zich weinig of niets van God en Zijn Woord aantrekken.

Dat Bijbellezen en die kerkgang, dat geloof en dat vertrouwen – wat levert dat alles op?
Laten we ’t maar voor ogen houden: dat alles betekent dat je leeft binnen de kaders van Zijn Verbondswet; zo ben je op weg naar de hemel.
Overal ter wereld zijn Gods kinderen op pad.
Zij zijn op weg naar de meest gelukkige toekomst die maar denkbaar is.
En wie wil dat nou niet?

Noten:
[1] Mattheüs 13:58.
[2] Mattheüs 13:56.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 13:56.
[4] Mattheüs 13:47, 48 en 49.
[5] Mattheüs 24:38-42.

15 april 2019

Rust bij code rood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Wij leven, zegt men, in een onrustige tijd.
Dat klinkt heel actueel. Maar het is van alle eeuwen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit Jeremia 4. Ik citeer: “Mijn binnenste, mijn binnenste, ik krimp ineen, wanden van mijn ​hart! Mijn ​hart​ is onrustig in mij, ik kan niet zwijgen, want u, mijn ziel, hoort bazuingeschal en krijgsgeschreeuw”[1].

Jeremia is dus ook onrustig.
Waarom?

Wie een ogenblik naar Jeremia 4 als geheel kijkt, ziet dat God Zijn volk oproept om de afgoden weg te doen. ‘Kom bij Mij terug!’.
Spreek de waarheid, zegt God. Zorg voor eerlijke rechtspraak.
Dat trekt ook mensen uit het buitenland aan. Want zij zullen zeggen: wij willen dat ook wel; wij willen ook door de Here gezegend worden!
Maar de God van hemel en aarde spreekt vooral tegen Zijn volk, rechtstreeks en zonder meel in de mond: Begin maar helemaal opnieuw! Ga Mij weer gehoorzamen. Niet alleen met woorden; zorg dat je er met hoofd en hart bij bent.
Maar nee, de boodschap vanuit de hemel is niet alleen maar vreedzaam. In Jeremia 4 heerst geen rustig sfeertje, waarbij je lekker rustig in je stoel achterover kunt leunen.
Het is namelijk code rood!
Alarm!
Wegwezen – en snel!
Want er komt een ramp aan!
Er is een vijand in aantocht, vanuit het noorden. Het land wordt verwoest. Er blijft niets meer van over. In feite wordt het land één grote ruïne. Eén enorme troep – kilometers lang en onafzienbaar breed.
Hé?
Wat is dat nou?
Jeremia begrijpt er niets meer van. Helemaal niets.
De Here had notabene vrede beloofd. En dan krijg je oorlogsdreiging en rampzaligheid!
Maar de Here is onverbiddelijk.
Er komt een verwoestende storm. Want Zijn volk heeft straf verdiend. En niet zo’n klein beetje ook!
De schrik slaat Jeremia om het hart. Zijn geestesoog ziet de vijand met een enorme krijgsmacht oprukken! De mensen in zijn omgeving moeten echt rap zorgen dat ze het veld ruimen!
Welnu, zegt de Here, in feite is het gedrag van Mijn volk de oorzaak van de straf. ’t Is gewoon eigen schuld! Dan had Mijn volk maar beter moeten luisteren, en gehoorzamer moeten wezen.

Het is daarom dat Jeremia zegt: ik ben zo verschrikkelijk onrustig!

We leven in 2019 ook in onrustige tijden, zegt men.
Een paar jaar geleden – het was in 2016 – schreef een Belgische filosoof een boek met de titel ‘Rusteloosheid’[2].
Die filosoof – Ignaas Devisch heet hij – is zelf trouwens ook geen stilzitter. Hij is hoogleraar filosofie in Gent en onderwijst aan de medische faculteit van de Universiteit Gent en de Gentse Arteveldehogeschool[3].
Wat staat er in dat boek? Onder meer dit.
Het leven is uiterst gejaagd. Velen, zeer velen zijn overspannen of zelfs volledig burn-out.
Helemaal niets doen? Daar heeft niemand tijd meer voor…  Echt rondlummelen – nee, dat gaat niet meer werken.
Maar dat verhaal over eindeloze drukte doet eigenlijk al eeuwen de ronde.
Zou het, zo vraagt de Belgische filosoof zich af, zo kunnen wezen dat passie, creativiteit en verlangen bevorderd worden omdat we met z’n allen zo ongedurig zijn?
De schrijver stelt: het is juist goed om het mateloos druk te hebben![4]

Dat klinkt best plausibel.
Maar de vraag is gerechtvaardigd: zou veel van die verterende drukte en een aantal van die (bijna-)overspanningen veroorzaakt kunnen worden doordat men, om het maar eens klassiek uit te drukken, de weg van de Here verlaat?
Wij moeten dat niet uitsluiten. Het is ook niet overdreven om het waarschijnlijk te achten. We mogen er zelfs gerust van uit gaan dat het zo is.

In dat geval is de boodschap voor de kerk duidelijk: luister naar Gods Woord en gehoorzaam Hem. Dat geeft namelijk rust in de ziel.
Niet dat de drukte in het leven er minder groot door wordt. Dat niet. Maar we moeten goed bedenken dat men van werken op zichzelf veelal niet overspannen wordt. Burnout-klachten en dergelijke worden eerst en vooral veroorzaakt door de spanning rond al die arbeid.

Misschien zegt iemand: Jeremia 4 maakt het er allemaal niet vrolijker op. Het is immers allemaal oorlog en verderf? Is dit nu Evangelie?
Maar wie dat mompelt, moet Jeremia 4 nog eens goed lezen.
Want daar staat ook: “Was het kwaad van uw ​hart​ af, ​Jeruzalem, opdat u verlost wordt[5]. En ook: “Want zo zegt de HEERE: Heel het land zal een woestenij worden – toch zal Ik er geen vernietigend einde aan maken[6]. De Heer van hemel en aarde gooit niet voor altijd de hele boel plat.
Er is hoop.
De Here is trouw aan Zijn eens gegeven woord.

Wie dat beseft, ziet dat de vreugde in zijn leven weer opvlamt. Wie zijn leven aan de Here overgeeft, mag en moet het zich realiseren: bij God is het veilig. Overal en altijd!

Noten:
[1] Jeremia 4:19.
[2] De gegevens van dat boek zijn: Ignaas Devisch, “Rusteloosheid – pleidooi voor een mateloos leven”. – Amsterdam: De Bezige Bij b.v., 2016. – 320 p.
[3] Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/45455/ignaas-devisch-onze-rusteloosheid-hoort-bij-ons.html . Zie over hem ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Ignaas_Devisch . De internetpagina’s zijn geraadpleegd op vrijdag 12 april 2019.
[4] Zie voor een samenvatting van het boek https://www.youbedo.com/boeken/rusteloosheid-9789023494188 ; geraadpleegd op vrijdag 12 april 2019.
[5] Jeremia 4:14 a.
[6] Jeremia 4:27.

12 maart 2018

De wet op de priesterwijding

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In Exodus 29 is de wet met betrekking de priesterwijding vermeld. Het is de moeite waard om die wet wat nader te bekijken.
Hieronder zal dat alras blijken[1].

De priesters moeten gewassen worden[2]. Dat mogen de priesters blijkbaar niet zelf doen. Nee, Mozes moet hen wassen.
Een paar jaar geleden – het was in 2014 – schreef een dominee hierover: “In onze gedachten zien we hen bij het koperen wasvat staan. Mozes wast hun hele lichaam, trekt hen vervolgens de priesterkleren aan, en zalft hen tot het priesterambt.
Door deze handelingen werden zij overtuigd dat de Heere hen had afgezonderd tot Zijn heilig dienstwerk. Nadat zij geheiligd en afgezonderd waren tot deze dienst, moesten zij hun handen en voeten wassen alvorens zij hun ambt konden uitoefenen. Zij werden dus eerst door Mozes gewassen en moesten daarna voor elke ambtelijke arbeid zichzelf wassen!”[3].

Mozes is in Exodus 29 de vertegenwoordiger van de God van het verbond[4].
Mozes is daar, in zekere zin, middelaar tussen God en Zijn volk. Maar het is daarnaast duidelijk dat Aäron en zijn zonen een belangrijk deel van Mozes’ taken zullen overnemen.

De wijding van de priesters heeft drie aspecten: wassen, kleden en zalven.

Dat wassen vindt u terug in Hebreeën 10: “…laten wij tot Hem naderen met een waarachtig ​hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons ​hart​ gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met ​rein​ water”[5]. Dat laatste is een verwijzing naar de doop. Om met Titus 3 te spreken, naar “het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de ​Heilige​ Geest”[6].

De informatie over de kleding staat in Exodus 28[7].
Wat moeten wij met die informatie beginnen?
Wij mogen er vandaag van verzekerd zijn dat de God van hemel en aarde ons in zijn nabijheid aanvaardt. Denkt u hierbij maar aan Psalm 132:
“Laat Uw ​priesters​ bekleed worden met ​gerechtigheid,
laat Uw gunstelingen juichen”[8].
En:
“Want de HEERE heeft Sion ​verkozen,
Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied.
Dit is, zei Hij, Mijn rustplaats tot in eeuwigheid,
hier zal Ik wonen, want naar haar heb Ik verlangd.
Haar voedsel zal Ik rijk ​zegenen,
haar armen met brood verzadigen.
Haar ​priesters​ zal Ik kleden met heil,
haar gunstelingen zullen uitbundig juichen”[9].
De apostel Paulus noteert in Efeziërs 1: “Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn ​kinderen​ aangenomen te worden, door ​Jezus​ ​Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van Zijn ​genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde”[10].
De Verbondsgod maakt in Exodus 29 duidelijk dat Hij alleen maar gewijde mensen aanvaardt, die gekleed zijn volgens Zijn normen.
In onze tijd hebben die normen een Nieuwtestamentische lading: wij zijn door onze Heiland tot Zijn kinderen aangenomen. Dat mag en moet de kerk geloven. En ja, daar hoort een levenshouding, een attitude bij!

De zalving is een beeld van de aanstelling van en de toerusting door de Heilige Geest.
Die zalving komen we tegen in Psalm 133. U weet wel:
“Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het
dat broeders ook eensgezind samenwonen.
Het is als de kostelijke olie op het hoofd,
die neerdruipt op de baard, de baard van Aäron,
die neerdruipt op de zoom van zijn priesterkleed”[11].
Priesters dragen, om zo te zeggen, de geur van God. Die geur is vandaag de dag in de kerk te ruiken. Daar moeten we althans steeds ons best voor blijven doen!

De continuïteit van de eredienst moet steeds gewaarborgd blijven. Dat is in Exodus 29 al zo.
Die voortgang wordt door de wereldhistorie heen regelmatig bedreigd.
In Gods Woord ziet u daar zo nu en dan iets van.
In Daniël 11 bijvoorbeeld: “Dan zullen er uit hem krachtige armen voortkomen. Die zullen het ​heiligdom​ en de vesting ​ontheiligen​ en het steeds terugkerende ​offer wegnemen en de verwoestende gruwel opstellen”[12]. De legers van de koning van het noorden maken een einde aan de geregelde tempeldienst.
Welnu – vandaag de dag, anno Domini 2018, is de aanval op de doorgang van het kerkelijk leven en van erediensten heel erg geniepig. Soms hebben we niet eens door op welke manier de satan zijn instrumenten precies inzet. Maar wie goed kijkt, kan het toch zien. Bijvoorbeeld in:
* het ongeloof van de mensen en de spot over het gedrag van gelovigen
* de relativering van de waarde van kerkdiensten
* de invoering van de koopzondag
enzovoort.
Laat de eredienst ons maar heilig zijn!

Waar gaat het in Exodus 29 om?
Over het brandoffer lezen we: “Het moet een voortdurend ​brandoffer​ zijn, al uw generaties door, bij de ingang van de ​tent​ van ontmoeting, voor het aangezicht van de HEERE. Daar zal Ik u ontmoeten om daar met u te spreken. Daar zal Ik dan de Israëlieten ontmoeten, en zij zullen door Mijn heerlijkheid ​geheiligd​ worden. Dan zal Ik de ​tent​ van ontmoeting en het ​altaar​ ​heiligen. Ik zal Aäron en zijn zonen ​heiligen​ om voor Mij als ​priester​ te dienen. Ik zal dan te midden van de Israëlieten wonen, en Ik zal hun tot een God zijn”[13].
Dat betekent: God moet Zijn kinderen heiligen.
Zo spreekt ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de heiliging: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde”[14].
Laat het maar tot ons allen doordringen: de heiliging is niet in de eerste plaats een activiteit van onszelf; nee, het is eerst en vooral een Goddelijke activiteit waar wij de vruchten van mogen plukken!

Noten:
[1] Voor dit Schriftgedeelte kies ik omdat Exodus 29:1-31:18 centraal staat tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering vindt volgende week, woensdagavond 21 maart 2018, plaats. Tijdens die vergadering hoop ik een korte inleiding te verzorgen. Deze is onder meer gebaseerd op de schetsen 29, 30 en 31 van Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – p. 96-105. Een bewerkte versie van dit artikel zal het eerste deel van de inleiding zijn.
[2] Exodus 29:4.
[3] Ds. J. Roos, “De tabernakeldienst (107)”. In: De Wachter Sions, donderdag 10 juli 2014, p. 355. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 29.
[5] Hebreeën 10:22.
[6] Titus 3:5.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1005.pdf ; geraadpleegd op woensdag 27 december 2017.
[8] Psalm 132:9.
[9] Psalm 132:13-16.
[10] Efeziërs 1:5 en 6.
[11] Psalm 133:1 en 2.
[12] Daniël 11:31.
[13] Exodus 29:42-45.
[14] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.

9 maart 2018

Blij door Gods kracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!

Geachte lezers, ik zie u fronsen.
En ik zie u tevens denken: beste weblogschrijver, rustig aan maar… Want het leven is niet zo makkelijk. En in de kerk is het geen koekoek eenzang. Er is altijd wel wát: wrijving, gedoe… – ach, de daverende ruzies laten wij maar ongenoemd.

Toch laat ik die vreugde staan.
Midden in de ellende.
In Lucas 6 gebeurt dat namelijk ook. Kijkt u maar mee: “Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen. Verblijd u op die dag en spring op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel. Hun vaderen deden immers evenzo met de profeten”[1].

In Lucas 6 gaat het over de haat van mensen die wrok koesteren tegen Jezus’ discipelen. En over de mensen die tegen volgelingen van Jezus zeggen: ik wil niets met u te maken hebben. En over de mensen die zeggen: zij lopen achter Jezus aan, met die mensen kun je beter geen zaken doen. En over de mensen die zeggen: die volgelingen hebben oogkleppen op.

Wie merkt dat er zo over hem gepraat wordt, moet geweldig blij wezen.
En waarom?
Omdat er een luisterrijk hemelleven aan komt!

Vandaag de dag is er nog wel eens sprake van schade, schande en smaad. Denkt u maar aan die affaires rond het seksuele misbruik bij internationale hulporganisaties als Oxfam Novib en het Rode Kruis.
Maar al die zaken wordt door het gepeupel maar al te vaak snel vergeten.
Uit het Nederlands Dagblad citeer ik: “Bij recente affaires laten de cijfers zien dat de Nederlander redelijk snel vergeet welke organisatie de commotie heeft veroorzaakt’, vertelt de adviseur. Als voorbeeld noemt hij KWF Kankerbestrijding. In 2013 kwam aan het licht dat de voorzitter van de KWF-wieleractie Alpe d’HuZes in het verleden betaald werd met geld uit het Alpe d’HuZes-fonds. De onthulling veranderde echter niets aan de populariteit van KWF, dat sinds 2010 altijd op de eerste plaats van de honderd sterkste merken heeft gestaan. Ook recente financiële schandalen bij stichting ALS en KNGF Geleidehonden leverden geen deuk in hun imago op”[2].
In deze kortzichtige wereld zijn schade, schande en smaad zaken die van relatief korte duur zijn.

In Lucas 6 worden we gewaarschuwd: de haat tegen christenen blijft altijd bestaan. In alle tijden blijven er mensen die zeggen: wij blijven het liefst bij die kerkmensen vandaan; bij hen moet je niet wezen.
Immer en overal moeten we rekening houden met afkeer en minachting.

Nu kunnen we zeggen: ach, met die haat valt het een beetje mee.
Wij moeten ons daar echter niet op verkijken. Want:
1.
De koopzondagen worden hoe langer hoe meer gemeengoed. SGP-kamerlid Bisschop zei niet zo lang geleden: “Onderzoeken over de kwetsbaarheid van winkeliers en werknemers worden eenvoudig weggewuifd omdat ‘het’ zo goed is voor de economie en omdat ‘men’ het zo graag wil”. En: “De SGP laat zich niet meeslepen door argumenten als: je kunt het toch niet tegenhouden. Laat mensen maar eens zien onder wat voor juk (kleine) ondernemers doorgaan en hoeveel werknemers tegen hun zin op zondag werken”[3].
Voorstanders van koopzondagen stellen gestreng: u mag niet bepalen of op zondag gewerkt mag worden en of winkelen al dan niet geoorloofd is.
2.
Ook op christelijke scholen wordt het lijden en sterven van Jezus Christus naar ons toe gebracht in musicals, passiespelen en wat daar verder volgt.
Dat Gereformeerden hard roepen dat dat niet de bedoeling kan zijn maakt klaarblijkelijk weinig uit. Het gebeurt toch.
Kortom: onder de dekmantel van beschaafde antipathie worden allerlei dingen die de meerderheid des volks goed acht, in alle rust uitgevoerd.
Ook in onze tijd is de haat tegen Gods kinderen aan de orde van de dag. Het mag alleen niet zo heten. Men noemt dat bijvoorbeeld: mening van de meerderheid. De argumenten klinken soms reuze redelijk, maar de weerzin druipt er bij tijd en wijle van af.

Gereformeerden zijn soms geneigd om treurig hun hoofd te schudden om vervolgens op droevige toon te vragen: in welke wereld leven wij?
Uit Lucas 6 leren wij dat dat de verkeerde vraag is.
Want de vraag zou moeten zijn: in welke wereld zullen wij leven? Het staat er immers: “uw loon is groot in de hemel”.

Maar er is toch wel meer.
Want in Lucas 18 zegt Jezus tegen zijn discipelen: “Voorwaar, Ik zeg u dat er niemand is die huis of ouders of broers of vrouw of ​kinderen​ verlaten heeft om het ​Koninkrijk van God, die niet het veelvoudige zal terugontvangen in deze tijd, en in de wereld die komt, het eeuwige leven”[4].

Ziet u dat?
De God van hemel en aarde geeft ook vreugde in deze tijd.
In Gods Woord zien wij dat ook terug.
In Handelingen 5 bijvoorbeeld: “Zij dan – dat zijn de apostelen – gingen weg uit de tegenwoordigheid van de Raad en waren verblijd dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam schandelijk behandeld te worden”[5].
Die blijdschap is gegeven. Voor de kerkelijke rechtbank staan, daar wordt niemand blij van. Maar in Handelingen 5 zijn de discipelen verheugd dat zij, ondanks alles, het Evangelie hebben kunnen verkondigen.
Dat de kracht van God afkomstig is, blijkt nog wat duidelijker in Handelingen 16. Ik citeer: “En omstreeks middernacht baden ​Paulus​ en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen. En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de ​gevangenis​ bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los”[6].
Vanuit de hemel worden kinderen van God krachtig ondersteund!

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!
Nee, die blijdschap krijgen we niet als we op onze eigen geloofsenergie rekenen.
Ja, die vreugde ontvangen wij wel als wij, ook in de concrete situatie anno Domini 2018, op onze God blijven vertrouwen!

Noten:
[1] Lucas 6:22 en 23.
[2] “Gever vergeet affaires snel”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 2 maart 2018, p. 2.
[3] Hannah Neele, “Shoppen op zondag steeds normaler”. In: katern Accent, onderdeel van het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 24 februari 2018, p. 12 en 13.
[4] Lucas 18:29 en 30.
[5] Lucas 5:41.
[6] Handelingen 16:25 en 26.

19 januari 2018

Nog is de hemel mild en wijd

Heeft de kerk nog nieuws?

Je zou zeggen van niet.

Op zaterdag 13 januari 1973 schreef een commentator in het Nederlands Dagblad: “De feest- en vakantiedagen zijn voorbij, de scholen zijn weer begonnen, het dagelijks werk en het veelvormige verenigingsleven trekken weer onze aandacht. De dingen hebben hun normale loop hernomen. Zo zien wij het tenminste. Wij zijn aan deze gang van zaken gewoon en verwonderen ons er niet meer over. Zomin als we ons verbazen over de materiële welvaart die, over het algemeen gesproken, ons volk heeft verkregen. Het zal toch goed zijn dat we ons eens de ogen uitwrijven en wat verder om ons heen kijken. Want wat wij ‘gewoon’ vinden, is eigenlijk heel ongewoon. Wij leven in de periode waarover in Openbaring 12 wordt gesproken, en van die periode wordt door een hemelse stem gezegd: ‘Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende dat hij weinig tijd heeft’. Daarom zijn er gedurende al de eeuwen van de nieuwe bedeling telkens weer schrikkelijke dingen gebeurd. De wereld schokt en schudt door het geweld van de duivel, die zichzelf tot de hoogste woede en de geweldigste inspanning opzweept”[1].
We leven nu in 2018.
En de woorden van Openbaring 12 staan nog altijd in de Bijbel. In de Herziene Statenvertaling luiden ze: “Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de ​duivel​ is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft”[2].
De duivel is koortsachtig bezig om manieren te zoeken om de kerk een hak te zetten. De duivel beheerst zich niet, en gaat als een wilde tekeer.
Dat was in 1973 zo. In 2018 is dat niet anders. Heeft de kerk, dit zo zijnde, eigenlijk nog wat nieuws te melden? Er verandert niets, naar het schijnt.

Echter, niets is minder waar.
Wij hebben te maken met allerlei technologische ontwikkelingen, waarvan de digitale revolutie in de laatste decennia de belangrijkste lijkt. Die digitalisering wordt door de duivel gebruikt. Maar diezelfde technologie wordt benut ten bate van de voortgang van Gods koninkrijk. Nee, de kerk is nog altijd niet verdwenen. Sterker nog: we kunnen zelfs spreken over een wereldkaart van het protestantisme[3]. De duivel zet al zijn energie in, jazeker. Maar hij is niet aan de winnende hand. En dat zal nooit gebeuren ook. Natuurlijk, er is sprake van een gevecht op leven en dood. Maar nu staat vast wie de dood vindt en wie het leven heeft.
Er is goed nieuws.
De kerk wordt niet van de aarde weggevaagd.
Steeds weer worden we gedrongen tot de conclusie: als het nog wat langer duurt, is de kerk weg. Maar dat is een verkeerde gevolgtrekking. Ook hier geldt: “geef de ​duivel​ geen plaats”[4].

Laten wij een ogenblik verder lezen in die oude editie van het Nederlands Dagblad.

“Wie het verbijsterend wereldgebeuren van onze dagen beziet bij het licht van de Schrift, kan zich moeilijk onttrekken aan de gedachte dat die ontbinding van de satan reeds is begonnen. De wereld is immers in ontzaggelijke beroering. Volken van de einden der aarde, die vele eeuwen niet meetelden en lethargisch schenen voort te dommelen, zijn ontwaakt en worden overmeesterd door demonische geesten die hen tot de hoogste activiteit aanzetten.
(…)
In Latijns-Amerika, het subcontinent van de sociale ontrechting en de schrille tegenstellingen tussen rijk en arm, flikkert nu hier, dan daar de vlam van de guerillastrijd der gewapende revolutie hoog op. In het Nabije Oosten broeit de dodelijke haat van de Arabische wereld tegen Israël”.

In landen als Colombia, Haïti, Puerto Rico en Venezuela is de economische situatie nog altijd verre van rooskleurig. In Venezuela heeft bijna iedereen honger[5]. In al die jaren is dat nog niet veranderd.
Laten wij maar eerlijk wezen: daarin zien we eerst en vooral de machteloosheid van mensen. In al die jaren is men niet in staat geweest de ontwikkelingen te keren. Het wordt duidelijk: de ommekeer moeten wij van de Here God verwachten!

In het Westen is er – volgens de ND-scribent – sprake van “morele inflatie, die alle geestelijke en zedelijke waarden van het Westen heeft aangetast en die zélf weer het gevolg is van de verlating van Gods Woord en het luisteren naar de valse profetie. Tegelijk laait de haat tegen het christendom overal in ‘de vier hoeken der aarde’ sterker op. Oude heidense religies gaan plotseling weer een ongewone levenskracht vertonen. Het Boeddhisme en de Islam worden steeds meer bronnen van anti-westerse en antichristelijke energieën”.
Het boven beschrevene komt, wat mij betreft, niet onbekend voor!

De commentator vraagt: “Is het niet een grote rijkdom, dat we in onze dagen, in ons land door Gods genade nog een reformatie van de kerk mochten ontvangen?”.
Dat is, ook in onze tijd, een terechte vraag. Ik denk daarbij ook aan de reformatie van 2003. Daarbij merk ik op dat het toch wel heel verdrietig is dat er binnen De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) na die tijd al weer zoveel onenigheid was.
Wat liggen Gods kinderen soms toch dwars!
Wat is het toch nodig dat wij ons allen dagelijks bekeren!
Dagelijks moeten we ons erin trainen om afhankelijk te willen zijn van God, die ons in het goede spoor houdt!

Graag citeer ik nu ook het slot van het commentaar in het Nederlands Dagblad. Het commentaar uit 1973 kan zonder moeite in 2018 worden toegepast.
En nee, ik hoef daar vervolgens niets meer bij te schrijven.

Ik citeer:
“God geve dat we onze rijkdom en onze roeping steeds beter leren beseffen en de snel inkortende tijd gebruiken, nu het nog kan. Mee door onze arbeid moet een oogst opwassen voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Mee door onze arbeid moet een leger van jonge recruten worden gevormd en geoefend voor de harde strijd die zéker zal losbarsten, omdat de wijzer van Gods klok voortgaat, voortgaat naar het twaalfde uur, het uur waarin ook wij rekenschap zullen moeten geven! Wat zullen wij in dat uur zeggen tot de Rechter van hemel en aarde? ‘Here, wij hebben wel vaak geestdriftig gezongen: ’t Is Uwe zaak, o Hoofd en Heer, de zaak waarvoor wij staan, maar we hadden het allemaal zo druk met onze eigen zaken, dat wij in de praktijk Uw zaak maar hebben verwaarloosd’?
Nóg is het dag. Nóg is er voor ons windstilte. Waken en werken!
Nog is de hemel mild en wijd,
Maar weet: de Landman kent Zijn tijd!
Snel naakt de dag, groot en doorlucht,
Waarop Hij komt en zoekt Zijn vrucht.
Het koren draagt Hij in Zijn schuur,
Maar ’t kaf gaat in het eeuwig vuur!”.

Noten:
[1] “Waken en werken”. Redactioneel commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 13 januari 1973, p. 1 en 7.
[2] Openbaring 12:12.
[3] Zie mijn artikel ‘Gods Geest geeft wereldwijd zekerheid’, hier gepubliceerd op dinsdag 9 januari 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/01/09/gods-geest-geeft-zekerheid/ .
[4] Efeziërs 4:27.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2210606-in-venezuela-heeft-iedereen-honger.html ; geraadpleegd op zaterdag 13 januari 2018.

4 juli 2017

Nieuw begin en groots vervolg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Onze Vader, die in de hemelen zijt”.
Dat is een bekende aanhef van een christelijk gebed[1].

Met die inzet is iets bijzonders aan de hand. Wij spreken over onze Vader. Terwijl Vader de Schepper en Onderhouder van alles en iedereen op deze aarde is.
De uitspraak ‘Onze Vader’ mag dus niet alleen maar iets particuliers van gelovigen wezen. Vader is niet alleen van ons. Vader in de hemel is belangrijk voor iedereen.
Vader zorgt dat de zon opkomt, en er weer een nieuwe dag begint.
Vader zorgt dat alle mensen de energie hebben om hun werk te doen.
Vader zorgt dat alle mensen de kracht hebben om te genieten van leuke dingen.
Vader is er, kortom, voor iedereen.

Voor gelovige kerkmensen is er echter meer. Veel meer.

Het begint met de bevoegdheid die Hij Zijn kinderen geeft om kinderen van Hem te worden.
Denkt u maar Johannes 1: “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven ​kinderen​ van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven”[2].
Vader laat zondige mensen niet in de kou staan.
Vader laat mensen die er dagelijks een zootje van maken, niet op de vuilnisbelten van deze wereld achter.

Men kan het vorenstaande zonder bezwaar vergelijken met een geboorte.
Er ontstaat nieuw leven.
Om met Jacobus 1 te spreken: “Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn”[3].
Door het Woord van God komen er nieuwe mensen in de wereld. Die nieuwe mensen zijn het begin van de nieuwe schepping. Die nieuwe mensen richten zich volledig op hun Heiland. Daar wordt het leven anders van. Dat geeft het leven een nieuwe draai. Mensen keren zich steeds weer naar Jezus Christus toe.

Als Vader ingrijpt, komt er een structurele verandering.
In 1 Petrus 1 wordt die verandering als volgt beschreven.
Gods kinderen zijn opnieuw geboren “niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God”[4].

In de aanhef ‘onze Vader’ resoneert dus mee dat God een nieuw begin met Zijn kinderen maakt.
Zijn eeuwige kracht zorgt ervoor dat Hij in staat is om ons bij Zich te houden. Hij begint niet voor niets opnieuw met ons!

Wat zegt Zondag 46 ons vandaag?
In ieder geval het navolgende.

Heel wat christenen zien hoe de wereld een chaos, een bende is geworden. Daar moet wat aan gebeuren, vinden zij. En dus gaan zij pionieren. De Protestantse Kerk heeft, zoals u wellicht wel weet, pionierplekken.
Kerkplanting is een modern woord geworden.
Daarbij leggen heel wat kerkwerkers de lat hoog. Te hoog.
Dominees, ouderlingen en alle andere werkers in de kerk moeten blijven beseffen dat onze Vader een nieuw begin maakt.
Een bekende kerkplanter zei eens: “Ik laat de dingen meer komen zoals ze komen. Ik ben aan het leren mijn kinderen, nu ze volwassen zijn geworden, los te laten, en op een nieuwe manier een goede vader voor hen te zijn. Een vader die onvoorwaardelijk van hen houdt – altijd”[5].
Laten we daarbij maar vasthouden: de liefde van onze Vader – met een hoofdletter – gaat nog dieper!

Heel wat christenen zien hoe de wereld een chaos, een bende is geworden.
Zij zien met lede ogen aan hoe de wereld wegzakt in een poel van onrecht en zonde.
Zij klagen steen en been. Over de secularisatie. Over de losbolligheid van hun medemensen.
Laten wij daar echter niet bij stil blijven staan!
Want onze Vader heeft alles in Zijn hand. Hij regisseert de wereld. Hij bestuurt alles wat op deze aarde gebeurt.
Hij geeft Zijn kinderen de bevoegdheid om opnieuw te beginnen. Die gelegenheid moeten we gebruiken om ons, met alles wat wij hebben en in alles wat wij doen, op onze Vader te richten.
Er was eens een televisiepresentator die zei: “‘‘Als je een rode kool doormidden snijdt, zie je een structuur die goddelijk is”[6]. Een uitspraak als deze bepaalt ons bij de almacht van onze Vader.
Hij maakt met Zijn kinderen een nieuw begin. Hij schenkt nieuw leven.
Om het met Romeinen 6 te zeggen: “Wij zijn dan met Hem ​begraven​ door de ​doop​ in de dood, opdat evenals ​Christus​ uit de doden is ​opgewekt​ tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”.
En waar loopt dat op uit? Leest u maar mee: “Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.
Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de ​kinderen​ van God.
Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft,
in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de ​kinderen​ van God”[7].

Die aanhef ‘Onze Vader, die in de hemelen zijt’ wijst op een prachtig nieuw begin en een groots hemels vervolg!

Noten:
[1] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Z. Ursinus, “Het Schatboek” [Zondag 46]. – Barneveld: Gebr. Koster, 2014. – 1700 p. (2 delen). Geciteerd via: De Saambinder, donderdag 10 december 2015, p. 3. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[2] Johannes 1:12.
[3] Jacobus 1:18.
[4] 1 Petrus 1:23.
[5] De woorden zijn gesproken door de Christelijke Gereformeerde Siebrand Wierda. Geciteerd uit: “Eindelijk ontspannen”. In: Nd7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 10 juni 2017, p. 5 en 6. Citaat van p. 6.
[6] De uitspraak is van televisiepresentator Jos Brink (1942-2007). Geciteerd uit: “Mijn geloof is een gevoel” – vraaggesprek met Henny Huisman. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 januari 2017, p. 24 (rubriek Houvast).
Zie over Jos Brink https://nl.wikipedia.org/wiki/Jos_Brink ; geraadpleegd op woensdag 14 juni 2017.
[7]
Romeinen 8:18-21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.