gereformeerd leven in nederland

9 mei 2022

Geborgen bij God

“Wie een kuil graaft, zal erin vallen. Wie een gat slaat in een muur, een slang zal hem bijten. Wie stenen lostrekt, zal daardoor bezeerd worden. Wie hout klooft, zal daardoor gevaar lopen. Als het ijzer bot wordt en iemand slijpt de snede niet, dan moet hij meer kracht zetten. Het voornaamste om te slagen is wijsheid. Als de slang vóór de bezwering bijt, heeft de meesterbezweerder geen nut”.
Dat noteert de Prediker in hoofdstuk 10[1].

Prediker maant, zo schrijft een Gereformeerde dominee, “tot voorzichtige bedachtzaamheid. Hij veronderstelt daarbij, dat de kerkmens bereid is risico’s te aanvaarden. Er moet iets gebeuren, en juist de trouwe tempelganger zal hiervan overtuigd zijn. Het is de eer van de dienst des Heeren, dat hij de nodige risico’s meebrengt, en het is de eer van trouwe kerkmensen, dat ze deze risico’s aanvaarden. Het gaat om voorzichtigheid en om trouw aan de tempel, niet het ene ten koste van het andere”[2].

Wat bedoelt die dominee?
En wat wil de Prediker aanduiden?
Wees actief, zegt hij.
Wees bedachtzaam.
Neem gerust risico’s.
Maar wees ook een beetje argeloos. Enigszins naïef, zogezegd.
Wij komen, om zo te zeggen, in de sfeer van Mattheüs 10: “Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven”.
Er zitten twee kanten aan onze activiteit.
Wij moeten ons oefenen in bezonnenheid: wat doen we wel? En wat niet? Waarom doen we de dingen zoals we ze doen?
Wij hoeven echter niet te vrezen voor schade. Wij zijn immers in Gods hand?

Die opstelling is in onze tijd belangrijk.
Radio, televisie en sociale media geven ons alle gelegenheid om onze ongezouten mening binnen de kortste keren wereldkundig te maken. In zo’n maatschappij moeten wij selectief leren luisteren. En wij mogen gerust zeggen: dit of dat hoef ik niet te horen; daar heb ik geen belang bij.
In een relatief welvarende samenleving hebben we heel veel vrijheid. We kunnen in een opwelling allerlei ondoordachte dingen doen. In het Nederland van 2022 zien wij voor onze ogen waar dat toe leiden kan: seksueel grensoverschrijdend gedrag, scheldpartijen, steekpartijen, brandstichting, handel in drugs… En er is nog heel veel meer. Wij kunnen er dagelijks van alles over horen.
In de situatie van dit moment is het goed om Prediker 10 in het geheugen te houden: wees bezonnen in een bedreigende wereld, maar weet u geborgen bij God.

Prediker 10 geeft een kenschets waarin wij zonder moeite iets herkennen van het Nederland in 2022: “Door grote luiheid zakt het gebinte ineen. Door slapheid van handen gaat het huis lekken. Men richt maaltijden aan om te lachen, wijn verblijdt de levenden, en het geld verantwoordt alles”.
Toegegeven – met die luiheid valt het vaak mee.
Maar die slapheid? Die herkennen we wel. Het oplossen van heel wat problemen wordt vooruitgeschoven. Hieronder staan er drie.
* De aardbevingsschade in Groningen – wat heeft het lang geduurd voordat er voor dat probleem echte aandacht was! En hoe is het nu?
* De toeslagenaffaire. Daar is, vooral sinds 2017, ruime aandacht voor. Maar men krijgt bepaald niet de indruk dat er voortvarend aan oplossingen wordt gewerkt.
* De wapens van de Nederlandse defensie zijn verouderd; nu er elders in Europa oorlog is worden we daar op pijnlijke wijze mee geconfronteerd.
Tekent het bovenstaande niet de sfeer in Nederland in onze tijd? Men palavert eindeloos, maar laat – in het algemeen gesproken – weinig daadkracht zien.
Waar gaat het vandaag om?
Om het grote genieten, om culinaire geneugten. En om geld – ‘het kan altijd nog een ton beter’[3].

Hierboven kwam al het woord ‘defensie’ voorbij.
Wij weten het allemaal: Europa is momenteel een continent waarop een oorlog wordt gevoerd. Eén man – de Russische president Poetin – ontregelt zo ongeveer een heel continent. En de ganse wereld bemoeit zich ermee.
Voor Poetin is het vandaag, maandag 9 mei 2022, een speciale dag.
Een Belgische journalist schrijft in een analyse: “De wereld kijkt bezorgd uit naar maandag 9 mei, de dag waarop Rusland de overwinning herdenkt op nazi-Duitsland in 1945. Natuurlijk zal president Poetin de oorlog in Oekraïne opnieuw voorstellen als het actuele gevecht tegen nazisme. Of hij de feestdag ook aangrijpt om de strijd nog te laten escaleren, dat is vooralsnog voer voor speculatie. Eén ding is zeker: het is te vroeg voor Poetin om victorie te kraaien”
Zijn oordeel is nuchter: “De waarheid is dat we niet weten wat Moskou van plan is. De meest realistische en rationele veronderstelling is dat 9 mei een moment van extreem-nationalistisch machtsvertoon wordt, zoals andere jaren. Er zullen militaire parades zijn in 28 Russische steden en mogelijk ook in de Oekraïense stad Marioepol, en Poetin zal ongetwijfeld het Westen retorisch keihard onder vuur nemen. Maar of 9 mei als datum ook echt bepalend zal zijn voor de strategische keuzes van Rusland, dat is veel minder waarschijnlijk. En het scenario van kernbommen op westerse doelwitten mag je zonder meer klasseren als platte propaganda”.
Te midden van die strijd zoeken Gereformeerden elkaar op.
Ook op deze zogeheten Dag van de Overwinning.
Jazeker, zij weten dat de Prediker heeft opgeschreven: “Wijsheid is beter dan kracht, maar de wijsheid van de arme wordt veracht en zijn woorden worden door niemand gehoord”. Zij weten echter ook dat de apostel Paulus in 1 Corinthiërs 15 heeft genoteerd: “Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”. Daar gaat het Gereformeerden om. Daar gaat het bij al Gods kinderen om. Dat kan Vladimir Vladimirovitsj Poetin niet veranderen[4].

Bij oppervlakkige beschouwing verschillen gelovigen en ongelovigen niet zoveel van elkaar.
Maar dat is gezichtsbedrog.
Want gelovigen zijn in dienst van hun Heer.
Zij zijn gekocht door hun Heiland.
Zij zijn in Zijn hand.
Zij zijn getroost omdat zij weten: wij zijn in Gods hand – voor altijd![5]

Noten:
[1] Prediker 10:8-11.
[2] Ds. M.J.C. Blok, “Het boek Prediker: de kerk onder het kruis”. – Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – tweede druk, 1980. – p. 56,57.
[3] In deze alinea citeer ik Prediker 10:18,19. Verder gebruik ik https://www.provinciegroningen.nl/actueel/dossiers/gaswinning/tijdlijn/ , https://www.nu.nl/economie/6102039/tijdlijn-toeslagenaffaire-van-harde-aanpak-naar-kwijtschelden-schulden.html en https://www.rtlnieuws.nl/onderzoek/artikel/5294112/defensie-oorlog-materieel-personeel-verdedigen-navo ; geraadpleegd op woensdag 4 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik van https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/05/06/op-9-mei-de-dag-van-de-overwinning-zijn-er-voorlopig-vooral-ve/ ; geraadpleegd op zondag 8 mei 2022; de analyse is van Bert De Vroey, journalist bij VRT NWS. Uit Gods Woord citeer ik 1 Corinthiërs 15:57,58.
[5] Dit artikel werd geschreven als voorbereiding op een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Op woensdagavond 11 mei 2022 zal een vergadering worden gehouden waar Prediker 10:4-20 wordt bestudeerd.

8 april 2022

Creatief antwoord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Het is al zo’n vijftien jaar geleden.
Er kwam toen een nieuwe preses van de synode der Protestantse Kerk. Die man had zich ten doel gesteld de analfabetisering van het christelijk geloof tegen te gaan. Bij zijn verkiezing tot preses orakelde hij onder meer: “Er is veel onkunde over het christelijk geloof. Veel mensen weten niet meer wat Pasen en Pinksteren betekenen. Er is een grote vervreemding opgetreden naar de kerk en de boodschap van de kerk. Volgens de recente rapporten zullen ook in de toekomst mensen de christelijke kerk(en) gaan verlaten. Ik wil de harde werkelijkheid van die onderzoeken niet wegpraten met mooie woorden maar als kerk serieus zoeken naar creatieve antwoorden, die passen bij onze uitgangspunten als kerk en aansluiten op de ontwikkelingen van de huidige samenleving”.

Dat klonk, wat ons betreft, een tikje dikdoenerig. Wat zei die man nu precies?
Creatieve antwoorden. Dat zijn reacties waaruit blijkt dat men veel fantasie heeft. Het komt ons voor dat men met dergelijke ideeën niet erg verder komt. Het zou voor het eerst in de geschiedenis zijn dat de kerk gaat leven van de originaliteit van het menselijke brein.
Uitgangspunten als kerk. Hier gaat het over het vertrekpunt. Het beginsel. Het principe, kortom.
Men zou toch zeggen: vertel nu maar gewoon dat u de Bijbel leest en dáár uw antwoorden zoekt. Spreek maar zonder omwegen uit dat u God wilt gehoorzamen. Wat is daar tegen? Niets toch?

In de kerk leven wij van de gaven die God geeft.
Sommige broeders en zusters zijn regelrechte studiebollen. Ze weten veel. Zij lazen talrijke artikelen en boeken. En zij blijken in staat om die wetenschap aan anderen dóór te geven.
Anderen hebben niet zulke grote denkramen. De kern van het evangelie kennen zij. Meer niet. Maar veronachtzaam hun gastvrijheid niet. Of hun zorgzaamheid. Of hun daadkracht.
Wéér anderen hebben door de jaren heen veel kennis opgedaan. Zij slagen er echter maar moeizaam in om al die kennis te reproduceren. Pas als men dóór vraagt komt er een heel verhaal uit.
Om kort te gaan: er zijn denkers en doeners in de kerk.
En al die gaven zet de Verbondsgod in om Zijn einddoel te bereiken.

In de kerk moeten we voorál iets van onszelf kwijt kunnen, zeggen velen vandaag.
Een Rooms-Katholieke pastor zei eens dat de liturgie in de kerk niet al te vast moet staan. “Geef ruimte aan de eigen creativiteit. Dat er bij een uitvaart muziek van Frans Bauer wordt gedraaid, vind ik geen ramp. Soms heb ik zelfs het gevoel dat het beter bij de overledene past dan een traditioneel kerkelijk lied. Zonder alles te verloochenen kun je de mensen toch wel een beetje de ruimte geven, zodat ze daarin iets van zichzelf kwijt kunnen”.
Je moet jezelf kwijt kunnen. Dat klinkt mooi.
Ruimte voor eigen creativiteit. Prachtig.
Maar wie daarover praat, verlegt bijna ongemerkt een accent. Want waar gaat het om in de kerk? Vader gaf, om zo te zeggen, Zijn Zóón weg.
Wij hoeven onszelf dus niet kwijt te kunnen.
God kan Zijn gaven kwijt.

Daarom schreef Paulus in Galaten 3: “Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus”[1].

Die synodepreses sprak ook nog over het goud van het Evangelie. “Jezus is onze Hoop en Verlosser”, zei hij. Dat was mooi gezegd.
Maar het was net iets te kaal. Te bloot, zo u wilt. Want Paulus schreef dat wij ons met Christus moeten omkleden. Kleren maken de man. En de vrouw.
Ook hier geldt: wie het breed heeft laat het breed hangen. Want het evangelie van Christus zien we terug in de breedte van heel ons leven. Als het goed is, tenminste.
Wie dat Evangelie laat klinken komt er al gauw achter dat onze zogenaamd creatieve antwoorden blijven steken in primitief gestamel.

We hebben te maken met de analfabetisering van het christelijk geloof, zei die PKN-preses jaren geleden al. En: “…wij moeten in alle concreetheid wat doen om aan de mensen duidelijk te maken dat je bij de kerk terecht kunt als je aan het zoeken bent in het brede veld van de religie”.
Ziehier, de creatieve reactie op de noodkreet der mensen.

Maar in Galaten 3 lees ik: “Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden. Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een leermeester. Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus”.
In Israël was Gods wet de manier om het Verbondsvolk in het gareel te houden. In het Grieks staat er voor ‘tuchtmeester’ pedagogos. U herkent ons woord ‘pedagoog’. De pedagogos was een bediende die de kinderen van zijn werkgever van en naar school moest brengen; hij moest ervoor zorgen dat het kroost geen kattenkwaad uithaalde. Door de wet beschermde God Zijn kinderen dus. En door de eeuwen heen werd het steeds duidelijker: er is maar Eén die de weg naar God kan openen[2].

We kunnen er niet omheen: Jezus Christus is onze Middelaar. En wij zeggen het de Heidelbergse Catechismus na: dat weten we uit “het heilig evangelie. God heeft dat eerst zelf in het paradijs geopenbaard. Daarna heeft Hij het door de heilige aartsvaders en profeten laten verkondigen. Ook heeft Hij dat evangelie van tevoren laten afbeelden door de offers en andere schaduwachtige gebruiken die Hij in de wet had voorgeschreven. Tenslotte heeft Hij het door zijn eniggeboren Zoon vervuld”.
Dat is antwoord 19 uit Zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus.
Een heel creatief antwoord, als u het mij vraagt[3].

Noten:
[1] Galaten 3:27,28.
[2] In deze alinea citeer ik Galaten 3:24,25,26.
[3] Dit artikel is een bewerking van een artikel dat ik zo’n 15 jaar geleden schreef. Het artikel is gedateerd op 2 mei 2007.

31 maart 2022

Volhardend verkondigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waar leef je voor? Dat is een moderne vraag. Het hedendaagse antwoord kan luiden: ‘Mijn leven heeft geen betekenis, maar ik geniet er toch van’.
Dat ontlenen we aan een bericht in het Nederlands Dagblad. In het betreffende bericht staat te lezen: “Nederland is een ongelovig land geworden. De meeste Nederlanders noemen zich agnost of atheïst, de rest gelooft in een goddelijke kracht of energie. Nog 33 procent gelooft in een persoonlijke god. Dat blijkt uit het rapport Buiten kerk en moskee dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) donderdag naar buiten brengt. Voor het eerst deed de organisatie onderzoek naar niet-kerkelijke Nederlanders en hoe zij omgaan met zingeving in hun leven”.
Het SCP verwacht, zo blijkt ook uit dat bericht, verdere ontkerkelijking. Een onderzoeker zegt: “Heel lang dachten we dat het traditionele geloof in God vervangen werd door die alternatieve spiritualiteit. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat zij een voorbode is van ontkerkelijking. Veel van deze hedendaagse spirituelen zijn zelf nog religieus opgevoed, maar hebben met het geloof van hun ouders gebroken. De jongere generatie is echter niet meer opgevoed met het geloof. Dat betekent dat er steeds minder affiniteit is met religie. Zij zullen, verwachten wij, eerder agnost of atheïst worden”.
Kortom, de secularisatie zet door[1].

Dit alles kan voor Gereformeerde krantenlezers geen verrassing zijn. De verleiding is natuurlijk groot om nu uit de stoel te springen en flink wat evangelisatieprojecten op te zetten. En op zichzelf is daar ook niet zo veel tegen.
Maar laten we nuchter blijven. De kerk moet eenvoudig het Evangelie verkondigen. Niet meer en niet minder. Bijvoorbeeld naar aanleiding van 2 Corinthiërs 5: “En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is. Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees; en al hebben wij Christus naar het vlees gekend, dan kennen wij Hem nu zo niet meer. Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”[2].

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: we zijn maar tijdelijk hier op aarde. Laten we ’t maar ronduit zeggen: veel langer dan 100 jaar duurt ons aardse leven zeker niet.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: het leven van gelovige mensen gaat door. Wij krijgen een eeuwig huis, een hemels lichaam. Dat kan niemand kapot maken. Helemaal niemand.
De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: in onze samenlevingen is er veel lijden en veel ziekte. We hebben een massa vragen. We verwerken vrijwel continu teleurstellingen en verdriet. Daarom verlangen we er steeds vaker naar dat onze God de totale vernieuwing van ons leven dóórzet.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: we weten zeker dat wij volmaakt worden. Wij hebben namelijk de Heilige Geest gekregen. Hij is het beste garantiebewijs dat er bestaat. Wij krijgen een perfect leven. Dat is nu nog onvoorstelbaar. Maar het is waar.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: wij zijn vol goede moed. Er komt een dag dat de Here recht zal spreken. Dan wordt ons werk beoordeeld. Paulus schrijft: ‘Als de mensen ons maar een wereldvreemd clubje vinden – dat is dat maar zo. Het gaat namelijk niet om onze maatschappelijke status. Alles draait om de eer van God’.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: alles wat wij doen staat in het kader van het feit dat Jezus Christus, Gods Zoon, ons gered heeft. Sterker nog: de Heiland stierf voor iedereen. En ja, Hij is weer opgestaan uit de dood. Zo heeft Hij voor onze zonden betaald. Wij zijn verlost van schuld. Jezus Christus leeft weer. En wij leven ook. Met en voor Hem. Hier op aarde beleven we daar slechts het begin van. Maar het wordt nog veel mooier!

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: wij beoordelen niemand meer naar het uiterlijk. De vraag is veeleer: hoort u bij Christus? Oftewel: bent u een nieuwe mens die de eeuwigheid tegemoet gaat?
De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: wij kijken niet naar kleur of ras, maar naar de binnenkant van de mensen. Daar selecteren we op.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: er is vergeving voor de zonden.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: de kapotte wereld wordt vernieuwd. Alles wordt weer volmaakt. Paradijselijk![3]

De kerk moet het Evangelie verkondigen. Veerkrachtig en volhardend.
Dat gebeurt in een wereld waarin heel veel mensen niet meer zo geïnteresseerd zijn in de zin van het leven. Om het met een citaat uit het Reformatorisch Dagblad te zeggen: “In plaats van op zoek te gaan naar dé zin van het leven zoeken individuele niet-gelovigen naar betekenis in het eigen leven. Jezelf ontwikkelen, voor anderen zorgen, intense ervaringen beleven en je deel weten van een groter geheel zijn bijvoorbeeld manieren waarop zij betekenis geven aan hun leven”.
Dat is prachtig.
En het is beslist niet nutteloos.
Maar de kerk heeft een boodschap die over de dood heen reikt. Zij bezingt de bevrijdingskracht van haar Heer:
“Gij, die mijn ziel van dood en graf bevrijdt,
behoedt mij als uw gunstgenoot voor ’t sterven:
ik zal, door U op ’t levenspad geleid,
de vreugde van uw aangezicht beërven.
Voor immer zal uw rechterhand bevatten
een overvloed van kostelijke schatten”[4].

Noten:
[1] De citaten in deze alinea komen uit: “Het geloof in God verdwijnt snel”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 24 maart 2022, p. 1.
[2] In deze alinea citeer ik 2 Corinthiërs 5:15,16,17.
[3] In het bovenstaande gebruik ik 2 Corinthiërs 5:1-17.
[4] In deze alinea citeer ik uit: “Atheïst en agnost niet zo geïnteresseerd in dé zin van het leven”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 24 maart 2022, p. 4. En verder: Psalm 16:5 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 maart 2022

Waakt!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij moeten letten op de tekenen der tijden. Wij moeten letten op de gebeurtenissen in de wereld. De vraag die wij daarbij moeten beantwoorden is: wat is God aan het doen, en waar zien wij Hem bezig?
Om die vraag gaat het ook in Lucas 13. Een citaat uit dat Schriftgedeelte: “Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant was. En hij kwam om daaraan vrucht te zoeken, maar vond die niet. Toen zei hij tegen de wijngaardenier: Zie, ik kom nu al drie jaar vrucht zoeken aan deze vijgenboom en vind die niet. Hak hem om. Waarom beslaat hij de aarde nutteloos? En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb. Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem alsnog omhakken”[1].

Die vijgenboom kennen we uit het Oude Testament. Daar is het een beeld van Israël dat geen vrucht draagt. De harten van de Israëlieten worden hard en ontoegankelijk. Zij zetten God welbewust buiten de deur. Men begrijpt: dat wekt Gods woede op! Zo wordt het volk wordt rijp voor een straf van God.
Leest u maar mee in Jeremia 8: “Ik ga hen volkomen wegvagen, spreekt de Heere. Er zijn geen druiven aan de wijnstok, geen vijgen aan de vijgenboom, en de bladeren zijn verwelkt. Wat Ik hun gaf, daaraan gaan zij voorbij”. En in Hosea 9: “Ik vond Israël als druiven in de woestijn; als vroege vijgen aan de vijgenboom, zijn eerste opbrengst, zag Ik uw vaderen. Zíj gingen echter naar Baäl-Peor, wijdden zich aan die schande. Zij werden even weerzinwekkend als hun minnaars”.
Jezus wil aan Zijn luisteraars duidelijk maken: bij de Joden staat het er, in het algemeen genomen, op dit moment net zo voor![2]

Wij moeten dus attent zijn op de dingen die God in onze wereld doet.
Columnist dominee J. Belder schreef niet zo lang geleden in het Reformatorisch Dagblad ook over de tekenen der tijden. Als volgt: “De Doomsday Clock rekent vooral met ontwrichtende technologieën, met een aarde die door geld- en hebzucht uitgeput raakt, met klimaatverandering en grootschalige oorlogen. Vooral die waarbij atoom-, biologische en chemische wapens inzet zijn. Bedenkers van deze klok waren invloedrijke Amerikaanse geleerden in 1947. De wijzers zijn al vaak verzet. Nu de spanningen tussen Oost en West weer op scherp staan, kan het weleens minder dan 100 seconden voor middernacht zijn”.
En:
“Oorlogen van nu leveren alleen verliezers op. Opgeblazen lieden bedreigen de wereldvrede. Eén is Winnaar in de strijd en geeft Zijn volk de zege. Wie wijs is, volgt het Lam. Dan leren we allereerst en allermeest tegen onszelf strijden”.
Waarvan acte![3]

Wat doet God in onze wereld?
Wij moeten attent zijn, jazeker. Maar laten wij oppassen om op dit punt al te concreet te worden. Wij letten op oorlogen, op aardbevingen, hongersnoden en ziektes. Wij dienen echter in alle nuchterheid te beseffen dat dat alles altijd voorgekomen is. In alle tijden komen die dingen terug. Nee, die gebeurtenissen zijn ons niet gegeven om het moment van Christus’ terugkomst te berekenen. Trouwens, in Mattheüs 24 zegt Jezus Zelf: “U zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; pas op, word niet verschrikt, want al die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde”. En: “Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën”.
De geest van de tijd, zeg maar even: de sfeer in onze samenleving, laat zien hoe de mensen leven. Wij horen wat zij zeggen. Wij zien hoe zij zich gedragen. De secularisatie slaat om zich heen. Er heerst een geest van dwaling. Hoe komt dat? Antwoord: God stuurt een krachtige dwaling “zodat zij de leugen geloven, opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid”. Dus: God zendt een energie die duidelijk maakt in welk kamp de mensen staan. De zaken komen op scherp te staan: het is voor of tegen Christus![4]

Wij moeten letten op de tekenen der tijden.
Juist kerkmensen behoren extra attent te wezen.
En als we in de hoek komen te staan waar de klappen vallen, laten we dan niet wanhopen. Petrus geeft ons een prima aanwijzing voor het leven in deze wereld: “Als iemand echter als christen lijdt, laat hij zich daarvoor niet schamen, maar God in dit opzicht verheerlijken. Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn? En als de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en de zondaar verschijnen? Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede”[5].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Lucas 13:6-9.
[2] In deze alinea citeer ik Jeremia 8:13 en Hosea 9:10.
[3] In deze alinea citeer ik uit: ds. J. Belder, “Doemdagklok” – column in: Reformatorisch Dagblad, maandag 21 februari 2022, p. 21.
[4] In deze alinea gebruik ik: Dr. J.C. Maris, “Tekenen der tijden (I)”. In: De Wekker, vrijdag 3 november 1989, p. 6 en 7. Uit Gods Woord citeer ik Mattheüs 24:6, Mattheüs 24:8 en 2 Thessalonicenzen 2:11,12.
[5] Deze woorden zijn te vinden in 1 Petrus 4:16-19.

16 maart 2022

Burgerschap in 2022

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er ligt een glans over ons leven. Want wij leven naar de volmaaktheid toe. Het grootste wonder in ons leven moet nog komen.

Het bovenstaande statement ziet er prachtig uit. Het ideaal wordt dicht benaderd, naar het lijkt.
Intussen weten wij echter heel goed dat de zonde nog diep in ons leven verankerd zit.
In Gods Woord zijn er schrijnende voorbeelden van te vinden.
Neem Richteren 9. Daar gaat het over Abimelech. In een Studiebijbel staat bij Richteren 9 onder meer genoteerd: “Het is het enige langere tekstgedeelte dat niet de opbouw van de ‘grote’ richterverhalen volgt en waarin een Israëlitische leider niet optreedt als richter. Het koningschap van Abimelech is een dieptepunt waar het gaat om Israëlitisch leiderschap. In niets onderscheidt Abimelech zich meer van een Kanaänitische vorst. Het is treffend dat de naam van de HERE in dit hoofdstuk niet genoemd wordt”.
Zegt u nu zelf: dat voorspelt niet veel goeds.
Waar is dat glanzende leven gebleven?[1]

In Richteren 9 gaan wij een eind terug in de tijd. Naar 1125-1100 voor Christus namelijk.
De vader van Abimelech, Jerubbaäl, is gestorven.
Die Jerubbaäl was geen koning. Maar hij gedroeg zich wel zo.
Hoe gaat het nu verder?
Zo ongeveer iedereen verwacht dat één van Jerubbaäls zonen nu de macht over gaat nemen.
Abimelech wordt koning. En hij zaait meteen dood en verderf. De ideale koning verheft zich niet boven zijn volksgenoten. Maar Abimelech doodt nota bene zijn eigen broers. Op één na. Het is duidelijk: Abimelech is een tiran die zich aan God noch gebod stoort.

Wat is dat nou voor een bende?
Laat men dat gewoon gebeuren??
Is er niemand, helemaal niemand, die iets aan deze wantoestanden doet???
Jawel. Toch wel.
De God van hemel en aarde grijpt in. Lees maar mee.
“Toen Abimelech drie jaar over Israël geheerst had, zond God een boze geest tussen Abimelech en de burgers van Sichem. De burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech, opdat het geweld tegen de zeventig zonen van Jerubbaäl en hun bloed zouden neerkomen op hun broer Abimelech, die hen gedood had; en op de burgers van Sichem, die hem aangemoedigd hadden om zijn broers te doden. De burgers van Sichem plaatsten mannen in hinderlaag tegen hem op de toppen van de bergen, en die beroofden iedereen die over de weg langs hen heen kwam. En het werd aan Abimelech verteld”[2].

In gewone taal komt het er op neer dat de Here God ervoor zorgt dat er moeilijkheden ontstaan tussen Abimelech en de inwoners van Sichem. Abimelech wordt gestraft vanwege het bloedbad dat hij heeft aangericht. De inwoners van Sichem krijgen zo ook straf. Want zij hebben Abimelech alleen maar aangemoedigd…
Het wordt uiterst onveilig op de wegen. Alles en iedereen wordt beroofd. Het bergland wordt gevaarlijk. Eigenlijk is de toestand onleefbaar.

Richteren 9 geeft ons een ernstige waarschuwing. Ja, ook in 2022. Namelijk deze: wie Gods Woord loslaat, kan er op rekenen dat een land wegzakt in een moeras van eigengereidheid en criminaliteit. Natuurlijk – dat gebeurt meestentijds niet van de een op de andere dag. Maar in die omstandigheden kan het zomaar gebeuren dat één opper-egoïst, een niets ontziende despoot, de macht naar zich toe trekt.
Zien we dat in deze dagen niet voor ons? Eén verblinde dictator veroorzaakt een oorlog. Miljoenen mensen proberen het vege lijf te redden. Een heel werelddeel zoekt koortsachtig naar compromissen en oplossingen.
Maar bij dit alles dienen wij vooral te bedenken dat onze God dit toelaat. Hij beproeft Zijn kinderen, ook als de satanische macht om zich heen slaat. Laten wij elkaar, als het hierom gaat, wijzen op Hebreeën 4: “Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”.
God trekt ons naar Zich toe.
Ook vandaag![3]

In Richteren 9 gaat het over burgers.
God zond een boze geest tussen Abimelech en de burgers van Sichem.
De burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech.
Het geweld overweldigt de burgers van Sichem, die Abimelech aangemoedigd hebben.
De burgers van Sichem leggen mannen in hinderlaag op de toppen van de bergen.
Zoveel is duidelijk: die burgers van Sichem houden er een heel bijzonder burgerschap op na.
Daar valt het woord ‘burgerschap’.
En daarmee komen wij eensklaps opnieuw in de actualiteit van 2022 terecht.
Het Nederlands Dagblad meldt in een krantenbericht: “Hoeveel groep 8-leerlingen weten over burgerschap loopt sterk uiteen, blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs. ‘Er moet een tandje bij. Burgerschap is, naast taal en rekenen, een van de basisvaardigheden: essentieel om mee te doen in de samenleving”.
Hieronder volgen nog zes citaten uit datzelfde bericht.
1.
“De taken die volgens het onderzoek bij burgerschap horen, zijn: omgaan met conflicten, omgaan met verschillen, democratisch handelen en maatschappelijk verantwoord handelen”.
2.
“Midden in de wereld jezelf leren kennen en de ander begrijpen, daaraan zou burgerschapsles moeten bijdragen”.
3.
De burgerschapskennis is ten opzichte van 2009 licht gedaald. “En dat terwijl toen al werd geconcludeerd dat het niveau onder het gewenste peil was”.
4.
“Burgerschapsonderwijs kan mooiere mensen van leerlingen maken. Het leidt tot meer begrip voor de ander en stimuleert de eigen ontwikkeling”.
5.
“Je kunt niet van scholen vragen maatschappelijke spanningen op te lossen, maar wel om daaraan bij te dragen”.
6.
“Iedere school mag zelf bepalen hoe burgerschapsles wordt ingevuld, als die de democratische rechtsstaat maar onderschrijft. Of je dat nu doet op basis van mensenrechten, de Bijbel of Koran: pak die verantwoordelijkheid”[4].
Wanneer zijn wij maatschappelijk verantwoord bezig? Als wij ons leven in de hand van de Here leggen, en zijn heerschappij eerbiedigen.
Het is heel goed als wij anderen leren begrijpen. Maar het belangrijkste is wel dat we blijven zien dat de hemelse God ons het burgerschap van de hemel geeft. Om met Paulus in Philippenzen 3 te spreken: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus”.
Burgerschapsonderwijs is prachtig. Maar van hoger belang is het feit dat wij God leren aanbidden. Om met Psalm 8 te spreken:
“Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?
Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen
en hem met eer en glorie gekroond”.
Laten we proberen om, waar mogelijk, een bijdrage te leveren aan het oplossen van maatschappelijke spanningen, met het motto van Mattheüs 7: “Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo”.

Zo komt er inderdaad een nieuwe glans over ons leven. Een glans die niemand kan wegpoetsen!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Richteren 9:1-57.
[2] In deze alinea citeer ik Richteren 9:22-25.
[3] In deze alinea citeer ik Hebreeën 4:15 en 16.
[4] De ND-citaten komen uit: “Burgerschapskennis in groep 8 afgenomen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 9 maart 2022, p. 11. Uit Gods Woord citeer ik achtereenvolgens Philippenzen 3:20, Psalm 8:4,5,6 en Mattheüs 7:12 a.

13 oktober 2021

Zonder winstoogmerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De kerk is geen bedrijf. Natuurlijk niet. Dat laat onverlet dat er in de kerk wel degelijk het een en ander moet gebeuren. Wij moeten met elkaar meeleven. Wij behoren elkaar te stimuleren om met God te leven. Alle kerkleden betrekken, als het goed is, hun Heer in de dagelijkse dingen. Zij bidden tot God. Zij lezen Zijn Woord. Want Hij spreekt nog altijd. Ook vandaag.

Wat God zegt, dat doet Hij ook. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat het heel stellig: “…zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”. Met andere woorden: u bent behoorlijk uit de bocht gevlogen als u dat niet, of niet meer, gelooft!
Bij bovenstaand citaat uit de belijdenis wordt verwezen naar Ezechiël 33. In dat hoofdstuk lezen wij onder meer:
“Ik zal van het land een verlaten woestenij maken en zijn sterke trots doen ophouden. De bergen van Israël zullen verwoest zijn, zodat niemand erdoorheen trekt. Dan zullen zij weten dat Ik de Heere ben, wanneer Ik vanwege al hun gruweldaden, die zij gedaan hebben, van het land een verlaten woestenij maak”.
En:
“..zie, u bent voor hen als een liefdeslied, met een mooie klank en goed gespeeld. Zij horen uw woorden, maar zij handelen er niet naar. Maar als het komt – en zie, het komt – dan zullen zij weten dat er een profeet in hun midden geweest is”1.

Wat staat er in Ezechiël 33?
1.
Ezechiël moet de wacht houden over het volk Israël. Hij moet de waarschuwingen en vermaningen van zijn Opdrachtgever doorgeven.
En als Ezechiël dat niet doet? Dan zal Gods volk óók omkomen. Maar dat is dan wel de schuld van Ezechiël. Hij draagt dan de verantwoordelijkheid voor al die sterfgevallen. Anders wordt het als de mensen niet naar de profeet luisteren. In dat geval heeft Gods woordvoerder geen schuld.
De God van hemel en aarde roept Zijn volk op tot bekering. “Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël?”. De hemelse God is rechtvaardig. Iemand die met God leeft, blijft leven. Iemand die God negeert vindt de dood. Er wordt recht gesproken!
2.
Hoe is de sfeer in Israël in de tijd van Ezechiël? Antwoord: goddeloosheid is aan de orde van de dag. Men dient afgoden. Onschuldige mensen worden gedood. Men vertrouwt op eigen kracht. Overspel is een bekend fenomeen.
De hemelse God zegt: dat alles zal snel afgelopen zijn. Er komt een einde aan. Het land wordt verwoest. De hele zaak gaat plat!
Onheil en ondergang – dat is het gevolg van goddeloosheid. Die goddeloosheid is er de oorzaak van dat het land een “verlaten woestenij” wordt.
3.
Zijn de mensen God totaal vergeten? Nee. Dat niet. De mensen luisteren welwillend naar Gods profeet. Ze zeggen: ‘we willen best eens horen wat die Ezechiël te zeggen heeft’. Eigenlijk luisteren zij op de manier waarop zij naar mooie muziek luisteren: ‘Wat kan die man het toch mooi zeggen! Wat prachtig klinkt dat, vind je niet?’. Maar thuis doen die luisteraars er niets mee. Ezechiëls betoog klinkt mooi, maar er verandert niets2.

Dat is het verband waarin de tekst staat waarmee dit artikel begon. Jazeker, er komt een moment dat Gods volk gaat beseffen dat Ezechiël niet alleen maar schitterende betogen hield; de mensen realiseren zich dat de profeet de waarheid gesproken heeft.

Aangenomen mag worden dat onderhand wel duidelijk is wat Ezechiël 33 voor ons betekent. Kerklidmaatschap en het spreken van vele vrome woorden, doch vervolgens onze eigen gang gaan – dat past niet bij elkaar. Keuzes maken zonder God – voor Gods kinderen is dat een onmogelijke combinatie.

Wij mogen en moeten ons realiseren dat Ezechiël de toekomst in zijn blikveld heeft gehad.
Daarnaast moeten we bedenken dat Ezechiëls preek is geadresseerd aan de kerk van het Oude Testament.
Wat moet de kerk van het Nieuwe Testament met die profetie? De kerk van nu moet nog altijd waakzaam zijn. De kerk moet een luisterend oor hebben. Want God spreekt. Ook vandaag.

Als het om die waakzaamheid gaat is het goed kennis te nemen van een tweet op het Twitteraccount van het maandblad Nader Bekeken: “In veel kerken wordt helaas niet geestelijk leiding gegeven. In steeds meer kerken doen managers en interimmers hun intrede. Ook als het niet zo wordt genoemd, worden steeds meer moderne ideeën voor bedrijfsvoering in de gemeentes geïntroduceerd. PDrost, sep”.
Nee, de kerk hoeft geen marktleider in geloofszaken te worden.
Wat is de kernactiviteit van de kerk? Antwoord: luisteren naar Gods Woord en dat toepassen in het leven van alledag. Op allerlei manieren. Soms zijn de methodes heel traditioneel. Op andere momenten is de aanpak wellicht tamelijk onorthodox.
Hoe dat zij – het gaat niet om indrukwekkende kerkgebouwen.
Het gaat niet om de aangename warmte in de kerkelijke gemeenschap, hoe prettig die ook aanvoelt.
Met nauw verholen Geestdrift nemen wij kennis van Gods Woord.
En daarna? Daarna gaan wij gewoon doen wat Hij zegt, in de omstandigheden zoals die zich aan ons voordoen.
Onze reputatie is dan niet zo belangrijk.
En nee, de kerk heeft geen winstoogmerk.
De kerk is per slot van rekening geen bedrijf34.

Noten:
1 In deze alinea citeer ik enkele woorden uit artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. En uit Gods Woord Ezechiël 33:28, 29, 32 en 33.
2 In deze alinea citeer ik Ezechiël 33:11. Verder gebruik ik Ezechiël 33:20.
3 De tweet is geciteerd van https://twitter.com/NaderBekeken ; geraadpleegd op woensdag 5 oktober 2021.
4 In de geciteerde tweet wordt dominee P. Drost genoemd. Hij is momenteel predikant van de Evangelisch Reformierte Kirche Westminster Bekenntnisses in Graz, Oostenrijk.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.