gereformeerd leven in nederland

18 maart 2019

Gods Woord over seksuele zonden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij moeten – zegt de Bijbel – rein en ingetogen leven.
In onze westerse wereld is dat geen sinecure.
Je hoort veel over seksueel misbruik. Als een vloedgolf komt het nieuws over ons heen.
En ja, ook in de kerk zijn er heel wat mensen die over de schreef gaan.

Maar laten wij er niet omheen draaien: ook buiten de kerk weten mensen best dat zij trouw moeten wezen. Met iemand naar bed gaan terwijl je geen vaste relatie met hem of haar hebt, levert niet zelden een heel beroerd gevoel op. Een excuus als ‘het gebeurde gewoon’ neemt dat uiterst vervelende gevoel niet weg.

Wat leert Gods Woord ons over deze dingen?[1]
Laten we 1 Thessalonicenzen 4 als uitgangspunt nemen: “Want dit is de wil van God: uw ​heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht, en dat ieder van u zijn lichaam weet te bezitten in ​heiliging​ en eerbaarheid, en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen”[2].

Wij lezen over de wil van God. Dat wijst op Gods heilsplan. En op Gods leiding in het leven. In 1 Thessalonicenzen 4 komt vooral een ethische richtlijn in beeld. Wie God kent, blijft het liefst bij de zonde vandaan. Nee, op aarde lukt dat nooit helemaal. Maar een echt kind van God is, wat dit betreft, levenslang in training.
Gaat het dan nooit meer fout?
Zeker wel.
Maar Gods kind mag altijd bij Vader terugkomen, en zijn of haar zonde belijden. Gods kind mag opnieuw in training gaan. Gods kind mag opnieuw op tijd leren remmen.
De apostel Paulus leert ons: geef je nooit zomaar over aan heftige seksuele driften. Ga wijs om met je lichaam!

Paulus gebruikt het woord ‘eerbaarheid’.
Als mensen spreken over hun seksuele ontsporingen hoor je ’t wel eens zeggen: ‘ik voel me een slet’. Dat sentiment voorkomt Paulus in 1 Thessalonicenzen 4.
Ziet u dat de apostel in zijn tijd al inspeelde op de gevoeligheden van de eenentwintigste eeuw?

Hoererij is in Gods Woord een containerbegrip. Het omvat alle seksuele activiteit buiten het huwelijk.
Het komt voor in rijtjes van ernstige zonden. In 1 Corinthiërs 6 bijvoorbeeld: “Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, ​dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het ​Koninkrijk van God​ niet beërven”[3]. En in Openbaring 21 gaat het over “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars”[4].
Met iemand naar bed gaan, gewoon vanwege de heftige seksuele opwinding – dat is niet niks!

Door seksuele losbandigheid ontstaat, zacht gezegd, onvrede. Bij de daders zelf. En soms ook bij de omgeving.
De profeet Jesaja wijst erop hoe men Gods vrede verwerven kan: “Och, had u maar acht geslagen op Mijn geboden! Dan zou uw ​vrede​ geweest zijn als een rivier en uw ​gerechtigheid​ als de golven van de zee”[5]. De vraag is: waardoor laat je je overheersen?
De schrijver van de brief aan de Hebreeën vermaant ons: “Laat het ​huwelijk​ bij allen in ere zijn en het huwelijksbed onbevlekt, want ontuchtplegers en overspelers zal God oordelen”[6].
Misschien zegt iemand: het is geen doen om je aan Gods geboden te houden.
Maar dat valt mee.
In 1 Johannes 5 lezen wij: “Want dit is de ​liefde​ tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last”[7].

Paulus schrijft aan de christenen in Efeze: “Maar ontucht en alle ​onreinheid​ of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het ​heiligen​ past, en evenmin oneerbaarheid, dwaze praat en lichtzinnige taal, die onbehoorlijk zijn; maar veelmeer past dankzegging. Want dit weet u, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van ​Christus​ en van God”[8].

Laten wij nog eens met nadruk noteren: een seksuele uitspatting levert niet zelden een heel beroerd gevoel op. Een excuus als ‘het gebeurde gewoon’ neemt dat uiterst vervelende gevoel niet weg!

Nee, dit artikel is niet bedoeld om allen die seksuele zonden bedrijven, of hebben bedreven, duidelijk zichtbaar aan de schandpaal te hangen.
Laten we elkaar wijzen op Romeinen 5: “God echter bevestigt Zijn ​liefde​ voor ons daarin dat ​Christus​ voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren”[9].
En ook op 1 Johannes 1: “Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[10].

Zondaars die zich schuldbewust tot Jezus Christus wenden, ontvangen vergeving!

Laten we elkaar maar stimuleren om Gods leiding in ons leven te accepteren. Ook als het over deze dingen gaat!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://www.jw.org/nl/publicaties/tijdschriften/g201309/is-seks-voor-huwelijk-verkeerd/ ; geraadpleegd op vrijdag 15 maart 2019.
[2] 1 Thessalonicenzen 4:3.
[3] 1 Corinthiërs 6:10.
[4] Openbaring 21:8.
[5] Jesaja 48:18.
[6] Hebreeën 13:4.
[7] 1 Johannes 5:3.
[8] Efeziërs 5:3, 4 en 5.
[9] Romeinen 5:8.
[10] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.

20 februari 2019

Trouwe dienst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De apostel Paulus is, naar het lijkt, zijn leven lang ongetrouwd gebleven[1]. Het zou trouwens ook kunnen zijn dat hij weduwnaar was.
Hoe dan ook – de apostel is lang alleengaand geweest. En dat was goed, vond hijzelf.
Want in 1 Corinthiërs 7 schrijft hij onder meer: “Want ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf, maar ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de één op deze wijze, de ander op die wijze”[2].
In de Basisbijbel worden die woorden aldus geparafraseerd: “Ik zou best willen dat iedereen ongetrouwd was zoals ik. Maar ieder mens krijgt van God zijn eigen gave. De één krijgt de gave om te trouwen, de ander de gave om níet te trouwen”[3].

Het gaat Paulus erom dat hij in ongetrouwde staat de Here optimaal kan dienen.

Maar dat is voor alle mensen verschillend.
De één is getrouwd, en wellicht ook vader of moeder.
De ander is weduwe of weduwnaar.
Een derde persoon is alleengaand.
Voor iedereen geldt echter: ieder krijgt in zijn of haar omstandigheden de gaven en mogelijkheden om voor de Here te leven.

Overigens zijn daarmee niet alle problemen als bij toverslag opgelost.
Sommige alleengaanden zouden graag getrouwd willen zijn. Maar soms kan dat niet. Bijvoorbeeld omdat er geen geschikte kandidaat is. Of omdat er, bijvoorbeeld, psychische belemmeringen bij de alleengaande man of vrouw zijn.
Er zijn heel wat mensen die hun leven heel graag in een andere richting zouden willen sturen; niettemin hebben zij geen keus.
Hoe dat zij – voor ieder geldt voluit: gebruik Gods gaven goed!

In dit verband mogen we elkaar wijzen op 1 Corinthiërs 12: “Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander ​profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”[4].
En: “Samen bent u namelijk het lichaam van ​Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de ​gemeente​ een plaats gegeven: ten eerste ​apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen ​apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers? Streef dus naar de beste genadegaven”[5].

Hoe moet men, gelet op het bovenstaande, tegen seks en seksualiteit aankijken?
Professor J. van Bruggen schrijft: Een mens is “niet geschapen tot het uitleven van zijn natuurlijke verlangens, maar tot het goed beheer ervan. Buiten het huwelijk en in het huwelijk. Het feit dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is, is nu eenmaal meer bepalend voor het christelijk leefpatroon dan al het andere”[6].
We moeten waken voor verslaving aan seks en porno. Het leven is aanzienlijk meer dan geslachtsdrift!

Nogmaals noteer ik: het leven is aanzienlijk meer dan geslachtsdrift.
Het is belangrijk om dat laatste vast te houden. Vandaag zijn er ontelbaar veel huwelijken die verbroken worden omdat het, naar men zegt, niet meer gaat. Men vindt elkaar niet meer. Men helpt elkaar niet meer in de gewone dingen van het leven. Als het niet spannend genoeg is, houdt het op.
De vraag ‘hoe kan ik de Here het beste dienen?’ is voor massa’s mensen niet, of niet meer, aan de orde.
In de kerk moeten we die vraag echter blijven beantwoorden. In dat antwoord is het woord ‘trouw’ zonder twijfel een sleutelwoord. Misschien zeggen sommigen: ‘trouw-zijn – in het huwelijk is dat voor mij zo goed als onmogelijk geworden’. Jazeker, zo kan dat gaan. Maar laten we dan niet vergeten dat de Here trouw is. Denkt u in dit verband bijvoorbeeld maar aan Psalm 36:
“HEERE, Uw goedertierenheid reikt tot in de hemel,
Uw trouw tot de wolken”[7].
En bijvoorbeeld aan Psalm 100:
“Want de HEERE is goed,
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig,
Zijn trouw van generatie op generatie”[8].
In ons huwelijk, en overigens ook in onze vriendschappen, kunnen we iets van Gods trouw laten zien. Gods liefde overkoepelt het leven van Zijn kinderen!

Laten wij, ieder in zijn of haar eigen omstandigheden, Geestdriftig gebruik maken van de gaven die God ons geeft. Laat ons werk alle kenmerken van trouwe dienst aan God houden!
Laten wij er voor zorgen dat ons doen en laten, binnen en buiten het huwelijk, past in het kader van Psalm 90:
“Laat, Heer, uw volk uw daden zien en leven
en laat uw glans hun kinderen omgeven”![9]

Noten:
[1] Afgelopen woensdag, 13 februari 2019, woonde ik een vergadering bij van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Aldaar werd gesproken over 1 Corinthiërs 7:1-9. Dat gebeurde naar aanleiding van schets 8 uit: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. In dit artikel is enige voorstudie samengevat.
[2] 1 Corinthiërs 7:7.
[3] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/1_korinti__rs/7 ; geraadpleegd op woensdag 13 februari 2019.
[4] 1 Corinthiërs 12:4-11.
[5] 1 Corinthiërs 12:27-31 a.
[6] Dr. J. van Bruggen, “Het huwelijk gewogen – 1 Korinthe 7”. – Amsterdam: Uitgeverij Ton Bolland, 1978. – p. 43.
[7] Psalm 36:6.
[8] Psalm 100:5.
[9] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 90:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

10 november 2017

Me too

Momenteel komen we ‘m allerwegen tegen: de Twitter-aanduiding #metoo.
Dat is, zoals u wel zult weten, een wereldwijde actie waarbij mensen hun ervaringen met seksueel misbruik of intimidatie openbaar maken.

Het Reformatorisch Dagblad berichtte gisteren: “Een op de elf mannen zegt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend seksueel gedrag, blijkt uit een enquête onder 305 mannen in opdracht van het Algemeen Dagblad”.
En:
“Een op de zeven ondervraagden twijfelt of hij weleens over de schreef is gegaan, 9,2 procent denkt wel eens te ver te zijn gegaan. Driekwart zegt zeker te weten nooit een misstap te hebben begaan”[1].

Van al die berichten neem ik met enige verbazing kennis. Zeker – ik weet dat ontucht, en wat daar verder volgt, aan de orde van de dag is. Maar dat er zo’n wereldwijde vloedgolf seksueel getinte alarmberichten over de wereld klotst, dat is toch wel verrassend.

Wat betreft staat #metoo eerst en vooral voor de verdorvenheid van kerk en wereld.
Ja, dat bederf komen we ook vaak in de Bijbel tegen.
Mozes spreekt er in Deuteronomium 32 bijvoorbeeld van:
“Zij hebben verderfelijk tegen Hem gehandeld;
het zijn Zijn ​kinderen​ niet. Een schandvlek!
Het is een slinkse en verdorven generatie.
Doet u dit de HEERE aan,
dwaas en onwijs volk?
Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft,
Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?”[2].
Bederf en verrotting: dat zit niet alleen in de wereld, maar ook in de kerk.

Niet voor niets zegt het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal over de zelfbeproeving: “Ten eerste moet ieder zijn zonden overdenken, en beseffen dat hij Gods toorn verdient”[3][4].
De metoo-tsunami wrijft het ons nog eens in: wij moeten ons voor God verootmoedigen. Ook kerkmensen zijn zondig en van nature goddeloos. Laag-bij-de-grondse gedachten, woorden en daden laten ook gelovige mensen zomaar uit de bocht van de smalle weg vliegen.
Laat ik het zo zeggen: strikt genomen hebben we allemaal gevangenisstraf verdiend! En waarom? Omdat onze Schepper ons gemaakt heeft. We werken, hier op aarde, nooit op het niveau waarop Hij ons heeft gezet.

Allen die – getrouwd of ongetrouwd – hun lichaam niet rein bewaren hebben, zo zegt datzelfde Avondmaalsformulier, geen deel aan het rijk van Christus[5]. Hun paspoort voor de hemel wordt hen afgenomen. Al die mensen hebben, om zo te zeggen, geen dubbele nationaliteit.

Met #metoo mogen Gereformeerde mensen zichzelf echter nooit de put in praten.

Kent u Efeziërs 5?
Ik citeer: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God. Maar ontucht en alle ​onreinheid​ of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het ​heiligen​ past”[6].
Paulus spreekt daar nadrukkelijk in het meervoud.
Wij kunnen nimmer op ons eentje kerk-zijn. Dat kan niet, en dat gebeurt ook niet.
Het enige wat ons te doen staat, is: samen in de lichtbundel van het Woord blijven.
Samen – elk lid van de gemeente mag het verwonderd zeggen: ik hoor er ook bij. I belong to the congregation; me too!

Laten wij daarbij letten op de zekerheid die de apostel Paulus in Efeziërs 5 uitstraalt: “Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als ​kinderen​ van het licht”[7].
Nu bent u licht in de Heere, noteert Paulus. Kinderen van God hoeven zich dat niet af te vragen. Kinderen van God wapenen zich niet dagelijks met vijfduizend twijfels en tienduizend vraagtekens. Dankzij het werk van de Here Jezus Christus, onze Heiland, bewegen we ons in het schitterende licht dat God geven wil.
Wandel als kinderen van het licht, noteert Paulus echter ook. Dat is dus een oproep. Het is nu beslist niet de bedoeling dat wij zelfverzekerd op een stoel gaan zitten. We moeten aan het werk blijven. Het is toch niet voor niets licht geworden in ons leven?

Nog één keer geef ik een troostvol citaat uit het Avondmaalsformulier. Dat citaat is helder en duidelijk. Het is, dunkt mij, niet nodig daar nog veel bij te schrijven.
“Maar wij hebben door de genade van de Heilige Geest over deze zonden van harte berouw. Wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven. Daarom mogen wij er vast van verzekerd zijn, dat geen zonde of zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is, kan verhinderen, dat God ons in genade aanneemt en ons waardig keurt aan deze hemelse spijs en drank deel te hebben”[8].

Dat geeft u vast troost. Ja, dat geeft u zekerheid.
Me too.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/eén-op-elf-mannen-wel-eens-over-de-schreef-1.1443911 ; geraadpleegd op donderdag 9 november 2017.
[2] Deuteronomium 32:5 en 6.
[3] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 522.
[4] Het gebruik van het Avondmaalsformulier in dit artikel is niet geheel toevallig. In De Gereformeerde Kerk Groningen zal, Deo Volente, zondagmiddag 12 november aanstaande het Heilig Avondmaal worden gevierd. Deze week is dus de week waarin de leden van DGK Groningen zich op die viering voorbereiden.
[5] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[6] Efeziërs 5:1, 2 en 3.
[7] Efeziërs 5:8.
[8] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.

23 september 2016

Kleding voor de naakte mens

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is al vaak opgeschreven: wij leven in een verseksualiseerde samenleving. Als het gaat over seks moet veel, zo niet alles, kunnen. Men is, om zo te zeggen, leider in het eigen lichaam.
Maar dat is niet iets van de laatste tijd.
Het is maart 1970 als een groep Dolle Mina’s een congres van gynaecologen binnendringt om actie te voeren voor een vrije abortus. De vrouwen trekken hun truien omhoog. Daar staat te lezen: baas in eigen buik[1].

Het blad ‘Lichtstralen’, dat in die jaren in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt uitgegeven ter ondersteuning van kerkleden die in de evangelisatie actief zijn, besteedt er aandacht aan.
Dominee D. Vreugdenhil (1909-2003) schrijft een artikel over de sekscultus. Dat artikel wordt door het Nederlands Dagblad naar voren gehaald[2].

Dominee Vreugdenhil schetst met duidelijke lijnen wat Gods Woord ons over deze dingen leert. Hij doet dat als volgt.

“In al deze dingen komt tot uiting opstand tegen de wil en het begeren van God.

De Bijbel spreekt ook over de naakte mens.
Toen God de mens had geschapen, schoon en goed en mooi, had die mens geen kleding nodig. Toen waren er geen onzuivere hartstochten. Toen was er niet de zinnelijkheid, die zoals vandaag de zuivere blijheid van de mens wegvreet.
Toen was er dat pure, blanke, smetteloze, dat geen sterveling zich vandaag kan indenken.Toen was er geen schaamte, omdat er geen zonde was.

Maar toen de zonde was gekomen, als een bliksem ingeslagen in de schone wereld, toen schaamde de mens zich.
Toen schaamden man en vrouw zich voor elkaar.
Toen bleek, hoe groot de kracht van de zonde is en van de duivel, die de zonde in zijn dienst neemt.
Door de zonde is het menselijk leven verstoord. Ook de lichamelijke omgang is onder de vloek gekomen.
God heeft de mens zo gebouwd, als man en vrouw, dat de lichamelijke verschijning bekorend werkt.
Maar wat door God als het lichamelijk mooiste gemaakt is, is door de zonde het lelijkst geworden. De delen van het menselijk lichaam, die het hoogste zinnelijk leven en de hoogste zinnelijke bekoring tussen man en vrouw vertegenwoordigen, zijn de schaamdelen geworden.
Ze zijn oorzaak tot zonde geworden, tot perversiteit, tot verminking van het mooie menselijk leven.

Om de mens te beschermen tegen de zonde en om gelegenheid te scheppen voor de hernieuwde omgang tussen de mens en God, heeft de Here kleding gegeven aan de naakte mens.
Dat was genade van God. Dat was zegen.
We lezen in Genesis 3:21: ‘En de Heere God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede’.
Wie de naaktheid propageert en het nudisme begeert, gaat dwars tegen Gods zegenende bescherming in.

Als in de Bijbel gesproken wordt over naaktheid en over de ontkleding van de mens, is dat een accentuering van zijn oordeel, van zijn toorn. Naaktheid is in Gods ogen schande.
In Ezechiël 16:39 staat het duidelijk, dat het goddelijke straf is, dat de mens, dat zijn volk van sieraden beroofd wordt en naakt en bloot moet staan.
En in Hosea 2:2 zegt God, dat Hij om zijn zonde Zijn volk naakt zal uitkleden.
En vooral in het leven van onze Here Jezus Christus zien wij het ontroerend klaar, dat naaktheid vloek betekent en oordeel, als Hij, Gods Zoon, het toelaat, dat Hij naakt wordt uitgekleed en zo in zijn schande publiek moet hangen aan een kruis.

En waarom deed Hij dat? Waarom liet Christus zich zo onteren?
Waarom wilde Hij naakt hangen aan het vloekhout?
Om zo de straf, die wij, zondaren, hebben verdiend, voor ons, in onze plaats te dragen en om zo voor mensen, die geloven en God willen dienen, de gelegenheid te scheppen zich te kunnen kleden en zonder schaamte te kunnen verschijnen voor de vergevende God.

Zo komt uit de Bijbel de dringende vermaning tot alle mensen, die luisteren willen, dat zij moeten ophouden met de naaktcultuur van de moderne tijd. De mode ook moet in dienst gesteld worden van de genade van God.

Het kleed mag sierlijk zijn. De mens mag zich met zijn kleding mooi maken en de vreugde van het leven onderstrepen.
Maar het kleed moet beantwoorden aan de bedoeling van God, Die het goede voor de mens zoekt. Kleding moet de naaktheid bedekken en zo de reine en zuivere omgang bevorderen van mens en mens en ook van mens en God”.

Tot zover dominee Vreugdenhil.

In onze tijd staan de zaken er niet beter voor.

Ten bewijze daarvan geef ik het woord aan professor van Marle, forensisch psychiater.
In februari 2016 zei hij in het Reformatorisch Dagblad: “Ik zie de mens als het hoogst ontwikkelde zoogdier. We hebben verantwoordelijkheidsgevoel en moreel besef gekregen, maar zoals Freud al zei: die zijn niet meer dan krassen op een steen. Ze blijven oppervlakkig. In ons onbewuste woelen alle mogelijke zoogdierdriften. ‘Het Ik is als een ruiter te paard’, zei Freud. De zwakste dus. Op grond van mijn werk als psychiater en wetenschapper moet ik vaststellen dat de mens in feite nog steeds primitief is. Uiteindelijk blijven we egoïsten, tot het kwade beschikt. Gelukkig zijn er wel compenserende factoren, zoals humor, identificatie, moreel besef, geloof”.

In het voorbijgaan waarschuwt Van Marle voor de gevaren van seks op het internet:
“Ook daarin zie je dat we tot het kwade beschikt zijn. We kunnen door dit prachtige netwerk met elkaar communiceren en elkaar foto’s sturen, maar wat gebeurt? We delen via internet schimpscheuten uit, of erger, en zetten er porno op. Vooral voor de zwakke broeders onder ons, die niet van hun ouders meekregen dat het in de seksualiteit in de eerste plaats om intimiteit gaat, is dat funest. Het bevestigt hun idee dat seks iets mechanisch is. De pornoficatie, die begon met reclame voor mooie onderbroeken met mooie meisjes erin, zouden we veel duidelijker moeten afwijzen”.

Professor Van Marle zegt ook nog:
“Ja, ik vind dat wij van God los zijn, en dat betreur ik zeer. Voor een land zonder morele bakens valt weinig goeds te verwachten. Het zoogdierbrein gaat dan zijn gang. We moeten er niet vreemd van opkijken als mensen in zo’n samenleving ontsporen”[3].

Veel wat Van Marle zegt kan onze instemming hebben.
Tegelijkertijd is het zonneklaar dat de hooggeleerde psychiater in somberheid en duisternis blijft steken. En het is, wat mij betreft, volstrekt duidelijk waarom dat zo is.

Nee, geef mij dan Vreugdenhil maar: “En waarom deed Hij dat? Waarom liet Christus zich zo onteren?
Waarom wilde Hij naakt hangen aan het vloekhout?
Om zo de straf, die wij, zondaren, hebben verdiend, voor ons, in onze plaats te dragen en om zo voor mensen, die geloven en God willen dienen, de gelegenheid te scheppen zich te kunnen kleden en zonder schaamte te kunnen verschijnen voor de vergevende God”.

Laten wij ons vooral door de vermaning van Spreuken 5 laten leiden. U weet het misschien wel: dat Schriftgedeelte bevat een waarschuwing tegen de vreemde vrouw. De laatste verzen van dat hoofdstuk luiden:
“Want voor de ogen des Heren liggen ieders wegen open,
Hij weegt al zijn gangen.
Zijn ongerechtigheden vangen de goddeloze,
in de strikken zijner zonde raakt hij vast.
Hij sterft, omdat tucht hem ontbreekt,
door zijn grote dwaasheid verdwaalt hij”[4].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/1970 .
[2] ‘Wereld zonder schaamte’. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 18 september 1971, p. 2. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[3] “In de huid van het menselijk kwaad”. In: Puntkomma, katern van het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 19 februari 2016, p. 4 en 5.
[4] Spreuken 5:21, 22 en 23.

3 mei 2016

Middeleeuwse toestanden

Kuisheid: dat is echt een ouderwets woord geworden. Het komt nog voor in Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus. Belezen mensen van middelbare leeftijd kennen die kuisheid ook nog wel. Maar de jeugd van tegenwoordig? Persoonlijk vrees ik dat weinigen dat begrip ‘kuisheid’ in hun vocabulaire hebben.

Waarom legt de Catechismus eigenlijk zoveel nadruk op die kuisheid?

Een artikel in een krant uit 1985 werpt een verhelderend licht op die vraag.
Ik citeer het volgende.

“In de Middeleeuwen hadden de meeste woningen slechts één kamer; de boerderijen kenden zelfs geen scheiding tussen stal en woonvertrek. Volwassenen en kinderen sliepen samen in dat ene vertrek en dikwijls sliepen verschillende mannen en vrouwen samen in hetzelfde bed. De kinderen die vanaf hun zevende jaar tot het dienstpersoneel gingen behoren, waren dikwijls getuige van de seksuele omgang, vooral in de dienstvertrekken.
Middeleeuwse prenten van kermissen laten vergaande seksuele intimiteiten zien, die in het openbaar op de markt bedreven werden. Van de openbare badhuizen werd gebruik gemaakt door mannen en vrouwen tegelijk en zij veroorloofden zich daar een bijzonder vrije omgang. De seksualiteit was in de Middeleeuwen niet verhuld, ook niet voor het kind.
Dat seksuele kennis een privilege voor volwassenen is geworden en seksuele omgang opgesloten is binnen het huwelijk, is (…) te wijten aan de Kerkhervorming.
Reformatoren – en ook Jezuïeten – bonden de strijd aan tegen dit in hun ogen morele verval. (…)
Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus hebben geweten van de onbeschaamde seksuele scènes in slaapkamers, badhuizen en kermissen, toen ze hun verklaring schreven van het zevende gebod: ‘Dat alle onkuisheid van God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten. Omdat zowel ons lichaam als onze ziel een tempel van de Heilige Geest is, wil God dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren. Daarom verbiedt Hij alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten en wat de mens daartoe verleiden kan’ (Zondag 41). De catechismus is een strijdschrift, ook in dit opzicht; de veroordeling van het morele verval blijkt verrassend actueel te zijn”[1].

Tegenwoordig wordt op seksueel gebied heel veel open en bloot getoond. Dat lijkt reuze modern. Maar dat is het helemaal niet. Integendeel. Het is een teruggang; naar de Middeleeuwen, namelijk.

In de ogen van met name feministen hebben christenen een belangrijk aandeel gehad in het verbergen van seksuele zaken voor kinderen, en anderen.
Dat moest veranderen, vond men indertijd.
En inderdaad, de situatie is op dit moment ingrijpend gewijzigd. We weten in onze tijd veel over stiefvaders, stiefmoeders en samengestelde gezinnen. We weten van echtscheidingen en vechtscheidingen.

Seksuele voorlichting was vroeger een probleem van aanzienlijke omvang. Maar u begrijpt: het probleem van die voorlichting is opgelost als er niets meer valt voor te lichten.

Kinderen mogen binnenkomen in de slaapkamers van hun ouders. Er zijn naaktstranden, pardon: stranden voor nudistische activiteiten. In het theater en in de film komen naaktscènes voor.
En ja, er is zoiets als een kijkwijzer[2]. Maar in hoeverre ouders en kinderen daar rekening mee houden kan niemand controleren.
Verder zijn er gezamenlijke douchecellen. En sauna’s.
En zo keert de meute blijmoedig terug naar de Middeleeuwen. Wij allen, kinderen incluis, kunnen beleven hoe het is om in primitieve culturen te leven. Het hoeft geen betoog dat dat heel bijzonder voelt. Voelt, dat vooral. Seksueel autonoom, heet dat tegenwoordig geloof ik.

In 1985 stond in de krant: “Het kind van God zal in deze cultuur als vreemdeling en bijwoner vertoeven. Daar hebben we onze jeugd wel op voor te bereiden. Niet alleen wat betreft de seksuele voorlichting, maar ook “in de ontwikkeling van een eigen seksuele identiteit en in de opvoeding tot het huwelijk zal het christelijk gezin een bijzonder eenzame positie gaan innemen”.
En ja, dat is waar. Pijnlijk waar.

Het Reformatorisch Dagblad meldde onlangs: “Middelbare scholen moeten het aangaan van duurzame relaties opnemen in hun lesprogramma.
Daarvoor pleitte SGP-leider Van der Staaij (…) in het tv-programma De tafel van Tijs. Het Kamerlid reageerde op het bericht van vorige week dat in de Amersfoortse Vinex-wijk Vathorst een groot deel van de huwelijken en samenlevingsrelaties strandt”[3].
Zo gaat dat in een samenleving die haar geschiedenis niet kent.

Laten wij maar gewoon Gereformeerd blijven.
Dat blijven we tenminste ver bij die middeleeuwse toestanden vandaan.

Noten:
[1] J. Veenstra, “Het einde van seksuele voorlichting bepleit”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 22 augustus 1985, p. 7. Ook te vinden via www.delpher.nl . Van dat artikel maak ik ook verderop in dit artikel gebruik.
[2] “Kijkwijzer waarschuwt ouders en opvoeders tot welke leeftijd een televisieprogramma of film schadelijk kan zijn voor kinderen”. Citaat van www.kijkwijzer.nl . Geraadpleegd op woensdag 27 april 2016.
[3] “SGP pleit voor relatielessen”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 13 april 2016, p. 1.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.