gereformeerd leven in nederland

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

10 november 2017

Me too

Momenteel komen we ‘m allerwegen tegen: de Twitter-aanduiding #metoo.
Dat is, zoals u wel zult weten, een wereldwijde actie waarbij mensen hun ervaringen met seksueel misbruik of intimidatie openbaar maken.

Het Reformatorisch Dagblad berichtte gisteren: “Een op de elf mannen zegt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend seksueel gedrag, blijkt uit een enquête onder 305 mannen in opdracht van het Algemeen Dagblad”.
En:
“Een op de zeven ondervraagden twijfelt of hij weleens over de schreef is gegaan, 9,2 procent denkt wel eens te ver te zijn gegaan. Driekwart zegt zeker te weten nooit een misstap te hebben begaan”[1].

Van al die berichten neem ik met enige verbazing kennis. Zeker – ik weet dat ontucht, en wat daar verder volgt, aan de orde van de dag is. Maar dat er zo’n wereldwijde vloedgolf seksueel getinte alarmberichten over de wereld klotst, dat is toch wel verrassend.

Wat betreft staat #metoo eerst en vooral voor de verdorvenheid van kerk en wereld.
Ja, dat bederf komen we ook vaak in de Bijbel tegen.
Mozes spreekt er in Deuteronomium 32 bijvoorbeeld van:
“Zij hebben verderfelijk tegen Hem gehandeld;
het zijn Zijn ​kinderen​ niet. Een schandvlek!
Het is een slinkse en verdorven generatie.
Doet u dit de HEERE aan,
dwaas en onwijs volk?
Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft,
Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?”[2].
Bederf en verrotting: dat zit niet alleen in de wereld, maar ook in de kerk.

Niet voor niets zegt het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal over de zelfbeproeving: “Ten eerste moet ieder zijn zonden overdenken, en beseffen dat hij Gods toorn verdient”[3][4].
De metoo-tsunami wrijft het ons nog eens in: wij moeten ons voor God verootmoedigen. Ook kerkmensen zijn zondig en van nature goddeloos. Laag-bij-de-grondse gedachten, woorden en daden laten ook gelovige mensen zomaar uit de bocht van de smalle weg vliegen.
Laat ik het zo zeggen: strikt genomen hebben we allemaal gevangenisstraf verdiend! En waarom? Omdat onze Schepper ons gemaakt heeft. We werken, hier op aarde, nooit op het niveau waarop Hij ons heeft gezet.

Allen die – getrouwd of ongetrouwd – hun lichaam niet rein bewaren hebben, zo zegt datzelfde Avondmaalsformulier, geen deel aan het rijk van Christus[5]. Hun paspoort voor de hemel wordt hen afgenomen. Al die mensen hebben, om zo te zeggen, geen dubbele nationaliteit.

Met #metoo mogen Gereformeerde mensen zichzelf echter nooit de put in praten.

Kent u Efeziërs 5?
Ik citeer: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God. Maar ontucht en alle ​onreinheid​ of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het ​heiligen​ past”[6].
Paulus spreekt daar nadrukkelijk in het meervoud.
Wij kunnen nimmer op ons eentje kerk-zijn. Dat kan niet, en dat gebeurt ook niet.
Het enige wat ons te doen staat, is: samen in de lichtbundel van het Woord blijven.
Samen – elk lid van de gemeente mag het verwonderd zeggen: ik hoor er ook bij. I belong to the congregation; me too!

Laten wij daarbij letten op de zekerheid die de apostel Paulus in Efeziërs 5 uitstraalt: “Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als ​kinderen​ van het licht”[7].
Nu bent u licht in de Heere, noteert Paulus. Kinderen van God hoeven zich dat niet af te vragen. Kinderen van God wapenen zich niet dagelijks met vijfduizend twijfels en tienduizend vraagtekens. Dankzij het werk van de Here Jezus Christus, onze Heiland, bewegen we ons in het schitterende licht dat God geven wil.
Wandel als kinderen van het licht, noteert Paulus echter ook. Dat is dus een oproep. Het is nu beslist niet de bedoeling dat wij zelfverzekerd op een stoel gaan zitten. We moeten aan het werk blijven. Het is toch niet voor niets licht geworden in ons leven?

Nog één keer geef ik een troostvol citaat uit het Avondmaalsformulier. Dat citaat is helder en duidelijk. Het is, dunkt mij, niet nodig daar nog veel bij te schrijven.
“Maar wij hebben door de genade van de Heilige Geest over deze zonden van harte berouw. Wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven. Daarom mogen wij er vast van verzekerd zijn, dat geen zonde of zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is, kan verhinderen, dat God ons in genade aanneemt en ons waardig keurt aan deze hemelse spijs en drank deel te hebben”[8].

Dat geeft u vast troost. Ja, dat geeft u zekerheid.
Me too.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/eén-op-elf-mannen-wel-eens-over-de-schreef-1.1443911 ; geraadpleegd op donderdag 9 november 2017.
[2] Deuteronomium 32:5 en 6.
[3] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 522.
[4] Het gebruik van het Avondmaalsformulier in dit artikel is niet geheel toevallig. In De Gereformeerde Kerk Groningen zal, Deo Volente, zondagmiddag 12 november aanstaande het Heilig Avondmaal worden gevierd. Deze week is dus de week waarin de leden van DGK Groningen zich op die viering voorbereiden.
[5] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[6] Efeziërs 5:1, 2 en 3.
[7] Efeziërs 5:8.
[8] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.

23 september 2016

Kleding voor de naakte mens

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is al vaak opgeschreven: wij leven in een verseksualiseerde samenleving. Als het gaat over seks moet veel, zo niet alles, kunnen. Men is, om zo te zeggen, leider in het eigen lichaam.
Maar dat is niet iets van de laatste tijd.
Het is maart 1970 als een groep Dolle Mina’s een congres van gynaecologen binnendringt om actie te voeren voor een vrije abortus. De vrouwen trekken hun truien omhoog. Daar staat te lezen: baas in eigen buik[1].

Het blad ‘Lichtstralen’, dat in die jaren in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt uitgegeven ter ondersteuning van kerkleden die in de evangelisatie actief zijn, besteedt er aandacht aan.
Dominee D. Vreugdenhil (1909-2003) schrijft een artikel over de sekscultus. Dat artikel wordt door het Nederlands Dagblad naar voren gehaald[2].

Dominee Vreugdenhil schetst met duidelijke lijnen wat Gods Woord ons over deze dingen leert. Hij doet dat als volgt.

“In al deze dingen komt tot uiting opstand tegen de wil en het begeren van God.

De Bijbel spreekt ook over de naakte mens.
Toen God de mens had geschapen, schoon en goed en mooi, had die mens geen kleding nodig. Toen waren er geen onzuivere hartstochten. Toen was er niet de zinnelijkheid, die zoals vandaag de zuivere blijheid van de mens wegvreet.
Toen was er dat pure, blanke, smetteloze, dat geen sterveling zich vandaag kan indenken.Toen was er geen schaamte, omdat er geen zonde was.

Maar toen de zonde was gekomen, als een bliksem ingeslagen in de schone wereld, toen schaamde de mens zich.
Toen schaamden man en vrouw zich voor elkaar.
Toen bleek, hoe groot de kracht van de zonde is en van de duivel, die de zonde in zijn dienst neemt.
Door de zonde is het menselijk leven verstoord. Ook de lichamelijke omgang is onder de vloek gekomen.
God heeft de mens zo gebouwd, als man en vrouw, dat de lichamelijke verschijning bekorend werkt.
Maar wat door God als het lichamelijk mooiste gemaakt is, is door de zonde het lelijkst geworden. De delen van het menselijk lichaam, die het hoogste zinnelijk leven en de hoogste zinnelijke bekoring tussen man en vrouw vertegenwoordigen, zijn de schaamdelen geworden.
Ze zijn oorzaak tot zonde geworden, tot perversiteit, tot verminking van het mooie menselijk leven.

Om de mens te beschermen tegen de zonde en om gelegenheid te scheppen voor de hernieuwde omgang tussen de mens en God, heeft de Here kleding gegeven aan de naakte mens.
Dat was genade van God. Dat was zegen.
We lezen in Genesis 3:21: ‘En de Heere God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede’.
Wie de naaktheid propageert en het nudisme begeert, gaat dwars tegen Gods zegenende bescherming in.

Als in de Bijbel gesproken wordt over naaktheid en over de ontkleding van de mens, is dat een accentuering van zijn oordeel, van zijn toorn. Naaktheid is in Gods ogen schande.
In Ezechiël 16:39 staat het duidelijk, dat het goddelijke straf is, dat de mens, dat zijn volk van sieraden beroofd wordt en naakt en bloot moet staan.
En in Hosea 2:2 zegt God, dat Hij om zijn zonde Zijn volk naakt zal uitkleden.
En vooral in het leven van onze Here Jezus Christus zien wij het ontroerend klaar, dat naaktheid vloek betekent en oordeel, als Hij, Gods Zoon, het toelaat, dat Hij naakt wordt uitgekleed en zo in zijn schande publiek moet hangen aan een kruis.

En waarom deed Hij dat? Waarom liet Christus zich zo onteren?
Waarom wilde Hij naakt hangen aan het vloekhout?
Om zo de straf, die wij, zondaren, hebben verdiend, voor ons, in onze plaats te dragen en om zo voor mensen, die geloven en God willen dienen, de gelegenheid te scheppen zich te kunnen kleden en zonder schaamte te kunnen verschijnen voor de vergevende God.

Zo komt uit de Bijbel de dringende vermaning tot alle mensen, die luisteren willen, dat zij moeten ophouden met de naaktcultuur van de moderne tijd. De mode ook moet in dienst gesteld worden van de genade van God.

Het kleed mag sierlijk zijn. De mens mag zich met zijn kleding mooi maken en de vreugde van het leven onderstrepen.
Maar het kleed moet beantwoorden aan de bedoeling van God, Die het goede voor de mens zoekt. Kleding moet de naaktheid bedekken en zo de reine en zuivere omgang bevorderen van mens en mens en ook van mens en God”.

Tot zover dominee Vreugdenhil.

In onze tijd staan de zaken er niet beter voor.

Ten bewijze daarvan geef ik het woord aan professor van Marle, forensisch psychiater.
In februari 2016 zei hij in het Reformatorisch Dagblad: “Ik zie de mens als het hoogst ontwikkelde zoogdier. We hebben verantwoordelijkheidsgevoel en moreel besef gekregen, maar zoals Freud al zei: die zijn niet meer dan krassen op een steen. Ze blijven oppervlakkig. In ons onbewuste woelen alle mogelijke zoogdierdriften. ‘Het Ik is als een ruiter te paard’, zei Freud. De zwakste dus. Op grond van mijn werk als psychiater en wetenschapper moet ik vaststellen dat de mens in feite nog steeds primitief is. Uiteindelijk blijven we egoïsten, tot het kwade beschikt. Gelukkig zijn er wel compenserende factoren, zoals humor, identificatie, moreel besef, geloof”.

In het voorbijgaan waarschuwt Van Marle voor de gevaren van seks op het internet:
“Ook daarin zie je dat we tot het kwade beschikt zijn. We kunnen door dit prachtige netwerk met elkaar communiceren en elkaar foto’s sturen, maar wat gebeurt? We delen via internet schimpscheuten uit, of erger, en zetten er porno op. Vooral voor de zwakke broeders onder ons, die niet van hun ouders meekregen dat het in de seksualiteit in de eerste plaats om intimiteit gaat, is dat funest. Het bevestigt hun idee dat seks iets mechanisch is. De pornoficatie, die begon met reclame voor mooie onderbroeken met mooie meisjes erin, zouden we veel duidelijker moeten afwijzen”.

Professor Van Marle zegt ook nog:
“Ja, ik vind dat wij van God los zijn, en dat betreur ik zeer. Voor een land zonder morele bakens valt weinig goeds te verwachten. Het zoogdierbrein gaat dan zijn gang. We moeten er niet vreemd van opkijken als mensen in zo’n samenleving ontsporen”[3].

Veel wat Van Marle zegt kan onze instemming hebben.
Tegelijkertijd is het zonneklaar dat de hooggeleerde psychiater in somberheid en duisternis blijft steken. En het is, wat mij betreft, volstrekt duidelijk waarom dat zo is.

Nee, geef mij dan Vreugdenhil maar: “En waarom deed Hij dat? Waarom liet Christus zich zo onteren?
Waarom wilde Hij naakt hangen aan het vloekhout?
Om zo de straf, die wij, zondaren, hebben verdiend, voor ons, in onze plaats te dragen en om zo voor mensen, die geloven en God willen dienen, de gelegenheid te scheppen zich te kunnen kleden en zonder schaamte te kunnen verschijnen voor de vergevende God”.

Laten wij ons vooral door de vermaning van Spreuken 5 laten leiden. U weet het misschien wel: dat Schriftgedeelte bevat een waarschuwing tegen de vreemde vrouw. De laatste verzen van dat hoofdstuk luiden:
“Want voor de ogen des Heren liggen ieders wegen open,
Hij weegt al zijn gangen.
Zijn ongerechtigheden vangen de goddeloze,
in de strikken zijner zonde raakt hij vast.
Hij sterft, omdat tucht hem ontbreekt,
door zijn grote dwaasheid verdwaalt hij”[4].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/1970 .
[2] ‘Wereld zonder schaamte’. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 18 september 1971, p. 2. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[3] “In de huid van het menselijk kwaad”. In: Puntkomma, katern van het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 19 februari 2016, p. 4 en 5.
[4] Spreuken 5:21, 22 en 23.

3 mei 2016

Middeleeuwse toestanden

Kuisheid: dat is echt een ouderwets woord geworden. Het komt nog voor in Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus. Belezen mensen van middelbare leeftijd kennen die kuisheid ook nog wel. Maar de jeugd van tegenwoordig? Persoonlijk vrees ik dat weinigen dat begrip ‘kuisheid’ in hun vocabulaire hebben.

Waarom legt de Catechismus eigenlijk zoveel nadruk op die kuisheid?

Een artikel in een krant uit 1985 werpt een verhelderend licht op die vraag.
Ik citeer het volgende.

“In de Middeleeuwen hadden de meeste woningen slechts één kamer; de boerderijen kenden zelfs geen scheiding tussen stal en woonvertrek. Volwassenen en kinderen sliepen samen in dat ene vertrek en dikwijls sliepen verschillende mannen en vrouwen samen in hetzelfde bed. De kinderen die vanaf hun zevende jaar tot het dienstpersoneel gingen behoren, waren dikwijls getuige van de seksuele omgang, vooral in de dienstvertrekken.
Middeleeuwse prenten van kermissen laten vergaande seksuele intimiteiten zien, die in het openbaar op de markt bedreven werden. Van de openbare badhuizen werd gebruik gemaakt door mannen en vrouwen tegelijk en zij veroorloofden zich daar een bijzonder vrije omgang. De seksualiteit was in de Middeleeuwen niet verhuld, ook niet voor het kind.
Dat seksuele kennis een privilege voor volwassenen is geworden en seksuele omgang opgesloten is binnen het huwelijk, is (…) te wijten aan de Kerkhervorming.
Reformatoren – en ook Jezuïeten – bonden de strijd aan tegen dit in hun ogen morele verval. (…)
Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus hebben geweten van de onbeschaamde seksuele scènes in slaapkamers, badhuizen en kermissen, toen ze hun verklaring schreven van het zevende gebod: ‘Dat alle onkuisheid van God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten. Omdat zowel ons lichaam als onze ziel een tempel van de Heilige Geest is, wil God dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren. Daarom verbiedt Hij alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten en wat de mens daartoe verleiden kan’ (Zondag 41). De catechismus is een strijdschrift, ook in dit opzicht; de veroordeling van het morele verval blijkt verrassend actueel te zijn”[1].

Tegenwoordig wordt op seksueel gebied heel veel open en bloot getoond. Dat lijkt reuze modern. Maar dat is het helemaal niet. Integendeel. Het is een teruggang; naar de Middeleeuwen, namelijk.

In de ogen van met name feministen hebben christenen een belangrijk aandeel gehad in het verbergen van seksuele zaken voor kinderen, en anderen.
Dat moest veranderen, vond men indertijd.
En inderdaad, de situatie is op dit moment ingrijpend gewijzigd. We weten in onze tijd veel over stiefvaders, stiefmoeders en samengestelde gezinnen. We weten van echtscheidingen en vechtscheidingen.

Seksuele voorlichting was vroeger een probleem van aanzienlijke omvang. Maar u begrijpt: het probleem van die voorlichting is opgelost als er niets meer valt voor te lichten.

Kinderen mogen binnenkomen in de slaapkamers van hun ouders. Er zijn naaktstranden, pardon: stranden voor nudistische activiteiten. In het theater en in de film komen naaktscènes voor.
En ja, er is zoiets als een kijkwijzer[2]. Maar in hoeverre ouders en kinderen daar rekening mee houden kan niemand controleren.
Verder zijn er gezamenlijke douchecellen. En sauna’s.
En zo keert de meute blijmoedig terug naar de Middeleeuwen. Wij allen, kinderen incluis, kunnen beleven hoe het is om in primitieve culturen te leven. Het hoeft geen betoog dat dat heel bijzonder voelt. Voelt, dat vooral. Seksueel autonoom, heet dat tegenwoordig geloof ik.

In 1985 stond in de krant: “Het kind van God zal in deze cultuur als vreemdeling en bijwoner vertoeven. Daar hebben we onze jeugd wel op voor te bereiden. Niet alleen wat betreft de seksuele voorlichting, maar ook “in de ontwikkeling van een eigen seksuele identiteit en in de opvoeding tot het huwelijk zal het christelijk gezin een bijzonder eenzame positie gaan innemen”.
En ja, dat is waar. Pijnlijk waar.

Het Reformatorisch Dagblad meldde onlangs: “Middelbare scholen moeten het aangaan van duurzame relaties opnemen in hun lesprogramma.
Daarvoor pleitte SGP-leider Van der Staaij (…) in het tv-programma De tafel van Tijs. Het Kamerlid reageerde op het bericht van vorige week dat in de Amersfoortse Vinex-wijk Vathorst een groot deel van de huwelijken en samenlevingsrelaties strandt”[3].
Zo gaat dat in een samenleving die haar geschiedenis niet kent.

Laten wij maar gewoon Gereformeerd blijven.
Dat blijven we tenminste ver bij die middeleeuwse toestanden vandaan.

Noten:
[1] J. Veenstra, “Het einde van seksuele voorlichting bepleit”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 22 augustus 1985, p. 7. Ook te vinden via www.delpher.nl . Van dat artikel maak ik ook verderop in dit artikel gebruik.
[2] “Kijkwijzer waarschuwt ouders en opvoeders tot welke leeftijd een televisieprogramma of film schadelijk kan zijn voor kinderen”. Citaat van www.kijkwijzer.nl . Geraadpleegd op woensdag 27 april 2016.
[3] “SGP pleit voor relatielessen”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 13 april 2016, p. 1.

28 januari 2016

Wetsverachting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De oudejaarsnacht was in Keulen dit jaar het toneel van grootschalige aanrandingen.
Dat is alweer bijna een maand geleden. Maar de zaak is opmerkelijk genoeg om er op deze plaats enige woorden aan te wijden.

Laat ik uw geheugen opfrissen met een citaat uit een aantal nieuwsberichten.
1.
“In Keulen hebben honderden vrouwen gedemonstreerd tegen de grootschalige aanrandingen op Oudjaarsavond. De demonstratie was via sociale media georganiseerd.
De actievoerders riepen op tot meer respect en betere bescherming van vrouwen. Ze droegen vlaggen en plakkaten”[1].
2.
“In Keulen hebben inmiddels meer dan honderd vrouwen aangifte gedaan van aanranding of diefstal tijdens de jaarwisseling. Volgens de Duitse politie is driekwart van de vrouwen aangerand. Twee vrouwen hebben aangifte gedaan van verkrachting.
Veel vrouwen deden eerst alleen aangifte van beroving. Maar volgens de politie werd bij de verhoren ook duidelijk dat ze seksueel waren belaagd. ‘Veel vrouwen geven later in de gesprekken aan dat ze ook zijn betast’, aldus de politie”[2].
3.
“De politie van Keulen noemt de grootschalige aanrandingen op Oudejaarsavond ‘een nieuwe dimensie van geweld’. Criminologe Rita Steffes-enn van het Duitse Centrum voor Criminologie en Politie-onderzoek beaamt dat, al waren er de laatste jaren soortgelijke incidenten in Duitsland.
‘Sinds twee, drie jaar zien we een trend van jonge mannen onder de 30 die in discotheken en op grote evenementen vrouwen betasten en beroven”, zegt Steffes-enn. Het fenomeen is dus niet nieuw, maar de schaal waarop het in Keulen gebeurde, is dat wel. ‘Zo’n grote groep daders bij elkaar, dat hebben we niet eerder gezien. Net als de grote hoeveelheid vergrijpen die de daders begingen in korte tijd’”[3].

Deze gebeurtenissen grepen in het buitenland plaats. Oppervlakkig bezien zou een Nederlands kerkmens dit nieuws aan de kant kunnen leggen.
Dat doe ik niet.

Dit nieuws komt bij onze oosterburen vandaan. Uit Duitsland, dus. Maar wij leven in een wereld die bliksemsnel globaliseert. Geografische grenzen vervagen waar u en ik bij staan. Daarom is dit, wat mij betreft, nieuws van dichtbij.
Trouwens – ook in Nederland zijn er inmiddels allerlei discussies gaande over de normen en waarden van vluchtelingen. Ten aanzien van vrouwen. En ten aanzien van mensen met een homoseksuele geaardheid.

Geestelijk bezien vervagen er allerlei grenzen. Wetsverachting noemt Jezus dat in Mattheüs 23 en 24. Het valt daarbij op dat Jezus de leiders van de kerk van wetsverachting beticht: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting”[4].
Juist de mensen die weten hoe het hoort trekken zich ten langen leste blijkbaar maar weinig van Gods wetten aan.

Voor de kerk van 2016 zit daar, dunkt mij, een waarschuwing in. Juist in de kerk kan het zomaar gebeuren dat eigen normen in de plaats komen van Gods verbondsregels.

Maar bij zulk vermaan mag de troost nimmer ontbreken.
Gereformeerde mensen zijn vaak streng in de leer. Zij worden daarom door de wereld en door velen op het kerkplein een beetje scheef aangekeken. Maar die strengheid is, als het puntje bij het paaltje komt, meestal heel terecht.
Weet u waarom? Zondige kerkmensen kunnen eensklaps van de weg af raken. Zondige kerkmensen moeten er echt hun uiterste best voor doen om niet uit de bocht te vliegen. Daarom is oplettendheid geen luxe. Kerkmensen die voortdurend alert zijn, mogen weten dat zij heel goed bezig zijn!

In Mattheüs 23 gaat het over wetsverachting.
Maar in Mattheüs 24 lezen we er ook over. Leest u maar mee: “En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden”[5].
“Sinds twee, drie jaar zien we een trend”, zegt een Duitse criminologe. Welnu, gelovigen zien ook een ontwikkeling. Sterker nog: ze hebben het negeren van de wetten al lang aan zien komen.
“Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen”, zingen we in Psalm 32[6]. Zo bezien zijn die protesten in Keulen wel logisch. Die boosheid in Duitsland is best te begrijpen. Sommige vrouwen zijn waarschijnlijk voor de rest van hun leven beschadigd, zwaar beschadigd. Dat is moeilijk. Maar ten diepste zijn dat de te verwachten ernstige gevolgen van opstand tegen God.

Wat is, in al die ellende, de boodschap voor de kerk? Wat mij betreft de volgende.
Beste mensen, houdt vol!
Volhardt in uw geloof!
Denk niet dat het uw tijd wel duren zal.
Klamp u vast aan uw Heiland!
Neem elkaar mee, achter Christus aan!

Er staat nog meer in Mattheüs 24.
Ik citeer: “Maar weet dit: Als de heer des huizes geweten had, in welke nachtwaak de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en in zijn huis niet hebben laten inbreken. Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen.
Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven? Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zó bezig zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezit zal stellen”[7].
De kerk moet wakker blijven.
De kerk moet trouw blijven.
Want de kerk wordt uiteindelijk machtig.

Noten:
[1] Zie http://nos.nl/artikel/2078865-demonstratie-tegen-aanrandingen-keulen.html . Geraadpleegd op donderdag 7 januari 2016.
[2] Zie http://nos.nl/artikel/2078921-meer-dan-honderd-aangiftes-na-aanrandingen-keulen.html . Geraadpleegd op donderdag 7 januari 2016.
[3] Zie http://nos.nl/artikel/2079000-keulse-aanrandingen-passen-in-trend.html . Geraadpleegd op donderdag 7 januari 2016.
[4] Mattheüs 23:27 en 28.
[5] Mattheüs 24:12.
[6] Psalm 32:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[7] Mattheüs 24:43-47.

10 januari 2012

Heilig en eerbaar

Leven in heiliging en eerbaarheid: anno Domini 2012 lijkt dat iets uit een andere wereld te zijn.
Toch staan die woorden nog gewoon in onze Bijbels. Wij vinden ze in 1 Thessalonicenzen 4.
Ik citeer ze in hun verband: “Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van de hoererij, dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten, en dat men zijn broeder niet slecht behandele of bedriege in deze zaak, want de Here is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben”[1].

In de Nieuwe Bijbelvertaling-2004 zegt Paulus dat het nodig is “dat ieder van u zijn lichaam heiligt en in eerbaarheid weet te beheersen”.
Als ik het goed zie, zit dáár een kernpunt van de zaak. Wij moeten leren om onszelf te beheersen. In een ongeremde wereld valt dat niet altijd mee.

Voor dat woord ‘lichaam’ gebruikt Paulus in de boven geciteerde Bijbeltekst een nogal vaag woord. De apostel trekt die mist opzettelijk op. Hij noemt de zaak niet bij de naam. Daaruit alléén al blijkt dat het over iets zeer kostbaars gaat[2].

De Here weet het best: misbruik en ontucht liggen hier op de loer.
Als u het mij vraagt, ligt hier voor Gereformeerde mensen een kans om zich duidelijk van de omringende wereld te onderscheiden.
Het moet een heilig voornemen zijn om bij de man of vrouw van onze jeugd te blijven.

De Here geeft wijsheid aan mensen die Hem oprecht eren.
Hij helpt mensen die – om met Spreuken 2 te spreken – de echtvriend van hun jeugd niet verlaten, en het verbond van hun God in herinnering houden[3].
Het moet een heilig voornemen zijn om bij de man of vrouw van onze jeugd te blijven.
Een heilig voornemen: daarin zonderen we ons af van de wereld, we nemen áfstand.  
Laten wij eerlijk zijn: op dit punt gaan er veel dingen verkeerd. Mannen en vrouwen zijn soms zomaar té lief voor elkaar, als u begrijpt wat ik bedoel.
Als mannen en vrouwen elkaar verder helpen, moet het adagium zijn: wat er ook gebeurt, ik blijf bij de door de Here aan mij gegeven levensgezel; wat er ook voorvalt, ik blijf bij mijn eigen echtgenote.
De Here heeft ons gevoel en verstand gegeven!

De Here heeft een enorme aversie tegen ontrouw en onzedelijkheid.
De Here háát onkuisheid. Zo staat dat in de Heidelbergse Catechismus. En er staat bij: “Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[4].
Daar is toch geen woord Frans bij?

Jarenlang hebben wij met z’n allen gedacht dat de gemiddelde leeftijd waarop wij – zoals dat volgens de krant heet – seks hebben, 16,5 jaar is[5].
Dat blijkt een cijfer te zijn dat een vertekend beeld geeft. Er blijken verschillende gegevens in omloop te wezen.
Het schijnt dat op heel wat scholen op dit gebied een norm bestaat: heel wat jongeren menen dat het normaal is dat je op je vijftiende met elkaar naar bed gaat.
Seksuoloog Peter Leusink merkte kort geleden op: “Het is jammer als een cijfer gaat leiden tot normatief denken. Dat zou ik ten stelligste willen bestrijden. Elke jongere kiest zijn/haar eigen moment. Hoe de meerderheid handelt, is geen argument om zelf ook zo te handelen”.
Elke jongere kiest zelf het ultieme moment. Daar staat het. Alsof het een vaststaande waarheid is. Dat is het niet. In 1 Thessalonicenzen 4 schrijft Paulus het zonder omwegen op: “Want dit wil God”. De Here Gód bepaalt de norm. En Hij zegt: seks en seksuele gemeenschap passen bij het húwelijk. Een Gereformeerde man die z’n moment kiest, doet dat – mogen wij verwachten – in overleg met God.
Een echte christenvrouw die haar moment bepaalt, doet dat terwijl zij wandelt met haar Heer.

Psycholoog Ron van Outsem heeft onlangs gezegd dat er van seksuele omgang  vaak een te eenzijdig beeld gegeven wordt. Seks wordt, zo zei hij, beschouwd als een consumptiegoed.
Van Outsem formuleerde: “Er zitten heerlijke kanten aan waar je heel gelukkig van kunt worden en er zitten ook hele scherpe kanten aan waar je jezelf en anderen lelijk mee kunt snijden”.
Dat is natuurlijk waar.
Persoonlijk ben ik echter van mening dat Gereformeerde mensen op dit vlak de zaken nog wat scherper moeten afbakenen. Wij behoren, denk ik, de zaak ook van een ándere kant te benaderen.
Als het gaat over geslachtsverkeer en liefdesdaden redeneren mensen meestentijds naar zichzelf toe: ze krijgen iets, omdat ze daar persoonlijk hun best voor doen. In 1 Thessalonicenzen 4 leren Gods kinderen echter van de geef te leven. Daar lees ik: “Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, die u immers ook zijn heilige Geest geeft[6].
Vaders en moeders willen het beste voor hun kinderen. Daar zijn ouders druk mee in de weer. Hun kinderen moeten, als het een beetje wil, iets beréiken in de wereld. Welnu, zegt Jezus in Lucas 11: “Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?”[7]. Wie met de Here leeft, mag er zeker van zijn: Zijn Heilige Geest woont bij Mij; óók als het om seksualiteit gaat!

In 1 Thessalonicenzen 4 gaat het over heiliging.
En over fatsoen.
En over het indammen van onze seksuele onstuimigheid.
Maar het gaat in datzelfde hoofdstuk óók over de terugkomst van de Here Jezus Christus. Blijkbaar moeten we de regelgeving in verband met onze seksualiteit in dat perspectief zien.
Ik citeer maar even: “Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen”[8].
Onze omgang met het zevende gebod heeft klaarblijkelijk alles te maken met onze toekomst.
De woorden van Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus staan kennelijk rechtstreeks in verband met de eeuwigheid.
Tegenwoordig worden we geconfronteerd met slappe verhalen over seksualiteit, en over de eigen keuzes die we daarin maken moeten.
Allerlei TV-series vertellen ons dat overspel de gewoonste zaak van de wereld is. Van begin september tot half november 2011 was op televisie bij de VARA zelfs een dramaserie te zien die ‘Overspel’ héétte!
Wij, kinderen van God, weten wat ons te doen staat: onkreukbaar en oprecht leven, in voorbereiding op een oneindige toekomst.
Wij leven niet in hartstochtelijke begeerte.
Dat laten we maar aan de heidenen over.

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 4:3-6.
[2] Zie hierover ook http://dickdreschler.wordpress.com/2011/01/20/zondag-41-h-c-leef-heilig-want-ik-ben-heilig/ .
[3]
Spreuken 2:7, 8, 9, 10, 11, 16 en 17: “Hij bewaart hulp voor de oprechten, / Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen, / terwijl Hij waakt over de paden van het recht / en de weg zijner gunstgenoten beschermt. / Dan zult gij gerechtigheid en recht verstaan, / ook rechtschapenheid, elke goede weg. / Want de wijsheid zal in uw hart komen / en de kennis zal voor uw ziel liefelijk zijn; / bedachtzaamheid zal over u waken, / verstandigheid zal u behoeden” (…) “om u te redden van de vreemde vrouw, / van de onbekende die gladde woorden spreekt, / die de echtvriend van haar jeugd verlaat / en het verbond van haar God vergeet”.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[5] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: Wim Houtman, “Seks hóéft niet op je zestiende”. In Nd7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 17 december 2011, p. 8 en 9.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:7 en 8.
[7] Lucas 11:13.
[8] 1 Thessalonicenzen 4:14-18.

Blog op WordPress.com.