gereformeerd leven in nederland

31 oktober 2019

Agur roept om reformatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag is het Hervormingsdag. Maarten Luther publiceerde op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-Katholieke Kerk; dat is vandaag 502 jaar geleden. Uiteindelijk leidde het protest van Luther tot de Reformatie; hij brak met de kerk in Rome.

Waar gaat het op Hervormingsdag ten diepste om?
Antwoord: “Het Woord – zij zullen ’t laten staan
wat zij ook ondernemen”[1].
Met andere woorden: men moet zeer zorgvuldig met Gods Woord omgaan. Of ook: laat staan wat er staat, en verkondig – op basis van de Bijbel – geen dingen die nergens in Gods Woord te vinden zijn.

Om het met Spreuken 30 te zeggen:
“Voeg niets toe aan Zijn woorden, anders zal Hij u straffen,
omdat u een leugenaar zou blijken te zijn”[2].

Dat zijn woorden van Agur.
Over Agur, en over zijn werk werd op deze internetpagina reeds eerder geschreven. Als volgt.

“Wie is Agur? Dat weten we niet precies. Sommige uitleggers menen dat het Salomo is. Anderen zeggen dat het een broer van Lemuël betreft. U weet wel: Lemuël, de man die in Spreuken 31 wordt vermeld.
De naam Agur betekent: verzameld. Is het de schuilnaam voor de opsteller van deze spreuken?
Wie hij ook is: wij mogen ons door hem laten onderwijzen.
Agur laat een godsspraak horen.
Het Hebreeuwse woord dat voor ‘godsspraak’ wordt gebruikt, duidt op onderwijs van de Here Zelf. Hetzelfde woord zien wij terug in 2 Koningen 9: ‘Toen zei Jehu tegen Bidkar, zijn officier: Pak hem op en werp hem op het stuk land van Naboth uit Jizreël. Want denk eraan dat, toen ik en u naast elkaar achter zijn vader ​Achab​ reden, de HEERE deze ​profetie​ over hem uitsprak: Zo waar als ik gisteravond het ​bloed​ van Naboth en het ​bloed​ van zijn zonen gezien heb, spreekt de HEERE, zal Ik u dat op dit stuk land vergelden, spreekt de HEERE. Nu dan, pak hem op en werp hem op dat stuk land, overeenkomstig het woord van de HEERE . Dat is een dreigement dat in opdracht van de Here wordt uitgesproken”[3].
Het woord ‘profetie’ kan ook worden vertaald als ‘last’.
Kortom – Agur geeft op last van Zijn Opdrachtgever Goddelijk onderwijs.

Agur vraagt om een Godsdienstig en evenwichtig leven. Een leven waarin eerlijkheid hoog in het vaandel staat. Een leven zonder rijkdom; hij mocht eens gaan denken dat hij zich wel zonder God kan redden. Een leven waarin geen armoede is; anders gaat hij wellicht stelen, en dat gaat tegen Gods wet in.

Door het onderwijs van de Here heeft Agur een helder inzicht verkregen in de menselijke psyche.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die – als het even kan – niets met hun familie te maken willen hebben.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die vinden dat zij het in ’t leven prima doen. Zulke mensen worden mét de dag arroganter.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die op allerlei gebieden zo hard zijn dat zij anderen totaal kapot maken. Zulke mensen zijn in staat mensen tot de grond toe af te branden.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die altijd maar némen – zij zuigen andere mensen uit. Zij willen meer personeel meer geld, meer macht… als het maar veel is.
Er zijn, zo zegt hij, heel wat dingen in de wereld die wij niet begrijpen.
Er is, zo zegt hij, ontrouw in het huwelijk. Er is corruptie, onrechtvaardigheid en verdorvenheid.
De natuur om hem heen? Agur vindt die, in één woord, prachtig. Maar om nou alle bewegingen en processen in de schepping te volgen… – nee, dat is geen doen.

Te midden van al dat aards gewoel houdt Agur staande: “Voeg niets toe aan Zijn woorden”. In een ingewikkelde wereld heb je aan Gods Woord genoeg. Meer Goddelijks is niet nodig. Met de Bijbel kunnen wij ’t prima doen.

Agur roept om een ommekeer.
In een wereld met miljoenen vluchtelingen zegt Agur ook vandaag: verkijk u niet op al die migranten; zij laten ons zien hoe groot onze zonde is!
In een wereld waarin dagelijks schier oeverloos wordt gediscussieerd in talkshows op radio en televisie zegt Agur ook vandaag: sluit u maar af voor de wereldse woordenvloed, concentreer u simpelweg op het Woord van uw God.
In een wereld waarin men zich druk maakt om salarissen van werkers in de zorg en van onderwijzend personeel zegt Agur ook vandaag: zoek uw rijkdom bij God en Zijn Woord.
In een wispelturige wereld waarin de Amerikaanse president Trump sancties aan Turkije oplegt en vervolgens net zo hard weer intrekt, zegt Agur ook vandaag: Gods Woord is onveranderlijk; schuil maar bij Vader!

Het staat nog altijd in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Het is verboden aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen (…). Daaruit blijkt duidelijk dat wat daarin geleerd wordt, volmaakt en in alle opzichten volledig is”[4].

Te midden van al het aards gedruis wordt anno Domini 2019 nog altijd Agurs oproep tot reformatie gehoord.
Laten wij God danken.

Noten:
[1] Dit zijn de eerste twee regels van Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Spreuken 30:6.
[3] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘Vertrouwend vragen’, hier gepubliceerd op maandag 25 juli 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/07/25/vertrouwend-vragen/ . Het citaat uit 2 Koningen 9 werd in het aangehaalde artikel weergegeven in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951. In dit stuk werd de Herziene Statenvertaling gebruikt.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.

9 september 2019

Fris

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Ruim vijfenzeventig jaar is het nu geleden: de Vrijmaking van 1944. Men gaat terugkijken. En vooruitkijken, mogen we hopen. Want men kan wel bekijken wat het resultaat van de Vrijmaking was; en het is heel goed om dat te doen. Maar de meest prangende vraag is uiteraard wie er in 2019 op die Vrijmaking voortbouwen, en hoe die bouwers dat dat doen.
Die laatste vraag blijft in dit artikel overigens liggen.
De focus ligt ergens anders.

In het Nederlands Dagblad van zaterdag 31 augustus jl. wordt uitgebreid aandacht aan het thema Vrijmaking toen / de kerk nu.

Men constateert: “…twee predikanten stonden twintig jaar lang in het dorp. Het gemeenteleven zakte in. Tot een van hen werd losgemaakt, de ander met emeritaat ging en er een vacature kwam”[1].

De formulering van hierboven geeft te denken.
In een paar zinnen suggereert men dat die twee dominees vervallen types waren. Sullig. Ouderwets. Niet bij de tijd. En dus zakte het gemeenteleven in. Het was weinig meer dan een plumpudding. Men had de neiging om er een bordje bij te zetten: Implosiegevaar!!
Wat een opluchting dat dat harkerige duo eindelijk uit beeld was! Op naar de moderne wereld!
Kortom – toen dat gedateerde duo verdwenen was werd men pas echt vrijgemaakt. Er kwam een nieuwe vrijheid. Men herademde. De levensruimte nam onmiddellijk met een oneindig aantal vierkante kilometers toe. Een nieuwe levensvreugde zinderde door de kerk.

Daarbij vergeleken is de Bijbel een boek van het jaar nul.
Nou ja, zo’n veertig auteurs schreven de Bijbel in een periode van zo’n 1500 jaar[2]. Het grootste deel van het Boek der Boeken werd zo’n 2500 jaar geleden geschreven[3].
Er zijn mensen die zeggen: dat boek kan onderhand wel bij de museumstukken. In een vitrine of zo. Keurig openliggend. Maar daarenboven ongebruikt.

Wacht eens even.
In Psalm 92 lezen we iets opvallends:
“De rechtvaardige zal groeien als een palmboom,
hij zal opgroeien als een ​ceder​ op de Libanon.
Wie in het ​huis​ van de HEERE geplant zijn,
die mogen groeien in de voorhoven van onze God.
In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen,
zij zullen fris en groen zijn,
om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is;
Hij is mijn rots en in Hem is geen ​onrecht”[4].
Pardon?
Wat staat daar?
Zijn oude mensen groen en fris?
Hoe hebben we ’t nu? Immers – oude mensen zijn helemaal niet zo flitsend. Enkelingen daargelaten zien we bij senioren aftakeling, lichamelijk en soms ook mentaal. Hoezo fris?
Zij zijn fris “om te verkondigen, dat de Here waarachtig is”. Onze God blijft, om zo te zeggen, altijd fris. En dat mogen en moeten ouderen blijven zeggen!
De bewoordingen van de Evangelieverkondiging zijn bij oudere predikanten niet altijd even modern. Zij staan op de preekstoel niet te shinen; predikanten zien er soms niet zo flitsend meer uit en klinken ietwat bedaagd.
De bewoordingen van de Evangelieverkondiging zijn niet episch. De prediking is niet steeds van topkwaliteit.
In de Evangelieverkondiging komt niet naar voren dat de dominee op de preekstoel een heleboel skills heeft; capaciteiten of kwaliteiten.
In de Evangelieverkondiging klinkt niet om ’t andere woord de kreet ‘whoop, whoop’. Er wordt niet standaard gejuicht[5].
Maar de God van hemel en aarde is altijd fris. Hij is nota bene bezig aan een totale vernieuwing van de wereld!

Het gemeenteleven in dat dorp van hierboven zakte in. Het werd een duffe boel. En dat was, aldus suggereert het Nederlands Dagblad, de schuld van die ouwe dominees. Die hadden al veel eerder het veld moeten ruimen.
Tja.
Waarom eigenlijk?
Omdat die bijna-geëmeriteerde dominees nooit preekten over Spreuken 11? U weet wel:
“Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal ten val komen,
maar de rechtvaardigen zullen groeien als loof”[6].
Of misschien omdat die bijna-geëmeriteerde dominees nooit preekten over Jeremia 17? U weet wel: “Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is. Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop”[7].

Het ND schrijft: “…twee predikanten stonden twintig jaar lang in het dorp. Het gemeenteleven zakte in”.
De ene dominee werd losgemaakt en de ander ging met emeritaat.
Daarna woei er eensklaps een frisse wind door de kerk.
Tjonge!

Hoe fris waren de kerkgangers in dat dorp, in Bergentheim eigenlijk?
Ergens ruiken die zinnetjes in het ND een beetje onfris.

Noten:
[1] “Van vrijgemaakt naar veelkleurig”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 31 augustus 2019, p. 10-13. Citaat van pagina 10.
[2] Zie https://bijbel.eo.nl/kennismaken/het-ontstaan-van-de-bijbel ; geraadpleegd op maandag 2 september 2019.
[3] Zie: G. Dijkgraaf, “Het ontstaan van de Bijbel (1)”. In: De Saambinder – kerkelijk orgaan van de Gereformeerde Gemeenten – , 11 januari 1990, p. 6 en 7.
[4] Psalm 92:13-16.
[5] Voor de in deze alinea gebruikte moderne termen, zie https://www.harpersbazaar.com/nl/cultuur-reizen/a6114/woorden-pubers-pubertaal-puberwoorden/ ; geraadpleegd op maandag 2 september 2019.
[6] Spreuken 11:28.
[7] Jeremia 17:7 en 8 a.

31 juli 2019

Almachtige God is allesbepalend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

China krijgt steeds meer invloed in de wereld. Vriend en vijand zijn het daar wel over eens.
In een blad voor het midden- en kleinbedrijf staat te lezen: “De Amerikaanse financiële sector wordt (…) met vele miljarden van Chinese staatsbedrijven in leven gehouden. Het land kan daardoor meer eisen stellen. En dat hoeft niet in officiële termen te zijn. Je hebt dwang en dwang. Het bewerken van handelspartners is een fijn spel. Je hoeft ze niet openlijk onder druk te zetten, maar je kunt natuurlijk wel laten doorschemeren dat het ‘verstandig’ zou zijn om dichtbij de markt, in China dus, te produceren.
Wat China officieel uitdraagt, is niet één op één wat het ook echt wil”.

Men schrijft ook: “De ontwikkeling van China is niet tegen te houden. Voor Nederland, in Europa de tweede handelspartner van China (na Duitsland), zit er niets anders op dan die ontwikkeling nauwlettend te volgen en er waar mogelijk op in te spelen. Op zich hebben we niet zoveel te vrezen. Want gaat het economisch goed met China, dan gaat het ook goed met ons”[1].
Laten we de economische macht van China maar niet onderschatten!

Hoe staat het er in China voor als het over godsdienst gaat?
De organisatie Open Doors deed daar in januari jongstleden een boekje over open. Ik citeer: “In China is de situatie in de afgelopen tien jaar niet zo erg geweest voor christenen, sommigen zeggen zelfs dat hij niet zo erg is geweest sinds het einde van de Culturele Revolutie in 1976. Er is een nieuwe wet van kracht geworden die onder meer kinderen en jongeren verbiedt om godsdienstonderwijs te volgen. De communistische partij buigt zich nu over religieuze zaken, terwijl daar voorheen een aparte instantie voor was. Chinese kerken worden geacht de Chinese vlag hoger hangen dan het kruis op de kerk. Voorafgaand aan de dienst moet het volkslied worden gezongen. Een aantal rooms-katholieke kerken werd gedwongen afbeeldingen van Jezus Christus te vervangen door foto’s van president Xi”[2][3].

Hierboven staat het reeds: “Wat China officieel uitdraagt, is niet één op één wat het ook echt wil”.
Wat wil China dan precies bereiken?
In het Reformatorisch Dagblad staat daarover te lezen: “Verwerkelijking van de Chinese droom is wat Xi voor ogen heeft. Wat die droom precies inhoudt? De grote vernieuwing van de Chinese natie. En dat betekent kortweg geen ondergeschikte plek meer in de wereldpolitiek.
Xi wil die positie via twee wegen verwerkelijken. Allereerst door ervoor te zorgen dat een gunstig internationaal klimaat China’s verdere ontwikkeling als grootmacht bevordert in plaats van schaadt. Dat vraagt van China samenwerking met andere landen en betrokkenheid bij het oplossen van grote internationale problemen.
Positief en opbouwend, zou je denken, maar de Chinese president wil er wel iets voor terugkrijgen en dat is het op zijn kop zetten van de internationale orde. Die orde is volgens hem nu ‘onrechtvaardig en gedateerd’ – niet meer van deze tijd.
De ontwikkelde landen (lees: zij die behoren tot het rijke Westen) domineren volgens Peking de wereld ten koste van de ontwikkelingslanden, waartoe China zich nog altijd rekent.
Dat moet dus veranderen en Xi zet daarvoor een ‘diplomatie met Chinese kenmerken’ in. Zijn belangrijkste gereedschap is de Nieuwe Zijderoute, ofwel de aanleg van wegen, spoorlijnen, havens en vliegvelden wereldwijd. Vooral ontwikkelingslanden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika dienen op die manier aan China te worden gebonden, zodat ze schouder aan schouder mét de Chinezen die westerse dominantie teniet doen”[4].

De internationale orde moet ondersteboven.
Dat voornemen jaagt velen angst aan.

In die wereld doen Gereformeerden er goed aan om te bedenken dat onze God oppermachtig is.
Iedere zondag belijden wij het in de kerk: wij geloven in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde[5].
Dat betekent “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”. Zo belijden wij dat in de Heidelbergse Catechismus[6].
Daar kan China niet tegenop.
De Chinese vlag hangt op aarde wellicht hoger dan het kruis op de kerk. Maar dat is aards machtsvertoon waar onze God ver boven staat!

In omstandigheden als deze is het nuttig om elkaar te wijzen op woorden uit Spreuken 16:
“De HEERE heeft alles gemaakt omwille van Zichzelf,
ja, zelfs de goddeloze voor de dag van het onheil”[7].

De Here is buitengewoon doelgericht bezig. Hij weet welke taken de mensen krijgen die Hij schept. Ja, Hij kent ook de bestemming van Zijn tegenstanders. Hij weet welk oordeel zij krijgen op de Jongste Dag.
Een exegeet noteert hier bij: “Het is (…) niet zo dat de tekst aangeeft dat God welbewust mensen maakt om ten onder te laten gaan. De rest van het boek Spreuken maakt immers duidelijk dat ze zelf voor verkeerde wegen kiezen. De macht van de HERE is echter zodanig dat Hij in staat is alles te laten medewerken ten goede”[8].

In China zijn heel wat mensen zeer doelmatig bezig. Dat geldt zeker voor de leiders van de Chinezen. Zij geloven niet dat hun Schepper hun einddoel reeds vastgesteld heeft. Maar dat is wel zo.

Moeten wij bang zijn voor China?
Laten we de vrees voorlopig maar buiten de deur houden.
Natuurlijk, wij moeten de ontwikkelingen volgen. En wij moeten, als dat nodig blijkt, onze goede God en Zijn Woord verdedigen.
Maar laten we niet vergeten dat de apostel Paulus in Romeinen 8 schrijft: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[9].

De macht van China kan groot worden.
De kracht van China zal op de duur wellicht beangstigend wezen.
Maar de band tussen God en Zijn kinderen…, nee – die kunnen de Chinezen niet doorsnijden.

Kent u onderstaande woorden?
“Het ​hart​ van een mens overdenkt zijn weg,
maar de HEERE bestuurt zijn voetstappen”.
Ja, dat is ook Spreuken 16![10]

Noten:
[1] Beide citaten komen van https://www.mkb.nl/sites/default/files/downloadables_vno/forum_1003_china_14997_0.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 27 juli 2019.
[2] Geciteerd van https://opendoors.nl/nieuws/sterke-stijgers-china-car-libie-en-algerije ; geraadpleegd op zaterdag 27 juli 2019. Het bericht is gedateerd op woensdag 16 januari 2019.
[3] Xi Jing Ping is president van de Volksrepubliek China.
[4] “China en zijn buren: aantrekken en afstoten”. In: Zaterdag Zomer, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 27 juli 2019, p. 4 en 5. Het citaat komt uit een korte uitleg op pagina 5 onder het kopje: “Goed doen én agressie, dat gaat moeilijk samen”.
[5] Zo belijden we dat in de Apostolische Geloofsbelijdenis.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[7] Spreuken 16:4.
[8] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 16:1-9.
[9] Romeinen 8:28.
[10] Spreuken 16:9.

25 juni 2019

Met de stok slaan?

Afgelopen woensdag, 19 juni 2019, vergaderde de synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Aldaar sprak men onder meer over het slaan van kinderen.
Ik citeer: “Ds. O.M. van der Tang (Alblasserdam) plaatste kanttekeningen bij de oproep om ‘letterlijke oproepen tot het slaan van kinderen’ niet voor te lezen. ‘Dan kunnen we Spreuken 23:13 en 14 ook niet meer lezen’. Ds. J. Roos (Barneveld) erkent de problematiek van kindermishandeling. ‘Ik zou dit punt graag dieper willen doordenken’. Ouderling W. Verboom (Vriezenveen) merkt op dat hij geen oudvader weet te noemen die oproept tot het slaan van kinderen. De synode besluit dit onderwerp te agenderen voor de vergadering van volgend jaar”[1].

De synodeleden zitten met dat slaan van kinderen blijkbaar flink in de maag.
Wat is wijsheid?

Zeker – u moet uw kinderen discipline bij brengen.
En Spreuken 23 draait er niet omheen:
“Onthoud een jongeman geen vermaning,
als u hem met de stok slaat, zal hij niet sterven.
Zelf moet u hem met de stok slaan
en zijn leven redden van het ​graf”[2].
Zo staat dat gewoon in Gods Woord!
Kunnen wij Spreuken 23 maar beter niet meer lezen?

En trouwens – wat moeten wij met Spreuken 13 aanvangen?
“Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon,
maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem”[3].
Een exegeet tekent bij die tekst aan: “Wie de stok (roede) spaart, haat zijn zoon, maar wie om hem geeft, tuchtigt hem (…). In de moderne opvattingen over opvoeding worden lijfstraffen negatief beoordeeld. Het past niet in onze cultuur om het slaan met de roede te zien als een teken van liefde. In de toenmalige cultuur maakten lijfstraffen echter deel uit van opvoeding en onderwijs (…) Spreuken sluit hier aan bij de gebruiken in de eigen tijd. De kern van de spreuk is dat een ouder die de opvoeding van zijn kind serieus neemt, bereid moet zijn een kind te corrigeren. Soms worden kinderen verwend, omdat ouders de confrontatie schuwen en niet met gezag willen optreden. Hierdoor leren kinderen niet om grenzen in acht te nemen. Daardoor kunnen ze onzeker en arrogant worden. Zoals blijkt uit de koppeling tussen liefde en correctie in de tekst, moet tucht altijd plaatsvinden in een context van liefde en zorg voor het kind, en moet het bij tucht niet gaan over boosheid en wraak. Al is het niet nodig lijfstraffen te gebruiken, toch dient een ouder confrontatie en – indien nodig – stevige maatregelen niet te schuwen. Onze tijd vraagt om ouders die met gezag kunnen optreden, omdat ze het beste met hun kinderen voor hebben”[4].
Het is duidelijk –
de exegeet wil recht doen aan Gods Woord, maar tevens de westerse cultuur niet vergeten.

Het vinden van een middenweg is vandaag de dag tamelijk ingewikkeld.
Het slaan van kinderen is in onze samenleving – officieel althans – ‘not done’. Het is bijna geheel uit onze cultuur verdwenen.

Een zekere opvoedkundige stevigheid is echter niet vreemd. Zeker niet in de kerkelijke wereld.
In februari 2015 verscheen een nieuwsbericht waarin uitlatingen van paus Franciscus werden weergegeven.
Ik citeer: “’Een goede vader corrigeert zijn kinderen soms stevig, zonder te vernederen. En een vader moet zijn kind niet in het gezicht slaan’. De kerkvorst zei dit tijdens een audiëntie in het Vaticaan die was gewijd aan de rol van de vader in het gezin. De paus noemde het zelfs ‘prachtig’.
Een woordvoerder van het Vaticaan legde na afloop uit dat de paus hiermee kindermishandeling niet goedkeurt, maar dat een corrigerende tik een kind soms kan helpen om volwassen te worden.
Het standpunt van de rooms-katholieke kerk over straffen werd vorig jaar nog scherp bekritiseerd door de VN. Een mensenrechtencommissie veroordeelde het Vaticaan voor het niet naleven van de rechten van het kind. De kerk zou het slaan van kinderen binnen het gezin en op katholieke scholen moeten verbieden. Het Vaticaan was het niet eens met de kritiek van de VN”[5].
Het stellen van grenzen is beslist een goede zaak!

We spreken tegenwoordig vaak over de rechten van het kind. Daar bedoelt men dan mee:
“* bescherming tegen discriminatie
* beslissingen die goed zijn voor jou
* een omgeving waar je kunt (over)leven en groeien
* een identiteit: weten wie je bent
* een band met je ouders
* informatie en eigen mening
* de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
* privacy en een privéleven
* een goede opvoeding
* bescherming tegen misbruik, mishandeling en verwaarlozing
* een goede gezondheid
* eten, drinken en een dak boven je hoofd
* onderwijs dat bij je past
* genoeg tijd om te rusten en spelen
* bescherming tegen zware straffen”[6].

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?[7]
Niet zelden ontstaat in de media het beeld dat kinderen enkel en alleen maar liefde, minzaamheid, tederheid, vriendelijkheid en zachtheid in hun leven mogen ontmoeten.
Dit nu is een hardnekkige misvatting.
Kinderen moeten worden gestuurd. En dan kan een ferme ingreep heel gerechtvaardigd zijn.
In het Woord van God is sprake van duidelijke leiding. Kinderen moeten horen over de speciale Paschamaaltijd[8]. En over de wetten en voorschriften die de Here geeft[9]. En over de gedenkstenen in de Jordaan[10].
Kinderen moeten opgroeien, zeker ook in het geloof. Denkt u maar aan 1 Petrus 2: “En verlang vurig, als pasgeboren ​kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien”[11].
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert zonder omwegen: “…hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de ​gerechtigheid, want hij is een ​kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad”[12].

Slaan van kinderen? Nee, liever niet. Maar soms kan het hard nodig zijn om een tik uit te delen. Dat vindt niemand leuk; kinderen niet en ouders niet. Maar noodzakelijk is het soms wel.
Nee, slaan moet men niet iedere dag doen. Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Colossenzen 3: “Vaders, terg uw ​kinderen​ niet, opdat zij niet moedeloos worden”[13].
Maar in de opvoeding van kinderen is een fikse ingreep bij allerlei ontsporingen zeker niet verkeerd.

Noten:
[1] Geciteerd uit https://www.rd.nl/kerk-religie/synode-ggin-constructieve-gesprekken-met-gg-1.1576283 ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[2] Spreuken 23:13 en 14.
[3] Spreuken 13:24.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 13:20-25.
[5] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2017766-paus-kinderen-slaan-is-goed.html ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[6] Zie hiervoor https://www.dekinderombudsman.nl/waar-heb-ik-recht-op ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[7] In deze alinea wordt onder meer gebruik gemaakt van https://steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%201998/MEIHOUTM.pdf ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[8] Exodus 12:26 en 27.
[9] Deuteronomium 6:2, 20 en 21.
[10] Jozua 4:6 en 7.
[11] 1 Petrus 2:2.
[12] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[13] Colossenzen 3:21.

3 mei 2019

Goudzoekers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“De HEERE geeft immers wijsheid,
uit Zijn mond komen kennis en inzicht”.
Zo zegt de Spreukenleraar dat in hoofdstuk 2[1].

Die paar woorden klinken, in eerste instantie althans, wellicht als een cliché. De gelovige Bijbellezer is waarschijnlijk geneigd om te mompelen: ja, dat weet ik ook wel.

Maar er staat meer in Spreuken 2.
“Mijn zoon, als je mijn woorden aanneemt,
en mijn geboden bij je opbergt,
om je oor acht te doen slaan op de wijsheid,
als je je ​hart​ neigt naar het inzicht,
ja, als je roept om het verstand,
je stem laat klinken om inzicht,
als je het zoekt als zilver,
het naspeurt als verborgen schatten,
dan zul je de vreze des HEEREN begrijpen,
de kennis van God vinden”[2].

In het bovenstaande citaat zijn enkele woorden gecursiveerd.
Die gecursiveerde woorden maken het duidelijk: geloven is geen eindstation. Het is onjuist om in een stoel vermoeid naar de wereld te kijken en te lispelen: de wereld zoekt het maar uit.
Wandelen met God vraagt om een scherpe waarneming.
Leven met Hem betekent dat je op zoek moet gaan. Je moet, om het zo zeggen, een prima speurneus hebben.
Je moet keuzes maken – dit zoek ik, maar dat heb ik níet nodig.
Dominee F. van Deursen typeerde Spreuken 2 eens als volgt: de schatgraver naar wijsheid vindt ook levensinzicht en levensbescherming[3]. Zo’n schatgraver krijgt steeds beter door waar het in het leven om draait. Zo’n schatgraver doorziet waar het in het leven naar toe gaat.

Keuzes maken – dat is niet overal ter wereld vanzelfsprekend.

Voorbeeld: jongeren uit Eritrea zijn niet gewend om zelfstandig te kiezen. Zij denken niet zoveel na over toekomst, beroep of sport. Individuele ontwikkeling houdt hen niet zo bezig. Ontplooiing geschiedt veelal in de groep, in de familie[4].

Het leven is een zoektocht, zeggen de mensen. Dat zal best. Maar die zoektocht heeft voor kinderen van God wel een duidelijk doel: de toekomst met Hem.
Dat doel leert ons heldere keuzes maken.

Wat zijn de gevolgen van onze keuzes?
Het was de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel – bekend van zijn boeken over de holocaust – die eens schreef: “Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid. En het tegenovergestelde van vrede is onverschilligheid jegens zowel vrede als oorlog”[5][6].
Een apathische houding getuigt van liefdeloosheid en genadeloosheid.
Welnu, Gods Woord roept ons op tot keuzes in geloof en vertrouwen.
Hij roept ons op om zelf op zoek te gaan naar de wijsheid. Hij stuurt ons aan het werk.
Open maar uw Bijbel, zegt Hij, en lees erin. Kijk vervolgens maar naar de wereld. Dan is het bepalen van uw positie een stuk makkelijker. Dan is er een ommekeer: onverschilligheid wordt sterke betrokkenheid. Apathie wordt door het ingrijpen van Hogerhand geloof in Gods beloften.
Zo worden Bijbellezers goudzoekers!

Laten wij bij dit alles vooral niet vergeten dat Spreuken 2 een lange lijn schetst.
“De vromen zullen immers de aarde bewonen,
en de oprechten zullen erop overblijven.
De goddelozen echter zullen van de aarde uitgeroeid worden,
trouwelozen zullen ervan weggerukt worden”[7].
Daar loopt het op uit. Die kant gaat het op.
Het is de boodschap die ook in het slot van Psalm 104 klinkt:
“De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,
de goddelozen zullen er niet meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel!
Halleluja!”[8].
De wijsheid van de Spreuken gaat levenslang mee. Het is geen filosofie die vandaag opgeld doet, en vanaf morgen ergens in een vitrine ligt te verstoffen in d’een of and’re museale tentoonstellingsruimte.

Het is anno Domini 2019 van enig belang om dat laatste ook in de lage landen aan de zee te blijven bedenken.
Wij zijn op weg naar de dodenherdenking en naar de bevrijdingsdag – op zaterdag 4 en zondag 5 mei. In deze dagen maken mensen zich druk over democratie. Wij moeten met elkaar in gesprek blijven, zeggen de mensen. En jazeker – da’s waar. Maar dan moeten wij niet blijven zwerven tussen de koetjes en de kalfjes. Wij moeten naar het niveau van Jacobus 1: “En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden. Maar laat hij er in geloof om vragen en daarbij niet twijfelen”[9].

Tegenwoordig zeggen velen bovendien: laten we debatteren, meningen uitwisselen, naar elkaar luisteren, kritisch oordelen en compromissen sluiten; daar worden we gelukkiger van.
Maar de zoektocht naar wijsheid in Gods Woord levert een veel mooier resultaat op – honderd procent zeker. Al lezend krijgen wij zicht op de eeuwigheid!
En trouwens, in Spreuken 8 zegt de Wijsheid – met een hóófdletter W! – zelf:
“Ik heb lief wie Mij ​liefhebben,
en wie Mij ernstig zoeken, zullen Mij vinden”[10].
Die boodschap geeft energie om de toekomst in te gaan.
Dat bericht geeft ons een wijde blik op de wereld.
Dan wordt de zoektocht naar wijsheid eensklaps een vrolijke voetreis naar de verheven heerlijkheid van de hemel!

Noten:
[1] Spreuken 2:6.
[2] Spreuken 2:1-5.
[3] F. van Deursen, “De voorzeide leer”, deel 1 l:  “Spreuken”. – Barendrecht: Liebeek & Hooijmeijer, 1979, p. 107.
[4] Dat pikte ik op uit een scriptie van Jente Hogendorp. Jente is vierdejaars student Social Work van NHLStenden te Leeuwarden.
[5] Geciteerd van https://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/jaarthema/jaarthema-2019/jaarthematekst-2019 ; geraadpleegd op woensdag 1 mei 2019.
[6] Zie voor meer informatie over Elie Wiesel https://nl.wikipedia.org/wiki/Elie_Wiesel ; geraadpleegd op woensdag 1 mei 2019.
[7] Spreuken 2:21 en 22.
[8] Psalm 104:35.
[9] Jacobus 1:5 en 6 a.
[10] Spreuken 8:17.

16 januari 2019

Wijs advies

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Zorgt samenwerking ervoor dat je verder komt in het leven? Bereiken teambuilders meer dan solisten?
Soms lijkt dat er niet op. Je kunt beter jouw eigen boontjes doppen. Dan ben je ’t snelst van je probleem af.

In Spreuken 13 wijst Gods Woord een andere richting. Leest u maar mee:
“Overmoed geeft alleen maar ruzie,
maar bij wie zich raad laten geven, is wijsheid”[1].
Overigens is Spreuken 13, gezien in het licht van heel de Heilige Schrift, meer dan een brokje wijsgerigheid. Dat zal hieronder alras blijken.

Dit hoofdstuk handelt onder meer over het belang van straf. Een vrije opvoeding keert zich na verloop van een aantal jaren tégen je.
Wie grenspalen aangewezen krijgt, leert zichzelf te beheersen. Zo iemand reageert niet op iedere hype. Zijn manier van spreken wordt gekenmerkt door een zekere bedachtzaamheid.
Een goede opvoeding levert bovendien mentale flexibiliteit op. Je wordt erop getraind om niet te snel in een stoel achterover te hangen. Je realiseert je dat er in kerk en maatschappij veel te doen is, en dat jij daarin ook verantwoordelijkheid ontvangen hebt.
Gods wetten en regels vormen daarbij een vast uitgangspunt. Ze zorgen ervoor dat je je normen en waarden niet voortdurend aanpast aan de omstandigheden des levens dan wel de tijd waarin wij leven[2].
Kortom – voor wie leeft binnen het kader van Gods wet wordt het bepalen van een levenskoers aanzienlijk makkelijker.

Nogmaals citeer ik Spreuken 13:
“Overmoed geeft alleen maar ruzie,
maar bij wie zich raad laten geven, is wijsheid”.

In het vers dat daaraan vooraf gaat wordt geconstateerd:
“Het licht van rechtvaardigen verblijdt,
maar de ​lamp​ van goddelozen wordt uitgedoofd”[3].
Dat licht is het Woord van God. Denkt u maar aan Psalm 119:
“Uw woord is een ​lamp​ voor mijn voet
en een licht op mijn pad”[4].
Het licht van goddelozen is, daarbij vergeleken, zwak. Het levert een donkere omgeving op.
Het is – om zo te zeggen – het verschil tussen Gods licht en kunstlicht.

Licht van God / kunstlicht
– dat verschil in belichting kenmerkt de houding van mensen.

Dat zien we ook in het vervolg van Spreuken 13:
“Wie het woord veracht, zal te gronde gericht worden,
maar wie het gebod vreest, hem zal dat vergolden worden”[5].
En:
“Goed​ verstand geeft ​gunst,
maar de weg van de trouwelozen is onbegaanbaar”[6].

Spreuken 13 krijgt meer diepgang als wij het Nieuwe Testament erbij opendoen.

Jezus spreekt in Mattheüs 6 over dat verschil tussen het licht van God en het kunstlicht.
Hij doet dat als volgt.
“De ​lamp​ van het lichaam is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn; maar als uw oog kwaadaardig is, zal heel uw lichaam duister zijn. Als het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis zelf!”[7].
Dat licht in het oog is daar figuurlijk bedoeld. Een uitlegger schrijft: “Een gezond oog spreekt hier over een heldere en zuivere gezindheid. Deze verlicht het hele lichaam, dat wil zeggen: het hele menselijk gedrag”[8].

In Johannes 8 zegt Jezus over Zichzelf: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[9].
Wie met de Heiland door de wereld wandelt, wordt overkoepeld door een licht dat nimmer doven zal.

Het bovenstaande ziet er solide uit, vindt u ook niet?
Ondertussen is het natuurlijk een feit dat ook niet-christenen zich best netjes kunnen gedragen. Mensen die aan God noch gebod doen, zijn soms enorm sociaal. En behulpzaam. En trouw bovendien. Laten wij eerlijk zijn – er zijn situaties waarin u meer hebt aan uw ongelovige buurman, dan aan het kerklid van drie huizen verderop.
En nee, mensen die de God van hemel en aarde niet eerbiedigen, zijn niet allemaal per definitie eigenwijs. Er zijn ook seculier levende mannen en vrouwen die een goed advies maar wat graag aannemen.

Waarom moeten wij toch naar het licht der wereld gaan? Waarom moeten wij de wijsheid van God prefereren boven de wijsheid van mensen die – zoals dat in de volksmond heet – nergens aan doen?
De apostel Paulus legt het in 1 Corinthiërs 2 uit: “En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden. Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben. Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest”[10].
De wijsheid van God komt uit een andere wereld.
Die wijsheid heeft, om zo te zeggen, een totaal andere dimensie. Die is zo onmetelijk groot – mensen kunnen daar niet bij.
Die wijsheid moet ons aangereikt worden. En dat gebeurt ook. De Heilige Geest heeft als één der hoofdtaken: mensen scholing geven in de wijsheid van God.
Die wijsheid geeft Gods kinderen zicht op de hemel. Op hun toekomstige woonplaats dus.

De kernvraag is: waar haalt u de wijsheid vandaan?
U kunt die wijsheid natuurlijk uit uzelf halen. Wellicht heeft u een schat aan levenservaring. Misschien hebt u uw karakter mee, en bent u enigszins filosofisch ingesteld. En ja, het helpt uiteraard ook als u nogal flegmatiek bent.
Maar niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Colossenzen 2 over “God, en van de Vader en van ​Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn”[11].
Dat is nog eens wat anders dan ons brokje aardse wijsheid!
Dat is nog eens wat anders dan ons soms ernstig tekort schietende intellect!
Dat is nog eens wat anders dan de beperkte kundigheid van deze wereld!
Gelovige kerkmensen zijn op weg naar een hemels kennisniveau.
Daarom is een advies dat een bekend gezang geeft zeer ter zake:
“Jezus is mijn toeverlaat.
Hij, mijn Heiland, is het leven.
Ik zal aan Gods wijze raad
mij blijmoedig overgeven”[12].

Terug nu naar het Bijbelboek Spreuken.

Over dat Bijbelboek noteerde iemand eens: “De kern van de wijsheid is het dienen van God. Ontzag – eerbied, respect – hebben voor God, daar draait het om. Maar het gaat daarbij niet alleen om mooie woorden. Vaak gaan de spreuken namelijk over heel praktische dingen. Je leest bijvoorbeeld over de omgang tussen mensen en over goede manieren. Sommige spreuken gaan over eerlijkheid en betrouwbaarheid in het zakendoen. Steeds hoor je dat bescheidenheid, geduld en zorgvuldig gedrag belangrijk zijn”[13].

Alles begint bij God. En bij de door de Heilige Geest gegeven wijsheid
.
Die wijsheid is – als het goed is – bepalend voor de manier waarop Gods kinderen met hun medemensen omgaan.
Van daaruit komen uw en mijn leven op een goede koers te liggen. Zo gaan wij op weg naar de hemel, de woonplaats van God.

Wie zich door God raad laat geven komt verder in het leven.
Als Gods wetten en regels in ons leven het vaste startpunt zijn komt al ons doen en laten in een hemels perspectief te staan!

Noten:
[1] Spreuken 13:10.
[2] Zie voor het bovenstaande Spreuken 13:1-9.
[3] Spreuken 13:9.
[4] Psalm 119:105.
[5] Spreuken 13:13.
[6] Spreuken 13:15.
[7] Mattheüs 6:22 en 23.
[8] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 6:22.
[9] Johannes 8:12.
[10] 1 Corinthiërs 2:6-10.
[11] Colossenzen 2:2 b en 3.
[12] Dit zijn woorden uit Gezang 22:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-spreuken ; geraadpleegd op vrijdag 11 januari 2019.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.