gereformeerd leven in nederland

9 december 2020

Ons leven onder de loep

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Wie het gebod in acht neemt, bewaart zijn leven,
wie zijn wegen veracht, zal sterven”.
Zo staat dat in Spreuken 19[1]. Dat is een tekst die er nogal zwart-wit uitziet. Wie volgens Gods wet leeft, gaat een goede toekomst tegemoet. Wie er een beetje op los leeft vindt de dood. We kunnen wel zeggen dat dit een Bijbeltekst is die strak door de bocht gaat!

De Spreukenleraar zegt in hoofdstuk 19: als u eerlijk bent, komt u veel verder in de wereld dan de buurman die de boel bedriegt. U komt nóg verder als u verstandig bent. En overigens is bedachtzaamheid een groot goed.

Maar er moet meer worden gezegd. Er zijn namelijk aardig wat mensen die, als er iets helemaal verkeerd gaat in het leven, God daarvan de schuld gaan geven. Nu is het een aloude regel: wie geen fouten maakt, maakt niets. Maar als dan die fouten en tekortkomingen er zijn, zullen we eerst en vooral eerlijk naar onszelf moeten kijken.
Dat is niet zo makkelijk. Want wij doen ons graag mooier voor dan wij in werkelijkheid zijn. Wij willen er graag goed uitzien. Het helpt als wij in een fraai huis wonen, in een mooie omgeving. Het voelt niet goed om toe te moeten geven dat u een klant van de voedselbank bent. Het is verre van prettig om te laten zien dat u aan het einde van uw geld nog een stuk maand over hebt.
Wat is onze taak? De Spreukenleraar is er duidelijk over. Neem, zo zegt hij, gewoon uw eigen plaats maar in. Dat is de plaats waar de Here u neergezet heeft. Grootdoenerij en ellenbogenwerk worden ten langen leste maar al te vaak afgestraft.
Bij dit alles is één ding zeker – in heel veel situaties worden kinderen van God ertoe geroepen de wijste te zijn. Wie dat consequent doet, valt op. Ja zelfs bij de overheid.
Ook anno 2020 is dat nog zo: de jaarlijkse lintjesregen op Koningsdag bewijst het.

Waar wordt veelal de basis gelegd voor zo’n wijs leven? Antwoord: in het gezin.
Geen wonder eigenlijk dat de Spreukenleraar ook opmerkt:
“Huis en bezit zijn een erfenis van de vaderen,
maar een verstandige vrouw is van de Heere”[2].
Er zijn tegenwoordig op het brede kerkelijke terrein heel wat discussies over de vrouw in het ambt: kan een vrouw diaken, ouderling of dominee worden? Soms suggereert men dat de vrouw in de kerk jarenlang achtergesteld is. Welnu, Spreuken 19 toont aan dat dit een misvatting is. De Verbondsgod geeft de vrouw in haar gezin een prominente plaats. De Verbondsgod geeft haar Hoogstpersoonlijk een plek waar zij optimaal tot haar recht komen kan.
In dat gezin is het, ook in onze tijd, gewoonlijk een drukte van belang. Geen wonder dus dat de Spreukenleraar ons tevens voorhoudt:
“Luiheid doet in diepe slaap vallen,
een bedrieglijke persoon zal hongerlijden”[3].
Er moet aangepakt worden. Het vormgeven van een gezinsleven is niet altijd een makkie.
Echter – in alle drukte kunnen en moeten wij met de Here leven. Daar bestaat in Gereformeerd Nederland een mooie term voor: wij wandelen met God.

Nu het onder meer gaat om het gezin en de taak van de vrouw mogen we elkaar wijzen op een vraaggesprek dat het Nederlands Dagblad had met Daniëlle Koudijs, de beheerster van de internetsites PowertotheMama’s en Fiermamazijn – coaching voor mama’s.
Zij zegt onder meer: “Hoop is voor mij dapper geloven in dat wat je nog niet ziet in de hoop dat het werkelijkheid wordt. Hoop hangt samen met dankbaarheid. Vanuit dankbaarheid zie ik Gods grootheid in kleine momenten en alledaagse dingen en ervaar ik zijn trouw. Dat geeft mij hoop. Mijn hoop voor de wereld is dat meer mensen Gods liefde leren kennen”.
Daniëlle memoreert in het gesprek ook Genesis 33. Daar gaat “Jakob met zijn hele huishouden op pad naar zijn broer Esau. Jakob houdt het tempo van de kinderen en de jonge dieren aan, omdat de dieren anders na een dag al dood zouden gaan. Je mag als ouder met jonge kinderen rustig leven omdat dat goed is voor je kinderen. Tegenwoordig staat het gezin flink onder druk. Mensen zijn bezig met zichzelf en meer, meer meer. Veel ouders hebben last van drukte en stress en het is niet goed als kinderen die stress voelen en meenemen de rest van hun leven in”.
En:
“Mijn naam betekent ‘God is mijn rechter’. Vroeger vond ik dat heftig, alsof Hij zou straffen voor de dingen die ik niet goed deed. Uiteindelijk heb ik geleerd dat het juist andersom is. God is mijn rechter en Hij doet dingen uit liefde, omdat Hij wil dat het goed met me gaat. Liefde is ook elkaar durven aan te spreken op verkeerd gedrag om het in het vervolg beter te doen. Liefde kan pijn doen”[4].

Het is goed om bij tijd en wijle eens naar ons eigen leven te kijken, in het gezin en daarbuiten. Maar laten wij, als we dat doen, nooit vergeten dat de God van liefde en genade ons leven uiterst zorgvuldig stuurt. Wie dat niet scherp voor ogen heeft, moet nu maar enkele belangrijke woorden uit Spreuken 19 in zijn hoofd prenten. Het zijn deze:
“In het hart van de mens zijn veel plannen,
maar de raad van de HEERE, die houdt stand”[5].
De God van het verbond zet de lijn in het leven uit. Hij stelt ons in staat om ons leven te bewaren. Dat wil zeggen: Hij maakt het mogelijk dat wij ons leven richten naar het Woord van God; dat Woord is waar en zuiver!

Noten:
[1] Spreuken 19:16.
[2] Spreuken 19:14.
[3] Spreuken 19:15.
[4] “Moederliefde verdiept genadebesef” – interview met Daniëlle Koudijs. In: Zaterdag, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 5 december 2020, p. 4-6. De bedoelde websites zijn https://powertothemamas.nl/ en https://fiermamazijn.nl/ .
[5] Spreuken 19:21.

8 oktober 2020

In veiligheid gebracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Mensenvrees legt iemand een valstrik,
maar wie op de HEERE vertrouwt, wordt in een veilige vesting gezet”.
Hierboven staan woorden uit Spreuken 29[1].

Die woorden maken deel uit van een Bijbelhoofdstuk waarin er met nadruk op wordt gewezen dat mensen die wijze raad stelselmatig negeren, erop moeten rekenen dat hun ondergang heel plotseling komen kan.
Wijze regeerders zorgen er zo zoveel mogelijk voor dat hun land rustig en stabiel is. Corrupte koningen en presidenten brengen het hun toegewezen grondgebied in een spiraal naar beneden. Een exegeet schrijft bij Spreuken 29 onder meer: “De rechtvaardige erkent de rechten van de arme, terwijl de boosdoener geen kennis verstaat”[2].
Goed leven en dwaas leven – die staan in Spreuken 29 tegenover elkaar.
Er zijn, zegt de Spreukenleraar verder, soms hele goede redenen om mensen te straffen.
Het gedrag van mensen – dat is in dit hoofdstuk een centraal thema.

En daarmee staan wij dan midden in de COVID 19-wereld van vandaag.
Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames neemt iedere dag toe – schrik op schrik! Onze bezorgdheid neemt wellicht ook toe. Want waar is het einde?
We houden anderhalve meter afstand. Maar heel vaak ook niet. We hebben mondkapjes voor. Maar soms ook niet. Er mogen maar dertig mensen tegelijk in de kerkzaal zitten. Maar misschien ook wel meer.
Wat is verstandig, en wat niet? Wie kun je geloven, en wie moet je met een korrel zout nemen?

Dat woord ‘mensenvrees’ in Spreuken 29 wordt ook wel vertaald met ‘schrik’. Bijvoorbeeld in Genesis 27: “Toen beefde Izak van grote en hevige schrik en zei: Wie was het dan die een stuk wild gejaagd en het mij gebracht heeft? Ik heb overal van gegeten voordat jij kwam, en ik heb hem gezegend, en gezegend zal hij zijn”[3]. Men vertaalt het ook wel met ‘bezorgdheid’, of ‘zorg’. Zie 1 Koningen 4: “Zie, u hebt heel veel zorg aan ons besteed, wat kan men voor ú doen?”[4].
Bezorgdheid en schrik – dat zijn kenmerkende trefwoorden voor vandaag!

En dan is er in Spreuken 29 dat woord ‘valstrik’. Het Hebreeuwse woord dat daar gebruikt wordt vinden we ook in Psalm 141. David wenst dat alle goddelozen in hun eigen strikken vallen, terwijl hijzelf bewaard blijft:
“Bewaar mij voor de knellende strik die zij mij gezet hebben,
voor de valstrikken van wie onrecht bedrijven”[5].
Soms betekent dat woord ‘verleiding’. Bijvoorbeeld in Exodus 34: “Wees op uw hoede dat u geen verbond sluit met de inwoners van het land waarin u komt, anders zullen zij in uw midden tot een valstrik worden”. En bijvoorbeeld ook in Richteren 2: “Ik heb gezegd: Ik zal Mijn verbond met u niet verbreken, voor eeuwig. En wat u betreft, u mag geen verbond sluiten met de inwoners van dit land. Hun altaren moet u afbreken. U bent Mijn stem echter niet gehoorzaam geweest. Waarom hebt u dit gedaan? Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen niet van voor uw ogen verdrijven, maar zij zullen u tot prikkels in uw zijden zijn, en hun goden zullen u tot een valstrik zijn”[6].
Als mensen alleen maar naar zichzelf en hun eigen welzijn blijven kijken wordt de wereld horizontaal. God is uit het zicht en de hemel zit dicht. Zeker in onze maatschappij, waarin de sociale media allerlei informatie aan ons opdringen zijn de verleidingen op dat punt vele!

Wie op de Heere vertrouwt krijgt een plaats in een veilige vesting, zegt de Spreukenleraar. Voor dat woord ‘vesting’ staat er yesuggab. Dat betekent: onbereikbaar hoog, in veiligheid gebracht. Mozes gebruikt een vorm van dat woord als hij in Deuteronomium 2 het volk Israël herinnert aan de manier waarop Kanaän werd veroverd: “Vanaf Aroër, dat aan de oever van de beek Arnon ligt, en de stad die in het beekdal ligt, tot aan Gilead toe, was er geen stad die te hoog voor ons was; de HEERE, onze God, gaf het allemaal aan ons”[7].
Job gebruikt dat woord in hoofdstuk 5 als hij zegt:
“Hij doet grote dingen, die niemand kan doorgronden;
wonderen, die niet te tellen zijn.
Hij geeft regen op de aarde,
en zendt water op de velden,
om de nederigen op een hoogte te plaatsen,
om de treurenden in een veilige vesting van heil te zetten”[8].
De dichter van Psalm 91 zegt:
“Omdat hij liefde voor Mij opgevat heeft, zegt God, zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem in een veilige vesting zetten, want hij kent Mijn Naam”[9].
Zeg het maar zo: mensen die op de God van het verbond vertrouwen, worden op niveau gebracht. Zij worden naar een veilige plek geleid. Mensen vol geloofsvertrouwen zijn onbereikbaar voor mensen die zichzelf willen redden, voor goddelozen, voor misdadigers. Want de Verbondsgod is om hen heen met Zijn oneindige kracht!

Wat is verstandig, en wat niet? Wie kun je geloven, en wie moet je met een korrel zout nemen?
Dergelijke vragen zijn niet makkelijk te beantwoorden. Wat kan en wat verantwoord is – dat blijkt soms minder dicht bij elkaar te liggen als wij in eerste instantie veronderstelden.

Maar één ding is zeker: God tilt ons uit de ellende van dreiging, verdorvenheid, ziekte en zonde. En er niets of niemand die daar bij kan!

Noten:
[1] Spreuken 29:25.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 29:7.
[3] Genesis 27:33.
[4] 1 Koningen 4:13.
[5] Psalm 141:9.
[6] Richteren 2:1 b, 2 en 3.
[7] Deuteronomium 2:36.
[8] Job 5:9, 10 en 11.
[9] Psalm 91:14.

10 september 2020

Duurzame toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Heel veel Nederlanders willen, naar men meldt, duurzamer gaan leven.
Het Nederlands Dagblad bericht op dinsdag 8 september: “60 procent van de Nederlanders is bereid anders te leven voor het milieu, blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving. ‘Dat is niet afhankelijk van opleiding of inkomen, het gaat door alle lagen van de bevolking heen’, zegt onderzoeksleider Jetske Bouma.
(…)
Van de middenmoot weten we nog maar weinig’, zegt onderzoeksleider Jetske Bouma. Het PBL heeft daarom literatuuronderzoek gedaan en een vragenlijst gemaakt die door ongeveer tweeduizend Nederlanders is ingevuld die een dwarsdoorsnede van de bevolking vormen. 60 procent van de Nederlanders is bereid anders te leven voor het milieu, zo blijkt. Over de ernst van klimaatverandering bestaat eensgezindheid. 90 procent is ervan overtuigd dat dit probleem bestaat en 85 procent is er bezorgd over, variërend van een klein beetje tot heel erg.
(…)
Nederland staat voor vier grote uitdagingen, schetst het PBL. De eerste is een adequate reactie op de klimaatcrisis. De uitstoot van broeikasgassen moet snel omlaag. Tegelijk moeten we ons aanpassen aan het extremere klimaat. De tweede uitdaging is de achteruitgang van de natuur stoppen. De landbouw neemt veel ruimte in beslag – 60 procent van het landoppervlak – waardoor er voor de natuur weinig ruimte overblijft. Daarnaast ondervindt de natuur schade van de stikstofuitstoot vanuit de landbouw en van de gewasbeschermingsmiddelen die niet op de boerenbedrijven blijven. De derde uitdaging is de omslag maken naar een circulaire economie waarin grondstoffen worden hergebruikt. Ten slotte moeten er duidelijke, nationale keuzes worden gemaakt over de ruimte die steeds schaarser wordt in Nederland”[1].

Het is goed om over deze dingen na te denken. Hoe gaan wij wijs om met de natuur? Hoe leven wij in een dichtbevolkt Nederland?
Tegelijk is er wel enige reden tot relativering.
Het sociaaldemocratische dagblad ‘Het Vrije Volk’ meldt in oktober 1950: “Met het oog op de steeds toenemende belangstelling voor het emigratie-vraagstuk, heeft de K.L.M. door de heren G. Raucamp en F. de Wit een filmpje laten vervaardigen, waarin wordt aangetoond, dat er voor vliegtuigen geen afstanden meer bestaan. Sinds de bevrijding zijn reeds 36.000 Nederlanders geëmigreerd”[2]. Voor de goede orde: in 1950 telde Nederland ruim 10 miljoen inwoners[3].

Wij moeten ons eerst en vooral goed realiseren dat de kerk gelovig in deze wereld dient te staan. In oktober 1988 schrijft de toenmalige hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, J.P. de Vries: “Ter voorkoming van aanzetten tot natuurvergoding zoals ze wel in de humanistische milieubeweging worden aangetroffen, is het beter te spreken over waarde als werkstuk van Gods handen. In het zorgvuldig omgaan met de natuur geven we blijk van liefde tot God en tot de naaste, de twee grote geboden van de Wet”[4].
Daar ligt, ook heden ten dage, de sleutel tot een goede omgang met deze wereld: lees in Gods Woord en leef met Hem!

In dit verband is het van enig belang woorden uit Spreuken 22 tot ons door te laten dringen:
“Neig uw oor en luister naar de woorden van wijzen,
richt uw hart op mijn kennis.
Want het is goed dat u ze in uw binnenste bewaart,
ze zullen alle bestendig op uw lippen zijn.
Opdat uw vertrouwen op de HEERE zal zijn,
maak ik het heden aan u bekend, ja, aan u!”[5].

Salomo spreekt in het bovenstaande zijn zoon aan. Hij stimuleert hem om selectief met informatie om te gaan. Luister alleen naar de wijzen! Dat is een woord dat anno Domini 2020 heel belangrijk is. Wij worden immers overstelpt met informatie. De één schreeuwt nog harder dan de ander. Roeptoeteren is een bekend woord geworden. Vandaag moeten wij, naar het lijkt, standaard onze stem verheffen om gehoord te worden. In een dergelijke samenleving dienen wij onze informatiebronnen zorgvuldig te kiezen.

Waarom is dat, ook vandaag, zo belangrijk?
Omdat we ons leven met wijsheid moeten vullen. En met de juiste kennis. Die beiden moeten Gods Woord, de door Hem geschonken vergeving en Zijn beloften als fundament hebben. Als dat fundament hecht is en stevig ligt, is dat te merken. In ons spreken over de ontwikkelingen in kerk en wereld. In de manier waarop we dingen aanpakken.
Zeggen we dan nooit meer dwaze dingen? Ach, jawel. Maar wij zijn, als het goed is, steeds bereid om ons op Zijn Woord te richten. Die zijn dan bestendig op onze lippen. Ja, daar staat het: bestendig. De Schriftuurlijke wijsheid is duurzaam in ons leven. Op allerlei momenten is die wijsheid hoorbaar en zichtbaar.

Intussen klemt de vraag: hoe moet dat nu verder met onze leefomgeving?
Men kan denken aan het zorgvuldig omgaan met de natuur. Heel basaal: geen rommel achterlaten na een wandeling – veel boswachters klagen daar momenteel over[6].
Men kan denken aan een grote emigratiegolf. Al jaren hoort men berichten dat Nederlanders massaal emigreren[7]. Maar de vraag is hoeveel dat oplost.
Feit is dat duurzaamheid gewenst is. Men spreekt over recycling. Over behoud van het milieu. Een organisatie als Milieudefensie spreekt schande van grote vervuilers en treuzelende politici[8].
Het is goed zulke dingen te overdenken en te bespreken.
Maar laat niemand denken dat in die besprekingen de definitieve oplossing op tafel komt. Dr. M.J. Paul zei eens: “De stad van de mens vergaat; het nieuwe Jeruzalem komt van elders: dat daalt uit de hemel neer. In die tussentijd mag ons burgerschap in de hemel zijn (…) De gedaante van deze wereld gaat voorbij. Zo leven wij als vreemdelingen in deze wereld”[9]. Wij horen de klanken van Philippenzen 3: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus”[10].

Wij moeten op onze God vertrouwen, zegt de Spreukenleraar tegen zijn zoon. En via Gods Heilige Geest komt dat woord tot ons, in de actualiteit van 2020. De kerk mag het proclameren: onze God werkt door; wij zijn op weg naar de heerlijkheid – dat is de meest duurzame toekomst die denkbaar is!

Noten:
[1] Geciteerd uit: “Nederlander wil duurzamer leven”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 8 september 2020, p. 1.
[2] Geciteerd uit: “Nederland is vol”. In: Het Vrije Volk, zaterdag 21 oktober 1950, p. 6.
[3] Zie https://www.populationpyramid.net/nl/nederland/1950/ ; geraadpleegd op dinsdag 8 september 2020.
[4] “Bedrijf en milieu”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, 14 september 1988, p. 1.
[5] Spreuken 22:17, 18 en 19.
[6] Zie https://nos.nl/artikel/2347115-boswachters-zien-meer-overlast-in-natuurgebieden-door-groeiende-drukte.html ; geraadpleegd op dinsdag 8 september 2020.
[7] Zie bijvoorbeeld https://www.powned.tv/artikel/cbs-nederlanders-emigreren-massaal# , https://www.telegraaf.nl/nieuws/1143010/nederlanders-emigreren-massaal en https://www.dagelijksestandaard.nl/2020/02/bizar-steeds-meer-nederlanders-emigreren-omdat-nederland-te-vol-is-klein-deel-emigreert-vanwege-verstikkende-klimaatregels/ ; geraadpleegd op dinsdag 8 september 2020. 
[8] Zie https://milieudefensie.nl/ ; geraadpleegd op dinsdag 8 september 2020.
[9] Geciteerd van https://mjpaul.nl/wp-content/uploads/2017/11/Paul-Cultuurmandaat-en-vreemdelingschap-1989.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 8 september 2020.
[10] Philippenzen 3:20.

10 augustus 2020

Wat is wijsheid?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De vraag boven dit artikel zweeft, zeker in coronatijd, boven de markt. Wat moeten we doen met de anderhalve-meter-regel? Wat moet er worden gedaan met de mondkapjes, en wanneer dan? Er wordt, soms heftig, over gediscussieerd. Men denkt er het zijne van. Meningen staan niet zelden diametraal tegenover elkaar. Men zou er tureluurs van worden.

Job zegt in hoofdstuk 28 van het Bijbelboek dat naar hem genoemd is:
“De wijsheid dus, waar komt zij vandaan,
en waar is de plaats van het inzicht?
Zij is bedekt voor de ogen van alle levenden,
en voor de vogels in de lucht is zij verborgen.
Het verderf en de dood zeggen:
Met onze oren hebben wij slechts een gerucht over haar gehoord.
God begrijpt haar weg,
en Hij kent haar plaats.
Want Hij ziet tot aan de einden der aarde,
Hij ziet onder heel de hemel,
terwijl Hij de kracht van de wind bepaalt,
en de wateren meet met een maat.
Toen Hij een verordening maakte voor de regen,
en een weg voor het weerlicht van de donder –
toen zag Hij haar, en peilde haar.
Hij stelde haar vast en ook onderzocht Hij haar.
Maar tegen de mens heeft Hij gezegd:
Zie, de vreze des Heeren, dat is wijsheid,
en zich afkeren van het kwade is inzicht”[1].
Dus: God weet hoe het zit. God doorziet de wijsheid. Hij peilt de wijsheid. Een exegeet noteert: “Op eigen kracht kan de mens geen wijsheid verkrijgen. Noch diepzinnige filosofieën, noch bestudering van verborgenheden, maar alleen een godvruchtige levenswijze leidt tot wijsheid”[2].

Wijs redeneren is mooi. Filosoferen is prachtig. Naar jezelf kijken, al of niet op een afstandje, kan heel nuttig wezen. Maar ten langen leste moeten wij ons toch echt tot God wenden!

Job 28 wordt door sommige uitleggers beschouwd als een algemeen intermezzo van het boek Job. De verteller bouwt rust in na de felle protesten van Job en de hevige wanhoop waaraan hij ten prooi is.
Anderen zeggen: dit lied is wel van Job zelf. Hij spreekt hier niet over zijn eigen situatie. Hij laat zijn emoties even voor wat die zijn.
Een exegeet schrijft: “…de tekst van het boek zelf pleit er eerder voor Jobs slotpleidooi niet te beschouwen als het begin van de monologen, maar als de afsluiting van de betogen (…). Niet alleen wijst het afsluitende onderschrift in de slotwoorden van hoofdstuk 31 in die richting, maar vooral de vermelding van het verdere zwijgen van de vrienden in Job 32:1 pleit hiervoor. Zo maakt de tekst zelf duidelijk dat de hoofdstukken 28-31, ondanks dat ze het karakter dragen van een monoloog, nog steeds deel uitmaken van de betogen(…) en daarvan de afsluiting vormen, als een soort nawoord”[3].

De geïnteresseerde Bijbellezer hoort in Job 28 bekende klanken.
Het hoofdstuk doet bijvoorbeeld denken aan Psalm 29:
“De stem van de HEERE klinkt over de wateren,
de God der ere dondert”[4].
En aan Psalm 103:
“De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij.
Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meer
en zijn plaats kent hem niet meer”[5].
En aan Spreuken 1: “De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning”[6].
En aan Jesaja 40: “Wie heeft de wateren met de holte van zijn hand opgemeten, of van de hemel met een span de maat genomen, of het stof van de aarde met een maatbeker gevat, of de bergen gewogen in een waag, of de heuvels op een weegschaal?”[7].
En aan Jesaja 49: “Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”[8].
Uit het bovenstaande blijkt wel dat in het nawoord van Job ook de weerklank van andere Schriftgedeelten te horen is.
In dat nawoord blijkt Job een helicopterview te hebben!

In onze tijd acht men u wijs als u een integrale aanpak heeft.
Het linkse opinieblad Vrij Nederland publiceerde in augustus 2018 een artikel over wijsheid[9]. Daarin stond geschreven: “De basis voor onderzoek naar wijsheid werd in 1978 gelegd door de Amerikaanse psychologe Vivian Clayton. Aan de hand van interviews en een jarenlange literatuurstudie concludeerde ze dat wijsheid de som is van een besluitvormingsproces waarin kennis, analyse, reflectie en compassie gelijk opgaan. Onderzoekers als zij hebben het in dit verband over ‘het integratieve aspect’ van wijsheid, waarmee wordt bedoeld het op één lijn brengen van verstand en gevoel als je voor lastige kwesties staat. Volgens andere wetenschappers maakt ook deugdzaamheid deel uit van wijsheid: het goede willen nastreven voor een ander en de maatschappij in zijn geheel. (…) De onderzoekers van het Berlijnse Wijsheidsproject dat begin jaren tachtig van start ging, gingen het kamerstelsel in van mensen die als wijs te boek stonden, en maakten notities wat er aan gemeenschappelijks in de vertrekken te vinden was. Wijsheid, zo concludeerden ze, was ‘expertise in de fundamentele pragmatiek van het leven’, een diepgaand besef van waar het leven uiteindelijk om gaat en de veelvoudige manieren om dat goede leven in zijn veelvormige aspecten ook te bereiken”.

Maar daarbij moet u wel uw eigen doel in het oog houden. Wat wilt u met uw activiteit bereiken?
“Om enigszins wijs te doen, hoef je niet in de filosofie gepromoveerd te zijn. Soms is het genoeg, stellen psychologen Barry Schwartz en Kenneth Sharpe in hun boek Practical wisdom (2010), om het doel van een situatie in het oog te houden; jezelf de vraag te stellen: wat is mijn uiteindelijke doel met wat er in deze specifieke situatie van mij gevraagd wordt?”.

De vraag is uiteraard wat dit alles in de praktijk oplevert. Welnu, dat is tamelijk teleurstellend: “De erkenning van de beperking van je kennis en kunde, het weten dat je niks weet, staat centraal in het wijsheidsdenken. Eskens noemt dat ‘de socratische houding’, naar de Griekse filosoof die een paar millennia geleden voetgangers op het plein waar hij zat over hun vooronderstellingen ondervroeg.
In de mystieke literatuur, bijvoorbeeld die over christelijke en joodse spiritualiteit, kom je dan al snel uit bij het ‘transcendente’, en het ondoorgrondelijke van Gods wegen. Samengevat door Goethe als ‘Hoe verder de vooruitgang van kennis, hoe dichter we het onpeilbare naderen’. Het motto van De wijsheid van het niet weten; voorbij de illusie van zekerheden (2017), een boek van de Amerikaanse psychoanalytica en Talmoed-onderzoekster Estelle Frankel, is een uitspraak van rabbijn Yehudah Bedersi: ‘Het ultieme doel van kennis is te weten dat we het niet weten’. Gek genoeg moet je daar een leven lang voor leren”.

Hoe moet dat verder?
Het komt op geloof aan: God begrijpt de weg van de wijsheid, en Hij kent haar plaats. Zo zegt Job dat. De kerk mag het proclameren: wie wijs wil worden, moet naar God toe!

Wat is wijsheid? Die vraag zweeft nog altijd boven de markt. Zeker in coronatijd. Eenvoudige oplossingen zijn er niet. Maar wie echte toekomst hebben wil, moet tot God gaan.

Noten:
[1] Job 28:20-28.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Job 28.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; artikel ‘Opbouw Job’.
[4] Psalm 29:3 a.
[5] Psalm 103:15 en 16.
[6] Spreuken 1:7.
[7] Jesaja 40:12.
[8] Jesaja 49:6 b.
[9] Het artikel ‘Wijsheid: wat is het en hoe verkrijg je het?’. Het artikel is gedateerd op 14 augustus 2018. Geciteerd van https://www.vn.nl/wijsheid/ ; geraadpleegd op zaterdag 8 augustus 2020.

5 augustus 2020

Veilig voor altijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Elke zomer worden we erdoor opgeschrikt: mensen die de dood vinden door muistromen. Wat is een mui? Een internetencyclopedie leert ons: “Een suatiegeul of mui is te vinden op of nabij het strand of op een kwelder. Parallel aan het strand ligt vaak een zandbank met tussen de zandbank en het strand een dieper gedeelte dat volloopt bij vloed. Zo’n diepe geul heet een zwin. De watergang, waardoor water wegstroomt bij eb, wordt de suatiegeul of mui genoemd en ligt meestal loodrecht op de kust. Door een aanzienlijk getijdenverschil, bijvoorbeeld bij Katwijk anderhalve meter, kan een sterke stroming, een muistroom, plaatsvinden vanuit de zwin door de mui naar de zee”[1].
Wie in zo’n sterke stroming terechtkomt, ontmoet grote problemen. En wie verkeerd reageert, kan in een paar minuten zijn dood tegemoet gaan.
Ook deze zomer zijn er al heel wat zwemmers in de problemen gekomen. De reddingsbrigades hebben er hun handen vol aan.
Wie al het nieuws daarover volgt, kan zomaar een beetje droevig worden. Of angstig misschien.
Ben je nog wel ergens veilig op deze wereld? Zelfs als u lekker op het strand bent, ligt de dood op de loer!

In verband met het bovenstaande is het goed om aandacht te vragen voor woorden uit Spreuken 1:
“Maar wie naar Mij luistert, zal veilig wonen,
hij zal vrij zijn van angst voor het kwaad”[2].

Dat eerste hoofdstuk van het Spreukenboek beantwoordt een kernvraag uit alle tijden: hoe word je wijs? Salomo wil zijn onderdanen wijsheid leren.
En hij stelt onomwonden: alle wijsheid begint bij de Here.
Wie wijs wil worden moet bij God zijn.
Salomo raadt dringend aan: luister naar de adviezen van je ouders en doe er wat mee. En: blijf ver weg van criminele types, en van andere mensen die je de verkeerde kant op sturen. Mensen die bij de Here weglopen hebben niet in de gaten dat zij hun handelwijze uiteindelijk met de dood moeten bekopen. Met de eeuwige dood, wel te verstaan.

Er staat nog meer in Spreuken 1.
We lezen dat Vrouwe Wijsheid op straat loopt te schreeuwen. Zij roept: ‘hoe lang zullen de spotters God nog belachelijk maken?’. Vrouwe Wijsheid had zo graag veel wijze raadgevingen willen doorgeven. Maar allerlei dwaze mensen negeerden haar volkomen.
Vrouwe Wijsheid kondigt nu aan: bij uw ondergang zal ik staan te grinniken.
Vrouwe Wijsheid zal al die bij God weggelopen mensen recht in hun gezicht uitlachen.
Vrouwe Wijsheid weet het wel: als die mensen in de ellende zitten, ja dan hebben ze haar nodig. Maar dan is het te laat! Zij hebben immers nooit verstandig willen zijn? Zij hebben toch altijd wijze adviezen genegeerd? Waarschuwingen hielpen niet. Welnu – met al die mensen zal het slecht aflopen.
Wie in vrede met de Here leeft, die is voor altijd veilig!
Vrouwe Wijsheid staat in het Spreukenboek tegenover de vrouw van de ontwrichting, de vrouw van de verleiding. De definitie van Schriftuurlijke wijsheid vinden we in Jacobus 3: “… de wijsheid die van boven is, is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd”[3].

In vrede leven met God – dat moet het ultieme streven in ons leven zijn.
Paulus formuleert dat in Galaten 6 zo: “Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten”[4].
Dat is niet alleen iets voor mensen van boven de vijftigers, of voor zeventigers die het een beetje rustiger aan gaan doen. Het is iets voor elke dag van ons leven, ook als we jong zijn. Het gevaar van de muien laat ons weer eens zien hoe belangrijk het is om daar echt werk van te maken. Immers – het kan zomaar gebeurd zijn!

Je loopt nog even op het strand. Vooruit, één duik dan nog… En opeens drijf je pijlsnel af, zonder dat je er iets aan kunt doen. En als de redders er niet op tijd bij zijn, dan is het heel snel afgelopen.
En de vraag in die situatie is: gaat het leven in de hemel op glorieuze wijze door, of niet?

Wij weten het wel – ons leven op aarde kan zomaar afgelopen zijn. Maar wie met God door het aardse bestaan wandelt, mag weten: het houdt nooit meer op.
De zanger en presentator André Hazes jr. zingt:
“Leef, alsof het je laatste dag is
Leef, alsof de morgen niet bestaat
Leef, alsof het nooit echt af is
En leef, pak alles wat je kan”[5].
Ware gelovigen weten echter zeker dat er altijd een morgen bestaat. Dat geeft ontspanning en rust.
Soms overvalt de dood ons; dat blijkt wel in de aanvang van dit artikel. Maar de dood overwint ons niet. Paulus schrijft: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus”[6].
Christus heeft de dood overwonnen.
Daarom, ja daarom zijn Gods kinderen veilig. Voor altijd.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Suatiegeul ; geraadpleegd op maandag 3 augustus 2020.
[2] Spreuken 1:33.
[3] Jacobus 3:17.
[4] Galaten 6:7 en 8.
[5] Geciteerd van https://www.songteksten.nl/songteksten/1000954/andre-hazes-jr/leef.htm ; geraadpleegd op maandag 3 augustus 2020.
[6] 1 Corinthiërs 15:56 en 57.

17 juli 2020

Levensvreugde gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Spreuken 15 leert ons: oefen u in de levensvreugde! Het staat er zo:
“Alle dagen van een ellendige zijn slecht,
maar een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd”[1].
De Spreukenleraar hangt, om zo te zeggen, een spandoek boven ons leven: wees wijs, streep de dwaze dingen door!

Vriendelijkheid staat in Spreuken 15 tegenover belediging. Oordeelkundigheid tegenover ongelooflijke onzin. Opbouw tegenover afbraak. Adviezen aannemen tegenover het afwijzen van aanbevelingen. En daarboven troont de God van hemel en aarde. Hij overziet het menselijke speelveld en velt zijn oordeel. En denk maar niet dat Hij niets in de gaten heeft. Hij regeert immers zelfs het dodenrijk. Hij ziet dus zeker ook wat mensen zoal doen.
De kernvraag is: Wanneer zijn wij rijk? Wij zijn rijk als wij veel geld hebben, zeggen wij welhaast instinctief. Fout! De Here eerbiedigen – dat maakt rijk!

Ziehier de sfeer van Spreuken 15.
De vertaling ‘een blijmoedig hart’ is de weergave van het oorspronkelijke ‘goed van hart’.
Thans kan men ietwat sombere mensen zachtjes horen protesteren. Enigszins weifelend vragen zij: moeten wij altijd blij zijn? En: moeten de feestslingers voortdurend blijven hangen? Zij mompelen: dit kan ik niet! En: hier wordt iets onmogelijks van ons gevraagd!
Hier gaat het er echter vooral om dat wij in staat zijn om op een christelijke wijze met moeilijkheden om te gaan.

Wat betekent dat?
Paulus beschrijft dat in 2 Corinthiërs 4: “Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld; wij worden vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht. Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt. Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgegeven om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees”[2]. Dwars door alle nood en ellende heen ontvangen wij het nieuwe leven dat door het lijden en sterven van Jezus Christus, onze Heiland, is bewerkt. Christelijk omgaan met problemen wil dus zeggen: wij houden altijd zicht op een nieuw leven.
In 2 Corinthiërs 6 noteert Paulus: “Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, (…) als onbekenden en toch bekenden; als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood; als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten”[3]. Mensen met ziekten en handicaps hebben het niet zelden moeilijk. De tegenslagen stapelen zich soms op. En zij hebben soms de neiging om aan God te vragen: kan het niet een beetje minder? Misschien klagen zij wel bij Hem: ik kan dit allemaal niet aan! Maar dwars door dat alles heen komt er vanuit Gods Woord licht: het nieuwe leven is begonnen, alles wordt volmaakt. Perfect. Onvoorstelbaar wellicht, maar waar!
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert in hoofdstuk 10: “Want u hebt ook medelijden gehad met mij, in mijn boeien, en de beroving van uw eigendommen met blijdschap aanvaard, in de wetenschap dat u voor uzelf een beter en blijvend bezit in de hemelen hebt. Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt”[4]. Wie bedenkt dat hij een beter en blijvend bezit in de hemelen heeft, kan in moeilijke tijden bij tijd en wijle toch een zekere levensvreugde uitstralen.

“Een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd”, zegt de leraar die in Spreuken 15 aan het woord is.
En wij kunnen de tegenwerpingen reeds horen. ‘Ach – wij zijn vaak niet zo blijmoedig’. ‘Het leven is nu eenmaal niet permanent rozengeur en maneschijn’. En laten wij maar eerlijk zijn: bij de geestelijke gezondheidszorg wachten velen – met name ‘zware’ patiënten – lang op een goede behandeling[5]. Zo blijmoedig zijn we anno 2020 vaak niet.
Maar één ding is zeker: die voortdurende maaltijd komt eraan! Kijkt u maar mee in Openbaring 3: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[6].
Jezus Christus klopt in Openbaring 3 aan. Dat betekent eerst en vooral dat Hij buiten staat en binnengelaten moet worden. En het moge duidelijk zijn: wie de deur voor Hem open doet kent in Zijn leven altijd een beetje blijdschap. Ook al zijn de omstandigheden zo nu en dan tamelijk beroerd, steeds weer is daar het uitzicht op de eeuwige vreugde. Laten wij daar de ogen maar nimmer voor sluiten!

Noten:
[1] Spreuken 15:15.
[2] 2 Corinthiërs 4:8-11.
[3] 2 Corinthiërs 6:4, 9 en 10.
[4] Hebreeën 10:34 en 35.
[5] Zie https://nos.nl/artikel/2340706-ggz-activist-charlotte-bouwman-krijgt-behandeling-na-1047-dagen-wachten.html en https://nos.nl/artikel/2336601-gefrustreerd-en-boos-plan-wachtlijsten-psychiatrische-patienten-onvoldoende.html ; geraadpleegd op woensdag 15 juli 2020.
[6] Openbaring 3:20 en 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.