gereformeerd leven in nederland

6 mei 2020

Mooie wandeling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen”.

Zo staat dat in Galaten 5[1]. Het lijkt daar wel oorlog. Wij voeren oorlog met onszelf.

Denk erom, schrijft Paulus in dat hoofdstuk, dat u niet terugvalt in de verslaving van de zonde. De wetten van Mozes hebben, sinds Christus Zijn lijden heeft volbracht, voor u geen grote waarde meer. Het gaat nu niet meer om het leven volgens Mozaïsche wetten. Alles draait om uw vertrouwen op Christus’ verlossingswerk.
Gelooft u in de belofte van de vergeving van de zonden?
Gelooft u dat u eeuwig leven zult?
De Heilige Geest werkt in uw hart. Hij houdt uw geloof levend.
In de gemeente in Galatië zijn een paar mensen die zeggen: we moeten ons laten besnijden, net als in Mozes’ tijd. Denk erom, schrijft Paulus nadrukkelijk, dat u de gedachtegang van die mensen niet volgt!
We kunnen in het leven twee kanten op:
* ons eigen toegangskaartje voor de hemel regelen – door te leven naar Mozes’ regels
* vertrouwen op Christus’ beloften – en vervolgens voor altijd leven met Hem.
De geschiedenis is verder gegaan, betoogt Paulus. Blijf niet bij Mozes staan! In het leven van deze leider van het oude Israël ziet men slechts de contouren van Christus’ middelaarswerk. Nu Christus’ verlossingswerk is volbracht wordt de toekomst licht. Gods kinderen staan niet meer aan de schaduwkant van het leven. Het licht is opgegaan. Het is bevrijdingsdag geweest. De poort naar de hemel is nu voor altijd open!
Wij zijn vrij!
Vrij voor altijd!
Maar wil dat nu zeggen dat we nu lekker kunnen doen waar wij zelf zin in hebben? Zeker niet! Op deze aarde kun je zomaar terugvallen in de verslaving van de zonde. Paulus maakt het helder: de wil van Christus en onze eigen wens staan pal tegenover elkaar.
Regelen we onze eigen toegangskaart tot de hemel of vertrouwen we ons aan Christus toe?

In het bovenstaande is de strijd uitgetekend die Gods kinderen op aarde moeten voeren.
De kernvraag die daar achter ligt is: hoe is onze relatie met God? Anders gezegd: leven we in het verbond met God, of niet?

Die vragen komen op ons af in een tijd waarin, wat betreft relaties, van alles mogelijk is.
Het kan best zijn dat in het gezin van een alleenstaande moeder drie kinderen zijn van twee verschillende vaders.
Het kan best zijn dat een vrouw een moeilijke jeugd heeft gehad en dat zij nu een partner heeft die kinderen heeft uit een eerdere relatie; die kinderen zien zij – om maar eens wat te noemen – in het weekend vanwege het co-ouderschap en het ouderschapsplan. Als het een beetje wil, komen daar voor die vrouw nog wat problemen bij. Als daar zijn: rusteloosheid en hechtingsproblemen.
Het kan best zijn dat een jongen, samen met zijn broer, opgroeit bij twee moeders. “Als ik boven ben en niet weet wie er beneden is, dan roep ik ‘mama’ en dan zie ik wel wie er reageert”[2].
En dan is er ook nog het volgende ‘probleem’: “De wet werkt niet in het voordeel van gezinnen met twee vaders. Die zegt namelijk dat de vrouw uit wie een kind is geboren automatisch de juridische ouder is”[3].
In zo’n tijd wordt de kerk tot verbondstrouw opgeroepen.

Dat is trouwens niets nieuws.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Psalm 25:
“Alle paden van de HEERE zijn goedertierenheid en trouw
voor wie Zijn ​verbond​ en Zijn getuigenissen in acht nemen”[4].
Of bijvoorbeeld aan Psalm 78:
“Want hun ​hart​ was niet standvastig bij Hem,
en zij waren niet trouw aan Zijn ​verbond”[5].
Trouw aan Gods verbond – dat is een moeilijk punt voor de kerk van alle tijden.

Hoe kunnen wij, ook in deze tijd, trouw blijven aan de Here en aan Zijn verbond?
Paulus schrijft: “Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen”.
Mogen Gods kinderen er zeker van zijn dat Gods Heilige Geest in hen woont? Antwoord: jazeker! Leest u maar mee in Mattheüs 7: “Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is”[6]. En in Romeinen 5: “En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”[7]. En in 1 Corinthiërs 2: “Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God. En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God ​genadig​ geschonken zijn”[8].
Dominee M.J.C. Blok schreef in een schets over de brief aan de christenen in Galatië eens: “Christus heeft echter voor Zijn kerk de levendmakende Geest verworven, en Die ook in Zijn kerk uitgestort, en deze Geest voert nu de strijd tegen het vlees -het verdorven hart-. Het kan dus niet anders, of de Geest van Christus moet in deze strijd overwinnen (…) Dan zijn ze niet onder de wet, omdat de Geest hun de gezindheid geeft, die ook in Christus is, en nu komt de wetsvolbrenging als vanzelf: de wet staat in hun hart geschreven, zodat het een lieve lust wordt Gods geboden te volbrengen”[9].

Ja, de Heilige Geest van God is volop actief. Ook in mei 2020. In een tijd vol ontrouw en onzekerheid steunt Hij de kerk om trefzeker het Evangelie te proclameren.
“Wandel door de Geest”, schrijft Paulus. Kijk, dan is de oorlog uit de aanvang van dit artikel goeddeels gestreden. Uiteindelijk wordt het een mooie wandeling!

Noten:
[1] Galaten 5:16 en 17.
[2] Geciteerd van http://www.saracoster.nl/wp-content/uploads/gaykrant-4-kinderen_fragment.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 28 april 2020.
[3] Geciteerd van https://www.oudersvannu.nl/zwanger-worden/kinderwens/homoseksueel-ouderschap/ ; geraadpleegd op dinsdag 28 april 2020.
[4] Psalm 25:10.
[5] Psalm 78:37.
[6] Mattheüs 7:18-21.
[7] Romeinen 5:5.
[8] 1 Corinthiërs 2:10, 11 en 12.
[9] M.J.C. Blok, “De brief aan de Galaten – 7 schetsen”. – Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – 1983 (vierde ongewijzigde druk). – p. 29

7 februari 2020

Rechtgetrokken door de Heiland

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Kent u het verhaal van die kromme vrouw?
Het staat in Lucas 13: “En zie, er was een vrouw die achttien jaar lang een geest had die haar ​ziek​ maakte en zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. En toen ​Jezus​ haar zag, riep Hij haar bij Zich en zei tegen haar: Vrouw, u bent verlost van uw ​ziekte. En Hij ​legde​ de handen op haar en zij werd onmiddellijk weer opgericht en verheerlijkte God.
En het hoofd van de ​synagoge, die verontwaardigd was dat ​Jezus​ op de ​sabbat​ genas, antwoordde en zei tegen de menigte: Er zijn zes dagen waarop men moet werken. Kom dan daarop en laat u genezen, maar niet op de dag van de ​sabbat. De Heere dan antwoordde hem en zei: Huichelaar, maakt niet ieder van u op de ​sabbat​ zijn os of ezel van de ​voederbak​ los en leidt hem weg om hem te laten drinken? En moest dan deze vrouw, die een dochter van ​Abraham​ is en die de ​satan, zie, nu achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de dag van de ​sabbat?”[1].

Jezus geneest een gebochelde vrouw. Op de sabbat nog wel. Dat is voor de directeur van de synagoge reden om er een afkeurende opmerking over te maken: ‘genezingen niet op sabbat alstublieft; kies daar maar een andere dag voor uit!’.

Laten wij eerlijk zijn: Jezus gooit, wat je noemt, een knuppel in het hoenderhok[2].
Vanouds zitten mannen en vrouwen in de synagoge in van elkaar gescheiden vakken. Maar Jezus spreekt de vrouw zomaar aan!

Daar komt bij: als die vrouw een lichamelijke beperking heeft is dat – zo luidt de volksopinie van die dagen – een straf op de zonde.
Uitgerekend deze vrouw wordt door Jezus aangesproken! Dat is verrassend. En zeer opmerkelijk bovendien.

Bij dit alles komt nog dat die genezing op sabbat plaatsvindt. Is dat niet ronduit provocerend?
Hoe dat zij – de regel is klaarblijkelijk dat men op sabbat slechts mag ingrijpen bij een levensgevaarlijke situatie. Dat kan worden afgeleid uit Marcus 3: “En Hij zei tegen hen – dat zijn de Farizeeën – : Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen of kwaad te doen, een mens te behouden of te doden? En zij zwegen”[3].

En verder: men mag een ezel of een ander dier wel losmaken om het te laten drinken. Mag een mens dan niet worden geholpen? Je zou toch denken van wel. Maar in het Jodendom van die dagen spreekt dat niet vanzelf…

In het voorbijgaan stelt Jezus ook nog een diagnose. Dat de vrouw zo krom is, is satanswerk. Niet meer en niet minder!
De Heiland laat het zien: achter de gebrokenheid van deze wereld gaat Gods tegenstander schuil. Een handicap hebben, te maken krijgen met toenemende beperkingen – dat zijn geen kwesties van het type ‘pech hebben’. Wij maken deel uit van een strijd op leven en dood. Er vindt een gevecht plaats waarin harde klappen vallen!

Intussen is het volstrekt duidelijk: Jezus stelt sommige door de kerkleiders vastgestelde regels ter discussie. Anders gezegd: hij schopt aardig wat heilige huisjes omver.
Is Lucas 13 daarom in de eerste plaats een uitnodiging om de hand te lichten met diverse kerkelijke regels? Nee, dat niet.
Natuurlijk moeten kerkmensen oppassen voor een sfeertje waarin het motto ‘regels zijn regels’ verheven wordt tot een allesoverheersende groepscode.
Maar daar gaat het in Lucas 13 ten diepste niet om.

Een en ander wordt nog wat duidelijker als wij kijken naar de taak van onze Here Jezus Christus. Die staat een paar hoofdstukken eerder omschreven. In Lucas 9 namelijk: “De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en ​schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden”[4].
Met andere woorden: in Lucas 13 wordt een gekromde vrouw weer rechtop gezet. Maar de Heiland zal zich krommen onder slagen. Hij zal betalen voor de zonde.
Laten wij het de Nederlandse geloofsbelijdenis nazeggen: “Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[5].

Ziet u?
De genezing van die gekromde vrouw is nog maar een klein begin.
Oppervlakkig bezien kunnen we zeggen: die kromme vrouw kan nu blijmoedig verder met haar leven. Dat is ontegenzeglijk waar. Maar het gaat erom dat de Heiland eeuwig leven voor al Zijn kinderen bewerkt. Zoals de Heidelbergse Catechismus het zegt: “Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[6].

Die kromgebogen vrouw wordt genezen door de Heiland.
Jezus ziet haar. Zijn genezende aandacht gaat naar haar uit. In haar moeilijke lichamelijke omstandigheden brengt Hij licht. Hij geeft structurele hulp.
Onze Here Jezus Christus is ons door God geschonken tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing. Zo leren wij dat in Zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus[7]. Dat geldt ook anno Domini 2020. Dat geldt voor die kromgebogen vrouw. Dat geldt voor levenslustige mensen. Dat geldt voor mensen die, voor hun gevoel althans, wel zo’n beetje klaar zijn met dit aardse leven.

Wat staat ons te doen?
Kijk naar die kromgebogen vrouw. Hef het hoofd op. En ga achter de Heiland aan. Onderweg naar de volkomen verlossing: de eeuwige toekomst die Hij aanbiedt!

Noten:
[1] Lucas 13:11-16.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 13:11-16.
[3] Marcus 3:4.
[4] Lucas 9:22.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[7] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, antwoord 18.

6 februari 2020

De vredige kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Efeziërs 2 – dat is een Bijbelhoofdstuk dat ons midden in de kerk zet[1]. Dat zien wij al snel als wij naar de volgende indeling kijken. Die indeling komt uit de christelijke internetencyclopedie Christipedia.
Citaat:
“De brief aan Efeze valt naar de inhoud duidelijk uiteen in twee hoofdgedeelten:
I. Een leerstellig gedeelte
* Zegeningen voor gelovigen, 1:3-14
* Gebeden ten behoeve van de gelovigen, 1:15-21
* Het hoofdschap van Christus over zijn gemeente, 1:22+23
* Hoe de gelovigen als leden passen in zijn lichaam, 2:1-10
* De eenheid van de gemeente, 2:11-22
* De plaats van gelovigen uit de heidenen in de gemeente, 3:1-21
II. Een praktisch gedeelte
* Eenheid en verscheidenheid van de gemeenteleden, 4:1-3
* De eenmakende krachten van de gemeente, 4:4-16
* De plichten van de leden van het lichaam, 4:17-6:8
* De geestelijke wapenrusting, 6:10-20”[2].

De kerk stimuleert persoonlijk geloof
Efeziërs 2 leert ons dus wat de kerk is, en van Wie de kerk is. Men zou het kunnen samenvatten met woorden uit de Heidelbergse Catechismus: “Dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven”[3].
Die laatste zin is opmerkelijk. In de Catechismus gaat het over de gemeente, over de mensen die bij elkaar gezet zijn. Maar de laatste zestien woorden uit dat citaat bepalen ons nadrukkelijk bij ons persoonlijk geloof.
Het is belangrijk om dat helder voor ogen te hebben. Wij zeggen vaak tegen elkaar: wij moeten in de kerk met elkaar meeleven. En dat is waar. Maar dat meeleven tonen we niet simpelweg omdat wij – modern gezegd – lid zijn van een sociaal netwerk dat ‘kerk’ heet. Wij zijn eerst en vooral actief in de kerk om ons persoonlijke geloof te stimuleren. Dat stimuleren we door elkaar mee te nemen. Dat stimuleren we door met elkaar te praten. Dat stimuleren we door van elkaar te leren. Maar alles begint bij ons persóónlijke geloof.

De kerk is het middelpunt van de strijd
Lid zijn van de kerk is niet altijd makkelijk. Er is vaak herrie en geharrewar. In de kerk is nogal eens onmin. Ruzie. Strijd zelfs.
Bij dat alles mogen wij echter nooit vergeten dat er voor de kerk gestreden wordt.
De apostel Paulus heeft in Efeziërs 1 al geschreven: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente”[4].
Die formulering brengt ons bij Psalm 110:
“De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken:
Zit aan Mijn rechterhand,
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben
tot een voetbank voor Uw voeten”[5].
En:
“De Heere is aan Uw rechterhand,
Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn.
Hij spreekt recht onder de heidenvolken,
vult het slagveld met dode lichamen
en verplettert hem die het hoofd is over een groot land”[6].
Die Koning regeert de kerk. Die rechter brengt het recht in de kerk. Zo kan het gebeuren dat de kerk eeuwig blijft bestaan.
En de kerk is niet alleen maar een goedbedoeld gezelschap in Bedum, in de Nederlandse provincie Groningen. Of een groep in Amsterdam. Of mensen die, bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten bijeen komen. Welnee. De kerk van over de hele wereld wordt klaar gemaakt om de Koning van alle tijden voor eeuwig te laten gloriëren.
Voordat het zover is moet er nog een hoop gebeuren. Er is daarom veel in beweging. Er wordt immers voor de kerk gestreden? Nou dan! Geen wonder dat de kerk niet altijd niet altijd vredig en volledig in evenwicht is. Geen wonder dat we ons soms afvragen: welke kant gaat het op met de kerk? Er wordt aan de kerk getrokken – vaak en hard.
Hoe dat zij – dankzij de Here Jezus Christus, onze Heiland, staat de kerk op winst.
Wij moeten ons zeker niet van de wijs laten brengen!

De kerk is niettemin bolwerk van vrede
In de kerk moet één woord centraal staan.
Vrede.
Dat kan – dankzij de Heiland!
Wie de vrede in de kerk goed wil belichten moet niet in Efeziërs 2 blijven steken. Wie wil weten hoe de vrede van Christus eruit ziet moet lezen in Efeziërs 2, in Efeziërs 4 en in Efeziërs 6. Dat zal hieronder blijken.
Paulus schrijft: “Want Hij is onze ​vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo ​vrede​ zou maken, en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het ​kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn komst heeft Hij door het ​Evangelie​ ​vrede​ verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren”[7].
De wet van Mozes stond indertijd tussen Joden en niet-Joden in. Maar die muur is afgebroken. Jezus Christus is gestorven om voor de zonden te betalen. Nu gaat het niet meer om Mozaïsche wetten en bepalingen. Alles draait nu om het geloof in Jezus Christus, de Redder van de wereld.
Laten wij het kortweg zo zeggen. Er waren twee soorten volken: 1. zonder Gods wet; 2. met Gods wet. Door Christus’ lijden en sterven zijn die twee soorten volken één natie geworden. Alle vijandschap is verdwenen. Er is één volk ontstaan dat ten diepste één grote taak in de wereld heeft: God eren.
Daarom moeten wij ons – om met Efeziërs 4 te spreken – “beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de ​vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is”[8].
Zo kunnen we vooruit in de wereld. Paulus schrijft in Efeziërs 6 dat onze manier van werken in de wereld voortdurend aan vrede moet doen denken. Hoe moeten wij in de wereld staan? Antwoord: “de voeten geschoeid met bereidheid van het ​Evangelie​ van de ​vrede”[9].
Geen wonder eigenlijk dat Paulus zijn brief aan de Efeziërs zo eindigt: “Vrede​ zij de broeders, en ​liefde​ met geloof, van God de Vader en van de Heere Jezus ​Christus. De ​genade​ zij met allen die onze Heere Jezus ​Christus​ in onvergankelijkheid ​liefhebben. ​Amen”[10].
Laten wij maar zorgen dat het in de kerk vredig blijft. Niet omdat het dan zo gezellig is. Maar omdat de Heiland in de kerk centraal staat!

De kerk is de tempel van God
In het Oude Testament was de kerk beperkt tot de Joden. Maar in de Nieuwtestamentische tijd staan de zaken anders. De Efeziërs zijn, zo maakt Paulus duidelijk “ondanks hun heidense achtergrond, dankzij het werk van Christus geen ‘tweederangs’-volksgenoten, maar horen er helemaal bij, samen met hun medegelovigen met een Joodse achtergrond”[11].
Ook de kerkleden van 2020 zijn eersterangs-burgers van Gods koninkrijk.
Met Gods kinderen van alle tijden vormen zij de tempel van God. Dat is veelbetekenend. Uiteindelijk blijkt dat zelfs allesbetekenend. Zie Openbaring 21: “Ik zag geen ​tempel​ in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar ​tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar ​lamp”[12].
Wie Efeziërs 2 goed leest, krijgt ook zicht op het nieuwe Jeruzalem!

Noten:
[1] Dit Schriftgedeelte is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdagavond 6 februari 2020, een avond wijdt aan Efeziërs 2. Van de genoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/E/Efeziërs_(brief_van_Paulus) ; geraadpleegd op dinsdag 4 februari 2020.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 54.
[4] Efeziërs 1:22.
[5] Psalm 110:1.
[6] Psalm 110:5 en 6.
[7] Efeziërs 2:14-17.
[8] Efeziërs 4:3-6.
[9] Efeziërs 6:15.
[10] Efeziërs 6:23 en 24.
[11] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 2:19.
[12] Openbaring 21:22 en 23.

8 mei 2019

Harde maatregelen in Psalm 94

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.
Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,
verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel”[1].

Dit artikel begint met woorden uit Psalm 94.
De dichter van dat kerklied is vol dankbaarheid. De Here greep net op tijd in. Net toen hij overweldigd werd door een beangstigende kluwen van gedachten bood de God van hemel en aarde troost.
Wat een timing!
Wat een precisie!
Ja, de Schepper van alle dingen heeft nog aandacht voor Zijn werk. Anno Domini 2019 zegt Hij niet: ‘laat dat stelletje losbollen op aarde het maar uitzoeken, Ik houd Mij er verre van’.
Nog altijd is het zo dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen ons uit Zijn Vaderhand worden gegeven[2].
Daar kan geen klimaatbeleid tegenop!

Over klimaat gesproken: het geestelijk klimaat van de omgeving waarin de dichter zich bevindt is ernstig vervuild. Een paar trefwoorden maken dat snel duidelijk:
* machtsmisbruik
* verregaande arrogantie
* doden van weduwen, wezen en vreemdelingen.
De dichter waarschuwt: ‘Mensen, zo moet het niet. En doe niet net alsof de Here er niets van merkt en er niks aan doet. God is notabene Schepper van alle dingen; Hij is best in staat om misstanden aan te pakken!’.
Wie luistert naar God vindt, zo betoogt de psalmschrijver, rust in een slechte tijd.
En het is zeker: de hemelse Heer laat Zijn volk niet in de steek!
De dichter kan daar zelf van getuigen.
Als de Here niet tussenbeide was gekomen had hij het niet meer kunnen navertellen!

Wat moeten wij, vandaag de dag, met Psalm 94 beginnen?
Ons leven loopt geen gevaar als wij ons geloof belijden.
Toegegeven – er zijn terreinen waar christenen en hun opinies worden weggedrukt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan homoseksualiteit, en alles wat daar omheen zit. Wie, vanwege Gods wetten en regels, het ten diepste niet verantwoord vindt dat dat homo’s en lesbiennes een homoseksuele relatie praktiseren, wordt boos aangekeken. Daar kun je in 2019 niet meer mee aankomen.
Het is echter duidelijk: in Nederland is de godsdienstvrijheid nog relatief groot.

Intussen moeten wij verder kijken dan onze neus lang is.
Wie in de wereld rondkijkt, ontdekt dat er ten aanzien van de vrijheid van godsdienst slecht nieuws is.
In de afgelopen dagen werd gemeld: “De godsdienstvrijheid wereldwijd is in het jaar 2018 verder verslechterd. Dat meldt de Duitse nieuwsdienst Idea, op basis van het jaarverslag van de Amerikaanse commissie voor internationale religievrijheid te Washington.
Het rapport noemt een aantal ‘landen van bijzondere zorg’. De lijst van deze landen is niet gewijzigd in vergelijking met een jaar eerder. Godsdienstvrijheid wordt nog steeds het meest genegeerd in zestien landen, te weten: China, Eritrea, Iran, Myanmar, Noord-Korea, Saudi-Arabië, Sudan, Turkmenistan, Tadzjikistan, Oezbekistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Nigeria, Pakistan, Rusland, Syrië en Vietnam.
In nog eens twaalf landen komen schendingen van de godsdienstvrijheid voor, maar niet in die mate dat deze landen voorkomen op de lijst met ‘landen van bijzondere zorg’. Die twaalf landen zijn: Afghanistan, Azerbeidzjan, Egypte, Bahrein, Cuba, India, Indonesië, Kazachstan, Laos, Maleisië, Irak en Turkije.
Het Amerikaanse rapport wijst expliciet nog op een land als Iran, waar de vervolging van christenen in 2018 aanzienlijk is toegenomen”[3].

Natuurlijk kunnen we zeggen: komaan, er zijn momenteel 196 internationaal erkende onafhankelijke staten[4]. Als zo’n dertig daarvan niet deugen, dan valt het nog mee.
Echter – die opsomming van een kleine dertig landen is, om het zo maar te zeggen, de lijst van de ergste gevallen. De realiteit van alledag is ongetwijfeld nog vele malen goddelozer!

Wij moeten beseffen dat revolutie tegen de God van hemel en aarde wijd verbreid is.
De Schepper wordt miskend.
De Creator van deze wereld krijgt niet de eer die Hem toekomt.
En dat is in de meest letterlijke zin van het woord doodzonde!

Er is, zo signaleert de dichter van Psalm 94, in de wereld een strijd gaande. Een fel gevecht.
Goddelozen die op de “zetel van het verderf” zitten
“spannen samen tegen de ziel van de rechtvaardige,
onschuldig ​bloed​ verklaren zij schuldig”[5].
Hier staan goddelozen staan tegenover Godvrezenden.
Hier staat geloof staat tegenover ongeloof.
Hier staan eigenwijze mensen staan tegenover kerkmensen die van genade leven.
De wereld blijkt in twee kampen verdeeld, en de scheidslijn is scherp afgetekend!
Maar hoor wat de psalmist zegt: “Maar de HEERE is mij een veilige vesting geweest”[6].
Als de dichter nog eens terugkijkt, kan hij het ronduit zeggen: bij de Here vond en vind ik bescherming!
De psalmist gaat verder: “mijn God is mij tot een rots, mijn toevlucht”[7].
Zeg niet dat die dichter oude taal bezigt, waarmee je vandaag niet meer aan kunt komen. Zeg al helemaal niet dat die dichter volstrekt ouderwets is. Want in het Nieuwe Testament vinden we een echo van Psalm 94. In Hebreeën 6 namelijk. Het is de bedoeling, zegt de Hebreeënschrijver, dat gelovige Bijbellezers een sterke troost ontvangen. Gods beloften stáán nog steeds. Gods eed is nog altijd geldig. Wij mogen ons getroost weten – zegt Hebreeën 6 – “wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden”[8].
Onze toevlucht nemen tot God – nee, dat is niet uit de mode. Dat is niet achterhaald. Dat is niet antiek. Integendeel!

Psalm 94 eindigt met de dood.
Met een roemloos einde.
Misdadigers worden uit de weg geruimd. Leest u maar mee:
“Hij zal hen in hun slechtheid ombrengen,
de HEERE, onze God, zal hen ombrengen”[9].
Nee, dat is geen vergissing.
In Openbaring 2 wordt gedreigd met een zelfde straf als bekering uitblijft. Ik citeer: “En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar ​hoererij​ zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd. Zie, Ik werp haar te ​bed, en breng hen die ​overspel​ met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar ​kinderen​ zal Ik door de dood ombrengen, en alle ​gemeenten​ zullen weten dat Ik het ben Die nieren en ​harten​ doorzoekt, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken. Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voor zover zij deze leer niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de ​satan​ niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen dan deze: Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom. En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken”[10].

Als Beschermer van Zijn kerk neemt de Machthebber in hemel en op aarde harde maatregelen!

De wereld is vol machtsmisbruik. Vol arrogantie. Vol ten hemel schreiend onrecht. Vol dood en verderf.
En met de godsdienstvrijheid is het ook al niet best gesteld.
Maar voor de kerk geldt: houdt vast wat u hebt!
Want uiteindelijk zullen we kunnen zeggen:
“Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,
verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel”!

Noten:
[1] Psalm 94:18 en 19.
[2] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 27.
[3] “Vrijheid van godsdienst gaat verder achteruit”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 mei 2019, p. 2.
[4] Zie voor de lijst van die internationaal erkende staten https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_landen_in_2019 ; geraadpleegd op zaterdag 4 mei 2019.
[5] Psalm 94:21.
[6] Psalm 94:22 a.
[7] Psalm 94:22 b.
[8] Hebreeën 6:18.
[9] Psalm 94:23 b.
[10] Openbaring 2:22-26.

13 september 2018

Volhardend geloven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Nergens op aarde is het veilig. Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood, dat is wat mij drijft. We laten de kerk niet wegvagen’”.
Dat zegt een vrouwelijke dominee.
Mathild Sabbagh is predikant in al-Hassakeh, een christelijk bolwerk in Noord-Syrië. Zij was in Nederland in het kader van het 70-jarig bestaan van de Wereldraad van Kerken.
In het Nederlands Dagblad stond niet zo lang geleden een verhaal over haar werk en roeping.

Ik citeer: “De stad lag in de vuurlinie, veel christenen sloegen op de vlucht. De predikant van de protestantse kerk, aangesloten bij de National Evangelical Presbyterian Church, nam de wijk naar Zweden. Van zijn tweehonderd gemeenteleden zijn er nog circa veertig achter­gebleven.
Mathild studeerde op dat moment in Beiroet, aan de Near East School of Theology. In 2016 rondde ze die studie af. ‘Ik zag de nood in mijn geboortestad en wist dat God mij daar riep. Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden. Het leven moet er terugkomen’.
Hoe gevaarlijk die beslissing was, bleek op haar eerste werkdag als predikant. Tijdens gevechten sloeg een raket in in haar huis. ‘Nog nooit was ik zo bang als toen. Mijn familie en die van mijn oom, die net op bezoek was, vluchtten naar de kelder. Vijf dagen heb ik mijn neefjes en nichtjes zitten voorlezen, om ze maar af te leiden en bezig te houden. Er was geen water of stroom, en uiteindelijk werd ons huis in brand geschoten. Pas toen hielden de gevechten op’.
Het gevaar weerhoudt haar niet om terug te gaan”.

Natuurlijk kunnen we nu een heel verhaal gaan houden over de vrouw in het ambt en de bezwaren daartegen.
Vandaag doe ik dat niet.
Trouwens, dominee Sabbagh zegt zelf: “Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden”. Voelt u hoe hoog de nood is?

Het gaat mij vooral om die zinnen: “Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood..”.
Wat een bewonderenswaardige geloofsuitspraak is dat!
Dat zegt Mathild Sabbagh te midden van puin, nood en rampspoed. Te midden van oorlog en kapotgeschoten levens. Te midden van een maatschappij die bijkans geruïneerd is.
Mathild zegt ook:
“Strijd de goede strijd, loop de wedloop en volhard in het geloof. Mijn broer Jaqub, dominee in Homs, zit op dezelfde lijn. Leef je leven door Jezus te volgen en in zijn voetspoor Gods koninkrijk te zoeken, een andere reden is er niet. Om die reden blijf ik werken in de kerk. Het leven is daar een zegen, ik kan er niet buiten”[1].

De geloofsmoed van de Syrische dominee is, wat mij betreft, voorbeeldig.
Die brengt mij vandaag bij Openbaring 21: “Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn”[2].

Hoe overwinnen we?
Niet door eigen kracht. Onze eigen energie is ontoereikend.
In Openbaring 12 staat beschreven hoe die overwinning tot stand komt: “Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn ​Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”[3].

In Openbaring 12 wordt de satan – de tegenstander van God – uit de troonzaal van God gegooid.

Die overwinning is bewerkstelligd door het bloed van het Lam. De Heiland, onze Here Jezus Christus, is voor onze zonden gestorven.
Ons leven begint daardoor, om zo te zeggen, helemaal opnieuw. Wij gaan er als nieuw uitzien. Zoals in Openbaring 7 staat: “…en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam”[4].
Rood wordt wit.
Kleding die hemels zit!

Die overwinning is ook bewerkstelligd door “het woord van hun getuigenis”.
Dat is Gods Woord.
Het Evangelie.
Paulus schrijft over dat gevecht aan de christenen in Efeze, in Efeziërs 6: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de ​helm​ van de zaligheid en het ​zwaard​ van de Geest, dat is Gods Woord, terwijl u bij elke gelegenheid met alle ​gebed​ en smeking ​bidt​ in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle ​heiligen”[5].
In Openbaring 12 hebben Gods kinderen die strijd geleverd. En ze hebben gewonnen!
Indertijd hebben zij hun leven op aarde gelovig voortgezet.
Zij lieten het aan de mensen zien: ons geloof is ongebroken; wij gaan achter Jezus Christus aan, wat er ook gebeurt!
Dat hebben Gods kinderen volgehouden, totaan hun dood.

Wij zitten hier op aarde middenin die strijd.
Laten we volhouden!

Terug naar Openbaring 21.
Daar staat: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Wat betekent dat?

Paulus legt dat uit aan de christenen in Rome, in Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[6].
Verheerlijking: daar zit alles in.
Volmaakter kan niet!
Gelukkiger en vrediger kan niet!

In Openbaring 21 staat te lezen: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Dat ‘beërven’ is geen zweverig woord. Het is geen inleiding op een door de notaris opgesteld rijtje van te verwachten eigendommen.
Nee, dat woord heeft verwijst nadrukkelijk naar het dagelijks leven zoals kinderen van God dat steeds weer vormgeven.

Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Corinthiërs 6. Paulus schrijft daar onder meer: “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, ​dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het ​Koninkrijk van God​ niet beërven”[7].

Aan de christenen in Galatië schrijft Paulus: “Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk ​overspel, ​hoererij, ​onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, ​moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[8].

Dat woord ‘beërven’ heeft in de Bijbel een bijzondere lading. Dat woord heeft de kleur van: tegengesteld aan de wereld. Iedere dag weer moeten we kunnen constateren: ons leven ziet er heel anders uit dan dat van mensen die God negeren.

Wij mogen het ook in Nederland laten zien: de kerk is, om zo te zeggen, met God getrouwd. Hij is onze Bruidegom!
Hij is alles voor ons!
Hij wordt alles in allen!

Met dit artikel zeg ik niet: de kwestie van de vrouw in het ambt is niet zo belangrijk. En ik ga de vrouw in het ambt al helemaal niet promoten.

Met dit artikel zeg ik wel: de situatie op deze aarde stimuleert ons om volhardend te blijven geloven.
In Syrië. Maar ook in Nederland.
Overal ter wereld mogen en moeten mannen, vrouwen en kinderen het blijven zeggen: de God van hemel en aarde is mijn Steun en Toeverlaat!

Noten:
[1] “De goede strijd strijden in Syrië”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 28 augustus 2018, p. 9.
[2] Openbaring 21:7.
[3] Openbaring 12:10 en 11.
[4] Openbaring 7:14 b.
[5] Efeziërs 6:16, 17 en 18.
[6] Romeinen 8:17.
[7] 1 Corinthiërs 6:9 en 10.
[8] Galaten 5:19-22.

8 juni 2018

Vreemdelingen tellen mee

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mensen van buitenlandse afkomst: daar zijn er in ons land heel veel van[1]. Wat zijn er in heden en verleden veel discussies geweest over asielzoekers!
Met name de Partij van de Vrijheid praat, als het maar even kan, over de islamisering van Nederland die gestopt moet worden.

Laten wij intussen niet net doen alsof vreemdelingen en vluchtelingen alleen maar in de eenentwintigste eeuw voorkomen.
Dat is namelijk niet waar.

Dat blijkt in Gods Woord. Bijvoorbeeld in Jozua 8.
Ik citeer: “Heel Israël met zijn ​oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ​ark, vóór de Levitische ​priesters, die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, zowel vreemdelingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals ​Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te ​zegenen.
Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de ​zegen​ en de ​vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.
Er was niet één woord van alles wat ​Mozes​ geboden had, dat ​Jozua​ niet voorlas voor heel de ​gemeente​ van Israël, de vrouwen, de kleine ​kinderen​ en de vreemdelingen die in hun midden meetrokken[2].

Vreemdelingen horen dus ook over Gods liefde.
Zij horen welke regels er in Israël gelden. En zij kunnen in de praktijk ontdekken hoe heilzaam Gods wetten zijn.
In Israël telt iedereen mee.
In de kerk van het Oude Testament hebben vreemdelingen een volwaardige plaats.

In de kerk van het Nieuwe Testament is dat niet anders.
En ja, in de kerk van 2018 is die situatie heus niet plotsklaps gewijzigd.

Heel veel mensen in de wereld kijken wat argwanend naar vluchtelingen.
Wat moet je met die mensen?
Komen er niet teveel?
Wat moeten we aanvangen met de taalbarrières en met al die vreemde gewoontes?
En trouwens, behouden wij onze eigen identiteit wel?
Wat mij geldt in de kerk de regel van Efeziërs 4: “Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is”[3].
Jezus Christus brengt Zijn Evangelie aan alles en iedereen die het maar horen wil!

Nu ziet het bovenstaande er prachtig uit.

Maar het zou niet juist zijn om het tekstverband van Jozua 8 te negeren.

Want waar gaat het in Jozua 8 om?
Israël moet het beloofde land gaan veroveren. De kwestie is niet dat de volken die nu in het aan Israël beloofde land wonen moeten worden verjaagd.
Nee, er is iets anders aan de orde.
Dat is dit.
God heeft het volk uitgekozen om volk van de Here te zijn. De God van hemel en aarde zorgt er zelf voor dat Hij door Zijn volk geëerd wordt. Hijzelf geeft Zijn volk een plaats om Hem te eren.
Daarom schuift Hij heidense volken aan de kant. Dat doet de Here Zelf. Er is namelijk maar één God in de wereld. En dat is Hij. Al die goden van de heidenen? Die zijn stuk voor stuk nep. Door mensen bedacht.
De hemelse God is de Enige die de macht heeft in de wereld!
Die verovering in Jozua 8 is in feite een strijd die de Here voert. Het betreft een gevecht dat de Here levert.

Jazeker, Hij rekent af met heidenvolken.
En waarom?
Omdat Hij het volk dat Hijzelf uitgekozen heeft genadig is!

Waarom is Hij zo genadig voor Israël?
Omdat dat zo’n braaf en keurig volk is? Nou nee. Wie de Bijbel nauwkeurig leest ziet wel: Israëlieten zijn geen haar beter dan andere wereldburgers. De Here was heel rechtvaardig geweest als Hij hen in hun zonden had laten zitten.
Maar dat deed Hij niet.
In de Dordtse Leerregels staat het zo: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is”[4].
We kunnen dus niet analyseren waarom God zo genadig is voor Israël.
We kunnen niet precies uitzoeken waarom onze God zoveel liefde heeft voor de kerk van toen en nu.
Maar feit is dat het zo is.
Laten we van die oneindige liefde genieten!

Het tekstverband in Jozua 8 vertelt ons dat de Here Zich niet tegen laat houden door allerlei heidens gedoe. Hij zet Zijn plannen door. De satan slaagt er niet in om de uitvoering van die plannen te vertragen. Als het gaat over Gods gang met de wereld moeten wij met twee woorden spreken:
* liefde: Vader zond Zijn Zoon om de wereld te redden
* ernst: het Evangelie heeft ook een oordeel in zich.
Vreemdelingen zijn bij Gereformeerde mensen zeer welkom. Maar dan horen ze, als het goed is, wél dat Gods blijde Boodschap twee kanten heeft.

Tegenwoordig wordt er naar je geluisterd als je een evenwichtig verhaal hebt.
Welnu, de kerk brengt een heel evenwichtig Evangelie. Een boodschap van liefde en van ernst.

En nu begrijpen we wel wat ons te doen staat. Laten we naar God toe gaan, en bij Hem blijven!
Om met Psalm 32 te spreken:
“Laat toch geen dwang voor u ooit nodig wezen,
wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.
Maar wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid”[5].

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 8 juni 2009.
[2] Jozua 8:33, 34 en 35.
[3] Efeziërs 4:20 en 21.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[5] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.