gereformeerd leven in nederland

8 juni 2018

Vreemdelingen tellen mee

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mensen van buitenlandse afkomst: daar zijn er in ons land heel veel van[1]. Wat zijn er in heden en verleden veel discussies geweest over asielzoekers!
Met name de Partij van de Vrijheid praat, als het maar even kan, over de islamisering van Nederland die gestopt moet worden.

Laten wij intussen niet net doen alsof vreemdelingen en vluchtelingen alleen maar in de eenentwintigste eeuw voorkomen.
Dat is namelijk niet waar.

Dat blijkt in Gods Woord. Bijvoorbeeld in Jozua 8.
Ik citeer: “Heel Israël met zijn ​oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ​ark, vóór de Levitische ​priesters, die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, zowel vreemdelingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals ​Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te ​zegenen.
Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de ​zegen​ en de ​vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.
Er was niet één woord van alles wat ​Mozes​ geboden had, dat ​Jozua​ niet voorlas voor heel de ​gemeente​ van Israël, de vrouwen, de kleine ​kinderen​ en de vreemdelingen die in hun midden meetrokken[2].

Vreemdelingen horen dus ook over Gods liefde.
Zij horen welke regels er in Israël gelden. En zij kunnen in de praktijk ontdekken hoe heilzaam Gods wetten zijn.
In Israël telt iedereen mee.
In de kerk van het Oude Testament hebben vreemdelingen een volwaardige plaats.

In de kerk van het Nieuwe Testament is dat niet anders.
En ja, in de kerk van 2018 is die situatie heus niet plotsklaps gewijzigd.

Heel veel mensen in de wereld kijken wat argwanend naar vluchtelingen.
Wat moet je met die mensen?
Komen er niet teveel?
Wat moeten we aanvangen met de taalbarrières en met al die vreemde gewoontes?
En trouwens, behouden wij onze eigen identiteit wel?
Wat mij geldt in de kerk de regel van Efeziërs 4: “Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is”[3].
Jezus Christus brengt Zijn Evangelie aan alles en iedereen die het maar horen wil!

Nu ziet het bovenstaande er prachtig uit.

Maar het zou niet juist zijn om het tekstverband van Jozua 8 te negeren.

Want waar gaat het in Jozua 8 om?
Israël moet het beloofde land gaan veroveren. De kwestie is niet dat de volken die nu in het aan Israël beloofde land wonen moeten worden verjaagd.
Nee, er is iets anders aan de orde.
Dat is dit.
God heeft het volk uitgekozen om volk van de Here te zijn. De God van hemel en aarde zorgt er zelf voor dat Hij door Zijn volk geëerd wordt. Hijzelf geeft Zijn volk een plaats om Hem te eren.
Daarom schuift Hij heidense volken aan de kant. Dat doet de Here Zelf. Er is namelijk maar één God in de wereld. En dat is Hij. Al die goden van de heidenen? Die zijn stuk voor stuk nep. Door mensen bedacht.
De hemelse God is de Enige die de macht heeft in de wereld!
Die verovering in Jozua 8 is in feite een strijd die de Here voert. Het betreft een gevecht dat de Here levert.

Jazeker, Hij rekent af met heidenvolken.
En waarom?
Omdat Hij het volk dat Hijzelf uitgekozen heeft genadig is!

Waarom is Hij zo genadig voor Israël?
Omdat dat zo’n braaf en keurig volk is? Nou nee. Wie de Bijbel nauwkeurig leest ziet wel: Israëlieten zijn geen haar beter dan andere wereldburgers. De Here was heel rechtvaardig geweest als Hij hen in hun zonden had laten zitten.
Maar dat deed Hij niet.
In de Dordtse Leerregels staat het zo: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is”[4].
We kunnen dus niet analyseren waarom God zo genadig is voor Israël.
We kunnen niet precies uitzoeken waarom onze God zoveel liefde heeft voor de kerk van toen en nu.
Maar feit is dat het zo is.
Laten we van die oneindige liefde genieten!

Het tekstverband in Jozua 8 vertelt ons dat de Here Zich niet tegen laat houden door allerlei heidens gedoe. Hij zet Zijn plannen door. De satan slaagt er niet in om de uitvoering van die plannen te vertragen. Als het gaat over Gods gang met de wereld moeten wij met twee woorden spreken:
* liefde: Vader zond Zijn Zoon om de wereld te redden
* ernst: het Evangelie heeft ook een oordeel in zich.
Vreemdelingen zijn bij Gereformeerde mensen zeer welkom. Maar dan horen ze, als het goed is, wél dat Gods blijde Boodschap twee kanten heeft.

Tegenwoordig wordt er naar je geluisterd als je een evenwichtig verhaal hebt.
Welnu, de kerk brengt een heel evenwichtig Evangelie. Een boodschap van liefde en van ernst.

En nu begrijpen we wel wat ons te doen staat. Laten we naar God toe gaan, en bij Hem blijven!
Om met Psalm 32 te spreken:
“Laat toch geen dwang voor u ooit nodig wezen,
wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.
Maar wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid”[5].

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 8 juni 2009.
[2] Jozua 8:33, 34 en 35.
[3] Efeziërs 4:20 en 21.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[5] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 april 2018

De duivelse macht wordt gebroken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

We spreken niet graag over de duivel. Want Gods tegenstander woont in een duistere wereld. Dat is een omgeving waar wij onder geen beding deel van willen zijn.
En ja, het is volkomen duidelijk dat wij ons voor duivelse machten moeten hoeden.
Maar daarbij mogen wij nooit vergeten dat de God van hemel en aarde veel machtiger is dan alle satanische krachten bij elkaar!

Daarom vraag ik vandaag graag aandacht voor woorden uit Openbaring 20. Ik bedoel deze woorden: “En de ​duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse ​profeet​ reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[1].

Waar gaat het in Openbaring 20 over?
De duivel ontplooit zijn macht. Hij verzamelt zijn legers om op te trekken tegen het koninkrijk van God.
Maar wat gebeurt er met de duivel? Hij wordt in een poel van vuur en zwavel gegooid.
Dat is nou wat je noemt een roemloos einde!
De macht van de duivel blijkt in Openbaring 20 niets meer voor te stellen. Uiteindelijk loopt het voor de duivel en zijn criminele medewerkers op niets uit.

Over de geesten van de demonen lezen wij in Openbaring 16. Als volgt: “En ik zag uit de bek van de ​draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse ​profeet​ drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de ​oorlog​ van de grote dag van de almachtige God”[2].
Die demonen geven in Openbaring 16 dus het teken dat er gevochten moet worden.
Het tijdstip van de beslissende eindstrijd is aangebroken.

Dat blijkt echter een verloren strijd.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om ​oorlog​ te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn ​leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse ​profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het ​zwaard​ van Hem Die op het paard zat, namelijk het ​zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees”[3].

De God van hemel en aarde is, om het zo maar te zeggen, briljant en kolossaal.
Hij walst over de duivel heen. Van die duivel, en van zijn prestigieuze strijdmachten blijft vervolgens helemaal niets over.

En ja, dat gaat heel ver: de vogels eten de restjes op…

Dat is dan het roemloze einde van Gods tegenstander.
Vanaf het begin van de schepping misleidt de duivel zoveel mogelijk mensen.
In Openbaring 12 wordt hij op de aarde geworpen[4]. Daar zaait hij dood en verderf.
In Openbaring 20 wordt de duivel echter gearresteerd en geboeid. De satan wordt letterlijk aan de ketting gelegd.
Uiteindelijk komt hij dus in de hel terecht[5].

Die gang van zaken is al sinds lange tijd gepland.
In Mattheüs 25 spreekt Jezus over “het eeuwige vuur, dat voor de ​duivel​ en zijn ​engelen​ bestemd is”[6].

Het is, als u het mij vraagt, van belang om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Er zijn, ook in Nederland, heel wat mensen die heel rechtstreeks met de macht van de duivel te maken hebben. Zulke mensen hebben een trauma te dragen. Zij dragen schade uit heden en verleden mee. En je hóórt die mensen vragen: komt er nooit een einde aan deze ellende?
Laten wij ons niet vergissen.
Van buitenaf lijkt het met zulke mensen heel goed te gaan. Maar van binnen voeren zij een hevige strijd.
Voor al die mensen, en voor allen die het lezen willen, noteer ik hier: aan de macht van de duivel komt een definitief einde.
Laten wij dus maar uit de buurt van de duivel blijven. Laten wij ons maar maar de God van hemel en aarde toe keren. Laten wij Hem maar vereren, in al ons werk.
Uiteindelijk zal Hij ons dan een glorieuze plaats in de hemel geven. Een plaats die niemand kapot kan maken!
Is dat niet een rustgevende wetenschap?

Noten:
[1] Openbaring 20:10.
[2] Openbaring 16:13 en 14.
[3] Openbaring 19:19 en 20.
[4] Openbaring 12:9: “En de grote ​draak​ werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die ​duivel​ en ​satan​ genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn ​engelen​ werden met hem neergeworpen”.
[5] Zie hierover onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , pagina’s 279 en 280. Geraadpleegd op donderdag 12 april 2018.
[6] Mattheüs 25:41.

6 september 2017

Stellig weten en vast vertrouwen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Voor alle wereldburgers geldt: de mens kan helemaal niets klaarmaken in de wereld!
Tenzij…
Tenzij Gods Heilige Geest ingrijpt”.

Het bovenstaande is een citaat uit een artikel dat ik hier onlangs publiceerde[1].

Dat citaat past wonderwel op de situatie in Exodus 5.

De Egyptische farao reageert volstrekt afwijzend op een verzoek van Mozes en Aäron om feest te mogen vieren in de woestijn.
Zelfs een beroep op de God van hemel en aarde helpt niet.
Sterker nog, dat beroep is voor de farao een reden om het regime van de dwangarbeid aanzienlijk strenger te maken.
Protesten van de voormannen helpen geen zier.
Mozes keert zich wanhopig tot de Here: waarom doet u dit toch allemaal? Mozes zegt er verwijtend bij: “U hebt Uw volk helemaal niet gered”[2].
En dan blijkt dat de Here wel degelijk helpen zal: “Nu zult u zien wat Ik de ​farao​ zal aandoen. Voorzeker, door een sterke hand zal hij hen laten gaan, ja, door een sterke hand zal hij hen uit zijn land verdrijven”[3].

Vandaag zal onder andere deze geschiedenis onderwerp van bespreking zijn tijdens de vergadering van een Bijbelstudievereniging. Die vergadering hoop ik bij te wonen[4].
Wat kunnen wij over Exodus 5 zeggen?

In de eerste plaats dit.
Hoe dieper de ellende van de Israëlieten is, hoe beter de macht van de Verbondsgod uit komt. De Here kijkt en luistert nauwkeurig. En een gelovig kind van God weet: Gods beloften worden altijd werkelijkheid.
In onze tijd is dat niet anders.
Ook wij mogen weten: Gods beloften worden waar. Dat mogen en moeten wij geloven.

Graag snijd ik een tweede puntje aan.
Die Mozes durft wel! Immers, hij maakt God een helder verwijt: u hebt ons niet eens gered!
Dat is, om zo te zeggen, een schimpscheut vanuit de kerk.
Maar laten wij het maar eerlijk zeggen: de kerk van de eenentwintigste eeuw demonstreert, net als Mozes indertijd, soms een gebrek aan vertrouwen in de macht van God. Niet zelden vinden wij dat het in de kerk anders kan en anders moet.
Ik zou zeggen: Exodus 5 leert de kerk ootmoed en geduld.

Een derde opmerking.
Een exegeet merkt op: “Uit Egyptische bronnen valt op te maken dat arbeiders in de tichelstenenindustrie gewoonlijk vrijaf kregen voor offerfeesten voor hun god of goden en dat Mozes’ verzoek dus niet vreemd was”[5].
De farao reageert, zoals ik hierboven reeds vermeldde, volstrekt afwijzend. Aan een compromis denkt hij niet. Integendeel.
Wij moeten, meen ik, goed zien dat hier een strijd tussen God en satan uitgevochten wordt. In dit verband wijs ik op woorden van de apostel Paulus in Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en ​bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele ​wapenrusting​ van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van ​het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[6].

Opmerking vier.
Een exegeet noteert: “Als gevolg van de opdracht van de farao zwermen de Israëlieten uit ‘in geheel het land Egypte’, om ‘stoppels voor stro’ te zoeken. Dat hier wordt gesproken van ‘stoppels voor (d.w.z. in plaats van, zie NBV) stro’, en niet van ‘stro’ zelf (zoals in vs.7 en 11), lijkt erop te wijzen dat de maatregel van de farao nog zwaarder uitpakt dan bedoeld: aan gewoon stro kunnen de Israëlieten kennelijk niet komen, zij moeten zich met de veel moeilijker te verzamelen stoppels tevreden stellen. Ondanks deze tegenslag hoeven de Israëlieten echter niet te rekenen op medelijden”[7].
Eigenlijk is het een wonder dat de Israëlieten hieraan niet ten onder gaan.
Maar het is evenzeer een mirakel dat de kerk in 2017 nog bestaat. Wie naar mensen kijkt – ja, ook naar sommige mensen in de kerk! –, kan ernstig teleurgesteld raken. Hoeveel hebben om die reden de kerk al niet verlaten?
In de kerk spreken we vaak over het ‘ontwijfelbaar christelijk geloof’. Dat woord ‘ontwijfelbaar’ kan enige verbazing wekken. Laten we echter goed beseffen wat waar geloof is. Ik citeer de Heidelbergse Catechismus: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus”[8].
Gelovige mensen kunnen vragen hebben. Gelovige mensen kunnen klagen, jazeker. Maar existentieel twijfelen, dat doen zij niet. Wij moeten hier goed onderscheiden! En laten we op de Verbondsgod blijven vertrouwen!

Een vijfde en laatste punt.
Mozes en Aäron hebben te maken met harde afwijzing. Met goddeloosheid, ook.
Later zal Jezus, de Heiland, hetzelfde overkomen. Dat blijkt bijvoorbeeld in Johannes 5, waar Jezus zegt: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader maar u neemt Mij niet aan”[9].
Ook in onze wereld wordt de Heiland door steeds meer mensen afgewezen. Het Evangelie wordt niet aanvaard.
Welnu, Gods sterke hand in Exodus 5 is in het kalenderjaar 2017 niet minder krachtig.
Van Gods kinderen mag op dat punt in onze tijd veel stelligheid verwacht worden. Gods Heilige Geest geeft hen immers waar geloof?

Noten:
[1] Het citaat komt uit mijn artikel ‘Devoot debatteren?’, hier gepubliceerd op dinsdag 5 september 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/09/05/devoot-debatteren/ .
[2] Exodus 5:23.
[3] Exodus 5:24.
[4] Exodus 4:18-5:24 zal centraal staan tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen. De bespreking vindt plaats aan de hand van: Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – schetsen 4 en 5, p. 22-27. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die bijeenkomst.
[5] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 5:1-21.
[6] Efeziërs 6:12 en 13.
[7] Zie noot 5.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[9] Johannes 5:43 a.

7 maart 2017

Talrijk en zeer machtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Vanavond wordt, tijdens de vergadering van de Bijbelstudievereniging waar ik lid van ben, gesproken over Exodus 1[1][2].

Ter oriëntatie citeer ik enkele verzen uit dat hoofdstuk.
De koning van Egypte “zei: Als u de Hebreeuwse vrouwen bij het bevallen helpt en u let op de stenen baarstoel, dan moet u, als het een zoon is, hem doden, maar als het een dochter is, mag zij blijven leven.
De vroedvrouwen vreesden echter God en deden niet wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar lieten de jongetjes in leven.
Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen bij zich en zei tegen hen: Waarom hebt u dit gedaan, dat u de jongetjes in leven laat?
De vroedvrouwen zeiden tegen de farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn zoals de Egyptische vrouwen, want zij zijn sterk. Zij hebben al gebaard, voordat er een vroedvrouw bij hen is aangekomen.
Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed, en het volk werd talrijk en zeer machtig.
En het gebeurde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij aan hen nakomelingen schonk”[3].

Zo komt de Here Zijn beloften na.
In Genesis 12 zegt Hij tegen Abram: “Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn”[4].
In Genesis 18 overlegt de Here met Zichzelf: “Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden”[5].
In Genesis 46 trekt Jakob naar Egypte. De God van het verbond troost en sterkt Hem met onder meer de volgende woorden: “Ik ben God, de God van uw vader; wees niet bevreesd om naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken”[6].
Steeds weer klinken Gods beloften over een groot en machtig volk. Hij komt Zijn verbondstoezegging na.

Het komt mij voor dat wij het bovenstaande ook in 2017 moeten bedenken.
Als wij in Nederland rondkijken, zien we geen groot kerkvolk. Het aantal godsdienstigen neemt, integendeel, gaandeweg af.
Maar we dienen ons te realiseren dat de kerk in heel de wereld voor ons onoverzienbaar is. Overal en nergens wonen kinderen van God. Wij kunnen hen niet allemaal kennen. Maar onze God kent hen wel. Hij maakt het aantal uitverkorenen onvoorstelbaar groot.
In dat kader neemt Hij soms ongedachte en onorthodoxe maatregelen. En ja, dat kan ook anno Domini 2017 gebeuren.

De farao neemt maatregelen in de sfeer van genocide. Dat is: stelselmatige en opzettelijke uitroeiing van een etnische groep, of van een deel daarvan[7].
Maar in feite is de Egyptische farao een instrument in de handen van de satan. Dat wordt wat duidelijker als wij Openbaring 12 gaan lezen: “En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien horens. En op zijn koppen zeven diademen.
En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben.
En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon”[8].
Ondanks alle tegenstand in de wereld gaan de geboortes in Gods volk door. Moeders baren kinderen. En uiteindelijk wordt onze Here Jezus Christus op deze aarde geboren. Satan wil dat graag verhinderen. Maar dat lukt hem niet!

Nog altijd is de kerk het middelpunt van strijd.
Het in Efeziërs 6 aangeduide gevecht, bedoel ik: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[9].
Wie dit leest, realiseert weer eens dat strijd in de kerk helemaal niet ongewoon is. Integendeel, satan weet heel goed waar hij moet wezen om te proberen het werk van God af te breken.
Bij dat alles moeten kerkmensen zich schamen. Immers, op de keper beschouwd is de invloed van Gods tegenstander ook in de kerk nog groot.
Daarin zit verzoeking: verleiding van de duivel.
Maar daarin zit tegelijk ook een beproeving: een test van de God van het verbond. Welke keuze maken Gods kinderen in het leven? Blijven zij trouw aan Gods Woord?

Gelet op dat laatste heeft Exodus 1 zeker ook iets te zeggen over oecumene.
Tegenwoordig wordt de vraag gesteld “of er een nieuwe kans bestaat voor theologie en oecumene als we de gedachte over een ‘organisatorische eenheid‘ loslaten en ruimte bieden aan een spirituele oecumene waarbij mensen elkaars eigenheid erkennen en positief waarderen. Vanuit deze vraagstelling wil men (…) in gesprek gaan over de vraag welke thema’s er spelen in de theologie die relevant zijn voor de oecumene”[10].
Bij die zogeheten spirituele oecumene gaat men uit van het eigen gevoel, van het persoonlijk geestelijk welzijn, van eigen verlangens.
Exodus 1 leert ons dat ons uitgangspunt moet wezen: de kracht en macht van de Verbondsgod. Hij brengt Zijn kinderen bijeen. Rond Zijn Woord, niet vanwege onze vloed van vrome woorden. Wij moeten vertrouwen op het werk van Gods Heilige Geest, niet op de veronderstelde stabiliteit van onze eigen geest!

Men zou er bijna overheen lezen, maar het staat toch werkelijk in Exodus 1: “Het volk werd talrijk en zeer machtig”[11].
Wij zouden kunnen klagen: wat zien wij er in Nederland van? Ach, laten wij maar toegeven dat wij, als het op ons zicht op Gods werk aankomt, buitengewoon kortzichtig zijn. Het staat nog altijd in onze Bijbels, in Openbaring 7 namelijk: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand”[12].
Het aantal kinderen van God is echt onvoorstelbaar en ontelbaar.
Laat het ons genoeg zijn dat ook wij bij die onafzienbare schare mogen behoren!

Noten:
[1] Het betreft een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[2] Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op deze vergadering.
Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik onder meer: Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – p. 11, 12 en 13.
[3] Exodus 1:16-21.
[4] Genesis 12:2.
[5] Genesis 18:8.
[6] Genesis 46:3.
[7] Zie http://www.juridischwoordenboek.nl/woordenboekgel.html#14181 ; geraadpleegd op vrijdag 17 februari 2017.
[8] Openbaring 12:3 b-5.
[9] Efeziërs 6:11, 12 en 13.
[10] Geciteerd van http://www.raadvankerken.nl/pagina/3272/oecumene_aan_tafel ; geraadpleegd op vrijdag 17 februari 2017.
[11] Exodus 1:20 b.
[12] Openbaring 7:9.

26 juli 2016

Geestelijk gevecht

Het begrip ‘geestelijke strijd’ staat in Zondag 52 van de Heidelbergse Catechismus. De zin waar dat begrip in staat, komt u vast bekend voor: “Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen”[1].

Die geestelijke strijd zien we, als u het mij vraagt, om ons heen.
Ik noem een paar dingen:
* het gemak waarmee men overstapt van kerk A naar genootschap B
* het feit dat weinigen meer kijken naar de principiële keuze met betrekking tot de kerk; men denkt vaak in termen van sfeer en warmte
* de angst voor ruzie in de kerk. ‘Is er bij jullie wel een warme gemeenschap?’.
* de onoverzichtelijkheid in de kerk en op het kerkplein. Waar zitten nu de echte gelovigen?
* het feit dat mensen niet meer geloven wordt negatiever beoordeeld dan het feit dat mensen anders geloven.

Wij zien de geestelijke strijd om ons heen.
Er wordt gestreden, gebeden, gepraat, geschreeuwd, gehuild…
Wat moet een kind van God in zo’n situatie doen?

Die vraag kan met behulp van Marcus 13 beantwoord worden. In dat hoofdstuk is Jezus’ rede over de laatste dingen opgenomen.
Jezus zegt onder meer:
* Let er op dat niemand u verleidt[2].
Jezus spreekt over nep-redders. Over oorlogen en terreur. Over natuurrampen. Over geloofsvervolging.
* Vlucht weg uit Jeruzalem, de stad die verwoest zal worden[3].
* Het aantal dagen waarop vervolging en allerlei andere gruwelen plaatsvinden, wordt beperkt[4].
De reden daarvan is dat de uitverkorenen moeten overleven.
* Loop niet achter nep-verlossers aan.
Het staat er zo: “Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen tekenen en wonderen doen, om, ware het mogelijk, de uitverkorenen te verleiden”[5].
* het complete universum komt in opschudding[6].
* dan geeft Jezus Christus een dienstorder om de uitverkorenen, die her en der in de wereld weggedoken zijn, weer bijeen te brengen[7].
* Het gaat om de keiharde werkelijkheid; de gebeurtenissen zijn voor iedereen zichtbaar[8].
* Niemand weet precies wanneer Jezus Christus terug zal komen, maar waakzaamheid is geboden[9].

Jezus spreekt de discipelen aan, maar gaandeweg wordt duidelijk dat dit een boodschap is voor alle kinderen van God.

De hele wereld is in beweging.
En dat is de inleiding van, de voorbereiding op de terugkomst van de Heiland.
Het moment van die terugkomst is onbekend. Maar het feit van die terugkomst is zeker.
En de oproep klinkt door de wereld: mensen, wees er op voorbereid!

Marcus 13 weidt er over uit: “Ziet toe, blijft waakzaam. Want gij weet niet, wanneer het de tijd is. Gelijk een mens, die buitenslands ging, zijn huis overliet en aan zijn slaven volmacht gaf, aan ieder zijn werk, en de deurwachter opdroeg te waken. Waakt dan, want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, laat in de avond of te middernacht, bij het hanegekraai of des morgens vroeg, opdat hij niet, als hij plotseling komt, u slapende vinde. Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waakt!”[10].

Door alle drukte worden de mensen moe. Ja, ook de kerkmensen.
Zij zijn murw geslagen. Zij hebben helemaal geen zin meer om zich in principiële zaken met betrekking tot Bijbel en geloof te verdiepen.
Zij zijn te vermoeid om, bijvoorbeeld, uit te zoeken waar de kerk is. En dus koersen zij op eigen gevoel en persoonlijke emotie.
Zij zien om zich heen hoeveel onenigheid, onmin, ruzie, tweespalt en conflicten er zijn. In de gezinnen. In de families. En ja, ook in de Familie met een hoofdletter F – de kerk.
Je mag, zeggen de mensen, al blij wezen dat je kinderen nog geloven; ongeloof, dat is vele malen erger.

Wij zien vermoeidheid, onoverzichtelijkheid, geloofsvervolging. Wij zien daarnaast nog vele andere schier onbeschrijflijke gruwelen.
Is het met het oog daarop, menselijk gesproken, een wonder dat u vooral op uzelf let? Op uw eigen welzijn? Op uw eigen gevoel? Nee, natuurlijk. Dat is heel begrijpelijk.
Misschien wordt u er wel zo moe van dat u er spontaan van in slaap valt.
Welnu, zegt de Here in Marcus 13, u moet wakker blijven!
En vooral: u moet blijven bidden!

Vanachter de opeenstapeling van problemen worden massa’s mensen zoekers.
Zij zoeken hun richting.
Zij zoeken een antwoord op honderdduizend vraagstukken.
Zij zoeken hun bestemming.
Zij zoeken naar de juiste uitleg van Gods Woord.
Zij zoeken God.
Maar ach, eigenlijk is dit allemaal weinig nieuws. Professor Kuitert zegt al sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw dat God een zoekontwerp is. Theologie, dat is ook een zoekontwerp[11].
De kerk heeft, zegt professor Kuitert, een constructiefout gemaakt. De kerk moet, zegt hij, ermee ophouden om zichzelf te beschouwen als een instituut dat de waarheid verkondigt en een leer oplegt; de kerk moet zich transformeren tot een religieuze gemeenschap[12].
Op zoek naar God, dat is al een heel oude bezigheid.

Het zijn moeilijke tijden, zeggen de mensen. En zij hebben gelijk.
Intussen leert de Catechismus ons dat wij krachtig tegenstand moeten bieden. De geestelijke strijd is niet voor mensen die een beetje aarzelen. De geestelijke strijd is niks voor mensen die een beetje lopen te zoeken naar de juiste route in het leven.
Kerkmensen moeten nodig weer wat zekerder worden.
En dat kan ook.
Want zij zijn zeker van de volkomen overwinning!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 127.
[2] Marcus 13:5.
[3] Marcus 13:14.
[4] Marcus 13:20.
[5] Marcus 13:22.
[6] Marcus 13:25.
[7] Marcus 13:27.
[8] Marcus 13:29.
[9] Marcus 13:33.
[10] Marcus 13:33-37.
[11] Zie http://www.hmkuitert.nl/wie.html ; geraadpleegd op woensdag 13 juli 2016.
[12] Zie: Harry Kuitert, “Kerk als constructiefout; de overlevering overleeft het wel”. – Utrecht: VBK Media -Ten Have-, 2014. – 176 p.

16 december 2015

Jezusdynastie?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Het is Adventstijd[1].
In deze periode van het jaar heeft de komst van onze Heiland in deze wereld onze aandacht.
En ja, ook de wereld kijkt mee.
Velen denken na over Jezus. Ze vinden Hem een indrukwekkende figuur. Voor massa’s mensen is hij een goed voorbeeld.
Ook wetenschappers filosoferen over Jezus.
Wat levert hun werk op?
Niet zelden zien wij weinig meer dan ongeloof.

Zo’n tien jaar geleden – het was in 2006 – verscheen het boek “The Jesus dynastee: the hidden history of Jesus, his royal family, and the birth of Christianity”. Er is ook een Nederlandse vertaling van. “De Jezusdynastie” heet die[2]. Het boek werd geschreven door James D. Tabor, hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de Universiteit van North Carolina, in de Verenigde Staten[3].

James Tabor meent dat Gods Zoon een dynastie wilde vestigen. Een koningshuis dus.
Niet dat die professor geloof hecht aan Gods Woord. Integendeel.
Hij vraagt zich bijvoorbeeld ernstig af wie Jezus’ biologische vader was. Hij voelt wel wat voor het verhaal dat Jezus de zoon van een Romeinse soldaat zou zijn; later is die soldaat bij Maria weggegaan. Dat is trouwens al een eeuwenoude fabel. Die circuleert reeds sinds de tweede eeuw in de wereld.
Waarom is die beste man daar toch zo druk mee?
Antwoord: “Ik heb als historicus te maken met de bronnen en met het feit dat elk menselijk wezen een vader heeft, inclusief Jezus. Zo wordt het christendom ook acceptabel voor rationele mensen”[4].
Inmiddels zijn een heleboel zaken die die Amerikaanse meneer betoogt reuze speculatief te noemen. Maar, zo zegt de hoogleraar zelf, “mijn boek is het resultaat van veertig jaar onderzoek. Als onderzoeker van het vroege christendom sta ik in de traditie van de grote wetenschapper Albert Schweitzer, die Jezus voor het eerst zag als een Joodse apocalyptische profeet”.

Dat beroep op Albert Schweitzer maakt het voor u en mij nog wel wat duidelijker.
Als ik het goed weet zei de arts, theoloog, musicus en filosoof Schweitzer (1875-1965) dat Jezus zeer het navolgen waard was. Niet zozeer vanwege zijn leer, veel méér vanwege zijn wilskracht. Die morele vernieuwing van de mensheid, ja die zag Schweitzer wel zitten. Die wilskracht van Jezus, die was geweldig!
Men moet alle leven liefhebben, zei Schweitzer. Ik las zelfs ergens: “Hij bepleitte een soort spirituele verhouding tot het grote geheel, zag dat als een vorm van overgave aan het leven en aan de liefde tot al wat leeft”[5]. Schweitzer hoopte op een ‘renaissance’ van de mensheid. Wij moeten, zo concludeerde de wetenschapper, ons bewust worden van onze context. Dat geeft ons dan nieuwe wilskracht. De autonome mens dient na te denken over de waarheid. Dat levert dan weer innerlijke kracht op. En nobele, verheven daden ten gunste van de gehele mensheid.

Schweitzer is negentig jaar geworden. En dit is dus wat negentig jaar wetenschap kan opleveren.
Die Amerikaanse hoogleraar die dat boek over een Jezus-dynastie schreef werd geboren in 1946; hij is net over op de helft. Dan kunt u nagaan wat er zoal nog zou kunnen komen!

Wie het bovenstaande beziet, aanschouwt met eigen ogen het grondpatroon van de zonde. In Genesis 3 lees ik: “En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden…”[6].
Niet lang daarna concludeert de Here: “Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad”[7]. Wat voltrekt zich hier precies? Dit: de mens wordt net als God, althans waar het de kennis van goed en kwaad betrof. Dat heeft de duivel, die de vrouw verleidt, goed begrepen. Een dominee schreef bij deze tekst: “De duivel sprak dus de waarheid. En toch loog hij. Hoe kan dat? Wel, satan bewoog de mensen praktisch levensinzicht te krijgen langs een door God verboden weg”[8].

De Here vindt het heel goed als de mens verstandig wordt. Het is geweldig mooi om kennis te vergaren. Maar de Here reikt het fundament voor die kennis aan. De Verbondsgod levert de kaders waarbinnen kennis en wetenschap kunnen worden verkregen.
Wie zich buiten die grenzen begeeft kan een hoop kennis op doen. Daar niet van. Hij of zij kan wellicht zelfs een goed wetenschappelijk verhaal houden. Maar het is dan wel kennis waar de duivel hoe langer hoe meer greep op heeft.

Geloof en wetenschap: over de relatie tussen die twee is al heel wat afgediscussieerd.
Er zijn mensen die zeggen: wetenschap en geloof komen steeds met elkaar in conflict; de religie verliest die strijd voortdurend.
Een tweede groep merkt op: wetenschap en religie vullen elkaar aan, en ze hebben elk een afgebakend terrein.
Nog weer anderen stellen vast: als wij ’t goed aanpakken kunnen wetenschap en geloof heel goed naast en met elkaar bestaan.

Daar kan men lang en breed over praten.
Maar de kernvraag is: ten dienste van wie gebruiken we onze gaven? Is het tot eer van God, of tot meerdere glorie van de duivel?

Temidden van dat alles voert de God van het verbond onverstoorbaar Zijn werkplan uit.
In Genesis 3 bepaalt God: “…nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven”[9]. Want als dat altijd realiteit blijft, gaat de wereld kapot aan zonde en destructie.
Maar dat wil onze genadige Vader Zijn kinderen niet aan doen.
Daarom grijpt Hij in. De Zoon van God kwam naar de aarde om Zijn kinderen te redden. Hij heeft zich vernederd “en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!”[10].
En zo kan het gebeuren dat in Openbaring 2 toch weer staat: “Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”[11].
De God van het genadeverbond keert de zaken toch weer om. Hij maakt van een verdorven wereld opnieuw een paradijs.

Dit artikel begint met een Amerikaanse professor die een boek schreef. Een boek met een nogal pretentieuze titel: “De Jezusdynastie: de verborgen geschiedenis van Jezus en het ontstaan van het christendom”. De introductie van het boek telt zestien pagina’s. En onder die introductie staan niet minder dan tweeëntwintig noten. Echt een wetenschappelijk boek dus.

Maar vergis u niet. Want er wordt een strijd uitgevochten tussen God en Satan. Soms zien we er eventjes iets van. En als ik het goed getaxeerd heb zien we hier een momentje van die strijd.
De oproep van Efeziërs 6 blijkt nog altijd niet overbodig:
“Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden”[12]!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 7 december 2006.
[2] James D. Tabor, “De Jezusdynastie: de verborgen geschiedenis van Jezus en het ontstaan van het christendom”. – Manteau, 2006. – 379 p.
[3] Zie voor meer informatie over James Tabor https://en.wikipedia.org/wiki/James_Tabor (Engelstalig).
[4] Hier, en elders in dit artikel, gebruik ik onder meer: K. van der Zwaag, “Eerherstel bepleit voor Jakobus – Tabor schrijft controversieel en speculatief boek over het leven van Jezus”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 6 december 2006, p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[5] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Albert_Schweitzer .
[6] Genesis 3:6.
[7] Genesis 3:22 a.
[8] Ds. P. Groenenberg, “Een Koninklijk Woord – Bijbels Dagboek”. – Kampen: Uitgeverij Voorhoeve, 1999. – 6 december.
[9] Genesis 3:22 b.
[10] Philippenzen 2:8-11.
[11] Openbaring 2:7.
[12] Efeziërs 6:11, 12 en 13.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.