gereformeerd leven in nederland

8 mei 2019

Harde maatregelen in Psalm 94

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.
Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,
verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel”[1].

Dit artikel begint met woorden uit Psalm 94.
De dichter van dat kerklied is vol dankbaarheid. De Here greep net op tijd in. Net toen hij overweldigd werd door een beangstigende kluwen van gedachten bood de God van hemel en aarde troost.
Wat een timing!
Wat een precisie!
Ja, de Schepper van alle dingen heeft nog aandacht voor Zijn werk. Anno Domini 2019 zegt Hij niet: ‘laat dat stelletje losbollen op aarde het maar uitzoeken, Ik houd Mij er verre van’.
Nog altijd is het zo dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen ons uit Zijn Vaderhand worden gegeven[2].
Daar kan geen klimaatbeleid tegenop!

Over klimaat gesproken: het geestelijk klimaat van de omgeving waarin de dichter zich bevindt is ernstig vervuild. Een paar trefwoorden maken dat snel duidelijk:
* machtsmisbruik
* verregaande arrogantie
* doden van weduwen, wezen en vreemdelingen.
De dichter waarschuwt: ‘Mensen, zo moet het niet. En doe niet net alsof de Here er niets van merkt en er niks aan doet. God is notabene Schepper van alle dingen; Hij is best in staat om misstanden aan te pakken!’.
Wie luistert naar God vindt, zo betoogt de psalmschrijver, rust in een slechte tijd.
En het is zeker: de hemelse Heer laat Zijn volk niet in de steek!
De dichter kan daar zelf van getuigen.
Als de Here niet tussenbeide was gekomen had hij het niet meer kunnen navertellen!

Wat moeten wij, vandaag de dag, met Psalm 94 beginnen?
Ons leven loopt geen gevaar als wij ons geloof belijden.
Toegegeven – er zijn terreinen waar christenen en hun opinies worden weggedrukt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan homoseksualiteit, en alles wat daar omheen zit. Wie, vanwege Gods wetten en regels, het ten diepste niet verantwoord vindt dat dat homo’s en lesbiennes een homoseksuele relatie praktiseren, wordt boos aangekeken. Daar kun je in 2019 niet meer mee aankomen.
Het is echter duidelijk: in Nederland is de godsdienstvrijheid nog relatief groot.

Intussen moeten wij verder kijken dan onze neus lang is.
Wie in de wereld rondkijkt, ontdekt dat er ten aanzien van de vrijheid van godsdienst slecht nieuws is.
In de afgelopen dagen werd gemeld: “De godsdienstvrijheid wereldwijd is in het jaar 2018 verder verslechterd. Dat meldt de Duitse nieuwsdienst Idea, op basis van het jaarverslag van de Amerikaanse commissie voor internationale religievrijheid te Washington.
Het rapport noemt een aantal ‘landen van bijzondere zorg’. De lijst van deze landen is niet gewijzigd in vergelijking met een jaar eerder. Godsdienstvrijheid wordt nog steeds het meest genegeerd in zestien landen, te weten: China, Eritrea, Iran, Myanmar, Noord-Korea, Saudi-Arabië, Sudan, Turkmenistan, Tadzjikistan, Oezbekistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Nigeria, Pakistan, Rusland, Syrië en Vietnam.
In nog eens twaalf landen komen schendingen van de godsdienstvrijheid voor, maar niet in die mate dat deze landen voorkomen op de lijst met ‘landen van bijzondere zorg’. Die twaalf landen zijn: Afghanistan, Azerbeidzjan, Egypte, Bahrein, Cuba, India, Indonesië, Kazachstan, Laos, Maleisië, Irak en Turkije.
Het Amerikaanse rapport wijst expliciet nog op een land als Iran, waar de vervolging van christenen in 2018 aanzienlijk is toegenomen”[3].

Natuurlijk kunnen we zeggen: komaan, er zijn momenteel 196 internationaal erkende onafhankelijke staten[4]. Als zo’n dertig daarvan niet deugen, dan valt het nog mee.
Echter – die opsomming van een kleine dertig landen is, om het zo maar te zeggen, de lijst van de ergste gevallen. De realiteit van alledag is ongetwijfeld nog vele malen goddelozer!

Wij moeten beseffen dat revolutie tegen de God van hemel en aarde wijd verbreid is.
De Schepper wordt miskend.
De Creator van deze wereld krijgt niet de eer die Hem toekomt.
En dat is in de meest letterlijke zin van het woord doodzonde!

Er is, zo signaleert de dichter van Psalm 94, in de wereld een strijd gaande. Een fel gevecht.
Goddelozen die op de “zetel van het verderf” zitten
“spannen samen tegen de ziel van de rechtvaardige,
onschuldig ​bloed​ verklaren zij schuldig”[5].
Hier staan goddelozen staan tegenover Godvrezenden.
Hier staat geloof staat tegenover ongeloof.
Hier staan eigenwijze mensen staan tegenover kerkmensen die van genade leven.
De wereld blijkt in twee kampen verdeeld, en de scheidslijn is scherp afgetekend!
Maar hoor wat de psalmist zegt: “Maar de HEERE is mij een veilige vesting geweest”[6].
Als de dichter nog eens terugkijkt, kan hij het ronduit zeggen: bij de Here vond en vind ik bescherming!
De psalmist gaat verder: “mijn God is mij tot een rots, mijn toevlucht”[7].
Zeg niet dat die dichter oude taal bezigt, waarmee je vandaag niet meer aan kunt komen. Zeg al helemaal niet dat die dichter volstrekt ouderwets is. Want in het Nieuwe Testament vinden we een echo van Psalm 94. In Hebreeën 6 namelijk. Het is de bedoeling, zegt de Hebreeënschrijver, dat gelovige Bijbellezers een sterke troost ontvangen. Gods beloften stáán nog steeds. Gods eed is nog altijd geldig. Wij mogen ons getroost weten – zegt Hebreeën 6 – “wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden”[8].
Onze toevlucht nemen tot God – nee, dat is niet uit de mode. Dat is niet achterhaald. Dat is niet antiek. Integendeel!

Psalm 94 eindigt met de dood.
Met een roemloos einde.
Misdadigers worden uit de weg geruimd. Leest u maar mee:
“Hij zal hen in hun slechtheid ombrengen,
de HEERE, onze God, zal hen ombrengen”[9].
Nee, dat is geen vergissing.
In Openbaring 2 wordt gedreigd met een zelfde straf als bekering uitblijft. Ik citeer: “En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar ​hoererij​ zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd. Zie, Ik werp haar te ​bed, en breng hen die ​overspel​ met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar ​kinderen​ zal Ik door de dood ombrengen, en alle ​gemeenten​ zullen weten dat Ik het ben Die nieren en ​harten​ doorzoekt, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken. Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voor zover zij deze leer niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de ​satan​ niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen dan deze: Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom. En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken”[10].

Als Beschermer van Zijn kerk neemt de Machthebber in hemel en op aarde harde maatregelen!

De wereld is vol machtsmisbruik. Vol arrogantie. Vol ten hemel schreiend onrecht. Vol dood en verderf.
En met de godsdienstvrijheid is het ook al niet best gesteld.
Maar voor de kerk geldt: houdt vast wat u hebt!
Want uiteindelijk zullen we kunnen zeggen:
“Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,
verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel”!

Noten:
[1] Psalm 94:18 en 19.
[2] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 27.
[3] “Vrijheid van godsdienst gaat verder achteruit”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 mei 2019, p. 2.
[4] Zie voor de lijst van die internationaal erkende staten https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_landen_in_2019 ; geraadpleegd op zaterdag 4 mei 2019.
[5] Psalm 94:21.
[6] Psalm 94:22 a.
[7] Psalm 94:22 b.
[8] Hebreeën 6:18.
[9] Psalm 94:23 b.
[10] Openbaring 2:22-26.

13 september 2018

Volhardend geloven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Nergens op aarde is het veilig. Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood, dat is wat mij drijft. We laten de kerk niet wegvagen’”.
Dat zegt een vrouwelijke dominee.
Mathild Sabbagh is predikant in al-Hassakeh, een christelijk bolwerk in Noord-Syrië. Zij was in Nederland in het kader van het 70-jarig bestaan van de Wereldraad van Kerken.
In het Nederlands Dagblad stond niet zo lang geleden een verhaal over haar werk en roeping.

Ik citeer: “De stad lag in de vuurlinie, veel christenen sloegen op de vlucht. De predikant van de protestantse kerk, aangesloten bij de National Evangelical Presbyterian Church, nam de wijk naar Zweden. Van zijn tweehonderd gemeenteleden zijn er nog circa veertig achter­gebleven.
Mathild studeerde op dat moment in Beiroet, aan de Near East School of Theology. In 2016 rondde ze die studie af. ‘Ik zag de nood in mijn geboortestad en wist dat God mij daar riep. Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden. Het leven moet er terugkomen’.
Hoe gevaarlijk die beslissing was, bleek op haar eerste werkdag als predikant. Tijdens gevechten sloeg een raket in in haar huis. ‘Nog nooit was ik zo bang als toen. Mijn familie en die van mijn oom, die net op bezoek was, vluchtten naar de kelder. Vijf dagen heb ik mijn neefjes en nichtjes zitten voorlezen, om ze maar af te leiden en bezig te houden. Er was geen water of stroom, en uiteindelijk werd ons huis in brand geschoten. Pas toen hielden de gevechten op’.
Het gevaar weerhoudt haar niet om terug te gaan”.

Natuurlijk kunnen we nu een heel verhaal gaan houden over de vrouw in het ambt en de bezwaren daartegen.
Vandaag doe ik dat niet.
Trouwens, dominee Sabbagh zegt zelf: “Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden”. Voelt u hoe hoog de nood is?

Het gaat mij vooral om die zinnen: “Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood..”.
Wat een bewonderenswaardige geloofsuitspraak is dat!
Dat zegt Mathild Sabbagh te midden van puin, nood en rampspoed. Te midden van oorlog en kapotgeschoten levens. Te midden van een maatschappij die bijkans geruïneerd is.
Mathild zegt ook:
“Strijd de goede strijd, loop de wedloop en volhard in het geloof. Mijn broer Jaqub, dominee in Homs, zit op dezelfde lijn. Leef je leven door Jezus te volgen en in zijn voetspoor Gods koninkrijk te zoeken, een andere reden is er niet. Om die reden blijf ik werken in de kerk. Het leven is daar een zegen, ik kan er niet buiten”[1].

De geloofsmoed van de Syrische dominee is, wat mij betreft, voorbeeldig.
Die brengt mij vandaag bij Openbaring 21: “Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn”[2].

Hoe overwinnen we?
Niet door eigen kracht. Onze eigen energie is ontoereikend.
In Openbaring 12 staat beschreven hoe die overwinning tot stand komt: “Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn ​Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”[3].

In Openbaring 12 wordt de satan – de tegenstander van God – uit de troonzaal van God gegooid.

Die overwinning is bewerkstelligd door het bloed van het Lam. De Heiland, onze Here Jezus Christus, is voor onze zonden gestorven.
Ons leven begint daardoor, om zo te zeggen, helemaal opnieuw. Wij gaan er als nieuw uitzien. Zoals in Openbaring 7 staat: “…en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam”[4].
Rood wordt wit.
Kleding die hemels zit!

Die overwinning is ook bewerkstelligd door “het woord van hun getuigenis”.
Dat is Gods Woord.
Het Evangelie.
Paulus schrijft over dat gevecht aan de christenen in Efeze, in Efeziërs 6: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de ​helm​ van de zaligheid en het ​zwaard​ van de Geest, dat is Gods Woord, terwijl u bij elke gelegenheid met alle ​gebed​ en smeking ​bidt​ in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle ​heiligen”[5].
In Openbaring 12 hebben Gods kinderen die strijd geleverd. En ze hebben gewonnen!
Indertijd hebben zij hun leven op aarde gelovig voortgezet.
Zij lieten het aan de mensen zien: ons geloof is ongebroken; wij gaan achter Jezus Christus aan, wat er ook gebeurt!
Dat hebben Gods kinderen volgehouden, totaan hun dood.

Wij zitten hier op aarde middenin die strijd.
Laten we volhouden!

Terug naar Openbaring 21.
Daar staat: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Wat betekent dat?

Paulus legt dat uit aan de christenen in Rome, in Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[6].
Verheerlijking: daar zit alles in.
Volmaakter kan niet!
Gelukkiger en vrediger kan niet!

In Openbaring 21 staat te lezen: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Dat ‘beërven’ is geen zweverig woord. Het is geen inleiding op een door de notaris opgesteld rijtje van te verwachten eigendommen.
Nee, dat woord heeft verwijst nadrukkelijk naar het dagelijks leven zoals kinderen van God dat steeds weer vormgeven.

Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Corinthiërs 6. Paulus schrijft daar onder meer: “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, ​dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het ​Koninkrijk van God​ niet beërven”[7].

Aan de christenen in Galatië schrijft Paulus: “Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk ​overspel, ​hoererij, ​onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, ​moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[8].

Dat woord ‘beërven’ heeft in de Bijbel een bijzondere lading. Dat woord heeft de kleur van: tegengesteld aan de wereld. Iedere dag weer moeten we kunnen constateren: ons leven ziet er heel anders uit dan dat van mensen die God negeren.

Wij mogen het ook in Nederland laten zien: de kerk is, om zo te zeggen, met God getrouwd. Hij is onze Bruidegom!
Hij is alles voor ons!
Hij wordt alles in allen!

Met dit artikel zeg ik niet: de kwestie van de vrouw in het ambt is niet zo belangrijk. En ik ga de vrouw in het ambt al helemaal niet promoten.

Met dit artikel zeg ik wel: de situatie op deze aarde stimuleert ons om volhardend te blijven geloven.
In Syrië. Maar ook in Nederland.
Overal ter wereld mogen en moeten mannen, vrouwen en kinderen het blijven zeggen: de God van hemel en aarde is mijn Steun en Toeverlaat!

Noten:
[1] “De goede strijd strijden in Syrië”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 28 augustus 2018, p. 9.
[2] Openbaring 21:7.
[3] Openbaring 12:10 en 11.
[4] Openbaring 7:14 b.
[5] Efeziërs 6:16, 17 en 18.
[6] Romeinen 8:17.
[7] 1 Corinthiërs 6:9 en 10.
[8] Galaten 5:19-22.

8 juni 2018

Vreemdelingen tellen mee

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mensen van buitenlandse afkomst: daar zijn er in ons land heel veel van[1]. Wat zijn er in heden en verleden veel discussies geweest over asielzoekers!
Met name de Partij van de Vrijheid praat, als het maar even kan, over de islamisering van Nederland die gestopt moet worden.

Laten wij intussen niet net doen alsof vreemdelingen en vluchtelingen alleen maar in de eenentwintigste eeuw voorkomen.
Dat is namelijk niet waar.

Dat blijkt in Gods Woord. Bijvoorbeeld in Jozua 8.
Ik citeer: “Heel Israël met zijn ​oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ​ark, vóór de Levitische ​priesters, die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, zowel vreemdelingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals ​Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te ​zegenen.
Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de ​zegen​ en de ​vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.
Er was niet één woord van alles wat ​Mozes​ geboden had, dat ​Jozua​ niet voorlas voor heel de ​gemeente​ van Israël, de vrouwen, de kleine ​kinderen​ en de vreemdelingen die in hun midden meetrokken[2].

Vreemdelingen horen dus ook over Gods liefde.
Zij horen welke regels er in Israël gelden. En zij kunnen in de praktijk ontdekken hoe heilzaam Gods wetten zijn.
In Israël telt iedereen mee.
In de kerk van het Oude Testament hebben vreemdelingen een volwaardige plaats.

In de kerk van het Nieuwe Testament is dat niet anders.
En ja, in de kerk van 2018 is die situatie heus niet plotsklaps gewijzigd.

Heel veel mensen in de wereld kijken wat argwanend naar vluchtelingen.
Wat moet je met die mensen?
Komen er niet teveel?
Wat moeten we aanvangen met de taalbarrières en met al die vreemde gewoontes?
En trouwens, behouden wij onze eigen identiteit wel?
Wat mij geldt in de kerk de regel van Efeziërs 4: “Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is”[3].
Jezus Christus brengt Zijn Evangelie aan alles en iedereen die het maar horen wil!

Nu ziet het bovenstaande er prachtig uit.

Maar het zou niet juist zijn om het tekstverband van Jozua 8 te negeren.

Want waar gaat het in Jozua 8 om?
Israël moet het beloofde land gaan veroveren. De kwestie is niet dat de volken die nu in het aan Israël beloofde land wonen moeten worden verjaagd.
Nee, er is iets anders aan de orde.
Dat is dit.
God heeft het volk uitgekozen om volk van de Here te zijn. De God van hemel en aarde zorgt er zelf voor dat Hij door Zijn volk geëerd wordt. Hijzelf geeft Zijn volk een plaats om Hem te eren.
Daarom schuift Hij heidense volken aan de kant. Dat doet de Here Zelf. Er is namelijk maar één God in de wereld. En dat is Hij. Al die goden van de heidenen? Die zijn stuk voor stuk nep. Door mensen bedacht.
De hemelse God is de Enige die de macht heeft in de wereld!
Die verovering in Jozua 8 is in feite een strijd die de Here voert. Het betreft een gevecht dat de Here levert.

Jazeker, Hij rekent af met heidenvolken.
En waarom?
Omdat Hij het volk dat Hijzelf uitgekozen heeft genadig is!

Waarom is Hij zo genadig voor Israël?
Omdat dat zo’n braaf en keurig volk is? Nou nee. Wie de Bijbel nauwkeurig leest ziet wel: Israëlieten zijn geen haar beter dan andere wereldburgers. De Here was heel rechtvaardig geweest als Hij hen in hun zonden had laten zitten.
Maar dat deed Hij niet.
In de Dordtse Leerregels staat het zo: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is”[4].
We kunnen dus niet analyseren waarom God zo genadig is voor Israël.
We kunnen niet precies uitzoeken waarom onze God zoveel liefde heeft voor de kerk van toen en nu.
Maar feit is dat het zo is.
Laten we van die oneindige liefde genieten!

Het tekstverband in Jozua 8 vertelt ons dat de Here Zich niet tegen laat houden door allerlei heidens gedoe. Hij zet Zijn plannen door. De satan slaagt er niet in om de uitvoering van die plannen te vertragen. Als het gaat over Gods gang met de wereld moeten wij met twee woorden spreken:
* liefde: Vader zond Zijn Zoon om de wereld te redden
* ernst: het Evangelie heeft ook een oordeel in zich.
Vreemdelingen zijn bij Gereformeerde mensen zeer welkom. Maar dan horen ze, als het goed is, wél dat Gods blijde Boodschap twee kanten heeft.

Tegenwoordig wordt er naar je geluisterd als je een evenwichtig verhaal hebt.
Welnu, de kerk brengt een heel evenwichtig Evangelie. Een boodschap van liefde en van ernst.

En nu begrijpen we wel wat ons te doen staat. Laten we naar God toe gaan, en bij Hem blijven!
Om met Psalm 32 te spreken:
“Laat toch geen dwang voor u ooit nodig wezen,
wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.
Maar wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid”[5].

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 8 juni 2009.
[2] Jozua 8:33, 34 en 35.
[3] Efeziërs 4:20 en 21.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[5] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 april 2018

De duivelse macht wordt gebroken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

We spreken niet graag over de duivel. Want Gods tegenstander woont in een duistere wereld. Dat is een omgeving waar wij onder geen beding deel van willen zijn.
En ja, het is volkomen duidelijk dat wij ons voor duivelse machten moeten hoeden.
Maar daarbij mogen wij nooit vergeten dat de God van hemel en aarde veel machtiger is dan alle satanische krachten bij elkaar!

Daarom vraag ik vandaag graag aandacht voor woorden uit Openbaring 20. Ik bedoel deze woorden: “En de ​duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse ​profeet​ reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[1].

Waar gaat het in Openbaring 20 over?
De duivel ontplooit zijn macht. Hij verzamelt zijn legers om op te trekken tegen het koninkrijk van God.
Maar wat gebeurt er met de duivel? Hij wordt in een poel van vuur en zwavel gegooid.
Dat is nou wat je noemt een roemloos einde!
De macht van de duivel blijkt in Openbaring 20 niets meer voor te stellen. Uiteindelijk loopt het voor de duivel en zijn criminele medewerkers op niets uit.

Over de geesten van de demonen lezen wij in Openbaring 16. Als volgt: “En ik zag uit de bek van de ​draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse ​profeet​ drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de ​oorlog​ van de grote dag van de almachtige God”[2].
Die demonen geven in Openbaring 16 dus het teken dat er gevochten moet worden.
Het tijdstip van de beslissende eindstrijd is aangebroken.

Dat blijkt echter een verloren strijd.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om ​oorlog​ te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn ​leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse ​profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het ​zwaard​ van Hem Die op het paard zat, namelijk het ​zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees”[3].

De God van hemel en aarde is, om het zo maar te zeggen, briljant en kolossaal.
Hij walst over de duivel heen. Van die duivel, en van zijn prestigieuze strijdmachten blijft vervolgens helemaal niets over.

En ja, dat gaat heel ver: de vogels eten de restjes op…

Dat is dan het roemloze einde van Gods tegenstander.
Vanaf het begin van de schepping misleidt de duivel zoveel mogelijk mensen.
In Openbaring 12 wordt hij op de aarde geworpen[4]. Daar zaait hij dood en verderf.
In Openbaring 20 wordt de duivel echter gearresteerd en geboeid. De satan wordt letterlijk aan de ketting gelegd.
Uiteindelijk komt hij dus in de hel terecht[5].

Die gang van zaken is al sinds lange tijd gepland.
In Mattheüs 25 spreekt Jezus over “het eeuwige vuur, dat voor de ​duivel​ en zijn ​engelen​ bestemd is”[6].

Het is, als u het mij vraagt, van belang om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Er zijn, ook in Nederland, heel wat mensen die heel rechtstreeks met de macht van de duivel te maken hebben. Zulke mensen hebben een trauma te dragen. Zij dragen schade uit heden en verleden mee. En je hóórt die mensen vragen: komt er nooit een einde aan deze ellende?
Laten wij ons niet vergissen.
Van buitenaf lijkt het met zulke mensen heel goed te gaan. Maar van binnen voeren zij een hevige strijd.
Voor al die mensen, en voor allen die het lezen willen, noteer ik hier: aan de macht van de duivel komt een definitief einde.
Laten wij dus maar uit de buurt van de duivel blijven. Laten wij ons maar maar de God van hemel en aarde toe keren. Laten wij Hem maar vereren, in al ons werk.
Uiteindelijk zal Hij ons dan een glorieuze plaats in de hemel geven. Een plaats die niemand kapot kan maken!
Is dat niet een rustgevende wetenschap?

Noten:
[1] Openbaring 20:10.
[2] Openbaring 16:13 en 14.
[3] Openbaring 19:19 en 20.
[4] Openbaring 12:9: “En de grote ​draak​ werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die ​duivel​ en ​satan​ genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn ​engelen​ werden met hem neergeworpen”.
[5] Zie hierover onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , pagina’s 279 en 280. Geraadpleegd op donderdag 12 april 2018.
[6] Mattheüs 25:41.

6 september 2017

Stellig weten en vast vertrouwen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Voor alle wereldburgers geldt: de mens kan helemaal niets klaarmaken in de wereld!
Tenzij…
Tenzij Gods Heilige Geest ingrijpt”.

Het bovenstaande is een citaat uit een artikel dat ik hier onlangs publiceerde[1].

Dat citaat past wonderwel op de situatie in Exodus 5.

De Egyptische farao reageert volstrekt afwijzend op een verzoek van Mozes en Aäron om feest te mogen vieren in de woestijn.
Zelfs een beroep op de God van hemel en aarde helpt niet.
Sterker nog, dat beroep is voor de farao een reden om het regime van de dwangarbeid aanzienlijk strenger te maken.
Protesten van de voormannen helpen geen zier.
Mozes keert zich wanhopig tot de Here: waarom doet u dit toch allemaal? Mozes zegt er verwijtend bij: “U hebt Uw volk helemaal niet gered”[2].
En dan blijkt dat de Here wel degelijk helpen zal: “Nu zult u zien wat Ik de ​farao​ zal aandoen. Voorzeker, door een sterke hand zal hij hen laten gaan, ja, door een sterke hand zal hij hen uit zijn land verdrijven”[3].

Vandaag zal onder andere deze geschiedenis onderwerp van bespreking zijn tijdens de vergadering van een Bijbelstudievereniging. Die vergadering hoop ik bij te wonen[4].
Wat kunnen wij over Exodus 5 zeggen?

In de eerste plaats dit.
Hoe dieper de ellende van de Israëlieten is, hoe beter de macht van de Verbondsgod uit komt. De Here kijkt en luistert nauwkeurig. En een gelovig kind van God weet: Gods beloften worden altijd werkelijkheid.
In onze tijd is dat niet anders.
Ook wij mogen weten: Gods beloften worden waar. Dat mogen en moeten wij geloven.

Graag snijd ik een tweede puntje aan.
Die Mozes durft wel! Immers, hij maakt God een helder verwijt: u hebt ons niet eens gered!
Dat is, om zo te zeggen, een schimpscheut vanuit de kerk.
Maar laten wij het maar eerlijk zeggen: de kerk van de eenentwintigste eeuw demonstreert, net als Mozes indertijd, soms een gebrek aan vertrouwen in de macht van God. Niet zelden vinden wij dat het in de kerk anders kan en anders moet.
Ik zou zeggen: Exodus 5 leert de kerk ootmoed en geduld.

Een derde opmerking.
Een exegeet merkt op: “Uit Egyptische bronnen valt op te maken dat arbeiders in de tichelstenenindustrie gewoonlijk vrijaf kregen voor offerfeesten voor hun god of goden en dat Mozes’ verzoek dus niet vreemd was”[5].
De farao reageert, zoals ik hierboven reeds vermeldde, volstrekt afwijzend. Aan een compromis denkt hij niet. Integendeel.
Wij moeten, meen ik, goed zien dat hier een strijd tussen God en satan uitgevochten wordt. In dit verband wijs ik op woorden van de apostel Paulus in Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en ​bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele ​wapenrusting​ van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van ​het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[6].

Opmerking vier.
Een exegeet noteert: “Als gevolg van de opdracht van de farao zwermen de Israëlieten uit ‘in geheel het land Egypte’, om ‘stoppels voor stro’ te zoeken. Dat hier wordt gesproken van ‘stoppels voor (d.w.z. in plaats van, zie NBV) stro’, en niet van ‘stro’ zelf (zoals in vs.7 en 11), lijkt erop te wijzen dat de maatregel van de farao nog zwaarder uitpakt dan bedoeld: aan gewoon stro kunnen de Israëlieten kennelijk niet komen, zij moeten zich met de veel moeilijker te verzamelen stoppels tevreden stellen. Ondanks deze tegenslag hoeven de Israëlieten echter niet te rekenen op medelijden”[7].
Eigenlijk is het een wonder dat de Israëlieten hieraan niet ten onder gaan.
Maar het is evenzeer een mirakel dat de kerk in 2017 nog bestaat. Wie naar mensen kijkt – ja, ook naar sommige mensen in de kerk! –, kan ernstig teleurgesteld raken. Hoeveel hebben om die reden de kerk al niet verlaten?
In de kerk spreken we vaak over het ‘ontwijfelbaar christelijk geloof’. Dat woord ‘ontwijfelbaar’ kan enige verbazing wekken. Laten we echter goed beseffen wat waar geloof is. Ik citeer de Heidelbergse Catechismus: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus”[8].
Gelovige mensen kunnen vragen hebben. Gelovige mensen kunnen klagen, jazeker. Maar existentieel twijfelen, dat doen zij niet. Wij moeten hier goed onderscheiden! En laten we op de Verbondsgod blijven vertrouwen!

Een vijfde en laatste punt.
Mozes en Aäron hebben te maken met harde afwijzing. Met goddeloosheid, ook.
Later zal Jezus, de Heiland, hetzelfde overkomen. Dat blijkt bijvoorbeeld in Johannes 5, waar Jezus zegt: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader maar u neemt Mij niet aan”[9].
Ook in onze wereld wordt de Heiland door steeds meer mensen afgewezen. Het Evangelie wordt niet aanvaard.
Welnu, Gods sterke hand in Exodus 5 is in het kalenderjaar 2017 niet minder krachtig.
Van Gods kinderen mag op dat punt in onze tijd veel stelligheid verwacht worden. Gods Heilige Geest geeft hen immers waar geloof?

Noten:
[1] Het citaat komt uit mijn artikel ‘Devoot debatteren?’, hier gepubliceerd op dinsdag 5 september 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/09/05/devoot-debatteren/ .
[2] Exodus 5:23.
[3] Exodus 5:24.
[4] Exodus 4:18-5:24 zal centraal staan tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen. De bespreking vindt plaats aan de hand van: Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – schetsen 4 en 5, p. 22-27. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die bijeenkomst.
[5] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 5:1-21.
[6] Efeziërs 6:12 en 13.
[7] Zie noot 5.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[9] Johannes 5:43 a.

7 maart 2017

Talrijk en zeer machtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Vanavond wordt, tijdens de vergadering van de Bijbelstudievereniging waar ik lid van ben, gesproken over Exodus 1[1][2].

Ter oriëntatie citeer ik enkele verzen uit dat hoofdstuk.
De koning van Egypte “zei: Als u de Hebreeuwse vrouwen bij het bevallen helpt en u let op de stenen baarstoel, dan moet u, als het een zoon is, hem doden, maar als het een dochter is, mag zij blijven leven.
De vroedvrouwen vreesden echter God en deden niet wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar lieten de jongetjes in leven.
Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen bij zich en zei tegen hen: Waarom hebt u dit gedaan, dat u de jongetjes in leven laat?
De vroedvrouwen zeiden tegen de farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn zoals de Egyptische vrouwen, want zij zijn sterk. Zij hebben al gebaard, voordat er een vroedvrouw bij hen is aangekomen.
Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed, en het volk werd talrijk en zeer machtig.
En het gebeurde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij aan hen nakomelingen schonk”[3].

Zo komt de Here Zijn beloften na.
In Genesis 12 zegt Hij tegen Abram: “Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn”[4].
In Genesis 18 overlegt de Here met Zichzelf: “Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden”[5].
In Genesis 46 trekt Jakob naar Egypte. De God van het verbond troost en sterkt Hem met onder meer de volgende woorden: “Ik ben God, de God van uw vader; wees niet bevreesd om naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken”[6].
Steeds weer klinken Gods beloften over een groot en machtig volk. Hij komt Zijn verbondstoezegging na.

Het komt mij voor dat wij het bovenstaande ook in 2017 moeten bedenken.
Als wij in Nederland rondkijken, zien we geen groot kerkvolk. Het aantal godsdienstigen neemt, integendeel, gaandeweg af.
Maar we dienen ons te realiseren dat de kerk in heel de wereld voor ons onoverzienbaar is. Overal en nergens wonen kinderen van God. Wij kunnen hen niet allemaal kennen. Maar onze God kent hen wel. Hij maakt het aantal uitverkorenen onvoorstelbaar groot.
In dat kader neemt Hij soms ongedachte en onorthodoxe maatregelen. En ja, dat kan ook anno Domini 2017 gebeuren.

De farao neemt maatregelen in de sfeer van genocide. Dat is: stelselmatige en opzettelijke uitroeiing van een etnische groep, of van een deel daarvan[7].
Maar in feite is de Egyptische farao een instrument in de handen van de satan. Dat wordt wat duidelijker als wij Openbaring 12 gaan lezen: “En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien horens. En op zijn koppen zeven diademen.
En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben.
En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon”[8].
Ondanks alle tegenstand in de wereld gaan de geboortes in Gods volk door. Moeders baren kinderen. En uiteindelijk wordt onze Here Jezus Christus op deze aarde geboren. Satan wil dat graag verhinderen. Maar dat lukt hem niet!

Nog altijd is de kerk het middelpunt van strijd.
Het in Efeziërs 6 aangeduide gevecht, bedoel ik: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[9].
Wie dit leest, realiseert weer eens dat strijd in de kerk helemaal niet ongewoon is. Integendeel, satan weet heel goed waar hij moet wezen om te proberen het werk van God af te breken.
Bij dat alles moeten kerkmensen zich schamen. Immers, op de keper beschouwd is de invloed van Gods tegenstander ook in de kerk nog groot.
Daarin zit verzoeking: verleiding van de duivel.
Maar daarin zit tegelijk ook een beproeving: een test van de God van het verbond. Welke keuze maken Gods kinderen in het leven? Blijven zij trouw aan Gods Woord?

Gelet op dat laatste heeft Exodus 1 zeker ook iets te zeggen over oecumene.
Tegenwoordig wordt de vraag gesteld “of er een nieuwe kans bestaat voor theologie en oecumene als we de gedachte over een ‘organisatorische eenheid‘ loslaten en ruimte bieden aan een spirituele oecumene waarbij mensen elkaars eigenheid erkennen en positief waarderen. Vanuit deze vraagstelling wil men (…) in gesprek gaan over de vraag welke thema’s er spelen in de theologie die relevant zijn voor de oecumene”[10].
Bij die zogeheten spirituele oecumene gaat men uit van het eigen gevoel, van het persoonlijk geestelijk welzijn, van eigen verlangens.
Exodus 1 leert ons dat ons uitgangspunt moet wezen: de kracht en macht van de Verbondsgod. Hij brengt Zijn kinderen bijeen. Rond Zijn Woord, niet vanwege onze vloed van vrome woorden. Wij moeten vertrouwen op het werk van Gods Heilige Geest, niet op de veronderstelde stabiliteit van onze eigen geest!

Men zou er bijna overheen lezen, maar het staat toch werkelijk in Exodus 1: “Het volk werd talrijk en zeer machtig”[11].
Wij zouden kunnen klagen: wat zien wij er in Nederland van? Ach, laten wij maar toegeven dat wij, als het op ons zicht op Gods werk aankomt, buitengewoon kortzichtig zijn. Het staat nog altijd in onze Bijbels, in Openbaring 7 namelijk: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand”[12].
Het aantal kinderen van God is echt onvoorstelbaar en ontelbaar.
Laat het ons genoeg zijn dat ook wij bij die onafzienbare schare mogen behoren!

Noten:
[1] Het betreft een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[2] Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op deze vergadering.
Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik onder meer: Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – p. 11, 12 en 13.
[3] Exodus 1:16-21.
[4] Genesis 12:2.
[5] Genesis 18:8.
[6] Genesis 46:3.
[7] Zie http://www.juridischwoordenboek.nl/woordenboekgel.html#14181 ; geraadpleegd op vrijdag 17 februari 2017.
[8] Openbaring 12:3 b-5.
[9] Efeziërs 6:11, 12 en 13.
[10] Geciteerd van http://www.raadvankerken.nl/pagina/3272/oecumene_aan_tafel ; geraadpleegd op vrijdag 17 februari 2017.
[11] Exodus 1:20 b.
[12] Openbaring 7:9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.