gereformeerd leven in nederland

26 januari 2016

Heel gewoon

Het verhaal van Naäman, de melaatse Syriër, kent u vast wel. Het staat in 2 Koningen 5. De profeet Elisa geeft Naäman de opdracht om zeven keer in de Jordaan te baden. Dan zal, zo spreekt de woordvoerder van God, uw lichaam weer gezond worden.
Die instructie vindt de Syrische legerofficier veel te gewoon. Hij verwacht allerlei spektakel. Een luidkeels uitgesproken gebed, bijvoorbeeld. Of bijvoorbeeld handen die, al of niet met magische kracht, over de melaatse plek heen en weer bewegen. Maar dit? Dit is te simpel. Te stom voor woorden, eigenlijk. Naäman vertrekt. Boos en teleurgesteld.
De afloop van de geschiedenis van Naäman is voor dit artikel niet zo van belang.
Maar de bad-instructie van Elisa in 2 Koningen 5 is wel een mooie illustratie bij Zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus.

Voor onze oriëntatie citeer ik een antwoord uit de Catechismus.
“Christus heeft mij en alle gelovigen een bevel en daarbij ook een belofte gegeven. Hij heeft bevolen tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en uit deze beker te drinken. Hij heeft daarbij ten eerste beloofd, dat zijn lichaam voor mij aan het kruis geofferd en zijn bloed voor mij vergoten is.
Dit is even zeker als ik met de ogen zie dat het brood des Heren voor mij gebroken en de beker mij gegeven wordt. Ten tweede heeft Hij beloofd, dat Hij zelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven voedt en verkwikt. Dit is even zeker als ik het brood en de wijn, als betrouwbare tekenen van Christus’ lichaam en bloed, uit de hand van de dienaar ontvang en met de mond geniet”[1].

Eten en drinken: dat is de gewoonste zaak van de wereld. Net zo gewoon als die Syrische militair die in de Jordaan moest gaan baden. Maar juist in die gewone maaltijd wil God het wonder van de door Hem gegeven genade dichterbij brengen.
De God van hemel en aarde, die alles doorziet en alles overziet, laat ons in een eenvoudig sacrament zien hoe groot het wonder van Zijn beloften is. Dat rustige eten en drinken, zonder storing of overbodige drukte, geeft ons een idee van de perfecte balans en het oneindige geluk in ons eeuwige leven.

Die eenvoud van dat sacrament vinden wij wellicht hinderlijk.
In de kerk willen we grootse dingen zien en horen. Mooie rituelen. Dichterlijke woorden. En meer van dat prachtigs. Gewone dingen zijn voor beginnelingen. Wij horen bij de gevorderden. Toch?
Welnu, zegt de Here, doe maar gewoon.
Nee, de kerk is op aarde niet volmaakt. En dat wordt die ook niet. Maar Ik geef u mijn beloften. Ik geef u eeuwig leven. Als u dat met heel uw hart gelooft, eet dan maar mee. Als u dat met heel uw hart gelooft, drink dan maar uit de beker.

In Johannes 6 zegt Jezus: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem”[2].
De luisteraars zeggen: dit is onaanvaardbaar. Oftewel: dergelijke wartaal is niet te begrijpen; hier kunnen wij niks mee. Wat moeten gewone mensen met zulke hoogdravend klinkende uitspraken aanvangen?
Eigenlijk zien we in het bovenstaande een heel bekende reactie. Namelijk deze: als we de Bijbel niet begrijpen, dan leggen we ‘m weg. Als we Gods Woord konden afschaffen, dan déden we dat.
Jezus zegt impliciet: mensen, geloof het maar; doe maar gewoon.

Laat ik, in verband met het voorgaande, nog een stukje uit Zondag 28 citeren.
[vraag] “Wat betekent dat: het gekruisigd lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken?
[antwoord]: Dat wij met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aannemen”[3].
Daar staat niet: geloven betekent dat u het allemaal begrijpt. Daar staat ook niet: geloven betekent dat u ervan uit gaat dat Jezus ooit heeft bestaan. Daar staat ook niet dat u – met iets van droefenis in uw brein – constateert dat deze onbegrepen Man op een onrechtvaardige manier aan Zijn einde is gekomen.
Nee, dat staat er niet.
Als wij aan het Heilig Avondmaal deelnemen, zeggen we daarmee: dat lijden heeft plaatsgevonden om onze redding te bewerkstelligen. We zeggen daarmee: dat Christus heeft geleden, komt mede vanwege mijn schuld.

Als we dat – anno Domini 2016 – zo belijden, zijn we op geen enkele manier modieus.
Want tegenwoordig wordt Christus’ lijden op allerlei manieren in toneelspelen en musicals aan de orde gesteld. The Passion is er een goed voorbeeld van. Duizenden mensen kijken er naar. Zij vergapen zich eraan. En als het doek valt, en in het theater de lichten uit gaan… dan gaan zij weer naar huis, terug naar de vluchtige dingetjes van alledag.
Die toneelliefhebbers zijn kijkers. Die musicalbewonderaars zijn waarnemers. Ze bekijken het spektakel, maar… zij staan er buiten.
In de kerk staan de zaken anders. Daar zeggen we: Christus leed voor mij. Voor ons. Daarom vieren wij het Heilig Avondmaal!

Aldus blijven vergeving en eeuwig leven voortdurend in ons blikveld.
Vergeven – wat is dat? Een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant zei daar eens over: “Nu betekent ‘vergeven’ niet: door de vingers zien, zand erover. Letterlijk betekent het woord vergeven: wegzenden. Dan denken we aan de zondebok die, beladen met de zonden van het volk, weggezonden moest worden, de woestijn in. Zo moest Christus, beladen met onze zonden, buiten de legerplaats, buiten Jeruzalem, geleid worden om onze zonden weg te dragen aan het kruis. God heeft onze zonden mèt Hem weggezonden, verder dan het westen verwijderd is van het oosten. Het gaat er om, vroeger en vandaag, dat God ons met een gelovig hart het hele lijden en sterven van Christus doet aanvaarden”[4][5].

Wij ontvangen vergeving en eeuwig leven. En wanneer krijgen wij dat dan? Antwoord: we ontvangen het nu.
Voor het gevoel van veel kerkmensen is het zo dat het eeuwige leven pas begint op onze sterfdag; dus: op het moment dat we het aardse voor het hemelse verwisselen. Dat, geachte lezer, is een misverstand. Een levensgroot misverstand.
Het eeuwig leven van godvrezende mensen is al begonnen. Let u, als het hierom gaat, maar op Johannes 11. In dat hoofdstuk staat de weergave tussen Jezus en Martha. Ik citeer: “Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal opstaan. Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage. Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?”[6].

Vergeving en eeuwig leven: voor ware gelovigen is het de gewoonste zaak van de wereld.
En we hoeven er niets bijzonders voor te doen.
Want dat heeft Jezus Christus al gedaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 28, antwoord 75.
[2] Johannes 6:54 en 55.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 28, antwoord 76.
[4] De predikant in kwestie is dr. W.G. de Vries (1926-2006). Dit citaat komt uit een preek over Zondag 28 uit de Heidelbergse Catechismus, die dominee De Vries in 1999 schreef. Ook elders in dit artikel maak ik dankbaar van die preek gebruik. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Het gelovig eten en drinken van Christus’ lichaam en bloed
1. Het is een gelovig aannemen van Christus’ lijden
2. Het is een steeds meer verenigd worden met Christus’ lichaam.
[5] Zie over de zondebok Leviticus 16:1-28; met name de verzen 21 en 22.
[6] Johannes 11:23-26.

17 april 2014

De Dienstknecht maakt de dienst uit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Morgen is het Goede Vrijdag.
Pasen genaakt.
De reclames van de supermarkten zijn er al lang op aangepast.
In Groningen wordt vandaag The Passion opgevoerd. “The Passion is de moderne en spraakmakende hervertelling van de laatste uren uit het leven van Jezus Christus. Het is een groot cultureel popevenement, met het lijdensverhaal als leidraad en een groot verlicht kruis als blikvanger. Dit grote kruis wordt door de stad gedragen en gevolgd door een lange stoet mensen. In het programma worden verschillende scenes uitgebeeld met Bijbelse hoofdpersonen als Jezus, Maria en Judas en spelen Nederlandse popbands bekende nummers. The Passion is daarmee de moderne variant van de Matthäus Passion”[1].

Mensen maken graag een eigen variant op de verhalen van Goede Vrijdag en Pasen.
Ze geven graag een eigen draai aan de gebeurtenissen van toen.
Maar wat gebeurt er echt?
Antwoord: Jezus maakt duidelijk dat Hij de Koning was en is!

Maar het is wel een onalledaagse Koning.
Jezus is namelijk de enige Koning die een Dienstknecht wordt.
Jezus verricht Zijn dienst: dat is de kern van het Bijbelboek Marcus.
Iemand schrijft daarover: “Vanaf het begin van dit evangelie wordt ervoor gewaakt dat we niet vergeten dat de volmaakte Dienstknecht tevens de Zoon van God is. (…) Zijn waardigheid als de Zoon van God toont aan dat Hij vrijwillig Slaaf werd, zonder daartoe door iemand anders gedwongen te zijn. Ook ontbreekt hier een geslachtsregister, want dat is voor een dienstknecht niet belangrijk. Over Zijn geboorte en jeugd wordt evenmin iets meegedeeld. Bij een dienstknecht is slechts één ding belangrijk en dat is zijn dienst”[2].

In Marcus 15 staat: “En Pilatus ondervroeg Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het[3].

Jezus is Koning.
Dat is een kernpunt in de kwestie. Want in de ogen van Pilatus is dat natuurlijk hoogverraad. Het is regelrechte opstand tegen de keizer.
De overpriesters weten heel goed dat die titel ‘Koning’ voor Jezus iets heel anders betekent dan voor Pilatus.
Het is, wat je noemt, een tactische zet om Jezus Christus op dat punt aan te klagen.

Wie is die Pilatus eigenlijk?
Een exegeet schrijft: “Pilatus kwam in 26 na Christus als vijfde Romeinse procurator naar Judea en was daar tien jaar in functie. Vanwege zijn wrede optreden werd hij in 36 na Christus afgezet. Hij behoorde tot de ridderstand en had zijn aanstelling waarschijnlijk te danken aan Sejanus, een als antisemiet bekend staande adviseur van keizer Tiberius (…). Pilatus keek neer op de joden en had weinig of geen respect voor hun godsdienstige overtuigingen”[4].

‘U zegt dat Ik de Koning der Joden ben’, zegt Jezus tegen Pilatus.
Dat heeft iets in zich van: Pilatus constateert dat, maar Ik zou het zo niet zeggen.
Het is echter meer.
Want Jezus zegt niet Zelf dat Hij Zich Koning der Joden noemt. Anderen suggereren nadrukkelijk dat Hij Koning is.
Uitgerekend de Romeinse procurator – de tussenpersoon tussen de ‘kerkprovincie’ en de centrale overheid in Rome – spreekt uit dat hij met de Koning der Joden te maken heeft!

Pilatus heeft geen enkel respect voor Jezus Christus, de Redder der wereld.
Maar juist die godsdiensthater moet onomwonden vaststellen: U bent dus de Koning van de Joden. Hij kan er niet omheen: in de rechtszaak moet hij dat wel constateren.
Eigenlijk wil Pilatus niets met deze Man te maken hebben. Maar juist hij moet nu namens de overheid de zaak behandelen. Juist hij, de vertegenwoordiger van de officiële regering, moet laten zien aan welke kant hij staat.
Het moet duidelijk worden dat kerk en wereld diametraal tegenover elkaar staan.

Daar zit ten diepste het probleem van Goede Vrijdag en Pasen.
Ook in 2014. Ook vandaag moeten wij demonstreren waar we staan. Wij moeten de gebeurtenissen op Goede Vrijdag herdenken, tegenover de wereld die van Jezus een interessante cultuurhistorische figuur maakt. We behoren met passie het Evangelie uit te bazuinen, tegenover The Passion. Verlangend naar de hemelse toekomst mogen wij Pasen vieren, tegenover het vrolijk Pasen dat – op de keper beschouwd – maar twee dagen duurt.

Wij zien de macht van Jezus Christus. Uit alles blijkt dat Hij daar, tegenover Pilatus, precies weet wat Hij doet. Niet voor niets is Hij zo terughoudend in Zijn verklaring.
Die macht staat tegenover de slapte van Petrus, die in het laatste deel van Marcus 14 zijn Heer verloochent: “Maar hij begon zich te vervloeken en te zweren: Ik ken die mens niet, over wie gij spreekt. En terstond kraaide de haan voor de tweede maal. En Petrus herinnerde zich het woord, dat Jezus tot hem gesproken had: Eer de haan tweemaal gekraaid heeft, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij begon te wenen”[5].

Juist in het lijden toont Christus Zijn macht.
Voor mensen van de eenentwintigste eeuw is het moeilijk om dat soort verbanden te zien.
De seculiere wereld is die samenhang al helemaal vergeten.
Terecht schreef iemand een paar maanden geleden in het Reformatorisch Dagblad: “Wel de lusten, niet de lasten. Zo lijkt het te zijn met veel carnavalsvierders. Zij maken zich weer op voor drie dagen vol zotternij, bandeloosheid en veel drank. Dat carnaval –vanouds– bij de vastentijd hoort, lijkt vergeten te zijn. Feesten doen veel Nederlanders wel, maar de link met de lijdensweken in de opmaat naar Goede Vrijdag is voor velen verdwenen”[6].

Hoe dat zij: eerlijk is eerlijk, sommige christenen weten niet altijd goed hoe zij de Goede Vrijdag een plek in hun leven moeten geven: wat kun je ermee in het dagelijkse leven?
Wederom zeg ik: juist in het lijden van Christus zien wij Zijn macht. Door Zijn lijden gaat het leven er heel anders uit zien. De zonde wordt uitgebannen. Het leven wordt volmaakt. Het dagelijks leven van 2014 is totaal onvergelijkbaar met de toekomst in de hemel.
Dat in ogenschouw nemend is het geen wonder dat naam-christenen, die niet echt bij de Heiland horen, niet weten wat zij met Goede Vrijdag aan moeten.

‘Bent u de Koning van de Joden?’, vraagt Pilatus.
‘U zegt het’, stelt Christus vast.
En de Machthebber glorieert.
De Dienstknecht maakt de dienst uit.

Ook in 2014 gaapt er een onoverbrugbare kloof tussen kerk en wereld.
Het is zaak dat wij duidelijk laten zien dat wij rechtgeaarde kerkmensen zijn die hun machtige Koning bewonderen!

Noten:
[1] Zie http://passion.groningen.nl/ .
[2] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS1534.pdf .
[3] Marcus 15:2.
[4] In dit artikel gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[5] Marcus 14:71 en 72.
[6] “Carnaval”, katern Kruispunt, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (27 februari 2014), p. 4. Ook te vinden op www.digibron.nl .

28 maart 2013

Welsprekend zwijgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Morgen is het Goede Vrijdag. En daarna wordt het Pasen.
In het kader daarvan schrijf ik vandaag iets naar aanleiding van een tekst uit Mattheüs 26.
Vier woorden zijn het maar: “Maar Jezus bleef zwijgen[1].

Die woorden staan in een perikoop waarin Jezus voor de hogepriester en de Raad verschijnt.
Petrus volgt op enige afstand. Hij wil weten hoe het afloopt.
De hele kerkleiding is gedurende enige tijd druk doende met het formuleren van een valse beschuldiging. Zulke verhalen zijn er meer dan genoeg. Het probleem is alleen dat iedereen tegen elkaar in praat. Na veel vijven en zessen zijn er eindelijk twee mensen die ongeveer hetzelfde verhaal vertellen: dat gaat over afbraak en snelle herbouw van de tempel.
Jezus reageert nergens op. Bijna dociel staat hij daar in de zaal om het oordeel af te wachten.
Het wekt de woede van de raadsvoorzitter.
Jezus zwijgt.
Hij zegt niks. Helemaal niks.
Pas na heel lang aandringen doet Hij Zijn mond open. De hogepriester heeft Hem gevraagd om Zijn identiteit te bevestigen. Dáár reageert Jezus op. En wat zegt Hij dan? Hij spreekt niet uit: Ik ben de Zoon van God. Hij zegt tegen de hogepriester: U hebt gezegd dat Ik de Zoon van God ben….

Min of meer onbewust heeft de hogepriester zo ongeveer het eerste ware woord in dit proces gesproken.
Valse beschuldigingen zijn er wel.
Maar een echte aanklacht komt er niet.
Misschien heeft Kajafas gedacht: dit wordt niks; ik ga maar aan een directe ondervraging beginnen, misschien levert dát wat op[2].
Hij vraagt naar Jezus werkelijke identiteit. Zelfs die is nog niet helemaal duidelijk. Komt Jezus uit de hemel, of toch niet?
Hoe dan ook: het is duidelijk dat Jezus onschuldig veroordeeld wordt.

Jezus zwijgt.
De kerkelijke rechtbank vraagt zich in gemoede af wie Jezus is.
De kerkelijke rechtbank steggelt onderling over de tenlastelegging die in deze zaak ter tafel moet komen.
De kerkelijke rechtbank is, kortom, helemaal nog niet klaar voor de rechtszaak.
Maar kijk. Daar staat Jezus al. Hij biedt Zich aan als beklaagde.
Afwachtend.
Zwijgend.

Maar hij staat daar ook als Almachtige.
Want Hij weet wat er komen gaat.
Hij weet wat Zijn taak is.
Hij beseft dat het dieptepunt van Zijn lijden nadert. En Hij is volkomen bereid om die diepte in te gaan.
Sterker nog: Hij weet dat Hij Zijn reddingswerk voltooien zal. Hij geeft vergeving en eeuwig leven aan allen die in Hem geloven.

Daar, in de raadszaal, staat Jezus.
Daar, in de raadszaal, zit ook de leiding van de kerk. Verlegen. Op zoek naar een handelwijze die iedereen tevreden stelt. Maar die kerkleiders zitten vooral vol ongeloof.

De kerkleiders demonstreren, om zo te zeggen, hoe het niet moet. Ze zijn vervuld van anti-Christelijke sentimenten. Alleen dáárom al weten ze niet hoe ze hier mee aan moeten.

Jezus zwijgt.
Het is een welsprékend zwijgen.
Want de vraag hangt in de zaal: gelooft u wat Ik doe en zeg?
Jezus zwijgt. Het staat er in het Woord van God expliciet bij. Bijbellezers van alle tijden kunnen kennis nemen van een machtig moment: het Woord zwijgt.
En nu galmt de vraag door de wereld: gelooft u dat Jezus Christus uw unieke Redder is?

Die vraag is ook in Nederland aan de orde.
En hier zijn heel wat mensen die op de vraag die hierboven staat als antwoord geven: nee, ik geloof daar niet zo veel van.

Neem nou de cabaretier Jörgen Raymann. Vandaag treedt hij in het stuk The Passion op als verteller.
Hij zegt: “De Bijbel is voor mij een bron van inspiratie, maar niet het enige ware woord”.
In het Nederlands Dagblad van woensdag 27 maart staat: “Raymanns pogingen om mensen van verschillende culturen te verbinden, is verklaarbaar. Hij komt uit een multicultureel en –religieus nest. Raymanns ouders waren rooms-katholiek en voedden hun zoon in die traditie op, zijn grootmoeder was joods, zijn schoonmoeder is islamitisch, en het zusje van zijn vrouw Sheila is getrouwd met een hindoe.
Het is dan ook niet vreemd dat de cabaretier zich multireligieus noemt. Thuis op zijn dressoir is het een ratjetoe. Op Raymanns huisaltaar staan onder meer de kop van een oude Indiaan, een Mariabeeld, de hindoegod Natradj, een Afrikaans masker en een Chinese Boeddha. Geen enkele religie heeft de waarheid in pacht, meent Raymann. ‘Ik geloof in één universele religieuze grondslag”.
En hoe zit het dan met het lijdensverhaal?
“Ik vind het fijn om te denken dat Jezus voor onze zonden is gestorven, of het nou klopt of niet. Het geeft me het gevoel dat we altijd een tweede kans kunnen krijgen, dat uiteindelijk alles goed komt”.
Het lijdensverhaal geeft dus ergens wel een fijn gevoel.
Raymann zegt ook: “Ik heb geen concreet beeld bij God. Ik zie niet een man met een baard voor me. God is een hogere macht, een gevoel. Voor de één is hij Allah, voor de ander Jahweh. Daar moeten we niet over oordelen. Het enige waar ik tegen ben, is extremisme. Je mag een ander niet opleggen wat hij moet geloven”.
En: “Ik wil dienstbaar zijn aan het verhaal. De grote uitdaging zal zijn om niet als grappenmaker over te komen. Dat wil ik niet, uit respect voor het verhaal”[3].

In die wereld belijdt de kerk dat Jezus Christus, de Heiland der wereld, de enige weg tot behoud is.
Op die weg wandelen mensen uit heel verschillende culturen.
Het gaat niet om gevoel. Het gaat om geloof.
Het gaat niet om respect. De Here zegt eenvoudig: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben”[4].

Wie niet gelooft dat Jezus de enige Redder der wereld is, doet er in deze dagen beter aan om maar te zwijgen.
Wat mij betreft is zulk zwijgen welsprekend.

Noten:
[1]
Mattheüs 26:63 a.
[2] Die gedachte staat ook in: Dr. Jakob van Bruggen, “Matteüs: het evangelie voor Israël”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 1990; vijfde druk 2008. – p. 445.
[3] “Jörgen Raymann is voor één keer geen grappenmaker”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 27 maart 2013, p. 2.
[4] Exodus 20:3 en Deuteronomium 5:7.

4 maart 2013

Platte passie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Op donderdag 28 maart aanstaande vindt te Den Haag het muziekspektakel ‘The Passion’ plaats. Tijdens dat evenement wordt het lijdensevangelie “tot leven gebracht”.

EO-directeur Arjan Lock begrijpt wel dat er kritiek op dat spektakel is. In het Reformatorisch Dagblad van woensdag 27 februari zegt hij:  “Het is waar dat het een groot en duur evenement is. Maar ik geloof dat deze tijd erom vraagt op zo’n manier naar mensen toe te gaan en ik ben ervan overtuigd dat we in voorgaande jaren heel veel mensen hebben kunnen wijzen op het verhaal dat zo belangrijk is. Mensen die normaal gesproken niet in de kerk komen. Ik geloof dat God daar Zijn weg mee zal gaan. Als de Heilige Geest erdoor werkt, zal er iets gebeuren. Ik hoop en bid dat dit ook dit jaar het geval zal zijn. Daar doen we het voor”.
Lock zegt nog meer. “Als wij artiesten vragen een rol te spelen in ‘The Passion’, dan voel en zie je dat er wat met hen gebeurt. Want ze verdiepen zich in het verhaal en het Woord van God is krachtig. Als je dat tot je door laat dringen, voel je iets van de heiligheid van God. Dan voel je iets van het bijzondere van dit kantelpunt in de wereldgeschiedenis. Dat merken de mensen die eraan meewerken, en naar ik hoop ook degenen die aanwezig zijn. Het zal niet voor iedereen gelden, maar ik hoop wel dat het die uitwerking heeft. Dat ze de Bijbel gaan lezen en in contact komen met de God die Zijn Zoon heeft gestuurd”[1].

Lock zegt dat de acteurs iets voelen van de heiligheid van God.
Hetgeen mij tot de vraag brengt: kun je heiligheid vóelen? En ik vraag vooral: moet je Gods heiligheid voelen?

In 1 Petrus 1 lezen wij: “Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig”[2].
In 1 Petrus 1 staat het woord su-schēmatizomenoi: daar zit het woord ‘schema’ in[3]. Gelovigen passen niet meer in het schema van de wereld. Ze wijken af van het levenspatroon dat mensen in hun omgeving er op na houden. En waaróm passen ze niet meer in dat schema? Waaróm wijken ze af van het wereldse patroon? Omdat ze dingen anders doen.
In 1 Petrus 1 is dus de boodschap: heiligheid moet je niet zozeer voelen. Heiligheid moet je DOEN. Petrus heeft het dan ook over heiligheid in uw wandel.

De formulering van Arjan Lock geeft mij te denken.

“Maar ik geloof dat deze tijd erom vraagt op zo’n manier naar mensen toe te gaan en ik ben ervan overtuigd dat we in voorgaande jaren heel veel mensen hebben kunnen wijzen op het verhaal dat zo belangrijk is. Mensen die normaal gesproken niet in de kerk komen”.
We hebben hier te maken met het geloof van Arjan Lock. We hebben van doen met de overtuiging van de EO-directeur. Eerlijk gezegd vind ik zijn argumentatie tamelijk zwak. Waarom begint hij niet met een Schriftwoord? Wie in de Bijbel begint, en zorgvuldig lezen gaat, kan zeggen: dit en dat wil God van ons. Nu moeten we het doen met de standpunten van Lock. Zonder twijfel is hij een respectabel mens. Maar niettemin een méns.

Je vóelt en zíet, zegt Arjan, dat er iets met Passion-medewerkers gebeurt. Dat geloof ik graag.
Als ik een tempel van boeddhisten op de televisie voorbij zie komen, dan ben ik óók vaak onder de indruk van de ootmoed en eerbied die mensen daar tonen. Maar ik weet dat het boeddhisme in feite afgoderij is.
Ik bedoel maar: het gevoel kan ons zomaar op het verkeerde been zetten. Als het over godsdienst gaat, behoren gevoel en verstand sámen te gaan.

Arjan Lock hoopt dat medewerking aan The Passion een goede uitwerking heeft.
Hopelijk gaan de acteurs in de Bijbel lezen. Hopelijk ontmoeten zij Jezus.
Ja, natuurlijk willen we allemaal graag dat Passion-participanten tot geloof komen. Alleen maar: de stijl van The Passion is spectaculair. Sereniteit is ver te zoeken.
De aanpak past niet bij de verhevenheid van het lijdensverhaal. De methode sluit niet aan bij de stilte op Goede Vrijdag. De benadering is, wat mij betreft, niet te rijmen met de eerbied bij het wonder van Christus’ opstanding.

Goede Vrijdag en Pasen? Die dagen moet de christenheid in ere houden.
De Evangelische Omroep leert ons hoe dat niet moet.
Van seculiere platheid is de Here niet gediend.

Noten:
[1]
“Tijd vraagt om evenement als The Passion”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 27 februari 2013, p. 2.
[2] 1 Petrus 1:14, 15 en 16.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij 1 Petrus 1:14.

5 april 2012

Cultuur of Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , ,

Pasen is het feest van de verzoening. Verzoening door voldoening, plegen we in de kerk te zeggen.
Daarover wordt in deze periode van het jaar ook veel gepreekt. De oproep van 2 Corinthiërs 5 klinkt: “laat u met God verzoenen”[1]!

Verzoening: in Gods Woord is dat een kernbegrip.
We komen het ook al in het Oude Testament tegen.

Bijvoorbeeld in Jesaja 47. Ik citeer: “Maar u overkomt een onheil, dat gij niet weet te bezweren; u overvalt een verderf, dat gij niet vermoogt te verzoenen; u overkomt plotseling een verwoesting, waarvan gij geen vermoeden hadt”[2].

Ménsen kunnen in Jesaja 47 niet verzoenen. Ménsen kunnen het onheil niet keren. De ramp komt onweerstaanbaar naderbij.
Dat klinkt zwart. En duister. Zwaar en donker.

In dat hoofdstuk gaat het over de jonkvrouw Babel. De hoogstaande dame moet het werk van slavinnen gaan doen. De presidente van vele koninkrijken gaat zelf in gevangenschap. En hoe ijverig de jonkvrouw ook tovert en bezweert: het helpt allemaal niks. Sterrenwichelarij geeft geen redding.
Dat is de grote lijn van Jesaja 47.

De Babyloniërs dachten tot nog toe dat zij op eigen kracht werkten. Zij meenden dat hun eigen politieke slimheid en militaire energie hen tot grote dingen had gebracht.
Maar dat was een vergissing. Een misvatting van de eerste orde.
Leest u maar even mee: “Ik ben tegen mijn volk toornig geweest, Ik heb mijn erfdeel ontwijd en het in uw macht gegeven; gij hebt het geen barmhartigheid bewezen; op de grijsaard hebt gij ook uw juk zwaar doen drukken. En gij zeidet: Ik blijf eeuwig gebiedster, terwijl gij deze dingen niet ter harte naamt noch aan de afloop daarvan dacht”[3].
Wat was de kwestie? De Here was boos op Zijn kinderen. Hij strafte ze. Hij stuurde Babel op hen af.
En de mensen uit Babel keken niet verder dan hun neus lang was. Ze keken naar de dag die voor hen lag. Maar de toekomst interesseerde hen niet zo. Tegen die tijd zouden ze natuurlijk wel zorgen dat hun macht groot bleef. Maar voorlopig was het motto: pluk de dag.

Vanouds was Babel bekend als toppunt van weelde, en als knooppunt van afgoderij[4].
Het was al begonnen met de torenbouw in Genesis 11. U weet wel: “welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden”[5].

Eén van de meest invloedrijke goden was Marduk. Die afgod was het symbool van het nationale en godsdienstige gevoel.
Astrologie en sterrenwichelarij hadden in Babel hun bakermat[6]. Daarom noemde Babyloniërs ook wel Chaldeeën; die aanduiding fungeerde als soortnaam voor rondreizende sterrenwichelaars. Heel de Babylonische samenleving werd opgejaagd door angst voor demonen en gedrochten, goden en geesten. Dat astrologische gedoe werd een soort staatsgodsdienst. Er lag een zeker fatalisme aan ten grondslag: alles lag vast in de sterren.

Babel: dat staat, wat mij betreft, voor godsdienstigheid in zelf gekozen vorm.
Babel: dat staat, wat mij betreft, voor godsdienstigheid voor vandaag; als de religie morgen ánders is, dan zien we dat vanzelf.

Als u het mij vraagt liggen Babel en het Nederland van 2012 niet eens zo ver uit elkaar.

Vanavond, donderdag 5 april, wordt op televisie The Passion uitgezonden.
Voor iedereen die het niet weet, en ook ten behoeve van de buitenlandse lezers van deze internetpagina: “The Passion is een spraakmakende hervertelling van de laatste uren van het leven van Jezus. Tijdens een groot cultureel popevenement in het centrum van Rotterdam vertolken bekende artiesten, aan de hand van een hedendaags Nederlandstalig repertoire, het eeuwenoude lijdensverhaal. Het evenement wordt live uitgezonden via Nederland 1 en internet”[7].

Men kan zeggen: komaan, er wórdt tenminste nog aandacht aan het lijden van Jezus Christus geschonken.
Meer laten wij ons niet op het geheel verkijken. Want het Bijbelverhaal is geen geloofszaak meer. Het is een cultuurkwestie geworden. Men giet de Heilige Schrift in een zelf gekozen vorm, teneinde traditie en historie dichterbij te brengen.

Cultuur, wat is dat?
Men kan dat begrip bijvoorbeeld als volgt definiëren: “Een cultuur is een gemeenschappelijke wereld van ervaringen, waarden en kennis die een bepaalde sociale eenheid kenmerkt (een groep) […]. De waarden van een cultuur gaat over wat een groep mensen goed of slecht vindt, of wat lelijk is en wat mooi, wat natuurlijk is en wat onnatuurlijk.
Rituelen zijn handelingen die niet echt nodig zijn om een doel te bereiken, maar die binnen een cultuur als belangrijk worden beschouwd”[8].
Ervaringen: daar zijn er voortdurend nieuwe van.
Waarden: die veranderen soms; zulks onder invloed van kranten, radio en televisie.
Kennis: we zwoegen en zweten om daar steeds meer van te krijgen.
Daarom is cultuur voortdurend in ontwikkeling. Beter: ménsen zorgen ervoor dat de cultuur permanent verandert.
En dus wijzigt bijvoorbeeld ook de vorm van Jezus’ lijdensverhaal. En de beleving ervan. En de kennis er over.
Ziet u het probleem?

De vraag is wat de taak van de Gereformeerde kerk in deze situatie is.
Nu het hierom gaat kom ik bij Johannes 18. Daar zegt de Here tegen Pilatus: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier”[9].
De kerk moet de wereld aan dat woord herinneren.
Het gaat niet om hedendaagse waarden. En ook niet om actuele kennis van de eenentwintigste eeuw. Het gaat om een nieuw Koninkrijk. En, zegt Jezus er bij, het is Mijn Koninkrijk. Met andere woorden: mensen kúnnen de vormgeving van dat rijk niet regelen. En dat móet ook niet.
Het is dat Woord dat de kerk door moet geven.

In datzelfde Johannes 18 staat nog een ander belangrijk woord van Jezus.
Dat is dit: “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem”[10].
Het gaat dus om de waarheid. De waarheid die Jezus in de wereld verkondigt.
Die waarheid moet beluisterd worden. Sterker nog: de waarheid wórdt door Gods kinderen gehoord. Kan niet missen.
Want het is de Here Zelf die mensen uitkiest om Zijn kinderen te zijn. Toen en nu.

Er is een grote tegenstelling tussen Jesaja 47 en Johannes 18.
Het is de kloof tussen kerk en wereld.
Het is de kloof tussen de moderne cultuur en het oude Evangelie.

Wie Gods Woord nauwkeurig leest, weet dat Jezus Christus verzoening van de zonden heeft bewerkt.
Dat Evangelie moet worden gelóófd.
Dat Evangelie wordt verkondigd. Door de eeuwen heen. Tot Hij terugkomt op de wolken.

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 5:20 en 21: “Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen. Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem”.
[2] Jesaja 47:11.
[3] Jesaja 47:6 en 7.
[4] Zie http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0135.php .
[5] Genesis 11:4.
[6] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/B/Babel%20/%20religie/7/ .
[7] Zie http://www.eo.nl/evenementen/thepassion/informatie/ .
[8] Zie http://www.scholieren.com/werkstukken/33979 .
[9] Johannes 18:36.
[10] Johannes 18:37.

Blog op WordPress.com.