gereformeerd leven in nederland

19 juni 2018

Genieten is een gave van God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Drinkt u wel eens een glas wijn?
Schrijver dezes doet dat regelmatig. Eén glas per dag, meestal.

In het Woord van God komen we mensen tegen die aanzienlijk meer wijn drinken. In Spreuken 23 bijvoorbeeld:
“Verkeer niet met hen die zich dronken drinken aan ​wijn,
of onder hen die zich te buiten gaan aan vlees.
Want een dronkaard en wie zich te buiten gaat, zullen arm worden,
en een roes doet verscheurde ​kleren​ dragen”[1].

Die tekst uit Spreuken 23 staat onder Zondag 42 van de Heidelbergse Catechismus. Het is een Schriftbewijs bij de zin: “Ook verbiedt Hij alle hebzucht, evenals alle misbruik en verkwisting van zijn gaven”[2].

De God van hemel en aarde geeft ons veel materialen om te gebruiken.
En ja, aan de één geeft hij meer dan aan de ander. Wij weten allen: het is ongelijk verdeeld in de wereld. Maar daar gaat het nu niet om.
De kwestie is: gebruiken wij die materialen, of verbruiken wij die?
Het is, wat mij betreft, tekenend dat een internetpagina die aan synoniemen gewijd is, bij het trefwoord ‘genieten’ met name focust op begrippen als: beschikken over, bezitten, hebben… Genieten lijkt voor velen pas mogelijk te zijn als je de beschikking hebt over veel geld en/of onroerend goed[3].

U kent vast die verhalen wel over mensen die, op kosten van de zaak, het er op allerlei manieren flink van nemen.
Een topambtenaar die 4400 euro bij de baas declareert, een ambtenaar die voor 190 euro declareert na een dinertje met een journalist van RTL, ambtenaren die omkoopbaar zijn zodat een auto-importeur een miljoenenorder kan binnenslepen – het is in de laatste jaren allemaal langs gekomen[4].

Volgelingen van Christus staan, als het goed is, heel anders in de wereld.

De Here deelt uit ons Zijn gaven uit. En daar mogen wij van genieten.
Prediker zegt in hoofdstuk 3: “Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt. Ook heeft Hij de eeuw in hun ​hart​ gelegd, zonder dat de mens het werk dat God gedaan heeft, van het begin tot het eind kan doorgronden. Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven, ja ook, dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn zwoegen. Dat is een gave van God”[5].
We kunnen het werk van God niet begrijpen. We hoeven de gang van zaken in de wereld niet voortdurend te analyseren. Wij mogen er eenvoudig van genieten.

Dat genieten is op zichzelf trouwens al een gave.
In een situatie van rijkdom ligt dikdoenerigheid op de loer.
Wie over voldoende financiële middelen beschikt, kan ook enigszins zwartgallig denken: ik zit hier rijk te wezen, maar een paar straten verder heerst armoede – wat is deze wereld toch onevenwichtig!
Welnu, de Here geeft ook het genieten. Uit Zijn hand ontvangen wij het gevoel dat wij een buitengewoon aangenaam leven hebben. Hij geeft ons de blijheid: wat mooi dat ik dit allemaal heb!
Genieten: dat betekent niet dat je je dik eet. Schriftuurlijk genieten, dat is: in dank aan God aanvaarden.

Diezelfde Prediker stelt in hoofdstuk 7: “Geniet op de dag van voorspoed van het goede, maar bedenk op de dag van tegenspoed dat God zowel de ene als de andere gemaakt heeft, zodat de mens niet kan doorgronden iets wat na hem zijn zal”[6].
Over oude mensen zeggen we wel eens: zij zijn mensen van de dag. Maar eigenlijk zijn wij dat allen – jong en oud.
En in al onze omstandigheden moeten we bedenken dat God onze dagen maakt. ‘Maak er wat van’, zeggen we soms tegen elkaar. Maar één ding is zeker: God maakt de dag. Die dag vullen wij, als het goed is, zo dat het tot Gods eer is.
En ja, dan zijn de omstandigheden zeer verschillend:
* in kerkelijk werk dat in de huizen van gemeenteleden en in studeerkamers gebeurt
* in de drukte van een bouwbedrijf waar koortsachtig gewerkt wordt om zo snel mogelijk een goed product neer te zetten
* in de keuken, waar een oude man zijn eigen potje kookt.

Juist omdat die omstandigheden zo uiteenlopen, ziet dat genieten er heel verschillend uit. Met een schuin oog op de voorbeelden van hierboven noteer ik het volgende:
* genieten van een goed gesprek over Gods Woord en de praktische consequenties daarvan
* genieten omdat jouw werk in het bouwbedrijf ervoor zorgt dat alle collega’s verder kunnen werken
* genieten van de geur van heerlijke soep.

Genieten – dat lukt in deze wereld vrijwel nooit de hele dag.
Maar juist daarom is het van belang om er ons tijdens die spaarzame genietmomenten van bewust te zijn dat Schriftuurlijk genieten betekent: in dank aan God aanvaarden.

Misschien zegt u: hierboven staat een mooi verhaal.
Maar in mijn omstandigheden lukt dat genieten mij eigenlijk niet zo goed. Vanwege mijn verleden. Vanwege mijn situatie in het heden. En die toekomst in de hemel? Daar zie ik nu nog zo weinig van. Dat laatste zal waar wezen.
Laat ik u dan op Jesaja 65 mogen wijzen. In dat hoofdstuk presenteert de profeet Jesaja, om zo te zeggen, een uitvergroting van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Jesaja zegt: “Want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom, en Mijn uitverkorenen zullen lang genieten van het werk van hun handen”[7].
Ziet u het?
Genietmomenten zijn er dan niet meer. Want daar hebben wij te maken met de eeuwige heerlijkheid. Een glorieuze tijd waar niet genieten eenvoudigweg nooit meer aan de orde is.
Als het leven op deze aarde bij tijden moeilijk is, kunnen we ons altijd nog verheugen op het eeuwige genieten in de hemel!

Noten:
[1] Spreuken 23:20 en 21.
[2] Geciteerd uit: Heidelbergse Catechismus – Zondag 42, antwoord 110.
[3] Zie https://synoniemen.net/index.php?zoekterm=genieten ; geraadpleegd op woensdag 6 juni 2018.
[4] “RTL-journalist at te duur”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 13 november 2015, p. 4; “Corruptie in Nederland”, redactioneel commentaar. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 juni 2017, p. 3.
[5] Prediker 3:11, 12 en 13.
[6] Prediker 7:14.
[7] Jesaja 65:22.

18 juni 2018

Verlangen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We hebben allemaal zo onze verlangens. Misschien heeft u, voor uw gevoel, wel heel vréémde begeerten en behoeftes; wellicht zelfs ideeën waarmee u liever niet te koop loopt.

Echter: sommige verlangens worden werkelijkheid.
Wat kun je daar diep-blij om zijn!

Dat zijn de Israëlieten in 2 Kronieken 15 ook.
Leest u maar mee: “Heel Juda was verblijd over de eed, want zij hadden met heel hun ​hart​ gezworen, en met heel hun verlangen Hem gezocht. Hij werd door hen gevonden, en de HEERE gaf hun rust van rondom”[1].

Waar gaat dit over?
In welk tekstverband staan de bovenstaande woorden?
Daarover hieronder meer.

Eerst een driedelig antwoord op de vraag: wat is 2 Kronieken eigenlijk voor een Bijbelboek?[2]
1.
De Bijbelboeken 1 en 2 Kronieken vormden oorspronkelijk één geheel. Ze beschrijven met name de geschiedenis van de regering van koning David, van zijn zoon Salomo en van de overige koningen uit dat geslacht.
2.
De Joden nemen aan dat de schriftgeleerde Ezra de auteur van de Kronieken is. Maar dat is lang niet zeker.
3.
De boodschap van 2 Kronieken is: zoek de Here!
Dat betekent: betrek de God van hemel en aarde bij alles wat je doet.
En ook: ga in het gebed naar Hem toe. En leg Hem dan je problemen maar voor. Al jouw vragen. Al het verdriet dat je in stilte met je mee draagt. Het heimwee dat u hebt naar uw overleden echtgenoot. Enzovoort.
En ook: zeg Hem maar hoe blij je bent. Met jouw huis. Met de natuur om je heen. Met jouw vrienden. Met jouw dagelijks werk. Met uw gezondheid.
Die boodschap geldt ook vandaag nog. Zeker wel!

In 2 Kronieken 15 lezen we over een gebeurtenis rond koning Asa[3].

Asa’s regering verplaatst ons zo ongeveer naar de periode 912-870 voor Christus.
Asa doet aan reformatie. Re-formatie, dat houdt in: opnieuw vormgeven aan ware godsdienst. En dat is precies waar Asa mee bezig is. Hij heeft namelijk een enorme hekel aan afgoderij.
Asa bouwt vestingen. En hij verslaat de Ethiopiërs.
Is er niks op Asa aan te merken? Jawel. Op een bepaald moment zoekt hij steun bij Benhadad I, de koning van Syrië. Er is een profeet – hij heet Hanani – die Asa daarvan probeert terug te houden. Want je moet geen steun zoeken bij mensen, maar bij God. Maar dat helpt niet. Asa zet zijn eigen zin door.

Nu dan 2 Kronieken 15.

Daar krijgt Azarja door toedoen van de Geest van God profetische gaven.
Azarja zegt: de houding van God zal afhangen van uw eigen handelwijze.
Dat illustreert Azarja met de geschiedenis van Israël. De Israëlieten hebben zich heel lang van God afgekeerd. Zij moesten niks meer van Hem hebben. Er gebeurden een aantal rampen achter elkaar. Pas toen gingen de Israëlieten weer terug naar de hemelse Heer.
In de tijd van de Richteren was het land eigenlijk heel erg onveilig. Allerlei volksstammen raakten met elkaar in gevecht.
Zo gaat dat als je de Here maar laat praten. Zo gaat dat als je Hem in de praktijk van het leven negeert.

En wat is de boodschap voor Asa?
Wat is de boodschap voor het volk waarover Asa regeert?
Koning Asa heeft de Here aangeroepen voor hij een strijd aanging. Asa heeft de belofte gekregen dat de Here naar Zijn kinderen toe komt als zij daar om vragen. Hij zal Zich naar hen toe keren en hen helpen.

Van die boodschap krijgt koning Asa nieuwe energie.
Hij laat afgodsbeelden uit het land verwijderen.

Dat trekt volk aan.
Een exegeet schrijft: “In groten getale zijn er Israëlieten weggetrokken uit Noord-Israël naar het koninkrijk Juda om daar te wonen, toen ze merkten dat de HERE het bewind van Asa zegende (…). In de lente van 898/897 v.Chr. (de derde maand van Asa’s vijftiende regeringsjaar) komt het volk samen in Jeruzalem (…) en offert zevenhonderd runderen en zevenduizend schapen en geiten uit de oorlogsbuit”[4].

Het is menens.
De burgers leggen zelfs een eed af: iedereen die geen ernst maakt met de ware godsdienst wordt ter dood gebracht!
Dat klinkt in onze oren niet zo goed. Is er geen godsdienstvrijheid? Is dit niet heel kort door de bocht? Gaat dit niet veel te ver?
Het is belangrijk dat we beseffen dat de God van hemel en aarde Zijn volk leiden wil. Hij wil al Zijn kinderen naar een heerlijke toekomst brengen. Maar als het hier om gaat, geldt:
* het is zwart of wit
* voor of tegen God
* godvrezend of goddeloos.
En nee, daar zit niks tussen.
Voor mensen uit de eenentwintigste eeuw is dat maar moeilijk voorstelbaar. Wij denken immers in nuances. In schakeringen.
In de eenentwintigste eeuw zijn wij het verleerd om in ‘voor’ of ‘tegen’ te denken. Maar een Bijbelgedeelte als 2 Kronieken 15 bepaalt ons erbij dat ware godsdienst echt op de eer van God gericht moet zijn. En nergens anders op!

In 2 Kronieken 15 staat iets opvallends: heel Juda had “met heel hun verlangen Hem gezocht. Hij werd door hen gevonden”.
Heel Juda notabene! Ze zijn verenigd in hun verlangen naar Hem. Zij willen niets liever dan leven met Hem. Iedere stap in hun bestaan willen zij met Hem doen.

Die eensgezindheid zien we in het kerkelijk leven van vandaag niet vaak terug. Integendeel. Er is veel gerommel. Er is niet zelden gedoe. Het lijkt steeds meer voor te komen dat kerkmensen de kerk verlaten omdat zij met een aantal van hun broeders en zusters niet langer door één deur kunnen.
Als u het mij vraagt is 2 Kronieken 15 ook voor ons een heel leerzaam hoofdstuk. Tenminste – als wij dat met aandacht willen lezen en tot ons door willen laten dringen.

Wij hebben allemaal zo onze verlangens.
Soms ook heel vréémde verlangens.
Gods Woord leert ons in 2 Kronieken 15 welk verlangen altijd in ons hart moet zijn.

Met dat verlangen mogen wij gerust te koop lopen.
In de evangelisatie.
In de zending.
Onophoudelijk. En overal.

Noten:
[1] 2 Kronieken 15:15.
[2] In het onderstaande maak ik gebruik van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Kronieken_(2e_boek) ; geraadpleegd op dinsdag 5 juni 2018.
[3] In het onderstaande maak ik gebruik van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Asa ; geraadpleegd op dinsdag 5 juni 2018.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Kronieken 15:8-19.

13 juni 2018

Mooi voor de bruiloft

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag begint de heerlijkheid. Vandaag doet de Here nog wonderen!
En dus moeten we er hard aan trekken. We moeten volmaakt worden. We moeten beter worden. Vromer. Godsdienstiger!

Dergelijke redeneringen hoor je nog wel eens in evangelische kringen.
Niet zelden krijg je de indruk dat protestanten – Gereformeerden inbegrepen – door christenen uit de evangelische hoek beschouwd worden als slapjanussen.
Want protestanten geven het veel te gauw op. Omdat er te weinig verandert blijven zij maar gewoon in hun stoel zitten. Dat zou verboden moeten worden!

Toegegeven – het bovenstaande is wat gechargeerd. Overdreven. Ietsje vertekend, wellicht.
Maar de vraag is duidelijk: moeten we in de Gereformeerde wereld vaker op jacht naar de volmaaktheid?

Wie die vraag beantwoorden wil, kan terecht in de Dordtse Leerregels.

Dat belijdenisgeschrift werd opgesteld in 1618/’19. Dat gebeurde in Dordrecht; te Dordt dus.
Daar werd de Gereformeerde leer nog eens opgeschreven. Het werden dus leer-regels.

Er werd bezwaar gemaakt tegen de redenering van de remonstranten. Die redenering hadden zij opgeschreven in de remonstrantie: dat is een bezwaarschrift, een verweerschrift.
De remonstranten zeiden:
* de mens is in staat om zichzelf te verlossen
* er zit nog wel iets van goede wil in hem
* als hij echt wil, krabbelt hij op eigen kracht wel weer een stukje omhoog, uit het dal.
De Gereformeerden zeggen: wij zijn helemaal afhankelijk van Gods redding, en van Zijn genade.

De Dordtse Leerregels zeggen ook: op eigen kracht word je niet volmaakt.
Dat klinkt bijvoorbeeld zo.

De zonde is niet uit het leven van Gods kinderen verdwenen.
“Hierdoor zondigen zij in hun zwakheid elke dag weer en zelfs aan de beste werken van de heiligen kleven gebreken. Dit geeft hun voortdurend reden zich voor God te verootmoedigen en hun toevlucht tot de gekruisigde Christus te nemen. Ook gaan zij daardoor steeds meer het vlees doden door de Geest der gebeden en door zich te oefenen in een godvrezend leven en zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid. Dit doen zij, tot zij, verlost uit het lichaam des doods, met het Lam van God in de hemelen zullen regeren”[1].

Het staat er dan toch maar: “zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid”.
Dat is rigoureus. Radicaal.
En ja, dat is de Bijbel ook.

De apostel Paulus schrijft aan de christenen in Colosse, Colossenzen 3: “Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, ​onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die ​afgoderij​ is”[2].
Doden nog wel!

Paulus schrijft aan Timotheüs: “Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht”[3].
Onheilige en onzinnige verzinsels verwerpen – alsof het niks is!

Paulus wil, hoe dan ook, opstaan uit de dood. Net als Jezus Christus, de Eersteling. Aan de christenen in Philippi schrijft hij: “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door ​Christus​ ​Jezus​ gegrepen. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in ​Christus​ ​Jezus”[4].
Jagen, uitstrekken – er moet nogal wat gebeuren!

Maar de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Wij blijven zondig.
Wij moeten steeds beseffen dat wij, vergeleken met God, slechts klein en onbetekenend zijn.
Steeds moeten wij ons realiseren dat Jezus Christus voor ons aan het kruis heeft gehangen en dat Zijn lijden en opstanding de enige basis vormen voor onze redding.

Nee, de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Maar we bereiden ons er wel op voor. We willen er op ons mooist uit zien. In ons mooiste pak. In een schitterende trouwjurk, misschien wel met sleep. Lang van tevoren wordt iedereen die maar enigszins belanghebbend zou kunnen zijn, officieel ingelicht.

De toestand van Mattheüs 22 is volkomen onbestaanbaar.
U weet wel: “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker ​koning​ die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, en hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen. Maar zij wilden niet komen. Opnieuw stuurde hij dienaren eropuit, andere, en hij zei: Zeg tegen de genodigden: Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste dieren zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft. Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”[5].

Nee, zo doen wij dat niet in de kerk.
In de kerk verwachten we Jezus Christus terug, onze Bruidegom.

Hosea heeft er al over geprofeteerd: “Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in ​gerechtigheid​ en in recht, in goedertierenheid en in ​barmhartigheid. In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen”[6].

Volmaakt zullen we op aarde niet worden.
Maar in de hemel wel.
Daar bereiden we ons op voor.
Daarom geven wij het beste wat we hebben, in de kerk.
Ja, wij maken er hier het beste van.
Want in de hemel wordt het prachtig!

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 2.
[2] Colossenzen 3:5.
[3] 1 Timotheüs 4:7.
[4] Philippenzen 3:12, 13 en 14.
[5] Mattheüs 22:2-5.
[6] Hosea 2:18 en 19.

12 juni 2018

Dwaal niet!

Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus gaat over heilig leven, “zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].
In verband daarmee verbiedt de Here “alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan”[2].

Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
Niemand, denk ik.

Waarom is God daar eigenlijk zo streng op?
Omdat dit alles te maken heeft met de koers in ons leven.

Als het gaat over onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan, wordt onder meer verwezen naar 1 Corinthiërs 15. Daar staat: “Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden”[3].

Dwaal niet.
Die vermaning betekent in ieder geval dat we in ons leven een duidelijke richting moeten hebben. Waar gaat het naar toe met ons leven? Voor wie leven wij?
Gaan we eerlijk om met de mensen die het meest dichtbij ons staan?
Horen we, als het over ons huwelijk gaat, tot de categorie schuinsmarcheerders?
Geven we, als het over ons huwelijk gaat, duidelijk onze grenzen aan?
Geeft u, ook als u alleenstaand bent, een duidelijke afbakening – zover ga ik, en verder niet?

We leven in een maatschappij waarin het huwelijk niet zo heilig meer gevonden wordt. Als je elkaar, na verloop van vele jaren, niet zo interessant meer vindt… – nou, dan ga je toch elkaar? Dat gebeurt vaker. Zegt u nu zelf.
Maar de vraag is: worden onze zeden van zo’n scheiding nu zoveel beter? De grondregel moet blijven: “wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden”. Dat principe van Mattheüs 19 lijkt wel ouderwets geworden[4]. Maar als dat zo zou zijn, dan was heel Gods Woord een beetje uit de tijd. En dat is heus niet waar!

Trouwens, wie/Wie bepaalt eigenlijk wat goede zeden zijn?
En ja, daarna liggen de volgende vragen voor de hand: voor Wie leven wij? En: gaan we met onze problemen naar God, of willen wij het zo nodig zelf oplossen?

Wat is slecht gezelschap?
Dat zijn de mensen die hun normen aanpassen aan deze tijd. Omdat Gods Woord niet meer zo past op de algemeen aanvaarde stijl van de eenentwintigste eeuw.

Opnieuw noteer ik die vragen: Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
En ik blijf het zeggen: niemand.

Hoe moet dat nu verder?
Moeten wij toch maar een beetje water bij de wijn doen?
Nee, dat is niet de oplossing.
Maar dat wil niet zeggen dat wij thans troosteloos voor ons uit moeten gaan zitten kijken.
Hieronder leg ik uit waarom.

Die oproep “dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden” staat in een hoofdstuk waarin de apostel Paulus een brede uiteenzetting geeft over nut en noodzaak van de opstanding van Jezus Christus.
Door Zijn lijden en opstanding heeft Jezus Christus voor onze zonden betaald.

In 1 Corinthiërs 15 legt Paulus uitgebreid uit wat dat voor ons betekent.

Opstanding uit de dood – dat is werkelijk ongelooflijk.
Er zijn dan ook massa’s mensen die niet geloven dat Christus’ opstanding echt gebeurd is.
Maar als je dat in twijfel trekt, komt heel de Boodschap van de Bijbel op losse schroeven te staan.

Paulus legt dat in acht stappen uit:
“a. …als er geen opstanding van de doden is, dan is ​Christus​ ook niet ​opgewekt.
b. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.
c. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij ​Christus​ heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden.
d. Immers, als de doden niet ​opgewekt​ worden, is ook ​Christus​ niet ​opgewekt.
e. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw ​zonden.
f. Dan zijn ook zij die in ​Christus​ ontslapen zijn, verloren.
g. Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.
h. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn”[5].

De Eersteling, inderdaad.
Want al Gods kinderen zullen uit de dood opstaan. Jazeker, zij hebben in hun aardse leven veel zonden gedaan. Het dienen van God ging gepaard met vallen en opstaan. Zij hebben tegen de zonde gestreden voor wat zij waard waren. En ze hebben dat gevecht vaak verloren.
En toch is dat geen reden tot wanhoop. Want de Redder van het leven heeft voor onze zonden betaald.
En dat geloof hebben Gods kinderen hun aardse leven lang beleden.
En daarom – vanwege de betaling door de trouwe Heiland – hebben Gods kinderen toch toegang tot de hemel. Zij mogen binnenkomen in de woonplaats van God!

Er komt een moment dat Jezus Christus, de Zoon van God, het koningschap overdraagt aan Zijn Vader.
God betekent dan alles.
Voor iedereen.
God heeft het te zeggen in heel de wereld. Bij alles en iedereen. Overal en altijd.

Dat is, in grote lijnen, het kader van die oproep: dwaal niet!
Oftewel: denk erom dat je goed op koers blijft in het leven.
Dat is niet alleen een kwestie van netjes en voorbeeldig leven. Nee, het is een kwestie van: op weg gaan naar de hemelse toekomst. Een toekomst die nooit ophoudt.

Een rein bestaan?
Een schoon leven?
Dat is de beste voorbereiding op een nieuw leven. Een eeuwig bestaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 109.
[3] 1 Corinthiërs 15:33.
[4] Ik citeer Mattheüs 19:6.
[5] 1 Corinthiërs 15:13-20.

7 juni 2018

Bij God zijn alle dingen mogelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn van die dingen die wij wel graag zouden willen realiseren, maar waarvan wij weten dat ze misschien nimmer werkelijkheid kunnen worden.
Misschien wilt u uw leven overdoen, om dan bepaalde dingen anders en beter aan te pakken.
Misschien zou u graag een grote reis maken, terwijl u best weet dat dat in uw situatie niet kan.
De kerkelijke verdeeldheid zou met onmiddellijke ingang opgeheven moeten worden.
Vele, vele romans zijn er waarin het thema ‘onmogelijke liefde’ centraal staat.
En zo is er nog veel meer.

Er zijn heel wat van die onmogelijkheden die stil verdriet kunnen geven.
Ach, er is mee te leven.
Maar je draagt het altijd mee, jouw hele leven lang.

Peinzend over dit thema dacht ik aan Marcus 10: “Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk”[1].

Is dat geen dooddoener?
Verandert de zaak daarmee vandaag, in deze wereld?

Die woorden staan dus in Marcus 10.
Daar gaat het over een jongeman die heel rijk is. Alles kan hij kopen. Hij heeft aan niets gebrek.
En wat nog mooier is: hij heeft zijn leven lang naar de geboden van God geleefd. Hij heeft zich er keurig aan gehouden. Hij heeft het, kort samenvattend, netjes gedaan. Wat je noemt een voorbeeldig kerklid!

Jezus kijkt hem liefdevol aan.
De genegenheid tussen beide mannen is bijna voelbaar. Jezus Christus gunt deze jongeman werkelijk het állerbeste. Hij gunt hem een plaats in de hemel.
Maar nu is er nog één ding nodig.
Jezus zegt: “Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het ​kruis​ op en volg Mij”[2].

Daar wordt de jongeman uiterst treurig van. Ronduit verdrietig.
Moet uitgerekend hij nu zijn hele hebben en houden verkopen?
En trouwens – betekent dit nu eigenlijk dat wij allemaal op sinaasappelkistjes moeten gaan leven?

Waar het om gaat is dit:
* is de rijke jongeman bereid om alle rijkdom eraan te geven, om Jezus Christus te volgen?
* zijn wij bereid om al onze vragen en problemen opzij te zetten om samen met God de toekomst in te gaan?

Voor de discipelen klinkt dat irreëel.
Alles aan de kant voor Jezus?
Nou ja, laten we wel wezen: als het zo staat, dan komt er toch helemaal niemand in de hemel?

Jezus zegt: “…bij God zijn alle dingen mogelijk”.
De God van hemel en aarde kan deze vermogende jongeman zo ver brengen dat hij zijn eigen vermogen tot € 0,00 reduceren gaat.
Maar we kunnen dit zeker ook beschouwen als algemeen geldend: mensen zijn voor hun behoud volledig op de genade van God aangewezen. Als God het wil, kan Hij Zijn macht gebruiken om voor kapotte en zondige mensen toch een plaats in de hemel te creëren.

Dit alles inmiddels zo zijnde zitten we nog steeds met die onmogelijkheden waarmee dit artikel begon.
Dit aardse leven kent zijn beperkingen.
U had nog zo graag dit of dat willen doen…
Jij verlangt zo vurig naar…, en dat is onrealiseerbaar; hoe graag je dat ook wilt, het wordt – althans in de komende tijd – helemaal niks. En eigenlijk vind je dat heel verdrietig. Wat moet je ermee?

Laten we eerst bedenken dat God soms langs wegen gaat die wij niet overzien. Gebeurtenissen die totaal onmogelijk leken, vinden soms tóch plaats. Op een onverwachte manier. Op een wijze die wij niet hadden bedacht.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Daarom zeg ik: hoop doet leven. En ook: jij hoeft jouw ideaal niet zonder meer los te laten.

Laten we vervolgens ook overwegen dat Gods Zijn genade geeft in alle omstandigheden van het leven.
Hij geeft de kracht om met het onmogelijke te leven. Hij geeft de energie om teleurstelling, verdriet of zelfs wanhoop in dit aardse bestaan niet de boventoon te laten voeren.

Want altijd geldt dat bekende woord uit Johannes 14, waar Jezus zonder omwegen zegt: “Laat uw ​hart​ niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben”[3].

Alle kinderen van God krijgen gegarandeerd een plaats in de hemel.
Wie zich dat realiseert, zal minder moeite hebben om de mogelijkheden én de onmogelijkheden van het aardse leven los te laten.

Noten:
[1] Marcus 10:27.
[2] Marcus 10:21.
[3] Johannes 14:1, 2 en 3.

31 mei 2018

Leiderschap in de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Hoe gaan we om met leiderschap, ambten en sacramenten?”. Onlangs kwam ik die vraag tegen in een paper over nieuwe vormen van kerk-zijn[1].

Die vraag zet ons met beide benen op de grond.

Nee, ik noteer vervolgens niet dat we middenin de wereld van vandaag gezet worden.
Hoewel het thema in onze tijd vaak langs komt. Ook deze internetpagina legt daar getuigenis van af[2].

Maar overigens is leiderschap ook een kwestie van gisteren.
Zie Exodus 2: Mozes “keek om zich heen, en toen hij zag dat er niemand was, sloeg hij de Egyptenaar dood en verborg hij hem in het zand. En hij vertrok de volgende dag, en zie, twee Hebreeuwse mannen waren aan het vechten. Hij zei tegen de schuldige: Waarom slaat u uw naaste? Maar die zei: Wie heeft u tot leider en rechter over ons aangesteld? Zegt u dit om mij te doden, zoals u die Egyptenaar gedood hebt? Toen werd ​Mozes​ bevreesd, en hij zei: Deze zaak is beslist bekend geworden”[3].
Leiderschap: dat is alle eeuwen door een veel besproken punt.

Dat leiderschap moet door God gegeven zijn.
Stefanus wijst daar in Handelingen 7 op: “Die ​Mozes, die zij afgewezen hadden toen zij zeiden: Wie heeft u tot een leider en rechter aangesteld? hém heeft God als leider en verlosser gezonden…”[4].

Even tussendoor: de in 1668 gebouwde Chiesa di San Moisè, gelegen in de wijk San Marco in Venetië – ook wel San Moisè Profeta geheten – is onder meer aan Mozes opgedragen[5]. Trouwens, in Amsterdam staat ook een Mozes en Aäronkerk[6].
Ik zou zeggen: dergelijke gebouwen zouden aan God opgedragen moeten wezen. Het is immers duidelijk dat Hij de hemelse regie heeft?

Behalve hemelse regie heeft onze Here Jezus Christus ook een heerlijke koopkracht.
Koopkracht, inderdaad. Want Jezus Christus offert Zichzelf op. Letterlijk. Hij kondigt het in Johannes 10 Zelf aan: “Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen”[7].
De Heiland heeft voor ieder kerklid de volle prijs betaald. Van korting kon geen sprake zijn. Maar daarom is nu de weg naar de toekomst open.
De kerk draait niet steeds in hetzelfde cirkeltje rond. Zij trekt blijmoedig verder, door de eeuwen heen. En het is God Zelf die voor betrouwbare leiders zorgt.

Het werd hierboven al opgemerkt: leiderschap wordt door God gegeven.
De apostel Paulus heeft daar bij zijn afscheid van de gemeente te Efeze volgens Handelingen 20 onder meer het volgende over gezegd: “Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de ​Heilige​ Geest​ u tot ​opzieners​ aangesteld heeft om de ​gemeente​ van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed”[8].
Gods gemeente is gekocht door Jezus Christus.
Hij heeft er met Zijn eigen bloed voor betaald!
Gelovige mensen zijn dus enorm kostbaar. Kerkmensen zijn uiterst waardevol. Zij zijn, om het zo eens uit te drukken, de juweeltjes onder de wereldburgers. Zij moeten met grote zorgvuldigheid geleid worden.
Kerkleiders moeten zich daarom met grote regelmaat afvragen: in welke richting moeten wij de kerk sturen? En ook: wat vraagt God in deze tijd van ons?

Gods kinderen zijn onderweg naar de toekomst. Een toekomst die in alle opzichten magnifiek is.
Maar dat wil geenszins zeggen dat kerkmensen onder commando van hun leiders staan. Het zijn geen generaals. Het zijn geen bevelvoerders. Integendeel. Hun gezag is dienend gezag.
En voor het geval dat we dat uit het gezicht mochten verliezen, wil Petrus ons daar in 1 Petrus 5 graag even aan helpen herinneren: “Hoed de kudde van God die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen, maar vrijwillig; niet uit winstbejag, maar bereidwillig; ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn”[9].

Vandaag onderscheidt men over het algemeen, geloof ik, zes leiderschapsstijlen:
* de dwingende stijl
* de gezaghebbende stijl
* de relatiegerichte stijl
* de democratische stijl
* de maatgevende stijl
* de coachende stijl[10].
En de intrigerende vraag is natuurlijk: welke leidersschapsstijl gebruiken we in de kerk?

De relatiegerichte stijl komt misschien het dichtst in de buurt.
In die stijl houdt men zich bezig met het creëren van harmonie. De leider geeft aandacht en houdt rekening met de persoon in zijn geheel; er wordt nadruk gelegd op dingen die mensen tevreden houden. De leider biedt graag zekerheid.

En toch ziet leiderschap in de kerk er anders uit.
Want in dat leiderschap komt de liefde van God altijd uit. En dan gelden die uitbundige woorden uit 1 Petrus 4: “Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door ​Jezus​ ​Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[11].

Leiderschap is nooit een kwestie van: wij hebben gelijk.
Bij alle onenigheid, ruzies en scheuringen in kerkelijk Nederland zien we zo’n houding steeds weer terug. Laten wij onszelf op dit punt regelmatig kritisch beoordelen!

Leiderschap wijst altijd terug naar de liefderijke God.
Zoals Psalm 146 het zegt:
“’t Is de HEER, die aan de armen
recht verschaft in druk en nood,
die uit liefderijk erbarmen
hongerigen voedt met brood,
die gevang’nen vrijheid schenkt
en aan hun ellende denkt”[12].

De kerk leiden?
Nee, dat is niet altijd makkelijk.
Maar in de kerk mogen we elkaar met de woorden van 1 Petrus 5 altijd blijven toeroepen: “Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u”[13]!

Noten:
[1] Zie: Startpaper “Tussen wildgroei en vernieuwing – over de verbinding van nieuwe kerkplekken met de Protestantse Kerk”. Gedownload op woensdag 16 mei 2018 van https://www.protestantsekerk.nl/themas/missionair-werk/mozaiek-van-kerkplekken
[2] Dat is duidelijk te zien als u https://bderoos.wordpress.com/tag/leiderschap/ aanklikt.
[3] Exodus 2:12, 13 en 14.
[4] Handelingen 7:35 a.
[5] Zie bijvoorbeeld https://www.take-a-trip.eu/nl/venetie/bezienswaardigheden/san-moise-kerk-/
[6] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Mozes_en_Aäronkerk
[7] Johannes 10:14 en 15.
[8] Handelingen 20:28.
[9] 1 Petrus 5:2 en 3.
[10] Zie https://www.haygroup.com/nl/services/index.aspx?id=31066 ; geraadpleegd op donderdag 17 mei 2018.
[11] 1 Petrus 4:11.
[12] Psalm 146:5, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] 1 Petrus 5:7.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.