gereformeerd leven in nederland

25 januari 2021

De avond dat het licht blijft

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Vanaf zaterdag 23 januari jongstleden geldt er in Nederland een avondklok. Wij moeten binnen blijven van 21.00 tot 04.30 uur. Men hoopt dat die maatregel een bijdrage zal zijn aan de bestrijding van het COVID 19-virus.
Die avondklok brengt ons vandaag bij de avond dat het licht blijft. Die komen wij tegen in Zacharia 14. Kijkt u maar: “Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft[1].

Laten wij die tekst bezien in het verband: “Op die dag zal het geschieden dat het kostbare licht er niet zal zijn, evenmin de dikke duisternis. Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden. De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige”[2].

In Zacharia 14 gaat het over de dag van de Here. Het is Zijn dag. Gods vrederijk wordt geïntroduceerd! De Here eist de heerschappij over de schepping op. Hij handhaaft Zijn regering; uiteindelijk komt daar helemaal niemand meer tussen.
De komst van dat vrederijk heeft echter ook een keerzijde. Het wordt oorlog! Alle heidenvolken trekken gezamenlijk naar Jeruzalem, de stad van God. Zij willen de stad innemen. Zij willen de boel leeghalen. En dat lijkt ook prima te lukken. Het is een reële oorlogssituatie. Er staat zelfs bij dat de vrouwen in de stad verkracht worden. Plunderingen zijn aan de orde van de dag. Onrecht, rampspoed en algemene treurnis – de profeet Zacharia schetst een uiterst droevig beeld.
Jeruzalem wordt echter niet geheel verwoest. Er blijft nog volk in de stad over; een rest, zogezegd.
En dan zien we de Here in actie! Hij staat op de Olijfberg. Iedereen kan Hem zien. En Hij straalt overmacht uit. Ieder schepsel begrijpt in minder dan één seconde: hier staat de Machthebber van de kosmos! De Olijfberg wordt in tweeën gespleten. Er ontstaat een groot en diep dal. Wordt dat dal een vluchtweg voor goddelozen? Ach, dat zal een illusie blijken te zijn…
De Here komt. Samen met de heiligen, staat erbij. Wie zijn die heiligen? De engelen misschien? Of zijn het toch mensen? De exegeten zijn het er niet over eens.
Hoe dat zij – het is een uiterst merkwaardige dag. De opzet van de dag verraadt al dat de macht in de wereld definitief wordt overgenomen. Het is de omgekeerde wereld: de dag begint met licht en eindigt met dikke duisternis.
De God van hemel en aarde neemt de macht over. Hij regeert overal! Niet alleen in Israël, maar op elke plek van de aarde. Overal zal Zijn zegen merkbaar en voelbaar zijn.
De verhoudingen in de wereld worden weer hersteld. Alles wordt weer zuiver. Het is duidelijk: Gods kinderen zijn veilig, voor altijd. Wat een prachtig perspectief is dat!

Zacharia 14 brengt ons bijna als vanzelf naar het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes. Bijvoorbeeld naar hoofdstuk 21: “En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp”[3]. En ook naar Openbaring 22: “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken. En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn”[4].
Er komt een overvloed van heil, het maximum van vruchtbaarheid aan!
Wij zijn op weg naar de eeuwigheid. Daar zal een en al geluk en vrede zijn!

Geluk en vrede – die beide steken schril af tegen de pas ingevoerde avondklok. Het is de zoveelste beperking, in een ultieme poging het besmettingsgevaar van COVID 19 en zogeheten coronamutanten te keren. Wellicht worden sommigen er wanhopig van. Wat te doen tegen depressiviteit? Wat te doen tegen eenzaamheid? Hoe gaan we om met puberende jeugd die contactarm bij de laptop zit?
Laten we maar tegen elkaar zeggen: de geordende maatschappij van vandaag is, vanwege ons aller gezondheid, aan allerlei grenzen gebonden; maar er komt een hemelse samenleving waarin grenzeloos geluk nimmermeer doorbroken zal worden.
Een onzichtbaar virus heeft de wereld in de war gegooid. Maar het moment komt dat de God van hemel en aarde voor alle wereldburgers te zien zal zijn. Dan komt er een magnifieke ommekeer: de glorieuze heerlijkheid in de woonplaats van God en al Zijn uitverkorenen!

Noten:
[1] Zacharia 14:7.
[2] Zacharia 14:6-9.
[3] Openbaring 21:23.
[4] Openbaring 22:1, 2 en 3.

19 januari 2021

Het lichtpunt van 2021

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Is 2021 een jaar van hoop? Jan en alleman blijkt op zoek te zijn naar lichtpuntjes. Boven een column in het Nederlands Dagblad staat: “2021: jouw jaar”. Daaronder staat te lezen: “Het klinkt misschien heel cliché, maar beweging is voor alles heel erg belangrijk”. En: “Een opgeruimde kamer kan erg bijdragen aan een goed gevoel en energie”. En: “Muziek kan een steun en uitlaatklep zijn voor je gevoelens en emoties”. En: “Wat wil je bereiken in 2021? Stel realistische en haalbare doelen op”[1].
Dat zijn goede tips. Voor jongeren, maar daarnaast ook voor ons allemaal.

Wat willen wij bereiken? Wat is ons hoogste doel? Laten wij volledig op God blijven vertrouwen!

Dat is des te meer van belang in deze tijd, waarin er veel ziekte en dood is. Daarbij mogen we nooit vergeten dat besmettelijke ziekten tekens zijn van Christus’ komst en van de voleinding van de tijd. Lees maar mee in Mattheüs 24: “Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen”[2].
Kerkmensen mogen en moeten het blijven belijden: wij zijn in de hand van God, de Man die ons Hoogstpersoonlijk geschapen heeft!
Jesaja 43 brengt ons terug naar die schepping: “Dit volk heb Ik Mij geformeerd. Zij zullen Mijn lof vertellen. U hebt Mij echter niet aangeroepen, Jakob, maar u hebt zich tegen Mij vermoeid, Israël. U hebt Mij niet uw brandoffers gebracht van kleinvee en met uw slachtoffers hebt u Mij niet geëerd. Ik heb u Mij niet laten dienen met het graanoffer, en Ik heb u niet vermoeid met wierook. U hebt voor Mij met geld geen kalmoes gekocht, en met het vet van uw slachtoffers hebt u Mij niet verzadigd. Integendeel, u bent Mij tot last geweest met uw zonden, u hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden. Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf, en aan uw zonden denk Ik niet”[3].

Al die besmettelijke ziekten houden onze God niet tegen. De almachtige Heer van hemel en aarde staat boven alle ellende van deze wereld. Hij zet Zijn plannen door. Zacharias formuleert het in Lucas 1 zo: het is de bedoeling “dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid voor Hem alle dagen van ons leven”[4].
Het is de Here Zelf die ervoor zorgt dat Hij geprezen wordt. Mensen die door God uitgekozen zijn worden vernieuwd. De Here zorgt Zelf voor een nieuwe start. Hij maakt Zijn volk gelukkig. Hij maakt al Zijn kinderen eerst bereid om op aarde voor Hem te leven. En tijdens hun aardse leven maakt Hij hen gaandeweg geschikt voor een heerlijk hemelleven!

De brandoffers zijn niet gebracht, zegt Jesaja in hoofdstuk 43.
Waarom is dat brandoffer zo belangrijk? Een uitlegger schrijft: “God begon met het brandoffer, omdat dat de grondslag vormde van alle andere offers. Het brandoffer geeft ons een beeld van de grootheid van de Persoon van Christus als Degene die volmaakt in staat was de wil van God te volbrengen, Zijn God en Vader te verheerlijken en de mens in de gezegende positie van een aanbidder te brengen. Het brandoffer was een vrijwillig offer. Het werd vrijwillig aan God gegeven, in tegenstelling tot het zondoffer dat uitdrukkelijk door God vereist werd in bepaalde situaties. Dit aspect van het brandoffer bepaalt ons direct bij de bereidwilligheid van de Heer, reeds bij Zijn komen in deze wereld, om de wil van God te volbrengen”[5].
Wat voor jaar is 2021? Laat het een jaar zijn – en blijven! – in de stijl van Psalm 150:
“Loof Hem om Zijn machtige daden,
loof Hem om Zijn geweldige grootheid”[6].
Gods volk in Nederland bestaat, op de keper beschouwd, uit druktemakers. Als we het niet druk hebben, dan maken we ons wel druk. Welnu – wij moeten ons terdege realiseren dat wijzelf niet zo nodig groot moeten wezen. Onze kerntaak is: het aanbidden van de grote God.
Daarom behoren wij het op allerlei manieren laten blijken: we verdienen er niets mee, maar het werk in en vanuit de kerk is het belangrijkste dat er bestaat. Zo wordt Psalm 9 ook in ons leven waar:
“Psalmzingt de HEER, die eeuwig leeft
en Sion tot zijn woning heeft.
Laat ook voor aller volken oren
de grootheid van zijn daden horen!”[7].  

De graanoffers zijn niet gebracht, merkt Jesaja in hoofdstuk 43 op.
De samenstelling van dat offer blijkt leerzaam te zijn. Iemand schrijft: “Het belangrijkste bestanddeel was meelbloem. Dat is tarwemeel dat was fijngemalen tussen molenstenen en geplet, totdat er geen enkele oneffenheid, ongerechtigheid of onzuiverheid meer in te vinden was; het moest volkomen gelijkmatig zijn. Dat waren de eigenschappen die onze Heer Jezus in iedere stap van Zijn weg hier op aarde kenmerkten. Zijn leven was absoluut volmaakt”[8].
En hoe is dat met ons?
In Hem worden wij geheiligd. Hoe dan? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij: gelovige mensen gaan zich “oefenen in de werken die God in zijn Woord geboden heeft. Als deze werken voortkomen uit de goede wortel van het geloof, zijn ze goed en voor God aangenaam, omdat zij alle door zijn genade geheiligd zijn. Toch worden zij niet in rekening gebracht, als het gaat om onze rechtvaardiging. Wij worden immers gerechtvaardigd door het geloof in Christus, zelfs vóór wij goede werken doen. Anders zouden deze werken niet goed kunnen zijn, evenmin als de vrucht van een boom goed kan zijn, voordat de boom goed is. Wij doen dus goede werken, maar niet om daarmee iets te verdienen”[9].
Jezus Christus is ons leven, schrijft Paulus in Colossenzen 3[10]. Of, om met 1 Johannes 5 te spreken: “En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet”[11].

Dat is uiteindelijk het perspectief dat vanuit Jesaja 43 te zien is. En daarom is het anno Domini 2021 – een jaar van de Here!
Een kamer opruimen? Dat kan reuze nuttig wezen.
Regelmatig bewegen? Dat is heel gezond.
Mooie muziek? Laten we er maar van genieten.
Maar als ons leven in Christus geborgen is gaat de toekomst open. Op die manier wordt 2021 in alle omstandigheden een goed jaar.

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, woensdag 13 januari 2021, p. 24. Rubriek: Huis van Belle.
[2] Mattheüs 24:7.
[3] Jesaja 43:21-25.
[4] Lucas 1:74 en 75.
[5] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/HB266.pdf , p. 15 en 16; geraadpleegd op woensdag 13 januari 2021.
[6] Psalm 150:2.
[7] Psalm 9:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Geciteerd van https://www.debijbelvoorjou.nl/artikel/gedachten-spijsoffer/ ; geraadpleegd op woensdag 13 januari 2021.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.
[10] Zie Colossenzen 3:4 a: “Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is…”.
[11] 1 Johannes 5:11 en 12.

18 januari 2021

Nieuwe toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Alle burgers op deze wereld hebben een verleden. Dat verleden kent hoogte- en dieptepunten.
Er zijn ook heel wat mensen die een verleden met zich mee dragen. Gebeurtenissen van vroeger doen dan bijna lichamelijk zeer. Als die mensen daarover praten komen er zomaar tranen. Dat is heel begrijpelijk. Tegen al die gedeukte mensen mogen we zeggen: er is troost bij God. Wij mogen zeggen: ga maar naar Hem toe en leg Hem uw verdriet gerust voor. Wij mogen zeggen: bid maar om hulp. Wij mogen zeggen: bid maar om mensen die de problemen begrijpen en de tijd nemen om er met een zekere regelmaat met u over te praten. Wat kan het opluchten als wij begrip ontmoeten!

In Jesaja 43 zegt de Here: ‘Kijk maar niet langer naar het verleden. Er komt namelijk wat nieuws aan’. In dat hoofdstuk staat het zo: “Denk niet aan de dingen van vroeger, let niet op de dingen van het verleden. Zie, Ik maak iets nieuws”[1].
En dat is maar goed ook.

Jesaja 42 spreekt boekdelen. Israël hield zich doof voor de dingen die de Here zei. De God van hemel en aarde stuurde Zijn profeten. Maar Gods volk zag hen niet staan. De Here deed er echt alles aan om Zijn volk goed te verzorgen. Het drong allemaal niet tot Gods kinderen door.
Toen stuurde God hen voor straf de ballingschap in. Wonen onder vreemdelingen – dat was aan de orde van de dag. Er kwam oorlog. Het volk werd beroofd. Hoe kwam dat? De hemelse God toornde over zoveel ongehoorzaamheid. Deze natie had Hij uitgekozen. Dit was Zijn volk. Met deze mensen had de hemelse God een verbond gesloten. Maar ach – Israël was zich er eigenlijk niet meer van bewust…

En dan komt in Jesaja 43 de ommekeer.
Want God vergeet de uitverkiezing niet. Eens gekozen blijft gekozen. Hij laat Zijn eigendom niet omkomen. Hij brengt Zijn kinderen bijeen. Het maakt niet uit waar de gekozenen zich bevinden. Zij komen hoe dan ook weer bij elkaar!
Israël moet zich er weer van bewust worden dat Gods uitverkiezing werkelijk uniek is. Heidense afgoden kunnen niet in de toekomst kijken. Heidense afgoden kunnen niet uit de doeken doen hoe het verleden eruit zag. Welnu, de almachtige God kan dat wel. En Hij doet het ook.
De Here zegt: die heidense afgoden moeten steeds weer aan nieuwe verwachtingen voldoen. En het blijkt simpelweg dat die verwachtingen nimmer werkelijkheid worden. Het wordt nooit wat. Teleurstelling en desillusie – dat zijn uiteindelijk de verdrietige typeringen van het leven.
Maar bij de Here is het geheel anders. Want Hij is altijd Dezelfde. En er is geen mens – nee, helemaal niemand! – die de uitvoering van Gods plannen tegenhouden kan. Heel bijzondere plannen zijn het: Babel wordt veroverd door Perzië. Koning Kores zal een grote groep Joden naar Jeruzalem laten terugkeren. Jesaja profeteert er in hoofdstuk 44 over: “Ik ben de Heere, die alles doet: (…) Die over Kores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welbehagen volbrengen, door tegen Jeruzalem te zeggen: Word gebouwd, en tegen de tempel: Word gegrondvest”[2].
Ooit heeft de Here Zijn volk uit Egypte bevrijd. De farao en zijn trawanten probeerden Gods volk nog tegen te houden. Maar die pogingen liepen op niets uit. In Exodus 14 vinden we beschreven wat er indertijd gebeurde: “Mozes strekte zijn hand uit over de zee, en tegen het aanbreken van de morgen vloeide de zee terug naar zijn oorspronkelijke plaats, terwijl de Egyptenaren het water tegemoetvluchtten. Zo stortte de HEERE de Egyptenaren midden in de zee. Want toen het water terugvloeide, bedolf het de strijdwagens en de ruiters van het hele leger van de farao, die hen in de zee achternagekomen waren. Niet een van hen bleef er over. Maar de Israëlieten gingen op het droge, midden door de zee. Het water was voor hen een muur aan hun rechter- en linkerhand”[3].
Welnu – in Jesaja 43 maakt de Here weer een nieuw begin. En er vindt structurele vernieuwing plaats. Trouwens – dat is in Jesaja 42, een hoofdstuk eerder dus, al gebleken: “Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan. Hij zal niet schreeuwen, Hij zal Zijn stem niet verheffen, Hij zal Zijn stem op straat niet laten horen. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken, de uitdovende vlaspit zal Hij niet uitblussen; naar waarheid zal Hij het recht doen uitgaan. Hij zal niet uitdoven, Hij zal niet geknakt worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben gevestigd. De kustlanden zullen uitzien naar Zijn onderricht”[4].
Jezus Christus, de Messias, gaat komen. Hij zal voor de zonden betalen. Hij creëert een nieuw begin: verlossing voor altijd!

Nu komen we weer terug bij al die mensen die een verleden met zich meedragen. Niet zelden zijn ze gedeukt. Kapot, soms zelfs. Er zijn aardig wat mensen die zich schuldig voelen. Hadden ze ’t anders moeten doen? Zouden er manieren zijn geweest om, bijvoorbeeld, allerlei onrecht te stoppen? En de kernvraag is: hoe kan ik de schade van het verleden beperken en verder verwerken?
Pasklare antwoorden op zulke vragen zijn niet altijd te geven.
Ach – er is zoveel verdriet. Er zijn momenten waarop er geen tranen meer zijn
Maar wij mogen het opnieuw noteren: er is troost bij God. Wij mogen zeggen: ga maar naar Hem toe en leg Hem uw verdriet voor.
Maar bij dat alles mogen we nooit vergeten wat de grondoorzaak van alle ellende is. Die is: weglopen bij God. Die is: Gods wet niet eerbiedigen. Die is: zelfredzaam willen zijn. Die is: onze eigen toekomst vorm willen geven.
Wij moeten ons er maar in trainen om het verleden los te laten. Het allerbeste is: overgave aan God. Het allerbeste is: schuilen bij de Heiland. Dat is onze taak; in het persoonlijke leven en in de kerk.
En bedenk het maar, dag aan dag: “Let niet op de dingen van het verleden. Zie, Ik maak iets nieuws”.

Noten:
[1] Jesaja 43:18 en 19 a.
[2] Jesaja 44:24 b en 28.
[3] Exodus 14:27, 28 en 29.
[4] Jesaja 42:1-4.

15 januari 2021

Boodschap bij oversterfte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Dit jaar al 162.000 doden: sinds Tweede Wereldoorlog niet zoveel oversterfte”, aldus meldde RTL Nieuws eind vorig jaar. En daaronder stond: “Dat zijn er 13.000 meer dan verwacht”[1].
Oversterfte – dat is een donker woord in een nogal duistere tijd. Daar komt nog iets bij. Vanwege het nog altijd rondwarende COVID 19-virus is de lockdown in Nederland onlangs met drie weken verlengd. Wat staat ons nog te wachten?

Dat vragen heel wat mensen zich af. Zij kijken om zich heen. In de kring van familie en vrienden is de sterfte vanwege dat gevaarlijke virus niet zelden heel dichtbij gekomen. Dat is heel verdrietig. Het gemis is in heel veel gevallen bijzonder groot.

Is er nog troost in deze soms zo treurige tijd?
Ja, voor de kerk wel. Alleen al omdat zij in Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus belijdt:
“Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven”[2].
En:
“Door zijn kracht wordt onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven, opdat de slechte begeerten van het vlees in ons niet meer regeren, maar opdat wij onszelf aan Christus offeren als een offer van dankbaarheid”[3].  

Kerkmensen hebben minstens één belangrijk kenmerk: dankbaarheid. Ze zijn diep, diep dankbaar voor de betaling van hun zonden door hun Here Jezus Christus.
Daarom kunnen zij het dankgebed van de profeet Jona overnemen: “Wie nietige afgoden vereren, verlaten Hem Die hun goedertieren is. Maar ik, met dankzegging zal ik U offers brengen; wat ik beloofd heb, zal ik nakomen. Het heil is van de HEERE!”[4].
Dat bidt Jona in de buik van de vis.

Wie is Jona?
De internetencyclopedie Christipedia leert ons: “Jona – zijn naam betekent ‘duif’ – kwam uit Gath-Hefer niet ver van Nazareth, in Galilea. Veel weten we niet over Jona, doch hij wordt ook genoemd in 2 Koningen 14:25, waardoor we weten dat hij een profeet was tijdens de regering van Jerobeam II (780-751 voor Christus). Hij begon zijn profetische carrière dus kort na het eind van de bediening van Elisa. Sommige oude joodse bronnen gaan ervan uit dat Jona de zoon van de weduwe van Zarfath zou zijn, waarvoor overigens geen enkel bewijs is.
(…) Waarschijnlijk is het boek Jona geschreven door de profeet zelf, maar het kan ook door één van zijn tijdgenoten opgeschreven zijn”[5].

De geschiedenis van Jona is wel bekend. Hij is, op de keper beschouwd, een dienstweigeraar. Hij monstert aan op een schip dat naar Tarsis vaart. Over die stad leert de internetencyclopedie Wikipedia ons: “Dit zou de stad Tarsus in het huidige Turkije kunnen zijn, maar ook Tartessos in het huidige Spanje. Tartessos wordt in het Hebreeuws ook Tarsis genoemd”[6].
Het schip waarop Jona meevaart komt in een hevige storm terecht. En Gods profeet heeft wel een idee hoe dat komt. Hij weet het best: het is mijn schuld. Hij geeft de zeelui instructie dat zij hem overboord moeten gooien. En aldus geschiedt. En dan zien we opnieuw Gods oneindige macht. Want het is de God van hemel en aarde die er zorg voor draagt dat Zijn woordvoerder opgeslokt wordt door een grote vis.
Vanuit de buik van die grote vis klinkt dus Jona’s gebed op. Hij looft God. Hij prijst God.
De afloop is bekend: na drie dagen spuugt de vis Jona weer uit.

In de christelijke internetencyclopedie Christipedia lezen we: “Jona is een klein boek in het Oude Testament, genoemd naar de hoofdpersoon de profeet Jona, die leefde in de eerste helft van de achtste eeuw voor Christus. Het toont Gods genade jegens de heidense stad Ninevé. Het ‘teken van Jona’, het verblijf van de profeet in de buik van de grote vis, wijst heen naar de dood en opstanding van de Heer Jezus Christus”[7].
Die typering brengt ons op het juiste niveau. Want de lofprijzing die Jona verwoordt is in feite nog maar een voorspel. Onze Heiland, de Here Jezus Christus, betaalt de schuld die de wereld heeft vanwege de zonde die overal doorvreet. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”[8].

Jaren geleden werd in het dagblad Trouw ietwat schalks genoteerd: “Jona heeft iets van een deurwaarder die graag komt ontruimen, maar er een bar slecht humeur van krijgt als de schuld op het nippertje toch nog voldaan blijkt te kunnen worden”[9].
Jona mag dan een nogal dwarse profeet zijn – niets menselijks is hem vreemd! –, deze jolige typering doet hem geen recht.
Jona was een voor-beeld. Hij liet zien hoe Jezus Christus voor onze zonden zou betalen. Ja, tot aan het graf toe – drie dagen lang!

Nu mag de kerk instemmen met Jona’s lof: ‘met dankzegging zullen wij U offers brengen; wat wij beloofd hebben zullen wij nakomen. Het heil is van de HEERE’.
Zo leert Jona ons de Verbondsgod te eren!

Jona preekt in Ninevé. Men zou denken: die Evangelieverkondiging is onnut. Het is parels voor de zwijnen werpen. Maar niets is minder waar. Leest u maar mee in Jona 3: “De mensen van Ninevé geloofden in God. Zij riepen een vasten uit en trokken rouwgewaden aan, van de grootste tot de kleinste onder hen. Toen dat woord de koning van Ninevé bereikte, stond hij op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af, hulde zich in een rouwgewaad en ging in het stof zitten. En in Ninevé werd op bevel van de koning en zijn rijksgroten omgeroepen: Mens en dier, runderen en schapen, mogen niets eten, niet grazen en geen water drinken. Mens en dier moeten in rouwgewaden gehuld zijn en met kracht tot God roepen. Zij moeten zich bekeren, ieder van zijn slechte weg en van het geweld dat aan zijn handen kleeft. Wie weet zal God Zich omkeren, berouw hebben en Zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet omkomen! Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”[10].
De Here God doet een wonder bij een heidenvolk! Hij kan dat – zo groot en machtig is Hij! Onze Evangelieverkondiging is belangrijk, ook vandaag nog. Want ook in deze tijd kan God nog wonderen doen.
De kerk mag en moet het in heel de wereld proclameren: de oversterfte hoeft geen angst aan te jagen. Voor wie gelooft is de dood een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven.
De belijdenis in Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus past naadloos op deze tijd!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5205674/cbs-oversterfte-2020-meer-doden-tweede-wereldoorlog-corona-golf ; geraadpleegd op maandag 11 januari 2021. Het bericht zelf is gedateerd op dinsdag 29 december 2020.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 42.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 43.
[4] Jona 2:8.
[5] Geciteerd van https://www.christipedia.nl/wiki/Jona ; geraadpleegd op zaterdag 9 januari 2021.
[6] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Jona_(boek) ; geraadpleegd op maandag 11 januari 2021.
[7] Geciteerd van https://www.christipedia.nl/wiki/Jona_(boek) ; geraadpleegd op zaterdag 9 januari 2021.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[9] Geciteerd van https://www.trouw.nl/nieuws/jona~be7541ac/ ; Geraadpleegd op geraadpleegd op zaterdag 9 januari 2021. Het artikel zelf is gedateerd op zaterdag 2 november 2002 en werd geschreven door Nicolaas Matsier. Zie voor informatie over Nicolaas Matsier https://nl.wikipedia.org/wiki/Nicolaas_Matsier ; geraadpleegd op maandag 11 januari 2021.
[10] Jona 3:5-10.

14 januari 2021

De realiteit na de dood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In onze wereld is de dood een vast gegeven[1]. Alle mensen hebben ermee te maken. Maar Gereformeerde mensen kijken op een andere manier naar een begraafplaats als mensen die nimmer kerk of klooster van binnen zien. Want Gereformeerden weten: er is een nieuw vaderland – de hemel. Dat is een vaderland dat schitterend is. Een vaderland waarin geluk en vrede de sfeer bepalen.

Dood is dood, zeggen heel veel mensen. Oftewel: na het aardse leven is het afgelopen.
De werkelijkheid is echter heel anders. De dood is, om zo te zeggen, een T-splitsing: men gaat naar de hemel, dan wel naar de hel. In die hel zijn onuitsprekelijke angsten, smarten, verschrikking en helse kwelling permanent aan de orde[2]. De hemel daarentegen is de plaats waar Christus’ overwinning permanent gevierd wordt.
Als het om die triomf gaat spreekt 1 Petrus 3 boekdelen: “Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest, door Wie Hij ook, toen Hij heenging, aan de geesten in de gevangenis gepredikt heeft”[3]. Dat betekent: alle engelen en demonen hebben het Evangelie gehoord. Een exegeet schrijft: “Het werkwoord kerusso wijst op wat in die dagen een heraut van de keizer deed: een proclamatie of bekendmaking op een centraal gelegen plaats in een stad of dorp voorlezen. Zo heeft Christus luid en duidelijk aan de geesten in de gevangenis (…) Zijn overwinning bekend gemaakt. Alle delen van de schepping – alle schepselen – hebben te horen gekregen dat Hij de dood heeft overwonnen”[4].

Het Evangelie is dus overal verkondigd – tot in de geestenwereld toe. Op alle plekken in de kosmos is het rondgebazuind: Jezus Christus heeft de strijd met de satan gewonnen!
In Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus wordt samengevat wat de Heiland daarvoor heeft moeten doormaken: benauwdheid, lijden dat eigenlijk niet in woorden te vatten is, rampspoed en tragiek, diepe pijniging. Dat was de betaling voor de zonden van de hele wereld.
Alle wereldburgers worden opgeroepen om dat Evangelie te geloven.
Wat gebeurt er als de dood komt en wij dat Evangelie niet geloven en naast ons neerleggen? Dan blijft er niets over dan angsten, smarten, verschrikking en helse kwelling.

Dood is dood, zeggen de mensen.
En heel vaak is de dood een goede vriend, zegt men er dan bij. Want met de dood komen ziekte en aftakeling tot een einde. Dat klinkt mooi. Het is zalf op een diepe wond. Intussen gaat men aan de realiteit voorbij.
Want in de hel is God altijd ver weg. Voor eeuwig. Hij staat voor altijd op afstand!
In de hel is er geen warmvoelend contact meer met mensen om ons heen.
Er is geen woord- en antwoordverkeer met God.
Er is totaal geen communicatie meer met mensen in de omgeving.

Misschien hebben we de neiging om te zeggen: dit kunnen we ons niet voorstellen. Wij vragen ons af hoe we dit moeten zien. In dat geval is er een eenvoudige oplossing: laten we om ons heen kijken.
Wat zien wij dan? Wij zien en horen scheldpartijen, bemerken korte lontjes, maken schietpartijen mee. We horen over aardbevingen, schrikbewind en dictatuur. Om over allerlei familievetes en stukgelopen huwelijken maar niet meer te spreken.
In dat alles zien we een klein beginnetje van het helse leven. ‘Het leven is een hel’, zeggen sommigen nu al. Dat is niet waar. Het leven aldáár zal veel en veel erger zijn!
Leven in de hel – dat is het oordeel van God. De wereld leeft daar nu veelal overheen. Als iemand gestorven is hij of zij, voor het besef van velen, een sterretje aan de hemel geworden. Dat klinkt lieflijk. De waarheid is echter dat alle mensen na hun dood te maken krijgen met het vonnis van God. Er bestaan diverse mooie gedachten en verhalen over de ontmoeting met Petrus aan de hemelpoort. Daar zit een zekere romantiek in. Het klinkt allemaal idyllisch, misschien zelfs een beetje sprookjesachtig. Men moet zich echter niet vergissen: na het sterven treedt men de rechtszaal binnen!

Dit alles overdenkend staan gelovige mensen middenin het leven in de kerk. Daar is echte gemeenschap. Daar is liefde voor elkaar. Daar hebben allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap met de Here Christus; zij hebben deel aan al zijn schatten en gaven. Daar is ieder verplicht zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken[5]. Daar is, kortom, het levend geloof in Jezus Christus en Zijn werk.
Nee, het is niet zo dat Jezus eigenlijk maar een gewoon mens was; een man die strijdend ten onder ging en stierf voor Zijn idealen. De Heiland deed borgtochtelijk werk! Hij ontmoette God als Rechter. Hij onderging de gevolgen van het vonnis dat over ons werd uitgesproken.
Zo ging de Heiland feitelijk terug naar Genesis 1 en 3. Door Zijn lijden maakte Hij namelijk een nieuw begin. Hij vervulde de profetie van Jesaja 53: “Toen betaling geëist werd, werd Híj verdrukt, maar Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open”[6].
De Heiland ging niet meteen naar de hemel. Hij zei niet: ‘Mijn werk is voltooid; het zit erop’.
Nee, Hij werd begraven. Net zoals dat met alle mensen gaat.
Het moet voor alle mensen op alle tijden en in alle plaatsen duidelijk wezen: Jezus Christus, de Heiland, is echt dood geweest. Dat wordt in de wereld geproclameerd. Het wordt verteld aan iedereen die het horen wil: Jezus is werkelijk begraven geweest; maar nu leeft Hij weer in de hemel!
Johannes geeft daarvan in Openbaring 5 het bewijs. Hij schrijft: “En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven hoorns en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde”[7]. Het Lam staat tussen de ouderlingen. Jezus Christus is dus volop actief. Ook vandaag. Hij is onze Advocaat. Hij neemt het voor ons op, omdat Hij voor onze zonden betaald heeft!

Die blijde Boodschap geldt voor iedereen die dat Evangelie aanneemt. We mogen het met de woorden van Psalm 122 tegen alle mensen zeggen:
“Laat ons naar ’t huis des HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in”[8].
We leven in een tijd waarin vanwege het COVID 19-virus allerlei beperkingen gelden. En o, wat zouden we graag wat meer vrijheid willen! Welnu, het Evangelie is: echte vrijheid – zonder bederf, zonder verdriet en dood – is alleen bij Jezus Christus te vinden. Het begin van die vrijheid is er al. Het formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen zegt het zo: “Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven. En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet wanhopen en al evenmin in de zonden blijven liggen. Want de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”[9].

Over dat eeuwig verbond mogen wij in de wereld getuigen totdat de Heiland terugkomt op de wolken.
Laten wij bij al dat proclamatiewerk de laatste woorden van de Bijbel maar nooit vergeten: “En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn. Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen”[10].

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op een ongedateerde preek over Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus, van de hand van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H.J. Begemann (1936-1993). Thema en verdeling van die preek luiden als volgt:
Onze dood en ons graf in het licht van Christus’ dood en graf.
1. Christus’ dood als betaling voor onze dood
2. Christus’ dood als overwinning van onze dood.
[2] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 44.
[3] 1 Petrus 3:18 en 19.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 3:19.
[5] De formulering is ontleend aan: Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 55.
[6] Jesaja 53:7.
[7] Openbaring 5:6.
[8] Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 513.
[10] Openbaring 22:19, 20 en 21.

4 december 2020

Een emotionele psalm

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Gereformeerde mensen zijn geconcentreerd op God. Daarom luisteren ze soms niet zo goed naar alles wat er om hen heen gebeurt. Ze missen wel eens wat. Dat is geen schande.
Want wat de Here zegt, dat heeft prioriteit 1! Van het Goddelijke Woord willen zij alles horen, tot de punten en komma’s toe.

Ondertussen hoort men wel eens het verwijt dat Gereformeerden teveel met de hoofdzaken bezig zijn. Met de zaken van het hoofd, dus.
Men hoort wel eens dingen zeggen als: ‘Vroeger was de Bijbel heel belangrijk. Maar het was eigenlijk vooral een zaak van het hoofd. Toen ik kennis maakte met mythes, legendes, verhalen, gnostische geschriften en astrologie ging de wereld er heel anders uitzien. Ik ging meer vanuit mijn gevoel leven’.

Zulke opmerkingen brengen ons vandaag tot de vraag: is de Bijbel eigenlijk een gevoelloos boek? Of ook: leert de Bijbel ons om steeds flegmatieker en laconieker te worden?
Die vragen beantwoordend nemen we ons startpunt in Psalm 85:
“Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal,
want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstelingen
van vrede spreken;
maar laten zij niet tot dwaasheid terugkeren.
Ja, Zijn heil is nabij hen die Hem vrezen,
zodat er eer in ons land woont”[1].

Tijdens de Babylonische ballingschap leek God wel afwezig. Hij stond, om zo te zeggen, met Zijn rug naar Israël toegekeerd. Sterker nog: de hemelse God is verbolgen geweest. Vertoornd. Woedend! Maar al die gramstorigheid en nijd zijn nu weg. De gramschap is nu ten einde. Hoe is dat zo gekomen? Kwam het volk weer bij zijn Schepper terug? Ging het volk de Verbondsgod weer aanbidden? Nee, dat niet. Alles is te danken aan Gods genade. Die genade kwam voort uit Zijn oneindige liefde!
Zo bezien is Psalm 85 één brok Goddelijke emotie. En de luisteraars mogen het ook gerust in hun hart voelen:
* de Here bemoeit Zich weer met ons!
* de vrede is weer getekend
* wat een opluchting!

Intussen staat de Babylonische ballingschap ver van ons af.
Maar gáán christenen van de eenentwintigste eeuw ook voor het eren van God? Het antwoord is duidelijk: lang niet altijd. Nee, zij doen lang niet altijd alle mogelijke moeite om in de kerk te komen. Vanuit een menselijk standpunt bezien is dat ook wel te begrijpen. Er is in onze tijd heel wat dat ons geloof aan de kant drukt. Een pandemie, problemen in de familie, autisme… – ach, er is zoveel wat ons bezighoudt! 
Een exegeet noteert bij dit kerklied dan ook: “Psalm 85 benoemt een spanning tussen de eerdere verlossing en het feit dat men nog steeds onderdrukking ervaart. Het verlossende handelen door God betekent blijkbaar niet dat de definitieve verlossing al bereikt is. De psalm ziet uit naar Gods toekomst en daarin zijn overeenkomsten met het slot van het boek Jesaja”.
Maar diezelfde uitlegger schrijft ook:
“Hier is een parallel te trekken met de boodschap van het Nieuwe Testament. Een christen belijdt dat Jezus na zijn lijden de dood heeft overwonnen, is opgestaan uit de dood en zit aan de rechterzijde van de Vader. Toch worden we nog steeds geconfronteerd met de werkelijkheid van zonde, lijden en dood. Pas bij de wederkomst van Christus worden die vernietigd. Voor een gelovige is het vaak lastig om met deze gebrokenheid om te gaan en hij kan zelfs verflauwen in het geloof. De spiegel die de psalm gelovigen voorhoudt, is om vanuit de bestaande nood God te blijven aanroepen. Hierbij zijn Gods daden in het verleden een aanleiding Hem te vragen nu en in de toekomst op eenzelfde wijze te handelen.
Deze psalm beschrijft het soevereine werk van God. Hij bevrijdde zijn bondsvolk uit vrije genade en zal ook aan het volk dat Hem is toegewijd, in de toekomst bevrijding schenken”[2].

Wat kunnen emoties heftig zijn! Wat kan het leven zwaar wezen!
Welnu, te midden van al die moeilijkheden, al die drukte en alle emoties roept de God van alle leven ons op om naar Sion te komen. De God van hemel en aarde geeft een antwoord aan allen die tot Hem roepen.
Iemand zegt: ‘Ik hoor dat antwoord niet. En ’t is al zo moeilijk!’. Rechtgeaarde kerkmensen mogen in die situatie zeggen: blijf naar de kerk gaan! Zij mogen zeggen: blijf maar roepen! Zij mogen zeggen: herinner God maar aan Zijn beloften! Zij mogen op het verleden terugblikken en vervolgens vanuit hun geloofszekerheid opmerken: er komt een moment dat God ons genadig zal wezen; misschien niet vandaag of morgen, misschien niet in de komende jaren, ja zelfs misschien pas na onze dood – maar dat moment komt eraan!
En daarom geldt in de kerk: de redding komt eraan. Alle kromme en schier onverdraaglijke situaties worden weer recht. Als Hij er is, breekt er een magnifieke vrede aan.
Om met Jesaja 62 te spreken: “Ga door, ga door, de poorten door, bereid de weg voor het volk, verhoog, verhoog de gebaande weg, zuiver hem van stenen, steek een banier omhoog boven de volken. Zie, de HEERE heeft het doen horen tot aan het einde der aarde: Zeg tegen de dochter van Sion: Zie, uw heil komt, zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich en Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit. Zij zullen hen noemen: het heilige volk, de verlosten van de HEERE, en u zult genoemd worden: Gezochte, Stad die niet verlaten is”[3].
Alsdan zullen negatieve emoties, ja ook diepe depressies, niet meer aan de orde wezen.
Dan hebben mythes, legendes, verhalen, gnostische geschriften en astrologie afgedaan.

Noten:
[1] Psalm 85:9 en 10.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; ‘Boodschap’ van Psalm 85.
[3] Jesaja 62:10, 11 en 12.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.