gereformeerd leven in nederland

12 februari 2019

Bewaking van bovenaf

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs stelde schrijver dezes zich een ogenblik voor dat hij van kerk en geloof in het geheel niets af wist. Toegegeven – dat is eigenlijk onvoorstelbaar.
Maar dat daargelaten – hoe zou de schrijver van dit artikel in dat geval onderstaande passage uit 1 Petrus 1 lezen?

“Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote ​barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden, tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare ​erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u. U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd”[1].

Opnieuw geboren worden…?
Een erfenis die nooit oud en ouderwets wordt…?
Een erfenis die in de hemel in bewaring wordt gehouden…?
Kerkmensen die permanente persoonlijke bewaking hebben…?
Een lezer die niet vertrouwd is met kerk en geloof zal thans waarschijnlijk vertwijfeld naar zijn of haar hoofd grijpen. Waar gaat dit over?

De eerste lezers van deze brief zijn bekend geworden met het Evangelie van vergeving en verlossing. De hemelse God heeft Zijn kinderen uitgekozen, en hen bij Zich geroepen: u hoort bij Mij!
Zo werden zij opnieuw geboren. Het leven kreeg een nieuwe start.

De erfenis – dat is het Koninkrijk van God. Die luisterrijke monarchie is er al.
Er komt een moment dat die volledig zichtbaar zal worden. Een prachtig Koninkrijk is het – zo perfect dat het in aardse begrippen niet te beschrijven is.
Er komt een tijd dat gelovige mensen een plaats in de hemelse heerlijkheid zullen krijgen. Dan krijgt hun bestaan een volstrekt nieuwe en absoluut magnifieke dimensie.
Onze voorvaderen hebben al zo’n volmaakt bestaan. Mijn grootvader van moeders kant bijvoorbeeld. Jan Modderman zou vandaag 122 jaar geworden zijn. Op aarde werd hij 88 jaar; hij overleed in 1985. In de hemel leeft hij echter heerlijk verder![2]

Hier op aarde hebben kinderen van God permanente bewaking om zich heen.
Dat zou je niet zeggen. Want met gewone aardse ogen zie je dat niet. Maar Gods Woord laat het ons weten.
De Here vraagt vertrouwen in Zijn grote kracht.
De Here vraagt geloof in Zijn verlossingswerk.
Eén ding is zeker – de God van hemel en aarde zorgt ervoor dat de ontwikkelingen verder gaan. Hij draagt zorg voor de komst van de nieuwe hemel en de aarde!

Tegenwoordig zijn er over de ontwikkelingen van de aarde, en over de mensen op die aarde, allerlei theorieën.

Neem nu bijvoorbeeld het verhaal van de Israëliër Yuval Harari.
Hij vraagt zich af hoe de mens zich heeft ontwikkeld tot de hedendaagse heerser die hij nu is.
Dat komt, zegt Harari, omdat de mens gaandeweg betere hersenen kreeg. De mens verwierf taal, en kon zodoende sociale relaties aangaan. De sterkste en slimste mensen overleefden voortdurend; dat waren met name de mensen die er in slaagden om groepsgewijs te vechten.
Hoe gaat het, in deze tijd van internet en sociale media, verder?
Er zal een grote groep ontstaan die de concurrentie met de technologie niet meer aankan. Een andere groep zal, om zo te zeggen, gaan samenleven met de techniek en zo overleven. Die mensen noemen we de transhumanisten.
Het zou, meent Harari, wel eens zo kunnen wezen dat we twee ‘soorten’ mensen krijgen:
* supermensen die gezondheid en creativiteit kunnen kopen
* een massa arme mensen, die in het geheel geen economische waarde meer heeft[3].

Eigenlijk komt het er, zegt Harari, op neer dat we alleen zullen overleven als we de juiste lessen leren: laten we dus verstandig met de aarde en met elkaar omgaan!
Terecht schreef iemand in het Reformatorisch Dagblad: “De belangrijkste conclusie die uit Harari’s bestsellers kan worden getrokken, is dan ook dat de mens op drift is geslagen, waardoor er vanuit seculier perspectief geen weg terug meer is. Tegelijkertijd houdt hij ook christelijke lezers regelmatig een spiegel voor. De mens is door zijn levensstijl al een soort machine geworden. Christenen en niet-christenen kunnen als een robot leven zonder tot cyborg te evolueren. Die les kunnen ook christenen in de 21e eeuw zeer ter harte nemen”[4].

Nee, de mens moet geen cyborg worden, dat is: half mens, half machine.
De mens moet geloven in de Borg!
De mens moet vertrouwen op de Borg!
Wij moeten geloven in de Here Jezus Christus, de Man die de weg naar de hemel geopend heeft. Bij Hem en met Hem is er altijd een weg vooruit.
Zelfs als de dood dichtbij is. De opstanding van de Heiland voorspelt onze volmaakte toekomst: opstaan en tot in eeuwigheid gelukkig zijn in de woonplaats van God, de hemel.
Daar kan geen robot tegen op.
Daar kan de zogeheten cyborg niet tegen concurreren. Stop dus maar met dat gepraat over het menselijke evolueren!

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.H. van der Hoeven (1914-2004) die in een preek over 1 Petrus 1:3-5 eens opmerkte: “… nu is het al moeilijk om tot geloof te komen. Maar daarin zullen we vertrouwen op Hem, die door Zijn Heilige Geest wederbaart en tot het nieuwe leven brengt. Die de wanhoop uit mensenharten wegneemt en mensenharten vervult met de hoop van het eeuwige leven.
En in het geloof volharden, geloven in de eeuwige erfenis van de nieuwe hemel en van de nieuwe aarde, en intussen overladen worden met problemen, vragen en kwesties…dat is al even moeilijk als tot geloof komen. Hoe zullen erfgenamen bezitters van de erfenis worden, wanneer ze niet geloven, dat die voor hen bestemd is?
Maar hoor nu. Die erfgenamen (…) worden ‘in de kracht Gods bewaard door het geloof tot de zaligheid, die gereed ligt om geopenbaard te worden’ (…). Is het niet prachtig?
Christus heeft op de Paasdag de erfenis in handen gekregen; Hem ‘is gegeven alle macht in hemel en op aarde’ (Mattheüs 28:20). En Hij is ten hemel gevaren om die erfenis weg te leggen en te bewaren voor Gods gekochte volk”[5].

Zeg het maar zo: de hemelse Bewakingsdienst is actief!

Op een website van de NRC staat te lezen: “Alle verhalen die ons een identiteit geven en ons doen opgaan in een groter geheel – of dat nu nationalisme, kapitalisme of religie is – moeten we wantrouwen, is de boodschap van Harari’s boeken. Ze draaien ons een rad voor ogen, ook al is het een economisch lucratief rad of geeft het ons leven tijdelijk zin. Voor betekenis, en om werkelijk onze plek te kennen in de geschiedenis kunnen we ons alleen naar binnen keren”[6].
Onze reactie kan thans kort zijn: wie alles van de hemelse Heiland verwacht komt pas echt goed uit!

Noten:
[1] 1 Petrus 1:3, 4 en 5.
[2] Een foto van de steen op het graf van Jan Modderman en zijn vrouw Janna Modderman-Kreuijer te vinden op https://www.online-begraafplaatsen.nl/zerken.asp?sortpers=overleden&command=showgraf&bgp=1327&grafid=970425&char=K ; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Yuval_Noah_Harari ; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.
[4] Geciteerd uit “Yuval Harari breekt met geloof in vooruitgang”. In: RD Vrijdag – Cultuur, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 1 februari 2019, p. 10 en 11; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.
[5] De betreffende preek is gedateerd op zondag 26 april 1964. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Onze Here Jezus Christus leert Zijn kerk het lied van de levende hoop
Hij leert dat Zijn kerk door te wijzen op:
1. de Erflater Jezus Christus, die is opgestaan (vers 3);
2. de erfenis, die in de hemel is weggelegd (vers 4);
3. de erfgenamen, die in de kracht van God worden bewaard (vers 5).
[6] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2018/08/30/tussen-berusting-en-maakbaarheid-a1614748 ; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.

25 januari 2019

Aan alle armlastigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Arm zijn – dat maakt het leven moeilijk. Zorgelijk. En bij tijden vreugdeloos.
Als mensen aan het einde van hun geld nog een stuk maand over hebben, dan stemt dat verdrietig. Soms lijkt het wel alsof zij in een cirkeltje ronddraaien.
Soms lijkt het wel alsof zij tot armoede veroordeeld zijn.
Soms lijkt het wel alsof er geen betere tijden meer komen.

Wie let er nog op armoedige mensen?
Er is minstens Eén die oog voor zulke mensen heeft.
Leest u maar mee in Leviticus 23: “Wanneer u de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker bij het binnenhalen van uw oogst niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. U moet het laten liggen voor de arme en de vreemdeling. Ik ben de HEERE, uw God”[1].

In Leviticus 23 gaat het over de oogst. Het moet duidelijk zijn: de oogst komt uit de hand van de Here, en moet aan Hem gewijd zijn. Hij geeft de grondstoffen om voedsel te kunnen produceren. Hij geeft de werkkracht om in deze wereld te doen; die kracht komt uit het voedsel waar Leviticus 23 het oog op heeft.

Er kunnen omstandigheden zijn waardoor er armoede ontstaat, en – misschien wel levenslang – aan de orde van de dag blijft[2]. En dat weet de Here natuurlijk ook. Daarom treft Hij Zijn maatregelen.
Zie bijvoorbeeld Leviticus 25: “En wanneer uw broeder in armoede raakt en met lege handen staat, dan moet u hem steunen, ook als hij een ​vreemdeling​ en bijwoner is, zodat hij bij u in leven blijft”[3].
En Deuteronomium 15: “…armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land”[4].
En Marcus 14, waar Jezus zegt: “Want de armen hebt u altijd bij u en wanneer u wilt, kunt u hun weldoen, maar Mij hebt u niet altijd”[5].
Gods volk laat zich, als het goed is, stimuleren door de barmhartigheid van de Gever van gulle gaven!

Hoe staat het eigenlijk met de armoede in de wereld?
Het gaat, als men naar de percentages kijkt, heel goed. Het Nederlands Dagblad meldde onlangs: “Nooit eerder was de extreme armoede in de wereld (…) zo laag als nu. Waar in 1990 nog een derde van de totale wereldbevolking moest leven van minder dan 1,90 dollar (€ 1,65) per dag – de officieel gedefinieerde grens van extreme armoede – gaat het inmiddels om 10 procent van de mensheid”.
Maar ook:
“Toch moet je je niet blindstaren op de percentages (…). Het absolute aantal mensen dat in extreme armoede leeft, is vooral vanwege hoge geboortecijfers in arme landen nog steeds erg hoog: 736 miljoen. En veel rapporten tonen aan dat juist de allerarmsten nauwelijks bereikt worden”.
Een deskundige zegt: ‘Alle vooruitgang ten spijt is het inkomen van de armsten van de armsten de afgelopen decennia niet veranderd. Het gaat dan voornamelijk om inwoners van kwetsbare regio’s die te maken hebben met conflicten’.
Volgens die expert “is het niet mogelijk om extreme armoede over pakweg tien jaar uit te bannen. Ook in het armoederapport van de Wereldbank klinkt scepsis door. Om het gestelde doel van 3 procent te bereiken, ‘moeten de armste landen ter wereld in een tempo groeien dat de ontwikkelingen uit het verleden ver overtreft’”.
Maar er zijn volgens hem ontwikkelingen die de gedachte voeden dat “de wereld ooit in staat zal zijn om nagenoeg alle extreme armoede uit te bannen en de kloof tussen arm en rijk minder groot te maken”[6].

Dat klinkt prachtig.
Maar zei Jezus Zelf niet: “de armen hebt u altijd bij u”?
Armoede zal altijd blijven bestaan, hoe optimistisch men daar ook over doet.
Onrecht zit in de vezels van deze zondige wereld.

In die wereld mag en moet de kerk recht doen. En dat hoeft niet zo nodig uitgebreid rondgetoeterd en gepubliceerd te worden.
Niet voor niets zegt Jezus in Mattheüs 6: “Wanneer u dan een liefdegave geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars in de ​synagogen​ en op de straten doen, opdat zij door de mensen geëerd zouden worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al. Maar als u een liefdegave geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet, zodat uw liefdegave in het verborgene zal zijn; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden”[7].

Armoede is onder meer een beproeving vóór, een test ván de kerk. Immers – de Heer van hemel en aarde roept Zijn kinderen op om te helpen waar zij kunnen.
Laten wij elkaar wijzen op Lucas 6. Daar zegt Jezus: “Wees dan ​barmhartig, zoals ook uw Vader ​barmhartig​ is”[8].
En:
“Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden”[9].
Een exegeet verklaart de bovenstaande tekst zo: “Graan neemt door schudden minder ruimte in en daardoor kan een inhoudsmaat meer bevatten. Men gebruikte in het Oude Oosten de ‘plooi’ (…) van de mantel boven de gordel wel als zak. Daarin kon men een flinke hoeveelheid graan meenemen”[10].
De Here geeft altijd mogelijk om te geven. Dat hoeft overigens lang niet altijd in materiële zin te zijn!

Laten wij nog eens dat laatste zinnetje lezen van het eerste citaat in dit artikel: “Ik ben de HEERE, uw God”.
De Here staat boven het gewoel der volkeren. Als Hij een dienstorder geeft, dan moet het volk van God in actie komen.
De Here geeft Zijn volk energie om misstanden aan te pakken. Dat laatste zinnetje betekent dus ook: pak de boel maar aan; het kan, want Ik ben erbij.

Tenslotte nog dit.
Misschien is het bij sommige lezers van deze internetpagina armoedje troef.
Misschien loopt u geregeld bij een voedselbank naar binnen.
Misschien weet u heel vaak niet meer hoe het verder moet.
Laten wij elkaar dan wijzen op een zin uit de tweede brief van Paulus aan de Corinthiërs. In hoofdstuk 8 van die brief doet hij een oproep tot vrijgevigheid. En daar schrijft de apostel: “Want u kent de ​genade​ van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden”[11].
Als u uw laatste eurocent moet omdraaien, mag u bedenken: in het nieuwe vaderland – de hemel – zal een ongekende rijkdom mijn deel zijn.
Zo kunnen we samen toch Psalm 37 zingen:
“Blijf aan de HEER uw wegen toevertrouwen,
verheug u in uw God, bewoon het land,
wees Hem getrouw, Hij zal uw toekomst bouwen.
Doe steeds wat goed is, want zijn trouw houdt stand!
Al wat uw hart begeert, zult u aanschouwen,
Hij zorgt voor u en leidt u door zijn hand”[12].

Noten:
[1] Leviticus 23:22.
[2] In deze alinea maak ik onder meer gebruik van https://visie.eo.nl/2018/10/geen-armoede/ ; geraadpleegd op maandag 21 januari 2019.
[3] Leviticus 25:35.
[4] Deuteronomium 15:11.
[5] Marcus 14:7.
[6] Sanne van Grafhorst, “Naar een wereld zonder armoede – na 2030”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 19 januari 2019, p. 8 en 9.
[7] Mattheüs 6:2, 3 en 4.
[8] Lucas 6:36.
[9] Lucas 6:38.
[10] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 6:38.
[11] 2 Corinthiërs 8:9.
[12] Psalm 37:2 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 januari 2019

Erfenis en erfgenamen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe weet je dat je een kind van God bent?
Kent, erkent en herkent God mij wel als een uniek kind van Hem?
Dat zijn vragen die u en ik nog wel eens in de kerk horen.
Sterker nog – in kerkgenootschappen als de Gereformeerde Gemeenten kwellen zulke kwesties vele zielen.
Welnu – de goede God geeft Zelf het antwoord op dergelijke vragen.

Dat de vragen waarmee dit artikel begint ook wel eens in de kerk te horen zijn mag overigens geen wonder heten.
Want onze geest moet ervan overtuigd worden: ik hoor bij God. Van nature denken we dat niet. We lopen graag een beetje in de wereld rond om te zien waar de aardige mensen wonen en waar de leuke dingen te vinden zijn.
En nee, van nature zijn we geen kerkgangers.
Nee, van nature hebben we geen talent voor mooie en Godvrezende gebeden.

Welnu, in de kerk mogen we ons laten helpen.
Paulus schrijft er in Romeinen 8 over. Ik citeer:
“De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij ​kinderen​ van God zijn. En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[1].

Er staat: de Geest Zelf getuigt met onze geest.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Francke (1908-1990) heeft daarover eens geschreven: “Er staat, dat Gods Geest samen met onze geest betuigt. Er zijn twee getuigen en twee getuigenissen, al is het getuigenis gelijkluidend. Zij getuigen niet onafhankelijk van elkaar: Gods Geest werkt door het evangelie in ons de geloofszekerheid omtrent het kindschap, maar het gaat hier over het getuigen voor Gods rechtbank boven. Wanneer wij in ons gebed God als Vader aanspreken (…) en daarmee getuigen dat wij Gods kinderen zijn (…), getuigt tegelijk ook de Geest voor de Vader: Ja, dit zijn uw kinderen!”[2].
Paulus brengt ons dus in de sfeer van de rechtbank.
Ons getuigenis wordt in de hemel bevestigd.
Overigens kan de Geest natuurlijk ook zeggen: het getuigenis van deze man of vrouw is niet waar; het is niet echt een kind van God…

Paulus schrijft over de erfenis.
Wat erven kinderen van God dan? Antwoord: de nieuwe aarde, waar de glorie van God overal in zit en overal van afstraalt.

Die erfenis krijg je door de gerechtigheid van het geloof.
Wij zien dat in Romeinen 4: “Want niet door de wet is de belofte aan ​Abraham​ of zijn nageslacht gedaan dat hij een erfgenaam van de wereld zou zijn, maar door de ​gerechtigheid​ van het geloof”[3].
Dat betekent: Abraham geloofde de belofte over zijn nieuwe vaderland, Kanaän. Echter: Kanaän is nog maar het begin. Dat blijkt in Mattheüs 5. Daar zegt Jezus: “Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven”[4].
In 2019 mogen kinderen van God dat nog steeds geloven. Nu moeten we soms nog onrecht verdragen, maar er komt een tijd dat dat heel anders wordt!
Paulus schrijft aan de christenen in Galatië dan ook: “En als u van ​Christus​ bent, dan bent u ​Abrahams​ nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen”[5].

Wat moeten wij in 2019 met bovenstaande Bijbelse gegevens aanvangen?

We leven in een tijd waarin we graag uniek willen zijn.
Die trend zien we vooral bij jongeren.
Niet zo lang geleden meldde het Nederlands Dagblad: “Jongeren willen graag uniek zijn en uitstijgen boven de rest. Die trend zien jeugdwerkers in verschillende kerken.
Authentiek en jezelf zijn is voor de huidige generatie jongeren niet voldoende. Ze willen uniek zijn, anders dan alle anderen. Die trend legt druk op jongeren, zien jeugdwerkers in kerken. De drang om boven het geheel uit te stijgen, is het belangrijkste aandachtspunt uit het overzicht van jeugdtrends (12 tot 24 jaar) van dit jaar”.
En:
“Jongeren kijken zelf naar zogenoemde influencers, die zich weten te onderscheiden van de rest. Youtubers, bijvoorbeeld. Dat zijn vaak jongvolwassenen die duizenden of zelfs miljoenen volgers hebben op hun YouTube-kanalen. Niet dat de jongeren hetzelfde willen zijn en doen als die influencers, maar ze willen wel net zo uniek zijn”[6].
Nu lezen we in de Bijbel dat al Gods kinderen erfgenamen van Christus zijn. Zo uniek is dat blijkbaar niet… Is het eigenlijk wel de moeite waard om een gelovig kind van God te zijn?

Laten wij, als wij zulke gedachten hebben, niet vergeten dat in Romeinen 8 ook te lezen is: “En Hij Die de ​harten​ doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de ​heiligen​ pleit”[7].
Gods Geest woont in de harten van Zijn kinderen.
God hoort de woorden die Zijn Geest in die harten spreekt.
Maar als God die harten doorzoekt en naar de Heilige Geest luistert, ziet Hij natuurlijk ook wat er in die harten omgaat. Hij inspecteert de harten. Hij ziet precies wat mensen bezig houdt. Hij ziet precies wat de unieke eigenschappen van Zijn kinderen zijn. Hij weet hoe verschillend zij zijn. Hij weet hoe zij elkaar aanvullen.
Om met Psalm 26 te spreken:
“Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef,
toets mijn nieren en mijn ​hart.
Want Uw goedertierenheid houd ik voor ogen,
ik wandel in Uw waarheid”[8].
En de Spreukenleraar zegt:
“Graf​ en verderf liggen open voor de HEERE –
hoeveel te meer de ​harten​ van de mensenkinderen”[9].

De God van hemel en aarde kent al Zijn unieke schepselen. Van haver tot gort, zogezegd.
En al die unieke mannen, vrouwen en kinderen krijgen samen de erfenis.
Van delen is in dit geval geen sprake. In dit speciale geval geldt: iedereen krijgt alles. En alles wordt volmaakt.
Alle gaven van al Gods kinderen worden immer en altijd gebruikt.
Eens zullen al Gods kinderen zien “wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen”. Zo staat dat in Efeziërs 1[10].
Dan zullen we nog eens zien hoe magnifiek en roemrijk onze erfenis is!
Het is een al kleur en fleur; het is allemaal even prachtig!
Samen zullen we dan tonen hoe subliem onze God is!

Noten:
[1] Romeinen 8:16 en 17.
[2] Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof; Schetsenbundel over de brief aan de christenen te Rome”. –  Groningen: De Vuurbaak bv – derde druk, 1984. – p. 88. Overigens maak ik ook in het onderstaande dankbaar van die publicatie gebruik.
[3] Romeinen 4:13.
[4] Mattheüs 5:5.
[5] Galaten 3:29.
[6] ‘Jezelf zijn is niet genoeg voor jeugd’. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 18 januari 2019, p. 6.
[7] Romeinen 8:27.
[8] Psalm 26:2 en 3.
[9] Spreuken 15:11.
[10] Efeziërs 1:18.

23 januari 2019

Over de dood héén

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Psalm 16 is, zo lezen wij in Gods Woord, een kleinood. Een kostbaar lied. Miktam staat er in het Hebreeuws. Dat woord betekent: geheim, een lied vol van diepe inhoud, dat voor de grote massa niet te begrijpen is[1].

In deze Psalm vraagt de componist – dat is David – om bescherming. Hij zoekt een toevluchtsoord. Waarom?
Heel duidelijk is dat niet.
In de volgende psalm – 17 –, die een gebed van David is, wordt gesproken over goddelozen die Davids leven ruïneren. En over doodsvijanden die hem bedreigen[2]. Zou er in Psalm 16 net zoiets aan de hand zijn?

David is duidelijk: de Enige die Hem werkelijk redden kan is zijn God. Hij belijdt het met overtuiging: er gaat niets en niemand boven Hem.
Bij Hem voelt hij zich thuis. Blijmoedig neemt hij ook zijn plaats in in de gemeenschap van mensen die God aanbidden en eren. Hij wordt blij als hij hen bezig ziet.
David ziet echter ook mensen die afgoden dienen. En hij weet: hen wacht straf. En ook eindeloos diep verdriet en pijn.

Hoe dat zij – David heeft in zijn leven een duidelijke keuze gemaakt. Hij dient de Here. En dat zal ook altijd zo blijven.
De dichter ervaart: de Here geeft levensruimte. Hij weet wat zijn eindbestemming is. Hij weet waar het naar toe gaat in het leven.
Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant N. Bruin (1919-1977) die in een preek het tweede deel van Psalm 16 eens zo samenvatte: “Reeds nu leert de God van het leven ons de vreugde vanwege dat leven.
1. Van Hem is de toezegging van het leven
2. Van Hem is de zekerheid van het leven
3. Van Hem is de volheid van het leven”[3].
Er zit dus een opbouw in Psalm 16: het gaat van belofte, via garantie naar de heerlijkheid.

Als David zijn taken uitvoert, geeft de Here daarvoor alle gelegenheid. En David weet: ik hoor bij een grote massa mensen, die allemaal kinderen van God zijn. Door Hem geliefd. Door Hem geleid.
Jazeker – op deze aarde is de Here er ook bij. Hij is begeleider en adviseur. Overal en altijd.
En wat meer is: David weet zeker dat de God van hemel en aarde er Persoonlijk voor zorgen zal dat Hij niet in dood en graf blijft steken.
Jezus belooft het in Johannes 8 ook: “Als iemand Mijn woord in acht genomen heeft, zal hij beslist de dood niet zien tot in eeuwigheid”[4].
De Nederlands Gereformeerde predikant F. van Deursen verduidelijkt in de commentaarserie ‘De voorzeide leer’ het slot van Psalm 16 als volgt: “Dat betekende natuurlijk niet, dat David verwachtte nooit te zullen sterven en nooit te zullen begraven worden, maar dat hij als levende ziel en als sterfelijk mens (‘vlees’) niet voor eeuwig een prooi van het verderf in het graf zou worden”[5][6].

Davids conclusie is jubelend:
“U maakt mij het pad ten leven bekend;
overvloed van blijdschap is bij Uw aangezicht,
lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, voor altijd”[7].

Hoe weet David dat allemaal zo zeker?
Dat weet hij omdat Hij profetisch vooruitkijkt.

De vervulling van zijn profetische woorden komen wij tegen op de eerste Pinksterdag, in Handelingen 2.
Ik citeer:
“Want ​David​ zegt over Hem: Ik zag de Heere altijd voor mij, want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen. Daarom is mijn ​hart​ verblijd en mijn tong verheugt zich; ja, ook zal mijn vlees rusten in hoop, want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten en Uw ​Heilige​ niet overgeven om ontbinding te zien. U hebt mij de wegen ten leven bekendgemaakt. U zult mij vervullen met vreugde door Uw aangezicht. Mannenbroeders, het is mij toegestaan over de aartsvader ​David​ vrijuit tegen u te zeggen dat hij én gestorven én ​begraven​ is, en dat zijn ​graf​ tot op deze dag bij ons is. Aangezien hij een ​profeet​ was en wist dat God hem met een eed gezworen had dat Hij uit de vrucht van zijn lichaam, voor zover het zijn vlees betrof, de ​Christus​ zou doen opstaan om Hem op zijn troon te zetten, daarom voorzag hij dit en zei hij over de opstanding van ​Christus​ dat Zijn ziel niet is verlaten in het graf en dat Zijn vlees geen ontbinding heeft gezien.
Deze ​Jezus​ heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn”[8].

Trouwens, in de synagoge in Antiochië memoreert de apostel Paulus hetzelfde nog eens. Zie Handelingen 13.
De Godsgezant expliceert daar “dat Hij Hem uit de doden heeft doen opstaan om niet meer tot ontbinding terug te keren, heeft Hij zó gezegd: Ik zal u de weldaden van ​David​ geven, die betrouwbaar zijn; daarom zegt hij ook in een andere psalm: U zult Uw ​Heilige​ niet overgeven om ontbinding te zien. Immers, ​David​ is ontslapen nadat hij in zijn tijd het raadsbesluit van God uitgediend had, en hij is bij zijn vaderen gelegd en heeft wel ontbinding gezien; maar Hij Die God opgewekt heeft, heeft geen ontbinding gezien.
Laat het u dan bekend zijn, mannenbroeders, dat door Hem aan u ​vergeving​ van de ​zonden​ verkondigd wordt en dat ieder die gelooft, door Hem gerechtvaardigd wordt van alles waarvan u door de wet van ​Mozes​ niet gerechtvaardigd kon worden”[9].

De God van hemel en aarde geeft David een profetische blik in de toekomst.
Anno Domini 2019 profiteert de kerk bij de uitleg van Gods Woord nog steeds van Davids inzicht!

Terug nu naar Psalm 16.
David zal nog gaan sterven – jazeker. En dat weet hij ook best. Maar vanwege het Goddelijk ingrijpen is David in staat om over de dood heen te kijken.
En hij weet: de dood heeft niet het laatste woord!

In de hierboven reeds geciteerde preek over Psalm 16 zei dominee Bruin indertijd over sterven en dood: “Dan nóg laat God zich kennen als de Here bij wie de volheid van het leven is. De weg naar de toekomst, waarin we Hem mogen dienen zonder mankeren en zonder ophouden, wordt doorgetrokken. Het wacht nog op de opstanding van de laatste dag.
Maar intussen, het is ook voor de gestorven mensen pad van het leven. God doet je ervaren wat het is zonder zonde te zijn, zodat als je straks je bestaan op aarde weer ontvangt, dat dat duidelijk een dienen van God zal zijn in volkomenheid”[10].
En:
“…daarom is het waar: reeds nu, in dit leven, hoe ook de situatie is, leert de God van het leven ons de vreugde vanwege het leven. Overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rechterhand. Altijd. Je mag het altijd geloven als mens van de Here Jezus. En dat maakt je nu al blij”[11].

De dood is overal om ons heen.
Bijvoorbeeld in het verkeer.
Bijvoorbeeld tijdens een lawine in een Oostenrijkse skivakantie.
Bijvoorbeeld bij een terroristische aanval.
Op donderdag 17 januari 2019 kwam het woord ‘dood’ niet minder dan acht keer in het Nederlands Dagblad voor!
Ach, die constatering stemt ons uiteraard niet vrolijk.
Maar in de kerk hoeven wij er niet hopeloos van te worden.
In de kerk leren we om over de dood heen te kijken!

Noten:
[1] Deze verklaring ontleen ik aan K.A. Dächsel. Hij legt de betekenis van het woord uit in zijn verklaring van Psalm 16.
[2] Psalm 17:8 en 9: “Bewaar mij als Uw oogappel,
verberg mij onder de schaduw van Uw vleugels
voor de goddelozen die mij verwoesten,
voor mijn doodsvijanden, die mij omsingelen”.
[3] J.M.A. Groeneveld, “Dienstbetoon ten leven – in memoriam ds. N. Bruin”, z.j., ca. 1977. – p. 4.
[4] Johannes 8:51.
[5] F. van Deursen, “De voorzeide leer”, deel 1 j – Inleiding op de Psalmen (I), derde druk. – Barendrecht: Drukkerij Liebeek & Hooijmeijer, 1986. – p. 235.
[6] ‘De voorzeide leer’ is een serie boeken van de predikanten C. Vonk en F. van Deursen. De boeken verschenen in de periode 1960-2015. De serie omvat, bij mijn weten, eenendertig delen; negenentwintig over Oude en Nieuwe Testament en twee over de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Zowel dominee Vonk als dominee Van Deursen werden na de kerkstrijd in de jaren ’60 van de vorige eeuw Nederlands Gereformeerd.
[7] Psalm 16:11.
[8] Handelingen 2:25-32.
[9] Handelingen 13:34-39.
[10] “Dienstbetoon ten leven”, p. 9.
[11] “Dienstbetoon ten leven”, p. 10.

22 januari 2019

Uitgenodigd voor het feest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Spreken over de belijdenis van de kerk is tegenwoordig niet zo populair[1]. De belijdenisgeschriften – dat zijn eeuwenoude teksten die zelden veranderd worden.
Daar kun je, zo menen velen, in deze tijd niet meer mee aankomen.
Belijden is, naar men zegt, iets individueels.
Belijden is, zo meent men, zéér persoonsgebonden.
Dat doet men niet groepsgewijs. In ’t algemeen genomen, althans,

Maar dat gaat te snel.
Dat is te makkelijk.
Immers – het woord ‘belijdenis’ komt ook in Gods Woord voor.
En dat Woord wordt door heel véél mensen gelezen.

De inzet van Hebreeën 3 luidt bijvoorbeeld: “Daarom, ​heilige​ broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de ​Apostel​ en ​Hogepriester​ van onze belijdenis: ​Christus​ ​Jezus”[2].
Daar hebt u dat woord ‘belijdenis’. Wij kunnen er niet omheen, en wij mogen er blijkbaar ook niet overheen lezen.

Het is de moeite waard om Hebreeën 3 nog wat nader bekijken.
Wat betekenen de in het citaat gebruikte namen en termen eigenlijk precies?

Christus Jezus – die namen zijn, op de keper beschouwd, al veelzeggend.

Christus – die naam wil volgens de Heidelbergse Catechismus zeggen: “…dat Hij door God de Vader is aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing”[3].
Christus – dat is de ambtsnaam van onze Heiland.

Jezus – dat betekent: Verlosser.
De Heidelbergse Catechismus licht ook de betekenis van die naam toe. De Heiland heet zo “omdat Hij ons verlost van al onze zonden, en omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is”[4].

Onze Heiland is Apostel. Dat wil zeggen: gezondene. Of: gezant.
Hij is door God gezonden, uit de hemel. Hij heeft Zijn autoriteit ontvángen. De Vader heeft Hem volmacht gegeven om op aarde een groot verlossingswerk te doen.

Onze Heiland is Hogepriester.
In het Oude Testament was de Hogepriester de man die het te zeggen had als het ging over het priesterschap en de eredienst.
In het Nieuwe Testament is Christus Jezus de Man die de zonden verzoent. Met andere woorden: Hij is de Man die verhouding tussen God en mensen voor eens en voor altijd weer goed maakt.
Hij moest – zo kunnen wij in Hebreeën 2 lezen – “in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een ​barmhartig​ en een getrouw ​Hogepriester​ zou zijn in de dingen die God betreffen, om de ​zonden​ van het volk te verzoenen. Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen”[5].
Christus was echt God en echt mens.
Hij is de Middelaar die onze zonden bedekt. De Heidelbergse Catechismus zegt het zo: “Zo is Hij onze Middelaar, die met zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt”[6].

In Hebreeën 3 valt de term ‘heilige broeders’.
Die uitdrukking gaat terug op woorden uit Hebreeën 2: “Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel ​kinderen​ tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen. Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die ​geheiligd​ worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen”[7].
Zeg het maar even zo: Christus Jezus brengt mensen in de kerk bijeen – allemaal zonen, allemaal dochters.
Met hen gaat Hij de toekomst in. Hij geeft hen een nieuwe start, een glorieuze toekomst!

Gods kinderen worden, zegt de schrijver van de Hebreeënbrief, “deelgenoten aan de hemelse roeping”.
Dat betekent: God roept ons naar boven. Hij nodigt Zijn kinderen uit: kom maar hierheen; want hier is het feest!

En wij mogen het op aarde zeggen: ja, in de hemel is het feest.
Wij mogen het op aarde zeggen: in de hemel is God alles, voor iedereen; reden voor vreugde die nooit meer ophoudt.
Dat kan onze belijdenis zijn, ook in 2019.
Dat is onvoorstelbaar. Dat is ongelooflijk. Dat is onbeschrijflijk.
En toch is het waar!

Spreken over de belijdenis van de kerk – dat kan nog best.
Maar eigenlijk kan dat alleen maar op een goede manier als wij ons realiseren dat God in de wereld aan het werk is.

En waar houdt de wereld zich intussen mee bezig?
Mensen breken zich het hoofd over de brexit: het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
De organisatie Open Doors meldt dat er zeker 73 landen in de wereld zijn waar christenen tot in het extreme worden vervolgd[8].
In onze oceanen en zeeën drijft steeds meer plastic afval – ‘plastic soep’ noemt men het vaak[9].
Wie die drie grote problemen onder elkaar ziet staan, komt niet in een feeststemming. Natuurlijk niet! Integendeel!

Maar weet u wat Jezus in Lucas 18 vraagt?
Hij vraagt: “Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?”[10].
Dat is een indringende vraag: zal onze Heiland, als Hij weer komt om de levenden en de doden te oordelen, nog geloof vinden op aarde?
Wie naar de brexit kijkt…
Wie de christenvervolging beziet…
Wie beseft hoe groot het probleem van de ‘plastic soep’ is…
– die is wellicht geneigd te zeggen: er staan mooie verhalen in de Bijbel, maar dit wordt niks meer.
De Here blijft het echter proclameren: geloof het maar – in de hemel is het feest.
En de de kerk mag en moet het dus blijft het verkondigen: belijd het maar – in de hemel is eeuwig geluk en vrede, voor ieder die in Hem gelooft.

De belijdenis van de kerk?
Die is, ook vandaag, alleszins de moeite waard om nagesproken te worden!

Noten:
[1] Afgelopen woensdag, 16 januari 2019, woonde ik een vergadering bij van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Aldaar werd gesproken over schets 1 uit de bundel ‘Volhardend belijden’ van dr. L. Doekes (1913-1997). Deze bundel werd in 1986 uitgegeven door de Nederlandse Bond van Gereformeerde jeugdverenigingen. Schets 1 is getooid met de titel ‘De belijdenis der kerk’. Dit artikel is een resultaat van enige voorstudie.
[2] Hebreeën 3:1.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 31.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, antwoord 29.
[5] Hebreeën 2:17 en 18.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 14, antwoord 36.
[7] Hebreeën 2:10 en 11.
[8] “Vervolging treft 245 miljoen christenen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 16 januari 2019, p. 2 en 3.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.plasticsoupfoundation.org/ ; geraadpleegd op woensdag 16 januari 2019.
[10] Lucas 18:8.

15 januari 2019

Navigeren met Psalm 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wetten en regels – daar hebben wij het van nature niet zo op. Wij redden ons liever zelf. Wij regelen onze eigen dingen. Daarom alleen al is Psalm 1 niet zo eigentijds.

Ik citeer de inzet van die eerste Psalm:
“Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken”[1].

Blij zijn met Gods wet – kan dat?
Ja, dat is zeer wel mogelijk.
Dat kan als wij tot de conclusie komen dat de wet van God het leven verrijkt. De wet van God maakt het leven mooier.

Het blijkt de moeite waard om enkele woorden uit het bovenstaande citaat nader te bezien.

* Goddelozen

De hervormde dominee M.J. Schuurman schrijft daarover: “Deze mensen hebben wel weet van het bestaan van God, maar het heeft geen gevolgen voor hun daden. Zij geloven niet dat God van hen om een bepaalde manier van leven vraagt. Zij geloven niet dat zij rekenschap moeten afleggen van hun daden. Men spreekt in de uitleg ook wel van praktisch atheïsme: het geloof in God heeft geen enkele consequentie voor hun manier van leven”.

* De raad van de goddelozen

De hierboven reeds geciteerde dominee schrijft: “De Bijbel legt een grote verantwoordelijkheid neer bij de leidende personen van de gemeenschap. Zij zijn voorbeeldfiguren. Zij gaan voorop”[2].
Als wij Psalm 1 zó bekijken, draagt dit kerklied een speciale boodschap voor ambtsdragers in zich. Ambtsdragers hebben een grote verantwoordelijkheid: Gods kinderen moeten op de juiste weg blijven lopen!

* Wandelen, staan en zitten

Met die drie woorden wordt het leven als totaal gekarakteriseerd[3].

* Een boom, geplant aan waterbeken

Die typering brengt ons als vanzelf bij Ezechiël 47. Ezechiël spreekt daar over een beek die uit de tempel komt. Daar staat dan: “En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het ​heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing”[4].
Dat betekent in ieder geval dit: de zegen van God is in de tempel te vinden. Oftewel – in de kerk. De zegen van God komt voort uit het werk van onze Heiland, de Here Jezus Christus. Zijn lijden en sterven aan het kruis geeft levensbloei! Exegeten voeren overigens heftige discussies over het antwoord op de vraag hoe Ezechiël 47 precies moet worden uitgelegd.
Hoe dat alles zij – er moet wel enig verband zijn met Openbaring 22: “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam”[5].
Daarom kunnen we er bijna niet omheen – de God van hemel en aarde brengt het paradijs weer terug. Psalm 1 wijst ten diepste op een klein begin daarvan. Zeker, in de psalm klinkt nog maar een bescheiden preludium. Maar wij horen het wel. Dwars door alle kleinzieligheid en onenigheid heen brengt de hemelse Heer het paradijs terug.
Psalm 1 opent dus grootse perspectieven!

Inmiddels lijkt de laatste regel van het citaat toch ietsje overdreven.
“Al wat hij doet, zal goed gelukken”, staat er.
Dat zeggen we in 2019.
Echter – ook vandaag gaat er toch van alles fout in het leven? Bedoelingen worden niet begrepen. En soms komen we zélf tot de overtuiging dat de klus waar wij vol goede moed aan begonnen waren faliekant mislukt is. De componist van Psalm 1 weet dat natuurlijk ook wel. Waarom zegt de dichter van deze psalm dat dan toch?
Wij mogen hier denken aan de zegen die Gods kinderen krijgen in het verbond: het eeuwige leven en de hemelse glorie. Kinderen van God zijn onverbrekelijk met Jezus Christus verbonden. In Hem wordt ons werk gereinigd. Schoongemaakt. Het wordt alleszins toonbaar in de woonplaats van God.
In Openbaring 22 staat het onomwonden: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan”[6].
In Christus wordt ons werk op een magnifieke manier gesaneerd!
“Al wat hij doet, zal goed gelukken” – die psalmregel richt onze blik op een luisterrijke toekomst. Een toekomst die al is begonnen!

Psalm 1 wordt, zoals bekend, wel de psalm van de twee wegen genoemd. En het is duidelijk dat er op één van die wegen uitzicht is op de hemel.
Maar vandaag de dag lijkt het wel alsof velen werken met een niet bijgewerkt navigatiesysteem. U weet wel, zo’n systeem dat wel weet waar Hooghalen ligt, maar dat de afslag Assen-Zuid op de A28 niet kent; om in Hooghalen uit te komen stuurt het systeem u dwars door het centrum van Assen. En ach, zo kom je er ook – eerlijk is eerlijk. Je rijdt wat om, maar je bent een kniesoor als je daar op let. Het is 2019, nietwaar?
Het lijkt wel alsof zo’n niet bijgewerkt navigatiesysteem ook vaak gebruikt wordt bij Psalm 1. Er zijn twee wegen. Maar ook aardig wat zijstraten. En ook een paar alternatieve routes. Het duurt wellicht wat langer voor je in de hemel bent, maar je komt er wel. En nu ja, het is 2019. De televisie heeft honderd voorkeurzenders. En als je ’t helemaal niet meer weet gebruik je op Twitter #dtv – durf te vragen. Dan komt ’t allemaal goed.

Welnu –
Psalm 1 wijst twee wegen.
Twee; meer niet. Namelijk: naar God toe, of van God af.
Psalm 1 toont die weg in eerste instantie niet digitaal.
Maar het ligt allemaal heel duidelijk.
In Psalm 1 liggen de zaken eigenlijk heel eenvoudig!

Noten:
[1] Psalm 1:1-3.
[2] Geciteerd van https://mjschuurman.wordpress.com/2013/04/23/uitleg-over-psalm-1/ ; geraadpleegd op vrijdag 4 januari 2019.
[3] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 1:1-3.
[4] Ezechiël 47:12.
[5] Openbaring 22:1.
[6] Psalm 22:12, 13 en 14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.