gereformeerd leven in nederland

5 december 2018

Wijsheid van boven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Maar de wijsheid die van boven is, is ten eerste ​rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol ​barmhartigheid​ en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd”.
Weet u wie dat schreef?
Dat was Jacobus, de broer van Jezus. U vindt de woorden van hierboven in hoofdstuk 3 van Jacobus’ brief[1].

Er is wijsheid die in de wereld opgeld doet.
En wijsheid die van boven komt. Die is dus van God afkomstig. Daarover schrijft Jacobus dus.

Jacobus heeft het over wijsheid van boven.
Dat wil niet zeggen dat die van boven neerdalende wijsheid ergens boven de wereld blijft zweven. Want die moet je inzetten in het concrete leven van alledag. Jacobus schrijft in hoofdstuk ook: “Wie is wijs en verstandig onder u? Laat hij uit zijn goede levenswandel zijn werken laten zien, in zachtmoedige wijsheid”[2].
Wijsheid zie je niet alleen op zondag in de kerk. Maar ook – bijvoorbeeld – op woensdag op kantoor. Ook als u twee, drie schermen open hebt staan om een massa gegevens in de computer te zetten. Een christen doet zijn werk trouw. Zorgvuldig. Met oog voor mensen en dingen om hem heen. Wijsheid is een zaak van zondag, maandag, dinsdag en zo verder!

De wijsheid is rein. Het is wijsheid waar geen verborgen agenda bijhoort. Het is wijsheid zonder bijbedoelingen.

De wijsheid is vreedzaam. De gebruiker ervan is permanent op zoek naar vrede. Hij vermijdt, als het enigszins kan, ruzie. Hij benut zijn vechttechnieken liever niet.

Een exegeet schrijft: de wijsheid “is ‘vriendelijk’, oftewel mild en meegaand. Zij staat niet op haar recht, maar schikt zich. Zij is ‘gezeggelijk’ ; zij laat zich door de waarheid overtuigen. Ook is zij ‘vol ontferming’, vol van die barmhartigheid die kenmerkend is voor de ‘zuivere en onbevlekte godsdienst’; zodoende is zij ‘vol van goede vruchten’. En zij is ‘onpartijdig’, zij maakt geen onderscheid, wat heel wezenlijk is, omdat de aardse wijsheid tot partijschap leidt. Tenslotte is zij ‘ongeveinsd’, zij is niet hypocriet; men kan op haar en haar woorden staat maken”[3].

Men praat tegenwoordig wel over mediawijsheid: goed en verantwoord met media omgaan. Christelijke mediawijsheid geeft antwoord op de vraag: past de manier van doen op de wijsheid van boven?
Dat is een vraag die voor jong en oud altijd actueel is!

Er zijn heel wat ouderen die in hun lange leven veel levenswijsheid hebben opgedaan. Oudere werknemers betekenen, zo las ik ergens, veel als het gaat om “wijsheid, ervaring, collegialiteit, inspiratie, samenbinding”[4]. Natuurlijk is dat waar. Toch gaat het daar om wat anders dan Schriftuurlijke wijsheid.
Want Schriftuurlijke kennis, Schriftuurlijk inzicht is – om met 1 Corinthiërs 2 te spreken – wijsheid in kracht van God[5].
Over de dingen van God praten wij “niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de ​Heilige​ Geest​ ons leert”[6].

“Zijn er nog echte filosofen vandaag, universele minnaars van de wijsheid die over alles tegelijk nadenken?”, vroeg de Vlaamse filosoof Maarten Boudry eens[7][8]. Dat wordt moeilijk. Dat begrijpt u wel.
Intussen is het wel zo dat christenen weten dat wijsheid van boven over heel het leven gaat. Jacobus schrijft: “En de vrucht van de ​gerechtigheid​ wordt in ​vrede​ gezaaid voor hen die ​vrede​ stichten”[9].
Die woorden raken heel het leven, inderdaad. Ook aan de hemelse toekomst namelijk. Denkt u maar aan Jesaja 32: “Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte. Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden. Het recht zal wonen in de woestijn en de ​gerechtigheid​ zal verblijven op het vruchtbare veld. De vrucht van de ​gerechtigheid​ zal ​vrede​ zijn, en de uitwerking van de ​gerechtigheid: rust en ​veiligheid​ tot in eeuwigheid”[10].
Wijsheid van boven heeft geen houdbaarheidsdatum. Want zulke wijsheid blijft altijd bestaan.

Je hoort het wel eens zeggen: met de kennis van nu weten we dat dit of dat een vergissing was.
De Schriftuurlijke kennis is geen misvatting.
Ach ja, het is nog maar een begin. Maar wel een goed begin. Want ook anno Domini 2018 belijden Gods kinderen volhardend dat “onze Here Jezus Christus ons door God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing”[11].

Voor Gods kinderen geldt ook vandaag dat woord uit 1 Johannes 3: “Zie, hoe groot is de ​liefde​ die de Vader ons gegeven heeft: dat wij ​kinderen​ van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij ​rein​ is”[12].

Met die wijsheid kunnen wij op gaan naar de toekomst!

Noten:
[1] Jacobus 3:17.
[2] Jacobus 3:13.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Jacobus 3:17. In het citaat worden zeven Griekse woorden gebruikt. Deze laat ik vanwege het leesgemak weg.
[4] Jan Schreuders, “Zorg voor oudere werknemer”, column in: Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 november, p. 17.
[5] 1 Corinthiërs 2:4 en 5: “En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”.
[6] 1 Corinthiërs 2:13.
[7] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/maarten-boudry.html ; geraadpleegd op vrijdag 30 november 2018.
[8] Zie voor meer informatie over deze filosoof https://nl.wikipedia.org/wiki/Maarten_Boudry ; geraadpleegd op vrijdag 30 november 2018.
[9] Jacobus 3:18.
[10] Jesaja 32:15, 16 en 17.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, antwoord 18.
[12] 1 Johannes 3:1, 2 en 3.

4 december 2018

Beter dan aardse zorgprofessionals

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door ​Christus​ Jezus”[1].
Deze opbeurende woorden noteert de apostel Paulus in Philippenzen 4.

De christenen in Philippi hebben Paulus materieel ondersteund. Maar het leven is meer dan geld. Hun giften kunnen zij namelijk ten diepste beschouwen als evenzovele offers aan God.
Paulus zegt: u heeft in mijn behoefte voorzien; wees er maar zeker van dat de Here ook in uw behoefte zal voorzien. Niet dat alle wensen per onmiddellijk vervuld zullen worden. Maar wat de Here voor de christenen in Philippi nodig vindt, dat zal er komen. Zoveel is zeker!

Dat is een Paulinische stimulans. Maar tevens een bemoediging. En die is wel op z’n plaats.
Waarom?[2]
In de eerste plaats zijn er in Philippi twee vrouwen, Euódia en Syntyche, die elkaar klaarblijkelijk niet zo liggen. Paulus vermaant de dames om eensgezind op te treden. Dat is blijkbaar nog niet zo eenvoudig. De kerkelijke gemeente lijkt er knap last van te hebben.
In de tweede plaats zijn er in en rond Philippi nogal wat afgoden.
In Italië heeft men de Romeinse goden; Jupiter bijvoorbeeld, de oppergod en de god van de hemel en het onweer[3]. In Griekenland is er de oppergod Zeus[4]. En natuurlijk zijn er nog een heel stel lagere goden.
Er zijn in Philippi heel wat verleidingen!

Daartegenover staat de God van de Bijbel.
De machtige God die, ook heden ten dage nog, mensen tot geweldige dingen in staat stelt. Dingen waarvan men zegt: ik wist niet dat ik het in mij had.
David zegt in Psalm 18:
“Want met U ren ik door een legerbende,
met mijn God spring ik over een muur”[5].
Dat concludeert David nadat hij – vanwege de reddende kracht van God – allerlei vijanden van zich heeft afgeschud; Saul inbegrepen.

David debiteert geen onzin.
Want de hemelse God is zorgzamer dan alle aardse zorgprofessionals bij elkaar. Zijn zorg eindigt nooit. In Philippenzen 3 – even eerder in zijn brief – heeft Paulus het al opgeschreven: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam…”[6]. Gods zorg voor Zijn kinderen houdt niet op bij de grens van het aardse leven. Zijn zorg gaat in de hemel gewoon verder!

Het is niet voor niets dat de Spreukenleraar in hoofdstuk 23 zegt:
“Mijn zoon, geef mij je ​hart,
en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen”[7].
Want de weg van de Here is het pad naar de hemel!
Hier op aarde kijken we soms op een afstandje naar onszelf. Naar ons gefröbel. Naar ons onhandig geknutsel. Naar ons aards geknoei. Naar ons goed bedoeld geklungel. Daar staren we naar. En misschien ergeren wij ons wel een beetje aan onszelf. Dat moeten we echter niet te vaak doen. Want de Here toont ons de wegen die naar Zijn troon leiden; Hij heeft Hoogstpersoonlijk de route voor ons uitgestippeld!
Om met Psalm 23 te spreken:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[8].

Onze God is een gevende God.
Hij deelt uit. Met gulle hand. Dat doet Hij graag. Dat doet Hij veel.
Paulus weet daar wel van.

Bij zijn naamgenoot Paul uit 2018 is het een beetje weggezakt.
Bij de bekende cabaretier Paul van Vliet, bedoel ik.
In het Nederlands Dagblad zei Paul onlangs: “Misschien vind ik God terug nu ik meer rust en ruimte in mijn leven krijg. De afgelopen jaren liep ik op zondag naar de schouwburg, misschien loop ik straks naar de Kloosterkerk – allebei vijf minuten. Maar God zal niet dezelfde zijn als in mijn kindertijd. Hij is abstracter geworden. Ik vind Hem in adembenemende kunst, in de natuur, in een mens, soms. In het mysterie. Ik vind het prettig om te geloven in het onbegrijpelijke. Ervan uit te gaan dat je als mens niet de maat der dingen bent. Voor het gemak spreek ik over ‘God’, maar de formulering is niet toereikend. Je gaat altijd stamelen hè, als je het probeert uit te leggen. Als je rotsvast in de Bijbel gelooft, is het veel makkelijker om God te beschrijven”[9].

Natuurlijk is God vele, vele malen groter dan wij. Hij is onbegrijpelijk.
Maar Hij is zeker niet mysterieus. Want Hij maakt Zich in Zijn Woord bekend. En de gaven van de gulle Gever zijn reuze concreet.
Terecht zei een dominee eens: “God geeft uit Zijn volheid en dat valt niet tegen. (…) Wij vallen tegen, maar God niet”[10].
Hij geeft van alles: vergeving en verzoening van zonden, totale vernieuwing van het leven, bescherming en beloften over het eeuwige leven – een verrukkelijk bestaan dat nooit ophoudt!

Ja, God is echt een Vader. Een Vader die zorgt.
Wij weten het wel: aardse vaders moeten op een bepaald moment hun kinderen loslaten. Er komt een moment dat aardse vaders bijna alleen maar meer bezorgd kunnen zijn over hun kinderen. Veel meer kunnen zij niet doen.
Welnu, onze hemelse Vader laat Zijn kinderen nooit los. Hij stuurt hen langs allerlei wegen. Soms zijn het wegen waarvan wij het bestaan niet konden vermoeden. Soms zijn er weggetjes en stopplaatsen waar Zijn kinderen vragen: wat moeten wij hier nu toch doen? Wij mogen ons realiseren: ooit zullen de vraagtekens verdwenen wezen!

Laten wij intussen onze Vader maar eren.
Laten wij ons, al werkende weg, maar verheugen op het grootse bestaan dat wij tegemoet gaan.
En laten wij het Paulus maar nazeggen: “Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[11]!

Noten:
[1] Philippenzen 4:19.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.prekenweb.nl/m/Preek/Open/21742 ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jupiter_(mythologie) ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeus ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[5] Psalm 18:30.
[6] Philippenzen 3:20 en 21 a.
[7] Spreuken 23:26.
[8] Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] “Ik ben een verwend jochie”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 29 november 2018, p. 20 – rubriek Houvast.
[10] De woorden werden gesproken door dominee W. Visscher, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Amersfoort.
[11] Philippenzen 4:20.

3 december 2018

Bij Jezus geborgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In Hebreeën 2 treffen wij een plechtige verklaring aan: “…wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven”[1].

Wij zien Jezus, zegt Hebreeën 2.
Maar wij zien Jezus helemaal niet.
Niet met het blote oog tenminste.

Toen Jezus op aarde was, toen hebben de mensen Hem met eigen ogen gezien.
Gelovigen van 2018 zien Hem in hun gedachten in de hemel zitten op de troon.

De hemelse troonsbestijging geschiedde pas nadat Jezus Christus verlaagd was. Hij kwam in de wereld  teneinde ervoor te zorgen iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Het is dat Evangelie dat in Hebreeën 2 in een statig statement wordt samengevat.

Het is de vervulling van Psalm 8:
“Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?
Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de ​engelen
en hem met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”[2].
God kroonde Zijn Zoon. Zo is het gekomen dat Jezus Christus, onze Heiland, de troon besteeg!

Wat baat het ons nu dat wij dit alles geloven? Oftewel, wat hebben wij eraan in december 2018?
Antwoord: de weg naar de troon van God is open.
Om met Hebreeën 4 te spreken: “Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[3].
Onze gebeden komen bij de troon van de Heiland. Hij deelt barmhartig uit, mild en overvloedig. Hij geeft de hulp die wij nodig hebben.

En ja, Zijn ingrijpen is noodzaak.
Harde noodzaak.

In wat voor een wereld leven wij?
Het nieuws vertelt het ons.
Ik citeer: “Docenten in het voortgezet onderwijs voelen zich onveiliger voor de klas. Dat blijkt uit woensdag gepresenteerd onderzoek van DUO Onderwijs & Advies onder zo’n 1100 leerkrachten.
Ongeveer een kwart van de docenten voelt zich minder veilig op school dan drie jaar geleden, blijkt uit het onderzoek. Zo’n 60 procent voelt zich ongeveer even veilig op school als in 2015, terwijl 14 procent zich juist veiliger voelt, zo blijkt uit het onderzoek van DUO Onderwijs & Advies. Onderwijzers in het vmbo kampen met meer onveiligheid dan op bijvoorbeeld de havo.
Van de leerkrachten is 22 procent het afgelopen jaar uitgescholden door leerlingen. Zo’n 15 procent is onterecht beschuldigd door scholieren. De helft van de docenten maakte het afgelopen jaar mee dat een leerling diefstal pleegde. Vier op de tien leerkrachten zag zich geconfronteerd met een leerling die stoned in de klas zat; 40 procent trof een leerling met vuurwerk op school, 30 procent had te maken met een leerling die drugs in of rond de school verhandelde. En 10 procent van de leerkrachten trof een scholier met een wapen aan”[4].
Ja, in zo’n wereld leven wij.

Dat is een destructieve wereld. Een wereld die zichzelf schade toebrengt. Een wereld die uiteindelijk volstrekt verwoestend werkt.
Dat is een wereld die, ten diepste, zeer onveilig is.

Nee, het is in het geheel geen wonder dat we ons soms onveilig voelen in deze wereld.
Wij kunnen wel zeggen dat de dood voortdurend om ons heen is. In de kerk spreken we dan over “dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven”[5].
In en vanuit het geloof kunnen we echter over de problemen heen kijken. En dat is mooi werk.  Het feit dat onze Heiland reeds in de hemel is belooft namelijk wat!
Want in Hebreeën 2 staat ook: “…het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[6]. De Heiland op de troon – dat is blijkbaar nog maar een begin, een klein begin!

De kinderen van God worden door de Geest van God naar de toekomst geleid, schrijft Paulus in Romeinen 8[7].
Kinderen van God weten hun bestemming al. Zij zijn door de God van hemel en aarde uitverkoren. Zij gaan een luisterrijke toekomst tegemoet![8]
De kinderen van God worden vrijgekocht, schrijft Paulus in Galaten 4[9]. Eertijds werden gijzelaars nog wel eens vrijgekocht[10]. Welnu – kinderen van God krijgen alle vrijheid om hun Heer te eren. Dat Heer-lijke feest gaat in de hemel altijd verder. Voor eeuwig!
Niet dat het leven op aarde dan altijd een makkie is. Zeker niet. Kinderen die door hun Vader opgevoed worden, krijgen soms straf. Aldus maakt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 12 duidelijk[11].

Maar het is glashelder – wij moeten ons maar niet laten intimideren door scheldpartijen.
En ook niet door allerlei onterechte beschuldigingen.
En ook niet door diefstal van allerlei goederen.
En ook niet door drugsgebruikers.
En ook niet door wapens.

Laten we maar denken aan Gods troon.
Laten we ons maar richten op Degene die daarop zit.
Dan wordt een hard bestaan doortrokken van barmhartigheid.
Dan wordt hardvochtigheid volkomen overvleugeld door Gods genade.
Want bij de Heiland zijn wij veilig. Om met Psalm 18 te spreken:
“Hij is een schild, een schuilplaats in de strijd,
voor al wie bij hem zoekt naar veiligheid”![12]

Noten:
[1] Hebreeën 2:9.
[2] Psalm 8:4, 5 en 6.
[3] Hebreeën 4:15 en 16.
[4] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/docenten-voelen-zich-steeds-minder-veilig-op-school-1.1530722 ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[5] Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek, p. 514.
[6] Hebreeën 2:10.
[7] Romeinen 8:14: “Immers, zovelen als er door de ​Geest van God​ geleid worden, die zijn ​kinderen​ van God”.
[8] Efeziërs 1:5: “Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn ​kinderen​ aangenomen te worden, door ​Jezus​ ​Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil”.
[9] Galaten 4:4 en 5: “Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot ​kinderen​ zouden ontvangen”.
[10] Zie hiervoor bijvoorbeeld http://kempenland-historie.nl/Tijdbalk%20ca1540-ca1650.html ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[11] Hebreeën 12: 6 en 7: ”Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als ​kinderen. Want welk ​kind​ is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?”.
[12] Dit zijn regels uit Psalm 18:9 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

29 november 2018

Veilig onderweg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En wie is het die u kwaad zal doen, als u navolgers bent van het goede?”.
Die vraag wordt gesteld in 1 Petrus 3[1].
Welaan, daar weten de eerste lezers van 1 Petrus 3 wel het een en ander van.

Het is ongeveer het jaar 60 na Christus.
Petrus schrijft een brief waarin het gaat over:
* de verlossing en de levensheiliging
* het gezag en het huwelijk
* het lijden en de volharding[2].
De zin waarmee dit artikel begint is de inzet van het laatste deel van de eerste brief van Petrus.

Over dat kwaad en dat lijden weten de eerste lezers van deze brief dus wel mee te praten.
In hun heidense omgeving zijn onbegrip, laster en smaad aan de orde van de dag.

In die situatie lijkt de vraag van hierboven nogal ongepast.
Overheid, leidinggevenden, echtgenoten… – die kunnen het de gelovigen knap lastig maken. Dan kom je toch niet met zo’n vraag aan?
Toch is die vraag niet zo gek. Want Petrus vervolgt: “Maar als u ook zou moeten lijden vanwege de ​gerechtigheid, dan bent u zalig. En wees niet bevreesd zoals zij bevreesd zijn, laat u niet in verwarring brengen”[3].
Dan bent u zalig – zo staat het er. De hemel komt op aarde; in 1 Petrus 3 staat de garantie zwart op wit.
Allerlei smaad en laster raakt ons in de kern van ons leven. Want Christus beschermt ons. Hij brengt ons naar Zijn toekomst toe.

Hoe zal die toekomst wezen?
Zitten we dan in de sfeer van Constantijntje?
Misschien weet u ’t wel – Constantijntje is een zoon van de dichter Joost van den Vondel. Constantijntje overlijdt als hij nog geen jaar oud is. Zijn vader dicht in 1632:
“Constantijntje, ’t zalig kijntje,
cherubijntje, van omhoog
d’ ijdelheden hier beneden
uitlacht met een lodderoog.
Moeder, zeit hij, waarom schreit gij,
waarom greit gij op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
engeltje van ’t hemelrijk”[4].
In Gods Woord wordt ons niet geleerd dat overleden mensen transformeren tot zwevende engeltjes. Dat klinkt wel romantisch, maar het is niet veel meer dan goed bedoelde onzin.

De Here geeft ons een hemels bestaan dat zo luisterrijk is dat iedere omschrijving die we op aarde bedenken tekortschiet.
Altijd is het nog mooier. Nog harmonieuzer. Nog glorieuzer.

Nu het hierom gaat wijs ik graag op een vraaggesprek dat de Volkskrant had met oud-diplomaat Edy Korthals Altes[5].
Korthals Altes zegt: “We hebben een nieuwe mens nodig die gedreven wordt door liefde voor de medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch model en een ander veiligheidsmodel. Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’”[6].

Voor kerkmensen van 2018 is het duidelijk.
De ultieme liefde voor de medemens is door Jezus Christus gedemonstreerd.

Zou een ander veiligheidsmodel echt helpen? Het valt te vrezen dat dat niet het geval is. Immers – we moeten rekening houden met het feit dat de zonde altijd deel uit zal maken van dit aardse bestaan.

Er is, zegt Korthals Altes, meer aandacht nodig voor de geest. Dat is zonder twijfel waar. Maar er is, zegt 1 Petrus 3, met name attentie nodig voor de Heiland en Zijn Geest. Petrus schrijft namelijk: “Want ook ​Christus​ heeft eenmaal voor de ​zonden​ geleden, Hij, Die ​rechtvaardig​ was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest”[7].

Wij zijn in staat om onszelf te vernietigen, zegt de filosoferende oud-diplomaat.
Maar weet u wat de schrijver van 1 Petrus 3 doet? Hij wijst op de boodschap die in het Oude Testament uitging naar de mensheid om de tijd van Noach. U weet wel – Noach die de ark moest bouwen voor de zondvloed kwam. Er werd gepredikt: “…namelijk aan hen die voorheen ​ongehoorzaam​ waren, toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van ​Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht – mensen behouden werden door het water heen”[8].
De Here God dankt de door Hem geschapen wereld niet af!

Wij moeten mensen zijn die weten wat er gaande is, zegt Korthals Altes.
Weet u wat er gaande is?
De hele wereld heeft te maken met de opgestane Christus “Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de ​engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn”[9].
Dat is er aan de hand in de wereld. De oud-diplomaat die hierboven aan het woord is heeft gelijk: als de mensen aan zichzelf overgelaten werden, zou het gauw een janboel in de wereld zijn. Maar Petrus zegt: de God van hemel en aarde heeft heel de kosmos in de hand.

“En wie is het die u kwaad zal doen, als u navolgers bent van het goede?”.
Wat er ook gebeurt, Gods kinderen komen altijd goed terecht. Want in de hemel is een plaats voor hen gereserveerd. Zij zijn veilig onderweg naar de mooiste toekomst die denkbaar is!

Noten:
[1] 1 Petrus 3:13.
[2] Zie hiervoor http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/P/Petrus%2C_zijn_brieven ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[3] 1 Petrus 3:14.
[4] Geciteerd van https://www.literatuurgeschiedenis.nl/goudeneeuw/literatuurgeschiedenis/lgge015.html ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[5] Zie voor meer informatie over Korthals Altes https://nl.wikipedia.org/wiki/Edy_Korthals_Altes ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[6] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/mensen/oud-diplomaat-edy-korthals-altes-94-de-nieuwe-mens-stemt-mij-hoopvol-~b7e65935/?utm_term=73373&utm_campaign=20181119%7Cochtend&utm_medium=email&utm_userid=&utm_source=VK ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[7] 1 Petrus 3:18.
[8] 1 Petrus 3:20.
[9] 1 Petrus 3:21.

27 november 2018

Kouwe drukte afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Nou nou, rustig maar; denk om uw bloeddruk…!
Dat zouden wij vandaag de dag de apostel Paulus adviseren als wij 1 Corinthiërs 4 lezen.
Ik citeer: het is “de bedoeling dat u van ons leert niets te bedenken boven wat er geschreven staat, opdat niemand zich ten gunste van de een boven de ander verheft. Want wie maakt onderscheid tussen u? En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had? U bent al verzadigd, u bent al rijk geworden, u bent al gaan regeren zonder ons. Regeerde u ook maar, opdat ook wij met u zouden mogen regeren!”[1].
Zegt u nou zelf – daar is, op z’n zachtst gezegd, geen woord Frans bij.

Het is volstrekt duidelijk: we mogen niet vertrouwen op eigen bekwaamheid; en ook niet op eigen prestaties.

Intussen druipt het sarcasme er bij Paulus af.
‘Het is glashelder: jullie hebben gegeten en gedronken!’
‘Tjonge, wat zijn jullie rijk!’
‘Jullie zijn echte kerkleiders, want jullie hebben de leiding al!’.
Natuurlijk – Paulus leert de mensen in Corinthe ootmoed.
Maar het is wel opvallend hoe relativerend Paulus daarbij optreedt.

Aldus doende leert de apostel de kerkmensen ook in 2018 alle dikdoenerigheid af.
Het bovenstaande klinkt tamelijk simpel.
Maar in een andere Paulinische brief – die aan de christenen in Efeze – schrijft hij over “het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[2]. Zo’n voornemen had God blijkbaar ook betreffende de Corinthiërs. Welnu, dat doel is bereikt.
Dat is toch prachtig?
Is dat sarcasme, bijna nader inzien, toch niet een beetje misplaatst en overdreven?

Nee – die scherpe ironie is, om zo te zeggen, heel christelijk.
Want op de keper beschouwd hebben de Corinthiërs, de Efeziërs en ook alle echte christenen van vandaag slechts een tussendoel bereikt.
Kijkt u maar mee in 2 Timotheüs 2: “Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[3].
Uiteindelijk zullen wij samen met Christus Jezus regeren – dat is pas christelijk!

Overigens heeft Daniël er in het Oude Testament al over gesproken. Ergens tussen 622 en 536 voor Christus profeteerde hij: “De ​heiligen​ van de Allerhoogste zullen echter het koningschap ontvangen. Zij zullen het koningschap in bezit nemen tot in eeuwigheid, ja, tot in der eeuwen eeuwigheid”[4][5]. En: “Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de ​heiligen​ van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen”[6].
Die zekerheid hebben we.
Die garantie is binnen.
Maar het is nog niet zover. Gods kinderen hebben nog niet op de regentenstoelen plaatsgenomen.
Die situatie wordt pas in Openbaring 22 werkelijkheid: “En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[7].

Gereformeerden van 2018 zijn er nog niet. Net zo min als de kerkmensen in Corinthe, zo rond het jaar 55 na Christus[8]. Ja, gelovigen van deze tijd komen er weldat is zeker. Maar juist daarom is het belangrijk om in de kerk te laten zien dat we ons doel nog niet hebben bereikt.
Kerkmensen zijn op pad. Niet met de neus in de lucht, maar met een scherp oog voor de maatschappij van de eenentwintigste eeuw.
Ware gelovigen zijn onderweg.
De kerk is volop in beweging.
Kerkmensen mogen laten zien hoe mooi het is in de kerk. En zij mogen tonen dat het nog luisterrijker wordt; in de hemel namelijk!

Maar let er dan op wat Paulus ook in 1 Corinthiërs 4 opschrijft: “Want het ​Koninkrijk van God​ bestaat niet in woorden, maar in kracht”[9].
In de kerk komen we er niet door alleen maar allerlei vroom klinkende verhalen op te hangen. Gods kinderen komen er niet als zij bij de voortduur alleen maar over de kerk converseren. Het is uiteraard goed om over de kerk na te denken. Laat het echter niet zo zijn dat het in onze gesprekken enkel en alleen over de koers der kerk gaat. In het vuur van zijn betoog zei een broeder eens tegen schrijver dezes: ik maak mij drukker over de kerk dan over mijn gezondheid… – welnu, dat komt ons welzijn op de lange termijn niet ten goede.
Die kracht waar Paulus over schrijft, dat is de energie van de Heilige Geest. U weet wel: “de ​Heilige​ Geest​ van de belofte, Die het onderpand is van onze ​erfenis, tot de verlossing die ons ten deel viel, tot lof van Zijn heerlijkheid” – herkent u Efeziërs 1?[10] 
Dat betekent: in de kracht van ons gewone doen en laten blijkt onze toekomstgerichtheid. Dat betekent: uit onze overtuigende manier van doen blijkt onmiskenbaar: ons doel is een nieuw leven.
Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde”[11].

Om kort te gaan – door Gods Geest leren Gereformeerden kouwe drukte af; zij gaan met een blijmoedig hart op weg naar het nieuwe paradijs!

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 4:7 en 8.
[2] Efeziërs 3:11.
[3] 2 Timotheüs 2:12 en 13.
[4] Zie voor de datering http://christipedia.nl/Artikelen/D/Daniel_(profeet) ; geraadpleegd op woensdag 21 november 2018.
[5] Daniël 7:18.
[6] Daniël 7:27.
[7] Openbaring 22:3 b-5.
[8] Zie voor de datering http://christipedia.nl/Artikelen/K/Korinthiers_(eerste_brief) ; geraadpleegd op woensdag 21 november 2018.
[9] 1 Corinthiërs 4:20.
[10] Efeziërs 1:14.
[11] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.

22 november 2018

Ongeëvenaard emeritaat

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De apostel Paulus proclameert in Romeinen 8 feitelijk het evangelie van Kerst en Pasen. Kijkt u maar:
“Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest”[1].

Een exegeet schreef over het bovenstaande onder meer het volgende.
“Stel je eens een heel kundige houtsnijwerker voor, die uit een stuk hout de schitterendste figuren kan maken. Hij beschikt ook over het beste gereedschap. Geef die man nu eens een stuk vermolmd hout. Daar kan hij niets mee beginnen. Aan hem ligt het niet, hij is kundig genoeg. Het ligt ook niet aan zijn gereedschap, dat is van de beste soort. Waar ligt het dan aan? Inderdaad, aan dat stuk hout.
Nou, zo is het ook met de wet en ons. Aan God ligt het niet, Hij is volmaakt ‘kundig’. Het ligt ook niet aan de wet (….). Het ligt dus aan ons dat de wet niet tot zijn recht komt. Het is door ons vlees dat de wet krachteloos is. Het geweldige is nu dat God ons niet heeft laten voortmodderen. Toen het duidelijk was geworden dat het voor de wet onmogelijk was iemand, wie dan ook, vrij te maken van de zonde en de dood, ging God aan het werk. Hij zond Zijn eigen Zoon als Mens in deze wereld. Op het kruis van Golgotha heeft God in Zijn Zoon de zonde veroordeeld”[2].
Dat lijkt me een belangrijke boodschap voor de kerk:
onthoud het voorbeeld van het houtsnijwerk!

Mensen zijn behept met zonden.
Of zij dat willen of niet. De zonde zit in hun leven vast. Alles wat zij doen en zeggen komt, om het zo uit te drukken, langs die vuiligheid.
Hoe schitterend onze werkresultaten ook zijn, altijd zit er wel vuil aan. Niemand slaagt er in om die vuilheid uit het leven weg te halen.
Maar Paulus zegt: Jezus Christus, de Heiland, rekende met de zonde af.
Als God en mens betaalde Hij de schuld af die de mensen hadden opgebouwd.

In de Groot Nieuws Bijbel uit 1996 staat te lezen: “Hij heeft zijn Zoon in datzelfde zondige bestaan gestuurd als een offer voor de ​zonde, en daarmee de ​zonde​ juist binnen dit bestaan zelf veroordeeld”.
De grote stimulator van de zonde, de duivel, is veroordeeld. Hij heeft, om zo te zeggen, levenslang tbs. Hij staat ter beschikking van de regering. Hij staat ter beschikking van de machtigste Regeerder van deze wereld: de God van hemel en aarde.
Met andere woorden: de satanische macht is gebroken.
Oftewel: de satan ligt aan de ketting; zijn bewegingsruimte is voor altijd beperkt.
En de Geest van Jezus Christus komt in de harten van Gods kinderen wonen.
Aldaar houdt Hij grote schoonmaak.
Sterker nog: Hij voert in hun leven een complete renovatie door. De vuile bron wordt gesaneerd, voor nu en voor eeuwig.
Er is steeds minder ruimte voor verkeerde verlangens – opmerkelijk maar waar.

Gereformeerden wonen samen.
In zekere zin althans.
Want de Geest van Jezus Christus woont in hun hart.
De Heilige Geest trekt met hen op, het leven door.
Logisch dus dat Gereformeerden er een woon- en leefstijl op na houden die daarbij past.

Gereformeerden bedenken dingen die in de sfeer van de Geest zitten. Om het Paulinisch en met Romeinen 8 te zeggen: “Want het denken van het vlees is de dood, maar het denken van de Geest is leven en ​vrede”[3].
Leven – blijkens het verband duidt dat woord hier op het oneindige leven dat de Heiland voor Zijn kinderen verworven heeft. De dood heeft afgedaan. Het leven van nu is goed, maar er komt een heerlijk en eeuwig leven aan!
Vrede, eirene – dat wil eerst en vooral zeggen: het leven is gaaf, zonder deuken of andere beschadigingen.

Het is belangrijk om dat leven en die vrede steeds in het zicht te houden.
Dat geldt natuurlijk als je jong bent.
Maar het geldt niet minder als u ouder geworden bent.

Er is, zoals u vast wel weet, in de afgelopen tijd driftig nagedacht over een nieuw pensioenstelsel. De regering wil af van de algemene pot waaruit pensioenen uitgekeerd worden. Men wil dat er individuele spaarpotten komen. Daar kunnen we niet omheen omdat, vanwege de vergrijzing, het aantal AOW’ers stijgt. Daarom wordt de AOW gewoon te duur. Vandaar ook dat de AOW-leeftijd in stappen omhoog gaat.
Er zullen heel wat ouderen zijn die zich afvragen: hoe loopt het af met mijn pensioen? Hoe gevuld is mijn portemonnee als ik pensioengerechtigd ben?

Op deze plaats treft u uiteraard geen uiteenzetting aan over het pensioenvraagstuk in de lage landen.
Maar wij mogen wel zeggen: de Verlosser biedt ons een altoosdurend leven aan in een nieuw vaderland. Daar zal aan niets gebrek wezen.
En laten we wel wezen – dat is ons bij de doop al beloofd. In het formulier voor de bediening van de Heilige Doop staat immers: de Heilige Geest “eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”[4].
Gods kinderen krijgen na hun aardse leven een ongeëvenaard, hemels en eeuwigdurend emeritaat!

Laten wij – of we nu oud zijn of jong – dat Evangelie maar doorgeven:
“Mijn mond verkondigt, HEER, aan komende geslachten
hoe Gij uw trouw betoont aan hen die U verwachten.
Uw goedertierenheid rijst op en gaat zich welven,
een altijd veilig huis, vast als de hemel zelve”[5].

Noten:
[1] Romeinen 8:3 en 4.
[2] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1014.pdf , p. 89. Geraadpleegd op vrijdag 16 november 2018.
[3] Romeinen 8:6.
[4] “Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen van de gelovigen”; Gereformeerd Kerkboek-1986, citaat van p. 513.
[5] Psalm 89:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.