gereformeerd leven in nederland

19 oktober 2018

Woonplaats van Zijn heerlijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat zou ik graag eens in de hemel willen kijken![1]
Gouden straten, juwelen op de wanden, schitterende vergezichten, overal gelukkige mensen… – ziet u dat voor u?[2]

Wie in de Bijbel op zoek gaat naar een beschrijving van die plaats komt echter niet veel verder dan: onbeschrijflijk mooi.
In 2 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Ik ken een mens in ​Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen. En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd opgenomen in het ​paradijs​ en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken”[3].

Het is, met andere woorden, in de hemel zo oogverblindend schitterend dat we de woon- en werkomgeving aldaar niet kunnen overzien. Het is onbegrijpelijk, zo luisterrijk en prachtig.

Uit 2 Corinthiërs 12 blijkt overigens dat we er ook geen woorden aan mogen geven.
Iemand heeft in de hemel woorden gehoord die niet mogen worden doorgegeven.

Is dat spijtig?
Die vraag kunnen we bevestigend beantwoorden. Want nu hebben wij nog steeds geen informatie over de hemel.
Op die vraag kunnen we echter ook ontkennend reageren. Dat is, goed beschouwd, beter. Want dan wordt duidelijk dat de aarde op geen enkele manier bij de hemel past. De woonplaats van God bevindt zich in een totaal andere dimensie.
De hemel heeft echt alles te maken met geloof.

De hemel is de woonplaats van Jezus Christus, de Heiland. In Johannes 14 zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[4].
De hemel is open voor allen die geloven in Jezus Christus. Voor allen die Zijn verlossingswerk erkennen. Voor allen die geloven dat de beloften van de vergeving van zonden en het eeuwig leven werkelijkheid worden.
Er zijn menigten mensen die denken dat ze in de hemel komen. De basis van die veronderstelling ligt in de conclusie dat die mensen netjes geleefd hebben. Die mensen hebben keurig geleefd, niemand kwaad gedaan en nooit iets gestolen. Dan kom je in de hemel – toch? Niet dus. Het gaat erom dat je Jezus Christus eerbiedigt als jouw Redder!

De hemel is de residentie van de drie-enige God. Van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Die Drie-eenheid is onverbrekelijk. In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus belijden wij daarover:
“Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
Antwoord:
Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[5].
Hoe zit die Drie-eenheid in elkaar? Hoe werkt die? Dat raadsel willen mensen gaarne ontrafelen. We kunnen in deze wereld al zovéél uitleggen. Waarom dit dan niet?
De dominee zegt het elke zondag in de kerk: “De ​genade​ van de Heere ​Jezus​ ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”[6]. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt onder meer op deze Bijbeltekst gewezen. En daar staat dan bij: “Op al deze plaatsen wordt ons duidelijk geleerd dat er drie Personen zijn in één enig goddelijk Wezen. En hoewel deze leer het menselijk verstand ver te boven gaat, geloven wij die nu op grond van het Woord en verwachten wij dat wij de volle kennis en vrucht ervan in de hemel zullen genieten”[7].
Kortom: heb geduld!
Wacht rustig af!
Geloof maar dat het te Zijner tijd volkomen duidelijk wordt!

Vanuit de hemel bestuurt God de Vader ons leven.
Hij is onze goedertieren hemelse Vader[8].
Om met Mattheüs 10 te spreken: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld”[9].

De kerk heeft, als het over de hemel gaat, een uiterst belangrijke Boodschap.
De apostel Paulus omschrijft die in Efeziërs 3 zó: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[10].
Dat is een heel lange zin. Wat je noemt een echt Paulinische constructie.
De gemeente – zeg maar even: de kerk – moet proclameren hoe wijs de God van hemel en aarde is. Dat blijkt altijd en overal. Van eeuwigheid, schrijft Paulus. Inderdaad – dat is voor mensen volstrekt onoverzichtelijk. De kerk moet het ronduit, zonder omwegen, verkondigen: de wijsheid van God gaat altijd en overal boven uit!

De hemel is, om zo te zeggen, het verzendhuis van de genade.
Denkt u maar aan Psalm 33 waar we zingend bidden:
“Zend o grote Koning,
uit uw hemelwoning
uw genade neer.
Wij, die U belijden,
ons in U verblijden,
hopen op U, Heer”[11].

De kerk zingt Gods lof. Tot in lengte van de aardse dagen!
Om het tenslotte met Psalm 115 te zeggen:
“De hemel is de hemel van de Heer.
De aarde heeft Hij tot zijn lof en eer
de mensen eens gegeven.
In ’t stille graf brengt niemand Hem nog eer.
Maar wij, wij zullen prijzen onze Heer
van nu aan heel ons leven”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 26:4, berijming uit het Gereformeerd Kerkboek-1986:
“Mijn handen was ik rein,
als ik voor U verschijn
en zingend om uw altaar schrijd.
Ik zal uw wond’ren noemen,
met liefde zal ik roemen
de woonplaats van uw heerlijkheid”.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://visie.eo.nl/2004/06/13-vragen-over-hemel-en-hel/ ; geraadpleegd op dinsdag 16 oktober 2018.
[3] 2 Corinthiërs 12:2, 3 en 4.
[4] Johannes 14:6.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 9.
[8] De term komt uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[9] Mattheüs 10:29, 30 en 31.
[10] Efeziërs 3:8-11.
[11] Psalm 33:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 115:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

21 september 2018

Nieuw begin door Gods Geest

God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen.
Wij zijn zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad. Behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.
Zo belijden wij dat in de kerk[1].

Mensen zijn van nature geheel en al bedorven.

Toch kunnen zij, ook al doen zij aan God noch gebod, nog wel onderscheiden wat fatsoenlijk of onbetamelijk is.
Zij hebben enige kennis van God.
Zij zijn in staat om kinderen en jongeren op het juiste pad te brengen.
Hoe kan dat?
Dat kan omdat God genadig is.
Dankzij Hem geraakt deze wereld niet geheel en al in de vernieling.

Daarin zien we iets van Gods liefde.
Als God niet zou hebben ingegrepen was deze wereld binnen de kortste keren een woestenij geworden. Een puinhoop. De geschiedenis van de aarde zou roemloos geëindigd wezen.
De Heidelbergse Catechismus leert ons een treurige les: als het aan onszelf ligt, wordt het niets meer met de wereld.
Maar diezelfde Catechismus brengt bij de kerk meteen ook Gods Heilige Geest in beeld.

Want in de kerk zorgt die Heilige Geest voor een nieuw begin.
In zijn tweede brief aan de christenen in Corinthe omschrijft Paulus de activiteit van Gods Geest zo: “Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe ​verbond​ te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend”[2].

Vroeger was er het oude verbond tussen God en Israël. Israël moest gehoorzaam zijn, en God zou Zijn volk zegenen. De regels die binnen dat verbond golden werden op twee tafels geschreven. De Tien Geboden waren, om zo te zeggen, in steen gegrift.
Maar nu is er een nieuw verbond.
Niet slechts met regels die voor ons liggen, en die Gods kinderen – waar zij zich ter wereld ook bevinden – moeten lezen. Het betreft niet alleen geschreven wetten die we toe moeten passen in ons dagelijkse doen.
Nee, er is meer.
In het nieuwe verbond creëert Gods Heilige Geest in de harten van gelovige mensen een heerlijk huis. De Heilige Geest is de gids op weg naar het eeuwige leven. De Heilige Geest is ook de garantie: dat eeuwige leven komt er echt aan!

Als wij met een schuin oog op het bovenstaande de krant gaan lezen, komt het nieuws heel anders bij ons binnen.
Neem nu het Nederlands Dagblad. In één editie vinden we de koppen “Grootschalig misbruik in Duitse kerk”, “Extra misbruikberaad in Rome”, “Toezicht op verwarde personen niet beter”, “Coalitie in Duitsland ruziet over inzet Syrië” en “Zo gelukkig is onze jeugd niet”[3].
Zo zit de wereld in elkaar.
Dat is de lijn in de wereld.
En dat verandert werkelijk niet.

Maar in de kerk staan de zaken anders.
Heel anders.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. A.N. Hendriks schreef daar eens over: “Hoezeer de nieuwe wereld van Gods herschepping reeds in onze wereld doorgedrongen is, brengt Paulus in 2 Korinte 5:17 treffend onder woorden: ‘Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen’. De gelovige is niet slechts een nieuw schepsel, Paulus zegt het krasser: een nieuwe schépping. Hij deelt in wat in Christus’ opstanding openbaar werd: Gods nieuwe wereld.
Juist aan de gelovigen mag zichtbaar worden dat ‘het oude’ -de onverloste wereld- voorbijgegaan is en dat ‘het nieuwe’ -de verloste wereld- gekomen is.
Nee, Paulus vergeet niet dat de jongste dag nog moet aanbreken. De apostel weet dat de heerlijkheid nog over Gods kinderen geopenbaard moet worden (…). Maar deze wetenschap verhindert hem niet zo stellig te spreken over de grote doorbraak, die bij allen die in Christus zijn, zich mag voltrekken. Zij behoren niet meer tot de oude wereld, maar zijn burgers van Gods nieuwe wereld. In feite zijn zij al een stukje van die nieuwe wereld”[4].

In dat licht bezien is de stimulans van de apostel Paulus in Efeziërs 4 heel logisch: “En bedroef de ​Heilige​ ​Geest​ van God​ niet, door Wie u ​verzegeld​ bent tot de dag van de verlossing”[5].
En wij begrijpen het wel: die stimulans is ook een troost – de duivel zal nooit in staat zijn Gods uitverkoren kinderen naar de oude wereld terug te trekken!

De wereld kijkt maar al te vaak narrig en verongelijkt naar de mensen in het Nederlandse kerkelijke leven. En men mompelt: ‘Het ziet er allemaal zo vroom uit, maar ondertussen…’.
Laten wij in die situatie 1 Petrus 4 maar naspreken: “Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van ​Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
Dat betekent:
* “De Geest wordt weliswaar door de ongelovigen gelasterd, dat wil zeggen: zij wijzen Christus af en gaan daarmee in tegen het werk van de Heilige Geest
* maar in de kring van de gelovigen wordt Hij verheerlijkt”[7].

De Zondagen 3 en 4 van de Heidelbergse Catechismus bepalen ons bij onze ellende. Jazeker.
Maar midden in die ellende schittert ook het licht van de nieuwe toekomst.
Wilt u die toekomst zien? Kom dan maar naar de kerk!

Noten:
[1] U vindt de woorden terug in de Heidelbergse Catechismus. Achtereenvolgens citeer ik uit Zondag 4, antwoord 10 en Zondag 3, antwoord 8.
[2] 2 Corinthiërs 3:5 en 6.
[3] Dat zijn koppen in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op donderdag 13 september 2018.
[4] Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 63 en 64.
[5] Efeziërs 4:30.
[6] 1 Petrus 4:14.
[7] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 4:14.

5 september 2018

Het goddelijke in jezelf…?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , , ,

Niet zo lang geleden las ik een vraaggesprek met Annemarie Heite.
Op televisie treedt Annemarie regelmatig op als de woordvoerder van Groningers die door aardbevingen gedupeerd zijn.
In het Nederlands Dagblad zei zij: “Bij mijn belijdenis beleed ik nog dat ik in Gods handpalmen gegrift sta. Daar voel ik me meer bij thuis dan bij een stofje in het heelal. Toch geloof ik dat niet meer op deze manier. God is geen oude man op een wolk. In de loop van de jaren ben ik meer overtuigd geraakt van het goddelijke in mezelf. God is niet almachtig, het goddelijke zit in mensen”[1][2].

Ach, waar hebben we dat vaker gehoord?

Plotinus, een belangrijke filosoof uit de antieke wereld, zei vlak voor zijn sterven in 270 na Christus: “Streef er naar om het Goddelijke in jezelf terug te geven aan het Goddelijke in het alomvattende”[3].
Mocht u denken dat de uitspraak van Annemarie reuze modern is: niets is minder waar.

O ja, we hebben ook nog New Age.
“New Age is”, zo typeerde iemand kernachtig, “een mix van verschillende ideeën en tradities vermengd met oosterse spiritualiteit, filosofie, psychologie en natuurkundige ideeën. Aanhangers van de New Age verlangen naar verbondenheid met het goddelijke, de levensbron en de eeuwige energie. Een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is. Men ervaart het leven niet langer als statisch en onveranderlijk, maar verrassend en groeiend naar levensdoelen. Men streeft naar een Nieuw Tijdperk”[4].

En wat te denken van yoga?
Dat is een veredelde gymnastiekles, zeggen sommige mensen.
Maar in de oorsprong is het een methode om via diverse oefeningen en oosters-getinte meditatie tot een nieuwe staat van bewustzijn te komen: de verlichting. Verlichting betekent iets als: eeuwige vrede en het gevoel dat je één bent met het universum[5].

De psycholoog Vincent Duindam publiceerde enkele jaren geleden een artikel dat getooid is met de titel ‘Begroet het goddelijke in jezelf’.
Wij leven, zo schrijft Duindam, in een tijd waarin ‘wantrouwen’ een kernwoord geworden is. Dat wantrouwen is zo in ons geworteld, dat wij onszelf eigenlijk niet meer goed kennen. Wij zouden, meent Duindam, meer contact moeten zoeken met de stilte in ons. Met de mystiek, zeg maar.
Duindam verwijst naar de Duitse theoloog Karl Rahner (1904-1984) die zei: ‘de christen van de toekomst zal een mysticus zijn, of hij zal niet zijn’[6]. Rahner stelde: ‘Personen die nooit expliciet met het christendom in aanraking zijn geweest, kunnen toch de genade van Christus aangeboden hebben gekregen in hun onderbewuste, en deze genade hebben aangenomen, zonder zich dit bewust te zijn geweest’[7].

Laten wij, kortom, niet denken dat Annemarie Heite enorm bij de tijd is. Het tegendeel is namelijk het geval. Haar levensbeschouwing is, om het zo maar te zeggen, zo oud als de weg naar Rome.

Kinderen van God weten dat de Heilige Geest in hun harten woont.
De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen in Rome: “Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van ​Christus​ niet heeft, die is niet van Hem. Als ​Christus​ echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de ​zonde, maar de geest is leven vanwege de ​gerechtigheid. En als de Geest van Hem Die ​Jezus​ uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zal Hij Die ​Christus​ uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont[8].
De kerk is, noteert Paulus in Efeziërs 2, “gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest[9].
In zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft diezelfde Paulus: “Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en ​liefde, die in ​Christus​ ​Jezus​ zijn. Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is”[10].
We zouden dus kunnen zeggen dat kinderen van God het Goddelijke in zich hebben.
Echter: de Heilige Geest is door Jezus Christus gegeven, als Trooster voor Zijn kinderen.
Het Goddelijke komt zeker niet vanuit onszelf.

Gods volk mag zich dag aan dag vol vertrouwen bij haar Heiland melden.
Niet om zelf activistisch te gaan zitten doen. Niet om zelf de huidige wereld om te toveren tot een oase van rust en een oord vol vrede.
Welnee.
Het volk van God aanschouwt, als het goed is, vol bewondering hoe de drie-enige God Zijn werk afmaakt.
En waar loopt het op uit?
De apostel Paulus schrijft ook dáárover. In de eerste brief aan de Corinthiërs schrijft hij: “De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood. Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd. En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn”[11].

Dan geven we God alle eer die Hem toekomt.
Dan komen alle zoektochten, inclusief de speurtocht in ons eigen wezen, tot een einde.
Dan er is nog maar één altoosdurende situatie over: hemelse vrede. Er bestaat niets beters.

Noten:
[1] “Ik ben bang voor een grote klapper” – zomerportret van Annemarie Heite. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] Aan de uitspraken van Annemarie Heite in het Nederlands Dagblad besteedde ik ook aandacht in mijn artikel ‘God is almachtig’, hier gepubliceerd op dinsdag 4 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/04/god-is-almachtig/ .
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Plotinus ; geraadpleegd op maandag 20 augustus 2018.
[4] Geciteerd van https://www.spiritualnet.nl/8-religies/18-new-age ; geraadpleegd op maandag 20 augustus 2018.
[5] Zie hiervoor http://www.stichting-sense.nl/page20.php en https://www.menselijklichaam.nl/algemeen/yoga-richtingen/ ; geraadpleegd op maandag 20 augustus 2018.
[6] Zie https://godenenmensen.wordpress.com/2015/03/ ; geraadpleegd op maandag 20 augustus 2018.
[7] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Karl_Rahner ; geraadpleegd op maandag 20 augustus 2018.
[8] Romeinen 8:9, 10 en 11.
[9] Efeziërs 2:20, 21 en 22.
[10] 2 Timotheüs 1:13 en 14.
[11] 1 Corinthiërs 15:26, 27 en 28.

21 augustus 2018

Leven voor Gods aangezicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Hoe staat het er, moreel bezien, met Nederland voor?
U weet het ongetwijfeld – op heel veel punten kan dat wel beter.

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg bracht de zaak niet zo lang geleden terug tot de kern: “Het is veilig in Nederland. Maar er zitten wel nog allerlei primitieve driften heel diep in ons. In het ideaal van naastenliefde schieten we geregeld tekort. We zien de ander vaak als een bedreiging of middel. En ik geloof dat die duistere kant altijd een deel van de mens blijft. Die moeten we niet ontkennen”.
En:
“…uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven. (…) Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt. We moeten leren leven met deze wereld en proberen betrekkelijk fatsoenlijk te zijn. Alleen wanneer je weet dat er destructieve krachten in je zitten, kun je proberen jezelf te beheersen. Als je ervan overtuigd bent dat je geen vlieg kwaad kunt doen, ligt het kwaad op de loer”.

Aldus sprak de befaamde schrijver in het Nederlands Dagblad[1].
Hij deed zijn uitspraken naar aanleiding van zijn essay ‘De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies’[2].

Grunberg komt – dat begrijpt u wellicht – in de buurt van Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…… naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].
Dat is opvallend. Bij mijn weten zwoer Grunberg in zijn puberteit elke vorm van religie af.

Bij de gedachten van Grunberg leg ik Openbaring 2 open: “Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert”.

Die woorden maken deel uit van een kort briefje aan christenen in Efeze[4].
In de kerk aldaar zitten gevallen mensen.

Dat is voor ons trouwens niets nieuws.
Zegt u nu zelf: ook wij kunnen zomaar worden overvallen door een sterke begeerte. Zo’n hunkering waarvoor alles en iedereen moet wijken. Soms gaat het, als wij aan zo’n sterke neiging toegeven, van kwaad tot erger. Dat kan zomaar gebeuren. Bij ons allemaal.
In Efeze waren gevallen mensen.
In 2018 leiden mensen een gevallen, worstelend leven.
Ziet u dat de mens, in de grond van de zaak, onveranderlijk slecht is?

Laten we naar de christenen te Efeze kijken.
Zij hebben hun intense liefde voor Jezus niet verloren, maar verlaten. Er staat: “Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste ​liefde​ hebt verlaten”[5].
Er is, met andere woorden, afstand gekomen tussen Christus en Zijn kerk.
Er is nog wel liefde – dat is het probleem niet.
Maar de eerste liefde is weg. De brandende liefde is verdwenen; het is geen uitslaande brand meer. Het is een smeulend brandje; van werkelijk hete liefde is geen sprake.

Er moet, kortom, bekering komen. De mensen moeten weer met het gezicht naar God toe gaan staan.
Als die bekering er niet komt, zal de kandelaar worden weggenomen. Dat betekent: de gemeente zal ophouden te bestaan.
Hoe zal die opheffing worden bewerkstelligd? Door vervolging en verdrukking? Dat weten we niet precies. Maar éen ding is zeker: als die bekering uitblijft, wordt de kerk in Efeze uiteindelijk opgeheven.

Wat is het belangrijk om in het leven op God gericht te zijn. Om het met een oude term te zeggen: wij staan voor Gods aangezicht.
Ook in 2018 is dat het belangrijkste dat er is: voor Gods aangezicht staan. De God van hemel en aarde moet ons, om zo te zeggen, in de ogen kunnen kijken!

Naar aanleiding van Openbaring 2 schreef ik al eens: “…als een kerk vaag wordt en de twijfel groot, dan moeten we ons ernstig afvragen of in die betreffende kerk Gods Geest nog wel volop werkt”[6].
De kerk moet een duidelijke boodschap afgeven.
Welke boodschap is dat dan? Antwoord: pook het vuur van de eerste liefde maar weer eens flink op. Dan besef je weer waarom de kerk bestaat: tot Gods eer!
Wie in geloof volhoudt, heeft ook uitzicht op de hemelse vreugde die Jezus Christus – het Hoofd van de kerk – uiteindelijk geven wil. In Openbaring 2 wordt over die vreugde geschreven: “Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het ​paradijs​ van God staat”[7].

Arnon Grunberg zei: “Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt”.

Doet de kerk iets fout?
Toch niet.
Want Gods Woord spreekt over het paradijs van God. Niet over een lusthof die mensen wensen te creëren. Trouwens, vergeleken met het paradijs van God is elk menselijk eldorado niet meer dan leuk bedoeld gepruts.

In Openbaring 22 heeft Johannes dat paradijs als volgt beschreven.
“En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken. En geen enkele ​vervloeking​ zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[8].

Laten we nog een korte blik werpen op onze tijd.
Inderdaad – ook kerkmensen zijn behept met die driften waar Grunberg over spreekt.
Natuurlijk moeten wij proberen om fatsoenlijk te leven.
Het is ontegenzeglijk waar: in zekere zin blijft het in deze wereld frunniken en fröbelen.
Maar de kerk heeft meer te melden dan een duister Evangelie dat mensen deprimeert.
De kerk vuurt mensen aan om blijmoedig en dienstbaar op weg te gaan naar het vaderland in de hemel.
Leef voor Gods aangezicht!
Laat de moed niet zakken!
De toekomst komt snel naderbij!

Noten:
[1] “Uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 maart 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dit essay zijn: Arnon Grunberg, “De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies”. – Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2017. – 48 p.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] Openbaring 2:5.
[5] Openbaring 2:4.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘Een lopend wonder’, hier gepubliceerd op donderdag 20 augustus 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/08/20/een-lopend-wonder/ .
[7] Openbaring 2:7 b.
[8] Openbaring 22:1-5.

17 augustus 2018

’t Wonder van Zijn gaven

“Geef ons heden ons dagelijks brood.
Dat wil zeggen: Wil ons zó verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben, dat wij daardoor erkennen dat U de enige oorsprong van al het goede bent en dat onze zorg en inspanning en ook uw gaven ons niet baten zonder uw zegen. Leer ons daardoor ook ons vertrouwen niet langer op enig schepsel, maar op U alleen te stellen”.

Voor Gereformeerden in Nederland zijn dit bekende woorden uit de Heidelbergse Catechismus[1].
Misschien zijn ze zelfs zo bekend dat ze enigszins langs ons heen gaan.

Als het over deze woorden gaat, nodigt de Catechismus ons met nadruk en van harte uit om om ons heen te kijken.
Er is geen enkel schepsel te vertrouwen, suggereert dat oude leerboekje. Kijk maar ês rond in Gods wereld, lijken de schrijvers te zeggen. En dan zult u ’t zien: onbetrouwbaarheid is het overheersende kenmerk van de natuur en de cultuur op deze aarde.

Laten wij de wereld van vandaag een ogenblik bezien.

Dan zien we de grote droogte en de warmte in ons land.
Op donderdag 2 augustus jongstleden meldde de NOS: “Sinds vanmiddag hebben we in Nederland officieel te maken met ‘feitelijke watertekorten’, heeft de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling gezegd. De natuur en de waterkwaliteit staan nu door de droogte onder druk, want we zijn vandaag overgegaan naar de zogenoemde fase 2 uit het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte. Maar wat betekent dat?
(…)
Bij fase 2, waar we nu in zitten, wordt het wat spannender. Dan is er ‘sprake van een feitelijk watertekort’, staat in het draaiboek. Landelijk gezien moeten er nu keuzes worden gemaakt over de waterverdeling tussen sectoren als scheepvaart, landbouw, natuur, industrie, waterrecreatie en binnenvisserij. De drinkwatervoorziening loopt nog geen gevaar.
Bij fase 3 is er ‘sprake van een (dreigende) landelijke crisis’. Dit gebeurt eens in de 10 á 20 jaar, in 1976 en 2003 bijvoorbeeld. Dan moeten ‘uitzonderlijke maatregelen worden getroffen’”[2].

In de wereld zien we – bijvoorbeeld – de onrust en de armoede in Zimbabwe. Vanwege de recente verkiezingen; daarin zou gefraudeerd zijn. Vanwege de armoede waaronder het land al jaren kreunt[3].

En dan hebben we het nog niet gehad over ons eigen leven.
Er kan zoveel spanning zijn. Door tegenvallers en teleurstellingen. Door onbegrip en onvrede. Door de manier waarop mensen elkaar soms misbruiken.
Er zijn massa’s mensen die daar lichamelijk en geestelijk last van hebben.

Die drie dingen hierboven
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe
* moeilijkheden en verdriet in ons eigen leven
maken volkomen duidelijk dat we verzorging nodig hebben. Verzorging, door God Zelf. Als de schepping zelfverzorgend moet zijn, is een roemloos einde nabij!

Gelet op het bovenstaande wil ik vandaag wijzen op woorden uit Jacobus 1: “Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn”[4].

Een goede gave en een volmaakt geschenk: iets anders kan God niet geven.
Wij moeten, als het over die gave en dat geschenk gaat, niet blijven staan bij aardse dingen. Want een paar verzen daarvóór schrijft Jacobus: “Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de ​kroon​ van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem ​liefhebben”[5]. Dat betekent: wie – ondanks alle moeilijkheden in het leven – standvastig blijft geloven, zal zien dat God Zich aan Zijn beloften houdt.
We moeten die goede gave en dat volmaakte geschenk vooral niet uit het tekstverband halen!

De kroon van het leven: bij de Grieken is dat de krans die de overwinnaar ontvangt.
In de Bijbel wordt daar wel vaker over geschreven.
Paulus noteert in 2 Timotheüs 4: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de ​rechtvaardigheid​ die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad”[6].
In 1 Petrus 5 staat: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[7].
In Openbaring 2 moet Johannes aan de gemeente in Smyrna – het huidige Izmir in Turkije – schrijven: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[8].

Wat leren wij hieruit?
God leert ons om over de ellende van de wereld heen te kijken.
Er is meer dan droogte.
Er is meer dan Zimbabwe.
Er is meer dan de moeilijkheden in ons persoonlijke bestaan.
Verkijk u er niet op!
Maar richt u op God!

Jacobus heeft het over de Vader der lichten.
Dat betekent: Hij is de Schepper van zon, maan en sterren – ja, van heel het firmament.
Oftewel: het hemelgewelf is Zijn creatie.
En Hij is nog altijd druk bezig met het onderhoud en de verzorging van het geschapene.
De dichter van Psalm 104 zegt daarover:
“Zij allen wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem”[9].
Dat verandert niet zomaar.
De Here voert, onderweg naar de toekomst, Zijn plan uit!

De kern van dat plan is: redding voor wie geloven.
Vergeving van de zonden die ons op deze aarde zoveel parten kunnen spelen.
Eeuwig leven voor wie gelooft in de beloften die God gegeven heeft.
Dat betekent: een nieuw begin.
Dat betekent: re-creatie, wedergeboorte.

Kinderen van God zijn in zeker opzicht eerstelingen onder zijn schepselen.
Een uitlegger noteert daarover: “Zoals Jezus Christus de Eersteling is van de ontslapenen (…) en de Heilige Geest de Eersteling onder Gods gaven, zo vormt de gemeente van Christus het begin van de grote oogst, de nieuwe schepping”.
Kortom: het begin is er.
En dat is veelbelovend!
Met het oog op de toekomst mogen wij blijven bidden: geef ons heden ons dagelijks brood.

Het staat met grote koppen in de krant:
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe.
En als we dat allemaal gehad hebben, zijn er ook nog de moeilijkheden en het verdriet in ons eigen leven.
Wat kunnen we het druk hebben met al die dingen om ons heen.

Maar we mogen het blijven zeggen: het begin is er; ja, dat is veelbelovend!

Laten wij daarom de lof van Psalm 107 maar overnemen:
“Loof nu de HEER verblijd
om ’t wonder van zijn gaven,
die brood in nood bereidt,
de dorstigen wil laven”[10].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 50, antwoord 125.
[2] https://nos.nl/artikel/2244323-een-watertekort-in-nederland-dit-betekent-het.html ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Zimbabwe ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[4] Jacobus 1:17 en 18.
[5] Jacobus 1:12.
[6] 2 Timotheüs 4:8.
[7] 1 Petrus 5:4.
[8] Openbaring 2:10.
[9] Psalm 104:27-30.
[10] Psalm 107:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

13 augustus 2018

Was Mozes milieuactivist?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het schijnt dat wij van Mozes heel wat kunnen leren.
Een geleerde heer rept van idealen, compromissen, begeerte, leiderschap, opvoeding, arbeid, verslaving en afgoderij. Dat is nogal wat!
En trouwens: Mozes stelt zijn hele leven in dienst van een ideaal dat hij niet zelf heeft meegemaakt: het beloofde land.

Die geleerde heer ziet een parallel voor vandaag: “Wij zitten in precies dezelfde situatie. Wij kunnen het lot van de generaties na ons bepalen door hoe wij omgaan met het milieu en met de aarde. Onze daden hebben consequenties, wij zijn verantwoordelijk voor een toekomst die wij niet zelf kunnen betreden. Het is belangrijk dat wij in onze tijd net zo belangeloos zijn als Mozes”[1].

Die geleerde heer is professor dr. Marcel Poorthuis. Hij is hoogleraar interreligieuze dialoog aan Tilburg University[2].
Hij schreef een boek over Mozes. ‘Managen met Mozes’, heet het[3].

Gelovigen leven naar een ideaal toe. De hemel namelijk.
Tot aan het eind der tijden moeten wij, samen met onze medemensen op aarde, Gods schepping op een verantwoorde wijze. In dat verband zijn ‘rentmeesterschap’ en ‘cultuurmandaat’ twee termen die heel wat Gereformeerde mensen heel bekend voorkomen.

Gods schepping moet zorgvuldig worden beheerd.
Daar heeft professor Poorthuis gelijk in.
Maar wijst Mozes eerst en vooral met de wijsvinger naar ons leefmilieu? Zo van: denk erom dat je er netjes mee omgaat?
Nee – dat is, als u het mij vraagt, niet de kernboodschap die het leven van Mozes ons geven wil.

Voor die kernboodschap ga ik graag naar Hebreeën 11: “Door het geloof werd ​Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang door zijn ouders verborgen, omdat zij zagen dat het een heel bijzonder ​kind​ was. En zij waren niet bevreesd voor het bevel van de ​koning. Door het geloof heeft ​Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de ​farao​ genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de ​zonde​ te hebben. Hij beschouwde de smaad van ​Christus​ als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen. Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare. Door het geloof heeft hij het Pascha ingesteld en het besprenkelen met het bloed, opdat de verderver van de eerstgeborenen hen niet zou treffen. Door het geloof zijn zij door de ​Rode Zee​ gegaan als over het droge. Toen de Egyptenaren dat ook probeerden te doen, zijn ze verdronken”[4].

Mozes heeft ons geleerd om op God te vertrouwen. Mozes leert ons om te zeggen: wij weten zeker dat het goed komt als wij wandelen met God. Mozes leert ons te geloven.

En dan staat er: “Hij beschouwde de smaad van ​Christus​ als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen”.
Is dat niet vreemd? Het leven van Mozes kunnen wij dateren in de veertiende eeuw voor Christus[5].
Jezus Christus kwam veel later op de aarde. Door Zijn lijden, sterven en opstanding heeft Hij toen voor onze zonden betaald. Maar hoe kan Mozes nadenken over de smaad van Christus? Antwoord: Mozes heeft natuurlijk geen glazen bol waar hij in kan kijken zodat hij de toekomst uit kan tekenen. Maar hij weet, net als alle mensen in het Oude Testament, dat de Here verlossing geven zal. Hij kijkt niet alleen naar verleden en heden, maar ook naar de toekomst.

In de Bijbel zien we dat vaker gebeuren. Ethan zingt in Psalm 89:
“Heere, waar zijn Uw vroegere blijken van goedertierenheid?
U hebt ze ​David​ gezworen bij Uw trouw.
Denk, Heere, aan de smaad van Uw dienaren;
de hoon van alle grote volken, die ik in mijn binnenste meedraag.
Daarmee smaden Uw vijanden, HEERE,
daarmee smaden zij de voetstappen van Uw ​gezalfde”[6].
Ethan keek achterom. Maar hij kijkt ook vooruit.

Dat kan Mozes ook.
En er is meer.
Mozes heeft van de Here profetische gaven gekregen. En hij weet dat ook.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Handelingen 3: “Want ​Mozes​ heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een ​Profeet​ laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken”[7].
Overigens – ongeveer dezelfde tekst vinden we terug in Handelingen 7. In de rede van Stefanus, namelijk[8].
Nu ga ik weer terug naar professor Poorthuis.
Mozes leert ons naar de toekomst kijken, zegt hij. Hij pleit voor een Mozes-benadering. En die is dan met name gericht op actuele kwesties. En wel als volgt: “Ik vind een verbod op vluchten korter dan zeshonderd kilometer een goed idee. Met de Thalys sta je zo in hartje Parijs. Het zou goed zijn als we eraan wennen dat er maatregelen dwingend worden opgelegd. Je kunt niet wachten tot mensen eraan toe zijn, want mensen willen altijd meer. Daar is onderzoek naar gedaan. Een salarisverhoging bijvoorbeeld maakt mensen niet per se blij, want het gaat om de vergelijking met anderen. Als je hoort dat een collega die hetzelfde werk doet als jij, daarvoor meer geld krijgt, voel jij je besodemieterd. Dat staat al in het tiende gebod, waar God zegt: zet uw zinnen niet op het huis van een ander. Want juist wat je bij een ander ziet, wekt begeerte op”.

Dat klinkt ambitieus.
En laat ik er niet omheen draaien: ik vind het gebruik van het woord ‘besodemieterd’ onacceptabel; zéker als het uit de mond van een theoloog komt.

Maar het belangrijkste is, wat mij betreft, het volgende: het is uiterst merkwaardig om milieumaatregelen anno 2018 op te hangen aan het leven van Mozes.
We kunnen Mozes toch niet typeren als een milieuactivist avant la lettre?

Mozes wijst ons erop dat Gods beloften altijd in vervulling gaan.
Altijd? Ja!
Daar mogen gelovige mensen ‘Amen’ op zeggen.
In de tweede brief aan de christenen in Corinthe formuleert Paulus het zo: “Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem ​amen, tot verheerlijking van God door ons”[9].

Lezen over en studeren op het leven van Mozes is een heel goede zaak.
Maar dan moeten wij wel letten op de lessen die de Here ons leren wil.
Als wij in ons eigen leefklimaat blijven steken, wordt de Bijbel een plat boek. Bovendien – dan is de hemel voorgoed afgesloten. En dat kan de bedoeling niet wezen.

Noten:
[1] “Vrije tijd is meer dan opladen”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 9 februari 2018, p. 10. Vraaggesprek met professor dr. M. Poorthuis.
[2] Zie voor meer informatie over de heer Poorthuis https://nl.wikipedia.org/wiki/Marcel_Poorthuis ; geraadpleegd op maandag 30 juli 2018.
[3] De gegevens van dat boek zijn: Marcel Poorthuis, “Managen met Mozes. Lessen uit de woestijn voor leiders van vandaag”. – Stichting Amphora Books, 2018. – 112 p.
[4] Hebreeën 11:23-29.
[5] Zie https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html .
[6] Psalm 89:50, 51 en 52.
[7] Handelingen 3:22.
[8] Handelingen 7:37: “Dit is de ​Mozes​ die tegen de Israëlieten gezegd heeft: De Heere, uw God, zal voor u een ​Profeet​ laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren”.
[9] 2 Corinthiërs 1:20.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.