gereformeerd leven in nederland

7 juni 2022

Gods glorie fonkelt

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd. Nu gaan wij weer het gewone leven in. Wij lopen, zegt Hebreeën 12, voort “terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God”[1][2].  

We bevinden ons op de renbaan.
Er dringt zich een vergelijking op met soldaten die hun conditie trainen op de stormbaan. Die conditie is nodig om het vaderland te kunnen verdedigen.
Als je geluk hebt komt de generaal langs om je een hart onder de riem te steken.     
Of desnoods de president. Zoals bijvoorbeeld president Zelensky in Oekraïne. Op zondag 29 mei jongstleden was de leider aan de frontlinie bij Charkov en zei: ‘Ik wil jullie allemaal bedanken. Jullie wagen je leven voor ons allemaal en voor ons land. Bedankt voor het verdedigen van de onafhankelijkheid van Oekraïne. Pas goed op jezelf’.
In Oekraïne is men nog niet zeker van de overwinning.
Maar in de kerk zijn we dat wel. 
Want Jezus Christus is al op het eindpunt. Hij bevindt zich op het culminatiepunt van de wereldgeschiedenis: de hemel, Zijn woonplaats. Daar toont Hij Zijn almacht[3]

Dat heeft Hij altijd al gedaan. De profeten hadden het er al over dat Christus moest lijden en zo Zijn heerlijkheid moest ingaan: “En Hij zei tegen hen – dat zijn de Emmaüsgangers –: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!  Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?”.
Hij heeft mensen ingezet om zijn blijde Boodschap de wereld in te brengen. Zo gaat dat in 2022 ook nog. Daarom is de kerk er. Midden in de storm, te midden van het woeden van de wereld richt de kerk haar oog op de Voleinder van het geloof[4].

Jezus Christus is in de tijd die Hij op aarde was diep, diep vernederd.
Maar nu zit Hij op de hoogste troon die er in de wereld is. Hij heeft meer macht dan de heren Poetin, Biden en Zelensky bij elkaar. Ja, alle wereldburgers moeten voor Hem buigen!

Dat brengt de kerk dus tot evangelisatiewerk. En tot zendingswerk.
Die evangelisatie- en zendingsactiviteiten vallen altijd op. Soms worden ze in de wereld druk besproken.
Hoe komt dat?
Omdat de kerk achter Jezus Christus aan gaat. Christus is de afstraling van Gods heerlijkheid, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1. Wij zien de weerschijn van die glorie in de kerk. Daarom zeggen de omstanders soms: die kerkmensen hébben wat.
Wat is de weerschijn van die glorie precies? Dat wordt omschreven in Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus: “Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”.
Laten wij goed lezen wat daar genoteerd is.
Er staat niet dat u de hele dag blij moet wezen.
Er staat niet dat een gelovig mens met een brede glimlach zijn werk doet, naar de supermarkt gaat, zijn eten kookt, aan mantelzorg doet en zijn hobby’s beoefent.
Er staat niet dat wijzelf, met een uiterste krachtsinspanning, het laatste restje blijheid uit onze harten moeten opdiepen.
Nee, wij hebben vreugde in ons hart door Christus. Er staat dus wel dat kinderen van God nooit helemaal hopeloos zijn. Wij ontlenen onze levenslust aan Gods beloften voor de toekomst.
Daarom gaan wij de zonden steeds meer mijden.
Paulus schrijft in dat kader aan de Romeinen: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?”. De zonde is dus geen overheersende macht meer in ons leven.
Laten wij maar eerlijk zijn: daar begrijpen die omstanders weinig van. Die kerkmensen hébben wat… maar wat? Welnu, kerkmensen mogen het uitleggen: dit is de fonkeling van Gods glorie[5].

Jezus Christus zit aan Gods rechterhand. Daar is Hij neergezet. Het is God “uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten”. Zo staat dat in Efeziërs 1. Hij zit daar als Hogepriester. Hij doet dienst in het hemels heiligdom als onze Pleiter: ‘Spreek hem/haar vrij, want Ik heb Mijn lijden volbracht’.
Op die hogepriester moeten wij het oog op houden. Te Zijner tijd zullen wij Hem zien. Hij is, om zo te zeggen, in de wedloop voor ons uit gelopen. Maar daarmee is niet alles gezegd. Want God graveert Zijn wet in onze harten. In Hebreeën 8 wordt het zo geformuleerd: “Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Wij dragen Gods wet in onze harten mee. Wij gaan, om zo te zeggen, gewapend de wereld in![6]

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd.
Wij mogen verder gaan door het leven heen, op weg naar het schitterende eindpunt: de hemel, met het rechtstreekse zicht op onze Heiland.
Laten wij onderweg maar volop aan het werk blijven. Met activiteiten die – om  weer met Zondag 33 te spreken – “uit waar geloof, naar de wet van God en tot zijn eer gedaan worden”![7]  

Noten:
[1] Hebreeën 12:2.
[2] In dit artikel wordt aandacht besteed aan Hebreeën 12:2. Op zondag 29 mei 2022 werd in de morgendiensten van De Gereformeerde Kerk Groningen een preek gelezen over Hebreeën 12:2 en 3. Die zondagmiddag werd een preek gelezen over Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus. Beide preken werden geschreven door ds. C. Koster, predikant van De Gereformeerde Kerk Lansingerland. Dit artikel is onder meer het resultaat van een verdere doordenking van die preken.
[3] Het citaat van de Oekraïense president Zelensky komt van https://nos.nl/liveblog/2430606-zelensky-alle-essentiele-infrastructuur-in-severodonetsk-is-vernietigd ; geraadpleegd op maandag 30 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Lucas 24:25,26.
[5] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Hebreeën 1:3 en Romeinen 6:1,2. Verder citeer ik antwoord 90 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.
[6] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Efeziërs 1:20 en Hebreeën 8:1. Ik citeer Hebreeën 8:10.
[7] In deze alinea citeer ik een gedeelte van antwoord 91 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.

23 mei 2022

De ijdelheid overwonnen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Terwijl wij door het leven wandelen, mogen wij weten: de God van alle genade neemt ons mee naar de voleinding van de wereld. Laat ons werk in de kerk intussen maar zo zijn, dat de adventsgemeente – de vergadering van Gods kinderen die Jezus Christus op aarde terug verwacht – steeds beter in beeld komt.
In dat kader besteden we in dit artikel aan de laatste woorden van de Prediker: “De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad”[1].

Sommigen zeggen: het leven is volstrekt vruchteloos. Zij worden pessimist of nihilist. Er is niets dat werkelijk zin heeft. Anderen zeggen: we leven hier en nu, wij gaan ervan genieten.  
Prediker stuurt ons echter een andere kant op. Hij is een onderwijzer die wijsheid doorgeeft. Het kerkvolk krijgt, om zo te zeggen, les van hem: ‘zó moet u tegen het leven aankijken’. Zijn onderwijs vat hij samen in aansprekende spreuken. De lessen van Prediker prikkelen. Als vanzelf gaan we hoe en waar zijn onderwijs in de huidige wereld van toepassing zijn.
De lessen van Prediker gaan, als wij ze goed bestuderen, deel uitmaken van ons leven in kerk en maatschappij. We dragen ze mee. En wij benutten ze waar dat kan. Ja, dat is het allerbeste wat wij kunnen doen. Want die levenslessen zijn afkomstig van de goede Herder. In Prediker 12 staat het onomwonden: “De woorden (…) zijn gegeven door één Herder”.
Studeren is mooi. Dat kan ook vermoeiend zijn. Ja, dat ook. Maar als het onderwijs van de goede Herder komt, is het lespakket wel van hemelse kwaliteit![2]

Waar zien wij dat aan? Antwoord: wij worden metterdaad op de hemel gewezen. En op het einde van de dingen, bovendien. De Christelijke Gereformeerde predikant J. Jonkman omschreef het eens zo: “Gelovigen weten van de zonde en het oordeel van God over de zonde. Ze weten ook, dat het gericht verlossing zal brengen. God zal recht verschaffen. In het eindgericht wordt de ijdelheid van alle dingen voor de gelovigen voor eeuwig en altijd weggedaan. Het gericht betekent voor de gelovigen het definitieve einde van alle ijdelheid. Zo gezien eindigt Prediker geweldig positief”[3].

Zeker, in dit leven zijn heel veel dingen zinloos.
Wat komen wij boven deze situatie uit? Antwoord: door ons geloof in God.
Om met de apostel Paulus in 1 Corinthiërs 1 te spreken: “Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen. Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt? Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven”.
Zonder geloof gaat het leven inderdaad als een nachtkaars uit.
Dan leef je zonder God.
Dan is er geen hoop meer.
Dan wandelen de mensen, in de woorden van Efeziërs 4, als de heidenen “in de zinloosheid van hun denken, verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart”[4].

De opstanding van de Heiland geeft zin aan onze arbeid. Zo staat dat in 1 Corinthiërs 15. U weet wel: “Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”.
De hierboven al geciteerde dominee Jonkman schrijft: “In Christus hebben we eeuwig leven. In Christus zijn onze werken blijvend. In deze spanning op aarde kunnen we gerust en vertrouwend leven en al onze arbeid verrichten. In deze spanning vervallen we niet tot pessimisme en somberheid, tot nihilisme en oppervlakkigheid, maar Christus zet deze spanning om in een overvloedig bezig zijn in Zijn werk, altijd en overal. En dan hebben we aan de ijdelheid ten diepste geen boodschap meer.
Christus en de gemeenschap met Hem: overwinning van de ijdelheid!”.

Prediker 12 leert de mensen: vrees God en onderhoud Zijn geboden. Als het goed is zijn we daarmee voortdurend bezig terwijl we samen met God door de wereld wandelen, op weg naar het einde van de tijd. Onderweg mogen we, ten aanhoren van ieder die het horen wil, getuigen van de hoop die we hebben.
Over dat getuigen schrijft dominee G.W.S. Mulder, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Ridderkerk, in een recent nummer van De Banier, het partijblad van de Staatkundig Gereformeerde partij. Als volgt.
“Wat is eigenlijk een getuigenis? Het is niet een persoonlijk gevoel of een eigen mening. Een getuigenis is een bevestiging van de waarheid. Denk bijvoorbeeld aan iemand die getuige is van een incident op straat. Deze persoon kan de werkelijke toedracht bevestigen. Een getuigenis is dus ook niet iets waarmee je je buiten de orde plaatst. Integendeel!
Het is eigenlijk een opmerkelijke gedachte: dat een getuigenis er niet zo toe doet. Het maakt duidelijk dat in onze samenleving het waarheidsbegrip problematisch is geworden. Het huidige genderdebat laat zien hoe deze crisis de mensen ontwricht tot in hun persoonlijke identiteit. Wie in onze tijd de waarheid wil bevestigen, zal met beleid te werk moeten gaan en standvastig moeten zijn.
Bevestigen van de waarheid is meer nodig dan ooit. Laten SGP’ers zeggen hoe het is. Leven in het licht van de Bijbel geeft de helderste en meest realistische kijk op de werkelijkheid. God is onze Schepper en de Onderhouder van ons leven. Wij geven Hem niet de erkentenis die hem toekomt en overtreden Zijn geboden. Maar in Zijn goedheid draagt en verdraagt Hij ons en onze werkelijkheid. Elke dag bevestigt Hij dit. Daarom schamen wij ons niet voor het Bijbelse getuigenis: ‘Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen’ (Prediker 12:13)”.
Daar zeggen we graag ‘Amen’ op![5][6]

Noten:
[1] Prediker 12:13,14.
[2] In deze alinea gebruikte ik Prediker 12:8-12.
[3] Dit citaat komt uit: J. Jonkman, “IJdelheid II”. In: De Wekker, jg. 100 nr 41, vrijdag 19 juli 1991, p. 341,342. Ook verderop in dit artikel maak ik gebruik van deze publicatie.
[4] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 1:18-21 en Efeziërs 4:17,18.
[5] In deze alinea citeer ik: ds. G.W.S. Mulder, “Getuige”. In: De Banier, mei 2022, p. 3.
[6] Dit artikel werd geschreven als voorbereiding op een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Op woensdagavond 25 mei 2022 zal een vergadering worden gehouden waar Prediker 11 en 12 zullen worden bestudeerd.

6 mei 2022

Rampscenario als troost

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er komt, zegt Openbaring 5, een periode dat kinderen van God de hele wereld zullen overzien. Dan wordt nergens meer gediscussieerd. Dan wordt nergens meer gediscrimineerd.
Wij hebben nu nog geen idee hoe zal dat voelen. Een wereld zonder tegenstand? Dat is echt onvoorstelbaar. Ja, wij geloven dat het ooit zover komen zal[1].

Maar die periode wordt voorafgegaan door de moeilijkste periode van de wereldgeschiedenis. In Openbaring 6 lezen we erover. Leest u maar mee.
“En zij – dat zijn de de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden – riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden. En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?”[2].   

Hierboven wordt een rampscenario geschetst.
Een daverende aardbeving: alles schudt en dondert!
De dag verandert eensklaps in een nacht die ongekend duister is!
Er vallen sterren op de aarde – alsof iemand aan een boom schudt!
Het lijkt alsof alle wolkenluchten als een groot tapijt worden opgerold!
De complete kaart van de aarde wordt in een oogwenk waardeloos: alsof iemand de hele aarde door elkaar gooit!
Alle machtige mensen, inclusief de meest gruwelijke dictators, schrikken zich dood!

Dat rampscenario wil eigenlijk niemand lezen. Wij drukken dat liever maar wat weg. Er is al genoeg ellende in de wereld, nietwaar?
Noem in deze tijd de namen Vladimir Poetin en Sergej Lavrov en dan weten wij, bij wijze van spreken, al genoeg. De president van Rusland en zijn minister van buitenlandse zaken zijn immers verantwoordelijk voor de ergste gruwelen die Europa de afgelopen decennia heeft gekend.
Er is meer.
Er woedt een digitale oorlog. De NOS meldt op maandag 2 mei 2022: “De Spaanse premier Sánchez en minister Robles van Defensie zijn vorig jaar getroffen door een spionageaanval. Hun telefoons zijn in mei en april besmet met Pegasus-spyware, heeft presidentieel minister Félix Bolaños bekendgemaakt in een persconferentie. Bij de hack zijn volgens hem aanzienlijke hoeveelheden gegevens onderschept (…) Het nieuws over de spionageaanval komt op het moment dat in Spanje veel te doen is over de omstreden Pegasus-software, waarbij juist met de beschuldigende vinger naar de Spaanse regering wordt gewezen. Twee weken geleden brachten onderzoekers van The Citizen Lab van de Universiteit van Toronto naar buiten dat zeker 63 betrokkenen bij de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging doelwit zijn geweest van die software”.
Wij leven in een tijd waarin wij zonder het te weten een spion in onze achterzak hebben – onze mobiele telefoon namelijk.
Wat is er een hoop ellende in de wereld!
Hoe gaat dit eindigen?[3]

Dit alles overdenkend blijkt het zeer de moeite waard om onze aandacht een ogenblik bij Openbaring 6 te bepalen.
Er zijn tenminste twee dingen die daar opvallen:
* wraak
* wetenschap.

De God van het verbond wreekt het onrecht dat Zijn kinderen in de wereld hebben geleden. In alle tijden, ook vandaag, zijn er mensen die zeggen: God doet niks aan de ellende in de wereld. Oftewel: Hij staat er bij en kijkt er naar. In Psalm 10 wordt er al over gezongen:
“Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten,
Hij heeft Zijn aangezicht verborgen,
Hij ziet het in eeuwigheid niet”.
In Psalm 94 gaat het ook over mensen die
“zeggen: De Heere ziet het niet,
de God van Jakob merkt het niet”.
Zelfs Gods volk kan op die gedachte komen. Dat zien we bijvoorbeeld in Ezechiël 9. Daar zegt God over Israël en Juda: “zij zeggen: De Heere heeft het land verlaten, en: De Heere ziet het niet”.
Laten wij het in de kerk echter nooit vergeten: de Verbondsgod dóet wat aan het onrecht in de wereld. Dat lijkt er misschien niet op. Maar dat is gezichtsbedrog. De Here vraagt geloof. Ook in 2022.
Laten wij elkaar maar troosten.
De God van het verbond trekt scheefgetrokken situaties weer recht.
Hij grijpt in op het moment dat door Hem bepaald is.
Hij maakt een nieuwe vrede.
Die hemelse vrede komt er aan.
Onafwendbaar.
Glorieus.
Wij zijn op weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Daar zal gerechtigheid wonen, lezen we in 2 Petrus 3. Die gerechtigheid komt niet zo nu en dan langs, om vervolgens weer schielijk te verdwijnen. Nee, de gerechtigheid resideert daar. Voor eeuwig![4]

Er blijkt ook wetenschap te zijn, daar in Openbaring 6. Kennis, zeg maar.
De koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen, de slaven, de vrije mensen… – die blijken allen precies te weten dat het nu afgelopen is. Zij beseffen allemaal dat alles nu verloren is. Rijkdom en macht doen er nu helemaal niet meer toe. Want de Koning van de kosmos oordeelt de wereld.   
Ook daarin ligt voor de kerk een grote troost.
Vandaag de dag lijkt het soms wel of dominees, ouderlingen, diakenen en andere gelovigen voor stoelen en banken praten. De kerk heeft geen aansluiting bij de wereld meer, heet het. En ja, heel vaak is dat ook zo. Maar uiteindelijk zal blijken dat de mensen die het in de wereld te zeggen hebben heel goed weten wie God is. De mensen die in de wereld leiding geven zullen te Zijner tijd heel goed weten wat Zijn wil is en hoe Zijn wet luidt. De hemelse Here zorgt er Hoogstpersoonlijk voor dat Hij bekend wordt bij de leidinggevenden, ook als zij aan Hem geen boodschap hebben.
Laten wij ’t in de kerk maar vasthouden: de God van het verbond zorgt Zelf voor een goede afloop!

Noten:
[1] In deze alinea refereer ik aan mijn artikel ‘Alles overziende…’, dat op deze plaats verscheen op donderdag 5 mei 2022. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/05/05/ .
[2] In deze alinea citeer ik Openbaring 6:10-17.
[3] In deze alinea gebruik ik onder meer https://nos.nl/artikel/2427270-niet-alleen-catalaanse-politici-ook-spaanse-premier-slachtoffer-spyware ; geraadpleegd op dinsdag 3 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 10:11, Psalm 94:7 en Ezechiël 9:9. Verder gebruik ik 2 Petrus 3:13.

29 april 2022

Fenomenaal feest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen”.
Die woorden staan in Openbaring 1.
Jezus Christus troost ons.
De Heiland stelt ons gerust
Onze Redder geeft aan op Wie wij moeten focussen[1].

Afgelopen woensdag, 27 april 2022, vierden we Koningsdag. De monarch van Nederland, koning Willem-Alexander, werd 55 jaar. Het Nederlands Dagblad kopte daags erna: “Koningsdag als vanouds”. En: “Dit was het feest waar iedereen twee jaar lang naar gesmacht heeft”.
De koninklijke familie vierde het feest mee in Maastricht. In een korte toespraak zei het staatshoofd: “Twee lange jaren heeft het vat dicht gezeten, twee lange jaren van individueel coronaleed en collectief chagrijn. Twee lange jaren waarin Limburg keihard geraakt is in de coronacrisis, en ook nog een watersnoodramp over zich heen gekregen heeft. Twee lange jaren die we echt niet gaan vergeten. Daarom zijn we zo ontzettend dankbaar dat het vat weer openging. Het was niet verzuurd, het was gegroeid”[2].

Dat klinkt prachtig. En toch mist schrijver dezes iets. Meer precies: hij mist in de toespraak Iemand. De God van hemel en aarde namelijk. Zijn naam wordt niet genoemd. En dat behoort wel te gebeuren. Immers – Hij geeft de mogelijkheden om gezond samen te leven. Hij biedt de gelegenheid om samen feest te vieren!

In het Nederlands Dagblad staat op donderdag 28 april te lezen: “Maar in Maastricht is het gewoon feest. Zonder anderhalve meter, zonder QR-codes, zonder desinfecterende handgel en mondkapjes. Mét een zeer uitbundige koninklijke familie die er zichtbaar zin in heeft om met Nederland vrolijk te zijn. Maar geheel onbevangen is het tegelijkertijd ook weer niet. Zo zijn er onderwerpen die niet te vermijden zijn. En dan gaat het niet om de inflatie of de oververhitte woningmarkt, maar de oorlog in Oekraïne. Zijdelings wordt dat in het programma aangestipt, bijvoorbeeld door dansers die in blauw en geel gekleed zijn”.
Inderdaad – er wordt gefeest in een wereld waarin van alles aan de hand is.
Hoe zou dat toch komen?
Het zou een terechte vraag wezen: waarom overkomt ons de coronapandemie, de inflatie, de woningnood en  ja, ook de oorlog in Oekraïne?
Nee, dat is geen toeval. Daar heeft de Here de hand in. Hij vestigt onze aandacht op Hem.

Wij moeten de aardse koning van Nederland eerbiedigen. En ja, wij behoren de maatregelen van de regering na te leven. Maar boven alle machten en overheden staat de Eerste en de Laatste. Zeker in deze tijd is het de plicht om God te noemen als de Gever van alle dingen. Hij regisseert de wereld op een zodanige wijze dat Zijn plan volvoerd wordt!
En laten we wél wezen: Zijn Koningsdag zullen we nog vieren. Op Hemelvaartsdag namelijk; dit jaar valt die op 26 mei.

Door de eeuwen heen weerklinkt de blijde Boodschap van Zijn aanwezigheid. En nu Hij er is, ijsbeert Hij niet doelloos langs de zijlijn. Jesaja heeft het er in hoofdstuk 41 over: “Wie heeft vanwaar de zon opkomt de rechtvaardige doen opstaan, hem geroepen om te gaan? Wie heeft heidenvolken aan hem overgeleverd en doet hem koningen vertreden? Wie heeft hen als stof overgeleverd aan zijn zwaard, als wegwaaiende stoppels aan zijn boog? Hij achtervolgde hen, trok verder in vrede, over een pad dat hij met zijn voeten niet eerder betrad. Wie heeft dit bewerkt en gedaan? Hij Die de generaties riep vanaf het begin! Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en bij de laatsten ben Ik Dezelfde”. En een eindje verder, in hoofdstuk 44: “Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God”.
En nóg wat verderop in Jesaja’s profetie, in hoofdstuk 48: “Luister naar Mij, Jakob, Israël, Mijn geroepene: Ik ben Dezelfde, Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste. Ook heeft Mijn hand de aarde gegrondvest, en Mijn rechterhand heeft de hemel uitgespannen. Roep Ik ze, dan staan ze er tezamen”.
Onze aardse koning wandelt met zijn familie door Maastricht. En dat is prachtig.
Maar boven Hem zetelt de Monarch der ganse aarde. En Hij is volop actief. Hij is energiek bezig in heel de wereld. Op allerlei plekken tegelijk.
En Hij heeft speciale aandacht voor de rechtvaardigen. Zijn doel is: het volk van God krijgt uiteindelijk alle ruimte. Ruimte om feest te vieren – jazeker. En dat wordt een feest dat nimmer ophoudt![3]

Het is deze week in heel het land feest geweest. En ’t was mooi. Via de televisie kregen we veel mee van het Zuid-Limburgse feestgedruis.
Maar het leed om ons heen werd niet helemaal vergeten. En dat was heel terecht. De ellende is er. Onze verdorvenheid praten wij niet in een oogwenk weg. Want, zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis “de zonde ontspringt altijd uit deze verdorvenheid als opwellend water uit een giftige bron”. Ja, zo gaat dat met zondige mensen.
Maar Gods kinderen weten: ons feest wordt nog groter. Waarom? De apostel Paulus omschrijft dat in Romeinen 6 zo: “Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Wij weten toch dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem”[4].

Het wordt ons in Openbaring 1 voorgehouden: “Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen”.
Koningsdag 2022: het was een prachtig feest.
Maar Gods kinderen weten: het hemelse feest wordt nog veel en veel mooier!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Openbaring 1:17b en 18a.
[2] In deze alinea citeer ik uit het Nederlands Dagblad van donderdag 28 april 2022, p. 1 en 4.
[3] In deze alinea citeer ik Jesaja 41:2-4, Jesaja 44:6 en Jesaja 48:12,13.
[4] In deze alinea citeer ik enkele woorden uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 6:8,9.

13 april 2022

Intocht in Jeruzalem

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In ons leven zien wij, als wij nauwkeurig kijken, op vele plaatsen Gods goedheid. Zelfs in de meest deplorabele omstandigheden is er wel reden om optimistisch te blijven over het vervolg van ons leven. Want zelfs als wij het aardse leven plotsklaps los moeten laten is er een magnifiek vervolg: wij krijgen een definitieve woonplaats in de hemelse heerlijkheid.
Het is van groot belang om die blijde Boodschap scherp voor ogen te hebben.
Dat zal hieronder blijken[1].

Zonder het te weten wijzen Jezus’ discipelen in Lucas 19 op die hemelse glorie. Want zij roepen bij Jezus’ intocht in Jeruzalem: “Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere. Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen”. Dat roepen heeft een diepe betekenis. Want de discipelen proclameren niet zomaar wat. Zij grijpen terug op Psalm 118:
“Och Heere, breng toch heil;
och Heere, geef toch voorspoed.
Gezegend wie komt in de Naam van de Heere!
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heere”.
In de Oudtestamentische tijd zong men de pelgrims met die woorden toe. Maar in Lucas 19 krijgt Psalm 118 een diepere betekenis. Hij is de Verlosser waarover eeuwenlang door profeten gesproken is. De profeet Maleachi was indertijd heel duidelijk geweest: “Plotseling zal naar Zijn tempel komen die Heere Die u aan het zoeken bent, de Engel van het verbond, in Wie u uw vreugde vindt. Zie, Hij komt, zegt de Heere van de legermachten”. Welnu, dat moment is in Lucas 19 aangebroken[2].

De discipelen nemen grote woorden in de mond.
Vrede in de hemel!
Heerlijkheid in de hóógste hemelen!
De discipelen beseffen niet precies wat zij zeggen. De betekenis van hun juichkreten overzien zij ongetwijfeld niet. Waarom zeggen zij die woorden dan? Omdat hen de woorden klaarblijkelijk in de mond gelegd worden. De intocht in Jeruzalem wordt op Goddelijke wijze geregisseerd.
Onze God is de God van hemel en aarde. Hij vangt heel de kosmos in Zijn blik. Tijdens die intocht in Jeruzalem wordt het duidelijk voor mensen die goed naar de inhoud van de juichkreten luisteren: Jezus wordt geen koning van een aards koninkrijk. Nee, Zijn greep is groter. Onze Heiland zegt het in Johannes 18 Zelf tegen Pilatus: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden overgeleverd zou worden, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier”.
Het is dus een hemels koninkrijk. Dat koninkrijk is hier op aarde niet zomaar te zien. Het is een kwestie van geloof.
De juichkreten van Jezus’ discipelen worden door veel toeschouwers overgenomen. Heel het omringende volk laat – zonder zich dat te realiseren – weten dat Christus’ koninkrijk een hemelse dimensie heeft!
Ook voor ons is het anno Domini 2022 belangrijk om die laatste gedachte vast te houden. Wij leven in een wereld vol misstanden en rampen. We horen over de opwarming van de aarde. Gods wet wordt met voeten getreden. Huwelijkstrouw is bijvoorbeeld vaak ver te zoeken. Er zijn veel internationale spanningen die bij tijd en wijle tot een oorlog leiden. In zo’n enerverende wereld kan zomaar de vraag rijzen: kan God hier nou niets aan doen?? Laten wij elkaar voorhouden: de hemelse God doet er wat aan; maar dat is niet altijd zichtbaar, want Hij sticht een hemels Koninkrijk. In dat Koninkrijk krijgen gelovige kinderen van God een schitterende woonplaats![3]

In Lucas 12 had de Here Jezus al tegen Zijn discipelen gezegd: “Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven”. De kleine kudde van 2022, de kerk, mag dat feit ook op zichzelf toepassen. Die kant gaan wij op. In dat kader staat ook de intocht in Jeruzalem. Natuurlijk, het gaat in Lucas 19 over het aardse Jeruzalem. Maar dat is nog maar een klein begin.
Jesaja maakt het in Zijn tijd al veel grootser. Want Jesaja 60 begint zo: “Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de Heere gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de Heere opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden”. Ook Zacharia heeft in zijn tijd een brede blik: “Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin. Ik zal de strijdwagens uit Efraïm wegnemen, en de paarden uit Jeruzalem. De strijdboog zal weggenomen worden. Hij zal vrede verkondigen aan de heidenvolken. Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot aan de einden der aarde”.
Onze God brengt in Openbaring 3 het hemelse Jeruzalem Zelf ter sprake: “Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam”. In Openbaring 21 zien we hoe Jeruzalem Gods glorie gaat weerspiegelen: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is”. En even verder: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan”.
Jezus Christus deed intocht in het aardse Jeruzalem.
Al de uitverkorenen zullen intocht doen in het hemelse Jeruzalem.
En daarom mogen we zeggen: Lucas 19 is nog maar het begin![4]

Noten:
[1] Zie voor een uitwerking van het bovenstaande mijn artikel ‘Dopen, Pasen en Pinksteren’, hier gepubliceerd op maandag 11 april 2022. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/04/11/ .
[2] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Lucas 19:38, Psalm 118:25,26 en Maleachi 3:1 b.
[3] In deze alinea citeer ik Johannes 18:36.
[4] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Lucas 12:32, Jesaja 60:1,2, Zacharia 9:9,10, Openbaring 3:12, Openbaring 21:1,2 en Openbaring 21:10.

30 maart 2022

Wijsheid maakt het leven mooier

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De titel van dit artikel spreekt, naar wij mogen aannemen, boekdelen. Wie geniet van de wijsheid die God geeft weet het: ons bestaan wordt evenwichtiger.
Vanwege die wijsheid houden wijze mensen zich bijvoorbeeld aan de regels die de overheid stelt. Waarom? Omdat God hen dat gebiedt.
En daarmee komen wij bij de belangrijkste kwestie die in ons doen en laten aan de orde wezen moet: Hij is de Gezaghebbende in ons leven. Hij voert ons aan Zijn hand naar een toekomst met Hem.
Wie dat belijdt, gaat altijd de goede richting uit.

Het is goed om dat helder te hebben.
Wijze mensen weten wat zij behoren te doen, en wanneer het daarvoor de tijd is.
Wijsheid hebben we in deze wereld hard nodig.
Immers – voor we ’t weten krijgen wij te maken met tegenspoed.
Naast die tegenspoed is er ook de onzekerheid: wat zal de toekomst ons brengen?
Eén ding is zeker: iedereen ziet op een door de Here bepaald moment de dood in de ogen. Er is niemand die aan die dood ontkomt.

Het leven is vol raadsels. De zonde is overal en nergens. Boosheid, korte lontjes, miscommunicatie en onwil zijn overal.
Maar voor Gods kinderen is er, ondanks dat alles, troost.
De Prediker omschrijft die troost in hoofdstuk 8 als volgt.
“Hoewel een zondaar honderdmaal kwaaddoet, verlengt God zijn dagen. Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen. Maar de goddeloze zal het niet goed gaan en hij zal zijn dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht. Er is iets vluchtigs wat op de aarde plaatsvindt: er zijn rechtvaardigen die het vergaat naar het werk van de goddelozen, en er zijn goddelozen die het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeg dat ook dit vluchtig is. Daarom prees ik de blijdschap, omdat de mens niets beters heeft onder de zon dan te eten, te drinken en zich te verblijden. Dat zal hem immers vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon. Toen ik mij met heel mijn hart erop toelegde wijsheid te kennen en de bezigheid te zien die op aarde plaatsvindt, dat men zelfs overdag of ’s nachts de slaap niet met zijn ogen ziet, toen zag ik al het werk van God, dat de mens niet kan ontdekken, het werk dat onder de zon plaatsvindt. Hoezeer de mens zwoegt bij het zoeken, hij zal het niet ontdekken. Zelfs als de wijze zegt het te weten, zal hij het toch niet kunnen ontdekken”[1].

De zondaar zondigt heel zijn leven. Alle dagen borrelen er weer verkeerde gedachten op. Alle dagen doen wij dingen verkeerd. De zonde zit er bij ons ingebakken. En nee, wegpoetsen kan niet meer.
En toch laat God die zondaren verder leven.
Hij zegt niet: ‘Ik maak er een eind aan. Weg ermee’.
Hij zegt niet: ‘Ik wil niet langer tegen deze ellende aan kijken’.
Nee, Hij laat zondaren in leven.
Goddelozen moeten rekenen op eeuwige pijn. Hun bestaan wordt echt een hel!
Godvrezende mensen kunnen echter rekenen op een heerlijke verlenging van hun bestaan. Het wordt perfect. Het wordt hemels!

Gods Woord tekent, als het hierom gaat, grootse perspectieven.
Laten wij elkaar wijzen op Psalm 37: “Wie de Heere verwachten, die zullen de aarde bezitten”.
En op Spreuken 1: “Maar wie naar Mij luistert, zal veilig wonen, hij zal vrij zijn van angst voor het kwaad”.
En op Jesaja 3. Daar krijgt de profeet de navolgende instructie van zijn Opdrachtgever: “Zeg de rechtvaardige dat het hem goed zal gaan, dat hij de vrucht van zijn daden zal eten. Wee de goddeloze, het zal hem slecht vergaan, want wat zijn handen verdienen, zal hem aangedaan worden”.
Rechtvaardigen komen in het bezit van de hele aarde. Dat is warempel geen vierkante centimeter-werk…
Het is bovendien bijna onvoorstelbaar dat wij geen angst meer zullen kennen. Dat moet wel werk van Gods Heilige Geest zijn.
Er gebeuren magnifieke dingen: de oppermachtige God draait er niet omheen![2]

Maar is dit alles niet wat al te groots? Is dit niet wat al te fantastisch en fenomenaal?
Immers – heel vaak lijkt het zo anders te gaan.
Dan vergaat het rechtvaardigen niet best.
Dan lijkt het wel alsof het de mensen zonder God altijd voor de wind gaat.
Zijn onderdrukking en zonde lonend? Soms lijkt dat zo.
En toch is het niet waar. Op de keper beschouwd is dat op deze aarde een uiterst merkwaardig raadsel!
Intussen is echter één ding volkomen zeker: Gods kinderen weten dat zo’n situatie maar tijdelijk is. Zoiets houdt zomaar weer op. Opeens zijn de omstandigheden in een oogwenk totaal anders. De wereldgeschiedenis kent onverwachte wendingen!

Wat is de conclusie van Prediker 8?
Mensen kunnen onderscheiden wat wijsheid en wat dwaasheid is.
Mensen kunnen echter niet precies uitleggen wat God nu precies aan het doen is.
Wijsheid is ongrijpbaar.
Mensen moeten in God hun Meerdere erkennen. Hij is echt de Gezaghebbende. Het lijdt geen twijfel: Hij maakt alles goed!
Laten we elkaar in dat verband attenderen op woorden die de apostel Paulus aan de christenen in Rome schreef. In hoofdstuk 8: “Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden”. En in hoofdstuk 11: “O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen”[3].

Wie wijsheid van God ontvangen heeft en zichzelf verder ontwikkelt, kan gaandeweg wat meer ontspannen gaan leven. Om met Prediker 8 te spreken: “De wijsheid van de mens verlicht zijn gezicht, zodat de stuursheid van zijn gezicht wordt veranderd”.
In het leven kunnen allerlei kleine en grote gebeurtenissen spanning opleveren. Maar wie die spanning bij de Here neerlegt, slaagt erin om het leven wat zonniger in te zien.
Laten wij daar ons best daar maar voor doen![4][5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Prediker 8:12-17.
[2] In deze alinea citeer en/of gebruik ik Psalm 37:9, Spreuken 1:33 en Jesaja 3:10.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 8:18 en Romeinen 11:33-36.
[4] In deze alinea citeer ik Prediker 8:1 b.
[5] In dit artikel wordt geschreven over Prediker 8. De keuze daarvoor hangt samen met het feit dat de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, woensdag 30 maart 2022, bijeen hoopt te komen om een bespreking aan dat Schriftgedeelte te wijden.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.