gereformeerd leven in nederland

12 maart 2019

De trouw belicht

In dit artikel worden enkele Schriftgedeelten belicht waarin de trouw van God en de trouw aan elkaar aan de orde komen[1].
Drie ervan komen uit het Oude Testament; één uit het Nieuwe Testament.

En het zal alras duidelijk wezen – wie de trouw van God in zijn eigen leven niet ziet, levert op slag heel wat levensvreugde in!

Laten wij voorin de Bijbel beginnen.

“Hij zei: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer ​Abraham, Die mijn heer Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet onthouden heeft. Wat mij aangaat, de HEERE heeft mij op deze weg geleid naar het ​huis​ van de broeders van mijn heer”.
Deze woorden lezen wij in Genesis 24[2].
Het zijn woorden van een vertrouwd personeelslid van Abraham. De dienaar spreekt zijn dankbaarheid uit omdat de Here trouw gebleven is. Hij heeft de vertrouweling van Abraham op het spoor gezet van Rebekka. Rebekka is een vrouw uit Haran, het vaderland van Abrahams familie – zie Genesis 12.
Het wordt duidelijk: de Here is in Genesis 24 aan het werk. En ook wij mogen zeggen: Hij leidt ons in onze keuzes.

Maar dat moeten vooral ook consequente keuzes zijn.
Jozua formuleert dat in Jozua 24 zo: “Nu dan, vrees de HEERE, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de ​goden​ weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in ​Egypte, en dien de HEERE. Maar als het in uw ogen kwalijk is de HEERE te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de ​goden​ die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden, gediend hebben, óf de ​goden​ van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn ​huis​ betreft, wij zullen de HEERE dienen!”[3].
Dat is een gerichte keuze. Iemand heeft in verband met Jozua 24 eens gezegd: “het stembiljet geeft maar één mogelijkheid”[4].
Is de Here dan een dictator? Zoals die in Rusland, of die in Venezuela? Nee. Immers – Wie heeft zich, door de tijden heen, zó ingezet om van een heel klein iets groots te maken: een volk dat Kanaän helemaal ter beschikking krijgt? Wie heeft er zoveel geduld gehad met dat vaak mopperend en revolutie plegend volk? Dat is de Here, en niemand anders!

Ook in Psalm 40 wordt van Gods trouw getuigd. In dat profetische kerklied staan twee zaken centraal:
* het getuigenis van Gods grote daden
* een schreeuw om redding.
De dichter zegt:
“Uw gerechtigheid verberg ik niet diep in mijn hart,
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.
Uw goedertierenheid en Uw trouw verzwijg ik niet
in de grote gemeente”[5].
Gods ingrijpen in het verleden geeft garanties voor de toekomst. Het werk dat God in het verleden heeft gedaan, geeft de dichter zekerheid: in de toekomst zal het met mij ook wel goed komen.
Het zingen van een psalm als deze is, ook anno Domini 2019, een oefening in vertrouwen. Daarbij gaat het uiteraard eerst om vertrouwen op God. En omdat wij vertrouwen op Hem, kunnen we in de kerk ook vertrouwen op elkaar.

Nu bladeren we even door naar het Nieuwe Testament. Laten we nog een ogenblik in het laatste Bijbelboek lezen.

In Openbaring 2 lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[6].
De gelovigen worden getest. Juist omdat zij op de proef worden gesteld, blijkt wie de echte gelovigen zijn.
Paulus wijst daar ook op in 1 Corinthiërs 11: “Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen”[7].
Mensen die de test doorstaan krijgen de kroon van het leven.
Die kroon, of krans, bedoelt de apostel Paulus ook in 1 Corinthiërs 9: “En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen”[8].
Petrus schrijft in 1 Petrus 5: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[9].

Laten wij nog een blik werpen op de praktijk van alledag in 2019.

Niet zo lang geleden zei een vader in het Nederlands Dagblad ook iets over trouw.
Hij formuleerde: “Spreken over mijn geloof in God vind ik niet altijd gemakkelijk, dus ik breng mijn geloof vooral in de praktijk. Dat doe ik onder meer door aanwezig te zijn in de erediensten, daarin trouw te zijn. Hierin wil ik een voorbeeld zijn voor mijn kinderen. Zij moeten leren dat de kerkgang niet vrijblijvend is. ’s Middags is de kerk soms bijna leeg, dat vind ik moeilijk om te zien. Vanaf het moment dat onze kinderen acht jaar zijn, moeten ze beide diensten mee gaan. Het grappige is dat de jongere kinderen nu al graag mee willen. Ik leer ook van hen. Zo bidden zij aan tafel voor specifieke dingen, terwijl ik sneller een algemeen gebed uitspreek. Hun houding stimuleert mij ook weer”[10].
Met het bovenstaande is eens te meer bewezen: trouw is niet alleen iets voor denkers, maar zeker ook iets voor doeners!

Tenslotte nog dit.
Wie de reikwijdte van Gods trouw ziet, kan opgelucht en verheugd de toekomst in gaan. Want de God van hemel en aarde is tot in eeuwigheid trouw.

Noten:
[1] Een bewerking van dit artikel zal de inleiding zijn die mijn vrouw D.V. houdt tijdens een vergadering van de vrouwenvereniging ‘Bouwen en bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die avond, die wordt gehouden op donderdag 21 maart, zal worden gesproken over het onderwerp ‘Trouw aan God, trouw aan elkaar’.
[2] Genesis 24:27.
[3] Jozua 24:14 en 15.
[4] Professor H.J. Schilder in een preek over Jozua 24:15. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Jozua stelt kiezend Gods volk voor de keuze op de overgang van verleden naar toekomst.
1. Hij stelt het volk voor de gerichte keuze;
2. hij stelt het volk voor de gemeenschapskeuze;
3. hij stelt het volk voor de geloofskeuze.
[5] Psalm 40:11.
[6] Openbaring 2:10.
[7] 1 Corinthiërs 11:19.
[8] 1 Corinthiërs 9:25.
[9] 1 Petrus 5:4.
[10] “Wij leven in een sociaal land” – portret van Dirk Malda uit Arnhem. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 2 maart 2019, p. 24.

8 november 2018

Stelling 96

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er is, naar ik heb begrepen, een aanvulling gekomen op de 95 stellingen van Maarten Luther.

In de krant las ik: “Ds. K.H. Bogerd, predikant van de hervormde gemeente in Wouterswoude, heeft woensdag op Hervormingsdag, in navolging van Maarten Luther, een stelling op zijn kerkdeur bevestigd: stelling 96.
Het gaat om een handgeschreven tekst met het woord ‘Trouw’ en daaronder de Bijbeltekst uit Openbaring 2:10: ‘Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens’. ‘Als ik dit wilde doen moest het op Hervormingsdag’, aldus ds. Bogerd.
De Friese predikant is een groot bewonderaar van kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546). Die verspreidde ooit 95 stellingen, te beginnen in Wittenberg, als aanklacht tegen de aflaatpraktijk in de Rooms-Katholieke Kerk.
Ds. Bogerd kwam tot de spontane actie omdat hij recent een aantal preken heeft gehouden over het thema trouw. ‘Het is een oproep aan de hele christenheid om trouw te blijven aan de kerk. Daar gaat het namelijk om’”[1].

Een oproep tot trouw – dat is een heel goede zaak.
Maar trouw aan de kerk? Dat wekt mijnerzijds enige argwaan. Zeker, de kerk – mét lidwoord – is mij lief. De heilige vergadering van de ware gelovigen, bedoel ik[2]. Maar moet ik altijd trouw blijven aan de kerk? Ook als de kerk een nep-kerk wordt? Ook als de kerk ontrouw wordt? Geen denken aan!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lees ik ook: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen”[3].
Zulke ‘kerken’ zijn er dus ook.
Trouw aan de kerk? Daar zou ik maar voorzichtig mee wezen. Kerkmensen, ambtsdragers incluis, bedenken steeds weer nieuwe dwalingen. Op zondige mensen kun je niet vertrouwen.
Steeds weer moeten we beseffen dat de Here Zijn kerk vergadert. En we zullen goed moeten bekijken waar Hij dat doet. En laten we maar eerlijk zijn: het is, anno Domini 2018, niet altijd even makkelijk om dat te zien.

Dominee Bogerd refereert aan Openbaring 2. In de Herziene Statenvertaling lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”.

Die woorden zijn gericht aan de christelijke gemeente in Smyrna.
Leden van die kerk hebben te maken met vervolging.

Een exegeet schrijft: “Het lijden houdt hier vervolging in. Sommige gelovigen zullen in de gevangenis geworpen worden. De gevangenis was in de Oudheid niet een plaats van straf, maar een plaats waar men werd vastgehouden in afwachting van het vonnis: men kon worden vrijgesproken. Gezien de vijandige situatie in Smyrna zal het vonnis echter eerder straf en zelfs de doodstraf inhouden. Uit de woorden ‘de duivel zal … u in de gevangenis werpen’ blijkt dat de plaatselijke overheid wordt voorgesteld als een instrument van satan”.
En verder:
“Hij die getrouw is tot in de dood zal de ‘kroon des levens’ ontvangen. We moeten niet zozeer denken aan de koningskroon, maar eerder aan de ‘krans’ die aan de winnaars van sportwedstrijden werd gegeven. (…). Smyrna stond bekend om zulke spelen. Omdat er ook sprake is van de ‘boom des levens’ (…), die het eeuwige leven in het volmaakte Koninkrijk van God voorstelt (…), zullen we ‘kroon des levens’ niet moeten lezen als de ‘kroon’ die bestaat uit het eeuwige leven, maar als de ‘kroon’ die hoort bij het eeuwige leven. Het is, om met een ander beeld te spreken, ‘de kroon op het levenswerk’ van de christen”[4].

Het gaat in Openbaring 2 dus om leden van een vervolgde kerk. Om mensen die met hun belijdend leven de dood riskeren.
Gelet op dat laatste is, naar mijn inzicht, de vergelijking met Nederlandse kerkmensen niet heel gelukkig.

Het is mooi dat dominee Bogerd de mensen om hem heen stimuleren wil om standvastig te zijn, en loyaal te blijven.
Alleen gaat het in Openbaring 2 niet zozeer om trouw aan de kerk. Het gaat om “de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden”[5].
Het lijkt me goed die opmerking hier te maken.
Want zeker in deze tijd moeten we godsdienstige zaken scherp stellen.

Trouw aan de Eerste en de Laatste – dat is niet altijd makkelijk.
Het was dominee W. van der Jagt, momenteel emerituspredikant binnen het verband van de Free Reformed Churches of Australia, die in een preek over Openbaring 2:8-11 eens zei: “Wie het échte leven wil, moet bereid zijn de dood te trotseren. Nee, niet in eigen kracht. Want wat er ook gebeurt en waar de Here u ook voor plaatst: de Here stelt altijd zijn éigen werk op de proef. En als het nodig is, durft Hij het aan om ons de ergste dingen te laten lijden. Zijn eigen werk zal de vuurproef doorstaan. Tegelijk met de nood zal Hij voor de uitkomst zorgen. Verlies daarom het vertrouwen niet”[6].
Daarom – ja daarom – mogen wij het ook in 2018 tegen elkaar zeggen: houdt moed!

Noten:
[1] “Predikant prikt stelling 96 aan de kerk”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 november 2018, p. 13.
[2] Deze formulering gaat terug op artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus…”.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:10. Geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.
[5] Openbaring 2:8 b.
[6] De preek is te vinden via http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.

1 juni 2018

Actuele belijdenis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Hoe kun je de Bijbel samenvatten?[1]
Dat hebben al heel wat mensen zich afgevraagd. Zij schreven belijdenissen. Zo komen we aan onze belijdenisgeschriften.
In de kerk sluiten we ons bij die belijdenissen aan. Op die manier zoeken wij heel bewust verbinding met ware gelovigen uit alle tijden en op alle plaatsen.

Als wij nu, in 2018, een nieuwe belijdenis zouden moeten schrijven… wat zou daar dan in geaccentueerd worden?

Laat ik een paar zaken noemen.
Maar ik waarschuw u van te voren: een compleet lijstje is dit zeker niet.

1.
Het feit dat God de Schepper is van hemel en aarde. Hij creëerde de wereld in zes dagen.
Hoe dat precies is gegaan? Niemand van ons was erbij. En omdat de mensen dat gebrek aan kennis wilden opvullen, ontwierpen zij de evolutietheorie. In die theorie steekt het niet op een miljoentje of een miljardje. Die theorie staat diametraal tegenover het christelijk geloof.
2.
Het feit dat de mens van nature diep in de zonde weggezonken is. Hij is, om zo te zeggen, één grote brok zonde. Dat de mens toch tot iets goeds in staat is, is aan God te danken. Hij heeft deze wereld niet in de ellende laten zitten. Wat is God genadig!
3.
Het feit dat Jezus Christus onze enige Verlosser is. Wij verwachten het niet van intermenselijkheid. En ook niet van Allah. En ook niet van het Boeddhisme.
Bij dit alles komt nog dat wij Allah, Boeddha – of welke andere god ook – niet op één hoop vegen met onze God. De eenvoudige reden daarvoor is dat er feitelijk maar één God is. Andere goden zijn er niet.
4.
De troost dat onze Here Jezus Christus ons van zonde en schuld verlost. Als ergens Zijn grote liefde voor het menselijk leven uitkomt, dan is het wel daarin. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden”[2]. Daarin liet Hij Zijn volmaakte liefde zien.
Het is die liefde die in het menselijk leven weerspiegeld mag en moet worden. Daarom is het leven het alleszins waard om uit alle macht beschermd te worden. Van de conceptie tot aan de dood. Van eigenmachtig ingrijpen – door bijvoorbeeld abortus, euthanasie of moord in het criminele circuit – mag geen sprake zijn.
5.
Het feit dat volgelingen van Christus die liefde tonen in het gewone leven. Christenen staan, als het goed is, bekend om hun vriendelijkheid.
Daarnaast zijn christenen eerlijk en betrouwbaar. Bedrog is niet aan de orde. Met christenen kun je, om het zo maar te zeggen, zaken doen!
6.
Het feit dat volgelingen van Christus trouw zijn.
Trouw aan God en Zijn geboden.
Trouw aan de mensen om hen heen.
Huwelijkstrouw is daarom een groot goed.
Seksueel misbruik is uit den boze.
7.
Het feit dat de kerk een groots werk van God is. Tegenwoordig lijkt de algemene regel te zijn: iedereen kan een eigen kerkgenootschap beginnen. Maar dat is, goed beschouwd, nonsens.
De Dordtse Leerregels leren ons: “De uitverkorenen zullen – ieder op zijn tijd – bijeen vergaderd worden en zal er altijd een kerk van gelovigen zijn, die gefundeerd is in Christus’ bloed. Zij heeft Christus, haar verlosser, die voor haar, als een bruidegom voor zijn bruid, aan het kruis zijn leven gegeven heeft, standvastig lief, zij dient Hem met volharding en prijst Hem nu en in alle eeuwigheid. Amen”[3].
8.
Het feit dat de burgers van deze wereld in twee kampen verdeeld zijn: voor of tegen Christus. Het is van tweeën één: hemel of hel. Een grijs gebied is er niet.
Verhalen dat mensen als sterren in een heelal zweven zijn aantrekkelijke fantasieën. Die verhalen kloppen echter niet.
We zeggen wel eens: zij was een goed mens. Of: hij was een slecht mens. Ten diepste is de tegenstelling echter niet ‘goed of slecht’, maar ‘voor of tegen Christus’.

Wie het bovenstaande overziet, ontdekt ongetwijfeld elementen uit de apostolische geloofsbelijdenis. Ook andere belijdenisgeschriften komen langs.
En dat is de bedoeling ook. Want de kerk van nu staat op de schouders van het voorgeslacht. Zij gaat het wiel heus niet opnieuw uitvinden!

Er is wel eens geopperd dat er een belijdenistekst moet komen “die boven culturen uitgaat, breed gedragen wordt en niet tijdgebonden is”[4].

Ik kan u vertellen dat dat niets wordt.
Dat klinkt flauw en vervelend. Maar het lijkt mij toch een realistische kijk op het gelovig belijden in de eenentwintigste eeuw.
Immers, in de kerk moet iedere generatie in de context van zijn tijd het geloof belijden.
En: in de kerk moet iedere generatie de consequenties daarvan in de praktijk van alledag tonen.

Maar kan de belijdenis anno Domini 2018 niet heel kort zijn?
Bijvoorbeeld: ‘Jezus Christus, ja Hij alleen’?
Dat klinkt prima.
En inderdaad – de Heiland staat in de Bijbel centraal. Maar er staat toch nog veel meer in Gods Woord; dat mogen we niet vergeten. Laten we niet net doen alsof de kern van de Heilige Schrift op een geel Post It-plakkertje past.

Belijdenis doen van je geloof: dat is een kwestie van alle tijden.
De consequenties van het geloof laten zien: dat is, als het eropaan komt, een taak voor iedere dag.

Noten:
[1] In dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 18 juni 2009.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 9.
[4] Dat pleidooi werd gehouden door de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee R.C. Janssen. Zie: “Pleidooi voor een nieuwe belijdenis”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 17 juni 2009, p. 2.

8 mei 2018

Goedertierenheid en trouw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zo helpe mij God almachtig”.
Die zin kent u wel. Het is de gebruikelijke formule bij het uitspreken van de eed. Die eed wordt bijvoorbeeld bij de rechtbank afgelegd.

In bijzondere situaties wordt van ons gevraagd te zweren dat we de waarheid zullen spreken. Niets anders dan de waarheid.
Nederlandse ministers, en diverse andere leidinggevenden, behoren bij hun aantreden diezelfde eed af te leggen[1].

Maar met die trouw neemt men het vaak niet zo nauw.
Denkt u maar aan de debatten over de afschaffing van de dividendbelasting.

Voor de duidelijkheid: “De Wet op de dividendbelasting 1965 (…) regelt de dividendbelasting die de Nederlandse rijksoverheid heft met betrekking tot ‘opbrengsten’ uit aandelen (…) in vennootschappen die in Nederland gevestigd zijn. Het tarief (….) bedraagt 15% van de opbrengst”[2].

Het kabinet heeft niet zo lang geleden besloten om die dividendbelasting af te schaffen.
Zo wordt het makkelijker om internationale bedrijven in Nederland te houden en te krijgen.
Opeens dook die maatregel op in een regeerakkoord. Niet dat die in een partijprogramma stond. Niettemin werd het aan een onderhandelingstafel geregeld. Geruisloos, in alle stilte.
Natuurlijk, het kost wel zo’n 1,4 miljard euro. Maar ’t is goed voor het bedrijfsklimaat in Nederland. En je moet wat wat over hebben voor de goede zaak.

Toen allerlei mensen naar de betreffende ambtelijke stukken gingen vragen werd het echter moeilijk.
Want die stukken waren er niet.
Of misschien wel.
Of toch niet?
Vraagtekens alom.
Ach, het geheugen van enkele regeerders bleek opeens niet zo goed meer. De oppositie in de Tweede Kamer werd steeds bozer. Het liep uit op een motie van afkeuring, die overigens niet aangenomen werd.
Het Nederlands Dagblad kopte: “Rutte erkent fout, maar houdt stand”. In een commentaar in dezelfde krant stond: “Waar het woensdag echter vooral om ging, is het vertrouwen in de politiek. Er werd lange tijd in ultieme vaagtaal gepraat over herinneringen, ‘allerlei teksten’ en zijtafels. Met volgens SGP’er Kees van der Staaij ‘veel verbaal trapezewerk’, bleef het bestaan van de memo’s buiten de openbaarheid”[3].

Het bovenstaande maakt het wel duidelijk: het vertrouwen in bestuurders is heden ten dage bij tijd en wijle minimaal. En daar is wel reden voor ook.
Trouwens – voor je ’t weet ga je als gewone burger ook een beetje sjoemelen. Immers, iedereen doet het toch?

In die omstandigheden doen gelovige mensen Gods Woord open.
Dan lezen zij bijvoorbeeld Spreuken 3:
“Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten.
Bind ze om je hals, schrijf ze op de tafel van je hart”[4].
Hier spreekt een vader tegen zijn kind. Maar alle Bijbellezers mogen zich aangesproken voelen!

Over dat woord ‘goedertierenheid’ schreef ik hier al eens:
“Goedertierenheid is, goed beschouwd, een containerbegrip. Want daar zit in ieder geval in:
* gunst. Goedheid die naar anderen uitstraalt, dus.
* barmhartigheid. Denkt u maar aan de wet van God, in Exodus 20: “Ik, de Here, uw God … die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden”.
* genade. Maar dat is dan wel genade die ook betekent dat schuldige mensen gestraft worden. Het is dus genade die een tegenstelling schept. Het is genade die de wereld in twee kampen deelt”[5].

“Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten.
Bind ze om je hals, schrijf ze op de tafel van je hart”.
Waarom is dat eigenlijk van zulk groot belang?
Antwoord: omdat wij op die manier iets kunnen laten zien van de trouw van God.
Psalm 117 zegt het kort en krachtig:
“Loof de HEERE, alle heidenvolken;
prijs Hem, alle natiën.
Want Zijn goedertierenheid is machtig over ons;
de trouw van de HEERE is voor eeuwig.
Halleluja”.
Als het goed is, zien anderen en wijzelf de weerspiegeling van Gods trouw!

“Bind ze om uw hals” – dat betekent: zorg er voor dat goedertierenheid en trouw, om zo te zeggen, de stuurinrichting van uw leven zijn.

Maar moet je dat dan helemaal zelf doen?
In dat geval kun je alleen maar garanties tot de voordeur geven.
Want die menselijke trouw stelt heel vaak maar weinig voor. Dat zien we in de politiek, zoals hierboven reeds bleek. Maar wie even rondkijkt, ziet overal om zich heen ontrouw. Een schrijnend gebrek aan loyaliteit. Onstandvastigheid.
Als mensen dat alleen moeten gaan corrigeren, dan wórdt dat toch niks?

Laten we elkaar wijzen op woorden van de profeet Jeremia.
Als woordvoerder van God zegt hij in Jeremia 31: “Voorzeker, dit is het ​verbond​ dat Ik na die dagen met het ​huis​ van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun ​hart​ schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn”[6].
Wat staat daar?
De God van hemel en aarde wordt Zelf actief. Zondige mensen hoeven, om zo te zeggen, niet op hun eigen houtje de rommel op te ruimen. Dat kúnnen ze trouwens niet eens!

“Schrijf ze op de tafel van uw hart” – wat moeten wij ons daarbij voorstellen?
Dat wordt duidelijk als we de tweede brief van Paulus aan de mensen in Corinthe erbij nemen. In hoofdstuk 3 schrijft Paulus: de brief van Christus is “geschreven niet met ​inkt, maar door de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op tafelen van vlees, van de ​harten”[7].
Gods Heilige Geest is druk aan het werk in de wereld. Dat zien wij niet altijd. Maar het is wel zo. Dat mogen wij geloven[8].

Spreuken 3 is ook vandaag toepasbaar.
Dat kan. En dat moet.
Maar dan behoren we erbij te zeggen: de God van hemel en aarde stuurt ons aan. Door Zijn Geest.
Als wij dat erkennen, en ons metterdaad laten sturen, komen misstanden steeds minder vaak voor.

Laten wij maar bidden om de kracht van de Heilige Geest!

Noten:
[1] Dit artikel schrijf ik met een schuin oog op Zondag 37 van de Heidelbergse Catechismus. Ik citeer hier vraag en antwoord 101:
“Maar kan men ook godvrezend bij de naam van God zweren?
Antwoord:
Ja, wanneer de overheid het van haar onderdanen eist of in geval van nood, om daardoor trouw en waarheid te bekrachtigen, en dat tot eer van God en tot heil van de naaste. Want zo’n eed is op Gods Woord gegrond en werd daarom door de heiligen in het oude en nieuwe verbond terecht gebruikt”.
[2] Zie hierover verder https://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_op_de_dividendbelasting_1965 ; geraadpleegd op vrijdag 27 april 2018.
[3] “Geen fraai tafereel”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, donderdag 26 april 2018, p. 3.
[4] Spreuken 3:3.
[5] Citaat uit mijn artikel ‘Goedertierenheid in Johannes 6’; hier gepubliceerd op donderdag 5 november 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/11/05/goedertierenheid-in-johannes-6/ .
[6] Jeremia 31:33.
[7] 2 Corinthiërs 3:3.
[8] In het bovenstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.oudesporen.nl/Download/OS2267.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 27 april 2018.

29 januari 2018

Wees trouw in het geloof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Kent u de columnist en essayist Stephan Sanders?[1]
Stephan rekent zich tot degenen die in Jezus geloven.
Maar Stephan heeft, naar het lijkt, een knipperlichtrelatie met Hem.

Op de website van het dagblad Trouw kwam ik een artikel van Stephan tegen, dat gedateerd is op woensdag 17 januari 2018.
U moet weten: de columnist is nu een paar jaar aan het proefgeloven. Als jongen kwam hij wel in de kerk. Vervolgens veertig jaar in het geheel niet. En nu weer wel.

Ter oriëntatie geef ik een drietal citaten.

1.
“Als de postkoets. Zo voorbij is voor veel mensen religie, zeker de christelijke. Voor Zen en Boeddha willen ze nog wel een uitzondering maken. Vooral voor die beeldjes, zo leuk in de vensterbank”.
2.
“Het leven als de TGV: Amsterdam-Lyon in 5.43 uur. De weilanden, huizen en akkers flitsen aan je voorbij, en zo hoort dat ook te gaan met het verleden. Dat is van vroeger, zie hoe het landschap zich verdikt tot een streep; als de streep die je door het geloof hebt gehaald. Het blijft opmerkelijk, dat zo’n persoonlijke breuk meteen wordt gezien als algemeen geldig; dat niet alleen deze Nederlander afstand nam van zijn geloof, maar dat door hem en met hem en in hem heel de wereld dat deed – althans, het moderne, flitsende deel. Het vooruitgeschoven deel. Nederland.
Een halve eeuw geleden was dit een belangrijk deel van de Nederlandse identiteit: het geloof in God.
Nu geloof je als echte Nederlander heilig in Zwarte Piet”.
3.
“…Dit voortsnellende idee, dat religie toch ‘niet meer van deze tijd is’, alsof je het hebt over je eerste Nokia-mobieltje dat je bent kwijtgeraakt; ik hoor er altijd weer van op. Hoeveel vooruitgang is er de laatste tijd eigenlijk geboekt met de liefde, de vergeving; met broederschap, kunst in het algemeen en de dood in het bijzonder? We mogen dan steeds sneller gaan en harder, maar waarnaartoe? Of zelfs: waartoe? Zeer oude vragen, en toch altijd hyper-actueel.
Ik zelf heb, zoals u inmiddels weet, een forse radiostilte ingelast in mijn geloofsleven. Als jongen wel naar de kerk, toen meer dan veertig jaar niet, en nu alsnog. En overtuigder dan ooit, waarschijnlijk omdat ik alles opnieuw moest ontdekken, en nu ook pas zie wat toen voor mij verborgen bleef. Sommige boeken moet je ook niet op je dertiende willen lezen, die zijn te complex en jij bent te veel puber.
Ik wens iedereen zo’n nieuwe of hernieuwde kennismaking toe. De bozen en de gefrustreerden, die jaar in jaar uit hun geloofswrok met zich meetorsen. De nieuwkomers, die denken dat het niets is ‘voor ons soort weldenkende mensen’. En de gelovigen, die het stiekem een sleur is geworden.
Start of restart: klinkt dat bijdetijds genoeg?”[2].

Tot zover de citaten.

Hoe staat het nu eigenlijk met het geloof van deze columnist? Dat valt, wat mij betreft, niet precies te zeggen. Maar één ding is zeker: ik gun hem een levend geloof. En een heerlijk perspectief op de eeuwigheid!
Daarbij denk ik aan Johannes 14: “Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf”[3].

Laten wij bij dit alles niet vergeten dat er, op de keper beschouwd, een levensgroot verschil is tussen religie en geloof. Ik zet de beide begrippen even onder elkaar:
Religie:
“Onder religie (religare, Latijn voor verbinden) wordt meestal één van de vele vormen van zingeving, of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, verstaan. In bredere zin duidt het woord ‘religie’ op een meer algemene vorm van spiritualiteit, gevoelens, gedachten met betrekking tot de zin van het leven in relatie tot óf een macht…”[4].
Geloof:
“Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].
Het geloof geeft vaste grond onder de voeten. Religie zet de mensen slechts op drijfzand.

Stephan verbaast zich erover dat het christelijk geloof in Nederland zo snel werd weggezet en afgedankt. En inderdaad, dat is opmerkelijk.
Het is, meen ik, ten diepste alleen verklaarbaar als wij ons realiseren dat er een geest van dwaling heerst.
In 1 Johannes 4 wordt er als volgt over geschreven: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan. Hieraan leert u de ​Geest van God​ kennen: elke geest die belijdt dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de ​antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is”[6].
En:
“Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling”[7].

Stephan Sanders noteert: “Sommige boeken moet je ook niet op je dertiende willen lezen, die zijn te complex en jij bent te veel puber”.
Maar nu staan de zaken dus anders.
Als ik het goed begrijp, heeft het sterven van Stephans’ moeder daarbij als katalysator gewerkt[8].
Dat lijkt mij een attentiesein voor jongeren, inclusief pubers. En ook voor ouderen trouwens. Dat attentiesein wijst ons onder meer op het volgende:
* er komen momenten waarop de Here in ons leven ingrijpt
* er gebeuren soms dingen die ons aan het denken zetten
* wees trouw in de dienst aan de Here
* dan gaan je gedachten altijd de goede richting uit
* dan is er altijd uitzicht!

Stephan Sanders wil graag bij de tijd zijn. Hij schrijft over start en restart. Het ontbreekt er nog maar net aan dat hij op de resetknop heeft gedrukt.
Ik zou willen uitroepen: met Gods Woord ben je immer en altijd eigentijds. Dat Woord geeft rust.
Ook voor gelovigen van 2018 geldt dat woord uit Openbaring 2: “Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[9].

Noten:
[1] Zie voor meer informatie over Stephan Sanders https://nl.wikipedia.org/wiki/Stephan_Sanders ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[2] Geciteerd via https://www.trouw.nl/ ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[3] Johannes 14:11.
[4] Geciteerd van http://www.encyclo.nl/begrip/religie ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] 1 Johannes 4:1, 2 en 3.
[7] 1 Johannes 4:6.
[8] Citaat van https://visie.eo.nl/2016/12/stephan-sanders-probeerde-voor-een-jaar-de-kerk-uit/ : “Het geloof was er gewoon niet bij Sanders. Maar alles werd anders na het overlijden van zijn moeder, vertelt hij. ‘Die uitvaart, dat moet je de katholieken meegeven, dat kunnen ze ontzettend goed. In die tijd heb ik voorzichtig het idee toegelaten dat het geloof niet krankzinnig is’. Om het een kans te geven besloot hij een jaar geleden om wekelijks naar de kerk te gaan”.
[9] Openbaring 2:10 b.

8 september 2017

Met God naar de toekomst

Het verhaal van Jozef in het huis van Potifar is wel bekend.
Jozef krijgt veel vertrouwen van zijn meester. Hij wordt door de vrouw van zijn meester verleid tot ontucht; hij weerstaat die verleiding echter.
Potifar hecht echter geloof aan de leugenachtige verhalen van zijn vrouw.
Zo komt Jozef in de gevangenis terecht. Maar ook daar blijkt Jozef door de God van het verbond gezegend te worden. De gevangenisdirecteur vertrouwt Jozef volledig.
In de gevangenis komt Jozef in aanraking met de opperschenker en de opperbakker van de Egyptische farao. Beide laatstgenoemde gevangenen hebben een droom gehad. Jozef heeft een verklaring van die dromen. Die verklaring blijkt naderhand juist te zijn.
Een spannend verhaal!

Nee, dit is allesbehalve een sprookje. Dat lijkt wel zo.
Maar de kwestie is: “De HEERE was met ​Jozef, zodat hij een voorspoedig man was”[1].
De kern van de zaak is: “Maar de HEERE was met ​Jozef​ en bewees hem Zijn goedertierenheid​…”[2].
De God van het verbond is present. Hij leidt Jozef aan Zijn vaderhand naar de toekomst.
Beter nog: Hij leidt Zijn volk naar de toekomst. Want de weg naar de Verlosser moet open blijven.

Iemand noteert: “God gaat dus zorgen, dat er straks plaats is voor zijn volk, voor zijn kerk. Laten we dat nooit vergeten. Dan pas gaat Gods grootheid schitteren”[3].
Het komt mij voor dat wij hier helder moeten onderscheiden.
Terecht tekent een andere uitlegger hierbij aan: “We moeten nooit, maar dan ook nooit, Gods aanwezigheid of Zijn trouw afmeten aan de omstandigheden. Voorspoed is niet hetzelfde als zegen en tegenspoed is niet hetzelfde als vloek!”[4].
Kinderen van God mogen zeker zijn van Zijn voortdurende presentie. In alle omstandigheden wijst Hij de weg. Hoe deplorabel onze situaties ook zijn, Gods tegenwoordigheid is gegarandeerd.

Jozef is trouw. In zijn gehoorzaamheid aan Gods Woord. In zijn werk. In het respect voor zijn werkgever.
Die trouw is trouwens eigen aan alle ware gelovigen. Het is namelijk een deel van de vrucht van de Heilige Geest. De beschrijving van die vrucht vinden wij in Galaten 5: “De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[5].
Ook anno Domini 2017 behoren wij trouw te doen wat de Here van ons vraagt. Jazeker, soms is de stand van zaken in ons leven ronduit armzalig en treurig. Hoe moet dit nu verder?, vragen wij dan misschien. Laten wij, als wij in dergelijke toestanden verkeren, vooral niet te lang naar ons zelf blijven kijken. Wij mogen er op vertrouwen dat de Here God de heilshistorie van Zijn volk voltooit!

Dat vertrouwen koestert Jozef, zelfs als hij in de gevangenis terecht komt.
Die gevangenis is niet het eindstation.
De Verbondsgod opent deuren naar de toekomst. Net zoals te Philippi, in Handelingen 16: “En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de ​gevangenis​ bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los”[6].
Dat vertrouwen mogen ook wij hebben, vandaag.
Gods Heilige Geest roept ons daartoe ook op in Openbaring 2: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[7].

Misschien zijn wij geneigd om op te merken: is dit nu Gods trouw, dat Jozef zo in moeilijkheden komt?
Wij moeten echter zeggen: bij alle wederwaardigheden van Jozef is er de troost van Gods aanwezigheid.
Het is goed om daarbij 2 Timotheüs 2 in herinnering te houden: “Dit is een betrouwbaar woord. Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[8].

Die Goddelijke trouw heeft Jozef duidelijk gezien[9]. In Genesis 40 belijdt hij, als het over de verklaring van dromen gaat: “Is de uitleg niet aan God? Vertel ze toch aan mij”[10].
Gods Woord is niet op te sluiten. Het klinkt overal, zelfs in de gevangenis.
Gods Woord is niet op te sluiten. Ook niet in onze logica. Soms zeggen wij heel overtuigd: dit of dat is naar Gods Woord. Op dit punt past enige bescheidenheid. Voor wij ’t weten zijn wij de eerbied tegenover God en Zijn Woord kwijt.
Het is belangrijk om die eerbied in de eenentwintigste eeuw vast te houden. Onze tijd is er immers één van krachtige statements. Van harde stellingnames. Van sterke overtuigingen. Wij houden van duidelijkheid. Intussen mogen wij de ootmoed echter nimmer verliezen!

In Genesis 40 is het uiteindelijk zo dat de schenker blijft leven en de bakker sterft. Waarom gaat dat zo? Er is niemand op aarde die dat zeggen kan.
Ondertussen is het zonneklaar dat wij Gods bestuur over deze wereld niet naar onze hand kunnen zetten. Wij kunnen de organisatie van de gang der gebeurtenissen niet overnemen. Wij trekken niet aan de touwtjes.

Jozef blijft nog een poos gedetineerd.
In de kerker wordt hij nog verder beproefd.
Jozef moet alleen op de Here vertrouwen, en ook echt alleen op Hem. En dat is in 2017 niet anders. Ook wij mogen bouwen op de vaste grond van Gods beloften en van Zijn verbond[11]. Dat is ons houvast. Ook in tijden waarin wij met veel tegenslagen geconfronteerd worden.
Laat onze bede maar vol vertrouwen blijven klinken:
“Zie op ons neer met vriendelijke ogen.
O God, bescherm ons in ons onvermogen.
Bevestig wat de hand heeft opgevat,
het werk van onze hand, bevestig dat”[12].

Noten:
[1] Genesis 39:2 a.
[2] Genesis 39:21 a.
[3] Geciteerd van http://www.hogerhoning.nl/ ; geraadpleegd op woensdag 2 augustus 2017.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.ngk-veenendaal.nl/system/files/field_ngk_message_file/161113%20preek%20Gen%2039%20-%20ppt%20op%20website.pdf ; geraadpleegd op woensdag 2 augustus 2017.
[5] Galaten 5:22.
[6] Handelingen 16:26.
[7] Openbaring 2:10.
[8] 2 Timotheüs 2:11, 12 en 13.
[9] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://keesvandusseldorp.files.wordpress.com/2017/07/gen40-17w.pdf ; geraadpleegd op woensdag 2 augustus 2017.
[10] Genesis 40:8 b.
[11] Dit is een licht gewijzigd citaat van regels uit Psalm 90. De oorspronkelijke tekst uit Psalm 90:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek) luidt: “Wij mogen bouwen op de vaste grond /  van uw beloften en van uw verbond”.
[12] Psalm 90:8 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.