gereformeerd leven in nederland

15 september 2022

Waarheid en identiteit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

We leven in een tijd waarin velen zeggen dat de waarheid, de absolute waarheid, niet bestaat. En dat terwijl onze God de weg, de waarheid en het leven is. Wie Hem volgt weet welke weg hij moet gaan. De levensrichting wordt duidelijk.
Er zijn heel veel mensen die in diezelfde richting trekken.
Zij zijn, zegt 1 Petrus 2, “een uitverkoren geslacht”. Er bestaat een lange ketting van mensen die door God aan Hem en aan elkaar verbonden zijn. Al die mensen vormen samen een Familie met een lange historie[1].

Die Familie komt tot stand via de uitverkiezing.
Mozes maakt dat in Deuteronomium 7 heel duidelijk: “Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de Heere liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de Heere voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de Heere u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte”.
De God van hemel en aarde heeft liefde voor ons opgevat. We werden niet uitgekozen omdat wij geloven, maar opdat wij geloven.
Denkt u, wat dit betreft, ook maar aan Efeziërs 1: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus, omdat  Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde”[2].

Geloven – dat wordt door heel wat mensen afgedaan als iets van een hoger niveau, iets dat bij tijden welhaast academisch is. Geloof moet men, zo wordt gesuggereerd, vereenvoudigen tot iets intermenselijks.
De cabaretier Freek de Jonge zei een jaar of vijf geleden: “Het geloof heeft geen betekenis meer voor me. Het idee van een kruisiging voor onze zonden is me te dogmatisch, te theologisch. Naastenliefde, daar gaat het volgens mij om in de Bijbel. En daar is de kerk ook altijd erg goed in geweest”. U ziet het: het gaat de zojuist geciteerde grappenmaker om simpele naastenliefde, niet om deftige dogma’s.
Elders zei De Jonge: “We hebben God doodverklaard, maar we zijn er niet klaar mee”.
Gereformeerde mensen dienen daarentegen vast te houden dat geloven, om zo te zeggen, van bovenaf  komt. Geloof borrelt niet spontaan uit ons hart op.
De Goddelijke uitverkiezing mag dan een dogma wezen, het is wel een troostvol dogma![3]  

Die uitverkoren mensen vormen samen een koninkrijk van priesters.
Het Latijnse woord voor priester, pontifex, betekent letterlijk: bruggenbouwer.
Gods kinderen zijn bruggenbouwers. Zij wijzen elkaar de weg naar Christus. En mensen buiten de kerk mogen het ook weten: bij ons moet u zijn als u Christus volgen wilt; want wíj kennen de Weg.

Wij zijn een heilige natie.
Niet omdat wij heilige boontjes zijn. Maar omdat de God van hemel en aarde heilig is. Laten wij elkaar attenderen op Leviticus 19: “Heilig moet u zijn, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig”.
Wij moeten heilig zijn. Waarom moet dat? Antwoord: omdat God rechtvaardig en genadig met ons omgaat. Dat proclameert de Here bijvoorbeeld in Hosea 11: “Ik zal Mijn brandende toorn niet ten uitvoer brengen, Ik zal niet terugkeren om Efraïm te gronde te richten. Want Ik ben God, en geen mens, de Heilige in uw midden, en in de stad zal Ik niet komen”[4].
Wij horen bij de almachtige God.
Dat behoort hoe langer hoe beter zichtbaar te zijn in ons leven.

Er wordt de laatste tien, vijftien jaar veel gepraat over onze identiteit. Maar bij al dat geredekavel wordt meestentijds uitgegaan van wat mensen weten en voelen.
Intussen gaan de mensen veelal voorbij aan de kern van de zaak.
Want Gods werk gaat door terwijl we ons dat soms helemaal niet bewust zijn. Hij voert Zijn plan uit. Daar gaat het om.

Dat woord ‘identiteit’ kan een beetje verwarrend zijn. Want dat woord duidt op het eigen karakter van een persoon. Als u dat woord gebruikt, praat u dus meestal over uw eigen persoonlijkheid en uw eigen keuzes.
Maar in de kerk gaat het er om dat ons een licht op gaat. Niet maar een schemerlampje. Met ware gelovigen is namelijk iets bijzonders aan de hand. In de Dordtse Leerregels staat dat de Here “hun verstand door de Heilige Geest zo sterk laat verlichten, dat zij goed begrijpen en onderscheiden wat Gods Geest hun wil leren”.
De Heilige Geest zet er dus de schijnwerper op.
De Heilige Geest heeft een sleutel van het hart.
De Heilige Geest werkt met een weekmaker: harde harten maakt Hij weer zacht.
Hij corrigeert een verkeerde levenskoers.
Hij herstelt kapotte dingen in het leven.
Wij hoeven dus niet zelf aan het werk. We hoeven geen nieuw identiteitsbewijs aan te vragen. De Heilige Geest is druk bezig om Zijn taak uit te voeren. Daar heeft Hij veel werk aan. Maar het lukt hem wél. Want Hij is God.
Er gebeuren grote dingen in ons leven. Laten we een rijtje maken:
* wedergeboorte
* vernieuwing
* nieuwe schepping
* opwekking uit de dood
* levendmaking.
Dat zijn voorwaar geen kleine dingen.
En toch zijn er massa’s mensen die zich van die grote veranderingen niet bewust zijn. Hoe kan dat toch?
Het antwoord op die vraag staat ook in de Dordtse Leerregels. Want daar lezen wij: “Hoe dit in zijn werk gaat, kunnen de gelovigen in dit leven niet volledig begrijpen”.
We kunnen ons er dus niet volledig bewust van zijn. We snappen het gewoon niet. Hoe knap wij ook zijn, we overzien dit alles niet. En dat is helemaal geen schande. Onze denkraampjes zijn simpelweg te klein.
In de Dordtse Leerregels staat nog meer.
Bijvoorbeeld dit: “Intussen vinden de gelovigen rust in de wetenschap en ervaring, dat zij door deze genade van God van harte geloven en hun Verlosser liefhebben”.
Als wij dat ons dat gaan realiseren wordt het vandaag een mooie rustige dag[5][6].

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik 1 Petrus 2:9.
[2] In deze alinea citeer ik Deuteronomium 7:7,8 en Efeziërs 1:3,4.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “Geloof is iets van mijn jeugd” – interview met Freek de Jonge. In: Nederlands Dagblad, donderdag 7 september 2017, p. 24. Verder citeer ik van https://www.nporadio1.nl/nieuws/cultuur-media/aba486d3-2c57-43ff-956c-17829102a817/freek-de-jonge-we-hebben-god-doodverklaard-maar-we-zijn-er-niet-klaar-mee ; geraadpleegd op donderdag 8 september 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Leviticus 19:2 en Hosea 11:9.
[5] In deze alinea gebruik ik: Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 11,12 en 13.
[6] Dit artikel is een bewerking van een eerder door mij geschreven stuk, dat gedateerd is op dinsdag 28 oktober 2008.

1 september 2022

Weg met tegenwerpingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Wie gelooft dat hij door God is uitgekozen gaat de keuzes daar op aanpassen. Hij is blij met God. Hij leeft graag binnen de kaders van Gods wet. Wandelen met God betekent dat wij veilig zijn in het leven. Natuurlijk – sommige situaties zijn levensgevaarlijk. Maar dan nog is onze overlevingskans honderd procent. De dood krijgt ons nooit te pakken![1]

Er worden dus mensen uitgekozen.
Wat prachtig!
Dat betekent echter ook dat er mensen in hun ellende blijven zitten.
Paulus draait daar in Romeinen 9 niet omheen.
Wat moeten wij daarvan zeggen?
Paulus leert het ons. Leest u maar mee.
“Dus Hij ontfermt Zich over wie Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil. U zult dan tegen mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn wil weerstaan? Maar, o mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt? Zal ook het maaksel tegen hem die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt u mij zó gemaakt? Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp klei het ene voorwerp tot een eervol, het andere tot een oneervol voorwerp te maken? En is het niet zo dat God, omdat Hij Zijn toorn wilde bewijzen en Zijn macht bekendmaken, met veel geduld de voorwerpen van Zijn toorn, voor het verderf gereedgemaakt, verdragen heeft? En dat met het doel om de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van Zijn ontferming, die Hij van tevoren bereid heeft tot heerlijkheid? Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen”[2].

Paulus kent onze tegenwerpingen: ‘Als het Gods wil is dat mensen ongelovig blijven, dan kunnen wij die mensen niets kwalijk nemen. Want die mensen kunnen er niets aan doen. Hun ongeloof maakt deel uit van Gods plan. En daar is geen verwrikken aan…’.

Gedachten als deze hebben wij allemaal wel eens. Maar voor deze gedachten geldt maar één regel: weg ermee! Hou op met die tegenwerpingen! Als de hemelse God dat zo bedacht heeft, dan is het goed. Dat is per definitie zo. Het gaat namelijk over een Goddelijk plan.
Gods werk in de heerlijkheid is vergelijkbaar met dat van een pottenbakker. Soms maakt die kleikunstenaar prachtige dingen. Ander materiaal acht hij onbruikbaar en onverkoopbaar. En het is duidelijk dat de pottenbakker zelf bepaalt wat hij met zijn materialen doet. Omstanders merken in de regel niet op: ‘U kunt beter dat of dat stuk klei gebruiken’. Want die omstanders hebben meestal geen verstand van pottenbakken. Ach nee, die omstanders kijken wel uit om stomme vragen te gaan stellen.
Jesaja profeteert in hoofdstuk 45 in dezelfde sfeer: “Wee hem die het tegen zijn Formeerder opneemt – een potscherf tussen aarden scherven. Zal het leem soms tegen zijn formeerder zeggen: Wat maakt u? Of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?”
Voor kerkmensen geldt daarom voor Goddelijke besluiten ook: bemoei u er niet mee!

Die almachtige God is vol van genade. Hij doet niets liever dan mensen redden. Dat vindt Hij zo belangrijk dat Hij zelfs Zijn Zoon Jezus Christus ervoor overgaf aan de dood. En Jezus Christus ging de dood in. Hij ging door de hel heen. Hij stond weer op uit de dood. Hij is almachtig – zelfs dood en hel kunnen het niet van Hem winnen!
De uitverkorenen wonen overal ter wereld. Zij wonen niet alleen in Israël, maar ook in Nederland, in België, in Canada, in Australië… De Here God is trouw aan Zijn verbond. Hij redt ongelooflijk veel mensen – zoveel dat het uiteindelijk een schare is die niemand tellen kan. Het wordt, kortom, een onafzienbaar volk van feestvierders!  

Daarom blijven wij bij de titel van dit artikel: weg met tegenwerpingen!
De apostel Paulus heeft in Romeinen 8 trouwens al geschreven: “En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt”.
Voor mensen die door God uitgekozen zijn kan er dus niets meer mis gaan![3]

Noten:
[1] Dit artikel is een resultaat van verdere doordenking van een preek van dominee H.G. Gunnink over artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (‘De eeuwige uitverkiezing door God’). Dominee Gunnink is emerituspredikant van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) in Ten Boer en Zuidwolde (Gr.) en nu lid van De Gereformeerde Kerk Groningen. De preek werd gehouden op zondagmiddag 21 augustus 2022 in de Goede Herderkerk te Bedum.
[2] Romeinen 9:18-24.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 8:28-30.

31 augustus 2022

‘Ik zal Mij ontfermen’

God is groot en wij begrijpen Hem niet.
Waarom verzorgt Hij een door Hem gecreëerde schepping die door mensen kapot gemaakt is? Waarom wil Hij nog te maken hebben met mensen die door en door zondig zijn?
Er is niemand die dat kan uitleggen. Maar het feit ligt er[1].

Paulus schrijft erover in Romeinen 9: “Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt”.
Wij hebben te maken met de keuze van God. Wij hebben te maken met Zijn unieke en zeer bijzondere plan: Zijn raadsplan[2].

Gods uitverkiezing is voor Gods kinderen iets om geweldig blij over te zijn.
Wij problematiseren de uitverkiezing vaak. Dat komt omdat wij de Goddelijke uitverkiezing willen doorzien. Dat kan niet. Ook al schrijven wij er boeken over vol, het laatste woord kunnen wij er niet over zeggen. Dat laatste woord zegt God.
Op aarde kunnen wij, als het hierom gaat, twee goede dingen doen:
* blij zijn over het feit dat God mensen uitkiest en Zich een volk vergadert
* hem bewonderend aanbidden vanwege Zijn genade.

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen wij onder meer: “Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade verkoren heeft in Jezus Christus, onze Here…”[3].

Die formulering gaat onder meer terug op 1 Samuël 12.
In dat hoofdstuk is Samuël aan het woord. Hij is oud geworden. In een rede voor het verzamelde belicht de profeet de historie. Israël moet tenminste twee lessen uit de geschiedenis leren? Deze: 1. leef volgens Gods wetten en dien Hem; 2. als Israël God massaal negeert, zal de natie de gevolgen merken! In het recente verleden – zo legt Samuël uit – is het al helemaal mis gegaan. Het volk wilde zo nodig een koning. En dat terwijl er nota bene al een Koning met een hoofdletter is!
Dat bewijst Samuël meteen nog eens. Hij bidt tot God. De almachtige God reageert onmiddellijk: Hij geeft regen en laat de donder rollen.
Als zijn volksgenoten dat alles zien worden zij bang. Maar daar is, verklaart Samuël, geen reden voor.
De profeet zegt: “Wees niet bevreesd, u hebt al dit kwaad wel gedaan, maar wijk niet langer van achter de Heere af, en dien de Heere met uw hele hart. Wijk niet af door de nietige afgoden na te volgen, die niet van nut zijn en niet kunnen redden, want zij zijn nietigheden. Want de Heere zal Zijn volk niet verlaten, omwille van Zijn grote Naam, omdat het de Heere behaagd heeft u voor Hem tot een volk te maken”.
Het volk toont voortdurend hoe diep het door de zonde is weggezonken. Maar God is trouw. Eens gekozen blijft gekozen. Dat was al zo in de tijd van het Oude Testament. In 2022 is dat nog zo[4].

Het is belangrijk om het steeds weer te benadrukken:
God vergadert Zich een volk. Mensen die van ’t pad af zijn roept Hij terug. Mensen lopen steeds weer bij God vandaan. God trekt uitverkoren mensen echter steeds weer naar Zich toe. Iedereen heeft de neiging om bij Hem weg te lopen. Maar dat laat Hij NIET gebeuren. Dat is wonderlijk, maar waar!

Waarom moet dat geaccentueerd worden? Antwoord: omdat op dit punt grote misverstanden heersen.
Dat blijkt bijvoorbeeld in het Nederlands Dagblad van dinsdag 26 juli 2022.
In die editie van het ND staat een interview met doctor G.A. van den Brink, emerituspredikant binnen de Hersteld Hervormde Kerk. Dat interview werd gehouden naar aanleiding van een lezing op het jongerenplatform Geloofstoerusting.nl .
Van den Brink zegt in het ND: “In de Bijbel lees je dat niet iedereen behouden wordt, daarover zullen de meeste christenen het eens zijn. God kiest en die tweedeling roept vragen op. Voor wie is Jezus gestorven? Moet je zondebesef hebben? Van daaruit is de theorie opgekomen dat als Jezus niet voor iedereen is gestorven, het evangelie ook niet aan iedereen verteld mag worden. Als je dat wel doet, roep je mensen op in een leugen te geloven. Dat theologen discussiëren over de vraag of God sommige mensen uitkiest en anderen niet en of dit de prediking beïnvloedt, lijkt me erg goed. Maar deze gedachtegang is de prediking in gesijpeld en voert inmiddels de boventoon”.
En even verder:
“Door de nadruk op de uitverkiezing ontstaat er onzekerheid bij de toehoorders. Die vragen zich af of zij mogen geloven. Zij denken: ik wil geloven, maar ik durf niet; want de kans dat ik mij vergis, is te groot. Zij worden gevoed met wantrouwen; het tegenovergestelde van geloof en vertrouwen. Wantrouwen over zichzelf, maar ook over andere medechristenen en uiteindelijk over God”.
Wie de woorden van Van den Brink tot zich door laat dringen beseft eens te meer hoe belangrijk het is om te blijven zeggen: God trekt uitverkoren mensen steeds weer naar Zich toe.
Gelovige mensen mogen zekerheid hebben.
Niet omdat zij zelf keurige mensen zijn.
Maar omdat God trouw is.
Laten wij vooral geen probleem van de Goddelijke uitverkiezing maken![5]

God ontfermt zich over mensen.
Als dat niet zo zijn was het in deze wereld een chaos. Het was niet minder dan een ongeregelde troep.
Kerkmensen weten het: er wordt aan ons getrokken. Wie doet dat? Dat doet de hoge God Zelf.
Dat is fenomenaal.
Dat is, goed beschouwd, een wonder!
Wie dat gelooft gaat zijn eigen keuzes daar uiteraard op aanpassen. Laten wij in die situatie het gebed van de dichter van Psalm 119 maar overnemen:
“Toon mij uw wet, uw wil, uw zorg, uw zegen,
want ik verkies als koers waarachtigheid
en overdenk uw woorden wel terdege”[6].

Noten:
[1] Dit artikel is een resultaat van verdere doordenking van een preek van dominee H.G. Gunnink over artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (‘De eeuwige uitverkiezing door God’). Dominee Gunnink is emerituspredikant van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) in Ten Boer en Zuidwolde (Gr.) en nu lid van De Gereformeerde Kerk Groningen. De preek werd gehouden op zondagmiddag 21 augustus 2022 in de Goede Herderkerk te Bedum.
[2] De geciteerde woorden vinden wij in Romeinen 9:15,16. Over deze woorden schreef ik op deze pagina ook in mijn artikel ‘De uitverkiezing uitgelicht’, hier gepubliceerd op woensdag 20 november 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/11/20/ .
[3] Dit zijn woorden uit artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] Het Bijbelcitaat is te vinden in 1 Samuël 12:20-22.
[5] Het citaat komt uit: “Zeggen dat gelovigen naar de hel gaan is manipulatie” – vraaggesprek met dr. G.A. van den Brink. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 26 juli 2022, p. 7. De bedoelde lezing is te vinden op https://www.geloofstoerusting.nl/evenementen/zeker-dr-g-a-gert-brink-jongerenavond-geloofstoerusting/ ; geraadpleegd op maandag 22 augustus 2022.
[6] Psalm 119:11 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 augustus 2022

Welzalig is het kerkvolk!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Welzalig het volk dat de Heere tot zijn God heeft,
het volk dat Hij Zich als eigendom verkozen heeft”.
Aldus Psalm 33.
Even verderop in die psalm staat:
“Zie, het oog van de Heere is over wie Hem vrezen,
op hen die op Zijn goedertierenheid hopen,
om hun ziel te redden van de dood
en hen in het leven te behouden, wanneer er honger is”.
Dat zijn nog ês troostrijke woorden voor het kerkvolk!
Mensen die door God zijn uitgekozen zijn altijd en overal beschermd. Niets kan ons deren.
De God van het verbond houdt altijd het oog op ons. Hij houdt ons de gaten. Hij is voortdurend bij ons. Wij leven met Hem in een prachtige leefgemeenschap. Een Verbondsgemeenschap. Wat is dat? Het Gereformeerde formulier voor de doop omschrijft die zo: “de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”[1].   

Psalm 33 bezingt Gods almacht.
Een paar woorden waren genoeg om de aarde te scheppen, compleet met alles wat daarop en daarin is.
Hoe groots en krachtig menselijk spreken en handelen ook is, onze God was en is altijd groter. En dat zal ook altijd zo blijven. Dat wil niet zeggen dat God altijd ingrijpt op de manier die mensen zouden wensen. Maar het is duidelijk dat de hemelse God de Zijnen verlossing aanbiedt.

De volksgenoten van die natie bevinden zich overal ter wereld. Mensen uit verschillende culturen, die verschillende talen spreken, behoren bij dat volk dat God zich verkiest. Hij zorgt er Zelf voor dat mensen bij Hem komen. Psalm 65 spreekt daar ook van:
“Welzalig is hij die U verkiest en doet naderen,
die mag wonen in Uw voorhoven;
wij worden verzadigd met het goede van Uw huis,
met het heilige van Uw paleis”.
Iemand schreef eens: “God kiest ons voor Zich uit opdat geen ander ons zou kiezen. Dat is werkelijk de troost van de verkiezing. Het hangt uiteindelijk niet van mijn keus af maar van Gods keus. Ik kan zo vaak de draad van het geloof niet in mijn handen vasthouden, het slipt er soms doorheen, maar in Gods hand is die draad veilig en vast!”. Ja, zo is het[2].

De alziende God houdt Zijn welwillende en vriendelijke blik op ons gericht. De Christelijke Gereformeerde professor W.H. Velema (1929-2019) schreef daarover: “Gods ogen spreken de taal van Zijn hart, zowel in ontferming als in boosheid over zonden van mensen. Wat een voorrecht dat God ons in de Bijbel getekend wordt als de God met een gezicht. Dat wil zeggen dat Hij ogen, oren en een mond heeft. Op tal van plaatsen lezen we dat God ziet, luistert en spreekt. Hij is de levende God, wat uitkomt in Zijn blik en in Zijn aangezicht”.
Professor Velema spoorde zijn lezers aan “om te bedenken en te betrachten dat we ook in onze blik beeld van God mogen zijn. Dat wil zeggen, mogen weerspiegelen wat Hij met Zijn oog tot ons zegt. Dat kan alleen door de Heilige Geest. Zo hebben we aan de psychologie van de blik een hogere dimensie ontdekt”[3].     

“Zie, het oog van de Heere is over wie Hem vrezen”, zingt Psalm 33.
Wij moeten de God die ons redding geeft eerbiedigen.
Wij behoren Zijn leiding in ons leven te respecteren.
Het is onze taak Hem te aanbidden. Niet alleen in ons gebed, maar ook in de kwaliteit van ons werk en de liefde voor onze naasten. Daarbij kunnen wij niet volstaan met half werk.
Heel veel wereldburgers denken dat dat laatste best kan.
Wilt u daarvan een voorbeeld? Vooruit dan.
Neem nu CDA-politicus Pieter Heerma. In het Reformatorisch Dagblad memoreerde hij onlangs dat hij ten strijde trekt tegen de doorgeslagen individualisering. “Als je alles relativeert, eindig je in procespolitiek die alleen uitgaat van het nut. Ik heb een natuurlijke neiging tot agnostiek, het niet weten of er een hogere macht bestaat. Ik hoop dat onze lieve Heer me dat vergeeft. De afgelopen jaren ben ik wel religieuzer geworden. (…) Ik kan niet in de toekomst kijken, maar ik sluit niet uit dat ik ooit weer in de kerk beland. Het is een zoektocht”.
Die natuurlijke neiging tot agnostiek hebben alle mensen.
Een lied als Psalm 33 wijst ons echter met nadruk op de Verbondsgemeenschap met God. En nee, dat is geen leefgemeenschap waar wij naar believen naar binnen en naar buiten kunnen lopen. Als er één ding in de drieëndertigste psalm duidelijk wordt is het dat wel[4].

Noten:
[1] Uit Psalm 33 citeer ik de verzen 12,18 en 19.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 65:5. Verder citeer ik uit: M.J. Middelkoop, “Een gelukwens van hoger hand”. In: Alle den volcke – blad van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) –, zondag 1 september 1991, p. 3.
[3] Dit citaat komt uit: W.H. Velema, “Psychologie van de blik”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 25 september 1999, p. 24.
[4] In deze alinea citeer ik uit: “C.S. Lewis inspiratiebron voor Heerma”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 3 augustus 2022, p. 24,25.

8 augustus 2022

Schriftuurlijk rouwen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het is een tamelijk onbekend klaaglied: het lied van David over Saul en Jonathan. Wij vinden het in 2 Samuel 1. Het luidt als volgt.
“O sieraad van Israël, op Uw hoogten ligt hij, gesneuveld.
Hoe zijn de helden gevallen!
Maak het niet bekend in Gath,
breng de boodschap niet op de straten van Askelon,
anders verblijden de dochters van de Filistijnen zich,
anders springen de dochters van de onbesnedenen op van vreugde.
Bergen van Gilboa, laat geen dauw of regen meer op u zijn,
op de hooggelegen velden;
want daar is het schild van de helden smadelijk weggeworpen,
het schild van Saul, niet meer gezalfd met olie.
Zonder bloed van gesneuvelden, zonder vet van helden
week de boog van Jonathan niet terug;
ook het zwaard van Saul kwam niet leeg terug.
Saul en Jonathan, bemind en geliefd in hun leven,
in hun dood niet gescheiden,
waren sneller dan arenden, sterker dan leeuwen.
Dochters van Israël, ween over Saul,
die u kleedde met scharlaken, met weelde,
die u sieraad van goud deed dragen op uw kleding.
Hoe zijn de helden gevallen in het midden van de strijd!
Jonathan ligt gesneuveld op uw hoogten!
Ik ben benauwd om jou, mijn broeder Jonathan!
Je was mij zeer lief;
je liefde was mij wonderlijker dan de liefde van vrouwen.
Hoe zijn de helden gevallen,
de strijdwapens verloren!”[1].

David leert dat lied aan zijn stamgenoten in Juda.
De helden zijn gevallen. Laat dat nieuws vooral niet bekend worden bij de Filistijnen. Zij zouden blij met de dood van Saul en Jonathan. En daar is, zo laat David blijken, allerminst reden voor. Wat David betreft moeten in de bergen van Gilboa geen vruchten meer worden gevonden. Integendeel: zij moeten een toonbeeld van rouw worden.

David kijkt terug op de heldhaftige daden van Saul en Jonathan.
Hij zingt de lof op de twee overledenen.
Saul heeft gezorgd voor weelde. En voor sieraden. De oorlogsbuit heeft klaarblijkelijk in het hele land welvaart opgeleverd. En er is nog iets belangrijks. Saul was de gezalfde van de Here. De Here had hem als koning aangewezen. Menselijk gesproken zou je zeggen: David is blij dat Saul nu eindelijk uit de weg geruimd is; voor hemzelf ligt de weg naar de troon immers open. Maar dat is te makkelijk. David weet: Saul heeft een bijzondere positie van de Verbondsgod gekregen! Het is die positie die David in dit klaaglied eerbiedigt.  
Jonathan is een broeder van David. Het waren zogezegd vrienden voor het leven. En dat ging ver. Jonathan zag zelfs af van zijn eigen rechten op de troon! De bijzondere band tussen David en Jonathan kan men beschouwen als een beeld van het verbond tussen de Here en de Israëlieten. Zeg maar: tussen de Here en de Oudtestamentische kerk.
David bedrijft rouw over heel bijzondere mensen!

In dit aardse leven is er alle plaats voor rouw. Het moet niet zo zijn dat Gereformeerden stoere en gevoelloze mensen zijn die hun verdriet dag aan dag verbergen. Het is niet voor niets dat dit klaaglied in extenso in het Woord van God is opgenomen. Wij hoeven niet om rouw heen te praten. Het is niet zo dat de rouwperiode na een week of zes is afgelopen en dat wij daarna nooit meer over de overledene spreken. Het gemis van geliefden duurt levenslang. Natuurlijk – met de één hebben wij meer dan met de ander. Maar het gemis is er. En hoe ouder wij worden, hoe meer mensen om ons heen wegvallen.
Velen kennen die zin uit het het gebed voor de doop in het Gereformeerde doopsformulier: “Laat dit kind zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten”. Een voortdurend sterven – ja, dat is de keiharde waarheid in deze zondige wereld.
Daarom is er rouw.
En er is volop plaats voor.

Maar in die rouw moet er altijd aandacht zijn voor de bijzondere positie die kerkmensen hebben. Gelovigen zijn door de God van hemel en aarde uitgekozen mensen. In het verbond geeft de Here hen toekomst, mits zij Hem gehoorzaam blijven.
In het rouwbeklag van David zit een belangrijke boodschap aan de kerk: respecteer de uitverkiezing van God. Wij herinneren elkaar in dit verband aan de Dordtse Leerregels: “God heeft uitverkoren niet omdat Hij tevoren in de mens geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid of een andere goede eigenschap of aanleg zag, die als oorzaak of voorwaarde in de mens, die uitverkoren zou worden, aanwezig moest zijn. Integendeel, Hij heeft uitverkoren opdat Hij geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid enzovoort zou bewerken. Deze uitverkiezing is dus de bron van al het goede, dat tot behoud leidt. Daaruit komen als vruchten het geloof, de heiligheid en de andere heilsgaven en tenslotte het eeuwige leven voort”.
Laten wij het zo zeggen: God staat ver boven zondige mensen, maar Hij bewerkstelligt wel een ommekeer in mensen. Wat een liefde heeft Hij voor Zijn schepping!
Iets van die verkiezende liefde manifesteert David in zijn klaagzang voor Saul en Jonathan.
Het rouwbeklag wijst op de Goddelijke uitverkiezing. Die uitverkiezing mogen wij nimmer achteloos aan de kant schuiven[2].

Wie naar mensen kijkt, heeft al gauw de neiging om een In Memoriam uit te spreken waaruit blijkt hoe lief iemand was. En hoe dienstbaar hij of zij was. En hoe ijverig hij of zij is geweest.
In 2 Samuel 1 leren wij om op Schriftuurlijk niveau te rouwen.
In 2 Samuel 1 leren wij: let op Gods werk.
In 2 Samuel 1 leren wij: let op zijn of haar inzet bij Gods werk in de kerk, en volg dat voorbeeld.
In 2 Samuel 1 leren wij om, hoe diep onze rouw ook is, altijd te beseffen dat al Gods kinderen een plaats hebben in Zijn plan!

Noten:
[1] 2 Samuël 1:19-27.
[2] In deze alinea citeer ik woorden uit Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 9.

28 maart 2022

Werk in Zijn dienst!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Dit artikel begint met een citaat uit Exodus 19: “U hebt zelf gezien wat Ik met de Egyptenaren gedaan heb en hoe Ik u op arendsvleugels gedragen en u bij Mij gebracht heb. Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken”.
In de kerk mogen we zeggen: wij zijn Gods eigendom. Wij mogen zeggen: wij zijn allen in Gods dienst. Dat is het uitgangspunt voor dit verhaal[1].

De woorden die Mozes gaat spreken klinken op het moment dat het volk, na een reis van drie maanden, in de woestijn Sinaï aangekomen is. De Here heeft Zijn volk Hoogstpersoonlijk uit Egypte weggeleid. Nu wordt het eerste kampement opgericht.
Daar staat het volk. Midden in de woestijn. Een beetje verloren. Jarenlang is het volk onderdrukt. En nu is de complete natie vrij. Velen moeten wellicht nog wennen aan dat gevoel van vrijheid. Opeens is er eigen beslissingsbevoegdheid. En bij wie hoort Israël nu eigenlijk?
Welnu, die laatste vraag beantwoordt de Here in Exodus 19 nog eens heel expliciet.
De Here zegt: ‘Ik heb een verbond met u. U hoort bij Mij. Luister naar Mij, dan komt u goed terecht. Ik zet u apart. Wees Mij maar gehoorzaam, dan gaat het leven altijd in de goede richting. Heel de aarde is van Mij, maar u kies Ik uit om Mijn volk te zijn. Als u voor Mij leeft, dan is uw geluk gegarandeerd. Werk in Mijn dienst!’.

Eeuwenlang hebben de Israëlieten gehoorzaam geluisterd naar de stem van gezaghebbenden van Egyptische komaf. Er was een enorme prestatiedruk. Er moest geproduceerd worden, heel veel geproduceerd worden.
Maar werken in Gods dienst heeft een totaal ander karakter.
Het kernwoord in die dienst is namelijk: genade.
Gods volk komt de hemel niet in met een bewijs van goed gedrag. Leven met God betekent niet dat wij een brevet van geloofsijver moeten kunnen tonen. Kinderen van God zijn niet perfect. En dat worden zij op aarde ook nooit.

Daarom staat in Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus: “Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een deel daarvan zijn? Antwoord: Omdat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, geheel volmaakt en in alle opzichten met Gods wet in overeenstemming moet zijn, terwijl zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn”.
Werken in Gods dienst betekent: wij zijn dankbaar voor de geloofskracht die wij van bovenaf ontvangen. De beloning die we daarvoor ontvangen is geen akkoordverklaring van de hoge God: ‘U scoort vandaag een ruime voldoende!’. In Zondag 24 staat het zo: “Deze beloning wordt niet uit verdienste, maar uit genade gegeven”.
Voor Israël is dat een geweldige omslag in de cultuur. Prestatie is nergens belangrijk meer. Hard werken levert geen goodwill op.
Voor de kerk van 2022 is dat trouwens nog altijd een moeilijk punt. Een toegangskaart voor de hemel kan niemand verdienen. En dat terwijl, voor ons idee, op deze aarde zoveel zelf moeten regelen…[2]

In de grond van de zaak zijn mensen sinds Israël in het Oude Testament niet veel veranderd.
Het liefst gaan we een beetje onze eigen gang…
De verlossing is volledig aan God te danken. Daarom zegt Mozes in Exodus 32 ook tegen God: “Heere, waarom zou Uw toorn ontbranden tegen Uw volk, dat U met grote kracht en sterke hand uit het land Egypte geleid hebt? Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Met kwade bedoelingen heeft Hij hen uitgeleid, om hen in de bergen te doden en hen van de aardbodem te vernietigen? Laat Uw brandende toorn varen, en heb berouw over het kwaad voor Uw volk”.
Mozes zal veel later, in Deuteronomium 29, nota bene zeggen: “U hebt alles gezien wat de Heere in het land Egypte voor uw ogen gedaan heeft, met de farao, met al zijn dienaren en met heel zijn land: de grote beproevingen die uw ogen gezien hebben, die grote tekenen en wonderen. Maar de Heere heeft u geen hart gegeven om dat te erkennen, of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op deze dag”. Die gecursiveerde zin zorgt ervoor dat wij er niet meer omheen kunnen: zelfs de ommekeer in ons hart moet door de Verbondsgod bewerkt worden![3]

De hemelse God kiest Zijn kinderen uit. En nee, Hij komt niet op Zijn keuzes terug. En daarom mogen we Psalm 135 in de kerk zingen:
“Looft Gods goedheid in uw zang.
Lieflijk klinkt zijn naam alom.
Jakob immers is reeds lang
zijn bijzonder eigendom.
Hij verkoos zich Israël
naar zijn eigen hoog bestel”.
De woorden die Petrus schreef gelden ook voor Gods kinderen in onze eeuw: “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent”[4].

Jazeker, het volk is in Exodus 19 vastbesloten: “Alles wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen!”.
En in 2022 zijn gelovige mensen natuurlijk graag bereid om zulk een belofte te doen. Maar ook in onze tijd zijn Gods kinderen niet altijd even standvastig…
Laten wij maar blijven bedenken: God heeft Zijn kinderen uitgekozen. En die keuze herroept Hij niet. Het is daarom alleszins passend om blijmoedig met Psalm 135 in te stemmen:
“Ja, ik weet: groot is de Heer,
die geen God naast Zich verdraagt.
Hem alleen komt toe de eer.
En Hij doet wat Hem behaagt.
Aard’ en hemel zijn van Hem,
zee en land bedwingt zijn stem”[5].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Exodus 19:4,5,6.
[2] In deze alinea citeer en gebruik ik Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus.
[3] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Exodus 32:11,12 en Deuteronomium 29:2,3,4,
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 135:2 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986. Uit Gods Woord citeer ik 1 Petrus 2:9,10.
[5] In deze alinea citeer ik Exodus 19:8. En verder: Psalm 135:3 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.