gereformeerd leven in nederland

17 augustus 2020

Een dringende oproep

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De uitverkiezing door God is geen populair onderwerp. In 2020 al helemaal niet. Immers – zodra het woord ‘uitsluiting’ valt gaan de haren van velen overeind staan. Voor we ’t weten zijn we racistisch. Zo gaat dat in 2020.

Onze belijdenisgeschriften spreken tamelijk uitgebreid over Gods verkiezingswerk. Neem nou de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
“Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade verkoren heeft in Jezus Christus, onze Here, zonder ook maar enigszins hun werken in rekening te brengen. Rechtvaardig, doordat Hij de anderen laat in hun val en verderf, waarin zij zichzelf gestort hebben”[1].

Uitgekozen mensen zijn uit louter genade uitverkoren.
Als het daarom gaat, komt Psalm 65 in ons blikveld. Dat is één van de Schriftbewijzen onder de hierboven geciteerde belijdenistekst.
“Welzalig is hij die U verkiest en doet naderen,
die mag wonen in Uw voorhoven;
wij worden verzadigd met het goede van Uw huis,
met het heilige van Uw paleis”[2].

Psalm 65 is een Verbondspsalm. Gods uitverkorenen brengen offers, en de hemelse God is ook volop actief. Het verbond is dus, om eens een oude uitdrukking te gebruiken, tweezijdig in zijn bestaan.
De Verbondsgod vergeeft zonden. Zijn beleid is rechtvaardig. Zijn reddingswerk is geweldig; dat mislukt nooit! Zijn activiteit is wereldomvattend; het is absoluut niet aan een regio gebonden.
Waar zien wij dat? Psalm 65 geeft het antwoord: in de natuur. Door Gods oneindige kracht vallen de bergen niet om. Hij stilt stormen op zee. Door Zijn toedoen worden opstandige volken weer rustig. Er groeit graan. Er is water op aarde. Er is gras. En er is vee dat van dat gras genieten kan.
Zo wordt ons dat in Psalm 65 geschilderd. De schepping ontrolt zich. En de God van hemel en aarde zegt: ‘Kijkt u daar maar naar. Geniet er maar van. Dan weet u wie Ik ben. Dan weet u hoe Ik werk’.

Nu het over de natuur gaat, is het belangrijk om te beseffen dat we de laatste jaren relatief vaak met extreem weer te maken hebben. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut leert ons: “De nieuwswaarde van extreem weer neemt toe. De maatschappij wordt kwetsbaarder en weerextremen leiden steeds vaker tot rampen of grote schade. Veel extreme gebeurtenissen zijn nog te zeldzaam om direct met het broeikaseffect in verband te brengen. Computerberekeningen laten zien dat het klimaat in de 21e eeuw extremer wordt. Extreem koude winters worden zeldzamer en hittegolven komen vaker voor”[3].
In het Reformatorisch Dagblad werd onlangs het volgende geschreven.
“Dit jaar zal de boeken ingaan als het heetste ooit. De dip in de CO2-uitstoot door tal van lockdowns doet daar niets aan af. Wereldwijd zet de klimaatverandering door, met gevolgen die er niet om liegen.
De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt gestaag. Het klimaat verandert langzaam maar zeker. De WMO, de weerafdeling van de VN, verwacht dat de gemiddelde temperatuur op aarde over vijf jaar minstens 1 graad hoger ligt dan pre-industriële temperatuur (1850-1900). Maar er bestaat ook een gerede kans dat de temperatuur dan minstens 1,5 graad is gestegen.
Dat lijkt allemaal nog wel mee te vallen. En het past ook nog binnen de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Maar de gevolgen pakken nu al desastreus uit voor grote gebieden op aarde. Daar stijgt de temperatuur veel harder dan het wereldwijde gemiddelde van 0,18 graden per tien jaar”.
En:
“De extremen worden steeds extremer. Zo’n veertig jaar geleden kwamen extreme temperaturen van 60 graden Celsius wereldwijd een- of tweemaal per jaar voor, momenteel is dat 25 tot 30 keer.
Sinds de jaren ‘50 van de vorige eeuw stijgt het aantal hittegolven. En die duren ook steeds langer. Zo kende het Middellandse Zeegebied een opvallende toename van het aantal hittegolven van 2 naar 6,4 per decennium, aldus het Australische centrum voor klimaatextremen CLEx in een persbericht. Maar de ernst daarvan blijkt pas goed wanneer de warmte van de afzonderlijke hittegolven wordt ‘opgeteld’. Het CLEx stelde daarom vorige maand een nieuwe graadmeter op: de cumulatieve hitte. Daaruit blijkt dat de cumulatieve warmte stijgt, en dat de stijging steeds sneller verloopt”[4].
Ook Gereformeerden mogen zich afvragen: hoe komt het toch dat wij steeds vaker met extreem weer te maken hebben? Wij behoren dan onder meer zeggen: de Here wijst met nadruk op Zijn verbond. Hij is het die de gang van de natuur regelt. Hij is het die het evenwicht in de natuur behoudt. En ja, Hij hoeft maar een klein tikje te geven; dan is de hele boel totaal uit balans. De God van hemel en aarde wijst, om zo te zeggen, met een priemende vinger naar de natuur. En Hij proclameert: Ik denk aan Mijn verbond, u ook?

Zeker in deze tijd heeft de almachtige God een dringende boodschap voor de wereld: ‘Kom toch bij Mij. Bij Mij is een schuilplaats die optimale veiligheid biedt. Ik kies de Mijnen uit. Nog altijd roep Ik ieder die bij Mij hoort bij elkaar. Dat blijf ik doen tot de Jongste Dag. Ik blijf roepen tot al Mijn kinderen bij elkaar zijn. Kom toch bij Mij!’.

Er staan mooie woorden in Psalm 65:
“U kroont het jaar van Uw goedheid,
Uw voetstappen druipen van overvloed,
zij bedruipen de weiden van de woestijn.
De heuvels omgorden zich met vreugde.
De velden zijn bekleed met kudden,
de dalen zijn bedekt met koren;
zij juichen, ook zingen zij”[5].
Het is een prachtig natuurtafereel, geschilderd in prachtige taal. Maar de boodschap van Psalm 65 is niet een en al lieflijkheid. Het is een dringende oproep aan heel de wereld: bekeer u tot Mij, blijf bij Mij en luister naar Mij! 

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 16.
[2] Psalm 65:5.
[3] Geciteerd van https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreem-weer ; geraadpleegd op donderdag 13 augustus 2020.
[4] Bart van den Dikkenberg, “Gevolgen van klimaatverandering elk jaar ernstiger”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 11 augustus 2020, p. 18 en 19.
[5] Psalm 65:12, 13 en 14.

30 juni 2020

Duurzame relatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De relatieproblemen in Nederland rijzen de pan uit. Kinderen hebben gedragsproblemen, en komen soms in aanraking met de politie. Huwelijken stranden, ook al doen sommigen enorm hun best de boel bij elkaar te houden. Broers en zussen spreken elkaar niet vaak meer, omdat telkens blijkt dat de levensovertuigingen mijlenver uiteen liggen. Oude vaders en moeders, opa’s en oma’s hebben slechts oppervlakkig contact met kinderen en kleinkinderen; als het diepgaander wordt zijn kribbigheid en wrevel zomaar geboren.

Intussen zijn er mensen die gewoon Gereformeerd willen zijn. Zij leven naar Gods Woord. Rechttoe-rechtaan. Niettemin vragen zij zich wel eens af of ze niet ouderwets aan het worden zijn. De wereld gaat, bijna als een film, aan hen voorbij.
Misschien hebben zij wel eens het idee dat ze uitgerangeerd zijn. Functieloos. Onnut.

Laten wij – juist voor hen, maar tevens voor ons allen – in dit artikel enkele woorden uit Romeinen 8 naar voren halen. Namelijk deze: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[1].
Mede-erfgenamen van Christus! Misschien is er met heel veel van uw relaties wel wat mis. Maar deze relatie – die is prima. Weet u waarom? Omdat het hier ten diepste een verbondsrelatie betreft.

Het woord erfgenaam betekent in het Nieuwe Testament eigenlijk twee dingen:
* nabestaande op wie de erfenis overgaat
* de bezitter van een erfgoed.
Gods kinderen worden “bezitters van het eigendom (…) dat God hun toevertrouwt”[2].
Onze Here Jezus Christus, de Zoon van God, is de eerste erfgenaam. Zie de inzet van Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles”[3]. De Heiland heeft mensen uitverkoren om voor altijd bij Hem te horen. Hij heeft hen tot Zijn kinderen aangenomen. Daarom is het precies zoals Paulus het in Galaten 4 noteert: “… als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door Christus”[4].
Dat geldt voor aangenomen zonen en voor aangenomen dochters!

En wat is dan die erfenis?
Dat wordt in een bekend gezang mooi verwoord:
“Het Woord – zij zullen ’t laten staan,
wat zij ook ondernemen.
Hij gaat ons met zijn Geest vooraan,
Hij komt ons kracht verlenen.
Al staat de vijand klaar,
hoe groot ook het gevaar
voor leven, eer, gezin,
hij werft toch geen gewin:
wij erven ’t rijk des Heren”[5].

Daar hebt u het: wij erven de hemel en de aarde. Wij gaan met God meeregeren. Wij hoeven ons niet af te vragen: waar doe ik ’t allemaal voor? Of ook: waarom hou ik zo stevig vast aan Gereformeerd leven, aan kerkgang, aan Bijbellezen, aan wandelen met God? Want het antwoord op al die vragen hebben we al: we verheugen ons op een heerlijke plaats aan ’s Vaders rechterhand!

Wellicht voelt u zich wel eens weggezet als archaïsch en niet meer ter zake doende. Herinner u dan de woorden van 1 Petrus 4: “Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen. Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
De Heilige Geest woont in de harten van Gods kinderen. Laten wij het de Heidelbergse Catechismus maar gewoon nazeggen: ik geloof “dat Hij – dat is: Gods Heilige Geest – ook mij gegeven is, om mij door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, mij te troosten en eeuwig bij mij te blijven”[7].
Nee, inderdaad – Gods Geest gaat nimmer meer weg!

De God van hemel en aarde gaat met ons mee. Ons hele leven lang. Ja, ook als wij in de richting van onze laatste dag op aarde gaan. Onze sterfdag is niet het eindstation zegt Psalm 16:
“Gij, die mijn ziel van dood en graf bevrijdt,
behoedt mij als uw gunstgenoot voor ’t sterven:
ik zal, door U op ’t levenspad geleid,
de vreugde van uw aangezicht beërven”[8].
En ja, misschien zijn we – diep in ons hart – wel eens wat jaloers op de mensen die op ’t eerste gezicht wat ‘losser’ leven. Het gaat hen niet zelden goed, ze doen goede zaken in het leven. Maar weet u wat echte voorspoed is? Psalm 25 vertelt het ons:
“Wie heeft lust de HEER te vrezen
als het hoogst en eeuwig goed?
God zal zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wand’len moet.
Hij mag uit des HEREN hand
voorspoed op zijn weg verwachten.
Het door God beloofde land
erven ook zijn nageslachten”[9].
Wie dat weet gaat rustig z’n gang. Hij laat zich niet van de wijs brengen door honderdduizend uiteenlopende opinies die elkaar heel vaak tegenspreken. Want hij kent Psalm 37:
“Wie met zachtmoedigheid verdrukking dragen,
 zien uit naar vrede en beërven ’t land”[10].
En:
“Aan vromen is beloofd een duurzaam leven.
Hun huis blijft staan, zij erven heel het land”[11].

Jazeker, de relatieproblemen zijn soms reuze ingewikkeld. Maar de Verbondsrelatie blijft bestaan. Tot in eeuwigheid!  
 
Noten:
[1] Romeinen 8:16 en 17.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 8:17.
[3] Hebreeën 1:1 en 2 a.
[4] Galaten 4:7 b.
[5] Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Petrus 4:13 en 14.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53.
[8] Psalm 16:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Psalm 25:6; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 37:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[11] Psalm 37:12; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 juni 2020

Roeping in het verbond

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In het Woord van God wordt nogal eens gesproken over een eeuwig verbond. In Genesis 9 bijvoorbeeld: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[1].
Dat is bijzonder. Immers – God ziet toch alles? Hij heeft zogezegd Zijn ogen overal. En toch is daar die boog. Heeft onze God een geheugensteun nodig? Nee, dat niet. Als Hij die boog ziet, denkt Hij aan Zijn verbond met alles en iedereen op aarde. Het is – met andere woorden – niet zo dat de aarde in een opwelling van Gods toorn opeens ten onder gaat. In onzekere tijden als de onze is dat een grote geruststelling!

God sluit een verbond met een geweldig groot volk. In Genesis 17 zien wij er de basis van: “Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen. Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u”. Dat zegt God tegen Abram.
Paulus schrijft er in Romeinen 8 over: “Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[2].     

In dat verbond zijn in principe alle dopelingen opgenomen. Echter – dat verbond kent een belofte en een eis. In het Gereformeerde formulier voor de doop wordt dat zo samengevat: wij worden “door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven. En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet wanhopen en al evenmin in de zonden blijven liggen. Want de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”[3].

Van al Gods kinderen wordt dus activiteit gevraagd!
De hervormde predikant J.C. Sikkel (1855-1920) schreef daar in zijn tijd al  over: “De Christenen zijn niet geroepen, om als het Israël des Ouden Verbonds binnen een muur des afscheidsels te leven. Ze zijn niet geroepen door het Evangelie, om in woestijn en klooster weg te schuilen uit de levensbeweging der menschheid. Hun roeping is niet, zonder kennis der aarde en zonder aanraking met de wereldbeweging hun dagen te slijten op de plek, waar ze geboren werden, en in den vorm van hun overgrootouders, genietend alleen het leven waar het bij het vee of op den akker zoo genoeglijk voortrolt, of zooals vader of moeder het hebben gemaakt.
Eer integendeel. Voor den Christen wordt door het Woord Gods heel de aarde ontdekt, en heel het menschenleven, waarmee alle menschen te maken hebben; het menschenleven, dat heel de aarde vervullen moet, waarin de Raad des Heeren ten volle moet worden uitgevoerd en waarin de belijders des Heeren in elke richting hun roeping hebben. Het Woord Gods onthult ons ook de beteekenis van al onze gaven en krachten, en onze roeping om die alle te ontwikkelen en dienstbaar te maken aan en in heel het veelvoudig leven en in heel de levensbeweging en levensberoering. Daarom geldt ook voor den Christen, naar ieders gaven, omstandigheden en krachten, de roeping, om de poort uit en den weg op te gaan”[4].

De weg op? Naar buiten? Daar zijn we in deze tijd – in letterlijke zin althans – een beetje voorzichtig mee.
Maar de bedoeling is in het bovenstaande citaat wel duidelijk: benut uw mogelijkheden in de wereld! En doe dat als Verbondskind!
In die situatie doen afkomst, ras en woonplaats er niet meer toe. Overal ter wereld domiciliëren deelnemers in het verbond, bondelingen. En zij hebben allemaal hun eigen werk: van journalist tot kledingverkoper, van schrijver tot tuinman, van schilder tot slager.
Dominee Sikkel heeft er al op gewezen: wij hebben allen een roeping. Dat is dus niet zomaar een taak. Wij mogen en moeten dienstbaar zijn aan de komst van Gods Koninkrijk. Het Hoofd van de kerk, de Here Jezus Christus, beschermt ons. En Hij zegt het ons: hoe raar het ook klinkt, alles wat u meemaakt brengt u bij de volmaking van uw leven.  Oftewel: al onze belevenissen in dit aardse leven brengen ons dichter bij het eeuwig heil.

Laten wij het dus maar vasthouden: het verbond dat God met ons sloot is eeuwig; het houdt nooit meer op.
We mogen Hem bidden om ons toe te rusten voor de roeping waaraan wij moeten beantwoorden. Om het tenslotte met Hebreeën 13 te zeggen: “De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond, moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”[5].

Noten:
[1] Genesis 9:16.
[2] Romeinen 8:15, 16 en 17.
[3] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. Gereformeerd Kerkboek – citaat van p. 513.
[4] J.C. Sikkel, “Daders des Woords – overdenking van den brief van den apostel Jacobus voor onzen tijd”. –   Amsterdam, H.A. van Bottenburg N.V. – tweede druk,  [1937]. – Citaat van p. 187 en 188.
[5] Hebreeën 13:20 en 21.

4 mei 2020

Dodenherdenking overeenkomstig Jozua 23

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag is het de dag van de Dodenherdenking. Ergens staat geschreven: “Het totaal aantal Nederlanders dat in 1940-1945 als gevolg van oorlog, bezetting en vervolging is omgekomen ligt tussen de 225.000 en 280.000. Nederland telt in die jaren 9 miljoen inwoners”[1].
Toegegeven – dat is een ruwe schatting. Maar het genoemde aantal omgekomenen is schrikbarend hoog. Massa’s mensen werden gedood. En dat alleen vanwege het gevecht om vrijheid!
De verschrikkingen van concentratiekamp Dachau zijn indertijd levendig beschreven door dominee H. Knoop: “Vervolgens moesten we ons in rijen van 5 man achter elkaar opstellen en het station afmarcheeren naar de autobussen, die op ons te wachten stonden. Ons werd bevolen in deze autobussen te stappen. We deden het. Maar toen we ons op de banken wilden neerzetten, bleek dit niet in de bedoeling van de heeren te liggen. Vlak achter den chauffeur was namelijk een aantal banken weggebroken en dus een vierkante open ruimte gemaakt. Naar die open ruimte werden we geschopt en geslagen, zodat we ten slotte op elkaar gestapeld op den grond kwamen te liggen, waar we met onze bagage gedurende den gehele tocht naar het concentratiekamp moesten blijven liggen. Tegelijk werden we getracteerd op een reeks scheldwoorden, die voor mij geheel nieuw en vreemd waren, maar met welke ik toch vrij spoedig vertrouwd raakte, omdat ze, zooals me later bleek, behoorden tot het dagelijkse S.S.-repertoire. Ieder van ons was een Sauhund -idioot-, een Dreckpferd -modderpaard-, om van de ergste scheldwoorden maar te zwijgen”[2].
Het hoeft geen betoog: zulke gebeurtenissen draagt men heel het aardse leven mee.
Het is daarom geen wonder dat heel veel ouderen liever niet praten over de dingen die zij tussen 1940 en 1945 meemaakten. Wie is met al die gruwelijkheden gediend?

Trouwens – in allerlei oorlogen vallen miljoenen slachtoffers.
Men schrijft over de Eerste Wereldoorlog (1914-1918): “De oorlog tussen Duitsland en het Oostenrijk-Hongaarse rijk aan de ene kant en de geallieerden -Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland- aan de andere kant duurde vier jaar. Het aantal doden: 20 miljoen”[3].

Wat staat Gereformeerde mensen te doen in een wereld die ook in 2020 nog altijd bol staat van oorlog en geweld?

Laten wij elkaar wijzen op Jozua 23: “En zie, ik ga heden de weg van heel de aarde, en u weet met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel dat er geen enkel woord van al de goede woorden die de HEERE, uw God, over u gesproken heeft, onvervuld gebleven is. Alles is uitgekomen voor u, geen enkel woord ervan is onvervuld gebleven”[4].

In Jozua 23 houdt Jozua een afscheidstoespraak. Er zijn er drie; achtereenvolgens in Jozua 22, 23 en 24. In Jozua 23 staat dus de tweede.
Zijn gehoor bestaat uit een delegatie van leiders van het volk.
Jozua herinnert aan dat God Zelf voor Zijn volk gestreden heeft. Leef met God in het verbond, zegt hij. Laat uw leven niet besmeuren door de afgoden van andere volken. Blijf Hem trouw. Want onze God heeft, op de keper beschouwd, Zijn trouw al getoond. Alles wat Hij belooft heeft, is uitgekomen. Blijf Hem dus dienen!
En Jozua zegt erbij: “Als u het ​verbond​ van de HEERE, uw God, dat Hij u geboden heeft, overtreedt, en ​andere ​goden​ gaat dienen en u daarvoor neerbuigt, dan zal de toorn van de HEERE over u ontbranden en zult u spoedig verdwenen zijn uit het goede land dat Hij u gegeven heeft”[5].

In een christelijke internetencyclopedie wordt de boodschap van het Bijbelboek Jozua aldus samengevat.
“In de eerste plaats benadrukt het de trouw van God (….). God is getrouw aan zijn beloften.
Verder laat het boek zien, dat we, willen we van Gods goede gaven genieten, we ook in die geest moeten handelen. (…) God heeft beloofd, maar jij hebt de verantwoording ernaar te handelen in geloof.
De derde les is Gods toorn en haat over de zonde. De Kanaänieten waren door en door goddeloze volken, waarover het oordeel en de toorn van God werden voltrokken.
Tot slot is deze militaire compagne van de inname van Kanaän een beeld van de geestelijke strijd die God kinderen hebben te voeren. De Kanaänieten vertegenwoordigen onze vleselijke begeerten, zonden van gebondenheid, geestelijke tegenstanders, maar in vertrouwen op Gods beloften kunnen we in dit boek het geheim ontdekken van het overwinningsleven”[6].

Intussen is het heel opvallend: Jozua gaat, om zo te zeggen, bij het volle bewustzijn de dood tegemoet[7]. Bang is hij niet. Kalm gaat deze dienaar van de Verbondsgod richting de dood. Net als Jakob vroeger. Net als Mozes indertijd. Want Jozua weet het: Gods woorden worden altijd waar. Altijd. Dat mist nooit.
Dat is iets om ook anno Domini 2020 te memoreren. Voor de ouderen. En zeker ook voor jongeren. Misschien vragen wij wel: had de Verbondsgod er niet voor kunnen zorgen dat alles een beetje soepeler, wat minder desastreus zou verlopen met dat virus COVID-19? God wil Zijn kinderen toch bij elkaar brengen? Welnu, waarom worden wij dan – vanwege de coronacrisis – verder uit elkaar gezet? De dodenherdenking kan nota bene niet eens op de normale manier plaatsvinden. Had dat nu niet anders gekund?
Toch is dat virus het belangrijkste niet. Natuurlijk – dat houdt ons allen bezig. Maar op plaats 1 van onze prioriteitenlijst staat dat schitterende feit van Psalm 103:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[8].
De zonden zijn weg. Daar gaat het om in het leven, ook vandaag.
Wij mogen het de apostel Paulus in Romeinen 8 nazeggen: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[9]. Dat moeten wij geloven. Ook tijdens een crisis die wereldwijd is en onze vrijheid fors inperkt.

Jozua geeft nog een waarschuwing mee: als u het verbond verbreekt, zal de Here u verlaten!
Dominee J.H. Landwehr (1864-1930) – onder meer van 1894 tot 1925 Christelijk Gereformeerd predikant te Rotterdam – schreef in verband met Jozua 23 eens: “God heeft ook met u Zijn verbond opgericht. Het teeken daarvan dragen kleinen en grooten aan het voorhoofd. Dat verbond noopt, ons om den Heere te zoeken en Zijne onmisbare genade over onze schuldige harten in te roepen. Datzelfde verbond noopt ons Hem te dienen en voor Hem te leven.
Als de kerk niet meer onder den druk verkeert, als God Israël rust geeft van zijne vijanden, is het noodig telkens te waarschuwen. De geest des tijds maakt zoovele slachtoffers. Onverschilligheid en wereldschgezindheid worden bij jeugdigen aangetroffen. Men leeft te midden der wereld, evenals Israël te midden van de Kanaanieten. Maar, jeugdigen, weet het wel, als gij het verbond des Heeren overtreedt en den Heere niet zoekt naar zijn Woord, dan zal God al de kwade dingen over u brengen, welke Hij sprak. Indien gij de roepstemmen Gods veracht, zult gij niet voorspoedig zijn, maar gij zult den toorn Gods moeten dragen tot in eeuwigheid”[10].
Natuurlijk – het taalkleed van bovenstaand citaat is tamelijk oud. Maar zegt u nu zelf: de inhoud is ook vandaag toch nog heel erg duidelijk?

Vanavond vindt de dodenherdenking plaats. We herdenken vele, vele omgekomen Nederlanders.
Maar Gereformeerden doen er goed aan dan ook enige gedachten te wijden aan die woorden die Jozua vlak voor zijn sterven sprak!

Noten:
[1] Zie https://www.verzetsmuseum.org/jongeren/inval/doden_wo2 ; geraadpleegd op vrijdag 24 april 2020.
[2] Het citaat komt uit: H. Knoop, “Een theater in Dachau”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1946. – 183 p. Citaat van p. 78. Geciteerd via https://historiek.net/nazi-pesterijen-in-dachau/49994/ ; geraadpleegd op vrijdag 24 april 2020.
[3] Geciteerd van https://www.quest.nl/maatschappij/geschiedenis/a25466801/meest-gruwelijke-oorlogen/ ; geraadpleegd op vrijdag 24 april 2020.
[4] Jozua 23:14.
[5] Jozua 23:16.
[6] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jozua_(boek) ; geraadpleegd op vrijdag 24 april 2020.
[7] In het onderstaande gebruik ik: J.H. Landwehr, “Woorden der wijsheid gesproken aan den avond des levens. Leerrede over Jozua 23:1-3 en 14-16”. – Rotterdam: S. Zwart jr., 1898. – p. 13-24.
[8] Psalm 103:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Romeinen 8:28.
[10] Landwehr, a.w., p. 18 en 19.

14 april 2020

Andersoortige eenzaamheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het woord zingt door alle studio’s van de Nederlandse Publieke Omroep. Het zwerft door sommige commerciële zenders. De kranten staan er bij tijd en wijle bol van. Waarvan? Van het woord eenzaamheid.
Daar hebben veel ouderen mee te maken. In deze coronatijd zijn er ook vele jongeren die eenzaamheid kennen. En misschien is die eenzaamheid tijdens de net achter ons liggende Paasdagen nog schrijnender gevoeld dan anders.
Toegegeven, heel wat mensen proberen iets aan die eenzaamheid te doen. Zij zorgen voor de buurman. Of voor die bejaarde man die om de hoek woont. Geweldig is dat!
Onderhand weet iedereen wel wat eenzaamheid is. Mensen die nergens aan doen. En kerkmensen. Mensen van allerlei slag weten er alles van.
Geen wonder dat de Bijbel er ook niet over zwijgt. David zegt in Psalm 25 bijvoorbeeld:
“Wend U tot mij en wees mij genadig,
want ik ben eenzaam en ellendig”[1].
Daar hebt u dat woord: eenzaam. Wat een ellende!

In Psalm 25 draait het – kort gezegd – om verbond, vergeving en verlossing.

Dat verbond zet in Psalm 25 de toon.
Vandaag de dag noemen we een verbond veelal een verdrag. Of een overeenkomst.
Maar het verbond dat God met mensen sluit is heel wat anders.
In Genesis 15 sluit God een verbond met Abram. Iemand schrijft daarover: “Dat was een unieke gebeurtenis. De heilige God verbindt Zich met een zondig mens als Abram. Door de zichtbare handeling van het sluiten van het Verbond, stelt God Zich garant om wat Hij beloofd heeft, ook werkelijk waar te maken. Hij zal het beloofde (…) land aan Abram geven. Abram moest zelf de voorbereidingen voor het sluiten van het Verbond treffen. Hij moest drie dieren doden, ze middendoor delen, daarna tegenover elkaar leggen met enige ruimte ertussen, zodat tussen de stukken door kon worden gelopen. Dat was in die tijd een gewoonte. Wie tussen geslachte dieren door liep, gaf daar mee te kennen: wat met die dieren gebeurd was, mocht ook met hem gebeuren, als hij zich niet aan het verbond, de overeenkomst zou houden.
Als dit unieke verbond gesloten wordt, gaat God niet met Abram tussen de geslachte dieren door. In een nachtelijk visioen, ziet Abram een rokende oven en een vurige fakkel (…) tussen de stukken doorgaan. Hij zag God alléén tussen de stukken door gaan. Abram gaat niet. Hij is de ontvangende partij; hij kan immers niets aanbieden”[2].
Dat unieke verbond is voor eeuwig geldig.
Zo staat dat trouwens ook in het Gereformeerde formulier voor de doop van kinderen: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede”. En: “…de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”[3].
Het is dat verbond dat in Psalm 25 aan de orde is.

Alleen daarom al is de eenzaamheid van gelovige kinderen van God echt iets anders dan de eenzaamheid van mensen die nimmer een kerk of een klooster van binnen zien.

Meteen in het begin van de psalm is die scherpe tegenstelling al te zien. Leest u maar mee:
“Tot U, HEERE, hef ik mijn ziel op,
mijn God, op U vertrouw ik;
laat mij niet beschaamd worden,
laat mijn vijanden niet van vreugde over mij opspringen.
Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd;
beschaamd worden zij die zonder reden trouweloos handelen”[4].

David zet, om zo te zeggen, de antithese in de schijnwerpers: de vertrouwelijke omgang met God staat tegenover het droeve lot van God-negeerders.
Dichter David vraagt om Gods leiding. Welke beslissingen moet hij nemen? De Here heeft altijd geholpen. David vertrouwt op Hem. Daarom hoopt en verwacht hij dat God hem zijn zonden vergeeft.
De Here is goed. Hij vertelt wat Hij van mensen vraagt. Hij is trouw aan Zijn verbond en aan de mensen die Hij in dat verbond heeft opgenomen. Vanwege die goedertierenheid durft David om vergeving te vragen.
Dan zal de Here ook steun en leiding geven bij het nemen van de juiste beslissingen.
In het verbond is er wederkerigheid. Hij vertrouwt immers op God?
Aan het eind zendt David nog een vurig gebed op: red mij! En dat gaat dan samen op met de bede ‘vergeef mijn zonden’:
“Zie mijn ellende en mijn moeite,
neem weg al mijn ​zonden.
Zie mijn vijanden, want zij worden talrijk,
zij haten mij met een dodelijke haat.
Bewaar mijn ziel en red mij;
laat mij niet beschaamd worden, want tot U heb ik de toevlucht genomen”[5].
David weet dat hij dat mag bidden. Want zo gaat dat in het verbond.

Maar David is niet egoïstisch. Hij vraagt om redding voor heel Gods volk:
“O God, verlos Israël
uit al zijn benauwdheden”[6].
Christen-zijn is nooit een soloactie. Er zijn meer bidders. Sterker nog: er zijn talloze kinderen van God, die zich op allerlei momenten tot hun Heer wenden. Ja, over heel de wereld worden gebeden opgezonden. Soms in gezamenlijkheid. Soms individueel. Het gebed houdt nooit op. Als de gebeden aan de ene kant van de wereld verstommen stijgen ze aan de andere kant van de wereld op!

En wederom ontdekken we dat de eenzaamheid der gelovigen een ander karakter heeft als de isolatie waar niet-kerkelijken mee te maken hebben.
In de kerk kunnen we ons eenzaam voelen. Natuurlijk. En daar hoeven we ook niets van af te doen. Maar de realiteit is dat we niet eenzaam zijn. In heel de wereld wonen kinderen van God. In Hongarije. In Duitsland. In Frankrijk. In Amerika. In Azië. In Afrika. Ja, overal ter wereld wonen Gods kinderen. Wij weten ze allemaal niet te vinden. Maar het zijn, hoofd voor hoofd, oogappels van de God van hemel en aarde.

Eenzaamheid – velen weten ervan.
En wellicht zit u nu wel alleen in uw kamer. In een makkelijke stoel. Met uw IPad, uw tablet, of voor uw desktop.
En het is zo stil. De klok tikt. Buiten zijn bijna geen spelende kinderen. Verkeer is er nauwelijks. Het is bijna benauwend.
Neurie het dan maar voor u heen of zing het hardop:
“Red mijn ziel, wil mij bewaren,
maak mij niet beschaamd, o HEER.
Bij U schuil ik in gevaren,
zie op mij beschermend neer.
Vroomheid en oprechtheid zij
mijn geleid’ in mijn ellende.
Maak uw Israël weer vrij,
wil uw volk verlossing zenden!”[7].

Noten:
[1] Psalm 25:16.
[2] Geciteerd van https://www.holyhome.nl/bijbelstudie-106.html ; geraadpleegd op maandag 6 april 2020.
[3] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986. Citaten van p. 513.
[4] Psalm 25:1 b, 2 en 3.
[5] Psalm 25:18, 19 en 20.
[6] Psalm 25:22.
[7] Psalm 25:10 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

3 april 2020

Kwaliteit van leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het gaat goed met de luchtkwaliteit in Nederland.
En ook elders in de wereld gaat het goed.
“De concentraties vervuilende stoffen in de lucht boven Nederland zijn door de coronamaatregelen met naar schatting 20 tot 60 procent afgenomen. Dat blijkt uit een analyse van satellietmetingen uit 2019 en 2020 door het meteorologisch instituut KNMI. Door de maatregelen om corona te bestrijden is onder andere het weg- en vliegverkeer enorm afgenomen. Daardoor is er tijdelijk minder uitstoot van schadelijke stoffen, zoals koolstofdioxide en stikstofdioxide. (…) In China heeft schonere lucht twintig keer zoveel doden voorkómen dan corona wereldwijd tot nu toe heeft veroorzaakt, berekende de Amerikaanse milieueconoom Marshall Burke. Hij kwam met exacte cijfers: 4000 kinderen onder de 5 jaar en 73.000 volwassenen boven de 70 leven daardoor nog. Hij zei erbij dat pandemieën nooit goed zijn voor de gezondheid. Hij wilde slechts wijzen op de grote rol van luchtvervuiling als een vaak over het hoofd geziene sluipmoordenaar”[1].

Welnu – in Psalm 104 is de luchtkwaliteit uitstekend.
Leest u maar mee.
“Hij wijst de ​bronnen​ hun loop naar de dalen,
zodat ze tussen de bergen door stromen.
Ze geven alle dieren van het veld te drinken,
de wilde ezels lessen er hun dorst.
Daarbij wonen de vogels in de lucht,
hun stem klinkt tussen de takken.
Hij bevochtigt de bergen vanuit Zijn hemelzalen,
de aarde wordt verzadigd door de vrucht van Uw werken”[2].

De wereld trapt op de rem vanwege het coronavirus. Maar de God van hemel en aarde werkt door. In Psalm 104 is het lente. Ook anno Domini 2020 gebeurt dat, ook al kunnen we er vanwege allerlei virus-perikelen momenteel minder van genieten dan wij wellicht zouden wensen.
Er zijn talloze initiatieven van mensen die elkaar helpen. Er zijn allerlei telefonische hulplijnen. Maar het allerbelangrijkste is: de Here God is volop actief. De God van het verbond toont iedere dag Zijn trouw!

Psalm 104 is een hartelijke uitnodiging om de schepping niet neutraal te bekijken.
In de afgelopen weekwisseling is de zomertijd ingegaan. Wij zeggen simpelweg: het wordt vanaf nu een uur later donker.
Psalm 104 spreekt echter heel beeldend:
“Hij hult Zich in het licht als in een ​mantel,
Hij spant de hemel uit als een ​tentkleed”[3].
En:
Hij wandelt “op de vleugels van de wind”[4].
De keren dat de God van het verbond in deze psalm wordt genoemd zijn niet op twee handen te tellen. Wij noemen dit kerklied niet zelden een natuurpsalm. Maar eigenlijk is het een Verbondspsalm: de God van het verbond laat Zijn identiteitskaart zien!
Het wordt zomer – zo God wil.
Maar eigenlijk maakt Hij het zomer!
Nogmaals: Psalm 104 is niet in de eerste plaats een natuurpsalm, maar een Verbondspsalm. Het is ook niet voor niets dat het Verbondstéken regelmatig in de lucht te zien is. U weet wel, die boog uit Genesis 9: “Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, dat Ik aan Mijn ​verbond​ zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten. Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig ​verbond​ tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[5].

Psalm 104 is niet slechts een kerklied voor zoetgevooisde voorjaarspreekjes. U weet wel: wat is het heerlijk buiten! en: het gras wordt zo mooi groen!
Dat blijkt ook wel in het laatste deel van deze psalm. De schrijver van Psalm 104 lijkt de Bijbel open te hebben liggen bij het scheppingsverhaal. Maar het donkere gedeelte slaat de psalmist niet over:
“Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof”[6].
De zonde wordt niet verzwegen. Die zonde is realiteit. Maar de psalmschrijver profeteert ook:
“De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,
de goddelozen zullen er niet meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel!
Halleluja!”[7].
Ziet u? Die kant gaat het op.

De wereld staat gedurende enige tijd stil. En kijk, de lucht klaart op.
De Here laat het zien: door de zonde maken mensen er een janboel van op aarde. Alles wordt gedeukt, gaat kapot of is onderhevig aan slijtage.
Maar als er een massa processen op aarde stilgezet wordt, dan knapt de boel op waar je bij staat. Het rivierwater in Venetië wordt helderder[8]. De stikstofuitstoot in Nederland daalt[9].
De Here vraagt ons: mensen, u begrijpt het toch wel? De Here toont ons: als Ik ingrijp, dan komt de wereld er heel anders uit te zien. De Here laat het ons weten: door een enkele aanpassing Mijnerzijds wordt de lucht veel gezonder!

Het gaat goed met de luchtkwaliteit in Nederland.
Voor hoe lang?
Niemand die het zeggen kan.
Maar de God van het verbond garandeert een hemelse kwaliteit van leven. Tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] “Luchtkwaliteit sterk verbeterd”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 28 maart 2020, p. 1.
[2] Psalm 104:10-13.
[3] Psalm 104:2.
[4] Psalm 104:3.
[5] Genesis 9:14, 15 en 16.
[6] Psalm 104:29.
[7] Psalm 104:35.
[8] Zie bijvoorbeeld https://www.nu.nl/279652/video/venetianen-delen-beelden-van-kristalhelder-water-in-kanalen.html ; geraadpleegd op zaterdag 28 maart 2020.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/nu-het-land-deels-stilligt-daalt-de-stikstofuitstoot~b79883f8/ ; geraadpleegd op zaterdag 28 maart 2020.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.