gereformeerd leven in nederland

10 december 2019

Een kwestie van leven of dood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met Samaria loopt het niet best af. Dat land wordt zwaar gestraft.
Het gaat behoorlijk te keer. De hele boel gaat plat.
Dat lezen wij in Jesaja 28.
Kijkt u maar mee: “Wee de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm, en een verwelkende bloem, een schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei van hen die geveld zijn door de ​wijn. Zie, de Heere heeft iemand die sterk en machtig is als een hagelstorm, een storm van verderf. Zoals een vloed van geweldige, alles wegspoelende wateren werpt hij ze hardhandig ter aarde. Met voeten zal vertrapt worden de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm. En de verwelkende bloem van zijn schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei zal zijn als een vroege ​vijg​ vóór de zomer: als iemand die ziet, slokt hij die meteen op uit zijn hand”[1].

Samaria is de hoofdstad van het tienstammenrijk.
De stad ligt op een berg. De bewoners wanen zich veilig. Wie op een berg woont is schier onaantastbaar. Vijanden kan men aan zien komen. Strijd leveren op een berg is bovendien uiterst ongemakkelijk. Kortom – wie doet je wat?
Welnu, zegt de Here, Ik zal u laten zien hoe onaantastbaar u bent…
In 2 Koningen 17 zien we wat het resultaat van het Goddelijk ingrijpen is: “Vervolgens trok de ​koning​ van ​Assyrië​ het hele land door. Hij trok ook op naar Samaria en ​belegerde​ het drie jaar lang”[2].

Wordt Gods volk helemaal uitgeroeid? Blijft er helemaal niets van over?
Waar is Gods trouw eigenlijk gebleven?…
Vrees niet!
Want God heeft Zijn verbond niet vergeten. Want in Jesaja 28 staat ook: “Op die dag zal de HEERE van de legermachten tot een schitterende ​kroon​ en sierlijke krans zijn voor het overblijfsel van Zijn volk”[3].
Met andere woorden: de kerk van het Oude Testament blijft overeind. Gedecimeerd weliswaar, maar toch.

In Samaria zegt men: we hebben een verdrag met Egypte gesloten. Als de troepen uit Assyrië binnenkomen, dan hebben we aan Egypte een trouwe bondgenoot. In Bijbelse taal klinkt dat als: “… u zegt: Wij hebben een ​verbond​ gesloten met de dood, en met het rijk van de dood zijn wij een ​verdrag​ aangegaan, wanneer de alles wegspoelende gesel voorbijtrekt, komt hij niet bij ons, want van de leugen hebben wij ons toevluchtsoord gemaakt en in het bedrog hebben wij ons verborgen”[4].
Samaria zegt dus: wij hebben een verbond met Egypte.
Jesaja typeert dat gans anders. Hij poneert: jullie zijn een samenwerking met de dood begonnen!
En wat zegt de Here? Dit: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is. Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”[5].

De God van het verbond zegt het hier impliciet: de kerk is één in Christus, Hij bouwt Zijn kerk.
Dat brengt ons vervolgens ook bij 1 Petrus 2: “…kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[6].
Jesaja 28 en 1 Petrus 2 zetten de tegenstelling op scherp: de dood bij zelfredzaamheid tegenover het leven voor wie steunt op de kostbare hoeksteen.
Dood of leven – daar gaat het om in Jesaja 28!

Het is belangrijk om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Tegenwoordig lijkt het parool te zijn: zolang er leven is, is bijna alles repareerbaar.
De volgende passage uit een bericht in het Nederlands Dagblad legt daar getuigenis van af. Citaat: “Het kabinet besluit begin 2020 of er een regeling komt voor levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) lijkt te voelen voor zo’n regeling, maar coalitiepartij ChristenUnie is tegen.
Eerder dit jaar werd in een rapport opgeroepen te kijken of er aanvullende regels moeten komen voor ernstig zieke kinderen, waarbij palliatieve zorg (zoals pijnbestrijding) niet meer voldoet. ‘Ik wil aan die oproep voldoen’, zei minister De Jonge woensdagmiddag in een Kamerdebat over medische ethiek. Hij benadrukte dat het in elk geval niet zal gaan om uitbreiding van de Euthanasiewet. ‘Géén kindereuthanasie dus’, beklemtoonde De Jonge, omdat het soms zo wel wordt genoemd. De bestaande Euthanasiewet geldt voor patiënten vanaf twaalf jaar; een van de belangrijkste criteria in die wet is wilsbekwaamheid.
Coalitiepartij ChristenUnie voelt niet voor een regeling voor jongere kinderen, bleek in het debat. ‘De overheid kan niet alle gebrokenheid herstellen met wetgeving’, zei Kamerlid Stieneke van der Graaf. ‘Daarom zijn we hier heel terughoudend in’”[7].

Het gaat niet slechts om aardse vindingrijkheid. De vraag is uiteindelijk niet: wie heeft op deze planeet de meeste macht? Immers – mensen hebben ten langen leste niet veel meer te bieden dan desillusie en gebrokenheid.
Zeker, een tijd lang kan alles rozengeur en maneschijn lijken. Maar op den duur komt die tegenstelling weer onontkoombaar voor onze aandacht: het is een kwestie van leven of dood.

Gods kinderen mogen het met Romeinen 8 blijven repeteren: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[8].

Jesaja zegt: “Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”.
Inderdaad – door de Heiland gekochte mensen schuilen bij hun Heiland!

Noten:
[1] Jesaja 28:1-4.
[2] 2 Koningen 17:5.
[3] Jesaja 28:5.
[4] Jesaja 28:15.
[5] Jesaja 28:16.
[6] 1 Petrus 2:4 en 5.
[7] Geciteerd uit: “Confrontatie dreigt over levensbeëindiging kind”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 december 2019, p. 1.
[8] Romeinen 8:38.

17 september 2019

Gods toorn en de Verbondsernst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Wie onder ons kan verblijven bij een verterend vuur? Wie onder ons kan verblijven bij een eeuwige gloed?”. Dat zijn woorden uit Jesaja 33[1].

Als de profeet dat zegt is hij trouwens niet origineel.
Denkt u maar aan Deuteronomium 4: “Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God”[2]. En aan Deuteronomium 9: “Daarom moet u heden weten dat het de HEERE, uw God, is Die voor u uit de Jordaan overtrekt, een verterend vuur”[3].

Ook in het Nieuwe Testament wordt niet om de toorn van God heen gedraaid.
Laten wij elkaar wijzen op Johannes 3: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[4]. De vraag hoe wij in het leven staan heeft onder meer te maken met Gods toorn!

Laten wij nog een ogenblik naar Deuteronomium 4 kijken.
“Voeg niets toe!, waarschuwt Mozes.
Knabbel er niet een stukje van af!, vermaant Mozes Israël.
Want, zegt hij, u weet best dat de Here hard kan ingrijpen. Hij kan zelfs Zijn tegenstanders doden; dat hebt u zelf gezien.
Als u zich aan Gods geboden houdt, zullen de volken in de omgeving zeggen: wat een wijs en verstandig volk is dat!
Denk erom, zegt Mozes, vergeet die geboden niet. Stop ze niet weg. God heeft u Zijn geboden gegeven. Dat zijn verbondswoorden. Dat verbond is van blijvende betekenis”[5].

Dat verbond zien we op heel wat plaatsen in Gods Woord terug. In de Psalmen bijvoorbeeld.
Denkt u alleen maar aan Psalm 25:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt.
Zie mij schuldig voor U staan,
HEER, vergeef mijn overtreden,
neem mij om uws naams wil aan,
groot zijn uw barmhartigheden”[6].
En:
“Gods vertrouwlijk’ omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont,
daar de HEER aan zijn beminden
zijn verbondsgeheimen toont”[7].

De toorn van God heeft alles te maken met Gods verbond. Dat verbond is een kwestie van belofte en eis. Aan Zijn eis kunnen mensen nimmer voldoen. Wij zijn afhankelijk van Goddelijke vergeving, vanwege het werk van Jezus Christus.

Als wij in de kerk spreken over de toorn van God, moeten wij onmiddellijk het verbond met Hem in beeld brengen.
De verleiding is groot om elkaar aan te kijken en te vragen: wat is de toorn van God eigenlijk?, om vervolgens al snel op licht blijmoedige toon te zeggen: God is liefde; in Zijn toorn negeert Hij ons niet – wat heerlijk!
Hoe waar dat laatste ook zijn mag, dat betekent vervolgens niet dat we ons met een jantje-van-leiden van het leven met God af kunnen maken! Zo van: Hij gaat met ons mee, en verder gaan we maar onze eigen gang.
De toorn van God is in de kerk een Verbondszaak.

Terecht schrijft iemand: “In het Oude Testament is de toorn van God een Goddelijke reactie op menselijke zonde en ongehoorzaamheid. Afgoderij was vaak de aanleiding voor Goddelijke toorn. Psalm 78:56-66 beschrijft de afgoderij van Israël. De toorn van God richt zich consequent op degenen die Zijn wil niet volgen (…). De profeten van het Oude Testament schreven vaak over een toekomstige ‘dag van razernij’ (…). Gods toorn tegen zonde en ongehoorzaamheid is volledig gerechtvaardigd omdat Zijn plan voor de mensheid heilig en volmaakt is, zoals God Zelf ook heilig en volmaakt is. God verschafte ons een mogelijkheid om Zijn Goddelijke gunst te verkrijgen – berouw – waarmee Gods toorn van de zondaar afgeleid wordt. Wie dat volmaakte plan afwijst, wijst Gods liefde, genade, barmhartigheid en gunst af, en roept Zijn rechtvaardige toorn over zich af”[8].

De toorn van God is een Verbondszaak.
Alleen daarom al is de toorn van God een zaak die levenslang impact heeft.
In Psalm 78 worden zaken uit de geschiedenis van Israël gememoreerd. Zeg maar: de Oudtestamentische kerkgeschiedenis komt aan de orde.
En daar staat dan:
“Hij sloeg Zijn tegenstanders vanachter,
Hij deed hun voor eeuwig smaad aan[9].
Een kind van God dat Zijn verbond negeert heeft daar voor eeuwig last van!

Wij leven in een tijd waarin de toorn van God niet al te veel aandacht krijgt.
Meestal hebben we al meer dan genoeg aan onze eigen sores.
En zegt u nou zelf: u bent al blij als uw kinderen gelovig blijven en met een zekere regelmaat een kerkdienst bezoeken.
Iemand geeft in het Nederlands Dagblad een treffende kenschets van de sfeer in onze tijd: “Mensen hoppen tegenwoordig maar van baan naar baan, van kerk naar kerk en van blad naar blad. De meeste van onze kinderen lezen het ND ook niet, maar als ouders zijn mijn man en ik allang blij dat ze nog geloven”[10].
De typering is raak. Maar dat betekent niet dat het verbond maar stilletjes achter de coulissen moet verdwijnen!

Zeker, in Romeinen 5 lezen wij: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn”[11].
Inderdaad – die troost blijft recht overeind staan.

Maar in een tijd van kerkelijke oppervlakkigheid, in een samenleving waarin diepgang zelden aan de orde blijkt, is het goed om de Verbondsernst eens te benadrukken.

Noten:
[1] Over Jesaja 33 schreef ik in mijn artikel ‘Jesaja 33 geeft de burger moed’, hier gepubliceerd op maandag 16 september 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/09/16/jesaja-33-geeft-de-burger-moed/ .
[2] Deuteronomium 4:24.
[3] Deuteronomium 9:3 a.
[4] Johannes 3:36.
[5] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘God raakt ons nooit kwijt’; hier gepubliceerd op dinsdag 16 juli 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/16/god-raakt-ons-nooit-kwijt/ .
[6] Psalm 25:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 25:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Geciteerd van https://www.gotquestions.org/Nederlands/toorn-van-God.html ; geraadpleegd op donderdag 12 september 2019.
[9] Psalm 78:66.
[10] Dat zegt Mieke Wubs-Janssen uit Roden. In: “Ik vind de feuilleton zo spannend”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 12 september 2019 (rubriek ‘De lezer’), p. 21.
[11] Romeinen 5:8 en 9.

16 juli 2019

God raakt ons nooit kwijt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Deuteronomium 4 – dat is een lang hoofdstuk waarin Mozes zijn volksgenoten aanspoort om naar de geboden van God te leven.

Voeg niets toe!, waarschuwt Mozes.
Knabbel er niet een stukje van af!, vermaant Mozes Israël.
Want, zegt hij, u weet best dat de Here hard kan ingrijpen. Hij kan zelfs Zijn tegenstanders doden; dat hebt u zelf gezien.
Als u zich aan Gods geboden houdt, zullen de volken in de omgeving zeggen: wat een wijs en verstandig volk is dat!
Denk erom, zegt Mozes, vergeet die geboden niet. Stop ze niet weg. God heeft u Zijn geboden gegeven. Dat zijn verbondswoorden. Dat verbond is van blijvende betekenis.

Mozes zegt: “Daarom moet u heden weten en ter harte nemen dat de HEERE God is, boven in de hemel en beneden op de aarde, niemand anders! En u moet Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u heden gebied, alle dagen in acht nemen, opdat het u en uw ​kinderen​ na u goed gaat en opdat u uw dagen verlengt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft, alle dagen”[1].

God heeft een verbond met mensen gesloten.
Het is dat verbond dat in Deuteronomium 4 centraal staat.
Dat verbond komen wij in Deuteronomium 3 en 4 steeds weer tegen. Leest u maar mee.
Deuteronomium 3:
“Hij maakte u Zijn ​verbond​ bekend, dat Hij u beval te doen, de Tien Woorden, en Hij schreef ze op twee stenen tafelen”[2].
En:
“Wees op uw hoede, dat u het ​verbond​ van de HEERE, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en voor u een beeld maakt, de afbeelding van enig ding dat de HEERE, uw God, u verboden heeft”[3].
En Deuteronomium 4:
“De HEERE, onze God, heeft een ​verbond​ met ons gesloten bij de ​Horeb. Niet met onze vaderen heeft de HEERE dit ​verbond​ gesloten, maar met ons, wij die hier heden allen in leven zijn”[4].

Denk erom, zegt Mozes ook, u bent door de Here God uitgekozen om bij Hem te horen: “ú heeft de HEERE genomen en uit de ijzeroven, uit ​Egypte​ geleid, om voor Hem tot een erfvolk te zijn, zoals het op deze dag is”[5].

Een dominee zei eens in een preek: “…nergens lezen we dat God zijn verbond met Israël verbroken heeft. Israël heeft dat van zijn kant af wel vaak gedaan, maar de Here heeft zijn verbond met Israël niet afgeschaft. De Here komt niet op zijn afspraken terug! Hij blijft trouw aan wat Hij beloofd heeft. En daarbij komt ook dit: door het geloof in de Here Jezus, worden wij bij Gods verbond met Israël ingelijfd. God heeft wilde scheuten op de edele olijfboom geplant. Zo mogen ook wij heidenen door Zijn genade bij Zijn volk horen”[6].
Zo komt het dat ook Nederlanders in dat verbond opgenomen zijn!
Zo komt het dat Deuteronomium 4 ook in 2019 nog volop actueel is.

En het betreft hier een eeuwig verbond.
De Here spreekt er al over in Genesis 9: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[7]. En de profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël spreken er ook over.
En trouwens – in Psalm 105 zingen we al sinds jaar en dag:
“Vraagt naar de HEER en naar zijn sterkte
naar Hem die al uw heil bewerkte.
Zoekt dagelijks zijn aangezicht,
gedenkt al wat Hij heeft verricht.
Slaat acht op ’t oordeel van zijn mond
en vreest Hem, volk van Gods verbond[8].

In het formulier voor de heilige doop wordt het zonder omwegen gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede”[9].

Het is belangrijk om het bovenstaande vast te houden.
In onze maatschappij hebben we veel te maken met dementie.
Experts schrijven: “In Nederland hebben ruim 280.000 mensen dementie.
Hiervan zijn er 12.000 jonger dan 65 jaar.
Hiervan wonen er ruim 80.000 in verpleeg- of verzorgingshuizen.
Hiervan hebben er ruim 100.000 nog geen diagnose.
Ieder uur krijgen vijf mensen in Nederland dementie. Erkenning duurt echter lang. Gemiddeld duurt het 14 maanden voordat de diagnose wordt gesteld. Bij jonge mensen duurt dit gemiddeld meer dan vier jaar.
Het aantal mensen met dementie zal als gevolg van de vergrijzing in de toekomst explosief stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040. Tot 2050 zal het aantal mensen met dementie verder oplopen naar ruim 620.000”[10].
U begrijpt: er is nog niets gezegd over zestigplussers die niet dementeren, maar wel wat vergeetachtig worden.
Even voor ons beeld: er zijn in totaal ruim 4 miljoen zestigplussers in ons land[11]!
Voor al die ouderen is het des te belangrijker om te beseffen dat de God van het verbond een eeuwig verbond met Zijn kinderen sluit.
Dat verbond geldt ook als het verstand minder goed wordt.

Wilt u daar een voorbeeld van?
Vooruit dan.

Woensdag 10 juli 2019: schrijver dezes en zijn vrouw gaan op bezoek bij wat oudere vrienden. Achter in de zeventig zijn ze.
En het is bekend: zij dementeert. Vijf, zes keer vraagt de vrouw des huizes wat haar gasten in de koffie hebben. Terwijl zij vroeger een uiterst actieve vrouw en moeder was.
Hij controleert alles wat zij doet. Vrijwel voortdurend volgt hij haar met de ogen.
Het gesprek is geanimeerd.
Maar iedere aanwezige in de kamer weet en voelt: de afbraak van het bestaan is hier realiteit.
Wij houden het elkaar voor: wij gaan de goede kant op. Zo zeggen wij dat letterlijk. En dat wordt grif beaamd.

Voor dezulken blijft het recht overeind:
“God zal zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig zijn verbond gedenken”[12].
Mensen kunnen van alles kwijt raken. Zelfs hun geheugen en verstand. Maar God raakt ons nooit kwijt!
Dat geldt voor ouderen. En ja, natuurlijk geldt dat ook voor jongeren.

Laten we Hem daarom maar trouw dienen.
Met de mogelijkheden die wij hebben.
Gewoon in het leven van alledag.
Velen kijken enigszins laatdunkend en meewarig naar gelovige kerkleden. “Mensen die religieus zijn, zijn over het algemeen minder intelligent dan atheïsten”, stelden geleerde onderzoekers eens vast. “De onderzoekers gaan ervan uit dat religieuzen gewend zijn meer op hun intuïtie te vertrouwen”[13]. Hier op aarde moge dat zo zijn. Maar Gods kinderen kijken verder. En daarom gaan zij moedig op pad. Iedere dag die hen op deze aarde gegeven wordt. Op weg naar de eeuwigheid!

Noten:
[1] Deuteronomium 4:39 en 40.
[2] Deuteronomium 3:13.
[3] Deuteronomium 3:23.
[4] Deuteronomium 4:2 en 3.
[5] Deuteronomium 4:20.
[6] De woorden zijn geciteerd uit een preek van de hervormde predikant dr. G.C. Vreugdenhil. Te vinden op https://www.gcvreugdenhil.nl/preek/verbond-heel-leven/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[7] Genesis 9:16.
[8] Psalm 105:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. – Gereformeerd Kerkboek, 1986. Citaat van p. 513.
[10] Geciteerd van https://www.alzheimer-nederland.nl/factsheet-cijfers-en-feiten-over-dementie ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[11] Zie hiervoor https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7461bev/table?ts=1562922010921 ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[12] Dit zijn de eerste regels van Psalm 105:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Geciteerd van https://www.hln.be/wetenschap-planeet/-atheisten-zijn-intelligenter-dan-gelovigen~a57885be/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.

31 januari 2019

Vooruitzicht in de verzuchtingen

Klaagliederen – de naam van dat Bijbelboek zegt al veel. Er wordt in geklaagd. En niet zo’n klein beetje ook.
De profeet Jeremia componeert de liederen naar aanleiding van het feit dat Juda wordt veroverd door koning Nebukadnezar II. De ‘bovenlaag’ van de bevolking wordt in ballingschap weggevoerd naar Babel. De tempel van Salomo wordt verwoest[1].

Het Bijbelboek Klaagliederen verwoordt een zwaar lijden. Er is sprake van diepe rouw.
Er wordt echter ook schuld beleden. Er kan, zo blijkt, worden gesproken van collectieve schuld; bijkans heel het volk is ontrouw geworden aan God.

Maar in die deplorabele omstandigheden is toch ook Gods genade zichtbaar.
En nee, de Here stoot Zijn volk niet voor altijd weg.
Nee, de Here straft Zijn kinderen niet voor Zijn plezier. Integendeel! Maar de Here is beslist geen goedzak die alles maar goed vindt.

Het zijn echt klaagliederen.
Ze zijn heel poëtisch opgebouwd. Een exegeet schrijft: “Elk klaaglied bevat 22 verzen, naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet (Aleph, Beth, enz.), behalve hoofdstuk 3, dat 66 verzen heeft. Oorspronkelijk begint ieder vers met een Hebreeuwse letter in de volgorde van het alfabet, zoals ook sommige Psalmen, behalve het vijfde en laatste hoofdstuk. Hoofdstuk 3 bevat 66 verzen, beginnend met 3x A, dan 3x B, enz. Voor deze acrostische vorm is gekozen om aan te duiden dat het gaat om een allesomvattend verdriet (van A tot Z)”[2].

In Klaaglied 3 beschrijft Jeremia het diepe leed dat hij heeft doorstaan en zijn indringend gebed. Verder geeft hij duidelijk aan dat hij het nu van God verwacht.
Als er nu wat gaat veranderen, moet dat van Gods kant komen.

En er is één ding dat Jeremia heel zeker weet: de Here is de grote Eigenaar van zijn leven; de redding komt van Hem!
In Schriftuurlijke taal klinkt dat zo:
“Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel,
daarom zal ik op Hem hopen”[3].

Concentreert Jeremia zich vooral op zichzelf?
Nee.
Want in Klaaglied 3 zegt hij ook:
“Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn,
dat Zijn ​barmhartigheid​ niet opgehouden is!”[4].
En:
“Goed is de HEERE voor wie Hem verwacht,
voor de ziel die Hem zoekt”[5].
Dat geldt dus voor iedereen.
Nee, Jeremia voert in de Klaagliederen beslist geen onemanshow op. In de Klaagliederen zien we geen eenzame sterveling die wanhopig een spandoek omhoog houdt. Jeremia heeft het oog op al zijn volksgenoten!

Waarom heeft Jeremia zo’n brede blik?
Antwoord: omdat hij zicht heeft op Gods trouw.
David, de dichter van Psalm 16 noemt de Here “mijn enig deel en mijn ​beker”[6].
De Here is mijn deel – dat zegt de dichter van Psalm 119 ook:
“De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd
dat ik Uw woorden in acht zal nemen”[7].
Mijn deel is de Here – die belijdenis betekent: de Here heeft, met mij en met heel Zijn volk, een verbond gesloten. Daarom zal Hij mij trouw zijn. En nee, Hij laat ons niet zitten. Nee, Hij laat ons niet zakken.
Dat is een zekerheid.
Nee, niet omdat God zo nu en dan een oogje dichtknijpt.
Die garantie is er omdat de Heer van hemel en aarde Zijn Verbondsvolk een toekomst biedt. Een toekomst voor Jeremia. En – bijvoorbeeld – voor Paulus, voor Timotheüs, voor Titus en… ja ook voor gelovige mensen van 2019.

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte professor drs. H.J. Schilder (1916-1984) die op zondag 24 september 1972 te Langeslag preekte over Klaagliederen 3:22, 23 en 24[8].
Het thema van zijn preek was: “In het verbond van het verleden ligt het heden en de toekomst”.
Schilder verdeelde zijn preek in drie bijna poëtisch klinkende punten:
“1. Het verleden is niet voorbij
2. Het heden is meer dan nu
3. De toekomst is begonnen”.
In de formuleringen klinkt door dat de Here met Zijn werk doorgaat. Het leven is één, het hangt niet van stukjes aan elkaar. Van de eerste tot de laatste dag op aarde werkt de Here aan het heil van Zijn kinderen. Hij brengt hen bijeen. Hij leidt hen naar een nieuwe volmaakte wereld!

Even tussendoor –
wij leven in een tijd waarin mensen graag zelf kerkelijke keuzes maken. De één blijft Gereformeerd, nummer twee gaat naar een gemeente in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk en een derde wordt baptist.
Welnu – de Klaagliederen doen ons weer eens beseffen dat onze God één volk formeert. Niet twee, of drie!

Wat moeten wij met de Klaagliederen beginnen in de eenentwintigste eeuw?
Meer precies: wat moeten wij in 2019 aanvangen met het derde Klaaglied?

Wij hebben de neiging om veel te klagen.
Over de maatschappij bijvoorbeeld, waarin de verdorvenheid soms de standaard lijkt te worden.
Over de kerk bijvoorbeeld. Want die is Gereformeerd, doch nog lang niet ideaal.
Over onze familie bijvoorbeeld. Want we zijn weinig meer dan los zand. De levensstijlen en levensovertuigingen staan mijlenver uit elkaar. En onze keuzes worden heel vaak niet begrepen.
Over onszelf bijvoorbeeld. Want wie herkent onze kwaliteiten eigenlijk nog? Kijkt iedereen en alles over ons heen?
Laten we ’t maar ronduit zeggen: klagen mag best; als we dat maar aan het goede adres doen!

Het derde Klaaglied stimuleert ons om, ondanks alles, te letten op Gods genade.
Want we mogen dan wel klagen, maar feit is dat we nog leven. En er zit perspectief in ons bestaan; het is immers volstrekt helder dat de Heer van hemel en aarde zijn verbond nimmer vergeten zal!

Het derde Klaaglied laat ons zien hoe nuttig het is om eens van een afstandje naar ons leven te kijken en de zaken vervolgens nuchter op een rijtje te zetten.
En wat zien en horen wij dan?
Wij merken veel irritaties, ergernissen en voelen diepe teleurstellingen. En is dat onterecht? Nee, vaak niet.
Maar laten wij bij al ongemak, al die gramschap en ons misnoegen nimmer Gods verbond vergeten. Hij gaat door met Zijn kerkvergaderend werk!

Zing dus maar mee met Psalm 44:
“Wij moesten al dit leed ervaren,
maar bleven uw verbond bewaren.
Geen ontrouw heeft ons hart bekoord,
wij gingen in uw wegen voort”[9].
En:
“Wij zijn in stof terneergedrukt;
sla ons in uw ontferming gade.
Naar lijf en ziel gaan wij gebukt.
Sta op, verlos ons uit genade”[10].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/586_v.Chr. ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[2] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/K/Klaagliederen ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[3] Klaagliederen 3:24.
[4] Klaagliederen 3:22.
[5] Klaagliederen 3:25.
[6] Psalm 16:5.
[7] Psalm 119:57.
[8] In die dienst werd kandidaat Cl. Stam als predikant bevestigd. Het bericht daarover stond op woensdag 27 september 1972 op pagina 2 van het Nederlands Dagblad.
[9] Psalm 44:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 44:8 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

14 januari 2019

Dreigend refrein

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De formuleringen in de hoofdstukken 1 en 2 van de profetie van Amos zijn intrigerend.
“Vanwege drie ​overtredingen​ van ​Damascus, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[1].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Gaza, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[2].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Tyrus, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[3].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Edom, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[4].
En:
“Vanwege drie overtredingen van de Ammonieten, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[5].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Moab, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[6].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Juda, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[7].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Israël, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[8].

Ouderen kennen de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 beter: “Om drie ​overtredingen​ van ​Damascus, ja om vier, zal Ik het niet herroepen”.

Eerst worden een aantal buitenlanden genoemd.
Maar daarna komt ook het volk van God aan de beurt.

Wat betekenen die formuleringen?
De verschillende volken hebben vele keren tegen Gods wet gezondigd. Het leek erop dat dat ongestraft kon gebeuren. Maar niets is minder waar.
En nu is de maat vol. Er wordt een stop op gezet. En het oordeel komt er aan. Het is onafwendbaar. Onweerstaanbaar. Genade is nu niet meer aan de orde. Het vonnis van God wordt uitgevoerd!

Welke zonden hebben de volken dan begaan?
Onder meer deze:
* Gods volk is onder de voet gelopen.
* Er zijn complete volken in ballingschap gevoerd. Daarna zijn die volken uitgeleverd aan andere heersers.
En wat heeft het volk van God zelf fout gedaan?
* Men verwierp van de wet van God.
* Ook zocht men heil bij afgoden. Die afgoden waren overigens reeds vanouds bekend.
* Machtelozen werden op een vreselijke manier uitgebuit. Het niet naleven van de door God gegeven wet kan zomaar sociaal onrecht opleveren!

Amos 1 en 2 – het zijn sombere Bijbelgedeelten.
Van kindsbeen af voelt men bij het voorlezen de dreiging die van dat refrein uitgaat: vanwege drie overtredingen, ja, vanwege vier…
Als men, eenmaal volwassen geworden, die teksten nog eens leest is daar altijd dat hinderlijke gevoel: er is gevaar!

Toch is daarmee niet alles gezegd.

Tegenwoordig is er veel onrecht in de wereld. Onrust. Corruptie. Verkeerd gedrag wordt, soms tot op het hoogste niveau, goedgepraat. Documenten die voor sommige mensen belastend kunnen wezen worden weggemoffeld. Er rollen geen koppen meer. Er vloeit geen bloed meer uit.
En, ergens in de catacomben van ons hart, kriebelt wellicht de vraag: doet God hier helemaal niets aan?
Jawel – de Here is wel degelijk actief.
En jazeker – Hij is zeer oplettend.
Amos 1 en 2 laten ons zien dat God Rechter is. Niet alleen maar in de kerk. Maar in heel de wereld.
En denk vooral niet dat God als een zombie aan de zijlijn staat.
Graag wijs ik op Mattheüs 23, waar Jezus de kerkleiders bestraffend toespreekt: “Wee u, ​schriftgeleerden​ en ​Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei ​onreinheid. Zo lijkt u ook wel vanbuiten ​rechtvaardig​ voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en ​wetteloosheid. Wee u, ​schriftgeleerden​ en ​Farizeeën, huichelaars, want u bouwt de graven voor de profeten en versiert de grafmonumenten van de rechtvaardigen, en u zegt: Als wij in de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hen meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. Aldus getuigt u tegen uzelf, dat u ​kinderen​ bent van hen die de profeten gedood hebben. Maakt ook u dan de maat van uw vaderen vol!”[9].

Amos 1 en 2 geven ook aan dat Gods kinderen, opgenomen in het verbond met Hem, trouw moeten blijven. Nonchalance in de dienst aan God is uit den boze.
Soms lijkt het alsof kerkmensen gewoon hun gang kunnen gaan. Het lijkt wel alsof de God van hemel en aarde geen acht slaat op misstanden in de kerk. Het lijkt alsof de Here allerlei afwijkingen in de leer van de Heilige Schrift gewoon tolereert.
Maar laten wij ons niet vergissen!

Schriftgedeelten als Amos 1 en 2 sporen de kerk aan: werk maar trouw verder in de kerk!
Ja, uw Heer ziet heus wel dat u Hem blijmoedig dient.
Ja, de God van hemel en aarde ziet echt wel wat u aan het doen bent.
Wie in trouw God dienen wil, zal te Zijner tijd horen: “Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer”[10]!

Noten:
[1] Amos 1:3.
[2] Amos 1:6.
[3] Amos 1:9.
[4] Amos 1:11.
[5] Amos 1:13.
[6] Amos 2:1.
[7] Amos 2:4.
[8] Amos 2:6.
[9] Mattheüs 23:27-32.
[10] Mattheüs 25:21.

24 december 2018

Kerst 2018: in Christus één

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We gaan de Kerstdagen tegemoet.
Ongetwijfeld zal er weer veel gepreekt worden over Mattheüs 1 en 2, Lucas 2 en Johannes 1.
Maar er wordt op veel meer plaatsen in de Bijbel over het Kerstfeit geschreven.

Graag wijs ik vandaag op Romeinen 1.
Daar staat: “Paulus, een dienstknecht van ​Jezus​ ​Christus, een geroepen ​apostel, afgezonderd tot het ​Evangelie​ van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de ​heilige​ Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van ​David”[1].

Paulus laat het blijken – de proclamatie van het reddingswerk van Jezus Christus is mijn levensroeping.
Paulus laat blijken: ik sluit mij aan bij een lange rij van mensen die, in opdracht van God, de komst van de Messias hebben voorspeld.
Paulus draait er niet omheen: Christus is echt mens geworden!
Dat grote nieuws bazuint Paulus rond, zo vaak en zo veel Hij kan.

De Here maakt Zijn eenmaal gegeven Woord waar. De Here breekt Zijn beloften niet!
Die bemoediging voor de christenen in Rome is wel op zijn plaats.
Een uitlegger schrijft: we verplaatsen “ons in de Romeinse christen van rond het jaar 55. Er is sprake van een groot conflict tussen de Joden en de christenen. En ook tussen de christenen zelf die òf van heidense of van Joodse oorsprong zijn, zijn grote spanningen. In één of meer synagogen waren door Christus-aanhangers messiaanse onlusten gekomen. Daarom heeft de Romeinse macht in het jaar 49 op bevel van keizer Claudius grote groepen Joden de stad uit gezet. In het jaar 54 wordt Claudius opgevolgd door keizer Nero (ook geen lekkere jongen), maar wellicht konden Joden toen weer in de stad terugkeren. In die context schrijft Paulus zijn brief”[2].
Nee, de kerk in Rome heeft, zo rond het jaar 55, geen stil en rustig leven.

Intussen is het wel duidelijk – ook Gereformeerden in 2018 mogen zich, in hun eigen omstandigheden, nog steeds laten bemoedigen: de Here breekt Zijn beloften niet!

Paulus heeft zich het Kerstevangelie toegeëigend. Het is deel van hemzelf geworden. Wie de naam van Paulus noemt, zegt in één adem ook: Christus is geboren.
Christus is echt en helemaal mens geworden.
Om met de statige taal van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Hij is ontvangen in de schoot van de gezegende maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. Hij heeft niet alleen de menselijke natuur aangenomen wat het lichaam betreft, maar ook een echt menselijke ziel om werkelijk mens te zijn. Want omdat de ziel evenzeer verloren was als het lichaam, moest Hij ze beide aannemen om beide te redden”[3].

Het Kerstevangelie klinkt ook in 2018.
Dat gebeurt in een tijd waarin “driekwart van de Nederlanders zegt dat kerken weinig of niet aansluiten bij hun visie op de zin van het leven”[4].

Probleem daarbij is dat die visie verre van eenduidig is.
Nummer Eén zegt: je moet jezelf ontplooien.
Nummer Twee zegt: je moet medemensen helpen.
Nummer Drie zegt: je moet God dienen.
Nummer Vier zegt: het leven hangt aan elkaar van toeval en eigenlijk is het zinloos[5].

Dat gebrek aan eenduidigheid wordt met name veroorzaakt door het individualisme van onze tijd. Je moet jezelf zijn, zeggen de mensen. En: jij bent de moeite waard. En: jij moet jouw eigen keuzes maken.
Er wordt nadruk gelegd op de particuliere persoon.

Maar dat is maar één kant van het verhaal. Wie daarbij blijft, houdt een eenzijdig betoog. Eenzijdige redeneringen – daar zijn we goed in, vandaag de dag.
Maar er is meer[6].
In Romeinen 1 schrijft Paulus letterlijk: “geworden zijnde uit het zaad van David naar het vlees”. Voor `het zaad’ staat er in het Grieks spermatos[7]. Men kan ons woord ‘sperma’ zonder moeite herkennen.
Paulus wil maar zeggen: wij staan op de schouders van ons voorgeslacht. Kinderen, kleinkinderen en het verdere nageslacht van gelovigen horen bij het verbond. Adam, Abraham, Noach…, en ook de door de Here uitverkoren mensen van 2018 horen bij dat verbond.
Inderdaad – er is één verbond.
Daarover schrijft Paulus in het derde hoofdstuk van de brief aan de Galaten: “Welnu, zo zijn de beloften aan ​Abraham​ en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is ​Christus”[8].
Al die gelovige mensen hebben te maken met het verzoeningswerk van de ene Persoon van Jezus Christus. Een exegeet noteert: “Vandaar dat Paulus de vinger legt bij dit enkelvoud ‘zaad’ en zegt: in strikte, in eigenlijke zin is Christus Degene die God op het oog had toen Hij aan Abraham Zijn belofte gaf. Omdat Hij wist dat Christus zou komen, kon deze belofte er zijn, dat al degenen, die door het geloof van Christus zijn, deel krijgen aan wat God beloofde aan Abraham”[9].
In Christus één – dat is de achtergrond van Romeinen 1.
Christus is geboren – dat schrijft Paulus in de aanhef van zijn brief aan de christenen in Rome.
Christus is geboren – in die woorden zit verwondering: ik hoor bij Hem; dat is ongelooflijk, maar ’t is waar!
Christus is geboren – in die woorden zit een juichkreet: we staan er niet alleen voor in de wereld! Dat is Gods kinderen in Rome tot troost. Maar ook de gelovigen in Nederland, in Canada, in Amerika of waar dan ook mogen het vandaag beseffen: we staan er niet alleen voor in de wereld!
Christus is geboren – daarin zit verbondenheid: het geloof is ons vóórgeleefd, en wij geven het geloof weer door aan de familie, en aan andere mensen in onze omgeving.

Christus is geboren!
Die uitroep van verwondering, blijdschap en verbondenheid klinkt in 2018 nog altijd.
Wij zijn verbonden aan Christus. En vervolgens ook aan elkáár.
In de kerk moeten we ons erin trainen om ons tegen individualisme en egoïsme te blijven verzetten.
Joep de Hart, een onderzoeker van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zegt: “In de kerk is een enorme sociale bewogenheid. Kerkleden doen twee keer zoveel vrijwilligerswerk als buitenkerkelijken. Die sociale dimensie zit ook in de opvoeding die zij hun kinderen geven. Je moet dus niet te luchtigjes doen over ontkerkelijking. Er worden kraters geslagen in de samenleving”[10].

In feite roept Paulus ons op om het verbond dat God met Zijn kinderen sloot nooit te vergeten.
En impliciet klinkt de vermaning: vergeet de heilshistorie niet. Om het tenslotte met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “…één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[11].

Dat heil geeft ons alle reden om er, overal ter wereld, feestelijke Kerstdagen van te maken!

Noten:
[1] Romeinen 1:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd van http://www.aartveldhuizen.nl/page/bijbelbijspijkeren-romeinen-1 ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018. Veldhuizen is geestelijk verzorger, supervisor en predikant in de Protestantse Kerk te Langweer.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 18.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[5] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.happinez.nl/spiritualiteit/alles-dat-je-wilt-weten-over-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Ds. Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof; Schetsenbundel over de brief aan de christenen te Rome”. – Groningen: De Vuurbaak bv. – derde druk, 1984. – p. 22.
[7] Zie de onlineversie van de Studiebijbel; oorspronkelijke tekst van Romeinen 1:3.
[8] Galaten 3:16.
[9] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 3:16.
[10] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html .
[11] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.