gereformeerd leven in nederland

28 juni 2018

De wijsheid van het Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In het Bijbelboek 1 Corinthiërs draait het vaak om wijsheid[1].

Dat betreft geen wijsheid van woorden. Nee, het is Evangelie[2].
Het is dus de blijde Boodschap over Jezus Christus, die voor alle zonden betaald heeft. De blijde Boodschap: u heeft toegang tot de hemel als u gelooft dat de Here Jezus u van de angst en de pijn van de hel verlost heeft[3].
De wijsheid van God zie je door Zijn daden. Onze Heiland ging over tot actie, en dat is onze redding geweest.

Paulus schrijft: “Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen”[4].
De vraag is natuurlijk waar dat dan staat.
We vinden het terug in Jesaja 29: “…daarom, zie, ga Ik verder met wonderlijk te handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaar; want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan en het verstand van zijn verstandigen zal zich verbergen”[5].
In Jesaja 29 wordt een oordeel over Gods volk uitgesproken. Het citaat komt uit een stuk waarin het over Juda gaat. De mensen uit Juda willen God niet zien. En zij willen ook niet luisteren. Godsdienst is een lege vorm geworden. Het is er nog wel, maar het stelt weinig meer voor. Alles gaat keurig volgens de patronen, maar het hart is er niet bij.
De Here zegt: er zullen dingen gebeuren die zelfs voor wijzen en geleerden volstrekt onnavolgbaar zijn!
Met andere woorden: je kunt tijdens studieavonden van een Bijbelstudievereniging nóg zo hard studeren; het is honderd procent zeker dat je er met je verstand nooit helemaal bij kunt!

Het gaat in de kerk niet in de eerste plaats om kennis of wetenschap. In de kerk moet het Woord van God gepreekt worden. Zuiver. Niet met een grote woordenvloed, maar to the point. En vervolgens moeten wij eenvoudigweg geloven[6]. Dat geloof moeten we versterken, bijvoorbeeld tijdens studieavonden.

Christus is de wijsheid van God. In Persoon[7]. Onze Heiland is wijsheid en kracht in één.
Bij mensen is dat nogal eens anders. Krachtpatsers zijn meestal geen professor, en andersom.
Maar Jezus Christus is alles in Eén. Totaal ideaal!

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1 ook nog: “Uit Hem bent u in ​Christus​ ​Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en ​gerechtigheid, ​heiliging​ en verlossing”[8].
Dat is een hele mond vol.
Wat staat daar eigenlijk?
1.
God is een rots. Hij staat voor recht, alles wat Hij doet is perfect[9]. Gerechtigheid is, om zo te zeggen, een wezenskenmerk van Hem. Nee, die gerechtigheid zit niet in ons. Maar omdat Jezus Christus en Zijn Geest zo onverbrekelijk aan ons verbonden zijn, wordt die gerechtigheid toch een deel van ons. Onbegrijpelijk, ongelooflijk maar waar!
2.
Zo wordt ook heiliging een deel van ons.
Dat blijkt ook uit Colossenzen 1: “En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om u ​heilig​ en smetteloos en onberispelijk voor Zich te plaatsen, als u tenminste in het geloof blijft”[10]. Heilig​ en smetteloos en onberispelijk voor God – wie eerlijk naar zichzelf kijkt, die weet: dat wordt nooit wat. Maar we moeten ook niet naar onszelf kijken. We moeten onze blik op de Heiland richten.
Heiliging is niet in de eerste plaats een activiteit van ons; het betekent dat God in ons leven druk aan het werk is!
3.
De Redder van het leven verlost ons uit dit aardse leven.
Hij tilt ons boven aardse janboel, wanordelijkheid en zwijnenstal uit.

Wie zich voorneemt een sluitende definitie van de door God gegeven wijsheid te geven, krijgt het moeilijk. Wanneer is de omschrijving perfect? Wanneer omvat de omschrijving echt alles?
Een goede definitie is eigenlijk niet te geven.
Maar dat is feitelijk geen wonder. Want die wijsheid is volgens 1 Corinthiërs 2 een musterion. U herkent ongetwijfeld het Nederlandse woord ‘mysterie’.
De apostel Paulus schrijft: “Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid”[11].
Een uitlegger noteert daarbij: “De goddelijke wijsheid was door God “vóór de eeuwigheden voorbeschikt tot onze heerlijkheid. God heeft Zich dit plan dus reeds voor de schepping van de wereld voorgenomen (…), sterker nog: de schepping van de wereld maakt er deel van uit. Zijn heilsplan heeft als doel (…) ‘de heerlijkheid’ van de gelovigen, de heerlijkheid die zij bij de wederkomst van de Here Jezus zullen ontvangen”[12].

Om de Goddelijke wijsheid te kunnen accepteren hebben wij Gods Heilige Geest nodig.
Wij krijgen onderwijs van de Heilige Geest. Dat onderwijs gaat over de geschenken van God.
In 1 Corinthiërs 2 staat daarover: “Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de ​Heilige​ Geest​ ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken”.
In de kerk mogen we dus gerust zeggen: hier krijgen we speciaal onderwijs. De Heilige Geest is onze Leraar.

Paulus kent zijn Bijbel. Want hij schrijft: “de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: Hij vangt de wijzen in hun sluwheid”[13].
Dat staat inderdaad geschreven. In Job 5 namelijk[14].
Mensen kunnen heel slimme plannen bedenken. Maar de hemelse God bepaalt uiteindelijk wat er wel en wat er niet gebeurt!

Uit het voorgaande wordt duidelijk dat één gelovige nooit op z’n eentje Gods oneindige wijsheid kan laten zien. We hebben elkaar nodig.
Daarom citeer ik tot slot van dit artikel enkele woorden uit 1 Corinthiërs 12: “Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest”[15].

Noten:
[1] In dit artikel neem ik mijn uitgangspunt in het Bijbelboek 1 Corinthiërs. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[2] 1 Corinthiërs 1:17: “Want ​Christus​ heeft mij niet gezonden om te ​dopen, maar om het ​Evangelie​ te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het ​kruis​ van ​Christus​ zijn inhoud niet verliest”.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 44: ik mag er “in mijn felste aanvechtingen zeker van zijn en er rijke troost uit putten, dat mijn Here Jezus Christus mij van de angst en pijn van de hel verlost heeft”.
[4] 1 Corinthiërs 1:19.
[5] Jesaja 29:14.
[6] 1 Corinthiërs 1:21: “Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven”.
[7] 1 Corinthiërs 1:24: “Maar voor hen die geroepen zijn, zowel ​Joden​ als Grieken, prediken wij ​Christus, de kracht van God en de wijsheid van God”.
[8] 1 Corinthiërs 1:30.
[9] Zie hierover ook https://beam.eo.nl/artikel/2016/10/wat-zegt-de-bijbel-over-gerechtigheid/ ; geraadpleegd op zaterdag 16 juni 2018.
[10] Colossenzen 1:21, 22 en 23 a.
[11] 1 Corinthiërs 2:7.
[12] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 2:7.
[13] 1 Corinthiërs 3:19.
[14] Job 5:12 en 13.
[15] 1 Corinthiërs 12:7 en 8.

7 september 2016

Majestueuze macht en levendige liefde

Vanavond spreken wij over het verraad[1].

Jazeker, ik realiseer mij dat dit een tamelijk onheilspellend begin van een artikel is.
U moet weten: vanavond vergadert ‘Augustinus’ weer. ‘Augustinus’ is de Bijbelstudievereniging voor mannen van De Gereformeerde Kerk Groningen; in de wandeling aangeduid als ‘de mannenvereniging’.
Daar zal onder meer het laatste deel van Johannes 13 worden bestudeerd.

Ter oriëntatie citeer ik eerst enkele woorden uit het te bespreken Schriftgedeelte.
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: één van u zal Mij verraden”[2].
En:
“Eén van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus; hem dan gaf Simon Petrus een wenk en zeide tot hem: Zeg, wie het is, van wie Hij spreekt. Deze, aanstonds zich aan de borst van Jezus werpende, zeide tot Hem: Here, wie is het?
Jezus dan antwoordde: Die is het, voor wie Ik het stuk brood indoop en wie Ik het geef. Hij doopte dan het stuk brood in en nam het en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.
En na dit stuk brood, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doen wilt, doe het met spoed”[3].

Dat zijn, wat mij betreft, aangrijpende woorden.
Eerst en vooral omdat de satan hier zo duidelijk de ruimte krijgt.
De satan komt het hart van Judas binnen.
Een uitlegger typeert het zo: “Tot nu toe heeft Judas met de zonde gespeeld. Op dit moment gaat de zonde met hém spelen: hij wordt een werktuig van satan. De uitdrukking die gebruikt wordt, namelijk eis-erchomai (‘binnengaan’) wordt ook gebruikt als het over bezetenheid gaat (…). Judas verliest de macht over zichzelf en wordt bezeten door de satan”[4].
Zover kan het dus met een mens komen.

Daarbij moeten wij, meen ik, goed bedenken dat de God van hemel en aarde hier metterdaad de hand in heeft.
Jezus zegt zelf: ‘Wat gij doen wilt, doe het met spoed’.
De Heiland weet wat er gaat gebeuren. Hij zorgt er zelfs voor dat het tempo waarin de gebeurtenissen zich voltrekken een beetje wordt verhoogd!

Wij zien hier, als we goed kijken, de antithese terug. Dus: de kloof tussen Gods kinderen en Godloochenaars.
Wij zien hier, in Johannes 13, al iets van die splitsing in Openbaring 22: “Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.
Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet”[5].
Ons werk, hier op aarde, doet er toe. De keuzes die we maken, ons spreken en zwijgen, ons doen en laten – in alles tonen wij dat wij bij de Here horen, en dat wij Hem volgen.

Het is, dunkt mij, goed om op enkele woorden van de Here Jezus te letten. Woorden die Hij spreekt nadat Judas vertrokken is. Ik citeer: “Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt. Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken”[6].
Het lijkt erop dat Jezus hier het slachtoffer is van duivelse kracht. Maar niets is minder waar. Feitelijk viert Jezus hier een triomfmoment. De Joden zeggen voor Gods eer op te komen door Hem te verwerpen; maar met en door het lijden van Jezus Christus wordt de hemelse God veel meer geëerd. En de Heiland zal Zelf in die glorie delen.
De Zoon des mensen heeft de zaak in de hand. Hij heeft de regie.
Dit alles is, als u het mij vraagt, tot troost voor Gods kinderen in deze tijd.
Wij mogen vrijuit tot God gaan, en Hem om vergeving van onze zonden bidden. Wij hebben de beloften van een majestueuze toekomst. De horizon is weids!
Bovendien mogen we vol vertrouwen leven. Want als de God van hemel en aarde in de baanbrekende en grensverleggende situatie van Johannes 13 de macht in handen heeft, waarom zou dat vandaag dan anders wezen?

De vurige Petrus wil zijn Heer voor de dood weghalen. Maar de Here zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt”[7].
Als één ding hier duidelijk wordt, dan is het wel dat een mens – vanwege wisselvalligheid en zwakte – van eigen verdiensten niet leven kan.

En wat blijft er dan over?
Jezus zegt: “Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander”[8].
Daar lezen wij dat woord ‘allen’. Die liefde is derhalve niet iets voor een groepje leerlingen. Die liefde blijft klaarblijkelijk niet beperkt tot een vriendengroep. Die liefde is een kwestie van de kerk.
In de kerk moet liefde blijken.
Bijvoorbeeld in het feit dat we elkaar uit laten praten.
Bijvoorbeeld in het begrip voor elkaar.
Bijvoorbeeld in de manier waarop we elkaar vooruit helpen in het geloof.
Bijvoorbeeld in de sfeer op de mannenvereniging. En bijvoorbeeld in de frequentie waarin we de verenigingsavonden bezoeken. Ja ja, ik weet wel dat het niet altijd lukt om aanwezig te zijn. Maar er is verschil tussen zo nu en dan verstek laten gaan, en op de ledenlijst staan maar nimmer verschijnen.
Wellicht hebben wij sterk de neiging om te zeggen dat wij allemaal maar mensen zijn. Mensen die zondig zijn, en vaak tekort schieten. Maar het feit dat er voor onze zonden vergeving is, mag geen excuus wezen om het op verschillende fronten maar een beetje te laten zitten.

Bij nader inzien is het misschien niet zo gek om het vergaderseizoen met het laatste deel van Johannes 13 te beginnen.

Noten:
[1] Vanavond, woensdagavond 7 september 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal onder meer Johannes 13:21-38 aan de orde komen. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[2] Johannes 13:21.
[3] Johannes 13:23-27.
[4] Het citaat komt uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 13:27.
[5] Openbaring 22:11-15.
[6] Johannes 13:31.
[7] Johannes 13:38.
[8] Johannes 13:35.

1 september 2016

Hartbewaking

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is weer september geworden. Het kerkelijk seizoen begint weer. Kerkenraadsvergaderingen, verenigingswerk en commissiearbeid zullen weer veel van onze tijd opslokken.
Wat is ons doel daarbij?

Een antwoord op die vraag wil ik vandaag geven vanuit woorden uit Spreuken 4:
In de NBG-vertaling 1951 luiden ze:
“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is,
want daaruit zijn de oorsprongen des levens”.
In de Herziene Statenvertaling staat het zo:
“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven”[1].

Ons doel is om op het rechte pad te blijven.
Een exegeet legt uit dat in Spreuken 4 verschillende organen van het lichaam een rol spelen: Kenmerkend is “dat de verschillende organen van het menselijk lichaam een rol spelen. Dit zijn in de eerste plaats de receptieve: oor (…), oog (…) en hart (…). Daarna volgen de uitvoerende: de mond om te spreken (…), de ogen om de weg in de gaten te houden (…), en de voet om te gaan (…) Het hart heeft hier een dubbele functie: het ontvangt de woorden (…) en het beheerst de uitvoerende organen”[2].

Ons doel is dus tweeledig: wij gaan luisteren. En wij gaan werken.
En daar is – als het goed is – heel ons wezen bij betrokken.

Uit het begin van Spreuken 4 blijkt dat hier een vader tegen zijn zonen spreekt:
“Hoort, zonen, de tucht van een vader,
en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen,
want ik geef u goede leer;
verlaat mijn onderwijzing niet”[3].
Maar de Heilige Geest heeft het nodig gevonden dat alle Bijbellezers dit onderwijs onder ogen krijgen.
Als het gaat om ons werk in de kerk behoren wij allen de houding van een luisterend kind te hebben. En bij het gewone handwerk moet ons hart ook open staan.

Er zullen kerkenraadsleden wezen die tegenwerpen dat ze toch vooral besluiten moeten nemen. Er moet wat gebéuren. En de kerkenraad heeft daarin de algehele leiding.
Dat moge waar zijn.
Maar het is toch belangrijk om te luisteren.
Luisteren naar datgene wat God in Zijn Woord zegt.
Luisteren naar wijze woorden die broeders en zusters spreken.

En ja, er moet dan ook gefilterd worden.
Want mensen zeggen soms ook heel onwijze dingen. Er worden ook wel eens uitspraken gedaan die wij maar beter weer snel kunnen vergeten. Omdat ze niet opbouwend zijn voor het geloofsleven in de gemeente, bijvoorbeeld.

Geachte lezers – u begrijpt wel dat het bovenstaande mutatis mutandis ook geldt voor verenigingsleden, commissieleden, werkgroepleden, stuurgroep-types, redacties van kerkbladen, dagboekschrijvers en weblogscribenten.
Wij moeten allen luisteren, werken en filteren.
En wij moeten steeds weer proberen te onthouden wat van waarde is. Memoriseren is belangrijk in de kerk. In een snelle tijd als de onze is dat vaak ingewikkeld. Maar wie dat regelmatig probeert, zal ondervinden dat het soms wel lukt.

“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is”, zegt de Spreukendichter.
Dat is, om zo te zeggen, een scharniertekst.
Want daarvóór laat de Spreukendichter zien wat er zoal het hart binnenkomt[4]. En daarná horen wij wat er bij ons zoal uitkomt[5].
Luister goed!, zegt de vader in Spreuken 4. En verwerk mijn woorden vervolgens op een goede manier. Wees eerlijk. Pleeg geen bedrog en wees betrouwbaar.

Het is, als u het mij vraagt, geen luxe om dat laatste even te accentueren. In alle kerkelijke drukte spelen spanning en stress soms een flinke rol. Sommige dingen moeten praktisch worden opgelost. Daarbij moeten wij op tijd bedenken dat de snelste oplossing niet altijd de verstandigste is.
De kernvraag is of wij datgene dat God ons in Zijn Woord leert, op het goede moment en op de juiste wijze toepassen.
Daarvoor is wijsheid nodig. Om die wijsheid mogen wij bidden!

In een preek over Spreuken 4 zei een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant eens: “Het kan allemaal heel nuttig zijn: je ziet wat er te koop is, je kunt wijze, goede en vrome informatie tot je nemen. Je kunt je kennis vermeerderen.
Maar het kan ook heel vervuilend zijn. Wanneer soaps met vloeken en slecht gedrag ons leven beheersen. Wanneer je je door internet laat verleiden. Wanneer de reclames je verleiden tot het doen van allerlei aankopen. Wanneer internet je aandacht opslokt. Wanneer de informatiestroom verslavend gaat werken. Wanneer allerlei godslasterlijke taal, wanneer domheid en leegheid je hart gaat vullen.
Hoe zit het met jouw hartbewaking? Wat komt er voor jouw ogen, wat klinkt er in jouw oren? Hoe goed werkt jouw bewaking, op welke manier bescherm jij jezelf en je gezin? Hoe goed kun jij de knop vinden? Bewaak je hart, bescherm de bron. Bronbewaking is nodig”[6].
Waarvan akte.

Deze dingen overpeinzend wijs ik op uitlatingen van oud-GroenLinks-leider Femke Halsema.
Zij schreef een openhartig boek, waarin zij terugkijkt op haar politieke loopbaan[7].
In een interview naar aanleiding van de verschijning van dat boek zegt zij: “Alleen als je bereid bent om je eigen belangen ondergeschikt te maken aan die van het politieke collectief waarvan je deel uitmaakt en als je dienstbaar bent aan de behoeften en verlangens van kiezers, kun je werkelijk effectief worden”[8].
Op basis van Spreuken 4 moeten Gereformeerden daar een variant op maken.
Alleen als wij bereid zijn om onze eigen belangen ondergeschikt te maken aan Gods plan en de voortgang van Zijn kerkvergaderend werk – waarvan wij deel mogen uitmaken –, en als wij dienstbaar zijn aan pastorale behoeften en christelijke verlangens van onze broeders en zusters, kunnen wij werkelijk effectief worden.
Laat dat in de kerk ons doel wezen!

In de komende tijd moeten wij, om zo te zeggen, goed uitkijken waar wij lopen. Om het in de woorden van Spreuken 4 te zeggen:
“Laat uw voet een effen pad inslaan
en laten al uw wegen vast zijn”[9].
Ik wil maar zeggen: laten wij oppassen voor gladde wegen, en met vaste tred voorwaarts gaan; op weg naar de toekomst, samen met onze God.

Noten:
[1] Spreuken 4:23.
[2] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 4:20-27.
[3] Spreuken 4:1 en 2.
[4] Spreuken 4:20-22.
[5] Spreuken 4:24-27.
[6] De preek over Spreuken 4:23 is gedateerd op zondag 21 november 2010 en werd indertijd gehouden door dominee D.S. Dreschler. Zie https://dickdreschler.wordpress.com/2010/11/18/spreuken-423-bronbewaking/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 augustus 2016.
[7] De gegevens van dit boek zijn: Femke Halsema, “Pluche; politieke memoires”. – Amsterdam: Ambo/Anthos, 2016. – 408 p.
[8] Zie: “Geestdriftig liefhebber en verdediger van het debat”. In: Z(omer), bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 13 augustus 2016, p. 4 en 5.
[9] Spreuken 4:26.

26 april 2016

De vreugde van de vinders

Geloofsblijdschap zindert, als het goed is, voortdurend overal in ons leven[1].
Dat blijkt wel uit Mattheüs 13: “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker”[2].

Over dat vers schreef ik enkele jaren geleden het volgende.

“Dat is één vers uit een langere uiteenzetting van de Here Jezus. Hij vertelt enkele gelijkenissen, parabels dus. Daarin toont de Zoon van God de glorie van Zijn Koninkrijk, de voortdurende bezigheden van de duivel en de beslissende kracht van het Goddelijk eindoordeel.
Jezus vertelt over de zaaier.
Over de akker waarop goed zaad gezaaid wordt, maar waarop ook onkruid blijkt te groeien.
Over het kleine mosterdzaadje, dat uitgroeit tot een boom waarin vogels een nest kunnen maken.
Over zuurdesem – dat is zuur geworden gist dat als deeg wordt gebruikt. Een kleine hoeveelheid zuurdesem is voldoende om drie maten meel te doorzuren. Daar kun je, naar men zegt, twintig kilo brood mee maken.
Over een verborgen schat, die bij toeval door een man gevonden wordt.
Over een koopman die mooie parels zoekt, en het allermooiste juweel aanschaft dat er op deze wereld te vinden is.
Over een sleepnet dat over de bodem van de zee schuift. Als het sleepnet opgehaald is, zijn zo ongeveer alle schepelingen druk doende met de selectie. De verkoopbare vis wordt gescheiden van waardeloos spul dat nergens toe dient.
En over een heer des huizes die, door het huis lopend, opeens iets tegenkomt waarvan hij eigenlijk was vergeten dat het zijn eigendom is. Voor hem is het als nieuw.

Wat is het doel van al die parabels?
Het doel is dat de wereld in twee kampen wordt verdeeld. Dat staat ook in Mattheüs 13.
Mensen horen het wel, maar zij schenken er geen aandacht aan. De mensen zien wel wat er gebeurt, maar ze sluiten er hun ogen voor.
De mensen die de Here Jezus heeft uitgekozendie begrijpen het. De Here zorgt ervoor dat zij luisteren. De Here zorgt ervoor dat Zijn uitverkorenen werkelijk signaleren wat er aan de hand is”[3][4].

Die schat in de akker is voor de vinder zo belangrijk dat hij er alles, werkelijk alles, voor over heeft om die akker te kunnen kopen.
Want hij begrijpt: die schat is levensreddend.
Hij begrijpt: als ik die schat in mijn bezit heb, is mijn toekomst gegarandeerd.
Hij begrijpt: als die schat mijn eigendom is, wordt eeuwig leven mijn deel.
Eigenlijk kent de vreugde van die vinder geen grenzen!

En de mensen die het allemaal niet zo belangrijk vinden?
Zij begrijpen er hoe langer hoe minder van.
Zij worden steeds onverschilliger. En derhalve onwetender.

De vreugde van die vinder trilt dus door een wereld waar heel wat mensen zich afvragen: waarom maakt die man zich toch zo druk om die schat?
Er zijn een heleboel mensen die zich om goede doelen, verenigingen en clubs druk maken. U kent ze vast wel – de bobo’s van de plaatselijke voetbalvereniging, de ijveraars voor onderzoek tegen kanker en de mensen die schooltjes willen bouwen in Afrika. Al die mensen doen uiteraard geweldig goed werk.
De kwestie is alleen dat al dat goede werk in en ten bate van deze wereld gebeurt. Al die drukdoeners zeggen: ‘Iets anders is er voorlopig toch niet? Nou dan, laten wij aan het werk gaan!’.
Al die nijvere mensen vragen zich af wat u en ik opschieten met kerkenraadswerk, met gemeentevergaderingen en met Bijbelstudieverenigingen. Welnu, ten diepste maken alle broeders en zusters zich druk om de schat, om het Koninkrijk van de hemelen. En er zijn nog blij om ook.
Dat is, goed beschouwd, een wonder. Deze wereld is vol nalatigheid, zonde en misbruik. En ondanks dat, belijden gelovigen dat Gods Woord de zuivere Waarheid is[5]. De vreugde van de vinder is uniek!

Het Koninkrijk van God – wat is dat eigenlijk?
Een dominee vatte dat eens als volgt samen:
“1.
Het Koninkrijk van God is: Jezus Christus (Origenes). Hij is de Koning van dat rijk. Hij is die schat. Het Koninkrijk van God krijgt gestalte in Jezus als de kruiskoning Die voor doodsschuldigen de straf draagt die hen vrede aanbrengt. Vrede met God door Zijn bloed. Welk een wonder! Geef acht, gemeente op die grote zaligheid en zoek naar de vrede van dat Koninkrijk. ‘Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap door de Heilige Geest’ (…). Een schat, in de akker (van de wereld) verborgen.
2.
Het Koninkrijk van God is ook daar waar mensen geleerd hebben God lief te hebben boven alles en de naaste als zichzelf. Het Koninkrijk van God bestaat derhalve ook in de liefdevolle heerschappij van Gods Geest in onze harten. Het is door die wederbarende Geest, dat wij er zin in krijgen om te doen wat God behaagt. Het Koninkrijk der hemelen is er dus nu reeds in het leven van hen die de onderdanen van God en van Jezus Christus zijn. Maar het is nu nog een Koninkrijk in onvolkomenheid. Een schat in de akker (van de wereld) verborgen.
3.
Het Koninkrijk van God is er tegelijk nog niet. Het komt eraan in al zijn volheid, als de Heere Jezus wederkomt op de wolken des hemels en alle tong Hem zal belijden. Als alle ongerechtigheid van de mensenkinderen van de aarde zal zijn weggedaan. Dan zal God weer alles zijn in allen, zoals in het begin van de wereldgeschiedenis. Een schat in de akker (van de wereld)”[6].

In de kerk tintelt de vreugde van de vinders. Buitenstaanders begrijpen daar weinig van. Maar in de kerk heerst koortsachtige drukte. Want de schat is prachtig!

Noten:
[1] Op woensdagavond 11 mei 2016 vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal onder meer het onderwerp ‘Geloofsblijdschap’ aan de orde komen. Dat onderwerp hoop ik in te leiden. Een bewerking van dit artikel zal een deel van de inleiding zijn.
[2] Mattheüs 13:44.
[3] Dit is een bewerkt citaat uit het door mij geschreven artikel “Het geheim achter de huisgodsdienst”; hier gepubliceerd op maandag 6 mei 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/05/06/geheim-achter-huisgodsdienst/ .
[4] Zie Mattheüs 13:10-16: “En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? Hij antwoordde hun en zeide: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven. Want wie heeft, hem zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen. En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.
Maar uw ogen zijn zalig, omdat zij zien en uw oren, omdat zij horen. Voorwaar, Ik zeg u: Vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en te horen wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord”.
[5] Zie hierover ook http://www.oudesporen.nl/Download/BB06.pdf , pagina 3. Geraadpleegd op woensdag 20 april 2016.
[6] Zie http://www.dsdenboer.refoweb.nl/ ; preek over Mattheüs 13:44. Geraadpleegd op woensdag 20 april 2016. Ds. den Boer was jarenlang actief in de Gereformeerde Bond van de Hervormde Kerk, onder meer als lid van het hoofdbestuur en als studiesecretaris.

18 maart 2016

Gewone vergadering

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Vandaag publiceer ik een artikel naar aanleiding van een gewone Gereformeerde vergadering: een bijeenkomst van gewone Gereformeerde mensen.
De reden voor het publiceren van dat stuk is eenvoudig: ik ben blij dat gewone vergaderingen van Gereformeerden nog bestaan.

Zaterdag 12 maart 2016: de Algemene Vergadering van de Bijbelstudiebond van De Gereformeerde Kerken in Nederland vindt plaats in het Overijsselse Hasselt.
In een zaal van cultureel centrum Het Teeuwland zitten enkele tientallen mensen bijeen. Het zijn afgevaardigden van Bijbelstudieverenigingen. Mijn vrouw is afgevaardigd namens een vrouwenvereniging. En u raadt het al: ik zit er namens een mannenvereniging.

Het is een vergadering waar niet heel veel gebeurt. Zo’n vergadering die pro forma is; een bijeenkomst naar de regels van de Bond.

De vergadering begint even na elven.
Er wordt gesproken over de band met de jeugd van 16+. Er zijn ook jeugdverenigingen van de Bond lid geworden.
Over de voorraad schetsen.
Over een nieuwe schets die in de maak is, over het Bijbelboek Esther.
Er wordt een nieuw bestuurslid gekozen; het is iemand die feeling heeft met jeugd.
Er wordt gepraat over de Bondsdag op 21 mei aanstaande. Daar zal een predikant spreken over een thema dat verband houdt met de bekende Bijbelwoorden: “Weest heilig, want ik ben heilig”. De dominee kan dus spreken over Leviticus 11[1]. Of over 1 Petrus 1[2]. Er zijn eigenlijk Bijbelteksten genoeg die de voorganger er bij kan halen.
Er wordt gesproken over de kosten van de Bondsdag. En over een paar andere dingen.
Na een dik uur is de vergadering afgelopen.
Er wordt nog gezamenlijk geluncht. Er is mosterdsoep, en groente-tomatensoep.
Even voor half twee gaan we weer naar huis.
De gewone Gereformeerde vergadering is voorbij.

Nee, het is allemaal niet erg opwindend. Het is allesbehalve schokkend. Rustgevend bijna.
Misschien zou men een aantal dingen wel per e-mail af kunnen doen. Of per brief.
En misschien zegt iemand wel: is het nu echt nodig om het zo te doen?

Wellicht zouden sommige dingen ietwat efficiënter kunnen worden afgedaan.
Dat kan best zo wezen.
Maar er is meer. Denk ik.

Want waar waar het in de Bijbelstudiebond eigenlijk om?
De kwestie is dat ouderen aan elkaar leren om de Bijbel te bestuderen. Zij stimuleren elkaar. Ze sporen de jeugd aan: doe met ons mee!
Mannen, vrouwen en jongeren geven kennis en wijsheid aan elkaar door.
Gewoon tijdens een verenigingsavond.

Er zijn van die avonden waar je, naar je eigen idee, niet zoveel van meeneemt.
Van die avonden waar u, voor uw gevoel, misschien meer uitdeelt dan u binnenkrijgt.
Van die avonden waar je je een beetje ergert aan het gewauwel over zaken die niet veel met de Bijbel te maken hebben.
Maar er zijn ook van die avonden waar statements gemaakt worden.
Ik herinner me nog dat woord ‘curieuselijk’. Dat kwam langs in een bespreking over Johannes 8. Er werd gewezen op de Nederlandse Geloofsbelijdenis: wij moeten niet “curieuselijk onderzoeken, meer dan ons begrip verdragen kan; maar wij aanbidden met alle ootmoedigheid en eerbied de rechtvaardige oordelen Gods”[3].

De verenigingsavonden zijn, als u het mij vraagt, vaak toch waardevol.
Misschien niet omdat ik er zelf altijd zoveel uit leer.
Maar wellicht wel omdat andere verenigingsleden iets aan mijn inbreng hebben. Dat hoor je natuurlijk niet altijd. Maar dat kan toch best zo zijn. Niet dat ik dat altijd moet weten. Ik ga er eenvoudigweg van uit dat de Heilige Geest mijn spreken gebruikt; Hij is er machtig genoeg voor.

Al die gewone verenigingsavonden worden op zaterdag 12 maart jongstleden ter vergadering ingekaderd.

De voorzitter van de Bijbelstudiebond leest 1 Johannes 2: “Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is”[4].
Het is een tijd waarin grote beslissingen vallen. We leven in een beslissende fase van de wereldhistorie[5].
Dat merk je niet in zo’n vergadering van gewone Gereformeerden. Maar dat is wel zo. Gereformeerden realiseren zich dat vaak pas als zij dat in Gods Woord lezen.

Hierboven staat het reeds vermeld: op die twaalfde maart gaan wij rond 13.30 uur weer op huis aan. Buiten schijnt de zon, die – om het met Mattheüs 5 te zeggen – opgaat over bozen en goeden[6].
Het is wat koud, maar het is duidelijk: de lente genaakt; er komt een nieuwe tijd aan.

Tijdens zo’n gewone vergadering van Gereformeerden gebeurt er niet zoveel.
Maar het werk gaat door. Dat merk je aan alles.
Ach, men zou zo graag meer willen doen. Meer schetsen schrijven. Men zou meer mensen willen bereiken.
Maar de kracht is klein. Het aantal schrijvers is gering. En dus gaan veel dingen langzaam. Langzaam doch gestadig.
En ik? Ik ben blij dat zulke vergaderingen nog kunnen worden gehouden.

Dat, geachte lezer, wil ik vandaag graag even noteren. Bij deze.
In de kantlijn zet ik bij die notitie woorden uit Jacobus 5: “Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken”[7].
Geduld is een schone zaak.
En christelijk geduld kent de rust van de naderende triomf.

Laat ik die houding tenslotte met woorden uit 1 Johannes 5 toelichten: “Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof”[8].

Noten:
[1] Leviticus 11:43, 44 en 45: “Maakt uzelf niet verfoeilijk door enig wemelend gedierte en verontreinigt u daardoor niet, zodat gij daardoor onrein wordt. Want Ik ben de Here, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig; verontreinigt uzelf niet door allerlei wemelend gedierte dat op de grond krioelt. Want Ik ben de Here, die u uit het land Egypte heb doen trekken, om u tot een God te zijn; weest heilig, want Ik ben heilig”.
[2] 1 Petrus 1:14,15 en 16: “Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig”.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[4] 1 Johannes 2:18.
[5] Zie hierover ook de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij 1 Johannes 2:18.
[6] Mattheüs 5:43, 44 en 45: “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen”.
[7] Jacobus 5:7-10.
[8] 1 Johannes 5:3 en 4.

8 oktober 2015

Mejuffrouw Parmentier

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Kent u de vrouw van wie de naam in de titel van dit stuk genoemd wordt[1]?
Tot voor kort had ik nog nimmer van haar gehoord. In een oude krant kwam ik echter een groot artikel over haar tegen. En ik begreep al snel: in de Gereformeerde wereld was Mejuffrouw Parmentier destijds een begrip.
Vandaag zet ik haar graag eens op de voorgrond.

Mejuffrouw Parmentier stierf op dinsdag 22 september 1970, in de leeftijd van 74 jaar. Zij had een lang ziekbed gehad. In het Nederlands Dagblad stond geschreven: “Het sterven van Mejuffrouw Parmentier was op zichzelf nóch ontstellend, nóch tragisch, nóch diep-ingrijpend. Wie haar van nabij kenden hadden dit heengaan al maanden zien aankomen”.

Meinsje Parmentier – zo heette zij officieel. Maar bijna niemand wist dat. Een paar vrienden noemden haar bij haar roepnaam, Meinie. Maar de meeste mensen kenden haar als Mejuffrouw Parmentier, met hoofdletter M en hoofdletter P.

Haar bekendheid verwierf zij doordat ze eenentwintig jaar presidente van een jeugdbond was. Van 1934 tot 1955, namelijk.
Die jaartallen zeggen wel het een en ander. Want die betekenen dat zij de jeugd heeft geleid in de aanloop naar de Vrijmaking. En ook in de opbouwtijd na de Vrijmaking.
Zij was presidente van een grote bond, van het formaat van vóór de kerkscheuringen. En van de kleinere bond, van na de scheuring.

Mejuffrouw Parmentier betekende veel.
“In het sterven van mejuffrouw Parmentier heeft de Kerk van Christus een groot verlies geleden. We vermoeden, dat menige huismoeder, die haar kinderen al de deur uit heeft of die bezig is in deze kwade tijd haar gezin bijeen te houden en te beschermen tegen de gevaren, die dagelijks toenemen, dat wel met ons eens zal zijn. Want we hebben haar meegemaakt als dé presidente van haar bond; en ze zijn stellig onder de indruk geweest van haar bijzonder vermogen om leiding te geven, de geesten te onderkennen, de vijand te weerstaan, de problemen aan te pakken, de toekomst te verkennen voorzoverre de Here ons dat toelaat te doen, de geestelijke wapenrusting te hanteren, bij de tijd te zijn en jong te blijven, standvastig te zijn en tegelijk zo wonder soepel — en bij dit alles toch volkomen vrouw te blijven”.

Expliciet en impliciet komen hier een paar Schriftuurlijke zaken voorbij.
Zo valt op Romeinen 12 te wijzen: “Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de genade, die ons gegeven is: profetie, naar gelang van ons geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft, in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid”[2].
U kunt denken aan Efeziërs 6: “Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels”.
En bijvoorbeeld ook aan 1 Johannes 2: “En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft”[3].

Iemand noemde Mejuffrouw Parmentier Christelijk-zakelijk. De scribent in de krant, de Groninger onderwijzer W. Meijer, voegde daar de typering Christelijk-nuchter aan toe.
“Waarin kwamen die zakelijkheid en die nuchterheid dan uit? En wat betekenden ze nog voor een breder publiek in de jaren na 1955 en dus nadat ze afscheid nam van haar leidende plaats in de Meisjesbond als presidente? Ze was toen toch ongeveer zestig jaar en er zou alle begrip voor geweest zijn als ze toen eens een rustig leven was begonnen.

Wie dat zou denken heeft Mejuffrouw Parmentier niet gekend. Mijn vrouw en ik hebben haar juist na 1955 het best leren kennen in een vriendschap, die vooral toen is gegroeid. Nu dan — ze was altijd aan het werk en ze was altijd in beweging voor de zaken van het Koninkrijk Gods. Ze werkte nog voor de Meisjesbond. Maar het strekte zich veel verder uit. Niet alleen de huismoeders, die ik zojuist noemde, hebben met haar kwaliteiten als lid van een vereniging kennis gemaakt. Ook menig predikant of hoogleraar weet daarvan. Ze organiseerde eigenlijk altijd. Ze deed dat snel, zakelijk, op de man af — en ze wist ook, waar ze moest zijn. Wist ze dit niet, dan informeerde ze wel”.

Mejuffrouw Parmentier cijferde zichzelf soms bijna weg.
“Trouwens: ze hád geen leeftijd. Leeftijd kwam bij haar niet aan bod omdat ze het een bijzonder onbelangrijke zaak vond. Er was dan ook niemand onder haar meest intieme vrienden, die wist, hoe oud ze was. Enkele jaren geleden wisten we zelfs niet, wanneer ze jarig was. ’t Was volmaakt onbelangrijk”.

De vrijmaking van 1944 heeft haar veel pijn bezorgd.
“Mejuffrouw Parmentier heeft ook de diepe smart van de scheiding van haar familie gekend als gevolg van de kerkstrijd in 1944. Ze koos; ze koos bewust; en ze kwam daardoor alleen te staan in de zaken van het geloof en van de kerk midden in een familiekring, waar ze zich bijzonder sterk aan gebonden wist — tot op haar sterfbed toe. Ze zag haar kiezen als een grote genade. Maar het deed wel heel erg pijn. Ze zag dit kiezen als een genade, zoals ze heel het gekozen zijn door Christus als een wondere genade zag. Want ze was zich diep bewust, veel dieper dan menigeen wist, hoe sterk de krachten van de zonde zijn. En hoe ontzaglijk groot de zuigkracht van de wereld is — ook in veel, wat zich kerk noemt. Zij met haar grote gaven van hart en van verstand, met haar wonderbare charme, waardoor ze vriend en tegenstander ontwapende — ze had overal terecht gekund in de wereld en ze zou overal een grote en belangrijke plaats hebben ingenomen. Doch ze koos met vastheid en overtuiging voor de ‘smalle’ gemeente en dus ook voor de smalle weg”.
Het kost mij, en ongetwijfeld vele lezers met mij, weinig moeite om iets van die pijn te voelen. Ook in 2015 is er veel teleurstelling en verdriet vanwege de kerkscheiding in de laatste tien, twaalf jaar.
Kind van God zijn – dat is prachtig. Maar het levert ook veel strijd op. Innerlijke strijd, vooral. En ook strijd die op andere manieren uitgevochten wordt; die is in onze dagelijkse gesprekken met familie, vrienden en kennissen vaak te zien en te horen.

Uiteindelijk werd Mejuffrouw Parmentier ziek.
Ten dode toe ziek.
Maar ze bleef getuigen van haar geloof.
Ik citeer weer: “Brief van 20-2-70: ‘Dat ik rustig ben is een geschenk van God. Hij wil mij in Christus op deze wijze Zijn zegeningen geven’. Brief van 6-3-’70: ‘….Jelui zult begrijpen, dat ik weken van spanning achter de rug heb — ook de pijn was vermoeiend — doch God gaf mij ’n grote innerlijke rust en door Zijn genade was ik klaar’. Brief van 8-4-’70: ‘Maandag l.l. had ik ’n moeilijke dag, doch dinsdag ging het weer beter. Maar genoeg hierover….’. Kijk — dat is typerend. Genoeg hierover”.

Vandaag staat Mejuffrouw Parmentier prominent op deze internetpagina.
Niet vanwege een misplaatst soort verheerlijking van het verleden.
Maar als een huldebetuiging aan alle organisatoren in het Gereformeerde leven van vroeger en nu.
Wat een tijd kost dat!
Wat een energie vreet dat!
Maar ook: wat bevredigend is dat!
En wat mooi is dat!

Hier geldt dat bekende woord uit Openbaring 14: “Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.
En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na”[4].

Noten:
[1] In dit artikel maak ik vooral gebruik van: W. Meijer, “Rondom het sterven van Mejuffrouw Parmentier”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 30 september 1970, p. 3. Ook te vinden op www.delpher.nl . Geraadpleegd op vrijdag 11 september 2015.
[2] Romeinen 12:6, 7 en 8.
[3] 1 Johannes 2:3-6.
[4] Openbaring 14:12 en 13.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.