gereformeerd leven in nederland

18 maart 2019

Gods Woord over seksuele zonden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij moeten – zegt de Bijbel – rein en ingetogen leven.
In onze westerse wereld is dat geen sinecure.
Je hoort veel over seksueel misbruik. Als een vloedgolf komt het nieuws over ons heen.
En ja, ook in de kerk zijn er heel wat mensen die over de schreef gaan.

Maar laten wij er niet omheen draaien: ook buiten de kerk weten mensen best dat zij trouw moeten wezen. Met iemand naar bed gaan terwijl je geen vaste relatie met hem of haar hebt, levert niet zelden een heel beroerd gevoel op. Een excuus als ‘het gebeurde gewoon’ neemt dat uiterst vervelende gevoel niet weg.

Wat leert Gods Woord ons over deze dingen?[1]
Laten we 1 Thessalonicenzen 4 als uitgangspunt nemen: “Want dit is de wil van God: uw ​heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht, en dat ieder van u zijn lichaam weet te bezitten in ​heiliging​ en eerbaarheid, en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen”[2].

Wij lezen over de wil van God. Dat wijst op Gods heilsplan. En op Gods leiding in het leven. In 1 Thessalonicenzen 4 komt vooral een ethische richtlijn in beeld. Wie God kent, blijft het liefst bij de zonde vandaan. Nee, op aarde lukt dat nooit helemaal. Maar een echt kind van God is, wat dit betreft, levenslang in training.
Gaat het dan nooit meer fout?
Zeker wel.
Maar Gods kind mag altijd bij Vader terugkomen, en zijn of haar zonde belijden. Gods kind mag opnieuw in training gaan. Gods kind mag opnieuw op tijd leren remmen.
De apostel Paulus leert ons: geef je nooit zomaar over aan heftige seksuele driften. Ga wijs om met je lichaam!

Paulus gebruikt het woord ‘eerbaarheid’.
Als mensen spreken over hun seksuele ontsporingen hoor je ’t wel eens zeggen: ‘ik voel me een slet’. Dat sentiment voorkomt Paulus in 1 Thessalonicenzen 4.
Ziet u dat de apostel in zijn tijd al inspeelde op de gevoeligheden van de eenentwintigste eeuw?

Hoererij is in Gods Woord een containerbegrip. Het omvat alle seksuele activiteit buiten het huwelijk.
Het komt voor in rijtjes van ernstige zonden. In 1 Corinthiërs 6 bijvoorbeeld: “Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, ​dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het ​Koninkrijk van God​ niet beërven”[3]. En in Openbaring 21 gaat het over “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars”[4].
Met iemand naar bed gaan, gewoon vanwege de heftige seksuele opwinding – dat is niet niks!

Door seksuele losbandigheid ontstaat, zacht gezegd, onvrede. Bij de daders zelf. En soms ook bij de omgeving.
De profeet Jesaja wijst erop hoe men Gods vrede verwerven kan: “Och, had u maar acht geslagen op Mijn geboden! Dan zou uw ​vrede​ geweest zijn als een rivier en uw ​gerechtigheid​ als de golven van de zee”[5]. De vraag is: waardoor laat je je overheersen?
De schrijver van de brief aan de Hebreeën vermaant ons: “Laat het ​huwelijk​ bij allen in ere zijn en het huwelijksbed onbevlekt, want ontuchtplegers en overspelers zal God oordelen”[6].
Misschien zegt iemand: het is geen doen om je aan Gods geboden te houden.
Maar dat valt mee.
In 1 Johannes 5 lezen wij: “Want dit is de ​liefde​ tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last”[7].

Paulus schrijft aan de christenen in Efeze: “Maar ontucht en alle ​onreinheid​ of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het ​heiligen​ past, en evenmin oneerbaarheid, dwaze praat en lichtzinnige taal, die onbehoorlijk zijn; maar veelmeer past dankzegging. Want dit weet u, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van ​Christus​ en van God”[8].

Laten wij nog eens met nadruk noteren: een seksuele uitspatting levert niet zelden een heel beroerd gevoel op. Een excuus als ‘het gebeurde gewoon’ neemt dat uiterst vervelende gevoel niet weg!

Nee, dit artikel is niet bedoeld om allen die seksuele zonden bedrijven, of hebben bedreven, duidelijk zichtbaar aan de schandpaal te hangen.
Laten we elkaar wijzen op Romeinen 5: “God echter bevestigt Zijn ​liefde​ voor ons daarin dat ​Christus​ voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren”[9].
En ook op 1 Johannes 1: “Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[10].

Zondaars die zich schuldbewust tot Jezus Christus wenden, ontvangen vergeving!

Laten we elkaar maar stimuleren om Gods leiding in ons leven te accepteren. Ook als het over deze dingen gaat!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://www.jw.org/nl/publicaties/tijdschriften/g201309/is-seks-voor-huwelijk-verkeerd/ ; geraadpleegd op vrijdag 15 maart 2019.
[2] 1 Thessalonicenzen 4:3.
[3] 1 Corinthiërs 6:10.
[4] Openbaring 21:8.
[5] Jesaja 48:18.
[6] Hebreeën 13:4.
[7] 1 Johannes 5:3.
[8] Efeziërs 5:3, 4 en 5.
[9] Romeinen 5:8.
[10] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.

15 februari 2019

In Psalm 32 gaat Gods hart open

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven,
van wie de zonde bedekt is”.
Dat zingt David in Psalm 32[1].

Wanneer gaat de Here de zonden bedekken?
David zet het er in deze psalm bij:
“Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg,
onder mijn jammerklachten, de hele dag.
Want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij,
mijn levensvocht veranderde in een zomerse droogte.
Mijn ​zonde​ maakte ik U bekend,
mijn ongerechtigheid bedekte ik niet.
Ik zei: Ik zal mijn ​overtredingen​ belijden voor de HEERE.
En Ú vergaf mijn ongerechtigheid, mijn ​zonde”[2].
Davids conclusie is: blijf bij God en leef met Hem. God staat garant voor de verzorging van de mensen die op Hem vertrouwen!

Wat leren wij niet in Psalm 32?

Als wij iemand vergeven is daarmee niet gezegd dat wij de zonde wegwuiven[3].
Zonde moet een naam krijgen. Zonde dient genoemd en benoemd te worden.

Als wij iemand een zonde vergeven, betekent dat vervolgens niet dat de zondaar niet meer naar de rechtbank moet.
Het recht moet zijn loop hebben. Het kan best zijn dat iemands zonde vergeven is, maar dat de betrokkene toch een gevangenisstraf moet uitzitten.

Als wij iemand vergeven, wil dat niet meteen zeggen dat de betreffende zonde ook vergeten is.
Iemand die seksueel misbruikt is, draagt dat levenslang mee. Als het slachtoffer er al in slaagt om te vergeven, is één ding zeker: de zonde blijft in het geheugen zitten.

Als wij iemand vergeven, betekent dat lang niet altijd dat een relatie helemaal hersteld wordt. Als het vertrouwen geschaad is, komt dat niet van de ene op de andere seconde terug. Het kan best zijn dat een vriendschapsrelatie nooit meer helemaal gaaf wordt.

Als wij iemand vergeven is dat in principe een kwestie van eenrichtingsverkeer. Vergeving geven we niet omdat we iets van de ander terug verwachten.

Wat leren wij wel in Psalm 32?

Psalm 32 leert ons dat het gezond is om de communicatie met de Here open te houden[4]. David belijdt zijn zonden. Hij belijdt ze allemaal.
Voor zulke mensen gaat de hemel open. Voor zulke mensen gaat het hart van de Here open. Onze beleden zonde? De God van het verbond wil er niet meer van weten!

Psalm 32 leert ons dat belijden van zonde iets voor de gewone man is. Iets voor de doordeweekse dag. “Daarom zal iedere ​heilige​ tot U ​bidden”, zingt David[5]. Dit blijde kerklied is niet iets voor extreme situaties en bijzondere gevallen.

Psalm 32 herinnert ons eraan dat – om met de Heidelbergse Catechismus te spreken – “zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn”[6].
Als wij goede werken doen, krijgen we geen beloning vanwege onze verdienste, maar vanwege Gods genade[7].

Psalm 32 leert ons het grotere geheel van het leven te zien.
Iemand zei eens “dat je als gelovige soms in een groef kunt terechtkomen, lekker veilig, maar God wil je daar soms uit halen om het mooie geheel weer te kunnen zien”[8].
Welnu, deze psalm is daar reuze geschikt voor!

Psalm 32 leert ons dat we in alle rust de toekomst in kunnen gaan. Alle belemmeringen om het vertrouwen in de Here te verliezen, lopen stuk op de trouw van de Verbondsgod. Niet dat het leven dan een makkie wordt. Het leven is niet opeens kinderspel. Maar de weg naar de hemel is open. Daar wordt een donkere dag toch mooi van.

Noten:
[1] Psalm 32:1.
[2] Psalm 32:3, 4 en 5.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://beam.eo.nl/artikel/2016/10/6-vergissingen-over-vergeving/ ; geraadpleegd op zaterdag 9 februari 2019.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer een preek over Psalm 32:6 van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant T. Dekker (1930-1993). Thema en verdeling van de, voor zover ik weet, niet gedateerde, preek luiden:
De vreugde van het open verbondsverkeer met de Here.
We zien:
1. de oorzaak van die vreugde;
2. de weg naar die vreugde;
3. de vrucht van die vreugde.
[5] Psalm 32:6 a.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 24, antwoord 62.
[7]  Heidelbergse Catechismus – Zondag 24, vraag en antwoord 63: “Maar hebben onze goede werken dan geen verdienste? God wil ze toch in dit en in het toekomstige leven belonen? Antwoord: Deze beloning wordt niet uit verdienste, maar uit genade gegeven”.
[8] Dat was Edward de Kam. In: ‘Mijn glas is altijd halfvol’. In: Nederlands Dagblad, donderdag 17 mei 2018, p. 24; rubriek: Houvast.

18 januari 2019

Heb goede moed, dochter!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de Bijbel komen nogal wat zieke mensen voor. Hun situatie is niet zelden uitzichtloos. Als mens zou je zeggen: het is warempel geen wonder dat die mensen er geen gat meer in zien.

Neem nou de situatie van de vrouw in Lucas 8.
“En een vrouw die al twaalf jaar bloedvloeiingen had en die al haar bezit aan dokters uitgegeven had, maar door niemand genezen had kunnen worden, kwam van achteren naar Hem toe en raakte de ​zoom​ van Zijn ​bovenkleed​ aan; en onmiddellijk hield het vloeien van haar bloed op”[1].

Die vrouw heeft zich ongetwijfeld miserabel gevoeld. En treurig bovendien.
Wat voor bloedingen heeft zij gehad? In de baarmoeder misschien? Hoe dan ook – er is geen arts die haar kan genezen.
Al het geld is aan het consulteren van geneesheren op gegaan. Nu is de portemonnee leeg.
Jezus Christus, de Heiland, is het laatste redmiddel.
Iemand noteert in een commentaar: “In alle stilte dringt ze zich te midden van de rumoerige menigte naar voren zodat ze dicht achter Jezus komt. Vanaf die plaats raakt ze de onderkant van Zijn kleed aan, naar we mogen aannemen één van de vier gedenkkwasten die de joodse mannen onderaan hun mantel plachten te dragen, overeenkomstig de voorschriften van de wet (…). Zij doet dit met de verwachting genezen te worden (…). Meer mensen ontvingen op deze wijze genezing (…). Dat deze vrouw Jezus van achteren aanraakt, geeft aan dat ze niet wil dat Hij het zou merken”[2].
Dat zou ook logisch geweest zijn. Te midden van een grote massa mensen raak je altijd wel iemand aan.
Maar Jezus merkt wel degelijk dat er kracht van Hem uitgaat. Genezende kracht. Want de bloedvloeiingen houden meteen op.
Uiteindelijk moet de vrouw zich wel bekend maken. En dan zegt Jezus: “Heb goede moed, dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in ​vrede!”[3].

“Heb goede moed, dochter”, zegt Jezus.
Met andere woorden: Ik ben je Vader.
Daarom is je situatie niet hopeloos. Het leven is niet uitzichtloos.
Misschien is het leven helemaal kapot. Misschien voel je je totaal geïsoleerd. Maar ook dan geldt: Vader is aanwezig. Ook dan geldt: Vader weet wel dat je er bent.

Jezus geneest de vrouw, volledig en definitief.
Wat een wonder is dat!
Voor de vrouw in kwestie gaat de toekomst open.
“Uw geloof heeft u behouden”, zegt Jezus.
En ook vandaag geldt: komt vermoeiden, kom tot Jezus. Daar wordt het leven weer heel. Met Hem kun je de toekomst weer aan!

De genezing van die vrouw blijkt overigens slechts een intermezzo. Een betekenisvol tussenspel, dat wel.
Het verhaal in dit Schriftgedeelte begint namelijk met het dochtertje van Jaïrus. Jaïrus is een leidinggevende in de synagoge. Een vooraanstaand man dus!
Jaïrus’ dochter is ongeveer twaalf jaar.
De vrouw met bloedvloeiingen is dus, bij benadering, net zo lang ziek als Jaïrus’ dochter op aarde leeft.
In een oud boekje schrijft een exegeet: “… de Heere Jezus heeft hem [Jaïrus] iets willen leeren door het gebeuren met deze vrouw. Hebt ge wel gemerkt, Jaïrus, — zoo wil Hij zeggen — dat deze vrouw even lang ziek is geweest, als uw dochtertje oud is?
Maar zij heeft al die twaalf jaren gezucht onder de schuld en smet van haar zonde en onreinheid. Ze heeft daar al haar geld voor uitgegeven, omdat ze van die onreinheid afwilde. En eindelijk is zij genezen, omdat ze in Gods Woord geloofd heeft en Mij als Verlosser heeft aangegrepen.
Maar gij, Jairus? Zoolang uw dochtertje leefde, hebt gij u nooit bezorgd gemaakt om haar zonden. Maar nu, nu ze dreigt te sterven en om haar zonden dreigt verloren te gaan, nu komt ge pas bij Mij. En dan nog vraagt ge alleen maar vergeving van zonden, zooals een profeet die in den naam des Heeren geven kan. Maar Ik ben meer dan een profeet en Ik kan meer dan alleen de zonden vergeven. Ik kan ook de zonden verzoenen en neem den vloek der zonden op Mij. Dat hebt ge thans aan deze vrouw mogen zien, wier onreinheid Ik heb weggenomen, zoodat zij gered is en genezen”[4].

De vraag is: waar maken we ons druk over in het roezemoezige leven van 2019?
Het leven bruist.
Er is van alles te doen.
De agenda’s slaan, om zo te zeggen, blauw uit van de activiteiten.
En zegt u nou zelf – we willen ’t allemaal goed doen in het leven. Wij willen ons best doen. Wij willen een goed voorbeeld zijn voor de mensen om ons heen, en voor de generaties na ons.
Maar wat is nu de belangrijkste boodschap die we willen overbrengen?
Hopelijk is het deze:
“Christus droeg de vloek voor mij,
Christus is voor mij gestorven,
heeft gena voor mij verworven:
‘k ben van dood en zonde vrij!”[5].

In 1985 besteedde de indertijd bekende scribent W.P. Balkenende (1927-2001) in de rubriek ‘Voor de zieken’ van het Nederlands Dagblad aandacht aan de vrouw met bloedvloeiingen.
Zijn stimulerende boodschap is het waard nog eens gememoreerd te worden. Ik citeer: “Offer en Offeraar is Hij, dus zal Hij straks aan het kruis willen hangen tot een volkomen verzoening van alle zonden.
Terug, de samenleving in, en wees er maar welgemoed onder – wat een boodschap voor deze vrouw.
Wat een boodschap voor gezonde mensen, maar ook voor anderen die zulke gezondheid moeten missen of andere obstakels in het leven kennen. Sluit uzelf niet op, noch in Christus’ gemeente noch in de openbare samenleving. Wees welgemoed daarbij want het lijden in deze tegenwoordige tijd verbleekt onder de rijkdom van het Koninkrijk der hemelen”[6].

Wie zich aansluit bij de militia Christi, het leger van Jezus Christus, kan blijmoedig aan het werk gaan.
Het bloed van de Heiland heeft gevloeid. Zo heeft Hij voor onze zonden betaald. Nu is voor ons de weg naar de hemel opengesteld.
De toekomst ligt open. En het uitzicht is adembenemend!

Noten:
[1] Lucas 8:43 en 44.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 8:44.
[3] Lucas 8:48.
[4] P. Visser, “Paraphrase van het Evangelie naar de beschrijving van Lucas”. – Franeker: T. Wever, 1949. – 221 p. Citaat van p. 68 en 69.
[5] Dit zijn regels uit Gezang 16 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] W.P. Balkenende, “In de samenleving blijven, wees welgemoed”. In: Nederlands Dagblad, maandag 7 oktober 1985, p. 2; rubriek: Voor de zieken.

19 november 2018

Alles is mogelijk bij de Heer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn van die tijden dat u alles tegelijk wilt doen. Dat kan natuurlijk niet. Maar een beetje meer…, dat zou u toch zo graag willen.
Echter – een mens is fysiek en psychisch eindig.
En dus geldt als algemene regel: als het niet meer kan, houdt het vanzelf op.

Maar hoe zit het dan met dat statement van Jezus in Mattheüs 19: “Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk”?[1] 

Die boodschap is Jezus’ uiteindelijke antwoord op de vraag: hoe kun je het eeuwige leven verkrijgen?

Vlak daarvóór citeert Jezus, in antwoord op en vraag van een niet onbemiddelde jongeman, uit de Tien Geboden. Ook wijst hij op het gebod om de naaste lief te hebben. Dat gebod staat ook in het Oude Testament. In Leviticus 19 namelijk: “U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste ​liefhebben​ als uzelf. Ik ben de HEERE”[2].
In dat kader staat het advies: geef uw bezit maar weg aan de armen. Immers – vrijgevigheid is een belangrijke manier om naastenliefde te laten blijken.
Het is overigens niet zo dat de Here Jezus die rijke jongeman veroordeelt. Zo van: als je niet alles weggeeft, kun je niet in de hemel komen. Jezus geeft wel aan dat overgave aan de Heiland moeilijk is; dat geldt zeker als je gezond en rijk bent.

“Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk”. Dat woord geldt voor die rijke jongeman. Maar het geldt, meer in het algemeen, voor het behoud van heel veel andere mensen.

Het is genoegzaam bekend – als we op eigen kracht de toegang tot de hemel moeten verdienen, dan wordt dat een faliekante mislukking.
Maar de kwestie is niet: hoeveel hebt u gedaan? En ook niet: wat hebt u bijgedragen aan het werk van de kerk? Het is niet zo dat de God van hemel en aarde, bij uw entree in Zijn woonplaats, eerst eens gaat controleren of u tijdens uw aardse leven wel voldoende voor de kerk hebt gedaan. God gaat, om maar een voorbeeld te noemen, niet bekijken of u uw broeders en zusters wel voldoende zorg heeft gegeven. Intrede in het hemelrijk geschiedt, kortom, niet op basis van een Goddelijke rekensom.
Jezus legt de zaak aan Zijn discipelen uit: “Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de ​twaalf stammen​ van Israël zult oordelen. En al wie ​huizen​ of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of ​kinderen​ of akkers zal verlaten hebben omwille van Mijn Naam, die zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven”[3].

“Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk” – op de keper beschouwd is dat dus Evangelie.
Immers – zondige mensen krijgen vergeving.
Mensen waarvan het leven aan elkaar hangt van gebrek en gemis, worden bejegend alsof zij de prachtigste prestatie ter wereld hebben geleverd.
Mensen die uit de bocht vliegen, worden liefdevol bij de vangrail weggehaald.
Mensen die voor de zoveelste keer in de fout gaan, worden niettemin ingeschreven in de burgerlijke stand van de Heer van hemel en aarde.

In ons leven moeten wij de Heiland volgen.
Met vallen en opstaan.
Hoe langer wij Hem volgen, hoe meer deuken en krassen wij oplopen.
Terwijl wij Hem volgen, gaan er heel veel dingen fout. Bijvoorbeeld omdat ons psychische of lichamelijke uithoudingsvermogen tekort schiet.
Maar het belangrijkste is dat wij Hem volgen.
Misschien doen wij dat hijgend.
Misschien doen wij dat treurend.
Misschien doen wij dat zelfs wel huilend.
Welnu – de Heiland zegt: geef de regie van uw leven maar aan Mij; dan zult u het heerlijke einddoel bereiken!

Misschien zeggen wij niettemin wel met een diepe zucht: nou, vooruit dan maar… Vanuit menselijk oogpunt is het wel begrijpelijk dat we, zacht gezegd, niet zoveel Geestdrift tonen. Wie wil er niet zelfredzaam zijn?
Maar laten wij niet vergeten dat Jezus in Mattheüs 5 ook zegt: “Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen…”[4]. Dat woord geldt ook in 2018, te midden van alle drukte en geroezemoes.
We mogen ons verheugen op ons verblijf in de hemel!

Laten wij daarbij noteren dat wij onze gaven vandaag moeten gebruiken. Jazeker, dat moet!
Wij mogen elkaar, in verband daarmee, wijzen op Mattheüs 25: “En degene die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht nog vijf talenten bij hem, en hij zei: ​Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven; zie, nog vijf talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer. En degene die de twee talenten ontvangen had, kwam ook naar hem toe en zei: ​Heer, twee talenten hebt u mij gegeven, zie, twee andere talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer”[5].
De gaven die ons gegeven zijn, mogen en moeten we benutten. Maar dat wil niet zeggen dat wij onszelf voorbij moeten rennen. We hebben er niets aan als we onszelf in d’een of and’re bocht van het leven tegenkomen.
Laten we ’t maar onthouden: bij God zijn alle dingen mogelijk, maar bij mensen niet!

Misschien zegt iemand wel: ach, met mij wordt het niks.
Of ook: ik heb in het leven zoveel steken laten vallen…
Of misschien: ik heb lichamelijk en geestelijk misbruik gezien, maar ik heb niet ingegrepen…
Dan geldt dat bekende woord uit 2 Corinthiërs 12: “Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht”[6].
Ja, en ook dan geldt: bij God zijn alle dingen mogelijk!

Noten:
[1] Mattheüs 19:26.
[2] Leviticus 19:18.
[3] Mattheüs 19:28 en 29.
[4] Mattheüs 5:12 a.
[5] Mattheüs 25:20-23.
[6] 2 Corinthiërs 12:9.

28 september 2018

Meer dan therapie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er zijn mensen, heel veel mensen die hun leven lang strijden tegen hun zonde.
Zij weten dat zij een zwak punt hebben.
Zij weten, bijvoorbeeld, dat zij verkeerde gedachten in de seksuele sfeer koesteren.
Zij weten dat zij zulke gedachten moeten terugdringen.
Toch zijn die gedachten er – bij sommigen elke dag.
En het echoot in hun hoofd: ‘ik wil het niet!… ik wil het niet!’.
Maar het gebeurt toch.
Sommigen worden er zo nu en dan wanhopig van.
Misschien, heel misschien luchten zulke mensen hun hart bij een intieme vriend. Een enkeling vraagt: zou er een therapie voor wezen….???

Strijden tegen zwakheid –
vechten tegen de zonde –
dat is eigenlijk helemaal geen nieuws.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis, die in 1561 gepubliceerd werd, heeft het er al over: “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”[1].

We zeggen het wel eens tegen elkaar: het leven is een strijd. Meestal is dat half-grappig bedoeld.
Maar in de praktijk blijkt het maar al te waar: we strijden tegen de zonde. Iedere dag gaan we weer tegen Gods wetten in. Iedere dag moeten wij weer concluderen: het had beter gekund. We hadden attenter kunnen zijn. Minder egocentrisch. Meer vervuld van ’s Heren dienst.

Die strijd is al heel oud. Sterker nog: dat gevecht speelt al sinds de zondeval.
De apostel Paulus had er ook problemen mee.
Hij schreef er over in Romeinen 7:
“Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet, want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik”[2].
En in Galaten 5:
“Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen”[3].

Hoe houden wij het vol in dit leven?
Hoe houden wij het lichtpunt in het leven in zicht?
Hoe blijven wij wanhoop de baas?

Paulus schrijft in Romeinen 7: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[4].
En Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief, in hoofdstuk 1:
“Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[5].

Hoe houden wij het vol in dit leven?
Antwoord: we mogen schuilen bij de Here Jezus Christus, onze Heiland. Wij mogen tegen Hem zeggen: het is vandaag weer niet goed gelukt. Wij mogen vragen: wilt u ons onze zonden vergeven?
Er is toekomst voor mensen die dat in alle ernst aan God vragen.
Er is toekomst voor mensen die, vanwege het verlossingswerk van Jezus Christus, met Psalm 19 gaan zingen:
“…Heer, wie kent de maat
van zijn verborgen kwaad,
wie kan zichzelf doorgronden?
Verlos en heilig mij,
o HERE, spreek mij vrij
van mijn verborgen zonden”[6].

Is er een therapie om om te gaan met de zonde?
Het woord ‘therapie’ komt van therapeia, een oud-Grieks woord. De betekenis daarvan luidt: geven van zorg en aandacht aan een ander door te pogen naast of met die ander te staan als hij of zij in de wereld is en zijn leven leeft[7].
De God van hemel en aarde gaat echter nog verder. Veel verder. Jezus is – om met Johannes 1 te spreken – het “Lam van God, Dat de ​zonde​ van de wereld wegneemt”[8].

Dat doet Hij vandaag.
En morgen.
En overmorgen.
Volgend jaar.
En over honderd jaar doet Hij het nog, als Christus nog niet teruggekomen is.

Dat Evangelie predikt de kerk.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.

Misschien zegt iemand: maar mijn zonde is er morgen nog. En misschien is die er over tien jaar nog wel.
Maar dan kan ons antwoord zijn: alle jaren door, zolang de aarde bestaan zal, is er datzelfde blijde en rustgevende Evangelie!
Gods kinderen mogen vertrouwen op die vergeving.
Gods kinderen mogen vertrouwen op Gods beloften over een heerlijke toekomst die nooit ophoudt.
Want de God van hemel en aarde doet wat Hij zegt!

Daarom mogen wij met Psalm 32 instemmen:
“…wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid.
Verheugt u in de HERE, alle vromen,
u mag tot God met grote vreugde komen.
Rechtvaardigen, weest in de HEER verblijd
en zingt Hem lof in alle eeuwigheid!”[9].

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] Romeinen 7:15.
[3] Galaten 5:17.
[4] Romeinen 7:24 en 25.
[5] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.
[6] Dit is het laatste deel van Psalm 19:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Zie http://www.idee-pmc.nl/psychotherapie/therapie_over.html ; geraadpleegd op donderdag 20 september 2018.
[8] Johannes 1:29.
[9] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 augustus 2018

Niet bij jezelf blijven

“Vergeef​ ons onze ​zonden, want ook wij ​vergeven​ aan iedereen die ons iets schuldig is”.
Zo leert de Heiland ons in Lucas 11 bidden[1].

Wat houdt die bede in?

De Heidelbergse Catechismus formuleert in Zondag 51: “Wil ons, arme zondaren, om het bloed van Christus geen van onze misdaden toerekenen en ook niet de slechtheid die altijd nog in ons is, zoals wijzelf ook als een bewijs van uw genade in ons opmerken, dat wij het vaste voornemen hebben onze naaste van harte te vergeven”[2].

Het is opvallend dat die formulering, in eerste instantie althans, nogal verplichtend klinkt. We spreken immers over het vaste voornemen. En over van harte vergeven.

Veel mensen zeggen: christenen móeten zoveel. Oftewel: de lat ligt bij de christenen hoog.

Vormt het christelijk leven een aaneenschakeling van verplichtingen?
Nee. Toch niet.
Sterker nog: dat is een ernstige misvatting.
Want wij gaan naar God toe als arme zondaars. Wij komen bij Hem als misdadigers.
Dat vaste voornemen en dat van harte vergeven zijn twee bewijzen van Gods genade.

Door Gods genade leven wij steeds vrijer en blijer.
Hier op aarde hebben we nog te maken met de zonde. Die zit nog diep in ons. Maar door Gods genade raken wij daar steeds meer los van. Wij leven met de zekerheid dat de ultieme vrijheid en het toppunt van blijdschap in de hemel bereikt zullen worden.

Vrijheid: dat is ook een kernwoord in de filosofie van Jean-Paul Sartre (1905-1980)[3].
Vrijheid zit in jezelf, zegt hij.
“De mens is alleen datgene wat hij van zichzelf maakt”, oreert hij. En: “de hel, dat zijn de anderen”.
Achter elkaar gezet ziet dat er, wat mij betreft, tamelijk schokkend uit. Wat een egocentrisme! Wat een keiharde opstelling!
Intussen is het volstrekt helder: Sartre leert ons dat we zelf iets van het leven moeten maken; iemand anders doet het niet.

Wij zien hier meteen een kenmerkend verschil.
Sartre haalt de vrijheid uit zichzelf.
Een ware christen ontvangt de vrijheid van God.

Ziet u dat die filosofie van Sartre heden ten dage door zeer velen wordt aangehangen en uitgedragen?

De mens is, zegt Sartre, in deze zinloze wereld geworpen. Wij moeten onszelf ontwerpen. Wij moeten onszelf uitvinden. Sterker nog: we zijn gedoemd tot vrijheid, meent Sartre.
We horen hier termen die we ook kennen van de filosoof Martin Heidegger: geworpenheid, ontwerp[4].
En wij begrijpen het: de zonde wordt hier gemakshalve uit beeld geschoven.
Dat is makkelijk. Want dan kun je bij jezelf beginnen, en bij jezelf blijven.
Dat is een moderne uitdrukking: je moet bij jezelf blijven. Maar die manier van zeggen is, op de keper beschouwd, erg misleidend. Want je moet niet bij jezelf blijven. Je moet naar Gods genade toe.

Ergens las ik: “Het maken van keuzes is volgens Sartre een moeizaam proces omdat je altijd vecht tegen visies van anderen over jezelf. De ander ziet je altijd als een bepaald persoon met bepaalde eigenschappen, terwijl de keuze juist de mogelijkheid biedt om jezelf opnieuw te bepalen. Volgens Sartre is dit de reden waarom de anderen altijd een last zijn: ze maken je tot object”[5].
Misschien herkennen wij hier wel iets van. We passen ons vaak aan bij de mensen om ons heen. We willen soms maar al te graag voldoen aan allerlei verwachtingen die mensen van ons hebben. Je wilt lekker in de groep liggen, nietwaar?
In het christelijk leven staan de zaken echter anders.
Daar worden we door Gods genade vernieuwd. Daar worden we andere mensen: naar Gods beeld gemodelleerd. We gaan voor Hem leven, en krijgen door Zijn ingrijpen oog voor elkaar.
Zo’n instelling staat ten principale recht tegenover de grondhouding die Sartre aan de wereld onderwijst. Zeker: de mens heeft volgens de Franse filosoof sociale verantwoordelijkheden. Maar daar moet je zelf vorm aan geven. Een ander doet het niet. Welnu, in de kerk geldt: de Ander – met een hoofdletter – doet het wel!

Jean Paul Sartre is een vertegenwoordiger van het existentialisme. Dat betekent: God is ten enenmale afwezig; je moet het zelf doen.
God bestaat niet.
De hemel bestaat ook niet.
De enige zekerheid die je in het leven hebt, is dat in ons leven alles voortdurend verandert[6].

Sartre beseft heel goed dat hij met die opstelling ook de voordelen van het geloof opgeeft. Warmte en beschutting moet je, als God niet bestaat, zelf opzoeken.
Het leven is volstrekt zinloos, zegt Sartre ook.
Hij stelt: La vie, c’est une panique dans un théâtre en feu – het leven is als paniek in een brandende schouwburg. Oftewel: overal is dreiging, hoe kom ik hier weg?[7]
Dat gevaar heeft onze Heiland afgewend. Paulus schrijft in Romeinen 8: er is “geen verdoemenis voor hen die in ​Christus​ ​Jezus​ zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want de wet van de Geest van het leven in ​Christus​ ​Jezus​ heeft mij vrijgemaakt van de wet van de ​zonde​ en van de dood”[8].
De wet van de Heilige Geest maakt vrij.
Het gevaar is geweken.
Alles wordt nieuw, de hemel en de aarde!

Sartre zegt: als God zwijgt kun je hem doen zeggen wat je wilt.
Maar dat is het ‘m juist: God zwijgt niet.
Ook vandaag wordt het Evangelie verkondigd: “ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[9].

Iets van die liefde mogen christenen – Gereformeerde mensen inbegrepen – vandaag al laten zien.
In de omgang met mensen om hen heen.
En ja, ook in hun grote vergevingsgezindheid.

Noten:
[1] Lucas 11:4.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 51, antwoord 126.
[3] Zie voor meer informatie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[4] Zie mijn artikel ‘Achter het voorhangsel’, hier gepubliceerd op donderdag 9 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/09/achter-het-voorhangsel/ .
[5] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/jean-paul-sartre.html ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[6] Zie hierover ook https://humanistischecanon.nl/venster/existentialisme/jean-paul-sartre-het-existentialisme-is-een-humanisme-1946/ ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[7] Zie hierover ook https://lazarus.nl/2018/03/jean-paul-sartre-het-leven-paniek-in-een-brandende-schouwburg/ ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[8] Romeinen 8:1 en 2.
[9] Romeinen 8:38 en 39.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.