gereformeerd leven in nederland

6 januari 2020

Wees dapper en onvervaard

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

‘Topjaar voor financiële markten, ondanks onzekerheden en handelsruzies’ kopte de NOS op maandag 30 december 2019.
“Beleggers haalden in een groot deel van 2019 geld uit aandelenfondsen terug omdat er onzekerheid heerste, maar keerden de laatste maanden juist terug en veroorzaakten zo een eindejaarsrally. De beurskoersen trokken daardoor juist extra aan en de late instappers gokken erop dat het nog een tijdje goed zal gaan.
Reden voor het optimisme op de beurs is dat de economische groei weliswaar zijn piek gehad heeft, maar er geen recessie komt. De lage rente en het ruime monetaire beleid van zowel de Europese als Amerikaanse centrale bank zorgen voor een toevloed van geld”.
En:
“Handelsruzies, onzekerheid rond de brexit en geopolitieke spanningen drongen de economische groei terug en schaadden de wereldhandel. En toch stegen de aandelenkoersen”[1].

De huis-, tuin- en keukeneconoom heeft mogelijkerwijs enige moeite om dit alles te volgen.
Wellicht slaakt hij zelfs een verzuchting over de gecompliceerde wereld waarin wij leven.
Die verzuchting is op de keper beschouwd knap ouderwets. De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.F. Heij (1919-1999) zei in 1959 in een preek over Jozua 1 namelijk al eens: “Vindt u het leven ook niet ontzaglijk gecompliceerd? Met hoeveel dingen moet een mens in de tegenwoordige levensomstandigheden niet rekening houden? Je moet hieraan denken en daaraan; je mag dit vooral niet vergeten en dat evenmin, hierop moet je letten en daarop. Aan massa’s dingen moet je tegelijkertijd denken. Je hoofd loopt er vaak bij om. Het begint je soms te duizelen”.
Een gecompliceerde wereld? Die is van alle tijden. De mens heeft geen overzicht over de ganse aarde. Hij heeft al moeite om zijn eigen taken uit te voeren.

Dat is in Jozua 1 ook al zo.
De bovengenoemde dominee Heij typeert de situatie in dat hoofdstuk als volgt: niemand zal willen “ontkennen dat Jozua volop te maken kreeg met de ingewikkeldheid van het leven. U moet u dat indenken: de kinderen Israëls zijn gekomen aan de ingang van het beloofde land. Maar dan is ook de tijd aange­broken dat Mozes sterven gaat. Als de periode van rouw over de dood van de grote leider is voleindigd, komt de Heere God tot Jozua om hem te laten weten dat het nu zijn beurt is. Trek over de Jordaan, ga het land veroveren”.
En:
“Is dat grote deel van de opdracht vervuld, is het land veroverd, dan moet het worden verdeeld. Maar wat is het moeilijk om land en have onder mensen te verdelen en te zorgen dat niet de een teveel en de ander te weinig krijgt, dat ieder aan zijn trekken komt”.
En:
“De mensen van Jozua moeten gaan vechten tegen de inwoners van Kanaän. Maar die hebben de bui natuurlijk allang zien aankomen. Wat moet het worden als straks heel het Hethietische wereldrijk van die dagen wordt gemobiliseerd? Jozua kent de Hethieten een beetje. Hij is er eens geweest met de andere verspieders. Hebben ze toen niet gerapporteerd dat er reuzen woonden in het land, al zal men niet zonder overdrijving hebben meegedeeld dat de Israëlieten als sprinkhanen waren in hun ogen. Jozua weet van de ommuurde steden, van de sterkte der vestingen. Niemand kon zo zeer de zwaarte van de gegeven opdracht beseffen als Jozua en niemand kon zó de moeiten taxeren waarvoor men zou komen te staan als hij. En weer zou je zeggen, dat de zorgen en moeiten wel vele moeten zijn geweest”.
Maar over al die drukte moet Jozua zich vooral geen zorgen maken. Er is een ander punt dat van het allergrootste belang is: “Alleen, wees sterk en zeer moedig, door nauwlettend te handelen overeenkomstig heel de wet die ​Mozes, Mijn dienaar, u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat. Dit ​boek​ met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat daarin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen”[2].
Met andere woorden: leef naar Gods wet – blij en dankbaar; dan komt alles goed.
Dominee Heij zei zestig jaar geleden in die preek: “De Heere is trouw en nimmer zal zich een situatie voordoen, waarin de Heere niet bij machte is Zijn trouw te bewijzen. En daarom te meer roep ik u op om te leven bij de ene zorg. Wentel dan nu al uw zorgen op de Heere, uw zorgen ook voor de toekomst. De trouwe Heere in de hemel zal immers Zijn kinderen altijd uitkomst geven. Hij is zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn kinderen niet laten omkomen. Hun brood is zeker en hun water gewis, zolang er werk voor hen is in de dienst van God op de aarde. Wat ook de toekomst brengen moge, ons geleidt des Heeren hand”[3].

Wat Jozua zegt is overigens helemaal geen nieuws.
Leest u maar mee in Deuteronomium 5: “U moet dus nauwlettend handelen zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft; wijk niet af, naar rechts of naar links”[4].
En in Deuteronomium 28: “De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied dat u ze in acht neemt en houdt, en als u niet afwijkt van al de woorden die ik u heden gebied, naar rechts of naar links, door achter ​andere ​goden​ aan te gaan en die te dienen”[5].
En trouwens – het lijkt wel alsof Jozua het er in hoofdstuk 1 wil timmeren. Want hij zegt ook: “Wees sterk en moedig, want ú zult dit volk het land dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, in erfbezit laten nemen”[6].
En:
“Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat”[7].
Het is de Here genoegzaam bekend: als je Gods volk iets wilt leren, moet je het er bij hen inpompen; anders blijft het niet hangen. Voor je ’t weet is er dan deformatie aan de orde.
Wij moeten het dagelijks repeteren: God is trouw, Hij blijft bij ons; uit dankbaarheid moeten wij bij Hem blijven!

In Jozua 1 is Jozua net Mozes opgevolgd.
Juist in zo’n tijd hebben mensen de neiging om terug te verlangen naar vroeger. Zo van: toen Mozes nog leefde, was alles stukken beter. Of: toen Mozes nog onze leider was ging alles een stuk makkelijker.
Jozua proclameert het met nadruk: ‘wees sterk en moedig’. Met die proclamatie kijkt hij vooral naar de toekomst. Het volk kan verder op het pad dat Mozes, in opdracht van God, heeft gewezen.

Jozua’s naam betekent: de Here redt.
In feite is daarmee het levensprogramma van Israëls nieuwe leider gegeven!

Wees sterk en moedig – dat is geen geitenwollen-sokken-regel.
Want Jozua zegt namens zijn Opdrachtgever ook: “Iedereen die aan uw bevel ​ongehoorzaam​ is en niet luistert naar uw woorden in alles wat u hem gebieden zult, moet gedood worden. Alleen, wees sterk en moedig!”[8].
De God van hemel en aarde vraagt gehoorzaamheid.

Wij leven in een gecompliceerde wereld, zeggen de mensen.
Dat zeggen ze altijd.
Maar er één universele levensregel die nogal ongecompliceerd is: leef met God!
Hoe wij dat vandaag moeten doen?
Wij moeten, naar de toekomst kijkend, krachtig en onverschrokken wezen!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2316696-topjaar-voor-financiele-markten-ondanks-onzekerheden-en-handelsruzies.html ; geraadpleegd op maandag 30 december 2019.
[2] Jozua 1:7 en 8.
[3] De betreffende preek gaat over Jozua 1:1-9 en is gedateerd op zaterdag 6 juni 1959.
[4] Deuteronomium 5:32.
[5] Deuteronomium 28:13 en 14.
[6] Jozua 1:6.
[7] Jozua 1:9.
[8] Jozua 1:18.

16 december 2019

Zoek uw Schepper!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In Jesaja 41 worden de volken van de wereld gedagvaard. Het is tijd voor een rechtszaak.
En waarom? De God van hemel en aarde wil dat Hem recht gedaan wordt.
Heeft die rechtszaak ons nog iets te zeggen?

In onze tijd is men driftig op zoek naar de rechten van de mens.
Men spreekt over integriteitsrechten, vrijheidsrechten en participatierechten. En over rechten van arrestanten, beklaagden en gedetineerden. En over rechten van vrouwen, kinderen, minderheden en inheemse volken. En over rechten van vreemdelingen en vluchtelingen. Om maar niet te spreken over het recht om deel te nemen en bij te dragen aan de cultuur, het recht om de eigen taal te spreken, de bescherming van auteursrecht en van de eigen naam en de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek[1].
Maar niemand praat over het recht van de Schepper. Niemand rept van de Creator van de wereld.
Welnu – de Machthebber der wereld zegt: “Wie heeft dit bewerkt en gedaan? Hij Die de generaties riep vanaf het begin! Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en bij de laatsten ben Ik Dezelfde”[2].

De God van hemel en aarde is onveranderlijk. Hij is – om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken – “eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[3].
God kunnen wij vertrouwen.
Wij weten wat wij aan Hem hebben.
Nee, wij doorgronden Hem niet.
Maar wij vertrouwen Hem volkomen. Met onze ogen dicht, desnoods.
Onze God is volstrekt doelmatig. Hij voert Zijn plan uit. Wat er ook gebeurt!

Ach – u weet hoe dat met ménsen gaat. Zij zijn meestal niet zo doelmatig. Natuurlijk, er zijn veel goedwillende individuen. Maar toch.
Denkt u, op dit punt gekomen, maar even aan de Nederlandse Publieke Omroep. Een commentator schreef onlangs: “… intussen heeft het publieke zendapparaat een diep gespleten, versplinterd imago ontwikkeld. Zodat je als aspirant-omroep (Ongehoord Nederland) een haatcampagne kunt voeren tégen de NPO – met als doel: een gerieflijk podiumplekje onder de vleugels van diezelfde NPO, de harteloze stiefmoeder van Hilversum. ‘Saneer de NPO!’, luidt het hetze-motto van politici en herriemakers die royaal zendtijd van diezelfde NPO hebben verteerd. Maar voor veel journalisten en ander omroeppersoneel is de NPO juist symbool van een kille sanering van de radio- en tv-journalistiek”.
En:
“…nu blijkt die NPO ook nog een sullige, slappe toezichthouder te zijn over het gemeenschapsgeld waarvan programma’s worden gemaakt”[4].
Kijk, dan weten we ’t wel.
Dan moet alle argeloosheid worden afgelegd.
Een zekere alertheid is op z’n plaats.
Dat alles steekt schril af tegen de geloofswetenschap dat “alles ons alleen overkomt door de beschikking van onze goedertieren hemelse Vader. Hij waakt over ons met een vaderlijke zorg, terwijl Hij zó over alle schepselen heerst, dat niet één haar van ons hoofd — want die zijn alle geteld — en niet één musje ter aarde zal vallen zonder de wil van onze Vader -Mattheüs 10:29 en 30-”[5].

Die tedere zorg van hierboven komen we ook in Jesaja 41 tegen: “Wees niet bevreesd, wormpje ​Jakob, volkje Israël, Ík help u, spreekt de HEERE, uw Verlosser is de ​Heilige​ van Israël”[6].
Wormpje – dat woord komt ons wellicht bekend voor. We treffen het ook in Psalm 22 aan:
“Maar ik ben een worm en geen man,
een smaad van mensen en veracht door het volk”[7].
David typeert zichzelf zo.
Ja, voor het oog is heel het volk klein. Nietig. En onbetekenend bovendien. Maar Israël heeft een magnifieke Helper. Eén die er wezen mag, en die er ook altijd is. Iemand die uitverkoren mensen de rechten van kinderen geeft.
Er is niets dat ons van Zijn liefde scheiden kan.
Er is niemand die ons bij onze Verlosser weg kan halen!

Kerkmensen vragen zich soms wellicht af wat zij in deze wereld te zoeken hebben. De twee stijlen van kerk en wereld lopen steeds verder uit elkaar. En inmiddels is het ver heen – het lijkt vrijwel ondoenlijk om mensen nog met het Evangelie te bereiken.
Ach, de zoektermen van mensen buiten de kerk zijn wel bekend.
De NOS vertelt het ons gaarne: “Veel voetbal, het Songfestival en vragen over de betekenis van woorden als wollah -‘ik zweer je’- en isogram -woord waarin elke letter één keer voorkomt- domineren het jaaroverzicht van Google. De zoekmachinefabrikant heeft de opvallendste trends in ons zoekgedrag gepubliceerd. Bovenaan staan Ajax, het WK Voetbal voor Vrouwen, de Notre Dame vanwege de grote brand daar, de in de put gevallen Spaanse peuter Julen en Songfestivalwinnaar Duncan Laurence”[8].
Zeg nu zelf: dat sfeertje staat vele, vele lichtjaren van ons af.
Wat zullen wij dan zeggen?
Dit: kerkmensen hebben wel degelijk iets te zoeken op deze aarde. Meer precies: zij moeten Iemand zoeken. Het parool is: zoek uw Schepper, en schuil bij Hem!
Onze God is actief “opdat men” – zegt Jesaja 41 – “ziet en erkent, bedenkt en tevens inziet dat de hand van de HEERE dit gedaan heeft, en de ​Heilige​ van Israël het geschapen heeft”[9].
Iemand schreef: “… de aarde is des Heeren, zo schrijft de Psalmist, Hij schiep de mens, en wel ieder mens. Hij bepaalt wat Hij doet met het leven van ieder mens, dat Zijn eigendom is, en niemand anders! (…) Zondige Westerse mensen van de eenentwintigste eeuw kunnen het zich – een hoogst enkele uitzondering daar gelaten – niet meer voorstellen, maar dit heeft alles te maken met Gods heiligheid. (…) God is de God des levens, en wel zo heilig, dat het absoluut onmogelijk is dat er ook maar iets wat te maken heeft met onreinheid, zonde en dood in Zijn nabijheid kan bestaan”[10].
De Heilige van Israël proclameert het zonder omwegen: zoek uw Schepper!
Hij helpt Zijn kinderen. En Zijn verlossingswerk mag met recht structureel heten. Want Hij reinigt hen van zonde en schuld.
Daarom – ja daarom – is er toekomst voor de kerk!

Noten:
[1] Zie hierover https://mensenrechten.nl/nl/welke-mensenrechten-zijn-er ; geraadpleegd op woensdag 11 december 2019.
[2] Jesaja 41:4.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.
[4] Sjirk Kuijper, “Publiek bezit”. Redactioneel commentaar in: Nederlands Dagblad, woensdag 11 december 2019, p. 3.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[6] Jesaja 41:14.
[7] Psalm 22:7.
[8] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2314257-dit-zochten-we-op-google-voetbal-songfestival-en-wat-is-eigenlijk-wollah.html ; geraadpleegd op woensdag 11 december 2019.
[9] Jesaja 41:20.
[10] Geciteerd van https://logos.nl/wp-content/uploads/2019/11/Maarten-t-Hart-versus-God-de-Schepper.pdf ; geraadpleegd op woensdag 11 december 2019.

29 oktober 2019

Wij weten het wél

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het Woord van God hamert het er bij ons in: de God van hemel en aarde wil u redden.
Vertrouw maar op Hem, dan komt het goed. Nee, dat is geen nepnieuws. Het is Evangelie – blijde Boodschap!
Het wordt gratis aangeboden: vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil. Die aanbieding blijft voor altijd geldig!

Mensen die in de beklaagdenbank zitten worden daar weggehaald.
God zegt: ‘U bent niet meer schuldig. Door het werk van Mijn Zoon, uw Heiland, krijgt u gerechtigheid en rechtvaardigheid aangeboden. In Mijn verbond bent u rechtstreeks met Christus’ verlossingswerk verbonden. Leven met Christus – dat is uw kernactiviteit, daar leeft u voor. En dat kan ook: Ik geef u er de bekwaamheden en vaardigheden voor’.

In het Oude Testament wijzen profeten al op des Heilands werk.
Die profeten zijn woordvoerders van de Heer van hemel en aarde. Zij begrijpen zelf niet helemaal wat zij zeggen. Zij overzien niet precies wat de impact van het Evangelie is.
Maar één ding is voor al die profeten volkomen duidelijk: er zijn nog heel veel mensen die het Evangelie moeten horen. Heel veel mensen die in latere eeuwen leven worden ook door Jezus Christus gered.
En daarom is het nodig dat zij de Boodschap blijven verkondigen. Het mag en moet worden uitgebazuind: er is redding en eeuwig leven voor wie in Jezus Christus gelooft!

Die profeten zien het heil dat God aanbiedt van enige afstand. Zij kunnen hun Opdrachtgever niet recht in de ogen kijken.
In 2019 is dat niet anders.
Daarom geldt ook voor gelovigen van vandaag wat in 1 Petrus 1 staat: “Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en verkrijgt u het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen. Naar deze zaligheid hebben de profeten, die geprofeteerd hebben over de ​genade​ die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd. Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van ​Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op ​Christus​ komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna. Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het ​Evangelie​ verkondigd hebben door de ​Heilige​ Geest, Die vanuit de hemel gezonden is; dingen, waarin de ​engelen​ begerig zijn zich te verdiepen”[1].

Dat Evangelie geeft zekerheid in een samenleving waar, om zo te zeggen, een paraplu boven hangt met de woorden: ‘We weten het niet’.

Hoe moet het met de stikstofproblematiek?
Wat te doen?
Men weet het niet precies…

Er is vandaag de dag ook PFAS.
Daarover staat ergens geschreven: “De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dat zijn door de mens gemaakte chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen, maar door het wijdverbreide gebruik in de industrie op heel veel plaatsen in de bodem en het grondwater blijken te zitten.
Deze stoffen – het zijn er meer dan 6000 – zijn onverwoestbaar en daardoor populair in de industrie. Zo werd er onder andere bakpapier, blusschuim, make-up en verf van gemaakt. Nadeel is dat de stoffen nauwelijks afbreken en in het milieu achterblijven.
Al sinds 2012 is duidelijk dat PFAS schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. In dat jaar werd ook al een expertisecentrum opgericht. Regels over de maximale hoeveelheid PFAS per kilo grond waren er echter lange tijd niet. Een aanzet daarvoor kwam pas in maart van dit jaar toen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een onderzoek naar de risicogrenzen van deze stoffen publiceerde.
Duidelijke regels waren er echter ook toen nog niet. Nog steeds was het niet duidelijk in hoeverre en bij welke hoeveelheid PFAS schadelijk kan zijn. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven kwam daarom in juli met een stelregel: iedere kilo grond mag niet meer dan 0,1 microgram PFAS bevatten. Het gaat dan wel om grond die in aanraking kan komen met oppervlakte water. Voor woon- en industriegrond gelden hogere normen.
De aangescherpte regels voor het verplaatsen van grond en bagger met daarin PFAS, stellen bouwers, baggeraars en bedrijven die grond verzetten voor grote problemen. Bij alle grond die ze willen verplaatsen om bijvoorbeeld een bouwterrein op te hogen moeten ze zich aan het PFAS-maximum van Veldhoven houden. De stoffen zijn echter zo alomtegenwoordig in het milieu dat ze in bijna elke schep grond zitten. ‘Ik sprak een ondernemer die vijftig grondanalyses uit heeft laten voeren. Slechts een van de grondmonsters kwam schoon terug’, vertelde beleidsmedewerker Gerben Zijlstra van brancheorganisatie voor de bouw Cumela onlangs in Trouw.
De vervuilde grond die ze opgraven kunnen ze vervolgens niet meer kwijt of alleen tegen hele hoge prijzen”[2].

Men heeft te maken met een woud van regels. Die zijn tegenwoordig zo gecompliceerd dat allerlei bedrijven er niet zelden op vastlopen.
Wat te doen?
Men weet het niet…
Steeds vaker krijgt men de indruk dat Meneer Besluiteloosheid allerlei beslissers en regeerders op de nek zit.

Wij wonen en werken in een samenleving waar een paraplu boven hangt met de woorden: ‘We weten het niet’.

Dat zeggen de profeten in het Oude Testament niet. Zij vertrouwen vast op God. Zij doen hun werk, omdat Hij dat vraagt.
Wij moeten het in 2019 ook niet zeggen. Natuurlijk – wij weten niet precies hoe de hemel eruit ziet. Maar wij weten wel dat Gods beloften altijd werkelijkheid worden. Dat weten wij zeker. Wij vertrouwen er vast op.
En daarom zingen wij in de kerk uit volle borst mee:
“Blijf aan de HEER uw wegen toevertrouwen,
verheug u in uw God, bewoon het land,
wees Hem getrouw, Hij zal uw toekomst bouwen.
Doe steeds wat goed is, want zijn trouw houdt stand!
Al wat uw hart begeert, zult u aanschouwen,
Hij zorgt voor u en leidt u door zijn hand”[3].

Noten:
[1] 1 Petrus 1:10, 11 en 12.
[2] Geciteerd van https://www.lc.nl/economie/Wat-is-PFAS-en-waarom-is-het-net-als-stikstof-een-probleem-voor-de-bouw-24943051.html ; geraadpleegd op dinsdag 22 oktober 2019.
[3] Psalm 37:2; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 september 2019

Euthanasie en Gods uitgestoken hand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Euthanasie – dat acht men maar al te vaak een moeilijk onderwerp[1].
Er is sprake van een ingewikkelde afweging, die ergens als volgt omschreven staat: “Aan de ene kant willen we niet het leven van een ander in eigen handen nemen en het voortijdig beëindigen. Aan de andere kant, op welk moment staan we simpelweg toe dat iemand sterft en ondernemen we geen verdere actie om het leven te behouden?”[2].
De vraag is: hoe komen wij daar uit? Antwoord: door te erkennen dat ons leven niet in handen ligt van onszelf. God beschikt erover. Goddelijk beschikkingsrecht staat lijnrecht tegenover zelfbeschikkingsrecht.
Laten wij elkaar op Job 30 wijzen:
“Want ik weet dat U mij naar de dood brengt,
en naar de verzamelplaats voor alle levenden.
Maar zal Hij de hand niet uitsteken naar iemand in een puinhoop,
als die daarom in zijn verdrukking om hulp roept?”[3].
Al die discussies over levenseinde en euthanasie demonstreren ten diepste de machteloosheid der mensen. Het lijkt wel alsof er onzichtbare spandoeken in ziekenzalen hangen: ‘Wat moeten wij ermee?’ en: ‘Wij weten niet hoe we hem of haar verder moeten helpen’. In een dergelijke situatie mogen wij belijden dat ons leven in handen van God ligt. En wij kunnen zonder aarzeling bevestigend antwoorden op die retorische vraag van Job: jazeker, de Here steekt de hand naar ons uit!

Euthanasie is, om zo te zeggen, een donker onderwerp.
Maar wie zich realiseert dat de hemelse God Zijn hand naar aardse mensen uitsteekt, voelt nieuwe levenslust door d’ aad’ren stromen: het leven is, in zekere zin, uitstekend!
Geen wonder dus dat de beschouwende en zeer filosofisch ingestelde Prediker in hoofdstuk 7 uitroept: “Geniet op de dag van voorspoed van het goede, maar bedenk op de dag van tegenspoed dat God zowel de ene als de andere gemaakt heeft, zodat de mens niet kan doorgronden iets wat na hem zijn zal”[4].
Er is een dag om te genieten.
En er is een dag om geduldig te zijn in tegenspoed!

Alle gedruis rond euthanasie brengt, als het goed is, Gereformeerden eens te meer tot het besef dat heel hun leven in de vertrouwde handen van hun God en Vader is.
Wij mogen elkaar wijzen op Prediker 8: “Want voor elk voornemen is er een tijd en gelegenheid, ja, het kwaad van de mens is overvloedig over hem. Want hij weet niet wat er gebeuren zal. Wie zal hem immers bekendmaken wanneer het gebeuren zal? Er is geen mens die macht heeft over de geest, om de geest in te houden. Hij heeft geen zeggenschap over de dag van de dood, er is geen vrijstelling in deze strijd en de goddeloosheid laat de bedrijvers ervan niet ontkomen”[5].
Een mens kan van alles plannen, maar eensklaps kan er iets gebeuren waardoor het dagprogramma door elkaar wordt gegooid.
En nee, er is niemand die aan de aardse dood ontkomt. Zelfs Elon Musk niet – u weet wel: die meneer die in 2024 een missie naar Mars wil organiseren[6].
Gereformeerden volharden in hun belijden “dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden, maar dat ook dit mijn vlees, door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig zal worden”[7].
Het leven van Gods kinderen gaat zogezegd in één keer door – zonder onderbreking, zonder pauze. En in heel dat leven staat de God van hemel en aarde paraat!

Als we dat geloof levend houden, zal de Here Zelf ervoor zorgen dat we het lijden vol kunnen houden. Paulus schrijft daar in Romeinen 5 over: “Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop”[8].
Het is God Zelf die de deur naar het geloof open deed. Hij geeft mensen die met ziekte en handicap te maken hebben de kracht om zich te verheugen op de hemelse glorie. Dat is hoorbaar, als iemand nog spreken kan. Dat is zichtbaar, als iemand nog ‘sprekende’ ogen heeft.

Bij ziekte, handicaps en lijden zijn soms ernstige vragen aan de orde. Wat doen wij wel? Wat doen wij niet? Een afgerond antwoord is soms eigenlijk niet te geven.
In een dergelijke situatie mogen wij Jacobus 1 memoreren: “Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet. En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden”[9].
Nee, de Here zal nooit tegen Zijn kinderen zeggen: wat bent u toch dom!
Laten wij elkaar maar op het hart drukken: de Heer van hemel en aarde geeft ons de wijsheid die nodig is om in zware omstandigheden de juiste beslissingen te nemen!

Mét dat al is het honderd procent zeker: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar”[10].
Als het leven – vanuit de mens bezien – schier onmogelijk wordt, is er toch altijd een lichtpunt. Natuurlijk, soms is het, door de tranen heen, moeilijk om dat lichtpunt te zien. Maar dat lichtpunt blijft altijd branden!

Noten:
[1] Over euthanasie schreef ik onder meer ook in mijn artikel ‘Gods Woord en euthanasie’; hier gepubliceerd op donderdag 19 september 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/09/19/gods-woord-en-euthanasie/ .
[2] Geciteerd van https://www.gotquestions.org/Nederlands/Bijbel-euthanasie.html ; geraadpleegd op maandag 16 september 2019.
[3] Job 30:23 en 24.
[4] Prediker 7:14.
[5] Prediker 8:6, 7 en 8.
[6] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://tweakers.net/geek/145347/elon-musk-missie-naar-mars-in-2024-kan-ook-onbemande-vlucht-worden.html ; geraadpleegd op maandag 16 september 2019.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 57.
[8] Romeinen 5:2, 3 en 4.
[9] Jacobus 1:2-5.
[10] Openbaring 21:4 en 5.

18 september 2019

Uitverkorenen, midden in de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

In Gods Woord draait het om de God van hemel en aarde.
En ook om Israël. Zeg maar: de kerk van het Oude Testament.
Maar de Bijbel heeft geen tunnelvisie.
De profeten, de woordvoerders van God, hebben geen oogkleppen op. Zij kijken ook rond in de wereld.
In die wereld toont de Here Zijn glorieuze macht.

Dat blijkt heel duidelijk in Ezechiël 25 tot en met 32[1].

Daar toont God Zijn macht aan Ammon – omdat men daar met groot genoegen zag hoe Israël in ballingschap ging. De Ammonieten zullen compleet van de aarde verdwijnen.
Aan Moab – omdat men daar zegt dat Israël een gewoon volk is, in een lange rij van natiën. Later zal er niemand meer wezen die nog weet dat Moab bestaan heeft.
Aan Edom – omdat men zich daar altijd vijandig tegen Israël heeft opgesteld. In Edom komt dood en verderf!
Aan de Filistijnen – omdat daar altijd haat en vijandschap tegen Israël aan de orde is.
Aan Tyrus – omdat men daar denkt dat de commerciële positie verbetert nu Israël uit het zicht verdwenen is.
Aan Sidon – de pest zal veel doden eisen. En er komt nog oorlog óók.
En aan Egypte – dat land zal verwoest worden. Heel Egypte komt in handen van wrede mensen die het woord ‘genade’ uit hun woordenboeken hebben weggestreept.
Kortom, iedereen zal weten wie de Here is!

Iemand schrijft terecht: “Ieder land en volk en koning zal voor God rekenschap moeten afleggen van de manier waarop hij dingen heeft gedaan, mensen heeft behandeld, oorlogen heeft gevoerd en landen heeft veroverd”[2].

Er zijn veel mensen die het geweld in de Bijbel afkeuren. God is wreed, zeggen ze dan.
Al die mensen vergeten echter dat de hemelse God Israël uitgekozen heeft. De Machthebber van hemel en aarde heeft Israël tot Zijn volk gemaakt.
Die uitverkiezing zien we in heel Gods Woord terug.
Bijvoorbeeld in Johannes 15.
Citaat: “Niet u hebt Mij ​uitverkoren, maar Ik heb u ​uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft”[3].
En in Handelingen 13.
Citaat: “De God van dit volk Israël heeft onze vaderen ​uitverkoren​ en het volk verhoogd toen zij ​vreemdelingen​ waren in het land ​Egypte, en Hij heeft hen met een machtige arm daaruit geleid”[4].
En in Romeinen 11.
Citaat: “Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het ​uitverkoren​ deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden”[5].
De Here heeft Israël uitgekozen om Zijn volk te zijn.
En in onze tijd mogen kerkmensen zeggen: de Here heeft ons uitgekozen om Zijn volk te zijn.
Wat een rustgevende zekerheid is dat!

De Here praat Zijn volk geen kokervisie aan.
Gods kinderen moeten rondkijken in de wereld.
Zij zien dan de Ammonieten – de buren aan de oostkant van de Jordaan.
En de Moabieten – “de afstammelingen van Moab, de zoon van Lot en diens oudste dochter”[6].
En de Edomieten – de afstammelingen van Ezau.
En de Filistijnen – afstammelingen van Mizraïm, een zoon van Cham[7].
En de Tyriërs – de zeelieden ten noorden van Israël.
En de Sidoniërs – de mensen die, ten opzichte van Tyrus, nog dertig kilometer verder naar het noorden wonen. Sidon was een belangrijke stad, waarschijnlijk ouder dan Tyrus.
En de Egyptenaren – de verdrukkers van Israël.
‘Kijk maar rond’, zegt de Here, ‘en neem uw plaats in de wereld maar in. Maar blijf eerst en vooral op Mij vertrouwen!’.
Volhardend vertrouwendat leert de Here ons, via de profeet Ezechiël. Ook vandaag wordt Gods volk weggedrukt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan Venezuela, Noord-Korea, Afghanistan, Somalië en Libië. De bekende organisatie Open Doors publiceert met enige regelmaat een ranglijst met betrekking tot christenvervolging; de in de vorige zin genoemde landen staan daar op. Dat kunnen we met recht een treurige lijst noemen!
En laten wij eerlijk zijn: christenen hebben in Nederland een vrij leven, maar ze worden met zekere regelmaat wat scheef aangekeken. Zeker orthodoxe Gereformeerden worden beschouwd als enigszins wereldvreemd…
Ook in die omstandigheden wordt de kerk opgeroepen om vol te houden.
Koning Willem Alexander zei op Prinsjesdag in de Troonrede: “…Nederland blijft een land van compromissen. Van Willemstad tot Amsterdam willen mensen meedoen en een bijdrage leveren. Dat bindt ons. Dat moeten we koesteren. Behoud en versterking van alles dat is bereikt, is een verplichting aan de generaties na ons”[8]. Daar zit zeker waarheid in. Maar alles draait eerst om ons volle vertrouwen in de almachtige God. Laten wij ons leven in handen geven van Hem. Hij brengt Zijn uitverkoren volk naar een heerlijke toekomst!

In een toelichting op het Bijbelboek Ezechiël staat terecht geschreven dat wij erop behoren te letten “hoe Ezechiël zonder angst het Woord van God brengt aan de verbannen Joden in de straten van Babylon en luister naar de tijdloze waarheid van Gods liefde en macht. Denk aan ieders persoonlijke verantwoordelijkheid om God te vertrouwen en aan Gods onvermijdelijke oordeel over afgoderij, tegenwerking en onverschilligheid. Neem je dan voor God te gehoorzamen in alles… wat, waar en wanneer Hij ook vraagt”[9].
Voor vandaag betekent dat in ieder geval:
* wij mogen en moeten vandaag vrijmoedig Gereformeerd zijn
* ook vandaag mogen we iets laten zien van Gods liefde en macht
* in een wereld waarin volgelingen van de Heiland nogal eens worden weggedrukt, komt het onder meer aan op onze persoonlijke verantwoordelijkheid
* wij moeten waken voor lauwheid en nonchalance; midden in deze wereld mogen we laten zien dat wij vol goede hoop zijn, omdat er een schitterende toekomst aan komt!

Noten:
[1] De keuze van Ezechiël 25-32 heeft te maken met het feit dat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen – waar mijn echtgenote lid van is – morgen, donderdag 19 september 2019, dat Schriftgedeelte hoopt te bespreken.
[2] Geciteerd van https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/10979/ik-heb-een-vraag-over-ezechiel-29-30-31-/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[3] Johannes 15:16.
[4] Handelingen 13:17.
[5] Romeinen 11:7 en 8.
[6] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/M/Moab%2C_Moabieten ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[7] Zie Genesis 10:14: “Mizraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, de Pathrusieten, de Kasluchieten – uit wie de Filistijnen voortgekomen zijn…”.
[8] Geciteerd van https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/binnenland/koning-geeft-winstwaarschuwing-in-troonrede/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[9] Geciteerd van https://www.beterbijbel.nl/website/mob.php?pag=223 ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.

11 oktober 2018

Spionage in Kanaän?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs was er spannend nieuws.

Het was dit.
“Vier Russische spionnen van de geheime dienst GRU kwamen in april naar Nederland. Zij hadden het voorzien op het netwerk van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), gevestigd in Den Haag. Die organisatie deed toen onderzoek naar de poging tot moord op voormalig dubbelagent Sergei Skripal in het Engelse Salisbury. Hij werd in maart bewusteloos gevonden na een aanval met zenuwgas. Ook onderzocht de OPCW de gifgasaanval in de Syrische plaats Douma. Of de Russische spionnen het specifiek op deze onderzoeken voorzien hadden, is niet bekend. ‘Eén ding weet ik zeker: ze waren van plan in te breken op het netwerk’(…).
Toen de cyberaanval begon, hield de MIVD de vier Russen aan. Zij werden direct uit Den Haag naar Schiphol ‘begeleid’, vandaar vertrokken ze naar Moskou. Al hun apparatuur bleef in Nederland achter. Zo’n uitzetting is gebruikelijk bij antispionageacties van geheime diensten”[1].

Het lijkt wel de proloog van een thriller!

Het bovenstaande bericht spreekt impliciet over de zucht naar macht.
Maar wat moeten wij er vandaag verder mee beginnen?

Dat bericht over Russische spionnen brengt ons vandaag bij Numeri 13.
In dat hoofdstuk worden er, om zo te zeggen, ook spionnen op uitgestuurd. Zij moeten het beloofde land gaan bekijken.
Kanaän is een rijk land. En God heeft grootse plannen met Zijn volk.

Maar er is meer.
Kanaän is namelijk een zéér goddeloos land.
Iemand schrijft: het is “een broeinest van de meest gruwelijke goddeloosheid die men zich maar kan voorstellen. Het land was vol met reuzen (…).
Reuzen van dit formaat zijn geen mensen die een beetje boven de anderen uitsteken; het is ook geen spontane mutatie van de natuur, maar ze zijn het gevolg van een doelbewuste onnatuurlijke lichamelijke omgang tussen gewone aardse vrouwen en gevallen engelen (…).
Het complete menselijke ras dat leefde vlak voor de grote vloed van Genesis 6 was ook op dezelfde manier vernield; alleen Noach en zijn familie was nog rein d.w.z. biologisch gezien nog 100% mens. Genesis 6:9 zegt: ‘Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten; Noach wandelde met God’.
God is rechtvaardig en pikt niet zomaar een willekeurig land uit om er vervolgens de hele bevolking uit te (laten) moorden, inclusief kinderen en grijsaards, om er dan Zijn volk Israël in te zetten. Zo werkt God niet”[2].

De Israëlieten krijgen dus een eigen land.
Dat is niet omdat God een machtswellusteling is. Nee, dat is omdat Hij het volk dat Hij uitgekozen een eigen plaats onder de hemel gunt.

Maar waarom moeten er nu zo nodig spionnen naar Kanaän worden gestuurd?
Antwoord: het volk moet er, via de spionnen, van doordrongen worden dat de Here God de macht heeft om, hoe sterk steden en vestingen ook zijn, altijd het vermogen heeft om de grootste problemen op te lossen.
Er zijn wel mensen die zeggen: zie je wel, die God is een Machthebber die met geweld Zijn wil doordrukt; als die God de kans krijgt hangt Hij de dictator uit…
Maar dat is een vertekening van de boodschap van Gods Woord.
De kwestie is: de God vol liefde en barmhartigheid redt totaal bedorven mensen uit een perverse en decadente wereld. Niet dat die slechte mensen dat verdiend hebben. Het is Gods vrije keuze.

Om het met de Dordtse Leerregels te zeggen: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost”[3].

Men moet dus niet uitgaan van menselijk belang.
Het startpunt is Goddelijke barmhartigheid.

Het verhaal van de spionnen – de verspieders – is wel bekend[4]. Het merendeel van die mannen ziet het niet zitten om Kanaän te gaan bewonen. Want wat moeten ze aanvangen met die reuzen? Nog even en het ganse volk Israël gaat onderuit. Als het tegenzit wordt Gods natie weggevaagd. Uitgeroeid!
Voelt u de angst?
Ziet u de bibbers?
Het lijkt wel alsof de meerderheid van die spionnen zonder God leeft.
Voor de mensen die er zo’n levensstijl op na houden heeft 2 Petrus 2 weinig goede woorden over. Sterker nog – wij komen een tamelijk onsmakelijke beeldspraak tegen. Leest u maar mee: “Het zou immers beter voor hen geweest zijn dat zij de weg van de ​gerechtigheid​ niet gekend hadden, dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich weer afkeren van het ​heilige​ gebod dat hun overgeleverd was. Maar hun is overkomen wat een waar spreekwoord zegt: De ​hond​ is teruggekeerd naar zijn eigen uitbraaksel en de gewassen zeug naar het rondwentelen in de modder”[5].

Slechts twee verkenners geven een positief en vooral gelovig advies: “Als de HEERE ons genegen is, zal Hij ons in dat land brengen en zal Hij het ons geven, een land dat overvloeit van melk en honing. Alleen, kom tegen de HEERE niet in opstand, en u, wees niet bevreesd voor de bevolking van het land, want zij zijn ons tot voedsel, hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons. Wees niet bevreesd voor hen!”[6].

Het is goed om die gelovige woorden eens tot ons door te laten dringen.
De berichten over die Russische spionage in de media kunnen immers het wantrouwen voeden. En de ongerustheid, tevens. Vervolgens komen de vragen:
* wat gebeurt er allemaal bij ons in de stad?
* kan het zijn dat een geheim agent in de straat woont?
* waar gaat het naar toe met de wereld, en waar eindigt het?

De hemelse God roept ons op om Hem te volgen.
Dat betekent niet dat wij ons altijd op prachtig geasfalteerde wegen bevinden.
Maar het einddoel staat ons helder voor de geest.
Jezus Christus omschrijft dat doel in een gesprek met zijn leerlingen zo: “Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de ​twaalf stammen​ van Israël zult oordelen”.
Zo staat dat in Mattheüs 19[7].

Het is een spannende aangelegenheid, dat verhaal over die spionnen uit Rusland.
Maar wie Numeri 13 erbij neemt, slaagt er beter in om die historie in het juiste perspectief te zien.

Noten:
[1] “Het Westen is hacken Russen zat; zeven spionnen aangeklaagd”. Geciteerd uit: Nederlands Dagblad, vrijdag 5 oktober 2018, p. 1.
[2] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/685/twee-spionnen-met-een-druiventros ; geraadpleegd op vrijdag 5 oktober 2018.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.prekendiespreken.nl/preken/dutch/num13v27.html ; dit betreft een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant B. van Veen (1965-2016).
[5] 2 Petrus 2:21 en 22.
[6] Numeri 14:8 en 9.
[7] Mattheüs 19:28.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.