gereformeerd leven in nederland

15 september 2020

Lijden op Lesbos

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Lesbos.
De naam van dit Griekse eiland duikt momenteel allerwegen in de media op.
Kamp Moria: dat is de naam die daar bij hoort. Dat kamp “is ontstaan toen er in 2013 door onder andere de burgeroorlog in Syrië en de aanhoudende onrust in Afghanistan, vanuit Noord-Afrika naar Europa kwamen. Vanwege de grote toestroom over de Middellandse Zee werden er op vijf Griekse eilanden zogenaamde hotspots werden ingericht, vanuit waar de vluchtelingen verder Europa in konden komen. De Europese Unie kon de toestroom echter niet aan: asielprocedures liepen vast en vluchtelingen kunnen niet meer doorstromen. Het kamp heeft een capaciteit voor 3.000 mensen, maar in het kamp woonden in maart 2020 20.000 vluchtelingen: anno augustus 2020 waren er in het kamp nog zo’n 13.000 vluchtelingen. Deze totale situatie wordt ook wel de Europese vluchtelingencrisis genoemd.
Vanwege de COVID-19 pandemie zat het kamp vanaf maart 2020 in lockdown. In de nacht van dinsdag 8 op woensdag 9 september 2020 ontstonden er branden in het kamp en brandden sectie C, D en E van het kamp volledig af. Duizenden mensen werden geëvacueerd. Bij een nieuwe brand op woensdagavond, brandde opnieuw een gedeelte van het kamp af”[1].

Er ontstonden branden in het kamp: niet één, maar meerdere. Men ontkomt uiteraard niet aan de gedachte dat die branden aangestoken moeten zijn. Want dit alles is wel heel toevallig. Trouwens – Nieuwsuur, een gezaghebbend actualiteitenprogramma van de Nederlandse Publieke Omroep, geeft ook ronduit toe dat dat zo is[2]. De toestand is daar belabberd. Men heeft er nu in allerijl een nieuw tentenkamp neergezet, maar tóch[3].
Die branden waren klaarblijkelijk een wanhoopsoffensief: help ons toch!

Wat is de achtergrond van de ramp op Lesbos? Dat is in zeven korte punten uit te leggen.
1.
“In 2015 werden de Griekse eilanden Lesbos, Samos, Chios, Leros en Kos overvallen door een stroom van – vooral Syrische – vluchtelingen uit Turkije”.
2.
“De EU sloot in maart 2016 een deal met Turkije om de vluchtelingen tegen te houden. In ruil daarvoor zou Turkije 6 miljard euro krijgen voor de opvang van Syrische vluchtelingen en zou de EU evenveel ‘erkende’ oorlogsvluchtelingen uit Turkije ophalen als zij vanuit de Griekse eilanden zouden terugsturen. Moria moest gaan fungeren als een ‘hotspot’, waar bepaald zou worden of asielzoekers recht hadden om te blijven of niet”.
3.
“Turkije hield zich aanvankelijk wel aan de afspraak maar kon niet verhinderen dat vluchtelingen, en inmiddels ook ‘economische migranten’ uit andere ‘veilige landen’ zoals Bangladesh en Marokko soms toch met hulp van smokkelaars de eilanden wisten te bereiken. In 2018 kwam de stroom vluchtelingen weer goed op gang toen de relatie tussen de EU en Turkije verslechterde. Turkije vond dat de EU te weinig hulp bood”.
4.
“De EU heeft heel lang vergeefs gehoopt dat de zogeheten hotspot op de eilanden zou gaan werken en afgewezen asielzoekers direct terug naar Turkije konden worden gestuurd. Hiervan is in praktijk niets terechtgekomen omdat de asielprocedures hopeloos traag waren”.
5.
“De Europese Commissie had aanvankelijk een plan om 160.000 erkende vluchtelingen te herverdelen vanuit Griekenland en Italië om die landen te ontlasten. Deze zogeheten relocatie verliep uiterst traag en hield de toestroom van nieuwe vluchtelingen bij lange na niet bij. Het plan strandde in 2017 definitief door verzet van een aantal Oost-Europese landen onder aanvoering van Hongarije, dat helemaal geen islamitische migranten in zijn land wil. Ook in andere landen nam de animo om Griekenland te helpen af naarmate het rechts-populisme meer in zwang raakte en de vreemdelingenangst toenam”.
6.
“Uiteindelijk loopt deze Griekse regering aan tegen dezelfde problemen als in de jaren hiervoor: de vluchtelingen en migranten blijven maar komen vanuit Turkije terwijl niemand Griekenland verlaat”.
7.
“Nederland is net als veel andere Europese landen doodsbang voor precedentwerking en de reacties in eigen land. (…) In de Tweede Kamer is geen meerderheid om uit humanitaire overwegingen migranten op te nemen”[4].

De hele historie heeft dus vooral een politieke achtergrond. En ja, ook mensensmokkel speelt een rol.

De gemiddelde kerkmens zit bij het lezen van dit alles wellicht machteloos in zijn stoel. Wat valt er te doen? We kunnen bidden om Gods barmhartigheid. Laten we bidden dat Hij recht doet.

Laten wij ook Gods Woord maar lezen. Bijvoorbeeld in Mattheüs 25: “Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald”[5].
De God van hemel en aarde zal rechtvaardigen en misdadigers scheiden. Dan zal blijken dat God al vanaf de schepping van de wereld weet wie de bewoners van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn. 

Ja, de Heer van hemel en aarde ziet heus wel wat er gaande is. Hij ziet de mensensmokkel wel. Hij ziet echt wel wie de evenwichtskunstenaars zijn in de internationale politiek. Hij ziet wel bij wie macht boven barmhartigheid gaat.
Maar Hij hoort ook de bidders. Hij volgt de gevers met Zijn ogen. Hij geeft de helpers kracht om de nood te lenigen.

Lesbos.
Wie naar kamp Moria kijkt, schudt zijn hoofd. Wórdt het nog wel wat met de wereld?
Jazeker wel.
Hierboven kwam Mattheüs 25 aan de orde. Een paar hoofdstukken verder, in Mattheüs 27, wordt Christus’ lijden in scherp aangezette lijnen getekend. En weet u wat daar staat? “Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden; ook werden de graven geopend en veel lichamen van heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt; en na Zijn opwekking gingen zij uit de graven, kwamen in de heilige stad en zijn aan velen verschenen”[6].
Dat betekent: voor Gods kinderen is er nieuw leven.
Ondanks Lesbos.
Ondanks kamp Moria.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Moria_(vluchtelingenkamp) ; geraadpleegd op maandag 14 september 2020.
[2] Zie https://www.dagelijksestandaard.nl/2020/09/migranten-hebben-de-branden-in-moria-zelf-aangestoken-nieuwsuur-maar-dat-is-onze-schuld/ ; geraadpleegd op maandag 14 september 2020.
[3] Zie https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2348163-kort-kijkje-in-nieuw-tentenkamp-lesbos-dit-wordt-humaner.html .
[4] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-de-vluchtelingen-van-moria-bekneld-raakten-tussen-internationale-belangen~bf051b2c/ ; geraadpleegd op maandag 14 september 2020.
[5] Mattheüs 25:31-35.
[6] Mattheüs 27:50-53.

10 maart 2020

Vlucht naar de Here!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Een paar citaten uit een krantenbericht:
“Turkije heeft al vier miljoen Syrische vluchtelingen, terwijl de heroveringscampagne van Assad en Poetin in Idlib nog eens een miljoen Syriërs naar de Turkse grens drijft.
Deze vluchtelingenstroom is ook de inzet van een tweede drukmiddel dat Erdogan afgelopen weekend inzette. Afgelopen vrijdag, tegelijk met het bombarderen van het Syrische leger, zette hij de Turkse grenzen richting Europa open voor Syrische vluchtelingen. Het doel daarvan is de EU onder druk zetten. De Turkse regering zei zondag dat ze al meer dan 75.000 migranten heeft doorgelaten naar de Europese Unie”.
En:
“Hoewel de Turkse regering een aantal van 75.000 noemt, zijn die allerminst allemaal Europa binnengekomen. De grenzen aan de Europese kant zitten dicht. Griekenland accepteert een maand lang geen nieuwe asielaanvragen”[1].

Het vluchtelingenvraagstuk houdt de wereld nog altijd bezig. Zoveel is wel duidelijk. En het probleem lijkt onoplosbaar[2].

In Gods Woord zijn ook nogal wat mensen op de vlucht. Er is zelfs ballingschap aan de orde!
Is God dan even weg?
Kijkt God een andere kant op?
Nee. Zeker niet.
Leest u bijvoorbeeld maar mee in Ezechiël 1: “In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde van de maand, toen ik te midden van de ballingen aan de rivier de Kebar was, gebeurde het dat de hemel geopend werd en ik visioenen van God kreeg te zien. Op de vijfde van de maand – het was het vijfde jaar van de ​ballingschap​ van ​koning​ ​Jojachin​ – kwam het woord van de HEERE uitdrukkelijk tot ​Ezechiël, de zoon van Buzi, de ​priester, in het land van de ​Chaldeeën​ bij de rivier de Kebar, en de hand van de HEERE was daar op hem”[3].

Het is ongeveer de zesde eeuw voor Christus. Ezechiël staat aan het begin van zijn activiteiten als woordvoerder van God. Tweeëntwintig jaar zal hij dat belangrijke werk doen[4].
En het is van stonde aan zonneklaar: de Here is present, ook in benauwde tijden!
Trouwens – de naam Ezechiël legt daar op zichzelf al getuigenis van af: ‘sterk is God’ of: ‘hij zal door God versterkt worden’.
Dwars door alles heen moet de kerk dat vast blijven houden.
De ballingschap in Babel is een straf van God voor Zijn volk. Maar dat betekent geenszins dat de God van hemel en aarde de deur van de hemel dicht heeft gedaan. Ondanks alles wil Hij Zijn onmetelijke kracht voor Zijn kinderen blijven inzetten. Hij streept het woord ‘barmhartigheid’ nimmer uit Zijn woordenboek!

De priesterzoon Ezechiël kan geen dienst doen in de tempel. Een exegeet schrijft: “Waarschijnlijk is Ezechiël samen met de soldaten, handwerkslieden en de elite uit Juda gedeporteerd (…). Hierdoor kon hij geen dienst doen in de tempel te Jeruzalem. Overigens hield de priestertaak veel meer in dan de dienst in de tempel die bij toerbeurt uitgevoerd werd (…). Daarnaast was het onderricht aan het volk van belang”[5].
Welnu – in Ezechiël 1 wordt de profeet geroepen tot het geven van onderwijs.

Waar gaat het in de profetie van Ezechiël over?
Een internetencyclopedie leert ons onder meer, dat Ezechiëls profetie het volgende behelst:
“* Waarschuwing tegen valse profeten, voor de ophanden zijnde val van Jeruzalem (hoofdstuk 4-5). Een aantal gebruikte handelingen toont zijn grote bekendheid met de Levitische wetten. (…)
* Profetieën tegen verschillende omliggende landen: Ammonieten (…), Moabieten (…), Edomieten (…), Filistijnen (…), Tyrus en Sidon (…) en Egypte (…).
* Troostwoorden na de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar: de overwinning van Israël en van het koninkrijk van God op aarde, het rijk van de Messias (…); en het nieuwe Jeruzalem”[6].
Dat korte overzicht leert ons om ons niet blind te staren op de vluchtelingenstromen. Wij moeten niet blijven staan bij ballingschappen van het verleden en het heden. De Bijbel roept Gods kinderen op om de grote lijn te blijven zien.
Dat lijkt een dooddoener. Immers – op deze manier maakt men het vluchtelingenprobleem toch niet kleiner? Dat is ontegenzeglijk waar. En dat vluchtelingenprobleem moet worden aangepakt, jazeker. Maar laten wij nooit vergeten dat onze God heel de wereld in Zijn hand heeft. Hij trekt de lijn van de wereldhistorie. Wij moeten niet wanhopig neerzinken bij de aanblik van al die ontheemde mensen. Wij moeten ons realiseren: uiteindelijk is het de Here God die moet ingrijpen. En dat zal Hij ook doen – op Zijn tijd.

Een uitlegger noteert: “Ezechiël is in veel opzichten een type van Christus. Dat zien we vooral in de vaak voorkomende uitdrukking ‘mensenkind’ die de HEERE gebruikt om hem aan te spreken. Deze uitdrukking komt ruim honderd keer in het Oude Testament voor, waarvan meer dan negentig keer in dit boek. ‘Mensenkind’ is de vertaling van het Hebreeuwse ben adam, dat ‘zoon [van] adam of mens’ of ‘mensenzoon’ betekent, wat een betere vertaling is dan ‘mensenkind’. De naam ‘mensenzoon’ is de naam die in de evangeliën en in het boek Openbaring voor de Heer Jezus wordt gebruikt. Hij is de ware Zoon des mensen. Het is de titel die zowel Zijn vernedering en verwerping als Zijn verhoging aanduidt”[7].
Ezechiël is dus een voor-afbeelding van Christus. Hij is ver bij het huis van God vandaan. Hij en zijn volksgenoten hebben te maken met ballingschap. Met lijden. Met de straf van de hemelse God, uiteindelijk.
Wat moeten wij daarmee, in 2020?
Ook vandaag moeten wij beseffen dat wij in Gods hand zijn. Daarom moeten wij ook in deze tijd de Here trouw dienen. Ware gelovigen zijn mensen die, om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken, “de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”[8].
Dat moet de kerk blijven doen, ook anno Domini 2020. Het is goed om dat, juist in de lijdenstijd, tot ons te laten doordringen.

Ezechiël heeft in de islam overigens een pendant, Zulkilfl. Een internetencyclopedie vermeldt over laatstgenoemde: “God noemt in de Koran de namen van sommige profeten en looft hen ook daarbij. Zo behoort Zulkifl ook tot de profeten die mensen tot ‘tawhied’ hebben geroepen en daarbij Gods liefde en lof hebben verdiend”[9][10].
Ziet u dat? Zulkifl heeft lof verdiend. Dat is precies het tegenovergestelde van Ezechiël 1; want daar gaat het over ballingschap, lijden, straf!
Welnu – Ezechiël gaat grote dingen zien. Vuur en bliksem. Cherubs die op mensen lijken en tegelijk ook gezichten van dieren hebben, helemaal bedekt met ogen. Er zijn geluiden die lijkt op de woeste zee, op een leger en op de stem van de almachtige God. En er zijn hoge wielen die alle kanten opdraaien en die vol ogen zitten.
Het is duidelijk: de God van hemel en aarde heeft Zijn ogen overal! Ook vandaag ziet Hij alles wat op de aarde gebeurt. Hij ziet hoe ruim 70 miljoen mensen van huis en haard verdreven zijn. Hij is present! Sterker: Hij is volop actief!
Wat staat ons te doen?
Biedt maar hulp aan de vluchtelingen – waar en wanneer dat kan. En blijf het geloven: God heeft heel de kosmos in de hand. Laten wij naar Hem toe gaan Want dankzij Hem is er hoop. Voor vandaag. En voor de toekomst.

Noten:
[1] “Turkije heeft zowel Syrië als Europa in de tang”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 2 maart 2020, p. 12.
[2] Op deze internetpagina is aan deze problematiek al vaker aandacht besteed. Zie https://bderoos.wordpress.com/tag/vluchtelingenproblematiek/ .
[3] Ezechiël 1:1, 2 en 3.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Ezechiël_(profeet) ; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Ezechiël 1:1-3, noot 9.
[6] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Ezechiël_(boek) ; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[7] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2359.pdf , p. 23; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[9] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Zulkifl_(profeet) ; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[10] ‘Tawhied’ betekent: ondeelbaar, uniek en ondefinieerbaar.

12 december 2019

Twee legers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De belangrijkste opdracht voor een gelovig mens is: volharden in het geloof in Gods beloften. Christen-zijn is nooit een automatisme. Het is uitzien naar de toekomst, in een wereld die dol lijkt te draaien[1].

In Jesaja 36 wordt dat het volk van God wel moeilijk gemaakt.

Wat is de situatie?
Op het internet kan men de volgende beschrijving vinden: “Assyrië en Babylon waren de grote mogendheden van de oude tijd. Toen Hizkia koning van Juda werd, was het rijk van Assyrië in verval geraakt en hun invloed sterk teruggedrongen. Tien jaar later werd het weer sterk en begon het zijn invloedssfeer uit te breiden.
In het veertiende jaar van Hizkia trok het leger van de Assyrische koning Sanherib westwaarts en nam Sidon, Achzib en Akko aan de Fenicische kust in. Daarna trok het Assyrische leger naar het zuiden. Moab, Edom en Asdod gaven zich onmiddellijk over en betaalden schatting om zo bezetting en verwoesting te ontlopen. Askelon en de naburige steden Joppe en Beth-Dagon, die dat niet deden, werden met grof geweld door de Assyriërs onderworpen. Om dit lot te ontgaan, stuurde Hizkia afgezanten naar koning Sanherib om vrede te sluiten -2 Koningen 18:14-. Deze eiste driehonderd talenten zilver en dertig talenten goud. Dat was een enorme som geld. Koning Hizkia nam alle goud en zilver uit de tempel en de Koninklijke schatkamer -2 Koningen 18:15,16-. Er staat niet vermeld dat dit genoeg was, want koning Sanherib sloot geen vrede. Hij stuurde een hoge dienaar -de rabsake- met een deel van zijn leger en deze sloeg het beleg voor Jeruzalem”
Even verder staat in dezelfde beschrijving:
“In Jesaja 36:4-18 lezen we een stukje psychologische oorlogsvoering. De rabsake ontvangt een delegatie van koning Hizkia. In het gesprek dat volgt, biedt hij Hizkia geen enkele uitweg. Hij eist onvoorwaardelijke overgave. Om zijn woorden kracht bij te zetten, loopt de Rabsake naar de muur van Jeruzalem en spreekt hij met luide stem de verdedigers toe. Ongetwijfeld heeft de rabsake de delegatie van Hizkia om hem heen gezet, om zo beschermd te zijn tegen mogelijke pijlen van de verdedigers. De rabsake biedt hen een royale beloning, mits ze zich overgeven en de poorten van Jeruzalem openen.
Nadat de rabsake ten aanhoren van de verdedigers op de muur van Jeruzalem de hopeloze situatie van de stad in schrille kleuren geschilderd heeft en daarbij ook nog de God van Israël lasterde, wordt dit alles aan koning Hizkia overgebracht”[2].

Zo staan de zaken in Jesaja 36.
En wie zich een beetje inleeft, begrijpt het: de spanning is te snijden. Het ziet er niet best uit!

De commandant van het leger heeft een heel grote mond: “Dit zegt de grote ​koning, de ​koning​ van ​Assyrië: Wat is dit voor vertrouwen dat u koestert? Ik zeg -maar het is lippentaal-: Er is beraad en gevechtskracht voor de ​oorlog. Op wie stelt u nu uw vertrouwen, dat u tegen mij in opstand komt?”[3].
En ook:
“Nu dan, ben ik buiten de wil van de HEERE tegen dit land opgetrokken om het te gronde te richten? De HEERE heeft tegen mij gezegd: Trek tegen dit land op en richt het te gronde!”[4].
En:
“Laat ​Hizkia​ u ook niet doen vertrouwen op de HEERE door te zeggen: De HEERE zal ons zeker redden, deze stad zal niet gegeven worden in de hand van de ​koning​ van ​Assyrië”[5].
En: “Laat ​Hizkia​ u niet misleiden door te zeggen: De HEERE zal ons redden. Hebben de ​goden​ van de volken, ieder zijn eigen land, gered uit de hand van de ​koning​ van ​Assyrië? Waar zijn de ​goden​ van Hamath en Arpad? Waar zijn de ​goden​ van Sefarvaïm? Hebben zij Samaria dan soms uit mijn hand gered? Wie onder al de ​goden​ van deze landen zijn er die hun land uit mijn hand gered hebben? Zou de HEERE ​Jeruzalem​ dan wél uit mijn hand redden?”[6].

Zonder het te weten is de commandant uit Jesaja 36 een attentiesein voor alle Bijbellezers uit later tijden: zo ziet antichristelijke macht eruit! Ook de Bijbellezer van 2019 met het zich realiseren: dat soort taal horen we ook in de eenentwintigste eeuw. En ja – wij voelen ons vaak machteloos. Je kunt weinig uitrichten tegen al dat geschreeuw. Al die oorlog en agressie – christenen kunnen er weinig tegen beginnen.
Maar juist in deze situatie komt het er op aan om te blijven volharden in het allerheiligst geloof!

De NOS meldt op maandag 9 december: “Over de hele wereld zijn bijna 50 miljoen kinderen op de vlucht voor oorlog, natuurrampen, armoede en geweld. Dat staat in een rapport van VN-kinderrechtenorganisatie Unicef.
De grootste problemen doen zich volgens Unicef voor in het Midden-Oosten. Daar zijn 8,8 miljoen kinderen op de vlucht, onder wie 2,5 miljoen kinderen uit Syrië. Voor de in Syrië achtergebleven families is er vaak te weinig voeding, medische zorg en onderwijs”.
Al die dingen kunnen wij niet overzien.
Wij kunnen geen finaal oordeel geven.
Maar de diepste nood is: vele, vele leiders in de wereld werken God tegen.
Voor hen geldt een woord uit 2 Thessalonicenzen 2 over de wetteloze: “hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de ​satan​ is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de ​liefde​ voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden”[7].

Jesaja 36 leert ons de geschiedenis te bezien als de strijd tussen twee legers: de milities van de hemelse God en de legioenen van satan.
Omdat Gods kinderen lid van de militia Christi zijn, zijn zij zeker van de overwinning. De kerk gaat triomfen vieren. Dankzij haar hoofd – Jezus Christus, de Heiland!

Noten:
[1] Zie hierover ook mijn artikel ‘Geloofsvolharding gezocht’, hier gepubliceerd op woensdag 11 december 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/12/11/geloofsvolharding-gezocht/ .
[2] Geciteerd van http://www.bijbelverklaring.com/family-7/2019-aflevering-3-hizkia-n-geschiedenis-of-profetie ; geraadpleegd op maandag 9 december 2019.
[3] Jesaja 36:4 en 5.
[4] Jesaja 36:10.
[5] Jesaja 36:15.
[6] Jesaja 36:18, 19 en 20.
[7] 2 Thessalonicenzen 2:9 en 10.

3 december 2019

Racisme afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het zingt weer door het zwerk: racisme.
Een citaat uit een bericht van de NOS, gedateerd op maandag 18 november 2019: “Racisme in het voetbal is niet alleen een probleem van de tribune, zoals voetballer Ahmad Mendes Moreira gisteren in extreme vorm meemaakte tegen FC Den Bosch. Uit onlangs verschenen onderzoek van het Mulier Instituut en de Erasmus Universiteit blijkt dat voetballers met een multiculturele achtergrond vanuit allerlei hoeken worden gediscrimineerd: door medespelers, trainers en clubmanagement”[1].
Donkere mensen zitten momenteel nogal eens in de hoek waar de klappen vallen.

Het lijkt erop dat onder dat bij dat racisme de afwijkende culturen en gedragspatronen van vluchtelingen en asielzoekers een rol spelen. Is het verbazing? Narrigheid over allerlei veranderingen die te snel gaan? Angst misschien?
Hoe dat zij – Vluchtelingenwerk Nederland meldt ons: “In 2018 vragen 20.353 mensen asiel aan in Nederland. In 2017 zijn dat er 14.716. Het grootste deel daarvan is afkomstig uit Syrië (2.956 personen) en Iran (1.869). 6.463 mensen herenigen zich in 2018 als nareiziger met hun familielid in Nederland”.
En:
“586.530 asielzoekers vragen in 2018 bescherming in een EU-land. Ruim een kwart daarvan wordt opgevangen in Duitsland. Frankrijk vangt 20% op. 14% van de asielzoekers is Syriër. In 2017 vragen nog 654.900 asielzoekers bescherming en in 2016 ruim 1,2 miljoen”.
Verder:
“In 2018 zijn er meer mensen op de vlucht dan ooit. De VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR becijferde dat er 70,8 miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Het vorige recordjaar was 2017 (68,5 miljoen). 6,7 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht. Ruim de helft van de vluchtelingen is jonger dan 18 jaar. 84% van de vluchtelingen wereldwijd wordt opgevangen in een ontwikkelingsland”[2].

Nu het over deze dingen gaat, is het goed om te letten op de profeet Jona.

De geschiedenis is wel bekend.
Het is ongeveer 800 voor Christus[3]. Jona moet gaan prediken in Ninevé, de hoofdstad van het machtige en agressieve Assyrische rijk. Het is simpel en duidelijk: daar heeft Jona geen zin in.
“Het woord van de HEERE kwam tot ​Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht. Maar ​Jona​ stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE”[4].
Jona wil zich blijkbaar niet inlaten met onreine volken.

Uiteindelijk gaat Jona toch naar Ninevé.
De inzet van Jona 3 is helder: “Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot ​Jona: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. Toen stond ​Jona​ op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE. Ninevé was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee. En ​Jona​ begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!”[5].

Er gebeurt een wonder!
Ninevé bekeert zich!
Daarop redt de God van hemel en aarde de Ninevieten van hun ondergang: “Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg ​berouw​ over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”[6].

En daar is Jona het duidelijk niet mee eens: “Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van ​Jona en hij ontstak in woede. Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een ​genadig​ en ​barmhartig​ God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die ​berouw​ heeft over het kwaad. Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven”[7].
Jona is woedend. ’t Was in Ninevé jarenlang een goddeloze bende. Jarenlang was het meest heidense bolwerk dat wij ons kunnen voorstellen… Zij bekeren zich nu. En wat denkt u? De Ninevieten blijven toch leven. ’t Is toch ongelijk verdeeld in de wereld!
Maar de Here zegt: “Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel ​vee?”[8].

De historie van Jona en Ninevé maakt ons duidelijk dat onze God niet aan racisme doet. Hij werkt overal ter wereld; en Hij grijpt krachtig in. Onze God is machtig en Hij is zeer vergevingsgezind.

Iemand schrijft: “…Nergens zegt God dat Israël zich superieur mag voelen en gedragen tegenover andere volken. Hij heeft juist aan Abraham beloofd dat door hem alle volken gezegend zullen worden. Hij wil iedereen in zijn liefde en genade laten delen. Dat laatste is voor veel Israëlieten een moeilijk verteerbare gedachte. Zeker als het gaat om de Assyriërs, een van de wreedste volken van de oudheid. Waar ze komen, laten ze een spoor van verwoesting, marteling en moord na. Zij hebben de ondergang van het tienstammenrijk op hun geweten. De ultieme vijand, die mag je toch wel haten?”.
En:
“De les voor Jona, voor Israël en voor ons is dat God ons oproept om zelfs onze vijand Gods genade te gunnen, net als onze vrienden! Jona krijgt van de heidenen nog een les: de niet-Joodse zeelieden en de inwoners van Ninevé laten in hun daden en in hun gebeden zien dat zij beter begrijpen wie de HEER is dan Jona zelf”[9].

Geloof en racisme – nee, die horen niet bij elkaar. De geschiedenis van Jona bewijst het.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2311045-racisme-in-voetbal-gaat-veel-verder-dan-geschreeuw-op-tribune.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[2] Geciteerd van https://www.vluchtelingenwerk.nl/feiten-cijfers/cijfers-over-vluchtelingen-nederland-europa-wereldwijd ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[3] Zie voor deze datering https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jona ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[4] Jona 1:1, 2 en 3.
[5] Jona 3:1-4.
[6] Jona 3:10.
[7] Jona 4:1, 2 en 3.
[8] Jona 4:11.
[9] Geciteerd van https://holyhome.nl/dhs-032.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.

9 januari 2019

Liefde in Deuteronomium 10

“Want de HEERE, uw God, is de God der ​goden​ en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt, Die recht verschaft aan de ​wees​ en de ​weduwe, Die de ​vreemdeling​ liefheeft door hem brood en ​kleding​ te geven”.

Hierboven staat een citaat uit Deuteronomium 10[1].

Die tekst zet ons zonder dralen midden in de wereld van vandaag. In de wereld van corruptie en oneerlijkheid. In de wereld van eenzaamheid en verdriet. In de wereld van asielverzoeken en vreemdelingenrecht.
Kon er maar wat aan dat onrecht gedaan worden!
Werden de vele vluchtelingen maar wat humaner behandeld!

Het Bijbelboek Deuteronomium is een herhaling van de wet die zo’n 40 jaar eerder op de Sinaï gegeven werd.
Dat die wet nog een keer herhaald wordt is overigens niet zo gek. Alle mensen die de uittocht naar Egypte en de tocht door de woestijn hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Een nieuwe generatie moet Gods wet leren kennen. Een nieuwe proclamatie is dus nodig.

Het boek kan als volgt ingedeeld worden
Hoofdstuk 1-4: Gedachtenis van wat de Heere voor en met Israël gedaan had sinds de uittocht uit Egypte, gedurende bijna 40 jaar.
Hoofdstuk 5-26: Herhaling, uitbreiding en nadere verklaring van de wetten, tevoren gegeven aan de vaders van het geslacht dat nu Kanaän zou binnen gaan.
Hoofdstuk 27-30: Bevestiging van de wet der tien geboden, met dringende vermaning tot gehoorzaamheid.
Hoofdstuk 31-34: Aanstelling van Jozua tot Mozes’ opvolger. Laatste redevoeringen en dood van Mozes[2].

In Deuteronomium 10 wordt Gods wet opnieuw op ‘twee tafelen’ gezet.
Dat was al eens eerder gebeurd. Maar Mozes had ze kapot gegooid toen hij in Exodus 32 met volksbrede afgoderij geconfronteerd werd. De Israëlieten dansten enthousiast rond een gouden kalf…[3]
Maar nu wordt Gods wet opnieuw opgeschreven. En in het begeleidend commentaar wordt het grondmotief van die wet duidelijk: liefde.

Dat is unieke liefde. Dat blijkt onder meer uit Deuteronomium 10: “Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].

De Here spreekt recht.
Hij leert ons vreemdelingen lief te hebben. Dat gaat in Deuteronomium 10 als volgt.
“Daarom moet u de ​vreemdeling​ ​liefhebben, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land ​Egypte. De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

Waarom moeten wij de mensen om ons heen liefhebben, vreemdelingen incluis?
Antwoord Eén: omdat de Here Zijn volk liefheeft.
Antwoord Twee: u weet wat het is om vreemdeling en vluchteling te zijn, want dat hebt u zelf meegemaakt.
Antwoord Drie: de Here heeft u uitgekozen om Zijn kinderen te zijn.

Het is in dezen belangrijk om het kernwoord liefde vast te houden.

In dit verband denk ik aan een standpunt dat het Forum voor Democratie momenteel uitdraagt. Deze politieke partij komt op voor bescherming van Nederlandse verworvenheden.
Men pleit voor de invoering van een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (BNW).
Wat zijn die waarden dan?
“1. Wanneer religieuze leefregels conflicteren met de Nederlandse wet, gaat de Nederlandse wet altijd voor.
2. Iedereen heeft het recht te geloven wat hij of zij wil; dus ook het recht om van zijn of haar geloof af te vallen.
3. Iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken.
4. Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.
5. De partnerkeuze is vrij; uithuwelijking en kindhuwelijken zijn onaanvaardbaar”[5].

Dus –
iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te ridiculiseren. Aldus punt 3 van het bovenstaande.
Alles wat met godsdienst te maken heeft, mag met een verbijsterende onmiddellijkheid belachelijk gemaakt worden. Gelovigen mag je rustig uitlachen. Of het nu islam, Jodendom, hindoeïsme of boeddhisme betreft – het mag allemaal als niet ter zake doende worden weggezet.

Het standpunt van het FvD heeft, op dit punt althans, niet al te veel met liefde voor medemensen te maken. Veel respect voor godsdienstige overtuigingen valt niet te bespeuren. Sterker – een en ander ruikt een beetje naar superioriteit.

Wie de parlementaire vertegenwoordigers van het FvD hoort en ziet kan op sommige momenten wellicht best sympathie voor hen opbrengen. De heer Baudet is een keurige en bij vlagen charmante man. De heer Hiddema komt somtijds enigszins nors over, maar hij kan ook heel nuchtere opmerkingen maken.
Denkend aan het recht van ridiculisering is het FvD echter eensklaps aanzienlijk minder aardig.

Hierboven werd het reeds geschreven: ‘liefde’ is in het Bijbelboek Deuteronomium een kernwoord.
Dat blijkt ook in Deuteronomium 7. Daar gaat het over de verhouding tussen de Israëlieten en de Kanaänieten. De Here zegt: “…u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[6].
Dus –
de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij zegt niet: de Kanaänieten zijn, hoofd voor hoofd, een beetje gek. Hij zegt: omdat Ik mijn volk liefheb, schenk Ik hen leefruimte. Het heerlijk ingrijpen van de hemelse Heer heeft een heel positieve reden.

Ook in onze tijd doet de Here ons grote beloften:
* vergeving van de zonden
* de hemel is het land dat aan Gods kinderen beloofd is.

Dan is het toch logisch dat wij Gods liefde met wederliefde beantwoorden?
Dan is het toch logisch dat wij ons met liefde aan Gods wet houden? Die wet geeft ons leven een prachtig kader!
En dus stemmen wij moeiteloos met Psalm 119 in:
“Mijn vreugd is dat mijn woord U niet verlaat,
mijn hart vindt daarin overvloed van vrede.
Ik die de leugen en het onrecht haat,
heb steeds de liefde voor uw wet beleden”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 10:17 en 18.
[2] Deze indeling is ontleend aan http://christipedia.nl/Artikelen/D/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[3] Zie Exodus 32:19: “En het gebeurde, toen hij in de nabijheid van het kamp kwam en het kalf en de reidansen zag, dat ​Mozes​ in woede ontstak. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en sloeg ze onder aan de berg in stukken”.
[4] Deuteronomium 10:15.
[5] Geciteerd van https://forumvoordemocratie.nl/standpunten/wet-bnw ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[6] Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
[7] Psalm 119:61 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 september 2018

Tumult om twee tieners

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Lili en Howick – de namen van die kinderen kent u wel. Zij dreigden te worden uitgezet naar Armenië. Op het allerlaatste moment werd dat voorkómen. De kinderen zijn al tien jaar in Nederland.
Er is een lang verhaal aan vooraf gegaan. Een heel lange historie. Een veel te lange geschiedenis.

Schrijver dezes is niet op de hoogte van asielprocedures. Het is zijn vak niet. Hij weet er te weinig van.

Maar hij weet wel dat in Leviticus 19 staat: “Wanneer een ​vreemdeling​ bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. De ​vreemdeling​ die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem ​liefhebben​ als uzelf, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God”[1].
De vreemdeling als ingezetene; zo ver moet het gaan. Dat is de taak van de kerk in het Oude Testament.

Het gaat in Leviticus 19 ook over respect voor ouderen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].
Vlak daarna wordt die bepaling over vreemdelingen vermeld.
De boodschap is helder: ondersteun kwetsbare groepen zoveel mogelijk.
De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we, wat dat betreft, in de laatste jaren te vaak geconfronteerd zijn met negatieve berichtgeving: de overheid laat heel wat steken vallen.
De kerk moet echter vooral ook kritisch naar zichzelf blijven kijken. Het welzijn van kwetsbare groepen moet in de werkplaats van de Heilige Geest een ‘hot issue’ wezen!

Wij leven momenteel in de Nieuwtestamentische tijd.
Kunnen en mogen wij die regel over de opvang van vreemdelingen in Leviticus 19 vandaag nog toepassen?
Zeker wel.
Jezus zegt in Mattheüs 5 zelfs: hebt uw vijanden lief. Met andere woorden: ga nog een stap verder!
In het verlengde daarvan mogen we ook opmerken: wees niet te bang dat u die gastvrijheid niet meer vol kunt houden; loop gerust een stap harder.
Waarom is dat zo belangrijk?
Omdat christenen, Gereformeerde mensen inbegrepen, ervan uit moeten gaan dat de verzorging van vreemdelingen alles te maken heeft met het eren van Jezus Christus.

Dat blijkt uit Mattheüs 25.
Daar wijst Jezus op de gang van zaken bij het laatste oordeel. De mensen zullen van elkaar worden gescheiden. En wat is de reden voor die scheiding? Jezus zegt: “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een ​vreemdeling​ en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de ​gevangenis​ en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een ​vreemdeling​ gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ​ziek​ gezien of in de ​gevangenis​ en zijn bij U gekomen? En de ​Koning​ zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[3].
Christenen werken voor hun Heiland als zij met vluchtelingen bezig zijn.
Christenen werken voor Jezus Christus als zij hun best doen om kwetsbare groepen te ondersteunen.

Dit alles overziende past het niet om vluchtelingen voortdurend maar aan het lijntje te houden. Het is niet goed om hen, gedurende lange jaren, een strohalm te geven waar zij zich aan vast kunnen houden.

Lili en Howick – vrijwel iedereen kent die voornamen. Hun achternamen zijn niet zo bekend. De reden daarvan ligt, mogen wij aannemen, in de sfeer van de privacy. En dat is goed.
Intussen zijn beide kinderen echter een symbool geworden.
Het volk ging mee in een soort positieve emotie waar alle nuances allengs uit verdwenen. ’Houdt de kinderen in Nederland; wat er ook gebeurt’ – dat was het algemeen gevoelen.
In zo’n situatie is de verleiding groot om niet teveel te gaan nadenken en simpelweg in te stemmen met de geëmotioneerde natie.
Laten we daar voorzichtig mee wezen.
Gereformeerden moeten zich maar eenvoudig houden aan de leefregel die Micha ons in hoofdstuk 6 leert: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[4].

Noten:
[1] Leviticus 19:33 en 34.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Mattheüs 25:35-40.
[4] Micha 6:8.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.