gereformeerd leven in nederland

12 december 2019

Twee legers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De belangrijkste opdracht voor een gelovig mens is: volharden in het geloof in Gods beloften. Christen-zijn is nooit een automatisme. Het is uitzien naar de toekomst, in een wereld die dol lijkt te draaien[1].

In Jesaja 36 wordt dat het volk van God wel moeilijk gemaakt.

Wat is de situatie?
Op het internet kan men de volgende beschrijving vinden: “Assyrië en Babylon waren de grote mogendheden van de oude tijd. Toen Hizkia koning van Juda werd, was het rijk van Assyrië in verval geraakt en hun invloed sterk teruggedrongen. Tien jaar later werd het weer sterk en begon het zijn invloedssfeer uit te breiden.
In het veertiende jaar van Hizkia trok het leger van de Assyrische koning Sanherib westwaarts en nam Sidon, Achzib en Akko aan de Fenicische kust in. Daarna trok het Assyrische leger naar het zuiden. Moab, Edom en Asdod gaven zich onmiddellijk over en betaalden schatting om zo bezetting en verwoesting te ontlopen. Askelon en de naburige steden Joppe en Beth-Dagon, die dat niet deden, werden met grof geweld door de Assyriërs onderworpen. Om dit lot te ontgaan, stuurde Hizkia afgezanten naar koning Sanherib om vrede te sluiten -2 Koningen 18:14-. Deze eiste driehonderd talenten zilver en dertig talenten goud. Dat was een enorme som geld. Koning Hizkia nam alle goud en zilver uit de tempel en de Koninklijke schatkamer -2 Koningen 18:15,16-. Er staat niet vermeld dat dit genoeg was, want koning Sanherib sloot geen vrede. Hij stuurde een hoge dienaar -de rabsake- met een deel van zijn leger en deze sloeg het beleg voor Jeruzalem”
Even verder staat in dezelfde beschrijving:
“In Jesaja 36:4-18 lezen we een stukje psychologische oorlogsvoering. De rabsake ontvangt een delegatie van koning Hizkia. In het gesprek dat volgt, biedt hij Hizkia geen enkele uitweg. Hij eist onvoorwaardelijke overgave. Om zijn woorden kracht bij te zetten, loopt de Rabsake naar de muur van Jeruzalem en spreekt hij met luide stem de verdedigers toe. Ongetwijfeld heeft de rabsake de delegatie van Hizkia om hem heen gezet, om zo beschermd te zijn tegen mogelijke pijlen van de verdedigers. De rabsake biedt hen een royale beloning, mits ze zich overgeven en de poorten van Jeruzalem openen.
Nadat de rabsake ten aanhoren van de verdedigers op de muur van Jeruzalem de hopeloze situatie van de stad in schrille kleuren geschilderd heeft en daarbij ook nog de God van Israël lasterde, wordt dit alles aan koning Hizkia overgebracht”[2].

Zo staan de zaken in Jesaja 36.
En wie zich een beetje inleeft, begrijpt het: de spanning is te snijden. Het ziet er niet best uit!

De commandant van het leger heeft een heel grote mond: “Dit zegt de grote ​koning, de ​koning​ van ​Assyrië: Wat is dit voor vertrouwen dat u koestert? Ik zeg -maar het is lippentaal-: Er is beraad en gevechtskracht voor de ​oorlog. Op wie stelt u nu uw vertrouwen, dat u tegen mij in opstand komt?”[3].
En ook:
“Nu dan, ben ik buiten de wil van de HEERE tegen dit land opgetrokken om het te gronde te richten? De HEERE heeft tegen mij gezegd: Trek tegen dit land op en richt het te gronde!”[4].
En:
“Laat ​Hizkia​ u ook niet doen vertrouwen op de HEERE door te zeggen: De HEERE zal ons zeker redden, deze stad zal niet gegeven worden in de hand van de ​koning​ van ​Assyrië”[5].
En: “Laat ​Hizkia​ u niet misleiden door te zeggen: De HEERE zal ons redden. Hebben de ​goden​ van de volken, ieder zijn eigen land, gered uit de hand van de ​koning​ van ​Assyrië? Waar zijn de ​goden​ van Hamath en Arpad? Waar zijn de ​goden​ van Sefarvaïm? Hebben zij Samaria dan soms uit mijn hand gered? Wie onder al de ​goden​ van deze landen zijn er die hun land uit mijn hand gered hebben? Zou de HEERE ​Jeruzalem​ dan wél uit mijn hand redden?”[6].

Zonder het te weten is de commandant uit Jesaja 36 een attentiesein voor alle Bijbellezers uit later tijden: zo ziet antichristelijke macht eruit! Ook de Bijbellezer van 2019 met het zich realiseren: dat soort taal horen we ook in de eenentwintigste eeuw. En ja – wij voelen ons vaak machteloos. Je kunt weinig uitrichten tegen al dat geschreeuw. Al die oorlog en agressie – christenen kunnen er weinig tegen beginnen.
Maar juist in deze situatie komt het er op aan om te blijven volharden in het allerheiligst geloof!

De NOS meldt op maandag 9 december: “Over de hele wereld zijn bijna 50 miljoen kinderen op de vlucht voor oorlog, natuurrampen, armoede en geweld. Dat staat in een rapport van VN-kinderrechtenorganisatie Unicef.
De grootste problemen doen zich volgens Unicef voor in het Midden-Oosten. Daar zijn 8,8 miljoen kinderen op de vlucht, onder wie 2,5 miljoen kinderen uit Syrië. Voor de in Syrië achtergebleven families is er vaak te weinig voeding, medische zorg en onderwijs”.
Al die dingen kunnen wij niet overzien.
Wij kunnen geen finaal oordeel geven.
Maar de diepste nood is: vele, vele leiders in de wereld werken God tegen.
Voor hen geldt een woord uit 2 Thessalonicenzen 2 over de wetteloze: “hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de ​satan​ is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de ​liefde​ voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden”[7].

Jesaja 36 leert ons de geschiedenis te bezien als de strijd tussen twee legers: de milities van de hemelse God en de legioenen van satan.
Omdat Gods kinderen lid van de militia Christi zijn, zijn zij zeker van de overwinning. De kerk gaat triomfen vieren. Dankzij haar hoofd – Jezus Christus, de Heiland!

Noten:
[1] Zie hierover ook mijn artikel ‘Geloofsvolharding gezocht’, hier gepubliceerd op woensdag 11 december 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/12/11/geloofsvolharding-gezocht/ .
[2] Geciteerd van http://www.bijbelverklaring.com/family-7/2019-aflevering-3-hizkia-n-geschiedenis-of-profetie ; geraadpleegd op maandag 9 december 2019.
[3] Jesaja 36:4 en 5.
[4] Jesaja 36:10.
[5] Jesaja 36:15.
[6] Jesaja 36:18, 19 en 20.
[7] 2 Thessalonicenzen 2:9 en 10.

3 december 2019

Racisme afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het zingt weer door het zwerk: racisme.
Een citaat uit een bericht van de NOS, gedateerd op maandag 18 november 2019: “Racisme in het voetbal is niet alleen een probleem van de tribune, zoals voetballer Ahmad Mendes Moreira gisteren in extreme vorm meemaakte tegen FC Den Bosch. Uit onlangs verschenen onderzoek van het Mulier Instituut en de Erasmus Universiteit blijkt dat voetballers met een multiculturele achtergrond vanuit allerlei hoeken worden gediscrimineerd: door medespelers, trainers en clubmanagement”[1].
Donkere mensen zitten momenteel nogal eens in de hoek waar de klappen vallen.

Het lijkt erop dat onder dat bij dat racisme de afwijkende culturen en gedragspatronen van vluchtelingen en asielzoekers een rol spelen. Is het verbazing? Narrigheid over allerlei veranderingen die te snel gaan? Angst misschien?
Hoe dat zij – Vluchtelingenwerk Nederland meldt ons: “In 2018 vragen 20.353 mensen asiel aan in Nederland. In 2017 zijn dat er 14.716. Het grootste deel daarvan is afkomstig uit Syrië (2.956 personen) en Iran (1.869). 6.463 mensen herenigen zich in 2018 als nareiziger met hun familielid in Nederland”.
En:
“586.530 asielzoekers vragen in 2018 bescherming in een EU-land. Ruim een kwart daarvan wordt opgevangen in Duitsland. Frankrijk vangt 20% op. 14% van de asielzoekers is Syriër. In 2017 vragen nog 654.900 asielzoekers bescherming en in 2016 ruim 1,2 miljoen”.
Verder:
“In 2018 zijn er meer mensen op de vlucht dan ooit. De VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR becijferde dat er 70,8 miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Het vorige recordjaar was 2017 (68,5 miljoen). 6,7 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht. Ruim de helft van de vluchtelingen is jonger dan 18 jaar. 84% van de vluchtelingen wereldwijd wordt opgevangen in een ontwikkelingsland”[2].

Nu het over deze dingen gaat, is het goed om te letten op de profeet Jona.

De geschiedenis is wel bekend.
Het is ongeveer 800 voor Christus[3]. Jona moet gaan prediken in Ninevé, de hoofdstad van het machtige en agressieve Assyrische rijk. Het is simpel en duidelijk: daar heeft Jona geen zin in.
“Het woord van de HEERE kwam tot ​Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht. Maar ​Jona​ stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE”[4].
Jona wil zich blijkbaar niet inlaten met onreine volken.

Uiteindelijk gaat Jona toch naar Ninevé.
De inzet van Jona 3 is helder: “Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot ​Jona: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. Toen stond ​Jona​ op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE. Ninevé was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee. En ​Jona​ begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!”[5].

Er gebeurt een wonder!
Ninevé bekeert zich!
Daarop redt de God van hemel en aarde de Ninevieten van hun ondergang: “Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg ​berouw​ over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”[6].

En daar is Jona het duidelijk niet mee eens: “Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van ​Jona en hij ontstak in woede. Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een ​genadig​ en ​barmhartig​ God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die ​berouw​ heeft over het kwaad. Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven”[7].
Jona is woedend. ’t Was in Ninevé jarenlang een goddeloze bende. Jarenlang was het meest heidense bolwerk dat wij ons kunnen voorstellen… Zij bekeren zich nu. En wat denkt u? De Ninevieten blijven toch leven. ’t Is toch ongelijk verdeeld in de wereld!
Maar de Here zegt: “Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel ​vee?”[8].

De historie van Jona en Ninevé maakt ons duidelijk dat onze God niet aan racisme doet. Hij werkt overal ter wereld; en Hij grijpt krachtig in. Onze God is machtig en Hij is zeer vergevingsgezind.

Iemand schrijft: “…Nergens zegt God dat Israël zich superieur mag voelen en gedragen tegenover andere volken. Hij heeft juist aan Abraham beloofd dat door hem alle volken gezegend zullen worden. Hij wil iedereen in zijn liefde en genade laten delen. Dat laatste is voor veel Israëlieten een moeilijk verteerbare gedachte. Zeker als het gaat om de Assyriërs, een van de wreedste volken van de oudheid. Waar ze komen, laten ze een spoor van verwoesting, marteling en moord na. Zij hebben de ondergang van het tienstammenrijk op hun geweten. De ultieme vijand, die mag je toch wel haten?”.
En:
“De les voor Jona, voor Israël en voor ons is dat God ons oproept om zelfs onze vijand Gods genade te gunnen, net als onze vrienden! Jona krijgt van de heidenen nog een les: de niet-Joodse zeelieden en de inwoners van Ninevé laten in hun daden en in hun gebeden zien dat zij beter begrijpen wie de HEER is dan Jona zelf”[9].

Geloof en racisme – nee, die horen niet bij elkaar. De geschiedenis van Jona bewijst het.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2311045-racisme-in-voetbal-gaat-veel-verder-dan-geschreeuw-op-tribune.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[2] Geciteerd van https://www.vluchtelingenwerk.nl/feiten-cijfers/cijfers-over-vluchtelingen-nederland-europa-wereldwijd ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[3] Zie voor deze datering https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jona ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[4] Jona 1:1, 2 en 3.
[5] Jona 3:1-4.
[6] Jona 3:10.
[7] Jona 4:1, 2 en 3.
[8] Jona 4:11.
[9] Geciteerd van https://holyhome.nl/dhs-032.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.

9 januari 2019

Liefde in Deuteronomium 10

“Want de HEERE, uw God, is de God der ​goden​ en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt, Die recht verschaft aan de ​wees​ en de ​weduwe, Die de ​vreemdeling​ liefheeft door hem brood en ​kleding​ te geven”.

Hierboven staat een citaat uit Deuteronomium 10[1].

Die tekst zet ons zonder dralen midden in de wereld van vandaag. In de wereld van corruptie en oneerlijkheid. In de wereld van eenzaamheid en verdriet. In de wereld van asielverzoeken en vreemdelingenrecht.
Kon er maar wat aan dat onrecht gedaan worden!
Werden de vele vluchtelingen maar wat humaner behandeld!

Het Bijbelboek Deuteronomium is een herhaling van de wet die zo’n 40 jaar eerder op de Sinaï gegeven werd.
Dat die wet nog een keer herhaald wordt is overigens niet zo gek. Alle mensen die de uittocht naar Egypte en de tocht door de woestijn hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Een nieuwe generatie moet Gods wet leren kennen. Een nieuwe proclamatie is dus nodig.

Het boek kan als volgt ingedeeld worden
Hoofdstuk 1-4: Gedachtenis van wat de Heere voor en met Israël gedaan had sinds de uittocht uit Egypte, gedurende bijna 40 jaar.
Hoofdstuk 5-26: Herhaling, uitbreiding en nadere verklaring van de wetten, tevoren gegeven aan de vaders van het geslacht dat nu Kanaän zou binnen gaan.
Hoofdstuk 27-30: Bevestiging van de wet der tien geboden, met dringende vermaning tot gehoorzaamheid.
Hoofdstuk 31-34: Aanstelling van Jozua tot Mozes’ opvolger. Laatste redevoeringen en dood van Mozes[2].

In Deuteronomium 10 wordt Gods wet opnieuw op ‘twee tafelen’ gezet.
Dat was al eens eerder gebeurd. Maar Mozes had ze kapot gegooid toen hij in Exodus 32 met volksbrede afgoderij geconfronteerd werd. De Israëlieten dansten enthousiast rond een gouden kalf…[3]
Maar nu wordt Gods wet opnieuw opgeschreven. En in het begeleidend commentaar wordt het grondmotief van die wet duidelijk: liefde.

Dat is unieke liefde. Dat blijkt onder meer uit Deuteronomium 10: “Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].

De Here spreekt recht.
Hij leert ons vreemdelingen lief te hebben. Dat gaat in Deuteronomium 10 als volgt.
“Daarom moet u de ​vreemdeling​ ​liefhebben, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land ​Egypte. De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

Waarom moeten wij de mensen om ons heen liefhebben, vreemdelingen incluis?
Antwoord Eén: omdat de Here Zijn volk liefheeft.
Antwoord Twee: u weet wat het is om vreemdeling en vluchteling te zijn, want dat hebt u zelf meegemaakt.
Antwoord Drie: de Here heeft u uitgekozen om Zijn kinderen te zijn.

Het is in dezen belangrijk om het kernwoord liefde vast te houden.

In dit verband denk ik aan een standpunt dat het Forum voor Democratie momenteel uitdraagt. Deze politieke partij komt op voor bescherming van Nederlandse verworvenheden.
Men pleit voor de invoering van een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (BNW).
Wat zijn die waarden dan?
“1. Wanneer religieuze leefregels conflicteren met de Nederlandse wet, gaat de Nederlandse wet altijd voor.
2. Iedereen heeft het recht te geloven wat hij of zij wil; dus ook het recht om van zijn of haar geloof af te vallen.
3. Iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken.
4. Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.
5. De partnerkeuze is vrij; uithuwelijking en kindhuwelijken zijn onaanvaardbaar”[5].

Dus –
iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te ridiculiseren. Aldus punt 3 van het bovenstaande.
Alles wat met godsdienst te maken heeft, mag met een verbijsterende onmiddellijkheid belachelijk gemaakt worden. Gelovigen mag je rustig uitlachen. Of het nu islam, Jodendom, hindoeïsme of boeddhisme betreft – het mag allemaal als niet ter zake doende worden weggezet.

Het standpunt van het FvD heeft, op dit punt althans, niet al te veel met liefde voor medemensen te maken. Veel respect voor godsdienstige overtuigingen valt niet te bespeuren. Sterker – een en ander ruikt een beetje naar superioriteit.

Wie de parlementaire vertegenwoordigers van het FvD hoort en ziet kan op sommige momenten wellicht best sympathie voor hen opbrengen. De heer Baudet is een keurige en bij vlagen charmante man. De heer Hiddema komt somtijds enigszins nors over, maar hij kan ook heel nuchtere opmerkingen maken.
Denkend aan het recht van ridiculisering is het FvD echter eensklaps aanzienlijk minder aardig.

Hierboven werd het reeds geschreven: ‘liefde’ is in het Bijbelboek Deuteronomium een kernwoord.
Dat blijkt ook in Deuteronomium 7. Daar gaat het over de verhouding tussen de Israëlieten en de Kanaänieten. De Here zegt: “…u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[6].
Dus –
de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij zegt niet: de Kanaänieten zijn, hoofd voor hoofd, een beetje gek. Hij zegt: omdat Ik mijn volk liefheb, schenk Ik hen leefruimte. Het heerlijk ingrijpen van de hemelse Heer heeft een heel positieve reden.

Ook in onze tijd doet de Here ons grote beloften:
* vergeving van de zonden
* de hemel is het land dat aan Gods kinderen beloofd is.

Dan is het toch logisch dat wij Gods liefde met wederliefde beantwoorden?
Dan is het toch logisch dat wij ons met liefde aan Gods wet houden? Die wet geeft ons leven een prachtig kader!
En dus stemmen wij moeiteloos met Psalm 119 in:
“Mijn vreugd is dat mijn woord U niet verlaat,
mijn hart vindt daarin overvloed van vrede.
Ik die de leugen en het onrecht haat,
heb steeds de liefde voor uw wet beleden”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 10:17 en 18.
[2] Deze indeling is ontleend aan http://christipedia.nl/Artikelen/D/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[3] Zie Exodus 32:19: “En het gebeurde, toen hij in de nabijheid van het kamp kwam en het kalf en de reidansen zag, dat ​Mozes​ in woede ontstak. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en sloeg ze onder aan de berg in stukken”.
[4] Deuteronomium 10:15.
[5] Geciteerd van https://forumvoordemocratie.nl/standpunten/wet-bnw ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[6] Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
[7] Psalm 119:61 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 september 2018

Tumult om twee tieners

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Lili en Howick – de namen van die kinderen kent u wel. Zij dreigden te worden uitgezet naar Armenië. Op het allerlaatste moment werd dat voorkómen. De kinderen zijn al tien jaar in Nederland.
Er is een lang verhaal aan vooraf gegaan. Een heel lange historie. Een veel te lange geschiedenis.

Schrijver dezes is niet op de hoogte van asielprocedures. Het is zijn vak niet. Hij weet er te weinig van.

Maar hij weet wel dat in Leviticus 19 staat: “Wanneer een ​vreemdeling​ bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. De ​vreemdeling​ die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem ​liefhebben​ als uzelf, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God”[1].
De vreemdeling als ingezetene; zo ver moet het gaan. Dat is de taak van de kerk in het Oude Testament.

Het gaat in Leviticus 19 ook over respect voor ouderen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].
Vlak daarna wordt die bepaling over vreemdelingen vermeld.
De boodschap is helder: ondersteun kwetsbare groepen zoveel mogelijk.
De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we, wat dat betreft, in de laatste jaren te vaak geconfronteerd zijn met negatieve berichtgeving: de overheid laat heel wat steken vallen.
De kerk moet echter vooral ook kritisch naar zichzelf blijven kijken. Het welzijn van kwetsbare groepen moet in de werkplaats van de Heilige Geest een ‘hot issue’ wezen!

Wij leven momenteel in de Nieuwtestamentische tijd.
Kunnen en mogen wij die regel over de opvang van vreemdelingen in Leviticus 19 vandaag nog toepassen?
Zeker wel.
Jezus zegt in Mattheüs 5 zelfs: hebt uw vijanden lief. Met andere woorden: ga nog een stap verder!
In het verlengde daarvan mogen we ook opmerken: wees niet te bang dat u die gastvrijheid niet meer vol kunt houden; loop gerust een stap harder.
Waarom is dat zo belangrijk?
Omdat christenen, Gereformeerde mensen inbegrepen, ervan uit moeten gaan dat de verzorging van vreemdelingen alles te maken heeft met het eren van Jezus Christus.

Dat blijkt uit Mattheüs 25.
Daar wijst Jezus op de gang van zaken bij het laatste oordeel. De mensen zullen van elkaar worden gescheiden. En wat is de reden voor die scheiding? Jezus zegt: “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een ​vreemdeling​ en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de ​gevangenis​ en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een ​vreemdeling​ gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ​ziek​ gezien of in de ​gevangenis​ en zijn bij U gekomen? En de ​Koning​ zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[3].
Christenen werken voor hun Heiland als zij met vluchtelingen bezig zijn.
Christenen werken voor Jezus Christus als zij hun best doen om kwetsbare groepen te ondersteunen.

Dit alles overziende past het niet om vluchtelingen voortdurend maar aan het lijntje te houden. Het is niet goed om hen, gedurende lange jaren, een strohalm te geven waar zij zich aan vast kunnen houden.

Lili en Howick – vrijwel iedereen kent die voornamen. Hun achternamen zijn niet zo bekend. De reden daarvan ligt, mogen wij aannemen, in de sfeer van de privacy. En dat is goed.
Intussen zijn beide kinderen echter een symbool geworden.
Het volk ging mee in een soort positieve emotie waar alle nuances allengs uit verdwenen. ’Houdt de kinderen in Nederland; wat er ook gebeurt’ – dat was het algemeen gevoelen.
In zo’n situatie is de verleiding groot om niet teveel te gaan nadenken en simpelweg in te stemmen met de geëmotioneerde natie.
Laten we daar voorzichtig mee wezen.
Gereformeerden moeten zich maar eenvoudig houden aan de leefregel die Micha ons in hoofdstuk 6 leert: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[4].

Noten:
[1] Leviticus 19:33 en 34.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Mattheüs 25:35-40.
[4] Micha 6:8.

13 mei 2016

Weldadige wijn

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Maar anderen zeiden spottend: Zij hebben te veel zoete wijn gehad!”
(Handelingen 2:13).

In de komende weekwisseling vieren wij Pinksteren. Dat doen we in een wereld die in haar voegen kraakt.

In het Nederlands Dagblad van vrijdag 6 mei 2016 staat te lezen: “Europeanen hebben elkaar meer nodig dan ooit tevoren om de drie grote uitdagingen waarvoor de Europese Unie staat, het hoofd te bieden.
Dit schrijven de voorzitters van het Europees Parlement en van de Europese Commissie, Martin Schulz en Jean-Claude Juncker, in een opinieartikel in het Nederlands Dagblad en een aantal andere Europese kranten. Aanleiding voor hun oproep is de uitreiking van de Karelsprijs, die dit jaar naar paus Franciscus gaat. Volgens Schulz en Juncker verdient de paus deze Europese vredesprijs vanwege de boodschap van hoop die hij uitstraalt naar de burgers van Europa.
Volgens de EU-voorzitters moet Europa een eenheid blijven, omdat ons samenlevingsmodel, gebaseerd op democratie, de rechtsstaat, solidariteit en mensenrechten, op het spel staat. ‘Onze economische kracht vloeit voort uit de gemeenschappelijke markt die Europa vormt, en op basis van die kracht kunnen de Europese waarden voor de toekomst worden veiliggesteld en verder worden ontwikkeld.’
De drie grote uitdagingen waarvoor de EU staat, zijn volgens de voorzitters: de bescherming van onze manier van leven, het waarborgen van vrede en veiligheid, en het beheersen van de vluchtelingenstroom. Geen enkele lidstaat, hoe invloedrijk ook, kan alleen zijn belangen doordrukken of andere landen zijn normen opleggen. Door samen te werken zijn wij wel in staat de regels van het spel van de grootmachten mede te bepalen”[1].
Dus:
* de kracht van Europa ontstaat door de gemeenschappelijke markt
* er zijn drie nieuwe uitdagingen:
1. onze manier van leven moet worden beschermd
2. wij moeten veilig kunnen blijven leven
3. de vluchtelingen moeten goed worden opgevangen.

Ook in deze wereld wordt de kracht van God openbaar. Het Evangelie van vergeving en van Gods beloften klinkt in allerlei talen.
Het moment dat dat laatste voor de eerste keer gebeurde is voor ons beschreven in Handelingen 2.

Klaarblijkelijk zijn er in Handelingen 2 ook mensen die geen van de gesproken talen verstaan. Voor hen is al het gesprokene weinig meer dan gebrabbel.
Wat doet men in een dergelijk geval?
Met een dosis sarcasme, een grijns of een grinnik kan men zich een houding geven: ‘die mensen zijn nu al dronken…’.

Dat laatste tekent de situatie in Handelingen 2.
Het is in die periode van het jaar niet de tijd voor nieuwe wijn[2]. Het zou kunnen zijn dat men met zoete wijn wijn aanduidt die door middel van honing en specerijen langer houdbaar is gemaakt[3]. Maar het is duidelijk: de spot druipt er in dit Schriftgedeelte af.
En achter die spot zit ongeloof.

Zulk een patroon vinden we ook elders in de Schrift terug.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Lucas 11: “En Hij was bezig een boze geest uit te drijven en deze was stom. En het geschiedde, toen de geest uitgevaren was, dat de stomme sprak. En de scharen verwonderden zich. Doch sommigen van hen zeiden: Door Beëlzebul, de overste der boze geesten, drijft Hij de geesten uit. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel. Maar Hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere. Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden?”[4].

Rationaliteit, spot en verdeeldheid: dat alles zien we terug in de historie van de eerste Pinksterdag.
De mensen proberen met gezond verstand het Goddelijk handelen te verklaren.
De mensen willen, sceptisch en cynisch als zij zijn, de hemelse God graag eens even testen.
En Jezus? Hij constateert een diepe verdeeldheid.

Daarmee komen – wat mij betreft – die opmerkingen over zoete wijn uit Handelingen 2 opeens ietwat dichter bij de Europese situatie te staan.
Waarom?

In Europa zegeviert het gezond verstand.
Rationeel wordt op een rij gezet wat er gedaan moet worden.
Er wordt gesproken over democratie, over de rechtsstaat, over solidariteit en over mensenrechten. Dat klinkt natuurlijk heel goed. Alleen maar: dat alles is gebaseerd op de goede wil der Europese burgerij. Op inschikkelijkheid en nuchterheid. Men zegt: “geen enkele lidstaat, hoe invloedrijk ook, kan alleen zijn belangen doordrukken of andere landen zijn normen opleggen”.
We moeten, zegt men, nuchter blijven. Om zo te zeggen: al te veel zoete wijn is nergens goed voor; blijf maar met beide benen op de grond staan.

U begrijpt: we moeten in dit verband al helemaal niet spreken over normen die God ons oplegt.
Het moet, om zo te zeggen, voor de gewone burger begrijpelijk blijven. En grijpbaar, liefst.
Met verhalen uit de Bijbel hoeft niemand meer aan te komen. En zeg vooral niet dat die verhalen echt Bijbelse geschiedenis zijn!
Wat kan men er mee aanvangen in de onoverzichtelijke wereld van vandaag?
Laten wij, zo mompelen de leiders wellicht, toch maar gaan genieten van een karafje goede wijn; misschien kunnen wij dan meteen even rustig nadenken over goede oplossingen voor de steeds groter wordende problemen.

Inderdaad – er zijn, anno Domini 2016, uitdagingen genoeg. Rationeel denkende mensen sommen netjes op wat er gedaan moet worden.
De verdeeldheid is echter groot. En de daadkracht wordt navenant kleiner.
Men zegt: we hebben elkaar nodig. Maar op andere momenten wil men eigenlijk niets liever dan elkaar achter het behang plakken.
Men praat door elkaar heen. En men begrijpt, uit het er op aan komt, soms maar bitter weinig van situaties in de verschillende landen. Ach – als het fel te keer gaat, drijft men zomaar de spot met elkander.
En o, o… wat staan zij samen sterk! Zeggen de Europese leiders tegen beter weten in. Want iets anders en iets beters weten zij ook niet.
Misschien drinken zij nog een glaasje zoete kwaliteitswijn. Om de teleurstelling weg te drinken. En om, teneinde de gemoedsrust van de ‘gewone’ Europeanen te bevorderen, enige saamhorigheid te tonen.

In die wereld klinkt het Evangelie van de opgestane Christus.
In verschillende talen.
Maar het is wel steeds hetzelfde Evangelie.

Maar, zo vraagt iemand, wat lost dat Evangelie nu op?

Kun je met dat Evangelie, bijvoorbeeld, een levensstijl veranderen?
Jazeker! Als we met lege handen bij God komen, zal Hij onze levens vullen. Zijn Heilige Geest zal volop actief zijn.

Kun je met dat Evangelie, bijvoorbeeld, veiligheid garanderen?
Laat het helder zijn dat de zonde in deze gebroken wereld altijd zal blijven bestaan. Maar vanuit het Woord van God leren we wel welke maatregelen we tegen criminelen moeten nemen.

Kun je met dat Evangelie, bijvoorbeeld, de vluchtelingenstroom beter reguleren?
Laat het duidelijk wezen dat het Evangelie ons telkenmale tot het besef moet brengen dat vluchtelingen door God geschapen mensen zijn. Daarom moeten wij vluchtelingen niet als nummers behandelen. We zullen ons moeten realiseren dat bureauwerk nodig is, maar dat de christelijke liefde altijd de boventoon moet voeren!

Ach ja, het is duidelijk dat de problematiek in Europa niet in één artikel volledig kan worden opgelost. Maar een richtingwijzer kan dit stuk zeker wel wezen.
Wij moeten, om het met Handelingen 2 te zeggen, “in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken”[5].
Als wij dat trouw blijven doen gaat het met ons de goede kant uit.
Als wij volhardend blijven geloven in de beloften die in Handelingen 2 gepredikt worden, dan is er toekomst.
Dan geldt ook voor ons dat woord van Jezus uit Mattheüs 26: “Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders”[6].

Hoe die wijn zal smaken weet niemand.
Hemels, in ieder geval.

Noten:
[1] “Europees samenlevingsmodel onder druk”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 6 mei 2016, p. 1.
[2] Zie de kanttekeningen bij de Statenvertaling. Onder meer te vinden op http://www.statenvertaling.nl/ . Geraadpleegd op vrijdag 6 mei 2016.
[3] Zie hiervoor de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Handelingen 2:13.
[4] Lucas 11:14-18 a.
[5] Handelingen 2:11.
[6] Mattheüs 26:29.

25 februari 2016

Vluchtelingenproblematiek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Het nieuws over de vluchtelingenproblematiek dreigt ons soms te overspoelen. De kranten staan er vol mee. In televisie- en radioprogramma’s wordt er schier eindeloos over gesproken.

Een rechtgeaard Gereformeerd mens vraagt zich wellicht af wat hij met al dat nieuws moet. Passende oplossingen lijken niet of nauwelijks voorhanden. De samenwerking in het Europese werelddeel is, als het om de opvang van vluchtelingen gaat, op z’n zachtst gezegd tamelijk moeizaam.

Gods Woord is, ook in onze tijd, geen handboek met oplossingen en protocollen. Wij mogen de Bijbel echter niet dicht laten. Ook in een tijd van oorlog, terreur en vluchtelingenstromen heeft onze God het te zeggen.

In Mattheüs 24 gaat het onder meer over vluchtelingen. Leest u maar even mee.
“Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.
Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen[1].

Over bovenstaand Schriftgedeelte wil ik vandaag gaarne enkele gedachten doorgeven.

Gods kinderen moeten volharden in hun geloof. Het is belangrijk om dat vast te stellen.
Er staat in Mattheüs 24 niet dat ware gelovigen steeds behoren te proberen om overzicht te houden over de gebeurtenissen in de wereld.
Dat kan namelijk niet. Ook de wereldleiders hebben geen exact overzicht van alle gebeurtenissen op aarde. Zij zetten enkele lijnen uit. En het kost die regeerders geweldig veel moeite om die lijnen evenwijdig te laten lopen.
Van Gods kinderen wordt volharding gevraagd. Er zal namelijk een moment komen dat de Heiland verschijnt: “Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere”[2].
Al die berichten over die vluchtelingen moeten ware gelovigen richten op de wederkomst van Jezus Christus.
Moeten we dan maar over al de vluchtelingen van 2016 heen kijken? Nee. Natuurlijk niet. Maar onze blik moet ook in die wandelende mensenmassa’s blijven steken.

Het Evangelie van Gods Zoon zal in heel de bewoonde wereld geproclameerd worden. Dat Evangelie is een getuigenis, een marturion. Dat Griekse woord ‘marturion’ komt uit de rechtspraak. Het getuigenis is een bewijs vóór of tegen iemand.
Naarmate dat Evangelie in de wereld luider en indringender klinkt, wordt het bewijs dat Gods beloften werkelijkheid worden steeds harder.
Zolang de Heiland nog niet terug is op aarde, is er voor alle wereldburgers om zich te laten overtuigen.
In die situatie spreekt het bijna vanzelf dat mensen die reeds het eigendom van Jezus Christus zijn, metterdaad contact houden met hun Heiland. Zij weten immers dat Hij terugkomt om een nieuwe toekomst te openen?

De verschrikkingen die in Mattheüs 24 beschreven staan komen, om zo te zeggen, niet uit de lucht vallen.
De profeet Daniël spreekt er in het Oude Testament al over. In hoofdstuk 11 bijvoorbeeld: “Dan zullen strijdmachten door hem op de been gebracht worden; zij zullen het heiligdom, de vesting, ontheiligen, het dagelijks offer doen ophouden en een gruwel oprichten, die verwoesting brengt. En degenen die zich misgaan tegen het verbond, zal hij door vleierijen tot afval bewegen, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen”[3].
Over die woorden van de profeet Daniël zou veel te schrijven zijn. Vandaag volsta ik met het volgende.
Het dagelijks offer in de tempel kan niet meer worden gebracht. Sterker nog: de tempel wordt op een schandelijke manier verontreinigd. De Here God wordt aan de kant geschoven; men zet er zijn eigen afgoden voor in de plaats.
Wordt de kerk dan volkomen weggevaagd? Zeker niet. Want ware gelovigen zullen krachtig wezen. In de kerk worden de activiteiten niet gestaakt. Integendeel. In de kerk is het een drukte van belang!

Gelovigen moeten vluchten, zegt Jezus in Mattheüs 24.
In sommige delen van de wereld is dat nu al het geval. En wellicht komt het in Nederland ook wel eens zover.
Misschien zullen ook wij ons eens uit de voeten moeten maken. Misschien moeten onze nakomelingen een schuilplaats zoeken in bergen, ravijnen en moeilijk toegankelijke rotspartijen.
Maar dat alles, geachte lezers, is geen reden om de zaak maar blauwblauw te laten.

De beelden van wanhopige vluchtelingen buitelen in de media over elkaar heen.
Misschien hebben wij, kerkmensen van 2016, de neiging om ons maar stil te houden. Wellicht menen wij dat het Woord van God in onze tijd niet meer verkondigd kan worden. Heeft evangelisatie in onze tijd nog wel zin?
Geachte lezers, ook in deze tijd is de boodschap voor de kerk: volhardt in het geloof; houdt Gods beloften vast!
Gereformeerde mensen – ja, ook zij – mogen vluchtelingen helpen waar zij kunnen.
Gereformeerden mogen laten blijken dat zij, dankzij dat Woord van God, in staat zijn om over de vluchtelingenproblematiek heen te kijken.
Er is perspectief.
Er is toekomst.

Daarom noteer ik nog één keer die prachtige woorden uit Mattheüs 24: “Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden”.
Laat die woorden maar echoën in ons brein!
Laten die woorden het motto van de dag maar wezen!

Noten:
[1] Mattheüs 24:13-16.
[2] Mattheüs 24:29, 30 en 31.
[3] Daniël 11:31 en 32.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.