gereformeerd leven in nederland

7 november 2018

Dankdag 2018: de Here komt eraan

“Vakorganisatie CGMV en Contact Christen Agrariërs (CCA) roepen kerken ertoe op om op dankdag te bidden voor agrarische families die te maken hebben met zorgen en spanningen na de droge en warme zomer. De organisaties roepen ook op tot dankbaarheid ‘voor boeren en tuinders die met veel passie en inzet ons voedsel produceren’”.
Aldus een klein berichtje in het Reformatorisch Dagblad[1].
Die korte oproep bepaalt ons erbij dat we dankbaar mogen zijn voor het voedsel dat in ons land in ruime mate te krijgen is.
Die dankbaarheid mogen we vandaag – op Dankdag 2018 – laten blijken. Maar die dank brengen wij in de eerste plaats aan de God van het verbond.
En laten we het meteen maar zeggen: dat is niet alleen een kwestie van onze eigen vierkante meter.

Die boer van hierboven komen we ook tegen in Jacobus 5.
Ik citeer: “Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de ​landbouwer​ verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. U moet ook geduldig zijn en uw ​hart​ versterken, want de komst van de Heere is nabij”[2].
De regen die in de winter en in de lente valt is belangrijk voor het voedsel van alledag. Wanneer komt die regen? Dat kan niemand zeggen. Je kunt eigenlijk alleen maar geduldig afwachten.
Zo wachten Gereformeerde mensen op de terugkomst van Jezus Christus. Om met Psalm 96 te spreken:
“…want Hij komt, want Hij komt om de aarde te oordelen.
Hij zal de wereld oordelen in ​gerechtigheid
en de volken met Zijn waarheid”[3].

Dankdag wijst heen naar de dag waarop Jezus Zijn oordeel uit zal spreken over al het werk dat op de aarde door burgers van alle tijden en plaatsen gedaan is.
Hij heeft ons gevoed en krachten gegeven om allerlei werk te doen. Hoe hebben wij die energie gebruikt?
Op die dag zal blijken dat kinderen van God ten dienste van hun Heer hebben geleefd.
Dankdag 2018 is, om zo te zeggen, een dag voor een tussenstop. Een dag om het ongeduld af te stoppen. Een dag om de hoop te voeden. Een dag waarop die vraag uit Lucas 18 om een antwoord roept: “… zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?”[4].

Nu kan iemand zeggen: in Jacobus 5 gaat het over regen.
En het is juist die regen waar wij in de afgelopen zomer in Nederland zo weinig van hebben gehad. De NOS meldde onlangs: “De warme en gortdroge zomer heeft een veel lagere oogst van aardappelen, suikerbieten en uien tot gevolg. Naar verwachting valt de aardappeloogst 23 procent lager uit, de oogst van suikerbieten ligt 13 procent lager. Uien spannen de kroon met een opbrengst die 44 procent onder die van vorig jaar ligt. Dat blijkt uit de oogstramingscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)”[5].
Dat klinkt nogal alarmerend; daar doe ik niets van af. Maar ik vraag ook: zou het niet zo wezen dat de Here God ons oefent in geduld? Niet voor niets is geduld een deel van de vrucht van de Geest![6]

Jacobus nodigt ons trouwens ook uit om verder te kijken dan onze neus lang is.
Iemand schrijft: “De brief is gericht aan de twaalf stammen in de verstrooiing (…) dus waarschijnlijk bestemd aan christen-joden in het buitenland. Dat het bestemd was voor joodse lezers blijkt uit de stijl, het feit dat Jacobus het heeft over de ‘synagoge’ (…) bij ons vertaald als ‘vergadering’. Diverse uitspraken zinspelen op oudtestamentische teksten. Jakobus focust zich voornamelijk op de praktijk van het leven als christen. Jacobus is blijkbaar bevreesd dat de losgebarsten vervolgingen tegen de christenen en andere omstandigheden, het geloof van zijn lezers zouden doen verminderen of zelfs uitdoven. In de brief wil hij hen aanmoedigen en vertroosten te midden van de beproevingen”[7].
Jacobus kijkt dus naar het buitenland.
Hij kijkt over grenzen heen.
En hij kijkt ook ver terug in de geschiedenis van kerk en wereld. Hij schrijft namelijk ook: “Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van ​Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en ​barmhartig”[8].
Soms lijkt het alsof de Here aan de zijlijn staat.
Soms lijkt het alsof Hij veel te laat ingrijpt.
Maar wie op de Here vertrouwt mag weten: uiteindelijk komt het goed! Misschien gebeurt dat niet op de manier die wij voor ogen hebben; maar Hij zorgt wel dat wij verder kunnen.

Over de wereldvoedselvoorziening heerst veel pessimisme.
Iemand noteert: “De verwachtingen voor 2050 zijn, dat de wereldbevolking dan zal zijn gegroeid tot 9 miljard mensen en dat bij voortzetting van het huidige gebruik van land er grote voedsel- en watertekorten zullen zijn. Die tekorten zullen mogelijk veel groter zijn dan in 2008, toen hoge voedselprijzen tot voedselrellen en onlusten leidden in Azië en Afrika. De Wereldbank heeft er in een rapport in 2013 over de armoedebestrijding dan ook nadrukkelijk op gewezen dat landen veel meer zouden moeten investeren in de landbouw”[9].
Wie dat leest beseft: we mogen inderdaad wel blij wezen met onze agrariërs.
Laten we maar verheugd zijn over het werk dat zij doen!
Maar laten wij vooral niet vergeten dat wij altijd in nauw contact met de Here behoren te blijven. Om het maar weer met Jacobus 5 te zeggen: “Is iemand onder u in lijden? Laat hij ​bidden. Heeft iemand goede moed? Laat hij lofzingen”[10]. Blijmoedig met de Here leven – dat kan in alle omstandigheden!

Op deze Dankdag gaan wij, als het even kan, naar de kerk.
En misschien zegt iemand: ach, wat helpt dat? Er gaan nog maar zo weinig wensen naar een godshuis. Zetten onze inspanningen nog wel zoden aan de dijk? Heeft de kerk nog wel perspectief?
Laten wij, bij zulk gepraat, Jacobus 5 maar ter harte nemen: “Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet veroordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur”[11].
Klaag maar niet over de droge zomer.
Of over de misoogst van aardappels.
Of over de kerk die gaandeweg kleiner lijkt te worden.
Dankdag is een dag voor een tussenstop.
Een dag om te bedenken: de Here is in aantocht. Hij zal de levenden en de doden oordelen.
En met de Nederlandse Geloofsbelijdenis stemmen we in: “……als een genadige beloning zal de Heer de gelovigen en uitverkorenen zo’n heerlijkheid doen bezitten als in het hart van een mens nooit zou kunnen opkomen. Daarom verwachten wij die grote dag met sterk verlangen, om ten volle te genieten de beloften van God in Jezus Christus, onze Here”[12].

Noten:
[1] “Bid en dank voor agrariërs”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 30 oktober 2018, p. 3.
[2] Jacobus 5:7 en 8.
[3] Psalm 96:13.
[4] Lucas 18:8.
[5] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2257205-misoogst-bij-uien-en-aardappelen-door-droogte.html ; geraadpleegd op donderdag 1 november 2018.
[6] Galaten 5:22: “De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”.
[7] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/J/Jakobus_(brief_van) ; geraadpleegd op donderdag 1 november 2018.
[8] Jacobus 5:11.
[9] Geciteerd van https://www.sustainablefoodsupply.org/duurzame-wereldvoedselvoorziening/ ; geraadpleegd op donderdag 1 november 2018.
[10] Jacobus 5:13.
[11] Jacobus 5:9.
[12] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.

24 juli 2018

Op weg naar het staatsbanket

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat gaat u eten vandaag?
Dat is een wat merkwaardige vraag op een internetpagina waar alles draait om Bijbel, kerk en actualiteit.
Nee nee, dit is niet de aftrap voor een bizar soort kookrubriek.
Het zal snel duidelijk worden waarom ik toch met die vraag begin.

We gaan nu van de keuken naar de kerk.

Jezus Christus is in de kerk aan het werk.
Jazeker – de Geest van Christus werkt in alle kerkmensen.
Wij kunnen ons dat niet voorstellen. Je kunt toch niet op meer dan één plaats tegelijk zijn? Dat soort menselijke voorstellingen moeten wij maar gauw loslaten. Onze Heiland werkt ‘all over the world’.
Overal en nergens pleegt Hij onderhoud aan de kerk. Onvermoeibaar stuurt Hij de Evangelieverkondiging aan. Steeds weer geeft Hij mensen energie om uit hun stoel te komen om voor Hem aan het werk te gaan.
De kerk is een mooie en volstrekt unieke leefomgeving!

Johannes vermeldt in hoofdstuk 6 iets opmerkelijks over onze Here Jezus Christus. Citaat: “Hem heeft God de Vader verzegeld”[1].
Is dat niet een beetje merkwaardig?
Natuurlijk – waardevolle documenten kun je van een zegel voorzien.
Je kunt, bijvoorbeeld, ook een huis verzegelen om te voorkomen dat onbevoegden allerlei dingen achterover drukken.
Jazeker – Gods kinderen worden ook verzegeld. Dat schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 1: “…in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, ​verzegeld​ met de ​Heilige​ Geest​ van de belofte”[2]. Dat is wel te begrijpen. Zondige mensen moeten afgeschermd en beschermd worden. Voordat je ’t weet zit hun leven vol met duivelse verontreiniging.
Maar Gods Zoon verzegelen – is dat niet ietwat vreemd? Hij is toch heilig en goed? Is die verzegeling bij Hem eigenlijk wel nodig?

Een exegeet schrijft: “De gebruikelijke vertaling ‘want op Hem heeft God de Vader zijn zegel gedrukt’ gaat voorbij aan de woordvolgorde in het Grieks: ho patèr… ho theos (Vader…God). In het Nieuwe Testament is de volgorde altijd andersom: ‘God de Vader’ of ‘de God en Vader van…’. Daarom moeten we (…) vertalen: ‘want op Hem heeft de Vader zijn zegel gedrukt: God’. Hiermee bevestigt Jezus indirect zijn godheid”[3].

Een andere uitlegger noteert: “Hem heeft God de Vader ‘verzegeld’. Dat wil zeggen dat God Hem ‘van een herkenningsteken heeft voorzien’. Het betekent tevens dat God Hem ‘met hemelse kracht heeft toegerust’”[4].

De verzegeling van de Here Jezus Christus betekent dus zoveel als: Hij heeft zijn legitimatiebewijs bij Zich. Je kunt zonder moeite controleren waar Hij vandaan komt. Zijn identiteit is bekend. En daar hoeft niemand geheimzinnig over te doen.

Wederom citeer ik Johannes 6.
“Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader ​verzegeld. Zij zeiden dan tegen Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten? Jezus​ antwoordde en zei tegen hen: Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft”[5].

De kerk is, als het goed is, een prettige leefgemeenschap. Als het een beetje wil is de sfeer er prima. In de kerk voelen we ons hopelijk veilig en geborgen.
Maar de kerk op aarde is niet meer dan een tijdelijk huis. Er hangt, om zo te zeggen, een onzichtbaar bordje in de kerk: ‘wij zijn op reis; ons eindpunt is de hemel’.

Wat moeten wij doen?
Dat vragen de mensen die in Johannes 6 om Jezus heen staan.
Antwoord: uw geloof is een werk van God!

Wij krijgen het eeuwige leven van Jezus Christus.
Ja, dat weten Gods kinderen heel zeker. De Heiland heeft immers Zijn legitimatiebewijs bij Zich?

Dat is een grote troost.
Ook in 2018.

Vandaag de dag hebben heel wat mensen het druk met hun eetpatroon.
U kent de verhalen daaromheen vast wel.
* Je moet goed ontbijten, want je moet energie hebben om de dag te beginnen
* Drink regelmatig water
* Eet langzaam, in kleine porties
* Eet regelmatig
* Eet gevarieerd, en hou rekening met de schijf van vijf
* Eet veel groente en fruit.
En zo is er nog veel meer[6].

Lekker eten: het is reuze belangrijk om je daar mee bezig te houden.
Sterker nog – als er een studie voor smulpaap bestond, zou ik graag overwegen om mij daarvoor in te schrijven.

Echter: van veel groter belang is – om in de stijl van Johannes 6 te blijven – “het ware brood uit de hemel”[7]. Jezus Christus maakt Zijn kinderen klaar voor het eeuwige leven.
Gelovigen krijgen allen een legitimatiebewijs, een paspoort dat toegang geeft tot de hemel.

Wat gaat u eten vandaag?
Dat is een interessante vraag.
Maar die aardse maaltijd is een tussenstop op weg naar die eindeloos heerlijke maaltijd in de hemel.
Het is dat staatsbanket waarover we in Openbaring 3 lezen: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[8].

Als we aan die heerlijke maaltijd denken, smaakt het eten van vandaag misschien een beetje beter.

Noten:
[1] Johannes 6:27 b.
[2] Efeziërs 1:13.
[3] Dr. P.H.R. van Houwelingen, “Johannes: het evangelie van het Woord”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 1997; derde druk 2007. – p. 155.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 6:27.
[5] Johannes 6:27, 28 en 29.
[6] Zie bijvoorbeeld https://www.lekkerinhetleven.nl/welzijn/gezin-gezondheid/artikel/10-tips-voor-een-gezond-leven ; geraadpleegd op woensdag 11 juli 2018.
[7] Johannes 6:33.
[8] Openbaring 3:20 en 21.

25 september 2017

Het heil komt van de Here

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Wie oud is, kijkt terug op zijn leven. Wat waren de hoogtepunten? Waar ging het mis?
Dat doet Jakob in Genesis 49 ook.
Maar Jakob doet meer.
Hij kijkt ook vooruit. Hij ziet wat zijn nageslacht te wachten staat. Opnieuw is Jakob profetisch bezig.
Nee, we kunnen niet precies zeggen of en wanneer alle profetieën werkelijkheid geworden zijn. Dat komt omdat we over de historie de verschillende stammen doormaken, onvolledig zijn ingelicht.
De Here vindt het echter blijkbaar noodzakelijk dat wij weten wat de laatste woorden zijn die Jakob tegen zijn zonen zegt.

Jakob herinnert eraan dat Ruben zich heeft vergrepen aan de bijvrouw van Jakob, Bilha[1].
Dergelijke ontrouw draag je je hele leven mee. De gevolgen van zulke trouweloosheid zijn vaak ook levenslang zichtbaar. Niet voor niets lezen wij in Spreuken 6:
“Wie met een vrouw ​overspel​ pleegt, is zonder verstand.
Wie dat doet, richt zijn ziel te gronde.
Plaag en schande zal hij vinden
en zijn smaad zal niet uitgewist worden”[2].
Dat zouden velen in 2017 ook wat vaker moeten bedenken!

Jakob kijkt nog wat verder terug. Hij richt zijn blik op de treurige historie van Sichem[3].
Als mensen onbeteugeld hun gang gaan, komt het van kwaad tot erger. En dat kan met zondige mensen zomaar gebeuren!
Ook voor ons is het daarom van belang om Psalm 1 voor in ons hoofd te houden:
“Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt”[4].

Juda heeft het zevende gebod ook op grove wijze overtreden. Maar daar maakt Jakob geen woorden aan vuil.
Jakob zegt: het toekomstig leiderschap van Juda zal zich ten volle ontplooien. En wel in de geboorte van de Messias, onze Heiland.
Juda is iemand die door de Verbondsgod uitverkoren is, een uitgekozene. En daarom geldt voor hem wat de apostel Paulus in Romeinen 8 noteert: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de ​Eerstgeborene​ zou zijn onder vele broeders”[5].

Er zijn heel wat zonen die niet erg vleiend worden toegesproken.
Issaschar wordt bijvoorbeeld getekend als een bonkige ezel.
Jakobs zoon Dan wordt getypeerd als een slang op de weg en een adder op het pad.
Gad lijkt wel voortdurend op oorlogspad.
Benjamin wordt gekarakteriseerd als een verscheurende wolf[6].
Het bovenstaande klinkt, om het maar zachtjes uit te drukken, niet erg complimenteus.
We moeten niet vergeten dat Jakob hier profetisch bezig is. Het gaat er niet niet om dat hij zijn zonen moed moet inspreken, of over de bol dient te aaien. Jakob is hier een woordvoerder van God.

Maar is daarmee alles gezegd?
Nee, dat niet. Want middenin zijn betoog zegt Jakob: “Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!”[7].
Vader Jakob lijkt te treuren om het leed dat hij moet aanzeggen.
Maar zijn geloof wankelt niet.
Midden in al die tegenspoed blijft Jakob het belijden: ik verwacht hemelse bescherming!
Daarin klinkt iets van de antithese door, de kloof tussen kerk en wereld.
Jesaja tekent die kloof in hoofdstuk 45 heel duidelijk uit: “Zij allen zullen beschaamd en ook te schande worden, tezamen zullen zij met smaad weggaan, de makers van ​afgodsbeelden. Israël echter wordt door de HEERE verlost: een eeuwige verlossing. U zult niet beschaamd en niet te schande worden, voor eeuwig niet, nooit!”[8].
Die kloof ziet Jakob heel duidelijk voor zich. En hij weet: van Hem moeten wij het verwachten.
Jakob kijkt verder dan zijn eigen hemelleven. Hij heeft het net gezegd: “De ​scepter​ zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen”[9]. Jakob behoort die verzameling mensen waarover de Hebreeënschrijver meldt: “Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij ​vreemdelingen​ en bijwoners op de aarde waren”[10].

In 2017 weten wij natuurlijk meer.
Onze Heiland is op aarde gekomen. Hij heeft geleden, is gestorven en ook weer opgestaan. Hij is opgevaren naar de hemel. En wij geloven het: “vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden”[11].
Wij wachten nog op de voltooiing van de heilshistorie.
En laten wij maar eerlijk wezen: soms vliegt de ellende in onze wereld ons aan.
Denkt u alleen maar aan de vele voedselschandalen die we kennen. Niet zo lang geleden mochten we even geen eieren meer eten. Heel veel eieren bleken besmet met het voor mensen schadelijke fipronil[12]. Ach, u kent die voedselschandalen wel: diepvriesnasi en diepvriesspinazie die verontreinigd zijn met nitriet uit het koelsysteem van Iglo-bestelwagens, de BSE-crisis, paardenvlees dat met rundvlees vermengd is – er is zoveel waar we ons zorgen over kunnen maken[13].
Door alles heen mogen wij het blijven belijden:
“Maar het heil van de rechtvaardigen komt van de HEERE,
hun kracht ten tijde van benauwdheid”[14].

Nog één keer ga ik in dit artikel terug naar Genesis 49.
Aan het einde van de eerste perikoop lezen wij: “Hij zegende hen, elk met een eigen ​zegen”[15].
Een uitlegger noteert daarbij: “Hoewel Ruben, Simeon en Levi straf hebben aangezegd gekregen, hebben zij toch gedeeld in de zegeningen van het Verbond, die God aan zijn volk zou schenken. Zeker, als je bedenkt dat hier de weg naar de Christus via Juda wordt opgehouden. De zegeningen zijn niet alleen stoffelijk, maar veel meer geestelijk”[16].
Ja, ook voor kerkmensen in 2017 geldt voluit dat woord uit Efeziërs 1: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke ​zegen​ in de hemelse gewesten in ​Christus”[17]!

Noten:
[1] Zie Genesis 35:22. Zie ook mijn artikel ‘De misstap van Ruben’, hier gepubliceerd op maandag 5 oktober 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/10/05/de-misstap-van-ruben/ .
[2] Spreuken 6:32 en 33.
[3] Zie Genesis 34.
[4] Psalm 1:1 en 2.
[5] Romeinen 8:28 en 29.
[6] In het bovenstaande gebruik ik onder meer http://oudesporen.nl/Download/OS1004.pdf ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[7] Genesis 49:18.
[8] Jesaja 45:16 en 17.
[9] Genesis 49:10.
[10] Hebreeën 11:13.
[11] Geciteerd uit de Apostolische Geloofsbelijdenis.
[12] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Fipronil ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[13] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Voedselschandaal ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[14] Psalm 37:39.
[15] Genesis 49:28.
[16] Geciteerd van http://www.hogerhoning.nl/ .
[17] Efeziërs 1:3.

31 december 2015

Jaarwisseling 2015-2016: rein het nieuwe jaar door

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Vandaag is het Oudejaarsdag. Morgen gaan we het jaar 2016 in. Wij staan dus op de drempel van een nieuw begin.
In verband daarmee vraag ik vandaag graag uw aandacht voor enkele aspecten van Gods Woord, zoals dat tot ons komt in Exodus 30. De bedoelde passage citeer ik in de volgende alinea.

“De Here sprak tot Mozes: Gij nu zult een vat van koper maken met een voetstuk van koper, voor de afwassingen, het plaatsen tussen de tent der samenkomst en het altaar, en daar water in doen. En Aäron en zijn zonen zullen daarin hun handen en voeten wassen. Wanneer zij naar de tent der samenkomst komen, zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij naderen tot het altaar, om dienst te doen en een vuuroffer in rook te doen opgaan voor de Here. Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; het zal voor hen een altoosdurende inzetting zijn, voor hem en voor zijn nakomelingen naar hun geslachten.
De Here sprak tot Mozes: Gij nu, neem u zeer fijne specerijen: vijfhonderd sikkels vanzelf gevloeide mirre, en half zoveel: tweehonderd en vijftig sikkels, welriekende kaneel, en tweehonderd en vijftig sikkels welriekende kalmoes, en vijfhonderd sikkels kassie, naar de heilige sikkel, en een hin olijfolie. Gij zult het tot een heilige zalfolie maken, als een zorgvuldig bereid mengsel, zoals een zalfbereider dat bereidt; het zal een heilige zalfolie zijn.
Gij zult daarmede zalven de tent der samenkomst en de ark der getuigenis, de tafel met al haar gerei, de kandelaar met al zijn gerei, en het reukofferaltaar; het brandofferaltaar met al zijn gerei, het wasvat met zijn voetstuk. Gij zult ze heiligen, zodat zij allerheiligst zijn; ieder die ze aanraakt, zal heilig zijn. Ook Aäron en zijn zonen zult gij zalven en heiligen om voor Mij het priesterambt te bekleden”[1].

De priesters moeten, als zij in de tempel dienst doen, zichzelf reinigen. Reinheid is een absolute voorwaarde in het Verbondsverkeer. Een ongewassen priester vindt de dood.
De zalfolie is heilig. En ook heiligend. Die olie mag alleen in Gods heiligdom gebruikt worden. Iemand die deze zalfolie volgens de voorschriften maakt, maar ‘m vervolgens gebruikt voor de zalving van een onbevoegde, zal uitgeroeid worden.

Wat wil dat zeggen? In ieder geval het volgende.
Van nature zijn priesters voor de hemelse God ontoonbaar. Niet om aan te zien. De vuilheid ten top.
Toch wil de Here zulke mensen inzetten. Hij gebruikt mensen in die tot in de vezels van hun bestaan bedorven en verdorven zijn. Hij heeft mensen in dienst die vanuit zichzelf op geen enkele manier bij God passen.
De Verbondsgod had ook kunnen besluiten Zijn plan uit te voeren zonder tussenkomst van mensen. Maar dat deed Hij niet. En dat doet Hij nog steeds niet.
Feitelijk is het een wonder dat de Here God menselijk instrumentarium gebruikt!
Wij gaan een nieuw jaar in. Als de Here Jezus nog niet terugkomt zal de kerk ook in het komende jaar blijven bestaan. Dat is, als wij naar alleen naar de prestaties van mensen kijken, volstrekt verbazingwekkend. Maar de God van hemel en aarde roept ons op om onze blik op Hem te richten. Hij draagt zorg voor Zijn kerk. Hij heiligt haar. Hij draagt haar de toekomst in. Daar mogen en moeten wij op blijven vertrouwen.

Voelt u hoe belangrijk heiliging van het leven is?
Vandaag zijn alle door God uitgekozen mensen priesters. Al die priesters brengt Hij in de kerk bijeen.
Denkt u in dit verband maar aan 1 Petrus 2: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen”[2].
Een exegeet noteert bij deze tekst: “Elke gelovige is een priester van God die dienst doet in het huis van God, de gemeente, met als eerste opdracht: het brengen van offers”. Met die offers zijn onze gebeden, onze lofprijzingen en onze dankzeggingen bedoeld[3].
De Here roept ons op om heilig te leven: in de wereld, maar niet van de wereld. Vandaag, en ook in het komende jaar 2016.

Laat ik teruggaan naar Exodus 30.
Die zalfolie staat symbool voor de aanwezigheid van de Heilige Geest. De Here God geeft steun en hulp aan mensen die, in Zijn dienst, leiding dienen te geven. Koningen bijvoorbeeld. En profeten. Denkt u maar aan Psalm 2:
“Waarom woelen de volken
en zinnen de natiën op ijdelheid?
De koningen der aarde scharen zich in slagorde
en de machthebbers spannen samen
tegen de Here en zijn gezalfde”[4].
Of aan 1 Koningen 19: “Voorts zult gij Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning over Israël; en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mehóla, zult gij zalven tot profeet in uw plaats”[5].

In de Nieuwtestamentische kerk wordt de Heilige Geest aan veel meer mensen gegeven.
Ik wijs u in dit verband graag op Handelingen 10. Daar prediken de apostelen “Jezus van Nazareth, hoe God Hem met de heilige Geest en met kracht heeft gezalfd”[6].
Een paar verzen verderop lezen we: “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken”[7].
Dat is nu de stand van zaken in de kerk. De Heilige Geest werkt bij en in allen die het Woord horen.
Paulus vat de zaak in Efeziërs 5 zo samen: Christus heeft zijn gemeente liefgehad en zich voor haar overgegeven “om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord”[8].
Dat proces gaat ook door in het volgende kalenderjaar!

Hoe kunnen wij Exodus 30 – en wat daar verder volgt – in verband brengen met onze tijd?
Daarover geef ik hieronder enige richtinggevende gedachten.

1.
In de laatste maanden zijn er steeds meer berichten gekomen over voedsel dat kanker zou veroorzaken. Met name rood vlees zou slecht zijn. U kent die verhalen wel.
Het Voedingscentrum houdt ons voor: “De kans op sommige vormen van kanker kan verkleind worden door gevarieerd te eten, dagelijks 2 ons groente en 2 keer fruit te eten, matig te zijn met alcohol, geen voedsel met zwarte randjes of korstjes te eten, zoals aangebrand vlees of te donker gefrituurd voedsel.
Het is daarnaast belangrijk om overgewicht te voorkomen. Voeding kan de kans op kanker niet alleen vergroten, maar ook verkleinen. Het is echter nog lang niet duidelijk welke stoffen uit de voeding een rol spelen en wat ze precies doen. Er zijn veel vormen van kanker en de invloed van voedsel hierop is erg ingewikkeld”[9].
Natuurlijk – het is belangrijk om gezond te eten.
Maar op de to do-list van de kerk moet bovenaan staan: wandelen met God.
Laat ik, nu het hierom gaat, nog even iets over die zalfolie uit Exodus 30 mogen citeren: “En tot de Israëlieten zult gij spreken: Dit is voor Mij een heilige zalfolie van geslacht tot geslacht. Op het lichaam van een mens zal zij niet uitgegoten worden, en volgens deze bereidingswijze moogt gij niets soortgelijks maken: zij is iets heiligs, heilig zal zij u zijn”[10]. Die zalfolie is, zowel in haar gebruik als in haar toepassing, volstrekt uniek. Priesters moeten aan de Here toegewijd zijn.
Dat geldt vandaag voor heel de kerk. Ons leven is in Zijn hand. Ook in 2016!

2.
Politici van onze tijd zeggen: de strijd tegen Islamitische Staat moet geïntensiveerd worden. Dat is, naar het mij voorkomt, een goed streven. De terreur en het geweld vanuit die staat moeten gestopt worden. Maar de strijd tegen dat radicalisme heeft, ten diepste, weinig zin als allerlei betrokkenen zich niet eerst tot de heilige God wenden.

3.
Het allerbelangrijkste in ons leven is, naar mijn vaste overtuiging, niet de wereldwijde strijd tegen terreur. Zeker, er moet tegen gevochten worden.
Maar de heiliging van de kerk moet, ook in het kalenderjaar dat er aan komt, de eerste prioriteit hebben. Week aan week moeten we ons laten reinigen door Gods Woord. In onze huwelijken kunnen we – als het goed is – iets laten zien van de verhouding die Jezus Christus met Zijn kerk heeft. Als we dat bedenken, zijn al die verhalen over gescheiden mensen. en hun kinderen, feitelijk toch ten hemel schreiend?

4.
Eén ding nog.
De heiligmaking van mensen moet, als het erop aan komt, door de Here worden gegeven.
De uitgebreide instructies in het Bijbelboek Exodus geven echter wel te denken. De grote lijn van die gedachten behoort te zijn: wie in Gods nabijheid leeft, moet weten dat zijn of haar leven er gans anders uit ziet dan dat van iemand uit de wereld.
Wie zich voorneemt om in het nieuwe kalenderjaar zo te leven, doet een goed werk!

Noten:
[1] Exodus 30:17-30.
[2] 1 Petrus 2:9 en 10.
[3] Zie hierover ook de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 2:5.
[4] Psalm 2:1 en 2 (onberijmd).
[5] 1 Koningen 19:16.
[6] Handelingen 10:38.
[7] Handelingen 10:44, 45 en 46.
[8] Efeziërs 5:26.
[9] Zie http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/kanker.aspx . Geraadpleegd op maandag 7 december 2015. Het Voedingscentrum (voluit: Stichting Voedingscentrum Nederland) is een semi-overheidsinstelling. Het centrum is in Den Haag gevestigd. Er wordt voorlichting gegeven over voedsel en voeding aan de bevolking van Nederland.
[10] Exodus 30:31 en 32.

7 oktober 2015

Met brood verzadigd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De spijziging van de vijfduizend is een bekende geschiedenis uit de Bijbel. Die is beschreven in Johannes 6[1].
Ter oriëntatie citeer ik enkele verzen uit de betreffende perikoop.
“Een van zijn discipelen, Andreas, de broeder van Simon Petrus, zeide tot Hem: Hier is een jongen, die vijf gerstebroden en twee vissen heeft; maar wat betekent dit voor zovelen? Jezus zeide: Laat de mensen gaan zitten. Nu was er veel gras op die plaats. De mannen gingen dus zitten, ten getale van omstreeks vijfduizend. Jezus dan nam de broden, dankte en verdeelde ze onder hen, die daar zaten, evenzo van de vissen, zoveel zij wensten. En toen zij verzadigd waren, zeide Hij tot zijn discipelen: Verzamelt de overgebleven brokken, opdat niets verloren ga. Zij verzamelden die dus en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, die overgeschoten waren, nadat men gegeten had”[2].

In Johannes 5, dat is dus het voorgaande hoofdstuk, maakt Jezus duidelijk hoe belangrijk het is om in Hem te geloven.
Een week geleden schreef ik over dat hoofdstuk onder meer het volgende.
“De mensen kunnen zien welke grote gevolgen Zijn genezende arbeid heeft.
Jezus zegt: kijk maar goed.
Jezus zegt: geloof in Mijn beloften, en neem de door Mij geschonken vergeving blijmoedig aan. Er gaan levens veranderen!”[3].
Welnu, ook in Johannes 6 komt het op geloof aan.

Het verhaal doet denken aan 2 Koningen 4: “Er was een man gekomen uit Baäl-Salisa; deze bracht de man Gods in zijn tas brood van de eerstelingen, twintig gerstebroden en vers koren. En hij zeide: Geef het aan het volk, opdat zij eten. Maar zijn dienaar zeide: Hoe kan ik dit aan honderd man voorzetten? En hij zeide: Geef het aan het volk, opdat zij eten. Want zo zegt de Here: Men zal eten en overhouden. Daarop zette hij het hun voor, en zij aten en hielden over, naar het woord des Heren”[4].
Denken de discipelen eigenlijk nog aan die oude geschiedenis? Er is niemand die het nu nog vertellen kan…

De mensen moeten gaan zitten.
De woorden die daarvoor worden gebruikt, te weten
* ana-pipto: zich neer leggen, zich achteroverbuigen
* ana-keimai: aanliggen aan tafel
duiden al aan wat Jezus gaat doen. Voor de discipelen is dat dus geen heel grote verrassing meer.

Er zijn vijfduizend mannen aanwezig. De vrouwen en kinderen worden niet meegeteld; zij zullen – naar de gewoonte van die tijd – wel apart gestaan of gezeten hebben, op gepaste afstand van de mannen.

Er is, zoals al heel snel blijkt, meer dan genoeg voor iedereen.
Het lijkt een mooi beginnetje voor die heerlijke maaltijd die in Jesaja 25 wordt aangericht: “En de Here der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen. En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de Here Here zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Here heeft het gesproken”[5].
Ziet u het beeld van oneindig veel kinderen van God, die samen genieten van de maaltijd die God Persoonlijk heeft bereid?

Er blijft veel eten over.
Wie haalde al die resten op? De discipelen, wellicht?
En trouwens, het blijft ook een vraag waar die manden vandaan kwamen.
Maar dat wordt er niet bij vermeld. Het is voor Bijbellezers van 2015 niet zo van belang om te weten wat men met de resterende brokken brood gedaan heeft. Eerst en vooral moeten wij zien dat Jezus hier brood geeft. Hij wil als het ware zeggen: blijf maar bij Mij. Dan ontvangt u alle voeding die u nodig hebt: in lichamelijk opzicht, maar ook in geestelijke zin.

De menigte wil, na dit broodwonder, maar één ding.
Jezus moet koning worden, en wel zo snel mogelijk!
Maar dat wil de Broodgever niet. Want Zijn Koninkrijk is niet van deze wereld[6].

Het gerstebrood waarover we in Johannes 6 lezen werd, zo legt een dominee uit, indertijd vooral door arme mensen gegeten.
Zou dat niet een vingerwijzing wezen voor de kerk van vandaag? Wij doen er goed aan om met lege handen bij Jezus te komen. Als Hij ons zegent, kunnen we er zeker van zijn dat wij zullen overleven[7]. Sterker nog: wij zullen dan eeuwig leven.
Een exegeet omschrijft het zo: “Christus, het ware manna, is het brood uit de hemel dat eeuwig leven geeft aan eenieder die gelooft. Hij is ook de Messias, die de armen van Zijn volk met brood verzadigt”[8]. Daarbij wordt ook verwezen naar de onberijmde Psalm 132:
“Want de Here heeft Sion verkoren,
Hij heeft het Zich ter woning begeerd:
Dit is mijn rustplaats voor immer,
hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd.
Haar voedsel zal Ik rijkelijk zegenen,
haar armen zal Ik met brood verzadigen[9].

Op het moment dat Jezus dit teken doet, is het Pascha nabij. In de synagoge wordt in de dagen vóór dit feest de geschiedenis gelezen over het manna dat God aan Zijn volk gegeven heeft. En daar is – dat begrijpen wij nu wel – alle reden voor[10].
De Here geeft Zijn kinderen voedsel.
In lichamelijk opzicht. En in geestelijke zin.
Laten we ons maar rond onze Leidsman, Jezus Christus, groeperen en Hem volgen. Dan weten we zeker dat we in leven blijven.

Noten:
[1] Vandaag over een week, op woensdagavond 14 oktober 2015, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 6:1-40 centraal staan. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[2] Johannes 6:8-13.
[3] Zie mijn artikel ‘Jezus roept op tot geloof’; hier gepubliceerd op woensdag 30 september 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/09/30/jezus-roept-op-tot-geloof .
[4] 2 Koningen 4:42, 43 en 44.
[5] Jesaja 25:6, 7 en 8.
[6] In het bovenstaande gebruik ik onder meer de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 6.
[7] De dominee in kwestie is D.M. Elsman. Zie: De Waarheidsvriend, donderdag 1 september 2005. Ook te vinden op www.digibron.nl . Geraadpleegd op vrijdag 18 september 2015.
[8] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/HB395.pdf (pagina 4). Geraadpleegd op vrijdag 18 september 2015.
[9] Psalm 132:13, 14 en 15.
[10] Zie hierover: J. Bogerd, “Zonder brood geen leven”. In: De Waarheidsvriend, donderdag 10 maart 2011, p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl . Geraadpleegd op vrijdag 18 september 2015.

24 september 2013

De kerk leeft van verzoening

U kent, naar ik wel aannemen mag, antwoord 54 van de Heidelbergse Catechismus: van de kerk geloven wij “dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven”[1].

Jezus Christus vergadert zich een gemeente.
Het is belangrijk om dat vast te stellen. Tegenwoordig worden christenen steeds zeldzamer. Ik bedoel: christenen in de zin van artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen”. Het is niet genoeg dat we individueel christen zijn. Dan krijgt de Here onvoldoende eer. De Here brengt christenen samen. Met hun verschillende gaven brengen de christenen hun God eer. Vanuit hun soms zo sterk verschillende activiteiten klinkt, in verschillende toonaarden, steeds de lof van God.

De gemeente duikt in Gods Woord op ongedachte plaatsen op.
In het boek Exodus bijvoorbeeld.
Vandaag vraag ik daarvoor graag uw aandacht.

In Exodus 12 kunnen wij lezen: “En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand; dan zal de gehele vergadering der gemeente van Israël het slachten in de avondschemering”[2].
Dat is een vers uit een hoofdstuk waarin het gaat over de instelling van het Pascha. Er wordt een schaap of een geit apart gezet. De familiehoofden slachten het dier op een vastgesteld tijdstip. Het vrijkomende bloed moet opgevangen worden. Het moet op de deurposten en dorpels van de huizen worden gestreken.
En dan staat er: “En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn, wanneer Ik het land Egypte sla”[3].
Daar zit een opvallend detail in. De Here weet toch alles? En het is Hem toch genoegzaam bekend wie er bij Hem horen? Toch moeten Gods kinderen laten zien dat ze bij Hem horen. Aan de Egyptenaren. En ook aan elkaar.
Gods kinderen mogen aan elkaar vertellen: wij worden niet door God gestraft. Gods kinderen moeten het in de wereld proclameren: wij worden niet door de Here gekastijd.
Datzelfde Evangelie moet in 2013 klinken.
Het bloed van Jezus Christus heeft gevloeid. Bij iedere viering van het Heilig Avondmaal klinkt het bij de uitreiking van de bekers met wijn: “Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en gelooft dat het kostbaar bloed van onze Here Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden”[4]. In de kerk zitten de mensen die genieten van Gods genade. Die mensen tonen aan hun geloofsgenoten, en aan heel de wereld: wij leven van verzoening!

Graag wijs ik vandaag ook op Exodus 16.
Onder de Israëlieten is een opstand. Mozes en Aäron hebben te maken met een volk waar de stemming tot ver onder het nulpunt is gedaald. Wij kunnen lezen: “Och, dat wij door de hand des HEREN in het land Egypte gestorven waren, toen wij bij de vleespotten zaten en volop brood aten; want gij hebt ons in deze woestijn geleid om deze gehele gemeente van honger te doen omkomen”[5].
Dat is revolutie tegen de Here. De publieke opinie van de ganse natie keert zich tegen het beleid dat de Here uitvoert.
Over de manier waarop Mozes op al dat geroep en gemopper reageert lezen wij niets.
Wij horen echter wel dat de Here een maatregel afkondigt: “Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen…”[6]. Wat gebeurt daar? Antwoord: de Here geeft Zijn volk voedsel.
Is dat gegeven voor de kerk van 2013 nog altijd van belang? Zeker wel. Uit Exodus 16 leren we dat wij in de kerk gevoed worden. Het is verkeerd om als christen op eigen benen te blijven staan. Het is niet goed om alleen maar in ons eigen huis een christelijk leven te leiden. De Here geeft voedsel aan heel Zijn volk. Hij verzorgt geen voedselvoorziening voor een paar individuen die eten hebben besteld: hier één, en daar weer een ander. Hij geeft voeding aan heel het volk. En Hij heeft iedereen hetzelfde voedsel: Zijn Woord.
Ware christenen komen naar de kerk om Zijn Woord te horen.

In Exodus 16 staat er nog iets bij. Ik citeer wederom. De Here zegt: “Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet”[7].
Israël moet zich dus aan voorschriften houden. Het volk moet volgens regels leven. En de Here neemt de proef op de som: houden Zijn kinderen zich aan de door Hem gegeven wetten? Hij wil weten of de door Hem uitgekozen natie Hem werkelijk eerbiedigen wil.
Het bovenstaande is, meen ik, ook vandaag belangrijk.
Want wij zien hier de contouren van Gods verbond. We zien de beloften van voedsel en verzorging. Maar wij ontdekken ook dat de Here gehoorzaamheid eist. Gehoorzaamheid aan Zijn wetten; die geboden hebben rechtsgeldigheid in heel het leven. In alle tijden. Op alle plaatsen van de wereld.

Heden ten dage zit daar een groot probleem.
Professor P.G.J.M. Raedts, hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, constateerde onlangs dat het vanaf 1960 verkeerd gegaan is: “Er stond toen een generatie theologen op die de ontvlechting van kerk en staat in alle toonaarden toejuichten. De godsdienst is na die tijd geminimaliseerd”. De kerkgenootschappen hebben, zo zei hij, het pleit verloren. Hij ziet een toekomst voor de basisgemeente. “Dat is een kleine, biddende gemeente, die maatschappelijke ontwikkelingen volgt en een profetisch geluid laat horen”. De kerk krijgt, meent Raedts, een plaats “in een groeimarkt van amusement en concerten”. Maar, zo zei de hoogleraar erbij, “de kerk is nooit een voortzetting van het verleden”[8].

Wie zulke opinies leest, ziet al snel dat Gods Woord in het archief gezet is.
In de Bijbel staat dat God Zich een gemeente vergadert. Door alle tijden heen.
In de kerk leven wij van verzoening.
In de kerk leven wij naar de regels van de door de Heer van hemel en aarde gegeven wet.
En wij weten: de Here God heeft een verbond met Zijn kinderen gesloten.

Als wij dat verbond in de eenentwintigste eeuw voluit honoreren, dan is er ook hoop. En zekerheid.
Welke zekerheid is dat?
De Here zal ons iedere dag verzorgen. Iedere dag zal er genoeg zijn om van te leven. Elke dag is Hij aanwezig.
Dat gold in Exodus 12.
In Exodus 16.
En vandaag geldt het nog.
Zo zal Hij ons, aan Zijn vaderhand, naar Zijn toekomst leiden.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21.
[2] Exodus 12:6.
[3] Exodus 12:13.
[4] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal; Gereformeerd Kerkboek, p. 527.
[5] Exodus 16:3.
[6] Exodus 16:4 a.
[7] Exodus 16:4.
[8] “De secularisatie is voorbij”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 21 september 2013, p. 2.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.