gereformeerd leven in nederland

10 december 2019

Een kwestie van leven of dood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met Samaria loopt het niet best af. Dat land wordt zwaar gestraft.
Het gaat behoorlijk te keer. De hele boel gaat plat.
Dat lezen wij in Jesaja 28.
Kijkt u maar mee: “Wee de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm, en een verwelkende bloem, een schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei van hen die geveld zijn door de ​wijn. Zie, de Heere heeft iemand die sterk en machtig is als een hagelstorm, een storm van verderf. Zoals een vloed van geweldige, alles wegspoelende wateren werpt hij ze hardhandig ter aarde. Met voeten zal vertrapt worden de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm. En de verwelkende bloem van zijn schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei zal zijn als een vroege ​vijg​ vóór de zomer: als iemand die ziet, slokt hij die meteen op uit zijn hand”[1].

Samaria is de hoofdstad van het tienstammenrijk.
De stad ligt op een berg. De bewoners wanen zich veilig. Wie op een berg woont is schier onaantastbaar. Vijanden kan men aan zien komen. Strijd leveren op een berg is bovendien uiterst ongemakkelijk. Kortom – wie doet je wat?
Welnu, zegt de Here, Ik zal u laten zien hoe onaantastbaar u bent…
In 2 Koningen 17 zien we wat het resultaat van het Goddelijk ingrijpen is: “Vervolgens trok de ​koning​ van ​Assyrië​ het hele land door. Hij trok ook op naar Samaria en ​belegerde​ het drie jaar lang”[2].

Wordt Gods volk helemaal uitgeroeid? Blijft er helemaal niets van over?
Waar is Gods trouw eigenlijk gebleven?…
Vrees niet!
Want God heeft Zijn verbond niet vergeten. Want in Jesaja 28 staat ook: “Op die dag zal de HEERE van de legermachten tot een schitterende ​kroon​ en sierlijke krans zijn voor het overblijfsel van Zijn volk”[3].
Met andere woorden: de kerk van het Oude Testament blijft overeind. Gedecimeerd weliswaar, maar toch.

In Samaria zegt men: we hebben een verdrag met Egypte gesloten. Als de troepen uit Assyrië binnenkomen, dan hebben we aan Egypte een trouwe bondgenoot. In Bijbelse taal klinkt dat als: “… u zegt: Wij hebben een ​verbond​ gesloten met de dood, en met het rijk van de dood zijn wij een ​verdrag​ aangegaan, wanneer de alles wegspoelende gesel voorbijtrekt, komt hij niet bij ons, want van de leugen hebben wij ons toevluchtsoord gemaakt en in het bedrog hebben wij ons verborgen”[4].
Samaria zegt dus: wij hebben een verbond met Egypte.
Jesaja typeert dat gans anders. Hij poneert: jullie zijn een samenwerking met de dood begonnen!
En wat zegt de Here? Dit: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is. Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”[5].

De God van het verbond zegt het hier impliciet: de kerk is één in Christus, Hij bouwt Zijn kerk.
Dat brengt ons vervolgens ook bij 1 Petrus 2: “…kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[6].
Jesaja 28 en 1 Petrus 2 zetten de tegenstelling op scherp: de dood bij zelfredzaamheid tegenover het leven voor wie steunt op de kostbare hoeksteen.
Dood of leven – daar gaat het om in Jesaja 28!

Het is belangrijk om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Tegenwoordig lijkt het parool te zijn: zolang er leven is, is bijna alles repareerbaar.
De volgende passage uit een bericht in het Nederlands Dagblad legt daar getuigenis van af. Citaat: “Het kabinet besluit begin 2020 of er een regeling komt voor levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) lijkt te voelen voor zo’n regeling, maar coalitiepartij ChristenUnie is tegen.
Eerder dit jaar werd in een rapport opgeroepen te kijken of er aanvullende regels moeten komen voor ernstig zieke kinderen, waarbij palliatieve zorg (zoals pijnbestrijding) niet meer voldoet. ‘Ik wil aan die oproep voldoen’, zei minister De Jonge woensdagmiddag in een Kamerdebat over medische ethiek. Hij benadrukte dat het in elk geval niet zal gaan om uitbreiding van de Euthanasiewet. ‘Géén kindereuthanasie dus’, beklemtoonde De Jonge, omdat het soms zo wel wordt genoemd. De bestaande Euthanasiewet geldt voor patiënten vanaf twaalf jaar; een van de belangrijkste criteria in die wet is wilsbekwaamheid.
Coalitiepartij ChristenUnie voelt niet voor een regeling voor jongere kinderen, bleek in het debat. ‘De overheid kan niet alle gebrokenheid herstellen met wetgeving’, zei Kamerlid Stieneke van der Graaf. ‘Daarom zijn we hier heel terughoudend in’”[7].

Het gaat niet slechts om aardse vindingrijkheid. De vraag is uiteindelijk niet: wie heeft op deze planeet de meeste macht? Immers – mensen hebben ten langen leste niet veel meer te bieden dan desillusie en gebrokenheid.
Zeker, een tijd lang kan alles rozengeur en maneschijn lijken. Maar op den duur komt die tegenstelling weer onontkoombaar voor onze aandacht: het is een kwestie van leven of dood.

Gods kinderen mogen het met Romeinen 8 blijven repeteren: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[8].

Jesaja zegt: “Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”.
Inderdaad – door de Heiland gekochte mensen schuilen bij hun Heiland!

Noten:
[1] Jesaja 28:1-4.
[2] 2 Koningen 17:5.
[3] Jesaja 28:5.
[4] Jesaja 28:15.
[5] Jesaja 28:16.
[6] 1 Petrus 2:4 en 5.
[7] Geciteerd uit: “Confrontatie dreigt over levensbeëindiging kind”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 december 2019, p. 1.
[8] Romeinen 8:38.

18 april 2017

Terug naar het alledaagse leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is Pasen geweest. Het feest van de opstanding is weer voorbij. Het gewone leven vangt weer aan. Back to basics zeggen we dan vandaag; in enigszins bijzonder hedendaags Nederlands, dat wel. Oftewel: terug naar het alledaagse leven.

Vooral eenzame mensen zullen daar wel blij om wezen. En weduwen en weduwnaars.
Er komt weer wat leven in de brouwerij. Er beweegt weer wat op straat.

Het leven gaat weer verder.
Paulus schrijft daar in 1 Thessalonicenzen 4 ook over: “Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”[1].
Dat is een troost voor weduwen. En voor weduwnaars. En voor alle anderen die op deze aarde mensen missen. En wie is dat niet? Alleen al de rouwadvertenties in de krant leveren soms de reactie op: hij is ook al weg; en zij ook…

Mensen die in de Here gestorven zijn, zullen weer opstaan. Dat is een niet te vatten wonder. Maar het gebeurt toch.
Misschien is die beweging op straat voor sommigen soms ietwat onwezenlijk. Omdat uw man niet meer op aarde is. Of uw vrouw. Of uw vader, of uw moeder. Of uw broer of zus. Of uw opa, oma, oom of tante. Het is soms zo stil. En het leven lijkt soms bijna stil te staan.
Welnu – Paulus zegt ons: wij worden allen met Christus verenigd!

Men spreekt vandaag de dag vaak over voltooid leven.
Welnu, het leven Gods kinderen is nooit voltooid. Er komt een heerlijk leven aan. Een leven waarin geen plaats meer is voor zonden of tekortkomingen. Een leven waarvan geluk, vrede en feestelijkheid eeuwige kenmerken zijn. Verlangt u daar ook zo naar?

De artsenorganisatie KNMG zegt: “Hulpverlening (…) moet geen tunnel met één uitkomst zijn, namelijk de dood, maar een breed palet aan mogelijkheden waarbij wordt bekeken wat ouderen daadwerkelijk nodig hebben”[2].
Met andere woorden: bestrijdt de zinloosheid in het leven van mensen.

Gereformeerde mensen hebben daar een probaat middel voor.
Wij trainen ons om ons leven te focussen op het nieuwe vaderland: de hemel.
De schrijver van Psalm 94 leert ons:
“De HEERE kent de gedachten van de mens:
vluchtig zijn ze”[3].
Vandaag bedenken de mensen dit, maar morgen of overmorgen is het weer heel wat anders. Mensen zijn van zichzelf uiterst onbestendig.
In 1 Corinthiërs 3 preludeert Paulus op datzelfde Psalmwoord: “De Heere kent de overwegingen van de wijzen, dat zij zinloos zijn”[4]. Zinloos, dat betekent daar: zonder waarheidsgehalte, zonder positief resultaat[5].
En in 1 Timotheüs 1 schrijft hij over allerlei verzinsels van de mensen. De mensen houden zich met de verkeerde dingen bezig!

Als wij contact houden met broeders en zusters mogen wij elkaar wijzen op Jesaja 49; onze God vergeet Zijn kinderen nooit:
“Kan een vrouw haar zuigeling vergeten,
zich niet ontfermen over het kind van haar schoot?
Zelfs al zouden die het vergeten,
Ík zal u niet vergeten.
Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,
uw muren zijn steeds vóór Mij”[6].
Van daaruit kan Romeinen 12 in ons leven realiteit worden: “Verblijd u met hen die blij zijn, en huil met hen die huilen”[7]. Efeziërs 4 wordt dan werkelijkheid: “…wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft”[8].

Laten wij nog even kijken naar de politieke feiten van onze tijd.
Rond euthanasie gelden allerlei ingewikkelde protocollen. Voor we ’t weten gelden rond dat zogenaamde ‘voltooid leven’ regels die veel soepeler zijn. Dat is, op z’n zachtst gezegd, een beetje moeilijk uit te leggen.

Als het gaat over de regel van ons leven, bepaalt Paulus ons bij iets anders. Uit Philippenzen 3 citeer ik: “…één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.
Laten wij dan, die geestelijk volwassen zijn, deze gezindheid hebben; en als u iets anders gezind bent, ook dat zal God u openbaren.
Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij naar dezelfde regel wandelen, laten wij eensgezind zijn”[9].
Kijk naar de toekomst, roept Paulus uit. Kijk aan aardse omstandigheden voorbij.
Laten wij die stimulans ook maar gebruiken!

De artsenorganisatie KNMG zegt: het kon wel eens wezen dat de groep gezonde mensen met een doodswens aan de kleine kant is. “Eerst zou meer duidelijkheid moeten komen over de omvang van deze groep, de problemen waar zij mee worstelen en de alternatieven die geboden kunnen worden”.
De vraag is gewettigd waarom de dames en heren politici het, gelet op het bovenstaande, zo druk hebben met dat voltooid leven.
Wie God verlaat, bedenkt dwaze dingen!

Het gewone leven vangt weer aan.
Er moet weer worden gewerkt.
Maar misschien ziet u, geachte lezers, wel tegen de dag op.
Die lange, lange dag.
Die dag waarvan de minuten in schier eindeloze regelmaat weg tikken.
Die dag waarin u alleen uw eigen adem hoort. Als u niet doof bent, tenminste.

Laat ik u dan tot slot opnieuw op 1 Thessalonicenzen 4 mogen wijzen:
“De Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.
Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.
Zo dan, troost elkaar met deze woorden”[10].

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 4:14.
[2] “Artsen KNMG tegen voltooid leven”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 30 maart 2017, p. 1. In het onderstaande citeer ik uit hetzelfde artikel.
[3] Psalm 94:11.
[4] 1 Corinthiërs 3:20.
[5] Zie hiervoor de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 3:20.
[6] Jesaja 49:15 en 16.
[7] Romeinen 12:15.
[8] Efeziërs 4:32.
[9] Philippenzen 3:14, 15 en 16.
[10] 1 Thessalonicenzen 4:16, 17 en 18.

1 november 2016

Voor nu en voor de eeuwigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vandaag vraag ik een ogenblik aandacht voor Johannes 17[1].
In dat Schriftgedeelte bidt Jezus voor Zichzelf. Dat wil daar zeggen: om Zijn verhoging, om het feit dat Hij aan een kruis wordt opgehangen. Hij bidt om kracht om zo verlossing te bewerken.
Hij bidt voor Zijn discipelen. Die Zijn aan Jezus gegeven. Zij zijn in Hem gaan geloven. Zij hebben Zijn Woord bewaard.
Hij bidt voor de kerk in heel de wereld. Die bewaring is zeker als de kerk leeft op het fundament dat door de discipelen is gelegd.
Dat is, heel in het kort, de inhoud van het zogenaamde Hogepriesterlijk gebed.

Wat hebben wij eraan dat wij dat gebed kennen?
Wat leren wij daar uit?
En hoe passen wij Johannes 17 toe in het leven van alledag?

Hieronder maak ik daar vijf opmerkingen over.

1.
Wij lezen: “Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt”[2].
Wie weet wie Jezus Christus is, is met eeuwig leven begonnen. Het is goed om dat vandaag scherp te stellen.
In deze tijd is er veel te doen om een initiatief van de Nederlandse regering, dat het uiteindelijk mogelijk moet maken dat mensen die, zoals dat heet, ‘klaar zijn met leven’ zelf een einde aan hun leven maken. Dat staat diametraal tegenover het kennen van Christus: geluk en vrede, tot in lengte van dagen. Dat geluk en die vrede, daar zien wij – als het goed is – nu al iets van.

2.
Jezus Christus vraagt Zijn Vader om Zijn discipelen blijdschap te geven over Zijn Woord.
Hij formuleert dat zo: “Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben”[3].
Wat voor vreugde is dat?
Dat gaan we begrijpen als we er een paar woorden uit Johannes 15 naast leggen. Namelijk deze: “Dit heb Ik tot u gesproken, opdat mijn blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld worde”[4].
De discipelen moeten gaan genieten van de liefde die Vader hen geeft. De leerlingen mogen ook vreugde gaan beleven aan het leven naar Gods geboden.
Die levensvreugde hebben de fundeerders van de kerk doorgegeven. Dat is, dunkt mij, ook iets wat wij vandaag scherp moeten stellen.
Maar al te vaak kijken wij meewarig naar de wereld die er zo’n zootje van maakt. Corruptie, bedrog en criminaliteit zijn aan de orde van de dag. Heel wat mensen in deze wereld zijn rechteloos en reddeloos. Welnu, de Here vraagt niet van ons in meewarigheid te blijven steken.
Wij mogen daarentegen zeggen: wat is het mooi dat wij een vaste koers in het leven hebben! En: wat is het goed dat Gods geboden ons leven een helder zichtbaar kader geven! We mompelen misschien wel eens dat christelijk leven saai is. Niets is echter minder waar. De hemelse God tekent de grenzen af. En dat is maar goed ook.

3.
Jezus bidt: “Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid”[5].
De discipelen zijn apart gezet. Zij zijn afgezonderd voor de Here. Zij hebben een bijzonder leven. Een leven dat in deze wereld opvalt.
Ook voor Gods kinderen van 2016 geldt, als het goed is, dat zij een opmerkelijk leven hebben. Het valt op dat zij er andere normen en waarden op na houden als mensen uit de wereld. En de grondslag van die andere normen en waarden is: de zonde beheerst het leven niet meer. Die zonde is er nog wel, maar fie vormt niet meer de grondtoon van ons bestaan. Jezus heeft dat in Johannes 8 ook al duidelijk gemaakt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig. Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn”[6]. Kinderen van God zijn geen slaven. Welnee! God heeft hen tot zijn zonen en dochters aangenomen. Dat levert een enorm verschil in levensstijl op.

4.
En dan is er dat gebed om eenheid: “En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt”[7].
De Drie-eenheid is klaarblijkelijk het model voor kerkelijke eenheid. Als wij ons dat realiseren, beseffen we ook hoe beschamend onze eenwordingsprocessen op het kerkplein zijn. Wij kunnen vaak niet met elkaar door één deur. Bij ons zit pijn en moeite.
Met dat al is één ding zeker. Namelijk dit: als Gods kinderen één in Christus zijn en zich door Gods Heilige Geest laten leiden, zal er ook kerkelijke eenheid komen. Terecht noteerde een exegeet: “Zo gezien is gebrek aan eenheid onder christenen een teken van gemis aan gemeenschap met God”[8].
Er is meer.
Wij zeggen wel eens tegen elkaar: gebrek aan eenheid is geen reclame voor de kerk. En ja, daar zit een kern van waarheid in. Want kerkelijke eenheid is een stimulans voor de wereld om Jezus ook te volgen. De eendracht en de sfeer maken, als het goed is, te meer duidelijk dat de kerk de plaats is waar je moet wezen. Laten we niet vergeten om een gastvrije en warme kerk te zijn!

5.
Jezus geeft, om zo te zeggen, een duidelijke wilsverklaring omtrent een hemelleven van Hem en Zijn al Zijn kinderen. Hij doet dat zo: “Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld”[9].
U merkt het: in feite zijn wij nu terug bij het begin van dit artikel. Kinderen van God gaan een leven vol geluk en vrede tegemoet.
In de hemel is – om maar wat te noemen – onze eenzaamheid weg.
Weg zijn onze beperkingen en onhandigheden.
Ziekenhuizen zijn niet meer aan de orde.
Het woord ‘hindernissen’ is dan voor eeuwig uit het hemels lexicon geschrapt. Wonderlijk is dat. Wat een heerlijkheid zal dat wezen!

Noten:
[1] Vanavond, dinsdagavond 1 november 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 17 aan de orde komen. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[2] Johannes 17:3.
[3] Johannes 17:11 b-13.
[4] Johannes 15:11.
[5] Johannes 17:17.
[6] Johannes 8:34, 35 en 36.
[7] Johannes 17:20 en 21.
[8] Het citaat komt uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 17:21.
[9] Johannes 17:24.

28 oktober 2016

Niets meer te beleven?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Klaar met leven.
Een deprimerende term is dat. Die betekent: u staat aan het einde. Die betekent: het is bijna met u afgelopen. Einde. Uit.
Mensen die dit bedenken zijn arm.
Zulke gedachten zijn overigens helemaal niet nieuw. Ruim vier jaar geleden gebruikte men die uitdrukking ook al[1].

Op donderdag 27 oktober 2016 stond het in de krant: “Waarom zou er eigenlijk een leeftijdsgrens voor hulp bij zelfdoding moeten gelden? Wordt de stervenshulpverlener niet opgezadeld met een onmogelijke taak? Moeten we die hulp niet uitsluitend aan artsen laten, zodat misbruik wordt uitgesloten?
De Tweede Kamer heeft het kabinet woensdag groen licht gegeven voor de plannen voor stervenshulp aan mensen die vinden dat ze ‘klaar’ met leven zijn. Maar veel vragen, ook van partijen die stervenshulp bij ‘voltooid leven’ in principe mogelijk willen maken, blijven nog onbeantwoord”[2].

Ach, ik weet wel dat de betreffende wet er nog lang niet is. Er moeten nog adviezen worden ingewonnen. De Eerste Kamer moet er nog over vergaderen. En zo is er nog wel meer.
Maar er gaat een wissel om. Dat is zeker.

Hierboven schreef ik: mensen die dit bedenken zijn arm.

Persoonlijk hoor ik bij de rijke mensen.
Schrijver dezes is namelijk nooit klaar met leven.
Want het eeuwige leven nadert.

Het komt mij voor dat het juist is een waarschuwend woord te noteren.
Er komt namelijk een moment dat er een duidelijke scheiding tussen de mensen zichtbaar zal worden. Dan zien we
* de mensen met eerbied voor God
* de mensen die God hebben genegeerd.
Daniël zag die scheiding indertijd al in een profetie: “Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden. Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen. En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos”[3].
De bedenkers van de plannen voor stervenshulp aan mensen geloven dit natuurlijk niet. Gelukkig krijgt de kerk nog alle ruimte om deze waarschuwing te geven.
Laten wij van die gelegenheid gebruik maken!

Als het over leven gaat, moeten we het inderdaad ook over lijden hebben.
Over Christus’ lijden, bedoel ik.
In Zijn verhoging aan het kruis ligt namelijk onze redding. Denkt u maar aan Johannes 3: “En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde”[4].

Even verderop in Johannes 3 staat: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”[5].
Hoort u opnieuw die waarschuwing?
Ziet u dat alarmrode licht?

Na deze harde aanzegging ga ik graag even naar een oude man.
Na het overlijden van zijn vrouw is hij alleen. De kinderen zijn al lang de deur uit, getrouwd, kinderen – huisje, boompje, beestje. En hij? Hij zou zo graag zijn vrouw nog eens zien. Hij zit thuis in zijn stoel. Alleen. Helemaal alleen. De klok tikt de minuten weg. Zo gaat dat – dagen, nachten, weken, jaren lang.

Laat ik ook nog even bij die oude vrouw langs gaan. In een rolstoel zit ze. Lopen lukt niet meer. Ze wordt verzorgd op een locatie waar alle zorgfaciliteiten onder één dak zitten. Maar wat is het leven lastig als je lichamelijk zo beperkt bent! En dat terwijl zij vroeger zo’n onafhankelijk type was.

Worden die man en die vrouw een beetje weggekeken? Nee, zeggen ze in Den Haag.
Maar als die man in zijn stoel en die vrouw in haar rolstoel er nu zelf klaar mee zijn…, moet je ze dat dan niet gunnen?

Laten we ’t elkaar voorhouden: alle mensen hebben een taak op deze aarde. Een door de Here vastgestelde taak.
De God van hemel en aarde geeft ons allemaal veel te doen op aarde.
En Hij geeft er woorden van vermaan en troost bij. Woorden zoals ze in 1 Johannes 5 staan: “Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon. En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet”[6].

Geachte lezer, vanuit het standpunt van de seculiere burger is die term ‘klaar met leven’ wel te begrijpen. Want wat moet je doen op aarde, als er niks meer te beleven is?
Maar voelt u tegelijkertijd hoe belangrijk het is dat we als gelovigen duidelijk en onomwonden Gods Woord naspreken?

Het onderwerp van dit artikel staat dicht bij schrijver dezes.
Want ja, schrijver dezes heeft lichamelijke beperkingen die het leven soms reuze ingewikkeld maken.
En nu ik dit artikel schrijf, denk ik aan die ouderlingenconferentie. Het was op zaterdag 16 april 2016. Er werd gesproken over het huisbezoek, en hoe dat ingericht dient te worden. Men sprak onder meer over pastorale begeleiding van ouderen en mensen met toenemende beperkingen.
Er werd benadrukt dat wij Gods beloften moeten benoemen. Ambtsdragers mogen uitleggen, troosten, vermanen, memoreren. En ik weet nog wat ik toen zei.
Ik zei: “Broeders, misschien komt er ooit een moment dat ik vanwege mijn lichamelijke beperkingen niet meer goed kan uitleggen wat er in Gods Woord staat. Maar als dat moment komt, dan weet u wat ik altijd heb beleden”.
Dat zei ik.
Die woorden noteer ik vandaag hier. En ik vul ze aan met Psalm 102:
“Gij, dezelfde, gistren, heden,
zult de toekomst tegentreden,
zult dezelfde zijn altijd,
eindeloos in majesteit.
Zo zult Gij uw trouw betonen,
ja, uw volk zal veilig wonen”[7].

Gods kinderen gaan nog wat beleven!

Noten:
[1] Zie mijn artikel ‘Nooit klaar met leven’; hier gepubliceerd op vrijdag 9 maart 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/03/09/nooit-klaar-met-leven/ .
[2] “’Hulpverlener moet haast God zijn’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 27 oktober 2016, p. 2.
[3] Daniël 12:1, 2 en 3.
[4] Johannes 3:14-17.
[5] Johannes 3:36.
[6] 1 Johannes 5:11, 12 en 13.
[7] Psalm 102:13 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

9 maart 2012

Nooit klaar met leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Laten we er maar niet omheen draaien: er zijn heel wat senioren die het – populair gezegd – hier op aarde wel een beetje gezien hebben.
Ze zijn moe.
Moegestréden, soms ook.

Er zijn oude mensen die op hun leven terugkijken, en van sommige dingen spijt hebben.
Neem nu die Gereformeerde vrouw die, naar ik meen, sinds 1949 weduwe is. Eén zoon heeft ze. Helemáál alleen op de wereld is zij dus niet. ’t Is nooit in deze dame opgekomen om nog eens op zoek te gaan naar een tweede echtgenoot. Bovendien kwam zij nimmer iemand tegen. Overigens was het ook niet aan de orde. Punt.
En nu?
Nu zit zij op een kamer in een woonzorgcentrum. Dik negentig is zij. Ze is wat eenzaam. Geen wonder ook. Haar geliefde echtgenoot overleed tientallen jaren geleden. Het duurt al zo lang[1]

Bejaarde broeders en zusters: die zijn er veel.
Misschien hebben die ouderen gisteren de krant wel gelezen. Op pagina 3 van het Nederlands Dagblad stond een kop: ‘Nu geen wet over klaar met leven’.
Zouden Gereformeerde bejaarden blíj worden van zo’n krantenkop, eigenlijk?

In het bericht komt mevrouw A. van Miltenburg aan het woord; zij is Tweede Kamerlid voor de VVD. In de wandelgangen mogen wij haar Anouchka noemen.
Zij spreekt over het burgerinitiatief Uit Vrije Wil. U weet wel: het burgerinitiatief waarin er voor wordt gepleit om ouderen die hun leven voltooid achten stervenshulp aan te bieden[2].
Uit Vrije Wil heeft, vindt mevrouw Van Miltenburg, een belangrijk debat aangewakkerd. Vroeger was er de pastoor. Thans heeft de secularisatie in de lage landen haar tienduizenden verslagen. Maar op grote levensvragen worden nog altijd antwoorden gezocht. Daarom is het goed om over deze zaken na te denken. Echter: het gaat wat ver om daar nu al nieuwe wetgeving over te maken, vindt mevrouw Van Miltenburg.
Er is, zo concludeert zij ook vroom, een coalitieafspraak dat gedurende deze kabinetsperiode niets zal wijzigen in de medisch-ethische wetgeving.
Daarbij komt dat de euthanasiewet, die we in Nederland kennen, pas tien jaar functioneert. En we hebben er dertig jaar over gedaan om ‘m te maken. Is het niet verstandiger om rustiger aan te doen? We moeten er nog maar eens diep over nadenken. Want een weloverwogen besluit is in deze hoognodig.
We moeten ons, als het om levensbeëindiging gaat, nog maar eens beraden op de leeftijdsgrens van 70 jaar.
Ook zal moeten worden bekeken wie te zijner tijd professionele stervenshulp geven mag. Moet zulke hulp per se door een arts worden gegeven? Of mag dat ook iemand anders zijn?
Zo is er nog wel meer[3].

Ach, als ik een Gereformeerde oudere was zou ik over het bovenstaande niet erg geestdriftig wezen.
Men kan zich erover verheugen dat de legalisering van stervenshulp nog niet in zicht lijkt te zijn.
Maar verder kan weinig enthousiasme worden opgebracht.
Want in feite zeggen heel veel mensen in onze wereld: wij doen het maar een beetje rustig aan met die ‘sterfwet’, want de tijd is er nog niet rijp voor.
En daarbenevens wordt ook gesuggereerd: alle goede dingen komen langzaam; maar ze komen wel.
In feite mompelt men: laten wij de zaak ietwat vertragen, want dat is beter voor ons.

Als ik een Gereformeerde oudere was, zou ik met het bovenstaande niet erg ingenomen zijn.
Want er wordt voornamelijk over de procedure gesproken.
Praten over principes: dat past niet echt meer in de Tweede Kamer.
Dat doet u maar thuis.
Begrijpt u wel?

Wat behoort voor óns de grondslag van deze kwestie te zijn?
Dat is deze: heel ons leven is in Gods hand.
En de Here wéét wat er in ons leven speelt.
De Bijbel zwijgt niet over het verminderde gezichtsvermogen van Isaäk, Jakob en Eli[4]. In Genesis 18 gaat het over Sara die – menselijkerwijs gesproken – geen kinderen meer krijgen kan[5]. In Genesis 42 lezen we over het grijze haar van Jakob[6].
Bejaarde broeders en zusters mogen het zich blijven realiseren: de Here is nabij!

Ons leven is in de hand van God.
Als er iemand was die dat heeft begrepen, dan is het wel de dichter van Psalm 71 geweest.
Van jongs af heeft de psalmist onderwijs ontvangen. Hij is, om het zo uit te drukken, jarenlang naar catechisatie geweest. En wat meer is: de godsdienstlessen die hij in zijn leven heeft gevolgd heeft hij, toen hij wat ouder werd, ook in de praktijk tóegepast.
En nu? Thans is hij wat ouder geworden. En de psalmist merkt dat de mentale krachten wat gaan wijken. De vurige volgeling van de Here werd door de jaren heen wat kalmer.
In die situatie vraagt de dichter: Here, wilt u bij mij blijven nu de geestkracht minder wordt en de mobiliteit afneemt? En hij doet er een belofte bij: als de Here helpt, zal de psalmist aan iedereen die langs komt godsdienstonderwijs geven.
Leest u maar even mee:
“O God, Gij hebt mij onderwezen van mijn jeugd aan,
tot nu toe verkondig ik uw wonderen;
wil mij dan ook tot mijn ouderdom en grijsheid,
o God, niet verlaten,
totdat ik aan dit geslacht uw arm verkondig,
aan ieder die komt, uw sterkte”[7].
Nee, die dichterlijke schrijver zegt niet dat het leven er dan eenvoudiger op wordt. Of minder pijnlijk. Of minder treurig.
Maar die dichterlijke schrijver zegt wel dat hij, zo lang hij op aarde leeft, een taak heeft.
Hoezo voltooid leven?

Het bovenstaande gelezen hebbende, denk ik: het is buiten kijf dat in de kerk zeker óók naar ouderen dient te worden geluisterd!

Wij mogen, denk ik, niet vergeten dat Gods kinderen een plaats hebben in de heilsgeschiedenis.
En dat geldt zeker óók voor onze bejaarden.
In de Bijbel wordt dat ook wel aangetoond. Ik geef vier voorbeelden.
* Genesis 24 meldt ons: “Abraham nu was oud en hoogbejaard, en de HERE had Abraham in alles gezegend”.
* In Lucas 1 ontvangen Zacharias en Elisabeth hun zoon Johannes pas op hoge leeftijd.
* In Lucas 2 staan twee oude mensen – Simeon en Hanna – in de tempel als Jezus daar wordt binnengebracht.
* Filemon: Paulus schrijft aan het eind van zijn leven nog een briefje aan Filemon[8].
Natuurlijk is onze plek in Gods plan nooit helemaal helder. Wij kunnen niet precies zeggen wat onze plaats in de wereldhistorie is. Maar zeker is wel dat de Here vérder werken wil. En daarbij gebruikt Hij al onze gaven; soms tot op hóge leeftijd.

Even zo goed zit die oude vrouw nog steeds op die stoel, daar in een kamer van het woonzorgcentrum.
En dan hebben we het nog niet gehad over die broeder die jaren achtereen dagelijks pijn lijdt.
Is het niet verstandiger om maar te zwijgen?

Geliefde lezer, ik voel geen enkele behoefte om u een schouderklopje te geven.
Zo van: doorzetten hoor! Of ook: hou vol! Of misschien: we denken vaak aan u…
Ach nee. Daar heb ik geen zin in.

U heeft er, meen ik, meer aan als ik u wijs op dat heerlijke woord van 1 Petrus 5.
Ik citeer: “Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen”[9].
Bij dat grootse perspectief verschrompelen alle menselijke pogingen om ons bestaan draaglijk te maken.
Laten wij het elkaar blijven voorhouden: ons eeuwige leven zal – o vreugde – nóóit voltooid zijn!

Noten:
[1] De dame in kwestie is een goede bekende, die lid is van een Gereformeerd-vrijgemaakte kerk. Uit privacyoverwegingen publiceer ik haar naam hier niet.
[2] Zie http://sparta.projectie.com/~uitvrije/index.php?id=1 .
[3] Zie: Gerard Beverdam, “’Nu geen wet over klaar met leven’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 8 maart 2012, p. 3.
[4] Zie Genesis 27:21, waar Isaäk tegen Jakob zegt: “Kom toch dichterbij, opdat ik u betaste, mijn zoon, of gij inderdaad mijn zoon Esau zijt of niet”. En Genesis 48:10: “Israëls ogen nu waren dof geworden van ouderdom, hij kon niet zien”. En 1 Samuël 3:2: “In die tijd had Eli zich eens op zijn gewone plaats te ruste begeven – zijn ogen begonnen zwak te worden, hij kon niet meer zien”.
[5] Genesis 18:13 en 14: “Toen zeide de HERE tot Abraham: Waarom lacht Sara daar en zegt: Zal ik werkelijk baren, terwijl ik oud geworden ben? Zou voor de HERE iets te wonderlijk zijn? Te bestemder tijd, over een jaar, zal Ik tot u wederkeren, en Sara zal een zoon hebben”.
[6] Genesis 42:37 en 38: “Toen zeide Ruben tot zijn vader: Gij moogt mijn twee zonen doden, indien ik hem niet tot u breng; geef hem onder mijn hoede en ik zal hem tot u terugbrengen. Maar hij zeide: Mijn zoon gaat niet met u mee, want zijn broeder is dood en hij is alleen overgebleven; overkomt hem een ongeluk op de weg die gij gaan zult, dan zult gij mijn grijze haar met verdriet in het dodenrijk doen nederdalen”.
[7] Psalm 71:18.
[8] Genesis 24:1; Lucas 1:5-24; Lucas 2:25-38; Filemon, vers 9.
[9] 1 Petrus 5:10 en 11.

24 oktober 2011

Goddelijke voorzienigheid versus voltooid leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Afgelopen woensdag, 19 oktober, vond er een symposium plaats over ‘voltooid leven’. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde.
In de media staat deze vereniging bekend als de NVVE. Dat komt omdat de vereniging tot 2006 een andere naam had: Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie[1].  

Welnu, de NVVE praatte afgelopen woensdag over het zelfgewild levenseinde.

De Protestants Christelijke Ouderenbond – de PCOB – heeft zich ook in het debat over dat levenseinde gemengd. Moeten we als samenleving mééwerken aan een zelfgewild einde?, zo vraagt men.

Het leven is, zo zegt de PCOB, niet ons eigen bezit.
De waardigheid van het leven is niet gebonden aan de prestaties van de betrokkene. Het feit dat iemand bestáát doet er al toe.
Beleidsadviseur Gerrie Abrahamse van de PCOB schreef in verband met dit onderwerp in het Nederlands Dagblad: “Deze aspecten maken dat het debat niet moet draaien om medische of juridische vragen, maar allereerst rond levensvragen. Hier gelden drie dimensies: de ik-vragen, die zich richten op de eigen bezinning; jij-vragen, die zich richten op het onderlinge gesprek; wij-vragen, die zich richten op het maatschappelijk debat”.
Wij moeten, zo meent men in de PCOB, de levensvragen nadrukkelijk aan de orde stellen. Dat kan men het stellen van die levenseinde-vragen uitstellen of voorkómen[2].

Het stoort mij dat de naam van God in dit alles meestentijds niet wordt genoemd. Het lijkt soms wel alsof men het noemen van Gods naam zorgvuldig vermijdt.
De reden daarvoor kan zijn dat men bevreesd is dat de boodschap niet óver komt als de Schepper van het leven wordt genoemd. Dat die vrees bestaat is wel te begrijpen. Maar dat laat onverlet dat het belijden van Gods naam voor christenen nódig is.
Wij vertrouwen er toch op dat de Here ons zal voorzien van alles wat wij voor lichaam en ziel nodig hebben? Wij hebben toch de geloofszekerheid dat Hij elk kwaad, dat Hij ons in dit moeitevol leven toedeelt, voor ons doet meewerken ten goede[3]? Een christen is – meen ik – verplicht die belijdenis úit te spreken.

Veel mensen zeggen: we moeten met elkaar kunnen communiceren; als dat niet meer mogelijk blijkt, is het leven voltooid.
Hierover sprekende moeten wij, dunkt mij, goed onderscheiden tussen bestaansgrond en bestaansdoel.
Mensen zijn geschapen omdat dat in het plan van God was opgenomen. De Here God is, als ik dat zo zeggen mag, baas in onze buik. Híj is de Heer van ons bestaan. Terecht merkte J. van Bruggen eens op: “Gód beslist soeverein over het binnenkomen en zijn in dit leven”[4]. Onze bestaansgrond vinden wij dus in God.
Mensen hebben een plek in allerlei verbanden en gemeenschappen. Ons bestaansdoel is dat wij in die verbanden communiceren. Als zulke omgang – menselijkerwijs gesproken – niet meer uitvoerbaar  is, is daarmee het leven niet ten einde. Want wij zijn in Gods hand; Híj bepaalt wanneer ons leven hier op aarde ten einde is.

Vandaag de dag hebben allerlei sprekers het over menselijke waardigheid.
Bij tijd en wijle doelt men dan op verlies van decorum: iemand ziet er onaantrekkelijk uit.
Anderen spreken over ‘dying with dignity’:  sterven met waardigheid. Als die term valt komen euthanasie en hulp bij zelfdoding al snel in zicht.
Hoe dat zij – de kerkvader Augustinus leerde zijn luisteraars: “de onsterfelijke ziel van de mens is zo waardig en zo veel waardiger dan een lichaam omdat hij door God geschapen is[5].
Ik wil maar zeggen: christenen die willen spreken over humane waardigheid moeten eerst en vooral Gods Wóórd lezen.

Heden ten dage zijn velen de mening toegedaan dat wij, simpel gezegd, recht hebben op tenminste één sprankje geluk per dag.
De vraag is vervolgens: waar vinden wij dat geluk?
Als ik Jesaja 25 lees, begrijp ik dat er een sluier over ons bestaan ligt. Er ligt een bedekking over de wereld. De lucht kan nóg zo blauw zijn, de bloemen kunnen nóg zo kleurig wezen… – altijd is er wel iets dat ons aardse leven overschaduwt. Maar juist ín die schaduw mogen wij weten dat er een moment komt waarop onze Here die sluier zal verscheuren. Weg ermee!, zal Hij zeggen. De bedekking van deze wereld zal Hij weggooien. Dat ding heeft hier geen functie meer, zal Hij opmerken[6].

Ons leven kan zwart zijn. Diepzwart.
Maar dan, juist dan, mogen wij zeggen: hier is het niks meer, maar stráks… dan zul je eens zien!
Met name de ouderen onder ons hebben dagelijks te maken met de tekorten van het leven.
En misschien bent u geneigd tot een levenslange klacht.
Mag ik u wijzen op Psalm 88?
De Ezrahiet Heman had het met het leven helemaal gehád. Hij componeerde een leerdicht. Hij wilde zijn luisteraars blijkbaar iets leren. Heman wilde kennis overdragen[7]. Zijn tekst was somber:
“Vriend en metgezel hebt Gij van mij verwijderd;
mijn bekenden zijn een en al duisternis”[8].
De psalm is één en al jammerklacht. Maar Heman wist wel waar hij met zijn beklag en tegenwerping heen moest. Dát leerde Heman dus aan zijn volksgenoten. En de Geest van de Here heeft het zo geleid dat de les van Heman ook in onze bijbels staat. Zodoende houdt Heman ook óns in training. Hij zegt: mensen, klagen mag; maar bedenk goed wáár u dat doet.

“Gij zult niet doodslaan”. Die woorden kent u natuurlijk wel[9].
Die wetsregel is niet bedoeld als motto voor beveiligers, politieagenten en douaniers. Die bepaling is niet zozeer bedoeld als afbakening van onze speelruimte.
Het is een wetsregel die ons op de próef stelt.
Geloven wij werkelijk dat álle dingen die op aarde geschieden, “uit zijn vaderhand ons ten deel vallen”[10]?
Of – om met J. van Bruggen te spreken -: “geloven wij werkelijk dat de Here leeft en voor ons zorgt en dat Hij op aarde recht zal doen”[11]?

Als u het mij vraagt, is de kwestie van de Goddelijke voorzienigheid ook vandaag nog volop actueel.

Noten:
[1] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/NVVE .
[2] Zie: Gerrie Abrahamse, “Er is meer dan ‘voltooid leven’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 20 oktober 2011, p. 11.
[3] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[4] J. van Bruggen, “Het leven is de moeite waard; pastorale handreiking voor verplegenden”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, 1972 (tweede herziene druk). – p. 18.
[5] Zie http://www.npvzorg.nl/themas-van-a-tot-z/waardigheid-leven-met/ .
[6] Jesaja 25:7 en 8: “En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken”.
[7] Zie voor de betekenis van ‘leerdicht’: http://www.woorden.org/woord/leerdicht .
[8] Dat is Psalm 88:19; het slot van dit leerdicht.
[9] Zie Exodus 20:13 en Deuteronomium 5:17.
[10] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 27.
[11] Van Bruggen, a.w., p. 25.

Blog op WordPress.com.