gereformeerd leven in nederland

17 juni 2016

De kerk moet kiezen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

“Jeugd in confrontatie met deze tijd”.
Dat klinkt als een actueel onderwerp.
Welnu, dat is het in 1971 ook al.
Dominee W.G. de Vries spreekt er over op de 26ste Bondsdag van de Bond van Verenigingen van Gereformeerde Vrouwen, die op woensdag 9 juni van dat jaar te Rotterdam gehouden wordt.

Op vrijdag 11 juni van dat jaar doet het Nederlands Dagblad er uitgebreid verslag van[1].

Hoe komt het toch, zo vraagt dominee de Vries zich af, dat we na de tweede wereldoorlog te overal in de wereld te maken hebben met protesterende en rebellerende jeugd?

“Als antwoord daarop gaf hij, dat er langzaam maar zeker een nieuwe klasse is ontstaan, die van de teenagers, die een grote afnemer vormt van allerlei producten. Mede daardoor wordt er in het politieke, en maatschappelijk leven, in de muziekwereld en de vermaaksector terdege gerekend met de wensen en meningen van de jeugd.
Dat is niet de God die de kerken prediken, maar de god van de vereniging van de tegenstellingen. Opvallend is de toenemende invloed van oud-oosterse godsdiensten.
Deze mystiek is weer verwant met de van de Dopersen, die in hun bloeitijd ook allerlei extatische verschijnselen kenden. We staan hierbij, zo zette ds. De Vries uiteen, voor het verschijnsel van nieuw heidendom, dat zoals het oude zeer religieus geladen is.
De naoorlogse jeugd – de nozems, provo’s en hippies – leeft in opstand tegen de wereld van de volwassenen, van de gevestigde maatschappij. [De jongeren] zoeken de leegte op te vullen door de betovering van drank, verdovende middelen, vrije liefde en beatmuziek. Een ontzaglijke werking heeft LSD, zodat al gesproken is van een psychische atoombom. Landen als communistisch China importeren deze middelen op grote schaal naar het Westen. De conclusie ligt voor de hand, dat deze ‘atoombom’ wel eens de ondergang van de hele westerse wereld kan veroorzaken. Kritische leraren in ons land hebben via het ‘Rode boekje’ al duizenden scholieren rijp gemaakt voor het gebruik van deze middelen. Het meest opmerkelijke, zo noemde ds. De Vries dit, is dat al deze verschijnselen religieus geladen zijn. Er is een nieuwe religie bezig te ontstaan, de godsdienst van het mediteren. Men dient de god van de kracht, van de sex, van de roes. Wie zijn Bijbel kent ziet al bij voorbaat de eigen tijd weerspiegeld. Hij weet dat er maar één middel is om weerstand te bieden aan dit massale verschijnsel, aan deze verzoeking die ook een greep doet naar het hart van de jeugd der kerk”.

Tot zover het eerste deel van de weergave in het Nederlands Dagblad.

In de eerste plaats maak ik bij het bovenstaande de aantekening dat het internet – waarvan begin jaren ’70 nog geen sprake was – zaken als drank, drugs en vrije liefde heel snel dichterbij hebben gebracht.

In de tweede plaats: de psychische atoombom heeft nog niet tot de ondergang der maatschappij geleid. We mogen nuchter vaststellen dat we er nog zijn.
Maar de zogeheten westerse beschaving is natuurlijk maar een dun vernisje. Daaronder zit veel besluiteloosheid, ellebogenwerk en corruptie.
Bijna paradoxaal is het feit dat hoe meer communicatiemiddelen wij ontwikkelen, er des te slechter wordt gecommuniceerd. U ziet dat bijvoorbeeld in de zorg; maar ook in andere bedrijfstakken kan men er wat van.
De wereld is een dorp geworden. Een global village. De wereldburgers worden geacht zoveel bij te houden, dat het voor de gemiddelde burger bijkans niet meer te doen is.

In de derde plaats dit.
Wat staat Gereformeerde mensen in zo’n maatschappij te doen?
Er moeten keuzes worden gemaakt. Wat doen wij wel, en wat niet? Wat volgen wij wel, en wat laten wij liggen?
Geachte lezers, wij moeten niet denken dat keuzes maken iets nieuws is.
Dat thema staat immers prominent in onze Bijbels.
Neem nou Jozua 24.
Ik citeer: “Maar indien het kwaad is in uw ogen, de Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult: òf de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, òf de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!
Toen antwoordde het volk en zeide: Het zij verre van ons, de Here te verlaten en andere goden te dienen. Want de Here is onze God. Hij is het, die ons en onze vaderen uit het land Egypte heeft gevoerd, uit het diensthuis, en die voor onze eigen ogen deze grote tekenen gedaan heeft, en ons behoed heeft op heel de weg die wij gingen, en onder alle volken door wier midden wij trokken. De Here dreef alle volken en de Amorieten, de bewoners van dit land, voor ons uit. Ook wij zullen de Here dienen, want Hij is onze God.
Doch Jozua zeide tot het volk: Gij zult niet in staat zijn de Here te dienen, want Hij is een heilig God. Hij is een naijverig God. Hij zal uw overtreding en uw zonden niet vergeven. Wanneer gij de Here verlaat en vreemde goden dient, dan zal Hij Zich omwenden, u kwaad doen en verdelgen, nadat Hij u heeft welgedaan. Het volk zeide echter tot Jozua: Neen, maar de Here zullen wij dienen. Daarop zeide Jozua tot het volk: Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de Here verkoren hebt, om Hem te dienen. Toen zeiden zij: Wij zijn getuigen!
Nu dan, doet de vreemde goden weg, die in uw midden zijn, en neigt uw harten tot de Here, de God van Israël. En het volk zeide tot Jozua: De Here, onze God, zullen wij dienen, en naar zijn stem zullen wij horen.
Te dien dage sloot Jozua een verbond met het volk en stelde inzetting en recht voor hen vast te Sichem. Jozua schreef deze dingen in het wetboek Gods, en hij nam een grote steen en richtte die aldaar op, onder de terebint, op de heilige plaats des Heren”[2].
Wat gebeurt daar?
* Jozua roept Israël op om te kiezen voor de dienst aan de Here
* Het volk zegt: jazeker, wij zullen de Here dienen
* Jozua repliceert uitdagend: u houdt dat nooit vol; want God is een heilig God, die afgoden niet naast Zich duldt
* Het volk zweert nog eens dat zij de Here zal dienen; ja, dat zullen zij werkelijk doen.
* Wel, zegt Jozua, dan moet uw keuze ook radicaal zijn; want dan is het de Here, en de Here alleen. Als u nu de afgoden nog een blik waardig keurt, is dat regelrecht verraad aan u zelf.
Dat alles is voor de kerk van 2016 van groot belang.
Want in feite geeft de God van het verbond ons in Jozua 24 een cursus Keuzes Maken.

Laten wij nog wat verder lezen in die oude editie van het Nederlands Dagblad.

“Wat de oorzaak van deze ontwikkeling is? Natuurlijk, zo zei ds. De Vries, ligt op de bodem altijd het verwerpen van het heilzaam Woord van God. Maar ook is er opstand bij de jeugd omdat er geen gezag meer is, geen leiding, geen weg die gewezen wordt. Als de ouders alles laten lopen, alles goed vinden, geen koers meer uitzetten, geen maatstaven meer hanteren, dan voelen de jongeren zich verloren, eenzaam en leeg. Autoriteitsverlies bij de vader betekent tegelijk autoriteitsverlies van elke overheid”.
En:
“De ouders mogen hun kinderen niet weerloos laten of weerloos maken door eigen gemakzucht. Zij. de nieuwe generatie zal mee door de hulp en de dienst van de oudere generatie de strijd moeten leren, de goede strijd van het geloof”.

Einde citaat.

Ware gelovigen moeten leren om keuzes te maken. Het maken van de goede keuzes begint bij de erkenning van het gezag van de Verbondsgod!

Laat ik tenslotte enkele verzen uit 1 Timotheüs 6 aanhalen. In dat hoofdstuk gaat het over de goede strijd van het geloof.
“Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen. Ik beveel voor God, die alle leven wekt, en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft, dat gij dit gebod onbevlekt en onberispelijk handhaaft tot de verschijning van onze Here Jezus Christus, welke te zijner tijd de zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen, de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen”[3].

Noten:
[1] “De beste opvoeding die de jeugd kan krijgen is een gezond normaal gezin”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 11 juni 1971, p. 5. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] Jozua 24:15-26.
[3] 1 Timotheüs 6:12-16.

26 januari 2016

Heel gewoon

Het verhaal van Naäman, de melaatse Syriër, kent u vast wel. Het staat in 2 Koningen 5. De profeet Elisa geeft Naäman de opdracht om zeven keer in de Jordaan te baden. Dan zal, zo spreekt de woordvoerder van God, uw lichaam weer gezond worden.
Die instructie vindt de Syrische legerofficier veel te gewoon. Hij verwacht allerlei spektakel. Een luidkeels uitgesproken gebed, bijvoorbeeld. Of bijvoorbeeld handen die, al of niet met magische kracht, over de melaatse plek heen en weer bewegen. Maar dit? Dit is te simpel. Te stom voor woorden, eigenlijk. Naäman vertrekt. Boos en teleurgesteld.
De afloop van de geschiedenis van Naäman is voor dit artikel niet zo van belang.
Maar de bad-instructie van Elisa in 2 Koningen 5 is wel een mooie illustratie bij Zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus.

Voor onze oriëntatie citeer ik een antwoord uit de Catechismus.
“Christus heeft mij en alle gelovigen een bevel en daarbij ook een belofte gegeven. Hij heeft bevolen tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en uit deze beker te drinken. Hij heeft daarbij ten eerste beloofd, dat zijn lichaam voor mij aan het kruis geofferd en zijn bloed voor mij vergoten is.
Dit is even zeker als ik met de ogen zie dat het brood des Heren voor mij gebroken en de beker mij gegeven wordt. Ten tweede heeft Hij beloofd, dat Hij zelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven voedt en verkwikt. Dit is even zeker als ik het brood en de wijn, als betrouwbare tekenen van Christus’ lichaam en bloed, uit de hand van de dienaar ontvang en met de mond geniet”[1].

Eten en drinken: dat is de gewoonste zaak van de wereld. Net zo gewoon als die Syrische militair die in de Jordaan moest gaan baden. Maar juist in die gewone maaltijd wil God het wonder van de door Hem gegeven genade dichterbij brengen.
De God van hemel en aarde, die alles doorziet en alles overziet, laat ons in een eenvoudig sacrament zien hoe groot het wonder van Zijn beloften is. Dat rustige eten en drinken, zonder storing of overbodige drukte, geeft ons een idee van de perfecte balans en het oneindige geluk in ons eeuwige leven.

Die eenvoud van dat sacrament vinden wij wellicht hinderlijk.
In de kerk willen we grootse dingen zien en horen. Mooie rituelen. Dichterlijke woorden. En meer van dat prachtigs. Gewone dingen zijn voor beginnelingen. Wij horen bij de gevorderden. Toch?
Welnu, zegt de Here, doe maar gewoon.
Nee, de kerk is op aarde niet volmaakt. En dat wordt die ook niet. Maar Ik geef u mijn beloften. Ik geef u eeuwig leven. Als u dat met heel uw hart gelooft, eet dan maar mee. Als u dat met heel uw hart gelooft, drink dan maar uit de beker.

In Johannes 6 zegt Jezus: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem”[2].
De luisteraars zeggen: dit is onaanvaardbaar. Oftewel: dergelijke wartaal is niet te begrijpen; hier kunnen wij niks mee. Wat moeten gewone mensen met zulke hoogdravend klinkende uitspraken aanvangen?
Eigenlijk zien we in het bovenstaande een heel bekende reactie. Namelijk deze: als we de Bijbel niet begrijpen, dan leggen we ‘m weg. Als we Gods Woord konden afschaffen, dan déden we dat.
Jezus zegt impliciet: mensen, geloof het maar; doe maar gewoon.

Laat ik, in verband met het voorgaande, nog een stukje uit Zondag 28 citeren.
[vraag] “Wat betekent dat: het gekruisigd lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken?
[antwoord]: Dat wij met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aannemen”[3].
Daar staat niet: geloven betekent dat u het allemaal begrijpt. Daar staat ook niet: geloven betekent dat u ervan uit gaat dat Jezus ooit heeft bestaan. Daar staat ook niet dat u – met iets van droefenis in uw brein – constateert dat deze onbegrepen Man op een onrechtvaardige manier aan Zijn einde is gekomen.
Nee, dat staat er niet.
Als wij aan het Heilig Avondmaal deelnemen, zeggen we daarmee: dat lijden heeft plaatsgevonden om onze redding te bewerkstelligen. We zeggen daarmee: dat Christus heeft geleden, komt mede vanwege mijn schuld.

Als we dat – anno Domini 2016 – zo belijden, zijn we op geen enkele manier modieus.
Want tegenwoordig wordt Christus’ lijden op allerlei manieren in toneelspelen en musicals aan de orde gesteld. The Passion is er een goed voorbeeld van. Duizenden mensen kijken er naar. Zij vergapen zich eraan. En als het doek valt, en in het theater de lichten uit gaan… dan gaan zij weer naar huis, terug naar de vluchtige dingetjes van alledag.
Die toneelliefhebbers zijn kijkers. Die musicalbewonderaars zijn waarnemers. Ze bekijken het spektakel, maar… zij staan er buiten.
In de kerk staan de zaken anders. Daar zeggen we: Christus leed voor mij. Voor ons. Daarom vieren wij het Heilig Avondmaal!

Aldus blijven vergeving en eeuwig leven voortdurend in ons blikveld.
Vergeven – wat is dat? Een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant zei daar eens over: “Nu betekent ‘vergeven’ niet: door de vingers zien, zand erover. Letterlijk betekent het woord vergeven: wegzenden. Dan denken we aan de zondebok die, beladen met de zonden van het volk, weggezonden moest worden, de woestijn in. Zo moest Christus, beladen met onze zonden, buiten de legerplaats, buiten Jeruzalem, geleid worden om onze zonden weg te dragen aan het kruis. God heeft onze zonden mèt Hem weggezonden, verder dan het westen verwijderd is van het oosten. Het gaat er om, vroeger en vandaag, dat God ons met een gelovig hart het hele lijden en sterven van Christus doet aanvaarden”[4][5].

Wij ontvangen vergeving en eeuwig leven. En wanneer krijgen wij dat dan? Antwoord: we ontvangen het nu.
Voor het gevoel van veel kerkmensen is het zo dat het eeuwige leven pas begint op onze sterfdag; dus: op het moment dat we het aardse voor het hemelse verwisselen. Dat, geachte lezer, is een misverstand. Een levensgroot misverstand.
Het eeuwig leven van godvrezende mensen is al begonnen. Let u, als het hierom gaat, maar op Johannes 11. In dat hoofdstuk staat de weergave tussen Jezus en Martha. Ik citeer: “Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal opstaan. Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage. Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?”[6].

Vergeving en eeuwig leven: voor ware gelovigen is het de gewoonste zaak van de wereld.
En we hoeven er niets bijzonders voor te doen.
Want dat heeft Jezus Christus al gedaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 28, antwoord 75.
[2] Johannes 6:54 en 55.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 28, antwoord 76.
[4] De predikant in kwestie is dr. W.G. de Vries (1926-2006). Dit citaat komt uit een preek over Zondag 28 uit de Heidelbergse Catechismus, die dominee De Vries in 1999 schreef. Ook elders in dit artikel maak ik dankbaar van die preek gebruik. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Het gelovig eten en drinken van Christus’ lichaam en bloed
1. Het is een gelovig aannemen van Christus’ lijden
2. Het is een steeds meer verenigd worden met Christus’ lichaam.
[5] Zie over de zondebok Leviticus 16:1-28; met name de verzen 21 en 22.
[6] Johannes 11:23-26.

3 september 2015

Kerkbouw ondanks afgunst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Genesis 29 en 30 zijn, op een bepaalde manier, verbazingwekkende hoofdstukken in de Bijbel.
Er is daar sprake van een enorme rivaliteit tussen Rachel en Lea, de vrouwen van Jakob. En waarom? Lea wordt een paar keer zwanger. Maar Rachel krijgt geen kinderen. En daarom gunnen de vrouwen elkaar het licht in de ogen niet.
Op de duur worden slavinnen ingezet om ‘namens’ hun opdrachtgeefster een kind ter wereld te brengen. Bilha, de slavin van Rachel, baart achtereenvolgens Dan en Naftali. Zilpa wordt, ‘namens’ Lea, twee keer zwanger. Zo komen Gad en Aser ter wereld.

De vraag klemt: wat is dit nu voor kinderachtig gedoe?
Ruzie over verminderde vruchtbaarheid en kinderloosheid: wat is dat nou voor toestand?
In rond Nederlands zouden wij, nuchtere mensen van 2015, opmerken dat dit nergens op lijkt.
Zo gaan we toch niet met elkaar om?
Dit is toch in genen dele tot eer van de Here?
Sterker nog, dit gaat toch tegen de geboden van God in?

Maar zo simpel ligt het niet.
Want in Genesis 29 staat te lezen: “Toen de Here zag, dat Lea niet bemind was, opende Hij haar schoot, maar Rachel bleef onvruchtbaar”[1].
De regie van deze buitengewoon ongelukkige historie ligt bij de God van hemel en aarde. En het is duidelijk: de Here neemt het op voor de zwakkere.

Hier maken twee kinderen van God elkaar het leven zuur, en wel over een zaak waar zij – op de keper beschouwd – geen invloed op hebben. En daarbij komt nog dat zij impliciet vaststellen dat het Goddelijk beleid op z’n minst niet eerlijk is.

Wie dat tot zich door laat dringen, beseft wellicht dat er anno Domini 2015 nog weinig nieuws onder de zon is.
Immers, ook wij kunnen soms de neiging hebben om de God van het verbond ter verantwoording te roepen. Wij willen wel eens weten waarom ons leven op deze of gene wijze verloopt. Het is ons volkomen onduidelijk waarom onze kinderen dit of dat moeten meemaken. Wij begrijpen niet waarom de toestand van de kerk in onze tijd zo deplorabel is. Enzovoort.
Wij zijn soms reuze ongelukkig in de kerk.
Geloofsblijdschap? Die is soms ver te zoeken.
Als u het mij vraagt zien we hier hoe diep de zonde in onze levens verankerd is.
Ten diepste is er heden ten dage nog weinig veranderd in de wereld!

Als het over de naamgeving van de kinderen gaat, wordt God er vaak op een bedenkelijke manier bij betrokken.
Lea baart Ruben en zegt in hoofdstuk 29: “Voorwaar, de Here heeft mijn ellende aangezien; voorwaar, nu zal mijn man mij liefhebben”[2].
Nadat Simeon geboren is, spreekt Lea uit: “Voorwaar, de Here heeft gehoord, dat ik niet bemind ben, en heeft mij ook deze geschonken”[3].
Na Levi’s komst wordt Lea zelfverzekerd: “Nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten, omdat ik hem drie zonen gebaard heb”[4].
Nog is het einde niet. Juda wordt geboren, en Lea zegt: “Nu zal ik de Here loven”[5].
Rachel concludeert in hoofdstuk 30: “God heeft mij recht verschaft, ook heeft Hij mij verhoord en mij een zoon gegeven”[6].
Na de geboorte van Issaschar stelt Lea vast: “God heeft mij mijn loon gegeven, omdat ik mijn slavin aan mijn man gegeven heb”[7].
Diezelfde Lea is bij de geboorte van Zebulon ronduit triomfantelijk: “God heeft mij een schoon geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij mij wonen, omdat ik hem zes zonen gebaard heb”[8].
Rachel zegt bij de komst van Jozef: “God heeft mijn smaad weggenomen” en: “Moge de Here mij er nog een andere zoon bijvoegen”[9].
Zeker, bij de moeders speelt de Here een grote rol. Maar voortdurend proeven we de wedijver. De permanente poging om beter te zijn dan de ander. Sterker. Vruchtbaarder.

Maar in al die intriges wordt toch steeds de macht van God gedemonstreerd.
In hoofdstuk 30 lezen we: “En God hoorde naar Lea, zij werd zwanger en baarde Jakob een vijfde zoon”[10]. En: “Toen gedacht God Rachel, en God verhoorde haar; Hij opende haar schoot”[11].
Hij is de Gever van het leven.
Hij bestuurt deze wereld, ook als die vol is van jaloersheid en boosaardigheid.

Over Genesis 29 en 30 is nog meer te zeggen.
Professor B. Holwerda (1909-1952) geeft de volgende uitleg: “Men vergete niet, dat beide vrouwen streden om een hoge inzet, het kerkzaad: en dat beide daarom geworsteld hebben in gebeden”.
Over de positie van Rachel merkt de professor op: “Ze mocht dan Jacobs natuurlijke voorkeur genieten, God verhinderde haar moeder te worden. Daarmee ‘sterft’ ze inderdaad, zoals ze het zelf uitdrukt. Ze stuit hier op bovenmenselijke tegenwerkende krachten. Ongetwijfeld is haar verlangen naar ‘t kerkmoederschap geestelijk geweest; alleen laat ze daarbij natuurlijke voorrang gelden en ze zoekt Lea uit te sluiten. En daarom laat God haar sterven, opdat in dit moederschap geen vlees zou roemen voor Hem. Alle natuurlijke voorrang is als zodanig in strijd met het genadekarakter van de verkiezing”[12][13].
Het gaat in deze hoofdstukken dus om het voortbestaan van de kerk. Daar hebben de moeders wel enig besef van, maar hun zondige aard voert vaak de boventoon. De kwestie is: God schept kinderen, om Zijn kerk te bouwen. Hij kiest de Zijnen uit!

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant W.G. de Vries (1926-2006) schrijft naar aanleiding van deze geschiedenis: “De kerk komt voort uit zondaren. De kerk eindigt met de herinnering aan zondaren. Zo alleen kunnen we Gods poorten binnengaan. Met lof, met lof niet voor mensen, maar met de lof voor Hem in zijn heilig hof. De lof voor zijn onverdiende genade. En deze genade zet alle mensen buiten spel. Maar Hij laat wel hun namen spellen, als het gaat om de toegang tot zijn nieuwe wereld”[14].

In de kerk van 2015 hebben we soms ook te maken met grimmigheid, nijd en venijn. Maar ook vandaag mogen en moeten wij weten dat de almachtige God verder gaat met kerkbouw, ondanks alle menselijk kwaad.

Noten:
[1] Genesis 29:31.
[2] Genesis 29:32.
[3] Genesis 29:33.
[4] Genesis 29:34.
[5] Genesis 29:35.
[6] Genesis 30:6.
[7] Genesis 30:18.
[8] Genesis 30:20.
[9] Genesis 30:23 en 24.
[10] Genesis 30:17.
[11] Genesis 30:22.
[12] Zie: Rudolf van Reest, “Naar het land der verwachting” – feuilleton; aflevering 36. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 3 mei 1969, p. 7. Ook te vinden op www.delpher.nl. Geraadpleegd op woensdag 12 augustus 2015.
[13] Rudolf van Reest is een pseudoniem van K.C. van Spronsen. Informatie over deze auteur staat op https://nl.wikipedia.org/wiki/Rudolf_van_Reest .
[14] W.G. de Vries, “Abraham, Isaak en Jakob; begenadigde voorvaders”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre B.V., 1995. – p. 181.

26 augustus 2015

De liefde van De Liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Kent u Jan de Liefde[1]? Hij leeft van 1814 tot 1869. Hij begint als doopsgezind predikant, maar wordt na een jaar of zes al ontslagen; dat is in 1845.
Hij sympathiseert een poosje met de baptisten.
In 1849 trekt hij naar Amsterdam.
Dominee De Liefde houdt er merkwaardige denkbeelden op na. Hij legt de nadruk op de doop met de Heilige Geest, en vindt de symbolische handeling van kinderdoop of volwassendoop niet zo van belang.
Dominee De Liefde heeft niets op met gezag. Of het nu zeggenschap van de staat is of het gezag van een kerkelijke organisatie, hij moet er niets van hebben. Gezag bouwt, zo vindt hij, het geloofsleven op geen enkele manier op. Het instituut van de hervormde kerk vermoordt meer zielen dan dat zij behoudt, oreert hij.
Als niet-kerkelijk gebonden evangelist werkt hij in de Amsterdamse Jordaan. Hij koopt er een paar huizen; die laat hij verbouwen tot een kerkzaal. In zijn eigen huis – ‘Bethanië’ genaamd – leidt hij evangelisten op. In 1855 richt De Liefde de vereniging ‘Tot heil des volks’ op. In de meest actieve jaren telt de vereniging veertien afdelingen. De organisatie ‘Tot heil des volks’ bestaat overigens nog steeds[2].
Dominee De Liefde krijgt grote geldzorgen. Zodoende moet De Liefde in 1862 noodgedwongen zijn kerkgebouw verkopen.
Uiteindelijk vertrekt hij naar Londen. Daar doet hij veel werk als publicist.
We kennen de predikant overigens ook van bekende liederen als ‘Daar gaat door alle landen’, ‘Van U zijn alle dingen’ en ‘Luid klokje klingelingeling’.

Vandaag haal ik deze man eens naar voren.
Jan de Liefde lijdt aan religieus individualisme.
Aan de kerk laat hij zich weinig gelegen liggen. Met de Heidelbergse Catechismus heeft hij niets: “Is het ons alleen om zaligheid, dat is om redding te doen: nu ja, dan kan reeds een enkele tekst den armen Jozef uit den dood in het leven overvoeren. Daartoe hebben wij, Gode zij dank! geen Catechismus met zijn 52 Zondagen en 129 antwoorden nodig”.
En:
“…neemt een pennemes, en snijdt den Catechismus van achter uwe Bijbels weg, en legt dat enkele Woord Gods in het midden, en heft dan uwe hand op naar den hemel en roept: Dit is het leerboek en geen ander voor ons en onze kinderen”[3].

Terecht noteert de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. W.G. de Vries daar bij: “Dat de belijdenis onder Gods Woord staat en dat de belijdenis in bepaalde zinsneden of woordkeus niet volmaakt is, wordt door ieder gereformeerd mens erkend en beleden. Maar wie in een tijd van massale belijdenisaantasting steeds maar weer erop hamert dat de belijdenis toch ‘maar’ mensenwerk is en feilen vertoont, blijkt geen goed profeet te zijn en maakt de indruk aan deze tijdgeest toe te geven. Of wil men zich niet meer conformeren aan het unieke oordeel van àlle afgevaardigden ter Dordtse Synode 1619 — ook de buitenlandse — dat in de gereformeerde belijdenis niets gevonden wordt, wat met Gods Woord in strijd is”[4].

Men kan gerust zeggen dat dominee De Liefde zijn tijd ver vooruit is geweest.
Tegenwoordig zijn er massa’s mensen die wel in God geloven, maar de kerk het liefst laten voor wat die is.
Als het gaat over godsdienst en geloof, focust men enkel en alleen op zaken die in de buurt van de barmhartigheid liggen. Op goede hulpverlening bijvoorbeeld. Op zorgzaamheid en empathie. Met verklaringen, belijdenisgeschriften en dogma’s komt de kerk – naar men zegt – niet vooruit.

Een organisatie als ‘Tot heil des volks’ doet ongetwijfeld veel goed werk. Momenteel is de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G.H. Hutten één der leden van de directie.

Maar de Amsterdamse organisatie gaat, voor zover ik weet, gemakshalve nog altijd voorbij aan het feit dat het Woord zegt dat de Verbondsgod zijn kinderen bijeen wil brengen.
Het is Jezus die in Mattheüs 23 zegt: “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild”[5].
Ook de hogepriester Kajafas wijst daar in Johannes 11 op. Ik citeer: “Maar één van hen, Kajafas, de hogepriester van dat jaar, zeide tot hen: Gij weet niets, en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat. Doch dit zeide hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen”[6]. Dat zegt Kajafas dus niet omdat hijzelf zo’n goed zicht op Gods werk heeft. Nee, de heilige God geeft hem Hoogstpersoonlijk een profetie in de mond!
Wij kunnen er niet omheen: de God van het verbond verzamelt Zijn kinderen. In de kerk!

Het hoeft geen betoog dat dominee De Liefde zijn luisteraars lief heeft gehad.
En ja, ook hedendaagse evangelisten doen hun verkondigend werk ongetwijfeld vol overtuiging.
En misschien komen daar goede dingen uit voort.
Ach, wellicht doen die verkondigers veel goed werk.
Maar zij lezen Gods Woord maar met een half oog.

De levensgeschiedenis van dominee De Liefde demonstreert waar religieus individualisme toe leiden kan.
Laten wij er, ook anno Domini 2015, onze lessen uit trekken!

Noten:
[1] In het onderstaande gebruik ik onder meer gegevens uit het Biografisch Lexicon voor de Geschiedenis van het Nederlands Protestantisme. Te vinden via http://www.biografischportaal.nl/ . Geraadpleegd op dinsdag 4 augustus 2015.
[2] Zie http://totheildesvolks.nl/ . Geraadpleegd op dinsdag 4 augustus 2015.
[3] Geciteerd via de rubriek ‘Persschouw’. In: Nederlands Dagblad, maandag 26 januari 1970, p. 2. Ook te vinden op www.delpher.nl .
[4] Aldus schreef W.G. de Vries in het blad Petah-Ja. Eertijds was dat het maandblad van de Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde grondslag. Het door dominee De Vries geschrevene werd overgenomen in het Nederlands Dagblad. Zie verder noot 3.
[5] Mattheüs 23:37.
[6] Johannes 11:49-52.

14 april 2015

Huwelijkstrouw

De Here leert ons om trouw te zijn in ons huwelijksleven.
De wereld om ons heen vindt dat best een beetje saai.

In onze omgeving wordt gezegd: “Je bent weliswaar nog steeds gelukkig met je relatie, maar af en toe vind je dat monogaam zijn toch wel erg monotoon is? Je wilt geen problemen in je relatie, maar de sleur maakt je er niet gelukkiger op?
67% onder ons blijkt vreemdgaan een geweldige ervaring te vinden, terwijl 95% vindt dat flirten helemaal geen vreemdgaan is.
Second love brengt je via de site in contact met anderen en biedt je de kans op een date. Je kunt zowel online als offline mensen ontmoeten en zelf bepalen hoever je wilt gaan met jouw date. Alles mag, niets moet”.
En:
“Wist je dat 72% van vrouwen vindt dat passie en aandacht de dingen zijn die ze het meest missen in hun huidige relatie?”[1].
In een wereld waarin vreemdgaan bij de gewone zaken is gaan horen, belijdt de kerk: “Het zevende gebod leert ons “dat alle onkuisheid door God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[2].
En:
“Omdat zowel ons lichaam als onze ziel een tempel van de Heilige Geest is, wil God dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren. Daarom verbiedt Hij alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan”[3].

Menselijke passie staat tegenover Geestelijke actie.
Menselijke aandacht staat tegenover Geestelijke zorg.

Vanuit de mens gesproken zegt men: is het na tien, twintig, vijfentwintig jaar niet goed om eens rond te kijken?
Maar die vraag doet geen recht aan de status van de mens. De mens is geen object waarop men seksuele lusten botvieren kan. Man en vrouw zijn elkaar tot hulp. Jarenlang. In alle situaties van het leven.
En als het leven dan alledaags wordt? Een tikje duf? Ietwat eentonig?
Als wij over het antwoord op dergelijke vragen nadenken, ligt een tegenvraag voor de hand. Namelijk deze: is er één leven dat van het begin tot het einde bestaat uit opwindende kicks en liters adrenaline? De vraag is haar beantwoorden. En wie die kwestie negeert moet maar eens kijken hoeveel mensen om hem heen zorg nodig hebben.
Man en vrouw moeten elkaar tot hulp zijn. In alle dingen die dagelijks voorbij komen. De kern van het probleem van de eenentwintigste eeuw is dit: we willen elkaar alleen nog maar helpen als het ons uitkomt en als wij dat nuttig vinden.
Welnu, volgelingen van Christus moeten dat anders doen!

Nu het hierom gaat, wijs ik graag op woorden van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant W.G. de Vries: “In het huwelijk heeft de mens van God de onvergelijkelijke glorie gekregen dat hij Gods Scheppersheerlijkheid mag afbeelden”[4].
In de hulp die man en vrouw elkaar bieden zijn zij ambassadeurs van God. Hoge vertegenwoordigers van Hem. Wij laten iets zien van de manier waarop hij weer.
In het huwelijk worden meestal kinderen gegeven. Vanuit dat huwelijk worden nieuwe mensen de wereld in gebracht, om Zijn werk verder uit te voeren.
Het getrouwd-zijn brengt ons op een hoog niveau!

Wij zouden kunnen zeggen: uit Gods Woord blijkt wel dat het met de huwelijkstrouw vroeger ook niet zo best gesteld was[5].
Denkt u maar aan Abraham. Naast Sara had hij twee bijvrouwen.
Jacob was niet alleen getrouwd met Rachel, maar ook met Lea.
Ezau had drie vrouwen.
Gideon had vele vrouwen.
En wij zouden kunnen vragen: als het in de Bijbel al zo is dat mannen met meerdere vrouwen door het leven gingen, dan is dat vreemdgaan toch niet zo ernstig?
Maar dat gaat te snel. Veel te snel.
Want in Gods Woord is de monogamie het uitgangspunt. Graag attendeer ik u op Spreuken 5:
“Drink water uit uw eigen regenbak
en welwater uit uw eigen bornput”[6]. Even tussendoor: ‘bornput’ is een oud woord voor ‘waterput’[7].
Ook wijs ik nu op Spreuken 31, waar over de vrouw gezegd wordt:
“Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig,
ook haar man roemt haar”[8].
Ook de Prediker windt er in hoofdstuk 9 geen doekjes om:
“Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen des ijdelen levens, die Hij u geeft onder de zon, al uw ijdele dagen, want dat is uw deel onder de levenden en bij het zwoegen, waarmee gij u aftobt onder de zon”[9].
Als in de Bijbel de verhouding tussen God en Zijn volk getekend wordt, dient daarbij het monogame huwelijk tot voorbeeld. Leest u maar mee in Jesaja 54: “Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de Here geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd – zegt uw God”[10].
Laten we er uiterst voorzichtig mee wezen om onze leefstijl als sjabloon op de Bijbel te leggen!

Als we Hosea 2 opslaan kunnen we daar lezen: “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Here kennen”[11].
Paulus vertelt aan de Efeziërs dus eigenlijk niets nieuws als hij in hoofdstuk 5 schrijft: “Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles”[12].

Op een internetpagina die de gelegenheid geeft tot vreemdgaan, staat vermeld: “We hebben een aparte pagina gemaakt als hulp bij het chatten. Denk aan je privacy, geef niet zomaar je telefoonnummer of email adres aan een ander. De chat is juist bedoeld om discreet, met zo min mogelijk kans op ontdekking, met een ander in contact te komen”[13].
Bedriegerij in relaties en huwelijken – mensen nodigen elkaar daar anno 2015 zelfs toe uit!

Laten wij ons maar gewoon aan de door God gestelde leefregels houden.
Ook als het over onze huwelijkstrouw gaat.
Want door God gestelde leefregels zijn veel gezonder dan seculiere bedenksels van wispelturige mensen.

Noten:
[1] Zie http://www.secondlove.nl/ .
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 109.
[4] W.G. de Vries, “Het huwelijk in ere”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1967. – 220 p. – Citaat van p. 9.
Dominee de Vries leefde van 1926 tot 2006.
[5] In het onderstaande maak ik gebruik van De Vries, a.w., p. 11 en 14.
[6] Spreuken 5:15.
[7] Zie hierover bijvoorbeeld http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article_content&wdb=WNT&id=M010433 .
[8] Spreuken 31:28.
[9] Prediker 9:9.
[10] Jesaja 54:6.
[11] Hosea 2:18 en 19.
[12] Efeziërs 5:22, 23 en 24.
[13] Zie http://www.secondlove.nl/page.php?page=faq .

Blog op WordPress.com.