gereformeerd leven in nederland

8 augustus 2019

De instructies van Psalm 43

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,
mij brengen tot Uw ​heilige​ berg
en tot Uw woningen,
zodat ik kan gaan naar Gods ​altaar,
naar God, mijn blijdschap, mijn vreugde;
en ik U met de ​harp​ kan loven,
o God, mijn God!”[1].

Voor heel wat mensen, met name voor heel wat ouderen, is het bovenstaande een passage uit een zeer geliefde psalm. U weet het vast wel: de regels komen uit Psalm 43.
Men kent veelal een berijmde versie:
“Dan ga ik op tot uw altaren,
tot U, o bron van zaligheid”[2].
Of ook:
“Dan ga ik op tot Gods altaren,
Tot God, mijn God, de bron van vreugd;
Dan zal ik, juichend, stem en snaren
Ten roem van Zijne goedheid paren,
Die, na kortstondig ongeneugt
Mij eindeloos verheugt”[3].

De Psalmen 42 en 43 horen volgens veel exegeten bij elkaar. Boven Psalm 42 staat dat het een onderwijzing is. De dichter geeft les aan zijn toehoorders. Psalm 43 is dus niet zomaar een sentimenteel lied. Het is niet bedoeld als een smartlap voor de kerk. Nee, het betreft hier onderwijs.

De dichter leeft te midden van mensen die zijn vertrouwen op God volstrekt bespottelijk vinden. Wat zegt men tegen zulke mensen? Meestentijds zet men niet al te veel. Want bijna alles wat opgemerkt wordt voorzien opposanten met een verbijsterende onmiddellijkheid van het meest cynische commentaar dat denkbaar is.

Daarbij komt dat de dichter zich door God verlaten voelt: “waarom verstoot U mij?”[4].
Maar de componist zegt er meteen bij: zo kan ik niet verder. Hij vraagt de Here om licht en om waarheid.

Laten wij eerst naar dat licht kijken[5].
De schrijver van dit kerklied vraagt in feite om levenskracht. En om nieuwe moed. Denkt u hierbij maar aan Psalm 27:
“De HEERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?
De HEERE is mijn ​levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?”[6].
De kerkliedschrijver vraagt dringend om de onmisbare zegen van de Here. Als er iets in het leven nodig is, dan is het wel Gods genade. Dat zien wij terug in Psalm 67:
“God zij ons ​genadig​ en zegene ons;
Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten”[7].
Het licht functioneert als de mantel van de hoge God. Dat blijkt uit Psalm 104:
“Loof de HEERE, mijn ziel.
HEERE, mijn God, U bent zeer groot,
U bent met majesteit en ​glorie​ bekleed.
Hij hult Zich in het licht als in een ​mantel”[8].

De dichter van Psalm 43 vraagt ook om Gods waarheid.
Dat begrip ‘waarheid’ staat in rechtstreekse verbinding met het recht van God. Mozes zingt in Deuteronomium 32:
“Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”[9].
‘Waarheid’ heeft daarom ook te maken met de oprechte intenties van Gods kinderen. Zij willen in het leven steeds met de Here wandelen. Let u, als het hierom gaat, maar op de karakteristiek die Salomo geeft van het leven van zijn vader David. In 1 Koningen 3 zegt Salomo: “ U hebt aan Uw dienaar ​David, mijn vader, grote goedertierenheid bewezen, zoals hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in trouw, in ​rechtvaardigheid​ en in oprechtheid van ​hart​ bij U. En U hebt dit grote blijk van goedertierenheid aan hem bewezen dat U hem een zoon gaf die op zijn ​troon​ zit, zoals op deze dag”. In de Statenvertaling staat het zo: “Gij hebt aan Uw knecht David, mijn vader, grote weldadigheid gedaan, gelijk als hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in waarheid, en in gerechtigheid, en in oprechtheid des harten met U; en Gij hebt hem deze grote weldadigheid gehouden, dat Gij hem gegeven hebt een zoon, zittende op zijn troon, als te dezen dage”[10].
Dat begrip ‘waarheid’ wijst ook op Gods rechtvaardig oordeel. De profeet Jeremia zegt in hoofdstuk 10: “De HEERE God is echter de Waarheid, Hij is de levende God, een eeuwig ​Koning. Voor Zijn grote toorn beeft de aarde, de heidenvolken kunnen Zijn gramschap niet verdragen”[11].

De dichter van Psalm 43 zegt in feite: voorzien van Gods licht en gewapend met Zijn waarheid kunnen wij optimaal de Here dienen!

Psalm 43 is een geliefde psalm van veel ouderen.
Geen wonder ook – men wil het adagium van de dichter overnemen. Mensen uit oudere generaties willen het aan jongeren meegeven: voorzien van Gods licht en gewapend met Zijn waarheid kunnen wij optimaal de Here dienen!
Zo geven de ouderen in de kerk les aan de jongeren.

Waarom haal ik Psalm 43 vandaag naar voren?

Onlangs vond er een samenkomst plaats bij de begrafenis van een oude broeder. De orde van de samenkomst was opgesteld door de kinderen. In de samenkomst overdacht men Psalm 43.
De sfeer in de bijeenkomst werd bepaald door de beleving van kinderen en kleinkinderen[12]. Dat is, in zekere zin, logisch. Immers – kinderen en kleinkinderen dienen de dood van vader te verwerken; zij moeten op deze aarde verder.
Feit is echter dat men – voor het besef van nogal wat aanwezigen in de bijeenkomst – slechts met grote moeite aansloot bij de leefwereld en de stijl van vader.
Er werd vooral geredeneerd vanuit het eigen gevoel.
De symboliek van de aanwezige bloemen kwam tamelijk uitgebreid aan de orde.
Opa werd toegesproken: ‘Dag opa, weet u nog wel hoe mooi u het vond dat…’.
Dat is, op z’n zachtst gezegd, opmerkelijk; en met name als men de drieënveertigste psalm overdenken gaat. Immers – nogmaals –: mensen uit oudere generaties willen aan jongeren meegeven dat zij, voorzien van Gods licht en gewapend met Zijn waarheid, Hem in alle omstandigheden kunnen dienen!

Wie dan vooral spreekt vanuit het eigen gevoel en de symboliek der bloemen, verlegt het accent in de bijeenkomst. Kort door de bocht: het gaat van de inhoud van Gods Woord naar de emotie van de mens. Dat kan en mag de bedoeling beslist niet wezen!

Nee, Psalm 43 is niet slechts een kerklied vol jeugdsentiment.
Het is meer.
Veel meer.
Dat moge helder wezen.

De onderliggende boodschap van dit artikel is duidelijk: laten kinderen, kleinkinderen en andere nabestaanden bij begrafenissen de overledene zoveel mogelijk recht doen; zeker ook als het om het geloofsleven van de overledene gaat.
En – laten de nabestaanden vooral ook Gods Woord voluit laten spreken!

Noten:
[1] Psalm 43:3 en 4.
[2] Psalm 43:4; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 43:4; berijming uit 1773.
[4] Psalm 43:2 a.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.debijbel.nl/blog/wat-zegt-de-bijbel-over-licht ; geraadpleegd op zaterdag 3 augustus 2019.
[6] Psalm 27:1.
[7] Psalm 67:2.
[8] Psalm 104:1 en 2 a.
[9] Deuteronomium 32:4.
[10] 1 Koningen 3:6.
[11] Jeremia 10:10.
[12] De samenkomst werd door de kinderen van de overledene geleid.

26 november 2018

Waarheid en vrede volgens Zacharia

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De waarheid – die willen we graag horen in een wereld vol leugens.
Vrede in de wereld – die willen we allemaal wel.

Maar sinds de zondeval is dat eigenlijk niets nieuws.
De Oudtestamentische profeet Zacharia had het er al over.

Zacharia – wie was dat?
Een toelichting in drieën.
1.
In de Willibrordvertaling staat: “De profeet Zacharia is een tijdgenoot van Haggai, met wie hij een tijdlang heeft samengewerkt. Hij treedt op als profeet van 520 tot 518 voor Christus. In 520 is het bijna twintig jaar geleden dat de eerste groepen Joodse ballingen uit Babel zijn teruggekeerd. Op het aanvankelijke enthousiasme volgt al vlug een moeilijke periode. Er ontstaat rivaliteit tussen de teruggekeerden en degenen die gebleven waren. De politieke en economische situatie is nog erg wankel. Er is weinig geld, terwijl er voor heropbouw juist veel geld nodig is. De tempel, het symbool van vrede en welzijn, ligt nog steeds in puin. Hij moet dringend worden heropgebouwd. Hiervoor zetten de profeten Zacharia en Haggai zich in. Zij sporen het volk en hun leiders aan deze essentiële taak aan te vatten. Zij vinden gehoor bij de gouverneur Zerubbabel en bij de hogepriester Jozua, zodat met de werken wordt begonnen. De nieuwe tempel zal Gods vrederijk op aarde inluiden”[1].
2.
In een christelijke encyclopedie lezen we: “Er zijn geleerden, die de hoofdstukken 1 t/m 8 aan Zacharia, de zoon van Berechja, de tijdgenoot van Haggaï, omstreeks 520 vóór Christus levend, toeschrijven, de hoofdstukken 9-11 echter aan een ons onbekende tijdgenoot van de profeet Hosea, levend omstreeks 750 vóór Christus de hoofdstukken 12-14 tenslotte aan een ons evenzeer onbekende tijdgenoot van koning Jojakim, omstreeks 600 vóór Christus.
Anderen houden staande, dat het gehele boek van één schrijver is, te weten van Zacharia…”[2].
De datering van Zacharia’s profetie is dus met enkele onzekerheden omgeven.
3.
In Mattheüs 23 spreekt Jezus over “het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het ​altaar”. Deze woordvoerder van God is dus vermoord. Een treurig einde van een profetisch bestaan!

Zacharia 8 is het hoofdstuk der zegeningen.
Tien zegeningen, om precies te zijn[3].
In dit artikel gaat het met name om de zevende zegen.
Die luidt als volgt: “Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Zoals Ik Mij had voorgenomen u kwaad te doen, toen uw vaderen Mij zeer toornig maakten, zegt de HEERE van de legermachten, en Ik er geen ​berouw​ over gekregen heb, zo heb Ik Mij in deze dagen opnieuw voorgenomen goed te doen aan Jeruzalem en aan het ​huis​ van Juda. Wees niet bevreesd! Dit zijn de dingen die u doen moet: spreek de waarheid tegen elkaar, oordeel naar waarheid in uw ​poorten​ met een oordeel dat de ​vrede​ dient, bedenk in uw ​hart​ geen kwaad tegen elkaar en heb een valse eed niet lief, want dit alles is iets wat Ik haat, spreekt de HEERE”[4].

De Here heeft Zijn volk gestraft. Het verval van de eredienst en godsdienstige nonchalance zijn niet zonder gevolgen gebleven. De Here had zich voorgenomen om Zijn volk te tuchtigen. Aldus deed Hij.
Maar in Zacharia 8 staan de zaken anders. De Here heeft een nieuw voornemen. Een ander plan. Zijn genade en Zijn trouw zullen weer op de voorgrond treden.
Zo gaat het vaker. Bijvoorbeeld in Jeremia 31: “Dan zal het gebeuren, dat Ik ten aanzien van hen zal waken om te bouwen en te planten, zoals Ik ten aanzien van hen gewaakt heb om weg te rukken en af te breken, om omver te halen en te vernielen, en hun kwaad aan te doen, spreekt de HEERE”[5].
Wat is, ten principale, de situatie in Zacharia 8?
Menselijke ontrouw staat in schrille tegenstelling met Gods verbondstrouw.
Verbondstrouw – jazeker, daar gaat het in Zacharia 8 over.

De deelnemers aan dat verbond – de bondelingen, noemde men hen vroeger – hebben ook verplichtingen: “Dit zijn de dingen die u doen moet: spreek de waarheid tegen elkaar, oordeel naar waarheid in uw ​poorten​ met een oordeel dat de ​vrede​ dient, bedenk in uw ​hart​ geen kwaad tegen elkaar en heb een valse eed niet lief, want dit alles is iets wat Ik haat, spreekt de HEERE”.

Het is duidelijk: het steekt voor kerkmensen nauw.
Ook in 2018.
Want God verbreekt het verbond met Zijn kinderen niet!

Maar de Here is in Zacharia 8 niet alleen maar strak en streng. Hij biedt ook troost.
Zijn blijde Boodschap klinkt: “Zo zegt de HEERE van de legermachten: Het ​vasten​ in de vierde, het ​vasten​ in de vijfde, het ​vasten​ in de zevende en het ​vasten​ in de tiende maand, zal voor het ​huis​ van Juda worden tot vreugde, tot blijdschap en tot vreugdevolle feestdagen. Heb dan de waarheid en de ​vrede​ lief!”[6].
Met andere woorden –
vastendagen veranderen in feestdagen. De Here zegt tegen Zijn volk: geniet maar van Mij, en van Mijn gaven; eet er maar goed van!
Dat zegt Hij vandaag niet alleen tegen Joden.
Christenen uit de hele wereld mogen weten: de meest liefdevolle Heerser van heel de kosmos bouwt vlijtig aan de kerk. Laten we het ons maar weer eens realiseren: vanuit alle hoeken van de wereld brengt de barmhartigste Monarch ter wereld de bewoners van Zijn koninkrijk bij elkaar!
Dat hebben de mensen die in Zacharia 8 naar Gods woordvoerder luisterden niet kunnen bedenken. Maar het is wel de werkelijkheid, ook in de eenentwintigste eeuw[7].

Al met al is de opdracht van de kerk onderhand wel helder:
* proclameer de waarheid
* houdt vrede onder elkaar!
Dat moet gebeuren in een wereld waarin nepnieuws een grote rol speelt.
Dat moet gebeuren in een wereld die vooral gericht is op influencers; mensen die nadrukkelijk aanwezig zijn op social media, met een publiek dat graag naar hen luistert. En als u geen influencer bent? Dan bent u niet interessant. Zo simpel is dat.
Die boodschap moet gebracht worden in een wereld vol egocentrisme en individualisme.
En nee, de kerk gebruikt geen spandoeken, petities of snelwegblokkades.
De kerk houdt, als het er op aan komt, maar één boek bij de hand: Gods Woord. Dat is genoeg. Meer dan genoeg.
Immers – “louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt”[8].
Daarom is het kerkelijk adagium, ook vandaag:
“houd dan, hoe het ook ga,
uw tong in toom, pleegt geen verraad.
Maar doe het goede, haat het kwaad
en jaagt de vrede na”[9].

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Zacharia_(profeet) ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[2] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Zacharia ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[3] Men kan het hoofdstuk als volgt indelen. Verzen 1-2: de eerste zegen; 3: de tweede zegen; 4, 5: de derde zegen; 6: de vierde zegen; 7, 8: de vijfde zegen; 9-13: de zesde zegen; 14-17: de zevende zegen; 18,19: de achtste zegen; 20-22: de negende zegen; 23: de tiende zegen. Zie hiervoor ook https://www.oudesporen.nl/Download/OS2170.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[4] Zacharia 8:14-17.
[5] Jeremia 31:28.
[6] Zacharia 8:19.
[7] Zie hierover ook https://holyhome.nl/dhs-038.html ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[8] Dit zijn regels uit Psalm 25:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Dit zijn regels uit Psalm 34:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 oktober 2018

Zonder twijfel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De Bijbel is waar.

De stelling hierboven doet, zeker vandaag, nogal wat wenkbrauwen fronsen.
In Psalm 18 zingen we: “zijn woord is waar en zuiver t’ allen tijde”[1].
Maar, zeggen massa’s mensen, sommige dingen kunnen eenvoudigweg niet zó gebeurd zijn als ze in de Bijbel staan; de schepping van hemel en aarde bijvoorbeeld.
En, zeggen weer andere mensen, met sommige dingen kun je vandaag gewoon niet meer aankomen; alleen mannen in het ambt bijvoorbeeld.
Dat werkt gewoon niet meer zo.
Dat geloven we niet meer.

Het is, dunkt mij, ook vandaag voor de doorsnee-kerkmens niet overbodig om de Nederlandse Geloofsbelijdenis nog eens aandachtig te lezen: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten”.
Ja, dat staat er echt[2].

“Zonder in enig opzicht te twijfelen” – ja, dat staat er ook.
Niettemin zijn er heel wat mensen die aan allerlei Bijbelse gegevens twijfelen. Veel van die mensen zeggen bovendien dat ze van harte geloven wat in Gods Woord staat. Je zou zeggen: klopt de belijdenis op dit punt wel?

Laat ik mogen wijzen op 1 Corinthiërs 14[3].
Paulus schrijft aan Gods kinderen in Corinthe: “Als iemand denkt dat hij een ​profeet​ is of een geestelijk mens, laat hij dan erkennen dat wat ik u schrijf geboden van de Heere zijn. Maar als iemand onwetend wil zijn, laat hij onwetend zijn”[4].
Met andere woorden – als je alleen maar zegt dat Paulus een gewoon mens was die wijze lessen opschreef, dan loop je vast. Dan staat het christelijk geloof naast een hele rij andere religies. Dan ga je vragen: zou alles wel waar wezen?
Zeg maar gewoon: God geeft ons, binnen Zijn verbond, wetten en regels.
Paulus zegt simpelweg: wil iemand dat niet geloven? dat zij dan zo…

In 1 Thessalonicenzen 2 schrijft Paulus: “Daarom danken ook wij God zonder ophouden dat u, toen u van ons het gepredikte Woord van God hebt ontvangen, het ook aangenomen hebt, niet als een mensenwoord, maar (zoals het werkelijk is) als Gods Woord, dat ook werkzaam is in u die gelooft”[5].
Gods Woord is aan het werk, zegt Paulus. Een gelovig mens weet dat zijn geloof, om zo te zeggen, van binnenuit gevoed wordt.
Door de Heilige Geest namelijk. De Heilige Geest getuigt in ons hart. Een getuige is, zoals bekend, iemand die erbij is geweest. Dat is in lijn met wat in 2 Petrus 1 staat: “de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken”[6].

Ons geloof is, zegt Zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus, ontwijfelbaar.
Op dit punt herhaal ik wat ik al eens eerder schreef: “Het is belangrijk om te bedenken dat die term valt in verband met de samenvatting van het christelijk geloof, zoals we die in de Apostolische Geloofsbelijdenis beschikbaar hebben. In die Apostolische Geloofsbelijdenis staat een hele reeks feiten.
Wie zegt dat hij twijfelt, twijfelt eigenlijk aan de feiten die in de Apostolische Geloofsbelijdenis opgesomd zijn”[7].

Nu vraag ik ook graag aandacht voor woorden die de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant F.J. Bijzet enkele jaren geleden schreef. Dat artikel ging over geloven. De predikant pleitte indertijd voor de nodige nuchterheid.
Hij schreef onder meer: “…de kerk heeft vanaf de vroegste eeuwen gesproken over haar algemeen en ontwijfelbaar geloof. Geloven is immers gewoon: voor waar aannemen wat een ander zegt. Omdat je geen reden hebt die te wantrouwen.
Ik vraag iemand de weg, registreer nauwkeurig wat zij zegt en rijd vervolgens die route. Omdat ik haar geloofde. Ik heb een afspraak met iemand in een restaurant. Ik probeer er op de afgesproken tijd te zijn en ben niet verbaasd daar ook de ander aan te treffen. We geloofden elkaar op onze woorden.
Zo vraagt de Bijbel ook geloof: aannemen dat het waar is wat daarin gezegd wordt. En daaraan dan geen persoonlijke invulling gaan geven die weinig meer te maken heeft met wat werkelijk gezegd is. Maar het gewoon houden bij hoe het schriftelijk vastgelegd is. Niet zeggen dat de Bijbel voor allerlei uitleg vatbaar is, maar zorgvuldig proberen vast te stellen wat er nu werkelijk gezegd en bedoeld is.
Gelooft u dat Willem van Oranje in Delft vermoord is? Waarom? U was er niet bij. Nee, maar er bestaan historische documenten die deze moord beschrijven. Meer dan één. Waarom geloven we dan wat in de Bijbel staat, niet net zo? Daar zijn ook historische documenten van. Een Bijbel vol”[8].

Echte gelovigen zijn door God geroepen. Hij zei: je hoort bij Mij, ik heb je als Mijn kind aangenomen.
Paulus schrijft in zijn tweede brief aan de christenen in Thessalonica: “Maar wij moeten God altijd voor u danken, broeders, die geliefd bent door de Heere, dat God u van het begin verkoren heeft tot zaligheid, in ​heiliging​ door de Geest en geloof in de waarheid. Daartoe heeft Hij u geroepen door ons ​Evangelie​ om de heerlijkheid van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ te verkrijgen. Sta dan vast, broeders, en houd u aan de overleveringen waarin u onderwezen bent door ons woord of door onze brief”[9].
Houd het gegeven onderwijs vast!
Die laatste aansporing mag heden ten dage best enig accent krijgen. Het is in onze tijd moeilijk geworden om als een kind te geloven – ‘het is waar, want God heeft het gezegd’.
In de kerk worden we daar in getraind.
Laten wij, zeker in deze tijd, blijven beseffen dat Psalm 12 nog altijd in ons kerkboek staat:
“Gods mond alleen spreekt woorden die niet falen,
zuivere woorden, onvervalst en klaar,
als zilver dat de smeltkroes zeven malen
gelouterd heeft. Al wat God spreekt is waar”[10].

Noten:
[1] Dit is de tweede regel van Psalm 18:9; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden I: Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 1-19”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1977. – p. 30.
[4] 1 Corinthiërs 14:37 en 38.
[5] 1 Thessalonicenzen 2:13.
[6] 2 Petrus 1:21.
[7] Geciteerd uit mijn artikel ‘Twijfel nooit aan God, hier gepubliceerd op dinsdag 3 oktober 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/10/03/twijfel-nooit-aan-god/ .
[8] Ds. F.J. Bijzet, “Neem de ooggetuigen serieus”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 29 januari 2014, p. 9.
[9] 2 Thessalonicenzen 2:13, 14 en 15.
[10] Psalm 12:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 augustus 2018

Uw wil doen is mijn lust

Mevrouw Femke Halsema – momenteel burgemeester van de stad Amsterdam – is teleurgesteld over de staat van Nederland. Niet zo lang geleden vroeg een journalist haar: ‘Lukt het u om hoopvol te blijven?’.
Mevrouw Halsema sprak: “Ik ben nooit een naïeve optimist geweest, maar ik geloof dat we, om met Karl Popper te spreken, de morele plicht hebben om optimistisch te zijn. Ik denk niet dat alles zomaar goed komt. Ik heb ook mijn zorgen. Richard Rorty voorspelde in 1998 in een boek al het aantreden van een reactionaire strongman als Donald Trump. Als het zover is, schreef Rorty, dan betekent dat ook dat de vooruitgang die sinds de jaren zestig is geboekt in de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen uitgewist zal worden. En minachting voor vrouwen, dikwijls verpakt als grove grap, zal opnieuw populair worden. Hij heeft gelijk gekregen. Ik zie dat seksisme hier ook”[1].

Deze woorden sprak zij naar aanleiding van haar essay ‘Macht en verbeelding’[2].

Wij hebben de morele plicht om optimistisch te blijven.
Maar dat is wel moeilijk, vindt mevrouw Halsema.
Van de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen is nog geen sprake.
En vrouwen worden geminacht.
Wij zijn verplicht om optimistisch te blijven. Maar ten diepste lijkt dat onmogelijk. Het ten tonele voeren van twee invloedrijke filosofen – Popper en Rorty – doet daar niets aan af. Hieronder zal dat nog wel blijken.

Hoe kun je optimistisch blijven in een wereld waarin veel, heel veel droefenis is?
Psalm 119 leert het ons:
“Ik heb met heel mijn ​hart​ getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen;
wees mij ​genadig​ overeenkomstig Uw ​belofte.
Ik heb mijn wegen overdacht,
en mijn voeten gekeerd naar Uw getuigenissen.
Ik heb mij gehaast en niet geaarzeld
Uw geboden in acht te nemen”[3].

De dichter kent Gods genade. Daar wil hij graag voor in aanmerking komen. Daar doet hij zijn uiterste best voor!
De dichter heeft onder meer over zichzelf gefilosofeerd. En hij is tot de conclusie gekomen dat God hem een heerlijk kader geeft. Wie binnen die begrenzing blijft heeft een alleszins aangenaam leven.
Nee, teleurstellingen blijven hem dan niet bespaard.
Er zullen ongelukken blijven gebeuren.
Maar zijn kader is duidelijk.
Laten wij een ogenblik op een afstandje naar ons eigen leven kijken.
Er zullen altijd situaties zijn waarover wij geen controle hebben. Misschien zijn er zelfs momenten waarop we onszelf verliezen. Als wij dan later terugkijken, denken we wellicht: heb ik dat gedaan? Of ook: was ik dat?
Als gelovige kinderen van God dat beleven, mogen zij zeggen: we willen met God door het leven wandelen. Zijn Woord geeft de gedragslijn, ook voor vandaag.

Karl Popper – u weet wel: die wijsgeer die hierboven werd genoemd – leerde de mensen dat zij de toekomst in eigen handen hebben. Je moet er, zo zei hij, zelf iets van maken.
Dat klinkt mooi.
Intussen hebben wij te maken met klimaatverandering, met ontbossing, met een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk.
De Verenigde Staten zijn, naar verluidt, het rijkste land op aarde. Maar er is daar sprake van een daling van de levensverwachting van mensen aan de onderkant van de samenleving[4].
Richard Rorty – die andere filosoof van hierboven – verkondigde, om zo te zeggen, het evangelie van het pragmatisme.
Wat werkt is waar. Waarheid ligt daar, waar het voor de mens werkt. Als je erin gelooft, komen de oplossingen als vanzelf. Waarheid is eigenlijk een afspraak met de gemeenschap om jou heen. Die waarheid is dus veranderlijk. ‘Net zoals de menselijke duim is geëvolueerd’, zei Rorty zelf[5].
Ondertussen staat de wereld bol van discriminatie. Overal is onbegrip, machtsmisbruik en dwaling aan de orde van de dag.
In die wereld lezen gelovige christenen een stukje van Psalm 119[6].
Dat is een lied waarin:
* de wijsheid van God wordt doorgegeven
* alle eer aan God wordt gegeven
* met veel aandrang tot God wordt gebeden
* de dichter een persoonlijk lied voor God zingt.

Mensen van 2018 leven fragmentarisch. Een stukje vriendelijkheid, een beetje vrolijkheid, een brokje invoelingsvermogen, een snipper aanpassingsvermogen – dan kom je er wel.
De dichter van Psalm 119 leert ons dat af.
Hij zoekt met heel zijn hart Gods vriendelijkheid, Gods goedertierenheid en Gods genade. Bij alle dingen die hij doet, speelt dat alles mee.
Het gaat hem er niet om zelf de toekomst in handen te hebben. Het gaat hem er niet om vriendjes met iedereen te blijven.
Het gaat hem om de eer van God.
Dat is een goede les voor vandaag. Altijd weer moeten wij het goede concentratiepunt van ons leven kiezen!

De dichter van Psalm 119 maakt er wel werk van!
Hij componeert de langste psalm die in de Bijbel staat.
Hij kijkt eens goed om zich heen. Hij ziet hoe de wereld in elkaar zit. En hij begrijpt dat je altijd weer bij Gods wet uitkomt. Daarin ligt het kader van de toekomst vast.
En daarom draait de dichter niet in concentrische cirkels om de waarheid heen. Hij wil leven met God, en wel nu.
Zo stelt de psalmist ook ons, vandaag, voor de keuze.

Laten wij nog eenmaal naar mevrouw Halsema luisteren.
“Ik denk dat steeds meer mensen genoeg hebben van ondergangsretoriek”, formuleerde zij.
Ach, zou iemand – in welke periode van de wereldgeschiedenis dan ook – behoefte hebben aan een verhaal over de instorting der maatschappij? De vraag stellen is haar beantwoorden.
Laten wij het onderwijs van de psalmschrijver maar ter harte nemen:
“Wat Gij beloofd hebt, is in eeuwigheid
mij tot een deel en erfenis gegeven
waarin mijn ziel zich dag aan dag verblijdt.
Uw wet, o HEER, staat in mijn hart geschreven,
uw wil doen is mijn lust te allen tijd,
U te beminnen is geheel mijn leven”[7].

Zo blijft de weg naar de toekomst begaanbaar!

Noten:
[1] “Pleidooi voor de terugkeer van hoop en idealisme”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 6 april 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dat geschrift zijn: Femke Halsema, “Macht en verbeelding” – essay bij De Maand van de Filosofie, 2018. – Rotterdam: Lemniscaat, 2018. – 71 p.
[3] Psalm 119:58, 59 en 60.
[4] Zie https://www.rtlnieuws.nl/economie/column/hans-stegeman/niets-optimisme-ongeduldig-moeten-we-zijn ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[5] Zie https://www.volkskrant.nl/wetenschap/rorty-filosoof-van-het-pragmatisme~b276e621/ ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar op Psalm 119.
[7] Psalm 119:42 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

28 mei 2018

Geleid in licht en waarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Psalm 43 is in de Gereformeerde wereld een wijd en zijd bekende psalm:
“O Here God, kom mij bevrijden,
zend mij uw waarheid en uw licht
die naar uw heil’ge berg mij leiden,
waar Gij mij woning wilt bereiden”[1].

In de onberijmde versie staat het zo:
“Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,
mij brengen tot Uw ​heilige​ berg
en tot Uw woningen”[2].

Over deze psalm schreef ik al eens:
“Die psalm laat zien dat het in het leven van een Gereformeerd mens lang niet altijd pais en vree is. Er is veel gedóe in het leven, vijandschap soms zelfs. In zulke deplorabele omstandigheden kan een mens er naar verlangen om gewoon naar de kerk te gaan – simpelweg om even rust te hebben. Wie daaraan alleen reeds dénkt, kan al blij worden.
Verder:
“Maar wie op de Here vertrouwt, is nóóit compleet redeloos, radeloos en reddeloos. Want de ware gelovige weet: het komt prima in orde met mij; ik ben een gered mens”.
En ook:
“Uitverkoren mensen verliezen nooit alle hoop. Want die mensen weten: wij zijn gered. En de Here brengt al Zijn kinderen in de kerk bijeen”[3].

“Zend Uw licht”, bidt de dichter van deze psalm.
God laat Zich zien als de Schepper van het licht. Denkt u maar aan Genesis 1: “En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht”[4].
God is een en al licht. Prachtig licht.
In dat licht mogen ook Gods kinderen leven. Daar mogen wij vrijmoedig om vragen. Net als David, de dichter van Psalm 4 dat doet: “Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!”[5]. Dat betekent: laat Uw schijnwerper maar op ons schijnen; zet ons maar in het licht!

Natuurlijk worden dan ook onze zonden zichtbaar. Het wordt duidelijk hoe vaak en hoeveel wij tekort schieten. Wat gaat er veel helemaal fout! God heeft veel te weinig eer van Zijn werk.
Mozes, de schrijver van Psalm 90 zegt dan ook:
“U stelt onze ongerechtigheden voor Uw ogen,
onze verborgen zonden in het licht van Uw aangezicht”[6].

Maar wie denkt: ‘dit is een aflopende zaak, dit wordt niks meer’, moet nog wat verder lezen in de Bijbel.

Want Jesaja voorspelt het al in hoofdstuk 49: er komt “een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”.
Bij de geboorte van Jezus spreekt Simeon in Lucas 2 over een “licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken”[7].
In Johannes 8 is Jezus nog duidelijker: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[8].

Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe: dat licht schijnt in uw hart. Hij zegt dus eigenlijk: u draagt dat licht voortdurend met u mee.
Hij noteert namelijk in 2 Corinthiërs 4: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze ​harten​ geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van ​Jezus​ ​Christus”[9].

Waar loopt het op uit?
Openbaring 21 tekent dat voor ons uit. Er komen een nieuwe hemel en een een nieuwe aarde. Compleet met een nieuwe stad, die vanuit de hemel langzaam naar beneden komt. In die stad is maar één licht: God Zelf.
In Openbaring 21 staat het zo: “En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar ​lamp. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin”[10].

Laten we weer terugkeren naar onze tijd. De tijd van de eenentwintigste eeuw dus.
Ook vandaag worden gelovige mensen apart gezet. Gedreven door Gods Heilige Geest gaan zij er een andere levensstijl op na houden.
En daar vrágen die mensen ook om. Zij lezen Gods Woord. Want zij weten het: dat Woord is de waarheid. Jezus zegt dat trouwens ook in Johannes 17: “Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid”[11].
Kinderen van God leven, om met 2 Thessalonicenzen 2 te spreken, “in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid”[12].

De dichter van Psalm 43 wil naar Gods woonplaats geleid worden.
Ja, hij moet er naar toe gebracht worden. Waarom eigenlijk?
Er is een eenvoudige reden. Namelijk deze: op eigen kracht kom je er niet.
Er is niemand die zegt: daar moet ik heen, daar moet ik wezen. Altijd is daar kracht van God voor nodig.

We hebben hier te maken met de wil van God. Hij is zo onvoorstelbaar machtig dat al Zijn plannen altijd uitgevoerd worden. Dat plan is één en al genade, zorgzaamheid en levenskracht!
Dat is Zijn raadsplan.
In 1618 kwamen te Dordrecht geleerde Gereformeerde theologen bij elkander. Zij noteerden over Gods raadsplan onder meer het volgende: “Dit raadsplan dat voortkomt uit Gods eeuwige liefde voor de uitverkorenen, is van het begin van de wereld tot vandaag toe met kracht vervuld en zal ook voortaan vervuld worden, ondanks de tegenstand van de poorten van het dodenrijk. Zo zullen de uitverkorenen – ieder op zijn tijd – bijeen vergaderd worden en zal er altijd een kerk van gelovigen zijn”[13].
God zorgt dat Zijn kerk blijft bestaan. En dat is maar goed ook. Anders was die al lang weggevaagd.
Die heilige berg wordt door Zijn kinderen in bezit genomen. De profeet Jesaja zegt er in hoofdstuk 57 over: “Maar wie tot Mij de toevlucht neemt, zal de aarde in erfelijk bezit krijgen en Mijn ​heilige​ berg​ in bezit nemen”[14].
Daar, op die heilige berg waar God woont, zal de meest harmonieuze samenleving ontstaan die er ooit bestond. Jesaja geeft er in hoofdstuk 65 de volgende typering van: “Een wolf en een lammetje zullen gezamenlijk weiden, een leeuw zal stro eten als een rund, een slang – zijn voedsel zal stof zijn. Zij zullen geen kwaad doen en geen verderf aanrichten op heel Mijn ​heilige​ berg, zegt de HEERE”[15].

Laten we nog even teruggaan naar Psalm 43.
Valt het u óók op dat er ‘woningen’ staat?
Sommige uitleggers zeggen: het tempelcomplex bestaat uit heel wat gebouwen; daar moet je dus een meervoud voor gebruiken.
Andere exegeten stellen vast dat dat meervoud slaat op het karakter van de woning: God zetelt daar. Hij is dusdanig machtig dat een meervoud alleszins gerechtvaardigd is. Hier past een pluralis majestatis, een majesteitsmeervoud[16]!

Psalm 43 wordt in de kerk vaak gezongen.
En terecht.
Immers, we kunnen zeggen dat de aardse kerk, in zekere zin, het voorportaal is van Gods woning, de hemel.
Laten gelovigen zich dus vooral bij de kerk aansluiten!
De kerk – daar moet u wezen!

Noten:
[1] Psalm 43:3, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Psalm 43:3, onberijmd.
[3] Geciteerd uit mijn artikel: ‘Ons gebed: de hemel in het blikveld’, hier gepubliceerd op vrijdag 3 mei 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/05/03/ons-gebed/
[4] Genesis 1:3.
[5] Psalm 4:7 b.
[6] Psalm 90:8.
[7] Lucas 2:32.
[8] Johannes 8:12.
[9] 2 Corinthiërs 4:6.
[10] Openbaring 21:23 en 24.
[11] Johannes 17:17.
[12] 2 Thessalonicenzen 2:13.
[13] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 9.
[14] Jesaja 57:13.
[15] Jesaja 65:25.
[16] Zie hierover de online versie van de Studiebijbel, commentaar bij Psalm 43.

22 januari 2018

Kwaliteitstoetsing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Geef de duivel geen plaats”.
Dat zijn woorden uit Efeziërs 4[1].

De oude mens moet worden afgelegd[2]. De oude kleding moet uit. Die is afgedankt. Die oude kleding is zelfs ongeschikt voor de kringloopwinkel. Want die oude mens gun je beslist niet aan andere mensen.

Daarom moet u, schrijft Paulus, elkaar niet lastig vallen met allerlei leugentjes, of met halve waarheden.
Ja, dat is ook Efeziërs 4[3].
Gods kinderen die dat lezen, voelen wellicht iets van vervreemding. Leugens vertellen aan kerkmensen… – dat doe je toch niet?
Laten we dat echter niet te snel concluderen. Het kan ook ons overkomen dat we halve waarheden vertellen om in de kerk op al of niet voorzichtige wijze onze zin door te drijven. En ik kan u verzekeren dat het elke kerkmens buitengewoon onaangenaam treft als blijkt dat er halve waarheden verteld zijn!

Wat noteert Paulus verder in Efeziërs 4?
‘Word boos, maar zondig niet’ – dat is een Hebreeuws gezegde[4].
Die zegswijze is ontleend aan Psalm 4:
“Wees ontzet, maar ​zondig​ niet;
spreek in uw ​hart​ wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil”[5].
In die psalm beroept de dichter zich op de speciale relatie die hij met zijn God heeft. Dat moeten de mensen om de dichter heen goed beseffen. Het zal duidelijk worden wie Gods gunst geniet!
Welnu, de christenen in Efeze, en ook de Bijbellezers van 2018, moeten zich realiseren dat hun leven er heel anders uit gaat zien als de liefde van God overheerst.
Dan ontstaat, bijna als vanzelf, de sfeer van Psalm 30:
“Psalmzingt, wie ’s HEREN gunst geniet.
Zijn naam zij heilig in uw lied.
Maakt korte tijd zijn toorn u bang,
zijn liefde duurt uw leven lang”[6].

Efeziërs 4 maakt ons duidelijk dat wij op God moeten vertrouwen, en alleen op Hem!
Daarom moeten we de duivel geen plek geven. Methoden van de duivel zijn heel listig. Voordat we ’t weten nemen we iets van zijn werkwijze over.

Duidelijkheid en daadkracht: daar komt het in Efeziërs 4 op aan.
Duidelijkheid en daadkracht: dat is een onafscheidelijk koppel.

In Nederland is het kerkelijk klimaat niet zelden tamelijk koud[7]. Kerkmensen staan in een landschap waar ze beschoten worden en beschadigd zijn, in een land waar men, kerkelijk gezien, tussen de scherven door moet banjeren.
In zo’n omgeving mompelen velen: er is veel negatief, maar in de moeizame omstandigheden van dit moment is de beste keuze… Vult u maar in.

Gods Woord leert ons dat wij aan kwaliteitstoetsing moeten doen.
Dat is reuze modern.
De kwaliteitstoetsing van de eenentwintigste eeuw is echter in de meeste gevallen heel mensgericht.
U kent de terminologie vast wel. De cliënt staat centraal. En u moet zeggenschap over uw eigen leven krijgen. Daarom doen velen hun best om medezeggenschap te realiseren; dan kunt u in ieder geval op gezette tijden meepraten. Dat is fijn. U hebt het gevoel dat uw mening telt. Heerlijk![8]
Welnu, Gereformeerden kennen een heel andere kwaliteitstoetsing. Want zij weten het eigenlijk al lang: “… beproef wat de Heere welbehaaglijk is”. Ja, dat staat ook in Paulus’ brief aan de Efeziërs. In hoofdstuk 5 namelijk[9].
Wij moeten, kortom, Christus volgen. Tussen de scherven door, in de moeilijke omstandigheden van vandaag.
We moeten ons dus niet aanpassen aan de eisen die men aan ons stelt. Wie ‘men’ dan ook zijn mogen.
We moeten simpelweg:
* blij zijn met het goede dat God ons geeft
* waarschuwen voor heel verkeerde ontwikkelingen.

Heldere keuzes in het licht van de Heilige Schrift – die blijven, ook vandaag, reuze belangrijk.
Overigens hoeven we niet verlegen te zitten om Leiderschap met een hóófdletter.
Want Christus zal over ons lichten.
Om nog een keer met Paulus en Efeziërs 5 te spreken: “Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen, en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn. Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is”[10].

Laten wij de God van het verbond biddend vragen om wilskracht.
Wilskracht om de goede keuzes te maken.
Wilskracht om onszelf op de tweede plaats te zetten.
Wilskracht om slapte en stagnatie in het geloofsleven te bestrijden.

Paulus geeft daar in Efeziërs 5 enige instructies voor, die ook vandaag volop actueel zijn: “spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw ​hart, en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods”[11].

Om kort te gaan: met lof en prijs wordt men wijs!

Noten:
[1] Efeziërs 4:27.
[2] Efeziërs 4:22.
[3] Efeziërs 4:25.
[4] Efeziërs 4:26.
[5] Psalm 4:5.
[6] Psalm 30:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[7] In dit artikel gebruik ik onder meer een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 13 december 2005.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld http://www.hetlsr.nl/uitgangspunten-kwaliteitsonderzoek/kwaliteitsonderzoek-2/ ; geraadpleegd op maandag 15 januari 2018.
[9] Efeziërs 5:10.
[10] Efeziërs 5:15, 16 en 17.
[11] Efeziërs 5:19, 20 en 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.