gereformeerd leven in nederland

8 juni 2022

Horen wij de Heiland nog?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er wordt in onze wereld heel wat af gediscussieerd. Er moeten – bijvoorbeeld – antwoorden worden gevonden op vragen over een boycot van Russische olie, compensatie voor hoge energieprijzen en racisme dat wordt toegepast door overheidsinstanties.
Hoe gaan wij om met de mensen om ons heen, en met de materialen die ons ter beschikking staan?
Wat komen wij op onze wegen een hoop tegen!
Intussen zijn kerkmensen onderweg naar het toppunt van hun bestaan. Onderweg houden zij het oog op de Voleinder van hun geloof, de Here Jezus Christus[1].

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 9 ook over de weg waarop we moeten gaan: “Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen”[2].

In 1 Corinthiërs 9 wijst de apostel erop dat sommige mensen eraan twijfelen dat de God van hemel en aarde hem echt als evangelist heeft gestuurd. Paulus zegt: u weet toch wel dat Hij mij werkelijk naar u toe heeft gestuurd?
Paulus heeft de gewoonte om, terwijl hij zijn zendingswerk doet, zoveel mogelijk in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Als Godsgezant had hij een recht op levensonderhoud kunnen claimen. Maar dat doet hij niet. Andere evangelisten doen dat wel. Paulus behoeft echter geen ondersteuning. Hij kan voor zichzelf zorgen. De christenen in Corinthe geven een eigen uitleg aan die zelfstandigheid. Zij zeggen: ‘Zie je wel? Die Paulus is geen evangelist. Hij doet alsóf. Hij is een nepper’.
Paulus’ weerwoord wordt 1 Corinthiërs 9 als volgt geparafraseerd: ‘Als ik het goede nieuws zou brengen omdat ik dat zelf zo graag wilde, had ik recht op een beloning. Maar God heeft het mij als taak gegeven. Ik móet het doen, ook als ik er geen zin in zou hebben. Krijg ik er dan helemaal niets voor? Jawel, mijn beloning is: het goede nieuws brengen zonder dat jullie iets voor mij hoeven te doen. Zo wil ik van mijn rechten als prediker geen gebruik maken’[3].

De apostel Paulus wijst ook op zijn aanpassingsvermogen.
Hij zoekt aansluiting bij Joden.
Hij zoekt aansluiting bij mensen die de wet van Mozes nog in ere houden.
Hij zoekt aansluiting bij zwakke mensen. Bedoelt Paulus de pas bekeerden die nog niet los zijn van hun afgoderij? Of bedoelt hij de armen? Bedoelt hij dat hij, net al die armen, rond moest komen van het weinige geld dat hij verdiende?

Wat wil de Godsgezant met dit alles zeggen?
Dit: ‘Mensen, hou toch op met die discussies! Zeker, inkomen is belangrijk. En aanpassingsvermogen is een must. Maar de belangrijkste vragen zijn: lopen wij nog de goede kant op? en: beheersen we onszelf om op die manier steeds met onze Here te leven?’.
Wij moeten nadenken over een boycot van Russische olie, compensatie voor hoge energieprijzen en racisme dat wordt toegepast door overheidsinstanties. En zo is er nog veel meer.
Soms worden we daar moe van. Heel erg moe. Net als bij een sportwedstrijd.
Die vergelijking maakt Paulus wel vaker.
Aan de christenen in Galatië schrijft hij: “Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de hoop van de gerechtigheid. In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde werkzaam is. U liep zo goed; wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven gehoorzamen? Deze overreding is niet afkomstig van Hem Die u roept”.
Paulus’ boodschap is: luister niet naar alle stemmen die u hoort; leen het oor slechts aan Jezus Christus, uw Heiland.
Rond het sportveld zijn allerlei mensen die van alles roepen.
De één laat onomwonden weten dat u een prutser bent; uw sportprestaties lijken nergens op.
De ander wijst op de mensen om u heen; wees eens wat vaker een teamspeler.
Nummer drie wijst op het doel: dáár moet u heen.
Maar, zegt Paulus, luister toch naar de lokroep van uw Heiland! Hij roept u! Hij geeft u waar geloof! Hij wijst u op een veilig levenskader: Zijn wet. Hij geeft uitverkoren mensen alle gelegenheid om Hem te eren[4].

Nee, de Bijbel is geen handboek voor de situaties van 2022.
Er moeten allerlei praktische oplossingen gezocht worden voor de problemen van vandaag. Als het goed is proberen wij tijdens die zoektocht “naar de wil van God in alle goede werken te leven”. Herkent u Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus?

In onze wereld dendert het van de discussies. Die hoeven wij ook niet te vermijden. Maar laten wij wel kritisch op onszelf blijven.
Christus roept ons. Horen wij Hem, ook vandaag nog? Laten wij ons oefenen in zelfbeheersing om Zijn stem te horen.
Paulus schrijft in het laatste vers van 1 Corinthiërs 9: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word”. Een al te zachte aanpak past niet in de kerk: laat ons dat maar gezegd zijn![5]

Noten:
[1] Zie Hebreeën 12:2. Deze tekst komt aan de orde in mijn artikel ‘Gods glorie fonkelt’, hier gepubliceerd op dinsdag 7 juni 2022. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/06/07/ .
[2] 1 Corinthiërs 9:24,25.
[3] Dit is een citaat uit https://www.basisbijbel.nl/1-korintiërs/9 ; geraadpleegd op dinsdag 31 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Galaten 5:5-8.
[5] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 9:27.

7 juni 2022

Gods glorie fonkelt

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd. Nu gaan wij weer het gewone leven in. Wij lopen, zegt Hebreeën 12, voort “terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God”[1][2].  

We bevinden ons op de renbaan.
Er dringt zich een vergelijking op met soldaten die hun conditie trainen op de stormbaan. Die conditie is nodig om het vaderland te kunnen verdedigen.
Als je geluk hebt komt de generaal langs om je een hart onder de riem te steken.     
Of desnoods de president. Zoals bijvoorbeeld president Zelensky in Oekraïne. Op zondag 29 mei jongstleden was de leider aan de frontlinie bij Charkov en zei: ‘Ik wil jullie allemaal bedanken. Jullie wagen je leven voor ons allemaal en voor ons land. Bedankt voor het verdedigen van de onafhankelijkheid van Oekraïne. Pas goed op jezelf’.
In Oekraïne is men nog niet zeker van de overwinning.
Maar in de kerk zijn we dat wel. 
Want Jezus Christus is al op het eindpunt. Hij bevindt zich op het culminatiepunt van de wereldgeschiedenis: de hemel, Zijn woonplaats. Daar toont Hij Zijn almacht[3]

Dat heeft Hij altijd al gedaan. De profeten hadden het er al over dat Christus moest lijden en zo Zijn heerlijkheid moest ingaan: “En Hij zei tegen hen – dat zijn de Emmaüsgangers –: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!  Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?”.
Hij heeft mensen ingezet om zijn blijde Boodschap de wereld in te brengen. Zo gaat dat in 2022 ook nog. Daarom is de kerk er. Midden in de storm, te midden van het woeden van de wereld richt de kerk haar oog op de Voleinder van het geloof[4].

Jezus Christus is in de tijd die Hij op aarde was diep, diep vernederd.
Maar nu zit Hij op de hoogste troon die er in de wereld is. Hij heeft meer macht dan de heren Poetin, Biden en Zelensky bij elkaar. Ja, alle wereldburgers moeten voor Hem buigen!

Dat brengt de kerk dus tot evangelisatiewerk. En tot zendingswerk.
Die evangelisatie- en zendingsactiviteiten vallen altijd op. Soms worden ze in de wereld druk besproken.
Hoe komt dat?
Omdat de kerk achter Jezus Christus aan gaat. Christus is de afstraling van Gods heerlijkheid, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1. Wij zien de weerschijn van die glorie in de kerk. Daarom zeggen de omstanders soms: die kerkmensen hébben wat.
Wat is de weerschijn van die glorie precies? Dat wordt omschreven in Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus: “Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”.
Laten wij goed lezen wat daar genoteerd is.
Er staat niet dat u de hele dag blij moet wezen.
Er staat niet dat een gelovig mens met een brede glimlach zijn werk doet, naar de supermarkt gaat, zijn eten kookt, aan mantelzorg doet en zijn hobby’s beoefent.
Er staat niet dat wijzelf, met een uiterste krachtsinspanning, het laatste restje blijheid uit onze harten moeten opdiepen.
Nee, wij hebben vreugde in ons hart door Christus. Er staat dus wel dat kinderen van God nooit helemaal hopeloos zijn. Wij ontlenen onze levenslust aan Gods beloften voor de toekomst.
Daarom gaan wij de zonden steeds meer mijden.
Paulus schrijft in dat kader aan de Romeinen: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?”. De zonde is dus geen overheersende macht meer in ons leven.
Laten wij maar eerlijk zijn: daar begrijpen die omstanders weinig van. Die kerkmensen hébben wat… maar wat? Welnu, kerkmensen mogen het uitleggen: dit is de fonkeling van Gods glorie[5].

Jezus Christus zit aan Gods rechterhand. Daar is Hij neergezet. Het is God “uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten”. Zo staat dat in Efeziërs 1. Hij zit daar als Hogepriester. Hij doet dienst in het hemels heiligdom als onze Pleiter: ‘Spreek hem/haar vrij, want Ik heb Mijn lijden volbracht’.
Op die hogepriester moeten wij het oog op houden. Te Zijner tijd zullen wij Hem zien. Hij is, om zo te zeggen, in de wedloop voor ons uit gelopen. Maar daarmee is niet alles gezegd. Want God graveert Zijn wet in onze harten. In Hebreeën 8 wordt het zo geformuleerd: “Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Wij dragen Gods wet in onze harten mee. Wij gaan, om zo te zeggen, gewapend de wereld in![6]

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd.
Wij mogen verder gaan door het leven heen, op weg naar het schitterende eindpunt: de hemel, met het rechtstreekse zicht op onze Heiland.
Laten wij onderweg maar volop aan het werk blijven. Met activiteiten die – om  weer met Zondag 33 te spreken – “uit waar geloof, naar de wet van God en tot zijn eer gedaan worden”![7]  

Noten:
[1] Hebreeën 12:2.
[2] In dit artikel wordt aandacht besteed aan Hebreeën 12:2. Op zondag 29 mei 2022 werd in de morgendiensten van De Gereformeerde Kerk Groningen een preek gelezen over Hebreeën 12:2 en 3. Die zondagmiddag werd een preek gelezen over Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus. Beide preken werden geschreven door ds. C. Koster, predikant van De Gereformeerde Kerk Lansingerland. Dit artikel is onder meer het resultaat van een verdere doordenking van die preken.
[3] Het citaat van de Oekraïense president Zelensky komt van https://nos.nl/liveblog/2430606-zelensky-alle-essentiele-infrastructuur-in-severodonetsk-is-vernietigd ; geraadpleegd op maandag 30 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Lucas 24:25,26.
[5] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Hebreeën 1:3 en Romeinen 6:1,2. Verder citeer ik antwoord 90 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.
[6] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Efeziërs 1:20 en Hebreeën 8:1. Ik citeer Hebreeën 8:10.
[7] In deze alinea citeer ik een gedeelte van antwoord 91 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.

5 maart 2018

Levenslange wedloop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo’n menigte van getuigen omringd worden, afleggen alle last en de ​zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op ​Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het ​kruis​ verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God”.

Dat zijn bekende woorden uit Hebreeën 12[1].

Hoeveel predikanten hebben op de kansel al niet gewezen op dat stadion vol mensen dat ons aanmoedigt? Het zijn er heel wat, kan ik u verzekeren. Trouwens, daar kunt u waarschijnlijk ook zelf wel over meepraten.

Die wedloop lopen wij gedurende ons hele leven.

En niet alleen gedurende de Olympische Winterspelen. U hebt het waarschijnlijk wel mee gekregen: van 9 tot 25 februari vonden de Olympische Winterspelen plaats in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang.
De televisie zat er boven op. Uren en uren werd er geanalyseerd en gebatteerd.
Ach, ik wilde best een poosje naar het schaatsen kijken. Maar het geheel stond mij al snel een beetje tegen. En waarom dan precies? Al dat gepraat over de medaillespiegel – de ranglijst van deelnemers, geordend naar behaalde medailles –, de fantastische prestaties, de hooggestemde verwachtingen die soms niet werden waargemaakt, de onverwachte huzarenstukjes waarover urenlang werd nagepraat… het was allemaal zo aards. Zo mensgericht. Zo’n sfeer van: wat zijn wij, mensen, toch sterk en knap; en als dat onverhoopt niet zo is, dan maken we er toch een leuke tv-uitzending van. En als het dan leuk wórdt, dan zijn in ieder geval de tv-presentatoren nog knap… Een hele opluchting, dat begrijpt u.

Er lijkt tenminste één overeenkomst tussen die Olympische sporters en de kerkmensen. Zij zijn allen gericht op de overwinning.
Alleen maar, de sporters gaan voor hun eigen overwinning. Kerkmensen letten op de triomf van een Ander: Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij zit nu aan de rechterhand van God.

Er is nog een kenmerkend verschil tussen die Olympische sporters en de kerkmensen.
Olympische sporters zitten een dag of veertien in een cocon. Zij wonen in een Olympisch dorp. Zij concentreren zich op hun sport en de resultaten daarin.
Kerkmensen letten op de geloofsgetuigen die hen zijn voorgegaan. Op Abel. Op Henoch. Op Noach. Op Abraham. En op heel veel anderen die in Hebreeën 11 genoemd worden.
Kerkmensen letten op hun aardse vaders[2]. En op de wereld om hen heen.

Jaag de vrede na, zegt Paulus.
En: neem elkaar mee in de kerk, en zorg ervoor dat niemand achterblijft[3].
En: zorg ervoor dat er geen ruzie of onrust komt.
Verder: blijf ver van onkuisheid en losbandigheid[4].
Kortom: kijk goed om u heen, en ga christelijk met uw naasten om.

Gelovige kinderen van God letten op de overwinning van hun Heiland. Maar zij kijken ook om zich heen. Echte wereldburgers zijn zij, die volop actief in deze wereld staan.

Nu het om deze dingen gaat, wijs ik graag op een oude predicatie van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant K. Deddens (1924-2005). Zo’n zestig jaar geleden – het was omtrent 1959 – zei hij in een preek over Hebreeën 12:1 en 2: “…Als men vandaag allerwegen gaat leren, dat het er niet toe doet wat wij geloven, maar dat het alles aan komt op de vraag hoe wij geloven; als men ons zeggen wil, dat alleen dit van betekenis is, dat wij hetzelfde enthousiasme zullen opbrengen als eertijds de vaderen deden, maar dat het niet zo belangrijk is, om precies hun geloofsinhouden te weten – nu gemeente, dan zullen wij het volhouden, dat het wel van de grootste en eerste betekenis is, wat wij geloven zullen. Want daar zet de strijd van de kerk zich voort, waar de geloofsinhouden bewaard blijven”.
Wie dat citaat tot zich door laat dringen, beseft dat er vandaag de dag niet zoveel nieuws onder de zon is. Want ook in 2018 zeggen velen: als je maar bezield bent, dan kom je er wel in de kerk.
Laten wij, als wij zulk gepraat horen, niet vergeten dat het in de kerk nooit in de eerste plaats om ons gaat. Altijd staat Jezus Christus, de Heiland, op de eerste plaats!

De Olympische Winterspelen zijn achter de rug.
Maar de taak van Gods kinderen zit er nog lang niet op.
Van kerkmensen wordt uithoudingsvermogen gevraagd.
Zij moeten volhouden. Tot aan hun sterfdag.
Laten zij Hebreeën 12 daarbij nooit vergeten: “Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van ​engelen, tot een feestelijke vergadering en de ​gemeente​ van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen”[5].

Noten:
[1] Hebreeën 12:1 en 2.
[2] Zie bijvoorbeeld Hebreeën 12:9: “En verder hadden wij onze aardse vaders als opvoeders, en wij hadden ontzag voor hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven?”.
[3] Hebreeën 12:14: “Jaag de ​vrede​ na met allen, en de ​heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien”.
[4] Hebreeën 12:15: “Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de ​genade​ van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden”.
[5] Hebreeën 12:22 en 23.

9 januari 2014

Competitie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Op het kerkplein wandelen gelovigen rond. Dat lijkt logisch.
Een ongelovig mens kan, op doortocht door het leven, natuurlijk best over dat plein lopen; het kerkplein zal echter nooit zijn eindbestemming zijn.
Wat is het belangrijkste voor al die flanerende kerkmensen? Het geloof, zou je zeggen. Da’s nogal wiedes. Niet dan?

Ach, geachte lezer, zeg dat niet te hard.
Op het kerkplein, en in de verschillende kerkgebouwen, gaat het vaak ook om wat anders.
Er is een competitie gaande. Een krachtmeting. Een duel. Een wedstrijd, kortom.

Wellicht denkt u dat de weblogschrijver vandaag toch wat doorschiet.
En de vraag prangt door de ziel: als hij aan het begin van dit nieuwe jaar al dol draait, wat zal er dan verderóp in deze periode geschieden?

Maar laten wij ons niet vergissen.
Laat ik u snel uit de droom helpen.

1.
“Het New Yorkse mannenblad Esquire heeft onconventioneel ervoor gekozen om paus Franciscus uit te roepen tot best geklede man van 2013. Het blad viel vooral voor de ‘symboliek (die zijn kledij uitstraalt) voor zijn keuzes als paus’”.
“‘Zijn manier van kle­den weer­spiegelt werke­lijk de men­tal­iteit die er achter zit’, zegt Anna Pellegrini van de Universiteit van New York. ‘De nederigheid van zijn kledij biedt een mogelijkheid om zichtbaar zijn theologische en materiële bezorgdheid voor de armen te tonen’”.
“’Paus Fran­cis­cus begri­jpt dat heren­mode is bedoeld om het karak­ter van de man in de kled­ing te uiten’, zo citeert rknieuws.net Mary Lisa Gave­nas, auteur van The Fairchild Ency­clo­pe­die voor Heren­mode”[1].

2.
“Paus Franciscus heeft sinds zijn aantreden vorig jaar veel meer mensen op de been gebracht dan zijn voorganger Benedictus XVI. Zo’n 6,6 miljoen mensen woonden de optredens bij van paus Franciscus bij het Vaticaan. Dat blijkt uit cijfers die donderdag zijn vrijgegeven.
Benedictus trok in heel 2012 ongeveer 2,3 miljoen mensen. De cijfers zijn gebaseerd op het aantal uitgegeven toegangsbewijzen en schattingen van de bezoekersaantallen bij manifestaties waar geen tickets voor nodig zijn”[2].

3.
“De tekst uit Filippenzen 4:13 – ‘ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft’ – , is in 2013 het vaakst gelezen, opgeslagen of gedeeld door gebruikers van de Bijbel-app YouVersion.
Dat maakte de Amerikaanse organisatie van het Bijbelleesprogramma voor mobiele telefoons bekend in haar jaaroverzicht. YouVersion geeft de mogelijkheid om de Bijbel in tientallen talen te lezen, een Bijbelleesrooster te gebruiken, aantekeningen te maken en teksten te delen. In de app staan ook Nederlandse vertalingen[3].

De paus laat zien wat zijn levensstijl is. Hij doet dat beter dan wie ook.
De paus trekt ontzettend veel mensen. Zijn voorganger slaagde daar minder goed in.
Paulus wordt postuum geëerd met de formulering van Philippenzen 4. In 2014 kun je daar wat mee. Je kunt er beter mee uit de voeten dan met welke andere Bijbeltekst ook!

Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken dat kerklidmaatschap – en alles wat daarop lijkt – alleen iets voor sportieve mensen is. De kerk is iets voor mensen die van een uitdaging houden. In de kerk en op het kerkplein loopt het wedstrijdseizoen altijd door. Het wordt, naar het lijkt, zoetjesaan tijd voor een klerikale variant op Studio Sport.

Dat is echter gezichtsbedrog.
De kwestie is namelijk: wordt de geloofsstrijd gestreden?
Nee, het Woord van God roept ons niet op om aan fitness te gaan doen. U hoeft niet zo nodig naar de sportschool om alle extra kilo’s als sneeuw voor de zon te doen verdwijnen.
Nee, de Bijbel is niet het Boek van de uitdaging. Het is geen Boek dat permanente provocatie bevordert.

In 2 Timotheüs 4 wordt de zaak op scherp gezet.
Kijkt u maar: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad”[4].

Alles draait om een keuze. Strijdt men de goede strijd?
Alles draait om volharding. Streeft men er naar tot het einde toe vol te houden?
Alles draait om het ware geloof. Om het vaste vertrouwen in God, om de troostvolle wetenschap dat onze zonden vergeven zijn en het eeuwig heil ons wacht.

De vraag is daarom niet hoe modieus wij zijn.
Populariteit is niet zo belangrijk.
U hoeft niet te tellen hoe vaak u Philippenzen 4:13 hebt gelezen, of welk ander Bijbelvers dan ook.

Kerk en geloof: dat zijn geen thema’s voor aardige spelletjes.
Kerk en geloof: dat zijn geen onderwerpen voor een concours op niveau.
Altijd en overal moet de eer van God het middelpunt van het leven van Gods kinderen zijn. Welke schokkende dingen men ook meemaakt, de glorie van onze Here staat – als het goed is – in het centrum van onze aandacht.
Paulus doet ons in 2 Timotheüs 4 voor hoe dat moet. Ik citeer: “…de Here heeft mij ter zijde gestaan en kracht gegeven, zodat door mij de verkondiging tot haar recht gekomen is en al de heidenen haar hebben kunnen horen; en ik ben uit de muil van de leeuw verlost. De Here zal mij beveiligen tegen alle boos opzet en behouden in zijn hemels Koninkrijk brengen. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen”[5].

Dat perspectief mogen Gods kinderen koesteren.
Ook als zij een rustig leven moeten leiden.
Ook als zij oud, zwak of ziek geworden zijn.
In het geloof hoeven zij niet scoren. Niets mag hun concentratie op Hem verstoren.

Laten we onze Here Jezus Christus maar volgen.

Dan mogen wij het met Psalm 17 zingen:
“Mijn voeten bleven in uw spoor
en nimmer wankelden mijn schreden.
Ik roep U aan in mijn gebeden,
want Gij, o God, geeft mij gehoor”[6].

Noten:
[1]
Zie http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/1.1819778 .
[2] Zie http://www.metronieuws.nl/nieuws/paus-franciscus-brengt-miljoenen-op-de-been/xlknab!A10QA193TGPEt0N8YYsTw/ .
[3] Zie: “Filippensen 4:13 meest gelezen op Bijbel-app”. In: Reformatorisch Dagblad, 3 januari 2014, p. 1.
[4] 2 Timotheüs 4:7 en 8.
[5] 2 Timotheüs 4:17 en 18.
[6] Psalm 17:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Blog op WordPress.com.