gereformeerd leven in nederland

15 november 2018

Ootmoedige kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs las ik een interview met de Nobelprijswinnaar Ben Feringa.
In 2016 won hij, samen met twee anderen, de Nobelprijs voor Scheikunde voor zijn onderzoek naar moleculaire machines.
De hoogleraar zegt: “Ik weet minder dan ooit tevoren”.

Professor Feringa expliceert: “Elk antwoord roept tien nieuwe vragen op, dus ik weet nu eigenlijk minder dan ooit tevoren. Dat zet je aan het denken. Misschien komt er over tweehonderd jaar een nieuwe Einstein die vertelt dat wij er allemaal naast zaten. Wie zijn wij dat we denken alles te weten? Ik vertel in lezingen vaak dat de natuur ons ook bescheiden mag maken, want die steekt ongelooflijk mooi en complex in elkaar. Wij kunnen wel een Boeing bouwen, wat heel knap is, maar we kunnen geen duif maken”.

Dat heeft alles te maken met zijn geloof. “Het geloof helpt me vooral om het waardevolle en goede in het leven te zien. In de kerk word je uit de waan van de dag getrokken. Ik vind de rituelen prettig. De mystiek spreekt me aan. Dat zou je misschien niet verwachten van een hardcore bètawetenschapper die alles wil rationaliseren. Maar juist de wetenschap heeft me mijn beperktheid doen zien”[1].

Dat is een duidelijk statement.
En het gaat lijnrecht in tegen een redenering die men tegenwoordig vaak hoort. Die redenering werd in een document van de Evangelische Omroep als volgt samengevat: “De meeste grote moderne denkers geloven niet in God. Hoewel slechts kleine minderheid van de mensheid atheïst is, zijn dat niet geheel toevallig vooral intelligente, hoogopgeleide, Westerse mensen, zoals Nobelprijswinnaars en topwetenschappers. Ze doen dat niet om te schoppen, maar kúnnen (…) niet meer in God geloven”[2].

Dat laatste klinkt plausibel.
Maar de vraag is waarom sommige grote denkers dan wel in God geloven.

De kernkwestie is hoe bescheiden wetenschappers zijn.
Mensen die veel weten en veel energie hebben moeten zich realiseren welke positie zij tegenover God innemen!

In verband met deze dingen wijs ik vandaag graag op enkele woorden uit 2 Kronieken 7: “Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend, en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en ​bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun ​zonden​ ​vergeven​ en hun land genezen”[3].

Over 2 Kronieken schreef ik al eens:
“1.
De Bijbelboeken 1 en 2 Kronieken vormden oorspronkelijk één geheel. Ze beschrijven met name de geschiedenis van de regering van koning David, van zijn zoon Salomo en van de overige koningen uit dat geslacht.
2.
De Joden nemen aan dat de schriftgeleerde Ezra de auteur van de Kronieken is. Maar dat is lang niet zeker.
3.
De boodschap van 2 Kronieken is: zoek de Here!
Dat betekent: betrek de God van hemel en aarde bij alles wat je doet”[4].

In 2 Kronieken 3 begint de geschiedenis van de tempelbouw.
In 2 Kronieken 5 wordt de ark in de tempel gebracht. De Here gaat in de tempel wonen.
In 2 Kronieken 6 spreekt Salomo een gebed uit. Dat is een gebed van aanbidding en lof. En tevens een gebed om voortdurende steun en hulp voor Gods volk. Want zonder de Here is het volk hopeloos en stuurloos.
In 2 Kronieken 7 komt het antwoord van de Here. En Salomo reageert dáár weer op.

Dat gaat zo.
“Toen ​Salomo​ geëindigd had dit ​gebed te ​bidden, kwam het vuur uit de hemel neer en verteerde het ​brandoffer​ en de slachtoffers, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde het ​huis. De ​priesters​ konden het ​huis​ van de HEERE niet binnengaan, want de heerlijkheid van de HEERE had het ​huis​ van de HEERE vervuld. Toen alle Israëlieten het vuur en de heerlijkheid van de HEERE over het ​huis​ zagen neerkomen, knielden zij met hun gezichten ter aarde, op de vloer, bogen zich neer en loofden de HEERE dat Hij goed is, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig. De ​koning​ en heel het volk brachten ​offers​ voor het aangezicht van de HEERE. Koning​ ​Salomo​ bracht een ​dankoffer​ van tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de ​koning​ en heel het volk het ​huis​ van God in”[5].
Het is feest in Israël.
Het is een festijn dat zijn weerga in de wijde omgeving niet kent.
Daar is iets groots verricht. Er staat een tempel die er wezen mag!

En dan –
dan gaat het over ootmoed. Over bescheidenheid dus.
En opeens is het verschil tussen 2 Kronieken 7 en het jaar van de Verbondsgod 2018 niet zo heel groot meer.
In 2018 verricht men in de wetenschap grote dingen. Maar ook vandaag past bescheidenheid. ‘We kunnen nog niet eens een duif maken’, zegt professor Feringa. Hij begrijpt het steeds beter: op aarde past ingetogenheid, nederigheid en terughoudendheid!

Die bescheidenheid is in 2 Kronieken 7 een Verbondszaak.
Kijkt u maar: “En u, wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader ​David​ gewandeld heeft, en handelt overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht neemt, dan zal Ik de ​troon​ van uw koningschap bevestigen, zoals Ik met uw vader ​David​ een verbond gesloten heb: Het zal u niet ontbreken aan een man die heerst in Israël. Maar als u allen zich ooit van achter Mij afkeren zult, en Mijn verordeningen en Mijn geboden, die Ik u voorgehouden heb, verlaat, en ​andere ​goden​ gaat dienen en zich voor hen neerbuigt, dan zal Ik hen wegrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb”[6].
Daarom lijkt het me juist om met name in de kerk die bescheidenheid te trainen en te praktiseren.
Wij weten hoe het met Israël gegaan is.
Laten wij, in dat verband, elkaar wijzen op Mattheüs 1: “Josia​ verwekte Jechonia en zijn broers, ten tijde van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap​ verwekte Jechonia Sealthiël, Sealthiël verwekte ​Zerubbabel”[7].
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Francke (1908-1990) schreef daarover eens: “De babylonische ballingschap, straf op de afval van de HEERE en van het verbond, maakt een diepe insnijding in Davids geslacht (…). Gods verkiezende genade echter triomfeert over het verbond met David en brengt het tot z’n doel”[8].

Professor Feringa, de geleerde scheikundige, leert ons bescheidenheid.
De kerk van 2018 moet die bescheidenheid ook in praktijk brengen. Het Goddelijke onderwijs in 2 Kronieken 7 moet, als het daarom gaat, een extra stimulans zijn.

Notulen:
[1] “Gegrepen door moleculen”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 10 november 2018, p. 4, 5 en 6.
[2] Geciteerd van https://visie.eo.nl/2017/05/waarom-slimme-mensen-niet-meer-kunnen-geloven/ ; geraadpleegd op zaterdag 10 november 2018.
[3] 2 Kronieken 7:13 en 14.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Verlangen’, hier gepubliceerd op maandag 18 juni 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/06/18/verlangen/ .
[5] 2 Kronieken 7:1-5.
[6] 2 Kronieken 7:17-20.
[7] Mattheüs 1:11 en 12.
[8] Geciteerd uit: Joh. Francke, Lichtende verbintenissen: Gods verbonden met mensen”. – 1985. – Citaat van p. 79.

16 juli 2018

Mag veroudering afgeremd worden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Euthanasie? Dat is iets dat de rechtgeaarde kerkmens tot in het diepst van zijn wezen tegenstaat. Het opzettelijk beëindigen van een mensenleven, alleen vanwege de wens van die persoon zelf – nee, dat doet men niet. Want het leven is in Gods hand.
Daar zijn orthodox-Gereformeerden het wel over eens.

Maar mag je veroudering tegengaan?
Dat is een punt dat, dunkt mij, in onze tijd wel enige aandacht verdient.

Door de jaren heen wordt ons DNA – zeg maar even: ons celmateriaal – beschadigd. Na verloop van tijd kunnen er twee dingen gebeuren:
* stoppen met delen van cellen
* ongecontroleerd delen van cellen

Als de celdeling stopt, begint de veroudering. Hoe kun je dat tegengaan? Daar wordt heel wat onderzoek naar gedaan.
Men doet verwoede pogingen om stamcellen nieuw leven in te blazen. Zo’n stamcel is in staat om nieuwe cellen te laten ontstaan. Die stamcellen kan men herprogrammeren. Toegegeven: dat klinkt als een computerprogramma dat weer op gang wordt gebracht. Het is niettemin de realiteit van 2018.

Iemand schrijft: “Bij muizen werden na toediening van deze verjongde stamcellen de ouderdomskenmerken van de organen teruggedrongen. Met deze herprogrammeringstechniek konden in muizen nieuwe hersencellen groeien. Bij ratten en apen met Parkinson werden de symptomen minder ernstig na een behandeling met stamcellen. Een dergelijk experiment werd met succes uitgevoerd bij muizen met de ziekte van Alzheimer: het ruimtelijke geheugen werd weer beter. De veroudering werd dus teruggedraaid. Het lijkt een kwestie van tijd dat deze technieken ook bij mensen kunnen worden toegepast”[1].

Dat is allemaal heel knap. Heel wetenschappelijk, bovendien.
Maar kan dat allemaal?
Is het wel christelijk-verantwoord om zulk onderzoek te doen? Is dat een verantwoorde ingreep in het menselijk leven?

In Leviticus 19 staat te lezen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en ​eer​ bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].

Leviticus – dat is een boek van zevenentwintig hoofdstukken, waarin wordt uiteengezet hoe Israël, het volk van God, met Hem moet omgaan. Op welke manier moeten de door God uitverkorenen hun Heer benaderen? Hoe moet de sfeer zijn als Israël naar God toegaat?[3]

Die gedragsregel ten aanzien van ouderen staat in het kader van het heilig leven voor de Here. Wat wij doen, moet naadloos passen bij de Machthebber van hemel en aarde. In het respect voor ouderen komt naar voren dat wij eerbied voor de Here hebben. Want Hij heeft in de Tien Geboden gezegd: respecteer je ouders.
Wij zien die norm trouwens ook terugkomen in Deuteronomium 5: “Eer​ uw vader en uw moeder, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft”[4].

Ziet u de belofte?
Daar staat het: “opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft”. Kerkmensen van nu zijn wellicht geneigd om bij dat gegeven land meteen aan de hemel te denken. En dat is niet verkeerd. Welnee.
Maar wij hoeven, wat mij betreft, niet meteen aan het aardse leven voorbij kijken. In het Oude Testament werd toch ook vaak gedacht aan het leven in het land Kanaän?

Zorg voor oudere mensen betekent zeker ook dat wij hier op aarde negatieve gevolgen van veroudering helpen opheffen en/of opvangen.
Nee, dat wil niet zeggen dat we ’t leven hier maar eindeloos moeten rekken. Het doel van de zorg voor ouderen moet echter wel zijn: het blijven bevorderen van hun lichamelijke en geestelijke mogelijkheden, zodat zij in hun leven de God die hen schiep in al hun bezigheden kunnen eren.

Over dergelijke zorg hoeven wij trouwens niet altijd grote verhalen te houden. En nee, niet alle zorg hoeft professioneel te wezen. Vrijwillige zorg is misschien nog wel meer waard. Aandacht, oplettendheid en toewijding – dat zijn trefwoorden die daar zonder meer mee mogen worden verbonden.

In welk verband staat het respect voor ouderen in Leviticus 19 precies?
Ik citeer: “U moet Mijn sabbatten in acht nemen en ​eerbied​ hebben voor Mijn ​heiligdom. Ik ben de HEERE.
U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de ​waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben de HEERE, uw God.
U moet opstaan voor iemand met grijze haren en ​eer​ bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[5].
Laat ik daar twee opmerkingen bij maken.
1.
Respect voor ouderen heeft blijkbaar alles te maken met de zondagse eredienst. Daar wordt het fundament gelegd voor een goede omgang met en verantwoorde zorg voor elkaar.
Wie in de kerk dat uitgangspunt huldigt, heeft het dodenrijk niet nodig. Kerkmensen hebben immers rechtstreeks uitzicht op de hemel, de woonplaats van God?
2.
Het is vervolgens ook duidelijk dat waarzeggers maar beter uit de buurt van de kerk weg kunnen blijven. Immers – wat moeten we aanvangen met die mensen, terwijl we in en vanuit de kerk onderweg zijn naar altoosdurend geluk en nimmer onderbroken vrede?

Dat klinkt, als u het mij vraagt, heel anders dan bijvoorbeeld de volgende reclame voor een tamelijk lijvig boekwerk: “Gezond zijn is iets dat van nature bij je hoort, ondanks je huidige gezondheidstoestand. In deze nieuwe, uitgebreide uitgave van ‘Tijdloze geheimen van gezondheid en verjonging’, onthult bestsellerauteur Andreas Moritz de meest voorkomende, maar zelden herkende oorzaken van ziekte en veroudering.
Hij biedt krachtige en bewezen methoden om de oorzaken van ziekten weg te nemen en een stralende gezondheid te bereiken, ongeacht je leeftijd. Terwijl de meeste artsen alleen maar proberen ziekte te bestrijden of te onderdrukken – wat meer doden veroorzaakt dan kanker of hartkwalen – weten ze te weinig van de werking van lichaam en geest om iemand werkelijk te kunnen helpen”[6].
Zeg nu zelf, het bovenstaande ziet er, zacht gezegd, ambitieus uit.
Maar eerbied voor onze God en Zijn werk vinden we in die verkoopbevorderende tekst niet terug.

We mogen en moeten goed voor onszelf zorgen.
De jongeren mogen de ouderen ondersteunen.
En de ouderen mogen de jongeren aanvuren: ‘jonge mensen, ga gerust je gang! – vind maar goede en mooie hulpmiddelen uit, en help ons maar waar je kunt; samen kunnen wij dan onze God nog beter eren!’.

Samen op weg naar de toekomst, zo doen we dat in de kerk.
Net zoals Psalm 86 dat zegt:
“Leer mij, HEERE, Uw weg,
ik zal in Uw waarheid wandelen,
maak mijn ​hart​ één om Uw Naam te vrezen.
Heere, mijn God, ik zal U loven met heel mijn ​hart,
ik zal Uw Naam voor eeuwig eren.
Want Uw goedertierenheid is groot over mij,
U hebt mijn ziel aan het diepst van het ​graf​ ontrukt”[7].

Noten:
[1] Geciteerd uit: Arjen Mol, “Onderzoek dat verjonging beoogt, vraagt Bijbelse reactie”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 30 juni 2018, p. 14 en 15.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld ook http://christipedia.nl/Artikelen/L/Leviticus ; geraadpleegd op maandag 2 juli 2018.
[4] Deuteronomium 5:16.
[5] Leviticus 19:30, 31 en 32.
[6] Geciteerd van https://www.varuvo.nl/nl/assortiment/835171/Succesboeken_Tijdloze_geheimen_gezondheid_verjonging ; geraadpleegd op maandag 2 juli 2018. De gegevens van het betreffende boek zijn: Moritz, Andreas, “Tijdloze geheimen van gezondheid en verjonging: ontdek de genezende kracht van de natuur in jezelf”. – Succesboeken.nl. – 576 p.
[7] Psalm 86:11, 12 en 13.

26 maart 2018

Dwaze wetenschap

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Op woensdag 14 maart jongstleden overleed Stephen Hawking. Hawking was een beroemde natuurkundige. Zesenzeventig jaar werd hij. Hij was befaamd vanwege zijn grote verdiensten voor de wetenschap. Maar de wereld kende hem ook vanwege de manier waarmee hij omging met de spierziekte ALS.
Iemand twitterde: “Stephen Hawking, de briljantste ster uit het heelal is niet meer”[1].

Ik las een ‘profiel’ van deze wetenschapper.
Daarin stond geschreven: “De Brit was een van de meest prominente wetenschappers in zijn gebied, regelmatig te gast in tv-shows, een media-icoon en won vele prijzen vanwege zijn ontdekkingen in de kosmologie. Hij kreeg zelfs een natuurkundig fenomeen naar zich vernoemd, de zogeheten Hawkingstraling”.
En:
“De wetenschapper werkte samen met Roger Penrose aan theorieën over het ontstaan van het universum. Hawking verdiende voornamelijk bekendheid door zijn onderzoek naar zwarte gaten en singulariteiten.
Een singulariteit is een punt in de ruimte met een oneindig klein volume en een oneindig grote dichtheid. Rondom zo’n punt houden tijd en ruimte praktisch op met bestaan. Reguliere natuurkunde gedraagt zich volgens andere regels rondom een singulariteit. Hawking en Penrose publiceerden in 1970 een bewijs dat het universum ooit vanuit een singulariteit is ontstaan”[2].

Dringt het tot u door?
“Hawking en Penrose publiceerden in 1970 een bewijs dat het universum ooit vanuit een singulariteit is ontstaan”.

Als een gelovig mens dat leest, gaat hij eensklaps anders tegen Stephen Hawking aankijken. Want dan ontstaat het besef dat grenzeloze bewondering voor Stephen Hawking niet op z’n plaats is.
Bij deze Britse geleerde was sprake van grenzeloos ongeloof. Dat zo zijnde kan hij geen onbesproken voorbeeld voor gelovige mensen zijn.

Daarom verbaast het mij dat de Nederlandse natuurkundige en universiteitshoogleraar Cees Dekker – die niet onder stoelen of banken steekt dat hij een christen is – zonder commentaar een tweet overnam van een Amerikaan die schreef: “Rest in peace, Stephen Hawking. Your brilliance, vision, and courage provided a sense of wonder to all of us. Now, at last, all of the remaining mysteries of the physics of the universe are revealed to you”. In het Nederlands overgezet staat daar: “Rust in vrede, Stephen Hawking. Je genialiteit, visie en moed verschaften ons een gevoel van verwondering. Eindelijk worden alle overblijvende mysteries van de fysica van het universum aan jou geopenbaard”[3][4].

Nee, ik ontken zeker niet dat Stephen Hawking een briljant wetenschapper is geweest. Hawking heeft veel betekend. Nou en of. Maar op een cruciaal punt vloog hij roemloos uit de bocht. Dat mogen Gereformeerden nimmer ontkennen!

Dit alles zo zijnde denk ik aan Romeinen 1: “Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken, omdat wat van God gekend kan worden, hun bekend is. God Zelf heeft het hun immers geopenbaard. Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn Goddelijkheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn”[5].

Wie naar deze wereld kijkt, moet wel tot de conclusie komen dat God bestaat.
Wie in alle rust om zich heen kijkt, begrijpt dat hier de allergrootste Ontwerper aller tijden bezig is.
Wie de toestand op aarde tot zich door laat dringen, beseft dat het feitelijk een wonder is dat de aarde nog niet ten onder is gegaan. Het is duidelijk: hier is een buitengewoon kundig Onderhouder actief!

Stephen Hawking zag scherp hoe de wereld eraan toe is.
Hij waarschuwde “voor de problemen en gevaren die steeds slimmer wordende kunstmatige intelligentie met zich meebrengt. In 2014 sprak hij duidelijke taal in een interview met de BBC: ‘De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie kan het einde van de mensheid betekenen’.

Hawking waarschuwde voor de consequenties als AI [= Artificial Intelligence, BdR] uiteindelijk even intelligent of zelfs slimmer wordt de mens. ‘De techniek verbetert zichzelf op een steeds hoger tempo’, zei hij. ‘De mens kan die groei niet bijhouden, omdat biologische evolutie hen tegenhoudt. De mens wordt dan voorbijgestreefd’.

Hoe lang het nog duurt voordat dit kantelpunt is bereikt, is niet bekend. Hawking zei in 2015 tijdens een conferentie in Londen dat computers ‘ergens binnen de komende honderd jaar’ slimmer worden dan mensen”[6].
U ziet het: de analyse van Hawking gaat volledig aan God voorbij.

Een exegeet noteerde eens bij Romeinen 1:19-21: “Wie in zijn overleggingen God buitensluit, vervalt tot dwaasheid en raakt elk licht over de oorsprong, de zin en het doel van het leven kwijt”[7].
Dat is een formulering die de zaak op scherp zet.

Gereformeerden van 2018 kunnen best bewondering koesteren voor de denkkracht van mensen als Stephen Hawking.
Maar uiteindelijk blijft de vraag of wij onvoorwaardelijk geloof hechten aan het Woord van God.
Laat ik u, op dit punt, mogen herinneren aan woorden uit 1 Corinthiërs 1: “Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen. Waar is de wijze? Waar de ​schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt? Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven”[8].

De denkkracht van Stephen Hawking kunnen wij niet evenaren.
Ach, het zij zo.
In lijn met 1 Corinthiërs 1 noteer ik bij deze: geef mij maar de zondagse prediking.
Ja, ik weet het: dat klinkt dwaas.
Maar die zondagse prediking heeft een vernieuwingskracht die niet opweegt tegen welk wetenschappelijk bewijs dan ook!

Noten:
[1] Geciteerd van https://twitter.com/RaesAnnick ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[2] Geciteerd van https://www.nu.nl/dvn/5175740/profiel-stephen-hawking-wilde-universum-volledig-begrijpen.html ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[3] Geciteerd van https://twitter.com/cees_dekker ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[4] Zie voor meer informatie over Cees Dekker https://nl.wikipedia.org/wiki/Cees_Dekker_(natuurkundige) ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[5] Romeinen 1:18, 19 en 20.
[6] Geciteerd van https://www.nu.nl/internet/5176340/gevaren-zag-stephen-hawking-in-kunstmatige-intelligentie.html ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[7] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1014.pdf , pagina 25 ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[8] 1 Corinthiërs 1:19, 20 en 21.

25 januari 2017

Het fundament verstevigd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“De ongelovige Thomas heeft een punt”. Zo heet een boek, waarin twee auteurs hun lezers aanmoedigen om kritisch te denken[1].
Thomas eist in Johannes 20 bewijzen van Christus’ opstanding[2]. Dat Thomas die eis stelt, wordt hem kwalijk genomen. Maar, zeggen de schrijvers van dat boek, wij maken als mensen veel foute inschattingen en trekken snel verkeerde conclusies. Leer nadenken, zeggen de beide scribenten. Dan worden verkeerde overtuigingen gecorrigeerd. Bijgeloof wordt ontmaskerd. Verkeerde vooronderstellingen komen aan de dag.
Het denkvermogen dient voortdurend te worden aangescherpt. Wij moeten leren om de verschillen te zien tussen zin en onzin. Eigenlijk moeten wij een moderne Thomas worden.
Aldus de twee Vlaamse filosofen.

Mogen wij in de kerk niet kritisch nadenken?
Zeker wel.
De Here leert ons niet om in de kerk dociel af te wachten tot de klap komt. Welnee.
En trouwens, wij moeten ons – denk ik – niet al te zeer op Thomas focussen. Een exegeet schrijft terecht: “Jezus is niet privé aan hem (Thomas, BdR) verschenen, maar te midden van de leerlingenkring en tijdens hun eerstvolgende vergadering. Hij kwam dus niet zozeer op huisbezoek bij broeder Thomas als wel op kerkvisitatie bij de apostelen”[3]. De Here Jezus komt officieel op bezoek om te zien hoe het staat met het geestelijk leven van de kerk.

Dat begrip ‘geestelijk leven’ mogen we, zeker in deze situatie, best met een hoofdletter schrijven: Geestelijk leven.
In de vorige perikoop verschijnt de Here Jezus aan tien discipelen. Daar lezen wij onder meer: “Jezus dan zei opnieuw tegen hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: Ontvang de Heilige Geest.
Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend”[4]. De Heilige Geest getuigt van de waarheid en de werkelijkheid van de opstanding.

Wij lezen: “Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!
Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven”[5].
Niet zelden wordt de reactie van Jezus Christus op Thomas’ belijdenis uitgelegd als een bedekt verwijt. Maar met een dergelijke grief moeten wij een beetje voorzichtig wezen. Niet voor niets staat in 1 Johannes 1: “wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.
En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt”[6].
Alle discipelen hebben Hem gezien. En juist het feit dat het complete apostelconvent Hem gezien heeft, maakt de stimulans om God op Zijn Woord te geloven sterker!

Dat noteert Johannes ook expliciet in hoofdstuk 20: “Jezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek,
maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam”[7].
Al Gods kinderen worden, om met Efeziërs 2 te spreken, “gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is,
en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere”[8].
Het apostelconvent is, naar de mens gesproken, niet zoveel waard. Het aanvankelijke ongeloof van Thomas bewijst dat eens te meer. Maar onze Here Jezus zorgt voor de hechtheid van het fundament der kerk. Om het het met Psalm 122 te zeggen:
“Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[9].

Laten wij nog even kijken naar die Vlaamse filosofen.
Zij noemen Thomas als een typisch voorbeeld van een kritische denker. De wijsgeren uit België lijken te zeggen: volg het voorbeeld van Thomas maar; want buitengewone dingen vragen om buitengewone bewijzen.
Johannes 20 blijkt echter heel andere boodschappen te hebben. Onder meer deze: kritisch nadenken mag best; als het uitgangspunt maar goed is. Wetenschappelijk werk is niet verboden; maar daarbij hoeft het geloof zeker niet uitgeschakeld te worden.

Als u het mij vraagt, toont Jezus Christus in Johannes 20 dat Hij ook voor realisten geleden heeft. En voor sceptici. En voor mensen die geneigd zijn om heel veel dingen in het leven te relativeren.
Het is duidelijk dat het fundament van de kerk, de apostelen, stevig staat. Daar kan de kerk op worden gebouwd. De kerk gaat niet omvallen. Bancaire instellingen kunnen dat op aarde wel. Maar met de kerk zal dat nimmer gebeuren.
Johannes 20 laat ons zien: het Hoofd van de kerk maakt Zijn werk af. Onweerstaanbaar. Maar zeer zorgvuldig. Dat is zeker!

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: Johan Braeckman, Maarten Boudry, “De ongelovige Thomas heeft een punt”. – Linkeroever Uitgevers, 2011. – 344 p.
[2] Vanavond, woensdagavond 25 januari 2017, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 20 aan de orde komen. Tijdens die vergadering hoopt schrijver dezes het onderwerp in te leiden. Een bewerking van dit artikel zal het tweede deel van die inleiding zijn.
[3] Dr. P.H.R. van Houwelingen, “Johannes: het evangelie van het Woord”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 1997; derde druk 2007. – p. 400.
[4] Johannes 20:21, 22 en 23.
[5] Johannes 20:28 en 29.
[6] 1 Johannes 1:3 en 4.
[7] Johannes 20:30 en 31.
[8] Efeziërs 2:20 en 21.
[9] Dit zijn de slotregels van Psalm 122:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

21 augustus 2013

Onwijs intelligent

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is weer zover: christenen worden uitgescholden voor stommeriken.
Slimme mensen zijn namelijk minder vatbaar voor religie dan het gewone volk. “De wetenschappers legden 63 wetenschappelijke studies uit de afgelopen decennia op een rij en ontdekten dat bij 53 studies er een negatief verband bestaat tussen intelligentie en religieuze beleving.
Studies uit het verleden concludeerden dat intelligente mensen minder religieus zijn omdat ze meer kennis hebben. Er kunnen echter ook andere redenen meespelen, zo blijkt uit nieuwer onderzoeksmateriaal. Slimme mensen hebben meer kans een partner te vinden en zijn maatschappelijk en economisch gezien vaker succesvol. Door scholing en succes kunnen ze hun eigenwaarde vergroten. Ook hebben ze geleerd te reflecteren op gedachten en overtuigingen. Dat alles kan ervoor zorgen dat ze minder vaak terugvallen op een religie”.
Het kan nog erger.
“The Guardian maakte (…) van het nieuws een poll en vroeg de lezers of zij het met de onderzoeksconclusie eens zijn. De Britse krant gaf aan het nieuws een eigen draai, zodat de stelling luidde: ‘Geloof je dat religieuze mensen minder intelligent zijn dan atheïsten?’. Dinsdagmiddag was driekwart van degenen die de poll invulden het daarmee eens”[1].

Zo’n bericht is irritant.
En niet goed voor ons zelfbeeld, bovendien.

Maar wie over het onderzoek nadenkt, voelt alras enkele vragen opkomen.

Waarom zijn er in Gereformeerde kerken en orthodoxe kerkgenootschappen, ondanks alles, wetenschappers te vinden? Men komt er mensen tegen met een doctorstitel. Er lopen ook professoren rond. Dat lijkt mij, gezien het bovenstaande, ietwat moeilijk te verklaren.

Waarom zijn er eigenlijk nog studenten die theologie gaan studeren?
Sommigen gaan in hun studie zelfs zover dat zij gaan promoveren.
Gelet op het bovenstaande ligt het voor de hand te denken dat theologische dissertaties worden geschreven door academische mislukkelingen. Wetenschappelijke minkukels, zo u wilt. Mensen die niet slim genoeg zijn voor natuurkunde en wiskunde, zeg maar.
Maar dat, geachte lezer, is toch een volstrekt ongerijmd denkbeeld? Zegt u nu zelf!

Wetenschappers leven bij argumentaties. En bij bewijzen. Meten is weten.
Maar geleerde mensen weten als geen ander: onze kennis is beperkt.
Heel veel bestudeerde mensen weten enorm veel van hun vakgebied. Dat hebben ze in hun hoofd. Dat hebben ze in de hand. Maar ze weten dat zich nog menig ding in hun leven voordoet, dat niet zo makkelijk regelbaar is. Wetenschappers maken, net als ieder mens, wel eens verkeerde keuzes.
De neerlandicus Frits van Oostrom zei begin dit jaar in een interview: “Als vakman, als wetenschapper en bestuurder heb ik alles uit mezelf gehaald wat erin zit. Maar als vader ben ik daar veel minder zeker van. Ik vraag me vaak af: Had ik niet bewuster met die jongens bezig moeten zijn? Ze kunnen goed mee, zijn gezond, aardig, intelligent – de verleiding is dan groot om te denken: het loopt allemaal wel. Saskia en ik hadden allebei een drukke werkkring, en daarnaast regelden we dan ook het gezin nog – eigenlijk waren dat drie banen tegelijk”. “Ik heb best aandacht aan de jongens besteed, ben de afgelopen jaren naar zeker 1500 sportwedstrijden geweest. Toch denk ik soms dat ik te slordig met deze dingen omgegaan ben. Dat Saskia en ik gescheiden zijn geraakt, is deels ook door een gebrek aan zorgzaamheid voor de relatie. Je voelt dat het niet goed gaat, dus je moet er iets aan gaan doen, óf je laat het lopen. Dat laatste is het begin van het einde”[2].
Daar hebt u het: niet alles is bestuurbaar, zelfs niet voor de meest knappe kop. Zelfs een hooggeleerde maakt regelmatig een verkeerde keus.
Welnu – als in deze wereld niet alles te dirigeren is, waarom moet dan het geloof in de almachtige God zo nodig als niet ter zake doende worden afgeschilderd?
Waarom moet het bestaan van God door de geleerden zo vaak mogelijk worden genegeerd?
De stelregel ‘zolang wij het niet snappen, is het onmogelijk’ gaat toch veel te kort door de bocht?

Ik las ergens de navolgende gedachte.
“Twee robots discussiëren met elkaar over hun ontstaan. De eerste robot zegt: een intelligent wezen heeft mij gemaakt. De ander ontkent dat; hij stelt dat het ontstaan van robotten moet worden verklaard met processen die zich nu in hen afspelen: bits, bytes en elektrische signalen hebben hen gevormd. Je ziet direct dat de tweede robot ongelijk heeft; hoe hij nu functioneert, is niet de manier waarop hij is ontstaan. Zou dat met het leven en het universum ook zo kunnen zijn?”[3].
In onze schepping is er altijd ergens een niet veroorzaakte eerste oorzaak. Waarom moet die oorzaak alleen maar menselijk verklaard worden?

Waarom moeten de oorzaken voor het ontstaan van de aarde alleen maar in het platte vlak gezocht worden?
Ach, de mens kijkt heel voorzichtig verder. Zou er, heel misschien, leven op Mars zijn?
Wat een beperktheid wordt aldus gedemonstreerd!

U ziet: zo’n onderzoek over de rationele instelling der slimmeriken roept massa’s vragen op. Het onderzoek schreeuwt om verdere studies van diverse aard.

Bij dit alles mag en moet de kerk zich realiseren dat het geloof door de Here gegeven wordt. Daar komt niemand tussen.
Mét Psalm 119 zullen wij, door Gods genade, daarom blijven belijden:
“Heel uw woord is de waarheid,
al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig”[4].
In het hogepriesterlijk gebed, dat in Johannes 17 voor ons opgetekend staat, horen wij het Jezus zeggen: “uw woord is de waarheid”[5].
“Want door genade zijt gij behouden”, schrijft Paulus in Efeziërs 2 “door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God”[6].
Dat heerlijke geschenk geeft de kerk troost. Dat heerlijke geschenk geeft de kerk redding.

Er zal een moment komen dat al die begaafde onderzoekers van onze tijd zullen zien welke luisterrijke leefomgeving de Schepper van hemel en aarde voor Zijn kinderen gereed gemaakt heeft.
Dan zullen al die betweterige wetenschappers versteld staan. Dat weet ik zeker.

Noten:
[1]
Zie http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/onderzoek_slimme_mensen_minder_vaak_religieus_1_761194 .
[2] Enny de Bruijn, “Briljant geleerde, twijfelend vader” – interview met prof.dr. F. van Oostrom. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 8 februari 2013, p. 2 en 3. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/01407a39e569b0965083d65c/briljant-geleerde-twijfelend-vader/0 .
[3] Bart van den Dikkenberg, “Bouwen aan Bijbelse basis” – interview met Ruben Jorritsma. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, woensdag 23 januari 2013, p. 4. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/01401b908b84486874f471cb/bouwen-aan-bijbelse-basis/2 .
[4] Psalm 119:160.
[5] Johannes 17:17.
[6] Efeziërs 2:8.

10 juli 2013

Atheïsme en antithese

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In de wereld om ons heen manifesteert het nieuwe atheïsme zich soms nogal nadrukkelijk[1].
Nieuwe atheïsten hebben een soort bekeringsdrift.
Nieuwe atheïsten vinden religie soms gevaarlijk en moreel verwerpelijk.
Religie wordt gewantrouwd. “Dat komt ook doordat de kennis is afgenomen van wat geloof in God eigenlijk inhoudt. Dat is een voedingsbodem voor karikaturen; je wordt als niet-gelovige namelijk eerder geconfronteerd met de extreme varianten van religies. Je hoort over aanslagen, je ziet een moslima in boerka op straat lopen, of je krijgt een Jehovah’s Getuige aan de deur. De normale uitingen van religie zien ze veel minder snel”.

Heeft een debat met atheïsten nog zin?
Volgens de filosoof en theoloog Rik Peels wel. “Door ontdekkingen in de wetenschap krijgen beide partijen nieuwe argumenten in handen. Er is bijvoorbeeld veel onderzoek op het gebied van kosmologie, vrije wil en zelfs de effectiviteit van gebed”.
Een beetje relativeringsvermogen blijkt echter op z’n plaats.
“Het Nieuwe Atheïsme is intellectueel zeer zwak. Het gaat ook niet in gesprek over de vele argumenten voor het bestaan van God die orthodoxe godsdienstfilosofen de laatste decennia hebben ontwikkeld. Het is een populistische beweging die aanslaat bij veel mensen die negatieve ervaringen hebben met de kerk of de islam. Daar moeten we ons als christenen iets van aantrekken, want de kerk heeft haar macht en invloed te vaak op verkeerde manieren gebruikt. Maar wat argumentatie betreft, valt er weinig van de Nieuwe Atheïsten te leren”.

Wat zal ik, gewone burger, thans nog van deze dingen zeggen?
In ieder geval wel dit.

Echte kennis: die moet de Here geven. Werkelijk doorzicht: dat ontvangen wij als wij de Here kennen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit Psalm 53:
“Allen zijn afgeweken, tezamen ontaard,
er is niemand die goed doet, zelfs niet één.
Hebben zij dan geen kennis, die bedrijvers van ongerechtigheid,
die mijn volk opeten, als aten zij brood?
God roepen zij niet aan”[2].
Als een samenleving steeds losser van God leeft, gaat het daar van kwaad tot erger. Dan wordt ‘ongerechtigheid’ het trefwoord van de maatschappij. Gaandeweg verlopen veel dingen stroever, prachtige dingen worden steeds sneller bedorven.
In feite is er dan nog maar één ding dat helpen kan: een ingreep van bovenaf. Er is nog maar één Man die de zaak in de hand kan houden: de Here God Zelf. Om het weer met Psalm 53 te zeggen:
“Och, dat uit Sion Israëls redding daagde!
Als God een keer brengt in het lot van zijn volk,
dan zal Jakob juichen, Israël zich verheugen”[3].
Een exegeet noteerde bij Psalm 53 het volgende: “Het mag er dan soms op lijken dat God zich afzijdig houdt, dat Hij niet bij het wel en wee van de mens betrokken is, toch grijpt Hij vroeg of laat zelf in. Hij snoert de mond van sceptici en vijanden door het voor zijn volk op te nemen. De vijanden zijn dwaas in hun ontkenning van God, want die ontkenning resulteert uiteindelijk in hun nederlaag”[4].
Die zekerheid komt ook in Psalm 53 tot uiting. Het mag ons daarbij opvallen dat Gods volk verlangt dat de Goddelijke redding vanuit Sion, de kerkstad plaatsvindt. Met andere woorden: als de wereld op een hoger niveau zal gaan opereren, dan zal de kerk in het centrum van de aandacht moeten staan.
Uiteindelijk is de kerk de plaats van waaruit het geluk en de vrede de wereld in worden gedragen. Ware gelovigen hebben die zekerheid. Daarom zal de boodschap van de kerk, de Blijde Boodschap van Gods presentie, in de kerk steeds helder dienen te klinken!

Nieuw atheïsme: dat klinkt alsof allerlei mensen geweldig diepe en alleszins originele gedachten gehad hebben.
Het komt mij voor dat dat wel een beetje meevalt.
In de filosofie kent men reeds lang het begrip ‘naturalisme’[5].
Wat is dat? Dat is de “positie die stelt dat er maar één systeem in de werkelijkheid is, namelijk het (totale) systeem van alle werkelijke objecten en gebeurtenissen in ruimte/tijd ons bekend als ‘natuur’ en hiermee het bovennatuurlijke afwijst. De natuur is alles wat er is”[6].
Nu het hier om gaat mag het ons opvallen dat atheïsten theologie links laten liggen. Die is voor hen van nul en generlei waarde.
Een nieuwe atheïst noemde theologie zelfs eens “complete nonsens”. En de paus? Die was volgens hem het “hoofd van een transnationale criminele organisatie”. Religieuze opvoeding werd weggezet als “een vorm van kindermishandeling”[7]. Nou – dan weet u ’t wel. Ik wil maar zeggen: als Godgeleerdheid per definitie niet belangrijk is ben je natuurlijk gauw uitgepraat.

De atheïsten maken nog een andere grondfout. Zij redeneren vanuit de wetenschap. Vanuit persoonlijke kennis. Vanuit de deskundigheid die zij op diverse universiteiten hebben opgedaan. En het geloof wordt ook beschouwd als een wetenschap. Dat geloof moet men, zo lijkt men te redeneren, met grote geleerdheid bestrijden.
Dit nu is een misvatting. Een diep insnijdend misverstand.
Hier komt het woord van de Prediker tot volle gelding: “Wees niet overijld met uw mond, en uw hart haaste zich niet om een woord voor Gods aangezicht uit te spreken; want God is in de hemel en gij zijt op de aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn”[8]. Dit Schriftwoord scherpt ons op: de hemelse God is van een heel andere orde dan de kneuterigheid van aardse mensen. Gods glorieuze arbeid is van een totaal ander niveau dan humane bezigheden. Gods planmatig handelen is op geen enkele wijze te vergelijken met aardse arbeid.
Terecht noteerde iemand eens: “Als we discussiëren over geloof als een soort wetenschap, dan doen we net alsof je de Bijbelse gegevens ook wetenschappelijk kunt onderzoeken. Alsof je geloof – en het bestaan van God – aan kunt tonen met een MRI-scan. Laten we daarom in de gaten houden dat God van een totaal andere orde is”[9].

Bij dit alles kómt nog de stelligheid der atheïsten. ‘Wat wij zeggen is pertinent waar’, zeggen ze.
Eigenlijk is die keiharde overtuiging in dit geval merkwaardig.
Want zodra een wetenschapper beweert dat hij iets onweerlegbaar heeft aangetoond moet er bij ons een lampje gaan branden. Een echte geleerde staat namelijk altijd open voor de mogelijkheid dat nieuw onderzoek een afwijkend resultaat, een andere uitslag geven zal.
En de vraagt dringt zich onweerstaanbaar op: waarom geldt dat voor nieuwe atheïsten – die vaak vanuit de wetenschap redeneren! – in dit geval plotsklaps niet?

Tot slot: nieuwe atheïsten zijn vaak bewust op zoek naar het publieke debat. Alleen daarom al is het voor Gereformeerden zaak om het ware geloof te blijven verdedigen. Het atheïsme dwingt de kerk tot een antithetische opstelling!

Noten:
[1]
In het onderstaande gebruik ik onder meer: “’Atheïsme 2.0 daagt niet uit’”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 6 juli 2013, p. 2.
[2] Psalm 53:4 en 5.
[3] Psalm 53:7.
[4] Ik citeer uit de webversie van de Studiebijbel.
[5] Zie hierover ook: drs. Gijs van den Brink, “Het geloof van de wetenschap”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, woensdag 27 oktober 2010, p. 11. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dbb0648270de8d14637ed/het-geloof-van-de-wetenschap/1 .
[6] Zie http://www.filosofischwoordenboek.nl/2012/10/n.html .
[7] Drs. G.A. van den Brink, “Rommelig pamflet van aanhanger ‘nieuw atheïsme’. In: Reformatorisch Dagblad, 26 augustus 2009, p. 15. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dbc97399ea579e196daa8/rommelig-pamflet-van-aanhanger-nieuw-atheisme/2 .
[8] Prediker 5:1.
[9] Elco van Burg, “Er is geen God – nieuw atheïsme ziet geloof als een ziekte”. In: Daniël -blad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten-, jg. 66 nr 20 (1 november 2012), p. 14 en 15. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013f2d346cb8da6b41442bb4/er-is-geen-god/0 .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.