gereformeerd leven in nederland

10 augustus 2020

Wat is wijsheid?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De vraag boven dit artikel zweeft, zeker in coronatijd, boven de markt. Wat moeten we doen met de anderhalve-meter-regel? Wat moet er worden gedaan met de mondkapjes, en wanneer dan? Er wordt, soms heftig, over gediscussieerd. Men denkt er het zijne van. Meningen staan niet zelden diametraal tegenover elkaar. Men zou er tureluurs van worden.

Job zegt in hoofdstuk 28 van het Bijbelboek dat naar hem genoemd is:
“De wijsheid dus, waar komt zij vandaan,
en waar is de plaats van het inzicht?
Zij is bedekt voor de ogen van alle levenden,
en voor de vogels in de lucht is zij verborgen.
Het verderf en de dood zeggen:
Met onze oren hebben wij slechts een gerucht over haar gehoord.
God begrijpt haar weg,
en Hij kent haar plaats.
Want Hij ziet tot aan de einden der aarde,
Hij ziet onder heel de hemel,
terwijl Hij de kracht van de wind bepaalt,
en de wateren meet met een maat.
Toen Hij een verordening maakte voor de regen,
en een weg voor het weerlicht van de donder –
toen zag Hij haar, en peilde haar.
Hij stelde haar vast en ook onderzocht Hij haar.
Maar tegen de mens heeft Hij gezegd:
Zie, de vreze des Heeren, dat is wijsheid,
en zich afkeren van het kwade is inzicht”[1].
Dus: God weet hoe het zit. God doorziet de wijsheid. Hij peilt de wijsheid. Een exegeet noteert: “Op eigen kracht kan de mens geen wijsheid verkrijgen. Noch diepzinnige filosofieën, noch bestudering van verborgenheden, maar alleen een godvruchtige levenswijze leidt tot wijsheid”[2].

Wijs redeneren is mooi. Filosoferen is prachtig. Naar jezelf kijken, al of niet op een afstandje, kan heel nuttig wezen. Maar ten langen leste moeten wij ons toch echt tot God wenden!

Job 28 wordt door sommige uitleggers beschouwd als een algemeen intermezzo van het boek Job. De verteller bouwt rust in na de felle protesten van Job en de hevige wanhoop waaraan hij ten prooi is.
Anderen zeggen: dit lied is wel van Job zelf. Hij spreekt hier niet over zijn eigen situatie. Hij laat zijn emoties even voor wat die zijn.
Een exegeet schrijft: “…de tekst van het boek zelf pleit er eerder voor Jobs slotpleidooi niet te beschouwen als het begin van de monologen, maar als de afsluiting van de betogen (…). Niet alleen wijst het afsluitende onderschrift in de slotwoorden van hoofdstuk 31 in die richting, maar vooral de vermelding van het verdere zwijgen van de vrienden in Job 32:1 pleit hiervoor. Zo maakt de tekst zelf duidelijk dat de hoofdstukken 28-31, ondanks dat ze het karakter dragen van een monoloog, nog steeds deel uitmaken van de betogen(…) en daarvan de afsluiting vormen, als een soort nawoord”[3].

De geïnteresseerde Bijbellezer hoort in Job 28 bekende klanken.
Het hoofdstuk doet bijvoorbeeld denken aan Psalm 29:
“De stem van de HEERE klinkt over de wateren,
de God der ere dondert”[4].
En aan Psalm 103:
“De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij.
Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meer
en zijn plaats kent hem niet meer”[5].
En aan Spreuken 1: “De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning”[6].
En aan Jesaja 40: “Wie heeft de wateren met de holte van zijn hand opgemeten, of van de hemel met een span de maat genomen, of het stof van de aarde met een maatbeker gevat, of de bergen gewogen in een waag, of de heuvels op een weegschaal?”[7].
En aan Jesaja 49: “Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”[8].
Uit het bovenstaande blijkt wel dat in het nawoord van Job ook de weerklank van andere Schriftgedeelten te horen is.
In dat nawoord blijkt Job een helicopterview te hebben!

In onze tijd acht men u wijs als u een integrale aanpak heeft.
Het linkse opinieblad Vrij Nederland publiceerde in augustus 2018 een artikel over wijsheid[9]. Daarin stond geschreven: “De basis voor onderzoek naar wijsheid werd in 1978 gelegd door de Amerikaanse psychologe Vivian Clayton. Aan de hand van interviews en een jarenlange literatuurstudie concludeerde ze dat wijsheid de som is van een besluitvormingsproces waarin kennis, analyse, reflectie en compassie gelijk opgaan. Onderzoekers als zij hebben het in dit verband over ‘het integratieve aspect’ van wijsheid, waarmee wordt bedoeld het op één lijn brengen van verstand en gevoel als je voor lastige kwesties staat. Volgens andere wetenschappers maakt ook deugdzaamheid deel uit van wijsheid: het goede willen nastreven voor een ander en de maatschappij in zijn geheel. (…) De onderzoekers van het Berlijnse Wijsheidsproject dat begin jaren tachtig van start ging, gingen het kamerstelsel in van mensen die als wijs te boek stonden, en maakten notities wat er aan gemeenschappelijks in de vertrekken te vinden was. Wijsheid, zo concludeerden ze, was ‘expertise in de fundamentele pragmatiek van het leven’, een diepgaand besef van waar het leven uiteindelijk om gaat en de veelvoudige manieren om dat goede leven in zijn veelvormige aspecten ook te bereiken”.

Maar daarbij moet u wel uw eigen doel in het oog houden. Wat wilt u met uw activiteit bereiken?
“Om enigszins wijs te doen, hoef je niet in de filosofie gepromoveerd te zijn. Soms is het genoeg, stellen psychologen Barry Schwartz en Kenneth Sharpe in hun boek Practical wisdom (2010), om het doel van een situatie in het oog te houden; jezelf de vraag te stellen: wat is mijn uiteindelijke doel met wat er in deze specifieke situatie van mij gevraagd wordt?”.

De vraag is uiteraard wat dit alles in de praktijk oplevert. Welnu, dat is tamelijk teleurstellend: “De erkenning van de beperking van je kennis en kunde, het weten dat je niks weet, staat centraal in het wijsheidsdenken. Eskens noemt dat ‘de socratische houding’, naar de Griekse filosoof die een paar millennia geleden voetgangers op het plein waar hij zat over hun vooronderstellingen ondervroeg.
In de mystieke literatuur, bijvoorbeeld die over christelijke en joodse spiritualiteit, kom je dan al snel uit bij het ‘transcendente’, en het ondoorgrondelijke van Gods wegen. Samengevat door Goethe als ‘Hoe verder de vooruitgang van kennis, hoe dichter we het onpeilbare naderen’. Het motto van De wijsheid van het niet weten; voorbij de illusie van zekerheden (2017), een boek van de Amerikaanse psychoanalytica en Talmoed-onderzoekster Estelle Frankel, is een uitspraak van rabbijn Yehudah Bedersi: ‘Het ultieme doel van kennis is te weten dat we het niet weten’. Gek genoeg moet je daar een leven lang voor leren”.

Hoe moet dat verder?
Het komt op geloof aan: God begrijpt de weg van de wijsheid, en Hij kent haar plaats. Zo zegt Job dat. De kerk mag het proclameren: wie wijs wil worden, moet naar God toe!

Wat is wijsheid? Die vraag zweeft nog altijd boven de markt. Zeker in coronatijd. Eenvoudige oplossingen zijn er niet. Maar wie echte toekomst hebben wil, moet tot God gaan.

Noten:
[1] Job 28:20-28.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Job 28.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; artikel ‘Opbouw Job’.
[4] Psalm 29:3 a.
[5] Psalm 103:15 en 16.
[6] Spreuken 1:7.
[7] Jesaja 40:12.
[8] Jesaja 49:6 b.
[9] Het artikel ‘Wijsheid: wat is het en hoe verkrijg je het?’. Het artikel is gedateerd op 14 augustus 2018. Geciteerd van https://www.vn.nl/wijsheid/ ; geraadpleegd op zaterdag 8 augustus 2020.

5 augustus 2020

Veilig voor altijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Elke zomer worden we erdoor opgeschrikt: mensen die de dood vinden door muistromen. Wat is een mui? Een internetencyclopedie leert ons: “Een suatiegeul of mui is te vinden op of nabij het strand of op een kwelder. Parallel aan het strand ligt vaak een zandbank met tussen de zandbank en het strand een dieper gedeelte dat volloopt bij vloed. Zo’n diepe geul heet een zwin. De watergang, waardoor water wegstroomt bij eb, wordt de suatiegeul of mui genoemd en ligt meestal loodrecht op de kust. Door een aanzienlijk getijdenverschil, bijvoorbeeld bij Katwijk anderhalve meter, kan een sterke stroming, een muistroom, plaatsvinden vanuit de zwin door de mui naar de zee”[1].
Wie in zo’n sterke stroming terechtkomt, ontmoet grote problemen. En wie verkeerd reageert, kan in een paar minuten zijn dood tegemoet gaan.
Ook deze zomer zijn er al heel wat zwemmers in de problemen gekomen. De reddingsbrigades hebben er hun handen vol aan.
Wie al het nieuws daarover volgt, kan zomaar een beetje droevig worden. Of angstig misschien.
Ben je nog wel ergens veilig op deze wereld? Zelfs als u lekker op het strand bent, ligt de dood op de loer!

In verband met het bovenstaande is het goed om aandacht te vragen voor woorden uit Spreuken 1:
“Maar wie naar Mij luistert, zal veilig wonen,
hij zal vrij zijn van angst voor het kwaad”[2].

Dat eerste hoofdstuk van het Spreukenboek beantwoordt een kernvraag uit alle tijden: hoe word je wijs? Salomo wil zijn onderdanen wijsheid leren.
En hij stelt onomwonden: alle wijsheid begint bij de Here.
Wie wijs wil worden moet bij God zijn.
Salomo raadt dringend aan: luister naar de adviezen van je ouders en doe er wat mee. En: blijf ver weg van criminele types, en van andere mensen die je de verkeerde kant op sturen. Mensen die bij de Here weglopen hebben niet in de gaten dat zij hun handelwijze uiteindelijk met de dood moeten bekopen. Met de eeuwige dood, wel te verstaan.

Er staat nog meer in Spreuken 1.
We lezen dat Vrouwe Wijsheid op straat loopt te schreeuwen. Zij roept: ‘hoe lang zullen de spotters God nog belachelijk maken?’. Vrouwe Wijsheid had zo graag veel wijze raadgevingen willen doorgeven. Maar allerlei dwaze mensen negeerden haar volkomen.
Vrouwe Wijsheid kondigt nu aan: bij uw ondergang zal ik staan te grinniken.
Vrouwe Wijsheid zal al die bij God weggelopen mensen recht in hun gezicht uitlachen.
Vrouwe Wijsheid weet het wel: als die mensen in de ellende zitten, ja dan hebben ze haar nodig. Maar dan is het te laat! Zij hebben immers nooit verstandig willen zijn? Zij hebben toch altijd wijze adviezen genegeerd? Waarschuwingen hielpen niet. Welnu – met al die mensen zal het slecht aflopen.
Wie in vrede met de Here leeft, die is voor altijd veilig!
Vrouwe Wijsheid staat in het Spreukenboek tegenover de vrouw van de ontwrichting, de vrouw van de verleiding. De definitie van Schriftuurlijke wijsheid vinden we in Jacobus 3: “… de wijsheid die van boven is, is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd”[3].

In vrede leven met God – dat moet het ultieme streven in ons leven zijn.
Paulus formuleert dat in Galaten 6 zo: “Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten”[4].
Dat is niet alleen iets voor mensen van boven de vijftigers, of voor zeventigers die het een beetje rustiger aan gaan doen. Het is iets voor elke dag van ons leven, ook als we jong zijn. Het gevaar van de muien laat ons weer eens zien hoe belangrijk het is om daar echt werk van te maken. Immers – het kan zomaar gebeurd zijn!

Je loopt nog even op het strand. Vooruit, één duik dan nog… En opeens drijf je pijlsnel af, zonder dat je er iets aan kunt doen. En als de redders er niet op tijd bij zijn, dan is het heel snel afgelopen.
En de vraag in die situatie is: gaat het leven in de hemel op glorieuze wijze door, of niet?

Wij weten het wel – ons leven op aarde kan zomaar afgelopen zijn. Maar wie met God door het aardse bestaan wandelt, mag weten: het houdt nooit meer op.
De zanger en presentator André Hazes jr. zingt:
“Leef, alsof het je laatste dag is
Leef, alsof de morgen niet bestaat
Leef, alsof het nooit echt af is
En leef, pak alles wat je kan”[5].
Ware gelovigen weten echter zeker dat er altijd een morgen bestaat. Dat geeft ontspanning en rust.
Soms overvalt de dood ons; dat blijkt wel in de aanvang van dit artikel. Maar de dood overwint ons niet. Paulus schrijft: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus”[6].
Christus heeft de dood overwonnen.
Daarom, ja daarom zijn Gods kinderen veilig. Voor altijd.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Suatiegeul ; geraadpleegd op maandag 3 augustus 2020.
[2] Spreuken 1:33.
[3] Jacobus 3:17.
[4] Galaten 6:7 en 8.
[5] Geciteerd van https://www.songteksten.nl/songteksten/1000954/andre-hazes-jr/leef.htm ; geraadpleegd op maandag 3 augustus 2020.
[6] 1 Corinthiërs 15:56 en 57.

17 juli 2020

Levensvreugde gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Spreuken 15 leert ons: oefen u in de levensvreugde! Het staat er zo:
“Alle dagen van een ellendige zijn slecht,
maar een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd”[1].
De Spreukenleraar hangt, om zo te zeggen, een spandoek boven ons leven: wees wijs, streep de dwaze dingen door!

Vriendelijkheid staat in Spreuken 15 tegenover belediging. Oordeelkundigheid tegenover ongelooflijke onzin. Opbouw tegenover afbraak. Adviezen aannemen tegenover het afwijzen van aanbevelingen. En daarboven troont de God van hemel en aarde. Hij overziet het menselijke speelveld en velt zijn oordeel. En denk maar niet dat Hij niets in de gaten heeft. Hij regeert immers zelfs het dodenrijk. Hij ziet dus zeker ook wat mensen zoal doen.
De kernvraag is: Wanneer zijn wij rijk? Wij zijn rijk als wij veel geld hebben, zeggen wij welhaast instinctief. Fout! De Here eerbiedigen – dat maakt rijk!

Ziehier de sfeer van Spreuken 15.
De vertaling ‘een blijmoedig hart’ is de weergave van het oorspronkelijke ‘goed van hart’.
Thans kan men ietwat sombere mensen zachtjes horen protesteren. Enigszins weifelend vragen zij: moeten wij altijd blij zijn? En: moeten de feestslingers voortdurend blijven hangen? Zij mompelen: dit kan ik niet! En: hier wordt iets onmogelijks van ons gevraagd!
Hier gaat het er echter vooral om dat wij in staat zijn om op een christelijke wijze met moeilijkheden om te gaan.

Wat betekent dat?
Paulus beschrijft dat in 2 Corinthiërs 4: “Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld; wij worden vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht. Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt. Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgegeven om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees”[2]. Dwars door alle nood en ellende heen ontvangen wij het nieuwe leven dat door het lijden en sterven van Jezus Christus, onze Heiland, is bewerkt. Christelijk omgaan met problemen wil dus zeggen: wij houden altijd zicht op een nieuw leven.
In 2 Corinthiërs 6 noteert Paulus: “Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, (…) als onbekenden en toch bekenden; als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood; als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten”[3]. Mensen met ziekten en handicaps hebben het niet zelden moeilijk. De tegenslagen stapelen zich soms op. En zij hebben soms de neiging om aan God te vragen: kan het niet een beetje minder? Misschien klagen zij wel bij Hem: ik kan dit allemaal niet aan! Maar dwars door dat alles heen komt er vanuit Gods Woord licht: het nieuwe leven is begonnen, alles wordt volmaakt. Perfect. Onvoorstelbaar wellicht, maar waar!
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert in hoofdstuk 10: “Want u hebt ook medelijden gehad met mij, in mijn boeien, en de beroving van uw eigendommen met blijdschap aanvaard, in de wetenschap dat u voor uzelf een beter en blijvend bezit in de hemelen hebt. Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt”[4]. Wie bedenkt dat hij een beter en blijvend bezit in de hemelen heeft, kan in moeilijke tijden bij tijd en wijle toch een zekere levensvreugde uitstralen.

“Een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd”, zegt de leraar die in Spreuken 15 aan het woord is.
En wij kunnen de tegenwerpingen reeds horen. ‘Ach – wij zijn vaak niet zo blijmoedig’. ‘Het leven is nu eenmaal niet permanent rozengeur en maneschijn’. En laten wij maar eerlijk zijn: bij de geestelijke gezondheidszorg wachten velen – met name ‘zware’ patiënten – lang op een goede behandeling[5]. Zo blijmoedig zijn we anno 2020 vaak niet.
Maar één ding is zeker: die voortdurende maaltijd komt eraan! Kijkt u maar mee in Openbaring 3: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[6].
Jezus Christus klopt in Openbaring 3 aan. Dat betekent eerst en vooral dat Hij buiten staat en binnengelaten moet worden. En het moge duidelijk zijn: wie de deur voor Hem open doet kent in Zijn leven altijd een beetje blijdschap. Ook al zijn de omstandigheden zo nu en dan tamelijk beroerd, steeds weer is daar het uitzicht op de eeuwige vreugde. Laten wij daar de ogen maar nimmer voor sluiten!

Noten:
[1] Spreuken 15:15.
[2] 2 Corinthiërs 4:8-11.
[3] 2 Corinthiërs 6:4, 9 en 10.
[4] Hebreeën 10:34 en 35.
[5] Zie https://nos.nl/artikel/2340706-ggz-activist-charlotte-bouwman-krijgt-behandeling-na-1047-dagen-wachten.html en https://nos.nl/artikel/2336601-gefrustreerd-en-boos-plan-wachtlijsten-psychiatrische-patienten-onvoldoende.html ; geraadpleegd op woensdag 15 juli 2020.
[6] Openbaring 3:20 en 21.

28 april 2020

Geestelijk spreken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

‘Wij moeten op een Geestelijke manier met elkaar spreken’. Dat is een wijze van zeggen die men in de Gereformeerde wereld nog wel eens horen kan. Maar wat betekent dat eigenlijk?

Op deze internetpagina is al eens geschreven: “Geestelijk spreken, dat betekent: gemeenteleden worden in hun persoonlijke situatie bemoedigd, vertroost, gezegend en gewaarschuwd. Het houdt ook in dat ongelovige toehoorders door God op hun leven worden aangesproken. (…) Ook al is ons geloof ijzersterk en hebben we alle dogma’s volstrekt correct in ons hoofd zitten – dan is het nog zo dat we in de kerk een onvoldoende krijgen. Zonder liefde is het kerklidmaatschap op geen enkele manier nuttig”[1].
Geestelijk spreken: dat is in de eerste plaats liefdevol spreken.
Wie Geestelijk spreekt gaat niet te kort door de bocht. Zijn manier van spreken en schrijven is niet bars, grimmig en nors.

Er is meer.
De apostel Paulus noteert in 1 Corinthiërs 2: “En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden. Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben”[2].
Geestelijk spreken heeft de wijsheid die God ons leert als basis.

Dat is dus geen kennis die we opdoen via de krant, of via een persconferentie van de regering, of via het NOS-journaal.
Het is wijsheid die alles te maken heeft met het feit dat gelovige kerkmensen leven met de Heiland. In de kerk wonen wij, om zo te zeggen, in één leefgemeenschap met Jezus Christus. Wij kunnen altijd naar Hem toe. Natuurlijk – de Heiland zetelt nu op Zijn troon in de hemel. Hij woont niet naast de deur. Maar de weg naar de troonzaal van Jezus Christus is voor de kerk nooit afgesloten. En de deur van de troonzaal is voor de kerk nooit op slot. Met andere woorden: de kerk kan in haar gebeden altijd naar Jezus toe gaan.
Paulus legt het in zijn brief aan christenen in Efeze zo uit: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere. In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem”[3].

Geestelijk spreken en schrijven begint, als het goed is, altijd met de vraag: is dit mijn eigen mening of baseer ik dit op de Goddelijke veelvuldige wijsheid?
Wij moeten ons steeds afvragen of we met datgene wat wij spreken of schrijven bij Jezus kunnen aankomen. Wij moeten bedenken of ons bidden zo is dat wij de God die ons geschapen heeft, de eer geven die Hem toekomt.
Daarbij moeten wij steeds bedenken dat de hemelse God nog altijd werkt. Misschien hebben wij de neiging om te denken dat het vroeger allemaal beter was. Wellicht denken we: vandaag is het allemaal niks meer… Maar de God van het verbond werkt ook in 2020 verder aan Zijn plan. Onze God is geen Machthebber die handenwrijvend aan de zijlijn staat.
Hij werkt ook vandaag in de kerk. Misschien bewerkstelligt Hij wel dingen waar wij nogal wat vragen bij hebben. Maar ook dan moeten wij Geestelijk denken en spreken. Wij moeten vragen: is datgene wat hier gebeurt tot Gods eer, of niet?

Geestelijk spreken betekent niet dat wij eensklaps een beetje zweverig gaan zitten doen.
Dat deed Paulus in Corinthe ook niet. Hij deed daar zijn werk als een gewoon mens: “En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven”[4].
Geestelijk spreken – dat moeten wij doen in het concrete leven van 2020. En laten wij maar eerlijk zijn: de beperkingen waarmee de wereldburgers moeten leven vanwege alle beperkingen in verband met het coronavirus maken het er soms niet makkelijker op.
Laten wij het de apostel Paulus, mutatis mutandis, maar nazeggen: mijn spreken bestaat niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat ons geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God[5].

Noten:
[1] Geciteerd uit mijn artikel ‘De liefde gaat boven alles’, hier gepubliceerd op vrijdag 26 juli 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/26/de-liefde-gaat-boven-alles/ .
[2] 1 Corinthiërs 2:6-9.
[3] Efeziërs 3:8-12.
[4] 1 Corinthiërs 2:3.
[5] Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 2:4 en 5: “En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”.

3 mei 2019

Goudzoekers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“De HEERE geeft immers wijsheid,
uit Zijn mond komen kennis en inzicht”.
Zo zegt de Spreukenleraar dat in hoofdstuk 2[1].

Die paar woorden klinken, in eerste instantie althans, wellicht als een cliché. De gelovige Bijbellezer is waarschijnlijk geneigd om te mompelen: ja, dat weet ik ook wel.

Maar er staat meer in Spreuken 2.
“Mijn zoon, als je mijn woorden aanneemt,
en mijn geboden bij je opbergt,
om je oor acht te doen slaan op de wijsheid,
als je je ​hart​ neigt naar het inzicht,
ja, als je roept om het verstand,
je stem laat klinken om inzicht,
als je het zoekt als zilver,
het naspeurt als verborgen schatten,
dan zul je de vreze des HEEREN begrijpen,
de kennis van God vinden”[2].

In het bovenstaande citaat zijn enkele woorden gecursiveerd.
Die gecursiveerde woorden maken het duidelijk: geloven is geen eindstation. Het is onjuist om in een stoel vermoeid naar de wereld te kijken en te lispelen: de wereld zoekt het maar uit.
Wandelen met God vraagt om een scherpe waarneming.
Leven met Hem betekent dat je op zoek moet gaan. Je moet, om het zo zeggen, een prima speurneus hebben.
Je moet keuzes maken – dit zoek ik, maar dat heb ik níet nodig.
Dominee F. van Deursen typeerde Spreuken 2 eens als volgt: de schatgraver naar wijsheid vindt ook levensinzicht en levensbescherming[3]. Zo’n schatgraver krijgt steeds beter door waar het in het leven om draait. Zo’n schatgraver doorziet waar het in het leven naar toe gaat.

Keuzes maken – dat is niet overal ter wereld vanzelfsprekend.

Voorbeeld: jongeren uit Eritrea zijn niet gewend om zelfstandig te kiezen. Zij denken niet zoveel na over toekomst, beroep of sport. Individuele ontwikkeling houdt hen niet zo bezig. Ontplooiing geschiedt veelal in de groep, in de familie[4].

Het leven is een zoektocht, zeggen de mensen. Dat zal best. Maar die zoektocht heeft voor kinderen van God wel een duidelijk doel: de toekomst met Hem.
Dat doel leert ons heldere keuzes maken.

Wat zijn de gevolgen van onze keuzes?
Het was de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel – bekend van zijn boeken over de holocaust – die eens schreef: “Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid. En het tegenovergestelde van vrede is onverschilligheid jegens zowel vrede als oorlog”[5][6].
Een apathische houding getuigt van liefdeloosheid en genadeloosheid.
Welnu, Gods Woord roept ons op tot keuzes in geloof en vertrouwen.
Hij roept ons op om zelf op zoek te gaan naar de wijsheid. Hij stuurt ons aan het werk.
Open maar uw Bijbel, zegt Hij, en lees erin. Kijk vervolgens maar naar de wereld. Dan is het bepalen van uw positie een stuk makkelijker. Dan is er een ommekeer: onverschilligheid wordt sterke betrokkenheid. Apathie wordt door het ingrijpen van Hogerhand geloof in Gods beloften.
Zo worden Bijbellezers goudzoekers!

Laten wij bij dit alles vooral niet vergeten dat Spreuken 2 een lange lijn schetst.
“De vromen zullen immers de aarde bewonen,
en de oprechten zullen erop overblijven.
De goddelozen echter zullen van de aarde uitgeroeid worden,
trouwelozen zullen ervan weggerukt worden”[7].
Daar loopt het op uit. Die kant gaat het op.
Het is de boodschap die ook in het slot van Psalm 104 klinkt:
“De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,
de goddelozen zullen er niet meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel!
Halleluja!”[8].
De wijsheid van de Spreuken gaat levenslang mee. Het is geen filosofie die vandaag opgeld doet, en vanaf morgen ergens in een vitrine ligt te verstoffen in d’een of and’re museale tentoonstellingsruimte.

Het is anno Domini 2019 van enig belang om dat laatste ook in de lage landen aan de zee te blijven bedenken.
Wij zijn op weg naar de dodenherdenking en naar de bevrijdingsdag – op zaterdag 4 en zondag 5 mei. In deze dagen maken mensen zich druk over democratie. Wij moeten met elkaar in gesprek blijven, zeggen de mensen. En jazeker – da’s waar. Maar dan moeten wij niet blijven zwerven tussen de koetjes en de kalfjes. Wij moeten naar het niveau van Jacobus 1: “En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden. Maar laat hij er in geloof om vragen en daarbij niet twijfelen”[9].

Tegenwoordig zeggen velen bovendien: laten we debatteren, meningen uitwisselen, naar elkaar luisteren, kritisch oordelen en compromissen sluiten; daar worden we gelukkiger van.
Maar de zoektocht naar wijsheid in Gods Woord levert een veel mooier resultaat op – honderd procent zeker. Al lezend krijgen wij zicht op de eeuwigheid!
En trouwens, in Spreuken 8 zegt de Wijsheid – met een hóófdletter W! – zelf:
“Ik heb lief wie Mij ​liefhebben,
en wie Mij ernstig zoeken, zullen Mij vinden”[10].
Die boodschap geeft energie om de toekomst in te gaan.
Dat bericht geeft ons een wijde blik op de wereld.
Dan wordt de zoektocht naar wijsheid eensklaps een vrolijke voetreis naar de verheven heerlijkheid van de hemel!

Noten:
[1] Spreuken 2:6.
[2] Spreuken 2:1-5.
[3] F. van Deursen, “De voorzeide leer”, deel 1 l:  “Spreuken”. – Barendrecht: Liebeek & Hooijmeijer, 1979, p. 107.
[4] Dat pikte ik op uit een scriptie van Jente Hogendorp. Jente is vierdejaars student Social Work van NHLStenden te Leeuwarden.
[5] Geciteerd van https://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/jaarthema/jaarthema-2019/jaarthematekst-2019 ; geraadpleegd op woensdag 1 mei 2019.
[6] Zie voor meer informatie over Elie Wiesel https://nl.wikipedia.org/wiki/Elie_Wiesel ; geraadpleegd op woensdag 1 mei 2019.
[7] Spreuken 2:21 en 22.
[8] Psalm 104:35.
[9] Jacobus 1:5 en 6 a.
[10] Spreuken 8:17.

29 maart 2019

Op zoek naar de wijsheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“De uil van Minerva spreidt zijn vleugels bij het vallen van de avond”.
Aldus sprak de heer Baudet van het Forum voor Democratie.
Het was de openingszin van zijn speech op de avond van de verkiezingsdag voor Provinciale Staten en de Eerste Kamer; op 20 maart jongstleden.

Minerva is de Romeinse godin van het verstand, van de vindingrijkheid, van de wijsheid. Dat laatste leidde er indertijd toe dat de uil het symbool van Minerva werd.
Welnu, suggereert Baudet, die uil is nu weer opgestegen.
Het gaat, zo wordt impliciet verkondigd, om het voortbestaan van de westerse beschaving. Met veel theater manifesteert de partijleider van het Forum voor Democratie zich als de redder van die beschaving.
Baudet pakt de boel aan!
Baudet gaat er wat aan doen![1]

Dat spreekt aan. De hoop in de samenleving flakkert op. Is deze man, die zowat in elke zin laat blijken hoe erudiet hij is, de redder van de Westerse samenleving? Brengt de heer Baudet de maatschappij weer terug op het niveau waar zij thuishoort?

Als we die vraag beantwoorden is het nuttig kennis te nemen van een metafoor van de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831). Hij noteerde eens: “Die Eule der Minerva beginnt erst mit der einbrechenden Dämmerung ihren Flug”; de uil van Minerva begint pas bij het aanbreken van de avondschemering haar vlucht. Hegel bedoelde: men kan pas inzichtelijke kennis van een gebeurtenis krijgen als die geschiedenis is geworden[2].
Alleen al de beeldspraak van Hegel geeft ons alle reden om de heer Baudet en de zijnen niet al te snel op het schild te heffen.

Trouwens, al sinds mensenheugenis zoeken mensen naar wijsheid.
Menselijke wijsheid kan van groot belang zijn. De ontwikkelingen worden dan op een goede manier gestuurd. Maar in feite hebben mensen slechts een zeer beperkt denkraam. Het overzicht dat mensen hebben is, als het erop aan komt, begrensd en bekrompen. En er is geen mens die alles weet.
En ja – Job kwam tot een conclusie die ligt in het verlengde van het bovenstaande. Uit hoofdstuk 28 citeer ik:
“De wijsheid dus, waar komt zij vandaan,
en waar is de plaats van het inzicht?
Zij is bedekt voor de ogen van alle levenden,
en voor de vogels in de lucht is zij verborgen”[3].

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1 in dezelfde lijn: “Immers, de ​Joden​ vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid; wij echter prediken ​Christus, de Gekruisigde, voor de ​Joden​ een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid. Maar voor hen die geroepen zijn, zowel ​Joden​ als Grieken, prediken wij ​Christus, de kracht van God en de wijsheid van God. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen”[4].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant en hoogleraar K. Deddens (1924-2005) zei over 1 Corinthiërs 1 in een preek eens: de apostel Paulus wil het “van alle kanten laten zien aan de Corinthiërs dat de prediking van het kruis van de Here Jezus Christus de grootste kracht en de hoogste wijsheid van God is.
En hij voegt er dan meteen antithetisch aan toe, dat in heel de wereld van zijn dagen deze prediking van Christus’ kruis niet anders gezien wordt dan als zwakheid en dwaasheid.
De prediking van dat kruis, zegt de apostel, is voor de Joden een aanstoot en voor de Grieken een dwaasheid.
En hij wil dat met nadruk vooropstellen in zijn brief aan de hoogmoedige gemeente van Corinthe: de prediking van het kruis van de Christus ligt niet in de lijn van het menselijk zoeken.
Integendeel: het menselijk zoeken beweegt zich hoe langer hoe verder van het kruis van Christus af, omdat de Joden een teken begeren en de Grieken wijsheid zoeken.
Maar in die weg van het menselijk zoeken, door Joden en Grieken, wordt dan ook nooit het uitgangspunt en de oplossing gevonden, maar blijft het leven altijd weifelend zoeken.
Waar de hoogmoedige levenshouding niet gebroken is, daar zal ook nooit de hoogste wijsheid van het leven ontdekt worden, want alleen daar, waar de erkenning is dat Jezus Christus geworden is wijsheid van God, en dat God door de dwaasheid der prediking beschaamd heeft de wijsheid der wereld, alleen daar is het leven, en kan het leven opbloeien”[5].

Terug nu naar de heer Baudet.
Op 20 maart sprak hij: “Net als al die andere landen van onze boreale wereld, worden we kapotgemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen. We worden ondermijnd door onze universiteiten, onze journalisten. Door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen. En vooral worden we ondermijnd door onze bestuurders”[6].
De boreale wereld – dat betekent: de noordelijke wereld. Boreas is de Griekse god van de noordenwind – vandaar.
Maar dat woord ‘boreaal’ heeft, om zo te zeggen, een geschiedenis met een vuiltje.
Heinrich Himmler, een vooraanstaand oorlogsmisdadiger in de Tweede Wereldoorlog, was van mening dat het arische ras uit een mythische noordelijke provincie afkomstig was: Hyperborea[7].
Die term komt ook terug in het werk van de Franse extreemrechtse historicus Dominique Venner[8].
Het gebruik van het woord ‘boreaal’ getuigt niet bepaald van grote wijsheid!

Voor Gereformeerde mensen is het ondertussen wel duidelijk: bij de Heiland is oneindige wijsheid te vinden.
Laten we het Paulus in 1 Corinthiërs 1 maar nazeggen: “Maar uit Hem bent u in ​Christus​ ​Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en ​gerechtigheid, ​heiliging​ en verlossing, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heere”[9].

Noten:
[1] Zie hierover ook https://www.telegraaf.nl/nieuws/3328038/dit-bedoelt-baudet-met-zijn-uil-van-minerva ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[2] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Georg_Wilhelm_Friedrich_Hegel ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[3] Job 28:20 en 21.
[4] 1 Corinthiërs 1:22-25.
[5] De betreffende preek is gedateerd op zondag 19 mei 1974, en heeft als tekst Prediker 10:8-11. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
“De bescherming van de arbeid door de wijsheid
Wij zien achtereenvolgens:
1. de wijsheid verwerkt het lijden in de arbeid,
2. de wijsheid verlicht de strijd van de arbeid,
3. de wijsheid bezweert het kwaad bij de arbeid”.
[6] Geciteerd van https://www.trouw.nl/democratie/de-uil-van-minerva-en-de-boreale-wereld-wat-zei-baudet-nou-eigenlijk-~ac79ea83/ ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[7] Zie over Heinrich Himmler https://nl.wikipedia.org/wiki/Heinrich_Himmler ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[8] Zie over Dominique Venner https://nl.wikipedia.org/wiki/Dominique_Venner ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[9] 1 Corinthiërs 1:30 en 31.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.