gereformeerd leven in nederland

30 november 2017

Met God op reis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Vandaar reisden zij naar Beër. Dat is de ​bron​ waarvan de HEERE tegen ​Mozes​ zei: Verzamel het volk en Ik zal hun water geven.
Toen zong Israël dit ​lied:
Spring op, put,
zing ervan in beurtzang!”.

Dat zijn woorden uit Numeri 21[1].
In de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951 staat boven de perikoop: De tocht naar het veld van Moab. In de Herziene Statenvertaling staat er boven: Verschillende tochten van het volk Israël.
En daar draait het in Numeri 21 inderdaad om. Wij lezen over de ervaringen in de woestijn Zin: van Kades tot in het Overjordaanse[2].

Ter oriëntatie citeer ik nog enkele verzen: “Toen braken de Israëlieten op en zij sloegen hun kamp op in Oboth. Daarna braken zij op vanuit Oboth en sloegen hun kamp op bij de ruïnes van Abarim, in de woestijn die ten oosten van ​Moab​ ligt, waar de zon opkomt. Vandaar braken zij op en sloegen hun kamp op in het beekdal van ​Zered. Vandaar braken zij op en sloegen hun kamp op aan deze kant van de ​Arnon, die in de woestijn stroomt en uit het gebied van de Amorieten komt, want de ​Arnon​ is de grens van ​Moab, tussen ​Moab​ en de Amorieten. Daarom wordt er gezegd in het ​boek​ van de ​oorlogen​ van de HEERE: Waheb in Sufa, en de dalen van de ​Arnon, en de helling van de dalen, die zich uitstrekt tot de nederzetting Ar en aan het gebied van ​Moab​ grenst”[3].
Gods volk is op reis.
Ziet u al die mensen gaan? Dag aan dag, week aan week… Van honkvastheid is al jarenlang geen sprake. Wat een beproeving is dat eigenlijk!

Bij Beër – dat betekent: bron – wordt het volk voorzien van water. Het maakt het volk blij: er wordt een loflied gezongen.

“Spring op, put” – wat moeten we daar vandaag de dag mee?
“Spring op, put” – wat is de boodschap van die woorden voor ons?
Als in de praktijk als een opwellende bron opspringt krijg je een fontein. Als de Here aan het werk gaat zien we een magnifieke Goddelijke aanpak. Een wereldomvattende aanpak, uiteindelijk zelfs. Denkt u maar aan Psalm 87:
“Ik noem ​Rahab​ en Babel onder wie Mij kennen;
zie, de Filistijn en de Tyriër, met de Cusjiet:
die zijn daar geboren.
Van Sion wordt gezegd:
Man voor man is erin geboren.
De Allerhoogste Zelf doet haar standhouden.
De HEERE telt hen erbij,
wanneer Hij de volken opschrijft,
en zegt: Deze is daar geboren.
De zangers evenals zij die in reien dansen, zingen:
Al mijn bronnen zijn in u!”[4].
De Israëlieten mogen elkaar bemoedigen: onze God is groot; ja, dat is waar!
En wij mogen het weten: de God van het verbond staat aan het begin en aan het einde van de reis. In Openbaring 21 zegt Hij immers: “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de ​bron​ van het water des levens”[5].

Numeri is wel getypeerd met de woorden: wandel en strijd[6].
Iemand schreef: “In Numeri zien we de dienende en in het geloof strijdende mens”.
God zorgt liefdevol voor Zijn volk. Hij geeft water in een wereld waarin veel dorst is.
Daarom moet Gods volk de weg volgen die de Here wijst.
Daarom moet Gods volk op God vertrouwen, en Hem trouw blijven. Gewoon in het dagelijkse leven. Ook als ‘t onderweg is.

Het is belangrijk om die liefde van God goed te zien.
Waarom?
Ook in de wereld is veel liefde. De mensen zorgen voor elkaar. Er is respect voor elkaar. En laten wij eerlijk zijn: men is er, vooral in deze tijd, scherp op dat dat voor mensen van allerlei kleur en ras zo blijft. Denkt u alleen maar aan de steeds weer oplaaiende discussies rond Zwarte Piet.
Laten we niet te gauw zeggen dat er in de wereld geen liefde is. Wat dacht u van de wijkverpleging? Van het ziekenhuispersoneel? Van politiemensen, brandweerlieden en ambulancebroeders? Heel veel van die mensen doen hun werk met veel liefde. Alleen maar: die liefde is maar al te vaak een genegenheid die een menselijke oorsprong heeft. Velen vinden dat God niet al te veel met hun werk te maken heeft. Die liefde houdt bovendien bij de dood op. Want daarna is er voor die mensen het zwarte gat. Het doodstille niets. De zinloze leegte.
Welnu – in Numeri 21 zien we iets van Gods liefde. De Schepper van hemel en aarde heeft Zijn reizende volk gezond en in beweging gehouden. Als dat geen reden is om de lof op God te zingen! Dat gebeurt in Numeri 21 dan ook.

In Numeri 21 wordt nog uitgezien naar de eerste komst van Jezus Christus.
Reizende mensen lopen her en der butsen en deuken op. Maar de profeet Maleachi zegt om hoofdstuk 4: “Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der ​gerechtigheid​ opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal”[7].
De Israëlieten weten het zeker: er komt een moment dat het doel, het nieuwe vaderland, bereikt is. Dat zal me een feest worden!

Gods kinderen zijn ook vandaag op reis.
Ook wij zijn onderweg naar het beloofde land.
Paulus schrijft er in Philippenzen 3 over: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen”[8].
Wij zien uit naar de tweede komst van Jezus Christus.
En wij weten: Hij komt ons te Zijner tijd tegemoet. En dan… dan is het tijd voor de grootste ombuigingsoperatie, de grootste renovatie aller tijden! Dan komt – om met Efeziërs 1 te spreken – de tijd dat wij begrijpen “wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen”[9].

Zo reizen we verder.
Dag na dag, week na week…
Laten wij onderwijl maar biddend instemmen met de zonen van Korach in Psalm 84:
“O God, ons schild, wil met ons gaan,
Zie uw gezalfde gunstig aan.
Wij reizen naar uw stad, o Koning.
Eén dag is in uw huis mij meer
dan duizend zonder U, o HEER”[10].

Noten:
[1] Numeri 21:16 en 17.
[2] Numeri 20:1-22:1.
[3] Numeri 21:10-15.
[4] Psalm 87:4-7.
[5] Openbaring 21:6.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1510.pdf .
[7] Maleachi 4:2.
[8] Philippenzen 3:20.
[9] Efeziërs 1:18.
[10] Psalm 84:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

12 juni 2014

De positie van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Hoe zit de wereld in elkaar[1]?

Dat is een vraag die vanaf het begin in heel Gods Woord beantwoord wordt.
Denkt u maar aan Genesis 3: “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen”[2].
Dat vijandschap zetten gebeurt dus door God.
Maar dat gaat allemaal niet zonder slag of stoot.
Er is strijd afgekondigd: vijandschap is aan de orde van de dag.
Er zijn twee legerkampen: dat van de slang en dat van de vrouw. De kop van de slang wordt verpletterd. Maar de slang wil dat beslist niet in gelatenheid over zich heen laten komen. Hij vermorzelt ook iets: de hiel van de vrouw. Zeker, de vrouw is nog in leven. Maar wie in de hiel gebeten wordt, weet zich gegrepen op een bijzonder gevoelige plek.
Dat voortdurende gevecht, die constante onbalans plant zich voort in heel de schepping. We zien het terug in het slangenzaad. U bemerkt het in het vrouwenzaad. Steeds weer roept het slangenzaad op tot desertie: loop toch weg uit het legerkamp van God. Zeg de militia Christi toch vaarwel – wat doet u daar nog langer?

Ten diepste is dat de reden waarom de wereld zo verdeeld is.
Daarom is er alom sprake van verwarring.

Dat alles is echter geen reden voor wanhoop. Want de beslissende veldslag heeft al plaatsgevonden; de overwinning is al zeker.
Dat blijkt uit Openbaring 12: “En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon”[3].
Een schijnbaar onbetekenend detail in dat laatste Bijbelcitaat is dat het van de geboorte meteen naar de overwinning gaat. Elders in Openbaring 12 lezen we wel over strijd. Maar op het moment suprême is dat gevecht helemaal uit het beeld verdwenen. Het kind wordt razendsnel afgevoerd naar een veiliger oord.
Er is blijkbaar alle reden om de moed niet te verliezen!
Er staat in Openbaring 12 nog wat bij. Namelijk dit: “En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden”[4].
De vrouw is het beeld van de kerk. In de tijd tussen Christus’ hemelvaart en de laatste oordeelsdag wordt zij prima verzorgd.

De vrouw wordt, even verderop in Openbaring 12, als arend aangeduid. Ik citeer: “En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt”[5]. Er zijn uitleggers die zeggen dat die twee vleugels symboliek zijn voor geloof en gebed[6].
De vrouw vliegt dus. De kerk is actief bezig. Zij doet haar uiterste best om te ontkomen aan het gevaar. Dat is, als u het mij vraagt, een gegeven dat wij niet over het hoofd moeten zien.
Heel vaak horen wij in onze tijd zeggen dat de kerk open moet zijn. We moeten ons, als het enigszins kan, aanpassen aan de wereld. Onze boodschap moet óverkomen. Dat klinkt goed. En aantrekkelijk. Maar in Openbaring 12 leren we dat er vanuit de wereld gevaar dreigt. Voorzichtigheid is geboden. Voor we ‘t weten wordt de kerk het doelwit van een meesterlijk opgezette hinderlaag. Opgepast dus!
Dat geldt ook als het gaat om allerlei discussies in de kerk en op het kerkplein. Als het gaat om de vrouw in het ambt, bijvoorbeeld[7]. In zulke gedachtewisselingen moet, mijns inziens, de eerste vraag niet zijn: hoe sluiten we enigszins aan bij de cultuur van vandaag? maar: hoe kunnen we aan het gevaar der wereld ontkomen?

En dan lezen we over water. Veel water.
“En de slang wierp uit haar bek water achter de vrouw als een stroom, om haar door de stroom te laten medesleuren. En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de stroom, die de draak uit zijn bek had geworpen”[8].
Er wordt wel gesuggereerd dat dat water bedoeld is geweest om de vrouw de verdrinkingsdood te laten sterven[9]. Maar er zijn ook wel andere exegeses mogelijk.
Iemand legde dat water eens als volgt uit.
“Met water breng je de woestijn tot bloei, het wordt één grote oase, het paradijs op aarde (…) Het visioen maakt duidelijk dat het leven van een gelovige een woestijnleven is, gescheiden van wat de wereld mooi, goed en behaaglijk vindt. Alleen in de woestijn is de vrouw veilig voor de kwade bedoelingen van de draak. Vandaar dat hij de scheiding probeert op te heffen. Hij biedt de vrouw meer dan een eenvoudige oase, hij geeft een hele rivier, waardoor de woestijn ophoudt woestijn te zijn. Ik ben van mening dat de wetenschap een niet onbelangrijk deel uitmaakt van de rivier in het visioen. De duivel creëert een situatie waarin het leven plezierig is, zonder de ontberingen die je in de woestijn aantreft”[10].
Het water wordt door de aarde opgeslokt. Als ik het goed zie laat de Here daarmee zien Wie de kerk onderhoudt. De verzorging geschiedt niet door de duivel. Het is God Zelf die aan de kerk alles geeft wat zij nodig heeft. Die verzorging vindt niet plaats via allerlei wonderlijke wegen. Er komt geen schimmigheid, mist of mystiek aan te pas. De kerk maakt gebruik van alles wat de aarde voortbrengt.
Een uitgehongerde kerk? Die bestaat niet. Want de Here geeft de verzameling van de door Hem uitverkoren mensen alle aandacht die nodig is!

In onze tijd is de kerk klein geworden.
Wie er eens rustig voor gaat zitten, kan zomaar denken: waar blijft er van het Neêrlandse kerkje over? Of misschien: zouden de jongere kerkleden de zaken echt aanpakken als de oudere gelovigen gaan wegvallen?
Jazeker.
Mijn antwoord op dergelijke vragen is voluit positief. Die positiviteit zit ‘m niet in het feit dat ik het met de mensen wel zie zitten. Mijn positieve insteek kies ik omdat ik in de Schrift lees dat de Here Zelf een plek in de wereld geeft. De wereld zal die plek buitengewoon merkwaardig vinden. Maar de kerk weet: “Onze hulp is in de naam des HEREN, die hemel en aarde gemaakt heeft”[11].

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik onder meer een stuk dat ik schreef in mei 2005.
[2] Genesis 3:15.
[3] Openbaring 12:4b en 5.
[4] Openbaring 12:6.
[5] Openbaring 12:14.
[6] Tot die uitleggers behoort ook professor S. Greijdanus (1871-1948).
[7] In een vergadering van de Generale Synode van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) werd op donderdag 5 juni jongstleden over dit onderwerp heftig gediscussieerd. Zie voor meer informatie http://www.synode.gkv.nl/meer-bezinning-op-ambten-nodig-vrouw-in-ambt-vooralsnog-stap-te-ver/ .
[8] Openbaring 12:15 en 16.
[9] Zie bijvoorbeeld: Ds. G. Clements, “De vrouw in de woestijn”. In: ‘Daniël’ (14 november 2008), p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[10] Zie Huib de Vries, “Water van een verleidende draak”. In: Terdege (10 juni 2009). Dit is een interview met professor dr.ir. C. Roos. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[11] Psalm 124:8.

19 september 2012

Hosea 2: God draagt Zijn bruid de toekomst in

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

In zekere zin staat Hosea 2 ver van ons af[1].
“Klaagt uw moeder aan, klaagt haar aan, want zij is mijn vrouw niet, en Ik ben haar man niet. Laat zij haar ontucht van haar gelaat verwijderen en haar overspel van haar boezem, anders zal Ik haar naakt uitkleden en haar laten staan als ten dage toen zij geboren werd…”[2].
Dat de Here een rechtszaak begint vanwege het overspel van Zijn vrouw, dat is te begrijpen. Maar om nu te dreigen met totale nááktheid: dat gaat toch veel te ver?

Wie een foto van een naakte vrouw in een krantje tegenkomt, slaat de bladzijde maar gauw om. Als zoiets op de televisie te zien is gaan wij zappen.
En toch vindt de Here het nodig dat dit beeld ons helder voor ogen staat.
Voor eens en voor altijd moet het tot ons doordringen dat de Here werkelijk een jaloers God is.

Israël heeft voortdurend de neiging om achter haar minnaars aan te gaan. Dat zijn met name Assyrië en Egypte. Gods volk profiteert van de vrijgevigheid van die volken. De omgang met die naties brengt welvaart. Het contact met die buitenlanden verschaft kinderen van God een brede blik. Wie ver kijken kan, leert relativeren. Nietwaar?

De hemelse God zal ze léren!
En wat leren Gods kinderen dan? Zij gaan ontdekken dat die welvaart niet dient te worden beschouwd als het eigen werk van die buitenlanders. Zij bemerken dat de voorspoed een gave van God is.
De wegen naar het buitenland worden eigenhandig door de Schepper van hemel en aarde afgesloten. Het blijkt dat, bij wijze van spreken, zelfs de kleinste smokkelpaadjes niet meer begaanbaar zijn.

De kinderen van God krijgen in Hosea 2 een harde leerschool.
Zij dreigen te worden uitgekleed. De omringende volken worden in dat geval gedwongen om naar een naakt Israël te kijken.
Het is duidelijk dat niemand daar vrolijk van wordt. Het is afgelopen met de feesten. Het leuke leven komt tot een einde. Het feestgedruis sterft weg. Langzaam, heel langzaam, treedt een stilte in.
De stilte wordt diep.
Zeer diep.

Hoor, daar klinkt een stem.
Het is de stem van God. Hij lokt het volk weer naar Hem toe.
De overspelige vrouw mag weer bij haar Man terugkomen.
Sterker nog: de Here zal er Zelf voor zorgen dat Zijn volk niet meer aan afgoden denkt. Hij leidt Zijn volk in de woestijn.

Hij zorgt er voor dat Israël voor eeuwig Zijn bruid is. Hij maakt de situatie zó dat het volk er eenvoudig niet aan dénkt om er met iemand anders vandoor te gaan.
En dan zal de Here verhoren. Het is een wat merkwaardige tekst in Hosea 2: “Het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, luidt het woord des HEREN: Ik zal de hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren, en de aarde zal het koren, de most en de olie verhoren, en die zullen Jizreël verhoren”[3].
“Alsof”, zo werd ergens verklaard, “het gebed om herstel en nieuwe vruchtbaarheid voor het land in de hemel begint, in de aarde – de grond – wordt voortgezet en in de groei verhoord wordt. God zal zelf zijn volk ‘zaaien’ in het land en zich zo over haar ontfermen”[4].
Het gebed om herstel van Gods volk is, om zo te zeggen, een estafette.

Hierboven bleek al dat de Israëlieten ten tijde van Hosea uitgebreid rondkeken in de wereld.
En laat er geen misverstand over bestaan: het is heel goed om te weten wat er in de wereld te koop is.
Toen Jozef in Egypte onderkoning was, kwam de halve wereld bij hem om koren te kopen. In Genesis 41 kunnen wij lezen: “Toen de hongersnood nu over de gehele aarde heerste, opende Jozef alle schuren en verkocht koren aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in het land Egypte. En de gehele wereld kwam naar Egypte om bij Jozef koren te kopen, want de honger was sterk op de gehele aarde”[5]. We kunnen er van op aan dat Jozef heel wat allochtonen langs heeft zien komen!
De Prediker zegt in hoofdstuk 5: “Zie, wat ik als goed heb opgemerkt, is dit: dat het voortreffelijk is te eten en te drinken en het goede te genieten bij al het zwoegen, waarmee iemand zich aftobt onder de zon gedurende de weinige dagen van zijn leven, die God hem schenkt, want dit is zijn deel”[6].
De Here stelt de mensen op aarde in staat om te genieten van de goede en mooie dingen die de aarde biedt. We mogen met enthousiasme gebruik maken van de gaven die de Here geeft. Kijk dus gerust rond in de wereld! Bekijk maar eens wat de schepping u te bieden heeft!
Maar er is meer. Een brede blik is niet alles.
Want onze ogen moeten omhóóg.
De dichter van Psalm 33 leert ons:
“De ganse aarde vreze voor de HERE,
al de bewoners der wereld moeten voor Hem ontzag hebben”[7].
De inzet van Psalm 93 laat trouwens aan duidelijkheid weinig te wensen over. Ik citeer:
“De HERE is Koning.
Met majesteit heeft Hij Zich bekleed;
de HERE heeft Zich bekleed,
Hij heeft Zich met kracht omgord.
Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet”[8].
Een brede blik? Die is aanbevelenswaardig. Het is prachtig om in de wereld rond te kijken. Maar alle belangstellende toeschouwers mogen niet verzuimen om voorál omhoog te kijken.

De Here zondert Zijn volk van de wereld af.
Zij wordt de woestijn in geleid.
De kracht van de kerk ligt klaarblijkelijk in haar isolement.
Dat wil beslist niet zeggen dat de kerk oogkleppen op heeft. Of dat de kerk zelfs haar ogen dicht doet voor de nood in de wereld.
Het betekent wel dat zij het Woord van God richtinggevend acht voor heel haar doen en laten. Schriftlicht: dat hebben we in deze wereld nodig. “Haar licht”, zo schreef G. Groen van Prinsterer eens, “doet niet alleen in de gebeurtenissen van den vervlogen tijd de vervulling zien der raadsbesluiten Gods; het schittert, gelijk de straal in het onweder de zwarte wolken van een scheurt, op de duistere paden der toekomst, als uit de verborgenheden van hoogere sferen, ons te gemoet”[9].
Voorzien van Gods Woord – de instructie van het Verbond – vindt de kerk haar weg in de wereld!

Mensen praten vandaag wel eens over woestijn-ervaringen. Dat zijn moeilijke periodes in hun leven. Ook dominees spreken er wel eens over[10].
Hier, in Hosea 2, zien we ook zulk een woestijn-ervaring: de Here brengt Zijn volk tot concentratie op Hem. In de wildernis is niks te beleven. En dan komen de kernvragen van het leven omhoog. Iemand omschreef die vragen eens als volgt: “Wat komt er boven drijven? Wat blijft er over van je ideeën, je visie, je ervaringen, je bezigheden? Als alles kaal is geworden, wat blijft er dan nog overeind staan? Je geloof, wat betekent dat nu, juist op het moment dat je het nodig hebt? Is het er? Is het iets dat je grijpen kunt? Wat jou nu, op het cruciale moment, houvast biedt?”[11].
De Here wil al Zijn kinderen er van overtuigen dat er Iemand is die kracht en verzorging geeft. De Man staat voor Zijn vrouw klaar!

Het huwelijk tussen de Here en Zijn volk mag nooit een lege vorm worden. Het is geen verbintenis waarin God en mens elkaar zo nu en dan tegenkomen, en waarbij zij elkaar – als het meezit – vriendelijk groeten.
De Bruidegom draagt Zijn bruid de toekomst in. De bruid brengt haar Bruidegom eer, voor eeuwig en altijd. Het verbond dat Bruidegom en bruid gesloten hebben is eeuwig.
Het verbond tussen de Here en Zijn kinderen heeft een uiterst waardevolle inhoud. Er is dus méér dan de vorm.
In de kerk kennen we allerlei vaste vormen: de liturgie van de kerkdienst bijvoorbeeld, en de manier waarop we de verenigingsavonden inrichten. Maar die vormen moeten inhoud krijgen. We moeten er iets in doen. En: we moeten er iets in doen.
Godsdienst is geen veredelde gedragscode.
Het is geen plichtpleging.
En al helemaal geen formaliteit.

Noten:
[1] Vanavond, woensdag 19 september 2012, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Daar zullen de hoofdstukken 1 en 2 van het Bijbelboek Hosea centraal staan. Hosea 1 is aan de orde gesteld in mijn artikel ‘Hosea: Gods Woord voor weglopers en zwervers’, hier gepubliceerd op woensdag 12 september 2012; te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/09/12/hosea-1/ . In dit artikel geef ik enige aandacht aan Hosea 2.
[2] Hosea 2:1 en 2.
[3] Hosea 2:20 en 21.
[4] Zie http://www.kerkrecht.nl/main.asp?pagetype=onderdeel&item=117&subitem=6114&page= .
[5] Genesis 41:56 en 57.
[6] Prediker 5:17.
[7] Psalm 33:8.
[8] Psalm 93:1.
[9] Zie: G. Groen van Prinsterer, “Ongeloof en revolutie. Eene reeks van historische voorlezingen”. Leiden: S. en J. Luchtmans, 1847. – p. 407 en 408. Zie ook http://dbnl.nl/tekst/groe009onge01_01/groe009onge01_01_0016.php .
[10] Zie bijvoorbeeld http://www.gkv-zwolle-berkum.nl/preken/Markus%20112-13HA.pdf .
[11] Geciteerd van http://godisindestilte.blogspot.nl/2011/05/woestijnervaring.html .

Blog op WordPress.com.