gereformeerd leven in nederland

11 september 2019

Geen woningnood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er is woningtekort in Nederland. En niet zo’n beetje ook.
Het Nederlands Dagblad geeft de volgende, niet al te vrolijke, opsomming:
“Er is nu een tekort van 294.000 woningen. Dat is 3,8 procent van de totale woningvoorraad.
Tot 2025 moeten er 75.000 nieuwe woningen per jaar bijkomen.
De afgelopen jaren lag de nieuwbouw gemiddeld rond de 54.000 per jaar.
In het tweede kwartaal van 2019 werden er 12.800 vergunningen voor nieuwbouw afgegeven, het laagste aantal in drie jaar tijd.
In 2030 wonen er naar verwachting 18 miljoen mensen in Nederland, een toename van 745.000”[1].
De geoefende Bijbellezer weet het: in de hemel is geen woningtekort. In Johannes 14 draait Jezus er niet omheen: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken”[2].

‘Ik ga weg’, zegt Jezus tegen Zijn leerlingen. ‘Maar als alles klaar is, kom Ik u halen. En u weet waar ik naar toe ga. U weet ook hoe uzelf daar komen moet’.
Thomas heeft zo zijn bedenkingen. ‘Wij weten helemaal niet hoe u daar komen moet’.
Maar dan wijst Jezus op Zichzelf. ‘Ik ben de Weg, de waarheid en het leven. Via Mij kom je bij Vader komen. Wie mij ziet heeft de Vader gezien. Vader werkt via mij. En als je niet gelooft om wat ik zeg, geloof dan vanwege de dingen die je Mij ziet doen’.
De Heilige Geest van God zal komen.
En Hij zal ervoor zorgen dat de leerlingen ook grootse dingen kunnen doen. Kijkt u maar – Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader. En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden”[3].
‘Werk in Mijn naam’, zegt Jezus, ‘als u dat blijft doen als Ik weg ben, dan komt het goed’.

Dat dit geen loze belofte is, valt te zien in Handelingen 3: “Petrus​ zei echter: Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van ​Jezus​ ​Christus​ de Nazarener, sta op en ga lopen! En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en onmiddellijk werden zijn voeten en enkels vast. En met een sprong stond hij overeind en liep rond, en hij ging met hen de ​tempel​ in, lopend en springend en God lovend”[4].

Hoe is het anno Domini 2019?

Wellicht zijn wij geneigd om te vragen: waarom gebeuren er vandaag geen wonderen meer? Is ons geloof niet sterk genoeg?
Terecht schrijft iemand: “Wonderen gebeurden in de Bijbelse tijd ook lang niet altijd. Sinds de schepping zijn er maar een paar honderd jaar aan te wijzen waarin er wonderen gebeurden: in de tijd van Mozes en Jozua, ongeveer 1450-1350 voor Christus, in de tijd van Elia en Elisa, ongeveer 900-800 voor Christus, en in de tijd van de Heere Jezus en de apostelen, de eerste eeuw dus. In al die 6000 jaar zijn er dus maar 300 jaar waarin dit soort wonderen gebeurde.
Waarom iemand een wonder zou willen meemaken, is een interessante vraag. Misschien vind je het fascinerend, of heeft het met je omstandigheden te maken. Misschien denk je: als God echt een wonder zou laten zien, zou ik wel in Hem geloven.
Dat is een mooie gedachte. Maar wonderen zijn geen wondermiddelen. God liet Mozes, Elia en Zijn Zoon wonderen doen, zodat we werkelijk zouden geloven dat zij door God gezonden waren. Het wonder was een soort uitroepteken bij hun dienst.
Maar wij zijn hardleers. In de hele wereldgeschiedenis heeft niemand zo veel wonderen meegemaakt als de Israëlieten. Wonderen in Egypte, bij de Schelfzee, bij Sinaï, in de woestijn. Maar toen het erop aankwam, hebben deze ervaringen hen niet geholpen. Door ongeloof zijn ze in de woestijn omgekomen”[5].
De vragen zijn dus:
* geloven wij ook zonder wonder in Jezus Christus?
* geloven wij dat er in de hemel een woning voor ons in aanbouw is, terwijl wij geen wonder zien?

Ach – het klinkt zo heerlijk: “een altijd veilig huis, vast als de hemel zelve”. Dit citaat uit Psalm 89 klinkt als een vooraankondiging van Johannes 14[6]. Maar er zijn wellicht momenten dat wij er iets meer van zouden willen zien.

En er is nog wat anders.
Voor wij ’t weten wordt die tekst uit Johannes 14 – “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen” – het onderwerp van een romantisch tafereel.
U weet wel: een schitterend stadje… mooie huisjes… fraai aangelegde tuinen… schone straten waar geen snipper zwerfvuil te zien is… vredig rondwandelende mensjes, zonder uitzondering met een glimlach om de mond…
Dat is allemaal prachtig.
Maar anno Domini 2019 is de vraag: gelooft u dat die hemelse woonplaatsen er zijn, terwijl hier op aarde nog niets van de hemel te zien is?

Nederland is, in zekere zin, het land van de woningnood. Het is wel bekend dat er tussen 1945 en 1960 – zeg maar: na de Tweede Wereldoorlog – een grote woningnood heerste.
In de jaren ’80 van de vorige eeuw was er een groot tekort aan huurwoningen. Bovendien waren er veel leegstaande panden in binnensteden. Dat laatste verschijnsel leidde tot de opkomst van de kraakbeweging.
Tegenwoordig kennen we ook de kamernood in de studentensteden.
En dus de nieuwe woningnood[7].
Je zou haast gaan geloven dat woningnood volstrekt onoplosbaar is.

In die situatie zegt de Heiland ook vandaag tegen de kerk: in het huis van Mijn Vader zijn veel woningen – geloof dat maar gewoon!

Noten:
[1] Kader “Crisis op de woningmarkt”; in artikel “Miljarden om de ‘wooncrisis’ te beteugelen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 september 2019, p. 1.
[2] Johannes 14:2.
[3] Johannes 14:12 en 13.
[4] Handelingen 3:6, 7 en 8.
[5] Geciteerd van https://www.puntuit.nl/nieuws/menens-waarom-gebeuren-er-geen-wonderen-meer ; geraadpleegd op donderdag 5 september 2019.
[6] Het citaat is de laatste regel van Psalm 89:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Zie over het bovenstaande onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Woningnood ; geraadpleegd op donderdag 5 september 2019.

19 juli 2018

Het gaat goed met de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er wordt vandaag de dag veel nagedacht over het afremmen van ouderdomsverschijnselen. Sterker nog, men wil een antwoord op de vraag: kunnen we, via allerlei ingewikkelde processen, werken aan verjonging van het bestaande leven?

Hoe dat zij: voor een gelovig mens is het zeker dat ook in de ouderdom wonderen kunnen gebeuren.

Dat lezen we trouwens ook in de Bijbel.
Leest u maar mee in Hebreeën 11: “Door het geloof heeft ook Sara zelf kracht ontvangen om zwanger te worden en een kind te baren, ondanks haar hoge ouderdom, omdat zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had”[1].

Is het bovenstaande, op de keper beschouwd, trouwens niet een beetje vreemd? Sara heeft toch om Gods Woord gelachen? Ze geloofde er in Genesis 18 toch niet zoveel van?
Daar lezen wij immers: “Nu waren ​Abraham​ en ​Sara​ oud en op dagen gekomen; het ging ​Sara​ niet meer naar de wijze van de vrouwen. Daarom lachte ​Sara​ in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en ook mijn heer oud is? En de HEERE zei tegen ​Abraham: Waarom heeft ​Sara​ toch gelachen en gezegd: Zou ik ook werkelijk baren, nu ik oud geworden ben? Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en ​Sara​ zal een zoon hebben! Maar ​Sara​ ontkende het en zei: Ik heb niet gelachen; want zij was bevreesd. Maar Hij zei: Nee, u hebt wél gelachen”[2].
Uiteindelijk heeft Sara klaarblijkelijk wel geloof gehecht aan de woorden van de Here.

Van Abraham weten we dat Hij zijn God zonder reserves op Zijn Woord geloofde. Dat blijkt wel uit Romeinen 4: “En niet verzwakt in het geloof, heeft hij er niet op gelet dat zijn eigen lichaam reeds verstorven was – hij was ongeveer honderd jaar oud – en dat ook de moederschoot van ​Sara​ verstorven was. En hij heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God de eer gaf. Hij was er ten volle van overtuigd dat God ook machtig was te doen wat beloofd was”[3].
Abraham was vol geloof.
Hij wist: ik kan dit niet meer zelf. En daarom liet hij het helemaal aan de Here over!

Ja, zegt iemand, dat is allemaal mooi; maar zulke wonderen gebeuren vandaag niet meer.

Met dergelijke reacties moeten wij echter een beetje voorzichtig wezen.
Een exegeet noteerde bij dit vers: “De Hebreeënschrijver kon na zovele eeuwen vaststellen, dat er werkelijk uit Abraham en Sara een groot volk voortgekomen was, ontelbaar als de sterren des hemels en als het zand der zee. Deze natuurlijke vervulling is nog niet te vergelijken bij het geestelijke zaad of het ware zaad van Abraham, wat deze aartsvader in wezen zocht. Een zo groot, natuurlijk zaad zou hij immers tijdens zijn leven op aarde nimmer zien, dus richtte hij het oog op een geestelijke wereld die eeuwig is en waaraan hijzelf ook deel had. ‘God is immers geen God der doden, maar der levenden’, sprak de Heer. De belofte uit Genesis 17:6 dat koningen uit hem zouden voortkomen, kreeg zijn heerlijkste werkelijkheid in het koninklijk priestergeslacht van het nieuwe verbond”[4].
Wat voor volk bedoelt die schrijver? Antwoord: hij bedoelt de gelovigen; zij worden beschouwd als de nakomelingen van Abraham.

Laat ik u in dat verband wijzen op Psalm 105:
“Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.
Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft,
aan Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond,
nakomelingen van ​Abraham, Zijn dienaar,
kinderen​ van ​Jakob, Zijn uitverkorenen.
Hij is de HEERE, onze God,
Zijn oordelen gaan over heel de aarde.
Hij denkt aan Zijn ​verbond​ voor eeuwig,
aan de ​belofte​ die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties,
aan het ​verbond dat Hij met ​Abraham​ gesloten heeft…”[5].

Laat ik het voor de gelegenheid zo formuleren: kerkmensen zijn het nageslacht van Abraham.
De kerk van alle tijden heeft in de wereld vaste voet, dankzij het wonderlijke beleid van God.
Zijn Goddelijke manier van doen staat in Hebreeën 11 beschreven. In het kort, jazeker. Maar toch.

In die kerk zitten onder meer ouderen.
Zij kijken in de kerk rond. Zij werpen een zorgelijke blik op het kerkplein. Er verandert zoveel!
En ach, iedereen loopt maar in en uit. De preken zijn soms maar verhaaltjes, naar het lijkt.
En de kinderen? Ach, de ene is gewoon Gereformeerd gebleven, een ander is evangelisch en een derde… nou ja, een beetje vaag. Al te diepgaande gesprekken wilt u daarover niet voeren – je wilt je kinderen per slot van rekening niet kwijtraken.
En je vraagt je af: komt het wel goed met de kerk?

Komt het wel goed met de kerk?
Die vraag stelden Abraham en Sara in hun tijd wellicht ook.
Natuurlijk – er was toen nog geen kerk zoals wij die hebben.
Maar ze hebben zich misschien wel afgevraagd hoe het toch met Gods werk verder moest.
De verlossing die de Here gaf kwam op een volkomen onverwachte manier.
In de eerste plaats is Sara – die vroeger Saraï heette – van nature onvruchtbaar. Zie Genesis 11: “Saraï​ nu was onvruchtbaar; zij had geen ​kind”[6].
In de tweede plaats: zij is de 90 al gepasseerd als zij een kind ter wereld brengt. Zie Genesis 17: “Toen wierp ​Abraham​ zich met zijn gezicht ter aarde en lachte. Hij zei in zijn ​hart: Zal bij een honderdjarige een ​kind​ geboren worden en zal ​Sara, die negentig jaar is, baren?”[7]. En Genesis 18: “En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, dan zal ​Sara, uw vrouw, een zoon hebben! ​Sara​ hoorde dat bij de ingang van de ​tent, die achter Hem was”[8].
Isaäk wordt, naar we mogen aannemen, in de zestiende eeuw voor Christus geboren[9].
Nu is het 2018.
Nee, er worden geen Isaäks meer geboren.
Maar de kerk bestaat nog wel. Toegegeven: het kerkplein wordt er niet overzichtelijker op.
In de zestiende eeuw voor Christus kon God nog wonderen doen. En ja, in 2018 kan dat ook nog.
Vraagt u maar niet wat die wonderen dan zijn. Dat weten we niet. Daar zijn het trouwens wonderen voor.
Laten we maar op God vertrouwen. Ook als u oud geworden bent.

Het komt goed met de kerk!

Noten:
[1] Hebreeën 11:11.
[2] Genesis 18:11-15.
[3] Romeinen 4:19, 20 en 21.
[4] Geciteerd van http://www.rhemaprint.nl/boeken_opmaak/hebreeen/hebreeen11.html ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[5] Psalm 105:4-9 a.
[6] Genesis 11:30.
[7] Genesis 17:17.
[8] Genesis 18:10.
[9] Zie hiervoor https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html ; geraadpleegd op vrijdag 6 juli 2018.

19 juni 2015

Opwekking

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Is er nog hoop voor Europa[1]?
Zo’n tien jaar geleden werd daar nogal eens over gesproken. De opwekking is dichtbij, zei men toen.
Er kwam een netwerkorganisatie ‘Hope for Europe’.

Intussen gaat de kerkverlating door.
In oktober 2013 stelden twee evangelische leiders echter tamelijk blijmoedig: “De bodem van de kerkverlating in het Westen is bereikt. De liberale theologie is op sterven na dood. De toekomst ligt bij die kerken die de levende boodschap van Christus, wars van confessionele tegenstellingen, verkondigen”[2].
Met andere woorden: alle hoop is nog niet vervlogen.

Het kan aan mij liggen, maar zulk spreken stemt mij niet zelden wat sceptisch.
Eerlijk gezegd vraag ik me vaak af: in hoeverre gebruikt men die term omdat men beslist iets wil zien, terwijl er eigenlijk nog niets is? Linksom of rechtsom, men wil iets te zien krijgen.
En natuurlijk: nieuw elan, dat is te zien.
Maar willen we eigenlijk nog wel op God wachten?

“De opwekking is dichtbij”, zo werd eertijds door iemand gezegd. Gaarne help ik het die spreker hopen.
Laten we het helder stellen: als het hierom gaat weet geen mens van de hoed en de rand.
Maar ach, wie verlangt er niet naar een revival?

De kerkgeschiedenis leert dat een opwekking op de meest onverwachte momenten geschiedt. Neem nu bijvoorbeeld de Nijkerkse beroeringen. Die vonden plaats rond 1750.

Als ik het goed weet, begon het allemaal met een preek van dominee Gerardus Kuypers over een vers uit Psalm 72:
“Is er een hand vol koren in het land op de hoogte der bergen,
de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon;
en die van de stad zullen bloeien als het kruid der aarde”[3].
Dominee Kuypers was een gedreven man. Hij nam er geen genoegen mee dat zijn luisteraars de herberg even goed van binnen kenden als de kerk. Hij stelde op maandagavond catechisaties in. Niet lang kwamen er – ten huize van gemeenteleden – ook op zondagavond bijeenkomsten. En daar was het druk. De beruchte preek over Psalm 72 hield de predikant op 16 december 1749.
Ik las ergens dat de respons van de gemeente op deze preek verre van alledaags was. Er werden, zo schreef een kerkhistoricus zelfs, “tranenbeken gestort, en tegen het einde van de godsdienstoefening werd veel geween gehoord; ja omtrent of onder het geven van de zegen vielen sommigen, zeer bevreesd zijnde en bevende neer, niet kunnende staan vanwege de beroering, die de levende indrukken hunner zielsnoden in hun lichaamen bewerkte. Onder dit alles riepen dezen en genen aan hun gezellen toe: ‘Spiegel u aan mij, en ziet hoe bitter de zonden vallen”[4].

De beroeringen plantten zich in schokgolven voort door het land. Via Friesland kwam de beweging bijvoorbeeld in Diever. Ook in plaatsen als Wapserveen, Vledder, Dwingeloo, Ruinen en Ruinerwold kreeg men er mee te maken[5].

Een internetencyclopedie meldt: “De Nijkerkse beroeringen kregen ook veel kritiek te verduren. De belangrijkste redenen waren de wilde manifestaties. Beschuldigingen van geestdrijverij en dweperij sloegen in, omdat de kerk daar in die tijd ontzettend bang voor was. In de achttiende eeuw keerde de kerk zich tegen alles wat daar maar enigszins op leek. Op naam van Kuypers werden enkele valse brieven uitgegeven, die voeding gaven aan de critici van de opwekking. Uiteindelijk verdedigde Kuypers zichzelf in 1750 met het geschrift ‘Getrouw verhaal en Apologie’.
De opwekkingsbeweging en de discussies duurden voort tot 1752. Op last van stadhouder Willem IV vaardigde de synode een verbod uit op de ‘uitingen’ (manifestaties) in de kerk. Kuypers zelf zou nog tot 1759 verbonden blijven aan de gemeente”[6].

Kortom: Nijkerk was wereldnieuws, voor zover dat in de achttiende eeuw mogelijk was.
Wie dit alles overziet, merkt al gauw dat er anno 2015 eigenlijk niet zoveel nieuws onder de zon is. Ook vandaag wordt er, met name in evangelische kringen, soms heel geestdriftig gesproken over allerlei wonderen en bijzondere gebeurtenissen.
Nuchtere Gereformeerden weten vaak niet zo goed wat zij daarvan moeten denken. Zij willen Gods macht niet onderschatten. Maar de menselijke verbeeldingskracht kennen ze ook heel goed.

Tot op de dag van vandaag vragen wetenschappers zich af of de wederwaardigheden te Nijkerk nu een ‘beroering’ of een ‘opwekking’ waren. Betrof het misschien moederkorenvergiftiging met geestverruimende nevenverschijnselen? Ging het om de hallucinerende werking van  de doornappel, een giftige plant[7]?

Het moet, hoe dan ook, niet worden uitgesloten dat de ‘Nijkerker beroeringen’ één van de vele opwekkingen was die in de achttiende eeuw in de lage landen plaatsvond.
En jazeker, zoiets kan ook in 2015 gebeuren.
Laten we er maar rekening mee houden: de Verbondsgod heeft vele, vele manieren om Zijn plannen door te zetten. Ook vandaag nog!

Want onze Here geeft Zijn plannen niet op.
Jazeker, ook ik koester gunstige verwachtingen omtrent het feit dat God ingrijpen zal. Ik weet zeker dat Hij dat zal doen; ik schreef dat hierboven al. Maar hoe God dat gaat doen, welke instrumenten Hij daarvoor gebruikt, welke mensen Hij daarvoor inzetten zal, welke weg Hij in zal slaan – dat weet ik niet. En de gedachte dat ik dat ook helemaal niet hoef te weten, is eigenlijk reuze geruststellend.

Schrijver dezes wacht op zijn eigen plek rustig af.
En hij weet dat de Here ook hem ook gebruiken kan.
Niet voor grootse activiteiten met een wereldwijde impact, wellicht.
Hoewel, men weet nooit.
Maar met kleinschalige acties is hij ook tevreden.

Ach, Gods kinderen zien het wel.
Zij weten zeker dat zij het zullen zien.
Sterker nog: zij zullen God zien.
Onze Here Jezus Christus heeft het in Mattheüs 5 zelf beloofd: “Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien”[8]. Trouwens, ook in Openbaring 22 wordt ons verzekerd dat zijn dienstknechten Hem zullen vereren “en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn”[9].
Als dat moment is aangebroken, zal er nooit meer een opwekking nodig wezen!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 9 juni 2005.
[2] Zie “Bodem kerkverlating Westen is bereikt”. In: Reformatorisch Dagblad (woensdag 9 oktober 2013), p. 2 en 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] Psalm 72:16; ik citeer dat vers uit de Statenvertaling.
[4] L. Praamsma, “De kerk van alle tijden – Verkenningen in het landschap van de kerkgeschiedenis”. – deel III (de Eeuw van rede en deugd). – Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, © 1989. – p. 156 en 157.
[5] Zie http://www.encyclopediedrenthe.nl/Nijkerkse%20Beroeringen .
[6] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Nijkerkse_beroeringen .
[7] Zie http://www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/2444391/2011/06/12/Nijkerkse-Beroeringen-werk-van-Heilige-Geest-of-drogerende-plant.dhtml .
[8] Mattheüs 5:8.
[9] Openbaring 22:4.

8 maart 2013

Psalm 98: de vernieuwing bezongen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , , ,

In Psalm 98 geeft de Koning van de kerk Zijn volk alle gelegenheid om een groot koor te vormen[1]. Er moet namelijk een nieuw lied gezongen worden. Een hymne vanwege grote wonderen. Een lofzang op de overwinning.

Wat zijn die wonderen?
Dat is onder meer de vergeving van zonden, die de hemelse Heer proclameert voor allen die geloven in Jezus Christus. Dat is ook de belofte van eeuwig leven die de Here heeft gedaan: permanent geluk en altijd durende vrede voor door Hem uitgekozen mensen.
Die proclamatie is gericht aan alle volken van de aarde. Bij die heerlijke heilsverkondiging heeft Hij gedacht aan Israël. Maar alle wereldburgers mogen daar van mee genieten.

Waar zit die overwinning in?
De zonde wordt overwonnen. De goddeloosheid van bij God wegdwalende mannen en vrouwen wordt weggedaan.

Maar waarom is dat lied zo nieuw?
Ik maak daar vier opmerkingen over.
1.
Wie de diepte van deze Psalm wil peilen, moet – naar het mij voorkomt – bij het begin van de Bijbel beginnen[2].
Bij Adam en Eva dus. Zij zijn prachtige scheppingen van de Here. Zij zijn, om met Psalm 8 te spreken, “met heerlijkheid en luister gekroond”[3]. Zij zijn Gods regenten op aarde.
En dan laten Adam en Eva zich door de satan verleiden. Met luister gekroonde vertegenwoordigers van God gaan tegen Zijn gebod in. Zo worden zij óntluisterde mensen.
Vervolgens zoekt de Here hen op. Hij spreekt hen aan. Hij stelt de zonde aan de orde. Hij neemt het initiatief om de Verbondsverhouding te herstellen. In Genesis 3 echoot het door de hof: “Waar zijt gij?”[4].
Dat is de galm van herstel. Dat is de resonans van vernieuwing. Dat is een veeg teken voor de satan, de tegenstander van God. Waar zijt gij? – die drie woorden vormen voor de duivel de aanzegging van het grote onomkeerbare verlies, de totale nederlaag.
2.
De Here
maakt alles nieuw. De hele schepping krijgt een nieuw aanzien.
De aarde juicht, tot in de uithoeken toe. Er is begeleiding van een heel orkest.
De zee doet mee. En ook de mensen op het land. De rivieren stromen plotsklaps een stuk enthousiaster; de snelle stroming klinkt als applaus. Bergen heffen een groot Geestdriftig gejoel aan.
3.
Nuchtere Westeuropeanen hebben er moeite mee om zich dat voor te stellen. Een bruisende zee, dat gaat nog. Maar hoe klinken applaudisserende rivieren? En wat moeten we nou met sprekende bergen? Dat alles is onvoorstelbaar. Maar het gaat wel gebeuren! Sterker nog: iedere dag krijgen we een voorproefje van. Want elke dag gaat de zon weer op.
Vorig jaar aanschouwde iemand een zonsopgang op een Zwitserse bergtop. Naar aanleiding van die zonsopgang schreef hij in het Reformatorisch Dagblad: “De opgang van de zon is door niets en niemand tegen te houden. Het was verbazend om te zien hoe snel de zon in volle omvang zichtbaar werd en het landschap om ons heen in het daglicht zette. Het krachtige zonlicht verdreef de duisternis in dit alpengebied. Wat zijn wij in dit grote schouwspel van de natuur slechts kleine mensen. De zon wierp zijn stralen over diverse achter elkaar liggende bergtoppen. Het is een treffend beeld van de wijze waarop de profetieën in het Oude Testament meerdere vervullingsmomenten kennen en uiteindelijk hun vervulling vinden in Christus, de grote Zon der gerechtigheid”[5].
Elk voorjaar lijkt de natuur weer tot leven te komen. Alles bot weer uit. De natuur krijgt nieuwe kleuren. Welnu, zo leert de Here ons, dit is nog maar het begin. Het wordt nog veel mooier. Het wordt nog veel majestueuzer!
4.
In de kerk zeggen we nooit: vandaag is ’t weer het oude liedje. Nee, er klinkt een nieuw gezang[6]. Met dat nieuwe gezang roepen wij de hulp van God in. Wij roepen de bijstand van Gods Geest in. Wij willen voorkómen dat wij steeds maar terugvallen in dezelfde fouten. Wij strijden tegen de zonde. Ons leven is geen makkie. Het staat zó in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang”[7].
We kunnen zonder bezwaar zeggen dat Psalm 98 alles met de ware kerk te maken heeft!

Hierboven bleek het al: het wegdoen van alle vlekken en verontreinigingen is voorwaar geen sinecure.
Mensen worden notabene in zonde ontvangen en geboren. De zonde is ons áángeboren. En wij doen ook steeds weer zondige dingen. Die zonden staan echt diametraal tegenover Gods gerechtigheid. In de Heidelbergse Catechismus is dat consciëntieus opgeschreven[8].
Daarom moet er een rechtszaak komen. De Here draagt er Hoogstpersoonlijk zorg voor dat er een eerlijk proces komt.
Maar de kerk heeft rust. Want ware gelovigen keren zich naar hun Verlosser toe; zij bekeren zich. Zij laten zich graag door de Zon der gerechtigheid verwarmen. Zij weten wat hun enige redding is. Wat preciezer: zij weten Wie hun enige redding is[9].

De schepping krijgt, om het zo uit te drukken, nieuwe fundamenten.
Onder de kosmos komen twee nieuwe pijlers te staan. De ene heet: recht. En de ander noemen we: gerechtigheid.
Dat is een hemelse ingreep die duizelingwekkende consequenties heeft. Het is een operatie van kolossale omvang. Dat alles gaat het menselijk denkraam volkomen te boven.
Maar in de kerk geloven we nu al dat die onaardse activiteit een excellent resultaat zal hebben. En daarom zingen we het ook in 2013:
“Hij komt een nieuwe wereld stichten
op recht en op gerechtigheid”[10].

Noten:
[1]
In de maand april 2013 hoop ik in De Bazuin – het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken – Psalm 98:4 kort toe te lichten in de rubriek ‘Psalm van de Week’. Dit stuk is het resultaat van enige voorstudie.
[2] Zie hierover ook: Ds. P. Mulder, “Waar komt het heil vandaan?”. In: Daniël – blad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten – jg. 60 nr 1 (6 januari 2006), p. 4, 5 en 6. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012f0d2b2285f0e7c639888e/waar-komt-het-heil-vandaan/7 .
[3] Psalm 8:6: “…wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt,
en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt,
en hem met heerlijkheid en luister gekroond”.
[4] Genesis 3:9.
[5] David van As, column “De sprekende berg”. In: Reformatorisch Dagblad, 1 augustus 2012, p. 4. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013c7eac1e95d28e3cceca57/de-sprekende-berg/0 .
[6] Deze naar aanleiding van Psalm 98 geformuleerde gedachte staat ook in: J. Boer, “Zing een nieuw lied”. In: De Waarheidsvriend, 24 november 2011, p. 3. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/01380e40acd7b35179409444/zing-een-nieuw-lied/4 .
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[8] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 7: in het paradijs “werd onze natuur zo verdorven, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden”. En: Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 10: “…God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen”. En: Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 11: “Daarom eist zijn gerechtigheid dat de zonde, die tegen de allerhoogste majesteit van God begaan is, ook met de zwaarste, dat is met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft wordt”.
[9] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, antwoord 29: de Zoon van God is onze Verlosser “omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is”.
[10] Psalm 98:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

22 februari 2013

De fout van Tommy Osborn

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Op donderdag 14 februari 2013 overleed de Amerikaanse evangelist Thomas Lee Osborn. Wereldwijd was hij bekend om zijn genezingsdiensten. Die zijn ook in Nederland gehouden; in 1958, en in 1976. Osborn legde veel nadruk op genezing en duivel-uitdrijving. Het evangelie van Christus die onze zonden op zich nam kwam enigszins op de achtergrond te staan[1].
De genezingsdiensten van deze prediker kunnen worden beschouwd als het moment waarop de evangelische beweging in ons land voet aan de grond kreeg.
De aanpak van Osborn was echt Amerikaans: opvallend, in alles overdreven en zo geestdriftig dat de werkelijkheid bijkans uit het oog verloren werd. De organisatie Osborn Ministries International heeft dertigduizend zendelingen uitgezonden; naar men zegt zijn er meer dan 150.000 kerken gesticht. Osborn is in tachtig landen geweest. Zijn boeken zijn in 132 talen vertaald[2].
Veel later – het was in 1986 – werd op de Generale Synode van de Gereformeerde kerken (synodaal) verwezen naar de activiteiten van deze bevlogen evangelieprediker: “Niet weinigen zijn blijven zitten met de vraag of de door sommigen ervaren helende zegen, wel opweegt tegen de bij anderen vaak toegebrachte schade door gewekte en daarna gebroken verwachtingen”[3].
De evangelist Jaap Fijnvandraat (1925-2012) schreef eens: “Van Osborn heb ik verslagen van zijn campagnes via de radio en krantenberichten gevolgd en ik durf rustig te stellen dat het gebakken lucht was. In de krant stond destijds een verzuchting van het verplegend personeel van de psychiatrische inrichting in Zuidlaren. Zij klaagden dat Osborn in Groningen was geweest maar dat zij met de brokken zaten van mensen die geestelijk totaal ontwricht waren”[4]. Daar is geen woord Frans bij, lijkt mij.

De activiteiten van Osborn staan niet op zichzelf[5].
In Engeland stelde aartsbisschop Temple in 1946 een “kerkelijke raad voor genezing” in. Die raad was oecumenisch van karakter; er zaten niet alleen Anglicanen in.
In januari 1950 zette een Indiër, getooid met de naam Sadhu Lam Jevaratnam, voet op Nederlandse bodem om alhier het Evangelie te verkondigen. Die Indiër beschikte, zei hijzelf, over bijzondere krachten.
In het West-Duitse Wuppertal was de fabrikant Hermann Zaiss leider van een opwekkingsbeweging  waarin gebedsgenezing een belangrijke rol speelde.
In een golf kwam de gebedsgenezing Europa binnen. De evangelische beweging spoelde als een bruisende zee over Nederland heen.
In onze tijd hebben we nog steeds met diezelfde beweging te maken. Natuurlijk, de evangelischen hebben allerlei ontwikkelingen doorgemaakt. Maar toch.
Wie de geschiedenis van kerk en wereld bekijkt, ontdekt dat Thomas Osborn deel uitmaakt van een energie van dwaling. Het komt mij voor dat we hier ten diepste met een satanische kracht van doen hebben.
De vraag die op de kerk afkomt is: wilt u, in alle dingen van het leven, helemaal van uw Schepper afhankelijk zijn? Anders gezegd: zijn wij bereid om heel ons leven in handen van de Verbondsgod te leggen?

Wat doet de satan? Hij brengt mensen bij elkaar die christelijk lijken te leven. Heel véél mensen. Kenners zeggen dat er wereldwijd wel 500 miljoen aanhangers van de Pinksterbeweging zijn.
In 2007 schreef iemand dat in ons land een kleine 300 migrantenkerken van Pinkstersignatuur zijn; die hebben samen meer dan 25.000 leden[6]. Ik weet wel: het gaat te ver om al die mensen over een kam te scheren. Maar het is duidelijk dat de Pinksterbeweging zijn duizenden verslaat.
Enthousiasme en daadkracht bepalen in veel Pinkstergroeperingen het beeld. Massa’s ándere kerkmensen kijken er naar. En hun mond valt open. ‘Dat willen wij ook’, roepen zij. Zij lopen de kerk uit en sluiten zich aan bij een evangelische gemeente.
Maar daar blijkt vaak dat je altijd blij moet zijn.
Daar blijkt niet zelden dat je van alles moet doen om je christen-zijn in de praktijk te brengen.
Gereformeerden moeten goed vasthouden dat het geloof niet uit het wonder is. Het geloof is ook niet uit de geestdrift. Het geloof is niet uit de menselijke daadkracht. Het geloof is uit het horen. Geloof is: luisteren naar het Woord van God, en vervolgens doen wat Hij gebiedt. Daarbij moet duidelijk zijn dat ons geloof een gáve is. Geloof genereren wij niet zelf. Geloof ontvangen wij van de Heilige Geest. Iemand typeerde het zó: “Het gaat ook om het toenemen in genade en kennis van de Heere Jezus, de doop in de Heilige Geest, de zekerheid van het geloof!”.

Door de jaren heen hebben heel wat mensen verbijsterd gekeken naar mirakels van gebedsgenezing en andere wonderen.
Wij moeten ons daar echter niet op verkijken[7]. Johannes Calvijn, de bekende reformator, heeft er al op gewezen dat de ziekenzalving en gezondmaking in Jacobus 5 voorkwamen ”zo vaak en zo lang Hij wist dat het nuttig was”. De kern van de zaak zit ‘m echter in het werk van de Heilige Geest.
Dr. W. Balke noteerde omtrent deze zaak eens: “De ziekenzalving is geen sacrament dat in de kerk altijd gebruikt zou moeten worden. Het is in de apostolische tijd geen geneesmiddel (…) geweest, maar het was een teken waarvan de waarheid slechts een tijd geduurd heeft en het teken zelf was ook tijdelijk. Wat blijvend is, is het gebed. God heeft Zijn belofte met het gebed verbonden. De uiterlijke handeling (…) van de zalving was slechts bijkomend”.
Wonderen zijn, om zo te zeggen, aanhangels van de leer omtrent ons heil. Johannes Calvijn schreef: “daaruit volgt dat de heilige orde van God wordt omgekeerd als zij (= de wonderen) worden losgemaakt van het Woord waarbij zij behoren en zij worden meegesleurd om de goddeloze leer te versieren en om schandelijke gebruiken of rituelen te bedenken”.

God wil de ziekte niet.
Dat schreeuwden Tommy Osborn en zijn medewerkers. Zo hard mogelijk. En zo vaak mogelijk.
Heel wat mensen waren onder de indruk. Maar van herstel was geen sprake.

Tommy Osborn: hij is, wat mij betreft, een schoolvoorbeeld van iemand die de almachtige God voor zijn karretje wilde spannen.
De Here Jezus leerde ons: “Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of vrouw of broeders of ouders of kinderen heeft prijsgegeven om het Koninkrijk Gods, of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven”[8].
Wie de Heiland volgt, ontvangt in de kerk heel veel broeders en zusters.
Wie de Heiland volgt, ontvangt het uitzicht op eeuwig leven.
Die geloofskennis is voor de ware gelovige genoeg.

Noten:
[1]
In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/amerikaanse_evangelist_t_l_osborn_overleden_89_1_716383 .
[2] Zie hierover ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_Lee_Osborn .
[3] Zie: Willem Bouwman, “Geloof maakt het hele leven beter – in memoriam T.L. Osborn (1923-2013)”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 19 februari 2013, p. 2.
[4] Zie http://www.jaapfijnvandraat.nl/index.php?page=artikel&id=238 . Zie voor meer informatie over J.G. Fijnvandraat http://nl.wikipedia.org/wiki/Jaap_Fijnvandraat .
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer: P. Jongeling, “Woord en Wandel”. – Stichting Gereformeerd Gezinsblad, 1958. – p. 62, 63. Graag breng ik op deze plaats publiekelijk dank aan br. S. van Ackooij te Amersfoort. Hij attendeerde mij op de uiteenzetting van Jongeling over gebedsgenezing.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: I.A. Kole, “Toen de Kracht Gods op mij viel”. In: Gereformeerd Weekblad, jg. 108, nr 44 (16 november 2007), p. 4, 5 en 6. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012de1760d15992f8699fe42/toen-de-kracht-gods-op-mij-viel/7 .
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. W. Balke, “Het wonder in de Bijbel”. In: De Waarheidsvriend, jg. 95 nr 20 (18 mei 2007), p. 10 en 11. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012e4e4d3859b62587745b8a/het-wonder-in-de-bijbel/9 .
[8] Lucas 18:29 en 30.

Blog op WordPress.com.