gereformeerd leven in nederland

8 april 2020

De waarde van Gods Woord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In de Nederlandse samenleving wordt heel verschillend tegen de Bijbel aangekeken. Er zijn heel wat mensen die de Bijbel in het geheel niet interessant vinden. Anderen vragen zich af waarom de Bijbel ons moet voorschrijven hoe wij behoren te leven. Er zijn mensen die menen dat de Bijbel een verzameling menselijke gedachten over God is[1].
Laten wij blijven belijden dat de Bijbel het Woord van God is, en derhalve uiterst waardevol!

Het bovenstaande wordt in dit artikel belicht vanuit Mattheüs 26: “Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de overpriesters en zei: Wat wilt u mij geven, als ik Hem aan u overlever? En zij kenden hem dertig zilverstukken toe. En van toen af zocht hij een geschikte gelegenheid om Hem over te leveren”[2].

Dit stukje uit Christus’ lijdensgeschiedenis is een dieptepunt. Judas’ verradersloon is gelijk aan de prijs die iemand moet betalen, als zijn os de slaaf of slavin van iemand anders had gestoten en hierdoor heeft verwond. De meester van de slaaf krijgt als schadevergoeding dertig zilverstukken. Zilverlingen, zei men vroeger.
Judas jaagt Jezus de dood in. Voor dertig zilverstukken.
Er is wel gezegd dat dat weinig geld is. Maar er zijn ook exegeten die zeggen dat dat bedrag gelijkstaat aan 120 daglonen. Als dat klopt moest men er dus vier maanden voor werken[3]. Wat de waarde van die zilverstukken ook is – dit is regelrecht crimineel gedrag! En dat van de kerkleiders!

Maar dat criminele gedrag komt niet uit de lucht vallen.
Het wordt al aangeduid in Zacharia 11.
Het begin van dat Schriftgedeelte lijkt niet over Israël te gaan. Libanon, Basan – daar is het buitenland in beeld. Blijft Gods volk dan buiten schot? Nee, toch niet. Want daar stroomt opeens de Jordaan. Leest u maar even mee: “Open uw deuren, Libanon, opdat vuur uw ceders verteert. Weeklaag, cipressen, omdat de ceders gevallen zijn, omdat die machtige bomen verwoest zijn. Weeklaag, eiken van Basan, omdat het ondoordringbare woud is neergevallen. Hoor het gejammer van de ​herders, omdat hun pracht verwoest is. Hoor het gebrul van de jonge leeuwen, omdat de ​glorie​ van de ​Jordaan​ verwoest is”[4].
Krijgt Zacharia een visioen? Of is Zacharia 11 een beschrijving van concrete gebeurtenissen? De dingen die Zacharia moet doen lijken niet volledig uitvoerbaar te zijn.
Hoe dat ook zij – Zacharia moet een betaalde baan als schaapherder aannemen. De hoge God toont op die manier dat Hij afstand neemt van Zijn volk. In de Studiebijbel staat onder meer te lezen: “Hij stelt het gedrag aan de kaak van koningen die het volk verkochten als slachtschapen, schapen die verkocht werden voor de vleesmarkt of de tempeldienst en dus eigenlijk niet meer onder de hoede van de herder vielen. Het is een kwestie van dagen of uren voordat hun koper hen meeneemt en slacht (…). Het is na de verkoop van de kudde de taak van de koper, niet van de verkopende herder, om zijn koopwaar te bewaken. Wat een kudde moest zijn – en in Psalm 23 lieflijk bezongen wordt –, is verworden tot slachtvlees door toedoen van herders die zonder enig schuldbesef op winst belust zijn”.
En:
Zacharia schetst het beeld van “de uitbuitingen die Israël te doorstaan gekregen heeft in de geschiedenis: namelijk door Egyptenaren, Edomieten, Amorieten, Filistijnen, Amalekieten, Assyriërs en Babyloniërs. Heel vaak wordt het prijsgeven van Gods volk aan verschillende mogendheden omschreven als een gemakkelijke verkoop. Koningen kiezen doorgaans de makkelijke weg van verwaarlozing in plaats van het volk te verdedigen. Voor Zacharia bleef slechts slachtvee dat aan de schapenhandelaars toebehoort nog over om te weiden”.
Zacharia neemt twee herdersstaven ter hand. Die twee staven hebben een naam.
* De ene heet Lieflijkheid – vanwege Gods liefde voor Zijn volk
* De andere wordt Samenbinding genoemd – vanwege de samenvoeging van het tweestammenrijk en het tienstammenrijk.
Het gaat in Zacharia 11 behoorlijk tekeer!
Nota bene – de profeet roeit drie herders uit! Dat is een rigoureuze ingreep, zeg nu zelf. Een afkeer heeft Zacharia van hen. Een diepgewortelde aversie heeft de profeet tegen hen.
Het gaat nog verder.
Namens de Here breekt de profeet de staf Lieflijkheid stuk. Dat betekent nogal wat! Want daarmee wordt gezegd: de Here verbreekt het verbond met Zijn volk!
Pas als dat allemaal gebeurd is, informeert Zacharia naar zijn salaris. Wat is eigenlijk het loon dat hij als herder krijgt? “Toen hebben zij Mijn loon afgewogen: dertig zilverstukken”[5].
Dat is het werk van Zacharia waard.
Dat is het Woord van de Here waard.
Dat is het Woord van de God van het verbond waard.
Dertig zilverstukken – dat is een afkoopsom. Of het nu weinig geld is, of juist veel: met dit geld komen ze van Zacharia af. Dan zijn ze tenminste van al die onheilsboodschappen af.
Dertig zilverstukken – dat is het bedrag om van Gods Woord af te komen. Dan zijn ze tenminste van al die sombere profetieën verlost…

Dertig zilverstukken – in Mattheüs 26 wordt Jezus Christus voor dat bedrag afgedankt.
Misschien is het weinig geld. Dan wordt Jezus voor een schappelijk prijsje weggewerkt.
Misschien is het een behoorlijke som geld. In dat geval hebben de heren kerkleiders er heel wat voor over om van de Redder der mensheid af te komen!

Thans klemt uiteraard de vraag wat het Evangelie ons waard is. Er zijn allerlei gegevens in de Heilige Schrift die velen vandaag tamelijk hinderlijk vinden. Het geweld in het Oude Testament bijvoorbeeld. En het eenmalig offer van Jezus Christus bijvoorbeeld; de Rooms-katholieke eucharistieviering heeft toch ook wel iets… En teksten over de vrouw in het ambt bijvoorbeeld. Zo is er nog veel meer.
De geschiedenis van Judas Iskariot en de dertig zilverstukken bepaalt ons bij de waarde van het Evangelie van de Christus. Gods Woord is waar, van voor tot achter. Nee, het is niet cultuurbepaald. Nee, het is niet tijdgebonden.

Laten wij Psalm 12 maar nooit vergeten:
“Gods mond alleen spreekt woorden die niet falen,
zuivere woorden, onvervalst en klaar,
als zilver dat de smeltkroes zeven malen
gelouterd heeft. Al wat God spreekt is waar”[6].

Noten:
[1] Zie https://www.bijbelwoord.nl/waarom-zijn-er-verschillende-meningen-over-de-waarde-van-de-bijbel/ ; geraadpleegd op woensdag 1 april 2020.
[2] Mattheüs 26:15 en 16.
[3] Zie hierover Exodus 21:32: “Als het rund een ​slaaf​ of ​slavin​ stoot, moet de eigenaar aan zijn meester dertig ​sikkel zilver geven, en het rund moet gestenigd worden”. En ook https://christipedia.miraheze.org/wiki/Sikkel ; geraadpleegd op woensdag 1 april 2020.
[4] Zacharia 11:1, 2 en 3.
[5] Zacharia 11:12 b.
[6] Psalm 12:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 september 2019

Wij weten waar het naar toe gaat

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De HEERE zal ​Koning​ worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige”.
Dat zijn woorden uit Zacharia 14.

Wat is de achtergrond van deze woorden?
Een internetencyclopedie leert ons: “Perzië was in de dagen van Zacharia een grote wereldmacht. In 539 voor Christus had koning Kores de Joodse ballingen toestemming gegeven terug te keren naar het land Kanaän. De teruggekeerde Joden hadden een begin gemaakt met de herbouw van de tempel, maar door tegenstand van buitenaf was het werk gestagneerd (…). De profetische boodschappen van Haggaï en Zacharia waren een stimulans om het werk opnieuw ter hand te nemen en af te maken. Ze waren een bemoediging om door te gaan en te vertrouwen op Gods zegen”.

Wat is de boodschap van de profeet?
Deze wordt onder meer als volgt samengevat: “God zal voor zijn teruggekeerde volk zorgen. Hij geeft kracht om de tempel te herstellen en Hij zal er zijn zegen aan verbinden. God is een vergevend God, wie zich afkeert van de zonde kan op zijn genade rekenen”[1].
Wat staat er in Zacharia 14?
1.
Jeruzalem wordt ingenomen en geplunderd. En dat is geen zaak van een weekje, of zo. Zo van: we plukken de boel leeg, en daarna zijn we snel weer vertrokken. Het is echt een bezetting voor langere tijd.
En de vijand gaat onfatsoenlijk tekeer: de vrouwen worden nota bene verkracht!
Alle waardigheid sijpelt uit Jeruzalem weg.
Een uitlegger schrijft: “Sterker nog, zoals het in vroeger dagen ging, zal het ook nu weer gaan: zij worden in ballingschap gevoerd. In deze tijd zouden wij over deportatie, etnische zuivering of razzia spreken”[2].
Heel die mensonwaardige bende heeft warempel de goedkeuring van alle volken! In gezamenlijkheid trekken zij naar Jeruzalem op.
Stel je toch voor dat de Verenigde Naties een dergelijk besluit zouden nemen! Dat is toch onvoorstelbaar?
2.
Geen wonder eigenlijk dat in Mattheüs 24 zo nadrukkelijk staat: “Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! En ​bid​ dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een ​sabbat. Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal”[3].
De situatie is hopeloos. Hier is geen redden meer aan. Dit is wel zo ongeveer het einde.
Zou je denken…
3.
En dan… dan zet Jezus Christus, de Heiland, Zijn beide voeten op de Olijfberg!
Zijn komst is groots. En zeer indrukwekkend.
De Olijfberg splijt in tweeën. Spontaan ontstaat er een immens dal. Gewoon omdat Christus Zijn voeten op de berg zet! Is het niet verbijsterend?
4.
Het ontstaan van dat dal heeft niet het karakter van een onverwacht machtsvertoon. Integendeel. De splijting heeft een doel. Zo komt er namelijk een ontspanningsroute voor verdrukte gelovigen.
Alle volken hebben zich verenigd. En het lijkt gelukt om Jeruzalem er eindelijk onder te krijgen. Eindelijk is het uit met de kerk…
Zo lijkt het tenminste. Maar ’t is niet waar!
Er komt redding van bovenaf, uit de hemel!
5.
Nee, Christus’ komst gaat zeker niet onopgemerkt voorbij!
Het wordt donker. Bovendien wordt het ongelooflijk heet. Er is feitelijk geen onderscheid meer tussen dag en nacht. Gods oordeel is er voortdurend!
6.
Maar het feit dat Jezus Christus Zijn macht laat blijken is een zegen voor Jeruzalem. Voor de kerk is het een en al vreugde.
Er stroomt water naar de zee in het oosten, naar de Dode Zee. En er stroomt water naar het westen, naar de Middellandse Zee. De hemelse God laat overal Zijn invloed gelden!
En het wordt overal op aarde erkend: de God van hemel en aarde is Koning! Van de afgoden ziet niemand iets meer. Men komt ze nergens meer tegen. Ze hebben voor niemand betekenis meer. Zij zijn nu voor iedereen van nul en generlei waarde!

In verband met Zacharia 14 zei een voorganger uit de kring van de baptisten eens: “Het is zoals iemand eens een Joodse rabbi vroeg: Wat gaat u zeggen als u de Messias mag ontmoeten? De rabbi antwoordde: ‘Ik zal Hem vragen of Hij hier al eerder is geweest’. Wij weten het antwoord, Hij is de gekruisigde en opgestane Heer, die zal komen als Koning voor Zijn volk Israël. En daarom zal iedere christen Koningsgezind -met een hoofdletter- behoren te zijn”[4].

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant T.H. Meedendorp (1901-1982) die in een preek over Zacharia 14 de lijn doortrok. En het werd een lange lijn. Hij trok die als volgt.
“Het is duidelijk, gemeente, dat de profeet hier vooruitgrijpt – zoals veelal – naar de grote toekomst van het eeuwige, nieuwe Jeruzalem. Te dien dage. Want ook vandaag is Zacharia’s profetie nog niet ten volle vervuld”.
En:
“…in het nieuwe Jeruzalem zal geen huichelaar meer zijn. Want buiten zullen zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders en de doodslagers, de afgodendienaars, en een ieder, die de leugen liefheeft en doet. (…) Mensen die de schone naam van christen dragen, maar in wier hart de goddeloosheid heerst. Wij kennen ze wel niet, maar de Heere kent ze wèl en haalt ze eruit”.
En:
“In het nieuwe Jeruzalem met zijn twaalf poorten van parelen, met zijn straten van goud. Met de palmtakken der overwinning in de handen van de ontelbare schare. En daarbuiten alles wat vuil is en zondig en onrein.
Het nieuwe Jeruzalem is het wijde vergezicht van allen, die hier door het geloof gejaagd hebben naar heiligmaking in dagelijkse bekering, zonder welke niemand de Heere zien zal.
Het nieuwe Jeruzalem, de grote toekomst te dien dage voor allen, die hier op iedere plaats, waar God hen stelde, hebben gezien door het geloof: den Heere heilig – toegewijd. Voor allen, die het hier hebben geleerd de Heere te dienen – met veel gebreken en zwakheden, zeker – maar tevens oprecht in dagelijkse heiliging van het leven.
Het nieuwe Jeruzalem – de grote toekomst, waar alle onheiligheid en onvolkomenheid in het dienen van de Heere zal zijn weggedaan. Waar engelen en zaligen hun stem zullen verenigen in het loflied: heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen, de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol”[5].

Wij kijken naar een wereld vol onrecht.
Wij kijken naar een wereld vol oorlog; als het geen ‘gewone’ oorlog is, dan is het wel een handelsoorlog.
En soms denken we wellicht: waar gaat het naar toe met de wereld? En vooral – waar eindigt dit allemaal?
Welnu, dat weten we wel.
Zacharia 14 vertelt het ons!

Noten:
[1] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/Z/Zacharia_(bijbelboek) ; geraadpleegd op maandag 26 augustus 2019.
[2] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/415/zacharia-deel-17-christus-wederkomst-14-1-7 ; geraadpleegd op maandag 26 augustus 2019. Ook in het onderstaande maak ik van deze internetpagina gebruik.
[3] Mattheüs 24:19, 20 en 21.
[4] Geciteerd van https://peterhartkamp.weebly.com/uploads/6/0/2/8/60280995/preek_zacharia_914_maranatha.pdf ; geraadpleegd op maandag 26 augustus 2019.
[5] De citaten komen uit een preek over Zacharia 14:20 en 21. De preek is gedateerd op zondag 5 oktober 1980.

13 februari 2019

Niet door kracht of geweld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Demonstreren is een recht.
Er is vrijheid van vergadering en betoging, heet dat in Nederland.
“1.
Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2.
De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden”[1].

Kortom – als u het ergens niet mee eens bent, is het toegestaan om de barricaden op te gaan. Als u dat gaat doen is het raadzaam contact te zoeken met de media. Want dan krijgt u aandacht. De zaak waarvoor u staat wordt, naar het lijkt, in een paar minuten uiterst belangrijk gemaakt. Welk een vreugde is uw deel!

Ziet wat in een dergelijke samenleving geschieden kan!
Voor u ’t weet staan er op het Malieveld in Den Haag duizenden scholieren te demonstreren omdat zij vinden dat de regering te weinig daadkrachtig is als het gaat om maatregelen in het kader van de klimaatverandering.
Zoals afgelopen donderdag, 7 februari.
Die jonge demonstranten kregen ook nog een koosnaampje: klimaatspijbelaars. Leuk hoor.

Opiniëren en meningen ventileren is vandaag de dag niet zelden theater. De mensen vermaken zich ermee.
En och, met een beetje goeie wil heb je zo een theaterzaal vol. Niet dan?
Trouwens – talkshows ontvangen maar wát graag vertegenwoordigers van de gefrustreerde burgerij. Dat helpt voor de kijkcijfers, moet u weten.

Wat moeten onze Gereformeerde jongeren hiermee?
En wat moeten Gereformeerde ouderen hiermee?
Lopen we met z’n allen een beetje achter?
Hebben we in Gereformeerd Nederland te maken met een ongewenst soort collectieve dommigheid?

Laten wij elkaar vandaag eenvoudig wijzen op een heel bekende tekst uit Zacharia 4.
U kent ‘m vast.
“Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE van de legermachten”[2].

Zacharia, de woordvoerder van God, heeft – zo schreef ik al eens – als kernboodschap: de wereld moet nieuwe kracht krijgen door de energie van Gods Heilige Geest[3].

Iemand gaf over Zacharia 4 onder meer de volgende uitleg: “Zerubbabel heeft de tempel gegrondvest, hij zal hem ook voltooien (…). De berg van moeiten waartegen hij opziet, zal tot een vlakte worden. Maar hij moet niet denken dat het moeilijke werk van de tempelbouw afhankelijk is van ‘kracht of geweld’. Dat zijn de instrumenten van de mensen die geen andere mogelijkheden hebben dan de macht van het grote getal, de sterke vuist, de samenbundeling van menselijke capaciteiten. Dat is de armoede van het ongeloof. Dat ongeloof had de tempelbouwers in Jeruzalem ook in zijn greep. Maar de HERE spreekt een verlossend woord ‘door mijn Geest’!”[4].

Wie nauwkeurig leest en luistert, hoort hier overigens al een paar tonen van het Pinksterevangelie uit Handelingen 2. Hoort u maar: “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren”[5].
Waar de Heilige Geest actief is, komt er actie – in en buiten de kerk!

Hoe dat zij – in Zacharia 4 gaat het over de energie die in de tempelbouw gaat zitten.
En de achterliggende vraag is: waar halen Gods kinderen hun energie vandaan?
Het antwoord is helder: de Heilige Geest stuurt hen aan.
Het zit ‘m niet vast op menselijke dynamiek. Het zit ‘m niet vast op megafoons of retoriek. Het zit ‘m niet vast op het doordacht gebruik van allerlei degelijk instrumentarium.

Gereformeerde jongeren geven een boodschap af als zij niet op het Malieveld gaan staan. Namelijk deze: wij geloven niet in de macht van het getal. Oftewel: een doel is niet pas de moeite waard als je er met veel mensen voor gáát. De macht van de meerderheid levert lang niet altijd goede resultaten op.

Die klimaatspijbelaars van hierboven komen in actie omdat zij, naar het schijnt, denken dat de wereld ten onder gaat. ‘Red de aarde’, roepen zij. ‘Voor ons. En voor de kinderen die wij weer krijgen’. En vooral: ‘Laten politici daadkracht tonen’.
Maar Gereformeerde jongeren mogen zeggen: de Here heeft de wereld in de hand; met alles wat daarin en erop is. Hij is erbij, vanaf het begin. Dat blijkt ook uit Genesis 1: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de ​Geest van God​ zweefde boven het water”[6].

De jongeren op het Malieveld in Den Haag wilden gehoord worden.
Want zij willen leven. Zo lang mogelijk en zo comfortabel mogelijk.
Ach – dat willen wij allemaal wel.
En laten we ’t elkaar maar zonder terughoudendheid voor houden: “En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets”.
Dat is Openbaring 22 – jazeker[7]. Gods Geest blijft actief. Tot in lengte van dagen.

Zacharia 4 spreekt de waarheid, en niets dan de waarheid: “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest”.
De HEERE van de legermachten zegt het Zelf.
Ook vandaag.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvkl1oucfq6v2/vgrnbkb31dzy ; geraadpleegd op donderdag 7 februari 2019.
[2] Zacharia 4:6.
[3] Zie hierover ook mijn artikel ‘De twee getuigen’, hier gepubliceerd op donderdag 20 juli 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/07/20/de-twee-getuigen/ .
[4] Geciteerd van https://www.holyhome.nl/bijbelstudie-442.html ; geraadpleegd op donderdag 7 februari 2019.
[5] Handelingen 2:17 en 18.
[6] Genesis 1:1 en 2.
[7] Openbaring 22:17.

14 december 2018

De Here voltooit Zijn werk

Psalm 138 leert ons danken.
Psalm 138 leert ons de majesteit van God te erkennen.
Psalm 138 leert ons op God te vertrouwen.

David, de dichter van deze psalm, wijst erop dat zelfs koningen dat zullen doen:
“Alle koningen van de aarde zullen U loven, HEERE,
wanneer zij de woorden uit Uw mond gehoord hebben.
Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE,
want de heerlijkheid van de HEERE is groot”[1].
Dus –
* de koningen zullen hun bewondering laten blijken. De machthebbers van deze wereld erkennen dat de God van hemel en aarde oppermachtig is.
* de koningen zullen God prijzen. Of zij nu willen of niet. Zij kunnen niet om de Heer van de kosmos heen.

Dat laatste komen wij in de Bijbel wel vaker tegen.

Laten wij elkaar wijzen op Zacharia 14.
Daar gaat het over de dag waarop de Here openlijk de heerschappij opeist. Die heerschappij levert Hij ook niet meer in.
Wat gebeurt er?
Alle heidenvolken trekken Jeruzalem binnen.
Het lijkt wel alsof de Heer van hemel en aarde plotseling toch de onderliggende partij is. De huizen worden geplunderd en de vrouwen verkracht.
Wat die heidenvolken niet beseffen, en eigenlijk ook niet willen weten, is dat zij instrumenten van de Here Zelf zijn.
Het oordeel van God over Zijn volk is zwaar om te dragen
Maar als de Heerser van hemel en aarde in eigen Persoon verschijnt, staan de zaken eensklaps heel anders.
Kijkt u maar: “Op die dag zal het geschieden dat het kostbare licht er niet zal zijn, evenmin de dikke duisternis. Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden. De HEERE zal ​Koning​ worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige”[2].
En:
“Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: heilig voor de Heere. En de ​potten​ in het huis van de HEERE zullen zijn als de sprengbekkens voor het ​altaar. Ja, al de ​potten​ in Jeruzalem en in Juda zullen voor de HEERE van de legermachten ​heilig​ zijn, zodat allen die willen ​offeren, zullen komen en ervan nemen om erin te koken. Op die dag zal er geen ​Kanaäniet​ meer zijn in het huis van de HEERE van de legermachten”[3].
Zacharia 14 vertelt ons dus ook: er komt een moment dat alles en iedereen voor de Machthebber van het ganse universum moet buigen.
David beschrijft in Psalm 138 geen gelukkig incident.
Nee, hij blijft blijmoedig op de door God getekende lijn van de heilshistorie!

David eindigt het door hem gecomponeerde kerklied met woorden die een combinatie zijn van een juichkreet en een gebed:
“De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien;
Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig;
laat de werken van Uw handen niet los”[4].
Een uitlegger noteert daarbij: “Bovenstaande boodschap klinkt bekend voor christenen die zichzelf als Gods werk mogen zien (…), in wie Christus een goed werk is begonnen dat Hij op een dag zal afmaken (…). Zij beseffen Gods aandacht voor wie nederig is (…) en de hoogste Koning erkent. Ook bidden zij met de psalmist voor elke regering op deze aarde”[5].

De Here God heeft ons leven, en de gang daarvan, al heel lang voorbereid. Hij weet precies wat Zijn kinderen voor Hem kunnen en moeten doen. Hij geeft hen de gaven ervoor. Hij reikt hen de materialen aan.
Om het met Paulus in Efeziërs 2 te zeggen: “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[6].

Psalm 138 is een psalm die wonderwel in deze tijd past.

De mensen zeggen: och, je moet toch een beetje hoop houden…
Dat zeggen ze – bijvoorbeeld – tegen iemand die graag zwanger wil worden, maar bij wie dat steeds niet lukt.
Dat zeggen ze – bijvoorbeeld – ook tegen iemand die in een herstelperiode zit na een ernstige beenbreuk: je moet toch een beetje hoop houden op verdere beterschap.
Maar wat als de realiteit anders is?
Wat als er nimmer een zwangerschap komt?
Wat als iemand er, vanwege allerlei handicaps, rekening mee moet houden dat de mobiliteit van vroeger op aarde nooit meer helemaal terug zal komen?
Wat als je blijvend psychisch beschadigd bent door allerlei gebeurtenissen in het verleden? Wat als je dat in jouw leven meedraagt en die gebeurtenissen bijna dagelijks in je herinnering terug komen?
Is de situatie dan hopeloos en ellendig?
Nee. Voor gelovige mensen niet. Zeker niet.
Want God maakt Zijn werk af. David is niet de enige die dat zegt. De apostel Paulus schrijft in het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de christenen in Philippi: “Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van ​Jezus​ ​Christus”[7].
En weet u nog wat Maria, de moeder van Jezus, zingt in haar lofzang nadat de geboorte van Jezus is aangekondigd? Zij zingt:
“Mijn ziel maakt de Heere groot,
en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker,
omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken”[8].
Nou ja…, je moet toch een beetje hoop houden. Zo zeggen de mensen dat.
In de kerk ben je niet de enige die hoop heeft. In de kerk kijk je naar de toekomst, naar de tijd die komt. Nee, niet alleen maar naar de volgende jaren, als de aardse dingen misschien nog wat beter worden. Maar naar de dag van Christus – Zijn speciale dag.
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig!
Dat weten we zeker.
Daar brengt niemand ons van af.
Dat praat niemand uit ons hoofd.

En daarom mogen wij ook bidden: Here, maak uw werk maar snel af; want als u uw werk voltooid hebt, komt er een prachtige nieuwe tijd aan!
Dat bidden we niet omdat wij onzeker zijn over het doel van ons leven.
Nee, wij willen graag dat Christus terugkomt – zo snel mogelijk!

Psalm 138 is een psalm voor deze tijd.
Maar Psalm 138 is ten diepste ook een psalm voor alle periodes van de wereldgeschiedenis.
Sinds David hebben ontelbaar veel kinderen die psalm gezongen. Door alle tijden heen. Eeuw in, eeuw uit.
‘De Here zal Zijn werk voltooien’, zong David. Zacharia profeteerde erover. Paulus schreef: God is al sinds mensenheugenis aan het werk. Maria zong: van nu af aan zal de hele wereld over mij spreken. En dat klopt – Maria is de moeder van onze Heiland.

In de kerk kijken we naar de tijd die komt.
Samen met David.
Samen met Zacharia.
Samen met Paulus.
Samen met Maria.
Samen met nog heel veel anderen!

Noten:
[1] Psalm 138:4 en 5.
[2] Zacharia 14:6-9.
[3] Zacharia 14:20 en 21.
[4] Psalm 138:8.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 138.
[6] Efeziërs 2:10.
[7] Philippenzen 1:6.
[8] Lucas 1:48.

26 november 2018

Waarheid en vrede volgens Zacharia

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De waarheid – die willen we graag horen in een wereld vol leugens.
Vrede in de wereld – die willen we allemaal wel.

Maar sinds de zondeval is dat eigenlijk niets nieuws.
De Oudtestamentische profeet Zacharia had het er al over.

Zacharia – wie was dat?
Een toelichting in drieën.
1.
In de Willibrordvertaling staat: “De profeet Zacharia is een tijdgenoot van Haggai, met wie hij een tijdlang heeft samengewerkt. Hij treedt op als profeet van 520 tot 518 voor Christus. In 520 is het bijna twintig jaar geleden dat de eerste groepen Joodse ballingen uit Babel zijn teruggekeerd. Op het aanvankelijke enthousiasme volgt al vlug een moeilijke periode. Er ontstaat rivaliteit tussen de teruggekeerden en degenen die gebleven waren. De politieke en economische situatie is nog erg wankel. Er is weinig geld, terwijl er voor heropbouw juist veel geld nodig is. De tempel, het symbool van vrede en welzijn, ligt nog steeds in puin. Hij moet dringend worden heropgebouwd. Hiervoor zetten de profeten Zacharia en Haggai zich in. Zij sporen het volk en hun leiders aan deze essentiële taak aan te vatten. Zij vinden gehoor bij de gouverneur Zerubbabel en bij de hogepriester Jozua, zodat met de werken wordt begonnen. De nieuwe tempel zal Gods vrederijk op aarde inluiden”[1].
2.
In een christelijke encyclopedie lezen we: “Er zijn geleerden, die de hoofdstukken 1 t/m 8 aan Zacharia, de zoon van Berechja, de tijdgenoot van Haggaï, omstreeks 520 vóór Christus levend, toeschrijven, de hoofdstukken 9-11 echter aan een ons onbekende tijdgenoot van de profeet Hosea, levend omstreeks 750 vóór Christus de hoofdstukken 12-14 tenslotte aan een ons evenzeer onbekende tijdgenoot van koning Jojakim, omstreeks 600 vóór Christus.
Anderen houden staande, dat het gehele boek van één schrijver is, te weten van Zacharia…”[2].
De datering van Zacharia’s profetie is dus met enkele onzekerheden omgeven.
3.
In Mattheüs 23 spreekt Jezus over “het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het ​altaar”. Deze woordvoerder van God is dus vermoord. Een treurig einde van een profetisch bestaan!

Zacharia 8 is het hoofdstuk der zegeningen.
Tien zegeningen, om precies te zijn[3].
In dit artikel gaat het met name om de zevende zegen.
Die luidt als volgt: “Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Zoals Ik Mij had voorgenomen u kwaad te doen, toen uw vaderen Mij zeer toornig maakten, zegt de HEERE van de legermachten, en Ik er geen ​berouw​ over gekregen heb, zo heb Ik Mij in deze dagen opnieuw voorgenomen goed te doen aan Jeruzalem en aan het ​huis​ van Juda. Wees niet bevreesd! Dit zijn de dingen die u doen moet: spreek de waarheid tegen elkaar, oordeel naar waarheid in uw ​poorten​ met een oordeel dat de ​vrede​ dient, bedenk in uw ​hart​ geen kwaad tegen elkaar en heb een valse eed niet lief, want dit alles is iets wat Ik haat, spreekt de HEERE”[4].

De Here heeft Zijn volk gestraft. Het verval van de eredienst en godsdienstige nonchalance zijn niet zonder gevolgen gebleven. De Here had zich voorgenomen om Zijn volk te tuchtigen. Aldus deed Hij.
Maar in Zacharia 8 staan de zaken anders. De Here heeft een nieuw voornemen. Een ander plan. Zijn genade en Zijn trouw zullen weer op de voorgrond treden.
Zo gaat het vaker. Bijvoorbeeld in Jeremia 31: “Dan zal het gebeuren, dat Ik ten aanzien van hen zal waken om te bouwen en te planten, zoals Ik ten aanzien van hen gewaakt heb om weg te rukken en af te breken, om omver te halen en te vernielen, en hun kwaad aan te doen, spreekt de HEERE”[5].
Wat is, ten principale, de situatie in Zacharia 8?
Menselijke ontrouw staat in schrille tegenstelling met Gods verbondstrouw.
Verbondstrouw – jazeker, daar gaat het in Zacharia 8 over.

De deelnemers aan dat verbond – de bondelingen, noemde men hen vroeger – hebben ook verplichtingen: “Dit zijn de dingen die u doen moet: spreek de waarheid tegen elkaar, oordeel naar waarheid in uw ​poorten​ met een oordeel dat de ​vrede​ dient, bedenk in uw ​hart​ geen kwaad tegen elkaar en heb een valse eed niet lief, want dit alles is iets wat Ik haat, spreekt de HEERE”.

Het is duidelijk: het steekt voor kerkmensen nauw.
Ook in 2018.
Want God verbreekt het verbond met Zijn kinderen niet!

Maar de Here is in Zacharia 8 niet alleen maar strak en streng. Hij biedt ook troost.
Zijn blijde Boodschap klinkt: “Zo zegt de HEERE van de legermachten: Het ​vasten​ in de vierde, het ​vasten​ in de vijfde, het ​vasten​ in de zevende en het ​vasten​ in de tiende maand, zal voor het ​huis​ van Juda worden tot vreugde, tot blijdschap en tot vreugdevolle feestdagen. Heb dan de waarheid en de ​vrede​ lief!”[6].
Met andere woorden –
vastendagen veranderen in feestdagen. De Here zegt tegen Zijn volk: geniet maar van Mij, en van Mijn gaven; eet er maar goed van!
Dat zegt Hij vandaag niet alleen tegen Joden.
Christenen uit de hele wereld mogen weten: de meest liefdevolle Heerser van heel de kosmos bouwt vlijtig aan de kerk. Laten we het ons maar weer eens realiseren: vanuit alle hoeken van de wereld brengt de barmhartigste Monarch ter wereld de bewoners van Zijn koninkrijk bij elkaar!
Dat hebben de mensen die in Zacharia 8 naar Gods woordvoerder luisterden niet kunnen bedenken. Maar het is wel de werkelijkheid, ook in de eenentwintigste eeuw[7].

Al met al is de opdracht van de kerk onderhand wel helder:
* proclameer de waarheid
* houdt vrede onder elkaar!
Dat moet gebeuren in een wereld waarin nepnieuws een grote rol speelt.
Dat moet gebeuren in een wereld die vooral gericht is op influencers; mensen die nadrukkelijk aanwezig zijn op social media, met een publiek dat graag naar hen luistert. En als u geen influencer bent? Dan bent u niet interessant. Zo simpel is dat.
Die boodschap moet gebracht worden in een wereld vol egocentrisme en individualisme.
En nee, de kerk gebruikt geen spandoeken, petities of snelwegblokkades.
De kerk houdt, als het er op aan komt, maar één boek bij de hand: Gods Woord. Dat is genoeg. Meer dan genoeg.
Immers – “louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt”[8].
Daarom is het kerkelijk adagium, ook vandaag:
“houd dan, hoe het ook ga,
uw tong in toom, pleegt geen verraad.
Maar doe het goede, haat het kwaad
en jaagt de vrede na”[9].

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Zacharia_(profeet) ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[2] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Zacharia ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[3] Men kan het hoofdstuk als volgt indelen. Verzen 1-2: de eerste zegen; 3: de tweede zegen; 4, 5: de derde zegen; 6: de vierde zegen; 7, 8: de vijfde zegen; 9-13: de zesde zegen; 14-17: de zevende zegen; 18,19: de achtste zegen; 20-22: de negende zegen; 23: de tiende zegen. Zie hiervoor ook https://www.oudesporen.nl/Download/OS2170.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[4] Zacharia 8:14-17.
[5] Jeremia 31:28.
[6] Zacharia 8:19.
[7] Zie hierover ook https://holyhome.nl/dhs-038.html ; geraadpleegd op dinsdag 20 november 2018.
[8] Dit zijn regels uit Psalm 25:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Dit zijn regels uit Psalm 34:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 juli 2017

De twee getuigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Openbaring 11 is, in zekere zin althans, een triomfantelijk hoofdstuk.
“En na die drieënhalve dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen”[1].
Openbaring 11 is een hoofdstuk van opstanding, van triomf van God, van vreugde voor Gods kinderen, van heerlijke continuïteit in de wereld!

We horen van twee profeten.
Van evangelisten, feitelijk.
Het is zonneklaar: Gods Woord gaat de wereld over. Onomkeerbaar. Onweerstaanbaar. Niemand kan het Evangelie tegenhouden. De echo van de woorden van God zal in alle gewelven klinken. Het geluid van genadeverkondiging klinkt werkelijk overal. Van kasteel tot krot!

Ja, die twee getuigen zullen allerlei profetieën uitspreken.
Maar er is ook een andere kant.
Want de evangeliepredikers zullen met een zak bekleed zijn. Het zal heel duidelijk wezen: die profeten zijn in de rouw. En ze roepen ook de mensen in hun omgeving op om in de rouw te gaan.
Het is, zo zullen de twee getuigen tonen, tijd voor diep verdriet. En voor bekering!

Ten diepste is er maar één manier om uit die cirkel van rouw, verdriet, instorting en ondergang te komen: de wereld moet nieuwe kracht krijgen door de energie van Gods Heilige Geest.
In Openbaring 11 gaat het over olijfbomen en kandelaren. Dat ‘plaatje’ kennen we uit Zacharia 4: “Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een ​kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende ​lampen​ met telkens zeven toevoerbuisjes aan de ​lampen, die daarboven zitten,
met twee olijfbomen ernaast, een aan de rechterkant van het olievaatje en een aan de linkerkant ervan”[2].
En:
“Dit is het woord van de HEERE tot ​Zerubbabel:
Niet door kracht
en niet door geweld,
maar door Mijn Geest,
zegt de HEERE van de legermachten”[3].

Naar aanleiding van Zacharia 4 schreef ik al eens: “De Heilige Geest draagt er zorg voor dat ons een licht opgaat. Nee, niet een lichtje. Het is een groot licht.

De goede uitleg van de Heilige Schrift kunnen wij alleen maar geven als Gods Geest in ons leven actief is. Daarom wordt 2 Petrus 1 ook afgesloten met de woorden: ‘Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’.
Zacharia spreekt Gods Woord. Daar draait alles om!”[4].

Terug naar Openbaring 11.
Het profeteerwerk heeft grote gevolgen. God komt met Zijn oordeel! De vijanden vinden de dood.
Het water wordt bloed. De aarde wordt geplaagd. Ja geplaagd: de gebeurtenissen doen sterk denken aan de tien plagen waarover we lezen in Exodus 7 en volgende.

Als het Evangelie overal op de wereld geproclameerd is, zal de antichrist de twee getuigen om het leven brengen.

Laten we er op letten: het Woord van de Here heeft, op het moment van de dood van de Godsgetuigen, in alle hoeken en gaten van de wereld geklonken. Iedereen heeft er van gehoord. Alle wereldburgers weten er van. Niemand kan zeggen: ik heb het niet geweten.
Dat betekent ook iets anders.
Dat houdt namelijk in dat de God van hemel en aarde de regie heeft. Nee, er wordt niet met het leven van de getuigen afgerekend als zij – om maar eens iets te noemen – nog maar halverwege hun profeteerwerk zijn. Nee, de antichrist krijgt pas de ruimte voor een afrekening in het criminele circuit als zij hun ‘evangelisatiewerk’ geheel voltooid hebben.

En dan is het einde daar.
De getuigen van God zijn om het leven gebracht.
Het Evangelie gaat ten onder.
Het is over en uit met de wereld.
Althans, daar lijkt het op.
Zo ziet het er uit.
Maar niets is minder waar.

Want de twee getuigen staan weer op!

De beide getuigen van God worden uitgenodigd om in de hemel te komen.
‘Kom maar naar boven! Kom deze kant maar op!’.
De hele wereld schrikt ervan.

De tegenstanders van God kijken elkaar geschokt aan. ‘Wat gaan we nu beleven?’. Verbijsterd zijn die vijanden van God! Er was toch met die beide evangelisten afgerekend? Die Godsgetuigen waren toch dood? Daar zouden ze toch geen last meer van hebben?
Hoe kan dit nu toch gebeuren?
De hele wereld staat met open mond toe te kijken!

Openbaring 11 geeft de kerk een geweldige troost.
Want de God van het verbond overwint.
In Openbaring 11 blijkt dat omdat de profetie niet te stoppen is.

In onze tijd lijkt evangelisatiearbeid bijna onbegonnen werk. Gods Woord is aan dovemansoren gericht. Natuurlijk: saamhorigheid is een groot goed. En nou ja, religie mag best.
Gods beloften zijn mooi. Wereldburgers van nu houden niet van pessimisme, maar van perspectief. Maar zeg niet dat er in het verbondsverkeer, waar Gereformeerde kerkmensen het vaak over hebben, ook eisen worden gesteld.
Eisen? Kom nou toch!
Wij leven in een wereld waarin, naar men zegt, slechts twee dingen moeten:
* je moet naar het toilet
en:
* je moet belasting betalen.
Maar verder? Zeg niet dat de kerk eisen stelt. Ga niet beweren dat de voortgaande prediking van het Evangelie van het grootste belang is. Zeg niet dat je je bekeren moet. Want, zo vinden, overdrijven is een vak en vrijblijvendheid is een must. Bovendien moet het wel een beetje vriendelijk en vrolijk blijven in de kerk.
Met eisen moet je niet aankomen.

Maar in de kerk weten wij het: wij moet heel Gods Woord proclameren. En dus niet alleen de leuke dingen daaruit.

Het is ernst!
Het is voor of tegen!
Het is een kwestie van leven of dood!

Misschien bekruipt u, geachte lezers, dat gevoel ook wel eens. Dat gevoel dat Gereformeerden te zwaar op de hand zijn.
Laat ik het maar gewoon opschrijven: dat gevoel is niet goed.
Openbaring 11 spreekt ons van een ernstige zaak.
Openbaring 11 is geen hoofdstuk van het type: ach, we zullen het wel eens zien.
Integendeel – Openbaring 11 stimuleert ons om op Gods weg te blijven.
En wij mogen het vertrouwen hebben dat Gods Heilige Geest ons leiden zal. Tot in de eeuwigheid!

Noten:
[1] Openbaring 11:11.
[2] Zacharia 4:2 en 3.
[3] Zacharia 4:6.
[4] Zie mijn artikel “De toekomstvisie van Zacharia” ; hier gepubliceerd op woensdag 28 januari 2015. Te vinden via https://bderoos.wordpress.com/2015/01/28/de-toekomstvisie-van-zacharia/ . Het geciteerde Schriftwoord staat in 2 Petrus 1:20 en 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.