gereformeerd leven in nederland

5 december 2017

Boven het dilemma uit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Je hebt van die mensen die een abonnement lijken te hebben op ziekenhuizen, op artsen en op therapeuten.

Een voorbeeld.
Zij: een hersentumor. Ze overlijdt binnen een maand of drie. Hij: prostaatkanker; een paar jaar later blijkt hij een ontsteking aan het hartzakje te hebben. Daarnaast wordt chronische leukemie bij hem geconstateerd. Hij heeft trouwens ook nog een liesbreuk.
De kinderen die er omheen staan kunnen de stress maar moeilijk aan. Er heerst onbegrip en ruzie.

In de medische wetenschap is steeds meer mogelijk. Wij worden ouder. Maar dat alles heeft zijn prijs. Kwalen en ziekten zijn voor velen aan de orde van de dag.
En wie denkt er soms niet: dat en dat gezin krijgt wel heel veel te verwerken…?

Laten wij elkander wijzen op Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus. Ik doel op deze woorden: “Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven”[1].

Dat klinkt prachtig.
Maar wie overlijdt, laat bijna altijd mensen achter. Dat is verdrietig. De achterblijvers worden eenzamer. Dat verdriet slijt wel een beetje. Maar die eenzaamheid is bij tijd en wijle bijna wurgend. En ja – iemand die op een ziekbed ligt, heeft dat soms scherp voor ogen.

Voor de zieke in kwestie is er echter het uitzicht op de hemel. Hij weet dat hij in een schitterende woongemeenschap terecht komt. Met Christus, namelijk.

En zo is er dat dilemma:
* u wilt geen afscheid nemen van mensen en dingen op aarde
* u wilt naar Christus toe; want leven met Hem is het mooiste dat er is.

Dat dilemma is, bij wijze van spreken, al zo oud als de weg naar Rome. Paulus had het er in Philippenzen 1 al over: “Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst. Maar blijf ik leven in het vlees, dan betekent dit voor mij vruchtbaar werk; en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik word door deze twee gedrongen: ik heb de begeerte om heen te gaan en bij ​Christus​ te zijn, want dat is verreweg het beste, maar in het vlees te blijven is noodzakelijker voor u”[2].

Paulus kiest niet.
En hij hoeft geen keuzes te maken.
Ook wij hebben niks te kiezen.
De Here leidt ons leven. Dan komt het altijd goed.

In Philippenzen 1 staat overigens niet Paulus centraal. Het is Christus die de koers bepaalt.
Dat mogen ook wij belijden, in 2017. In de gewone dingen van het leven. In de bezigheden van alledag.
Het is belangrijk om te zien dat Christus ons perspectief is. Wij zien op Hem. Als wij beslissingen nemen, doen we dat – als het goed is – met het oog op het feit dat we in de toekomst gaan samenwonen. In de hemel, namelijk; met de God van het verbond. Zelfs als besloten moet worden dat het noodzakelijk is om het aardse leven los te laten, dan weten we: de deur naar de toekomst is open.
Dat mogen en moeten we tegen elkaar zeggen.

Dat spreken we uit in een wereld die een heel ander perspectief ziet. Een vrouwelijke bestuurder in de zorg zei onlangs: “Maar ik ken mensen die echt zwaar lijden aan het leven. Met alle checks and balances moet het wat mij betreft dan mogelijk zijn ze te verlossen van wat ze zelf ondraaglijk vinden. Mocht blijken dat het een aanzuigende werking heeft, dan moet je niet doordenderen. Vraag je dan af: is dit wat wij hebben bedoeld? Moeten we niet bijstellen?”[3].

Wat hebben wij bedoeld? Moeten wij ons beleid niet bijstellen? Dat zijn de belangrijkste vragen in de zorg, vandaag.
In de kerk beginnen we met de vraag: wat is Christus’ bedoeling met ons leven? En wij realiseren ons: Hij hoeft Zijn volmaakte beleid niet bij te stellen.

Maar wat doe je dan als er veel pijn geleden wordt? Wat doe je bij benauwdheid? Wat doe je als de dokter niet meer weet welke medicijnen hij geven moet?
Dan kun je iemand in kunstmatige slaap brengen. Palliatieve sedatie, noemen we dat. Het bewustzijn wordt verlaagd. Het leven wordt niet verkort. Er worden medicijnen gegeven om de klachten te bestrijden, niet meer.
Aldus nemen we het tijdstip van het sterven niet in eigen hand[4].

Paulus heeft bij het schrijven van Philippenzen 1 de begeerte om bij Christus te zijn.
Dat verlangen mogen wij ook hebben.
En nee, dat is dan geen mystieke zaak, of zo. Die begeerte mogen de kerkleden samen koesteren. De apostel schrijft: “Want ik weet dat dit mij tot zaligheid strekken zal, door uw ​gebed​ en de ondersteuning van de Geest van ​Jezus​ ​Christus, overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, ​Christus​ ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood”[5].
En:
“En dit vertrouw en weet ik dat ik zal blijven leven en bij u allen zal blijven tot uw vordering en blijdschap van het geloof, opdat uw roemen in ​Christus​ ​Jezus​ overvloedig is door mij, door mijn hernieuwde aanwezigheid bij u”[6].

Als het over deze dingen gaat, mogen en moeten wij samen naar de Here gaan. Wellicht komen er dan alleen wat stamelende gebeden. Laten wij dan beseffen dat de Geest van Christus onze gebeden ondersteunt.
Zo wordt de Heiland groot gemaakt. Of wij nu op aarde leven, of in de hemel ons bestaan hebben – altijd glorieert de God van het verbond.

Bij dat alles is één ding zeker: ons zondige leven sterft langzaam af. En er komt een moment dat de God van hemel en aarde Zijn kinderen meeneemt naar de doorgang van het eeuwige leven.  Dan zal Hij zeggen: “…over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer”[7].
Dan zijn checks and balances niet meer aan de orde.

Het bovenstaande geschreven hebbende, denk ik aan die zoon die in april 2010 bij het sterfbed van zijn moeder zat. Beiden waren zij kinderen van God.
“Als ik je hier niet meer zie, dan zie ik je boven wel”, zei zij.
“Vast en zeker!”, zei hij vol overtuiging.
Meer woorden waren daar niet nodig. Echt niet.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 42.
[2] Philippenzen 1:21-24.
[3] De woorden zijn van Cathy van Beek. In de zorg vervulde zij diverse bestuurlijke functies. Zo was zij vicevoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit.
[4] Zie https://npvzorg.nl/wp-content/uploads/2016/04/Slapen_of_inslapen_ZORG_maart_2013_01.pdf . Dit betreft het artikel ‘Slapen of inslapen?’ van Ali van Dijk uit maart 2013. Geraadpleegd op zaterdag 25 november 2017.
[5] Philippenzen 1:19 en 20.
[6] Philippenzen 1:25 en 26.
[7] Mattheüs 25:21 b.

15 november 2016

De kerk en de supermarkt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De meeste lezers van deze internetpagina kennen, neem ik aan, deze woorden wel.
“Waarom moest Christus Zich tot in de dood vernederen?
Antwoord:
Omdat vanwege Gods gerechtigheid en waarheid niet anders voor onze zonden betaald kon worden dan door de dood van Gods Zoon.
Waarom is Christus begraven?
Om daardoor aan te tonen dat Hij echt gestorven was.
Nu Christus voor ons gestorven is, waarom moeten wij dan nog sterven?
Antwoord:
Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven”.

Dat zijn grote woorden.
Ze staan in de Heidelbergse Catechismus. In Zondag 16, om precies te zijn[1].
Daar staan dingen die wij niet kunnen bevatten.
Wat moeten wij er in het gewone leven mee aanvangen?

Laten wij de krant er eens naast leggen.

Een bericht op de voorpagina van het Nederlands Dagblad op maandag 31 oktober 2016: “Kerkbesturen in de provincie Groningen laten hun oude kerk soms liever slopen dan dat het gebouw wordt omgebouwd tot supermarkt of buurtgebouw. Zij hebben er moeite mee dat hun kerk een niet-religieuze herbestemming krijgt. Die constatering doet de Groningse gedeputeerde Fleur Gräper-Van Koolwijk (D66, ruimtelijke ordening en cultuur). Zij is een van de sprekers komende donderdag in de Tweede Kamer, tijdens een hoorzitting over het behoud van religieus erfgoed”[2].

Waarom moeten kerken worden gesloten?
Dat gebeurt omdat er steeds minder kerkgangers zijn. Mensen geloven soms zonder de kerk. Heel veel mensen geloven nergens meer in. Sommigen ‘geloven anders’. Dat zijn, bijvoorbeeld, boeddhisten. Soms zelfs ietsisten.
Kerken moeten worden gesloten omdat het geloof weg is gesijpeld. Onder de deur door, naar buiten.

Nu liggen ex-gelovigen en anderen dwars.
Maar als er geen kerkgangers meer zijn is het toch logisch dat gebouwen worden gesloten? Dan moet men ook niet zeuren als er een supermarkt in een kerkgebouw trekt.

En toch doet men dat!
Daarin zit, als ik het goed zie, iets van heimwee naar de vroegere kerkgang. Naar de gemeenschapszin van toen. Naar de zondagsrust van toen. Maar ook… naar het perspectief van toen.

Welnu, de kerk mag het aan de wereld laten weten: er is perspectief, de belofte van het eeuwige leven geldt voor ieder die gelooft dat Christus, de Zoon van God, gestorven is om voor zijn of haar zonden.
Paulus legt het in Handelingen 13 aan zijn luisteraars in Antiochië uit: “hoewel zij geen grond voor doodstraf konden vinden, hebben zij Pilatus gevraagd Hem ter dood te brengen; en toen zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven stond, namen zij Hem af van het hout en legden Hem in een graf. Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt”[3]. De mensen brachten Hem om het leven; niet beseffende dat zij juist zo een bruikbaar instrumentarium van God waren. En het was God Zelf die, om zo te zeggen, het werk afmaakte. Jezus Christus stond weer op!

In de krant staat: “Kerkbesturen in de provincie Groningen laten hun oude kerk soms liever slopen dan dat het gebouw wordt omgebouwd tot supermarkt of buurtgebouw”.
Maar als men dat snikkend en snuffend constateert worden er krokodillentranen gehuild.
Wat wat gebeurde er?
De kerk werd al een supermarkt, nog voordat er Jumbo, Albert Heijn of Plus op kwam te staan. Iedereen kon in de kerk halen wat hij wilde. De vloeibare kerk heette dat; in het Engels: liquid church. Vaste stof was niet meer in de aanbieding.
U kent wellicht Hebreeën 5: “Want hoewel gij, naar de tijd gerekend, leraars behoordet te zijn, hebt gij weer nodig, dat men u de eerste beginselen van de uitspraken Gods leert, en gij hebt nog melk nodig en geen vaste spijs. Want ieder, die nog van melk leeft, heeft geen weet van de rechte prediking: hij is nog een zuigeling. Maar de vaste spijs is voor de volwassenen, die door het gebruik hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad”[4].
Welnu, die vaste spijs is in heel veel Nederlandse kerken niet meer te vinden. Al jaren niet meer. Het aangeboden voedsel is vloeibaar geworden. Het sijpelt naar buiten; daar zakt het weg – de grond in. En weg is ‘t.
De kerk werd zo een supermarkt.
Maar nu het kerkgebouw een supermarkt moet worden, protesteert men luidkeels. De mensen liggen dwars. Want er gaat cultuur verloren – help!
Kijk – dit is nou typisch een geval van eigen schuld, dikke bult.

Misschien zegt u: het bovenstaande klinkt logisch.
Maar wat moet ik nou met Zondag 16 uit de aloude Heidelberger?
Want wat daar aangeboden wordt is te groot voor mensen. Wij snappen dat niet. Wij kunnen dat niet omvatten. Wij kunnen er niet bij.
Dat klopt.

Als u Hebreeën 2 leest, ziet u iets van die grootsheid: “Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham. Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen”[5].
Mijn goede vriend Jaap heeft de oplossing[6]. Net als vele andere Gereformeerden trouwens.
Als hij als preeklezer in erediensten voorgaat zegt in zijn gebeden meer dan eens: ‘Here, u vraagt van ons niet dat wij U en Uw Woord begrijpen, maar dat wij in U geloven’.
Jaap heeft gelijk.
Groot gelijk.

Jazeker, Zondag 16 uit de Heidelbergse Catechismus gaat over grote dingen.
Maar de God van hemel en aarde zegt ook vandaag: geloof het maar! En Hij zegt ook: Ik zal mijn beloften waar maken!

Gelooft u het maar!
Dan lopen de kerkgebouwen ook weer vaker vol.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, vragen en antwoorden 40, 41 en 42.
[2] “Nieuwe functie kerk ligt gevoelig”. In: Nederlands Dagblad, maandag 31 oktober 2016, p. 1.
[3] Handelingen 13:28, 29 en 30 a.
[4] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[5] Hebreeën 2:14-17.
[6] Bedoeld is mijn vriend en broeder Jaap Doornbos uit Ten Boer.

3 november 2015

Met Christus mee

In Zondag 16 gaat het, op het eerste gezicht althans, niet over een opgewekt onderwerp. De dood namelijk.

Wat is de dood eigenlijk?
Dat is de plaats en het moment waarop Gods toorn over de goddelozen heendendert.

In dit aardse leven gaan goddelozen rustig hun gang. Van de Bijbel trekken zij zich niets aan. De mensen werken, zo denken zij, ijverig aan hun eigen ontwikkeling.
In een televisiereclame voor een website waarop verzekeringen worden vergeleken, wordt Willem de mammoet geïntroduceerd. De mammoet zegt: ‘Ik ga graag met m’n tijd mee. Voor je het weet ben je geschiedenis. Ooit dronk ik uit de modderpoel. Lang leve verandering, toch? Evolutie! Ga ook met je tijd mee. Switch van autoverzekering op …’[1]. De suggestie is duidelijk: je moet jezelf ontwikkelen; evolueren is een must. Als je dat niet doet, is er iets niet goed met je. En let erop: die evolutie moet u dan zelf voor elkaar maken, want iemand anders gaat het niet voor u doen.
En bovendien: die ontwikkeling moet je zo snel mogelijk doen. Want voordat je ’t weet ben je oud en… dood.
En na de dood is er, zo redeneren de mensen, niets meer. Helemaal niets.

Maar dat is een levensgrote vergissing.
Want vanaf de aanvang van de wereld is er de antithese, die alles overheersende tegenstelling: het verblijf in het paradijs dat de Here geschapen heeft, en daartegenover: de verbondsvloek, eeuwige verstoting, eenzaamheid voor altijd.

Een Gereformeerd-vrijgemaakte dominee vatte in een preek de situatie in de dood eens zo samen: “Wij worden door de dood afgesneden van de Springader van het leven. Gods gunst, Gods welbehagen zoekt ons niet meer. Gods heerlijkheid wijkt van ons. Gods geest wijkt van ons, zodat wij geen gemeenschap meer kunnen stichten met God, en met elkander. Het verbond is weg, en daarmee ook het antwoordverkeer met God en met elkander”[2].
In de dood zingt nooit meer een vogel. En er bloeit nimmer meer een bloem. De wereld is een en al chaos en neerdrukkende ellende.

Iets van die dood kunnen wij vandaag al zien. In oorlogen, aardbevingen, ziekten, protestdemonstraties, ontwrichte relaties in gezinnen en daarbuiten. Enzovoort.

De Here vraagt van Zijn kinderen om hun levens niet te laten domineren door al die dodelijke verschijnselen. Zeker, al die doodsvijanden kunnen wij in dit leven niet ontvluchten. Wij komen ze tegen, hoe dan ook en waar dan ook.
Wij behoren ons te concentreren op de genade. Die genade wordt in de kerk geproclameerd.

Daar wordt verkondigd dat Christus de dood in ging. Voor ons. Hij werd losgerukt van de levensader.
Maar Hij toonde Zijn macht: Zijn leven overwon de dood. En ieder die met Hem verbonden is, ontvangt nu het eeuwige leven.
Om met Zondag 16 te spreken: “Door zijn kracht wordt onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven, opdat de slechte begeerten van het vlees in ons niet meer regeren, maar opdat wij onszelf aan Christus offeren als een offer van dankbaarheid”[3].
Ziet u dat Zondag 16, bij nader inzien, een blijde Zondag is?

Hebreeën 10 omschrijft het zo: “…deze (dat is onze Heiland) echter is, na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God, voorts afwachtende, totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten. Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden. En ook de heilige Geest geeft ons daarvan getuigenis, want nadat Hij gezegd had: dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken”[4].
Voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden – dat betekent in ieder geval dat wij geen enkele angst voor Gods oordeel meer hoeven te hebben. De geheiligden zijn door de Here apart gezet. Zij zijn naar de kerk geroepen. Daar horen zij thuis. Voor altijd. Iemand definieert die rustgevende situatie als volgt: “er is nooit één moment dat jij als een geheiligde niet in de volle waarde van het werk van Christus voor God staat”[5].
De Here houdt Zich aan Zijn verbond. Hij Zelf schrijft Zijn wetten in ons hart. Hij zorgt er Zelf voor dat we Zijn levensregels altijd met ons meedragen.
In die situatie is het logisch dat wij – om weer met Hebreeën 10 – te spreken “toetreden met een waarachtig hart[6]. Zeg maar even: we doen niks liever dan naar de kerk gaan.
Want we weten het zeker: de Here is trouw.
Wij realiseren het ons ten volle: wij mogen en moeten elkaar liefhebben.
Wij beseffen: alles wat wij zeggen en doen is tot meerdere eer en glorie van God.
Wij stimuleren elkaar: broeders en zusters, kom naar de kerk!

Evolueren is een must, suggereren de mensen. Je moet jezelf ontwikkelen.
Is dat verkeerd, onszelf ontwikkelen? Zeker niet. Als we dat dan maar doen, omdat we de Here Jezus Christus willen eren als onze Schepper en onze Redder.
Als mensen dat niet doen, wordt evolutie zomaar revolutie.

Lang leve de verandering!, roept Willem de mammoet. Oftewel: evolutie! Ga met je tijd mee, zo wordt ons dringend aangeraden.
In heel veel dingen kunnen we dat best doen. Maar als het erop aankomt, gaan we met Christus mee. De kerk volgt hem, dwars door de wereldgeschiedenis heen. Zij volgt hem tot in de hemel.
Die verandering is werkelijk ontzagwekkend groot. Zo groot dat niemand, werkelijk niemand, dat kan bedenken. Ook de grote denkers van de eenentwintigste eeuw niet. Nee, ook Willem de mammoet niet.

Noten:
[1] De tv-commercial is te zien op http://toffedingen.com/willem-de-mammoet-gaat-met-zijn-tijd-mee/ . Geraadpleegd op maandag 12 oktober 2015.
[2] Die predikant is E.Th. van den Born. Dominee Van den Born leefde van 1900 tot 1982. De betreffende preek dateert van vóór 1949.
Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Onze dood en ons graf in het licht van Christus’ dood en graf
1. Christus’ dood als betaling voor onze dood
2. Christus’ dood als overwinning van onze dood.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 43.
[4] Hebreeën 10:12-17.
[5] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS1609.pdf .
[6] Hebreeën 10:22: “Laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water”.

23 september 2014

Neergedaald in de hel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De Apostolische Geloofsbelijdenis is onder ons zeer bekend[1].
Iedere zondag komt die confessie in de liturgie voorbij.
Vandaag wil ik aandacht besteden aan een paar woorden uit die belijdenis. We zeggen openlijk dat Jezus Christus is “neergedaald in de hel”.
Er was eens een zoon die aan zijn moeder vroeg: waar staat eigenlijk in de Bijbel dat Jezus is neergedaald in de hel? Dat was een heldere vraag. De moeder had indertijd niet meteen een pasklaar antwoord…
Waarop baseren we ons eigenlijk als we belijden dat Gods eniggeboren Zoon neergedaald is in de hel?

Wie in de Heidelbergse Catechismus kijkt, ontdekt dat in Zondag 16 bij de verklaring van die woorden onder meer de motivatie voor onze belijdenis van belang is. Die motivatie is: zelfs als het heel slecht met ons gaat, mogen we weten dat de Here Jezus Christus ons verlost heeft.
Het is, dunkt mij, belangrijk om dat te noteren. Blijkbaar is het niet zo belangrijk om lengte, breedte, hoogte en diepte van Christus’ lijden te peilen. Dat kunnen mensen trouwens ook niet precies. Het draait allemaal om troost. Christus is in de hel geweest. Nu hoeven wij daar niet meer heen. Nooit meer.

Wanneer is Jezus Christus in de hel geweest?
Feit is dat heel Zijn hele leven op aarde een kwelling was. Hij moest de hemel verlaten. Hij ging naar een bevuilde aarde toe. Hij kwam naar de aarde en Hij volbracht Zijn lijden.
Je hoort het sommige mensen wel eens zeggen: mijn leven is een hel. Daar geloof ik niet zoveel van. Natuurlijk, het leven kan vreselijk moeilijk zijn. Ik doe daar geen centimeter van af. Ook op deze internetpagina wordt op allerlei manieren aandacht besteed aan ons lijden. Maar dat ons aardse leven een hel is, dat geloof ik niet.
Het aardse leven van Jezus Christus was ten diepste de weg naar de hel. En onze Heiland wist dat.
In de hof van Gethsemané zei Hij: “Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij”[2]. Het lijden van Jezus was zo erg dat hij er bijna aan bezweek. Daarom zocht Hij steun bij zijn discipelen, en bij Zijn vader in de hemel.

Het kenmerk van de hel is dat God er niet aanwezig is. En Hij komt er ook niet.
In de Bijbel lees ik dat Jezus aan het kruis zei: “Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”[3]. We mogen, denk ik, zeggen dat dat bij uitstek een hels ogenblik was. De Here God had Zich teruggetrokken. De Vader was er even niet. Gods Zoon was alleen, helemaal alleen. Het was Zijn taak om het lijden zelfstandig te volbrengen.
Jezus Christus riep in dat helse ogenblik om God. Hij wist dat aan de verschrikking en helse kwelling een einde zou komen. Hij vertrouwde er op dat Vader daarvoor zorgen zou.
Dat noteer ik met enige nadruk. Gewone mensen van 2014 zouden het in deze omstandigheden reeds lang hebben opgegeven. Maar de Messias bleef bouwen op het werk dat in de hemel gebeurt. Daar waar wij te kort schieten, ging de Here Jezus door. Hij volbracht Zijn lijden volledig.
Juist als wij met ziekte te kampen hebben, mogen we dat bedenken. Als wij in ons leven voor een enorme berg problemen zitten, mogen we weten dat de Here Jezus Christus voor onze zonden heeft betaald. Zodoende kan er altijd een lichtpunt in onze duisternis zijn.

De Zoon van God leerde gehoorzaamheid.
Hij daalde af naar de hel: een enorm dieptepunt in Zijn lijden.
Hij leerde dat Gods plan volvoerd moest worden. En Hij maakte dat moeilijke karwei helemaal af.
De Hebreeënschrijver heeft daarvan gezegd: “Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden”[4].
Het woord dat in onze Bijbels is weergegeven met ‘toen Hij het einde had bereikt’ betekent eigenlijk: volmaakt geworden[5]. Na Jezus’ dood is God in de hemel aan het werk gegaan. En nu is het eeuwig heil gegarandeerd voor alle gehoorzame kinderen van God.

De hel is de plaats waar God ongehoorzame mensen voorgoed buiten sluit.
Als de Here Zelf niet ingegrepen had, waren we daar allemaal terecht gekomen.
Maar dat is niet gebeurd. Want Jezus Christus heeft voor ons betaald. Hij is in de hel geweest, en heeft daar onze straf gedragen. Jezus heeft helse verschrikkingen gekend. Een dominee zei daarover eens in een preek het volgende. Iemand zei eens: iets van die helse kwellingen “horen we als de evangeliën vertellen over Christus’ worsteling in de tuin van Gethsemané, en vooral over de drie uur durende duisternis toen Jezus aan het kruis hing. Toen kwam echt de hel over Jezus heen. Niet pas na zijn dood, maar tijdens zijn leven. Bij zijn volle bewustzijn en met al zijn geestkracht moest Hij die helse stormen doorstaan. Die stormen kregen Hem niet omver: Hij bleef staan”.
En daarom worden wij nooit meer buiten gesloten.

Jezus Christus is neergedaald in de hel.
Dat baseren we onder andere op Mattheüs 26 en 27. En verder ook op Hebreeën 5. Hierboven is dat al gebleken.
Als we Gods Woord lezen, kan het ons opvallen dat niet precies wordt gezegd hoe de hel er uit ziet en waar die zich bevindt.
Voor Gereformeerde mensen is het bestaan van de hel een waarschuwing.
Maar, hoe gek het ook klinkt, de hel staat bij ons vooral in het kader van de troost. Want Jezus Christus is daar geweest om onze straf te boeten. En nu is voor ons de weg naar de hemel open.
Ik mag “er in mijn felste aanvechtingen zeker van zijn en er rijke troost uit putten, dat mijn Here Jezus Christus mij van de angst en pijn van de hel verlost heeft”[6].
Zo gaan wij vol geloofsvreugde op weg naar de hemel!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik in maart 2008 schreef.
[2] Mattheüs 26:38.
[3] Mattheüs 27:46.
[4] Hebreeën 5:7, 8 en 9.
[5] Zie de webversie van de Studiebijbel.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 44.

13 augustus 2013

Hoop in crisistijd

Christus’ dood aan het kruis: dat is een deprimerend onderwerp. Zou men denken. Niet dus. Want in Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus lees ik: “Door zijn kracht wordt onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven, opdat de slechte begeerten van het vlees in ons niet meer regeren, maar opdat wij onszelf aan Christus offeren als een offer van dankbaarheid”[1].
Dankbaarheid – dat is nog ês wat anders dan een depri-stemming!

Tegenwoordig kan ik mij bij tijd en wijle maar moeilijk aan de gedachte onttrekken dat heel veel mensen te lang blijven staan bij het drama van Christus’ sterven. ‘O wat erg toch, dat het allemaal zo ging’, hoort men zeggen. Er wordt muziek over gemaakt: cantates en zo. In de Stille Week voor Pasen spoeden velen zich naar een kerk om na te denken over de impact van de gebeurtenissen op Golgotha.
Maar gaat men ook verder? Ik betwijfel het soms.

De Heidelbergse Catechismus doet ons beseffen dat heel ons leven een offer van dankbaarheid moet zijn.
We leven in de zomertijd. Dat is bij uitstek het seizoen van opwekkingsbijeenkomsten en zomerconferenties. Tijdens zo’n evenement kunnen wij zomaar de opmerking horen: “Deze week is een oppepper voor ons geloof”[2]. U hoort mij niet vertellen dat zulk een stimulans verkeerd is. Natuurlijk niet. Maar er moet meer zijn dan kickmomenten, oppeppers en stimulerende geloofsfeestjes. De Here God wil in het gewone leven dankbaar gediend worden.

Ware gelovigen offeren zich op. Heel hun leven is één grote demonstratie: wij horen bij God, in de hemel. Wij hebben hier op aarde wel een plaats, maar geen vaste. Onze plek op aarde heeft alle kenmerken van voortdurende voorlopigheid.
Voortdurend: tientallen jaren, ons hele aardse leven lang.
Maar toch ook voorlopig: onze vaste plek in de hemel hoeven wij namelijk nooit meer op te geven.
Wij bezitten dezelfde status als die mensen uit Hebreeën 11: wij belijden dat wij vreemdelingen en bijwoners zijn op aarde[3].

In onze tijd van economische crisis en financiële malaise is ‘consumentenvertrouwen’ een bekend woord geworden. De mensen durven niet zoveel geld uit te geven. Ze sparen veel, en zijn uiterst voorzichtig met het doen van grote uitgaven.
Dat is, menselijk gesproken, ook heel verstandig. Als de portemonnee leeg is, kun je geen geld meer spenderen.
Dat consumentenvertrouwen wordt, zo zeggen onze leidslieden, langzaamaan weer iets groter. ING-topman Hommen zei vorige week: “Wij zien de eerste tekenen van een beetje meer vertrouwen in Europa. Ook in Nederland begint het wat beter te gaan. Je ziet wat meer mensen die kijken: moet ik niet iets gaan doen. De daling die we gezien hebben in de huizenprijzen en de daling die we gezien hebben in de activiteit van de verkoop, is minder geworden. En dat is toch wel een eerste teken dat het beter gaat worden”[4].
Jazeker – ware gelovigen zijn óók voorzichtig. Maar vertrouwen hebben zij altijd.
En waarom? Antwoord: omdat hun dood geen betaling is voor hun zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven[5]. En dát komt weer omdat Jezus Christus, om zo te zeggen, de grootste uitgave van Zijn leven deed: Zichzelf. Zo maakte Hij ons tot Zijn eigendom.
Die uitgave is nooit aan inflatie onderhevig.
Sterker nog: ons leven wordt steeds meer waard. De slechte begeerten krijgen in ons leven gaandeweg minder te zeggen.
De Heilige Geest van de God van hemel en aarde is iedere dag druk doende om ons geschikt te maken voor een glorieus leven in ons tweede vaderland: de hemel.

In de kerk is sprake van vertrouwen.
Maar dat is geen consumentenvertrouwen.
Want wij zijn om Christus wil tot Gods kinderen aangenomen, leren we in Zondag 13 van de aloude Heidelberger[6]. En ergens verderop in datzelfde oude leerboekje gaat het over “kinderlijk ontzag en vertrouwen”[7].
Kinderen van God leggen hun leven in de hand van Vader.
Dan is alle tegenspoed niet opeens de wereld uit. U kent dat rijtje wel: ziekten, handicaps, eenzaamheid, werkloosheid, moeilijkheden met de kinderen… – zonder twijfel kunt u die opsomming nog veel langer maken.
Maar in het leven van Gereformeerde mensen gloort altijd hoop. Ergens in het soms gecompliceerde bestaan der Gereformeerden vonkt het vertrouwen. Er vlamt ontembare levensvreugde, met het oog op de toekomst.

Christus’ dood aan het kruis: dat is voorwaar geen deprimerend onderwerp!

Noten:
[1]
Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 43.
[2] Maurice Hoogendoorn, “Reveilweek ‘oppepper’ voor je geloof”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 8 augustus 2013, p. 2.
[3] Zie Hebreeën 11:13-16: “In dat geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland”.
[4] Zie http://nos.nl/artikel/537461-ingtopman-sentiment-wordt-beter.html .
[5] Ik citeer hier Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 42. Omwille van het zinsverband is de formulering licht gewijzigd.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 13, antwoord 33: “…wij zijn om Christus’ wil uit genade tot Gods kinderen aangenomen”.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 46, antwoord 120: Christus wil “in ons het kinderlijk ontzag en vertrouwen jegens God wekken”.

24 juli 2012

Nu jaagt de dood geen angst meer aan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De duivel is onttroond[1]. Dat blijkt uit Hebreeën 2. Ik citeer: “Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren”[2].

De satan zit dus niet meer op de troon.

In deze wereld heeft hij nog veel invloed. Om ons heen zien we op veel plaatsen de zonde terug.
Die zonde wordt aangestuurd door een troonpretendent die weet dat hij steeds meer aan macht moet inleveren.

Het is goed om de Griekse grondtekst van Hebreeën 2 wat nader te bekijken[3].
De mensen hebben deel aan vlees en bloed, staat er. Het Griekse woord kekoinōnēken geeft aan dat dat de toestand is waarin mensen verkeren.
Christus heeft daar op gelijke wijze deel aan gekregen. Het woord meteschen geeft aan dat dat een eenmalige gebeurtenis in het verleden is geweest. De geboorte van Jezus is verleden tijd. Nu heeft hij een taak in de hemel. Hij werkt in een verheerlijkte omgeving.
Eén ingreep heeft onze situatie fundamenteel veranderd. Het lijden en sterven van Jezus Christus werpt een nieuw licht op onze omstandigheden. De toestand lijkt nog niet te zijn gewijzigd. In het geloof mogen wij echter weten dat de satanische macht in principe teniet is gedaan.
Eén gebeurtenis maakt onze toestand anders; het perspectief wordt beter, veel beter.
De dood heeft in het leven niet meer het laatste woord!

Het lijkt mij van het hoogste belang dat we dat ook vandaag zonder omwegen vaststellen.
Hieronder leg ik uit waarom.

Mensen willen en moeten, zo vinden zij, het leven in de hand hebben. Zodra dat niet meer zo is, wordt het aardse bestaan tamelijk zinloos[4].
Wij worden, zo schreef iemand eens, “dagelijks geconfronteerd met perfectie, met succesvolle, vrolijke mensen. Dat is de wereld van de schone bloemen en kampioenen, jong, sterk, jeugdig en fris, van prestige en status, assertiviteit en autonomie. En wij vragen ons af: waarom ben ík niet zo?”. Mensen gaan op zoek naar de kortste weg richting het geluk. Zij slikken zo snel mogelijk een pijnstiller.
Een mensenleven heeft vandaag de dag waarde als het nuttig is.
Onderhand wordt zo wél ontkend dat de reikwijdte van het leven aardse dimensies te boven gaat.

De waardigheid van het leven zit ‘m echter niet in het bereiken van een doel dat wij zelf hebben vastgesteld.
Het gaat om een ‘vreemde’ waardigheid, een dignitas alie­na, een aan God ontleende waarde.
Denkt u maar aan Genesis 1: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis (…).En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem”[5].
Denkt u maar aan Genesis 9: “…naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt”[6].
Denkt u maar aan Colossenzen 3. Wij moeten de nieuwe mens aandoen, “die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper”[7].
Wij mogen, om zo te zeggen, nu al genieten van de majesteit van onze God.
Dát is de betekenis van die bekende uitdrukking ‘deel hebben aan Christus’ weldaden’.
Wij genieten nu al van de waardigheid van God.
Wij genieten nu al van Zijn verhevenheid.
Wij genieten nu al van het aanzien dat Hij heeft.
Hoe groot Zijn waardigheid precies is, valt hier op aarde niet te zeggen. Hoe verheven Hij is, en hoe aanzienlijk, kunnen wij hier op aarde niet exact uitleggen. De volle lengte, breedte en hoogte van de Goddelijke majesteit zullen wij pas in de hemel ontdekken.
Maar omdat wij in Zijn invloedssfeer verkeren is ons leven hier, in zekere zin althans, onschendbaar. Omdat wij met Christus optrekken en met de Here wandelen, is ons leven altijd beschermwaardig.
Dat is ten diepste de reden dat Gereformeerden zich altijd tegen euthanasie hebben gekeerd: het op eigen verzoek bespoedigen van de dood of ter dood brengen van hevig lijdende, ongeneeslijke zieken[8].

In de afgelopen tijd werden cijfers bekend omtrent de werking van de euthanasiewet in Nederland.
Uit het Reformatorisch Dagblad van woensdag 11 juli citeer ik:
“Bij 4050 patiënten in 2010 werd euthanasie en hulp bij zelfdoding toegepast. In acht op de tien euthanasiegevallen betrof het personen met kanker. Er was 300 keer sprake van euthanasie zonder dat de patiënt zelf daar om had gevraagd.
Dat blijkt uit onderzoek van drie universitaire ziekenhuizen (Amsterdam, Rotterdam en Utrecht) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar het effect van de euthanasiewet die sinds 2002 in Nederland geldt. De resultaten werden vandaag gepresenteerd in het internationaal medisch tijdschrift The Lancet. Aan het onderzoek werkten 6000 artsen mee”.
En:
“Volgens dr. R. Seldenrijk, directeur van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), geven de cijfers geen reden optimistisch te zijn over de werking van de euthanasiewet. ‘Vooralsnog zie ik een stijging van het aantal euthanasiegevallen. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat in onze samenleving de acceptatie om te lijden afneemt’.
Dat er nog steeds 300 euthanasiegevallen zijn zonder dat de patiënt daar om vraagt, vindt Seldenrijk zorgelijk. ‘Het aantal is weliswaar fors afgenomen, van 1000 naar 300, maar het gaat hier wel over iets dat in ons strafrecht moord heet. In de meeste gevallen zal het verzoek om euthanasie van de familie komen. Artsen blijken zo’n verzoek in de praktijk soms niet te kunnen weerstaan”[9].

Hoe men het ook wenden of keren wil: het is duidelijk dat een groot deel van onze medemensen de onschendbaarheid van het leven niet meer eerbiedigt.
Gods Woord leert ons evenwel dat het lijden en sterven van Jezus Christus onze levens onaantastbaar maakt. Daarom zal de duivel, de tegenstander van God, er nimmer in slagen om de kerk totaal te vernietigen.

Midden in de wereld mogen en moeten Gods kinderen met Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus blijven belijden: “Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven”[10].
Dat uitzicht kreeg de kerk na Golgotha.
Dat uitzicht is ook in de eenentwintigste eeuw nog volop te bewonderen.

Intussen hebben wij wel te maken met eenzaamheid.
Met zwakheid en ziekte.
Met pijn en moeite.
In al die narigheid en al dat leed zien we – als wij goed kijken – het silhouet van de dood.
Wij worden gedwongen om na te denken over de grenzen van het leven.
Maar een Gereformeerd mens mag ook zeggen: Jezus Christus leed nog méér pijn.
Een Gereformeerd mens mag zeggen dat Jezus Christus veel díeper vernederd werd dan de nooddruftige en zieke mensen van 2012.
Een Gereformeerd mens mag zeggen dat Jezus Christus in lijden en sterven Zijn liefde toonde. Zó wilde Hij de wereld verlossen.

De zonden van Gods volk zijn verzoend[11].
De duivel is onttroond. Weggestuurd door de almachtige God.

En daarom is het leven de moeite waard.
Ondanks de kommer en kwel.
En de handicaps.
En de contactarmoede.
En het verdriet.
Jezus Christus heeft voor onze zonden betaald[12]!

Noten:
[1] De titel van dit stuk is ontleend aan het derde couplet van het Paaslied ‘Daar juicht een toon’ (onder meer opgenomen in de zangbundel van Johannes de Heer met nummer 25). Zie voor de tekst van het lied http://www.prijshem.nl/daar_juicht_een_toon.html .
[2] Hebreeën 2:14 en 15.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[4] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.npvzorg.nl/themas-van-a-tot-z/euthanasie/reactie-op-regeerakkoord/#c365 .
[5] Genesis 1:26 en 27.
[6] Genesis 9:6.
[7] Colossenzen 3:10.
[8] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Euthanasie .
[9] Zie “Euthanasie in 3 procent sterfgevallen”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 11 juli 2012, p. 1.
[10] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 42.
[11] Zie Hebreeën 2:16, 17 en 18: “Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham. Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen”.
[12] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, vraag en antwoord 40 [vraag]: “Vraag 40: Waarom moest Christus Zich tot in de dood vernederen? [antwoord]: Omdat vanwege Gods gerechtigheid en waarheid niet anders voor onze zonden betaald kon worden dan door de dood van Gods Zoon”.

Blog op WordPress.com.