gereformeerd leven in nederland

12 december 2017

Geloven is een feest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Over een week of twee is het Kerstfeest.
Christus op aarde – er wordt een nieuwe stap gezet in het Goddelijk verlossingswerk!

Afgelopen zondag, 10 december, ging het in de morgendienst van De Gereformeerde Kerk Groningen over Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus.
U kent die tekst misschien wel:
“Wat is voor ons de waarde van de opstanding van Christus?
Antwoord:
Ten eerste heeft Hij door zijn opstanding de dood overwonnen, om ons te doen delen in de gerechtigheid, die Hij door zijn dood voor ons had verworven. Ten tweede worden ook wij door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is de opstanding van Christus voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”[1].

Men kan het idee hebben dat we in de eredienst met grote passen door de heilshistorie stapten.
Is dat erg?
Stel u gerust. Wij bevonden ons in het goede gezelschap van de apostel Paulus.

Hoe kom ik daar op?
Zondag 14 van de Catechismus handelt over het Kerstfeit. Daaronder wordt verwezen naar woorden uit Romeinen 8. Dat zijn deze: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest”[2].
In Zondag 17 wordt ook naar Romeinen 8 verwezen. Daar gaat het om de volgende zin uit de Heilige Schrift: “En als de Geest van Hem Die ​Jezus​ uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zal Hij Die ​Christus​ uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont”[3].

Conclusie: Kerst en Pasen liggen dicht bij elkander, en staan met elkaar op één lijn.

Gereformeerde mensen weten dat ook hun opstanding op handen is. Het leven wordt volmaakt. Een nieuw begin!
Daar bereiden we ons nu al op voor.
Waar merken we dat aan?
1.
We beseffen voortdurend dat al onze kwaaltjes, onze ziekten en ja… soms ook ons diepe lijden op geen enkele manier te vergelijken zijn met de magnifieke heerlijkheid die we in de hemel zullen beleven.
2.
We realiseren ons dat alle bederf, alle verrotting en alle criminaliteit in deze wereld worden overkoepeld door slavernij. Mensen zonder God zitten, zonder dat zij dat zelf helder voor ogen hebben, met ketenen vast aan de satan.
3.
De hele schepping zucht onder de ellende. Maar er is een behoorlijk verschil in zuchten:
* mensen zonder God zuchten zonder uitzicht
* Gods kinderen zuchten met uitzicht en met hulp van de Heilige Geest: hun leven wordt verlost en verkrijgt hemelse vrijheid.
4.
Kinderen van God kennen ook een keten. Een keten van heil:
* wij zijn door Hem uitgekozen
* wij zijn door Hem geroepen
* wij zijn door Hem gerechtvaardigd
* en dus worden wij ook door Hem verheerlijkt.
5.
Wij hebben de garantie dat die opstanding en dat heerlijke hemelleven een feit zullen worden. Dat is volkomen zeker omdat het Eerste Kerstdag geworden is. Christus kwam op aarde[4]!

Kerst en Pasen liggen dicht bij elkaar. Voor wie die lijn doortrekt naar de toekomst wordt geloven een feest.
Gelovigen staan te popelen, om het zo maar te zeggen: kom maar op met dat oneindige hemelse festijn!

Geloven geeft dus perspectief op een concrete toekomst.

Het is belangrijk om dat helder vast te stellen.
Want tegenwoordig is het christendom voor sommigen een warm gevoel. Een ontroering. Misschien zelfs een waardevol element als je, zoals dat heet, in een emotionele rollercoaster zit.

Onlangs kreeg ik daarvan een voorbeeld onder ogen.
Dat stond in een vraaggesprek met Wierd Duk. Dat is een bekende journalist[5].
Daarin geleden zei hij:
“Ik ben niet met angst opgevoed. Mijn vader was een intellectueel die met zijn tijd meeging. Het christendom stond bij ons thuis niet voor benepenheid, maar voor conservatisme en een bepaalde culturele, intellectuele ervaring. Ik koester die ervaring. Ik zie mezelf als een cultuurchristen. Dat ik het geloof in God verloor, is voor mijn ouders geen enorme schok geweest, geloof ik. Een paar jaar geleden kon ik bijvoorbeeld met mijn moeder nog goed praten over Klaas Hendrikse, de dominee uit Zeeland die niet in God gelooft. Mijn moeder begreep zijn ideeën best. Mijn ouders hadden het erger gevonden als mijn broer en ik ons echt tégen het christendom hadden gekeerd, of als we zelfdestructief gedrag waren gaan vertonen”[6].
Zo wordt christen-zijn een culturele ervaring.
Zo wordt christen-zijn een bezigheid op het kruispunt van zingeving, kunst, ontspanning en uitgaan.
Maar met de toegang tot de hemel heeft dat niets te maken.

Laten wij het nog maar eens zonder omwegen vaststellen: in de kerk is geloven een feest. Want er komt een heerlijke toekomst aan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, vraag en antwoord 45.
[2] Romeinen 8:3 en 4.
[3] Romeinen 8:11.
[4] Zie Romeinen 8:18-30.
[5] Wierd Duk (geb. 1959) was onder meer correspondent in Rusland en Duitsland. Ook was hij politiek commentator voor het Algemeen Dagblad. Momenteel werkt hij voor het dagblad De Telegraaf.
[6] “Bezorgd over islamisering”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 2 december 2017, p. 5 en 6. Citaat van p. 5.

22 november 2016

Opstaan!

Wat is de waarde van Christus’ opstanding?
Wij worden “door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven”. Aldus staat te lezen in Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus[1].
Christenen onderscheiden zich van de wereld. En dat mag de wereld gerust weten ook!

Gelovigen hebben tenminste drie dingen in het maatschappelijk debat in te brengen.
Iemand formuleerde die drie zaken niet zo lang geleden als volgt.
“Allereerst het besef dat een individu “coram Deo”, voor het aangezicht van God, leeft. Hiermee is meteen verbonden dat het individu bij een gemeenschap hoort: de kerkelijke gemeente. Dit biedt een tegenwicht tegen een selfie-cultuur, tegen een ikkerig individualisme dat zich heeft losgezongen van een gemeenschap (…).
In de tweede plaats kennen orthodoxe christenen de nadruk op beleving. Meer vertrouwd gezegd: bevinding. In een emotiecultuur, waarin ”het voelt goed” het einde van alle tegenspraak is, kunnen refo’s diepgang aanbrengen. Beleving is immers meer dan een goed gevoel; ze raakt de mens in het diepst van zijn bestaan, voor Gods aangezicht.
Ten slotte (…) een breed ontwikkeld orthodox repertoire. Anders dan orthodoxe moslims kennen orthodoxe christenen de mogelijkheid om Bijbelteksten over bijvoorbeeld homoseksualiteit niet door te vertalen in homohaat. Op dit punt zouden vooral moslims van reformatorische christenen kunnen leren”[2].

Het bovenstaande kunnen we in drieën samenvatten:
* gemeenschap
* bevinding
* aandacht voor Bijbel en actualiteit.

Christus’ opstanding doet deur naar de toekomst open.
Als die deur eenmaal open is, wordt onze wereld groter. Het uitzicht wordt weidser. Dat bewaart ons voor kleinzieligheid.
Als de opstanding van de Heiland in ons dagelijks leven wordt geïncorporeerd, gaan we leven op het niveau van Gods geboden.
De recente toestanden rond de presidentsverkiezingen in Amerika laten zien waar we terecht kunnen komen als die geboden in het gewone leven een te geringe functie hebben gekregen.

Enkele weken geleden las ik daarover het volgende.
“‘In een artikel op de website DesiringGod.org schrijft Joe Rigney, professor aan Bethlehem College en Seminary, treffend: ‘Het feit dat we geconfronteerd worden met deze afschuwelijke keuze is een goddelijk oordeel. God houdt Amerika als het ware een spiegel voor. Hij laat ons zien wie wij zijn als natie. Ondanks dat we het niet leuk vinden, representeren de twee kandidaten van de twee grootste partijen ons wel degelijk. Leugens, corruptie, egoïsme, ongebreidelde ambitie, schaamteloze seksuele immoraliteit – allemaal gepraktiseerd zonder scrupules. Dit is ons land. God geeft ons leiders die wij verdienen’.
Het is treurig dat onze tafeldiscussies verschoven zijn van een analyse van de politieke kracht en zwakheid van een kandidaat naar ongeloof over het laatste schandaal dat onthuld werd over een van de presidentskandidaten.
De presidentiële debatten kenmerken zich door kinderachtig gekibbel en schelden, waarvan de inhoud niet besproken kan worden in het bijzijn van jonge kinderen. Amerika is uitgegroeid tot het lachertje van de wereld. De woorden van Johannes Calvijn passen hierbij: wanneer God een land wil straffen, geeft Hij het goddeloze leiders”[3].

Wij kunnen natuurlijk zeggen: Amerika is ver weg. Daar wonen andere mensen, met een andere taal, een andere mentaliteit en andere gewoonten. Dat zal waar wezen.
Die opsomming van hierboven echoot echter in mijn hoofd: “Leugens, corruptie, egoïsme, ongebreidelde ambitie, schaamteloze seksuele immoraliteit”.
En ja, ik herken Nederland er moeiteloos in. Corruptie, geldgraaierij, egoïsme: die komen regelmatig in het nieuws.
Laten wij maar eerlijk zijn: de verleiding om egocentrisme hoogtij te laten vieren zit diep in ons. Ook wij spreken zomaar al te grote woorden. Welnu, het onderwijs van Zondag 17 zet ons er toe aan om de zeden en gewoonten van het nieuwe leven de hoogste prioriteit te geven.

Het is, kortom, tijd om op te staan om te doen wat de Here van ons vraagt. En dat geldt dan, vanzelfsprekend, op alle terreinen van het leven.
De opstanding van Christus doet ons opstaan.

Maar er is meer.
Want wie – bijvoorbeeld – Mattheüs 24 leest, ontdekt dat er ook nog anderen opstaan. Sterker nog: het lijkt wel alsof alles en iedereen opstaat.

Leest u maar even mee.
“Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn”[4].
“En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden”[5].
“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden”[6].

Dat klinkt niet best, zegt u nu zelf.
Alleen naar mensen kijkend, zou je zeggen: dit wordt niks meer. Of misschien zelfs: als je opstaat, en je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, weet je zeker dat je einde nabij is.
Wat kun je als kerkmens eigenlijk dan nog doen?
Kunnen we de kerkdeuren niet beter dicht laten?

Laat het maar helder wezen: de deuren van de kerk moeten open blijven. Het Evangelie moet blijvend worden verkondigd.
Kinderen van God mogen en moeten volharding tonen.
Want het houdt niet op bij Mattheüs 24.

Kijkt u maar in 1 Thessalonicenzen 4: “…want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan”[7].
Het gaat naar onze eigen opstanding toe.
Onweerstaanbaar.
Er is niemand die de Here God in de uitvoering van Zijn plannen kan tegenhouden.
Laten we de kracht die Zondag 17 noemt – “door Zijn kracht opgewekt tot nieuw leven” – nooit onderschatten.

Christenen onderscheiden zich van de wereld. En dat mag de wereld gerust weten!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, antwoord 45.
[2] Dr. A.J. Kunz, “Christen, neem je plaats in”. In: Accent, katern van het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 5 november 2016, p. 5. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[3] Het citaat komt uit De Waarheidsvriend, orgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland. Geciteerd via Reformatorisch Dagblad, zaterdag 5 november 2016, p. 2 (rubriek ‘Kerkelijke pers’). Ook te vinden via www.digibron.nl . Het Engelstalige artikel van Rigney is te vinden op http://www.desiringgod.org/articles/the-gift-of-god-s-judgment ; geraadpleegd op zaterdag 5 november 2016.
[4] Mattheüs 24:7.
[5] Mattheüs 24:11.
[6] Mattheüs 24:24.
[7] 1 Thessalonicenzen 4:16.

10 november 2015

Wrange werkelijkheid

Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus is maar een korte Zondag. Leest u maar mee.
Vraag: “Wat is voor ons de waarde van de opstanding van Christus?”
Antwoord:
“Ten eerste heeft Hij door zijn opstanding de dood overwonnen, om ons te doen delen in de gerechtigheid, die Hij door zijn dood voor ons had verworven. Ten tweede worden ook wij door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is de opstanding van Christus voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”[1].

Een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant zei daarover een paar jaar geleden in een preek:
“Leven als christen is leven met een vraag. Een blijvende vraag (…). Een heilzame vraag, een evangelische opdracht: Geloof je in Jezus Christus? Geloof je dat Hij leeft? En geloof je dat jij in Hem leven mag?”
En:
Een mens kan “drie keer de ogen opslaan en leven.
Eén: wanneer hij als baby geboren wordt op deze aarde.
Twee: als hij door het geloof opnieuw wakker wordt en het eeuwige leven hier op aarde al begint, veilig bij God.
En drie: als hij zijn ogen zal opslaan in het volmaakte leven. Leven in drie dimensies. Dat is pas leven. Die belofte ligt in de opstanding van Jezus. Met die belofte kun je elke dag leven”[2].

Het is van groot belang om, anno Domini 2015, de belijdenis van de opstanding vast te houden. Want die confessionele waarheid wordt vandaag de dag in allerlei logisch klinkende betogen onderuit gehaald.
En daarmee wordt, goed beschouwd, de basis onder het christelijk geloof vandaan gesloopt. Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in 1 Corinthiërs 15: “Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden”[3].

Christus’ opstanding is onlosmakelijk verbonden met onze werkelijkheid.
Als wij dat niet expliciet blijven belijden, ontspoort er binnen de kortste keren van alles.
Hieronder maak ik daarover twee aantekeningen.

1 De opstanding en de evolutietheorie
Christelijke auteurs schrijven tegenwoordig zomaar op dat de mens ontstaan is door voorafgaande organismen. Apen zijn, zo wordt gesteld, neven van mensen. Er is, zeggen sommige christelijke schrijvers, in Genesis 1 en 2 heel veel niet opgeschreven. Maar juist dat wat er niet staat, is voor mensen van 2015 het eigenlijke verhaal. Het komt er op neer dat het verhaal van de Bijbel dient te worden aangepast aan hedendaagse natuurwetenschappelijke inzichten.
Maar als wij hier geloof aan hechten, stapelen de vragen zich op.
Terecht vragen twee wetenschappers – een historicus en een filosoof – in het Nederlands Dagblad: “Is er nog wel een eerste mensenpaar, geschapen door Gods hand? Hoe kan Paulus een beroep doen op het gegeven dat Adam eerst geschapen is en daarna Eva als die volgorde helemaal niet bestaan heeft? Hoe moet de dood als straf op de zonde worden geduid als de dood er al was voor de schepping van de mens? Waarvoor stierf Jezus Christus dan precies? Wat betekent de belofte dat de dood er niet meer zal zijn op de nieuwe aarde? Als God dat belooft, wordt daarmee een vloek en een kwaad weggenomen. In de evolutietheorie is de dood een ‘natuurlijk’ verschijnsel, noodzakelijk zelfs voor het verbeteren van de soort en niet per definitie een kwaad in de wereld. Waarom wordt deze belofte dan gedaan?”[4].
Laten wij ons niet vergissen: de belijdenis van de opstanding staat lijnrecht tegenover allerlei wetenschappelijke uiteenzettingen!

2 De opstanding en de koopzondagen
Het is van groot belang om de belijdenis van de opstanding vast te houden.
Ten diepste is in de eerste opstanding – die van onze Heiland – de reden van onze kerkgang gelegen. De opstanding van Jezus Christus maakt duidelijk: dit nieuwe begin garandeert een eindeloos hemelleven voor al zijn kinderen.
Laten we daarbij nóóit vergeten dat de zondag, om zo te zeggen, opstandingsdag is.
Zondag: dat is – als eerste dag der week – steeds weer een nieuw begin. Elke zondag herinnert ons aan een nieuw begin dat nimmer zal eindigen; ons eeuwig leven in de hemel. Maar voordat je ‘t weet, wordt er – soms bijna ongemerkt – aan die status geknabbeld.
Hieronder geef ik daarvan een voorbeeld.
Een redacteur van het Nederlands Dagblad schrijft eind september in de krant: “Geloof is een uitnodiging. Een ontdekkingstocht die ook niet meer ophoudt. Nieuw leven. Het is licht dat valt over gebrokenheid en tragiek. Ook voor mensen die ook op de zevende dag maar weer gaan shoppen omdat ze niks beters weten”[5]. Ziet u dat? Opeens wordt de zondag de zevende dag in de rij. Je zou er bijna overheen lezen. Want wij raken er gaandeweg helemaal aan gewend dat alle kalenders op maandag beginnen…
Terecht wordt er een paar dagen later in een Ingezonden geprotesteerd: “In zijn erkenning van de huidige seculiere maatschappij gaat Wim Houtman (ND 26 september) toch in de laatste zin iets te ver. Hoe we ook de kalender indelen en de dagen nummers geven, de zondag is toch echt de eerste dag. Laat de herinnering aan de opstanding van Christus een prikkelende tegenstem blijven voor winkelend publiek”[6].

Wat is voor ons de waarde van de opstanding van Christus?
Die vraag heeft, zoals hierboven blijkt, op allerlei manieren iets te maken met de bittere actualiteit, de wrange werkelijkheid van 2015:
* bijvoorbeeld met de evolutietheorie die overal en nergens tot ons komt.
* bijvoorbeeld met de koopzondagen die ons steeds vaker worden opgedrongen.

Gelooft u in Jezus Christus? Gelooft u dat Hij leeft?
Die vragen zetten ons midden in de wereld van vandaag. Laten we maar nooit zeggen dat de Heidelbergse Catechismus een ouderwets leerboek is.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, vraag en antwoord 45.
[2] De predikant in kwestie is C. van Dusseldorp. Zie https://keesvandusseldorp.wordpress.com/ ; zoekterm: Zondag 17. Geraadpleegd op maandag 19 oktober 2015.
[3] 1 Corinthiërs 15:13, 14 en 15.
[4] Roel Kuiper en Marc de Vries, “Kinderboek over evolutie verzet de theologische bakens vrij grondig”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 8 oktober 2015,  p. 10 en 11. In het artikel wordt gereageerd op de inhoud van het kinderboek “Het geheime logboek van topnerd Tycho”, geschreven door Cees Dekker en Corien Oranje. – Jongbloed Uitgeversgroep, 2015. – 128 p.
[5] Wim Houtman, “Bedreiging of kans”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 26 september 2015, p. 3.
[6] Kees Haak (Chungnam, Zuid-Korea), “Eerste dag”. Ingezonden in: Nederlands Dagblad, dinsdag 29 september 2015, p. 11.

30 september 2014

De dood overwonnen

“Ten eerste heeft Hij door zijn opstanding de dood overwonnen, om ons te doen delen in de gerechtigheid, die Hij door zijn dood voor ons had verworven”[1].
Die volzin staat in de Heidelbergse Catechismus. U vindt ‘m in Zondag 17.
Daar wordt de kern van het Evangelie zichtbaar: de dood is overwonnen.

Die blijde Boodschap moeten we in deze wereld goed belichten.
In de familie hebben we soms met sterfgevallen te maken.
In de kerk wordt het voor de eredienst afgekondigd als een broeder of zuster overleden is. En wij denken misschien bij onszelf: weer één weg…
Wij zien de rouwadvertenties in de dagbladen.
De journaals op televisie en radio tonen moord en doodslag.
En toch, geachte lezers, is er voor ware gelovigen geen reden om moedeloos en lusteloos te worden. Want: de dood is overwonnen.

Dat is ook de boodschap van Openbaring 12: “En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood”[2].
In dat vers lezen we over de gelovigen die vanwege hun belijdenissen gedood zijn. De satan is uitgeschakeld.

Voor ‘overwonnen’ staat daar het Griekse woord enikesan, een vorm van het woord nikao. Dat woord wordt gebruikt bij de winst in een oorlog, maar ook als een rechtszaak gewonnen wordt[3].
Wie dat tot zich door laat dringen begrijpt wat er in Openbaring 12 eigenlijk staat: satan heeft de oorlog verloren, maar een rechtszaak heeft geen zin meer – want die heeft Gods tegenstander in de gegeven omstandigheden bij voorbaat verloren.

Met nauw verholen vreugde wijs ik u op het perspectief in dit Schriftgedeelte: ‘Zij hebben Hem overwonnen’.
De strijd is al gestreden.
Het gevecht is ten einde.
De arena blijft vanaf heden ongebruikt, want iedere vorm van oorlog gaat de wereld uit.
Voor ons is dat ongelooflijk. Immers, voor ons gevoel zitten wij midden in het strijdgewoel.
En er wordt, menen wij, aan alle kanten aan ons getrokken. Dat laatste is overigens geen verbeelding. Denkt u maar aan datgene wat Jezus in Johannes 6 zegt: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij. Niet, dat iemand de Vader gezien heeft; alleen die van God komt, die heeft de Vader gezien. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven”[4].
Jazeker, er wordt flink aan ons getrokken.
Maar we weten al Wie er heeft gewonnen.

Dat alles moeten wij in dit aardse leven vasthouden.
Maar hoe lukt ons dat?
De protestantse emerituspredikant dr. B. Wentsel zei daar onlangs over: bestrijding van afval kan alleen door “verbondstrouw, onderricht, wandel en zang”.
Hier staan dus centraal:
* het geloof in Gods beloften
* het leven naar de Verbondseis
* het blijven geven van kerkelijk onderwijs; de catechese en het pastorale onderwijs in de huizen
* de wandeling met God in de praktijk van het dagelijkse leven
* het blijven zingen van psalmen, gezangen en geestelijke liederen.
In dat alles mogen wij er vast op vertrouwen dat de hemelse God Zijn kinderen blijft vastpakken om hen de goede kant op te sturen.

Die verbondstrouw wordt al aan het begin van een mensenleven bezegeld: in de doop namelijk. Bij jonge ouders raakt de doop steeds vaker uit beeld. Men hecht aan andere rituelen: het opdragen en zo.
Dr. Wentsel zei daarover: “Pas de jongste lichting brak met deze gewoonte door ongeloof en individualisme. Maar waarom zouden we niet terugkeren tot een beproefde traditie? De uit God geboren ouders overwinnen met het wapen van het geloof de wereld, de satan en demonen. Zij verwekken en baren kinderen, vertrouwend dat deze Geest ook hun kinderen dit overwinnend geloof schenkt”[5].
Laten wij wel wezen: het vertrouwen op God kan feitelijk niet meer worden beschaamd. De dood is immers al overwonnen? Laten Gereformeerden daarom hun dooppraktijk maar gewoon handhaven!

In Nederland sluit het ene na het andere kerkgebouw.
En wat komt er voor in de plaats? Overal verrijzen moskeeën!
Zien en begrijpen wij nog wel dat dat de consequentie is van secularisatie en ongeloof in ons vaderland? Als u het mij vraagt is de antithese – de kloof tussen kerk en wereld – een kwestie die ook vandaag aan de orde van de dag is.

Laat ik nog even terugkeren naar Openbaring 12.
Stelt u zich eens voor dat de martelaren uit dat Schriftgedeelte hun mond hadden gehouden. In dat geval hadden zij waarschijnlijk een tamelijk vredig leven geleid. Maar dat gebeurde niet. Nee, zij deden hun mond open. En toen zij te lastig dreigden te worden, werden ze gedood. Monddood gemaakt, naar het scheen. Maar zo was het niet. Juist door hun sterven toonden zij de realiteit van de overwinning van Christus op de satan!

Daarom kunnen wij in Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus volmondig belijden: Christus heeft “door zijn opstanding de dood overwonnen, om ons te doen delen in de gerechtigheid, die Hij door zijn dood voor ons had verworven”[6].

En met een gerust hart kunnen wij Openbaring 12 blijven voorlezen: “Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft”[7].

Ja – de Openbaring van Johannes is, voor wie in Christus gelooft, een troostrijk boek.
En nee – de belijdenis van Zondag 17 uit de Heidelbergse Catechismus mogen wij ons nooit uit handen laten slaan.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, antwoord 45.
[2] Openbaring 12:11.
[3] Zie hiervoor de webversie van de Studiebijbel; verklaring van Openbaring 12:11.
[4] Johannes 6:44-47.
[5] Klaas van der Zwaag, “Dr. B. Wentsel: een eenzaam strijder tegen de tijdgeest”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 13 september 2014, p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, antwoord 45.
[7] Openbaring 12:12.

20 augustus 2013

Gegarandeerde heerlijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“De opstanding van Christus is voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”.
Voor Gereformeerde mensen zijn dat bekende woorden. Ze staan in Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Christus geeft ons een onderpand.
Nu weten wij het zeker: Hij geeft ons ook de heerlijkheid.
Het majestueuze begin is er.
En het magnifieke vervolg komt eraan.

Het Evangelie van die rustgevende genade vinden wij bijvoorbeeld in Romeinen 6: “Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus”[2].

Dat verheugende bericht heeft verregaande consequenties.
Het betekent dat voor ons in de hemel een plaats vrij gehouden wordt.
Dat blijkt uit Efeziërs 2: hij “heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus”[3].
In de hemel is het duidelijk: deze plaats is gereserveerd voor Jan Janssen, voor Piet Bos, voor …
Ja, vult u de namen van uw broeders en zusters in de kerk maar in.
En van uw gelovige ouders. Van uw godvruchtige ooms en tantes.
Van uw man, die altijd zo druk met de kerk bezig was.
Van uw vrouw, wier optimistische levenshouding ten diepste voortkwam uit een vast geloof.
Ja, vult u uw eigen naam maar in.
Ergens is ook een prachtige plaats voor de schrijver van deze weblog.
Dat is ongelooflijk. Maar het is waar. Hónderd procent waar.

Wij vinden die blijde Boodschap ook in Efeziërs 5. Daar heten de kerkmensen “leden van Zijn lichaam”.
Daarom zijn kerkmensen echt de moeite waard! Het staat er zo: “…niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam”[4].
Laten wij goed zien wat daar staat. Er staat niet: opdat wij leden van zijn lichaam zijn. Nee, wij lezen: omdat wij leden van zijn lichaam zijn. Dat is dus al zo. Het is ook de realiteit van 2013.

Het blij makende Evangelie kunnen wij ook in Colossenzen 3 vinden.
Daar blijkt dat de schrijver ervan met de beide benen op de grond staat. In dit leven is ons bestaan niet een en al jubel. Er klinken geen harmonieorkesten en grote zangkoren.
Colossenzen 3 verkondigt: “Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid”[5].
Het is nu nog niet duidelijk hoe ons hemeleven er uit komt te zien, maar het wordt prachtig – iedereen zal het zien.

Ware gelovigen hebben perspectief in de wereld.
De horizon breekt open.
Dat geldt in een wereld die, om zo te zeggen, op sommige plaatsen in brand lijkt te staan.

Neem nou het Midden-Oosten. Dat is een buitengewoon onrustig deel van de wereld.
Het Nederlands Dagblad van donderdag 15 augustus kopte op de voorpagina: “In Egypte dreigt bloedige burgeroorlog”. En daaronder stond: “Egypte heeft de noodtoestand uitgeroepen, na de gewelddadige ontruiming van twee protestkampen gisteren in Caïro. Bij het optreden van de ordetroepen vielen 149 doden en meer dan 1400 gewonden. Vicepresident elBaradei is opgestapt.
Het Egyptische leger ontruimde gisteren met pantserwagens en bulldozers twee tentenkampen van aanhangers van de afgezette president Mohammed Morsi. Er werd op grote schaal traangas ingezet en van beide kanten zou zijn geschoten”[6].
Het genoemde aantal doden en gewonden bleek later nog aanzienlijk hoger. Vele kerken van koptische christenen werden een prooi van het vuur. De wereld keek verbijsterd toe[7].
Een argeloze christen in Nederland vraagt zich, in zijn stoel gezeten, in gemoede af waar het toch héén moet met de wereld. De mensen breken de boel af, in plaats van dat zij zaken opbouwen.
Welnu.
Gods uitverkoren kinderen weten wel waar zij naar toe gaan. Zij zijn onderweg naar de hemel. Het is Jezus Christus Zelf die daar plaatsen reserveert. Voor al Zijn kinderen. Er is plek voor iedereen. Want in de hemel is plaats genoeg.

Ware gelovigen hebben perspectief in de wereld.
De horizon breekt open.
Dat is, om het eens zo te zeggen, een hele zorg minder.

We leven in Nederland waarin de kosten voor zorg de pan uitrijzen.
Op allerlei manieren wordt geprobeerd om de kosten in de hand te houden.
Dat kost moeite. Grote moeite.
Al was het alleen al omdat zoveel mensen door een instelling voor geestelijke gezondheidszorg ondersteund moeten worden. Het zou de minister momenteel niet slecht uitkomen als daar wat minder patiënten terecht kwamen[8].
Wij horen de ervaringen van mensen die in dit leven grote moeiten kennen. Niet zelden zijn het aangrijpende verhalen. Soms hóór je ’t Gods kinderen denken, of zelfs zeggen: kwam Christus maar terug…
Tegen zulke mensen mag zonder terughoudendheid worden gezegd: onze opstanding in heerlijkheid komt eraan; de Here heeft het Zelf beloofd.

Onze opstanding in heerlijkheid: dat lijkt voor ons soms mijlenver van ons bed af te staan.
Maar laten wij ons niet vergissen.
Want de Eersteling is reeds uit het graf verrezen.
Dat in het verleden behaalde resultaat geeft garanties voor de toekomst!

Noten:
[1]
Zondag 17, antwoord 45: “Ten derde is de opstanding van Christus voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”.
[2] Romeinen 6:8-11.
[3] Efeziërs 2:6 en 7.
[4] Efeziërs 5:29 en 30.
[5] Colossenzen 3:3 en 4.
[6] “In Egypte dreigt een bloedige burgeroorlog”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 15 augustus 2013, p. 1.
[7] “Geweld veroordeeld, nog geen sancties” en “Tientallen koptische kerken in brand gestoken”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 16 augustus 2013, p. 2.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld: “Huisarts moet alert zijn op verwijzing ggz”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 10 augustus 2013, p. 3.

1 augustus 2012

Nieuw leven

De opstanding van Christus is een wonder. Een gróót wonder. Een mirakel waar wij, gewone stervelingen, niet bij kunnen.
Dat wonderwerk heeft voor ons grote gevolgen.
In Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus lees ik: “Wij worden ook (…) door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven”[1].

Nieuw leven: die aanduiding komen we op het kerkplein nogal eens tegen.
Als ik me niet vergis, zien we die naam vaak in de evangelische hoek.
Bij Nieuw Leven Harderwijk bijvoorbeeld. Die sinds 2005 bestaande kerk maakt deel uit “van NewFrontiers; een wereldwijde familie van kerken met een gezamenlijke passie om de kerk te bouwen en te zien functioneren volgens de principes van het Nieuwe Testament. De visie van NewFrontiers omvat: het herstel van de kerk, het maken van discipelen, het trainen van leiders, het planten van nieuwe kerken, het bereiken van de volken”[2].
De leden van Nieuw Leven Maastricht maken aan den volke bekend dat ze een droom voor de kerk hebben:
“De droom om een kerk te bouwen zoals God hem bedoeld heeft. De kerk zoals de eerste kerk beschreven wordt in het Bijbelboek Handelingen. Vol met nieuwe gelovigen… Die niet alleen een keuze voor Jezus maakten maar ook werden gedoopt en deel werden van Zijn gezin “de kerk”. Waar wonderen en tekenen gebeurden zoals in de tijd van Jezus. Waar eenheid was: waar mensen niet zozeer voor zichzelf leefden, maar weg gaven en deelden wat ze hadden. Waar iedereen over hen sprak, in de goede zin van het woord. Waar ze trouw waren aan het onderwijs, getuigden, evangeliseerden, vriendschap beleefden, met elkaar baden, samen aten, voor elkaar en voor de armen zorgden. En waar God hun aantal dagelijks vermenigvuldigde met mensen die gered wilden worden. Vol van kracht en passie voor God en mensen. Vol verlangen om een wereld te bereiken voor Hem! Een kerk in de frontlinie… het zoutend zout. De kerk met een missie, een taak, een roeping”[3].

Als ik zulke teksten lees word ik telkenmale een beetje sceptisch.
Mensen kúnnen de kerk namelijk niet herstellen. Wonderen en tekenen zoals men zag toen Jezus op aarde was, die zijn vandaag niet meer te zien. Kerkelijke eenheid is ver te zoeken. Heel wat Nederlanders doen wat schamper over de kerk; die goede reputatie valt nogal tegen. Het zou te veel gezegd zijn dat de Neêrlandse christenheid groeit; zelfs als men alle christelijke gemeenschapjes meetelt, kan men niet van een toename van het aantal kerkleden spreken… En de kerk in de frontlinie? Volgens mij geldt voor heel wat medemensen dat geloof en kerkkeuze privédomein is.
Trouwens: wat mij betreft is het tekenend dat “de kerk” in het bovenstaande citaat tussen aanhalingstekens staat.

Paulus schrijft aan de Efeziërs dat zijn lezers en hij levend gemaakt zijn door Christus. Dat doet hij in hoofdstuk 2.
De Godsgezant legt nadruk op de genáde die de Here aan christenen geeft.
En dan? Dan gebeurt er in Efeziërs 2 iets opvallends. De apostel weidt niet meteen uit over de levenswandel.
Hij refereert eerst aan Christus’ opstanding. En daarna gaat hij schrijven over de hemelse toekomst.
Hij schrijft over de plaats die wij daar gekregen hebben. Die plaats hébben wij dus al.
Maar dat wil niet zeggen dat we daar al zijn. In de komende eeuwen zal de hemelse God tonen hoe overweldigend en groots Zijn ontferming is.
Het memoreren van die genade acht Paulus hoogst belangrijk. Wij dienen, zo noteert hij, ons goed te realiseren dat wij niet gered zijn omdat wij zo vlijtig aan onze eigen redding hebben gewerkt.
Wij moeten God zelf eren!
Leest u maar even mee.
“God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door genade zijt gij behouden –, en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[4].
Paulus schakelt van de opstanding door naar de hemel. Moeiteloos. Zonder omhaal van woorden. Niet dat de levenswandel niet belangrijk is. In Efeziërs 4 wordt er uitgebreid aan besteed[5].
Maar we kunnen niet om de conclusie heen: de kerk begint niet bij eigen keuzes, grote wonderen, roerende eendracht, verrassende vrijgevigheid of menselijke passie.
Nieuw leven, dat is: eerst en vooral naar de toekomst kijken.

Dat wil niet zeggen dat kinderen van God ergens boven de wereld zweven. Welnee. Zij staan – om zo te zeggen – met beide benen in de wereld. En als het goed is, zetten zij iedere dag de tegenstelling op scherp.
De mogelijkheid daartoe werd geschapen door God Zelf. Hij liet Zijn oneindige liefde blijken.
Dat maakt bescheiden.
Terughoudend en voorzichtig.
Dan is een sfeer van ‘wij dromen hier- of daarvan’ of ‘onze kerk moet vol worden met nieuwe gelovigen’ tamelijk ver weg. De beslissing omtrent die zaken is niet aan ons. Het is de Hére die mensen naar Zijn heilige vergadering brengt. Wonder boven wonder zijn Gods kinderen instruménten bij het werk dat in de hemel wordt gedaan!

Opstandingskracht: dat is een bekend woord.
Iemand schreef eens: door de opstandingskracht van Christus heb ik minder medicijnen nodig gehad; ik kon mijn slaapmedicatie sneller afbouwen[6].
Zulke verhalen kunnen ons in verwarring brengen.
En we komen al snel bij de vraag: wat is Christus’ opstandingskracht nu eigenlijk? Mijn antwoord: dat is de kracht waarmee Christus zich aan ons verbindt.
Met Christus: Hij is met recht onze Middelaar. Met Zijn onmisbare hulp zijn wij mensen geworden die eeuwig zullen leven.
In Christus: door Zijn toedoen bestaat er nu een in-nige verbondenheid met de Verbondsgod.
Dat zo vaak gebruikte woord ‘opstandingskracht’ duidt niet zozeer op wonderen. Dat woord betekent dat we klaar worden gemaakt voor een toekomst met Hém.
Opstandingskracht: dat is, als u het mij vraagt, echt een Verbondswoord!

Nog één keer citeer ik Zondag 17: “Wij worden door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven”.
Nieuw leven: dat hoeven we blijkbaar niet op allerlei gekunstelde manieren vorm te geven.
Want Jezus Christus is in het leven van Gods kinderen aanwezig. En waar Hij present is, daar gaan de zaken structureel veranderen. Tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, antwoord 45.
[2] Zie http://www.nieuwlevenharderwijk.nl/ .
[3] Zie http://www.nieuwlevenmaastricht.nl/ .
[4] Efeziërs 2:4-10.
[5] Zie Efeziërs 4:17-32.
[6] Zie http://www.real-life.nl/lifeletter/2011/opstanding.html .

Blog op WordPress.com.