gereformeerd leven in nederland

9 mei 2019

Geen beeld beschikbaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mijn smartphone heeft geen beeld, hoe los ik dat op?
Dat is een hedendaagse vraag waaruit achtereenvolgens een grote mate van korzeligheid en een gestadig toenemende wanhoop spreekt.

Intussen is onze God in geen enkele afbeelding te vangen.
Hoe sfeervol het plaatje ook is –
Hoe fraai een beeld ook gebeeldhouwd is –
altijd is God nog mooier, nog groter, nog machtiger.

Men zegt wel: een beeld zegt meer dan duizend woorden. En heel vaak kan men dat beamen.
Niettemin zegt de Heidelbergse Catechismus, dat oude leerboek van de kerk: “God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden. De schepselen mogen wel afgebeeld worden, maar God verbiedt dat wij een afbeelding van hen maken of hebben om die te vereren of God daardoor te dienen”[1].

En bij nader inzien is dat zo gek nog niet.

Een paar jaar geleden promoveerde de heer Tom Powell op een studie naar de effecten van tekst en beeld in het nieuws.
Uit het Reformatorisch Dagblad citeer ik: “Een van de beelden waarmee de communicatiewetenschapper werkte, was de beroemde foto van de verdronken peuter Aylan uit Syrië die op het strand van het Turkse Bodrum lag. Het beeld schokte de wereld. Maar zorgde het beeld daarvoor, of was het voornamelijk de tekst bij de foto die mensen roerde?
Voor zijn onderzoek liet Powell de foto aan Nederlandse en Amerikaanse proefpersonen zien. Het beeld stond expres bij een bericht over een strenger vluchtelingenbeleid. Achteraf stelde Powell vragen als: wil je de petitie tekenen om meer vluchtelingen op te vangen in Nederland? Steun je de militaire interventie in Syrië?
Wat bleek? Het beeld van de verdronken peuter zet aan tot acties zoals doneren aan een hulporganisatie, maar de tekst zorgt uiteindelijk voor verandering van politieke standpunten”.
In het bericht stond ook te lezen: “Een tekst lezen kost meer tijd, maar laat je wel de exacte betekenis weten”[2].

Dus:
* tekst zorgt voor nuancering van meningen
* tekst zorgt voor verandering van opinies
* met tekst komt de precieze boodschap die men brengen wil beter over.

Aldus bezien komt Exodus 34 helder in het licht te staan: “U mag u geen gegoten ​goden​ maken”[3].
Dat verbod blijkt in het Nederland van 2019 reuze modern te zijn. Immers – wie een beeld aanbidt, loopt het reële gevaar om heel ongenuanceerd te worden. Hij let slechts op de grote lijn. Hij veronachtzaamt allerlei gegevens uit Gods Woord, die belangrijk zijn om meer over God te weten te komen.
De Here laat ons in Zijn werk de exacte betekenis van Zijn geboden en verboden weten. Het blijkt in de praktijk volstrekt onvoldoende om de grote lijn van Gods werk een beetje te volgen. Voordat je ’t weet ga je eigen betekenissen geven aan de woorden die God zegt.

Exodus 34 is een tekst die ook in 2019 heel goed past!

Het was de christelijke gereformeerde hoogleraar M.J. Kater die een paar jaar geleden schreef: “Misschien moeten we eerst eens met elkaar eens afspreken in de kerk dat we niet achter de feiten aan gaan lopen. In de samenleving is al weer duidelijk het verlangen aanwezig naar ‘ont-beamering’ en een informatiedieet en verschijnen boeken over de grote nadelen van een leven in flitsende beelden en one-liners. Evenmin is het juist te denken dat we vandaag voor het eerst in een visueel ingestelde maatschappij leven. Er zijn studies in overvloed die erop wijzen dat de ontwikkeling van het modernisme sinds de 17e eeuw gepaard ging met zien als hoogste zintuigelijke waarneming”[4].
Verbeelding en fantasie – dat zijn gaven van God. Dat is zeker!
Maar in de dienst aan God wordt niets aan de verbeelding overgelaten.
Laten we elkaar in dit verband wijzen op woorden uit 2 Koningen 18: “Hij – dat is Hizkia – nam de offerhoogten weg, sloeg de ​gewijde stenen​ in stukken en hakte de gewijde palen om. Hij verbrijzelde ook de ​koperen slang, die ​Mozes​ gemaakt had, omdat de Israëlieten er tot die tijd toe ​reukoffers​ aan gebracht hadden; men noemde hem Nehustan”[5]. Nehustan – dat wil zeggen: ‘ding van koper’. En de maatregel is duidelijk: weg met dat ding!

Van de God van hemel en aarde bestaan geen goed gelijkende tekeningen.
Geen schilderijen.
Geen foto’s.
Geen beeldjes.
Geen hologrammen.
Geen powerpointpresentaties.
Niets van dat alles.
God zegt: ‘Ik ben oneindig veel groter dan uw animatietechniek en uw beeldmedia. Ik ben niet in een breedbeeld te vangen’.
God zegt: ‘lees Mijn Woord, en aanbidt Mij’.
God zegt: ‘weg met plaatjes, prentjes en poppetjes’.
God zegt: ‘Mijn Woord zegt genoeg. Meer dan genoeg. In dat Woord, daar leert u Mij kennen!’.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 97.
[2] “Beelden zeggen niet altijd meer dan duizend woorden”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 21 september 2017, p. 10.
[3] Exodus 34:17.
[4] M.J. Kater, “Het Woord verkondigen in een visuele maatschappij”. In: De Wekker, vrijdag 1 september 2017, p. 6-9.
[5] 2 Koningen 18:4.

24 april 2018

Vernieuwde beelden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Dit artikel begint bij stomme beelden.
Bij beelden die niet kunnen spreken, dus.

Daarover gaat het ook in de Heidelbergse Catechismus, dat oude leerboekje van de kerk.
In Zondag 35 staat onder meer het volgende.

“Wat eist God in het tweede gebod?
Antwoord:
Dat wij God op geen enkele manier afbeelden en Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft”[1].

Iemand die dat leest, zou kunnen denken: waarom mag dat niet?
Het is toch fijn om iets of iemand vast te kunnen pakken?
Daar wordt het toch veel makkelijker van?
Toch is er een goede reden om het afbeelden van God na te laten.
Want God is veel groter dan wij. Zelfs de meest wijze man kan niet aan God tippen. De meest wijze vrouw komt niet bij God in de buurt.

Dat is een deel van de achtergrond van de volgende vraag en het antwoord in dat oude lesboekje:
“Mag men dan helemaal geen beelden maken?
Antwoord:
God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden. De schepselen mogen wel afgebeeld worden, maar God verbiedt dat wij een afbeelding van hen maken of hebben om die te vereren of God daardoor te dienen”[2].

Daarbij komt: beelden kunnen niet praten.
Maar God is, om het zo maar te zeggen, springlevend.
In de Bijbel spreekt Hij vandaag nog altijd tegen ons. De Catechismus spreekt over ‘levende verkondiging’.
Dat is, wat mij betreft, een wat bijzondere term. In 2012 heb ik daar al eens iets over geschreven[3].

Die term betekent in ieder geval: verkondiging midden in het leven van vandaag.
En ook: verkondiging die op de toekomst gericht is. Op de toekomst die wij in de hemel hebben.

De apostel Paulus heeft daar veel over geschreven.
In 1 Corinthiërs 15 bijvoorbeeld.
Ik haal een paar woorden uit dat hoofdstuk: “En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen”[4].

Het is voorstelbaar dat iemand die het bovenstaande voor het eerst leest, bij zichzelf denkt: dit is geheimtaal.
Het wordt al iets duidelijker als we de woorden die eraan voorafgaan ook citeren. “De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel. Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen”[5].
Daar staat dus:
* we zijn nu nog aards
* net als de eerste mens, Adam.
* maar er komt een tijd dat we hemels zullen zijn, net als Jezus Christus.

Christenen zijn daarom, goed beschouwd, heel progressieve mensen.
Vooruitstrevend. Gericht op datgene wat komt.
Dat betreft niet alleen het lichaam, maar ook de geest.
Het gehele bestaan gaat gloriëren. Het wordt heerlijk!

De meeste en oudste handschriften lezen dat vers uit 1 Corinthiërs 15 – “wij zullen het beeld van de Hemelse dragen” – als een oproep: laten wij het beeld van de Hemelse dragen.
Dan is het dus een aansporing.
Een dringende uitnodiging.

Maar die aansporing is eigenlijk heel logisch.
Waarom?
Omdat God mensen uitkiest. Hij zegt: u hoort bij Mij.
Hij voert een plan uit. Hij weet al heel lang wat onze bestemming is.
De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen in Rome, hoofdstuk 8: “Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de ​Eerstgeborene​ zou zijn onder vele broeders”[6].
Gelovige mensen zullen in de hemel echt Thuis zijn. Het is niet de bedoeling van de Eerstgeborene, Jezus Christus, om de hemel enkel en alleen te bestemmen voor de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Nee, heel Zijn volk mag meegenieten van de eeuwige heerlijkheid!

In 1 Johannes 3 staat: “Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is”[7].
Dan begrijpen wij blijkbaar wie Hij is.
We leven dan op hetzelfde hemelse niveau als Hij.

En dat wordt pas echt leven.
Dan is alle verdriet weg. De tranen zijn definitief afgeveegd. Lichamelijke en psychische klachten zijn uit de wereld. Het woord ‘angst’ staat niet meer in ons woordenboek. De twijfels zijn verdwenen.
Het leven wordt vrede.
Het wordt een eeuwigheid van geluk, die nu nog onvoorstelbaar is!

Daar mogen we ons op verheugen.
Zelfs als we diep in de ellende zitten, mogen we zeggen: het wordt beter, veel beter!
En we bereiden ons erop voor: dit is nog maar een klein begin, het wordt nog veel mooier.
Vol verwachting klopt ons hart – nee, niet alleen in de decembermaand.

Dan begrijpen we ook stukken beter waarom Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus het over ‘stomme beelden’ heeft.
Want wat moet je nou met beelden als je het magnifieke perspectief van de hemel hebt?
Niks natuurlijk. Helemaal niks.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 96.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 97.
[3] Zie mijn artikel ‘Levende verkondiging’; hier gepubliceerd op dinsdag 11 december 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/12/11/levende-verkondiging/ .
[4]
1 Corinthiërs 15:49.
[5] 1 Corinthiërs 15:47 en 48.
[6] Romeinen 8:29.
[7] 1 Johannes 3:2.

4 april 2017

Beeldendienst slaat nergens op

Het is al sedert jaar en dag bekend: onze God mag niet afgebeeld worden.
Gereformeerden doen niet aan beeldendienst.
Zo belijden wij dat.

Intussen verbaast schrijver dezes zich regelmatig over het aantal beeldjes en relieken dat in onze samenleving in omloop is.
Met een zekere regelmaat kijkt schrijver dezes naar het televisieprogramma ‘Geloof en een Hoop Liefde’ dat de Evangelische Omroep momenteel op maandag tot en met donderdag in de late namiddag en het begin van de avond op NPO2 uitzendt. Eén van de standaardvragen die in dat programma aan mensen wordt gesteld is: heeft u iets in huis wat te maken heeft met geloof, hoop of liefde? Je kunt er dan soms versteld van staan wat er tevoorschijn komt aan kruisjes, beeldjes, schilderijtjes en andere religieus getinte voorwerpen.

Maar nee, Gereformeerden doen dus niet aan beeldendienst.

Overigens is dat ook om een andere reden tamelijk opmerkelijk.

Macht en daadkracht zijn in deze wereld in veruit de meeste gevallen zichtbaar. We kunnen zien dat er wat gebeurt. We merken dat de wereld om ons heen verandert. De situatie wordt anders. De ontwikkelingen komen in een stroomversnelling door een machtige ingreep. We ontdekken het al snel: onze wereld wordt omgevormd. Getransformeerd. Het beleid wordt aangepast.

Maar veel werk van de Here is voor ons onzichtbaar.
Jazeker, wij geloven dat onze God volop actief is. We weten stellig dat Hij Zijn beloften waar maakt. Wij vertrouwen volledig op de heerlijke kracht van onze Verbondsgod.
Maar op heel veel van Zijn werk hebben wij, kerkmensen van 2017, niet het zicht. Wij zien dat niet. Wij begrijpen dat niet. En wij omvatten dat niet.
Juist in die onzichtbaarheid blijkt Gods macht. Gods onvoorstelbare grootheid is voor het menselijk oog niet waar te nemen.

Dit alles overpeinzend denk ik terug aan dat kaartje dat ik van mijn vader op mijn vijfenvijftigste verjaardag kreeg. Eind februari was dat.
Aan de buitenkant staat een tekst uit Psalm 103:
“…zo hoog de hemel is boven de aarde,
zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen”[1].
En binnenin is een tekst uit Psalm 100 afgedrukt:
“de HEERE is goed,
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig,
Zijn trouw van generatie op generatie”[2].
Mensen kunnen ver kijken in het heelal. Zij kunnen ook ver komen. Maar de hemel is nog niet ontdekt.
Gods macht torent eindeloos ver boven het menselijk kunnen uit.
Gods goedheid is uitstekend; die steekt dus boven alles uit.
De trouw van de Verbondsgod is tijdloos. Die zal er altijd wezen.

Dat is de boodschap die mijn vader af wil geven met dat kaartje. Dat kaartje waar op de voorzijde de zee, het strand en de lucht met kleine wolkjes het Schriftwoord ondersteunen.

Jazeker, dat kaartje koester ik.
Niet alleen omdat dat van mijn 89-jarige vader komt.
Niet alleen omdat mijn vader dat kaartje zelf heeft gemaakt; in de hoekjes kunnen wij ’t plakband zien zitten.
Maar vooral omdat hij zijn teksten met zorg kiest.

Mijn vader laat met dat kleine kaartje namelijk zien: God is groot en wij zijn kleine mensen.
Mijn vader zegt er ook mee: de Goddelijke goedertierenheid is ongelooflijk, maar wij mogen wel in Hem geloven en bij Hem horen!
Mijn vader toont impliciet ook aan dat beeldendienst roemloze onzin is. Dat is, bij wijze van spreken, net zoiets als: de pracht van een schitterend kasteel afbeelden met een huisje uit een krottenwijk.

Onze beeldjes en kruisjes en icoontjes en schilderijtjes halen het werkelijk niet bij Gods woonplaats, de hemel. Ze vallen bovendien totaal in het niet bij God zelf.
Met Jezusbeelden en kruisen aan de muur halen we, ware dat mogelijk, onze grote God naar beneden. En dat kan helemaal niet.
Willen wij God zien?
Laten wij dan maar naar buiten kijken. Naar de zee, het strand, de lucht en de wolken.
Niet voor niets staat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij kennen Hem door twee middelen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regering van de hele wereld. Want deze is voor onze ogen als een prachtig boek, waarin alle schepselen, groot en klein, de letters zijn, die ons te aanschouwen geven wat van God niet gezien kan worden, namelijk zijn eeuwige kracht en goddelijkheid (…). Dit alles is voldoende om de mensen te overtuigen en hun elke verontschuldiging te ontnemen. Ten tweede maakt Hij Zichzelf nog duidelijker en volkomener aan ons bekend door zijn heilig en goddelijk Woord, namelijk voor zover dat voor ons in dit leven nodig is tot zijn eer en tot behoud van de zijnen”[3].

De boodschap van dat kleine kaartje van mijn vader is het waard om doorgegeven te worden.
Want dat houdt ons bij afgodsbeelden en zogenaamd religieuze afbeeldingen vandaan.
Dat kleine kaartje leert ons vandaag: mensen, kijk naar buiten, dan kunt u zien hoe majestueus God is.
Dat kleine kaartje leert ons vandaag: mensen, blijf bij de Heilige Schrift; daar hebben wij echt genoeg aan!

Dat kleine kaartje brengt ons vandaag ook bij de les van Zondag 35 uit de Heidelbergse Catechismus:
“Wat eist God in het tweede gebod?
Antwoord:
Dat wij God op geen enkele manier afbeelden en Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft.
Mag men dan helemaal geen beelden maken?
Antwoord:
God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden. De schepselen mogen wel afgebeeld worden, maar God verbiedt dat wij een afbeelding van hen maken of hebben om die te vereren of God daardoor te dienen”[4].

Juist in de onzichtbaarheid blijkt Gods macht.
Daarom slaat beeldendienst nergens op.

Noten:
[1] Psalm 103:11.
[2] Psalm 100:5.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 2.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, vragen en antwoorden 96 en 97.

15 maart 2016

Kerk in stijl

God eist in het tweede gebod dat wij “Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft”. Zo staat dat in Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus[1].
Dat is een zin die voor ons wellicht een zekere vanzelfsprekendheid in zich heeft. Als we de Bijbel kennen is dit toch logisch?

Eén ding is zeker: die zin ziet er oerdegelijk uit.
Solide.
Gereformeerd.

Maar er zijn in deze wereld – en alleen al in Nederland – heel wat kerken en kerkgenootschappen. Heel véél kerkmensen zeggen dat zij de Here vereren. Welgemeend en zonder reserve.
Wat moeten wij, in zulk een samenleving, met Zondag 35 aanvangen? Kunnen wij eigenlijk nog wel met de eenvoudige omschrijving van dat Catechismusantwoord aankomen?

Onder Zondag 35 staat onder meer een Schriftverwijzing naar Deuteronomium 12. Met name naar deze woorden: “neem u er dan voor in acht, dat gij u niet laat verleiden na hun verdelging hun voorbeeld te volgen, en dat gij hun goden niet zoekt, zeggende: hoe dienden deze volken hun goden? zo wil ik het ook doen. Niet alzo zult gij de Here, uw God, dienen; want al wat de Here een gruwel is, wat Hij haat, doen zij voor hun goden; zelfs hun zonen en hun dochters verbranden zij voor hun goden met vuur. Al wat ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult daaraan niet toedoen, noch daarvan afdoen”[2].
De Israëlieten moeten niet het voorbeeld van de hen omringende volken volgen.
Nee, het gaat om wat de Here wil. Zijn wil is wet. Zijn geboden zijn de norm.

Het is goed om de betekenis van die woorden tot ons door te laten dringen.

De uit Deuteronomium 12 geciteerde woorden staan in een perikoop waarin het gaat over de ene plaats van de eredienst.
De dienst aan God vindt plaats op een plek die de Here uitkiest. De centrale plaats van de godsdienst is niet perse een plek die mensen aantrekkelijk vinden.
Overigens roept Deuteronomium 12 wel wat vragen op. Door de geschiedenis heen zijn er verschillende centrale plaatsen geweest: Silo, Nob, Gibeon en Jeruzalem. Er is zeker variatie in die ene plaats!
Moeten de Israëlieten steeds naar één plek? Dat lijkt niet erg aannemelijk. In dat geval zouden de Israëlieten immers regelmatig tenminste een week van huis zijn. Waarschijnlijk zijn er ook plaatsen in de regio waar geofferd kan worden.
Op die plaatsen mogen feestelijke samenkomsten plaatsvinden. Samen eten en drinken en genieten van het leven, dat kan allemaal. En wat is de reden voor dat feestgedruis? Antwoord: de trouw van God. De Israëlieten mogen zich realiseren dat Hij er altijd bij is als zij, om het zo maar uit te drukken, naar de streekkerk gaan.

Er wordt in Deuteronomium 12 veel nadruk gelegd op kerk-orde. Men kan niet zomaar doen wat men zelf goed vindt.
Misschien heeft dat te maken met het feit dat de Israëlieten tijdens hun veroveringstochten niet altijd dicht bij elkaar waren. De organisatie van het volk liet toen, uit de aard der zaak, wel eens wat te wensen over.
Mozes maakt duidelijk dat dat vanaf nu verbeterd moet worden.

In die context staat dus de vermaning om de religieuze methoden van allerlei volken vooral niet over te nemen.

Het bovenstaande overwegende, komt het mij voor dat Zondag 35 ook vandaag nog actueel mag heten.
Om dat duidelijk te maken maak ik hieronder een viertal korte opmerkingen.

1.
De Here moet worden gediend. Niet zomaar op plaatsen die wij aantrekkelijk vinden. Niet zomaar op plekken waarvan wij denken dat het er goed en gezellig is.
Mag het in de kerk dan niet prettig wezen? Zeker wel. Laten wij ons best doen om een sfeer te creëren waarin het voor alle kerkmensen goed toeven is.
Maar het gaat erom dat we ons vervoegen op de plaats waar Gods volk vergaderd is.

2.
Laten we maar eerlijk zijn: anno Domini 2016 wordt dat er niet makkelijker op.
Neem nu alleen maar de moeizame relatie tussen de Gereformeerde Kerken  (hersteld) (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN).
In het verleden zijn er allerlei dingen gebeurd die vele broeders en zusters nog altijd met zich mee dragen. Alleen al het woord ‘schorsingen’  rijt veel oude wonden open!
Maar maakt Zondag 35 ons niet duidelijk dat we over menselijke moeiten heen moeten stappen om eenheid te bereiken met allen die Hem in waarheid dienen?

3.
De Israëlieten worden in Deuteronomium 12 opgeroepen om de trouw van God te vieren. Een wonder is het eigenlijk dat de Here nog met Zijn volk bemoeit!
In 2016 is dat wonder er nog steeds.
Als we daar menselijke ontrouw en menselijke zonde tegenover zetten, zwijgen wij alras stil. De kerkelijke verdeeldheid maakt ons, als het goed is, ootmoedig.
Maar Gods trouw maakt ons, als het goed is, ook bereid om onze zonden te belijden. Niet in eerste instantie omdat wijzelf flexibele mensen met veel zelfkennis zijn. Maar omdat wij samen recht tegenover God staan.
De trouw van God stelt ons in staat om over persoonlijk ongerief heen te stappen!

4.
Er is orde in de kerk nodig, maakt de Here duidelijk. Het is een tijd rommelig geweest. Maar nu breken nieuwe tijden aan.
Ook voor onze tijd heeft dat betekenis.
De proclamatie van God betekent in ieder geval dat aanpassing aan de wereld niet aan de orde is. De kerk heeft een eigen stijl. Dat is de stijl die de Here Zijn volk aan heeft geleerd.
Die stijl mag de kerk nooit verleren.
Sterker nog: de kerk moet met regelmaat naar zichzelf kijken. Want de kerk moet in stijl leven.

Als u ’t mij vraagt is Zondag 35 uit de Heidelbergse Catechismus goede leerstof. Ja, ook voor de kerk van vandaag.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 96.
[2] Deuteronomium 12:30, 31 en 32.

24 februari 2015

Godsvertrouwen volgens Zondag 35

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

In de kerk mogen wij geen beelden van God maken. Wij mogen die ook niet aanbidden. De Heidelbergse Catechismus is daar in Zondag 35 heel duidelijk over. God eist in het tweede gebod “dat wij God op geen enkele manier afbeelden en Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft”. En: “God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden. De schepselen mogen wel afgebeeld worden, maar God verbiedt dat wij een afbeelding van hen maken of hebben om die te vereren of God daardoor te dienen” [1].

Dat woord is al vanouds geldig.
Daniël weet er al van.
Mede namens zijn vrienden zegt hij tegen koning Nebukadnezar: “Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; maar zelfs indien niet – het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden”[2].

De vrienden in Daniël 3 zijn heel radicaal. Buigen voor het beeld van de koning? Nee, dat gaan zij niet doen.
Radicaliteit: dat is, als ik mij niet vergis, een levenshouding waar wij een beetje beducht voor geworden zijn. Want wij hebben terroristen aan het werk gezien. We weten waar hun radicaliteit toe leiden kan. Binnen een paar seconden kan een bepaalde omgeving van dood en verderf bezwangerd zijn. Dat is toch erg? Dat kan toch niet zo?
Nee. Natuurlijk niet.
Maar wij zullen goed moeten bedenken dat er een groot verschil is tussen terroristen en Gereformeerden. Terroristen zijn uit op haatzaaiing; hun activiteit brengt de burgers naar een angstsamenleving. Gereformeerden bevorderen – als het goed is – in de maatschappij de liefde voor God; hun activiteit leidt tot een vertrouwenssamenleving.
Kijk, dat is het – de radicaliteit van Gereformeerde mensen is gebaseerd op het vertrouwen dat zij in hun God hebben.
Daarom zingen zij met Psalm 146:
“Wil toch niet op mensen bouwen,
hoe voornaam ook en geacht.
Want beschaamd wordt uw vertrouwen,
als u heil van hen verwacht”[3].

De drie vrienden in Daniël 3 zitten niet verslagen bijeen.
Het is niet zo dat zij met droevige ogen naar een pakket wetten zitten te kijken dat hen vanaf een grote tafel aangrijnst. Nee, ze zeggen eenvoudig: wij buigen alleen voor onze God.
Ach, de koning is best een welwillende man. Denk er nog eens over na, zegt hij[4]. Maar de drie jongemannen zijn in Daniël 3 heel beslist: wij hoeven niet na te denken, want wij vereren God; en verder helemaal niemand[5].
Gereformeerden leren van jongsaf alleen op God te vertrouwen.
In Daniël 3 leren we hoe dat moet.
Dat wil niet zeggen dat we ons van allerlei overheden niets moeten aantrekken. Maar het betekent zeker ook niet dat we ons vertrouwen volledig op de regering stellen. Als wij Iemand vertrouwen, dan is het de Here God.

Radicaal, dat willen Gereformeerden in heel hun leven wezen. Van jongsaf aan. Want zij weten hoe een mensenleven zomaar in een spiraal naar beneden terecht kan komen. Op die spiraal kunt u, bijvoorbeeld, het navolgende tegenkomen:
* spijbelen
* drugs
* de kleine criminaliteit
* de grote misdaad
* geweld en terreur.
Mensen die door de Heilige Geest worden aangestuurd begrijpen dat het met hun leven een heel andere kant op moet. Zulk een leven kunnen we samenvatten in het volgende lijstje:
* catechisatie
* kerkgang
* levenslange Bijbelstudie
* altijd de waarheid spreken
* woede niet langdurend en tomeloos laten zijn
* hard werken, om regelmatig giften aan goede doelen te kunnen geven
* opbouwend werken in de kerk
* vriendelijk, barmhartig en vergevingsgezind zijn.
Dat alles heb ik niet zelf bedacht. U kunt die dingen terug vinden in Efeziërs 4[6].

Beelden maken, dat mag niet.
Het beste beeld dat wij voor ogen kunnen houden is dat van Jezus Christus[7]. En laten we dus dat bekende gezang uit het Gereformeerd Kerkboek maar meezingen:
“Dat elk als kind aan U gelijk’
en in zijn doen Uw beelt’nis blijk’”[8].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoorden 96 en 97.
[2] Daniël 3:17 en 18.
[3] Psalm 146:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[4] Daniël 3:14 b en 15: “Is het met opzet, Sadrach, Mesach en Abednego, dat gij mijn goden niet vereert en het gouden beeld dat ik heb opgericht, niet wilt aanbidden? Nu dan, indien gij bereid zijt, zodra gij het geluid van hoorn, fluit, citer, luit, harp, doedelzak en allerlei soort van muziekinstrumenten hoort, u ter aarde te werpen en het beeld te aanbidden, dat ik gemaakt heb . . . maar indien gij niet aanbidt, zult gij ogenblikkelijk in de brandende vuuroven geworpen worden; en wie is de god, die u uit mijn hand zou kunnen bevrijden?”.
[5] Zie hierover ook: “Overeind blijven vraagt om radicale keuzes”. In: Reformatorisch Dagblad (maandag 17 november 2014), p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[6] Efeziërs 4:25-32: “Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander. Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet. Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige. Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed woord hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen. En bedroeft de heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing. Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft”.
[7] Deze gedachte leen ik van http://www.heidelbergsecatechismus.nl/idee_lijst.php (bij Zondag 35) .
[8] Dit zijn de laatste regels van Gezang 5:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

31 december 2013

Jaarwisseling 2013-2014: zonder beeld van God, maar vol verwachting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Wij staan op de drempel van het nieuwe jaar. Vannacht gaan we, van de ene op de andere minuut, 2014 binnen. Dat doen we met veel lawaai en licht. We markeren het moment. Maar het allerbelangrijkste dat bij de jaarwisseling gebeurt, wordt vaak vergeten. Het wordt namelijk Anno Domini 2014. Het betreft een jaar van de Here. Het is een jaar dat door God gegeven wordt. En ook in dat nieuwe jaar mogen en moeten wij wandelen met God.

Wat zal het aanzien van 2014 wezen? Wat wordt het algemene beeld van het nieuwe kalenderjaar?
De wereld is vol van het twintigste wereldkampioenschap voetbal.
En van het feit dat de moordenaar van Pim Fortuyn in 2014 misschien wel vrij komt.
Ergens aan de rand van het kerkplein staat men in het komende jaar klaar voor de heiligverklaring van de pausen Johannes Paulus II en Johannes XXIII[1].

De christelijke kerk leeft met God.
Hoe ziet de kerk eruit?

En misschien vragen wij ons af: hoe ziet God er uit? Wat is het aanzien van Hem? Wat is het beeld van God?

Op die laatste vragen mogen we in de kerk geen antwoord geven.
God eist van ons “dat wij God op geen enkele manier afbeelden en Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft”[2].

Het wil mij voorkomen dat dat laatste citaat – het is afkomstig uit Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus – ons ook bij de binnenkomst van het nieuwe jaar veel te zeggen heeft.

Om dat duidelijk te maken kan 1 Samuël 15 dienstig zijn.

In dat Schriftgedeelte krijgt Saul de opdracht om Amalek uit te roeien. Dat volk heeft de kinderen van God de voet dwars gezet. Daarom moeten de Amalekieten uit de weg worden geruimd. Weg met die mensen!
Daar is de Verbondsgod heel rigoureus in. Waarom? Omdat Zijn werk wordt bedreigd. Omdat de kerk wordt gehinderd.
Maar dat begrijpt koning Saul klaarblijkelijk niet. De door God aangestelde regent heeft dat schijnbaar niet door.
Als doorsnee-mensen naar de Goddelijke opdracht kijken, kunnen zij koning Saul ook wel volgen. En compleet volk uitroeien, omdat die natie niet naar de Here luistert? Dat gaat wel heel ver. Dat ruikt naar buitenproportioneel geweld. Naar autoritair gedrag. En naar machtswellust.
Maar het volk van God moet beter weten. Gods kinderen moeten begrijpen dat de Here God almachtig is. Gods kinderen moeten doorzien dat God bezig is om een volk te formeren dat Hem eren en prijzen zal. Gods kinderen moeten onderkennen dat hun Heer planmatig bezig is, en dat Hij Zijn volk steunt en leidt.
Koning Saul kijkt met doorsnee-ogen naar zijn omgeving. En wij zien Hem denken: ik kan al die mooie mensen en die prachtige dingen toch niet met de grond gelijk maken? Al die aardige mensen, al die kostbare dingen… die kan ik toch niet zomaar op de vuilnisbelt gooien? Er staat: “Saul echter en het volk spaarden Agag (dat is de koning van de Amalekieten) en het beste van het kleinvee en van de runderen, ook het naastbeste, verder de lammeren, kortom al wat waardevol was; dat wilden zij niet met de ban slaan. Maar al het vee dat waardeloos was en ondeugdelijk, sloegen zij met de ban”[3].
Wat gebeurt hier feitelijk? Antwoord: de mens Saul denkt het beter te weten dan de God van het verbond. Dat komt omdat koning Saul eerst en vooral naar mensen kijkt. Hij vertrouwt God niet.
In het verbond is er altijd een vertrouwensbasis. Het is dat fundament, dat bij Saul ontbreekt.

Wie op de Here vertrouwt, die weet het wel: opdracht is opdracht.
Zo iemand begrijpt ook dat de Here nooit onzin-taken geeft. Hij geeft nooit dienstorders waarin gewelddadigheid centraal staat. Al Zijn besluiten hebben rechtstreeks te maken met het welzijn van Zijn kinderen. En met de zegen vóór Zijn kinderen.
Daarom zegt Samuël tegen Saul: “Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen”[4]. Dat betekent: vertrouw nu maar gewoon op God. Dat betekent: doe maar gewoon wat Hij zegt; dan komt alles goed.

De Here neemt Sauls ongehoorzaamheid hoog op.
Want Samuëls boodschap namens de Here is heel duidelijk: “Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim. Omdat gij het woord des HEREN verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat gij geen koning meer zult zijn”[5].

Dat laatste citaat uit 1 Samuël 15 is een bewijstekst bij Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus.

En wij kunnen nu waarschijnlijk wel begrijpen waarom die bewijstekst onder Zondag 35 staat.

Saul zag God niet.
En Hij begreep ook niet wat de Here aan het doen was.
Wat was zijn taak op dat moment?
Antwoord: hij moest gewoon doen wat de Here vroeg.

Wij zien God niet.
Het is ons streng verboden om voor onszelf een beeld van God te maken.
Waarom?
Wij kunnen God nooit en te nimmer in een menselijk beeld vatten. Dat moeten wij ook maar niet proberen.
Wij mogen en moeten op God vertrouwen. Wij moeten gewoon doen wat Hij zegt. Want Hij neemt altijd de juiste beslissingen. Rechttoe rechtaan gaan wij naar Zijn toekomst toe!

In het Reformatorisch familieblad Terdege schreef de hersteld hervormde dominee J.C. den Ouden eens een artikel over 1 Samuël 15.
Hij schreef onder meer de navolgende behartenswaardige woorden.
“Misschien is ons godsbeeld te lief. God is liefde – 1 Johannes 4:8 – en onze God is een verterend vuur – Hebreeën 12:29 –. Het is te oppervlakkig als we stellen dat de bijbelse boodschap is samen te vatten met: God is liefde. Lees Exodus 34:5 en volgende. God is barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Hij vergeeft de ongerechtigheid en overtreding. Maar de schuldige houdt Hij geenszins onschuldig. God is oneindig veel groter dan wij ons kunnen voorstellen. Wij meten Hem te vaak af naar onze afmetingen en beoordelen Zijn daden te vaak naar onze gevoelens. Wantrouw je verstand en gevoel, want ze zijn door de zonde aangetast en corrupt geworden. Vaar dicht op het Woord en aanvaard dat God is zoals hij ons tegemoet komt in Zijn Woord: rechtvaardig en goed, genadig en heilig, barmhartig en trouw”[6].

Wij staan op de drempel van het nieuwe jaar. Vannacht gaan we, van de ene op de andere minuut, 2014 binnen.
Wat wordt er van ons verwacht?
Ook in 2014 moeten wij gewoon doen wat de Here zegt.
Zonder beeld van God.
Maar vol vertrouwen.
Energiek en blijmoedig.
Houdt daarbij Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus maar in gedachten. En vergeet 1 Samuël 15 vooral niet.

Noten:
[1]
Zie hiervoor bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/2014 .
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 96.
[3] 1 Samuël 15:9.
[4] 1 Samuël 15:22 b.
[5] 1 Samuël 15:23.
[6] Dominee den Ouden schreef een artikel over de vraag ‘God is toch liefde?’ in de rubriek ‘Jouw vragen’. In: Terdege (25 november 2009), p. 77. Ook te vinden op www.digibron.nl .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.