gereformeerd leven in nederland

12 juni 2018

Dwaal niet!

Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus gaat over heilig leven, “zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].
In verband daarmee verbiedt de Here “alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan”[2].

Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
Niemand, denk ik.

Waarom is God daar eigenlijk zo streng op?
Omdat dit alles te maken heeft met de koers in ons leven.

Als het gaat over onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan, wordt onder meer verwezen naar 1 Corinthiërs 15. Daar staat: “Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden”[3].

Dwaal niet.
Die vermaning betekent in ieder geval dat we in ons leven een duidelijke richting moeten hebben. Waar gaat het naar toe met ons leven? Voor wie leven wij?
Gaan we eerlijk om met de mensen die het meest dichtbij ons staan?
Horen we, als het over ons huwelijk gaat, tot de categorie schuinsmarcheerders?
Geven we, als het over ons huwelijk gaat, duidelijk onze grenzen aan?
Geeft u, ook als u alleenstaand bent, een duidelijke afbakening – zover ga ik, en verder niet?

We leven in een maatschappij waarin het huwelijk niet zo heilig meer gevonden wordt. Als je elkaar, na verloop van vele jaren, niet zo interessant meer vindt… – nou, dan ga je toch elkaar? Dat gebeurt vaker. Zegt u nu zelf.
Maar de vraag is: worden onze zeden van zo’n scheiding nu zoveel beter? De grondregel moet blijven: “wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden”. Dat principe van Mattheüs 19 lijkt wel ouderwets geworden[4]. Maar als dat zo zou zijn, dan was heel Gods Woord een beetje uit de tijd. En dat is heus niet waar!

Trouwens, wie/Wie bepaalt eigenlijk wat goede zeden zijn?
En ja, daarna liggen de volgende vragen voor de hand: voor Wie leven wij? En: gaan we met onze problemen naar God, of willen wij het zo nodig zelf oplossen?

Wat is slecht gezelschap?
Dat zijn de mensen die hun normen aanpassen aan deze tijd. Omdat Gods Woord niet meer zo past op de algemeen aanvaarde stijl van de eenentwintigste eeuw.

Opnieuw noteer ik die vragen: Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
En ik blijf het zeggen: niemand.

Hoe moet dat nu verder?
Moeten wij toch maar een beetje water bij de wijn doen?
Nee, dat is niet de oplossing.
Maar dat wil niet zeggen dat wij thans troosteloos voor ons uit moeten gaan zitten kijken.
Hieronder leg ik uit waarom.

Die oproep “dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden” staat in een hoofdstuk waarin de apostel Paulus een brede uiteenzetting geeft over nut en noodzaak van de opstanding van Jezus Christus.
Door Zijn lijden en opstanding heeft Jezus Christus voor onze zonden betaald.

In 1 Corinthiërs 15 legt Paulus uitgebreid uit wat dat voor ons betekent.

Opstanding uit de dood – dat is werkelijk ongelooflijk.
Er zijn dan ook massa’s mensen die niet geloven dat Christus’ opstanding echt gebeurd is.
Maar als je dat in twijfel trekt, komt heel de Boodschap van de Bijbel op losse schroeven te staan.

Paulus legt dat in acht stappen uit:
“a. …als er geen opstanding van de doden is, dan is ​Christus​ ook niet ​opgewekt.
b. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.
c. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij ​Christus​ heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden.
d. Immers, als de doden niet ​opgewekt​ worden, is ook ​Christus​ niet ​opgewekt.
e. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw ​zonden.
f. Dan zijn ook zij die in ​Christus​ ontslapen zijn, verloren.
g. Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.
h. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn”[5].

De Eersteling, inderdaad.
Want al Gods kinderen zullen uit de dood opstaan. Jazeker, zij hebben in hun aardse leven veel zonden gedaan. Het dienen van God ging gepaard met vallen en opstaan. Zij hebben tegen de zonde gestreden voor wat zij waard waren. En ze hebben dat gevecht vaak verloren.
En toch is dat geen reden tot wanhoop. Want de Redder van het leven heeft voor onze zonden betaald.
En dat geloof hebben Gods kinderen hun aardse leven lang beleden.
En daarom – vanwege de betaling door de trouwe Heiland – hebben Gods kinderen toch toegang tot de hemel. Zij mogen binnenkomen in de woonplaats van God!

Er komt een moment dat Jezus Christus, de Zoon van God, het koningschap overdraagt aan Zijn Vader.
God betekent dan alles.
Voor iedereen.
God heeft het te zeggen in heel de wereld. Bij alles en iedereen. Overal en altijd.

Dat is, in grote lijnen, het kader van die oproep: dwaal niet!
Oftewel: denk erom dat je goed op koers blijft in het leven.
Dat is niet alleen een kwestie van netjes en voorbeeldig leven. Nee, het is een kwestie van: op weg gaan naar de hemelse toekomst. Een toekomst die nooit ophoudt.

Een rein bestaan?
Een schoon leven?
Dat is de beste voorbereiding op een nieuw leven. Een eeuwig bestaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 109.
[3] 1 Corinthiërs 15:33.
[4] Ik citeer Mattheüs 19:6.
[5] 1 Corinthiërs 15:13-20.

23 mei 2017

Gebed voor de natie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In de kerk spreken we over het Heilig Avondmaal. En ook over de Heilige Doop.
Minder bekend is wellicht dat we ook spreken van het heilig huwelijk.
Zo gebeurt dat in Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus: het zevende gebod leert ons “dat alle onkuisheid door God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].

Heilig, dat betekent: afgezonderd voor God. Het huwelijk is de samenlevingsvorm waarin God wordt gediend. Zo wil Hij dat, en zo moet dat.

Nu weten wij wel dat het door God gewilde huwelijk in de wereld om ons heen steeds minder gewoon wordt.
Mensen gaan scheiden.
Homoseksuelen trouwen met elkaar, of gaan een ander soort relatie aan.
Er zijn LAT-relaties.
Mensen gaan samenwonen.
We zien het allemaal om ons heen gebeuren.
Ontrouw golft door de maatschappij. Die overspoelt ons bijkans.
Wat kan de kerk doen?
Is er voor gelovigen meer te doen, dan machteloos toekijken en het hoofd schudden?

Nu het hierom gaat wijs ik graag op Ezra 9.

In dat Schriftgedeelte is Ezra net in Jeruzalem aangekomen. Daar hoort hij over gemengde huwelijken. Burgers van het door God uitverkoren land, hebben huwelijken gesloten met mensen uit omringende volken. Laten we letten op de formulering in dit hoofdstuk: “het heilige zaad [heeft zich] vermengd met de volken van de landen rondom, en de vorsten en de machthebbers hebben als eersten de hand gehad in deze trouwbreuk”[2]. Dat is het springende punt: Gods volk is niet heilig gebleven. De natie vond het aan God gewijd zijn onvoldoende. De kinderen van God moesten zo nodig hun eigen leven invullen om het nog wat beter naar de zin te hebben!
Zich dit alles gerealiseerd hebbende gaat Ezra een dag lang in de rouw. Zware rouw is het. Die dag is het voor iedereen zichtbaar: Ezra heeft diep verdriet. Hij is hard geraakt. Al datgene wat hij gehoord heeft, treft hem diep. Hij is er kapot van.
Tot aan het avondoffer. Dat is het moment “van het offer der gemeente, wanneer het tempelplein zich met mensen vult”[3]. Dat is ook het ogenblik waarop Ezra in gebed gaat. Voor het oog van vele gelovigen laat Ezra zien wat er nu nodig is: verootmoediging voor God.
Ezra schaamt zich. Hij durft amper bij de Here aan te kloppen. Want de schuld is werkelijk torenhoog.
Ezra beseft dat al de rampen van de afgelopen tijd – het feit dat het land van God leeggeroofd werd, de oorlogen, de gevangenschap, de ballingschap – te wijten zijn aan het gedrag van Gods kinderen. Generaties lang hebben ze zich weinig aan God gelegen laten liggen.
Wat kun je dan nog zeggen?
Je kunt Gods geboden nog eens voor jezelf op een rij zetten.
Je kunt verbaasd constateren dat de God van het verbond Zijn volk niet heeft overgegeven aan de vijand. Je kunt vaststellen dat Hij zelfs nog gelegenheid geeft om naar de Here terug te keren. En dat doet Ezra dan ook.
Huilend bidt Ezra tenslotte: “HEERE, God van Israël, U bent ​rechtvaardig, want er is ons gelegenheid tot ontkoming gelaten, zoals op deze dag. Zie ons voor Uw aangezicht in onze schuld, want er is niemand die hierom voor Uw aangezicht staande kan blijven”[4].

Ezra gaat in gebed.
Hij treurt om de schuld. Hij doet belijdenis van ’s lands zonden.
Maar heeft hijzelf dan ook schuld? Hij brengt het volk terug naar Gods wet? Hij strijdt, om het modern te zeggen, toch tegen assimilatie en syncretisme[5]?
Met deze vragen raken wij, wat mij betreft, een opmerkelijk punt in dit Schriftgedeelte.
Het is, dunkt mij, voor de kinderen van God in het Nederland van 2017 een leermoment. Wij kunnen zeggen: wij hebben part noch deel aan ’s lands zonden. Maar dat is niet waar. In de kerk zitten ook gescheiden mensen. En mensen met verkeerde begeerten. Sterker nog: op de keper beschouwd zijn wij net zo zondig als onze volksgenoten. Het is Gods genade dat wij niet zover van Hem verwijderd raakten als sommige anderen.
Bidden voor land en volk: dat is heel goed. Soms lijkt dat misschien wat overdreven, omdat het merendeel van de mensen om ons heen in zekere zin ver van ons af staat.
Maar Ezra toont het ons: het gebed voor de natie is zeer op z’n plaats, ook als in ons vaderland Gods wetten – ook omtrent het huwelijk – maar al te vaak met voeten getreden worden.

Het valt overigens ook op Ezra hier in gebed gaat, terwijl het hele volk dat ziet.
Hij spreekt, om zo te zeggen, een gebed uit in de kerk, en te midden van de kerkmensen. Iedereen mag het zien. Iedere tempelbezoeker mag het horen. Schuldbelijdenis is in Ezra 9 niet iets voor de binnenkamer.
Het gebed voor de natie hoort dus in de eredienst thuis. Natuurlijk, is het een goede zaak als thuis voor de overheden gebeden wordt. Maar laten we de regeerders in de kerk ook niet vergeten!

Wat valt er voor de kerk te doen in een sterk seculariserende maatschappij?
Is er voor gelovigen een andere taak als wanhopig toezien en op de tanden bijten?
Laten we maar naar de troon van de Verbondsgod gaan.
Laten wij maar ronduit zeggen dat wij zien dat de huwelijksmoraal bij grote delen van het volk verdwenen is.
Het is al meer dan dertig jaar geleden dat iemand schreef: “‘Vreemd gaan’ is niet langer afkeurenswaardig, maar ervaringsverrijkend. Het ‘beloof je haar nimmermeer te verlaten’ lijkt vervangen door zoiets als ‘beloof je me vrij te laten’”[6]. Na die tijd is de huwelijksmoraal er echt niet beter op geworden.
Ontdekken en uitproberen, dat is tegenwoordig niet zelden het parool.
En wie heeft er, bijvoorbeeld, nooit gehoord van psychische schade bij kinderen van gescheiden ouders?
Laten wij, kortom, maar om genade smeken. Voor kerk, land en volk!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Ezra 9:2.
[3] “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v. – deel 3, p. 326: kanttekening 10 bij Ezra 9:5.
[4] Ezra 9:15.
[5] Assimilatie is een zodanige aanpassing van individuen of groepen aan een dominante cultuur dat de oorspronkelijke culturele identiteit op de achtergrond raakt; zie http://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=461 , geraadpleegd op woensdag 3 mei 2017. Syncretisme is de versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomst, zonder dat de tegenstrijdigheden worden opgeheven en een synthese wordt bereikt, zie http://www.encyclo.nl/lokaal/10442  , geraadpleegd op woensdag 3 mei 2017.
[6] W.M. van der Wilt, “Huwelijk en huwelijksmoraal”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 31 oktober 1986, p. 15 (RD-Plus).  Ook te vinden via www.digibron.nl .

3 mei 2016

Middeleeuwse toestanden

Kuisheid: dat is echt een ouderwets woord geworden. Het komt nog voor in Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus. Belezen mensen van middelbare leeftijd kennen die kuisheid ook nog wel. Maar de jeugd van tegenwoordig? Persoonlijk vrees ik dat weinigen dat begrip ‘kuisheid’ in hun vocabulaire hebben.

Waarom legt de Catechismus eigenlijk zoveel nadruk op die kuisheid?

Een artikel in een krant uit 1985 werpt een verhelderend licht op die vraag.
Ik citeer het volgende.

“In de Middeleeuwen hadden de meeste woningen slechts één kamer; de boerderijen kenden zelfs geen scheiding tussen stal en woonvertrek. Volwassenen en kinderen sliepen samen in dat ene vertrek en dikwijls sliepen verschillende mannen en vrouwen samen in hetzelfde bed. De kinderen die vanaf hun zevende jaar tot het dienstpersoneel gingen behoren, waren dikwijls getuige van de seksuele omgang, vooral in de dienstvertrekken.
Middeleeuwse prenten van kermissen laten vergaande seksuele intimiteiten zien, die in het openbaar op de markt bedreven werden. Van de openbare badhuizen werd gebruik gemaakt door mannen en vrouwen tegelijk en zij veroorloofden zich daar een bijzonder vrije omgang. De seksualiteit was in de Middeleeuwen niet verhuld, ook niet voor het kind.
Dat seksuele kennis een privilege voor volwassenen is geworden en seksuele omgang opgesloten is binnen het huwelijk, is (…) te wijten aan de Kerkhervorming.
Reformatoren – en ook Jezuïeten – bonden de strijd aan tegen dit in hun ogen morele verval. (…)
Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus hebben geweten van de onbeschaamde seksuele scènes in slaapkamers, badhuizen en kermissen, toen ze hun verklaring schreven van het zevende gebod: ‘Dat alle onkuisheid van God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten. Omdat zowel ons lichaam als onze ziel een tempel van de Heilige Geest is, wil God dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren. Daarom verbiedt Hij alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten en wat de mens daartoe verleiden kan’ (Zondag 41). De catechismus is een strijdschrift, ook in dit opzicht; de veroordeling van het morele verval blijkt verrassend actueel te zijn”[1].

Tegenwoordig wordt op seksueel gebied heel veel open en bloot getoond. Dat lijkt reuze modern. Maar dat is het helemaal niet. Integendeel. Het is een teruggang; naar de Middeleeuwen, namelijk.

In de ogen van met name feministen hebben christenen een belangrijk aandeel gehad in het verbergen van seksuele zaken voor kinderen, en anderen.
Dat moest veranderen, vond men indertijd.
En inderdaad, de situatie is op dit moment ingrijpend gewijzigd. We weten in onze tijd veel over stiefvaders, stiefmoeders en samengestelde gezinnen. We weten van echtscheidingen en vechtscheidingen.

Seksuele voorlichting was vroeger een probleem van aanzienlijke omvang. Maar u begrijpt: het probleem van die voorlichting is opgelost als er niets meer valt voor te lichten.

Kinderen mogen binnenkomen in de slaapkamers van hun ouders. Er zijn naaktstranden, pardon: stranden voor nudistische activiteiten. In het theater en in de film komen naaktscènes voor.
En ja, er is zoiets als een kijkwijzer[2]. Maar in hoeverre ouders en kinderen daar rekening mee houden kan niemand controleren.
Verder zijn er gezamenlijke douchecellen. En sauna’s.
En zo keert de meute blijmoedig terug naar de Middeleeuwen. Wij allen, kinderen incluis, kunnen beleven hoe het is om in primitieve culturen te leven. Het hoeft geen betoog dat dat heel bijzonder voelt. Voelt, dat vooral. Seksueel autonoom, heet dat tegenwoordig geloof ik.

In 1985 stond in de krant: “Het kind van God zal in deze cultuur als vreemdeling en bijwoner vertoeven. Daar hebben we onze jeugd wel op voor te bereiden. Niet alleen wat betreft de seksuele voorlichting, maar ook “in de ontwikkeling van een eigen seksuele identiteit en in de opvoeding tot het huwelijk zal het christelijk gezin een bijzonder eenzame positie gaan innemen”.
En ja, dat is waar. Pijnlijk waar.

Het Reformatorisch Dagblad meldde onlangs: “Middelbare scholen moeten het aangaan van duurzame relaties opnemen in hun lesprogramma.
Daarvoor pleitte SGP-leider Van der Staaij (…) in het tv-programma De tafel van Tijs. Het Kamerlid reageerde op het bericht van vorige week dat in de Amersfoortse Vinex-wijk Vathorst een groot deel van de huwelijken en samenlevingsrelaties strandt”[3].
Zo gaat dat in een samenleving die haar geschiedenis niet kent.

Laten wij maar gewoon Gereformeerd blijven.
Dat blijven we tenminste ver bij die middeleeuwse toestanden vandaan.

Noten:
[1] J. Veenstra, “Het einde van seksuele voorlichting bepleit”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 22 augustus 1985, p. 7. Ook te vinden via www.delpher.nl . Van dat artikel maak ik ook verderop in dit artikel gebruik.
[2] “Kijkwijzer waarschuwt ouders en opvoeders tot welke leeftijd een televisieprogramma of film schadelijk kan zijn voor kinderen”. Citaat van www.kijkwijzer.nl . Geraadpleegd op woensdag 27 april 2016.
[3] “SGP pleit voor relatielessen”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 13 april 2016, p. 1.

14 april 2015

Huwelijkstrouw

De Here leert ons om trouw te zijn in ons huwelijksleven.
De wereld om ons heen vindt dat best een beetje saai.

In onze omgeving wordt gezegd: “Je bent weliswaar nog steeds gelukkig met je relatie, maar af en toe vind je dat monogaam zijn toch wel erg monotoon is? Je wilt geen problemen in je relatie, maar de sleur maakt je er niet gelukkiger op?
67% onder ons blijkt vreemdgaan een geweldige ervaring te vinden, terwijl 95% vindt dat flirten helemaal geen vreemdgaan is.
Second love brengt je via de site in contact met anderen en biedt je de kans op een date. Je kunt zowel online als offline mensen ontmoeten en zelf bepalen hoever je wilt gaan met jouw date. Alles mag, niets moet”.
En:
“Wist je dat 72% van vrouwen vindt dat passie en aandacht de dingen zijn die ze het meest missen in hun huidige relatie?”[1].
In een wereld waarin vreemdgaan bij de gewone zaken is gaan horen, belijdt de kerk: “Het zevende gebod leert ons “dat alle onkuisheid door God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[2].
En:
“Omdat zowel ons lichaam als onze ziel een tempel van de Heilige Geest is, wil God dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren. Daarom verbiedt Hij alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan”[3].

Menselijke passie staat tegenover Geestelijke actie.
Menselijke aandacht staat tegenover Geestelijke zorg.

Vanuit de mens gesproken zegt men: is het na tien, twintig, vijfentwintig jaar niet goed om eens rond te kijken?
Maar die vraag doet geen recht aan de status van de mens. De mens is geen object waarop men seksuele lusten botvieren kan. Man en vrouw zijn elkaar tot hulp. Jarenlang. In alle situaties van het leven.
En als het leven dan alledaags wordt? Een tikje duf? Ietwat eentonig?
Als wij over het antwoord op dergelijke vragen nadenken, ligt een tegenvraag voor de hand. Namelijk deze: is er één leven dat van het begin tot het einde bestaat uit opwindende kicks en liters adrenaline? De vraag is haar beantwoorden. En wie die kwestie negeert moet maar eens kijken hoeveel mensen om hem heen zorg nodig hebben.
Man en vrouw moeten elkaar tot hulp zijn. In alle dingen die dagelijks voorbij komen. De kern van het probleem van de eenentwintigste eeuw is dit: we willen elkaar alleen nog maar helpen als het ons uitkomt en als wij dat nuttig vinden.
Welnu, volgelingen van Christus moeten dat anders doen!

Nu het hierom gaat, wijs ik graag op woorden van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant W.G. de Vries: “In het huwelijk heeft de mens van God de onvergelijkelijke glorie gekregen dat hij Gods Scheppersheerlijkheid mag afbeelden”[4].
In de hulp die man en vrouw elkaar bieden zijn zij ambassadeurs van God. Hoge vertegenwoordigers van Hem. Wij laten iets zien van de manier waarop hij weer.
In het huwelijk worden meestal kinderen gegeven. Vanuit dat huwelijk worden nieuwe mensen de wereld in gebracht, om Zijn werk verder uit te voeren.
Het getrouwd-zijn brengt ons op een hoog niveau!

Wij zouden kunnen zeggen: uit Gods Woord blijkt wel dat het met de huwelijkstrouw vroeger ook niet zo best gesteld was[5].
Denkt u maar aan Abraham. Naast Sara had hij twee bijvrouwen.
Jacob was niet alleen getrouwd met Rachel, maar ook met Lea.
Ezau had drie vrouwen.
Gideon had vele vrouwen.
En wij zouden kunnen vragen: als het in de Bijbel al zo is dat mannen met meerdere vrouwen door het leven gingen, dan is dat vreemdgaan toch niet zo ernstig?
Maar dat gaat te snel. Veel te snel.
Want in Gods Woord is de monogamie het uitgangspunt. Graag attendeer ik u op Spreuken 5:
“Drink water uit uw eigen regenbak
en welwater uit uw eigen bornput”[6]. Even tussendoor: ‘bornput’ is een oud woord voor ‘waterput’[7].
Ook wijs ik nu op Spreuken 31, waar over de vrouw gezegd wordt:
“Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig,
ook haar man roemt haar”[8].
Ook de Prediker windt er in hoofdstuk 9 geen doekjes om:
“Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen des ijdelen levens, die Hij u geeft onder de zon, al uw ijdele dagen, want dat is uw deel onder de levenden en bij het zwoegen, waarmee gij u aftobt onder de zon”[9].
Als in de Bijbel de verhouding tussen God en Zijn volk getekend wordt, dient daarbij het monogame huwelijk tot voorbeeld. Leest u maar mee in Jesaja 54: “Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de Here geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd – zegt uw God”[10].
Laten we er uiterst voorzichtig mee wezen om onze leefstijl als sjabloon op de Bijbel te leggen!

Als we Hosea 2 opslaan kunnen we daar lezen: “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Here kennen”[11].
Paulus vertelt aan de Efeziërs dus eigenlijk niets nieuws als hij in hoofdstuk 5 schrijft: “Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles”[12].

Op een internetpagina die de gelegenheid geeft tot vreemdgaan, staat vermeld: “We hebben een aparte pagina gemaakt als hulp bij het chatten. Denk aan je privacy, geef niet zomaar je telefoonnummer of email adres aan een ander. De chat is juist bedoeld om discreet, met zo min mogelijk kans op ontdekking, met een ander in contact te komen”[13].
Bedriegerij in relaties en huwelijken – mensen nodigen elkaar daar anno 2015 zelfs toe uit!

Laten wij ons maar gewoon aan de door God gestelde leefregels houden.
Ook als het over onze huwelijkstrouw gaat.
Want door God gestelde leefregels zijn veel gezonder dan seculiere bedenksels van wispelturige mensen.

Noten:
[1] Zie http://www.secondlove.nl/ .
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 109.
[4] W.G. de Vries, “Het huwelijk in ere”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1967. – 220 p. – Citaat van p. 9.
Dominee de Vries leefde van 1926 tot 2006.
[5] In het onderstaande maak ik gebruik van De Vries, a.w., p. 11 en 14.
[6] Spreuken 5:15.
[7] Zie hierover bijvoorbeeld http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article_content&wdb=WNT&id=M010433 .
[8] Spreuken 31:28.
[9] Prediker 9:9.
[10] Jesaja 54:6.
[11] Hosea 2:18 en 19.
[12] Efeziërs 5:22, 23 en 24.
[13] Zie http://www.secondlove.nl/page.php?page=faq .

18 februari 2014

Veilige omgeving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Wij moeten, zo leert ons Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus, “ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].

Ware gelovigen moeten dus bescheiden leven. Gematigd. Stemmig en eenvoudig.
In onze wereld is dat verre van gemakkelijk. Je moet, zegt men, goed voor jezelf zorgen. Je moet aan je trekken komen. Je moet je kunnen ontplooien.

De Here geeft aan Zijn gelovige kinderen het huwelijk als belangrijke ontplooiingsmogelijkheid.
Toegegeven: er zijn ook vele alleengaanden in de kerk.
Maar het gezin – vader, moeder en kinderen – is toch vaak de plek waar Gods gaven zich ontvouwen.
Daar leren we de liefde kennen. Daar leren we de christelijke omgang met elkaar.

In Hooglied 1 staan daar prachtige woorden over.
Neem bijvoorbeeld deze:
“Zie, gij zijt schoon, mijn geliefde,
ja, heerlijk,
en lommerrijk is onze legerstede,
de balken van ons huis zijn ceders
en onze panelen cypressen”[2].

Het woord ‘hooglied’ betekent: lied der liederen.
Het is het mooiste lied dat er bestaat.
Het is het beste wat je in het aardse leven kan overkomen: liefde!

Geliefden bewonderen elkaar.
In het bovenstaande vers zegt de jonge vrouw hoe mooi ze haar toekomstige man vindt.
Met z’n tweeën kijken ze naar hun rustplaats.
Het lijkt wel alsof die twee, vervuld van liefde voor elkaar, het middelpunt van de schepping zijn.
Een exegeet schreef bij Hooglied 1: “De beschrijving van de cederhouten balken en binten van cipressen die hen omringen, maken duidelijk: de geliefden bevinden zich in de vrije natuur, in hun eigen liefdespaleis dat door God geschapen is. De liefde zoals de Schepper bedoelde (…), heeft daarin een voorname plaats: liefde hoort bij de door God geschapen wereld”[3].

Liefde is door God gegeven. Dat mogen we in de kerk nooit vergeten.
All you need is love, zeggen de mensen. Alles wat je nodig hebt, is liefde voor elkaar. Bij RTL4 is afgelopen zaterdagavond weer een serie tv-programma’s afgesloten met diezelfde titel: all you need is love.
In dat programma worden mensen bij elkaar gebracht. Soms van heinde en ver. En ach, wat is het mooi om te zien hoe liefde en genegenheid kunnen opbloeien als mensen, soms na lange tijd, weer bij elkaar komen!
Dan is alles prachtig.
Het huis lijkt een paleis.
Zo staat dat in Hooglied 1.
Maar laten wij het niet vergeten: het Hooglied maakt deel uit van Gods Woord. Iemand is door de Heilige Geest gedreven om het Hooglied aan ons door te geven. Zeer waarschijnlijk was het Salomo.

In het huwelijk mogen we de daden van de Here bewonderen.
In het huwelijk tonen we de gaven die de Here ons geeft.
Christelijke liefde is niet simpel. Gods kinderen mogen tonen: de hemelse Heer heeft ons voor elkaar geschapen!

Door de jaren heen werd het Hooglied vaak allegorisch uitgelegd. Ook in onze tijd worden dergelijke allegorieën nog wel aan lezers en luisteraars voorgehouden.
Men vroeg: wat had Christus nog meer voor Zijn gemeente kunnen doen? Zijn lijden en sterven was een echte liefdesactiviteit!
Men merkte op: “Er is niets op tegen om onder de vier genoemde stromen wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en verlossing, gevuld als met de kostelijkste zalven, zowel water als zalven te verstaan: water, omdat het reinigt, en zalven, omdat ze geuren”[4].
Vrome mensen lazen in het Hooglied: “Trek mij achter u mee, laten wij ons spoeden. / De Koning voerde mij naar zijn vertrekken”; en men concludeerde dat God Zijn kinderen zo naar Zich toe moest trekken[5].
Nu is het ontegenzeglijk waar dat Hooglied een heel beeldend boek is.
Maar daarbij geldt toch ook dat we in dit Bijbelboek te maken hebben met twee mensen die zich voorbereiden op het huwelijk. Dat huwelijk moet, meen ik, daarom wel in ons blikveld blijven.

Salomo beschrijft hoe heerlijk de liefde tussen twee mensen zijn kan.
Salomo wil ons leren om de liefde in het leven een goede plaats te geven. Kinderen van de Koning moeten begrijpen wat het niveau van hun liefdesleven is. Dat is de standaard van Psalm 8:
“O HERE, onze Here,
hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde,
Gij, die uw majesteit toont aan de hemel.
Uit de mond van kinderen en zuigelingen
hebt Gij sterkte gegrondvest, uw tegenstanders ten spijt,
om vijand en wraakgierige te doen verstommen”[6].
In de huwelijkstrouw laten Gereformeerde mensen, ten diepste, iets zien van de innige band die de Here God met Zijn volk heeft. In de genegenheid die we elkaar tonen, demonstreren we de liefde die de Here voor Zijn volk heeft.
Als de hemelse God ons kinderen geeft, mogen we het evangelie van Jezus Christus doorgeven.

Als het om onze kinderen gaat, vind ik Hooglied heel tekenend:
“…de balken van ons huis zijn ceders
en onze panelen cypressen”.
Ouders en kinderen mogen genieten van de gaven die de Here in Zijn schepping legt. Eén van die gaven is: een veilig huis. Cederhout is mooi. Panelen zijn stevig. Maar ik bedoel niet alleen dat ons onderkomen stevig gebouwd is, en er aantrekkelijk uitziet. Graag accentueer ik vandaag ook dat ons huis een veilige omgeving moet zijn voor iedereen die zich daar bevindt: ouders, kinderen, logees, andere gasten…
Het valt niet altijd mee om die veiligheid te bieden. Het leven is in onze tijd vol van gebroken gezinssituaties. Massa’s kinderen hebben psychosociale of maatschappelijke problemen.
En ach, u weet zelf hoeveel contacten tussen ouders en kinderen beschadigd zijn.
Individualisme en egocentrisme zijn aan de orde van de dag.
Onze eigen lusten vinden we vaak belangrijker dan de verplichtingen die we in ons gezin hebben.
Welnu, de Here houdt ons in Hooglied 1 bij de les. Onze samenlevingsverbanden moeten even zovele veilige omgevingen wezen. Daar moeten we op letten. Daar moeten wij ons in oefenen. Laten we zo nu en dan ês goed naar onszelf kijken en luisteren!

Tot slot nog dit.
Wij moeten ingetogen leven.
Dat moet in en buiten het huwelijk.
In de tijd waarin we leven zeggen mensen vaak: maak van je hart geen moordkuil. En: gooi het er maar uit hoor; dat is beter dan dat je het opkropt. Of: geniet maar van het leven; voor je het weet is het voorbij… Uitbundig en intensief leven, daar is niks tegen. Zeggen ze.
De Here leert ons dat liefde heel teer is. Jazeker.
Liefde is een kwestie van gevoel. Nou en of.
Maar de Here heeft ons ook verstand gegeven. Hij leert ons: lieve kinderen, de liefde is kwetsbaar en mensen zijn zondig; blijf dus binnen de kaders die Ik u in Mijn Woord geef.
En daarbij mogen de woorden van Psalm 128 onze bede zijn:
“Gods zegen moog’ u hoeden uit Sion, stad van Hem,
opdat u ziet het goede van zijn Jeruzalem.
U ziet ook op uw bede uw nageslacht met vreugd.
God geve toch de vrede, die Israël verheugt”[7].

Noten:
[1]
Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Hooglied 1:16 en 17.
[3] De webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hooglied 1:16 en 17.
[4] “Geur” – meditatie. In: Reformatorisch Dagblad (13 september 2012), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[5] Hooglied 1:4a. Zie ook “Geestelijk gebed” – meditatie. In: Reformatorisch Dagblad (19 juni 2012), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[6] Psalm 8:1, 2 en 3 (onberijmd).
[7] Psalm 128:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

22 januari 2013

Symptomen van het verval

In Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus gaat het, zoals wellicht bekend, over kuisheid. En over reinheid. En over ingetogen leven. Over het heilig huwelijk en over de zonde van de echtbreuk.
Over het zevende gebod van Gods wet, kortom.
Eén van de verwijzingen die onder antwoord 108 staan is Maleachi 2:16.

Dat is opvallend.
Maleachi is een kleine profeet. En dus gaat het over Gods oordeel. En over het heil dat God aan Zijn volk geven wil. Dat spreekt bijna vanzelf.
Maar daar komt het zevende gebod dus ook bij te pas.
Het is de moeite waard om Maleachi 2 eens wat nauwkeuriger te lezen.

Wat stáát er in Maleachi 2:16?
Daar lezen wij: “Want Ik haat de echtscheiding, zegt de HERE, de God van Israël, en dat men zijn gewaad met geweldpleging overdekt, zegt de HERE der heerscharen. Daarom, weest op uw hoede voor uw hartstocht en weest niet ontrouw”.

Maleachi beschrijft de zedelijke toestand van het volk in zijn tijd[1]. Die situatie bestond deels nog steeds toen Johannes de Doper actief werd. Tussen de laatste geschiedschrijver van het Oude Testament – dat is, bij mijn weten, Nehemia – en het optreden liggen ongeveer viereneenhalve eeuw. Eeuwen lang zijn de gewetens afgestompt. Israël weet niet meer hoe lief de Here God Zijn kinderen heeft.

De priesters onderwijzen het volk over de dienst aan God. En in de manier van doen van die priesters spreekt alles van onzorgvuldigheid en onverschilligheid.
Een blind dier als offer? Ach, dat kan best.
Een kreupel of ziek offerdier? Nou ja, dat kan er wel mee door.
Terwijl alleen een gáve dieren goed genoeg zijn voor de Here. Zie bijvoorbeeld Leviticus 1[2].
Voor het óóg ziet alles er reuze netjes uit. De priesters maken er wel wat moois van.
Maar er is één zaak waarin de Israëlieten niet onderwezen worden: het feit dat zij afhankelijk zijn van Gods genade. Men leeft niet in de atmosfeer van Hebreeën 9: “Want als reeds het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?”[3].
Een exegeet schrijft over “volkomen onwetendheid omtrent de liefde van God, onbekendheid met zijn heiligheid en het gemis van de vreze van God”.

En het volk?
Dat is, om zo te zeggen, voor zichzelf bezig. Men wijdt het leven niet meer aan God. De gelovigen zijn zogezegd samengesmolten met de ongelovigen. De kerk onderscheidt zich niet meer van de wereld.
En in dat kader wordt gezegd dat “de HERE getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is”[4]. De Here draait er niet omheen: “Niet één doet zo, die voldoende geest bezit, want wat zoekt die éne? Het zaad Gods. Weest dan op uw hoede voor uw hartstocht, en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd”[5].

De ontrouw in het huwelijk is in Maleachi 2 een symptoom van het zedelijk verval. Met zedelijk verval bedoel ik: men zegt God te dienen; maar al doende praat men eigen afwijkingen van Gods wet goed.

Deze zaak is, naar mijn oordeel, ook vandaag actueel.

Op woensdag 16 januari jongstleden organiseerde de Gereformeerde Hogeschool het symposium ‘In de ban van de ring’. Men congresseerde over samenlevingsvormen binnen de kerkelijke gemeente.
Voor een goed begrip: ik ga er van uit dat de ring in bovengenoemde titel de tróuwring is.

Het Nederlands Dagblad deed er daags daarna verslag van[6].
Laat ik u eerst op enige citaten mogen trakteren.
1.
“Op de vraag of samenwonen wel of niet mag, kwam gisteren tijdens een congres van de Gereformeerde Hogeschool geen eenduidig antwoord. Wel stof tot nadenken: ‘We moeten in de kerk niet in de ban van de ring zijn, maar in de ban van het evangelie’”.
2.
Marco Derks, theoloog, constateerde dat het congres over samenlevingsvormen het eerste is in orthodox-gereformeerde kring, terwijl over homoseksualiteit al vijftien jaar wordt gesproken. Hij vermoedt dat homo’s al die tijd zijn gebruikt als ‘excuustruus van de kerk’. Als je over hen praat, hoef je het niet over ‘je eigen seksualiteit te hebben’, aldus Derks, vrijgemaakt opgevoed, nu oudkatholiek. Hij wees erop dat bij dit soort morele kwesties diep gewortelde, onbewuste en normatief gehanteerde principes een grote rol spelen. De Bijbel kent wel veertig verschillende soorten huwelijken, waaronder het uithuwelijken, relativeerde Derks. Vaak werd er eerst getrouwd, waarna hopelijk de liefde kwam. In de orthodoxe kerken, stelde hij, wordt iedereen die niet is getrouwd als tweederangs christen beschouwd. ‘Door het huwelijk als een afgod hoog te houden, houd je allerlei patriarchale verhoudingen in stand”.
3.
Dominee Tim Vreugdenhil “zei te dromen van een christelijke gemeenschap met singles en getrouwden, homo’s en hetero’s – mensen die van elkaar leren over het evangelie. ‘We zijn inderdaad te veel in de ban van die vervloekte ring geraakt. En dit is de prijs: keurig getrouwd zijn als norm, met weinig of geen ruimte om eerlijk te zijn over dat het in je huwelijk deels niet werkt. Dubbellevens, van gemeenteleden tot aan predikanten. En in andere categorieën dan de keurig getrouwden veel kerkverlating, soms ook Godverlating’”.

U en ik kunnen er niet omheen dat, wanneer het hier gaat over het huwelijk, een eenduidige uitspraak uitblijft.
Men zegt niet: samenwonen mag best.
Men zegt ook niet: samenwonen is ons door de Here verboden.
Wij horen alleen maar: wij moeten door het Evangelie gefascineerd worden.
Maar dat is ’t êm juist: als ik Maleachi 2 lees, begrijp ik dat de ontrouw in het huwelijk een teken van maatschappelijke neergang is. Zeg maar gewoon: van verlóedering. Moeten we dat niet signaleren?

Het debat over homoseksualiteit zorgde er, volgens Marco Derks, vroeger voor dat de persóónlijke seksualiteit buiten beeld bleef.
Persoonlijk lijkt het mij dat dat nog wel een beetje meevalt.
In preken over het zevende gebod werd seksualiteit eertijds wel benoemd, zonder dat die preken ernstig verseksualiseerde praatjes werden.
Er ontstonden Gereformeerde gezinnen met kinderen. Véél kinderen soms.
De seksualiteit buiten beeld? Kóm nou…

Marco Derks signaleerde: “In de orthodoxe kerken, stelde hij, wordt iedereen die niet is getrouwd als tweederangs christen beschouwd”.
Dat gaat mij, eerlijk gezegd, veel te snel. Misschien is het bij sommige vrijgezellen wel eens zo óvergekomen. Maar als algemene stelling vind ik dit standpunt eigenlijk helemaal niet kúnnen.
Eerlijk gezegd vraag ik mij af of het Marco misschien wel goed uitkomt om dit wat vage plaatje te tekenen. Het voordeel van zo’n onduidelijk plaatje is namelijk dat je ’t zelf kunt inkleuren. En dat mag dan best een beetje onnauwkeurig. ’t Is toch grotendeels jouw eigen compositie?
Wie de heldere lijnen van Gods Woord uittekent, moet veel secuurder kleuren. Anders komt hij buiten de lijntjes. Begrijpt u wel?

Dominee Vreugdenhil zegt: “We zijn inderdaad te veel in de ban van die vervloekte ring geraakt. En dit is de prijs: keurig getrouwd zijn als norm, met weinig of geen ruimte om eerlijk te zijn over dat het in je huwelijk deels niet werkt. Dubbellevens, van gemeenteleden tot aan predikanten”.
Laten we duidelijk zijn: niet ieder huwelijk is even gelukkig. En ja – ieder huwelijk schudt wel eens op zijn grondvesten.
Maar waar het om gaat is: weerspiegelen we in ons leven iets van God en Zijn onverbrekelijk verbond?

Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus is, als u het mij vraagt, nog altijd actueel.
Het zevende gebod geeft ons, juist in de samenleving anno 2013, een kans om iets van de trouw van God te laten zien.
In dit verband herinner ik u graag aan Jesaja 62. Daar wordt over Gods volk gemeld: “…gij zult een sierlijke kroon in de hand des HEREN zijn, een koninklijke tulband in de hand van uw God. Men zal u niet meer noemen: Verlatene, en men zal uw land niet meer noemen: Woestenij; maar gij zult genoemd worden: Mijn Welgevallen, en uw land: Gehuwde. Want de HERE heeft een welgevallen aan u, en uw land wordt ten huwelijk genomen. Want zoals een jongeling een maagd huwt, zullen uw zonen u huwen, en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw God Zich over u verblijden”[7].
Ik citeer ook Hebreeën 13. Daar wordt met betrekking tot Gods gericht gezegd: “Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen”[8].

Eén opmerking veroorloof ik mij nog.
Persoonlijk begin ik steeds beter te begrijpen waarom de profeet in Maleachi 2 zegt: “Gij vermoeit de HERE met uw woorden”[9]. Want woorden zonder wélgemeende daden zijn van geringe waarde. Een ademtocht slechts.
De Here vraagt van ons om, in het kader van het verbond dat Hij met ons gesloten heeft, dankbaar en blijmoedig naar Zijn Woord en wet te leven. Niet meer. En ook niet minder. Punt.

Noten:
[1] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1170.pdf .
[2] Leviticus 1:3: “Indien zijn offergave een brandoffer van rundvee is, dan zal hij een gaaf dier van het mannelijk geslacht brengen. Naar de ingang van de tent der samenkomst zal hij het brengen, opdat hij welgevallig zij voor het aangezicht des HEREN”. En vers 10: “Indien zijn offergave een brandoffer van kleinvee is, van schapen of van geiten, dan zal hij een gaaf dier van het mannelijk geslacht brengen”.
[3] Hebreeën 9:13 en 14.
[4] Maleachi 2:14.
[5] Maleachi 2:15.
[6] Gerald Bruins, “De kerk is in de ban van de ring”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 17 januari 2013, p. 2.
[7] Jesaja 62:3, 4 en 5.
[8] Hebreeën 13:4.
[9] Maleachi 2:17.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.