gereformeerd leven in nederland

10 januari 2012

Heilig en eerbaar

Leven in heiliging en eerbaarheid: anno Domini 2012 lijkt dat iets uit een andere wereld te zijn.
Toch staan die woorden nog gewoon in onze Bijbels. Wij vinden ze in 1 Thessalonicenzen 4.
Ik citeer ze in hun verband: “Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van de hoererij, dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten, en dat men zijn broeder niet slecht behandele of bedriege in deze zaak, want de Here is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben”[1].

In de Nieuwe Bijbelvertaling-2004 zegt Paulus dat het nodig is “dat ieder van u zijn lichaam heiligt en in eerbaarheid weet te beheersen”.
Als ik het goed zie, zit dáár een kernpunt van de zaak. Wij moeten leren om onszelf te beheersen. In een ongeremde wereld valt dat niet altijd mee.

Voor dat woord ‘lichaam’ gebruikt Paulus in de boven geciteerde Bijbeltekst een nogal vaag woord. De apostel trekt die mist opzettelijk op. Hij noemt de zaak niet bij de naam. Daaruit alléén al blijkt dat het over iets zeer kostbaars gaat[2].

De Here weet het best: misbruik en ontucht liggen hier op de loer.
Als u het mij vraagt, ligt hier voor Gereformeerde mensen een kans om zich duidelijk van de omringende wereld te onderscheiden.
Het moet een heilig voornemen zijn om bij de man of vrouw van onze jeugd te blijven.

De Here geeft wijsheid aan mensen die Hem oprecht eren.
Hij helpt mensen die – om met Spreuken 2 te spreken – de echtvriend van hun jeugd niet verlaten, en het verbond van hun God in herinnering houden[3].
Het moet een heilig voornemen zijn om bij de man of vrouw van onze jeugd te blijven.
Een heilig voornemen: daarin zonderen we ons af van de wereld, we nemen áfstand.  
Laten wij eerlijk zijn: op dit punt gaan er veel dingen verkeerd. Mannen en vrouwen zijn soms zomaar té lief voor elkaar, als u begrijpt wat ik bedoel.
Als mannen en vrouwen elkaar verder helpen, moet het adagium zijn: wat er ook gebeurt, ik blijf bij de door de Here aan mij gegeven levensgezel; wat er ook voorvalt, ik blijf bij mijn eigen echtgenote.
De Here heeft ons gevoel en verstand gegeven!

De Here heeft een enorme aversie tegen ontrouw en onzedelijkheid.
De Here háát onkuisheid. Zo staat dat in de Heidelbergse Catechismus. En er staat bij: “Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[4].
Daar is toch geen woord Frans bij?

Jarenlang hebben wij met z’n allen gedacht dat de gemiddelde leeftijd waarop wij – zoals dat volgens de krant heet – seks hebben, 16,5 jaar is[5].
Dat blijkt een cijfer te zijn dat een vertekend beeld geeft. Er blijken verschillende gegevens in omloop te wezen.
Het schijnt dat op heel wat scholen op dit gebied een norm bestaat: heel wat jongeren menen dat het normaal is dat je op je vijftiende met elkaar naar bed gaat.
Seksuoloog Peter Leusink merkte kort geleden op: “Het is jammer als een cijfer gaat leiden tot normatief denken. Dat zou ik ten stelligste willen bestrijden. Elke jongere kiest zijn/haar eigen moment. Hoe de meerderheid handelt, is geen argument om zelf ook zo te handelen”.
Elke jongere kiest zelf het ultieme moment. Daar staat het. Alsof het een vaststaande waarheid is. Dat is het niet. In 1 Thessalonicenzen 4 schrijft Paulus het zonder omwegen op: “Want dit wil God”. De Here Gód bepaalt de norm. En Hij zegt: seks en seksuele gemeenschap passen bij het húwelijk. Een Gereformeerde man die z’n moment kiest, doet dat – mogen wij verwachten – in overleg met God.
Een echte christenvrouw die haar moment bepaalt, doet dat terwijl zij wandelt met haar Heer.

Psycholoog Ron van Outsem heeft onlangs gezegd dat er van seksuele omgang  vaak een te eenzijdig beeld gegeven wordt. Seks wordt, zo zei hij, beschouwd als een consumptiegoed.
Van Outsem formuleerde: “Er zitten heerlijke kanten aan waar je heel gelukkig van kunt worden en er zitten ook hele scherpe kanten aan waar je jezelf en anderen lelijk mee kunt snijden”.
Dat is natuurlijk waar.
Persoonlijk ben ik echter van mening dat Gereformeerde mensen op dit vlak de zaken nog wat scherper moeten afbakenen. Wij behoren, denk ik, de zaak ook van een ándere kant te benaderen.
Als het gaat over geslachtsverkeer en liefdesdaden redeneren mensen meestentijds naar zichzelf toe: ze krijgen iets, omdat ze daar persoonlijk hun best voor doen. In 1 Thessalonicenzen 4 leren Gods kinderen echter van de geef te leven. Daar lees ik: “Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, die u immers ook zijn heilige Geest geeft[6].
Vaders en moeders willen het beste voor hun kinderen. Daar zijn ouders druk mee in de weer. Hun kinderen moeten, als het een beetje wil, iets beréiken in de wereld. Welnu, zegt Jezus in Lucas 11: “Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?”[7]. Wie met de Here leeft, mag er zeker van zijn: Zijn Heilige Geest woont bij Mij; óók als het om seksualiteit gaat!

In 1 Thessalonicenzen 4 gaat het over heiliging.
En over fatsoen.
En over het indammen van onze seksuele onstuimigheid.
Maar het gaat in datzelfde hoofdstuk óók over de terugkomst van de Here Jezus Christus. Blijkbaar moeten we de regelgeving in verband met onze seksualiteit in dat perspectief zien.
Ik citeer maar even: “Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen”[8].
Onze omgang met het zevende gebod heeft klaarblijkelijk alles te maken met onze toekomst.
De woorden van Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus staan kennelijk rechtstreeks in verband met de eeuwigheid.
Tegenwoordig worden we geconfronteerd met slappe verhalen over seksualiteit, en over de eigen keuzes die we daarin maken moeten.
Allerlei TV-series vertellen ons dat overspel de gewoonste zaak van de wereld is. Van begin september tot half november 2011 was op televisie bij de VARA zelfs een dramaserie te zien die ‘Overspel’ héétte!
Wij, kinderen van God, weten wat ons te doen staat: onkreukbaar en oprecht leven, in voorbereiding op een oneindige toekomst.
Wij leven niet in hartstochtelijke begeerte.
Dat laten we maar aan de heidenen over.

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 4:3-6.
[2] Zie hierover ook http://dickdreschler.wordpress.com/2011/01/20/zondag-41-h-c-leef-heilig-want-ik-ben-heilig/ .
[3]
Spreuken 2:7, 8, 9, 10, 11, 16 en 17: “Hij bewaart hulp voor de oprechten, / Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen, / terwijl Hij waakt over de paden van het recht / en de weg zijner gunstgenoten beschermt. / Dan zult gij gerechtigheid en recht verstaan, / ook rechtschapenheid, elke goede weg. / Want de wijsheid zal in uw hart komen / en de kennis zal voor uw ziel liefelijk zijn; / bedachtzaamheid zal over u waken, / verstandigheid zal u behoeden” (…) “om u te redden van de vreemde vrouw, / van de onbekende die gladde woorden spreekt, / die de echtvriend van haar jeugd verlaat / en het verbond van haar God vergeet”.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[5] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: Wim Houtman, “Seks hóéft niet op je zestiende”. In Nd7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 17 december 2011, p. 8 en 9.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:7 en 8.
[7] Lucas 11:13.
[8] 1 Thessalonicenzen 4:14-18.

« Vorige pagina

Blog op WordPress.com.