gereformeerd leven in nederland

10 augustus 2018

Wees verheugd!

‘Uw wil geschiede’ – dat is een bede uit het bekende Onze Vader.
Volgens de Heidelbergse Catechismus betekent dat: “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].

Met deze bede leggen we ons leven in handen van de God van hemel en aarde. We geven ons bestaan uit handen. In zekere zin althans.
En dat is lastig. Buitengewoon moeilijk zelfs. Jouw leven uit handen geven? Zo van: ik zie wel wat God voor mij in petto heeft? Dat is één van de ingewikkeldste dingen des levens!

Om misverstanden te voorkomen: wij blijven mensen met verantwoordelijkheid.
Wij behoren te leven naar Gods wet. Daarin is de wil van God vervat. Dat is het kader van ons leven.
Daarmee zijn echter niet alle problemen de wereld uit.
Immers – wij willen de zaakjes toch zelf regelen. En eigenlijk willen wij andere zaken, die we niet zelf in de hand hebben, graag ook organiseren.

Niet zo lang geleden voerde ik een paar goede gesprekken met een gelovige en zeer gewaardeerde broeder.
De betreffende broeder maakt zich zorgen over de kerk. ‘Het gaat fout op de kansel’, riep hij in het vuur van zijn betoog. Ach nee, deze man bedoelde heus niet dat er op de preekstoel ongereformeerde dingen worden gezegd.
Deze broeder bedoelde, als ik hem goed begrepen heb, vooral dit: de stijl van de kerk is zo anders als vroeger.
De tijden van K. Schilder (1890-1952) en M.B. van ’t Veer (1904-1944) boden meer verdieping, sprak de broeder bewogen.
En bovendien – na de kerkdienst op zondagmorgen gaat ’t alleen maar over koetjes en kalfjes. Het moge duidelijk zijn: deze broeder heeft weinig met dergelijke dieren; koetjes en kalfjes zijn niet aan hem besteed.

Jazeker – ik begrijp deze broeder heel goed.
Hoe vaak zien we niet een zekere afgang in de kerk?
Intussen wil deze broeder de rijkdom van formuleringen uit oude tijden vasthouden. Terwijl dat lang niet altijd kan. Al was het alleen maar omdat die formuleringen door jongeren vaak niet meer begrepen worden.

Bij de overdenking van dat gesprek kom ik uit bij de inzet van de algemene brief van de apostel Jacobus: “Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus, aan de ​twaalf stammen​ die in de verstrooiing zijn: wees verheugd!
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet”[2].

Jacobus is een aardse broer van de Here Jezus. Volgens een Joodse geschiedschrijver, Flavius Josephus, is Jacobus in 62 na Christus gestorven. De brief moet dus ergens in de jaren daarvóór zijn geschreven.

De christenen worden vervolgd. Jacobus is klaarblijkelijk bang dat pas bekeerde christenen hun geloof weer verliezen. Vanwege het feit dat ze worden weggedrukt. En ook door andere omstandigheden, wellicht.

Jacobus is een dienstknecht van God.
Laten wij daar vooral niet overheen lezen.
Jacobus leert aan zijn lezers dat de God van hemel en aarde de wereld in de hand heeft. Op deze manier herinnert Jacobus zijn lezers eraan dat het Hoofd van de kerk actief present is. De Heiland is er bij. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon, zeggen we in de kerk. Dat betekent: de hemelse Heer voert het plan dat Hij gemaakt heeft helemaal uit.
Het is heus niet zo dat de kerk in het luchtledige zwerft.
Het is ook niet zo dat Jezus Christus zich teleurgesteld terugtrekt. Zo van: die gelovige mensen op aarde redden zich maar. Welnee! De Redder van het leven beschermt Zijn kinderen, met de kracht die Hem eigen is.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.

Wees verheugd!, schrijft Jacobus. Want de beproeving van uw geloof geeft u meer volharding. U wordt getest. Hoeveel geloofskracht heeft u nu echt?
Eén ding is zeker: die geloofstraining geeft u meer doorzettingsvermogen.
Wees dus maar blij!
Het is belangrijk om dat duidelijk tegen elkaar te zeggen.

Die broeder van hierboven heeft veel zorgen over de kerk.
En laten wij maar eerlijk wezen: we vragen ons allemáál wel eens af hoe het verder moet met de kerk. Want wij bemerken bij tijd en wijle een schrijnend gebrek aan Bijbelkennis. Wij zien verslapping, misschien. En ongeïnteresseerdheid, zo nu en dan.
Daar praten wij met elkaar over. Wij praten elkaar moed in. ‘Wij zijn er nog’, zeggen wij opgelucht. En: ‘laten wij maar volhouden en doorzetten’.
Echter: dergelijke conversatie moet niet de eerste prioriteit in ons leven hebben.
Want het eerste dat wij tegen elkaar moeten zeggen is:
* wat zijn we blij met God de Vader, die ons voortdurend verzorgt!
en:
* wat zijn we blij met onze Heiland, die Zijn kerk permanente bescherming biedt!
Die geloofskennis mag en moet eerst geformuleerd worden.
En daarná moet die kennis steeds op de achtergrond van onze conversaties blijven staan.
Laten we, in al ons doen en laten, maar tonen dat kerklidmaatschap altijd iets feestelijks heeft.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.
Daarmee zeggen wij dan, als het goed is, impliciet: geef dat wij steeds beter leren om onze eigen wensen aan de kant te zetten; geef dat wij zonder mopperen naar Gods wet gaan leven.

Jacobus schrijft: in feite moet geen enkele deugd die een christen eigen moet zijn bij u ontbreken.
Jacobus schrijft: al die deugden moeten bij u zijn gerijpt[3].

Christelijke deugden – welke zijn dat?
Wij kunnen denken aan de volgende: geloof, hoop, liefde, godsvrucht, ootmoed, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, rechtvaardigheid, trouw, ingetogenheid, matigheid, zelfbeheersing, volharding, vrijgevigheid en mededeelzaamheid[4].

Die oproep van Jacobus klinkt wellicht wat zweverig.
Immers: alle deugden moeten gerijpt zijn.
Maar dat ideaal is toch onbereikbaar?
Moeten wij ons toch zorgen over de kerk gaan maken?
Zeker niet!
Want net als Jacobus zijn gelovigen van de eenentwintigste eeuw dienstknechten van God. Met andere woorden: godvruchtige mannen en vrome vrouwen zijn in dienst van God.
De Schepper van hemel en aarde geeft Zijn kinderen op aarde ieder een taak. Onze roeping is om die taak standvastig en volgzaam uit te voeren.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.
Die bede geeft geen reden voor onrust of paniek. Want de Machthebber van hemel en aarde heeft kerk en wereld in de hand.
Ook in 2018. Zonder K. Schilder. Zonder M.B. van ’t Veer.
Maar ook nu moet de volharding volledig doorwerken.
Dus gaan wij rustig onze gang.
Gelovig.
Vervuld van christelijke deugden.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Jacobus 1:1-4.
[3] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 1:4.
[4] Zie hierover bijvoorbeeld http://www.christipedia.nl/Artikelen/D/Deugd ; geraadpleegd op vrijdag 27 juli 2018.

25 juli 2017

Altijd voorrang

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Dit artikel heeft Zondag 49 uit de Heidelbergse Catechismus als uitgangspunt.
Wij kunnen daar lezen:
“Wat is de derde bede?
Antwoord:
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].

Het is niet bijna niet te geloven:
* wij verloochenen onze eigen wil
* wij zetten onszelf aan de kant
* wij spreken Hem niet tegen
* wij doen ons werk gewillig
* in ons werk zijn wij trouw.
Dat is onvoorstelbaar. Dat is een profielschets die op niemand past. Wat moeten we daar mee?
Geachte lezers, er is één woord in dat Catechismusantwoord dat wij nimmer over het hoofd mogen zien: geef.
Daar begint alles mee. Wat wij hebben, ontvangen wij van onze Here. Onze mogelijkheden worden aangeboden door de Verbondsgod. De kansen die we krijgen worden gecreëerd door de God van hemel en aarde.
Zondag 49 handelt over onszelf. Jazeker. In Zondag 49 draait het echter eerst en vooral om onze God!

Wij dienen Hem zo goed mogelijk. Want wij horen bij Hem. Wij zijn onlosmakelijk aan Hem verbonden.
Dat is de reden dat wij elke zondag naar de kerk gaan. Dat is de drijfveer van gelovigen om in de kerk actief te zijn. Dat is de motivatie om een christelijk leven te leiden.
De kerk, dat is een centraal punt in ons leven!

Wie Zondag 49 mee belijdt, moet naar de kerk!

De Nederlandse Geloofsbelijdenis is er duidelijk over: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus”[2].
Wij moeten, als u het mij vraagt, nauwkeurig lezen wat hierboven staat. Het is niet zo dat de valse kerk niets van Christus weten wil. Welnee. Integendeel. De valse kerk kent Christus soms zelfs een belangrijke plaats toe. Maar als het erop aan komt, tellen de mensen ook behoorlijk mee. In de praktijk staan de mensen, samen met Jezus Christus, op het podium in de kerk.
Ziet u wat daar mis gaat? De mensen volgen Christus niet meer, maar staan naast Hem. En misschien zelfs – gewild of niet – voor Hem. Dat is in ieder geval niet in lijn met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus!

In dit verband is een veel gehoord adagium: ‘kom, ga met ons en doe als wij’. U hoort daarin de woorden van Psalm 122:
“Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen:
Wij zullen naar het ​huis​ van de HEERE gaan!
Onze voeten staan
binnen uw ​poorten, Jeruzalem!”[3].

De dichter van dit pelgrimslied, David, is blij als anderen tegen hem zeggen: kom, ga mee naar de kerk!
Die vreugde is belangrijk.

Nu kom ik bij heel wat verontruste GKv-ers.
En wellicht geldt het onderstaande ook wel voor mensen in andere kerkgenootschappen.

Bij hen ontbreekt de vreugde van de kerkgang vaak. Dat is een veeg teken. Kerkgang moet ons blij maken.
Kerkgang moet geen vraagtekens opleveren. Zo van: wat heeft de kerkenraad voor ons in petto? Oftewel: welke kant gaat het op?
Kerkgang moet geen gekromde tenen opleveren. Zo van: wat voor merkwaardigs gebeurt er vanmorgen in de kerkdienst?
Kerkgang moet troost geven. En blijdschap!
Zoekende en onrustige mensen die voortdurend narrig of onzeker uit de kerk komen, moeten zichzelf beproeven: wat vraagt God op dit moment van mij?

In dat citaat uit Psalm 122 zit, wat mij betreft, nog een opvallend puntje. Er staat: “Onze voeten staan binnen uw ​poorten, Jeruzalem”.
De voeten staan dus niet buiten de poort. Die voeten staan niet in de poort.
Nee, de mensen lopen Jeruzalem in. Ze lopen de kerk binnen. Ze blijven niet een beetje aarzelend buiten staan.
Ziet u ’t springende punt?

Laten wij nog een ogenblik naar Zondag 49 kijken.
In die Zondag staan keuzes centraal.
Die keuzes maken wij niet op eigen kracht. Sterker nog: daarvoor moeten wij de energie ontvangen. Onze wil moet worden omgebogen; de Heilige Geest moet een ombuigingsoperatie uitvoeren.
Zondag 49 leert ons om altijd voorrang te geven aan de wil van onze God. Laten wij maar bidden. En oefenen. Biddend op weg naar de toekomst – dat gaat heel goed!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Psalm 122:1 en 2.

5 juli 2016

Wat God doet, dat is welgedaan

Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus toont een torenhoge ambitie.
U kent de tekst van het antwoord wellicht wel:
“Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].
Misschien brengen de bovenstaande woorden ons wel enigszins aan het twijfelen.
Is dit alles voor een mens van vlees en bloed wel waar te maken?
Kan dit eigenlijk ooit wel iets worden?

Hoe dat zij – van Gereformeerden wordt, om zo te zeggen, een zekere flexibiliteit gevraagd.
Er zijn dingen die we, naar eigen zeggen, niet kunnen. Maar de Here zet ons er toch mee aan het werk.
Er zijn situaties waar we, naar eigen zeggen, niet in terecht willen komen. Toch raken we erin verzeild. Maar hier geldt zonder uitzondering:
“Wat God doet, dat is welgedaan,
zijn wil is wijs en heilig”.

Nee, die meegaandheid kunnen we niet altijd opbrengen.
Maar er is meer.
Graag wijs ik u op Lucas 22: “En Hij zonderde Zich van hen af, ongeveer een steenworp ver, knielde neder en bad deze woorden: Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede”[2].
Een exegeet schrijft hierbij:
“De eerste zin is in de Textus Receptus eigenlijk niet af: ‘Vader als U (het) wilt deze beker van Mij weg te nemen …’ Het lijkt er op of Hij Zichzelf met de tweede zin in de rede valt: Doch niet Mijn verlangen van dit moment, maar Uw wil geschiede. Jezus blijft Zich geheel en al afhankelijk stellen van de wil van Zijn Vader”[3].
Even tussendoor: Textus Receptus “is de naam voor de eerste Griekse tekst van het Nieuwe Testament die door middel van de boekdrukpers verspreid werd. De eerste versie werd in 1516 gedrukt”[4].
Intussen is duidelijk wat er in Lucas 22 gebeurt: Jezus Christus buigt Zijn wil op volmaakte wijze om, teneinde de komst van Zijn Koninkrijk verder voor te bereiden en Zijn volk te redden van de zonden.
Zondige mensen kunnen het niet opbrengen om altijd Gods wil te doen. Maar zij mogen altijd pleiten op Christus’ werk!

Hierover schrijvende wijs ik u op een verhaal van Plato. Dat verhaal gaat als volgt[5].
“De stuurman van een schip wordt gevangengezet, omdat de bemanning het zat is steeds naar hem te moeten luisteren. Men wil voortaan democratisch de koers bepalen bij meerderheid van stemmen. Zie het gevolg: het schip komt nergens aan. Moe, hongerig en dorstig geworden, bevrijdt men de stuurman en doet men een beroep op hem om de koers te bepalen. Let op hoe hij dit doet. Hij wacht eerst tot het donker is. Dan kijkt hij omhoog, naar de sterren. Het zien naar omhoog geeft hem een goede oriëntatie om de koers te bepalen, om zo in zijn alledaagse levenscontext de juiste koers te varen”.
Plato – de Griekse filosoof en schrijver die enkele eeuwen voor Christus leefde – begreep blijkbaar heel goed dat men zich op een ‘externe bron’ moet oriënteren; menselijke normen moeten het platte vlak overstijgen[6].
Gereformeerde mensen zullen des te meer moeten blijven beseffen dat zij – in al hun doen en laten – profeet, priester en koning zijn!
Profeet: gericht op Gods koninkrijk; pleitbezorger van Christus en Diens reddingswerk
Priester: dienstbaar in heel het aardse leven, in navolging van zijn Hogepriester, Jezus Christus
Koning: geroepen door de allerhoogste Koning, strijdend tegen de zonde om later met God over alle schepselen te regeren[7].

In het Schatboek – een verklaring van de Heidelbergse Catechismus – noteert Zacharias Ursinus bij Zondag 49: “…het komt ons niet toe te zien of te peilen wat God in Zijn raad besloten heeft, aangezien wij Zijn bevel en een voorgeschreven regel hebben wat wij van Hem bidden zullen, maar onder voorwaarde: ‘Indien dit Zijn wil en raad is’. Die regel moeten wij volgen, en steeds zeggen: ‘de wil des Heeren geschiede’ (Handelingen 21:14). Intussen moeten wij de afloop aan Hem overlaten, zowel de tijd wanneer als de manier waarop Hij Zijn besluit wil volbrengen”[8].

Ursinus wijst in het bovenstaande op Handelingen 21.
In Caesarea proberen mensen de apostel Paulus ervan te weerhouden om naar Jeruzalem door te reizen. Maar de apostel is niet van zijn voornemen af te brengen. Hij is er blijkbaar van overtuigd dat hij zich op de door God gewezen weg bevindt. In de NBG-vertaling uit 1951 lezen wij: “En toen hij niet te overreden was, hielden wij ons stil en zeiden: De wil des Heren geschiede”.
Lucas gebruikt hier echter een gebiedende wijs: de wil des Heren moet geschieden. Daar klinkt iets van berusting in. Men proeft de overgave.
De wil van de Here moet geschieden. Dat kan ook. Opnieuw noteer ik:
“Wat God doet, dat is welgedaan,
zijn wil is wijs en heilig”.

De wil van de Here moet geschieden.
Laat dat onze wens zijn, op alle dagen van ons aardse leven.
Misschien moeten wij in deze wereld wel dingen doen, waarvan wij nimmer hadden gedacht dat we daartoe in staat waren.
Het zij zo.
De Heer van hemel en aarde zal ons krachten en mogelijkheden geven.
Voor nu en voor de toekomst.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Lucas 22:41 en 42.
[3] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 22:42.
[4] Zie http://www.vinden.nl/wiki/page/Textus_receptus ; geraadpleegd op donderdag 23 juni 2016.
[5] In het onderstaande gebruik ik: drs. W.K. Petersen, “Christelijk leiderschap op het werk (I)”. In: Kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk, 12 juni 2014, p. 8 en 9. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[6] Zie over Plato https://nl.wikipedia.org/wiki/Plato ; geraadpleegd op donderdag 23 juni 2016.
[7] Zie ook Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus, antwoord 31: Ik word een christen genoemd “omdat ik door het geloof een lid van Christus ben en zo deel heb aan zijn zalving, om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren, en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren”.
[8] Geciteerd via Reformatorisch Dagblad, zaterdag 7 december 2013, p. 2.

16 juni 2015

IS dringt kerk tot geloofskeus

IS: de betekenis van die afkorting jaagt de wereld angst aan.
Wie zit er achter de Islamitische Staat? Kenners zeggen dat het Abu Musab al-Zarqawi is. “Een ordinaire crimineel die besloot om jihadist te worden”. De man werd in 2006 geliquideerd tijdens een door de Verenigde Staten uitgevoerde luchtaanval. Maar zijn erfenis wordt nog steeds gebruikt.
IS onderscheidt zich van Al Qaida doordat het geweld zich ook tegen moslims keert.
IS herbergt religieuze fanaten, maar ook voormalige getrouwen van Saddam Hussein. Zodoende beschikt men over inlichtingen, wapens en regeerkracht.
Als de NAVO haar best doet, kan IS wellicht vernietigd worden. De ideologie zal echter blijven bestaan[1].

Wat is het doel van IS?
In de internetencyclopedie Wikipedia staat geschreven: “Het doel van Islamitische Staat in Irak en de Levant is jihad tegen de Amerikanen in Irak en tegen iedereen die volgens IS met hen samenwerkt, voornamelijk sjiieten, en het stichten van een islamitisch kalifaat in Irak, Syrië en omliggende Arabische landen. De na 1918 getrokken grenzen in het Midden-Oosten dienen te worden uitgewist. Dit kalifaat zou derhalve het gehele Midden-Oosten, Noord-Afrika, het Iberisch Schiereiland: al-Andalus, Turkije en de Balkan moeten omvatten”[2].
Maar de vraag is: waar is het IS nu echt om te doen? Moet de hele wereld een kalifaat worden?
Naar mijn idee is het antwoord op die laatste vraag nog zeer onduidelijk.

Islamitische Staat: de term is momenteel bijna iedere dag in de krant te vinden.
We verbazen ons over de wreedheden van de organisatie. Bij zoveel afschuwelijke nieuwsfeiten worden we stil.
Het schijnt bovendien dat IS – met een geschat vermogen van 2 miljard dollar – de rijkste terreurbeweging ter wereld is. Twee miljard dollar terreurgeld!

Keihard jihadisme: dat is het kenmerk van Islamitische Staat.

Gereformeerde mensen hebben, over het algemeen, geen wapens in huis. Wij gaan in ieder geval niet op mensen schieten. En niet lijfelijk vechten.
Maar iedere dag komt de krant. En eerlijk is eerlijk: de hoeveelheid nieuws over IS dreigt ons soms te overspoelen. Is dat eigenlijk wel aan ons besteed? En vooral: kunnen we als Gereformeerden nog iets zinnigs tegenover Islamitische Staat stellen?

Het vorenstaande overpeinzende wil ik u graag wijzen op de tekst van Zondag 49 uit de Heidelbergse Catechismus. Ik citeer:
“Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[3].
Eigen wil en eigen ambities moeten volledig aan de kant worden gezet.
Zonder enig tegenspreken!
Ja, men zou kunnen zeggen dat zowel moslims als christenen totale overgave kennen.

Toch is er een allesbepalend verschil.
Dat zien we al snel als wij Gods Woord er op na slaan.

Eerst wijs ik u graag op Mattheüs 16.
De Here Jezus zegt daar: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden”[4].
Zijn kruis op zich nemen, wie doet dat? Antwoord: iemand die ter dood veroordeeld is.
Wij hebben straf verdiend!
Wij hebben onszelf in de ellende gebracht!
Het is, als het hierom gaat, van groot belang om aandacht te besteden aan het begin van de perikoop waarin de boven aangehaalde tekst staat. Daar lezen we: “Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen! Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen”[5].
Jezus Christus gaat de dood in. Zijn lijden, sterven en opstanding geeft het leven aan ter dood veroordeelden terug!
Daarom sluiten we ons bij Christus aan.
Wij hoeven niet meer te sterven.
Wij hoeven niemand meer om het leven te brengen.
Wij mogen de liefde van God doorgeven aan de wereld.
“Uw wil geschiede” – dat moet onze bede wezen. Meer is in een christenleven niet nodig.

Nu wijs ik u nog op woorden uit Titus 2.
Het zijn deze: “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven”.
De genade van God is te zien.
Die genade brengt geluk en vrede voor alle mensen in de wereld. Daar passen onthoofdingen en andere wreedheden van IS op geen enkele manier bij.
Zondige mensen hebben opvoeding nodig. Ze moeten leren om koers te zetten naar het leven met God!
Voor dat woord ‘bezadigd’ staat in het Grieks sophronos: verstandig.
De drie deugden uit Titus 2 – verstand, rechtvaardigheid, vroomheid – zijn bekend uit de moraalfilosofie van de oudheid. Een exegeet schrijft dan ook over “wereldverbetering, maar dan christelijk ingevuld vanwege het ingrijpen van God, onze Redder. Zo kan men namelijk alleen leven door volstrekte zelfverloochening: alle immoraliteit (‘goddeloosheid en wereldse begeerten’) negeren en zich concentreren op de toekomstige wereld, het koninkrijk van God. Opvoeding van de mensheid mag gezien worden als resultaat van Gods reddende genade die verschenen is in de persoon van Jezus Christus”[6].
Voelt u dat hier een keus wordt gevraagd?

De Islamitische Staat is in het nieuws.
Zij lijkt soms Gods Woord en het christendom van radio en televisie te verdringen.
Daarom is het des te belangrijker dat Gereformeerden zich niet op dit alles verkijken.

Als u het mij vraagt wordt de antithese hier scherp gesteld!
Ook anno Domini 2015 moeten we blijven bidden: ‘Uw wil geschiede’.
Wij moeten, hier op aarde, onze dienst vervullen. Gewillig en trouw. En in alle rust, de Islamitische Staat ten spijt.
Als onze aardse dienst voltooid is, zullen hemelse harmonie en voortdurende vrede ons deel wezen!

De Islamitische Staat wil dat niet begrijpen.
Maar Gereformeerde mensen mogen het blijven belijden: onze God is krachtiger dan welke aardse macht dan ook!

Noten:
[1]
Jacob Hoekman, “IS: hoe de erfenis van een crimineel de wereld gijzelt”. In: PuntKomma, katern bij het Reformatorisch Dagblad (zaterdag 23 mei 2015), p. 6. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[2] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Islamitische_Staat_(in_Irak_en_de_Levant) . Geraadpleegd op vrijdag 29 mei 2015.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[4] Mattheüs 16:24 en 25.
[5] Mattheüs 16:21, 22 en 23.
[6] Zie: Dr. P.H.R. van Houwelingen, “Timoteüs Titus: pastorale instructiebrieven”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 2009. – p. 276.

29 april 2014

De kerk op haar paasbest

De bede “Uw wil geschiede” heeft alles te maken met Christus’ opstanding.
Als we die woorden in de mond nemen, bidden we blijkens Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus: “Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen”[1]. Daarbij wordt dan onder meer verwezen naar twee verzen uit Titus 2. Die verzen citeer ik in hun verband: “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Spreek hiervan, vermaan en weerleg met alle nadruk: niemand mag u verachten”[2].
In die tekst uit Titus 2 heb ik enkele woorden gecursiveerd. Want die maken duidelijk dat de derde bede van het Onze Vader in rechtstreeks verband staat met Pasen.

Maar het begint eigenlijk al met de mededeling dat de genade van God verschenen is. Er schijnt licht in de duisternis. God Zelf komt binnen in onze ellendige wereld.
Er is een antwoord op het vraagstuk van de zonde. Er is, noteert een exegeet, “leven in onze dood, genezing in onze ziekte, vergeving in onze schuld”[3].

Alle mensen moeten opnieuw opgevoed worden.
Zij moeten weer leren om maat te houden. Zij moeten leren om Geestelijk maat te houden – geleid door de Heilige Geest. Alles wat niet bij Gods Geest past, moeten mensen gaan mijden. Zij moeten zich weer realiseren hoe ze goede verhoudingen tussen mensen creëren en in stand houden. Mensen moeten gaan beseffen wat heilig leven betekent: ontzag hebben voor God.

Het bestaan in deze wereld is maar tijdelijk. Dat moeten alle mensen ook leren.
En in de kerk moet het worden geproclameerd: Christus Jezus komt nog weer terug! Er is meer dan de puinhoop in de wereld. Het houdt niet op met de rommel die mensen er op deze aarde van maken.
Een exegeet vat het zó samen: geen doemdenken, maar roemdenken – roemen in God.

Mensen moeten worden losgemaakt uit de banden van duivel en dood.
De hemelse God begint een schoonmaakoperatie. Hij reinigt Zijn volk.
Alle mensen in die schone natie kunnen nu Gods lof verkondigen.
En daar – zo schrijft Paulus aan Titus – moet u de mensen toe stimuleren. Vertroost de mensen maar! Zet hen maar aan het werk!

Uw wil geschiede: dat is een typische Paasbede.

Dat is een boodschap voor heel de kerk.
De Joods-Amerikaanse historica, schrijfster en docente Lauren F. Winner wees er eens op dat men in de kerk alle geledingen van de bevolking aantreft: “jong en oud, lager en hoger opgeleid, getrouwd en single”[4].
Titus 2 zet ons op datzelfde spoor. Oude mannen moeten nuchter zijn, schrijft Paulus. Bejaarde vrouwen moeten priesterlijk zijn in hun optreden. Jonge mannen moeten in alles bezadigd zijn. Jonge vrouwen moeten hun man en kinderen lief hebben. Slaven moeten hun meesters onderdanig zijn.  Kortom: de hele gemeente komt aan de beurt[5].
De bede ‘Uw wil geschiede’ heeft blijkbaar niet de kleur van de individualiteit. In de kerk gaan we niet simpelweg op de solotoer. Het eerbiedigen van Gods wil is niet slechts een persoonlijke kwestie. Het is vooral ook een zaak van de kerk. Samen gehoorzamen wij de Here.

Als wij dat bedenken, komen we al snel op de gedachte dat het belangrijk is in de kerk één lijn te trekken. Het is onjuist om te zeggen: ik doe het zo, maar mijn medekerklid doet het anders en dat is zijn keus. Het is te gemakkelijk om te zeggen: ieder z’n meug. Het is te simpel om te roepen: ieder moet zelf maar zien hoe hij of zij de Here dient.

Als ik mij niet vergis is Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus ook van betekenis voor de gang van zaken in het kerkverband.
Als het gaat over het maken van afspraken ligt men in allerlei kerkelijke vergaderingen al heel snel uit elkaar. In minder dan geen tijd ontstaat allerlei gekrakeel. Als we niet uitkijken is er binnen de kortste keren denderende ruzie in de tent.
Heel vaak ziet men dat wel aankomen. IJverig wordt gezocht naar een compromis. En dat, geachte lezer, is in veel gevallen vrij snel gevonden. Men spreekt af: dit of dat laten wij over aan de verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerken.
In het licht van Zondag 49 en het feit dat we Gods wil samen eerbiedigen lijkt mij zo’n manier van doen niet juist.

Uw wil geschiede: dat is een gebed waarbij als begeleiding een juichtoon te horen is.
Uw wil geschiede: dat betekent dat de kerk op haar Paasbest is.
Uw wil geschiede, dat betekent: hoera voor de orde in de kerk!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124: “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”.
[2] Titus 2:11-15.
[3] Zie de webversie van de Studiebijbel.
[4] In deze alinea maak ik onder meer gebruik van: Marieke de Vries, “Jong en oud in de gemeente”. In: De Wekker (30 augustus 2013), p. 8 en 9. Ook te vinden op www.digibron.nl .
Zie over Lauren F. Winner http://en.wikipedia.org/wiki/Lauren_Winner .
[5] Titus 2:2-10.

26 maart 2013

Verbondskader

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Waarom doen we op deze aarde de dingen zoáls wij ze doen?
Meer precies: waarop baseren Gereformeerde mensen de keuzes die zij maken?

Als het goed is verloochenen wij onze eigen wil. Wij leven naar Gods wil; dát is de wil die goed is. De taak waartoe wij geroepen zijn vervullen wij even gewillig en trouw als de engelen in de hemel dat doen[1].

Die motivatie is kraakhelder. Er is, om het maar zo te zeggen, geen woord Frans bij.
Wij leven in het kader van het verbond met God. Onze taak is duidelijk afgegrensd. Wij weten hoe de wet van God luidt, en wat wij hebben te doen.

Daarin verschillen wij nogal van mensen uit de wereld.

De acteur Kees Brusse zei eens: het leven is in zekere zin onbekend gebied.
“Gelukkig is er altijd de kracht en de ambitie en het talent van de jeugd om wat je je voorstelt ook te willen bereiken. Je moet misschien je plan wel een tikje bijstellen maar meestal gaat dat wel volgens redelijk vaste patronen”.
“Als je geluk hebt kom je ook door gebieden van grote betekenis, zoals liefde en gedachten over ons bestaan, maar in ieder geval… we lopen, we hollen, we streven, we willen wat doen. Maar we weten allemaal dat dit leven eens ophoudt en dat je bevoorrecht bent als je oud wordt”.
“Als ik over mezelf praat, dan vind ik dat onbekende en niet vertrouwde gebied, waarin ik nu ben, toch redelijk onzeker. Want alles wat je aannam als vanzelfsprekend heeft nu een vraagteken. Wat als ik opeens niet meer kan lopen? Wat als ik opeens niet meer kan zien? Wat als ik niet meer kan horen? Wat als ik opeens niet meer normaal kan denken? Wat als ik mij niet meer alleen kan wassen?…”.
De acteur ging naar de uiterste zuidkust van West-Australië. Daar was hij nog nooit eerder geweest.  Het is een ruig, maar erg mooi gebied. “De rotsen daar zijn heel speciaal. Want ze waren vroeger verbonden met precies dezelfde rotsen in Antarctica…”. “Ik geniet er van de elementen, van de oudheid. Er is iets groots daar. Heel groot en heel solide. Op dat moment realiseerde ik me dat, zelfs als mijn lichaam aan het aftakelen is, onze geest deel blijft uitmaken van iets heel groots en iets ouds en iets heel echts”[2].
De acteur – die overigens sinds kort weer in Nederland woont – heeft in die natuur iets gezien van de grootheid van de schepping. Van het ongrijpbare. Van het onberedeneerbare.
En toch staat hij op achterstand.
Want hij komt niet verder dan iets. Hij komt niet verder dan een soort algemene kracht, die zeer solide is.
Dat komt omdat hij zijn uitgangspunt neemt in zijn eigen geest. Die geest is zijn ankerpunt. Van daaruit gaat hij op zoek naar grote dingen. Naar móóie dingen. Naar de manier waarop de gebeurtenissen in de wereldhistorie met elkaar verbonden zijn. Naar grondvormen en oerbeelden.
De acteur is nu 88 jaar[3]. En zijn gezondheid laat nogal te wensen over. Maar hij blijft op zoek…

In de kerk zijn wij niet op zoek.
Wij hebben een vaststaand kader.
Wij weten dat ons leven in de hand van onze almachtige Vader ligt. En wij zeggen: Uw wil geschiede. En we zeggen erbij: zoals het in de hemel toe gaat, zo moet het ook op aarde werken. Om te beginnen in de kerk.
Wij géven ons leven niet aan Vader. Nee, het is andersom: wij weten dat Vader ons het leven geeft. Hij biedt ons de mogelijkheden om Hem te dienen. Gewoon, in het leven van alledag.
De Here geeft ons het kader waarbinnen ons leven op hemelse wijze wordt ontplooid. Het gaat dan niet meer over ontplooiingskansen. Of over ambitie en talent. Het gaat over zekerheid die vanuit de hemel verstrekt wordt. Het gaat over garanties die de Here geeft.

Die garanties geeft Hij vanwege het werk dat Zijn Zoon, Jezus Christus, heeft gedaan.

Nu het hierom gaat wijs ik op Mattheüs 26[4]. Daar kunnen wij lezen: “En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt”[5]. In Zijn gebed beleed Jezus dat Hij de wil van Vader wilde doen. Hij moest de kennis van Gods wil eigenlijk weer opnieuw verwerven.

Er kwam een tweede gebed, daar in Mattheüs 26.
Opnieuw ging de Zoon de troonzaal van Vader binnen.
Jezus had de kennis van Gods wil, om zo te zeggen, ververst. Nu zei hij: “Wederom, ten tweeden male, ging Hij heen en bad, zeggende: Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik die drinke, uw wil geschiede!”[6]. Daar wordt een imperatief gebruikt, een gebiedende wijs: genetheto – Uw wil moet geschieden. Dat moet. Er zit, menselijk gesproken, niets anders op.
Want, zei Jezus even later, als Mijn levensgeschiedenis op aarde ánders eindigt, gaat het tegen Gods eigen Woord in. “Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden?”[7].
De profeet Jesaja sprak er in hoofdstuk 53 zó over: “Maar het behaagde de HERE hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des HEREN zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft”[8].
Het plan van de Here gaat door.
Heel veel mensen worden door Zijn lijden en sterven van schuld vrij gesproken.
Onze zonden heeft Hij gedragen!
Ziedaar, dat is het Verbondskader waar ons gebed in past: Uw wil geschiede.

Mensen reizen, zo wordt gezegd, in hun leven door allerlei bijzonder interessante gebieden. Zij wandelen over het terrein van liefde en verliefdheid. Zij kiezen een beroep, en in dat beroepsveld doen zij er alles aan om een ideaal te verwezenlijken.
Men kan, zo suggereert men, op allerlei manieren proberen om de wereld te verbeteren.
Dat is laatste is, horizontaal bekeken, reuze nobel.
Maar de tragiek ervan is dat dat alles, in de meest letterlijke zin van het woord, heel vaak eigen-zinnig is.
Het verhaal over een onsterfelijke, jonge, fitte geest houdt voor ongelovigen op aarde op.

Maar voor kinderen van God geldt het hoopgevende woord uit Efeziërs 1: wij hebben het erfdeel ontvangen “waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil, opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd”[9].

Wij zijn onderweg naar het hemels vaderland.
Hoe het er daar precies uit ziet? Dat weten we niet. Het is voor ons nu nog onbekend gebied.
En toch zullen we er ons volkomen thuis voelen. Want God zal daar alles in allen zijn!

Noten:
[1] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, vraag en antwoord 124: “Wat is de derde bede? Antwoord: Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”.
[2] Zie http://www.youtube.com/watch?v=yzGPlceZEao . Groet na Pasen, van Kees Brusse.
[3] Zie voor meer informatie over Kees Brusse http://nl.wikipedia.org/wiki/Kees_Brusse .
[4] In deze alinea gebruik ik de webversie van de Studiebijbel.
[5] Mattheüs 26:39.
[6] Mattheüs 26:42.
[7] Mattheüs 26:54.
[8] Jesaja 53:10, 11 en 12.
[9] Efeziërs 1:11 en 12.
Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.