gereformeerd leven in nederland

19 oktober 2018

Woonplaats van Zijn heerlijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat zou ik graag eens in de hemel willen kijken![1]
Gouden straten, juwelen op de wanden, schitterende vergezichten, overal gelukkige mensen… – ziet u dat voor u?[2]

Wie in de Bijbel op zoek gaat naar een beschrijving van die plaats komt echter niet veel verder dan: onbeschrijflijk mooi.
In 2 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Ik ken een mens in ​Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen. En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd opgenomen in het ​paradijs​ en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken”[3].

Het is, met andere woorden, in de hemel zo oogverblindend schitterend dat we de woon- en werkomgeving aldaar niet kunnen overzien. Het is onbegrijpelijk, zo luisterrijk en prachtig.

Uit 2 Corinthiërs 12 blijkt overigens dat we er ook geen woorden aan mogen geven.
Iemand heeft in de hemel woorden gehoord die niet mogen worden doorgegeven.

Is dat spijtig?
Die vraag kunnen we bevestigend beantwoorden. Want nu hebben wij nog steeds geen informatie over de hemel.
Op die vraag kunnen we echter ook ontkennend reageren. Dat is, goed beschouwd, beter. Want dan wordt duidelijk dat de aarde op geen enkele manier bij de hemel past. De woonplaats van God bevindt zich in een totaal andere dimensie.
De hemel heeft echt alles te maken met geloof.

De hemel is de woonplaats van Jezus Christus, de Heiland. In Johannes 14 zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[4].
De hemel is open voor allen die geloven in Jezus Christus. Voor allen die Zijn verlossingswerk erkennen. Voor allen die geloven dat de beloften van de vergeving van zonden en het eeuwig leven werkelijkheid worden.
Er zijn menigten mensen die denken dat ze in de hemel komen. De basis van die veronderstelling ligt in de conclusie dat die mensen netjes geleefd hebben. Die mensen hebben keurig geleefd, niemand kwaad gedaan en nooit iets gestolen. Dan kom je in de hemel – toch? Niet dus. Het gaat erom dat je Jezus Christus eerbiedigt als jouw Redder!

De hemel is de residentie van de drie-enige God. Van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Die Drie-eenheid is onverbrekelijk. In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus belijden wij daarover:
“Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
Antwoord:
Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[5].
Hoe zit die Drie-eenheid in elkaar? Hoe werkt die? Dat raadsel willen mensen gaarne ontrafelen. We kunnen in deze wereld al zovéél uitleggen. Waarom dit dan niet?
De dominee zegt het elke zondag in de kerk: “De ​genade​ van de Heere ​Jezus​ ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”[6]. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt onder meer op deze Bijbeltekst gewezen. En daar staat dan bij: “Op al deze plaatsen wordt ons duidelijk geleerd dat er drie Personen zijn in één enig goddelijk Wezen. En hoewel deze leer het menselijk verstand ver te boven gaat, geloven wij die nu op grond van het Woord en verwachten wij dat wij de volle kennis en vrucht ervan in de hemel zullen genieten”[7].
Kortom: heb geduld!
Wacht rustig af!
Geloof maar dat het te Zijner tijd volkomen duidelijk wordt!

Vanuit de hemel bestuurt God de Vader ons leven.
Hij is onze goedertieren hemelse Vader[8].
Om met Mattheüs 10 te spreken: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld”[9].

De kerk heeft, als het over de hemel gaat, een uiterst belangrijke Boodschap.
De apostel Paulus omschrijft die in Efeziërs 3 zó: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[10].
Dat is een heel lange zin. Wat je noemt een echt Paulinische constructie.
De gemeente – zeg maar even: de kerk – moet proclameren hoe wijs de God van hemel en aarde is. Dat blijkt altijd en overal. Van eeuwigheid, schrijft Paulus. Inderdaad – dat is voor mensen volstrekt onoverzichtelijk. De kerk moet het ronduit, zonder omwegen, verkondigen: de wijsheid van God gaat altijd en overal boven uit!

De hemel is, om zo te zeggen, het verzendhuis van de genade.
Denkt u maar aan Psalm 33 waar we zingend bidden:
“Zend o grote Koning,
uit uw hemelwoning
uw genade neer.
Wij, die U belijden,
ons in U verblijden,
hopen op U, Heer”[11].

De kerk zingt Gods lof. Tot in lengte van de aardse dagen!
Om het tenslotte met Psalm 115 te zeggen:
“De hemel is de hemel van de Heer.
De aarde heeft Hij tot zijn lof en eer
de mensen eens gegeven.
In ’t stille graf brengt niemand Hem nog eer.
Maar wij, wij zullen prijzen onze Heer
van nu aan heel ons leven”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 26:4, berijming uit het Gereformeerd Kerkboek-1986:
“Mijn handen was ik rein,
als ik voor U verschijn
en zingend om uw altaar schrijd.
Ik zal uw wond’ren noemen,
met liefde zal ik roemen
de woonplaats van uw heerlijkheid”.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://visie.eo.nl/2004/06/13-vragen-over-hemel-en-hel/ ; geraadpleegd op dinsdag 16 oktober 2018.
[3] 2 Corinthiërs 12:2, 3 en 4.
[4] Johannes 14:6.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 9.
[8] De term komt uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[9] Mattheüs 10:29, 30 en 31.
[10] Efeziërs 3:8-11.
[11] Psalm 33:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 115:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

10 oktober 2017

Kind aan huis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij geloven in de drie-enige God. Zo heeft God Zich in Zijn Woord geopenbaard.
Vader, Zoon en Heilige Geest: zo kennen wij Hem.
Om het met de Westminster Confessie te zeggen: “De Schriften laten zien dat de Zoon en de Heilige Geest God zijn, gelijk aan de Vader, door Hun zulke namen, eigenschappen, werken en verering toe te kennen als alleen aan God eigen zijn”[1].
Zo aanbidden wij Hem.
Zo leven wij met Hem.

In Efeziërs 2 schrijft Paulus daarover: “En bij Zijn komst heeft Hij door het ​Evangelie​ ​vrede​ verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God”[2].

Dus: we horen thuis in de kerk. Wij kunnen het over elkaar zeggen: wij zijn “medeburgers van de heiligen”. Wij zijn geen allochtonen. Wij zijn, om het zo maar uit te drukken, geen tweederangs burgers of immigranten. In de kerk zijn wij geen vreemdelingen.
We zijn huisgenoten van God. Hij heeft ons, om zo te zeggen, in huis genomen. Hij heeft paleisbewoners van ons gemaakt.

Bewoners van het paleis van God.
Is dat niet wat overdreven? Nee. Een uitlegger schrijft: “Het woord voor ‘toegang’, prosagoge (…) werd in de toenmalige wereld wel gebruikt voor een audiëntie bij een heerser”[3].
Wij mogen iedere dag op audiëntie bij de machtige Heerser van deze wereld.

Toe maar!
Hoe komt dat zo?

Jezus Christus, onze Heiland, heeft de weg geëffend.
Voor wie? Antwoord: voor de mensen van ver, de heidenen. En voor hen die dichtbij de tempel waren, de Joden.
Paulus preludeert op Jesaja 57: “Ik schep de vrucht van de lippen, vrede, ​vrede​ voor wie ver weg is en voor wie dichtbij is, zegt de HEERE, en Ik zal hem genezen”[4]. Jesaja 57 duidt onder meer op de mensen die in ballingschap zijn. Maar Paulus geeft er een nieuwe betekenis aan.
Ballingen worden heidenen.
Zelfs heidenen worden kind aan huis bij de Here, de God van het verbond!

Gereformeerde mensen van 2017 van over de hele wereld hebben, om zo te zeggen, een intieme relatie met God.
We zien dat bijvoorbeeld terug in Psalm 25:
“Wie is de man die de HEERE vreest?
Hij onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen.
Zijn ziel overnacht in het goede,
zijn nageslacht zal de aarde bezitten.
Vertrouwelijk gaat de HEERE om met wie Hem vrezen,
Zijn ​verbond​ maakt Hij hun bekend.
Mijn ogen zijn voortdurend gericht op de HEERE,
want Hij bevrijdt mijn voeten uit het net”[5].
En Spreuken 3:
“…wie afwijkt van de rechte weg is voor de HEERE een gruwel,
maar met de oprechten gaat Hij vertrouwelijk om”[6].
Een intieme relatie waarin je elkaar vertrouwen kunt, wie wil dat nou niet? Zeker in een tijd waarin miscommunicatie, wantrouwen en bedrog aan de orde van de dag zijn!

Nu het hierom gaat, vraag ik graag aandacht voor Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus.

Die Zondag, de afdeling die in de Heidelbergse Catechismus over de Drie-eenheid van God gaat, staat niet bekend als de meest inspirerende Zondag van het oude leerboekje. Wat kan men over de Drie-eenheid zeggen? Wij kunnen dit immers toch niet bevatten?

Maar dat is het einde niet.
Beslist niet.

U kent die driedeling in Zondag 8 waarschijnlijk wel. In de Apostolische Geloofsbelijdenis gaat het over:
* God de Vader en onze schepping
* God de Zoon en onze verlossing
* God de Heilige Geest en onze heiliging.
Wat betekent die driedeling?
In ieder geval wel dit: de God van hemel en aarde heeft bemoeienis met heel ons leven. Hij is universeel bezig. Zijn aanpak is integraal!
Die grote God, de Machthebber van heel de kosmos, gaat liefdevol en vertrouwelijk met Zijn kinderen om. Dat is een wonder dat niemand, helemaal niemand, begrijpen kan!

Kortom – wie Zondag 8 tot zich laat doordringen, ontdekt dat de God van hemel en aarde zich aan Zijn kinderen toont als een betrouwbare Verbondspartner. Iemand bij wie wij terecht kunnen met al onze noden en problemen.
Dat geeft rust in een wereld vol drukte en onzekerheid.

Misschien vraagt iemand: wat moet de machtige God nu aanvangen met onze tamelijk onnozele probleempjes van de vierkante centimeter? Wie zo’n vraag in de lucht laat hangen, heeft nog weinig begrepen van de genade van de drie-enige God!

Noten:
[1] Antwoord 11 uit De Grote Catechismus. Geciteerd uit: “De Westminster Confessie met de Grote en de Kleine Catechismus”, vertaald en ingeleid door drs. G. van Rongen, met medewerking van dr. M.J. Arntzen (tweede druk). – Uitgeverij De Vuurbaak, 1986. – p. 86.
[2] Efeziërs 2:16, 17 en 18.
[3] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 2:18.
[4] Jesaja 57:19.
[5] Psalm 25:12-15.
[6] Spreuken 3:32.

20 september 2016

Toeverlaat in de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De leer over de Drie-eenheid kunnen wij, beperkte mensen van deze aarde, niet precies uitleggen. De God van hemel en aarde toont zich zo aan de wereld. Hij maakt Zichzelf algemeen bekend als de Drie-eenheid.
Juist omdat wij dat niet kunnen expliceren, blijft er niets anders over dan: geloven in God. Met de openbaring van de Drie-eenheid neemt God de proef op de som: gelooft u wat Ik zeg? En de bijbehorende waarschuwing galmt door de gewelven van de wereld: bedenk daar vooral niets bij!

In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus wordt de Drie-eenheid beleden. In één volzin. De Catechismus leert ons om niet meer te zeggen.

Terecht staat er onder Zondag 8 een Schriftverwijzing naar Jesaja 61. En wel naar deze woorden: “De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis”[1].

Met die woorden wijst de profeet Jesaja op Jezus Christus, de Heiland. Dat weten wij zeker. Want in Lucas 4 neemt Jezus ze zelf in de mond. U kent die Schriftpassage vast wel: “En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is:
De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren”[2].

In de profetie van Jesaja 61 spreekt Christus. Hij wijst op de zalving door Vader. Die zalving is het teken dat Gods Heilige Geest op Hem rust.
In Jesaja 61 is de Goddelijke Drie-eenheid dus actief!

In dat Schriftgedeelte zien we de barmhartigheid van de Drie-eenheid. En ook Zijn niet aflatende aandacht voor de mensen die het minder hebben. Zijn attentie voor zovelen die onderdrukt worden. Zijn belangstelling voor mensen die aan de kant worden geschoven.
In onze wereld kennen we het woord ‘zelfkant’; namelijk in de bekende term ‘zelfkant van de samenleving’. Zelfkant – dat woord is tekenend. Want dat zit dicht in de buurt van: doe het lekker zelf! Of ook: red jezelf maar!
Welnu, op die mensen concentreert de Vorst der aarde zich. Mensen met lege handen roept Hij bij Zich. De hemelse Majesteit vult die handen. Hij maakt de levens van die randfiguren heerlijk. Hemels! Is dat niet magnifiek?

Maar die gebrokenen van hart dan?
Dat zijn toch de mensen die in deze wereld kapot gemaakt zijn? Ja, dat zijn de mensen die zo onrechtvaardig behandeld zijn dat ze in deze wereld eigenlijk niet meer normaal vooruit kunnen.
Maar ook zij zullen overeind worden geholpen.

Aan de gevangenen wordt vrijheid verkondigd. Christelijke vrijheid. Dat is vrijheid die niemand je af kan nemen. Dat is vrijheid die, door Gods trouw, eeuwig duurt.

Ach, wellicht vindt u dit een mooi verhaal maar denkt u tegelijkertijd dat u er weinig aan heeft.
Dat denken de Israëlieten in Babel ook. Jarenlang hadden ze in ballingschap geleefd. En nu komt Jesaja aan met de boodschap dat de terugkeer naar het vaderland op handen is. Zal dat werkelijkheid worden? Na zeventig jaar ballingschap lijkt dat bijna onbestaanbaar.
U weet het: het gebeurt toch.
En ja – wij kunnen zeggen dat ook wij, in zekere zin, in ballingschap leven. Denkt u maar aan Philippenzen 3: “Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen”[3].
Dat is onvoorstelbaar. Ongelooflijk. Maar wij mogen geloven dat deze situatie realiteit gaat worden.

En dan geldt: Gods grote daden in het verleden geven garanties voor de toekomst.
Wij kennen de Drie-eenheid.
De Vader die een verbond vol genade sluit, en voor ons zorgt in alle situaties van het leven.
De Zoon die ons wast en reinigt van de zonde en bevrijding bewerkt.
En de Heilige Geest die er zorg voor draagt dat het Evangelie ons leven doortrekt.
“Zo zullen wij”, zo zegt het Gereformeerde doopsformulier, “tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”[4].

De Drie-eenheid geeft de kerk hoop.
Die drie-enige God is ook in de toekomst onze toeverlaat!

Noten:
[1] Jesaja 61:1.
[2] Lucas 4:17, 18 en 19.
[3] Philippenzen 3:20 en 21.
[4] “Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen der gelovigen”. In: Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 513.

8 september 2015

Drie-enig God

“Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
Antwoord: Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”.
Zo staat dat in Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Onze God bestaat in drie Personen. Dat is de kern van ons belijden.
Dat zien we ook terug in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Daarin gaat het over
* God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde
* en over Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here
* en over de Heilige Geest.
In het Gereformeerd Kerkboek zijn die drie onderdelen ook met de Romeinse cijfers I, II en III gemarkeerd[2].

Het scheppingswerk wordt vooral met God de Vader in verband gebracht.
De verlossing is met name te danken aan God de Zoon.
En de heiliging verbinden we met de Heilige Geest.
Maar die verbindingen zeggen niet alles.
In Genesis 1 staat: “…de Geest Gods zweefde over de wateren”[3]. De Heilige Geest is dus wel degelijk bij het scheppingswerk betrokken geweest.
De inzet van Johannes 1 luidt: “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is”[4]. Dat Woord is Jezus Christus, de Zoon van God. Hij heeft meegedaan met het scheppingswerk. Hij was volop actief.
Jezus Christus heeft regelmatig opgemerkt dat de Vader Zijn Opdrachtgever is, en dat Hij steeds met Hem in verbinding staat. Denkt u bijvoorbeeld maar aan Johannes 14: “Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?”[5].
In Johannes 17 bidt Jezus: “Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid”[6]. Blijkbaar kunnen we niet zonder meer zeggen dat onze heiliging alleen maar een taak voor de Heilige Geest is.

De Drie-eenheid Gods is een leerstuk. Jazeker.
Maar dat wil niet zeggen dat die Triniteit ver van ons af staat. Integendeel.
Niet voor niets gaat het in Zondag 8 over:
* God de Vader en onze schepping
* God de Zoon en onze verlossing
* God de Heilige Geest en onze heiliging.
Als wij deze belijdenis in de mond nemen, kijken we ook maar onszelf.
Er is sprake van een relatie met de drie-enige God; een Verbondsrelatie.
Zondige mensen willen het liefst los staan van God. Van iedereen om hen heen. Van alles. Zondige mensen willen zelf keuzes maken, en op eigen houtje handelingen verrichten en taken voltooien.
Maar Zondag 8 brengt ons weer op het rechte pad. Met die belijdenis zeggen wij – niet zo expliciet, maar toch –: wij horen bij God. En ook: wij zijn met Hem verbonden. Wij spreken uit dat wij dat vooral ook zo willen houden.

Door de jaren heen hebben velen geprobeerd om te doorgronden hoe dat met de Drie-eenheid precies zit.
Als reactie daarop werden belijdenissen geformuleerd.

Die van Nicea bijvoorbeeld: “Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader”. En: “…in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt”.
Iemand legt uit: “De Geloofsbelijdenis van Nicea is de klassieke oud-kerkelijke belijdenis. Zij is op naam gesteld van het concilie – kerkvergadering – dat in 325 in Nicea, in het huidige Turkije, gehouden is. De tekst is vastgesteld op het Concilie van Constantinopel – Istanbul – in 381.
Door de uitspraken van het Concilie van Chalcedon – tegenover Istanbul – in 451 heeft deze belijdenis algemene erkenning gevonden. Het is de enige belijdenis die in de kerk over de hele wereld beleden wordt”[7].

De geloofsbelijdenis van Athanasius wil de belijdenis van de Drie-eenheid er wel inhameren.
Kijkt u maar:
“Al wie behouden wil worden, moet voor alles het algemeen geloof vasthouden; als iemand dit niet volledig en ongeschonden bewaart, zal hij ongetwijfeld voor eeuwig verloren gaan.
Het algemeen geloof nu is dit, dat wij de ene God in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid vereren, zonder de Personen te vermengen of het wezen te delen. Want de Persoon van de Vader en die van de Zoon en die van de Heilige Geest zijn van elkaar onderscheiden, maar de Vader en de Zoon en de Heilige Geest hebben één goddelijkheid, gelijke heerlijkheid, dezelfde eeuwige majesteit.
Zoals de Vader is, zo is de Zoon, zo is ook de Heilige Geest. Ongeschapen is de Vader, ongeschapen de Zoon, ongeschapen de Heilige Geest; onmetelijk is de Vader, onmetelijk de Zoon, onmetelijk de Heilige Geest; eeuwig is de Vader, eeuwig de Zoon, eeuwig de Heilige Geest. En toch zijn Zij niet drie eeuwigen, maar één eeuwige; zoals Zij niet drie ongeschapenen of drie onmetelijken zijn, maar één ongeschapene en één onmetelijke.
Evenzo is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig; en toch zijn Zij niet drie almachtigen, maar één almachtige.
Zo is de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God; en toch zijn Zij niet drie Goden, maar één God. Zo is de Vader Here, de Zoon Here, de Heilige Geest Here; en toch zijn Zij niet drie Heren, maar één Here. Want zoals de christelijke waarheid ons noodzaakt elke Persoon afzonderlijk als God en als Here te belijden, zo belet het algemeen geloof ons van drie Goden of Heren te spreken”. Enzovoort.
Het is trouwens zeer de vraag of Athanasius deze confessie zelf geformuleerd heeft. Hoe dan ook: zij ligt helemaal in zijn lijn[8].

Als wij de Drie-enige God belijden, zijn wij verbonden met vele, vele kerkmensen uit vroegere tijden. Laten wij hen niet loslaten!

De Drie-eenheid is niet te doorgronden. Laten wij maar geen pogingen meer doen om die begrijpelijk te maken. Dat gaat ons namelijk niet lukken.
We belijden dit omdat het zo in Gods Woord staat. En omdat het daarin staat, is het waar.

Onze God bestaat in drie Personen.
Dat is onvoorstelbaar.
Magnifiek.
Maar er komt een tijd dat wij Hem zullen zien. In al Zijn almacht. Op die tijd verheug ik mij zeer! U ook[9]?

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[2] Zie pagina 407 van het Gereformeerd Kerkboek.
[3] Genesis 1:2.
[4] Johannes 1:1, 2 en 3.
[5] Johannes 14:9.
[6] Johannes 17:17.
[7] Zie http://www.gkv.nl/downloads/5954/Geloofsbelijdenis_van_Nicea.pdf . Geraadpleegd op maandag 17 augustus 2015.
[8] Zie hierover ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Athanasius . Geraadpleegd op maandag 17 augustus 2015.
[9] Dit artikel is met name gebaseerd op een ongedateerde preek over Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus, van de hand van dominee J. van Raalte (1894-1982).
Thema en verdeling van die preek luiden:
De belijdenis van het geloof in God als Vader, Zoon en Heilige Geest
Wij spreken over:
1. wat wordt beleden
2. waarom dat wordt beleden.

29 juli 2014

Geloof alleen

Gereformeerden geloven in de drie-enige God.
In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus staat het heel eenvoudig.
“[Vraag:] Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
[Antwoord:] Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[1].
Wij geloven dus in de drie-enige God, omdat Hij Zich zo in Zijn Woord laat zien. De belijdenis van de drie-enige God is de proef op de som: geloven we wat de Here zegt, of willen we echt alles uitleggen?

De Joden willen van Gods Drie-eenheid niks weten.
Dat Jezus zich aan God gelijkstelde, dat vonden de kerkleiders in het Nieuwe Testament al ronduit godslasterlijk. In Johannes 5 kunnen wij lezen dat Jezus zegt: “Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde”[2].
Welnu, zeggen de Joden verbijsterd, dat kan toch niet? Dat doet tekort aan Gods grootheid en macht! En ja, ook vandaag geloven de Joden er nog weinig van.
In de Islam wordt de Drie-eenheid volkomen ongerijmd geacht. God noemt men Allah. En Mohammed is zijn profeet. En Jezus? Hij is ook een woordvoerder van Allah. De Koran is een dictaat uit de hemel. Maar de Drie-eenheid acht men, om zo te zeggen, uit de lucht gegrepen.

De belijdenis over de Drie-eenheid wordt, om het zo uit te drukken, overkoepeld door die bekende woorden uit Deuteronomium 6: “Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is één!”[3].
Een predikant vatte de op dit punt geldende geloofsleer eens mooi samen in een preek over Zondag 8. Hij zei het volgende.
“We hebben een drie-enig God nodig voor onze zaligheid, voor ons behoud, voor onze verlossing.
* Het is de Vader, die het plan tot onze redding heeft uitgedacht. Hij is het die ons verkiest tot het eeuwige leven.
* Die reddingsoperatie is uitgevoerd door Jezus Christus, de Zoon. Hij kocht ons vrij met zijn bloed.
* En dan moet dat werk van de verlossing ook worden toegepast in ons leven. Wij moeten er persoonlijk deel aan krijgen. Dat is het werk van de Heilige Geest”.
Die dominee zei er bij: “God is geen optelsom van drie personen, maar een God die boven ons – wiskundig – aangelegd verstand zijn macht verheft”[4].

Reeds in het begin van Gods Woord wordt duidelijk dat er meer dan één Persoon in God is.
In Genesis 1 lezen we al: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt”[5].
Bij de schepping van de mensen komt dus de Drie-eenheid al in zicht.
Het is, naar het mij voor komt, belangrijk om dat te signaleren.

Juist bij de schepping, en zeker bij de creatie van de mensen, komt het op geloof aan.
Heel veel geleerden gaan, als het over het ontstaan van de mensheid, uit van de evolutietheorie.
Men houdt een verhaal over veranderingen in de genetische volgorde van een organisme.
Men praat over natuurlijke selectie. Daarmee bedoelt men dat de best aangepaste leden van een soort overleven om genetische informatie over te dragen.
Men gebruikt het moeilijke woord ‘speciatie’: de leden van een bepaalde soort veranderen uiteindelijk zodanig dat ze niet meer passen bij hun voorgeslacht. De nieuw ontstane populatie wordt een geïsoleerde gemeenschap die los staat van de ‘vorige’ soort[6].
Daar tegenover lezen we in de Bijbel dat onze God Iemand is “die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept”[7]. Onze Here vraagt geloof, en verder niets!
Het lijkt geen toeval te zijn dat die twee dingen vanuit de ratio, het verstand, volkomen onverklaarbaar zijn: de schepping van de mens en de Drie-eenheid van de hemelse God.
Laten wij ervoor waken om alles met betrekking tot God en Zijn werk te willen verklaren.

Is het, in dat verband, niet wonderlijk dat onze Heiland – Zoon van God, één van de Personen der Drie-eenheid! – een kind werd? Hij werd een schepsel!
Maar Hij evolueerde niet.
Nee, Hij muteerde niet.
Hij kwam bij ons – heel gewoon!
Om met Jesaja 9 te spreken: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst”[8].
Daar, in Jesaja 9, staan grote woorden.
Jesaja, de profeet van de Here, voegt er in hoofdstuk 9 nog aan toe: “Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen”[9].
Bij al die grootsheid staat ons verstand stil.
Om met Psalm 139 te spreken:
“Het begrijpen is mij te wonderbaar,
te verheven, ik kan er niet bij”[10].

Jezus heeft het Zelf tegen Jaïrus, de ceremonieel leider van een synagoge, gezegd: “Wees niet bevreesd, geloof alleen”[11].
Laten ook wij die dienstorder maar gewoon uitvoeren.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[2] Johannes 5:17 en 18.
[3] Deuteronomium 6:4.
[4] Zie http://dsjkc.weebly.com/uploads/1/0/7/9/1079570/01-05_a4.pdf . De preek is van de Christelijk-Gereformeerde emerituspredikant J.K.C. Kronenberg.
[5] Genesis 1:26.
[6] Zie http://www.allaboutscience.org/dutch/evolutie-van-de-mens.htm .
[7] Romeinen 4:17.
[8] Jesaja 9:5.
[9] Jesaja 9:6.
[10] Psalm 139:6 (onberijmd).
[11] Zie Marcus 5:36 en Lucas 8:50.

18 juni 2013

De Drie-eenheid: Gods almacht gedemonstreerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

De Goddelijke Drie-eenheid: dat is een zaak waarover men eindeloos discussiëren kan. Wat is de taak van de Vader? Wat doet de Zoon? Waarin is de Heilige Geest actief?
Het lijkt mij belangrijk om vast te stellen dat het bestaan van die Drie-eenheid ons niet is geopenbaard om de kerk een interessant discussiepunt te geven. Die Drie-eenheid is ons getoond om de veelzijdige macht, de almacht, van de Here God te laten zien.
De Drie-eenheid geeft ons dus perspectief.

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 8: “…voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem”[1]. Het is duidelijk: onze hemelse Vader zorgt voor ons tot ver óver de doodsgrens heen. Zijn macht is fenomenaal!
Gods glorieuze almacht blijkt ook in Titus 3.
In dat Bijbelhoofdstuk staat onder meer te lezen: “…toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens”[2].
In die woorden gaat het over de Heiland, over Jezus Christus dus.
Wij lezen ook over het werk van de Heilige Geest.
In het Woord van God worden drie Personen onderscheiden. Niet om de Here te problematiseren, maar om ons blij te maken.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “Er is geen eerste of laatste, want Zij zijn alle drie één in waarheid, in macht, in goedheid en barmhartigheid”[3]. Onze God is veelzijdig. Hij is de ware God. Hij is machtig, goed en vol ontferming.
De Heidelbergse Catechismus zegt eenvoudig: “Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[4].
Ware gelovigen mogen bij Hem horen!

Over de Drie-eenheid wordt, als het goed is, in Gereformeerde Kerken vrijwel jaarlijks gepreekt. Namelijk als Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus aan de orde wordt gesteld. Echter: die prediking is niet bedoeld om alle kerkgangers doorzicht te geven in het ‘probleem’ van de Drie-eenheid. Het is niet zo dat alle gelovigen, na een preek over de achtste Zondag, het kerkgebouw verheugd verlaten, in de overtuiging dat ze nu eindelijk snappen hoe het zit.
Die kerkgangers gaan, als het goed is, blij naar huis omdat zij hebben gezien hoe universeel Hij is. Veelomvattend. Volkomen en volmaakt.
Dominee C. Harinck, predikant in een der Gereformeerde Gemeenten, heeft eens gezegd: “Eigenlijk zijn er in de Bijbel drie onbegrijpelijke zaken: de Drie-eenheid van God, de Schepping uit niets en de menswording van de Zoon van God”[5].
Maar: als wij dat niet kunnen begrijpen, waarom moeten wij de feiten rond de Drie-eenheid dan toch kennen? Voor een antwoord op die vraag ga ik graag even naar Zondag 4 van de Catechismus. Daar wordt gevraagd en geantwoord:
“Doet God de mens dan geen onrecht, dat Hij in zijn wet van hem eist wat hij niet doen kan?
Antwoord: Nee, want God heeft de mens zo geschapen, dat hij dit kon doen. Maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van deze gaven beroofd”[6].
Zo is het ook met onze gaven omtrent de kennis van de Goddelijke Drie-eenheid. Onze zonde doet de deur naar perfecte kennis en volkomen inzicht dicht. Wij blijven steken in onbegrip. Met de mond open staren wij, vol van verwondering, sprakeloos naar zoveel heerlijkheid en glorie.
Dus: de Drie-eenheid doet ons ook onze zonde kennen!

In evangelisatie- en zendingswerk komen soms indringende vragen met betrekking tot de Drie-eenheid langs. Waarom moeten we dat nou zo nodig weten?, vragen de mensen. Twijfel blinkt in hun ogen.
Het is bekend dat Joden de Drie-eenheid ontkennen. En nee, moslims geloven er ook niet in.
De hervormde dominee A.F. Troost heeft ook wel eens geschreven: “Ik ben tot het inzicht gekomen dat de christelijke kerk al eeuwenlang op een bijna hooghartige wijze heeft gesuggereerd oneindig veel beter dan Joden en moslims te weten wie Jezus exact was en is: de tweede persoon van de goddelijke Drie-eenheid”[7].
Wie Gods Woord goed leest, begrijpt echter alras dat er niks hooghartigs aan is om de Goddelijke Drie-eenheid te belijden.

De Drie-eenheid: daarover kunnen mensen soms ook merkwaardige fantasieën hebben.
Neem nu de Amerikaan W. Paul Young[8]. In zijn boek ‘De uitnodiging’ introduceert hij personificaties van de Goddelijke Drie-eenheid: een grote Afro-Amerikaanse vrouw, een jonge man in een houthakkershemd, en een ‘glinsterende’ Aziatische vrouw[9].
Mij dunkt dat, als we ons gerealiseerd hebben hoe weergaloos en bovenmenselijk de drie-enige God is, wij het wel uit ons hoofd laten om die genadige Heer te personifiëren.

Ons past enkel bewondering en aanbidding. Bijvoorbeeld met woorden uit Romeinen 11: “O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen”[10].

Noten:
[1]
1 Corinthiërs 8:6.
[2] Titus 3:4-7.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 8.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, antwoord 25.
[5] Dirk-Jan Nijsink, “Een Kind is ons geboren – in gesprek met ds. C. Harinck over kerst voor jongeren”. In: Daniël – blad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten – jg. 65, nr 23 (15 december 2011), p. 4-7. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013f2d2c6bc1a792685b5aeb/een-kind-is-ons-geboren/2 .
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, vraag en antwoord 9.
[7] Geciteerd via: M.A. Kuijt, “Op zoek naar ware aard Christus”. In: De Waarheidsvriend, jg. 99 nr 12 (24 maart 2011), p. 4 en 5. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/0134c2833246e874e1dc844b/op-zoek-naar-ware-aard-christus/7 .
[8] Over Young schreef ik op deze pagina ook in mijn op 5 juni 2012 gepubliceerde artikel ‘De oplettende kerk bewondert Gods almacht’. Ook te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/06/05/gods-almacht/.
[9] Zie over het betreffende boek: Enny de Bruijn, “Gesprekken met God”. In: katern Boeken bij het Reformatorisch Dagblad, woensdag 9 september 2009, p. 17. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dbcaa34ce7482ed8d5e6b/gesprekken-met-god/18 .
[10] Romeinen 11:33-36.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.