gereformeerd leven in nederland

28 juni 2022

Ter verantwoording geroepen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het tweede gebod van Gods wet heeft iets opmerkelijks. In Exodus 20 staat het zo: “U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen”.
Het gecursiveerde deel van bovenstaand citaat roept vragen op.
Welke vragen zijn dat? Dat zal hieronder blijken[1].

Wij lezen: de misdaad van de vaderen wordt vergolden.
Nu is het zo dat er in de jaren ’40/’50 van de vorige eeuw veel mensen waren die zich vrijmaakten in verband met onschriftuurlijke besluiten van een generale synode. Duizenden mensen gingen over tot reformatie. Wij moeten terug naar Gods Woord, zo werd gesteld.
Een heleboel van die vrijgemaakte mensen hebben kinderen. Maar die kinderen gaan heel vaak niet in het spoor van de vaderen. Terwijl die vaderen niet zelden goede voorbeelden waren. Moeten er misdaden van onze vaderen vergolden worden? Welke misdaden zijn dat dan? Onze ouders gaven toch veelal het goede voorbeeld?
Laten wij eerlijk zijn – in de afgelopen decennia bleven er eigenlijk maar weinig Gereformeerden over. In Exodus 20 lezen we dat de hemelse God barmhartig is voor duizenden van hen die Mij liefhebben. Waar zijn die duizenden mensen dan? En wie zijn dat?[2]

Het bovenbeschreven probleem is niet nieuw. Schrijver dezes is niet de eerste die er aandacht voor heeft.
In de wetenschappelijke wereld zijn er nogal eens discussies over.
Leest u maar even mee.

De Herziene Statenvertalers tekenen bij Exodus 20:5 aan: “De HSV heeft getracht om in dit bekende en in de kerkelijke liturgie zo vaak gebruikte Bijbelgedeelte zo dicht mogelijk bij de SV te blijven. Een andere mogelijke vertaling is ‘ijverend’. Het gaat er in dit vers namelijk om dat God ijvert (dat wil zeggen: opkomt) voor Zijn eer. Een andere mogelijke vertaling is: … aan het derde en vierde geslacht, aan hen die Mij haten. Het gaat hier om die nakomelingen die, net als hun voorouders, afgoderij bedrijven”.
In juni 2019 staat in het Reformatorisch Dagblad te lezen dat vanuit het Nederlands Bijbelgenootschap wordt gezegd: “Er zou – in aansluiting bij ‘recente internationale studies’ – ruimte zijn voor een andere vertaling: ‘ter verantwoording roepen’. Dit laat volgens de vertaler de gedachtegang van Exodus intact en komt tegemoet aan de ingebrachte kritiek. Over het vertaalvoorstel wordt in het najaar een besluit genomen”.
En inderdaad – in de Nieuwe Bijbelvertaling-2021 wordt geformuleerd: “Als ouders Mij haten en zondigen, roep Ik hun kinderen daarvoor ter verantwoording, tot in het derde en vierde geslacht”[3].

Het moge duidelijk zijn: God Zelf komt voor Zijn naam op!
Waarom doet Hij dat?
Antwoord: omdat Hij daar het recht toe heeft. Hij heeft ons geschapen. Hij heeft er recht dat Hem eer bewezen wordt.
Denkt u maar Exodus 34. Hij is het “Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht”[4].  

In oktober 2021 schreef mevrouw Dobbe-Bakker in De Wekker, het officiële blad van de Christelijke Gereformeerde Kerken: “In Exodus 20:5-6 zegt God dat Hij ongerechtigheid bezoekt tot in het derde en vierde geslacht, maar Zijn barmhartigheid rijkt vele malen verder, die is aan duizenden van wie Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen. Een misstap begaan in het voorgeslacht woekert voort, maar waar barmhartigheid is, waar onrecht wordt rechtgezet, wordt het voortwoekeren doorbroken en is herstel mogelijk. Als volwassen kind kun je negatieve dingen uit de familie opheffen, stoppen. Het is God de Vader Die kracht geeft tot dat herstel, Hij moedigt ons ertoe aan”.
Ook zo, op deze troostvolle wijze, komt God Zelf komt voor Zijn naam op[5].

Aan alle heilbegerige kerkmensen van nu stelt Hij indringende vragen.
Namelijk deze: beseft u dat in uw voorgeslacht mensen maar al te vaak van Mijn weg afgeweken zijn? en: blijft u op de weg die Ik u wijs? De gelovigen van 2022 hebben een grote verantwoordelijkheid. Voor zichzelf en voor de zonden van hun voorgeslacht. Inderdaad – wij kunnen dat niet allemaal overzien. Maar Exodus 20 wijst ons wel op een plicht die wij makkelijk uit het oog verliezen: wees altijd bereid tot reformatie. Exodus 20 streept bovendien een veel gehoord gezegde uit onze woordenboeken weg. Namelijk dit: vroeger was alles beter…
Wij worden ter verantwoording geroepen. Dat gebeurt in deze tijd. Maar de zonden in vroegere periodes van de geschiedenis tellen helemaal mee!
Dat gebeurt niet om ons te beangstigen.
Dat doet God zo om ons ervan te doordringen dat onze God alle recht heeft op alle mogelijke eerbewijzen van onze kant.

Professor dr. J. Hoek schreef in november 2017 behartenswaardige woorden naar aanleiding van Exodus 20:5.
Er wordt, zo maakt de schrijver duidelijk, in dat hoofdstuk geen handel gedreven. Zo van: als u dit consequent blijft doen, dan krijgt u van mij…
Professor Hoek schrijft: “Een indringende waarschuwing zoals Exodus 20:5 heeft niets te maken met een economische transactie. God komt hier naar voren als de zorgzame Bruidegom van Israël Die Zijn volk wil bewaren voor het onheil dat de afgoden daarover zullen brengen.
Het kostbare Evangelie getuigt van Gods onvoorwaardelijke liefde in Christus. Als ik in oprecht geloof deze liefde proef, weet ik twee dingen: ik heb niets kunnen doen waardoor ik deze liefde verdiend zou hebben, én ik kan niets doen waardoor ik deze liefde zou kwijtraken!
Toch impliceert het belijden van Gods onvoorwaardelijke liefde geen alverzoening. Dat heeft Jezus, Die een en al liefde is, ook nooit geleerd. Wanneer kinderen zelf ervoor kiezen om hun liefdevolle ouders voorgoed de rug toe te keren, maken ze het zichzelf onmogelijk om voortaan nog van hun vaderlijke en moederlijke liefde te genieten. Ze sluiten zichzelf buiten dat licht en die warmte.
Zo geldt ook voor allen die het Evangelie horen de klemmende vraag: ‘Hoe zullen wij dan ontvluchten, als wij zo’n grote zaligheid veronachtzamen?’ (Hebreeën 2:3)”[6].

Nee, met het bovenstaande zijn niet alle vragen over het tweede gebod beantwoord.
Maar wij weten wel wat ons te doen staat.

Noten:
[1] Dit artikel is het resultaat van een verdere doordenking van een preek van dominee M.A. Sneep over Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus. Dominee Sneep is predikant van De Gereformeerde Kerk Groningen. De preek werd gehouden op zondagmiddag 19 juni 2022 in de Goede Herderkerk te Bedum.
[2] In deze alinea citeer ik Exodus 20:4-6.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “NBG: Mogelijk hervertaling Exodus 20:5”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 5 juni 2019, p. 18.
[4] Exodus 34:7.
[5] Het citaat in deze alinea komt uit: mw. drs. A.G. Dobbe-Bakker, “Familie (5) – In gesprek: de kinderen”. In: De Wekker, vrijdag 1 oktober 2021, p. 14,15. Mevrouw Dobbe is kerkelijk werker in CGK Veenendaal-Bethel.
[6] Prof. dr. J. Hoek, “Is Gods liefde wel onvoorwaardelijk?”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 11 november 2017, p. 17.

14 juni 2022

Gods Geest is dringend nodig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel gaan we eerst terug naar woensdag 1 juni 2022. Dat was de dag waarop Gino Verstraeten plotseling verdween uit een speeltuin in Kerkrade. Op zaterdag 4 juni werd zijn levenloze lichaam gevonden. De Telegraaf meldde: “Waar al voor gevreesd werd, is werkelijkheid geworden. Het lichaam dat zaterdag in de Opbraakstraat Geleen is gevonden is van de vermiste 9-jarige Gino, meldt de politie tijdens een persconferentie in Maastricht. Het lichaam is zaterdagochtend op aanwijzing van de verdachte 22-jarige man uit Geleen gevonden. De verdachte is een bekende van politie en justitie en zit in beperkingen. Hij kwam vrijdagochtend in beeld, volgens de politie door ’een optelsom van meerdere aspecten’”.
Limburg stond dagenlang op de kop. Er werd een zoektocht georganiseerd. Iedereen spande zich in om het jongetje te vinden. Het ganse land leefde mee. Alle media stonden er bol van.
Boven de samenleving leek in grote zwarte letters maar één woord te staan: ‘Waarom?’.
Waarom doodt een man een onschuldig kind?
Wat brengt hem ertoe om zoiets vreselijks te doen?
Wat gaat er in de verkrampte en verknipte geest van zo’n moordenaar om?
Zou zo’n man spijt achteraf hebben van zijn daad?
Zou zo’n man zelf kinderen hebben?
De vragen stapelen zich op.
De dagen na de vondst van Gino’s lichaam vierden wij Pinksteren. Wij dachten na over de uitstorting van de Heilige Geest en de consequenties daarvan voor de wereld. De Heilige Geest overtuigt ons van Gods liefde. De Heilige Geest geeft ons vanuit die liefde van God alle reden om elkaar lief te hebben.
Over die liefde schrijft de apostel Paulus in Romeinen 13.
“Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet”[1].

Gelovige mensen mogen en moeten Gods liefde uitstralen. Zij mogen iets van Zijn liefde doorgeven.
Wij zingen erover in Psalm 5:
“Wie bij U schuilt zal zich verblijden
en juichend zullen tot U gaan,
Wie onder uw bescherming staan.
Zij zullen U hun liefde wijden,
Uw naam belijden”.
En bijvoorbeeld ook in Psalm 63:
“Uw liefde is het hoogste goed
dat U, o God, mij hebt gegeven,
uw trouw is beter dan het leven,
U bent het die mij juichen doet”[2].

Dat is prachtig. Maar mensen hebben één groot probleem. Wij kunnen die liefdeswet nooit vervullen. Sterker nog, als wij naar onszelf kijken, vinden wij onszelf aanzienlijk belangrijker dan heel veel andere mensen. Wij moeten onze eigen boontjes doppen. Wij moeten onze eigen lusten volgen. Wij moeten zelf genieten.
Als wij naar onszelf kijken, moeten we ervan uitgaan dat we onszelf kunnen redden. Wij moeten ervan uitgaan dat wij ons leven zelfstandig vorm kunnen geven. Wie hulp nodig heeft toont tekens van zwakte. En dat is niet best. Het motto is: houd je eigen leven op de rit. Het adagium is: kom voor jezelf op en wees maar eigenzinnig. Het parool is: ga desnoods over lijken!
Welnu, dat laatste is precies wat er in Kerkrade en Geleen gebeurd is.

Wij mensen hebben correctie nodig. De koers van ons leven moet 180 graden worden verlegd. Wij moeten helemaal opnieuw beginnen. Iedere dag weer moet de Heilige Geest de richting van ons leven veranderen.
En dat doet Hij ook. Paulus heeft het in Romeinen 8 al betoogd: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest”.
Ziet u? Wat wij moesten doen heeft Gods Zoon gedaan. Jezus Christus heeft, toen Hij naar de hemel ging, Zijn Geest uitgestort. Hij is onze grote Corrector.
De Goddelijke Evangelieverkondiger gaat dagelijks met ons mee. Want Hij woont in ons hart![3]

Een Limburgs jongetje werd gedood.
Waarom?
Niemand kan dat tot op de punt en komma uitleggen.
Was het wrang dat de kerk, pal nadat het lichaam van die jongen werd gevonden, het Pinksterfeest vierde? Bij nader inzien valt dat mee. Natuurlijk – het is diep bedroevend dat dit gebeuren kon. Laten wij hopen dat de familie troost bij God kan vinden. Maar één ding is zeker: de misdaad die in Limburg werd begaan maakt aan de kerk des te duidelijker dat de Heilige Geest in het leven dringend nodig is.
Laten wij ons door Hem laten leiden.
Dan is er hoop voor de toekomst. Ondanks misselijkmakende misdaden.

Noten:
[1] Het citaat uit De Telegraaf komt van https://www.telegraaf.nl/nieuws/902475146/politie-bevestigt-gevonden-lichaam-is-van-gino ; geraadpleegd op dinsdag 7 juni 2022. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 13:8,9,10.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 5:9 en Psalm 63:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 8:3,4,5.

10 maart 2022

Jezus blijft bij Zijn voornemen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Stel je toch voor dat de satan in Lucas 4 had kunnen genieten van de capitulatie van Jezus Christus!
Dat was een ramp voor de mensheid geweest!

In dat Bijbelgedeelte, Lucas 4, lezen we over de verzoeking van Jezus in de woestijn.
Daar staat onder meer: “En hij bracht Hem naar Jeruzalem en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel, en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werpt U Zich dan vanhier naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven om U te bewaren, en dat zij U op de handen dragen zullen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot. Maar Jezus antwoordde en zei tegen hem: Er is gezegd: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken”[1].

De satan is Gods tegenstander. En hij kent Gods Woord goed.
Hij kent Psalm 91:
“Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen”.
Maar de satan gebruikt de Bijbel selectief. Hij refereert alleen aan Bijbelwoorden die hem goed uitkomen.
De duivel weet best dat in Deuteronomium 6 staat: “U mag de Heere, uw God, niet op de proef stellen, zoals u Hem bij Massa op de proef gesteld hebt”. Maar die woorden noemt hij niet[2].

Selectief Bijbelgebruik: ten principale is dat een duivelse aanpak.
Wie alleen maar spreekt over Gods liefde doch zwijgt over Gods toorn met betrekking tot menselijke zonden is zondig bezig.
Iemand schrijft heel terecht: “Men acht zich vandaag tot veel verplicht door de tekst ‘dat zij allen één zijn’ -in een gebed voor de apostelen!-, maar laat passages over dwaalleraren die zullen komen -in brieven voor de hele christenheid- vaak onderbelicht. Het ‘gij zult mijn getuigen zijn’ -gesproken tot apostelen- wordt gemakkelijk meegenomen naar acties in deze tijd, maar de uitspraak dat niet zo velen van ons leraren moeten willen zijn -gericht tot de gemeente- is minder in trek”.
Selectief Bijbelgebruik – wij maken ons er allemaal wel eens aan schuldig. Lucas 4 maakt ons eens te meer duidelijk dat wij daar voor moeten uitkijken![3]

In Lucas 4 krijgt de satan zijn zin dus niet. Eigenlijk had de duivel ook wel kunnen weten dat Jezus niet op de satanische verzoeking in zou gaan. In Psalm 138 staat namelijk:
“De Heere zal Zijn werk voor mij voltooien;
Uw goedertierenheid, Heere, is voor eeuwig;
laat de werken van Uw handen niet los”.
En in 2 Timotheüs 2 kunnen we lezen: “Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”.
De Here Jezus Christus, onze Heiland, is trouw. Trouw aan ons, en aan Zichzelf[4].

Jezus Christus heeft zich trouwens ook voorgenomen om door Hem gekochte mensen te redden.
De apostel Paulus is daar in Romeinen 8 heel duidelijk over: “En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt”.
In Efeziërs 1 komt dat Goddelijk voornemen ook nadrukkelijk naar voren: “In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid, toen Hij ons, overeenkomstig Zijn welbehagen, dat Hij in Zichzelf voorgenomen had, het geheimenis van Zijn wil bekendmaakte, om in de bedeling van de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is. In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil, opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn, wij, die al eerder onze hoop op Christus gevestigd hadden”[5].

Gods voornemen heeft alles te maken met onze uitverkiezing.
Laten wij elkaar in dat verband wijzen op de Dordtse Leerregels.
Daar wordt gezegd: “Deze uitverkiezing is een onveranderlijk voornemen van God, waardoor Hij voor de grondlegging van de wereld uit het hele menselijke geslacht – dat door eigen schuld de oorspronkelijke gerechtigheid verloren en zich in zonde en ondergang gestort heeft – een vast en groot aantal mensen in Christus tot het heil heeft uitgekozen”.
En:
“Want dit is het soevereine raadsplan, de genadige wil en het voornemen van God de Vader geweest, dat de levendmakende en reddende kracht van de kostbare dood van zijn Zoon ten goede zou komen aan alle uitverkorenen, om alleen hun het rechtvaardigend geloof te schenken en hen daardoor met vaste hand tot het volle heil te brengen”
Ten diepste geeft Lucas 4 antwoord op de vraag: blijft de Heiland trouw aan Zijn plan om heel veel mensen te redden? Het antwoord op die vraag is duidelijk: jazeker, natuurlijk blijft Hij trouw![6]

Lucas 4 geeft Gods kinderen troost.
Want Jezus Christus blijft bij Zijn plan: Ik ga mensen redden.
De Heiland blijft bij Zijn voornemen: Ik ga de zondeschuld van de wereld betalen.
Onze Zaligmaker zet het door: wat er ook gebeurt, mensen die door Mij gekocht zijn krijgen een nieuwe toekomst!
De zaak ligt, op de keper beschouwd, heel eenvoudig:
“Je hoeft niet bang te zijn
al gaat de storm te keer
leg maar gewoon je hand
in die van onze Heer”.

Noten:
[1] Lucas 4:9-12.
[2] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Psalm 91:11 en Deuteronomium 6:16.
[3] In deze alinea citeer ik van https://bijbelstudiesnt.nl/bijlagen/bijlagen-bij-bijbelstudies/94-2013-12-20-18-34-34 ; geraadpleegd op donderdag 3 maart 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 138:8 en 2 Timotheüs 2:13.
[5] In deze alinea citeer ik Romeinen 8:28-30 en Efeziërs 1:7-12.
[6] In deze alinea citeer ik uit de Dordtse Leerregels. Het zijn woorden uit hoofdstuk I, artikel 7 en hoofdstuk II, artikel 8.

20 januari 2022

Overpeinzingen over vergeving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vergeven – dat moeten wij heel vaak doen. Natuurlijk moeten we daar ook over praten. Maar het is toch vooral een zaak van de daad.
Vergeven is: het normaliseren van relaties. Of ook: het opruimen van hindernissen. Vergeven is: mensen alle gelegenheid geven om in de oorspronkelijk gekozen richting verder te gaan.
Over de vergeving kan, zeker in onze tijd veel geschreven worden.
In dit artikel worden een vijftal zaken aangestipt:
* het schuldgevoel over de zonde
* persoonlijk omgaan met onrecht
* het verschil tussen excuses maken en vergeving ontvangen
* bereidheid tot vergeving bij de vereniging van kerken
* vergeving na seksueel misbruik[1].

Hoe zit het eigenlijk met ons eigen schuldgevoel? Het is goed om daar even bij stil te staan.
Vorig jaar zei de hersteld hervormde predikant J.R. van Vugt daarover in het reformatorisch familiemagazine Terdege: “Het feit dat we schuldig zijn, betekent niet dat we er werkelijk last van hebben. Dat is triest, want alleen in de weg van een doorleefde erkenning van de schuld komt er ruimte voor vergeving. Verticaal en horizontaal. Van nature hebben we allemaal de neiging om bij de schuldvraag weg te lopen, of in de slachtofferrol te kruipen. Wat kan ik eraan doen dat Adam zo nodig van die vrucht moest eten? Een ander begint over zijn opvoeding. Het vluchtgedrag kom je in alle varianten tegen.
Aan de andere kant zie je soms een ongezond schuldgevoel, door depressieve klachten of perfectionisme. Dat leidt bij mensen weleens tot de vraag of dingen die in hun kindertijd zijn gebeurd, niet voorkomen hadden kunnen worden door anders te handelen. Daarmee overvraag je jezelf”.
Laten wij, als het om het bovenstaande gaat, steeds op zoek blijven naar een gezond schuldbesef. Wij moeten een “afkeer krijgen van onszelf, ons voor God verootmoedigen en onze reiniging en ons behoud buiten onszelf zoeken”[2].

Laten we er maar niet omheen draaien: vergeven is soms heel erg moeilijk. Sommige mensen hebben te maken met onrecht dat hen door de Nederlandse overheid is aangedaan. Wat kunnen mensen onder zulke onrechtvaardigheid gebukt gaan! Denkt u in dit verband aan de geruchtmakende toeslagenaffaire en de Belastingdienst.
Een moeder uit Almere zegt daarover: “Het is voor mij een dagelijkse strijd. Nu de hevigste jaren voorbij zijn, merk ik hoe ik ben gevormd door alle ellende. Het maakt wrok los, verbittering, een neiging om mee te gaan in negativiteit.
Daarom moet ik alles wat er gebeurd is, proberen los te laten. Als ik dat niet doe, maakt het me lichamelijk en mentaal ziek. Het is te veel om te dragen.
Ik zag ooit een documentaire over een moeder van wie een zoon was vermoord. Ze ging naar de gevangenis om de moordenaar te vergeven. Ik dacht: hoe kun je dat doen? Dat begrijp ik beter nu ik in deze huidige situatie zit.
Vergeving is een manier om los te laten. Om met jezelf in het reine te komen. Dan is het niet meer mijn probleem, mijn last. Ik denk dat mensen elkaar niet per se hoeven te vergeven. Het is in dit leven prettig als er geen haat, nijd en wrok is. Ik ben maar een mens; tijdelijk, een stofje. Zo belangrijk is het niet dat ik de Belastingdienst vergeef. Maar voor mijn eigen gevoel, vrede, gemoedsrust is het beter om het los te laten”.
Wij zullen ons erin moeten oefenen om te vergeven. En laten we ons ook maar trainen in het loslaten van de onrechtvaardigheid in deze wereld![3]

Vergeven – dat woord wordt in onze wereld niet zo vaak meer gebruikt.
Men spreekt veelal over ‘excuses’.
Dat doet men bijvoorbeeld in verband met het slavernijverleden. Met dat woord ‘excuses’ erkent men de fouten die in de geschiedenis gemaakt zijn. Over dat  slavernijverleden zei iemand eens: “Al onze voorouders waren hier onderdeel van. Dus als je het goed doet, dan bied je niet alleen je excuses aan voor de ander, het moet helend zijn voor de hele samenleving. Want heel veel mensen stammen van beide kanten van het verhaal af; die hebben zowel voorouders die slavenhouder waren als tot slaaf gemaakten. We moeten het zien als onze gedeelde geschiedenis”.
Op zichzelf komen gedachten aan de verkeerde daden van het voorgeslacht ons, als het goed is, niet vreemd voor.
Nehemia vraagt in hoofdstuk 1 aandacht voor de zonden van vorige generaties en van het volk waar hij deel van uitmaakt: “Laat Uw oor toch opmerkzaam zijn, en Uw ogen open, om te luisteren naar het gebed van Uw dienaar, dat ik heden dag en nacht voor Uw aangezicht bid voor de Israëlieten, Uw dienaren. Ik belijd de zonden van de Israëlieten, die wij tegen U begaan hebben. Ook ik en mijn familie, wij hebben gezondigd. Wij hebben het grondig bij U verdorven. Wij hebben de geboden, de verordeningen en de bepalingen, die U aan Uw dienaar Mozes geboden hebt, niet in acht genomen. Denk toch aan het woord dat U Uw dienaar Mozes geboden hebt: Als u ontrouw bent, zal Ik u overal onder de volken verspreiden”.
Daniël bidt in hoofdstuk 9: “Bij U, Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de schaamte op het gezicht – zo is het heden ten dage bij de mannen van Juda, bij de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, bij hen die dichtbij zijn en die ver weg zijn, in alle landen waarheen U hen verdreven hebt om hun trouwbreuk, die zij tegenover U gepleegd hebben. Heere, bij ons staat de schaamte op het gezicht, bij onze koningen, bij onze vorsten, bij onze vaderen, omdat wij tegen U gezondigd hebben”.
De kerk gaat echter verder dan zich excuseren.
Nee, in de kerk blijft het niet bij verontschuldigingen.
De kerk vraagt aan haar God vergeving van zonden. Daarmee gaat ons leven namelijk fundamenteel veranderen. Leest u maar mee in de Heidelbergse Catechismus: “Omdat Christus voldaan heeft, wil God nooit meer denken aan al mijn zonden, ook niet aan mijn zondige aard, waartegen ik mijn leven lang moet strijden. Maar God schenkt mij uit genade de gerechtigheid van Christus, zodat ik nooit meer door Hem veroordeeld word”.
Zo kan de kerk vrijmoedig de toekomst in![4]

De bereidheid tot vergeven ‘op het kerkplein’ komt in zicht als het gaat over de vereniging van kerken. Bijvoorbeeld van De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken (GKN). Van welke kant men de geschiedenis ook bekijken wil, zeker is wel dat in de geschiedenis van beide kerkverbanden heel wat zonden zijn gedaan. Wij kunnen denken aan ongeduld. En aan onzorgvuldigheid. En aan misinterpretatie. En aan opvliegendheid. En aan wantrouwen. En aan onwil. Het was en is er allemaal.
Laten wij elkaar wijzen op 1 Corinthiërs 13: “De liefde handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad”.
Laten wij, zeker als het om de vereniging van kerken gaat, God en Zijn Woord onverkort recht doen![5]

Gezien tegen de achtergrond van seksueel misbruik wordt ‘vergeving’ al gauw een woord dat enige weerstand oproept. Een woord uit Lucas 17 kan het zicht daarop verhelderen: “Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem”.
Een theologe noteerde bij die Bijbeltekst: “Wat een ruimte kan dat geven aan hen die onrecht aangedaan is! Ze mogen hun mond open doen, daders moeten bestraft worden. Jezus zelf geeft slachtoffers hier een stem om te spreken. Niet-vergeven is nodig, zolang er geen inkeer komt. Ook niet-vergeven kan in gehoorzaamheid aan God. Daar is uiteraard meer over te zeggen, maar belangrijk is om dit punt ook voor ogen te houden. Bestraffen is hier de opdracht. Daarmee wordt het onrecht benoemd. Slachtoffers hebben er belang bij dat er wordt gesproken over rechtvaardigheid, dat de zonde wordt veroordeeld en dat er recht wordt gedaan. Zonder berouw geen vergeving. Waar te vroeg en op een dwingende manier over vergeving wordt gesproken is de kans groot dat een slachtoffer er een trauma bij krijgt”[6].
Waarvan akte!

Over vergeving is het laatste woord nog lang niet gezegd. De zonde blijft in deze wereld, totdat de Here Jezus Christus terugkomt. Dat gegeven hoeft ons echter geenszins te deprimeren. Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief: “Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”.
Hoe diep wij ook gezonken zijn, wij mogen altijd bij God komen. Laten wij ervoor zorgen dat we, op basis daarvan, ook altijd bij elkaar terecht kunnen![7]

Noten:
[1] In deze alinea, en ook verderop in dit artikel, gebruik ik: ds. P.M. de Wit, “Gelijk ook wij vergeven…”. Dat is hoofdstuk 10 (pagina 59-63) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; Bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990].
[2] Het citaat van dominee van Vugt komt uit: “Leven uit vergeving” – interview met dominee J.R. van Vugt. In: Terdege nr 13, 17 maart 2021, p. 40 en 41. Verder citeer ik uit het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “Ik worstel dagelijks om het onrecht te vergeven”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 12 oktober 2021, p. 6 en 7.
[4] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Nehemia 1:6-8 en Daniel 9:7,8. Uit de Heidelbergse Catechismus: Zondag 21, antwoord 56. Ook citeer ik woorden van https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/racisme/excuses-voor-het-slavernijverleden-waarom-moeten-we-dat-willen/ ; geraadpleegd op woensdag 12 januari 2022.
[5] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 13:5.
[6] In deze alinea citeer ik Lucas 17:3. Verder citeer ik uit: Amanda Vastenhouw-Westerink, “Moet je altijd vergeven?”. In: Ambtelijk Contact, studieblad ten dienste van ouderlingen en diakenen van de Christelijke Gereformeerde Kerken, jaargang 60, nr 1 -januari/februari 2021-,  1 januari 2021, p. 9-12. Citaat van p. 10.
[7] In deze alinea citeer ik 1 Johannes 1:7-9.

1 september 2021

Startkader?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Dominee G. Oosterhuis is predikant in Hilversum. Hij dient een samenwerkingsgemeente die ontstaan is uit drie gereformeerde kerken – CGKV De Verbinding. Hij heeft een antwoord gezocht op de vraag: waarom gaan er zoveel jongeren naar een evangelische kerk?
Daarover wordt hij in de krant geïnterviewd1.

Is er in de samenwerkingsgemeente die dominee Oosterhuis dient ook iets veranderd naar aanleiding van bovengenoemd onderzoek?
Dat blijkt inderdaad het geval. Oosterhuis zegt daarover onder meer: “De Tien Geboden functioneren niet meer als startkader, als de hoepel waar we deze week niet doorheen zijn gesprongen. Die lezen we nu aan het einde van de dienst, als leefregel die je meekrijgt voor onderweg. We beginnen met lofprijzing, aanbidding, naar de Heer toegaan in blijdschap, in stilte. Dan laten we God aan het woord en gaan we ten slotte met zijn leefregels de wereld in”.

Het is inderdaad waar: de tien geboden zijn regels voor ons leven.
Maar dat woord ‘startkader’ is in dit verband wel wat armelijk. Waarom? Dat zal hieronder spoedig blijken.

De tien geboden fungeren van den beginne eerst en vooral als een toetssteen.
Volgens dominee Oosterhuis zijn de tien geboden niet bedoeld als “de hoepel waar we deze week niet doorheen zijn gesprongen”.
Terzijde – bedoeld zal zijn ‘de vorige week’. Op zondag begint een nieuwe week.
Hoe dat zij: de voorlezing van Gods wet, in het begin van de eredienst, voert ons – als het goed is – wel terug naar de afgelopen week. De tien geboden nodigen ons van harte uit om ons leven te overzien. Als wij terugkijken zien wij dat ons leven verre van volmaakt is. Wij zijn zondig; we maken er niks van. Er zijn momenten dat wijzelf al denken dat er in ons leven veel ellende is. Wat zal God er dan wel denken?
Wij moeten bewust leven, zeggen de mensen. Als wij dat ergens leren, dan is het wel in de kerk!

Is het vervolgens in ons leven permanent zwaar bewolkt? Nee. Geenszins. Die tien geboden behoeven ons niet te deprimeren.
Niet voor niets beginnen de tien geboden niet met geboden. Nee, de God van hemel en aarde brengt ons – zowel in Exodus 20 als in Deuteronomium 5 – eerst terug naar Zijn bevrijdingswerk: “Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft”.
De Verbondsgod zegt dus elke week eerst: denk maar terug aan Mijn werk! Dat bevrijdingswerk is groots geweest. Egypte had met tien plagen te maken gekregen. God liet Zijn almacht zien. Hij stuurde de geschiedenis van Israël en Egypte aan, zoveel werd wel duidelijk. Dat mag nooit vergeten worden. Mozes zegt het expliciet in Exodus 13 tegen de Israëlieten: “Gedenk deze dag, waarop u uit Egypte, uit het slavenhuis, vertrokken bent, want de Heere heeft u met sterke hand vanhier uitgeleid”. Wie spreekt over de God van het verbond, mag de bevrijding van Gods volk niet vergeten. Psalm 81 herinnert ons daar trouwens ook aan. Kijkt u maar:
“Eer dan Mij alleen,
‘k ben uw God, de HERE.
Ik die u voorheen
veilig door mijn hand,
uit Egypteland
leidde, mij ter ere”.
En als die bevrijding uit Egypte weer voor in ons hoofd zit, dan gaat Psalm 81 verder met Gods verbond:
“Open maar uw mond,
bid tot Mij vrijmoedig,
pleit op mijn verbond:
al wat u ontbreekt
schenk Ik, als u ’t smeekt,
mild en overvloedig”.
Inderdaad – iedere dag overtreden wij Gods wet weer. In de grond van de zaak is dat diep droevig. Maar die triestheid wordt wel overkoepeld door Zijn bevrijdingswerk. Daarom hoeven wij niet elke zondag in huilen uit te barsten. Jazeker, wij worden getoetst. En inderdaad – wij krijgen een onvoldoende. Maar de hemelse God brengt ons weer op Zijn niveau!2

Hoe doet Hij dat?
De schrijver van Hebreeën 9 vertelt het ons: “Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht. Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen! En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe testament, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen”.
Wij zijn voor altijd vrijgesproken van schuld.
Wij zijn voor altijd gered!3

De tien geboden zijn, om met dominee Oosterhuis te spreken, een leefregel die wij meekrijgen voor onderweg. Vooruit, laten wij een mijl met dominee Oosterhuis meelopen. Maar laten wij ons onderweg dan wel realiseren dat wij leven in het verbond met God. En dat is, om het zo maar te zeggen, heel wat meer dan een startkader.

Noten:
1 “Gereformeerd en evangelisch kan”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 21 augustus 2021, p. 7.
2 In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Exodus 20:2, Deuteronomium 5:6, Exodus 13:3 en Psalm 81:7, 8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
3 In deze alinea citeer ik Hebreeën 9:11-15.

20 april 2021

De ware kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Christenen vindt men overal. In de kerk, en ook in andere genootschappen die zich ‘kerk’ noemen.
Niettemin is er maar één kerk. Eén ware kerk. De Nederlandse Geloofsbelijdenis formuleert op dit punt vrij strak door de bocht: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen. Wij spreken hier niet over de huichelaars, die zich in de kerk tussen de oprechte gelovigen bevinden en toch niet bij de kerk horen, al zijn zij voor het oog wel in de kerk. Maar wij bedoelen dat men het lichaam en de gemeenschap van de ware kerk moet onderscheiden van alle sekten, die beweren dat zij de kerk zijn“1.

De bovenstaande formulering voelt hard aan. Koud en kil. Stijf en star. En de vraag komt op: moet men alle andere christenen afschrijven? Behoren wij van al die mensen te zeggen dat zij geen echte christenen zijn? Dat is toch liefdeloos? Dat is toch onhoudbaar? Daar maken we ons toch gehaat mee?

Een lid van de Protestantse Kerk schreef een jaar of vier geleden: “Ik las pas een interview met een voorganger aan wie werd gevraagd vanuit welk theologisch concept hij preekt. Want ze hoorden in zijn preken een luthers, puriteins, calvinistisch, evangelisch enz. geluid… Zijn antwoord: ‘Eh, dat weet ik niet. Ik heb geen concept, ik wil gewoon de Bijbel preken…‘. Zeker in de kerk moet je jezelf kunnen zijn zonder dat je meteen in een hokje of een bepaalde hoek wordt geplaatst. ‘Waar de Geest van de Heer is, daar is toch vrijheid‘? (…) Daar gaat het uiteindelijk toch om: dat we van Christus zijn“2.

Wij zijn van Christus – punt. Dat lijkt een rustgevende gedachte. Weg met de hokjes, één grote kerk – lekker overzichtelijk!
Maar wie 1 Corinthiërs 1 gaat lezen komt een probleempje tegen. Want de apostel Paulus schrijft daar onder meer: “Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat u allen eensgezind bent in uw spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen“3.
Kortom: eenheid van echte christenen gezocht! Het maakt wel degelijk uit waar je zit!

Paulus doet een oproep. Die proclamatie heeft hij niet zelf bedacht. Nee, die oproep komt er door toedoen van de naam van de Here Jezus Christus.
Bij nadere beschouwing is dat ook logisch. De leider van een politieke wereld in onze wereld wil zijn volgelingen bijeenbrengen in één partij. Niet in twee of drie. En als de standpunten van twee partijen dichtbij elkaar zitten, ligt een fusie voor de hand. In de kerk steekt dat nog veel nauwer. Want daar gaat het niet over politieke standpunten. Daar gaat het niet over meningen.
Nee, in de kerk zitten geredde mensen. In de kerk zitten mensen die op naam van de Heiland staan. In de kerk leven mensen die zich voorbereiden op eeuwig geluk en vrede!

Paulus schrijft: mensen, spreek als uit één mond.
Als het hierom gaat, geldt: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Laten wij elkaar in dit verband wijzen op Romeinen 12, waar Paulus noteert: “Wees eensgezind onder elkaar. Streef niet naar de hoge dingen, maar houd u bij de nederige. Wees niet wijs in eigen oog“4.
Wij moeten, om het modern te zeggen, op de lijn van Jezus Christus zitten. Paulus schrijft in Romeinen 15: “En de God van de volharding en van de vertroosting moge u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus“5. De kerk moet op dezelfde dingen bedacht zijn als Jezus Christus is. Steeds weer moet in de kerk de vraag gesteld worden: dienen wij God echt nog, of doen we eigenlijk maar net alsof? Oftewel: gaan wij werkelijk achter de Heiland aan, of hebben wij stilletjes onze eigen klerikale navigatieapparatuur opgestart?
In een al wat ouder document van de Gereformeerd kerken (vrijgemaakt) staat te lezen: “Er is verschil van mening en verlegenheid over de uitleg van Bijbelse voorschriften rond mannen en vrouwen“6. Hoort u de alarmbellen afgaan? Ziet u dat dit alles geenszins met 1 Corinthiërs 1 te rijmen is?

Laten scheuringen worden voorkómen, maant Paulus. Schismata staat daar. Dat woord kunnen we ook met ‘verdeeldheid‘ vertalen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Johannes 7: “Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem“7. En in 1 Corinthiërs 11: “Want ten eerste hoor ik dat er als u samenkomt in de gemeente verdeeldheid onder u is, en ten dele geloof ik dat“8. En in 1 Corinthiërs 12: “Onze eerbare leden echter hebben dat niet nodig. Maar God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen“9.
Scheuringen moeten wij voorkómen. Maar als de kerk nep-kerk wordt en eigen wegen kiest, is het zaak om te bekijken waar de Heiland Zijn volk vergadert.
Scheuringen moeten wij voorkómen. Maar als de kerk met twee of meer monden spreekt en dus nep-kerk wordt, is het zaak om te bekijken hoe en waar wij de Heiland echt volgen.
Nee, dat is niet bepaald een gezellige boodschap. Ooit was er een oudere zuster die, vlak nadat schrijver dezes en zijn echtgenote de overgang naar De Gereformeerde Kerk Groningen maakten, vroeg: ‘Vind je het hier gezellig?‘. Die vraag is begrijpelijk. Maar u begrijpt het wel: strikt genomen doet het antwoord er niet eens zoveel toe.

Paulus schrijft: zorg dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen.
Goed beschouwd gaat de apostel hier heel ver. De kerk mag nooit los zand zijn; ook niet in coronatijd dus. De kerkleden moeten, als het om de grote lijn van Schrift en belijdenis gaat, dezelfde mening hebben. Men moet tot hetzelfde inzicht komen.
Buitenstaanders verbazen zich er telkenmale over dat er in de kerk zoveel gediscussieerd wordt.
Maar wie even door denkt, begrijpt al snel waaróm dat zo is. Men wil denkbeelden en inzichten zo goed mogelijk met elkaar afstemmen!

Moeten we christenen, die geen lid zijn van de kerk, maar afschrijven? Zeker niet.
Laten we hen wijzen op de kerk als plek waar de Heiland Zijn gekochte kinderen samen brengt.
En met de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.J. Arnold (1916-2008) mogen we zeggen: “Wij weten immers – daar gaan we vanuit – dat er véle noden zijn, maar dat die vele noden tenslotte één nood zijn. Elke nieuwe en andere nood is een facet of een symptoom van de éne nood. We weten méér. En daar gaat het om. Er is een Rèdder in die nood!“. En: “En als we die woorden lezen: ’redden van hun zonden’, moeten we bedenken dat dit betekent: ’van de zonden wég redden’, zò er van weg, dat de zonden èn alles wat met die zonden samenhangt en er het gevolg van is, door Hem van hen wég worden gedaan: bevrijding!“10.

De kerk die het Evangelie inkort, of er dingen bij bedenkt, mag geen kerk meer heten.
De kerk die mensen en hun ideeën boven Gods Woord stelt is geen kerk meer.
Wie dat – door het werk van Gods Heilige Geest – leert begrijpen, gaat als vanzelf de kerk zoeken. De kerk – inderdaad, met lidwoord.

Noten:
1  Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
2  Geciteerd van https://pgnijverdal.wordpress.com/2018/11/17/hokjes-in-de-kerk/ ; geraadpleegd op dinsdag 13 april 2021.
3  1 Corinthiërs 1:10.
4  Romeinen 12:16.
5  Romeinen 15:5.
6  Handleiding M/V met het oog op het gesprek over de inzet van mannen en vrouwen in de kerk, p. 3. Te vinden op https://www.gkv.nl/downloads/6298/Handleiding_M-V.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 13 april 2021.
7  Johannes 7:43.
8  1 Corinthiërs 11:18.
9  1 Corinthiërs 12:24 en 25.
10  Ds. J.J. Arnold, “Als de kerk kerk is“. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1985. – p. 147.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.