gereformeerd leven in nederland

13 juni 2018

Mooi voor de bruiloft

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag begint de heerlijkheid. Vandaag doet de Here nog wonderen!
En dus moeten we er hard aan trekken. We moeten volmaakt worden. We moeten beter worden. Vromer. Godsdienstiger!

Dergelijke redeneringen hoor je nog wel eens in evangelische kringen.
Niet zelden krijg je de indruk dat protestanten – Gereformeerden inbegrepen – door christenen uit de evangelische hoek beschouwd worden als slapjanussen.
Want protestanten geven het veel te gauw op. Omdat er te weinig verandert blijven zij maar gewoon in hun stoel zitten. Dat zou verboden moeten worden!

Toegegeven – het bovenstaande is wat gechargeerd. Overdreven. Ietsje vertekend, wellicht.
Maar de vraag is duidelijk: moeten we in de Gereformeerde wereld vaker op jacht naar de volmaaktheid?

Wie die vraag beantwoorden wil, kan terecht in de Dordtse Leerregels.

Dat belijdenisgeschrift werd opgesteld in 1618/’19. Dat gebeurde in Dordrecht; te Dordt dus.
Daar werd de Gereformeerde leer nog eens opgeschreven. Het werden dus leer-regels.

Er werd bezwaar gemaakt tegen de redenering van de remonstranten. Die redenering hadden zij opgeschreven in de remonstrantie: dat is een bezwaarschrift, een verweerschrift.
De remonstranten zeiden:
* de mens is in staat om zichzelf te verlossen
* er zit nog wel iets van goede wil in hem
* als hij echt wil, krabbelt hij op eigen kracht wel weer een stukje omhoog, uit het dal.
De Gereformeerden zeggen: wij zijn helemaal afhankelijk van Gods redding, en van Zijn genade.

De Dordtse Leerregels zeggen ook: op eigen kracht word je niet volmaakt.
Dat klinkt bijvoorbeeld zo.

De zonde is niet uit het leven van Gods kinderen verdwenen.
“Hierdoor zondigen zij in hun zwakheid elke dag weer en zelfs aan de beste werken van de heiligen kleven gebreken. Dit geeft hun voortdurend reden zich voor God te verootmoedigen en hun toevlucht tot de gekruisigde Christus te nemen. Ook gaan zij daardoor steeds meer het vlees doden door de Geest der gebeden en door zich te oefenen in een godvrezend leven en zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid. Dit doen zij, tot zij, verlost uit het lichaam des doods, met het Lam van God in de hemelen zullen regeren”[1].

Het staat er dan toch maar: “zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid”.
Dat is rigoureus. Radicaal.
En ja, dat is de Bijbel ook.

De apostel Paulus schrijft aan de christenen in Colosse, Colossenzen 3: “Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, ​onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die ​afgoderij​ is”[2].
Doden nog wel!

Paulus schrijft aan Timotheüs: “Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht”[3].
Onheilige en onzinnige verzinsels verwerpen – alsof het niks is!

Paulus wil, hoe dan ook, opstaan uit de dood. Net als Jezus Christus, de Eersteling. Aan de christenen in Philippi schrijft hij: “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door ​Christus​ ​Jezus​ gegrepen. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in ​Christus​ ​Jezus”[4].
Jagen, uitstrekken – er moet nogal wat gebeuren!

Maar de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Wij blijven zondig.
Wij moeten steeds beseffen dat wij, vergeleken met God, slechts klein en onbetekenend zijn.
Steeds moeten wij ons realiseren dat Jezus Christus voor ons aan het kruis heeft gehangen en dat Zijn lijden en opstanding de enige basis vormen voor onze redding.

Nee, de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Maar we bereiden ons er wel op voor. We willen er op ons mooist uit zien. In ons mooiste pak. In een schitterende trouwjurk, misschien wel met sleep. Lang van tevoren wordt iedereen die maar enigszins belanghebbend zou kunnen zijn, officieel ingelicht.

De toestand van Mattheüs 22 is volkomen onbestaanbaar.
U weet wel: “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker ​koning​ die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, en hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen. Maar zij wilden niet komen. Opnieuw stuurde hij dienaren eropuit, andere, en hij zei: Zeg tegen de genodigden: Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste dieren zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft. Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”[5].

Nee, zo doen wij dat niet in de kerk.
In de kerk verwachten we Jezus Christus terug, onze Bruidegom.

Hosea heeft er al over geprofeteerd: “Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in ​gerechtigheid​ en in recht, in goedertierenheid en in ​barmhartigheid. In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen”[6].

Volmaakt zullen we op aarde niet worden.
Maar in de hemel wel.
Daar bereiden we ons op voor.
Daarom geven wij het beste wat we hebben, in de kerk.
Ja, wij maken er hier het beste van.
Want in de hemel wordt het prachtig!

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 2.
[2] Colossenzen 3:5.
[3] 1 Timotheüs 4:7.
[4] Philippenzen 3:12, 13 en 14.
[5] Mattheüs 22:2-5.
[6] Hosea 2:18 en 19.

1 juni 2018

Actuele belijdenis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Hoe kun je de Bijbel samenvatten?[1]
Dat hebben al heel wat mensen zich afgevraagd. Zij schreven belijdenissen. Zo komen we aan onze belijdenisgeschriften.
In de kerk sluiten we ons bij die belijdenissen aan. Op die manier zoeken wij heel bewust verbinding met ware gelovigen uit alle tijden en op alle plaatsen.

Als wij nu, in 2018, een nieuwe belijdenis zouden moeten schrijven… wat zou daar dan in geaccentueerd worden?

Laat ik een paar zaken noemen.
Maar ik waarschuw u van te voren: een compleet lijstje is dit zeker niet.

1.
Het feit dat God de Schepper is van hemel en aarde. Hij creëerde de wereld in zes dagen.
Hoe dat precies is gegaan? Niemand van ons was erbij. En omdat de mensen dat gebrek aan kennis wilden opvullen, ontwierpen zij de evolutietheorie. In die theorie steekt het niet op een miljoentje of een miljardje. Die theorie staat diametraal tegenover het christelijk geloof.
2.
Het feit dat de mens van nature diep in de zonde weggezonken is. Hij is, om zo te zeggen, één grote brok zonde. Dat de mens toch tot iets goeds in staat is, is aan God te danken. Hij heeft deze wereld niet in de ellende laten zitten. Wat is God genadig!
3.
Het feit dat Jezus Christus onze enige Verlosser is. Wij verwachten het niet van intermenselijkheid. En ook niet van Allah. En ook niet van het Boeddhisme.
Bij dit alles komt nog dat wij Allah, Boeddha – of welke andere god ook – niet op één hoop vegen met onze God. De eenvoudige reden daarvoor is dat er feitelijk maar één God is. Andere goden zijn er niet.
4.
De troost dat onze Here Jezus Christus ons van zonde en schuld verlost. Als ergens Zijn grote liefde voor het menselijk leven uitkomt, dan is het wel daarin. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden”[2]. Daarin liet Hij Zijn volmaakte liefde zien.
Het is die liefde die in het menselijk leven weerspiegeld mag en moet worden. Daarom is het leven het alleszins waard om uit alle macht beschermd te worden. Van de conceptie tot aan de dood. Van eigenmachtig ingrijpen – door bijvoorbeeld abortus, euthanasie of moord in het criminele circuit – mag geen sprake zijn.
5.
Het feit dat volgelingen van Christus die liefde tonen in het gewone leven. Christenen staan, als het goed is, bekend om hun vriendelijkheid.
Daarnaast zijn christenen eerlijk en betrouwbaar. Bedrog is niet aan de orde. Met christenen kun je, om het zo maar te zeggen, zaken doen!
6.
Het feit dat volgelingen van Christus trouw zijn.
Trouw aan God en Zijn geboden.
Trouw aan de mensen om hen heen.
Huwelijkstrouw is daarom een groot goed.
Seksueel misbruik is uit den boze.
7.
Het feit dat de kerk een groots werk van God is. Tegenwoordig lijkt de algemene regel te zijn: iedereen kan een eigen kerkgenootschap beginnen. Maar dat is, goed beschouwd, nonsens.
De Dordtse Leerregels leren ons: “De uitverkorenen zullen – ieder op zijn tijd – bijeen vergaderd worden en zal er altijd een kerk van gelovigen zijn, die gefundeerd is in Christus’ bloed. Zij heeft Christus, haar verlosser, die voor haar, als een bruidegom voor zijn bruid, aan het kruis zijn leven gegeven heeft, standvastig lief, zij dient Hem met volharding en prijst Hem nu en in alle eeuwigheid. Amen”[3].
8.
Het feit dat de burgers van deze wereld in twee kampen verdeeld zijn: voor of tegen Christus. Het is van tweeën één: hemel of hel. Een grijs gebied is er niet.
Verhalen dat mensen als sterren in een heelal zweven zijn aantrekkelijke fantasieën. Die verhalen kloppen echter niet.
We zeggen wel eens: zij was een goed mens. Of: hij was een slecht mens. Ten diepste is de tegenstelling echter niet ‘goed of slecht’, maar ‘voor of tegen Christus’.

Wie het bovenstaande overziet, ontdekt ongetwijfeld elementen uit de apostolische geloofsbelijdenis. Ook andere belijdenisgeschriften komen langs.
En dat is de bedoeling ook. Want de kerk van nu staat op de schouders van het voorgeslacht. Zij gaat het wiel heus niet opnieuw uitvinden!

Er is wel eens geopperd dat er een belijdenistekst moet komen “die boven culturen uitgaat, breed gedragen wordt en niet tijdgebonden is”[4].

Ik kan u vertellen dat dat niets wordt.
Dat klinkt flauw en vervelend. Maar het lijkt mij toch een realistische kijk op het gelovig belijden in de eenentwintigste eeuw.
Immers, in de kerk moet iedere generatie in de context van zijn tijd het geloof belijden.
En: in de kerk moet iedere generatie de consequenties daarvan in de praktijk van alledag tonen.

Maar kan de belijdenis anno Domini 2018 niet heel kort zijn?
Bijvoorbeeld: ‘Jezus Christus, ja Hij alleen’?
Dat klinkt prima.
En inderdaad – de Heiland staat in de Bijbel centraal. Maar er staat toch nog veel meer in Gods Woord; dat mogen we niet vergeten. Laten we niet net doen alsof de kern van de Heilige Schrift op een geel Post It-plakkertje past.

Belijdenis doen van je geloof: dat is een kwestie van alle tijden.
De consequenties van het geloof laten zien: dat is, als het eropaan komt, een taak voor iedere dag.

Noten:
[1] In dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 18 juni 2009.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 9.
[4] Dat pleidooi werd gehouden door de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee R.C. Janssen. Zie: “Pleidooi voor een nieuwe belijdenis”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 17 juni 2009, p. 2.

24 mei 2018

O, gedenk de zonden niet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het is een aloude wijsheid: de mens is behept met zonden[1]. Bevlekt met zonden, zelfs.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis draait er niet omheen:
De zonde “is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen”[2].

Maar hoe raak je de last van die zonden kwijt?
Hoe kun je vrij leven?

Dat zijn vragen die een christenmens bezig kunnen houden.

Uitgangspunt van dit artikel zijn bekende woorden uit Mattheüs 6: “En ​vergeef​ ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren ​vergeven”[3].
Een exegeet verduidelijkt de bovenstaande tekst onder meer als volgt: “Ons wordt niet vergeven omdat wij andere mensen vergeven, maar wij vragen om vergeven te worden, zoals ook anderen door ons vergeven worden. Het vergeven van anderen is dus niet een goed werk, waarmee we de vergeving van God kunnen verdienen, maar het is wel een voorwaarde om Gods vergeving te kunnen ontvangen”[4].

Dat wordt ook iets verderop in Mattheüs 6 gezegd: “Want als u de mensen hun overtredingen ​vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook ​vergeven. Maar als u de mensen hun overtredingen niet ​vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet ​vergeven”[5].
Wie vergeving hebben wil, moet dus een zekere mildheid houden ten aanzien van zijn medemensen.
Liefde breng je in praktijk door fouten en tekortkomingen zoveel mogelijk toe te dekken![6]

In Efeziërs 4 betrekt Paulus het vergeven van elkaars zonden zonder omwegen op Christus: “wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en ​barmhartig, en ​vergeef​ elkaar, zoals ook God in ​Christus​ u ​vergeven​ heeft”[7].
Vergeving van de zonden op grond van de verdienste van Christus, noemt de Heidelbergse Catechismus dat[8].

Heel wat profeten hebben het in het Oude Testament al gezegd “dat ieder die in Hem gelooft, ​vergeving​ van ​zonden​ ontvangen zal door Zijn Naam”[9].
Vergeving is in de eerste plaats een kwestie van geloof.
Je zou denken: vergeven is een kwestie van een zachtmoedig karakter. Of van mentale flexibiliteit. Maar nee, dat is niet het eerste. Wie vergeven ontvangen wil, moet geloven dat Jezus Christus ook voor hem of haar gestorven is.

Paulus benadrukt in Romeinen 3 dat de vergeving geheel gratis is: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus”[10].
Wie vriendelijk en barmhartig wil zijn, moet eerst en vooral beseffen dat hijzelf ook ‘van de geef’ leeft.
Vergeving is gratis. Niemand hoeft geld mee te nemen. Geloof is genoeg!

Niet dat vergeven altijd makkelijk is.
Een voorbeeld:
geestelijk labiele mensen kunnen je ’t heel moeilijk maken. Als je daar jaren achtereen mee te maken hebt, kan die vergeving heel wat innerlijke strijd opleveren!
Nog een voorbeeld:
mensen die – om welke reden dan ook – een moeilijke jeugd gehad hebben, zullen waarschijnlijk levenslang moeite houden om hun ouders / opvoeders hun zonden te vergeven.

Maar één ding is echter zeker: zondige mensen mogen, dankzij Christus’ werk, altijd terugkomen bij God in de hemel.
Dat is voor gelovige mensen de troost in dit aardse leven!

Laten wij maar eerlijk wezen: wij kunnen onszelf nooit helemaal doorgronden. Alleen dáárom al kunnen wij nooit precies vertellen welke zonden wij hebben gedaan.
Wij mogen vergeving vragen met die bekende woorden uit Psalm 19:
“Maar, HEER, wie kent de maat
van zijn verborgen kwaad,
wie kan zichzelf doorgronden?
Verlos en heilig mij,
o HERE, spreek mij vrij
van mijn verborgen zonden”[11].

Het kan ook heel goed zo zijn dat wij op latere leeftijd last hebben van jeugdzonden.
Het is wel bekend dat mensen die vroeger op school pesters waren, daar later veel berouw van hebben.
Misschien zijn er onder de lezers van deze blog die van mening zijn dat zijn in hun jeugd vaak verkeerd op allerlei misstanden in het gezin gereageerd hebben. ‘Waarom heb ik er toen niet wat van gezegd?’. ‘Waarom heb ik mijn mond niet open gedaan?’ ‘Waarom heb ik niet eerder hulp gezocht?’.
In zulke situaties mogen we in het gebed naar God toe gaan. En mensen die dan niet zo goed weten wat zij moeten zeggen, kunnen de woorden van Psalm 25 in de mond nemen:
“O, gedenk de zonden niet,
in mijn jeugd door mij bedreven.
Wilt U, die mijn schulden ziet,
in uw goedheid mij vergeven”[12].

Hoe raak je de last van de zonden kwijt?
Hoe kun je vrij leven?
Dat leren wij in Psalm 32:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des HEREN is bedekt.
De HERE rekent hem niet toe zijn zonden,
de ongerechtigheid in hem gevonden.
Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,
geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt”[13].

Wie in alle oprechtheid naar God toe gaat, mag het weten: de hemelse God zal mij genadig tegemoet treden.
En met Hem samen kan men dan de kracht vinden om tegen de zonde te strijden!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://dailyverses.net/nl/vergeving ; geraadpleegd op woensdag 9 mei 2018.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[3] Mattheüs 6:12.
[4] Online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 6:12.
[5] Mattheüs 6:14 en 15.
[6] Zie Spreuken 17:9: “Wie de ​overtreding​ toedekt, zoekt ​liefde, / maar wie de zaak weer oprakelt, maakt scheiding tussen de beste vrienden”.
[7] Efeziërs 4:32.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[9] Handelingen 10:43.
[10] Romeinenen 3:24.
[11] Psalm 19:5, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 25:3, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Psalm 32:1, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 mei 2018

Doorgang naar de eeuwigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Er zijn momenten waarop wij er allemaal mee te maken hebben: het sterven.
Soms gebeurt dat na een lang ziekbed. Mensen in de omgeving hebben de tijd gehad om zich op het naderende afscheid voor te bereiden.
Er zijn ook situaties waarin het sterven plotseling komt. Van het ene op het andere moment.
Maar altijd doet het pijn. Veel pijn.
De dood is een vijand. Een vijand waaraan niemand ontkomt.

Maar er is meer.
Gelukkig wel.

In de Bijbel wordt het sterven niet uit de weg gegaan.
In Romeinen 6 kunnen wij lezen: “Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”.
In de Bijbel in Gewone Taal vinden we datzelfde vers als: “Wie gehoorzaam is aan de ​zonde, krijgt als beloning de dood. Maar wie bij God hoort, krijgt het geschenk dat God ons wil geven: het eeuwige leven, dankzij onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus”[1].

Met deze tekst staan we meteen midden in de Romeinse wereld. Daar gebeurt het wel dat huisslaven zakgeld krijgen om hun persoonlijke uitgaven mee te bekostigen. Misschien denkt Paulus daar wel aan als hij het bovenstaande noteert[2].

In dit deel van de brief aan de christenen in Rome draait alles om de stelling: alleen het geloof in het werk van Jezus Christus kan ons redden.
Het reddingswerk van de Heiland heeft voor ons als resultaat: vrede met God. En dat betekent: het nieuwe leven begint nu!

Het kernpunt is: als de zonde een overheersende factor in ons bestaan blijft, zal de dood het eindpunt wezen; als God ons van de zonden reinigt, wordt de dood een doorgang[3].
Oftewel: een stap naar de tweede en hemelse fase in ons bestaan: het eeuwige leven.

In Romeinen 6 schrijft Paulus: als je bij God hoort, blijf je niet in de zonde hangen.
Jezus Christus is, na Zijn opstanding uit de dood, een nieuw leven begonnen. Die opstanding was zo krachtig, dat Hij al Zijn kinderen daarin ‘meeneemt’. Ook zij zullen opstaan uit de dood. Ook zij krijgen een nieuw leven. Dat nieuwe leven is feitelijk nu al begonnen.

Zo komt het dat wij nu geen slaven meer zijn.
Zeker – menselijk gesproken zijn we, vóór u en ik het weten, opnieuw verslaafd aan de zonde. Ver-slaafd: dan zijn wij er weer slaaf van geworden.
Maar vanwege Christus’ werk zal dat in het leven van Gods kinderen nu niet meer gebeuren.

Jezus Christus is uit de dood opgestaan.
De dood heeft het nu niet meer over Hem te zeggen.
Sterker nog: Hij is springlevend!
Paulus zegt tegen de christenen in Rome, en ook tegen gelovige Bijbellezers van vandaag: beschouw uzelf vooral als schepselen die behoren bij die categorie springlevende mensen!

Laten wij, schrijft Paulus verder, beseffen dat zonde en dood in ons leven niet meer overheersen.
We zullen er vooral voor moeten zorgen dat dat ook zo blijft. God geeft ons, wat dat betreft, een grote verantwoordelijkheid!
Onze energie moeten wij gebruiken om God te eren en te dienen. In kleine en grote dingen.

Dat vraagt om heldere keuzes.
Aan welke kant sta jij?
In welk kamp staan wij?

Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken: vanaf nu moet ik heel erg mijn best doen; en als er wat fout gaat… – nou, dan zwaait er wat!
Maar als de zonde het in ons leven niet meer voor het zeggen heeft, worden wij “dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid”[4]. Daar heeft de Here Zelf de hand in!
Een tussenweg is er niet.
Het is: leven voor de zonde of gewijd zijn aan God.
Het is zwart of wit.
Daar zit niets tussen.
Wij staan tot Gods beschikking. Wij zijn Zijn instrumentarium. Gereinigd instrumentarium – geschikt als Goddelijk werktuig, als hemels gereedschap.
Zo worden wij, dag na dag, door Hem klaargemaakt voor een schitterend leven in de woonplaats van de Machthebber van heel de wereld.

De dagen vliegen om.
De jaren suizen zogezegd langs ons heen.
Voor je ’t weet ben je 20, 30, 40…
De jaren gaan verder: 50, 60, 70, 80, 90…
Via de middelbare leeftijd wordt u langzaam ouder.
En opeens heet u ‘bejaard’. Of – erger nog – ‘hóógbejaard’.
Wat een troost is het dan om te weten dat u het eeuwige leven tegemoet gaat!

Het sterven komt voor ons allen onontkoombaar dichterbij.
Natuurlijk, als je jong bent duurt dat nog heel lang.
Als u van middelbare leeftijd bent, kan het ook nog wel enkele decennia duren.
En als u 90 bent? Of 96?
Ach, geen mens weet precies wanneer hij sterven zal. En dat is, goed beschouwd, maar goed ook.

Laten wij maar blij zijn met de genadegave van God.
Jezus Christus heeft, met Zijn betaling voor onze zonden, de deur van de hemel voor ons open gedaan!
Nee, niemand verheugt zich op het sterven.
Natuurlijk niet.
Maar wie gelooft dat Jezus Christus de Redder van het leven is, mag weten: het leven wordt prachtig; en het houdt nooit meer op!

Noten:
[1] Romeinen 6:23. Achtereenvolgens citeer ik de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie hierover de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 6:23.
[3] De term ‘reiniging van de zonde’ ontleen ik de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”.
[4] Romeinen 6:18.

23 februari 2018

Waar het hart vol van is…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Een schietpartij op een school in Amerika, nee – daar kijken we amper meer van op.

We ergeren ons des te meer aan de politiek eromheen.
Waarom doet niemand iets? Is de wapenlobby in de Verenigde Staten zo machtig dat levens van jonge mensen er niet meer toe doen?
Hoe attent is het Federal Bureau of Investigation eigenlijk? Is de FBI, die federale politiedienst, wel voor zijn taak berekend?

Maar wellicht voelen we vooral machteloosheid.
In welke wereld leven we eigenlijk?
Houdt het nooit op?
Wanneer grijpt er eindelijk iemand in?

Wat zetten wij, Gereformeerden, tegenover de tv-uitzending met beelden van de zoveelste schietpartij?
Wat zetten wij, Gereformeerden, tegenover een krantenfoto waar de wanhoop bijkans van af druipt?

Vandaag wil ik graag wijzen op woorden uit Mattheüs 12: “De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het ​hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.
Maar Ik zeg u dat de mensen van elk nutteloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel.
Want op grond van uw woorden zult u ​rechtvaardig​ verklaard worden, en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden”[1].

Wat gebeurt er in Mattheüs 12?
Jezus heeft een man genezen die niet kon zien en niet kon spreken: een doof-blinde dus. Het verzamelde volk is verbijsterd en enthousiast tegelijk. Luidop vragen ze zich af: is dit nou de Messias? Oftewel: is dit nu de Man die Israël redden gaat?
De Farizeeën zijn helemaal niet zo blij met de geestdrift van het verzamelde gepeupel. Waarom niet? Omdat hun gezag wordt ondergraven, bijvoorbeeld. De Farizeeën willen niet geloven dat zij rechtstreeks geconstateerd worden met de Redder van de wereld.
Dat willen zij niet geloven.
Dat is ook de kwestie die vandaag voor ons aan de orde is: geloven wij werkelijk dat God de Machthebber van deze wereld is?

Als u en ik om ons heen kijken, hebben we die Amerikaanse schietpartijen meteen weer in beeld. En misschien komen die twijfels vrijwel onmiddellijk weer naar boven.

Misschien zegt u: in Mattheüs 12 is geloven makkelijker. Want daar is net een wonder gebeurd.
Dat is waar.
Maar de Farizeeën zeggen: die genezing komt voort uit de kracht van de duivel.

En zo ligt daar op onze tafel de vraag: geloven wij dat onze Heiland werkelijk de macht op aarde heeft?
Wij moeten, geachte lezers, maar met de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”. En: “Hij heeft geroepen: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (…), en Hij heeft dit alles geleden ter wille van de vergeving van onze zonden. Daarom zeggen wij terecht met Paulus, dat wij niets anders weten dan Jezus Christus en die gekruisigd (…)”[2].

Wie naar die schietpartijen op Amerikaanse scholen kijkt, denkt: de verdorvenheid der wereld gaat steeds verder. En terecht.
Als wij vervolgens weer een blik werpen op Mattheüs 12, zien we dat Jezus de ongelovige Farizeeën zonder omwegen oproept tot bekering. In Mattheüs 12 krijgen ook wij een stimulans om de goede kant op te kijken, en ons leven in de juiste richting te bewegen.
Het is verleidelijk om krachteloos en lamlendig naar de beelden van die schietpartijen te blijven kijken. Het is makkelijk om te zeggen: het gaat met de wereld echt de verkeerde kant op.
De Here Jezus Christus, onze Heiland, leert ons om op Hem te letten en Hem te volgen.
Jazeker, die schietpartijen zijn verschrikkelijk.
Jazeker, die dodelijke incidenten vereisen actie. Gerichte actie. Er moet een eind aan komen.
Maar in de wereld staat meer op scherp dan alleen maar geweren en revolvers.
Om het het met de Britse Bijbelverklaarder Matthew Henry (1662-1714) te zeggen: “Laat ons bedenken: Hoe nauwkeurige rekenschap wij in dien dag van de zonden der tong zullen hebben te geven, daar voor ieder ijdel woord, dat de mensen spreken, rekenschap door hen gegeven zal moeten worden. Dit geeft te kennen, dat God acht geeft op ieder woord, dat wij zeggen, zelfs op die, waarop wij zelven geen acht slaan. Zie Psalm 139:4: Geen woord op mijne tong, of Gij weet het, hoewel het zonder nadenken of bedoeling gesproken is, neemt God er toch kennis van”[3].

In deze wereld worden we overspoeld met nieuws waar de duivel achter zit. Voordat wij ’t weten zit ons hoofd er mee vol.
Laten wij het maar ons maar realiseren: ons leven moet vervuld zijn van Gods eer. Zoals Psalm 68 dat zegt:
“Heft Gode blijde psalmen aan,
laat ’s Heren volk nu tot Hem gaan,
laat al wat leeft Hem eren.
Komt, zingt en speelt, in Hem verblijd,
looft Hem, vervuld van dankbaarheid,
looft Hem, zijn naam is HERE”[4].

Noten:
[1] Mattheüs 12:35, 36 en 37.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[3] Geciteerd uit: Matthew Henry, “Het Evangelie naar Mattheüs: een verklaring met praktische opmerkingen van het Evangelie naar de beschrijving van Mattheüs”. Verklaring bij Mattheüs 12:22-37. Ook te vinden op http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op maandag 19 februari 2018.
[4] Psalm 68:2, Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 december 2017

Advent met Salomo

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Koning Salomo is in mijn gedachten vaak een geweldenaar. Groot, wijs, machtig… Salomo is iemand die iets betekent in Gods koninkrijk. Salomo heeft bovendien op aarde veel te vertellen.

Dat alles overpeinzend is 1 Koningen 11 een flinke tegenvaller.
In eerste instantie althans.

“Koning​ ​Salomo​ had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de ​farao: ​Moabitische, ​Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen, uit de volken waarvan de HEERE tegen de Israëlieten had gezegd: U mag niet naar hen toe gaan en zij mogen niet bij u komen”[1].
En:
“Het was in de tijd van ​Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn ​hart​ deden afwijken, achter ​andere ​goden​ aan, zodat zijn ​hart​ niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het ​hart​ van zijn vader ​David, want ​Salomo​ ging achter Astoreth aan, de god van de Sidoniërs, en achter ​Milkom, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten. Zo deed ​Salomo​ wat slecht was in de ogen van de HEERE: hij volhardde er niet in de HEERE na te volgen, zoals zijn vader ​David”[2].

Het was in de tijd van Salomo’s ouderdom… – dat is een belangrijk detail.
Als u het mij vraagt, zien we vandaag soms eenzelfde ontwikkeling. Oude mensen worden niet zelden enigszins toegeeflijk. Ze gaan een beetje relativeren. Want ach, je kunt toch niet altijd aan de zijlijn blijven staan?
Hierover heb ik op deze internetpagina al wel eens eerder geschreven[3]. Maar het kan geen kwaad om nog eens te herhalen wat ik indertijd reeds schreef: “In 1 Koningen 11 zien we wat er gebeurt als wij Gods liefde een beetje nonchalant beantwoorden. Naarmate Salomo ouder wordt ziet hij steeds meer de betrekkelijkheid der dingen in. En daarin gaat hij te ver. Veel te ver.
God is liefde. Zijn liefde moet beantwoord worden. Daar past relativeringsvermogen niet bij”.

Laten wij 1 Koningen 11 nog eens wat nader bezien

Want juist in deze Adventstijd lijkt dit Schriftgedeelte mij van enig belang.
Wij leren om onze redding helemaal van Jezus Christus te verwachten. Hoe majestueus mensen er in onze tijd ook uit mogen zien, altijd geldt dat woord uit Psalm 146:
“Vertrouw niet op edelen,
op het mensenkind, bij wie geen heil is”[4].

Wie zich op mensen richt, raakt gaandeweg de vrijmoedigheid kwijt om naar God toe te gaan. Het contact verwatert een beetje. God is wel belangrijk – nou en of. Maar goede relaties op aarde mogen we, zo zeggen we dan zomaar, beslist niet uitvlakken.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën zegt daarentegen: “Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven, en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen”[5]. Wellicht heeft de Hebreeënschrijver voor een ongewenst soort wetticisme willen waarschuwen. Maar anno Domini 2017 mogen wij, dunkt mij, dat Schriftwoord ook wel wat breder trekken: wie zich, hoe omzichtig ook, aan het contact met en de zegen van de Here onttrekt, kan er op rekenen dat er kerkelijke onachtzaamheid intreedt.
Er is voortdurende volharding nodig: wij moeten blijven geloven dat heil van de Here komt.

Dat was al zo in de tijd van Habakuk.
In hoofdstuk 1 zegt de profeet: “…de goddeloze omsingelt de rechtvaardige, daarom komt het recht verdraaid tevoorschijn”[6].
Maar in hoofdstuk 2 lezen wij vervolgens: “Toen antwoordde de HEERE mij en zei: Schrijf het ​visioen​ op, grif het duidelijk in tafelen, zodat het in het snel voorbijlopen te lezen is. Voorzeker, het ​visioen​ wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven. Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven”[7].
Met andere woorden:
* soms lijkt de situatie hopeloos
* maar juist dan is geloof nodig.
En dat mogen we gerust met grote letters publiceren. In onze tijd zouden we zeggen: hang maar een spandoek aan de kerk! Oftewel, zorg maar voor neonverlichting rond de kerk: er is geloof en volharding nodig!

Paulus betuigt ons dat in Romeinen 1 nog eens met nadruk: “Want ik schaam mij niet voor het ​Evangelie​ van ​Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de ​Jood, en ook voor de Griek. Want de ​gerechtigheid​ van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”[8].

Koning Salomo was in mijn gedachten vaak een geweldenaar.
Maar ach, het wordt tijd om mijzelf te corrigeren.
Koning Salomo was een mens. Een mens die met grote gaven gesierd was. Maar evenzeer een mens die zondig was.
Ook voor Salomo’s zonden moest de Heiland betalen.

Schrijver dezes, en alle Gereformeerden rondom hem, moeten het maar gewoon bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis houden.
“Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[9].
Dat is de blijde Boodschap voor Gods kinderen. Ja, ook voor Salomo.

U hebt het ongetwijfeld reeds begrepen: 1 Koningen 11 roept ons op om de Adventsverwachting te koesteren!

Noten:
[1] 1 Koningen 11:1 en 2 a.
[2] 1 Koningen 11:4, 5 en 6.
[3] Zie mijn artikel ‘Tegen de toegeeflijkheid’, hier gepubliceerd op vrijdag 21 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/21/tegen-de-toegeeflijkheid/ .
[4] Psalm 146:3.
[5] Hebreeën 10:38.
[6] Habakuk 1:4.
[7] Habakuk 2:1-4.
[8] Romeinen 1:16 en 17.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.