gereformeerd leven in nederland

3 oktober 2018

Bij God aan tafel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Afgelopen zondag werd in De Gereformeerde Kerk Groningen het Heilig Avondmaal gevierd.
Waarom deden de kerkleden dat? Vanwege de gedachtenis aan Jezus Christus, de Heiland. Oftewel – de kerk realiseert zich dat God Zijn kerk liefheeft; Hij blijft Zijn kerk trouw.
De beloften van de vergeving van de zonden en een eeuwig leven zijn nog voluit geldig!
Zeker, de kerk is vol zonden.
Maar de God van hemel en aarde beschermt Zijn kinderen. Tot in eeuwigheid!

Uit berichten in de media blijkt dat het belangrijk is om dat blijvend te accentueren.

Op de website van het Reformatorisch Dagblad staat te lezen: “Eucharistie en avondmaal staan volop in de wetenschappelijke belangstelling, maar deelname wordt minder vanzelfsprekend. ‘Avondmaalsdiensten worden minder vaak goed bezocht. Het sacrament is in de marge terechtgekomen, ook bij jongeren’. Dat concludeert het onderzoek ‘Rond de tafel. Maaltijd vieren in liturgische contexten’ (uitgeverij Berne Media, Heeswijk), dat woensdag in Amsterdam wordt gepresenteerd”.
En:
“Terwijl er in de meeste kerken van de CGK een voorbereidingsbijeenkomst is op een doordeweekse avond, is dat bij de GKV niet meer het geval. Ook de censura morum heeft in de GKV geen prominente plek meer, evenals het lezen van het eerste deel van het avondmaalsformulier (waarin de zelfbeproeving aan de orde komt), één week van tevoren. Bij de CGK functioneert in onderscheid met de GKV een nabetrachtingspreek. Ook is er bij de GKV vaak een ‘lopende viering’.
In de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) is de aandacht verschoven van het offer naar het gemeenschapskarakter van de eucharistie. Waren vroeger de meeste rooms-katholieken erg terughoudend ten opzichte van de communie – er was veel eerbied voor het lichaam van Christus en men voelde zich onwaardig – nu dreigt het gevaar van nonchalance en automatisme, stelt Sam Goyvaerts over de eucharistische praktijk in Vlaanderen. ‘Het hoort er gewoon bij als onderdeel van het misritueel en heeft schijnbaar weinig effect’”[1].

Over de citaten hierboven zou veel te schrijven zijn.
In dit artikel wil ik graag de grote waarde van het Heilig Avondmaal benadrukken.
Dat doe ik in drieën.

1.
God heeft Zijn kinderen innig lief. Hij heeft er alles – echt: alles – voor over gehad om hen te redden. God de Vader had er zelfs Zijn geliefde Zoon voor over!
In de viering van het Heilig Avondmaal laten wij zien dat we beseffen dat die Vaderlijke liefde ook voor ons is.
Als iemand jou liefheeft, ga je graag naar diegene toe. Wie wil er niet dag aan dag genieten van genegenheid? Het is heerlijk om te weten dat er, wat er ook gebeurt, altijd Eén is die jou levenslang liefheeft!
Dat geldt zeker ook voor Gods liefde. Nee, die liefde zie je niet altijd. En je voelt die liefde soms helemaal niet. Maar Gods liefde is uniek. Want die genegenheid blijft bestaan, ook al is de wederkerigheid ervan soms ver te zoeken!

2.
In het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal dat in de Gereformeerde kerken wordt gebruikt, staat de volgende zin: “… wij erkennen, nu wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, dat wij midden in de dood liggen”[2].
Met andere woorden: als de Heiland niet ingegrepen had, was ons leven in feite al beëindigd.
Waarom? Omdat echt leven is: wandelen met God. Zeg het maar zo: iedere stap die je zet, iedere klus die je doet, ieder woord dat je zegt is een activiteit waar God bij is.
Hij pakt jou vast, en trekt je uit de viezigheid. Iedere dag weer. Voor onze God geldt: Hij is nooit afwezig.
Er zijn momenten dat wij Zijn levende presentie best lastig vinden. Op die ogenblikken lopen wij graag even weg. Wij doen even iets voor onszelf, zogezegd. En wat gaan we dan uitrichten? Ach – voor wij ’t weten worden wij, om zo te zeggen, vastgezogen in de bagger. Dan zitten we vast, voor de zóveelste keer, in het moeras van menselijke moeiten en wijsneuzigheid.
Misschien roepen we dan nog keihard: help! Maar dan is God ver weg…
Dat is wat er bedoeld wordt met: vanuit onszelf liggen we midden in de dood.

3.
Wie in alle ernst tot de Here roept, vindt altijd gehoor.
Populair gezegd: Hij laat ons nooit en te nimmer in de puinhopen van de zonde zitten. Hij trekt ons uit het moeras waarin mensen zich steeds weer willens en wetens laten vastzuigen.
Nu ja – hoe zien we eruit als we, om het zomaar te zeggen, net uit de smurrie getrokken zijn?
Ontoonbaar!
Afzichtelijk!
En toch zegt de liefdevolle Vader van onze Here Jezus Christus: kom maar bij Mij.
De Heiland zegt: Ik heb voor u aan ’t kruis geleden.
En daarom maak Ik u onberispelijk – voor God het aanzien waard!
Nee, dat is niet uit te leggen.
Dat moeten en mogen wij eenvoudigweg geloven.
Wij kunnen dan meteen met een bekend gezang instemmen:
“Christus droeg de vloek voor mij,
Christus is voor mij gestorven,
heeft gena voor mij verworven:
‘k ben van dood en zonde vrij!”[3].
Wie dat ten volle beseft wil graag bij de Here aan tafel zitten.
Wie dat ten volle beseft gaat niet uit een soort automatisme aan het Heilig Avondmaal deelnemen.
Wie dat ten volle beseft gaat hoopvol door het leven. Niet dat het aardse bestaan makkelijk is – welnee. Maar een gered mens weet: er komt een heerlijke toekomst aan: de hemelse toekomst.
Daarvan is het Heilig Avondmaal een klein beginnetje. Alle kinderen van God zitten te Zijner tijd aan tafel. Voor hen allen geldt die belofte uit Openbaring 3: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt”[4].

Tot slot:
Bij de God van hemel en aarde aan tafel – dat is een voorrecht. Een voorrecht dat tegelijk een wonder is!

Noten:
[1] Zie https://www.rd.nl/kerk-religie/viering-avondmaal-is-in-de-marge-terechtgekomen-1.1515599 ; geraadpleegd op donderdag 27 september 2018.
[2] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[3] Dit zijn de laatste regels van Gezang 16 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Openbaring 3:20, 21 en 22.

28 september 2018

Meer dan therapie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er zijn mensen, heel veel mensen die hun leven lang strijden tegen hun zonde.
Zij weten dat zij een zwak punt hebben.
Zij weten, bijvoorbeeld, dat zij verkeerde gedachten in de seksuele sfeer koesteren.
Zij weten dat zij zulke gedachten moeten terugdringen.
Toch zijn die gedachten er – bij sommigen elke dag.
En het echoot in hun hoofd: ‘ik wil het niet!… ik wil het niet!’.
Maar het gebeurt toch.
Sommigen worden er zo nu en dan wanhopig van.
Misschien, heel misschien luchten zulke mensen hun hart bij een intieme vriend. Een enkeling vraagt: zou er een therapie voor wezen….???

Strijden tegen zwakheid –
vechten tegen de zonde –
dat is eigenlijk helemaal geen nieuws.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis, die in 1561 gepubliceerd werd, heeft het er al over: “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”[1].

We zeggen het wel eens tegen elkaar: het leven is een strijd. Meestal is dat half-grappig bedoeld.
Maar in de praktijk blijkt het maar al te waar: we strijden tegen de zonde. Iedere dag gaan we weer tegen Gods wetten in. Iedere dag moeten wij weer concluderen: het had beter gekund. We hadden attenter kunnen zijn. Minder egocentrisch. Meer vervuld van ’s Heren dienst.

Die strijd is al heel oud. Sterker nog: dat gevecht speelt al sinds de zondeval.
De apostel Paulus had er ook problemen mee.
Hij schreef er over in Romeinen 7:
“Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet, want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik”[2].
En in Galaten 5:
“Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen”[3].

Hoe houden wij het vol in dit leven?
Hoe houden wij het lichtpunt in het leven in zicht?
Hoe blijven wij wanhoop de baas?

Paulus schrijft in Romeinen 7: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[4].
En Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief, in hoofdstuk 1:
“Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[5].

Hoe houden wij het vol in dit leven?
Antwoord: we mogen schuilen bij de Here Jezus Christus, onze Heiland. Wij mogen tegen Hem zeggen: het is vandaag weer niet goed gelukt. Wij mogen vragen: wilt u ons onze zonden vergeven?
Er is toekomst voor mensen die dat in alle ernst aan God vragen.
Er is toekomst voor mensen die, vanwege het verlossingswerk van Jezus Christus, met Psalm 19 gaan zingen:
“…Heer, wie kent de maat
van zijn verborgen kwaad,
wie kan zichzelf doorgronden?
Verlos en heilig mij,
o HERE, spreek mij vrij
van mijn verborgen zonden”[6].

Is er een therapie om om te gaan met de zonde?
Het woord ‘therapie’ komt van therapeia, een oud-Grieks woord. De betekenis daarvan luidt: geven van zorg en aandacht aan een ander door te pogen naast of met die ander te staan als hij of zij in de wereld is en zijn leven leeft[7].
De God van hemel en aarde gaat echter nog verder. Veel verder. Jezus is – om met Johannes 1 te spreken – het “Lam van God, Dat de ​zonde​ van de wereld wegneemt”[8].

Dat doet Hij vandaag.
En morgen.
En overmorgen.
Volgend jaar.
En over honderd jaar doet Hij het nog, als Christus nog niet teruggekomen is.

Dat Evangelie predikt de kerk.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.

Misschien zegt iemand: maar mijn zonde is er morgen nog. En misschien is die er over tien jaar nog wel.
Maar dan kan ons antwoord zijn: alle jaren door, zolang de aarde bestaan zal, is er datzelfde blijde en rustgevende Evangelie!
Gods kinderen mogen vertrouwen op die vergeving.
Gods kinderen mogen vertrouwen op Gods beloften over een heerlijke toekomst die nooit ophoudt.
Want de God van hemel en aarde doet wat Hij zegt!

Daarom mogen wij met Psalm 32 instemmen:
“…wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid.
Verheugt u in de HERE, alle vromen,
u mag tot God met grote vreugde komen.
Rechtvaardigen, weest in de HEER verblijd
en zingt Hem lof in alle eeuwigheid!”[9].

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] Romeinen 7:15.
[3] Galaten 5:17.
[4] Romeinen 7:24 en 25.
[5] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.
[6] Dit is het laatste deel van Psalm 19:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Zie http://www.idee-pmc.nl/psychotherapie/therapie_over.html ; geraadpleegd op donderdag 20 september 2018.
[8] Johannes 1:29.
[9] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

13 juni 2018

Mooi voor de bruiloft

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag begint de heerlijkheid. Vandaag doet de Here nog wonderen!
En dus moeten we er hard aan trekken. We moeten volmaakt worden. We moeten beter worden. Vromer. Godsdienstiger!

Dergelijke redeneringen hoor je nog wel eens in evangelische kringen.
Niet zelden krijg je de indruk dat protestanten – Gereformeerden inbegrepen – door christenen uit de evangelische hoek beschouwd worden als slapjanussen.
Want protestanten geven het veel te gauw op. Omdat er te weinig verandert blijven zij maar gewoon in hun stoel zitten. Dat zou verboden moeten worden!

Toegegeven – het bovenstaande is wat gechargeerd. Overdreven. Ietsje vertekend, wellicht.
Maar de vraag is duidelijk: moeten we in de Gereformeerde wereld vaker op jacht naar de volmaaktheid?

Wie die vraag beantwoorden wil, kan terecht in de Dordtse Leerregels.

Dat belijdenisgeschrift werd opgesteld in 1618/’19. Dat gebeurde in Dordrecht; te Dordt dus.
Daar werd de Gereformeerde leer nog eens opgeschreven. Het werden dus leer-regels.

Er werd bezwaar gemaakt tegen de redenering van de remonstranten. Die redenering hadden zij opgeschreven in de remonstrantie: dat is een bezwaarschrift, een verweerschrift.
De remonstranten zeiden:
* de mens is in staat om zichzelf te verlossen
* er zit nog wel iets van goede wil in hem
* als hij echt wil, krabbelt hij op eigen kracht wel weer een stukje omhoog, uit het dal.
De Gereformeerden zeggen: wij zijn helemaal afhankelijk van Gods redding, en van Zijn genade.

De Dordtse Leerregels zeggen ook: op eigen kracht word je niet volmaakt.
Dat klinkt bijvoorbeeld zo.

De zonde is niet uit het leven van Gods kinderen verdwenen.
“Hierdoor zondigen zij in hun zwakheid elke dag weer en zelfs aan de beste werken van de heiligen kleven gebreken. Dit geeft hun voortdurend reden zich voor God te verootmoedigen en hun toevlucht tot de gekruisigde Christus te nemen. Ook gaan zij daardoor steeds meer het vlees doden door de Geest der gebeden en door zich te oefenen in een godvrezend leven en zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid. Dit doen zij, tot zij, verlost uit het lichaam des doods, met het Lam van God in de hemelen zullen regeren”[1].

Het staat er dan toch maar: “zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid”.
Dat is rigoureus. Radicaal.
En ja, dat is de Bijbel ook.

De apostel Paulus schrijft aan de christenen in Colosse, Colossenzen 3: “Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, ​onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die ​afgoderij​ is”[2].
Doden nog wel!

Paulus schrijft aan Timotheüs: “Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht”[3].
Onheilige en onzinnige verzinsels verwerpen – alsof het niks is!

Paulus wil, hoe dan ook, opstaan uit de dood. Net als Jezus Christus, de Eersteling. Aan de christenen in Philippi schrijft hij: “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door ​Christus​ ​Jezus​ gegrepen. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in ​Christus​ ​Jezus”[4].
Jagen, uitstrekken – er moet nogal wat gebeuren!

Maar de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Wij blijven zondig.
Wij moeten steeds beseffen dat wij, vergeleken met God, slechts klein en onbetekenend zijn.
Steeds moeten wij ons realiseren dat Jezus Christus voor ons aan het kruis heeft gehangen en dat Zijn lijden en opstanding de enige basis vormen voor onze redding.

Nee, de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Maar we bereiden ons er wel op voor. We willen er op ons mooist uit zien. In ons mooiste pak. In een schitterende trouwjurk, misschien wel met sleep. Lang van tevoren wordt iedereen die maar enigszins belanghebbend zou kunnen zijn, officieel ingelicht.

De toestand van Mattheüs 22 is volkomen onbestaanbaar.
U weet wel: “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker ​koning​ die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, en hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen. Maar zij wilden niet komen. Opnieuw stuurde hij dienaren eropuit, andere, en hij zei: Zeg tegen de genodigden: Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste dieren zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft. Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”[5].

Nee, zo doen wij dat niet in de kerk.
In de kerk verwachten we Jezus Christus terug, onze Bruidegom.

Hosea heeft er al over geprofeteerd: “Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in ​gerechtigheid​ en in recht, in goedertierenheid en in ​barmhartigheid. In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen”[6].

Volmaakt zullen we op aarde niet worden.
Maar in de hemel wel.
Daar bereiden we ons op voor.
Daarom geven wij het beste wat we hebben, in de kerk.
Ja, wij maken er hier het beste van.
Want in de hemel wordt het prachtig!

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 2.
[2] Colossenzen 3:5.
[3] 1 Timotheüs 4:7.
[4] Philippenzen 3:12, 13 en 14.
[5] Mattheüs 22:2-5.
[6] Hosea 2:18 en 19.

1 juni 2018

Actuele belijdenis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Hoe kun je de Bijbel samenvatten?[1]
Dat hebben al heel wat mensen zich afgevraagd. Zij schreven belijdenissen. Zo komen we aan onze belijdenisgeschriften.
In de kerk sluiten we ons bij die belijdenissen aan. Op die manier zoeken wij heel bewust verbinding met ware gelovigen uit alle tijden en op alle plaatsen.

Als wij nu, in 2018, een nieuwe belijdenis zouden moeten schrijven… wat zou daar dan in geaccentueerd worden?

Laat ik een paar zaken noemen.
Maar ik waarschuw u van te voren: een compleet lijstje is dit zeker niet.

1.
Het feit dat God de Schepper is van hemel en aarde. Hij creëerde de wereld in zes dagen.
Hoe dat precies is gegaan? Niemand van ons was erbij. En omdat de mensen dat gebrek aan kennis wilden opvullen, ontwierpen zij de evolutietheorie. In die theorie steekt het niet op een miljoentje of een miljardje. Die theorie staat diametraal tegenover het christelijk geloof.
2.
Het feit dat de mens van nature diep in de zonde weggezonken is. Hij is, om zo te zeggen, één grote brok zonde. Dat de mens toch tot iets goeds in staat is, is aan God te danken. Hij heeft deze wereld niet in de ellende laten zitten. Wat is God genadig!
3.
Het feit dat Jezus Christus onze enige Verlosser is. Wij verwachten het niet van intermenselijkheid. En ook niet van Allah. En ook niet van het Boeddhisme.
Bij dit alles komt nog dat wij Allah, Boeddha – of welke andere god ook – niet op één hoop vegen met onze God. De eenvoudige reden daarvoor is dat er feitelijk maar één God is. Andere goden zijn er niet.
4.
De troost dat onze Here Jezus Christus ons van zonde en schuld verlost. Als ergens Zijn grote liefde voor het menselijk leven uitkomt, dan is het wel daarin. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden”[2]. Daarin liet Hij Zijn volmaakte liefde zien.
Het is die liefde die in het menselijk leven weerspiegeld mag en moet worden. Daarom is het leven het alleszins waard om uit alle macht beschermd te worden. Van de conceptie tot aan de dood. Van eigenmachtig ingrijpen – door bijvoorbeeld abortus, euthanasie of moord in het criminele circuit – mag geen sprake zijn.
5.
Het feit dat volgelingen van Christus die liefde tonen in het gewone leven. Christenen staan, als het goed is, bekend om hun vriendelijkheid.
Daarnaast zijn christenen eerlijk en betrouwbaar. Bedrog is niet aan de orde. Met christenen kun je, om het zo maar te zeggen, zaken doen!
6.
Het feit dat volgelingen van Christus trouw zijn.
Trouw aan God en Zijn geboden.
Trouw aan de mensen om hen heen.
Huwelijkstrouw is daarom een groot goed.
Seksueel misbruik is uit den boze.
7.
Het feit dat de kerk een groots werk van God is. Tegenwoordig lijkt de algemene regel te zijn: iedereen kan een eigen kerkgenootschap beginnen. Maar dat is, goed beschouwd, nonsens.
De Dordtse Leerregels leren ons: “De uitverkorenen zullen – ieder op zijn tijd – bijeen vergaderd worden en zal er altijd een kerk van gelovigen zijn, die gefundeerd is in Christus’ bloed. Zij heeft Christus, haar verlosser, die voor haar, als een bruidegom voor zijn bruid, aan het kruis zijn leven gegeven heeft, standvastig lief, zij dient Hem met volharding en prijst Hem nu en in alle eeuwigheid. Amen”[3].
8.
Het feit dat de burgers van deze wereld in twee kampen verdeeld zijn: voor of tegen Christus. Het is van tweeën één: hemel of hel. Een grijs gebied is er niet.
Verhalen dat mensen als sterren in een heelal zweven zijn aantrekkelijke fantasieën. Die verhalen kloppen echter niet.
We zeggen wel eens: zij was een goed mens. Of: hij was een slecht mens. Ten diepste is de tegenstelling echter niet ‘goed of slecht’, maar ‘voor of tegen Christus’.

Wie het bovenstaande overziet, ontdekt ongetwijfeld elementen uit de apostolische geloofsbelijdenis. Ook andere belijdenisgeschriften komen langs.
En dat is de bedoeling ook. Want de kerk van nu staat op de schouders van het voorgeslacht. Zij gaat het wiel heus niet opnieuw uitvinden!

Er is wel eens geopperd dat er een belijdenistekst moet komen “die boven culturen uitgaat, breed gedragen wordt en niet tijdgebonden is”[4].

Ik kan u vertellen dat dat niets wordt.
Dat klinkt flauw en vervelend. Maar het lijkt mij toch een realistische kijk op het gelovig belijden in de eenentwintigste eeuw.
Immers, in de kerk moet iedere generatie in de context van zijn tijd het geloof belijden.
En: in de kerk moet iedere generatie de consequenties daarvan in de praktijk van alledag tonen.

Maar kan de belijdenis anno Domini 2018 niet heel kort zijn?
Bijvoorbeeld: ‘Jezus Christus, ja Hij alleen’?
Dat klinkt prima.
En inderdaad – de Heiland staat in de Bijbel centraal. Maar er staat toch nog veel meer in Gods Woord; dat mogen we niet vergeten. Laten we niet net doen alsof de kern van de Heilige Schrift op een geel Post It-plakkertje past.

Belijdenis doen van je geloof: dat is een kwestie van alle tijden.
De consequenties van het geloof laten zien: dat is, als het eropaan komt, een taak voor iedere dag.

Noten:
[1] In dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 18 juni 2009.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 9.
[4] Dat pleidooi werd gehouden door de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee R.C. Janssen. Zie: “Pleidooi voor een nieuwe belijdenis”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 17 juni 2009, p. 2.

24 mei 2018

O, gedenk de zonden niet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het is een aloude wijsheid: de mens is behept met zonden[1]. Bevlekt met zonden, zelfs.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis draait er niet omheen:
De zonde “is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen”[2].

Maar hoe raak je de last van die zonden kwijt?
Hoe kun je vrij leven?

Dat zijn vragen die een christenmens bezig kunnen houden.

Uitgangspunt van dit artikel zijn bekende woorden uit Mattheüs 6: “En ​vergeef​ ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren ​vergeven”[3].
Een exegeet verduidelijkt de bovenstaande tekst onder meer als volgt: “Ons wordt niet vergeven omdat wij andere mensen vergeven, maar wij vragen om vergeven te worden, zoals ook anderen door ons vergeven worden. Het vergeven van anderen is dus niet een goed werk, waarmee we de vergeving van God kunnen verdienen, maar het is wel een voorwaarde om Gods vergeving te kunnen ontvangen”[4].

Dat wordt ook iets verderop in Mattheüs 6 gezegd: “Want als u de mensen hun overtredingen ​vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook ​vergeven. Maar als u de mensen hun overtredingen niet ​vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet ​vergeven”[5].
Wie vergeving hebben wil, moet dus een zekere mildheid houden ten aanzien van zijn medemensen.
Liefde breng je in praktijk door fouten en tekortkomingen zoveel mogelijk toe te dekken![6]

In Efeziërs 4 betrekt Paulus het vergeven van elkaars zonden zonder omwegen op Christus: “wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en ​barmhartig, en ​vergeef​ elkaar, zoals ook God in ​Christus​ u ​vergeven​ heeft”[7].
Vergeving van de zonden op grond van de verdienste van Christus, noemt de Heidelbergse Catechismus dat[8].

Heel wat profeten hebben het in het Oude Testament al gezegd “dat ieder die in Hem gelooft, ​vergeving​ van ​zonden​ ontvangen zal door Zijn Naam”[9].
Vergeving is in de eerste plaats een kwestie van geloof.
Je zou denken: vergeven is een kwestie van een zachtmoedig karakter. Of van mentale flexibiliteit. Maar nee, dat is niet het eerste. Wie vergeven ontvangen wil, moet geloven dat Jezus Christus ook voor hem of haar gestorven is.

Paulus benadrukt in Romeinen 3 dat de vergeving geheel gratis is: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus”[10].
Wie vriendelijk en barmhartig wil zijn, moet eerst en vooral beseffen dat hijzelf ook ‘van de geef’ leeft.
Vergeving is gratis. Niemand hoeft geld mee te nemen. Geloof is genoeg!

Niet dat vergeven altijd makkelijk is.
Een voorbeeld:
geestelijk labiele mensen kunnen je ’t heel moeilijk maken. Als je daar jaren achtereen mee te maken hebt, kan die vergeving heel wat innerlijke strijd opleveren!
Nog een voorbeeld:
mensen die – om welke reden dan ook – een moeilijke jeugd gehad hebben, zullen waarschijnlijk levenslang moeite houden om hun ouders / opvoeders hun zonden te vergeven.

Maar één ding is echter zeker: zondige mensen mogen, dankzij Christus’ werk, altijd terugkomen bij God in de hemel.
Dat is voor gelovige mensen de troost in dit aardse leven!

Laten wij maar eerlijk wezen: wij kunnen onszelf nooit helemaal doorgronden. Alleen dáárom al kunnen wij nooit precies vertellen welke zonden wij hebben gedaan.
Wij mogen vergeving vragen met die bekende woorden uit Psalm 19:
“Maar, HEER, wie kent de maat
van zijn verborgen kwaad,
wie kan zichzelf doorgronden?
Verlos en heilig mij,
o HERE, spreek mij vrij
van mijn verborgen zonden”[11].

Het kan ook heel goed zo zijn dat wij op latere leeftijd last hebben van jeugdzonden.
Het is wel bekend dat mensen die vroeger op school pesters waren, daar later veel berouw van hebben.
Misschien zijn er onder de lezers van deze blog die van mening zijn dat zijn in hun jeugd vaak verkeerd op allerlei misstanden in het gezin gereageerd hebben. ‘Waarom heb ik er toen niet wat van gezegd?’. ‘Waarom heb ik mijn mond niet open gedaan?’ ‘Waarom heb ik niet eerder hulp gezocht?’.
In zulke situaties mogen we in het gebed naar God toe gaan. En mensen die dan niet zo goed weten wat zij moeten zeggen, kunnen de woorden van Psalm 25 in de mond nemen:
“O, gedenk de zonden niet,
in mijn jeugd door mij bedreven.
Wilt U, die mijn schulden ziet,
in uw goedheid mij vergeven”[12].

Hoe raak je de last van de zonden kwijt?
Hoe kun je vrij leven?
Dat leren wij in Psalm 32:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des HEREN is bedekt.
De HERE rekent hem niet toe zijn zonden,
de ongerechtigheid in hem gevonden.
Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,
geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt”[13].

Wie in alle oprechtheid naar God toe gaat, mag het weten: de hemelse God zal mij genadig tegemoet treden.
En met Hem samen kan men dan de kracht vinden om tegen de zonde te strijden!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://dailyverses.net/nl/vergeving ; geraadpleegd op woensdag 9 mei 2018.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[3] Mattheüs 6:12.
[4] Online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 6:12.
[5] Mattheüs 6:14 en 15.
[6] Zie Spreuken 17:9: “Wie de ​overtreding​ toedekt, zoekt ​liefde, / maar wie de zaak weer oprakelt, maakt scheiding tussen de beste vrienden”.
[7] Efeziërs 4:32.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[9] Handelingen 10:43.
[10] Romeinenen 3:24.
[11] Psalm 19:5, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 25:3, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Psalm 32:1, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 mei 2018

Doorgang naar de eeuwigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Er zijn momenten waarop wij er allemaal mee te maken hebben: het sterven.
Soms gebeurt dat na een lang ziekbed. Mensen in de omgeving hebben de tijd gehad om zich op het naderende afscheid voor te bereiden.
Er zijn ook situaties waarin het sterven plotseling komt. Van het ene op het andere moment.
Maar altijd doet het pijn. Veel pijn.
De dood is een vijand. Een vijand waaraan niemand ontkomt.

Maar er is meer.
Gelukkig wel.

In de Bijbel wordt het sterven niet uit de weg gegaan.
In Romeinen 6 kunnen wij lezen: “Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”.
In de Bijbel in Gewone Taal vinden we datzelfde vers als: “Wie gehoorzaam is aan de ​zonde, krijgt als beloning de dood. Maar wie bij God hoort, krijgt het geschenk dat God ons wil geven: het eeuwige leven, dankzij onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus”[1].

Met deze tekst staan we meteen midden in de Romeinse wereld. Daar gebeurt het wel dat huisslaven zakgeld krijgen om hun persoonlijke uitgaven mee te bekostigen. Misschien denkt Paulus daar wel aan als hij het bovenstaande noteert[2].

In dit deel van de brief aan de christenen in Rome draait alles om de stelling: alleen het geloof in het werk van Jezus Christus kan ons redden.
Het reddingswerk van de Heiland heeft voor ons als resultaat: vrede met God. En dat betekent: het nieuwe leven begint nu!

Het kernpunt is: als de zonde een overheersende factor in ons bestaan blijft, zal de dood het eindpunt wezen; als God ons van de zonden reinigt, wordt de dood een doorgang[3].
Oftewel: een stap naar de tweede en hemelse fase in ons bestaan: het eeuwige leven.

In Romeinen 6 schrijft Paulus: als je bij God hoort, blijf je niet in de zonde hangen.
Jezus Christus is, na Zijn opstanding uit de dood, een nieuw leven begonnen. Die opstanding was zo krachtig, dat Hij al Zijn kinderen daarin ‘meeneemt’. Ook zij zullen opstaan uit de dood. Ook zij krijgen een nieuw leven. Dat nieuwe leven is feitelijk nu al begonnen.

Zo komt het dat wij nu geen slaven meer zijn.
Zeker – menselijk gesproken zijn we, vóór u en ik het weten, opnieuw verslaafd aan de zonde. Ver-slaafd: dan zijn wij er weer slaaf van geworden.
Maar vanwege Christus’ werk zal dat in het leven van Gods kinderen nu niet meer gebeuren.

Jezus Christus is uit de dood opgestaan.
De dood heeft het nu niet meer over Hem te zeggen.
Sterker nog: Hij is springlevend!
Paulus zegt tegen de christenen in Rome, en ook tegen gelovige Bijbellezers van vandaag: beschouw uzelf vooral als schepselen die behoren bij die categorie springlevende mensen!

Laten wij, schrijft Paulus verder, beseffen dat zonde en dood in ons leven niet meer overheersen.
We zullen er vooral voor moeten zorgen dat dat ook zo blijft. God geeft ons, wat dat betreft, een grote verantwoordelijkheid!
Onze energie moeten wij gebruiken om God te eren en te dienen. In kleine en grote dingen.

Dat vraagt om heldere keuzes.
Aan welke kant sta jij?
In welk kamp staan wij?

Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken: vanaf nu moet ik heel erg mijn best doen; en als er wat fout gaat… – nou, dan zwaait er wat!
Maar als de zonde het in ons leven niet meer voor het zeggen heeft, worden wij “dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid”[4]. Daar heeft de Here Zelf de hand in!
Een tussenweg is er niet.
Het is: leven voor de zonde of gewijd zijn aan God.
Het is zwart of wit.
Daar zit niets tussen.
Wij staan tot Gods beschikking. Wij zijn Zijn instrumentarium. Gereinigd instrumentarium – geschikt als Goddelijk werktuig, als hemels gereedschap.
Zo worden wij, dag na dag, door Hem klaargemaakt voor een schitterend leven in de woonplaats van de Machthebber van heel de wereld.

De dagen vliegen om.
De jaren suizen zogezegd langs ons heen.
Voor je ’t weet ben je 20, 30, 40…
De jaren gaan verder: 50, 60, 70, 80, 90…
Via de middelbare leeftijd wordt u langzaam ouder.
En opeens heet u ‘bejaard’. Of – erger nog – ‘hóógbejaard’.
Wat een troost is het dan om te weten dat u het eeuwige leven tegemoet gaat!

Het sterven komt voor ons allen onontkoombaar dichterbij.
Natuurlijk, als je jong bent duurt dat nog heel lang.
Als u van middelbare leeftijd bent, kan het ook nog wel enkele decennia duren.
En als u 90 bent? Of 96?
Ach, geen mens weet precies wanneer hij sterven zal. En dat is, goed beschouwd, maar goed ook.

Laten wij maar blij zijn met de genadegave van God.
Jezus Christus heeft, met Zijn betaling voor onze zonden, de deur van de hemel voor ons open gedaan!
Nee, niemand verheugt zich op het sterven.
Natuurlijk niet.
Maar wie gelooft dat Jezus Christus de Redder van het leven is, mag weten: het leven wordt prachtig; en het houdt nooit meer op!

Noten:
[1] Romeinen 6:23. Achtereenvolgens citeer ik de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie hierover de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 6:23.
[3] De term ‘reiniging van de zonde’ ontleen ik de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”.
[4] Romeinen 6:18.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.