gereformeerd leven in nederland

31 juli 2020

De doop en onze kijk op de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe kijken we naar het verleden? Heel vaak moet het verleden worden gecorrigeerd, zegt men tegenwoordig. Jan Pieterszoon Coen deugde niet, stelt men vast[1].
De Belgische cultuurhistoricus Raoul Bauer blijft nuchter. Hij constateert: “Je kunt je afvragen of het wel zinvol is om allerlei standbeelden of negatieve elementen uit het verleden te zuiveren. Want je past dan op een bijna absolute manier je eigen waardeschaal toe op een verleden periode. Je kunt je beeld van het verleden niet los zien van het heden, maar je moet de eigenheid van het verleden wel degelijk respecteren. Ik heb het idee dat men zich momenteel met de waarden van nu een eigen verleden aan het creëren is, men is het verleden aan het kneden volgens de normen van nu. Op een gegeven moment is er dan geen einde aan wat je dan moet weghalen”[2].
Tot zover het verleden.

Maar daar is ook de vraag: hoe kijken we naar de toekomst?
Daaronder liggen vragen als:
* Hoe gaan we eten?
* Hoe gaan we wonen?
* Hoe duurzaam leven we nu echt?
* Worden onze smartphones nog slimmer dan ze nu al zijn[3]?

Als het gaat om onze wereldbeschouwing is ons zicht op de doop van het hoogste belang. Want die doop maakt duidelijk dat we onszelf niet kunnen redden. We moeten ons behoud bij Jezus Christus zoeken. Onze zonden worden door de Heiland afgewassen. Wij worden opgeroepen om Hem gehoorzaam te dienen. Dan is er toekomst. Dan eindigt ons leven nimmer meer.
Zo leren we dat in de Gereformeerde kerk.

Het is duidelijk dat de doop bij velen aan waardevermindering onderhevig is. Ik was er zelf niet met mijn volle verstand bij, zeggen vele gedoopte volwassenen. Het was, zo merken ze op, een keuze van mijn ouders. De doop zegt mij niets, stelt men zonder omwegen. En er wordt gevraagd: ik mag toch zelf wel kiezen? Als het nog een beetje tegenzit, mompelt men tenslotte enigszins misprijzend dat het 2020 is; kiezen voor een ander, dat is onderhand wel uit de tijd.

Toch is het, juist in deze tijd, nuttig om aandacht te vragen voor de doop.
Laten wij ons uitgangspunt nemen in Colossenzen 2: “In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus”[4].

In deze tijd worden vragen gesteld bij het verleden; de toekomst is, mede in verband met COVID-19, één grote optocht van vraagtekens.
De doop biedt in alle commotie wel degelijk vastigheid. Dat zullen wij hieronder in drie punten zien.
1.
U bent in Hem besneden, schrijft Paulus aan de christenen in Colosse. Dat wil zeggen: God heeft een verbond met u gesloten. Dat verbond is er niet alleen voor de Joden, maar ook voor christenen in Colosse. En tevens voor gelovige Bijbellezers van 2020, waar die zich ook ter wereld bevinden. Door het bloed van Christus worden de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd[5].
2.
Wat moet concreet het effect van de doop wezen? Het antwoord van Colossenzen 2 is: Gods kinderen trekken het lichaam van de zonde uit. Dat klinkt theoretisch. Abstract. Wij kunnen het niet vastpakken. Wij kunnen niet zeggen: in de prullenmand met dat lichaam van de zonde!
Wat betekent dat: het uittrekken van het lichaam van de zonde? Welnu – dat betekent dat wij gelovig leven. Kort gezegd: het leven begint opnieuw.
Christus stond op uit de dood. Zijn leven begon opnieuw. Hij nam Zijn plaats in de hemel weer in. Zo zullen ook wij opstaan uit de dood. Ook wij zullen te Zijner tijd onze plaats in de hemel innemen. Paulus zegt het in Romeinen 6 zo: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding”[6].
Hier klinkt, zo zegt iemand wellicht, voornamelijk toekomstmuziek. En dat is waar. Maar die toekomstmuziek klinkt steeds mooier. Naarmate de nieuwe toekomst dichterbij komt, klinkt de muziek zuiverder. En een gelovig mens zegt: dit klinkt mij als muziek in de oren!
3.
Als het gaat om onze wereldbeschouwing is de betekenis van de doop van het hoogste belang.
In het verleden hebben allerlei mensen dingen verkeerd gedaan. Of zij nu vooraan stonden of niet. Sommigen gaven leiding. Verder waren er heel veel gewone mensen die deden wat hen opgedragen was.
En ja – in de toekomst gaan er vast en zeker ook allerlei dingen fout. Er worden heel wat verkeerde beslissingen genomen. En dat alles zal vervolgens ongetwijfeld betreurd worden.
In al die situaties is het hoogst belangrijk dat gedoopten in alle tijden en uit alle plaatsen blijven beseffen wat de doop inhoudt:
* een nieuw begin
* vergeving van zonden
* beloften over opstanding uit de dood en een eeuwig leven.
Wat er ook misgaat in de wereld, hoe groot de invloed van de zonde ook is, Gods eeuwige verbond blijft voluit geldig!

Als wij ons dit alles realiseren wordt de blik op het verleden anders.
Als wij ons dit alles realiseren wordt de toekomst mooier.

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2338336-hoorn-wil-met-inwoners-in-gesprek-over-racisme-en-jp-coen.html ; geraadpleegd op vrijdag 24 juli 2020.
[2] Geciteerd van https://www.nd.nl/cultuur/boeken/983858/-mensen-zijn-momenteel-met-de-waarden-van-nu-een-eigen-verleden-a ; geraadpleegd op vrijdag 24 juli 2020.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.rtlnieuws.nl/lifestyle/liefde-leven/artikel/4968366/toekomst-eten-gezin-liefde-wonen-ai-decennium-trends ; geraadpleegd op vrijdag 24 juli 2020.
[4] Colossenzen 2:11.
[5] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 27, antwoord 74: “…de kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente. Ook worden aan hen evenals aan de volwassenen, door het bloed van Christus, de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd”.
[6] Romeinen 6:4 en 5.

8 juli 2020

Het bederf weggedaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Ieder is welkom in de kerk! Afkomst en kleur doen er niet toe.
Voor een ieder geldt dat prachtige Evangelie van Johannes 3: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden”[1].
Het bovenstaande ziet er natuurlijk aantrekkelijk uit. Men spreekt vandaag graag van de ‘inclusieve kerk’: een kerk waar verschillen niet doorslaggevend zijn.

Dat is allemaal prachtig. Maar wat moeten wij dan met Numeri 5 aanvangen?
Citaat: “De HEERE sprak tot Mozes: Gebied de Israëlieten dat zij elke melaatse, en ieder die een vloeiing heeft, en ieder die onrein is vanwege een dode, uit het kamp wegsturen. Van man tot vrouw moet u wegsturen; u moet hen wegsturen tot buiten het kamp, zodat zij hun eigen kampen, waar Ik in hun midden woon, niet verontreinigen. En de Israëlieten deden zo: zij stuurden hen weg, tot buiten het kamp. Zoals de HEERE tot Mozes gesproken had, zo deden de Israëlieten”[2].
Dat klinkt toch wel heel erg exclusief!

Een exegeet merkt bij Schriftgedeelte op: “Daarbij moeten we opmerken dat deze onreinheid niet per se onhygiënisch of zondig is, maar dat onreine zaken als zodanig gekwalificeerd worden omdat ze de drager zijn van iets dat haaks staat op Gods bedoelingen”.

Ruikt dit naar discriminatie?
Mensen met een ziekte lijken hier achtergesteld te worden. Mensen met een handicap lijken niet welkom in de kerk.
Toch is dat gezichtsbedrog.

Want waar gaat het ten diepste om in Numeri 5?
Het gaat om heelheid. Om eenheid. Om integriteit.
Bederf van de schepping is aan de orde van de orde van de dag. En gans Israël moet er van doordrongen wezen: dat bederf past niet bij de Here!
Onze God is vervuld van volmaaktheid. Van totale perfectie. Van gaafheid. Van reinheid waar de schittering van afstraalt.
Dat moet Gods volk goed begrijpen. Ook tot het volk van 2020 moet het doordringen: bij God past alleen een omgeving zonder drempels en obstakels, onder hobbels en bobbels.

Diezelfde motieven zien we bijvoorbeeld in Leviticus 6: “De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen en zeg: Dit is de wet voor het zondoffer. Op de plaats waar het brandoffer geslacht wordt, zal het zondoffer voor het aangezicht van de HEERE geslacht worden. Het is allerheiligst.
De priester die het als zondoffer offert, moet het ook eten. Op de heilige plaats moet het gegeten worden, in de voorhof van de tent van ontmoeting. Ieder die het vlees ervan aanraakt, wordt erdoor geheiligd. En als een deel van het bloed ervan op de kleding spat, moet u datgene waarop hij het gespat heeft, op een heilige plaats wassen. En de aarden pot waarin het gekookt is, moet stukgebroken worden. Maar als het in een koperen pot gekookt is, moet het geschuurd en met water afgespoeld worden. Al wie mannelijk is onder de priesters mag het eten. Het is allerheiligst”[3].
En in Deuteronomium 30 kunnen wij lezen: “De HEERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nageslacht besnijden, om de HEERE, uw God, lief te hebben met heel uw hart en met heel uw ziel, zodat u leven zult”[4].

De Israëlieten begrijpen wat de Here zeggen wil. En zij handelen er ook naar.
Des te opvallender is de gebeurtenis in Marcus 1. Een melaatse komt naar Jezus toe. En de ziekte verdwijnt! De melaatse man wordt genezen. Jezus Christus laat zien dat Hij machtiger is dan welke ziekte ook. Hij is de Overwinnaar! Hij heerst over alles! Ja, ook over melaatsheid[5].
In Marcus 5 geneest Jezus een vrouw die aan bloedvloeiingen lijdt. En Hij haalt een kind terug uit de dood[6].
Dus – de Overwinnaar effent de weg voor ieder die bij Hem komen wil. Als er zichtbaar en/of onzichtbaar van alles aan ons mankeert zegt Hij: kom maar naar Mij toe; bij Mij is rust, vrede, vergeving!

Dat is een blijde Boodschap voor ieder die troost zoekt.
We kennen ze allemaal wel: mensen die heel veel op hun bordje hebben. Bijvoorbeeld: zelf een spierziekte hebben die erfelijk blijkt te zijn, kinderen ontvangen die die spierziekte ook hebben, en één van de kinderen heeft ook nog een vorm van diabetes…
Hoort u de ouders al wanhopig schreeuwen? Here, dit kúnnen wij niet! Waarom moet dit allemaal gebeuren in ons leven?
Wij allen komen in ons leven dergelijke situaties tegen. Wij allen denken wel eens: welke woorden zal ik in deze omstandigheden spreken? Wat is wijs? Wij allen weten wel hoe moeilijk het is om dan voornamelijk te luisteren en weinig te zeggen.
Maar uiteindelijk mogen we het elkaar duidelijk maken: onze Heiland is machtiger dan wie of wat ook!

Echter: die blijde Boodschap moet ook een vervolg hebben.
Want wie – gewapend met deze kennis – met al zijn noden naar de Heiland toe gaat, beseft dat hij nu ook zijn leven aan God moet wijden. Immers, heelheid en gaafheid zijn kernwoorden in het leven met God.
Niet dat wij in dit leven de volmaaktheid bereiken. Maar de Here vraagt wel dat wij Hem altijd en overal dienen.
Laten wij elkaar attenderen op de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Wij mogen het nazeggen: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde. Daarom is er geen sprake van dat dit rechtvaardigend geloof de mensen onverschillig zou maken voor een vroom en heilig leven. Integendeel, zonder dit geloof zullen zij nooit iets doen uit liefde tot God, maar alleen uit liefde tot zichzelf en uit vrees veroordeeld te worden. Het is dan ook onmogelijk dat dit heilig geloof in de mens niets zou uitwerken. Wij spreken immers niet van een onvruchtbaar geloof, maar van geloof waarvan de Schrift zegt, dat het door de liefde werkt -Galaten 5:6-. Het beweegt de mens ertoe, zich te oefenen in de werken die God in zijn Woord geboden heeft. Als deze werken voortkomen uit de goede wortel van het geloof, zijn ze goed en voor God aangenaam, omdat zij alle door zijn genade geheiligd zijn”[7].  

Terug nu naar Numeri 5.
Wegsturen – dat is in dat hoofdstuk een kernwoord: “Gebied de Israëlieten dat zij elke melaatse, en ieder die een vloeiing heeft, en ieder die onrein is vanwege een dode, uit het kamp wegsturen. Van man tot vrouw moet u wegsturen; u moet hen wegsturen tot buiten het kamp”.
Zonde en tekortkomingen, die passen niet in Gods heerlijkheid.
Maar er is meer dan Numeri 5.
De apostel Johannes vat dat treffend samen in zijn eerste algemene brief: “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons. Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld”[8].

Jazeker, ieder is welkom in de kerk!

Noten:
[1] Johannes 3:16 en 17.
[2] Numeri 5:1-4.
[3] Leviticus 6:24-29.
[4] Deuteronomium 30:6.
[5] Marcus 1:40-45.
[6] Marcus 5:25-43.
[7] Dit is het eerste deel van artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[8] 1 Johannes 1:9-2:2.

28 januari 2020

De actualiteit van de doop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Als wij een kind ten doop houden, staan op de achtergrond onder meer woorden uit Ezechiël 36. Dat zijn deze: “Ik zal ​rein​ water op u sprenkelen en u zult ​rein​ worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u ​reinigen. Dan zal Ik u een nieuw ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit uw lichaam wegnemen en u een ​hart​ van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[1].
Met andere woorden: het kleine kindje dat in onze armen ligt, kan zichzelf niet reinigen van zonde; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal uit zichzelf de levenskoers niet verleggen; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal niet uit zichzelf met God gaan leven; daar moet Iemand anders voor zorgen.

Veel mensen zijn vervolgens geneigd om te zeggen: ach, zo erg is het ook weer niet; er zit nog wel wat goeds in de mensen. Maar Ezechiël 36 leert ons wat anders.

Het bovenstaande is volop actueel.
Waarom?
Dat wordt duidelijk als wij het navolgende citaat lezen: “Voor zeventig jaar bevrijding heb ik veel mogen doen. En daar werd ik ook… nou, ik voel het alweer… ik ga bijna huilen. Het is echt zo erg dat dit soort dingen… natuurlijk gebeurd is, maar ook nog steeds elke dag gebeurt. Ik vind het echt verschrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”.
Dat zegt een zangeres en theatermaakster tijdens een uitzending van RTV Noord[2]. In het televisieprogramma spreekt men over het monument Levenslicht van de kunstenaar Daan Roosegaarde. Wat is dat voor monument? Een citaat van de website van de Volkskrant: “Levenslicht is een tijdelijk monument van 104 duizend ‘lichtgevende’ stenen om de slachtoffers van de Holocaust te herdenken. Alle gemeenten vanwaar Joden zijn gedeporteerd, kunnen er volgend jaar deel van uitmaken (…) De bedoeling is dat Levenslicht begin volgend jaar te zien zal zijn in alle Nederlandse gemeenten vanwaar tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden, Sinti en Roma zijn gedeporteerd naar Duitse concentratie- en vernietigingskampen”[3].
Die theatermaakster zegt: “Ik vind het echt ver-schrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”. Met nadruk: ver-schrik-ke-lijk. En dat is het natuurlijk ook. Het is ronduit afschuwelijk.
Welnu, Ezechiël 36 leert ons dat het doden van die duizenden vanuit de zonde verklaarbaar is. Wie daar structureel iets aan wil doen, moet zonder omwegen toegeven dat mensen daar zelf niet toe in staat zijn. We kunnen er alleen maar Iemand iets aan laten doen!

Op deze internetpagina komt Ezechiël 36 wel eens vaker aan de orde.
Uit een artikel dat hier eerder verscheen komt het volgende citaat.
“Wat is de situatie in Ezechiël 36?
Daar moet de profeet Ezechiël aan het werk.
Hij moet profeteren tegen de bergen. Waarom? Vijanden van Israël hebben bezit genomen van die bergen. En dat voorspelt onheil. Want bergen kun je moeilijk innemen en bezetten. Je kunt beter een stad op de vlakte in bezit nemen. Dat is overzichtelijk. Maar een berg? Die is hoog. Een berg is lastig. Het beklimmen van een berg kan gevaarlijk zijn. Als zelfs de bergen al in bezit van de vijand zijn… – dan is alle hoop verloren.
De vijanden zeggen dat ook. We hébben ze!, zeggen ze. En ze verkneukelen zich. Israël is, figuurlijk gezien, een prooi voor de wolven.
Welnu – in die situatie komt er een proclamatie van God.
En iedereen moet luisteren. De natuur, de steden en iedereen die erin woont… – luisteren zullen zij!
Wat zegt God?
Hij heeft gesproken tegen de heidenvolken en tegen Edom. Dat zijn de vijanden van Israël.
Zeg dus niet: die heidenvolken hebben op eigen houtje gehandeld. Nee, de Verbondsgod van Israël heeft Zich laten horen. En toen gebeurde er wat!
Maar nu gaat de Verbondsgod tegen Israël spreken.
Die heidenvolken? Die hebben Gods volk aangepakt. En dat is, ten diepste, schandalig!
De zaken gaan veranderen.
Het land zal weer een goede oogst geven. Er komt bevolkingsgroei. De steden worden herbouwd. De puinhopen gaat men opruimen.
Ja, er komen weer mensen. Het onherbergzaam geworden land wordt opnieuw gecultiveerd.
God zegt: ‘Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël’.
De vijanden zeggen: wij hebben de macht. Zij zeggen: wij slokken de landen op, compleet met de bewoners ervan.
Maar de God van hemel en aarde spreekt dat krachtig tegen. De vijandelijke macht is eindig. Het is afgelopen! Er komt een totale ommekeer! Die heidenen zullen nog eens wat zien!
De God van het verbond zegt tegen Zijn woordvoerder Ezechiël: eertijds maakte Israël er, door de zondige levensstijl, een enorm vieze boel van. Afgoderij was aan de orde van de dag. Daarom kreeg het volk met Mijn toorn te maken. Woedend was Ik! Daarom gooide Ik het hele volk door elkaar. Sterker nog: Ik sloeg ze uit elkaar.
Dat was hun straf. En dat was hun eigen stomme schuld!
De Israëlieten kwamen bij de heidenen terecht.
Maar toen werd het nog erger.
Want die heidenen zeiden: ‘Die migranten uit Israël genoten toch speciale bescherming van hun God? Wat doen al die mensen dan hier?’.
Maar dat neemt God niet.
Zijn heilige naam dreigt te grabbel te worden gegooid. Zijn reputatie dreigt flink ingedeukt te worden.
Maar dat gaat niet gebeuren!
Dat is de reden dat de God van het verbond nu ingrijpt.
Er gaat een wonder gebeuren.
Het uit elkaar geslagen volk wordt weer bijeen gebracht.
Het volk wordt gereinigd. Alle viezigheid gaat eraf.
Van buiten en van binnen.
En daarom klinken die woorden: ‘Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt’.
Zo wordt Gods reputatie weer volledig hersteld.
De God van het verbond houdt Zelf Zijn heilige naam hoog!”[4].

Tijdens die uitzending van RTV Noord lijkt de achterliggende boodschap te zijn: het lijkt wel of de mensen een hart van steen hebben! Welnu, in Schriftuurlijke zin is dat dus waar.
En wij, drukdoenerige en soms zeer emotionele mensen van 2020, vragen ons af: hoe kan dat? Of ook: dit is, menselijk gesproken, toch onmogelijk? Antwoord: ja, dat klopt.
Maar de Here God prent het ons in: Ik zal u een nieuw hart geven. Het staat ook al in Ezechiël 11: “Ik zal hun één ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit hun vlees wegdoen en hun een ​hart​ van vlees geven, zodat zij in Mijn verordeningen gaan en Mijn bepalingen in acht nemen en die houden. Dan zullen zij Mij een volk zijn, en zal Ík hun een God zijn”[5].
Zijn we dan zelf helemaal uitgeschakeld? Nee, zeker niet. Leest u maar mee in Ezechiël 18: “Werp al uw ​overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw ​hart​ en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, ​huis​ van Israël? Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!”.
Maar het begint bij God.
Hij moet de verandering in gang zetten.

Dat is precies wat de doop laat zien: God aan het begin van het leven van Verbondskinderen. Hij bewerkstelligt een schitterende verandering.
Van den beginne grijpt God in.
Dat is de meest structurele verandering die er in heel de kosmos plaatsvindt!

Gedoopte kinderen van God mogen de waarde van hun doop laten zien.
Zij mogen zeggen: ‘Jazeker, er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld. Maar de hemelse God was vanaf het begin bij ons. Hij beschermt ons, ons hele aardse leven lang. En wij mogen Zijn ambassadeurs op aarde wezen. Sluit u daarom maar bij ons aan. Inderdaad – er gebeuren vreselijke dingen op aarde. Maar wij de wanhoop niet nabij. Want onze God verandert ons leven’.
Daarom is de uitnodiging van Psalm 122 voluit geldig:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis de HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[6].

Noten:
[1] Ezechiël 36:25, 26 en 27.
[2] Miranda Bolhuis in het programma Noord Vandaag; woensdag 22 januari 2020.
[3] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/daan-roosegaarde-maakt-tijdelijk-holocaust-monument-met-104-duizend-fluorescerende-stenen~b841f7d0/ ; geraadpleegd op donderdag 23 januari 2020.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Verwarrende tijd’, hier gepubliceerd op 23 augustus 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/08/23/verwarrende-tijd/ .
[5] Ezechiël 11:19 en 20.
[6] Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd-Kerkboek-1986.

17 januari 2020

De verbijstering van Liesbeth

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vrijdag 10 januari 2020 – schrijver dezes leest een column van Liesbeth Goedbloed in het Nederlands Dagblad. Zij schrijft over haar verbijstering met betrekking tot 2019: “…verbijstering – om lafheid en luiheid, domheid en leugenachtigheid, om de onmenselijke onverschilligheid die soms de bovenste bovenbaas lijkt te zijn in het leven – zowel in de grote wereld waar deze krant over schrijft als in mijn eigen, kleine mensenleven. Het was te veel verbijstering voor één mensenkind. In elk geval voor mij. Vandaar die mist.
Soms denk ik dat ik terug moet naar de Catechismus uit mijn jeugd, die schrijft dat de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Dat laatste is waar, lijkt me, maar het is juist waar, omdat het eerste niet waar is. De mens zou goed kunnen zijn, maar hij is er met de regelmaat van de klok te laf en te gemakzuchtig voor. En dan bedoel ik niet alleen anderen, maar ook mezelf. Daar word ik nog het mistigst van!”[1].

Terug naar de Heidelbergse Catechismus? Dat is een goed plan.
Liesbeth doelt op Zondag 3: “Maar zijn wij zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad?
Antwoord:
Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden”[2].

Dat antwoord bewaart onze ziel voor nevels die altoos blijven hangen.
Zeker, de sfeer waarin Liesbeth denkt is herkenbaar. Onmenselijke onverschilligheid is een bekend verschijnsel, zowel in de maatschappij als in ons persoonlijk leven. Maar het Evangelie is juist dat door God uitgekozen kinderen door de Geest van God opnieuw geboren worden. Het is jammer dat Liesbeth dat er niet bij zet. Juist de troost van Zondag 3 laat zij weg.

Terug naar de column van Liesbeth.
Zij schrijft: “Soms denk ik dat ik terug moet naar de Catechismus uit mijn jeugd, die schrijft dat de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Dat laatste is waar, lijkt me, maar het is juist waar, omdat het eerste niet waar is”.
De bevinding van Liesbeth is klaarblijkelijk: wij zijn geneigd tot alle kwaad; maar we zijn nog wel bekwaam tot enig goed. “De mens zou goed kunnen zijn, maar hij is er met de regelmaat van de klok te laf en te gemakzuchtig voor”.
Is dat waar?

Paulus schrijft in Romeinen 5: “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben”[3].
Een uitlegger noteert daarbij: “Het woordje ‘daarom’ verbindt het voorgaande met Romeinen 5:12-21. Binnen deze heilsgeschiedenis is de opzienbarende gebeurtenis van de verzoening door Jezus Christus eigenlijk alleen vergelijkbaar met zijn tegenpool, de catastrofale zondeval door Adam. In dit vers wil Paulus nog geen vergelijking met Christus trekken (…), maar de universele heerschappij van de dood benadrukken”[4]. Universeel – dat betekent: algeheel, algemeen, wereldwijd. En zegt u nu zelf: dat zien we om ons heen.
Altijd weer is daar de welhaast onbedwingbare neiging om zelf gerechtigheid te zoeken. Daar is de neiging om zelfredzaam te wezen. Altijd weer willen we graag zeggen: ‘Ik zoek mijn eigen geluk. Dat straal ik uit. Zo maak ik ook anderen blij’. Maar dat mislukt steeds weer. Het maakt niet uit of wij – bijvoorbeeld – 57 of 92 jaar zijn: consequente gelukzoekers worden we niet. Nee, ijverige vredemakers gaan wij nooit worden. Niemand straalt vierentwintig uur per etmaal liefde uit; zelfs de meest lieve mensen zijn wel eens narrig.
De mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van Gods gaven beroofd, leren we in de Heidelbergse Catechismus[5].
“De mens zou goed kunnen zijn”, schrijft Liesbeth. Fout! Dat wordt op deze aarde nooit wat.

Wellicht merkt iemand wat triestig op: wat een droevig artikel is dit!
En in zekere zin is dat waar. Dat komt omdat het met alle mensen zo droevig gesteld is. Dat heeft Liesbeth goed gepeild.
Maar dit artikel kent een ommekeer. Het is een omkering die het Woord van God ons voorhoudt. In Romeinen 6 namelijk: “Maar nu, van de ​zonde​ vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot ​heiliging​ leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[6].
De Basisbijbel heeft: “Maar nu zijn jullie bevrijd uit de macht van het kwaad. Jullie zijn dienaren van God geworden. Daardoor zullen jullie leven zoals Hij het wil. En tenslotte zullen jullie het eeuwige leven hebben. Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus”[7].

Dat verhaal over onmenselijke onverschilligheid is wel herkenbaar.
Wie in deze wereld rondkijkt gaat van verbazing naar verbijstering, en nog verder.
Schrijver dezes gaat gaarne een paar mijlen met Liesbeth Goedbloed mee.
Echter – de Bijbel is er niet om ons in oneindige depressiviteit op deze aarde achter te laten.
Want wij hebben de belofte van eeuwig leven, vanwege het werk van onze Here Jezus Christus.

Ja, de dagen na het Kerstfeest en de jaarwisseling kunnen donker wezen.
Maar dankzij onze Heiland gaat het licht weer aan!

Noten:
[1] Liesbeth Goedbloed, “Het jaar van de verbazing”. Column in: Nederlands Dagblad, vrijdag 10 januari 2020, p. 24.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 8.
[3] Romeinen 5:12.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 5:12.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 9.
[6] Romeinen 6:22 en 23.
[7] Te vinden op https://www.basisbijbel.nl/boek/romeinen/6 .

13 december 2019

Eens gekozen blijft gekozen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Gods kinderen zijn lid van de militia Christi. Daarom zijn zij zeker van de overwinning.
De kerk gaat triomfen vieren. Dankzij haar Heiland!

Trouwens – goed beschouwd zien we van die triomfen in Jesaja 39 niet zoveel.
Zeker – het ziet er prachtig uit.
De koning van Babel zendt gezanten met brieven en een geschenk aan Hizkia. De koning toont de delegatie welwillend al zijn schatten.
Wat gebeurt daar precies? Dat lezen wij in 2 Kronieken 32: “Maar het is zo, toen de afgezanten van de vorsten van ​Babel, die een boodschap aan hem gestuurd hadden om te vragen naar het wonderteken dat in het land gebeurd was, dat God hem verliet, om hem – dat is Hizkia – op de proef te stellen, om alles te weten wat er in zijn ​hart​ omging”[1]. En wat gaat er in des konings hart om? Blijkbaar voert het materialisme de boventoon.

Een christelijke encyclopedie vermeldt: “Hizkia was een zeer goede koning van het koninkrijk Juda -tweestammenrijk- in het laatste kwart van de achtste eeuw voor Christus; 725-697 voor Christus. Hij bestreed de afgoderij en herstelde de ware godsdienst. Tijdens zijn bewind werden de Assyriërs, die Jeruzalem hadden belegerd, door Gods ingrijpen vernietigend verslagen”[2].
Inderdaad – Hizkia is een kerkmens. Maar eerst en vooral: een mens. En dus is hij ook een beetje trots. Ach ja – je mag toch ook genieten van je eigen prestaties?

Het is belangrijk om te beseffen dat wij ook zomaar iets hoogmoedigs kunnen krijgen. Als de kerk enigszins groeit, zeggen we: wij doen blijkbaar iets goed: de prediking is prima, de sfeer is oké… Wij zullen echter moeten bedenken dat we afhankelijk zijn van de zegen van de Here. En ja, de zegen van de Here is er niet zelden ook als de kerk krimpt!

Kinderen van God zijn van den beginne diep geïnfecteerd met de zonde. Op deze aarde is dat een onherstelbare infectie.
Het is alleszins passend om op dit punt de Dordtse Leerregels te repeteren: “Gods macht waardoor Hij de ware gelovigen in de genade bevestigt en bewaart, is zo groot, dat zij niet door het vlees overwonnen kan worden. Toch werkt God bij de leiding van hun leven niet altijd zo in de bekeerden, dat zij in sommige gevallen door hun eigen schuld niet zouden kunnen afdwalen van de weg waarop zij genadig geleid worden; zij worden dan verleid door hun zondige begeerten en volgen die. Daarom moeten zij voortdurend waken en bidden, dat zij niet in verzoekingen geleid worden. Wanneer zij dit niet doen, bestaat niet alleen de mogelijkheid dat zij door het vlees, de wereld en de satan meegesleept worden en tot zware en afschuwelijke zonden gebracht worden, maar gebeurt het ook werkelijk dat zij daarin – en God laat dit rechtvaardig toe – soms worden meegesleept. Dit wordt ons duidelijk aangetoond in de Schrift, waar beschreven staat, hoe treurig David, Petrus en andere heiligen in zonde gevallen zijn”[3].
En: “Want God, die rijk is aan barmhartigheid, neemt naar het onveranderlijk voornemen van de uitverkiezing de Heilige Geest niet helemaal van de zijnen weg, zelfs niet wanneer zij zo treurig in zonde zijn gevallen. Hij laat hen ook niet zo diep vallen, dat zij de genade van de aanneming tot kinderen en de staat van de rechtvaardiging verliezen, of dat zij de zonde tot de dood of de zonde tegen de Heilige Geest bedrijven en helemaal door God verlaten, zich in de eeuwige ondergang storten”[4].

Wordt Hizkia niet gestraft?
Jazeker. Toch wel.
Want Jesaja zegt: “Zie, er komen dagen dat alles wat er in uw ​huis​ is en wat uw vaderen tot op deze dag hebben opgeslagen, naar ​Babel​ zal worden weggevoerd. Er zal niets overblijven, zegt de HEERE. Bovendien zullen zij een aantal van uw zonen meenemen, die uit u zullen voortkomen, die u verwekken zult; zij zullen hovelingen worden in het paleis van de ​koning​ van ​Babel”[5].
Hier geldt het woord uit de Heidelbergse Catechismus: “God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig. Daarom eist zijn gerechtigheid dat de zonde, die tegen de allerhoogste majesteit van God begaan is, ook met de zwaarste, dat is met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft wordt”[6].

In Jesaja 39 komt echter vooral de troost van de uitverkiezing naar ons toe.
Eens door God gekozen, blijft door God gekozen!
Nee, dat geeft geen vrijbrief om er maar vrolijk op los te leven. Maar het betekent wel dat zondige mensen weten: tot ons grote geluk raken wij helemaal nooit uit de invloedssfeer van de Here Jezus Christus. Uitverkorenen komen nooit helemaal los van hun Heiland!

Ja, de Verbondsgod is trouw.
En zeker in deze adventstijd mogen wij het blijmoedig memoreren: de Zoon van God, onze God, komt naar de aarde om voor onze zonden te betalen. Voor de zonden van Hizkia: die vrome koning die in Jesaja 39 eerloos uit de bocht vliegt. En ook voor de zonden van eenentwintigste-eeuwers die het zo vaak beter denken te weten.
Onze Heiland zal er uiteindelijk voor zorgen dat alle onrecht en zelfgenoegzaamheid de wereld uit gaat.
Om met Psalm 9 te spreken:
“De HERE troont in eeuwigheid
en oordeelt in gerechtigheid
Hij zal rechtvaardig vonnis spreken,
als rechter alle onrecht wreken”[7].

Noten:
[1] 2 Kronieken 32:31.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/H/Hizkia ; geraadpleegd op dinsdag 10 december 2019.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 4.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 6.
[5] Jesaja 39:6 en 7.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 11.
[7] Psalm 9:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

6 december 2019

De spiegel van Jesaja 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In onze tijd komen mensen in deze tijd nogal eens samen. Er wordt heel wat vergaderd, geworkshopt en geconfereerd.
Over het klimaat bijvoorbeeld. In de afgelopen week is in Madrid een grote klimaattop begonnen. Vijfentwintigduizend deelnemers zijn er.
Waarom komt men bijeen? Antwoord: de klimaatdoelen worden niet gehaald, zeggen de wereldleiders. Er moet meer worden gedaan, en wel snel. Het moet maar eens klaar zijn met die mooie praatjes. Er moet actie komen. Keiharde actie!

We moeten de aarde redden, zeggen de mensen. Het lijkt wel alsof er een oorlog met de natuur is uitgebroken. Wie wint er? De destructieve mens of de zichzelf ontplooiende en daaraanvolgend florerende natuur?
Bij dit alles wordt de naam van God niet of nauwelijks genoemd. Dat heeft niet zoveel zin, lijkt het. Want het redden van de natuur, dat moet je zelf doen. De algemene opinie lijkt te zijn dat hogere machten daar niet bij helpen.

Een stimulans als ‘Laten wij aanbidden die Koning’ is niet aan die klimaatijveraars besteed. U weet het vast wel: dat is een regel uit het bekende Kerstlied ‘Komt allen tezamen’[1].

Trouwens – aan die stimulans ‘laten wij aanbidden’ hebben de mensen in Jesaja’s tijd ook geen boodschap. Leest u maar wat de Here in Jesaja 1 zegt: “Luister, hemel, neem ter ore, aarde! Want de HEERE spreekt: Ik heb ​kinderen​ grootgebracht en doen opgroeien, maar zíj zijn tegen Mij in opstand gekomen”[2].

Over Jesaja 1 werd op deze plaats al eens geschreven: “In Jesaja 1 gaat het over Gods volk. Israël is in opstand gekomen.
Dat is ongelooflijk dom. Een koe herkent de boer die hem verzorgt. Een ezel weet welke man of vrouw zijn eigenaar is. Maar Israël? Dat volk herkent Zijn Schepper niet eens!
Israël is bij God vandaan gewandeld. Israël heeft zonde op zonde gestapeld. Israël trekt zich van God geen klap meer aan. Hoe hard God Zijn volk ook slaat, er is niemand die luistert. Er is niemand die begrijpt dat God Zelf ingrijpt!
Israël is, op de keper beschouwd, zwaar gewond. Israël is weinig meer dan een verwaarloosde woestenij; land dat opnieuw ontgonnen moet worden! Heeft Israël God dan totaal vergeten? Nou nee. De offers worden in Israël nog netjes gebracht. De godsdienst wordt nog ijverig gepraktiseerd. Maar weet u wat het is? Het gebeurt allemaal voor de vorm.
Israël is een land vol keurige kerkmensen, daar niet van. Maar intussen gaat men z’n eigen gang. En dat vinden zij zo prettig, jaja; en daarom zingen zij blij. Intussen dendert Israël van het onrecht. Intussen is Israël ten diepste een criminele natie geworden. Intussen is in Israël de corruptie overal.
Hoe moet dat verder?”[3].

Een exegeet tekent bij de inzet van Jesaja 1 aan: “Opvallend is dat God hier geen concrete zonden noemt, maar de kern van het probleem belicht, namelijk de opstand van het volk tegen Hem. Uit die zondige basishouding komen immers alle concrete zonden voort. Het is dan ook diep tragisch dat het volk zich, tegen beter weten in, lossnijdt van God die zijn levensbron en bestaansreden is”[4].

Johannes Calvijn maakt het zo mogelijk nog duidelijker: God laat weten “dat zij door geen enkele weldaad binnen de perken der gehoorzaamheid gehouden konden worden. Dat zij zich geheel en al van Hem afgekeerd hadden en van Hem vervreemd waren, evenals een zoon, die het ouderlijk huis verlaat en geen hoop op verbetering overlaat. Het is zeker iets monsterachtigs, als zonen hun vaders niet gehoorzaam zijn, en dan nog wel zo’n milde Vader, Die voortdurend zorg draagt voor de zijnen”[5].
Ja, het is een dolle boel in Jesaja 1!

Daar gaat de God van hemel en aarde wat aan doen!
Iemand geeft van de profetie van Jesaja de volgende samenvatting: “Het begint met de aanklacht over hun zonden en een oproep tot bekering. Daarop volgen Zijn belofte om hen die gehoorzamen, het gelovig overblijfsel, te zegenen, en Zijn dreiging om hen die onwillig zijn, de goddeloze massa van het volk, te oordelen. Nadat het oordeel is voltrokken en loutering heeft plaatsgevonden, zal Gods zegen in het vrederijk door Zijn Messias tot Israël en via Israël tot de volken komen”[6].

Jesaja 1 is een aanklacht tegen het tamelijk dwaze gedoe van Israël.
Maar Jesaja 1 is ook een spiegel voor de mallotige menigte van zogenaamd zelfredzame probleemoplossers van de eenentwintigste eeuw.
Alleen maar – het aantal klimaatzeloten dat in Madrid in die spiegel kijkt zal, naar verwachting, zeer beperkt zijn. Want ten diepste verandert de zondige mensheid niet. Van nature keren alle wereldburgers zich van God af.
Jesaja 1 wijst gelovige kinderen op het klimaat waarin zij leven. De God van het verbond brengt kinderen groot. De God van het verbond laat het Evangelie horen: er is slechts toekomst als u zich naar Mij toe keert.
Dat geldt voor klimaatfanaten. En ook voor alle andere mensen.

Noten:
[1] De tekst en muziek van dit lied komen uit 1743. Men schrijft die meestal toe aan de Brit John Francis Wade (1711-1786). Het lied is echter van oorsprong Portugees. Het werd in 1640 al uitgevoerd! Zie hiervoor https://nl.wikipedia.org/wiki/Adeste_fideles .
[2] Jesaja 1:2 en 3.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Victorie in de volkerenwereld’, hier gepubliceerd op 22 februari 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/02/22/victorie-in-de-volkerenwereld/ .
[4] Geciteerd van de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Jesaja 1:2; geraadpleegd op maandag 2 december 2019.
[5] J. Calvijn, “Verklaring van de Bijbel – Jesaja” – uit het Latijn vertaald door W.A. de Groot. – Kampen: De Groot Goudriaan, 2004. – p. 20.
[6] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2033.pdf , p. 55; geraadpleegd op maandag 2 december 2019.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.