gereformeerd leven in nederland

24 juni 2019

Koopkracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De halve wereld maakt zich druk over koopkracht. Alles wordt duurder. De energie, de zorg, ons voedsel… hoe moet dat toch verder?

De NOS meldt op woensdag 19 juni: “De prijzen stijgen harder dan gedacht en de lonen lopen minder hard op. Het leidt er volgens het Centraal Planbureau toe dat de koopkracht van Nederlanders minder stijgt dan op Prinsjesdag werd verwacht.
In september beloofde het kabinet dat vrijwel alle Nederlanders dit jaar gingen meeprofiteren van de economische groei. Het kabinet ging uit van een koopkrachtstijging van 1,5 procent. Uit de nieuwste raming blijkt dat de koopkracht met 1,2 procent stijgt. ‘Er zijn twee redenen’, zegt Wim Suyker van het Centraal Planbureau. ‘De olieprijs is hoger, wat doorwerkt op de inflatie. De tweede reden is dat de nieuwe cao’s een lagere loonstijging laten zien dan we verwacht hadden’[1].
Kortom – snel stijgende koopkracht, dat wordt voorlopig niks.

Hoe zit het eigenlijk met de koopkracht in Gods Woord?

Mattheüs 25 laat het blijken: “Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas. Zij die dwaas waren, namen wel hun ​lampen​ maar geen olie met zich mee. De wijzen namen met hun ​lampen​ ook olie mee in hun kruikjes. Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap.
En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet! Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde. De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze ​lampen​ gaan uit. Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf. Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: ​Heer, ​heer, doe ons open! Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet.
Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal”[2].

De wijze meisjes houden in Mattheüs 25 rekening met onverwachte gebeurtenissen. Vanaf het begin doen de dwaze dames dat niet.
Hier geldt: een slimme meid is op alles voorbereid!

Het lang uitblijven van de bruidegom is in het Oosten niet ongewoon.
Een exegeet noteert erbij: “Het uitblijven van de bruidegom werd doorgaans veroorzaakt door het onderhandelen over de omvang van de bruidsschat, waarbij het bedrag bepaald werd, dat bij ontbinding van het huwelijk door scheiding of dood van de man aan de vrouw uitbetaald moest worden. Zowel de wijze als de dwaze meisjes vallen in slaap. Hierin verschillen ze niet van elkaar. De gelijkenis spreekt dan ook niet over waakzaamheid, maar over voorbereiding”[3].

De terugkomst van de Heiland kan vandaag of morgen gebeuren. Of later. Veel later zelfs. Er is niemand die het tijdstip kent waarop de Heiland arriveren zal.
En de kwestie is dat Gods kinderen dan bereid moeten wezen om de aardse boel de boel te laten en met Hem mee te gaan, de hemel in.

De koopkracht van Gods kinderen?
Die is in de Bijbel niet zo belangrijk.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 6: “…weet u niet, dat uw lichaam een ​tempel​ is van de ​Heilige​ Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[4].
En in 1 Corinthiërs 7: “U bent duur gekocht; word dus geen ​slaven​ van mensen”[5].
De koopkracht van Jezus Christus, de Heiland, die is van het hoogste belang. En die koopkracht is ongeëvenaard!

Over de koopkracht van Gods kinderen maakt de Bijbel zich niet zo druk.
Maar wel over de zuiverheid van het belijden.
Leest u maar mee in 2 Petrus 2: “Maar er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die heimelijk verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daarmee verloochenen zij zelfs de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een snel verderf over zichzelf”[6].
Mensen uit de kerk brengen dwaalleringen de wereld in. Dat doen zij heel omzichtig. Men ziet er bijna niets van. En dat terwijl de Heiland ook voor hen Zijn koopkracht heeft ingezet!
Die situatie vraagt attentie van de kerk, ook in 2019. Soms lijkt een dwaling maar een kleinigheid, iets waar je maar niet teveel aandacht aan besteden moet. Maar het kan zomaar wezen dat het, bij nadere beschouwing, om iets groots gaat; iets dat de fundamenten van het geloof raakt.
In de kerk hoeft koopkracht dus niet hoog op de hitlijst te staan. Maar waakzaamheid wel. Die waakzaamheid kan soms wat overdreven lijken. Soms kan men denken: ‘waar maakt hij/zij zich toch druk over?’. Echter – terecht leerde mijn vader zijn kinderen indertijd dat het een ramp is als de kerk een kerkhof van begraven meningen wordt. In de kerk kan men beter bij tijd en wijle zijn stem verheffen dan er altijd maar het zwijgen toe te doen.

De koopkracht van de Heiland leidt tot een onvoorstelbaar heerlijke toekomst. Kijkt u maar mee in Openbaring 5: “En toen Het – dat is: het Lam – de ​boekrol​ genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de ​gebeden​ van de ​heiligen. En zij zongen een nieuw ​lied​ en zeiden: U bent het waard om de ​boekrol​ te nemen en zijn ​zegels​ te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en ​priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde”[7].
Over koopkracht gesproken – we dromen er waarschijnlijk allemaal wel eens van om een mooie villa, een fraai landhuis of een intiem kasteeltje te kunnen kopen. Welnu, in de kerk is dat, op de keper beschouwd, niet nodig. Het mág wel, maar noodzakelijk is het geenszins. Want de God van hemel en aarde biedt al Zijn kinderen een plaats in de wereldregering aan.
De mensen die Hij gekocht heeft worden geen achtergrondfiguren – integendeel. Uiteindelijk zetelen zij op het regeringspluche!

Jazeker – alles wordt duurder. De energie, de zorg, ons voedsel… maar mensen die door God vernieuwd zijn maken zich daar niet al te druk over.
Natuurlijk is het buitengewoon vervelend als er aan het eind van het geld altijd maar een stuk maand over is.
Maar Gods kinderen beseffen het ook in die omstandigheden: de Heiland heeft ons gekocht; en dus komt alles goed!

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2289650-koopkracht-consumenten-stijgt-minder-dan-verwacht.html ; geraadpleegd op woensdag 19 juni 2019.
[2] Mattheüs 25:1-13.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 25:5.
[4] 1 Corinthiërs 6:19 en 20.
[5] 1 Corinthiërs 7:23.
[6] 2 Petrus 2:1.
[7] Openbaring 5:8, 9 en 10.

29 april 2016

Voorbijgaande verontrusting

Onlangs las ik een krantenkop in een oud nummer van het Nederlands Dagblad: “Maak van uw verontrusting geen bestendigdurende toestand”.
Nee, die krant komt niet uit 2016. Die krant is gedateerd op woensdag 28 april 1971[1].

Ik citeer uit het Nederlands Dagblad:
“U mag uw verontrusting niet tot een bestendigdurende toestand doen worden. God vraagt van u de lofzang op de rust, die Hij schenkt in en door de zuivere bediening van Zijn Woord. Verontrusten en nietverontrusten, wij allen hebben ons te voegen tot de kerk van de zuivere woordbediening, want daar schenkt God Zijn rust, aldus sprak ds. W. Wierenga uit Berkel en Rodenrijs in het kerkgebouw aan de Kuipersstraat te Rotterdam-Delfshaven, waar een comité van gereformeerden (vrijgemaakt) een drukbezochte contactavond had belegd voor verontrusten uit de synodaal gereformeerde kerken”.

Ook vandaag zijn er heel wat mensen die onrustig in hun stoel heen en weer schuiven.
Zij voelen wel aan dat het niet goed gaat in de kerk.
Maar waar moeten ze naar toe?
Dominee Wierenga kan die onrustige stoelschuivers de weg wijzen. Want, zegt hij, zuivere woordbediening geeft rust.

“Ds. Wierenga stelde daarbij twee vragen aan de orde: wat er aan de hand is en wat er gedaan moet worden”.

Wat is de situatie in april 1971?

“Er is, zo zei hij, veel weerstand bij vele verontrusten tegen het onstuitbaar lijkende streven naar nauwe samenwerking en naar vereniging met de Ned. Herv. Kerk, waar loochenaars van Christus’ zoenbloed en van Zijn opstanding een volwaardige plaats wordt gegeven als predikers; oprechte zorg over de aansluiting bij de Wereldraad van kerken, die sterk overheerst wordt door linke figuren; schrik over de recente dissertatie van dr. Wiersinga, waarin wordt afgerekend met het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus: verontrusting ook over het meer en meer loslaten van de Drie formulieren van Enigheid en over de gang van het onderwijs op christelijke en gereformeerde onderwijsinstellingen.

Vooral spitsen de zaken zich toe op het Schriftprobleem, gezien het feit dat de synode van Amsterdam-Lunteren in 1967 het besluit van Assen 1926 liet vallen. Ds. Wierenga noemde dit een levensgevaarlijke zaak, omdat nu de Heilige Schrift afhankelijk gemaakt wordt van de wetenschap en de wetenschap in feite prioriteit krijgt ten opzichte van de Bijbel. Nu de schriftkritiek is vrijgegeven maakt bijv. prof. Kuitert van die vrijheid volop gebruik in zijn ontkenning dat Adam en Eva ooit echt hebben bestaan, en in zijn onschriftuurlijk spreken over het sterven. Hier is hij bezweken voor de druk van de wetenschap, die met Gods Woord niet rekent. Op vele plaatsen wordt de Schrift niet-letterlijk meer genomen, wordt onderscheid gemaakt tussen betrouwbare kern en vroeg of anti-Joods verpakkingsmateriaal.

Dat alles komt in de plaats van de belijdenis van de inspiratie van de Heilige Schrift. Vandaar dat Kuitert spreekt als zou het Oude Testament bestaan uit gebundelde geloofsuitspraken van Israël en het Nieuwe Testament het geloofsgetuigenis zou zijn over de menselijke daden van Christus. Maar, zo stelde ds. Wierenga, waar is het Woord Gods waaraan we ons dienen te onderwerpen, mogen onderwerpen en waarop we ons geloofsantwoord zullen te geven hebben? De gewone man, de niet-theoloog, de gereformeerde leek is volstrekt afhankelijk geworden van de theoloog, de vakman, die zal uitmaken wat aan te nemen kern en te verwaarlozen verpakking is.

Zo wordt de gemeente afhankelijk van de theologische wetenschap, welke op zijn beurt weer afhankelijk is van de niet-theologische wetenschap. Zo is het niet verwonderlijk, dat reeds openlijke twijfel is uitgesproken over de waarachtige, lichamelijke opstanding van Christus uit de doden, evenals over Zijn maagdelijke geboorte. De wezenlijke crisis, aldus ds. Wierenga is dat het vaste, betrouwbare, duidelijke, gezagsvolle, troostende en houvastbiedende woord van God is losgelaten. Een crisis, die de synode van Sneek geweigerd heeft weg te nemen”.

Wat betekent dat alles in de praktijk van de zeventiger jaren?

“De vraag is daarom wat er gedaan moet worden. Het zal ons toch, zo stelde spreker, allen in het hart geschreven staan, dat wij, als Christenen van het Woord Gods leven. Het geloof staat op het spel, zodra de Schrift op het spel staat. Wie gaat sleutelen aan het middel der genade, Gods kracht tot behoud, het Woord, die draait de moeren uit het gebouw der verlossing. Met klem stelde Ds. Wierenga dat het kenmerk van de ware kerk is: de zuivere bediening van het Woord Gods. Daar moeten verontrusten en niet-verontrusten zijn, want het komt niemand toe zich daarvan af te scheiden. Dat is een evangelische eis, want met die eis jaagt onze Gods onze zaligheid na en ons naar de zaligheid toe. Verontrusting mag niet bestendig zijn, want in Jeruzalem, de kerk, wordt de rust geschonken, omdat het Woord Gods gepredikt wordt. Het woord der rust, van troost, zegen, vreugde en geloofsversterking”.

Maar hoe is dat mogelijk? Met een paar duidelijke lijnen tekent predikant de situatie in de synodale kerken.

“Verontrusting tegenover de rust. Hoe kan dat, zo vroeg ds. Wierenga, God. schenkt rust en u bent verontrust; Christus zegt: Komt en ik zal u rust geven…. en u bent de rust kwijt. Hoe kan dat? Dat kan, omdat u het Woord Gods, dat die rust schenkt, in feite kwijt bent in uw kerken. Omdat u niet meer kunt zingen: hier wordt de rust geschonken”.

Nog is het einde niet. Leest u maar mee.

“Ds. Wierenga memoreerde hoe er ook in de vrijgemaakte kerken de laatste jaren grote moeiten zijn geweest. Die gingen toch weer om hetzelfde: te blijven bij de door God geschonken rust van het volle, rijke Woord Gods, in de strikte binding aan de Drie formulieren van Enigheid, waarin de leer der zaligheid, de leer der rust, is neergelegd.
Er is, zo stelde [de] spreker, grote zorg over u en uw kinderen, over broeders en zusters, wier geloof wordt afgebroken door de schriftkritiek. Als gereformeerden hebben we ook vóór de vrijmaking de gereformeerde bonders in de hervormde kerk voorgehouden dat ze met een kerk van leervrijheid en schriftkritiek en hiërarchie moeten breken. Verontrusten mogen geen gereformeerdebonders worden in de synodale kerken. Onze voorouders stelden de daad van de Afscheiding en daarin zijn wij ze toch gevolgd, aldus ds. Wierenga”.

Tot zover de citaten uit een editie van het ND uit 1971.

Anno Domini 2016 is de situatie natuurlijk anders. Maar laten we eerlijk wezen: de deformatie in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) is groot.
De tijden zijn veranderd, zegt men.
En natuurlijk is dat waar.
Maar de boodschap van Gods Woord is niet veranderd.

Die laatste zin noteer ik met vreugde.
Toch is die vreugde gemengd met diepe teleurstelling.

Die teleurstelling is persoonlijk gekleurd.
Jazeker, dominee Wierenga is de predikant waar ik in 1981 openbare geloofsbelijdenis bij deed.
Maar hij is ook de predikant die het boek ‘Geen geboden rustdag meer?’ schreef[2]. Kort gezegd komt de huidige opvatting van de dominee er op neer dat de zondag een dag als andere dagen is[3].
En om niet meer te noemen: dominee Wierenga geeft, vandaag de dag, de mogelijkheden van de evolutietheorie soms een ruime plaats in zijn preken.
Het zou mij daarom helemaal niet verbazen dat dominee Wierenga zijn eigen uitspraken uit 1971 slechts deels onderschrijft.

Wat mij betreft zit in dat krantenartikel uit 1971 een troost en een waarschuwing.
Een troost – want als we bij de zuivere Waarheid blijven komt het goed. Als wij bij het Woord blijven is de verontrusting voorbij.
En een waarschuwing – onze persoonlijke ontwikkeling kan er voor zorgen dat wij zomaar wegdwalen bij de God van het verbond. Laten wij ervoor waken dat dat niet gebeurt!

Noten:
[1] De onderstaande citaten komen uit het krantenartikel “Ds. Wierenga tot verontrusten: Maak van uw verontrusting geen bestendigdurende toestand”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 28 april 1971, p. 2.
[2] De gegevens van dat boek zijn: Drs. W. Wierenga, “Geen geboden rustdag meer?”. – Groningen: Uitgeverij Pamac, 2011. – 352 p.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld http://www.vergadering.nu/boekwierenga-geen-geboden-rustdag.htm . Geraadpleegd op zaterdag 23 april 2016.

3 december 2015

Zuiverheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Jeremia 3: dat is een hoofdstuk waarin de door God gekozen bruid – het volk Israël – bij haar Heer wegloopt. De buitenwereld is veel belangrijker dan de Bruidegom.
Men zou toch zeggen: met dat huwelijk wordt het niets meer. Of ook: zeg het stadhuis snel af, en breng de trouwringen rap terug naar de juwelier. Maar nee. De geschiedenis krijgt een onverwachte wending.
Want de Bruidegom is de Verbondsgod. Hij is trouw. Hij is genadig. Hij trekt Zijn bruid naar Zich toe. Hij neemt haar bij Zich.
Zeker, de dienst aan God in het brede aardse leven zit vol zonden en tekortkomingen. Maar de God van het verbond laat niet varen wat Zijn hand begon!
Daarover heb ik onlangs nog op deze internetpagina geschreven[1].
In dat kader vraag ik vandaag uw aandacht voor Openbaring 19.
Want daar lees ik dat de kerk metterdaad de bruid van Christus is. Het staat er echt: “En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. En hij zeide tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God”[2].

Wat een ommekeer!
De enige manier om Jeremia 3 en Openbaring 19 op één noemer te brengen is: wijzen op het lijden en de opstanding van Christus.
Wie Jeremia 3 tot zich door laat dringen, beseft eens te meer dat Christus’ werk hard nodig was om ons te redden. Het was de énige manier om ons te verlossen! Om het met Efeziërs 5 te zeggen: Christus heeft Zijn “gemeente (…) liefgehad en Zich voor haar overgegeven (…), om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet”[3].
Dat is bijna ongelooflijk.

Laten wij eens te meer beseffen dat God echt genadig is. Als Hijzelf niet met hemelse kracht had ingegrepen, was het slecht met ons afgelopen.
En de kerk heeft tot taak om het evangelie van Christus’ werk te verkondigen. De kerk moet heel dat Evangelie in haar manier van doen honoreren.

Openbaring 19 wil ik graag nog wat nader bekijken.

Daar springen er, als ik het goed zie, twee punten uit.
De vrouw maakt zich gereed voor de bruiloft. Dat is het eerste.
Het tweede is dat de bruid helemaal zuiver is.
Paulus heeft die zuiverheid in zijn brief aan de Efeziërs ook sterk benadrukt. Het linnen blinkt. Er zit werkelijk geen enkele vlek op.
De stof waar de bruidsjurk van gemaakt is heeft een hoge kwaliteit: het is fijn linnen.
Paulus schrijft over de gemeente die door God Zelf apart gezet is. Hij zorgde er Zelf voor dat Zijn kinderen schoon werden.
Die gemeente straalt. Alles is schoon. Het geheel is keurig gladgestreken, alle plooien zijn er uit. De gemeente is werkelijk heilig. En absoluut onbesmet.
Het lijkt wel alsof de Bijbel woorden tekort heeft om dat tot alle mensen door te laten dringen. En omdat er zoveel woorden aan worden besteed, weten we ook: die reinheid is een reuze belangrijk gegeven!

Het komt mij voor dat ons dat helder voor ogen moet staan.
Steeds weer zijn er mensen die erop tamboeren dat liefde het kenmerk van de kerk moet wezen. En jazeker, het is waar dat, als het goed is, de liefde van God altijd in de kerk te zien zal blijven.
Maar de kerk moet de zuivere prediking van het Woord onderhouden. De kerk dient de zuivere bediening van de sacramenten in de praktijk te brengen. De kerk moet zich richten naar het zuivere Woord van God. Want zij zegt, als ik dat zo zeggen mag, op weg naar de glorieuze omstandigheden van Openbaring 19!

Nee, ik ontken niet dat liefde van buitengewoon groot belang is.
Maar in Openbaring 19 lees ik van alles over zuiverheid. In Efeziërs 5 is Paulus hoog gestemd over de gereinigde gemeente.
Die zuiverheid is vandaag al van belang.
Want die heeft alles te maken met ons einddoel!

Graag maak ik u er ook op attent dat Johannes de uitnodiging voor de bruiloft van het Lam op moet schrijven. “Schrijf, zalig zij…”.
Zo’n oproep komt in de Openbaring in totaal drie keer voor. In Openbaring 14: “En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan”. Vervolgens in Openbaring 19. En daarna nog eens in Openbaring 21: “En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig”.
U weet het: wie schrijft, die blijft.
Met andere woorden: het einddoel mogen we niet vergeten. En in spannende tijden moeten we volhouden: blijf geloven in Gods beloften. Laten we ons realiseren waar we naar toe gaan!

Er is nog wat meer.
Want het gaat in Openbaring over de bruiloft van het Lam. We lezen niet over God de Vader. Of over God de Zoon. Nee, het gaat over het Lam.
Er wordt dus heel nadrukkelijk een verbinding gelegd met de Oudtestamentische eredienst. Want daar, in dat Oude Testament, werden heel wat lammetjes geofferd.
Ik attendeer u op Exodus 29: “Dit is, wat gij op het altaar zult bereiden: twee éénjarige lammeren, geregeld elke dag. Het éne lam zult gij in de morgen bereiden en het andere lam zult gij in de avondschemering bereiden”[4]. Lammeren hoorden dus bij het morgen- en het avondoffer.
Het lijkt mij dat we uit het gebruik van de term ‘bruiloft des Lams’ mogen concluderen dat de heilshistorie bij de Here helemaal meetelt. Met andere woorden: u en ik kunnen blijkbaar niet volstaan met de mededeling ‘ik hoor bij Jezus’ – punt. Wie de eenheid van Christus wil bewaren, moet klaarblijkelijk ook heel de Bijbel, heel de hele heilshistorie mee laten klinken. De hele kerkgeschiedenis, compleet met Zijn reformatiewerk, moeten u en ik bij onze positiebepaling betrekken.
Wie Christus’ werk in de kerkgeschiedenis gemakshalve vergeet begaat een misser van formaat.

Laten we ’t maar voorin ons geheugen houden: Gods kinderen worden klaargemaakt om in de hemel een heerlijk bestaan te gaan leiden.
Stralend.
Blinkend.
Als volmaakte hemelburgers.
De God van het verbond laat niet varen wat Zijn hand begon[5]!

Noten:
[1] Zie mijn artikel ‘Jeremia en onze liturgie’, hier gepubliceerd op maandag 30 november 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/11/30/jeremia-en-onze-liturgie/ .
[2] Openbaring 19:6-9.
[3] Efeziërs 5:25, 26 en 27.
[4] Exodus 29:38 en 39.
[5] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 28 november 2006.

10 maart 2015

Zuiver en betrouwbaar

[Vraag] “Maar kan men ook godvrezend bij de naam van God zweren?”
[Antwoord] “Ja, wanneer de overheid het van haar onderdanen eist of in geval van nood, om daardoor trouw en waarheid te bekrachtigen, en dat tot eer van God en tot heil van de naaste. Want zo’n eed is op Gods Woord gegrond en werd daarom door de heiligen in het oude en nieuwe verbond terecht gebruikt”.
Die woorden komen u misschien wel bekend voor. Ze staan in Zondag 37 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Wie zijn die heiligen in het oude en nieuwe verbond eigenlijk?
Vandaag haal ik er één naar voren.
Dat is, als u het mij vraagt, best leerzaam.
Ik neem u mee naar 1 Samuël 24.

Dat is een hoofdstuk waarin Saul met z’n militairen op zoek gaat naar David en zijn soldaten. Hij doet dat in de rotsen van Engedi.
Op een gegeven moment gaat Saul een grot in voor een sanitaire stop.
Davids soldaten ruiken hun kans, en geven een tip aan David: ‘Nu kunt u uw opponent doden!’. Maar dat weigert David. ‘Een door de Here gezalfde koning dood ik niet’. Wel snijdt David een hoekje van Davids mantel af. Dat wel.
Als Saul zijn toiletgang heeft beëindigd roept David in de richting van Saul: ‘Hier ben ik. Ik had u kunnen doden, maar ik heb het niet gedaan. U bent immers een gezalfde van de Here?’.
Dan beseft Saul wat hier gebeurt. Hevig geëmotioneerd en huilend zegt hij: ‘Ik begrijp nu dat u koning van Israël zult worden. Beloof me dat u, als u eenmaal regeringsmacht hebt, mijn kinderen en kleinkinderen niet om het leven zult brengen’.
Dat belooft David plechtig.

In 1 Samuël 24 staat het zo: “Nu dan, zie, ik weet, dat gij zeker koning zult worden en dat het koningschap over Israël in uw hand bestendig zal zijn. Zweer mij dan bij de Here, dat gij mijn nakomelingen niet zult uitroeien noch mijn naam uit mijn familie zult uitdelgen. En David zwoer dit aan Saul”[2].

Daar hebt u de eed. David is één van die heiligen uit het oude verbond.

David toont wat de leefwijze van Gods kinderen moet zijn:
* zij moeten zuiver, naar de wet van hun God, redeneren
* de mensen om hen heen moeten hen te allen tijde kunnen vertrouwen.

Ter herinnering aan deze gebeurtenis schrijft David een psalm. In ons Gereformeerd Kerkboek heeft die het volgnummer 57.
Het laatste deel van dat kerklied luidt zo:
“Zij spanden een net voor mijn schreden,
zij bogen mijn ziel terneer,
zij groeven een kuil voor mijn aangezicht,
zij vielen daar middenin.
Mijn hart is gerust, o God, mijn hart is gerust;
ik wil zingen, ja psalmzingen.
Waak op, mijn ziel, waak op, harp en citer;
ik wil het morgenrood wekken.
Ik zal U loven, o Here, onder de volken,
ik zal U psalmzingen onder de natiën;
want hemelhoog is uw goedertierenheid,
tot aan de wolken reikt uw trouw.
Verhef U boven de hemelen, o God;
uw heerlijkheid zij over de ganse aarde”[3].
Wie dit lied leest of zingt, ziet dat David heel rustig is. In al zijn doen en laten baseert hij zich op Gods trouw.
David leert het ons:
* Wie zijn leven op de verbondstrouw van God fundeert, weet dat er in zijn leven altijd plaats is voor muziek. Hoe treurig de situatie ook is, altijd is er de klankkleur van de voortdurende lof aan het adres van God. Toegegeven – soms staat het geluid van die lof in ons leven een beetje zacht. Maar die lofprijzing is er toch.
* Gods goedertierenheid kun je, als je goed kijkt, overal zien.
* Gods trouw kom je overal tegen.
* Ten diepste willen wij niets liever dan dat heel de aarde, ja de complete kosmos, van Gods vrede, vreugde en heerlijkheid vervuld is.

Dat is ten diepste de reden dat de kerk en kerkmensen betrouwbaarheid hoog in het vaandel hebben. Dat is ten principale de reden dat we altijd op zoek zijn naar zuivere en kloppende redeneringen.
Dat is de grond van ons streven om in de kerk het zuivere Evangelie te brengen.
Dat is de drijfveer om de sacramenten in de kerk zuiver te bedienen.
Dat
is het fundament van onze wil om in de kerk de tucht eerlijk en zuiver toe te passen.
Want als het in de kerk op die punten fout gaat, hebben we onze samenleving ook steeds minder te vertellen.

Vanuit de kerk kunnen we vervolgens de maatschappij in.
Wij kunnen meepraten in de politiek. Over de toekomst van de zorg in ons land. Over de noodzaak van een goede defensie, en een goede bescherming tegen geweld en terreur.
Wij kunnen meedoen in het bedrijfsleven. We kunnen eerlijke handel bevorderen.
Wij kunnen armoede bestrijden, met alle middelen die wij ter beschikking hebben. In ons eigen land, in ons werelddeel en uiteindelijk op heel de aarde.
Wij kunnen hulp bieden in enorm veel moeilijke omstandigheden, op alle plaatsen waar God ons brengt.

Zuiver redeneren? Massa’s wereldburgers beheersen die kunst steeds minder goed.
Betrouwbaar leven en werken? Ach, u weet zelf hoe moeilijk dat gaat. Zelfs in de kerk.

Laten wij, alleen daarom al, nog maar eens luisteren naar woorden die David in 1 Samuël 24 zegt. Ik citeer: “De Here moge rechtspreken tussen mij en u, de Here moge mij aan u wreken, mijn hand echter zal niet tegen u zijn; zoals het spreekwoord der ouden zegt: van goddelozen komt goddeloosheid. Maar mijn hand zal niet tegen u zijn”[4].
Van goddeloosheid komt goddeloosheid. Van het een komt het ander. Wie zich van God en Zijn geboden verwijdert, geraakt alras in een spiraal naar beneden. En ten langen leste blijkt het nooit meer wat te worden.

Laten we ons er maar in trainen om in al ons doen en laten zuiver en betrouwbaar te zijn.
Wie bereid is om zich daarin te oefenen realiseert zich al snel dat Zondag 37 van de Heidelbergse Catechismus ook in 2015 zonder veel moeite een actuele toespitsing kan krijgen.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 37, vraag en antwoord 101.
[2] 1 Samuël 24:21, 22 en 23 a.
[3] Psalm 57:7-12.
[4] 1 Samuël 24:13.

5 maart 2013

De hemelse Majesteit verplicht ons tot zuiverheid

Wij behoren, zo leert Zondag 46 van de Heidelbergse Catechismus ons, niet aards te denken van de hemelse majesteit van God.

Bij die stelling wordt gewezen op een tekst uit Jeremia 23: “Ben Ik een God van nabij, luidt het woord des HEREN, en niet een God van verre? Zou zich iemand in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord des HEREN. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? luidt het woord des HEREN”[1].

Die Bijbeltekst staat in het verband van een betoog over ontrouwe herders. Aardse koningen, priesters en profeten wijzen telkens de verkeerde weg. Men moet het verwachten van de volmáákte Herder!

Wat is de situatie[2]?
Wie daar iets meer van wil weten moet een overzicht hebben over Jeremia 21, 22, 23 en 24.
* Hoofdstuk 21: dat gaat over Zedekia’s regering. Dat is vlak voor de inneming van Jeruzalem met de laatste – dat is de derde – wegvoering van de inwoners van die stad.
* Hoofdstuk 22: dat gaat ondermeer over Jojakim, een van de vóórgangers van Zedekia. We gaan dus terug in de tijd. Tijdens zijn regering tieren criminaliteit en onrecht welig. Hij doet ook aan zelfverrijking.
* Hoofdstuk 23 wijst ons op ontrouwe herders, maar ook op de komst van de Messias.
* Hoofdstuk 24: wij zien het beeld van twee korven met vijgen; de Here laat in die beelden weten dat Hij de reeds weggevoerde ballingen genadig zal zijn; maar de mensen die in Jeruzalem achterbleven worden vanwege hun hoogmoed gestraft.

Wie dat verband ziet, begrijpt al een beetje wat de opstellers van de Catechismus bedoelen met niet-aards denken van God.
Wij kijken zelf naar ons eigen leven. Wij aanschouwen onze omgeving. Wij bestuderen de geschiedenis. Intussen zien wij echter lang niet alles van de wereldhistorie. Onze éigen generatie, die kennen we nog het beste. De geschiedenis van onze éigen eeuw, daar weten wij wel het een en ander van.
Als de Catechismus spreekt over onaards denken, betekent dat dat we ons moeten realiseren dat de hemelse Heer álles overziet. Hij ziet geen detail over het hoofd. Hij weet alles over alle generaties van mensen die er waren, zijn en zullen wezen.
Onaards denken van de majesteit van God: dat betekent dat we ons realiseren dat Hij oneindig veel méér ziet dan wij.

In Jeremia 23 wordt ook duidelijk dat de hemelse Heer volop actief is. Heel vaak komen we daar het woord ‘Ik’ tegen. Met een hóófdletter. De Here verzorgt de wereld. De Here geeft voortgang aan de geschiedenis van hemel en aarde. De Here is bezig met de uitvoering van een groots verlossingswerk: Hij zendt Zijn Zoon naar de aarde. “Die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land”[3].

Als zij dat lezen, worden Gereformeerde mensen weer rustig. De Here heeft de zaken in de hand!
Het is belangrijk om dat te weten.
Op het kerkplein is immers van alles aan de hand.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan het nieuws rond de emerituspaus Benedictus XVI. De man is moe. Hij heeft te maken gehad met allerlei misbruikaffaires. En met Vatileaks: het feit dat allerlei vertrouwelijke en aan de paus gerichte documenten uitlekten[4].
Ook in zó’n wereld klinkt de boodschap van Zondag 46. En van Jeremia 23. Dat bericht is: de Here breekt allerlei politieke spelletjes, in en buiten de kerk, tot aan de grond toe af. Door Zijn Hoogstpersoonlijk ingrijpen draagt Hij er zorg voor dat Zijn volk, waar ook ter wereld, veilig wonen kan.

Wij lezen nog wat verder in Jeremia 23.
De Here treurt en toornt over allerlei misstanden in de kerk en op het kerkplein.
Hij signaleert dat het land vol is van echtscheidingen. Er worden allerlei listige slimmigheden uitgedacht; de wet van God speelt geen rol van betekenis meer.
Onrechtvaardigheid is aan de orde van de dag.
Het is intussen net zo erg als het indertijd in Sodom en Gomorra was: “…maar bij de profeten van Jeruzalem heb Ik gezien wat afschuwelijk is: echtbreken en met leugen omgaan; zij sterken de handen der boosdoeners, dat niet één zich van zijn boosheid bekeert; zij zijn Mij altezamen als Sodom geworden, zijn inwoners als Gomorra”[5].
En waar begint dat allemaal? Bij de léiders in de kerk. Leest u maar mee: “…want van de profeten van Jeruzalem is de heiligschennis uitgegaan over het gehele land. Zo zegt de HERE der heerscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken, dat gij u aan een ijdele waan overgeeft, zij spreken het gezicht van hun eigen hart, niet uit des HEREN mond”[6].

En nu komen we nóg een boodschap van Zondag 46 en Jeremia 23 op het spoor.
Gereformeerde mensen spreken vaak over het belang van zuiverheid in de kerk. In de Heidelbergse Catechismus belijden we onder meer: “Omdat zowel ons lichaam als onze ziel een tempel van de Heilige Geest is, wil God dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren”[7].
En in de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen wij: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God…”[8].
Vandaag de dag roepen heel wat mensen: nu ja, dat moet je groot zien. Wij zien dat, bijvoorbeeld, terug in de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). De bekende godsdienstsocioloog G. Dekker typeerde de gang van zaken onlangs als volgt: men houdt formeel vast aan Schrift en belijdenis, maar er komt toch verandering doordat men elkaar in de praktijk meer ruimte gunt. Over de GKv zegt Dekker: “Het ledental van de kerk daalt, de openheid naar andere kerken is groter geworden, de exclusiviteit van eigen organisaties is grotendeels verdwenen, de band tussen het grondvlak en de top van de kerk vermindert, er is een verschuiving gaande voor wat betreft de rol van de vrouw in de kerk, het kerkbezoek neemt af en er is sprake van een vrijere omgang met Schrift en belijdenis”[9].
Welnu, Zondag 46 leert ons dat de ijver voor kerkelijke zuiverheid beslist niet overdreven is. Jeremia 23 laat duidelijk blijken dat nauwgezetheid en oprechtheid vereisten zijn in de kerk.

Ten diepste zit daarin ook de reden van Jeremia’s statement: “Ben Ik een God van nabij, luidt het woord des HEREN, en niet een God van verre?”.
De hemelse God is heilig. En Zijn volk is dat, als het goed is, óók. Reeds in Exodus 19 klinkt het: “En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk”. En in 1 Petrus 2 klinkt de echo: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen”[10].

Echte Gereformeerden zijn niet star. En ook niet ouderwets.
Zij zijn zuiver in leer en leven.
En dat is heel wat anders.

De Schepper van hemel en aarde overziet de wereld. Heel Zijn schepping houdt Hij in de hand.
Hij roept Zijn kinderen op om zuiver te blijven. Onberispelijk. Onbesmet.
In onze chaotische wereld lijkt dat onmogelijk. Maar wie twijfelt mag de profetie van Jeremia 23 lezen: “Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: de HERE onze gerechtigheid”[11]!

Noten:
[1]
Jeremia 23:23 en 24.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1332.pdf .
[3] Jeremia 23:5.
[4] Zie hierover bijvoorbeeld: “Paus Benedictus afgetreden”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 1 maart 2013, p. 2.
[5] Jeremia 23:14.
[6] Jeremia 23:15 en 16.
[7] Heidelbergse Catechismus, Zondag 41, antwoord 109.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[9] “Prof. Dekker: Gestage veranderingen in GKV”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 februari 2013, p. 2.
[10] Achtereenvolgens citeer ik Exodus 19:6 en 1 Petrus 2:9 en 10.
[11] Jeremia 23:5 en 6.

Blog op WordPress.com.